EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32021D0856

Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/856 van de Commissie van 25 mei 2021 tot vaststelling van de datum waarop het Europees Openbaar Ministerie zijn taken op het gebied van onderzoek en strafvervolging opneemt

C/2021/3763

OJ L 188, 28.5.2021, p. 100–102 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 28/05/2021

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2021/856/oj

28.5.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 188/100


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2021/856 VAN DE COMMISSIE

van 25 mei 2021

tot vaststelling van de datum waarop het Europees Openbaar Ministerie zijn taken op het gebied van onderzoek en strafvervolging opneemt

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”), (1), en met name artikel 120, lid 2, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig artikel 120, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/1939 dient het EOM de taken op het gebied van onderzoek en strafvervolging die het bij die verordening zijn opgedragen, op te nemen op een datum die op voorstel van de Europese hoofdaanklager bij besluit van de Commissie wordt vastgesteld zodra het EOM is opgericht.

(2)

Op 7 april 2021 heeft de Europese hoofdaanklager de Commissie voorgesteld dat het EOM op 1 juni 2021 zijn taken op het gebied van onderzoek en strafvervolging zou opnemen.

(3)

Het EOM is een ondeelbaar orgaan van de Unie en treedt op als één dienst met een gedecentraliseerde structuur. Op centraal niveau bestaat het uit het college, de permanente kamers, de Europese hoofdaanklager, de plaatsvervangend Europese hoofdaanklagers, de Europese aanklagers en de administratief directeur. De Europese hoofdaanklager, de Europese aanklagers, de plaatsvervangend Europese hoofdaanklagers en de administratief directeur van het EOM zijn benoemd bij besluiten van respectievelijk 23 oktober 2019 (2), 27 juli 2020 (3), 11 november 2020 (4) en 20 januari 2021 (5). Het college werd op 28 september 2020 ingesteld. Overeenkomstig artikel 21, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1939 heeft het college op 12 oktober 2020 het reglement van orde van het EOM vastgesteld. Het college heeft op 25 november 2020 overeenkomstig artikel 10, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2017/1939 de regels betreffende de permanente kamers vastgesteld. Het personeel van het EOM, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) 2017/1939, is aangetrokken.

(4)

Het decentrale niveau van het EOM wordt gevormd door de gedelegeerd Europese aanklagers, die werkzaam zijn in de lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking bij de instelling van het EOM (hierna “de lidstaten” genoemd). Het college heeft op 29 september 2020 overeenkomstig artikel 114, punt c, van Verordening (EU) 2017/1939 de regels inzake de arbeidsvoorwaarden van de gedelegeerd Europese aanklagers vastgesteld. Voor 1 juni 2021 moeten voor elke lidstaat ten minste twee gedelegeerd Europese aanklagers worden benoemd. Op de datum van vaststelling van dit besluit had het EOM al ten minste twee gedelegeerd Europese aanklagers per lidstaat benoemd, behalve voor Finland en Slovenië (6). De redelijke termijn waarbinnen de lidstaten hun kandidaten voor het ambt van gedelegeerd Europese aanklager konden voordragen, is reeds verstreken. Deze situatie mag niet verhinderen dat het EOM daadwerkelijk zijn werkzaamheden start, aangezien de Europese aanklagers van de betrokken lidstaten overeenkomstig artikel 28, lid 4, van Verordening (EU) 2017/1939 zelf onderzoeken kunnen uitvoeren en daarbij over alle bevoegdheden, verantwoordelijkheden en verplichtingen van een gedelegeerd Europese aanklager beschikken.

(5)

Het EOM heeft overeenkomstig het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 een eigen begroting gekregen (7), zodat het volledig autonoom en onafhankelijk kan zijn.

(6)

Overeenkomstig artikel 44, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1939 heeft het EOM een casemanagementsysteem opgezet, dat zowel op centraal niveau als op decentraal niveau functioneert. Aan die verordening werd bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2153 van de Commissie (8) een bijlage toegevoegd ter vaststelling van de categorieën operationele persoonsgegevens en de categorieën betrokkenen van wie operationele persoonsgegevens door het EOM mogen worden verwerkt in de index van onderzoeksdossiers.

(7)

Op 21 oktober 2020 heeft het college overeenkomstig artikel 78, lid 5, van Verordening (EU) 2017/1939 de uitvoeringsvoorschriften betreffende de functionaris voor gegevensbescherming van het EOM vastgesteld. Het college heeft op 28 oktober 2020 de regels betreffende de verwerking van persoonsgegevens door het EOM vastgesteld. Op 21 oktober 2020 heeft het college overeenkomstig artikel 25 van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (9) interne voorschriften vastgesteld betreffende beperkingen van bepaalde rechten van betrokkenen in verband met de verwerking van administratieve persoonsgegevens in het kader van activiteiten van het EOM.

(8)

Op 13 januari 2021 heeft het college overeenkomstig artikel 95 van Verordening (EU) 2017/1939 de financiële regels vastgesteld die van toepassing zijn op het EOM.

(9)

Op 27 november 2020 hebben het college en het Groothertogdom Luxemburg overeenkomstig artikel 106, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1939 een zetelovereenkomst gesloten. Het EOM heeft in Luxemburg een gebouw ter beschikking gekregen voor zijn centrale kantoor.

(10)

Op 30 september 2020 heeft het college overeenkomstig artikel 107, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1939 de interne talenregeling van het EOM vastgesteld.

(11)

Op 21 oktober 2020 heeft het college overeenkomstig artikel 109, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1939 de voorschriften betreffende de toegang tot documenten van het EOM vastgesteld.

(12)

Alle lidstaten hebben de Commissie in kennis gesteld van de vaststelling van de maatregelen voor de omzetting in nationaal recht van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad (10) en zij hebben over het algemeen andere passende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat het EOM zijn operationele werkzaamheden kan starten.

(13)

Aangezien aan de voorwaarden van artikel 120, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/1939 is voldaan, is het EOM daadwerkelijk opgericht en klaar om zijn taken op het gebied van onderzoek en strafvervolging op te nemen. Derhalve moet worden vastgesteld op welke datum het EOM deze taken moet opnemen.

(14)

Overeenkomstig artikel 120, lid 2, derde alinea, van Verordening (EU) 2017/1939 mag die datum niet eerder zijn dan drie jaar na de inwerkingtreding van die verordening. Aangezien Verordening (EU) 2017/1939 op 20 november 2017 in werking is getreden, mag die datum niet eerder vallen dan 20 november 2020.

(15)

Overeenkomstig artikel 120, lid 2, eerste en vierde alinea, van Verordening (EU) 2017/1939 oefent het EOM zijn bevoegdheid uit met betrekking tot feiten die onder zijn bevoegdheid vallen en die na 20 november 2017 zijn gepleegd, of, ten aanzien van de lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking op grond van een besluit dat is vastgesteld overeenkomstig artikel 331, lid 1, VWEU, na de in dat besluit genoemde datum.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Europees Openbaar Ministerie neemt op 1 juni 2021 de taken op het gebied van onderzoek en strafvervolging op die het bij Verordening (EU) 2017/1939 zijn opgedragen.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2021.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)  PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.

(2)  PB L 274 van 28.10.2019, blz. 1.

(3)  PB L 244 van 29.7.2020, blz. 18.

(4)  Besluiten 10/2020 en 11/2020 van het college van het Europees Openbaar Ministerie van 11 november 2020.

(5)  Besluit 3/2021 van het college van het Europees Openbaar Ministerie van 20 januari 2021.

(6)  Besluiten van het college van het Europees Openbaar Ministerie: Besluit 19/2020 van 25 november 2020 (benoeming van tien gedelegeerd Europese aanklagers in de Bondsrepubliek Duitsland); Besluit 20/2020 van 25 november 2020 (benoeming van vier gedelegeerd Europese aanklagers in de Slowaakse Republiek); Besluit 21/2020 van 2 december 2020 (benoeming van twee gedelegeerd Europese aanklagers in de Republiek Estland); Besluit 22/2020 van 2 december 2020 (benoeming van een gedelegeerd Europese aanklager in de Bondsrepubliek Duitsland); Besluit 24/2020 van 9 december 2020 (benoeming van een gedelegeerd Europese aanklager in de Slowaakse Republiek); Besluit 7/2021 van 3 februari 2021 (benoeming van drie gedelegeerd Europese aanklagers in de Republiek Litouwen); Besluit 8/2021 van 5 februari 2021 (benoeming van drie gedelegeerd Europese aanklagers in de Tsjechische Republiek); Besluit 9/2021 van 10 februari 2021 (benoeming van zes gedelegeerd Europese aanklagers in Roemenië); Besluit 10/2021 van 10 februari 2021 (benoeming van twee gedelegeerd Europese aanklagers in het Koninkrijk der Nederlanden); Besluit 16/2021 van 17 maart 2021 (benoeming van een gedelegeerd Europese aanklager in het Koninkrijk België); Besluit 22/2021 van 7 april 2021 (benoeming van drie gedelegeerd Europese aanklagers in de Republiek Bulgarije); Besluit 24/2021 van 7 april 2021 (benoeming van twee gedelegeerd Europese aanklagers in de Republiek Kroatië); Besluit 25/2021 van 7 april 2021 (benoeming van twee gedelegeerd Europese aanklagers in de Tsjechische Republiek); Besluit 26/2021 van 21 april 2021 (benoeming van vier gedelegeerd Europese aanklagers in de Franse Republiek); Besluit 27/2021 van 21 april 2021 (benoeming van vier gedelegeerd Europese aanklagers in de Republiek Letland); Besluit 31/2021 van 28 april 2021 (benoeming van zeven gedelegeerd Europese aanklagers in het Koninkrijk Spanje); Besluit 32/2021 van 28 april 2021 (benoeming van een gedelegeerd Europese aanklager in de Republiek Malta); Besluit 34/2021 van 3 mei 2021 (benoeming van vijftien gedelegeerd Europese aanklagers in de Italiaanse Republiek); Besluit 35/2021 van 3 mei 2021 (benoeming van vier gedelegeerd Europese aanklagers in de Portugese Republiek); Besluit 37/2021 van 6 mei 2021 (benoeming van een gedelegeerd Europese aanklager in de Republiek Bulgarije); Besluit 41/2021 van 12 mei 2021 (benoeming van een gedelegeerd Europese aanklager in de Republiek Malta); Besluit 45/2021 van 17 mei 2021 (benoeming van een gedelegeerd Europese aanklager in het Koninkrijk België); Besluit 46/2021 van 17 mei 2021 (benoeming van twee gedelegeerd Europese aanklagers in de Republiek Oostenrijk); Besluit 47/2021 van 17 mei 2021 (benoeming van vijf gedelegeerd Europese aanklagers in de Helleense Republiek); Besluit 48/2021 van 19 mei 2021 (benoeming van twee gedelegeerd Europese aanklagers in de Republiek Cyprus); Besluit 59/2021 van 19 mei 2021 (benoeming van twee gedelegeerd Europese aanklagers in het Groothertogdom Luxemburg).

(7)  PB L 433I van 22.12.2020, blz. 11.

(8)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2153 van de Commissie van 14 oktober 2020 tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad met betrekking tot de categorieën operationele persoonsgegevens en de categorieën betrokkenen van wie operationele persoonsgegevens door het Europees Openbaar Ministerie mogen worden verwerkt in de index van onderzoeksdossiers (PB L 431 van 21.12.2020, blz. 1).

(9)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(10)  Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).


Top