This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32020R2012
Commission Delegated Regulation (EU) 2020/2012 of 5 August 2020 amending Delegated Regulation (EU) 2018/161 establishing a de minimis exemption to the landing obligation for certain small pelagic fisheries in the Mediterranean Sea, as regards its period of application
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2012 van de Commissie van 5 augustus 2020 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 tot vaststelling van een de-minimisvrijstelling van de aanlandingsverplichting voor bepaalde kleine pelagische visserijen in de Middellandse Zee, wat de toepassingsperiode ervan betreft
Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/2012 van de Commissie van 5 augustus 2020 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 tot vaststelling van een de-minimisvrijstelling van de aanlandingsverplichting voor bepaalde kleine pelagische visserijen in de Middellandse Zee, wat de toepassingsperiode ervan betreft
C/2020/5295
PB L 415 van 10.12.2020, pp. 1–2
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
10.12.2020 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 415/1 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2020/2012 VAN DE COMMISSIE
van 5 augustus 2020
tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 tot vaststelling van een de-minimisvrijstelling van de aanlandingsverplichting voor bepaalde kleine pelagische visserijen in de Middellandse Zee, wat de toepassingsperiode ervan betreft
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (1), en met name artikel 15, lid 7,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Verordening (EU) nr. 1380/2013 heeft onder meer tot doel de teruggooi in alle visserijen van de Unie geleidelijk uit te bannen middels de invoering van een aanlandingsverplichting voor vangsten van soorten waarvoor vangstbeperkingen gelden. In de Middellandse Zee is de verplichting ook van toepassing op soorten waarvoor de in bijlage IX bij Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad (2) opgenomen minimuminstandhoudingsreferentiegrootten gelden. |
|
(2) |
Overeenkomstig artikel 15, lid 1, onder a), van Verordening (EU) nr. 1380/2013 is de aanlandingsverplichting met ingang van 1 januari 2015 van toepassing op de kleine pelagische visserij. |
|
(3) |
Om onevenredig hoge kosten in verband met ongewenste vangsten te voorkomen, is het ingevolge Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 (3) van de Commissie toegestaan een klein percentage van de vangsten van soorten waarvoor minimuminstandhoudingsreferentiegrootten gelden, terug te gooien. De verordening voorziet in een gecombineerde de-minimisvrijstelling die geldt voor kleine pelagische visserijen die gebruikmaken van pelagische trawls en/of ringzegens en vissen op ansjovis, sardine, makrelen en horsmakrelen in geografische deelgebieden van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (GFCM) 1, 2, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11.1, 11.2, en 12 (westelijke deel van de Middellandse Zee); 17 en 18 (Adriatische Zee); en 15, 16, 19, 20, 22, 23 en 25 (zuidoostelijk deel van de Middellandse Zee). |
|
(4) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 is van toepassing tot en met 31 december 2020. |
|
(5) |
In mei 2020 hebben de Pescamed-groep op hoog niveau van lidstaten in het westelijke deel van de Middellandse Zee (Spanje, Frankrijk en Italië), de Adriatica-groep op hoog niveau in de Adriatische Zee (Kroatië, Italië en Slovenië) en de Sudestmed-groep op hoog niveau in het zuidoostelijke deel van de Middellandse Zee (Griekenland, Italië, Cyprus en Malta), die een rechtstreeks belang hebben bij het beheer van de kleine pelagische visserij in de Middellandse Zee, wetenschappelijke gegevens verstrekt en verzocht de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 vastgelegde de-minimisvrijstelling te verlengen. |
|
(6) |
In mei 2020 zijn de ingediende wetenschappelijke gegevens beoordeeld door een deskundigenwerkgroep van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), die van mening was dat voor de verlenging van de de-minimisvrijstelling aanvullend bewijs nodig was, met name betreffende de omvang van de teruggooi die in de betrokken visserijen wordt gerapporteerd. |
|
(7) |
In juni 2020 hebben de drie groepen op hoog niveau van de lidstaten als antwoord op de opmerkingen van de deskundigenwerkgroep van het WTECV aanvullende gegevens ingediend. In het licht van die aanvullende gegevens heeft het WTECV geconcludeerd (4) dat is voldaan aan de wetenschappelijke criteria voor de verlenging van de uit hoofde van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 verleende de-minimisvrijstelling. |
|
(8) |
De in Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 vastgestelde de-minimisvrijstelling is van toepassing op verscheidene soorten die door kleinschalige vissersvaartuigen tegelijk en in sterk wisselende hoeveelheden worden gevangen en op veel verschillende, geografisch langs de kust gespreide aanlandingspunten worden aangeland, hetgeen een eenbestandsbenadering bemoeilijkt [?]. Die soorten zijn onderworpen aan de in bijlage IX bij Verordening (EU) 2019/1241 opgenomen minimuminstandhoudingsreferentiegrootten. |
|
(9) |
Er is betere informatie verstrekt over de onevenredig hoge kosten in verband met ongewenste vangsten en de niveaus van ongewenste vangsten. Het WTECV wijst er echter op dat de gegevensverzameling over teruggooi nog moet worden verbeterd. In deze context en om onevenredig hoge kosten in verband met ongewenste vangsten en een onderbreking van de betrokken visserijactiviteiten en de daarmee samenhangende economische activiteiten te voorkomen, acht de Commissie het passend de toepassingsperiode van de in Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 vastgelegde de-minimisvrijstelling te verlengen. |
|
(10) |
Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(11) |
Aangezien de maatregelen van de onderhavige verordening rechtstreeks van invloed zijn op de planning van het visseizoen van de vaartuigen van de Unie en de daarmee samenhangende economische activiteiten, moet de onderhavige verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking treden. Ter wille van de rechtszekerheid, en omdat Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 op 31 december 2020 verstrijkt, moet deze verordening van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2021, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 4 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 wordt de tweede alinea vervangen door het volgende:
“Zij is van toepassing tot en met 31 december 2023 ”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 5 augustus 2020.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.
(2) Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 105).
(3) Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/161 van de Commissie van 23 oktober 2017 tot vaststelling van een de-minimisvrijstelling van de aanlandingsverplichting voor bepaalde kleine pelagische visserijen in de Middellandse Zee (PB L 30 van 2.2.2018, blz. 1).
(4) Scientific, Technical and Economic Committee for Fisheries (STECF) Evaluation of Joint Recommendations on the Landing Obligation and on the Technical Measures Regulation (STECF-20-04) [Evaluatie van de gezamenlijke aanbevelingen inzake de aanlandingsverplichting en de verordening technische maatregelen door het WTECV]. Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, 2020, https://stecf.jrc.ec.europa.eu/documents/43805/2694823/STECF+20-04+-+Eval+JRs+LO+and+TM+Reg.pdf/d71aef4f-7366-48cb-9cdb-afcf58565ee6