Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32020R0204

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/204 van de Commissie van 28 november 2019 inzake gedetailleerde verplichtingen van aanbieders van de Europese elektronische tolheffingsdienst, de minimuminhoud van de gebiedsverklaring van de Europese elektronische tolheffingsdienst, elektronische interfaces en eisen voor interoperabiliteitsonderdelen, en tot intrekking van Beschikking 2009/750/EG

PB L 43 van 17.2.2020, pp. 49–62 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 17/02/2020

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2020/204/oj

17.2.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 43/49


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2020/204 VAN DE COMMISSIE

van 28 november 2019

inzake gedetailleerde verplichtingen van aanbieders van de Europese elektronische tolheffingsdienst, de minimuminhoud van de gebiedsverklaring van de Europese elektronische tolheffingsdienst, elektronische interfaces en eisen voor interoperabiliteitsonderdelen, en tot intrekking van Beschikking 2009/750/EG

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn (EU) 2019/520 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer en ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over niet-betaling van wegentol in de Unie (1), en met name artikel 5, lid 11, artikel 6, lid 9, artikel 14, lid 3, en artikel 15, leden 6 en 7,

Na raadpleging van het Comité elektronische tolheffing,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om het wetgevingskader dat de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen garandeert, te kunnen voltooien, moeten gedetailleerde voorschriften worden vastgesteld met betrekking tot de verplichtingen van aanbieders van de Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS), de inhoud van de EETS-gebiedsverklaring, elektronische interfaces en voorschriften voor interoperabiliteitsonderdelen.

(2)

Om prestatieproblemen van het EETS-systeem te vermijden, moeten EETS-aanbieders verplicht worden om hun diensten te monitoren en samen te werken met de tolheffer bij het uitvoeren van tests van het tolsysteem.

(3)

EETS-aanbieders moeten specifieke gegevens verstrekken aan de tolheffer, zodat de berekening van de toegepaste tol kan worden gecontroleerd.

(4)

Om de vlotte werking van het EETS-systeem te garanderen, moeten EETS-aanbieders technische steun verlenen voor de identificatie van de boordapparatuur.

(5)

Wanneer de maatregelen waarin deze verordening voorziet de verwerking van persoonsgegevens met zich meebrengen, dient deze verwerking te geschieden overeenkomstig het recht van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens, en met name Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (2) en, voor zover van toepassing, Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (3). Daarom mogen EETS-aanbieders niet worden verplicht om meer klantgegevens aan de tolheffers te verstrekken dan nodig is om de correcte werking van het EETS te garanderen.

(6)

Om passende informatie aan de gebruikers te verschaffen, moet de factuur een transparante weergave vormen van de verschillende componenten van de dienst en de tolprijs.

(7)

De minimuminhoud van een EETS-gebiedsverklaring moet worden gespecificeerd om de EETS-aanbieders voldoende duidelijkheid te verschaffen over de voorwaarden voor het aanbieden van EETS in het desbetreffende tolgebied.

(8)

Een naadloze werking van de EETS vereist een minimum aan harmonisatie van de elektronische interfaces en van de werking van die interfaces tussen partijen, en met name tussen de tolheffers en de EETS-aanbieders.

(9)

Er moeten specifieke infrastructuurvereisten worden vastgesteld om de correcte communicatie tussen en werking van de apparatuur van de betrokken partijen mogelijk te maken en om een vlotte en veilige werking van de EETS-interoperabiliteit en de handhaving tot stand te brengen.

(10)

Om het proces van accreditatie van EETS-aanbieders doeltreffender te maken, moeten de procedures voor de beoordeling van de conformiteit met de specificaties en de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen in bepaalde mate worden geharmoniseerd in de verschillende EETS-gebieden. Het is dan ook noodzakelijk een dergelijke procedure vast te stellen, met inbegrip van de inhoud en het formaat van de EC-verklaringen.

(11)

Om de samenhang van het rechtskader en de goede werking van het EETS-systeem te waarborgen, moet Beschikking 2009/750/EG (4) van de Commissie worden ingetrokken met ingang van de datum waarop Richtlijn (EU) 2019/520 moet zijn omgezet in alle lidstaten; dit is ook de datum waarop deze verordening en de in die richtlijn vermelde gedelegeerde handelingen van toepassing worden.

(12)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 31, lid 1, van Verordening (EU) 2019/520 bedoelde Comité elektronische tolheffing,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Toepassingsgebied

Deze verordening bevat gedetailleerde verplichtingen voor EETS-aanbieders met betrekking tot de minimuminhoud van de EETS-gebiedsverklaring, specificaties voor de elektronische interfaces tussen de interoperabiliteitsonderdelen, voorschriften voor deze onderdelen, en de procedures die de lidstaten moeten toepassen om de conformiteit met de specificaties of de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen te beoordelen.

Artikel 2

Gedetailleerde verplichtingen van EETS-aanbieders

1.   Om de prestaties van hun diensten te kunnen monitoren, stellen EETS-aanbieders gecontroleerde operationele processen vast die voorzien in passende maatregelen wanneer prestatieproblemen of integriteitsinbreuken worden gedetecteerd.

2.   In systemen die gebaseerd zijn op het wereldwijd satellietnavigatiesysteem houden EETS-aanbieders toezicht op de beschikbaarheid van via satellietnavigatie en satellietplaatsbepaling verkregen gegevens. Zij stellen de tolheffers in kennis van de eventuele moeilijkheden die zij ondervinden met de ontvangst van satellietsignalen bij de vaststelling van tolmeldingen.

3.   Een tolheffer kan de samenwerking van een EETS-aanbieder inroepen om het tolheffingssysteem onaangekondigd te onderwerpen aan uitgebreide tests waarbij voertuigen worden gecontroleerd die in één of meerdere EETS-gebieden van de tolheffer rijden of onlangs hebben gereden. Het aantal voertuigen dat jaarlijks aan zulke tests wordt onderworpen voor een specifieke EETS-aanbieder is evenredig met het gemiddelde jaarlijkse verkeer of de gemiddelde jaarlijkse verkeersprognoses van die EETS-aanbieder in het EETS-gebied of de EETS-gebieden van de tolheffer.

4.   Tenzij anders overeengekomen, verstrekt de EETS-aanbieder de tolheffer de volgende informatie, die noodzakelijk is om de tol toe te passen op de voertuigen van EETS-gebruikers of om de tolheffer in staat te stellen de berekening van de door de EETS-aanbieders toegepaste tol op de voertuigen van EETS-gebruikers te controleren:

a)

het kentekennummer van het voertuig van de EETS-gebruiker, met inbegrip van de landcode van internationale kentekens;

b)

een identificatiecode van de rekening van de EETS-gebruiker;

c)

een identificatiecode van de boordapparatuur, indien gebruikt in een EETS-gebied;

d)

de parameters voor voertuigclassificatie die nodig zijn om het toepasselijke tarief vast te stellen.

De gegevensuitwisseling moet verenigbaar zijn met de bepalingen van bijlage I bij deze uitvoeringsverordening.

5.   De EETS-aanbieders voorzien in passende dienstverlening en technische ondersteuning teneinde een correcte instelling van de boordapparatuur te waarborgen. Zij zijn verantwoordelijk voor de vaste parameters voor voertuigclassificatie die zijn opgeslagen in de boordapparatuur of in hun backoffice. De variabele parameters voor voertuigclassificatie, die kunnen verschillen van traject tot traject of binnen eenzelfde traject en bedoeld zijn om te worden ingevoerd aan boord van het voertuig, moeten kunnen worden ingesteld via een passende mens-machine-interface.

6.   Voor zover van toepassing wordt bij het factureren van individuele EETS-gebruikers door EETS-aanbieders een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de kosten van de diensten van de EETS-aanbieder en het verschuldigde tolgeld, en dienen — tenzij de gebruiker anders beslist — ten minste het tijdstip en de plaats van de tolheffing te worden vermeld, alsmede de voor de gebruiker relevante samenstelling van specifieke tolgelden.

7.   EETS-aanbieders stellen EETS-gebruikers onmiddellijk in kennis van elk geval van niet-melding van tol met betrekking tot hun rekening en bieden hun de gelegenheid hun rekening in orde te brengen voordat dwingende maatregelen worden genomen, voor zover dit mogelijk is volgens de nationale wetgeving.

Artikel 3

EETS-gebiedsverklaring

De in artikel 6, lid 2, van Richtlijn (EU) 2019/520 bedoelde EETS-gebiedsverklaring moet minstens de in bijlage II bij deze uitvoeringsverordening vermelde elementen bevatten en moet voldoen aan de in die bijlage vastgestelde eisen.

Artikel 4

Interfaces en de rol van EETS-belanghebbenden

1.   Tolheffers en EETS-aanbieders zetten gemeenschappelijke interfaces op en passen communicatieprotocollen toe overeenkomstig de eisen van bijlage I bij deze uitvoeringsverordening. Via interoperabele communicatiekanalen verstrekken EETS-aanbieders tolheffers beveiligde informatie over tolactiviteiten en controle/handhaving overeenkomstig de toepasselijke technische specificaties.

2.   EETS-aanbieders zien er op toe dat tolheffers gemakkelijk en op ondubbelzinnige wijze kunnen vaststellen of een voertuig dat in hun EETS-gebied rijdt en schijnbaar gebruik maakt van EETS inderdaad is uitgerust met erkende en correct functionerende EETS-boordapparatuur die betrouwbare informatie genereert.

3.   EETS-boordapparatuur beschikt over een mens-machine-interface die aan de gebruiker meldt dat de boordapparatuur correct werkt, en over een interface voor de melding van variabele tolparameters en voor de weergave van de waarde van die parameters.

Artikel 5

Conformiteit met specificaties en geschiktheid voor gebruik

De conformiteit met specificaties en geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen wordt beoordeeld overeenkomstig bijlage III bij deze uitvoeringsverordening.

Artikel 6

Intrekking

Beschikking 2009/750/EG wordt met ingang van 19 oktober 2021 ingetrokken.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 19 oktober 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 november 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 91 van 29.3.2019, blz. 45.

(2)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

(3)  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).

(4)  Beschikking 2009/750/EG van de Commissie van 6 oktober 2009 tot definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst en de bijbehorende technische onderdelen (PB L 268 van 13.10.2009, blz. 11).


BIJLAGE I

INTERFACES VAN DE EUROPESE ELEKTRONISCHE TOLHEFFINGSDIENST

Aanbieders van de Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS) en tolheffers moeten gebruikmaken van de volgende elektronische interfaces:

1.

Elektronische radio-interfaces langs de weg, tussen de boordapparatuur van de EETS-aanbieders en de vaste of mobiele apparatuur van de tolheffer. Gestandaardiseerde interfaces tussen de boordapparatuur en de vaste en mobiele wegkantapparatuur van tolheffers moet het volgende ondersteunen:

a)

DSRC-heffingstransacties (Dedicated Short-Range Communication), die voldoen aan de volgende voorschriften:

i)

de boordapparatuur van EETS-aanbieders moet EN 15509:2014 (1) ondersteunen, alsook de bepalingen van ETSI ES 200674-1 V2.4.1 (2) die betrekking hebben op interoperabiliteit;

ii)

vaste en mobiele wegkantapparatuur van tolheffers moet EN 15509:2014 ondersteunen. In Italië mag vaste en mobiele wegkantapparatuur van tolheffers in plaats daarvan de bepalingen van ETSI ES 200674-1 V2.4.1 ondersteunen die betrekking hebben op interoperabiliteit;

b)

real-time transacties voor conformiteitscontrole overeenkomstig EN ISO 12813:2015 (3);

c)

verhoogde nauwkeurigheid van de plaatsbepaling (indien van toepassing) overeenkomstig EN ISO 13141:2015 (4).

De EETS-boordapparatuur moet voldoen aan punt 1, onder a), b) en c). De EETS-boordapparatuur voor gebruikers van lichte voertuigen moet voldoen aan de bepalingen van punt 1, onder a), zoals vermeld in artikel 3, lid 6, van Richtlijn (EU) 2019/520.

Tolheffers mogen alle in punt 1, onder a), b) en c), en punt 2 vermelde bepalingen toepassen in hun vaste of mobiele wegkantapparatuur, overeenkomstig hun voorschriften.

Als de tolheffer een nieuwe versie van een norm voor een interface tussen wegkantapparatuur en boordapparatuur toepast, moet de interface de vorige versie van de norm gedurende een beperkte periode blijven ondersteunen, teneinde te garanderen dat het systeem voor elektronische inning van tolgelden verenigbaar blijft met de boordapparatuur die in omloop is. De duur van deze periode wordt door de tolheffer bekendgemaakt in zijn EETS-gebiedsverklaring en mag in geen geval korter zijn dan twee jaar.

2.

Elektro-optische beeldsystemen van de vaste of mobiele wegkantapparatuur van de tolheffer, die automatische nummerplaatherkenning (ANPR) mogelijk maken, in tolsystemen waarvoor de installatie en het gebruik van boordapparatuur niet vereist is.

3.

Elektronische interfaces tussen de respectieve backoffice-systemen.

Tolheffers mogen alleen die aspecten van de interface toepassen die gekoppeld zijn aan de technologie die gebruikt wordt in het EETS-gebied onder hun bevoegdheid (GNSS, DSRC en/of ANPR).

3.1.

De volgende backoffice-interfaces worden toegepast door zowel EETS-aanbieders als tolheffers, ongeacht de technologie die gebruikt wordt in het EETS-tolgebied:

a)

uitwisseling van informatie, van tolheffers naar EETS-aanbieders, ter ondersteuning van het afhandelen van uitzonderingsgevallen.

b)

uitwisseling van gebruikersgerelateerde EETS-lijsten van EETS-aanbieders en tolheffers.

c)

uitwisseling van trust objects.

d)

uitwisseling van tolcontextgegevens.

e)

facultatief: uitwisseling van betalingsvorderingen overeenkomstig het vastgestelde bedrijfsmodel.

3.2.

Aanvullend worden de volgende backoffice-interfaces toegepast door zowel EETS-aanbieders als tolheffers voor EETS-tolgebieden die GNSS-technologie toepassen:

a)

indiening en validering van GNSS-tolmeldingen.

b)

facultatief: uitwisseling van betalingsaankondigingen overeenkomstig het vastgestelde bedrijfsmodel.

c)

facultatief: uitwisseling van factureringsgegevens overeenkomstig het vastgestelde bedrijfsmodel.

3.3.

Aanvullend worden de volgende backoffice-interfaces toegepast door zowel EETS-aanbieders als tolheffers voor EETS-tolgebieden die DSRC-technologie toepassen:

a)

uitwisseling van factureringsgegevens.

b)

facultatief: uitwisseling van betalingsvorderingen op basis van DRSC-heffingstransacties.

3.4.

Aanvullend worden de volgende backoffice-interfaces toegepast door zowel EETS-aanbieders als tolheffers voor EETS-tolgebieden die ANPR-technologie toepassen:

a)

facultatief: uitwisseling van factureringsgegevens.

b)

facultatief: uitwisseling van betalingsvorderingen op basis van ANPR-heffingstransacties.

Uiterlijk vijf jaar na de datum waarop deze uitvoeringsverordening van toepassing wordt, moeten de elektronische interfaces voor op DSRC en GNSS gebaseerde regelingen tussen de respectieve backofficesystemen van de tolheffer en de EETS-aanbieder voldoen aan CEN/TS 16986:2016 (5), zoals gecorrigeerd door CEN/TS 16986:2016/AC:2017. Als de tolheffer of EETS-aanbieder een nieuwe versie van een norm toepast, moet hij gedurende een beperkte periode van minstens twee jaar gegevensuitwisseling overeenkomstig de vorige versie van de norm blijven ondersteunen, teneinde de blijvende verenigbaarheid van de backoffices te garanderen.


(1)  Electronic fee collection — Interoperability application profile for DSRC

(2)  Intelligent Transport Systems (ITS); Road Transport and Traffic Telematics (RTTT); Dedicated Short Range Communications (DSRC); Deel 1: Technische kenmerken en testmethoden voor HDR-gegevensverzendingsapparatuur (High Data Rate) in de ISM-bandbreedte van 5,8 GHz (industrieel, wetenschappelijk en medisch).

(3)  Elektronische inning van tolgelden — Conformiteitscontrolemelding voor autonome systemen

(4)  Elektronische inning van tolgelden — Melding van verhoogde nauwkeurigheid van de plaatsbepaling voor autonome systemen

(5)  Elektronische inning van tolgelden — Interoperabele toepassingsprofielen voor informatie-uitwisseling tussen dienstverlening en tolheffing.


BIJLAGE II

MINIMUMINHOUD VAN EEN GEBIEDSVERKLARING VAN DE EUROPESE ELEKTRONISCHE TOLHEFFINGSDIENST

Een gebiedsverklaring van de Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS) bevat de volgende informatie:

1.

Een deel over de procedurele voorwaarden, dat niet-discriminerend moet zijn en ten minste het volgende moet omvatten:

a)

het toltransactiebeleid (met inbegrip van autorisatieparameters, tolcontextgegevens, zwarte lijsten);

b)

de procedures en afspraken over het dienstverleningsniveau, met inbegrip van het formaat voor de overdracht van gegevens over tolmeldingen of factureringsgegevens, de tijdstippen waarop tolmeldingen worden verstuurd en de frequentie waarmee dat gebeurt, het toegestane percentage van gemiste/onjuiste tolheffingen, de nauwkeurigheid van via tolmeldingen verzonden gegevens, de prestaties op het vlak van operationele beschikbaarheid;

c)

het factureringsbeleid;

d)

het betalingsbeleid;

e)

een verwijzing naar het relevante verzoeningsorgaan en zijn bevoegdheden met betrekking tot geschillen over de vergoeding van EETS-aanbieders en van de hoofddienstverlener;

f)

de commerciële voorwaarden.

1.1.

Het deel over de commerciële voorwaarden bevat minstens de volgende elementen in verband met de EETS-aanbieders:

a)

alle toepasselijke vaste heffingen op basis van de kosten van de tolheffer voor het aanbieden, exploiteren en onderhouden van een EETS-conform systeem. De tolheffer mag de op deze kosten gebaseerde vaste heffing niet opleggen aan EETS-aanbieders als de kosten voor het aanbieden, exploiteren en onderhouden van een EETS-conform systeem zijn inbegrepen in de tol;

b)

alle vaste heffingen die door EETS-aanbieders moeten worden betaald op basis van de kosten van de in artikel 2, punt 20, van Richtlijn (EU) 2019/520 vermelde accreditatieprocedure, met inbegrip van de kosten voor de beoordeling van de conformiteit met de specificaties of de geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen;

c)

alle toepasselijke eisen voor een bankgarantie of een gelijkwaardig financieel instrument waarvan de omvang niet groter mag zijn dan het gemiddelde maandelijkse toltransactiebedrag dat de EETS-aanbieder betaalt voor het bedoelde tolgebied. Het bedrag wordt vastgesteld op basis van het totale toltransactiebedrag dat de EETS-aanbieder het voorafgaande jaar voor het bedoelde tolgebied heeft betaald. Voor nieuwe EETS-aanbieders en nieuwe tolgebieden wordt het bedrag gebaseerd op het gemiddelde toltransactiebedrag dat de EETS-aanbieder naar verwachting voor het bedoelde tolgebied zal betalen in de factureringsperiode, op basis van het aantal contracten en het gemiddelde tolbedrag per contract volgens de ramingen van het bedrijfsplan van de EETS-aanbieder voor het bedoelde tolgebied.

1.2.

De commerciële voorwaarden moeten ook minstens een beschrijving omvatten van de elementen die gebruikt worden om de vaste en/of variabele vergoeding te bepalen die door de tolheffer aan de EETS-aanbieder wordt betaald. De vergoeding kan variëren op basis van de volgende elementen:

a)

de tolbedragen die namens de tolheffer door de EETS-aanbieder worden verzameld;

b)

het aantal door de EETS-aanbieder verstrekte actieve boordapparaten (OBE) die in gebruik zijn in het tolgebied van de desbetreffende tolheffer;

c)

voor zover van toepassing, het aantal toltransacties of een andere indicatie van de kosten van de mobiele communicatie tussen de boordapparatuur en de backoffice van de EETS-aanbieder;

d)

de facturen die door de EETS-aanbieder aan EETS-gebruikers worden gestuurd voor verschuldigde tol voor het gebruik van het desbetreffende EETS-gebied;

e)

de aard van andere diensten die door de tolheffer worden uitbesteed aan de EETS-aanbieder.

1.3.

De domeinverklaring moet ook een beschrijving bevatten van de specifieke eisen en verplichtingen van de hoofddienstverlener, die verschillen van die van de EETS-aanbieders en die verschillen in de vergoeding van de hoofddienstverlener in vergelijking met de EETS-aanbieders rechtvaardigen.

2.

Een deel waarin vooraf de stappen van de accreditatie van een EETS-aanbieder bij het EETS-gebied worden gedefinieerd, en een indicatieve duur van de accreditatieprocedure. In dit deel wordt de volledige procedure voor de beoordeling van de conformiteit met de toepasselijke specificaties en de geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen uiteengezet. Het bevat een lijst van vereiste certificaten, laboratorium- en praktijktests en de indicatieve kosten daarvan, en meetbare criteria of parameters waaruit de conformiteit met de specificaties blijkt.

Dit deel bevat verwijzingen naar alle toepasselijke internationale of Europese normen in verband met elektronische tolheffing en uitzondering op de toepassing daarvan in het EETS-gebied. Voorts worden in dit deel alle technische voorschriften vermeld die specifiek zijn voor het EETS-gebied en die niet aan bod komen in de internationale of Europese normen.

Op alle EETS-aanbieders is dezelfde aanvaardingsprocedure van toepassing.

3.

Een deel over de tolcontextgegevens.


BIJLAGE III

CONFORMITEIT MET SPECIFICATIES EN GESCHIKTHEID VOOR GEBRUIK VAN INTEROPERABILITEITSONDERDELEN

CONFORMITEIT MET SPECIFICATIES

Alvorens interoperabiliteitsonderdelen (met inbegrip van wegkantapparatuur en interfaces) in de handel worden gebracht, moet hun conformiteit met de eisen van artikel 15, leden 4 en 5, van Richtlijn (EU) 2019/520 en met alle relevante technische specificaties en normen worden aangetoond door een van de volgende conformiteitsbeoordelingsprocedures, al naargelang de specifieke kenmerken van de sector, op basis van de modules van Besluit 768/2008/EG (1):

a)

interne productiecontrole, zoals uiteengezet in deel I (module A);

b)

EU-typeonderzoek, gevolgd door conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole, zoals omschreven in deel III (module C).

I.   Module A — Interne productiecontrole

Met interne productiecontrole wordt de conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarbij de fabrikant de verplichtingen in de punten a), b) en c) nakomt en op eigen verantwoordelijkheid garandeert en verklaart dat de betrokken interoperabiliteitsonderdelen voldoen aan de eisen van artikel 15, leden 4 en 5, van Richtlijn (EU) 2019/520.

a)

Technische documentatie

De fabrikant stelt de technische documentatie op. Deze documentatie moet het mogelijk maken te beoordelen of het interoperabiliteitsonderdeel aan de toepasselijke eisen voldoet, en moet een passende risicoanalyse en -beoordeling omvatten. De technische documentatie moet de toepasselijke voorschriften bevatten en moet, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking hebben op het ontwerp, de productie en de werking van het interoperabiliteitsonderdeel. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

i)

een algemene beschrijving van het interoperabiliteitsonderdeel,

ii)

de ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema’s van componenten, subassemblages, circuits enz.

iii)

de beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema’s en van de werking van het interoperabiliteitsonderdeel,

iv)

een verwijzing naar de categorie van interfaces, zoals vermeld in bijlage I,

v)

een lijst van de normen en/of andere relevante technische specificaties die volledig of gedeeltelijk worden toegepast, en beschrijvingen van de oplossingen om te voldoen aan de eisen van deel I,

vi)

de resultaten van de uitgevoerde ontwerpberekeningen, onderzoeken enz., en

vii)

testverslagen.

b)

Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop waarborgt dat de vervaardigde interoperabiliteitsonderdelen conform zijn met de in punt a) van dit deel bedoelde technische documentatie en met de eisen van de wetgevingsinstrumenten die er op van toepassing zijn.

c)

“EC”-conformiteitsverklaring

De fabrikant stelt voor een model van een interoperabiliteitsonderdeel een “EC”-conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring, samen met de technische documentatie, gedurende tien jaar na het in de handel brengen van het interoperabiliteitsonderdeel ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de “EC”-conformiteitsverklaring wordt vermeld voor welk interoperabiliteitsonderdeel ze is opgesteld.

Een kopie van de “EC”-conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

d)

Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt b) vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

II.   Module B — EU-typeonderzoek

1.

Met EU-typeonderzoek wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin een aangemelde instantie het technisch ontwerp van een interoperabiliteitsonderdeel onderzoekt, controleert of het interoperabiliteitsonderdeel voldoen aan de eisen van het wetgevingsinstrument dat er op van toepassing is, en een verklaring hierover verstrekt.

2.

Het EU-typeonderzoek kan op een van de volgende manieren worden uitgevoerd:

onderzoek van een voor de geplande productie representatief monster van het volledige interoperabiliteitsonderdeel (productietype),

beoordeling van de geschiktheid van het technisch ontwerp van het interoperabiliteitsonderdeel, via onderzoek van de technische documentatie en het bewijsmateriaal als bedoeld in punt 3, plus onderzoek van voor de betrokken productie representatieve monsters van een of meer kritieke onderdelen van het interoperabiliteitsonderdeel (combinatie van productietype en ontwerptype),

beoordeling van de geschiktheid van het technisch ontwerp van het interoperabiliteitsonderdeel via onderzoek van de technische documentatie en het bewijsmateriaal als bedoeld in punt 3, zonder onderzoek van een monster (ontwerptype).

3.

De fabrikant dient een aanvraag voor het EU-typeonderzoek in bij een aangemelde instantie van zijn keuze.

De aanvraag omvat:

a)

de naam en het adres van de fabrikant en, indien de aanvraag wordt ingediend door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, ook diens naam en adres,

b)

een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend,

c)

de technische documentatie moet het mogelijk maken te beoordelen of het interoperabiliteitsonderdeel aan de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument voldoet en moet een passende risicoanalyse en -beoordeling omvatten. De technische documentatie moet de toepasselijke voorschriften bevatten en moet, voor zover relevant voor de beoordeling, betrekking hebben op het ontwerp, de productie en de werking van het interoperabiliteitsonderdeel. De technische documentatie bevat, indien van toepassing, ten minste de volgende elementen:

i)

een algemene beschrijving van het interoperabiliteitsonderdeel,

ii)

de ontwerp- en fabricagetekeningen, alsmede schema’s van componenten, subassemblages, circuits enz.,

iii)

de beschrijvingen en toelichtingen die nodig zijn voor het begrijpen van die tekeningen en schema’s en van de werking van het interoperabiliteitsonderdeel,

iv)

een lijst van de geheel of gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen en/of andere relevante technische specificaties waarvan de referenties zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, en beschrijvingen van de oplossingen om te voldoen aan de essentiële eisen van het wetgevingsinstrument in het geval die geharmoniseerde normen niet zijn toegepast. Bij gedeeltelijk toegepaste geharmoniseerde normen wordt in de technische documentatie gespecificeerd welke delen zijn toegepast;

v)

de resultaten van de uitgevoerde ontwerpberekeningen, onderzoeken enz., en

vi)

testverslagen,

d)

de monsters die representatief zijn voor de geplande productie. De aangemelde instantie kan meer monsters verlangen als dit voor het testprogramma nodig is,

e)

het bewijsmateriaal voor de geschiktheid van het technische ontwerp. Hierin worden de gevolgde documenten vermeld, in het bijzonder wanneer de desbetreffende geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet volledig zijn toegepast. Zo nodig worden ook de resultaten vermeld van tests die door een geschikt laboratorium van de fabrikant of namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid door een ander laboratorium zijn verricht.

4.

De aangemelde instantie verricht de volgende handelingen:

Met betrekking tot het interoperabiliteitsonderdeel:

4.1.

zij onderzoekt de technische documentatie en het bewijsmateriaal om de geschiktheid van het technische ontwerp van het interoperabiliteitsonderdeel te beoordelen;

Met betrekking tot het (de) monster(s):

4.2.

zij controleert of het monster (de monsters) overeenkomstig de technische documentatie is (zijn) vervaardigd en stelt vast welke elementen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties zijn ontworpen, alsook welke elementen zijn ontworpen zonder toepassing van de relevante bepalingen van die normen;

4.3.

zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de fabrikant heeft gekozen voor de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties, te controleren of deze op de juiste wijze zijn toegepast;

4.4.

zij verricht de nodige onderzoeken en tests, of laat die verrichten om, ingeval de oplossingen uit de relevante geharmoniseerde normen en/of technische specificaties niet zijn toegepast, te controleren of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de desbetreffende essentiële eisen van het wetgevingsinstrument voldoen;

4.5.

zij stelt in overleg met de fabrikant de plaats vast waar de onderzoeken en tests zullen worden uitgevoerd.

5.

De aangemelde instantie stelt een evaluatieverslag op over de overeenkomstig punt 4 verrichte activiteiten en de resultaten daarvan. Onverminderd haar verplichtingen ten aanzien van de aanmeldende autoriteiten, maakt de aangemelde instantie de inhoud van dit verslag uitsluitend met instemming van de fabrikant geheel of gedeeltelijk openbaar.

6.

Indien het type voldoet aan de eisen van de specifieke wetgevingsinstrumenten die van toepassing zijn op het desbetreffende interoperabiliteitsonderdeel, verstrekt de aangemelde instantie de fabrikant een certificaat van EU-typeonderzoek. Dit certificaat bevat de naam en het adres van de fabrikant, de conclusies van het onderzoek, de eventuele voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat en de gegevens die nodig zijn voor de identificatie van het goedgekeurde type. Het certificaat kan vergezeld gaan van een of meer bijlagen.

Het certificaat en de bijlagen bevatten alle informatie die nodig is om de conformiteit van de gefabriceerde interoperabiliteitsonderdelen met het onderzochte type te kunnen toetsen en controles tijdens het gebruik te kunnen verrichten.

Wanneer het type niet aan de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument voldoet, weigert de aangemelde instantie een certificaat van EU-typeonderzoek te verstrekken en brengt zij de aanvrager hiervan op de hoogte met vermelding van de precieze redenen voor de weigering.

7.

De aangemelde instantie zorgt ervoor dat ze op de hoogte blijft van elke verandering in de algemeen erkende stand van de techniek; indien het goedgekeurde type vanwege deze ontwikkeling mogelijk niet meer aan de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument voldoet, beoordeelt zij of nader onderzoek nodig is. Als dit het geval is, stelt de aangemelde instantie de fabrikant daarvan in kennis.

De fabrikant brengt de aangemelde instantie die de technische documentatie betreffende het certificaat van EU-typeonderzoek bewaart op de hoogte van alle wijzigingen van het goedgekeurde type die van invloed kunnen zijn op de conformiteit van het interoperabiliteitsonderdeel met de essentiële eisen van dit wetgevingsinstrument of de voorwaarden voor de geldigheid van het certificaat. Dergelijke wijzigingen vereisen een aanvullende goedkeuring in de vorm van een bijvoegsel bij het oorspronkelijke certificaat van EU-typeonderzoek.

8.

Elke aangemelde instantie brengt de autoriteiten die haar hebben aangemeld op de hoogte van de door haar verstrekte of ingetrokken certificaten van EU-typeonderzoek en/of aanvullingen daarop en verstrekt deze autoriteiten op gezette tijden of op verzoek een lijst van geweigerde, geschorste of anderszins beperkte certificaten en/of bijvoegsels daarbij.

Elke aangemelde instantie brengt de andere aangemelde instanties op de hoogte van de door haar geweigerde, ingetrokken, geschorste of anderszins beperkte certificaten van EU-typeonderzoek en bijvoegsels daarbij alsmede, op verzoek, van de door haar verstrekte certificaten en aanvullingen daarop.

De Commissie, de lidstaten en de andere aangemelde instanties kunnen op verzoek een kopie van de certificaten van EU-typeonderzoek en de bijvoegsels ontvangen. De Commissie en de lidstaten kunnen op verzoek een kopie van de technische documentatie en de resultaten van het door de aangemelde instantie verrichte onderzoek ontvangen. De aangemelde instantie bewaart een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en bijvoegsels, alsook het technisch dossier, met inbegrip van de door de fabrikant verstrekte documentatie, tot het einde van de geldigheidsduur van het certificaat.

9.

De fabrikant houdt gedurende tien jaar na het in de handel brengen van het interoperabiliteitsonderdeel een kopie van het certificaat van EU-typeonderzoek, de bijlagen en bijvoegsels, samen met de technische documentatie, ter beschikking van de nationale autoriteiten.

10.

De gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant kan de in punt 3 bedoelde aanvraag indienen en de in de punten 7 en 9 vermelde verplichtingen vervullen, op voorwaarde dat deze in het mandaat zijn gespecificeerd.

III.   Module C — Conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole

1.

Met “conformiteit met het type op basis van interne productiecontrole” wordt dat gedeelte van een conformiteitsbeoordelingsprocedure bedoeld waarin de fabrikant de verplichtingen in de punten 2 en 3 nakomt en garandeert en verklaart dat de betrokken interoperabiliteitsonderdelen overeenstemmen met het type als beschreven in het certificaat van EC-typeonderzoek en voldoen aan de toepasselijke eisen van de wetgevingsinstrumenten die er op van toepassing zijn.

2.

Fabricage

De fabrikant neemt alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het fabricageproces en het toezicht daarop waarborgt dat de vervaardigde interoperabiliteitsonderdelen conform zijn met het in het certificaat van EC-typeonderzoek beschreven goedgekeurde type en voldoen aan de eisen van de wetgevingsinstrumenten die er op van toepassing zijn.

3.

Conformiteitsmarkering en conformiteitsverklaring

3.1.

De fabrikant bevestigt de vereiste conformiteitsmarkering, zoals aangegeven in het wetgevingsinstrument, op elk afzonderlijk interoperabiliteitsonderdeel dat in overeenstemming is met het in het certificaat van EC-typeonderzoek beschreven type en voldoet aan de toepasselijke eisen van het wetgevingsinstrument.

3.2.

De fabrikant stelt voor een model van een interoperabiliteitsonderdeel een conformiteitsverklaring op en houdt deze verklaring gedurende tien jaar na het in de handel brengen van het interoperabiliteitsonderdeel ter beschikking van de nationale autoriteiten. In de conformiteitsverklaring wordt vermeld voor welk model van interoperabiliteitsonderdeel ze is opgesteld.

Een kopie van de conformiteitsverklaring wordt op verzoek aan de relevante autoriteiten verstrekt.

4.

Gemachtigde vertegenwoordiger

De in punt 3 vermelde verplichtingen van de fabrikant kunnen namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid worden vervuld door zijn gemachtigde vertegenwoordiger, op voorwaarde dat dit in het mandaat gespecificeerd is.

IV.   Testspecificaties

De naleving van de in bijlage I, punt 1, van de onderhavige uitvoeringsverordening en artikel 5, lid 4, van Richtlijn (EU) 2019/520 bedoelde eisen kan worden beoordeeld door de volgende testspecificaties toe te passen:

Bijlage I, punt 1, onder a), van deze uitvoeringsverordening, met betrekking tot DRSC-heffingstransacties: EN 15876-1:2016 (2), ETSI TS 102 708-1-1:2010 (3), ETSI TS 102 708-1-2:2010 (4), ETSI TS 102 708-2-1:2013 (5) en ETSI TS 102 708-2-2:2018 (6);

Bijlage I, punt 1, onder b), van deze uitvoeringsverordening, met betrekking tot real-time transacties voor conformiteitscontrole: EN ISO 13143-1:2016 (7);

Bijlage I, punt 1, onder c), van deze uitvoeringsverordening, met betrekking tot verhoogde nauwkeurigheid van de plaatsbepaling: EN ISO 13140-1:2016 (8).

V.   Geschiktheid voor gebruik (interoperabiliteit van de dienstverlening)

De beoordeling van de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen vindt plaats terwijl de onderdelen bediend worden of in gebruik zijn, en waarbij zij op een representatieve wijze geïntegreerd zijn in het EETS-tolheffingssysteem (met inbegrip van testomgevingen) van de tolheffer(s) op wiens gebied de voertuigapparatuur gedurende een bepaalde tijd moet functioneren. De beoordeling van de geschiktheid voor gebruik mag tests omvatten die vooraf zijn omschreven in de EETS-gebiedsverklaring of proefprojecten met echte gebruikers. De tolheffer of zijn gemachtigde vertegenwoordiger, alsook de EETS-aanbieder, de fabrikant of een gemachtigde vertegenwoordiger en de aangemelde instantie waarbij de EETS-aanbieder een aanvraag heeft ingediend, moeten voldoen aan elke stap van de beoordeling van de geschiktheid voor gebruik, op basis van meetbare criteria of parameters die gedefinieerd zijn in de EETS-gebiedsverklaring overeenkomstig bijlage II.

Om een dergelijke proefondervindelijke typekeuring uit te voeren en aan te tonen dat de interoperabiliteitsonderdelen bij gebruik interoperabel zijn, moet de fabrikant, de EETS-aanbieder of een gemachtigde vertegenwoordiger ofwel rechtstreeks samenwerking met de tolheffer(s), ofwel zich richten tot een aangemelde instantie, overeenkomstig de voorschriften onder a) en b). De desbetreffende tolheffer mag vragen dat tests en/of proefprojecten worden uitgevoerd door middel van de infrastructuur van de tolheffer, ongeacht of de EETS-aanbieder ervoor kiest rechtstreeks samen te werken met de tolheffer of zich te richten tot een aangemelde instantie.

a)

Als de EETS-aanbieder rechtstreeks samenwerkt met de tolheffer(s) in wiens gebied de boordapparatuur zal worden gebruikt,

is het aan de fabrikant, de EETS-aanbieder of een gemachtigde om:

1)

te voorzien in tests of een of meer voor het interoperabiliteitsonderdeel representatieve monsters in de handel te brengen, zoals vereist door de tolheffer(s);

2)

na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren via een door de tolheffer(s) goedgekeurde en gecontroleerde procedure;

3)

aan de tolheffer(s) te bewijzen dat de interoperabiliteitsonderdelen voldoen aan alle door de tolheffer(s) gestelde interoperabiliteitseisen;

4)

een verklaring van geschiktheid voor gebruik op te stellen, opdat door de tolheffer(s) een certificaat van geschiktheid voor gebruik kan worden afgegeven. De verklaring van geschiktheid voor gebruik erkent de beoordeling door de tolheffer(s) van de geschiktheid voor gebruik van de EETS-interoperabiliteitsonderdelen in de EETS-omgeving van de desbetreffende tolheffer(s).

De tolheffer dient:

1)

het programma voor proefondervindelijke typekeuring duidelijk te omschrijven;

2)

zijn goedkeuring te hechten aan de procedure die wordt toegepast om na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren in zijn tolgebieden, en specifieke controles te verrichten;

3)

te beoordelen of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk interoperabel zijn met zijn systeem;

4)

een certificaat van geschiktheid voor gebruik in zijn tolgebieden af te geven indien blijkt dat de interoperabiliteitsonderdelen correct functioneren.

b)

Wanneer de EETS-aanbieder zich richt tot een aangemelde instantie, dient de fabrikant, de EETS-aanbieder of een gemachtigde vertegenwoordiger:

1)

te voorzien in tests of een of meer voor het interoperabiliteitsonderdeel representatieve monsters in de handel te brengen, zoals vereist en gespecificeerd door de tolheffer(s);

2)

na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren via een door de aangemelde instantie goedgekeurde en gecontroleerde procedure;

3)

aan de aangemelde instantie te bewijzen dat de interoperabiliteitsonderdelen voldoen aan alle in dit besluit genoemde interoperabiliteitseisen van de tolheffer(s), met inbegrip van de resultaten van de proefondervindelijke keuring;

4)

een “EC”-verklaring van geschiktheid voor gebruik op te stellen, opdat de aangemelde instantie een certificaat van geschiktheid voor gebruik kan afgeven. De “EC”-verklaring van geschiktheid voor gebruik erkent de beoordeling door de aangemelde instantie van de geschiktheid voor gebruik van de EETS-interoperabiliteitsonderdelen met betrekking tot de EETS-omgeving van de geselecteerde tolheffer(s) en, met name in gevallen waarin interfaces worden gebruikt, met betrekking tot de functionele technische specificaties die moeten worden getest.

De aangemelde instantie dient:

1)

rekening te houden met de “EC”-verklaring van conformiteit met de specificaties en met de voorschriften die zijn vastgesteld in de EETS-gebiedsverklaring van de tolheffer(s).

2)

samenwerking met de relevante tolheffer(s) te organiseren;

3)

de technische documentatie en het programma voor proefondervindelijke typekeuring te controleren;

4)

haar goedkeuring te hechten aan de procedure die wordt toegepast om na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren, en specifiek toezicht uit te oefenen;

5)

te beoordelen of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk interoperabel zijn met de systemen en operationele processen van de tolheffer(s);

6)

een certificaat van geschiktheid voor gebruik af te geven indien blijkt dat de interoperabiliteitsonderdelen correct functioneren;

7)

een toelichtend rapport af te geven indien blijkt dat de interoperabiliteitsonderdelen niet correct functioneren. Het rapport dient tevens gewag te maken van de problemen die kunnen rijzen wanneer de systemen en processen van de tolheffer(s) niet conform zijn met de relevante normen en technische specificaties. In voorkomend geval worden in het rapport aanbevelingen geformuleerd om dergelijke problemen te verhelpen.

VI.   Inhoud en formaat van de verklaringen van conformiteit met specificaties en de verklaringen van geschiktheid voor gebruik

1.

Inhoud van de “EC”-conformiteitsverklaring

In de “EC”-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat de naleving van de eisen van artikel 15, leden 4, 5 en 6, van Richtlijn (EU) 2019/520 is aangetoond.

De structuur van de “EC”-conformiteitsverklaring moet beantwoorden aan het model in punt 2 van dit deel. Ze moet de elementen bevatten die gespecificeerd zijn in de in deze bijlage uiteengezette modules en moet voortdurend worden bijgewerkt. Ze moet worden vertaald in de taal of talen zoals gevraagd door de lidstaat waar het interoperabiliteitsonderdeel in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden.

Door de “EC”-conformiteitsverklaring op te stellen, neemt de fabrikant de verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteit van het interoperabiliteitsonderdeel.

2.

Model van de “EC”-conformiteitsverklaring

1)

Nr. … (uniek identificatienummer van het interoperabiliteitsonderdeel):

2)

De naam en het adres van de fabrikant of zijn gemachtigde vertegenwoordiger:

3)

Deze conformiteitsverklaring wordt afgegeven onder volledige verantwoordelijkheid van de fabrikant (of installateur):

4)

Voorwerp van de verklaring (identificatie van het interoperabiliteitsonderdeel met het oog op traceerbaarheid. Indien passend, mag een foto worden toegevoegd):

5)

Het hierboven beschreven voorwerp van de verklaring is in overeenstemming met de relevante harmonisatiewetgeving van de Unie: …

6)

Vermelding van de toegepaste relevante geharmoniseerde normen of van de specificaties waarop de conformiteitsverklaring betrekking heeft.

7)

Indien van toepassing, heeft de aangemelde instantie … (naam, nummer) … uitgevoerd (beschrijving van de interventie) … en het volgende certificaat afgegeven: …

8)

Aanvullende informatie:

Ondertekend voor en namens: …

(plaats en datum van afgifte):

(naam, functie) (handtekening):

De "EC"-verklaringen van geschiktheid voor gebruik, alsmede de bijgevoegde documenten, moeten gedateerd en ondertekend worden.

De verklaringen moeten worden opgesteld in dezelfde taal als die van de handleiding en zij moeten de volgende gegevens bevatten:

a)

verwijzingen naar de relevante wetgeving:

b)

naam en adres van de fabrikant, de EETS-aanbieder of de in de Unie gevestigde gemachtigde (handelsnaam en volledig adres van de gemachtigde vertegenwoordiger en de handelsnaam van de fabrikant);

c)

beschrijving van de interoperabiliteitsonderdelen (merk, type, versie enz.);

d)

omschrijving van de voor de opstelling van de verklaring van conformiteit, respectievelijk geschiktheid voor gebruik, gevolgde procedure;

e)

alle van toepassing zijnde eisen waaraan de interoperabiliteitsonderdelen voldoen en met name hun gebruiksvoorwaarden;

f)

in voorkomend geval, naam en adres van de bij de procedure voor de beoordeling van de conformiteit met de toepasselijke specificaties of de geschiktheid voor gebruik betrokken tolheffer(s)/aangemelde instantie(s);

g)

in voorkomend geval, de referentie van de technische specificaties;

h)

de identiteit van de ondertekenaar aan wie de bevoegdheid is verleend om, namens de fabrikant of diens in de Unie gevestigde gemachtigde, verplichtingen aan te gaan.


(1)  Besluit 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).

(2)  Electronic fee collection — Evaluation of on-board and roadside equipment for conformity to EN 15509

(3)  Intelligent Transport Systems (ITS); RTTT; Testspecificaties voor HDR-gegevensverzendingsapparatuur (High Data Rate) in de ISM-bandbreedte van 5,8 GHz; Deel 1: Datalinklaag; Subdeel 1: Pro-forma specificatie van het Protocol Implementation Conformance Statement (PICS)

(4)  Intelligent Transport Systems (ITS); RTTT; Testspecificaties voor HDR-gegevensverzendingsapparatuur (High Data Rate) in de ISM-bandbreedte van 5,8 GHz; Deel 1: Datalinklaag; Subdeel 2: Test Suite Structure and Test Purposes (TSS&TP)

(5)  Intelligent Transport Systems (ITS); RTTT; Testspecificaties voor HDR-gegevensverzendingsapparatuur (High Data Rate) in de ISM-bandbreedte van 5,8 GHz; Deel 2: Toepassingslaag; Subdeel 1: Pro-forma specificatie van het Protocol Implementation Conformance Statement (PICS)

(6)  Intelligent Transport Systems (ITS); RTTT; Testspecificaties voor HDR-gegevensverzendingsapparatuur (High Data Rate) in de ISM-bandbreedte van 5,8 GHz; Deel 2: Toepassingslaag; Subdeel 2: Test Suite Structure and Test Purposes (TSS&TP)

(7)  Electronic fee collection — Evaluation of on-board and roadside equipment for conformity to ISO 12813 — Part 1: Test suite structure and test purposes

(8)  Electronic fee collection — Evaluation of on-board and roadside equipment for conformity to ISO 13141 — Part 1: Test suite structure and test purposes


Top