EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019R1014

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1014 van de Commissie van 12 juni 2019 tot vaststelling van nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor grenscontroleposten, met inbegrip van inspectiecentra, en voor de vorm, de categorieën en afkortingen voor het opstellen van lijsten van grenscontroleposten en controlepunten (Voor de EER relevante tekst.)

C/2019/4199

OJ L 165, 21.6.2019, p. 10–22 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1014/oj

21.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 165/10


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/1014 VAN DE COMMISSIE

van 12 juni 2019

tot vaststelling van nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor grenscontroleposten, met inbegrip van inspectiecentra, en voor de vorm, de categorieën en afkortingen voor het opstellen van lijsten van grenscontroleposten en controlepunten

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (1), en met name artikel 60, lid 2, en artikel 64, lid 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In Verordening (EU) 2017/625 is onder meer het kader vastgesteld voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende dieren en goederen die uit derde landen de Unie binnenkomen, om na te gaan of de wetgeving van de Unie betreffende de voedselketen wordt nageleefd teneinde de gezondheid van mensen, dieren en planten en het dierenwelzijn te beschermen en, in verband met genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) en gewasbeschermingsmiddelen, ook het milieu. In de verordening is bepaald dat op zendingen dieren en goederen aan de grenscontrolepost van eerste binnenkomst in de Unie officiële controles moeten worden uitgevoerd. Daartoe moeten de lidstaten grenscontroleposten aanwijzen.

(2)

In Verordening (EU) 2017/625 zijn minimumvoorschriften vastgelegd waaraan grenscontroleposten moeten voldoen om te worden aangewezen. Derhalve moeten nadere regels worden vastgesteld betreffende minimumvoorschriften voor de infrastructuur, uitrusting en documentatie van grenscontroleposten.

(3)

Teneinde de gezondheid van mensen en dieren te beschermen, moeten aanvullende nadere regels voor minimumvoorschriften worden vastgesteld voor grenscontroleposten die voor de categorie dieren en bepaalde categorieën goederen, zoals producten van dierlijke oorsprong, dierlijke bijproducten, levende producten, samengestelde producten en hooi en stro, zijn aangewezen.

(4)

Om rekening te houden met de specifieke voorschriften voor het lossen van bepaalde niet in containers verpakte zendingen zoals zendingen visserijproducten of zendingen dierlijke bijproducten die bijvoorbeeld uit wol bestaan, en zendingen grote hoeveelheden bulkgoederen die onverpakt worden vervoerd, moeten grenscontroleposten in sommige gevallen worden vrijgesteld van het voorschrift om over een overdekte losplaats te beschikken. Overwegende dat zendingen vloeistoffen in bulk van dierlijke en niet-dierlijke oorsprong rechtstreeks vanuit het transportmiddel via speciale pijpen in tanks worden gelost, mogen grenscontroleposten er niet toe worden verplicht over plaatsen of ruimten voor het lossen van goederen en inspectieruimten of -plaatsen voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende vloeistoffen in bulk te beschikken.

(5)

Teneinde risico's van kruisbesmetting te voorkomen, moeten voorschriften worden vastgelegd voor het scheiden van producten in de los-, opslag- en inspectievoorzieningen op grenscontroleposten die voor producten van dierlijke oorsprong, samengestelde producten, dierlijke bijproducten en levende producten zijn aangewezen. Er moeten echter ook bepalingen worden vastgesteld om bij grenscontroleposten die uitsluitend voor verpakte goederen zijn aangewezen, of voor verpakte en bepaalde onverpakte goederen, van het voorschrift om producten te scheiden af te kunnen wijken wanneer uit de door de bevoegde autoriteiten uitgevoerde risicobeoordeling van de grenscontrolepost blijkt dat kruisbesmetting niet mogelijk is. Om in dit laatste geval het risico van kruisbesmetting doeltreffend aan te pakken, moeten de bevoegde autoriteiten daarnaast waarborgen dat zendingen niet gelijktijdig maar na elkaar worden afgehandeld en dat de voorzieningen tussen de aankomst van verschillende zendingen worden gereinigd en ontsmet.

(6)

Aangezien dieren en goederen die de Unie binnenkomen en op grenscontroleposten officieel moeten worden gecontroleerd, wellicht niet aan de wetgeving van de Unie voldoen, moeten, om het risico van kruisbesmetting te voorkomen, regels worden vastgesteld om het gebruik van bepaalde voorzieningen van grenscontroleposten voor zendingen dieren en goederen voor handelsverkeer binnen de Unie te verbieden en dergelijke gebruik voor zendingen dieren en goederen die voor de uitvoer bestemd zijn of die vanuit één punt op het grondgebied van de Unie via het grondgebied van een derde land naar een ander punt op het grondgebied van de Unie worden verplaatst, toe te staan, mits de bevoegde autoriteiten passende risicopreventiemaatregelen uitvoeren. Dergelijke maatregelen moeten zijn gebaseerd op een beoordeling van de capaciteit van de desbetreffende voorzieningen voor een dergelijke extra activiteit. De bevoegde autoriteiten moeten over passende regelingen beschikken om dieren overeenkomstig de regels van de Unie betreffende dierenwelzijn te behandelen.

(7)

Teneinde de doeltreffendheid van officiële controles en andere officiële activiteiten te bevorderen, moet een zekere mate van flexibiliteit worden geboden door onder bepaalde voorwaarden toe te staan dat opslagfaciliteiten van commerciële ondernemingen worden gebruikt en dat de zending wordt opgeslagen in het transportmiddel waarin de zending naar de grenscontrolepost is gebracht.

(8)

Teneinde de efficiënte organisatie en uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten te vergemakkelijken, moet worden toegestaan dat grenscontroleposten in één of meer inspectiecentra worden opgedeeld, waar de categorieën dieren en goederen waarvoor de grenscontrolepost is aangewezen, moeten worden gecontroleerd. In dat verband moeten minimumvoorschriften voor inspectiecentra worden vastgesteld.

(9)

In het kader van de procedure voor de aanwijzing van grenscontroleposten moet de Commissie beoordelen of de inspectiecentra voldoen aan de in artikel 64, lid 3, van Verordening (EU) 2017/625 vastgelegde minimumvoorschriften voor grenscontroleposten en aan de nadere regels betreffende minimumvoorschriften van deze verordening. Derhalve moeten de lidstaten alle benodigde informatie over de inspectiecentra bijvoegen wanneer zij de Commissie in kennis stellen van de aanwijzing van een grenscontrolepost.

(10)

Om op passende wijze te kunnen verifiëren of de grenscontroleposten en inspectiecentra de minimumvoorschriften van artikel 64, lid 3, van Verordening (EU) 2017/625 en de nadere voorschriften van deze verordening door naleven, moeten de lidstaten de Commissie in kennis stellen van elke wijziging in de infrastructuur of de werking van een grenscontrolepost, of van een inspectiecentrum binnen die post, indien wegens deze wijzigingen een actualisering noodzakelijk is van de informatie die overeenkomstig artikel 59, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 aan de Commissie is verstrekt. Derhalve moet in deze verordening van de lidstaten worden verlangd dat zij de Commissie dienovereenkomstig inlichten.

(11)

In artikel 53, lid 2, en artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 wordt elke lidstaat ertoe verplicht op internet actuele lijsten van de grenscontroleposten op zijn grondgebied beschikbaar te stellen en voor elke grenscontrolepost en elk controlepunt bepaalde informatie te verstrekken. Derhalve moeten in deze verordening de vorm van de lijsten van grenscontroleposten en controlepunten, alsmede de afkortingen die moeten worden gebruikt om de categorieën dieren en goederen aan te geven waarvoor de grenscontroleposten en controlepunten zijn aangewezen, en aanvullende specifieke informatie over de reikwijdte van de aanwijzing worden vastgelegd.

(12)

Met het oog op de transparantie moeten alle inspectiecentra die als onderdeel van een grenscontrolepost worden gebruikt, samen met de post zelf in de lijst van grenscontroleposten worden opgenomen, onder vermelding van de categorieën dieren en goederen die in de inspectiecentra worden gecontroleerd. Alle wijzigingen betreffende de inspectiecentra moeten in de lijst nauwkeurig worden weergegeven.

(13)

De regels die de Commissie overeenkomstig artikel 60, lid 2, en artikel 64, lid 4, van Verordening (EU) 2017/625 moet opstellen, houden nauw verband met elkaar aangezien deze alle betrekking hebben op voorschriften voor grenscontroleposten en controlepunten, en derhalve moeten deze vanaf dezelfde datum van toepassing zijn. Teneinde de correcte en volledige toepassing van deze regels te vergemakkelijken, is het nuttig deze in een enkele rechtshandeling vast te stellen.

(14)

In Besluit 2001/812/EG van de Commissie (2) zijn minimumvoorwaarden vastgelegd voor grensinspectieposten die overeenkomstig Richtlijn 97/78/EG van de Raad (3) zijn erkend, en voor inspectiecentra en regels voor de opstelling van een lijst hiervan. Bij Beschikking 2009/821/EG van de Commissie (4) is een lijst van erkende grensinspectieposten opgesteld. Bij Richtlijn 98/22/EG van de Commissie (5) zijn minimumeisen vastgesteld voor de uitvoering van fytosanitaire controles in controleposten van planten, plantaardige producten en andere materialen uit derde landen overeenkomstig Richtlijn 2000/29/EG van de Raad (6). Teneinde de samenhang te waarborgen en overlapping van voorschriften te voorkomen, moeten de Beschikkingen 2001/812/EG en 2009/821/EG en Richtlijn 98/22/EG worden ingetrokken.

(15)

De relevante bepalingen en de in Verordening (EU) 2017/625 aan de Commissie verleende bevoegdheden zijn van toepassing met ingang van 14 december 2019. Derhalve moeten de in deze verordening vastgestelde voorschriften ook vanaf die datum van toepassing zijn.

(16)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp

1.   In deze verordening worden voorschriften vastgesteld voor de uitvoering van Verordening (EU) 2017/625 wat betreft:

a)

gemeenschappelijke nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor de infrastructuur, uitrusting en documentatie van grenscontroleposten en andere controlepunten dan grenscontroleposten;

b)

specifieke nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor grenscontroleposten die voor de in artikel 47, lid 1, onder a) en b), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde categorieën dieren en goederen zijn aangewezen;

c)

nadere regels betreffende minimumvoorschriften voor inspectiecentra;

d)

de vorm, categorieën, afkortingen en andere gegevens voor de lijsten van grenscontroleposten en andere controlepunten dan grenscontroleposten.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1.   "verpakte goederen": goederen in elk type verpakking die de goederen volledig omsluit om lekken en verlies van inhoud te voorkomen;

2.   "inspectiecentrum": een aparte ruimte in een grenscontrolepost die is ingericht voor de uitvoering van officiële controles van en andere officiële activiteiten betreffende dieren en goederen die binnen de reikwijdte van de aanwijzing van de grenscontrolepost vallen;

3.   "hoefdieren": hoefdieren als omschreven in artikel 2, onder d), van Richtlijn 2004/68/EG van de Raad (7);

4.   "geregistreerde paardachtige": geregistreerde paardachtige als omschreven in artikel 2, onder c), van Richtlijn 2009/156/EG van de Raad (8).

HOOFDSTUK I

Gemeenschappelijke minimumvoorschriften voor grenscontroleposten

Artikel 3

Infrastructuur van grenscontroleposten

1.   Grenscontroleposten die voor de in artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde categorieën dieren en goederen zijn aangewezen, beschikken over de volgende voorzieningen:

a)

plaatsen of ruimten waar dieren en goederen worden gelost. Dergelijke plaatsen moeten van een dak zijn voorzien, behalve in de in lid 4 bedoelde gevallen;

b)

inspectieruimten of -plaatsen met warm en koud stromend water en voorzieningen om de handen te wassen en drogen;

c)

dierenverblijven en opslagplaatsen of -ruimten, waaronder koelruimten, indien dit voor de categorie goederen waarvoor de grenscontrolepost is aangewezen, noodzakelijk is; en

d)

toegang tot toiletten met voorzieningen om de handen te wassen en drogen.

2.   De in lid 1 bedoelde ruimten zijn van wanden, vloeren en plafonds voorzien die gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn, met passende riolering en passend natuurlijk of kunstlicht.

3.   De in lid 1 bedoelde plaatsen zijn gemakkelijk te reinigen, hebben passende riolering en passend natuurlijk of kunstlicht.

4.   Het in lid 1, onder a), bedoelde voorschrift dat losplaatsen van een dak voorzien moeten zijn, is niet van toepassing wanneer sprake is van:

a)

niet in containers verpakte visserijproducten voor menselijke consumptie;

b)

zendingen dierlijke bijproducten bestaande uit wol, verwerkte dierlijke eiwitten in bulk, mest of guano in bulk; en

c)

zendingen van grote hoeveelheden in artikel 47, lid 1, onder c), d) en e), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde bulkgoederen.

5.   De in lid 1, onder a) en b), bedoelde voorzieningen zijn niet noodzakelijk voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende vloeistoffen in bulk van dierlijke en niet-dierlijke oorsprong.

6.   De lidstaten mogen grenscontroleposten die voor de in artikel 47, lid 1, onder c), van Verordening (EU) 2017/625 genoemde categorieën goederen zijn aangewezen, vrijstellen van de verplichting om:

a)

te beschikken over warm en koud stromend water en voorzieningen om de handen te wassen en drogen zoals bedoeld in lid 1, onder b); en

b)

te beschikken over ruimten met plafonds die gemakkelijk te ontsmetten zijn zoals bedoeld in lid 2.

7.   De in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde voorzieningen mogen niet met andere in artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 genoemde categorieën goederen worden gedeeld wanneer deze voor producten van dierlijke oorsprong en samengestelde producten worden gebruikt.

8.   De in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde voorzieningen mogen niet met levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong worden gedeeld wanneer deze voor levende producten en dierlijke bijproducten worden gebruikt.

9.   In afwijking van de voorschriften van de leden 7 en 8 mogen grenscontroleposten de in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde voorzieningen delen wanneer het gaat om:

a)

grenscontroleposten die uitsluitend voor categorieën verpakte goederen zijn aangewezen; of

b)

grenscontroleposten die voor categorieën verpakte goederen en onverpakte goederen zijn aangewezen, mits:

i)

de bevoegde autoriteiten de grenscontroleposten onderwerpen aan een risicobeoordeling waaruit blijkt hoe kan worden gewaarborgd dat kruisbesmetting wordt vermeden, en de grenscontroleposten de maatregelen uitvoeren waarvan in de risicobeoordeling is vastgesteld dat zij kruisbesmetting voorkomen; en

ii)

de bevoegde autoriteiten waarborgen dat verschillende zendingen onverpakte goederen niet gelijktijdig maar na elkaar worden afgehandeld en dat voor zendingen onverpakte en verpakte goederen hetzelfde geldt. Tijdens de periode tussen de afhandeling van de verschillende zendingen worden de in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde voorzieningen gereinigd en ontsmet.

10.   Lid 9 is niet van toepassing op de in lid 1, onder c), bedoelde voorzieningen indien die voor de opslag van dierlijke bijproducten in bulk worden gebruikt.

11.   De bevoegde autoriteiten van de grenscontroleposten mogen toestaan dat commerciële opslagvoorzieningen worden gebruikt om de in artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde goederen onder hun toezicht op te slaan, mits die voorzieningen zich dichtbij de grenscontrolepost bevinden en onder de bevoegdheid van dezelfde douaneautoriteit vallen.

Dergelijke commerciële opslagvoorzieningen mogen voor de uitvoering van overeenstemmingscontroles en materiële controles van producten van niet-dierlijke oorsprong worden gebruikt, mits deze voorzieningen aan de in deze verordening vastgestelde minimumvoorschriften voldoen.

12.   Goederen die overeenkomstig lid 11 in commerciële opslagvoorzieningen worden bewaard, worden onder hygiënische omstandigheden opgeslagen en naar behoren door barcodes of andere elektronische middelen of etiketten geïdentificeerd. Indien de goederen een risico voor de gezondheid van mensen, dieren of planten, of in het geval van ggo's en gewasbeschermingsmiddelen tevens voor het milieu, met zich brengen, worden zij bovendien in een aparte afgesloten ruimte of op een van alle andere goederen afgescheiden plaats in de commerciële opslagvoorziening bewaard.

13.   Indien de grenscontrolepost aan een weg, spoorweg of haven gelegen is, mag opslag in het vervoermiddel waarin de goederen naar de grenscontrolepost zijn gebracht, onder toezicht van de bevoegde autoriteiten worden toegestaan.

14.   De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging in de infrastructuur of de werking van een grenscontrolepost, of van een inspectiecentrum binnen die post, indien wegens deze wijzigingen een actualisering noodzakelijk is van de informatie die overeenkomstig artikel 59, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 aan de Commissie is verstrekt.

Artikel 4

Uitrusting en documentatie van grenscontroleposten

1.   Grenscontroleposten beschikken over:

a)

uitrusting voor het wegen van zendingen wanneer het gebruik daarvan relevant is voor de categorieën dieren en goederen waarvoor de grenscontrolepost is aangewezen;

b)

uitrusting voor het lossen, openen en onderzoeken van zendingen;

c)

uitrusting voor het reinigen en ontsmetten en instructies voor het gebruik daarvan of een gedocumenteerd systeem voor reiniging en ontsmetting waarbij de reiniging en ontsmetting door extern personeel wordt uitgevoerd; en

d)

passende outillage voor de tijdelijke opslag van monsters onder geregelde temperatuur in afwachting van verzending naar het laboratorium en geschikte houders voor het vervoer van monsters.

2.   Voor zover van toepassing voor de categorieën dieren en goederen waarvoor de grenscontroleposten zijn aangewezen, zijn inspectieruimten of inspectieplaatsen uitgerust met:

a)

een tafel met een glad, afwasbaar oppervlak dat gemakkelijk te reinigen en ontsmetten is;

b)

een thermometer om de oppervlakte- en kerntemperatuur van de goederen te meten;

c)

apparatuur ter ontdooiing;

d)

bemonsteringsuitrusting; en

e)

plakband en genummerde zegels of duidelijk gemerkte etiketten om de traceerbaarheid te waarborgen.

3.   Indien dit nodig is om de integriteit te waarborgen van monsters die als deel van officiële controles zijn genomen, zijn gedetailleerde instructies betreffende monsterneming voor analyse en vervoer van dergelijke monsters naar het aangewezen officiële laboratorium beschikbaar.

HOOFDSTUK II

Specifieke minimumvoorschriften voor grenscontroleposten

Artikel 5

Grenscontroleposten aangewezen voor categorieën dieren

1.   Naast de voorschriften van de artikelen 3 en 4 beschikken grenscontroleposten die voor de in artikel 47, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde dieren zijn aangewezen, over de volgende voorzieningen:

a)

een kleedkamer met douches;

b)

de in artikel 3, lid, 1, onder a), bedoelde plaatsen of ruimten voor het lossen van dieren die voldoende ruimte, licht en ventilatie bieden;

c)

uitrusting voor voederen en drenken;

d)

opslagvoorzieningen voor diervoeder, stalstrooisel en mest of regelingen met een externe leverancier die dezelfde voorzieningen biedt;

e)

dierenverblijven om de volgende categorieën dieren waarvoor de grenscontrolepost is aangewezen, afzonderlijk van elkaar te houden:

i)

andere hoefdieren dan geregistreerde paardachtigen;

ii)

geregistreerde paardachtigen; en

iii)

andere dieren dan hoefdieren (maar met inbegrip van dierentuindieren);

f)

inspectieruimten of inspectieplaatsen met fixatiemiddelen en de passende uitrusting om klinisch onderzoek te verrichten; en

g)

een speciaal gereserveerde rijstrook of andere voorzieningen om te voorkomen dat de dieren onnodig moeten wachten voordat zij de losplaats bereiken.

2.   De in lid 1, onder b), c), e), f) en g), bedoelde voorzieningen worden zodanig ontworpen, gebouwd, onderhouden en gebruikt dat verwonding en onnodig lijden van de dieren wordt voorkomen en hun veiligheid wordt gewaarborgd.

3.   De in lid 1, onder a), b), c), e) en f), bedoelde voorzieningen vormen één geïntegreerde en volledige werkeenheid.

4.   De in lid 1 bedoelde voorzieningen mogen niet worden gebruikt voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende zendingen dieren voor handelsverkeer binnen de Unie.

De in lid 1 bedoelde voorzieningen mogen voor de uitvoering worden gebruikt van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende zendingen dieren die voor de uitvoer vanuit de Unie bestemd zijn of die vanuit één van de in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemde grondgebieden via het grondgebied van een derde land naar een ander in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemd grondgebied worden verplaatst, mits:

a)

de bevoegde autoriteiten de grenscontroleposten onderwerpen aan een risicobeoordeling waaruit blijkt hoe kan worden gewaarborgd dat kruisbesmetting wordt vermeden, en de grenscontroleposten de maatregelen uitvoeren waarvan in de risicobeoordeling is vastgesteld dat zij kruisbesmetting voorkomen; en

b)

de bevoegde autoriteiten waarborgen dat zendingen dieren die voor de uitvoer vanuit de Unie bestemd zijn of die vanuit één van de in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemde grondgebieden via het grondgebied van een derde land naar een ander in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemd grondgebied worden verplaatst, niet gelijktijdig maar na elkaar worden afgehandeld en dat voor alle andere zendingen dieren die de Unie binnenkomen, hetzelfde geldt. Tijdens de periode tussen de afhandeling van de verschillende zendingen dieren worden de hiervoor gebruikte voorzieningen gereinigd en ontsmet.

5.   De in lid 1, onder b), c), e) en f), bedoelde voorzieningen mogen niet met andere in artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 genoemde categorieën goederen worden gedeeld.

Artikel 6

Grenscontroleposten aangewezen voor categorieën producten van dierlijke oorsprong, dierlijke bijproducten, levende producten, samengestelde producten en hooi en stro

1.   Naast de voorschriften van de artikelen 3 en 4 voldoen grenscontroleposten die voor de in artikel 47, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde categorieën goederen zijn aangewezen, aan het volgende:

a)

zij beschikken over de in artikel 3, lid 1, onder b), bedoelde inspectieruimten met voorzieningen voor een omgeving met temperatuurregeling, indien nodig;

b)

indien zij voor categorieën gekoelde en diepgevroren goederen en goederen op kamertemperatuur zijn aangewezen, kunnen zij deze goederen gelijktijdig op elke passende temperatuur opslaan in afwachting van de resultaten van laboratoriumanalyse, testen of diagnose, of in afwachting van het resultaat van de controles van de bevoegde autoriteiten; en

c)

zij beschikken over kleedkamers.

2.   De in lid 1 bedoelde voorzieningen vormen één geïntegreerde en volledige werkeenheid.

3.   De in lid 1 bedoelde voorzieningen mogen niet voor de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende zendingen goederen voor handelsverkeer binnen de Unie worden gebruikt.

De in lid 1 bedoelde voorzieningen mogen voor de uitvoering worden gebruikt van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende zendingen goederen die voor de uitvoer vanuit de Unie bestemd zijn of die vanuit één van de in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemde grondgebieden via het grondgebied van een derde land naar een ander in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemd grondgebied worden verplaatst, mits:

a)

de bevoegde autoriteiten de grenscontroleposten onderwerpen aan een risicobeoordeling waaruit blijkt hoe kan worden gewaarborgd dat kruisbesmetting wordt vermeden, en de grenscontroleposten de maatregelen uitvoeren waarvan in de risicobeoordeling is vastgesteld dat zij kruisbesmetting voorkomen; en

b)

de bevoegde autoriteiten waarborgen dat zendingen goederen die voor de uitvoer vanuit de Unie bestemd zijn of die vanuit één van de in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemde grondgebieden via het grondgebied van een derde land naar een ander in bijlage I bij Verordening (EU) 2017/625 genoemd grondgebied worden verplaatst, niet gelijktijdig maar na elkaar worden afgehandeld en dat voor alle andere zendingen goederen die de Unie binnenkomen, hetzelfde geldt. Tijdens de periode tussen de afhandeling van de verschillende zendingen goederen worden de hiervoor gebruikte voorzieningen gereinigd en ontsmet.

4.   De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde voorschriften zijn niet van toepassing op de uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten betreffende vloeistoffen in bulk van dierlijke en niet-dierlijke oorsprong.

5.   Voor menselijke consumptie bestemde, levende kikkers, vissen en ongewervelden, broedeieren en visaas mogen op grenscontroleposten worden geïnspecteerd die voor de in artikel 47, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/625 categorieën goederen zijn aangewezen.

HOOFDSTUK III

Lijsten van grenscontroleposten en controlepunten

Artikel 7

Vorm van en categorieën, afkortingen en andere gegevens voor de lijst van grenscontroleposten en andere controlepunten

1.   De lidstaten gebruiken de in bijlage I vastgelegde vorm om de in artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde informatie te verstrekken.

2.   Bij de opstelling van de in artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde lijsten van grenscontroleposten en de lijsten van controlepunten overeenkomstig artikel 53, lid 2, van Verordening (EU) 2017/625 gebruiken de lidstaten de in bijlage II vastgelegde afkortingen en specificaties.

3.   Bij de lijsten van de grenscontroleposten en controlepunten wordt een toelichting gevoegd met de in bijlage II opgenomen afkortingen en specificaties.

HOOFDSTUK IV

Inspectiecentra

Artikel 8

Voorschriften voor inspectiecentra

1.   Grenscontroleposten kunnen een of meer inspectiecentra omvatten om, zo nodig, officiële controles en andere officiële activiteiten uit te voeren betreffende categorieën dieren en goederen die binnen de reikwijdte van de aanwijzing van de grenscontrolepost vallen.

2.   Inspectiecentra leven de in artikel 64, lid 3, van Verordening (EU) 2017/625 vastgelegde minimumvoorschriften voor grenscontroleposten en de nadere regels betreffende minimumvoorschriften van deze verordening na.

De voorschriften van artikel 64, lid 3, onder f), van Verordening (EU) 2017/625 zijn niet van toepassing voor inspectiecentra die toegang hebben tot de technologie en uitrusting voor het gebruiken van het in artikel 131 van die verordening bedoelde informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc) en tot andere geautomatiseerde informatiemanagementsystemen die in een andere voorziening van dezelfde grenscontrolepost beschikbaar zijn.

3.   Inspectiecentra:

a)

vallen onder de bevoegdheid van de douaneautoriteit van de grenscontrolepost; en

b)

onder de bevoegdheid van de bevoegde autoriteit van de grenscontrolepost.

4.   Wanneer lidstaten de Commissie overeenkomstig artikel 59 van Verordening (EU) 2017/625 in kennis stellen van de aanwijzing van een grenscontrolepost, dienen zij bij de Commissie tevens alle relevante informatie in betreffende eventuele in die grenscontrolepost gevestigde inspectiecentra.

5.   De lidstaten vermelden elk inspectiecentrum samen met de desbetreffende overeenkomstig artikel 59 van Verordening (EU) 2017/625 aangewezen grenscontrolepost, in de in bijlage I vastgelegde vorm. In deze gegevens worden tevens de categorieën dieren en goederen gespecificeerd die overeenkomstig artikel 7 in de inspectiecentra worden gecontroleerd.

6.   Zodra inspectiecentra niet meer aan de leden 2 en 3 voldoen, verwijderen de lidstaten deze van de in lid 5 bedoelde lijst en stellen zij de Commissie in kennis van de verwijdering en de redenen voor dat besluit.

Artikel 9

Intrekkingen

De Beschikkingen 2001/812/EG en 2009/821/EG van de Commissie en Richtlijn 98/22/EG van de Commissie worden met ingang van 14 december 2019 ingetrokken.

Artikel 10

Inwerkingtreding en datum van toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 14 december 2019.

Voor grenscontroleposten die overeenkomstig artikel 59, lid 1, van Verordening (EU) 2017/625 zijn aangewezen voor de in artikel 47, lid 1, onder c), van die verordening bedoelde goederen en die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening niet over overdekte losplaatsen of -ruimten beschikken, gelden artikel 3, lid 1, onder a), tweede zin, en artikel 3, lid 3, vanaf 14 december 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juni 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)  PB L 93 van 7.4.2017, blz. 3.

(2)  Beschikking 2001/812/EG van de Commissie van 21 november 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van grensinspectieposten belast met veterinaire controles van producten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PB L 306 van 23.11.2001, blz. 28).

(3)  Richtlijn 97/78/EG van de Raad van 18 december 1997 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor producten die uit derde landen in de Gemeenschap worden binnengebracht (PB L 24 van 30.1.1998, blz. 9).

(4)  Beschikking 2009/821/EG van de Commissie van 28 september 2009 tot opstelling van een lijst van erkende grensinspectieposten, tot vaststelling van bepaalde voorschriften voor door veterinaire deskundigen van de Commissie uitgevoerde inspecties en tot vaststelling van de veterinaire eenheden in Traces (PB L 296 van 12.11.2009, blz. 1).

(5)  Richtlijn 98/22/EG van de Commissie van 15 april 1998 tot vaststelling van de minimumeisen voor de uitvoering in de Gemeenschap van fytosanitaire controles van planten, plantaardige producten of andere materialen uit derde landen, in niet op de plaats van bestemming gevestigde controleposten (PB L 126 van 28.4.1998, blz. 26).

(6)  Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1).

(7)  Richtlijn 2004/68/EG van de Raad van 26 april 2004 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor de invoer in en de doorvoer via de Gemeenschap van bepaalde levende hoefdieren, tot wijziging van de Richtlijnen 90/426/EEG en 92/65/EEG en tot intrekking van Richtlijn 72/462/EEG (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 319).

(8)  Richtlijn 2009/156/EG van de Raad van 30 november 2009 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (PB L 192 van 23.7.2010, blz. 1).


BIJLAGE I

Vorm van de lijsten van grenscontroleposten

1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Grenscontrolepost

Contactgegevens

Traces-code

Soort vervoer

Inspectiecentra

Categorieën dieren en goederen en specificaties

Aanvullende specificaties betreffende de reikwijdte van de aanwijzing

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Vorm van de lijsten van controlepunten

1.

2.

3.

6.

7.

Controlepunt

Contactgegevens

Traces-code

Categorieën dieren en goederen en specificaties

Aanvullende specificaties betreffende de reikwijdte van de aanwijzing

 

 

 

 

 

 

 

 

 


BIJLAGE II

Veldnummer 1: Grenscontrolepost/controlepunt

Naam van de grenscontrolepost/het controlepunt

Veldnummer 2: Contactgegevens van de grenscontrolepost/het controlepunt

Volledig adres

E-mailadres

Telefoonnummer

Openingstijden (alleen verplicht voor de grenscontrolepost)

Website (alleen verplicht voor de grenscontrolepost)

Veldnummer 3:

Toegewezen Traces-code

Veldnummer 4: Soort vervoer van de grenscontrolepost

A

=

Luchthaven

F

=

Spoorweg

P

=

Zeehaven

R

=

Weg

Veldnummer 5: Inspectiecentra

(Een grenscontrolepost kan meerdere inspectiecentra omvatten)

Naam van het inspectiecentrum

Adres en contactgegevens

Veldnummer 6: Grenscontrolepost en controlepunt

Categorieën dieren en goederen en specificaties

Veldnummer 7: Grenscontrolepost en controlepunt

Aanvullende specificaties betreffende het gebied van de aanwijzing: vrije tekst om de aanvullende specificatie te vermelden (1)

Afkortingen en specificaties van toepassing op de categorieën dieren en goederen waarvoor de grenscontrolepost/het controlepunt is aangewezen, indien van toepassing met inbegrip van inspectiecentra

a)   Voor de in artikel 47, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2017/625 bedoelde dieren

Afkortingen

LA

Levende dieren

-U

Andere hoefdieren dan geregistreerde paardachtigen

-E

Geregistreerde paardachtigen

-O

Andere dieren dan hoefdieren (deze afkorting omvat tevens dierentuinhoefdieren)


Specificaties

(*)

Schorsing van de grenscontrolepost en het controlepunt als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EU) 2017/625

(1)

Zie de aanvullende specificaties in veld 7

b)   Voor producten van dierlijke oorsprong, samengestelde producten, levende producten, dierlijke bijproducten, hooi en stro, als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder b), van Verordening (EU) 2017/625, of waarvoor voorwaarden of maatregelen gelden als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder d), e) of f), van Verordening (EU) 2017/625

Afkortingen

POA

Producten van dierlijke oorsprong, samengestelde producten, levende producten en dierlijke bijproducten, hooi en stro

-HC

Producten voor menselijke consumptie

-NHC

Niet voor menselijke consumptie bestemde producten

-NT

Geen temperatuurvereiste

-T

Bevroren/gekoelde producten

-T(FR)

Bevroren producten

-T(CH)

Gekoelde producten


Specificaties

(*)

Schorsing van de grenscontrolepost en het controlepunt als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EU) 2017/625

(1)

Zie de aanvullende specificaties in veld 7

(2)

Uitsluitend verpakte producten

(3)

Uitsluitend visserijproducten

(4)

Uitsluitend vloeistoffen in bulk

c)   Voor planten, plantaardige producten en ander materiaal als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder c), van Verordening (EU) 2017/625

Afkortingen

P

Planten

PP

Plantaardige producten

PP(WP)

Hout en houtproducten

OO

Andere materialen


Specificaties

(*)

Schorsing van de grenscontrolepost en het controlepunt als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EU) 2017/625

(1)

Zie de aanvullende specificaties in veld 7

 

 

d)   Voor goederen van niet-dierlijke oorsprong als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder d), e) of f), van Verordening (EU) 2017/625

Afkortingen

PNAO

Producten van niet-dierlijke oorsprong

-HC(food)

Levensmiddelen van niet-dierlijke oorsprong waarvoor voorwaarden of maatregelen gelden als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder d), e) of f), van Verordening (EU) 2017/625

-NHC(feed)

Diervoeder van niet-dierlijke oorsprong waarvoor voorwaarden of maatregelen gelden als bedoeld in artikel 47, lid 1, onder d), e) of f), van Verordening (EU) 2017/625

-NHC(other)

Producten van niet-dierlijke oorsprong die noch levensmiddelen noch diervoeder zijn

-NT

Geen temperatuurvereiste

-T

Bevroren/gekoelde producten

-T(FR)

Bevroren producten

-T(CH)

Gekoelde producten


Specificaties

(*)

Schorsing van de grenscontrolepost en het controlepunt als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EU) 2017/625

(1)

Zie de aanvullende specificaties in veld 7

(2)

Uitsluitend verpakte producten

(4)

Uitsluitend vloeistoffen in bulk

 

 


Top