Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019R0915

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/915 van de Commissie van 4 juni 2019 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

C/2019/3892

PB L 146 van 5.6.2019, pp. 63–97 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 07/08/2025

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/915/oj

5.6.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 146/63


UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2019/915 VAN DE COMMISSIE

van 4 juni 2019

tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaalde aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (1) ("de basisverordening"), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   PROCEDURE

1.1.   Geldende maatregelen

(1)

In maart 2013 heeft de Raad na een antidumpingonderzoek ("het oorspronkelijke onderzoek") bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 217/2013 (2) ("de definitieve verordening") een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde aluminiumfolie op rollen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7607 11 11 en ex 7607 19 10, van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de VRC").

(2)

Met de definitieve verordening is een antidumpingrecht, variërend van 14,2 % tot 15,6 %, ingesteld op producten van de in de steekproef opgenomen medewerkende producenten-exporteurs, en daarnaast een antidumpingrecht van 14,6 % voor de niet in de steekproef opgenomen medewerkende ondernemingen en van 35,6 % voor alle andere producenten-exporteurs in de VRC.

1.2.   Opening van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen

(3)

Op 14 juni 2017 heeft de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie (3) een bericht gepubliceerd dat de geldende antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de VRC, op korte termijn zouden vervallen.

(4)

Op 14 december 2017 hebben acht producenten in de Unie (ALEURO Converting Sp. Z o.o., CeDo Sp. z o.o., Cuki Cofresco SpA, Fora Folienfabrik GmbH, ITS BV, Rul-Let A/S, SPHERE SA en Wrapex Ltd) ("de indieners van het verzoek"), die meer dan 40 % van de totale productie van bepaalde aluminiumfolie op rollen in de Europese Unie ("de Unie") vertegenwoordigen, een verzoek om een nieuw onderzoek ingediend op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening.

(5)

De indieners van het verzoek voerden als reden voor dit verzoek aan dat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk zou leiden tot voortzetting of herhaling van dumping en schade voor de bedrijfstak van de Unie.

(6)

Na te hebben vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek te openen, heeft de Commissie op 13 maart 2018 een bericht van opening bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie (4) ("het bericht van opening").

1.3.   Tijdvak van het nieuwe onderzoek en beoordelingsperiode

(7)

Het onderzoek naar de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van dumping en schade had betrekking op de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2017 ("het tijdvak van het nieuwe onderzoek" of "het TNO").

(8)

Het onderzoek van de ontwikkelingen die relevant zijn voor de beoordeling van de waarschijnlijkheid van voortzetting of herhaling van schade had betrekking op de periode van 1 januari 2014 tot het einde van het tijdvak van het nieuwe onderzoek ("de beoordelingsperiode").

1.4.   Belanghebbenden

(9)

In het bericht van opening heeft de Commissie alle belanghebbenden uitgenodigd contact met haar op te nemen om aan het onderzoek mee te werken. De Commissie heeft de indieners van het verzoek, bekende producenten in de Unie en hun verenigingen, bekende importeurs van bepaalde aluminiumfolie op rollen in de Unie, de autoriteiten in de VRC en bekende producenten-exporteurs in de VRC op de hoogte gesteld van de opening van het nieuwe onderzoek bij het vervallen van de maatregelen en hen verzocht eraan mee te werken.

(10)

Alle belanghebbenden zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen in te dienen over de opening van het onderzoek en te verzoeken om door de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures te worden gehoord. Geen van de belanghebbenden heeft verzocht om een hoorzitting.

1.5.   Samenstelling van een steekproef

(11)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij mogelijk een steekproef van de belanghebbenden zou samenstellen overeenkomstig artikel 17 van de basisverordening.

1.5.1.   Steekproef van producenten in de Unie

(12)

In het bericht van opening heeft de Commissie verklaard dat zij een voorlopige steekproef van producenten in de Unie had samengesteld.

(13)

Overeenkomstig artikel 17, lid 1, van de basisverordening heeft de Commissie de steekproef samengesteld op basis van de grootste representatieve productiehoeveelheden van het soortgelijke product dat binnen de beschikbare tijd redelijkerwijs kon worden onderzocht.

(14)

De voorlopige steekproef bestond uit drie producenten in de Unie die goed zijn voor ongeveer 66 % van de totale productiehoeveelheden van de medewerkende producenten in de Unie. De Commissie heeft de belanghebbenden om opmerkingen over de voorlopige steekproef verzocht en ontving alleen opmerkingen van Sphere SA, die bevestigd wilde zien dat uitsluitend haar productieonderneming Sphere France SAS in de steekproef zou worden opgenomen. De steekproef werd derhalve als representatief voor de bedrijfstak van de Unie bevonden.

1.5.2.   Steekproef van niet-verbonden importeurs

(15)

De Commissie heeft in het bericht van opening de importeurs en hun representatieve verenigingen uitgenodigd om zich kenbaar te maken en specifieke informatie te verstrekken die noodzakelijk is om vast te stellen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen.

(16)

Geen enkele niet-verbonden importeur heeft de gevraagde informatie verstrekt en ermee ingestemd om in de steekproef te worden opgenomen. Eén onderneming heeft geantwoord dat zij noch een importeur noch een gebruiker van het onderzochte product is.

1.5.3.   Steekproef van producenten-exporteurs in de VRC

(17)

Om de Commissie in staat te stellen te beslissen of een steekproef noodzakelijk was en, zo ja, deze samen te stellen, werden alle bekende producenten in de VRC verzocht de in het bericht van opening gevraagde informatie te verstrekken. Daarnaast heeft de Commissie om de medewerking van de Vertegenwoordiging van de VRC bij de Europese Unie verzocht om mogelijke andere producenten die geïnteresseerd zouden kunnen zijn in medewerking aan het onderzoek, op te sporen en/of contact met hen op te nemen.

(18)

Vier groepen Chinese producenten hebben op de steekproef gereageerd. Gezien het geringe aantal reacties heeft de Commissie besloten dat een steekproef niet noodzakelijk was en heeft zij alle Chinese producenten die op de steekproef hadden gereageerd, verzocht om de vragenlijst in te vullen.

1.5.4.   Gebruikers

(19)

De Commissie heeft in het bericht van opening de gebruikers en hun representatieve verenigingen, en representatieve consumentenorganisaties uitgenodigd om zich kenbaar te maken en mee te werken. Geen van de gebruikers in de Unie of hun verenigingen heeft zich kenbaar gemaakt.

1.5.5.   Vragenlijsten en controles ter plaatse

(20)

De Commissie heeft de drie in de steekproef opgenomen ondernemingen in de Unie een vragenlijst toegezonden. Zoals vermeld in overweging 18, werden er ook vragenlijsten gestuurd naar vier groepen producenten in de VRC.

(21)

De drie in de steekproef opgenomen producenten in de Unie stuurden een antwoord op de vragenlijst in. Geen van de Chinese producenten die op de steekproef hadden gereageerd, heeft de vragenlijst vervolgens echter volledig beantwoord. De Commissie heeft de producenten-exporteurs over de gevolgen van het gebrek aan medewerking geïnformeerd; toch verleende geen enkele producent-exporteur medewerking aan het onderzoek.

(22)

De Commissie heeft alle gegevens verzameld en gecontroleerd die zij nodig achtte om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat de dumping zou voortduren en dat opnieuw schade zou ontstaan en om het belang van de Unie te bepalen. Overeenkomstig artikel 16 van de basisverordening zijn bij de volgende producenten in de Unie controles ter plaatse verricht:

—

CeDo Sp. z o.o., Kąty Wrocławskie, Polen;

—

ITS BV, Apeldoorn, Nederland;

—

Sphere SA, Parijs, Frankrijk.

1.6.   Procedure voor de vaststelling van de normale waarde op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening

(23)

Aangezien er bij de opening van het onderzoek voldoende bewijs beschikbaar was waaruit bleek dat er sprake was van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening, achtte de Commissie het passend om het onderzoek op grond van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te openen.

(24)

Om de benodigde gegevens voor de uiteindelijke toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening te verzamelen, heeft de Commissie in het bericht van opening alle producenten-exporteurs in de VRC verzocht de in bijlage III bij het bericht van opening verlangde informatie over de basisproducten voor de vervaardiging van het onderzochte product te verstrekken. Vier groepen Chinese producenten hebben met het oog hierop informatie verstrekt.

(25)

Om de informatie te verkrijgen die zij voor haar onderzoek met betrekking tot de vermeende verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening nodig acht, heeft de Commissie ook aan de overheid van de Volksrepubliek China ("de Chinese regering") een vragenlijst toegezonden. Van de Chinese regering is geen antwoord ontvangen.

(26)

In het bericht van opening heeft de Commissie alle belanghebbenden verzocht hun standpunt kenbaar te maken en informatie en bewijsmateriaal in te dienen met betrekking tot de vraag of artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening van toepassing moet blijven; de Commissie heeft hun verzocht dit uiterlijk 37 dagen na de datum van bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie te doen. Van de Chinese overheid of de producenten-exporteurs werd wat dit betreft, geen informatie of aanvullend bewijs ontvangen.

(27)

In het bericht van opening heeft de Commissie ook vermeld dat zij, gezien het beschikbare bewijs, wellicht op grond van artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening een geschikt representatief land moet selecteren om op basis van niet-verstoorde prijzen of benchmarks de normale waarde vast te stellen.

(28)

Op 19 april 2018 heeft de Commissie een eerste mededeling voor het dossier gepubliceerd ("de mededeling van 19 april 2018"), waarin zij vraagt om de standpunten van de belanghebbenden over de relevante bronnen die de Commissie kan gebruiken om de normale waarde vast te stellen. In de mededeling van 19 april 2018 heeft de Commissie een overzicht verschaft van alle productiefactoren zoals grondstoffen, energie en arbeid die door de producenten-exporteurs bij de vervaardiging van het onderzochte product worden gebruikt. Daarnaast heeft de Commissie, met inachtneming van de criteria voor de keuze van niet-verstoorde prijzen of benchmarks, in dat stadium Turkije als mogelijk representatief land aangewezen. De Commissie heeft voorts aangegeven dat zij een producent, Sedat Tahir A.S., had gevonden waarvan de jaarrekening publiekelijk beschikbaar was en die het onderzochte product in het mogelijk representatieve land vervaardigde.

(29)

De Commissie gaf alle belanghebbenden de gelegenheid binnen tien dagen mee te delen wat zij van dit voorstel vonden, maar er werden geen opmerkingen ontvangen.

(30)

In een "tweede mededeling over de bronnen voor de vaststelling van de normale waarde" van 3 oktober 2018 ("de mededeling van 3 oktober 2018") bevestigde de Commissie haar voornemen om Turkije als het representatieve land te gebruiken, bevestigde zij de specifieke douanecodes en gegevensbronnen voor de productiefactoren en bevestigde zij de verkoopkosten, algemene kosten en administratiekosten (VAA-kosten) en de winstcijfers van de Turkse onderneming Sedat Tahir A.S., die zij indien nodig van plan was voor de berekening van de normale waarde te gebruiken.

(31)

De Commissie gaf alle belanghebbenden de gelegenheid binnen tien dagen mee te delen wat zij van dit voorstel vonden, maar er werden geen opmerkingen ontvangen.

2.   ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT

2.1.   Onderzocht product

(32)

Het onderzochte product is hetzelfde als in het oorspronkelijke onderzoek, namelijk aluminiumfolie met een dikte van 0,007 mm of meer, maar minder dan 0,021 mm, niet op een drager, enkel gewalst, al dan niet gegaufreerd, op kleine rollen met een gewicht van maximaal 10 kg, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7607 11 11 en ex 7607 19 10 (Taric-codes 7607111110 en 7607191010) ("het onderzochte product").

(33)

Het onderzochte product wordt gewoonlijk als consumentenproduct voor verpakkingsdoeleinden en andere huishoudelijke en cateringtoepassingen gebruikt ("aluminiumfolie voor huishoudelijk gebruik").

2.2.   Soortgelijk product

(34)

Er werd van uitgegaan dat het onderzochte product dat in de VRC wordt geproduceerd en naar de Unie wordt uitgevoerd, het product dat in het representatieve land Turkije wordt geproduceerd, en het product dat door de bedrijfstak van de Unie in de Unie wordt geproduceerd en verkocht, dezelfde fysische en technische eigenschappen hebben en voor dezelfde basistoepassingen worden gebruikt. Geen van de belanghebbenden heeft opmerkingen gemaakt over de vaststelling van het soortgelijke product.

(35)

De Commissie heeft geconcludeerd dat die producten derhalve soortgelijke producten zijn in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening.

2.3.   Argumenten betreffende de productomschrijving

(36)

De Commissie heeft geen argumenten betreffende de productomschrijving ontvangen.

3.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DUMPING

3.1.   Inleidende opmerkingen

(37)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of voortzetting of herhaling van dumping bij uitvoer uit de VRC waarschijnlijk is indien de geldende maatregelen zouden komen te vervallen.

(38)

Zoals vermeld in overweging 21, werkten er geen Chinese producenten-exporteurs aan het onderzoek mee. Zo hebben de producenten-exporteurs geen ingevulde vragenlijst teruggestuurd, waaronder gegevens over uitvoerprijzen en -kosten, binnenlandse prijzen en kosten, capaciteit, productie, investeringen enz. Ook hebben de Chinese regering en de producenten-exporteurs niet gereageerd op het bewijs in het dossier, waaronder het "Commission Staff Working Document on Significant Distortions in the Economy of the People's Republic of China for the Purposes of Trade Defense Investigations" (werkdocument van de diensten van de Commissie over verstoringen van betekenis in de economie van de Volksrepubliek China met het oog op handelsbeschermingsonderzoeken) (5) ("het verslag"), en het door de indieners van het verzoek verstrekte aanvullende bewijs, waaruit blijkt dat zulke prijzen en kosten door aanzienlijk overheidsingrijpen werden beïnvloed. Daarom heeft de Commissie overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening gebruikgemaakt van de beschikbare gegevens.

(39)

De Commissie heeft de Chinese autoriteiten en de producenten-exporteurs die in overweging 18 worden vermeld, op de hoogte gebracht van de toepassing van artikel 18 van de basisverordening en hen in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken. De Commissie heeft geen opmerkingen ontvangen. Bijgevolg zijn de bevindingen betreffende de mogelijke voortzetting of herhaling van dumping overeenkomstig artikel 18, lid 1, van de basisverordening gebaseerd op de beschikbare gegevens, met name de informatie in het verzoek om een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen, de bijdragen van belanghebbenden, en de beschikbare statistische gegevens in de databank uit hoofde van artikel 14, lid 6/statistieken van Eurostat.

3.2.   Voortzetting van dumping van invoer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek

(40)

Uit de statistische gegevens van Eurostat blijkt dat het onderzochte product gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek vanuit de VRC in de Unie werd ingevoerd. Het ging hierbij om 1 519 ton, dat wil zeggen 1,8 % van het totale verbruik in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Wat dit betreft, heeft de Commissie opgemerkt dat een dergelijk niveau niet ongewoon laag is in het kader van nieuwe onderzoeken bij het vervallen van maatregelen, omdat logischerwijs wordt verwacht dat door effectieve maatregelen om de schadelijke gevolgen van invoer met dumping tegen te gaan, de invoer met minder schade veroorzakende dumping dan voorheen zal plaatsvinden. De omvang van de invoer uit de VRC tijdens het TNO bedroeg namelijk 22,9 % van alle invoer. Bovendien leidt de berekening op basis van de prijzen bij uitvoer naar derde landen tijdens het TNO ook tot soortgelijke niveaus van dumping, zoals vermeld in overweging 165. Dit bevestigt dat de conclusies op basis van de omvang van de invoer in de EU tijdens het TNO eveneens representatief zijn. De Commissie kwam dan ook tot de conclusie dat de actuele invoer in het tijdvak van het nieuwe onderzoek representatief was en onderzocht derhalve of de dumping gedurende dit tijdvak werd voortgezet.

3.3.   Normale waarde

(41)

Volgens artikel 2, lid 1, van de basisverordening geldt: "De normale waarde is normaal gebaseerd op de prijzen die door onafhankelijke afnemers in het land van uitvoer in het kader van normale handelstransacties worden betaald of dienen te worden betaald."

(42)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening geldt echter: "Wanneer […] wordt vastgesteld dat het wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van punt b) in het land van uitvoer niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in dat land, wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen" en deze "omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst". Zoals hieronder verder wordt toegelicht, heeft de Commissie in dit onderzoek geconcludeerd dat het op basis van het beschikbare bewijs en gezien het gebrek aan medewerking van de Chinese regering en de producenten-exporteurs juist was artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening toe te passen.

3.3.1.   Aanwezigheid van verstoringen van betekenis

3.3.1.1.   Inleiding

(43)

In artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening worden verstoringen van betekenis omschreven als "de verstoringen die zich voordoen wanneer de gerapporteerde prijzen en kosten, waaronder de kosten van grondstoffen en energie, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, doordat zij door aanzienlijk overheidsingrijpen worden beïnvloed. Bij de beoordeling van de aanwezigheid van verstoringen van betekenis, wordt onder meer acht geslagen op de mogelijke gevolgen van een of meer van de volgende factoren:

—

het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen;

—

overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt;

—

discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden;

—

het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving;

—

verstoringen van loonkosten;

—

toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat."

(44)

In artikel 2, lid 6 bis, onder c), van de basisverordening staat: "Wanneer de Commissie beschikt over gegronde aanwijzingen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verstoringen van betekenis zoals bedoeld onder b), in een bepaald land of een bepaalde sector in dat land, en waar passend voor de doeltreffende toepassing van deze verordening, stelt zij een rapport op waarin de marktomstandigheden, zoals bedoeld onder b), in dat land of die sector worden beschreven; zij maakt dat rapport openbaar en actualiseert het geregeld."

(45)

De belanghebbenden werd verzocht het bewijs dat zich bij de opening van het onderzoek in het onderzoeksdossier bevond, te weerleggen, aan te vullen of daarover opmerkingen te maken. Dat dossier bevatte met name beweringen en bewijsmateriaal van de indieners van het verzoek met betrekking tot de aanwezigheid van verstoringen van betekenis op de Chinese aluminiummarkt. Het dossier bevatte ook een kopie van het verslag, dat door de Commissie is opgesteld, waaruit blijkt dat er in talrijke geledingen van de economie sprake was van aanzienlijk overheidsingrijpen, waaronder specifieke verstoringen in vele belangrijke productiefactoren (zoals grond, energie, kapitaal, grondstoffen en arbeid) en in specifieke sectoren (zoals aluminium). Het verslag werd bij de opening aan het onderzoeksdossier toegevoegd.

(46)

Op basis van het beschikbare bewijs in het dossier, waaronder het bewijs in het verslag, heeft de Commissie aldus besloten te onderzoeken of het al dan niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten in de VRC, wegens het bestaan van verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening. Tijdens die analyse werd gekeken naar het aanzienlijke ingrijpen van de overheid in haar economie in het algemeen, maar ook naar de specifieke marktsituatie in de betrokken sector (d.w.z. aluminium), waaronder het onderzochte product.

(47)

Zoals vermeld in de overwegingen 25 en 26, hebben noch de Chinese regering noch de producenten-exporteurs opmerkingen gemaakt over of bewijs geleverd ter ondersteuning of weerlegging van het bestaande bewijsmateriaal in het onderzoeksdossier, inclusief het verslag, en het door de indieners van het verzoek geleverde aanvullende bewijs met betrekking tot het bestaan van verstoringen van betekenis en/of de juistheid van de toepassing van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening in het onderhavige geval.

3.3.1.2.   Beweringen van de indieners van het verzoek en het bewijs dat werd geleverd om deze beweringen te staven

(48)

Het verzoek bevatte enig relevant bewijsmateriaal ter ondersteuning van de beweringen over verstoringen van betekenis en ter aanvulling van het verslag.

(49)

Ten eerste hebben de indieners van het verzoek in hoofdstuk III A.1.a van het verzoek aangegeven dat de Commissie tijdens het onderzoek dat tot de oorspronkelijke verordening (6) had geleid, reeds had opgemerkt dat "de prijs van de belangrijkste grondstof, aluminium, was verstoord" en dat "[d]eze verstoringen [ook] werden […] aangetroffen voor de prijs van het halffabrikaat, aluminiumfolie op jumborollen".

(50)

Tijdens het onderzoek dat tot de vaststelling van de oorspronkelijke verordening leidde, heeft de Commissie wat dit betreft, eerst opgemerkt dat primair aluminium 60 à 70 % van de productiekosten van het onderzochte product vertegenwoordigt en bijgevolg de belangrijkste kostenfactor voor de productie ervan is. Ten tweede heeft de Commissie opgemerkt dat de prijzen van aluminium op de Chinese markt (de zogenaamde "SHFE-prijs") (7) sterk afweken van de LME-prijs (8), de wereldwijde referentieprijs. Ten derde was de Commissie van oordeel dat de situatie kon worden verklaard door een "aantal door de staat gestuurde factoren en staatsinmenging van betekenis op de binnenlandse markt door middel van een aantal instrumenten" (9). Op grond van het bovenstaande, als vermeld in de oorspronkelijke verordening, kwam de Commissie in dit verband tot de conclusie dat deze factoren hoofdzakelijk hebben geleid tot een situatie waar de prijzen van Chinees primair aluminium en de prijzen van downstreamaluminiumproducten het resultaat zijn van staatsinmenging, onafhankelijk van de prijsschommelingen op de internationale markten.

(51)

Ten tweede verwezen de indieners van het verzoek in hoofdstuk III A.1.b van het verzoek om een nieuw onderzoek niet alleen naar het bewijsmateriaal in het verslag, maar gaven zij ook aan dat de door de Commissie in de oorspronkelijke verordening besproken verstoringen nog steeds bestaan. In dit verband geven zij aan dat marktverstoringen in de Chinese non-ferrometaalbranche aan de orde kwamen in een verslag van WV Metalle, de Duitse vereniging van de non-ferrometaalbranche, van 24 april 2017 ("het verslag van WV Metalle") (bijlage 5 bij het verzoek). In het verslag van WV Metalle werd met name bevestigd dat de non-ferrometaalsector een kernonderdeel vormt van de overheidsplanning in het kader van het Strategic Emerging Industry Initiative, het plan Made in China 2025, en andere programma's op hoog niveau. Er wordt in vermeld dat de Chinese regering rechtstreeks ingrijpt in de prijsstelling van kapitaal, arbeid, grond, grondstoffen en de basisinputs voor het productieproces.

(52)

Volgens de indieners van het verzoek staat voorts in het verslag van WV Metalle dat het hedendaagse initiatief voor de conversie van schuld in eigen vermogen niet door de markt wordt aangestuurd, dat de non-ferrometaalsector consequent heeft geprofiteerd en blijft profiteren van genereuze financiële en niet-geldelijke steun, dat de non-ferrometaalsector in China forse subsidies heeft ontvangen, waaronder energiesubsidies, die met name gericht zijn op staatsondernemingen, en dat de Chinese regering de volumes en de prijzen van producten in de non-ferrometaalbranche streng controleert, onder meer door middel van uitvoerrechten, quota, vergunningen, uitvoerbeperkingen, promotiesubsidies, belastingen en belastingaftrek.

(53)

Ten derde hebben de indieners van het verzoek in bijlage 6 bij het verzoek aangegeven dat uit de voorlopige bevindingen van het Amerikaanse Ministerie van Handel op grond van zijn antisubsidieonderzoek voor bepaald aluminium uit China bleek dat 37 % van het binnenlandse aluminiumverbruik in China voor rekening komt van staatsondernemingen en dat de Chinese regering een uitvoertarief van 30 % voor primair aluminium heeft ingesteld, hetgeen leidt tot verstoringen van de Chinese binnenlandse downstreammarkt voor aluminium. Op 5 maart 2018 heeft het Amerikaanse Ministerie van Handel de voorlopige bevindingen bevestigd in de definitieve vaststelling.

(54)

Daarnaast waren de indieners van het verzoek van oordeel dat het Amerikaanse Ministerie van Handel had vastgesteld dat Chinese producenten van aluminiumfolie van enkele tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidies hebben geprofiteerd, en derhalve waren de indieners van het verzoek van oordeel dat de Chinese aluminiummarkt voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen, dat het overheidsbeleid de vrije marktwerking op de Chinese aluminiummarkt beïnvloedt en verstoort en dat Chinese producenten toegang hebben tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat. Dit zou tot verstoring van de SHFE-prijzen leiden.

3.3.1.3.   Verstoringen van betekenis die gevolgen hebben voor de binnenlandse prijzen en kosten in de Volksrepubliek China

(55)

Het fundament van het Chinese economische systeem, dat wil zeggen het concept van de zogenaamde "socialistische markteconomie", is in strijd met de notie van vrije marktwerking. Dat concept is vastgelegd in de Chinese grondwet en is bepalend voor het economisch bestuur van de VRC. Het grondbeginsel van dat systeem is het socialistische publieke eigendom van de productiemiddelen, namelijk eigendom van het gehele volk en collectief eigendom van de werkende bevolking. De staatseconomie wordt als de leidende kracht van de nationale economie beschouwd en de staat heeft de opdracht om de consolidatie en groei ervan te waarborgen (10). Daarom maakt de algehele structuur van de Chinese economie niet alleen aanzienlijk overheidsingrijpen in de economie mogelijk, maar is een dergelijk ingrijpen uitdrukkelijk vereist. Het gehele rechtsstelsel is doordrongen van de notie van suprematie van publiek eigendom boven privéeigendom en deze notie wordt in alle centrale onderdelen van de wetgeving met nadruk als een algemeen beginsel gezien. Het Chinese vermogensrecht vormt een voorbeeld bij uitstek van dit oorzakelijk verband: het verwijst naar het primaire stadium van het socialisme en de staat krijgt de taak toebedeeld om het fundamentele economische systeem in stand te houden waarin het publieke eigendom een dominante rol speelt. Andere vormen van eigendom worden getolereerd, waarbij de wet toestaat dat deze zich samen met het staatseigendom ontwikkelen (11).

(56)

Voorts zal volgens de desbetreffende Chinese wetgeving de socialistische markteconomie verder worden ontwikkeld onder het leiderschap van de Chinese Communistische Partij ("de CCP"). De structuren van de Chinese staat en de CCP zijn op elk niveau met elkaar vervlochten (wettelijk, institutioneel, persoonlijk); zij vormen een superstructuur waarin de rollen van de CCP en de staat niet van elkaar zijn te onderscheiden. Als gevolg van een wijziging in artikel 1 van de Chinese grondwet in maart 2018 werd de leidende rol van de CCP nog verder versterkt. Na de eerste zin van dit artikel: "[t]he socialist system is the basic system of the People's Republic of China" (het socialistische systeem is het fundament van de Volksrepubliek China) werd een nieuwe tweede zin ingevoegd die als volgt luidt: "The defining feature of socialism with Chinese characteristics is the leadership of the Communist Party of China" (de bepalende eigenschap van het socialisme met Chinese kenmerken is het leiderschap van de Communistische Partij van China) (12). Dit illustreert de onbetwiste en steeds grotere controle van de CCP op het economische systeem van de VRC. Deze controle is inherent aan het Chinese systeem en gaat veel verder dan de situatie in andere landen waar de regering brede macro-economische controle uitoefent binnen de grenzen van de vrije marktwerking.

(57)

De Chinese staat voert een interventionistisch economisch beleid om zo doelen te verwezenlijken die samenvallen met de politieke agenda van de CCP, in plaats van dat hij inspeelt op de heersende economische omstandigheden in een vrije markt (13). De Chinese autoriteiten hanteren talrijke interventionistische economische instrumenten, waaronder het systeem van industriële planning, het financiële stelsel en diverse facetten van de regelgeving.

(58)

Ten eerste, wat de algehele bestuurlijke controle betreft, wordt de Chinese economie geleid door een complex systeem van industriële planning dat gevolgen heeft voor alle economische activiteiten in het land. Al deze plannen samen bestrijken een complete en complexe matrix van sectoren en transversaal beleid en worden in alle bestuurslagen doorgevoerd. De plannen op provinciaal niveau zijn meestal behoorlijk gedetailleerd, terwijl in nationale plannen iets bredere doelen worden gesteld. In de plannen wordt ook het instrumentarium beschreven om de betrokken bedrijfstakken/sectoren te ondersteunen, en het tijdsbestek waarin de doelstellingen moeten worden gerealiseerd. Sommige plannen bevatten nog steeds expliciete productiedoelen, terwijl dit in eerdere planningscycli een regulier kenmerk was. Op grond van deze plannen worden afzonderlijke industriële sectoren en/of projecten als (positieve of negatieve) prioriteiten aangewezen in lijn met de overheidsprioriteiten, en aan deze sectoren worden specifieke ontwikkelingsdoelen verbonden (industriële modernisering, internationale uitbreiding enz.). De marktdeelnemers, zowel particulier als publiek, moeten hun bedrijfsactiviteiten op de door het planningssysteem verlangde realiteit afstemmen. Dat komt niet alleen door het formeel bindende karakter van de plannen. Cruciaal hierbij is dat de betrokken Chinese autoriteiten op alle bestuursniveaus het planningssysteem onderschrijven en hun bevoegdheden gebruiken om de marktdeelnemers te dwingen overeenkomstig de in de plannen vermelde prioriteiten te handelen (zie ook punt 3.3.1.5) (14).

(59)

Ten tweede, wat betreft de toekenning van financiële middelen, wordt het financiële stelsel van de VRC gedomineerd door de handelsbanken van de staat. Deze banken moeten bij het formuleren en uitvoeren van hun kredietverleningsbeleid de doelstellingen van het industriebeleid van de overheid nastreven en niet in eerste instantie een bepaald project op zijn economische merites beoordelen (zie ook punt 3.3.1.8) (15). Hetzelfde geldt voor de andere componenten van het Chinese financiële stelsel, zoals de aandelenmarkten, obligatiemarkten, private-equitymarkten enz. Deze markten zijn minder belangrijk dan het bankwezen, maar deze onderdelen van de financiële sector zijn institutioneel en operationeel zodanig opgezet dat zij er niet op gericht zijn de financiële markten zo efficiënt mogelijk te laten werken maar om de controle en het ingrijpen van de staat en de CCP te faciliteren (16).

(60)

Ten derde, wat betreft de regelgeving, neemt het overheidsingrijpen in de economie een aantal vormen aan. Zo worden voorschriften voor het plaatsen van overheidsopdrachten regelmatig gebruikt om andere beleidsdoelen dan economische efficiëntie te bereiken, waardoor de op de markt gebaseerde beginselen op dit gebied worden ondermijnd. In de toepasselijke wetgeving wordt uitdrukkelijk bepaald dat er openbare aanbestedingen worden gelanceerd om de doelen van het overheidsbeleid gemakkelijker te realiseren. De aard van deze doelen wordt echter niet omschreven, waardoor de beslissende instanties een ruime beoordelingsmarge hebben (17). Op het gebied van investeringen oefent de Chinese regering eveneens grote controle en invloed uit op de bestemming en de omvang van zowel publieke als particuliere investeringen. Het screenen van investeringen, evenals diverse prikkels, beperkingen en verboden met betrekking tot investeringen worden door de autoriteiten gebruikt als een belangrijk middel om doelen van het industriebeleid te ondersteunen, zoals het handhaven van de overheidscontrole op belangrijke sectoren of het versterken van de binnenlandse industrie (18).

(61)

Samengevat is het Chinese economische model gebaseerd op enkele elementaire axioma's die veelvuldig overheidsingrijpen legitimeren en aanmoedigen. Dergelijk aanzienlijk overheidsingrijpen is in strijd met de vrije marktwerking, waardoor de doeltreffende toewijzing van middelen in lijn met de marktbeginselen wordt verstoord (19).

3.3.1.4.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, onder b), eerste streepje, van de basisverordening: het feit dat de markt in kwestie voor een groot deel wordt bediend door ondernemingen die in handen zijn van de autoriteiten van het land van uitvoer, waarover deze zeggenschap hebben of waarop deze beleidstoezicht uitoefenen

(62)

Tegen de bovengenoemde achtergrond van de dominantie van staatseigendom in het Chinese economische model vormen overheidsbedrijven een wezenlijk onderdeel van de Chinese economie. De regering en de CCP kennen structuren die waarborgen dat zij blijvende invloed op de overheidsbedrijven hebben. De staatspartij formuleert het algehele economische beleid en ziet erop toe dat afzonderlijke overheidsbedrijven dit beleid uitvoeren, en bovendien eist zij haar recht op om deel te nemen aan de operationele besluitvorming van deze bedrijven. Dit vindt gewoonlijk plaats door roulering van het kaderpersoneel tussen de overheidsinstanties en de overheidsbedrijven, door zitting van partijleden in de uitvoerende organen van deze bedrijven en de aanwezigheid van partijcellen in de bedrijven (zie ook punt 3.3.1.4), en door vorm te geven aan de bedrijfsstructuur van overheidsondernemingen (20). In ruil daarvoor genieten overheidsbedrijven een bijzondere status binnen de Chinese economie, hetgeen inhoudt dat zij een aantal economische voordelen hebben, met name bescherming tegen concurrentie en preferentiële toegang tot relevante inputs, waaronder financiering (21).

(63)

In dit verband wordt in een onderzoek van de OESO van januari 2019 ("het OESO-onderzoek") (22) verwezen naar overheidsbedrijven in de aluminiumsector die in hun verplichte documentatie uitdrukkelijk benadrukken hoe staatseigendom het desbetreffende industriebeleid beïnvloedt en hoe staatseigendom zich in overheidssteun vertaalt. Meer bepaald vermeldt een overheidsbedrijf in zijn obligatieprospectus van 2016 dat het een van de 52 kernondernemingen van de staat vormt, dat het een belangrijke rol in de formulering en uitvoering van beleid in de energiesector speelt en dat het uitgebreide en duurzame steun van de Chinese regering ontvangt. Een ander overheidsbedrijf verwijst in zijn obligatieprospectus van 2017 naar het feit dat de respectieve provinciale overheid grote invloed op de groep kan uitoefenen (23).

(64)

Dit is des te meer van belang omdat de VRC de grootste aluminiumproducent ter wereld is, met verscheidene grote overheidsbedrijven in de mondiale lijst van individuele topproducenten. Volgens schattingen zijn overheidsbedrijven goed voor meer dan 50 % van de totale productie van primair aluminium in de VRC (24). Een recent onderzoek van de non-ferrometaalbranche in de VRC wijst eveneens in de richting van overheidsbedrijven die een dominant aandeel op de binnenlandse markt hebben (25). Al wordt de groei in capaciteit in recente jaren deels toegeschreven aan particuliere bedrijven, een dergelijke groei is gewoonlijk deels ook aan verschillende vormen van betrokkenheid van de (lokale) overheid te danken, zoals het tolereren van illegale capaciteitsuitbreiding (26). Bovendien is de capaciteit van de aluminiumproductie onder de voornaamste overheidsbedrijven eveneens gestegen, hoewel in mindere mate (27).

(65)

Met een hoge mate van overheidsingrijpen in de aluminiumindustrie en een groot aandeel overheidsbedrijven in de sector wordt voorkomen dat zelfs particuliere aluminiumproducenten onder marktvoorwaarden opereren. Zowel publieke als particuliere ondernemingen in de aluminiumsector staan namelijk onder beleidstoezicht, zoals beschreven in punt 3.3.1.5.

(66)

Overheidscontrole en -ingrijpen tijdens de vervaardiging van het betrokken product (aluminiumfolie voor huishoudelijk gebruik) vinden plaats binnen het beschreven algemene kader. Volgens de informatie die de Commissie tot haar beschikking heeft, zijn namelijk veel van de grote fabrikanten van het onderzochte product in handen van de staat. Uit het beschikbare bewijsmateriaal kan derhalve worden opgemaakt dat ook de producenten van aluminiumfolie voor huishoudelijk gebruik in de VRC in handen zijn van de Chinese regering en dat zij daarover zeggenschap heeft en daarop beleidstoezicht uitoefent, waardoor deze producenten dus niet overeenkomstig de beginselen van de markt opereren.

3.3.1.5.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, onder b), tweede streepje, van de basisverordening: overheidsdeelneming in bedrijven, waardoor inmenging van de overheid in de prijzen of kosten mogelijk wordt

(67)

De Chinese staat oefent niet alleen controle op de economie uit doordat hij eigenaar van de overheidsondernemingen is, maar bevindt zich ook in een positie om zich te mengen in het vaststellen van prijzen en kosten via overheidsdeelneming in bedrijven. Het recht van de desbetreffende overheidsinstanties om belangrijk leidinggevend personeel in overheidsbedrijven aan te stellen en te ontslaan, zoals vastgelegd in de Chinese wetgeving, kan worden geacht de bijbehorende eigendomsrechten te weerspiegelen (28); CCP-cellen in ondernemingen, zowel publiek als particulier, vormen echter een ander kanaal waardoor de staat zich in besluiten van bedrijven kan mengen. Volgens het vennootschapsrecht van de VRC moet in elke vennootschap een CCP-organisatie in het leven worden geroepen (met ten minste drie CCP-leden zoals bepaald in de statuten van de CCP (29)), en de vennootschap dient de nodige voorwaarden te scheppen voor de activiteiten van de partijorganisatie. In het verleden blijkt deze vereiste niet altijd te zijn nageleefd of strikt gehandhaafd. Ten minste vanaf 2016 heeft de CCP echter sterker aanspraak gemaakt op het uitoefenen van controle op besluiten van overheidsbedrijven als politiek beginsel. Er wordt ook gezegd dat de CCP druk op particuliere bedrijven uitoefent om "patriottisme" op de eerste plaats te zetten en de partijdiscipline te volgen (30). In 2017 werd gesteld dat er in 70 % van de ongeveer 1,86 miljoen particuliere bedrijven partijcellen bestonden, waarbij de CCP-organisaties steeds meer druk uitoefenden om het laatste woord te krijgen in de besluiten van die bedrijven (31). Deze regels gelden in het algemeen in de Chinese economie, waaronder de fabrikanten van het onderzochte product en de leveranciers van de inputs daarvoor.

(68)

Het volgende voorbeeld illustreert op treffende wijze de bovengenoemde trend dat de Chinese regering steeds meer ingrijpt in de aluminiumsector:

(69)

In 2017 heeft een Chinese publieke aluminiumproducent, China Aluminium International Engineering Corporation Limited ("Chalieco"), zijn statuten zodanig gewijzigd dat de partijcellen nu een prominentere rol binnen het bedrijf hebben. Het bevat een compleet hoofdstuk over het partijcomité, waarbij artikel 113 luidt als volgt: "In deciding major corporate issues, the Board shall consult the Party Committee of the Company in advance." (Bij de besluitvorming over belangrijke bedrijfsvraagstukken raadpleegt de raad van bestuur van tevoren het partijcomité van de onderneming) (32). Voorts vermeldt de Aluminium Corporation of China ("Chalco") in haar jaarverslag over 2017 (33) dat een aantal bestuurders, toezichthouders en de directie — inclusief de voorzitter en uitvoerend directeur en de voorzitter van het comité van toezicht — leden van de CCP zijn.

(70)

De overheidsdeelneming en het ingrijpen van de staat in de financiële markten (zie ook punt 3.3.1.8) en in de levering van grondstoffen en inputs hebben voorts een verstorend effect op de markt. Door de overheidsdeelneming in bedrijven, waaronder overheidsbedrijven, in de aluminiumbranche en andere sectoren, kan de regering zich in het vaststellen van prijzen en kosten mengen.

3.3.1.6.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening, derde streepje: discriminerend overheidsbeleid of discriminerende overheidsmaatregelen die binnenlandse leveranciers bevoordelen of de vrije marktwerking anderszins beïnvloeden

(71)

De richting die de Chinese economie opgaat, wordt in grote mate bepaald door een uitgebreid planningssysteem waarin prioriteiten en doelen worden gesteld waarop de centrale en lokale overheid zich moeten concentreren. In alle bestuurslagen bestaan bijbehorende plannen en deze bestrijken vrijwel alle economische sectoren, de via de planningsinstrumenten geformuleerde doelen hebben een bindend karakter en op elk bestuurlijk niveau houden de autoriteiten toezicht op de uitvoering van de plannen van het overeenkomstige lagere bestuursniveau. Over de gehele linie leidt het planningssysteem in de VRC ertoe dat er middelen worden toegewezen aan sectoren die door de overheid als strategisch of anderszins politiek belangrijk zijn bestempeld, waarbij de marktwerking buiten beschouwing blijft (34).

(72)

Zo speelt de overheid een cruciale rol in de ontwikkeling van de Chinese aluminiumsector (waaronder het onderzochte product). Er zijn talrijke plannen, richtlijnen en andere documenten met betrekking tot aluminium op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau waaruit duidelijk blijkt hoe groot het ingrijpen van de Chinese regering is. Via deze en andere instrumenten geeft de overheid sturing aan en oefent zij controle uit op vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en het functioneren van de aluminiumsector.

(73)

Dit beleid en deze doelstellingen voor de aluminiumsector hebben belangrijke directe of indirecte gevolgen voor de productiekosten van het onderzochte product.

(74)

Hoewel het 13e vijfjarenplan voor de economische en sociale ontwikkeling (35) geen specifieke bepalingen over aluminium bevat, is de daarin uiteengezette strategie voor de non-ferrometaalbranche gericht op de bevordering van de samenwerking op het gebied van de internationale productiecapaciteit en de fabricage van apparatuur. Om deze doelen te bereiken, staat er in het plan dat de systemen ter ondersteuning van de platforms voor belastingen, financiën, verzekering, investeringen en financiering, en tevens risicobeoordeling, zullen worden versterkt (36).

(75)

In het bijbehorende sectorplan, het ontwikkelingsplan voor de non-ferrometaalbranche (2016-2020) ("het plan") worden specifiek beleid en doelen beschreven die de overheid wenst te bereiken voor een aantal non-ferrometaalsectoren (37), waaronder aluminium.

(76)

Het plan heeft tot doel de reeks productsoorten die de Chinese aluminiumindustrie vervaardigt, te verbeteren, onder meer door innovatie te ondersteunen. Er wordt een oproep gedaan om het gemengde eigendomssysteem snel te ontwikkelen en de vitaliteit van de overheidsbedrijven te stimuleren. Voorts voorziet het plan in de mogelijkheid om voorraden van non-ferrometalen aan te leggen en het zeker stellen van hulpbronnen, waaronder aluminium, te verbeteren en worden er specifieke kwantitatieve doelen gesteld om het energieverbruik terug te dringen, terwijl het aandeel van gerecycled aluminium in de productie en de bezettingsgraad zullen toenemen (38).

(77)

Daarnaast voorziet het plan in structurele aanpassingen met een strengere controle op nieuwe smeltfaciliteiten en de verwijdering van verouderde capaciteit. Het zorgt voor de geografische verdeling van verwerkingsinstallaties, richt zich op projecten om de exploitatie van bauxiet en aluminiumoxide te vergroten en heeft betrekking op het beleid inzake de levering en prijsstelling van elektriciteit (39).

(78)

Met dit brede scala aan maatregelen en beleid vormt het plan een voortzetting van het Plan voor de aanpassing en revitalisering van de non-ferrometaalbranche uit 2009, dat werd opgesteld om de negatieve effecten van de financiële crisis op de non-ferrometaalsector te verzachten. De hoofddoelstellingen van dit plan omvatten onder meer controle op de productiehoeveelheden, herstructurering, betrekken van grondstoffen, beleid inzake uitvoerheffingen, zeker stellen van hulpbronnen, aanleggen van voorraden, technologische innovatie, financieel beleid en planning en uitvoering (40).

(79)

Een ander beleidsdocument voor de aluminiumsector, de Standaardvoorwaarden voor de aluminiumindustrie, is op 18 juli 2013 door het Ministerie van Industrie en Informatietechnologie ("het MIIT") gepubliceerd, met als doel de structurele aanpassing te versnellen en een onordelijke uitbreiding van de smeltcapaciteiten voor aluminium tegen te gaan. De standaardvoorwaarden bevatten bepalingen over minimale productiehoeveelheden voor nieuwe fabrieken, kwaliteitsnormen en de leveringszekerheid van ingevoerd en in eigen land betrokken bauxiet en aluminiumoxide. In de standaardvoorwaarden staat dat het MIIT belast is met de standaardisering en het beheer van de aluminiumsector en met de publicatie van de lijst van bedrijven die in de aluminiumsector werkzaam mogen zijn (41).

(80)

Bovendien hadden de yoegangsvoorwaarden voor de aluminiumindustrie van de Nationale Commissie voor ontwikkeling en hervorming ("de NDRC") van oktober 2007, die formeel tot 2016 van kracht waren, tot hoofddoel de ontwikkeling van de aluminiumsector te bevorderen en de uitstoot van broeikasgassen te beperken (42).

(81)

Ten slotte wordt in de richtsnoeren voor een snellere herstructurering van de aluminiumsector ("de herstructureringsrichtsnoeren") (43) van de NDRC uit april 2006 aluminium als een essentieel product in de ontwikkeling van de nationale economie beschouwd.

(82)

In de herstructureringsrichtsnoeren staat dat er bij de uitvoering van het door de staatsraad goedgekeurde industriële ontwikkelingsbeleid op bepaalde gebieden specifieke doelstellingen zullen worden gerealiseerd. Het gaat daarbij om de volgende gebieden:

—

versterking van de concentratie in de sector;

—

toegang tot financieel kapitaal (zie ook punt 3.3.1.8);

—

organisatie van de sector;

—

strenge controle op de uitvoer van elektrolytisch aluminium, en

—

verwijdering van verouderde capaciteit.

(83)

Wat betreft de organisatie van de sector en de verwijdering van verouderde capaciteit, werden de in de herstructureringsrichtsnoeren vermelde doelstellingen ook nagejaagd via meer recent beleid, zoals het plan, waarin non-ferrometaalondernemingen worden aangemoedigd upstream- en downstreamallianties en herstructurering binnen de sector en over de grenzen van de sector heen te ontwikkelen, de concentratie van de sector te vergroten en de bedrijfsintegratie en de verbetering van processen te versterken (zie ook de overwegingen 74, 75 en 76).

(84)

Uit de talrijke plannen, richtlijnen en andere documenten met betrekking tot aluminium op nationaal, regionaal en gemeentelijk niveau blijkt dus duidelijk hoe groot het ingrijpen van de Chinese regering in de aluminiumsector is (44). Via deze en andere instrumenten geeft de overheid sturing aan en oefent zij controle uit op vrijwel elk aspect van de ontwikkeling en het functioneren van de sector.

(85)

Buiten deze plannen heeft het overheidsingrijpen in de sector onder meer de vorm aangenomen van maatregelen die met uitvoer verband houden, waaronder uitvoerrechten, uitvoerquota, vereisten voor de uitvoerprestaties en voor de minimale uitvoerprijzen voor verschillende grondstoffen voor aluminium.

(86)

Voorts ontmoedigt de Chinese regering de uitvoer van primair aluminium en de inputs daarvan, omdat zij de aluminiumproducten een hogere toegevoegde waarde wenst te geven. Deze doelstelling wordt nagestreefd door volledige of gedeeltelijke btw-teruggave voor downstreamaluminiumproducten toe te kennen in combinatie met onvolledige btw-teruggave en uitvoerheffingen op primair aluminium (45).

(87)

Bovendien is gebleken dat de prijs van belangrijke inputs als energie en elektriciteit door verschillende soorten overheidsingrijpen wordt beïnvloed (46). Andere soorten overheidsingrijpen die tot marktverstoringen leiden, zijn het beleid inzake het aanleggen van voorraden via het State Reserve Bureau en de rol van de SHFE (47). Daarnaast hebben verscheidene handelsbeschermingsonderzoeken aan het licht gebracht dat de Chinese regering consequent verschillende soorten overheidssteun aan aluminiumproducenten heeft verleend (48). Het uitvoerige ingrijpen van de Chinese regering in de aluminiumsector heeft tot overcapaciteit geleid (49), hetgeen misschien wel de duidelijkste illustratie van de implicaties van het beleid van de regering en de daaruit voortvloeiende verstoringen is.

(88)

Tijdens het OESO-onderzoek bleek ook dat de regering aanvullende steun verleent die de marktwerking in de aluminiumsector beïnvloedt. Deze steun neemt gewoonlijk de vorm aan van inputs, met name elektriciteit (50) en primaire aluminiumoxide, die onder de marktprijs worden verkocht (51). In het OESO-onderzoek wordt voorts beschreven hoe de doelstellingen van de Chinese regering voor de aluminiumsector worden vertaald naar industriebeleid en specifieke acties op provinciaal en lokaal niveau, waaronder kapitaalinjecties, prioritaire eigendomsrechten op minerale hulpbronnen, (overheids)subsidies of belastingprikkels (52).

(89)

Samengevat heeft de Chinese regering maatregelen getroffen om marktdeelnemers ertoe te bewegen zich aan de doelstellingen van het overheidsbeleid te houden, namelijk om bevorderde bedrijfstakken te ondersteunen, waaronder de vervaardiging van het onderzochte product en de grondstoffen die voor de productie worden gebruikt. Door zulke maatregelen kan er van een normale marktwerking geen sprake zijn.

3.3.1.7.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, onder b), vierde streepje, van de basisverordening: het ontbreken, de discriminerende toepassing of de ontoereikende handhaving van faillissements-, vennootschaps- of eigendomswetgeving

(90)

Het Chinese faillissementsstelsel blijkt niet in staat te zijn om zijn eigen hoofddoelstellingen te realiseren zoals het eerlijk voldoen van vorderingen en schulden en de bescherming van de wettige rechten en belangen van crediteuren en debiteuren. De oorzaak hiervan is dat, hoewel de Chinese faillissementswetgeving formeel berust op soortgelijke beginselen als de overeenkomstige wetten in andere landen, het Chinese stelsel systematisch door ontoereikende handhaving wordt gekenmerkt. Het aantal faillissementen is nog steeds opvallend klein in verhouding tot de omvang van de economie van het land, niet in het minst omdat de insolventieprocedures enkele tekortkomingen kennen die het indienen van een faillissementsaanvraag effectief ontmoedigen. Bovendien blijft de staat een krachtige en actieve rol in de insolventieprocedures spelen, en heeft hij vaak rechtstreeks invloed op de uitkomst van die procedures (53).

(91)

Daarnaast komen de tekortkomingen van het systeem van eigendomsrechten vooral aan het licht als het gaat om bezit van grond en grondgebruiksrechten in de VRC (54). Alle grond is staatseigendom (collectief bezit op het platteland en staatsbezit in de stad). Alleen de staat is verantwoordelijk voor de verdeling van de grond. Er zijn wettelijke bepalingen om grondgebruiksrechten op transparante wijze en tegen marktprijzen toe te kennen, bijvoorbeeld via aanbestedingsprocedures. Het komt echter regelmatig voor dat deze bepalingen niet worden nageleefd, waarbij sommige kopers hun grond kosteloos of onder de marktkoers verkrijgen (55). Bovendien jagen de autoriteiten dikwijls specifieke politieke doelen na, waaronder de uitvoering van de economische plannen bij de toewijzing van grond (56).

(92)

Daarom blijken de Chinese faillissements- en eigendomswetten niet goed te functioneren; zij leiden tot verstoringen wanneer insolvente bedrijven overeind worden gehouden en als het gaat om het verstrekken en aankopen van grond in de VRC. Op grond van het beschikbare bewijs blijken deze overwegingen ook in de aluminiumsector volledig van toepassing en meer bepaald wat betreft het onderzochte product.

(93)

Deze bevinding wordt ondersteund door de voorlopige vaststelling van het Amerikaanse Ministerie van Handel in het antisubsidieonderzoek naar aluminiumfolie uit de Volksrepubliek China; deze vaststelling behelst, op basis van de beschikbare belastende feiten, dat het feit dat de regering van de VRC grond voor een ontoereikende prijs verstrekt, een financiële bijdrage vormt in de zin van afdeling 771 (5)(D) van de gewijzigde "Tariff Act" van 1930 (57).

3.3.1.8.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, onder b), vijfde streepje, van de basisverordening: verstoringen van loonkosten

(94)

In de VRC kan een systeem van op de markt gebaseerde lonen zich niet volledig ontwikkelen omdat werknemers en werkgevers worden belemmerd in hun rechten om zich te organiseren. De VRC heeft enkele essentiële verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie ("IAO") niet geratificeerd, met name verdragen over de vrijheid van vereniging en over collectieve onderhandelingen (58). Onder de nationale wetgeving is er slechts één vakbondsorganisatie actief. Deze organisatie is echter onvoldoende onafhankelijk van de overheidsinstanties en zij is slechts in beperkte mate bij collectieve onderhandelingen en de bescherming van de rechten van werknemers betrokken (59). Bovendien wordt de mobiliteit van de Chinese werknemers beperkt door het huishoudregistratiesysteem, waardoor zij geen volledige toegang hebben tot het gehele scala aan sociale voorzieningen en andere voordelen voor de lokale inwoners van een bepaalde bestuurlijke regio. Dit heeft tot gevolg dat werknemers die geen lokale woonregistratie hebben, zich qua werk in een kwetsbare positie bevinden en een lager inkomen ontvangen dan degenen met een huishoudregistratie (60). Dit alles leidt tot de verstoring van loonkosten in de VRC.

(95)

De Commissie heeft geen bewijsmateriaal ontvangen waaruit blijkt dat de aluminiumsector, inclusief het onderzochte product, niet onder het hierboven beschreven Chinese stelsel van arbeidswetgeving valt. De aluminiumsector heeft derhalve zowel direct (tijdens het vervaardigen van het onderzochte product) als indirect (bij de toegang tot kapitaal of inputs van bedrijven die tot hetzelfde arbeidssysteem in de VRC behoren) te maken met verstoringen van loonkosten.

3.3.1.9.   Verstoringen van betekenis volgens artikel 2, lid 6 bis, onder b), zesde streepje, van de basisverordening: toegang tot financiering door instellingen die de doelstellingen van het overheidsbeleid uitvoeren of anderszins in hun werking niet onafhankelijk zijn ten opzichte van de staat

(96)

Wat betreft de toegang tot kapitaal voor bedrijven in de VRC, is er sprake van diverse verstoringen.

(97)

Ten eerste wordt het Chinese financiële stelsel gekenmerkt door de sterke marktpositie van staatsbanken (61), die bij het verlenen van toegang tot financiering naar andere criteria kijken dan de economische levensvatbaarheid van een project. Net als niet-financiële overheidsbedrijven zijn de banken niet alleen via eigendom maar ook via persoonlijke relaties met de staat verbonden (de topbestuurders van de grote financiële overheidsinstellingen worden uiteindelijk door de CCP benoemd) (62) en, opnieuw net als de niet-financiële overheidsbedrijven, voeren de banken regelmatig overheidsbeleid uit. Op die manier voldoen de banken aan een expliciete wettelijke verplichting om hun bedrijfsactiviteiten te verrichten overeenkomstig de behoeften van de nationale economische en sociale ontwikkeling en op basis van het industriebeleid van de staat (63). Dit wordt versterkt door aanvullende bestaande regels op grond waarvan er geldstromen gaan naar sectoren die door de regering als bevorderd of anderszins belangrijk zijn aangemerkt (64).

(98)

Er wordt erkend dat verschillende wettelijke bepalingen verwijzen naar de noodzaak om normaal bankgedrag en prudentiële voorschriften te eerbiedigen, zoals de noodzaak om de kredietwaardigheid van de leningnemer te onderzoeken; er is echter overweldigend bewijs, waaronder bevindingen van de handelsbeschermingsonderzoeken, waaruit kan worden opgemaakt dat deze bepalingen slechts een bijkomstige rol spelen in de toepassing van diverse rechtsinstrumenten.

(99)

Voorts zijn obligatie- en kredietratings dikwijls om verscheidene redenen verstoord, onder meer omdat de risicobeoordeling wordt beïnvloed door het strategische belang dat een bedrijf voor de Chinese regering heeft, en door de kracht die er uitgaat van een impliciete garantie van de regering. Uit schattingen blijkt duidelijk dat de Chinese kredietratings stelselmatig met lagere internationale ratings overeenkomen.

(100)

Dit wordt versterkt door aanvullende bestaande regels op grond waarvan er geldstromen gaan naar sectoren die door de regering als bevorderd of anderszins belangrijk zijn aangemerkt (65). Volgens de herstructureringsrichtsnoeren voor de aluminiumsector moeten er leningen worden verstrekt aan bedrijven die overeenkomstig het desbetreffende industriebeleid van de overheid handelen (66). Door een dergelijk ingrijpen in de toekenning van kapitaal krijgen overheidsbedrijven, grote particuliere ondernemingen met goede connecties en bedrijven in centrale industriële sectoren sneller een lening, waaruit kan worden afgeleid dat de beschikbaarheid en kosten van kapitaal niet voor alle spelers op de markt gelijk zijn. Er zijn inderdaad bewijzen, onder meer in de aluminiumsector, dat overheidsbedrijven een voorkeursbehandeling van banken krijgen in de vorm van rentepercentages, bedragen en voorwaarden van leningen, met als gevolg een concurrentievoordeel voor deze bedrijven (67).

(101)

Ten tweede zijn de kosten van leningen kunstmatig laag gehouden om de groei van de investeringen te bevorderen. Dit heeft geleid tot een buitensporig gebruik van kapitaalinvesteringen met een steeds lager rendement. Dit wordt geïllustreerd door de recente groei van de bedrijfsschuld in de overheidssector ondanks een scherpe daling van de winstgevendheid, waaruit blijkt dat de mechanismen in het bankwezen niet volgens normale commerciële beginselen reageren.

(102)

Wat dit betreft, wordt in het OESO-onderzoek verwezen naar anekdotisch bewijs dat aluminiumproducenten in de VRC op preferentiële voorwaarden financiering hebben gekregen, waarbij de kosten van die financiering kennelijk werden losgekoppeld van het bijbehorende niveau van de bedrijfsschuld. Volgens het onderzoek heeft één staatsproducent van aluminium in 2016 expliciet in zijn obligatieprospectus verklaard dat hij aanzienlijke financiële steun van Chinese beleidsbanken krijgt tegen een rente die onder de benchmark ligt. Ook worden in de obligatieprospectus van 2017 van een andere staatsproducent de sterke banden genoemd die het bedrijf met Chinese banken onderhoudt, waaronder de beleidsbanken die dat bedrijf tegen lage kosten hebben gefinancierd. In het OESO-onderzoek wordt in dit verband geconcludeerd dat, hoewel er veel redenen kunnen zijn waarom de rente voor deze ondernemingen laag is, uit het contrast tussen slechte financiële indicatoren en lage rentepercentages kan worden opgemaakt dat er mogelijk een te lage prijsstelling van het risico met betrekking tot deze leningnemers heeft plaatsgevonden (68).

(103)

Ten derde worden prijssignalen nog steeds niet door de vrije marktwerking veroorzaakt, ondanks dat in oktober 2015 de nominale rente werd geliberaliseerd; deze signalen worden beïnvloed door verstoringen die de overheid teweeg heeft gebracht. Het aandeel leningen tegen of onder de benchmarkrente vormt namelijk nog steeds 45 % van alle leningen en het lijkt erop dat er steeds meer van gerichte kredieten gebruik wordt gemaakt, omdat het aandeel daarvan sinds 2015 fors is toegenomen ondanks de verslechterende economische omstandigheden. Kunstmatig lage rentes leiden tot een te lage prijsstelling en derhalve ook tot een buitensporig gebruik van kapitaal.

(104)

De algehele kredietgroei in de VRC duidt erop dat de toewijzing van kapitaal minder doeltreffend plaatsvindt dan voorheen, zonder aanwijzingen voor kredietschaarste die in een niet-verstoorde marktomgeving te verwachten zouden zijn. Als gevolg daarvan is het aantal niet-renderende leningen de afgelopen jaren snel gestegen. Geconfronteerd met een situatie van toenemende risicoschulden heeft de Chinese regering ervoor gekozen om wanbetaling te voorkomen. Derhalve zijn oninbare vorderingen afgehandeld door de schuld door te rollen, waardoor zogenaamde "zombie"-ondernemingen ontstaan, of door het eigendom van de schuld (bv. via fusies of conversie van schuld in eigen vermogen) over te dragen, zonder noodzakelijkerwijs het algehele schuldenprobleem op te lossen of de grondoorzaken daarvan aan te pakken.

(105)

Ondanks de stappen die recentelijk zijn gezet om de markt te liberaliseren, wordt het systeem van bedrijfskredieten in de VRC in essentie beïnvloed door belangrijke systemische problemen en verstoringen als gevolg van de voortdurende allesbepalende rol van de staat op de kapitaalmarkten.

(106)

Er werd geen bewijs overgelegd dat de aluminiumsector, waaronder het onderzochte product, van het hierboven beschreven overheidsingrijpen in het financiële stelsel zou zijn vrijgesteld. Daarom leidt het aanzienlijke overheidsingrijpen in het financiële stelsel ertoe dat de marktvoorwaarden op alle niveaus sterk worden beïnvloed.

3.3.1.10.   Het systemische karakter van de beschreven verstoringen

(107)

De Commissie heeft opgemerkt dat de in het verslag beschreven verstoringen niet beperkt blijven tot de aluminiumsector in het algemeen of het onderzochte product in het bijzonder. Integendeel, uit het beschikbare bewijs blijkt dat de feiten en kenmerken van het Chinese systeem als beschreven in de punten 3.3.1.1 tot en met 3.3.1.5 en in deel I van het verslag van toepassing zijn op het gehele land en alle economische sectoren. Hetzelfde geldt voor de beschrijving van de productiefactoren als vermeld in de punten 3.3.1.6 tot en met 3.3.1.8 en in deel II van het verslag.

(108)

Om het onderzochte product te vervaardigen, is een aantal inputs nodig. Uit het onderzoeksdossier blijkt niet dat deze inputs niet in de VRC zijn betrokken. Wanneer de Chinese producenten van aluminiumfolie deze inputs kopen/contracteren, betalen zij prijzen (die als kosten worden geboekt) die duidelijk worden blootgesteld aan dezelfde systemische verstoringen als hierboven genoemd. Zo maken leveranciers van inputs gebruik van arbeid die aan de verstoringen onderhevig is; leveranciers in de VRC kunnen geld lenen dat onderhevig is aan de verstoringen van de financiële sector en de kapitaaltoewijzing; zij vallen onder een systeem van grondgebruiksrechten waardoor de kosten van het grondgebruik worden verstoord, en boven alles vallen zij onder het planningssysteem dat geldt voor alle bestuurslagen en sectoren, zodat ook hun productieprocessen direct en indirect van dit systeem zijn doordrongen.

(109)

Hierdoor kunnen niet alleen de binnenlandse verkoopprijzen van het onderzochte product niet worden gebruikt; alle inputkosten (waaronder grondstoffen, energie, grond, financiering, arbeid enz.) hebben op dezelfde wijze te maken met verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening, omdat de prijsvorming daarvan door aanzienlijk overheidsingrijpen wordt beïnvloed, zoals beschreven in de delen I en II van het verslag. Het overheidsingrijpen dat met betrekking tot de toewijzing van kapitaal, grond, arbeid, energie en grondstoffen is beschreven, vindt namelijk plaats in de gehele VRC. Dit houdt bijvoorbeeld in dat een input die zelf door een combinatie van een reeks productiefactoren in de VRC is gefabriceerd, waarschijnlijk wordt blootgesteld aan verstoringen van betekenis in de zin van artikel 2, lid 6 bis, van de basisverordening. De Commissie ontving geen bewijs — en ook geen tegenbewijs — dat deze bevinding weerspreekt. Hetzelfde geldt voor de input voor de input enz. De Chinese regering en de producenten-exporteurs hebben in dit onderzoek geen bewijzen of argumenten aangedragen waaruit het tegendeel blijkt.

3.3.1.11.   Conclusie

(110)

Uit de analyse in de punten 3.3.1.2 tot en met 3.3.1.9, met onder meer een bestudering van alle beschikbare bewijzen voor het ingrijpen door de VRC in haar economie in het algemeen en in de aluminiumsector (inclusief het onderzochte product), is gebleken dat prijzen of kosten, waaronder de kosten van grondstoffen, energie en arbeid, niet door de vrije marktwerking tot stand komen, omdat zij worden beïnvloed door aanzienlijk overheidsingrijpen in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder b), van de basisverordening. Op grond hiervan, en bij gebrek aan medewerking van de VRC en de producenten-exporteurs, kwam de Commissie tot de conclusie dat het in dit geval niet passend is gebruik te maken van de binnenlandse prijzen en kosten om de normale waarde vast te stellen.

(111)

Daarom heeft de Commissie de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van de productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen, dat wil zeggen, in dit geval, aan de hand van de overeenkomstige productie- en verkoopkosten in een passend representatief land, conform artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening, zoals in het volgende hoofdstuk wordt besproken. De Commissie wees erop dat geen enkele producent-exporteur na de indiening van de steekproefformulieren met het onderzoek heeft meegewerkt en dat er geen argumenten waren binnengekomen waarin werd gesteld dat enkele binnenlandse kosten niet verstoord zouden zijn in de zin van artikel 2, lid 6 bis, onder a), derde streepje, van de basisverordening.

3.3.2.   Representatief land

3.3.2.1.   Algemene opmerkingen

(112)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening werd de normale waarde berekend op grond van de productie- en verkoopkosten in een passend representatief land.

(113)

De keuze van het representatieve land werd gebaseerd op de volgende criteria:

—

een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC. Hiertoe keek de Commissie naar landen met een bruto nationaal inkomen dat vergelijkbaar was met dat van de VRC, op basis van de databank van de Wereldbank;

—

vervaardiging van het onderzochte product in dat land (69);

—

beschikbaarheid van de relevante openbare gegevens in dat land;

—

wanneer er sprake is van meer dan één mogelijk representatief land wordt, indien van toepassing, de voorkeur gegeven aan het land met een toereikend niveau van sociale en milieubescherming.

(114)

Zoals uitgelegd in de overwegingen 28 en 29, heeft de Commissie de belanghebbenden in de mededeling van 19 april 2018 op de hoogte gebracht van het feit dat zij Turkije als mogelijk representatief land had aangewezen en de belanghebbenden verzocht opmerkingen te maken en andere landen voor te stellen. Over dit punt werden geen opmerkingen ontvangen.

(115)

Zoals aangegeven in de overwegingen 30 en 31, bevestigde de Commissie in de mededeling van 3 oktober 2018 haar voornemen om Turkije als het potentiële representatieve land te gebruiken en vroeg zij om het indienen van opmerkingen. Ook over dit punt werden geen opmerkingen ontvangen.

3.3.2.2.   Een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dat van de VRC

(116)

Turkije wordt door de Wereldbank als een land beschouwd met een niveau van economische ontwikkeling dat vergelijkbaar is met dan van de VRC, dat wil zeggen dat het wordt aangemerkt als een land met "hogere middeninkomens" op basis van een bruto nationaal inkomen ("BNI") (70), vergelijkbaar met de VRC.

3.3.2.3.   Vervaardiging van het onderzochte product in het representatieve land

(117)

In de mededeling van 19 april 2018 heeft de Commissie aangegeven dat zij in Turkije een producent van het onderzochte product had gevonden, namelijk Sedat Tahir A.Ș. De belanghebbenden werd verzocht opmerkingen te maken en voorstellen te doen voor andere producten in andere representatieve landen die voldeden aan de criteria van artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening. Er werden geen opmerkingen of voorstellen ontvangen, niet over de vraag of het representatieve land passend was en evenmin werden er andere landen dan Turkije als representatief land aangedragen.

3.3.2.4.   Beschikbaarheid van de relevante openbare gegevens in het representatieve land

(118)

In de mededeling van 19 april 2018 meldde de Commissie dat zowel de voornaamste inputgrondstoffen (d.w.z. aluminiumfolie op zogenaamde jumborollen met een gewicht van meer dan 10 kg) als het onderzochte product (d.w.z. aluminiumfolie op kleine rollen met een gewicht van ten hoogste 10 kg) onder dezelfde GS-codes zijn gerangschikt, namelijk 7607 11 en 7607 19. Om op correcte wijze het uitgangsmateriaal vast te stellen, kunnen uitsluitend landen die een nader onderscheid tussen het voornaamste uitgangsmateriaal en het onderzochte product maken, als passende representatieve landen worden beschouwd, op basis waarvan de normale waarde naar behoren kan worden berekend. In dat stadium werd geoordeeld dat alleen in Turkije het voornaamste uitgangsmateriaal onder andere codes was gerangschikt dan het onderzochte product en dat er een volledige reeks openbare gegevens beschikbaar was.

(119)

De belanghebbenden werd verzocht opmerkingen te maken over de vraag of Turkije een passend land was, onder meer overeenkomstig de bovengenoemde criteria. Er werden geen opmerkingen ontvangen.

a)   Gegevens over productiefactoren

(120)

Wat betreft Turkije, waren invoergegevens over de voornaamste grondstoffen die bij de vervaardiging van het onderzochte product worden gebruikt, onmiddellijk beschikbaar in Global Trade Atlas, terwijl gegevens over andere belangrijke productiefactoren, zoals arbeids- en elektriciteitskosten, eveneens onmiddellijk beschikbaar waren op de website van het Turks Instituut voor Statistiek.

b)   Financiële gegevens (vaste productiekosten, VAA-kosten en winst)

(121)

Uit het onderzoek bleek dat de financiële gegevens van de Turkse producent, Sedat Tahir A.Ș., voor het jaar 2017 publiek toegankelijk zijn.

3.3.2.5.   Conclusie

(122)

Op grond van artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening is het doel om in een mogelijk representatief land alle of zo veel mogelijk van de bijbehorende niet-verstoorde productiefactoren te vinden die door de medewerkende Chinese producenten worden gebruikt, of van de niet-verstoorde bedragen van de vaste productiekosten, VAA-kosten en winst.

(123)

Gezien de bovenstaande analyse voldeed Turkije aan alle in artikel 2, lid 6 bis, onder a), eerste streepje, van de basisverordening vermelde criteria om als passend representatief land te worden beschouwd. Met name wordt in Turkije het onderzochte product gefabriceerd en er is een volledige reeks gegevens beschikbaar voor alle productiefactoren, vaste productiekosten, VAA-kosten en winst.

(124)

Aangezien werd vastgesteld dat Turkije in dit geval een passend representatief land is, was het niet nodig het niveau van sociale bescherming en milieubescherming in Turkije nader te analyseren.

3.3.3.   Vaste productiekosten, VAA-kosten en winst

(125)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, onder a), vierde alinea, van de basisverordening geldt: "De door berekening vastgestelde normale waarde omvat een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst."

(126)

Zoals vermeld in de overwegingen 28 tot en met 31, heeft de Commissie aangegeven dat zij een producent, Sedat Tahir A.S., had gevonden waarvan de jaarrekening publiekelijk beschikbaar was en die het onderzochte product in het toekomstige representatieve land vervaardigde. Voorts heeft zij aangegeven dat zij van plan was de cijfers van de winst- en verliesrekening van Sedat Tahir A.Ș. voor 2017 als uitgangspunt te nemen voor de vaststelling van de percentages van de VAA-kosten en winsten om de normale waarde te berekenen. Over dit punt werden binnen de gestelde termijn van tien dagen geen opmerkingen ontvangen.

(127)

De vaste productiekosten staan niet afzonderlijk in de beschikbare cijfers van de winst- en verliesrekening van Sedat Tahir A.Ș. vermeld en daarom oordeelde de Commissie dat zij in de kosten van verkochte goederen of de fabricagekosten waren verdisconteerd.

(128)

Vervolgens heeft de Commissie de cijfers van de winst- en verliesrekening van Sedat Tahir A.Ș. voor 2017 gebruikt als uitgangspunt voor de vaststelling van de VAA- en winstpercentages in de productiekosten die op de berekende productiekosten moeten worden toegepast om tot de door berekening vastgestelde normale waarde te komen.

3.3.4.   Bronnen gebruikt om niet-verstoorde kosten vast te stellen

(129)

Volgens artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening "wordt de normale waarde uitsluitend berekend aan de hand van productie- en verkoopkosten waarin niet-verstoorde prijzen of benchmarks tot uitdrukking komen" en "omvat [deze] een niet-verstoord en redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst".

(130)

In de mededeling van 19 april 2018 verklaarde de Commissie dat zij van plan was de niet-verstoorde kosten voor de eerste vijf inputgrondstoffen in tabel 1 (zie hieronder) aan de hand van de Global Trade Atlas ("GTA"-)databank vast te stellen. Voorts verklaarde de Commissie dat zij van plan was het Turkse Instituut voor Statistiek als bron voor de arbeidskosten en elektriciteitskosten te gebruiken. Tevens verklaarde zij dat zij voornemens was de Orbis-databank als bron van de publiekelijk beschikbare jaarrekeningen te nemen om tot een redelijk bedrag voor administratiekosten, verkoopkosten en algemene kosten en voor winst te komen.

3.3.4.1.   Productiefactoren

(131)

Zoals reeds vermeld in overweging 28, heeft de Commissie in de mededeling van 19 april 2018 een eerste overzicht van productiefactoren en Turkse bronnen opgesteld met als doel deze te hanteren voor alle productiefactoren zoals grondstoffen, energie en arbeid die bij de vervaardiging van het onderzochte product worden gebruikt.

(132)

Gezien het gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs heeft de Commissie de verbruikshoeveelheden van de diverse productiefactoren gehanteerd die bij de vervaardiging van het onderzochte product worden gebruikt en van een grote in de steekproef opgenomen producent in de Unie werden verkregen, en paste deze toe op de Turkse eenheidskosten verkregen uit de diverse bronnen als genoemd in de overwegingen 130 tot en met 144 voor de verschillende productiefactoren die worden gebruikt om het onderzochte product te vervaardigen, teneinde de productiekosten vast te stellen. Uit de dankzij het oorspronkelijke onderzoek beschikbare informatie bleken het productieproces van de Chinese producenten-exporteurs en de gebruikte grondstoffen namelijk identiek te zijn aan die van de betrokken producent in de Unie.

(133)

Op basis van alle informatie die door de belanghebbenden is ingediend, en de uitkomsten van de controle ter plaatse bij een van de indieners van het verzoek, zijn de volgende productiefactoren, GS-codes en twaalfcijferige Turkse tariefcodes, waar van toepassing, vastgesteld.

Tabel 1

Productiefactor

Tariefcode

Invoerwaarde eenheid

Aluminiumfolie, niet op een drager, enkel gewalst (jumborollen)

7607 11 19 00 11

7607 11 19 00 12

3,83 EUR/kg

Gekleurde doos/kartonnen doos voor één rol

4819 20

3,20 EUR/kg

Papieren koker

4822 90

1,25 EUR/kg

Buitenverpakking voor 24 rollen

4819 20

3,20 EUR/kg

Arbeid (directe en indirecte arbeid)

Lonen in de productiesector

[n.v.t.]

8,15 EUR/manuur

Elektriciteit

[n.v.t.]

0,06 EUR/kWh

3.3.4.2.   Materialen

(134)

Wat betreft de aluminiumfolie, gaven de indieners van het verzoek aan dat de gebruikte standaardgrondstof aluminiumfolie is, niet op een drager, enkel gewalst, ingedeeld onder GS-code 7607 11. Deze bewering werd gestaafd door twee van de vier Chinese producenten die antwoord hebben gegeven op de vragen in bijlage III bij het bericht van opening. Een van de indieners van het verzoek meldde voorts dat de twaalfcijferige Turkse tariefcodes voor jumborollen 7607 11 19 00 11 en 7607 11 19 00 12 zijn. Omdat nadere informatie van Chinese producenten en opmerkingen van andere belanghebbenden ontbraken, besloot de Commissie de genoemde twaalfcijferige tariefcodes te gebruiken om de normale waarde te berekenen.

(135)

Wat betreft de gekleurde doos/kartonnen doos voor één rol, gaven de indieners van het verzoek aan dat de toepasselijke GS-code 4819 10 was, terwijl één Chinese producent verklaarde dat de toepasselijke GS-code 4819 20 was. GS-code 4819 10 omvat "dozen van gegolfd papier of van gegolfd karton", terwijl GS-code 4819 20 betrekking heeft op "vouwdozen, andere dan van gegolfd papier of van gegolfd karton". Omdat de desbetreffende dozen niet gegolfd zijn, besloot de Commissie een onderzoek naar GS-code 4819 20 in te stellen. Binnen die GS-code werd de Turkse nomenclatuur uitgebreider bestudeerd, maar er werd geen nauwkeurigere passende beschrijving vastgesteld. Daarom besloot de Commissie de genoemde zescijferige GS-code te gebruiken om te bepalen wat de kosten zijn van het onderdeel van de productiekosten aan de hand waarvan de normale waarde moet worden berekend.

(136)

Wat betreft de papieren koker, gaven de indieners van het verzoek dezelfde GS-code 4819 10 op als voor de gekleurde doos/kartonnen doos. Na onderzoek van de beschrijving ervan kwam de Commissie tot de conclusie dat het product moest worden aangemerkt als "andere spoelen van karton" onder GS-code 4822 90. Binnen die GS-code werd de Turkse nomenclatuur uitgebreider bestudeerd, maar er werd geen nauwkeurigere passende beschrijving vastgesteld, en daarom besloot de Commissie de genoemde zescijferige GS-code 4822 90 te gebruiken om te bepalen wat de kosten zijn van het onderdeel van de productiekosten aan de hand waarvan de normale waarde moet worden berekend.

(137)

Een van de indieners van het verzoek verschafte informatie waaruit bleek dat een buitenverpakking (voor 24 rollen aluminiumfolie) eveneens een productiefactor vormde. Na onderzoek van de beschrijving ervan kwam de Commissie tot de conclusie dat het product ook onder GS-code 4819 20 moest worden gerangschikt. Binnen die GS-code werd de Turkse nomenclatuur uitgebreider bestudeerd, maar er werd geen nauwkeurigere passende beschrijving vastgesteld, en daarom besloot de Commissie de genoemde zescijferige GS-code 4819 20 te gebruiken om te bepalen wat de kosten zijn van het onderdeel van de productiekosten aan de hand waarvan de normale waarde moet worden berekend.

(138)

Voor aluminiumfolie genereerde de Commissie de invoerwaarde in euro en de hoeveelheid kilogrammen vanuit de rest van de wereld, exclusief de VRC, naar Turkije in het jaar 2017 voor de Turkse tariefcodes 7607 11 19 00 11 en 7607 11 19 00 12. Op basis van deze cijfers berekende de Commissie vervolgens de gewogen gemiddelde invoerwaarde in euro per kg voor aluminium jumborollen, die als de relevante kosten van grondstoffen in de productiekosten moet worden gebruikt.

(139)

Wat betreft de gekleurde doos/kartonnen doos en de buitenverpakking, genereerde de Commissie de invoerwaarde in euro en de hoeveelheid kilogrammen vanuit de rest van de wereld, exclusief de VRC, naar Turkije in het jaar 2017 voor GS-code 4819 20. Op basis van deze cijfers berekende de Commissie vervolgens de gewogen gemiddelde invoerwaarde in EUR per kg voor de gekleurde doos/kartonnen doos en de buitenverpakking, die als de relevante kosten van grondstoffen in de productiekosten moet worden gebruikt.

(140)

Wat betreft de papieren koker, genereerde de Commissie de invoerwaarde in euro en de hoeveelheid kilogrammen vanuit de rest van de wereld, exclusief de VRC, naar Turkije in het jaar 2017 voor GS-code 4822 90. Op basis van deze cijfers berekende de Commissie vervolgens de gewogen gemiddelde invoerwaarde in euro per kg voor de papieren koker, die als de relevante kosten van grondstoffen in de productiekosten moet worden gebruikt.

(141)

Wat betreft schroot van aluminiumfolie, kan volgens een van de indieners van het verzoek het afval als niet aanwezig worden beschouwd en hoeft er derhalve geen waarde in de berekende productiekosten voor schroot te worden opgenomen. Omdat er geen andere opmerkingen waren binnengekomen, besloot de Commissie deze aanpak te hanteren.

(142)

Om de niet-verstoorde prijs te berekenen van de grondstoffen die aan de poort van de fabriek van de producent-exporteur afgeleverd worden, ging de Commissie na of het passend is om bij de invoerprijs de invoerrechten van het representatieve land, Turkije, en de kosten voor het binnenlands vervoer van de grondstoffen op te tellen. De Commissie stelde vast dat Turkije geen invoerrechten hief op de invoer van de voornaamste grondstof, aluminiumfolie op jumborollen, uit de andere landen dan de VRC waarvan de meeste ingevoerde producten werden betrokken. Ten aanzien van het binnenlands vervoer van de grondstoffen is er geen onmiddellijk beschikbare informatie omdat geen enkele Chinese producent zijn medewerking verleende. Zoals aangegeven in overweging 153, blijkt echter reeds uit de normale waarde die niet voor zulke invoerrechten en vervoerskosten is gecorrigeerd, dat een zeer hoog percentage van de uitgevoerde producten tegen dumpingprijzen worden verkocht. De normale waarde en dus de dumpingmarge zouden alleen maar hoger worden wanneer er een onderzoek zou worden verricht naar de binnenlandse vervoerskosten van grondstoffen en invoerrechten, omdat de normale waarde voor zulke kosten dan naar boven zou moeten worden bijgesteld. In het licht van het bovenstaande achtte de Commissie het in het onderhavige geval niet noodzakelijk om de kosten van de grondstoffen voor de invoerrechten en de binnenlandse vervoerskosten te corrigeren.

3.3.4.3.   Arbeid

(143)

Wat betreft arbeidskosten, gaf de Commissie in haar mededeling van 3 oktober 2018 aan dat zij van plan was gebruik te maken van de door het Turkse Instituut voor Statistiek gepubliceerde gegevens. De Commissie gaf met name aan dat zij van plan was de arbeidskosten per uur in de productiesector voor 2016 te hanteren, voor de economische activiteit C.24 (vervaardiging van metalen in primaire vorm (71)) volgens NACE Rev.2 (72), oftewel de meest recent beschikbare statistieken (73). Voorts werd aangegeven dat de waarden naar behoren voor inflatie zouden worden gecorrigeerd met behulp van de door het Turkse Instituut voor Statistiek gepubliceerde binnenlandse-producentenprijsindex (74). Omdat er geen opmerkingen waren binnengekomen, besloot de Commissie deze aanpak te hanteren.

3.3.4.4.   Elektriciteit

(144)

Wat betreft de elektriciteitskosten, gaf de Commissie in haar mededeling van 3 oktober 2018 bij gebrek aan informatie over de verbruiksniveaus in de VRC aan dat zij van plan was de gemiddelde eenheidsprijs van elektriciteit voor industriële gebruikers toe te passen; deze prijs werd vermeld in een persbericht van het Turkse Instituut voor Statistiek (75). Omdat er geen opmerkingen waren binnengekomen, besloot de Commissie deze aanpak te hanteren.

3.3.5.   Berekeningen

(145)

Om de normale waarde te berekenen, heeft de Commissie de volgende twee stappen gezet.

(146)

Ten eerste heeft de Commissie bepaald wat de niet-verstoorde productiekosten zijn. Bij gebrek aan medewerking van de producenten-exporteurs vermenigvuldigde de Commissie vervolgens de gebruiksfactoren die op het niveau van het productieproces van een van de indieners van het verzoek voor grondstoffen, arbeid en energie waren waargenomen, met de niet-verstoorde kosten per eenheid zoals waargenomen in het representatieve land Turkije.

(147)

Ten tweede paste de Commissie op de bovenstaande productiekosten de vaste productiekosten, VAA-kosten en winst van Sedat Tahir A.Ș. toe. Deze werden vastgesteld op grond van het jaarverslag van Sedat Tahir A.Ș over 2017.

(148)

Op basis daarvan heeft de Commissie de normale waarde per productsoort in het stadium af fabriek berekend overeenkomstig artikel 2, lid 6 bis, onder a), van de basisverordening. Omdat geen enkele producent-exporteur zijn medewerking verleende, werd de normale waarde op nationaal niveau vastgesteld en niet voor iedere exporteur en producent afzonderlijk.

3.4.   Uitvoerprijs

(149)

Zoals vermeld in overweging 21, heeft de Commissie geen antwoorden op de vragenlijst ontvangen van producenten-exporteurs in de VRC. Daarom heeft de Commissie op basis van invoerstatistieken van Eurostat ("Comext") één gewogen gemiddelde uitvoerprijs vastgesteld voor alle soorten aluminiumfolie voor huishoudelijk gebruik.

3.5.   Vergelijking

(150)

De Commissie vergeleek de normale waarde en de uitvoerprijs in het stadium af fabriek.

(151)

Waar dat met het oog op een billijke vergelijking gerechtvaardigd was, heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening op de normale waarde en de uitvoerprijs een correctie toegepast voor verschillen die van invloed zijn op de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen. De normale waarde werd met 2 % verhoogd voor niet-terugvorderbare btw, en de uitvoerprijs werd met 1 % tot 3 % verlaagd voor internationaal vrachtvervoer, verzekering en binnenlandse vervoerskosten.

3.6.   Dumpingmarge

(152)

De Commissie heeft de gewogen gemiddelde normale waarde van het soortgelijke product vergeleken met de gewogen gemiddelde prijs van alle uitvoer naar de Unie, in overeenstemming met artikel 2, leden 11 en 12, van de basisverordening.

(153)

Op grond hiervan heeft de Commissie een dumpingmarge, uitgedrukt in procenten van de cif-prijs, grens Unie, vóór inklaring, geconstateerd van meer dan 150 %. De Commissie heeft derhalve geconcludeerd dat de dumping in het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd voortgezet.

3.7.   Vermoedelijke voortzetting van dumping bij eventuele intrekking van de maatregelen

(154)

Na te hebben vastgesteld dat er in het tijdvak van het nieuwe onderzoek sprake was van dumping, heeft de Commissie onderzocht of het waarschijnlijk was dat de dumping zou worden voortgezet indien de maatregelen zouden worden ingetrokken.

(155)

Als gevolg van de niet-medewerking van producenten in de VRC werd dit onderzoek gebaseerd op de informatie waarover de Commissie beschikt, dat wil zeggen informatie die is verstrekt in het verzoek om een nieuw onderzoek en informatie uit andere onafhankelijke bronnen, zoals officiële invoerstatistieken en informatie die in de loop van het onderzoek van andere belanghebbenden is verkregen.

(156)

Om na te gaan hoe de invoer zich waarschijnlijk bij intrekking van de maatregelen zou ontwikkelen, onderzocht de Commissie de reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie.

3.7.1.   Reservecapaciteit in de VRC

(157)

In het verzoek om een nieuw onderzoek wezen de indieners van het verzoek erop dat de aluminium jumborollen alleen maar hoefden te worden gesneden om het onderzochte product te worden, en dus is de overtollige Chinese capaciteit voor aluminium jumborollen relevant voor het vaststellen van de overcapaciteit voor het onderzochte product.

(158)

Zoals genoemd in het verzoek om een nieuw onderzoek, wordt in de uitvoeringsverordening van de Commissie van 17 december 2015 waarin naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen de antidumpingmaatregelen ten aanzien van jumborollen van aluminiumfolie worden verlengd (76), geraamd dat de Chinese productiecapaciteit voor alle soorten aluminiumfolie 450 000 ton groter is dan het totale binnenlandse verbruik in China. Er werd ook geraamd dat deze productiecapaciteit van 2,5 miljoen ton in 2014 zou toenemen tot 2,8 miljoen ton in 2018, terwijl de groei van het binnenlands verbruik waarschijnlijk niet zou volstaan om de toename van de capaciteit op te vangen (77). In de Unie wordt ongeveer 85 600 ton van het onderzochte product verbruikt.

(159)

Bij de definitieve vaststelling in de antidumping- en antisubisidieonderzoeken naar jumborollen van aluminiumfolie, die gebaseerd is op antwoorden van exporteurs en producenten in de VRC, heeft de Amerikaanse International Trade Commission de reservecapaciteit van aluminiumfolie in de VRC voor 2017 en 2018 geraamd op respectievelijk 161 233 ton en 157 305 ton (78), hetgeen beduidend meer is dan de vraag in de EU.

(160)

Bovendien bleek uit de antwoorden van de vier groepen producenten in de VRC die op de steekproef hadden gereageerd, dat zij een reservecapaciteit van gemiddeld ongeveer 25 % hadden.

(161)

Op grond daarvan oordeelde de Commissie dat er in de VRC aanzienlijke overcapaciteit bestaat en dat de kans derhalve groot is dat de omvang van de invoer sterk zal toenemen en dat de prijzen meer onder druk komen te staan, indien de antidumpingmaatregelen zouden worden ingetrokken.

(162)

De door de indieners van het verzoek in dit verband verstrekte informatie werd door de belanghebbenden niet betwist. De Commissie heeft geen bewijs aangetroffen dat deze informatie weerlegde.

3.7.2.   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(163)

De Commissie heeft de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie met betrekking tot de prijzen onderzocht om vast te stellen hoe de invoer zich kan gaan ontwikkelen als de maatregelen zouden worden ingetrokken.

(164)

In dit verband is het niet zinvol de statistieken van Chinese uitvoerprijzen te analyseren, omdat zowel de grondstof als het eindproduct in de VRC onder dezelfde GS-codes staan vermeld.

(165)

Uit een analyse van de antwoorden op de steekproeven van de Chinese producenten blijkt echter dat zij — gemiddeld — hogere prijzen op de EU-markt rekenen dan op andere markten van derde landen en op de binnenlandse markt, ondanks de geldende maatregelen. De prijzen op de EU-markt waren namelijk gemiddeld 5-10 % hoger dan in andere derde landen, en gemiddeld 20-25 % hoger dan de prijzen op de binnenlandse markt.

(166)

Zoals aangegeven in het verzoek om een nieuw onderzoek, hebben zowel Turkije als India sinds respectievelijk 2014 en 2017 antidumpingmaatregelen getroffen tegen aluminiumfolie uit de VRC. Indien de EU-maatregelen op het gebied van aluminiumfolie voor huishoudelijk gebruik zouden komen te vervallen, is het zeer waarschijnlijk dat de verkoop meer naar de EU-markt zal worden verlegd dankzij maatregelen tegen invoer op die andere markten en de aantrekkelijkheid van de EU-markt qua prijs.

(167)

Op grond van de aanzienlijke uitvoervolumes en het aanzienlijke marktaandeel van de VRC in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (12 994 ton, 13,4 %) evenals de voortdurende uitvoer van het onderzochte product uit de VRC naar de markt van de Unie in de beoordelingsperiode (1 519 ton, 1,8 %), kan de Commissie concluderen dat de markt van de Unie aantrekkelijk is voor producenten van het onderzochte product in de VRC.

(168)

Mochten de maatregelen komen te vervallen, dan zal de invoer vanuit de VRC naar de Unie dus waarschijnlijk sterk toenemen en tegen dumpingprijzen.

3.7.3.   Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping

(169)

Op grond van het bovenstaande, met name gezien de dumpingmarge die is vastgesteld in het tijdvak van het nieuwe onderzoek, de aanzienlijke reservecapaciteit die beschikbaar is in de VRC, en de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie, verwacht de Commissie dat de intrekking van de maatregelen waarschijnlijk zal leiden tot voortzetting van dumping en dat de uitvoer met dumping in grote hoeveelheden op de markt van de Unie terecht zal komen. Daarom wordt geoordeeld dat een voortzetting van dumping waarschijnlijk is indien de huidige antidumpingmaatregelen zouden komen te vervallen.

3.7.4.   Waarschijnlijkheid van herhaling van dumping

(170)

Uit het onderzoek is gebleken dat tijdens het tijdvak van het nieuwe onderzoek de invoer uit China met dumping op de markt van de Unie werd voortgezet. Ondanks de relatief lage ingevoerde hoeveelheden vergeleken met het verbruik in de Unie worden de vastgestelde dumpingmarges bevestigd door de analyse van de prijzen bij uitvoer naar andere derde landen, die zelfs nog lager blijken te zijn dan als bedoeld in overweging 165. Gezien de in de punten 3.7.1 en 3.7.2 behandelde aspecten concludeerde de Commissie ook dat het zeer waarschijnlijk is dat Chinese producenten grote hoeveelheden aluminiumfolie voor huishoudelijk gebruik tegen dumpingprijzen naar de Unie zouden uitvoeren, mochten de maatregelen komen te vervallen. Er is derhalve bewijs waaruit blijkt dat voortzetting van dumping waarschijnlijk is, en in elk geval dat herhaling van dumping waarschijnlijk is, indien de maatregelen zouden komen te vervallen.

4.   WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN SCHADE

4.1.   Omschrijving van de bedrijfstak van de Unie en productie in de Unie

(171)

In het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd het soortgelijke product vervaardigd door twintig bekende producenten in de Unie. Zij vormen de "bedrijfstak van de Unie" in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening.

4.2.   Inleidende opmerkingen

(172)

De Commissie heeft de schade beoordeeld op basis van trends met betrekking tot productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoop, marktaandeel, werkgelegenheid, productiviteit en groei, die in de gehele bedrijfstak van de Unie zijn verzameld, en trends met betrekking tot prijzen, winstgevendheid, kasstroom, vermogen om kapitaal en investeringen aan te trekken, voorraden, rendement van investeringen en lonen, die bij de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie zijn verzameld.

4.3.   Verbruik in de Unie

(173)

De Commissie heeft het verbruik in de Unie vastgesteld door de verkoophoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie op te tellen bij de totale invoer in de Unie volgens Eurostat.

(174)

Het verbruik in de Unie van het onderzochte product heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 2

Verbruik in de Unie (ton)

 

2014

2015

2016

TNO

Totaal verbruik

104 521

93 058

88 707

85 666

Index (2014 = 100)

100

89

85

82

Bron: Eurostat, gegevens van de bedrijfstak van de Unie en gecontroleerde antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst.

(175)

Het verbruik in de Unie is in de beoordelingsperiode geleidelijk met 18 % afgenomen. Uit een analyse per jaar blijkt dat er sprake is van een geleidelijke afname gedurende de gehele periode, die versnelt tussen 2014 en 2015 en vervolgens afzwakt tussen 2016 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

4.4.   Invoer uit de VRC

4.4.1.   Omvang en marktaandeel van de invoer uit de VRC

(176)

De Commissie heeft de ingevoerde hoeveelheid uit de VRC in de Unie vastgesteld op basis van de gegevens van Eurostat op Taric-niveau en de marktaandelen van de invoer door de omvang van de invoer te vergelijken met het verbruik in de Unie (zie tabel 2).

(177)

Het marktaandeel en de invoer uit de VRC hebben zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 3

Omvang van de invoer en marktaandeel

 

2014

2015

2016

TNO

Omvang van de invoer uit de VRC (ton)

3 510

2 549

2 650

1 519

Index (2014 = 100)

100

73

75

43

Marktaandeel van de invoer uit de VRC (%)

3,4

2,7

3,0

1,8

Index (2014 = 100)

100

82

89

53

Bron: Eurostat.

(178)

De invoer uit de VRC bereikte een hoogtepunt in 2014, daalde sterk in 2015, herstelde zich in 2016 enigszins, om vervolgens in het tijdvak van het nieuwe onderzoek weer sterk af te nemen, waardoor in de beoordelingsperiode een algehele daling van 57 % waar te nemen viel. Het marktaandeel van de invoer nam in het tijdvak van het nieuwe onderzoek af van 3,4 % tot 1,8 %.

(179)

Het is voor de analyse van de schade relevant om op te merken dat er gedurende de gehele beoordelingsperiode sprake was van invoer uit de VRC, na betaling van rechten.

4.4.2.   Prijzen van de invoer uit de VRC

(180)

De Commissie heeft gebruikgemaakt van de prijzen van de invoer uit de VRC die zijn gemeld door Eurostat.

(181)

De gemiddelde prijzen van de invoer uit de VRC in de Unie hebben zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 4

Prijzen van invoer uit VRC

 

2014

2015

2016

TNO

Gemiddelde prijs van invoer uit de VRC (EUR per ton)

2 340

2 934

2 827

2 413

Index (2014 = 100)

100

125

121

103

Bron: Eurostat.

(182)

De gemiddelde prijs van de invoer uit de VRC steeg tussen 2014 en 2015 met 25 %, nam in 2016 licht af en zakte in het tijdvak van het nieuwe onderzoek bijna tot het niveau van 2014.

(183)

In de beoordelingsperiode was de gemiddelde invoerprijs per ton uit de VRC nog steeds aanzienlijk lager dan zowel de gemiddelde verkoopprijs per ton als de gemiddelde productiekosten per ton van de bedrijfstak van de Unie, zoals weergegeven in tabel 10.

4.4.3.   Prijsonderbieding

(184)

De Commissie heeft de prijsonderbieding in het tijdvak van het nieuwe onderzoek vastgesteld door de gewogen gemiddelde verkoopprijzen die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie rekenen, gecorrigeerd tot het niveau af fabriek, te vergelijken met de gegevens van Eurostat over de prijs van de invoer van het onderzochte product uit de VRC op cif-niveau, gecorrigeerd voor de prijs inclusief lossen, inklaring en invoerrechten, met inbegrip van een bedrag van conventionele douanerechten.

(185)

Het resultaat van de vergelijking werd uitgedrukt als een percentage van de gemiddelde prijs van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(186)

Uit de vergelijking bleek voor de invoer uit de VRC een gemiddelde prijsonderbieding van 29,3 % op de markt van de Unie in het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

4.5.   Invoer uit andere derde landen dan de VRC

(187)

De omvang van de invoer in de Unie evenals het marktaandeel en de prijsontwikkelingen voor invoer van het onderzochte product uit de andere derde landen worden getoond in tabel 5. De cijfers zijn afkomstig van Eurostat.

Tabel 5

Invoer uit andere derde landen dan de VRC

 

2014

2015

2016

TNO

Omvang van de invoer (ton)

4 011

2 525

4 029

5 119

Index (2014 = 100)

100

63

100

128

Marktaandeel (%)

3,8

2,7

4,5

6,0

Index (2014 = 100)

100

71

118

156

Gemiddelde invoerprijs (EUR per ton)

2 621

2 685

2 653

2 888

Index (2014 = 100)

100

102

101

110

Bron: Eurostat.

(188)

De omvang van de invoer uit andere derde landen was tijdens de beoordelingsperiode aan schommelingen onderhevig. Tussen 2014 en 2015 nam de invoer met 37 % af, waarna deze in het tijdvak van het nieuwe onderzoek verdubbelde, hetgeen resulteerde in een stijging van in totaal 28 % tijdens de beoordelingsperiode.

(189)

Aangezien het totale verbruik in de Unie tijdens de beoordelingsperiode afnam, kwam deze stijging in deze periode tot uiting in een toename van het marktaandeel van de invoer uit andere derde landen van 3,8 % in 2014 tot 6,0 % gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(190)

De gemiddelde prijzen van de invoer uit andere derde landen dan de VRC stegen tijdens de beoordelingsperiode met 10 %, maar bleven ver onder de prijsniveaus van de bedrijfstak van de Unie zoals weergegeven in tabel 10.

(191)

In de beoordelingsperiode vond de invoer van het onderzochte product uit andere derde landen voornamelijk plaats vanuit Turkije, Noorwegen en Thailand.

(192)

De indieners van het verzoek stelden in het verzoek om een nieuw onderzoek dat de invoer uit Noorwegen in de beoordelingsperiode aanzienlijk was toegenomen, waarbij zij op grond van hun kennis van de markt constateerden dat het onderzochte product nergens in dat land werd vervaardigd. De indieners van het verzoek stelden tevens dat het onderzochte product in Thailand en Indonesië wordt overgeladen en zij vermoeden dat deze producten uit de VRC afkomstig zijn.

(193)

De Commissie analyseerde de gegevens van Eurostat met betrekking tot de invoer in kwestie. De omvang van de invoer in de Unie vanuit Noorwegen, Thailand en Indonesië heeft zich als volgt ontwikkeld:

Tabel 6

Invoer uit Noorwegen, Thailand en Indonesië

 

2014

2015

2016

TNO

Omvang van de invoer uit Noorwegen (ton)

233

86

790

1 186

Index (2014 = 100)

100

37

339

509

Omvang van de invoer uit Thailand (ton)

0

0

70

654

Index (2016 = 100)

0

0

100

934

Omvang van de invoer uit Indonesië (ton)

0

0

0

196

Bron: Eurostat.

(194)

Het is bij de Commissie niet bekend dat het onderzochte product in Noorwegen wordt vervaardigd. De Commissie stelde tevens vast dat in het tijdvak van het nieuwe onderzoek de invoer uit Noorwegen, Thailand en Indonesië de daling van de invoer uit de VRC volledig compenseerde. De indieners van het verzoek beweerden dat er mogelijk sprake zou zijn van ontwijking van bestaande antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer uit de VRC via overladingspraktijken in Noorwegen, Thailand en Indonesië. De Commissie kon echter niet controleren of het bewijsmateriaal dat ter ondersteuning van deze bewering was ingebracht, klopte.

4.6.   Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie

4.6.1.   Algemene opmerkingen

(195)

Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening onderzocht de Commissie alle relevante economische factoren en indicatoren die tijdens de beoordelingsperiode op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren.

(196)

Zoals vermeld in overweging 12, heeft de Commissie voor de vaststelling van mogelijk door de bedrijfstak van de Unie geleden schade gebruikgemaakt van een steekproef.

(197)

Voor de vaststelling van de schade maakte de Commissie onderscheid tussen macro-economische en micro-economische schade-indicatoren.

(198)

Bij het beoordelen van de macro-economische indicatoren is de Commissie uitgegaan van de gegevens van de bedrijfstak van de Unie en van de gecontroleerde antwoorden die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst hadden verstrekt. De gegevens hadden betrekking op alle producenten in de Unie.

(199)

Bij het beoordelen van de micro-economische indicatoren is de Commissie uitgegaan van de gecontroleerde gegevens die de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie in hun antwoorden op de vragenlijst hadden verstrekt.

(200)

De Commissie heeft vastgesteld dat beide reeksen gegevens representatief waren voor de economische situatie van de bedrijfstak van de Unie.

(201)

De macro-economische indicatoren zijn: productie, productiecapaciteit, bezettingsgraad, verkoophoeveelheden, marktaandeel, groei, werkgelegenheid en productiviteit.

(202)

De micro-economische indicatoren zijn: gemiddelde eenheidsprijzen, gemiddelde kosten per eenheid, arbeidskosten, voorraden, winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken.

4.6.2.   Macro-economische indicatoren

4.6.2.1.   Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad

(203)

De totale productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad van de bedrijfstak van de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 7

Productie, productiecapaciteit en bezettingsgraad van producenten in de Unie

 

2014

2015

2016

TNO

Productiehoeveelheden (ton)

104 344

96 478

89 070

86 254

Index (2014 = 100)

100

92

85

83

Productiecapaciteit (ton)

160 145

163 178

144 653

147 950

Index (2014 = 100)

100

102

90

92

Bezettingsgraad (%)

65

59

62

58

Index (2014 = 100)

100

91

95

89

Bron: Gegevens van de bedrijfstak van de Unie en gecontroleerde antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst.

(204)

De productiehoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie zijn in de beoordelingsperiode met 17 % gedaald en volgden daarmee de neerwaartse trend van het verbruik in de Unie. Tussen 2016 en het eind van het tijdvak van het nieuwe onderzoek werd deze afname minder sterk.

(205)

De productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Unie is in de beoordelingsperiode met 8 % afgenomen, waaruit blijkt dat de bedrijfstak van de Unie niet volledig in staat was de capaciteit te verminderen om de afname van de productie in de beoordelingsperiode het hoofd te bieden.

(206)

De bezettingsgraad schommelde tijdens de beoordelingsperiode, maar was ten opzichte van 2014 het laagst in het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Over het geheel genomen is de bezettingsgraad in de beoordelingsperiode met 11 % gedaald.

4.6.2.2.   Verkoophoeveelheden en marktaandeel

(207)

De verkoophoeveelheden en het marktaandeel in de Unie van de bedrijfstak van de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 8

Verkoophoeveelheden en marktaandeel van producenten in de Unie

 

2014

2015

2016

TNO

Verkoophoeveelheden in de Unie (ton)

97 000

87 984

82 028

79 028

Index (2014 = 100)

100

91

85

81

Marktaandeel (%)

92,8

94,5

92,5

92,3

Bron: Gegevens van de bedrijfstak van de Unie en gecontroleerde antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst.

(208)

De verkoophoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie op de EU-markt zijn tijdens de beoordelingsperiode met 19 % gedaald. De afname volgende de neerwaartse tendens van het verbruik in de Unie.

(209)

De bedrijfstak van de Unie was tussen 2014 en 2015 in staat marktaandeel te winnen, maar raakte dat in 2016 weer kwijt. Gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek was het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie zelfs iets kleiner dan aan het begin van de beoordelingsperiode.

4.6.2.3.   Groei

(210)

Gedurende de beoordelingsperiode nam de productie van de bedrijfstak van de Unie met 17 % af, terwijl het verbruik in de Unie met 18 % daalde en de verkoophoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie met 19 % afnamen. De afname van de verkoophoeveelheden van de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode moet worden gezien in de context van een dalend verbruik tijdens dezelfde periode. Het marktaandeel van de Unie nam enigszins af.

4.6.2.4.   Werkgelegenheid en productiviteit

(211)

De werkgelegenheid en de productiviteit van de bedrijfstak van de Unie hebben zich tijdens de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 9

Werkgelegenheid en productiviteit van producenten in de Unie

 

2014

2015

2016

TNO

Aantal werknemers (voltijdequivalent of VTE)

1 048

1 033

1 015

977

Index (2014 = 100)

100

99

97

93

Productiviteit (ton per werknemer)

100

93

88

88

Index (2014 = 100)

100

94

88

89

Bron: Gegevens van de bedrijfstak van de Unie en gecontroleerde antwoorden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie op de vragenlijst.

(212)

Vanwege de afgenomen productie is de werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie in de beoordelingsperiode eveneens met 7 % gedaald. De werkgelegenheid is in de beoordelingsperiode echter minder afgenomen dan de productie, die met 17 % daalde. Dit had gevolgen voor de productiviteit van de producenten in de Unie, die in de beoordelingsperiode met 11 % afnam.

4.6.3.   Micro-economische indicatoren

4.6.3.1.   Prijzen en factoren die de prijzen beïnvloeden

(213)

De gemiddelde verkoopprijzen en productiekosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie voor niet-verbonden afnemers in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 10

Gemiddelde verkoopprijzen in de Unie en kosten per eenheid

 

2014

2015

2016

TNO

Gemiddelde verkoopprijzen per ton (EUR)

3 723

3 844

3 596

3 703

Index (2014 = 100)

100

103

97

99

Gemiddelde productiekosten per ton (EUR)

3 539

3 719

3 549

3 802

Index (2014 = 100)

100

105

100

107

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(214)

De gemiddelde verkoopprijs per ton bij verkoop door de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers in de Unie is tijdens de beoordelingsperiode met 1 % gedaald, terwijl de productiekosten per ton in dezelfde periode met 7 % zijn gestegen.

4.6.3.2.   Arbeidskosten

(215)

De gemiddelde arbeidskosten van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich in de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 11

Gemiddelde arbeidskosten per werknemer

 

2014

2015

2016

TNO

Gemiddelde arbeidskosten per werknemer (EUR per VTE)

26 187

26 509

26 383

25 348

Index (2014 = 100)

100

101

101

97

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(216)

De gemiddelde arbeidskosten per werknemer van de bedrijfstak van de Unie zijn tijdens de beoordelingsperiode licht afgenomen.

4.6.3.3.   Voorraden

(217)

De voorraden van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 12

Voorraden

 

2014

2015

2016

TNO

Eindvoorraad (ton)

1 378

1 321

1 598

1 285

Index (2014 = 100)

100

96

116

93

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(218)

De eindvoorraden waren in de beoordelingsperiode aan schommelingen onderhevig. In totaal namen deze voorraden tijdens deze periode met 7 % af.

4.6.3.4.   Winstgevendheid, kasstroom, investeringen, rendement van investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken

(219)

De Commissie heeft de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie vastgesteld door de winst vóór belastingen van de verkoop van het soortgelijke product aan niet-verbonden afnemers in de Unie uit te drukken als een percentage van de aldus gerealiseerde omzet.

(220)

De winstgevendheid, de kasstroom, de investeringen en het rendement van investeringen van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie hebben zich gedurende de beoordelingsperiode als volgt ontwikkeld:

Tabel 13

Winstgevendheid, kasstroom, investeringen en rendement van investeringen

 

2014

2015

2016

TNO

Winstgevendheid van de verkoop aan niet-verbonden afnemers (% van de omzet)

5,1

5,5

1,4

– 2,8

Index (2014 = 100)

100

109

27

– 55

Kasstroom (× 1 000 EUR)

3 306

6 758

2 085

612

Index (2014 = 100)

100

204

63

19

Investeringen (× 1 000 EUR)

1 818

2 068

2 074

1 887

Index (2014 = 100)

100

114

114

104

Rendement van investeringen (%)

256

254

78

– 115

Index (2014 = 100)

100

99

30

– 45

Bron: Gecontroleerde antwoorden op de vragenlijst van de in de steekproef opgenomen producenten in de Unie.

(221)

Over de gehele beoordelingsperiode is de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Unie met 155 % sterk verminderd. Tussen 2014 en 2015 nam de winstgevendheid weliswaar met 9 % toe, maar gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek nam zij zo sterk af dat er verlies werd geleden.

(222)

De nettokasstroom, het vermogen van de bedrijfstak van de Unie om zijn activiteiten zelf te financieren, daalde in de beoordelingsperiode met 81 %. Tussen 2014 en 2015 verdubbelde hij, maar vervolgens kelderde hij in 2016 en het tijdvak van het nieuwe onderzoek.

(223)

Tijdens de beoordelingsperiode stegen de jaarlijkse investeringen door de bedrijfstak van de Unie in het soortgelijke product met 4 %.

(224)

Het rendement van investeringen van de bedrijfstak van de Unie, de winst als percentage van de nettoboekwaarde van de activa, daalde in de beoordelingsperiode met 145 % en werd in het tijdvak van het nieuwe onderzoek negatief.

4.6.4.   Conclusie over de situatie van de bedrijfstak van de Unie

(225)

Het onderzoek heeft aangetoond dat de meeste schade-indicatoren zich negatief hebben ontwikkeld en dat de economische en financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie is verslechterd tijdens de beoordelingsperiode.

(226)

Dankzij de getroffen maatregelen kon de bedrijfstak van de Unie zijn prijsniveaus en marktaandeel in een krimpende markt handhaven.

(227)

Het productie- en verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie volgde dezelfde negatieve trend als het verbruik in de Unie. De negatieve trends van zijn winstgevendheid, kasstroom en rendement van investeringen zijn echter niet gecorreleerd met de negatieve ontwikkeling van het verbruik. Deze indicatoren ontwikkelden zich bij aanvang van de beoordelingsperiode, na de instelling van maatregelen, positief, maar begonnen snel te verslechteren door de forse daling van het verbruik en de stijging van de productiekosten. De bedrijfstak van de Unie begon in het tijdvak van het nieuwe onderzoek verlies te lijden.

(228)

Tegelijkertijd is de invoer uit derde landen zowel qua omvang als marktaandeel tijdens de beoordelingsperiode in absolute zin toegenomen en, zoals uitgelegd in overweging 194, compenseerde deze invoer de vermindering van de invoer uit de VRC volledig. Hoewel de gemiddelde prijzen van de invoer uit derde landen lager waren dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, kon de Commissie niet vaststellen of deze invoer de oorzaak was van de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade, omdat onbekend was hoe de productmix ervan was samengesteld. De gemiddelde eenheidsprijs van derde landen is echter nog steeds veel hoger dan de prijzen waartegen de invoer uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek op de markt van de Unie kwam. Daarom valt de verslechterende economische en financiële situatie van de bedrijfstak van de Unie samen met de voortdurende aanwezigheid van invoer met dumping van de VRC in representatieve volumes op de markt van de Unie, die de prijzen van de bedrijfstak van de Unie blijft onderbieden en daardoor nog steeds een oneerlijke concurrentiedruk op die bedrijfstak uitoefent.

(229)

De Commissie concludeerde dat bij een algehele beoordeling van de schadefactoren de bedrijfstak van de Unie zijn economische en financiële situatie niet heeft verbeterd en niet is hersteld van de aanmerkelijke schade die de Commissie in het oorspronkelijke onderzoek had vastgesteld.

4.7.   Waarschijnlijkheid van voortzetting van de schade

(230)

Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening heeft de Commissie onderzocht of er nog steeds sprake zou zijn van aanmerkelijke schade als gevolg van invoer uit de VRC indien de maatregelen ten aanzien van de VRC zouden komen te vervallen. Het onderzoek heeft aangetoond dat de invoer uit de VRC in het tijdvak van het nieuwe onderzoek tegen dumpingprijzen plaatsvond (overweging 153) en dat het waarschijnlijk was dat de dumping zou worden voortgezet indien de maatregelen zouden komen te vervallen (overweging 169).

(231)

Om te beoordelen hoe waarschijnlijk het is dat de schade wordt voortgezet indien de maatregelen ten aanzien van de VRC worden ingetrokken, heeft de Commissie i) de reservecapaciteit in de VRC, ii) de aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en iii) het effect van de invoer uit de VRC op de situatie van de bedrijfstak van de Unie indien de maatregelen zouden komen te vervallen, onderzocht.

i)   Reservecapaciteit in de VRC

(232)

Zoals uitgelegd in de overwegingen 157 tot en met 162, is er aanzienlijke overcapaciteit in de VRC, die beduidend groter was dan het totale verbruik in de Unie gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek. Bovendien heeft de Commissie geen elementen gevonden die konden wijzen op een significante verhoging van de binnenlandse vraag naar het onderzochte product in de VRC of op de markt van een ander derde land in de nabije toekomst. De Commissie concludeerde derhalve dat de binnenlandse vraag in de VRC of op de markten van andere derde landen de beschikbare reservecapaciteit in de VRC niet kon absorberen.

ii)   Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie

(233)

Zoals uiteengezet in de overwegingen 165 tot en met 167, vormt de markt van de Unie een aantrekkelijke markt voor producenten-exporteurs uit de VRC. Het marktaandeel van de invoer uit de VRC bedroeg in het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek (2010-2011) 13,4 %, wat erop wijst hoe hoog het niveau van de invoer uit de VRC zou kunnen worden indien de maatregelen zouden vervallen.

(234)

Invoer uit de VRC zonder antidumpingrecht zou in het tijdvak van het nieuwe onderzoek de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie met 29,3 % hebben onderboden. Dit geeft aan wat het prijspeil van de invoer uit de VRC zou kunnen zijn indien de maatregelen zouden worden ingetrokken. Op grond hiervan is het waarschijnlijk dat de prijsdruk op de markt van de Unie zou toenemen indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, waardoor de bedrijfstak van de Unie verdere schade zou lijden.

(235)

Op grond hiervan zullen de producenten-exporteurs uit de VRC na het wegvallen van de maatregelen hun aanwezigheid op de markt van de Unie waarschijnlijk vergroten, zowel qua hoeveelheid als qua marktaandeel, en tegen dumpingprijzen die de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Unie aanzienlijk zouden onderbieden.

iii)   Effect op de bedrijfstak van de Unie

(236)

Door de voortdurende invoer met dumping vanuit de VRC op de markt van de Unie en de lage prijzen daarvan heeft de bedrijfstak van de Unie niet volledig van de bestaande antidumpingmaatregelen kunnen profiteren en zich van de schade veroorzakende dumpingpraktijken in het verleden kunnen herstellen. Vanwege deze invoer met dumping is de bedrijfstak van de Unie niet in staat geweest zijn stijgende kosten in zijn verkoopprijzen te verdisconteren, waardoor zijn winstgevendheid in het tijdvak van het nieuwe onderzoek zodanig afnam dat de bedrijfstak uiteindelijk verliesgevend werd.

(237)

Indien de maatregelen zouden worden ingetrokken, zou de bedrijfstak van de Unie de verkoophoeveelheden en het marktaandeel niet kunnen handhaven tegenover goedkope invoer uit de VRC. Het is zeer waarschijnlijk dat het marktaandeel van de VRC snel zou stijgen indien de maatregelen zouden komen te vervallen. Een daling van de verkoophoeveelheden zou leiden tot een nog lagere bezettingsgraad en een toename van de gemiddelde productiekosten. Samen met de toegenomen prijsdruk zou dit tot een verdere verslechtering van de reeds zorgwekkende situatie van de bedrijfstak van de Unie leiden en uiteindelijk tot de sluiting van productielocaties en het verdwijnen van de bedrijfstak.

(238)

Derhalve heeft de Commissie geconcludeerd dat het zeer waarschijnlijk is dat het vervallen van de bestaande maatregelen zou leiden tot een voortzetting van schade als gevolg van de invoer uit de VRC en dat de reeds zorgwekkende situatie van de bedrijfstak van de Unie nog verder zou verslechteren.

4.8.   Conclusie

(239)

Intrekking van de maatregelen zou naar alle waarschijnlijkheid leiden tot een aanzienlijke toename van invoer uit de VRC tegen dumpingprijzen die de prijzen van de bedrijfstak van de Unie onderbieden. Daarom heeft de Commissie de conclusie getrokken dat het zeer waarschijnlijk is dat de schade zich zal voortzetten indien de bestaande maatregelen worden ingetrokken.

4.9.   Waarschijnlijkheid van herhaling van schade

(240)

Daarnaast heeft de Commissie vastgesteld dat de intrekking van de maatregelen naar alle waarschijnlijkheid tot een herhaling van schade zou leiden, indien de bestaande maatregelen worden ingetrokken. Zelfs als de voortdurende schade voor de bedrijfstak van de Unie niet aan de ingevoerde producten zou kunnen worden toegeschreven, concludeerde de Commissie namelijk dat het zeer waarschijnlijk is dat de schade zich zal herhalen, en wel op basis van de lagere prijzen van de uitvoer naar derde landen (zie overweging 165), de grote reservecapaciteit in de VRC en de aantrekkelijkheid van de EU-markt (zie hoofdstuk 4.7).

5.   BELANG VAN DE UNIE

(241)

Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening onderzocht de Commissie of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd zou zijn met het belang van de Unie in haar geheel.

(242)

De Commissie stelde het belang van de Unie vast op basis van een beoordeling van alle betrokken belangen, waaronder die van de bedrijfstak van de Unie, importeurs en gebruikers. Alle belanghebbenden werden overeenkomstig artikel 21, lid 2, van de basisverordening in de gelegenheid gesteld hun standpunt uiteen te zetten.

(243)

Op basis hiervan onderzocht de Commissie of er, ondanks haar conclusie dat de dumping en de schade waarschijnlijk zullen worden voortgezet, dwingende redenen bestonden om te concluderen dat de handhaving van de bestaande maatregelen niet in het belang van de Unie is.

5.1.   Belang van de bedrijfstak van de Unie

(244)

Het onderzoek heeft aangetoond dat een verdere verslechtering van de kwetsbare situatie van de bedrijfstak van de Unie zeer waarschijnlijk is, indien de bestaande maatregelen worden ingetrokken.

(245)

Bijgevolg heeft de Commissie geconcludeerd dat handhaving van de maatregelen ten aanzien van de VRC de bedrijfstak van de Unie ten goede zou komen.

5.2.   Belang van de importeurs en de gebruikers

(246)

Zoals aangegeven in de overwegingen 16 en 19, heeft geen enkele importeur of gebruiker zich gemeld en aan dit onderzoek meegewerkt. Zoals in eerdere onderzoeken waarbij sprake was van gebrek aan medewerking reeds was vastgesteld, kwam de Commissie tot de conclusie dat voortzetting van de maatregelen geen negatieve gevolgen zou hebben voor de importeurs en gebruikers in de Unie.

5.3.   Conclusie inzake het belang van de Unie

(247)

Gezien het bovenstaande is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er geen dwingende redenen zijn om aan te nemen dat verlenging van de bestaande antidumpingmaatregelen ten aanzien van de invoer van het onderzochte product van oorsprong uit de VRC niet in het belang van de Unie is.

6.   ANTIDUMPINGMAATREGELEN

(248)

Alle belanghebbenden zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan werd beoogd de geldende antidumpingmaatregelen te handhaven. Tevens is een termijn vastgesteld waarbinnen zij opmerkingen konden maken over deze mededeling van feiten en overwegingen en konden verzoeken om een hoorzitting met de Commissie en/of de raadadviseur-auditeur in handelsprocedures. De Commissie heeft geen opmerkingen of verzoeken om een hoorzitting ontvangen.

(249)

Uit de bovenstaande overwegingen volgt dat de bij de definitieve verordening ingestelde antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de VRC, moeten worden gehandhaafd.

(250)

De individuele antidumpingrechten voor ondernemingen die in deze verordening worden genoemd, zijn uitsluitend van toepassing op de invoer van het onderzochte product dat door deze ondernemingen en dus door de specifiek vermelde juridische entiteiten is vervaardigd. Deze rechten zijn niet van toepassing op de onderzochte producten die zijn vervaardigd door andere, niet specifiek met naam en adres in het dispositief van deze verordening genoemde ondernemingen, ook al gaat het hierbij om entiteiten die verbonden zijn met de specifiek genoemde ondernemingen; op die producten is het recht van toepassing dat geldt voor "alle andere ondernemingen".

(251)

Verzoeken om toepassing van deze individuele antidumpingrechten (bijvoorbeeld na een naamswijziging van de onderneming of na de oprichting van een nieuwe productie- of verkoopeenheid) moeten onverwijld aan de Commissie (79) worden gericht en vergezeld gaan van alle relevante gegevens, met name over wijzigingen in de activiteiten van de onderneming die verband houden met de productie, de binnenlandse verkoop en de uitvoer die bijvoorbeeld tot die naamswijziging of de oprichting van een productie- of verkoopmaatschappij hebben geleid. Indien het verzoek gerechtvaardigd is, zal de verordening dienovereenkomstig worden gewijzigd door bijwerking van de lijst van ondernemingen waarvoor een individueel recht geldt.

(252)

Indien, op basis van artikel 109 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (80), een bedrag moet worden terugbetaald na een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dan geldt als de te betalen rente de rente die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie op de eerste kalenderdag van elke maand.

(253)

De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van de basisverordening ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Er wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld op aluminiumfolie met een dikte van 0,007 mm of meer, maar minder dan 0,021 mm, niet op een drager, enkel gewalst, al dan niet gegaufreerd, op kleine rollen met een gewicht van maximum 10 kg, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 7607 11 11 en ex 7607 19 10 (Taric-codes 7607111110 en 7607191010), van oorsprong uit de Volksrepubliek China.

2.   Het definitieve antidumpingrecht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 omschreven en door onderstaande ondernemingen vervaardigde producten, is als volgt:

Onderneming

Recht

Aanvullende Taric-code

CeDo (Shanghai) Ltd, Shanghai

14,2 %

B299

Ningbo Favored Commodity Co. Ltd, Yuyao City

14,6 %

B301

Ningbo Times Aluminium Foil Technology Co. Ltd, Ningbo

15,6 %

B300

Able Packaging Co. Ltd, Shanghai

14,6 %

B302

Guangzhou Chuanlong Aluminium Foil Product Co. Ltd, Guangzhou

14,6 %

B303

Ningbo Ashburn Aluminium Foil Products Co. Ltd, Yuyao City

14,6 %

B304

Shanghai Blue Diamond Aluminium Foil Manufacturing Co. Ltd, Shanghai

14,6 %

B305

Weifang Quanxin Aluminium Foil Co. Ltd, Linqu

14,6 %

B306

Zhengzhou Zhuoshi Tech Co. Ltd, Zhengzhou City

14,6 %

B307

Zhuozhou Haoyuan Foil Industry Co. Ltd, Zhouzhou City

14,6 %

B308

Zibo Hengzhou Aluminium Plastic Packing Material Co Ltd, Zibo

14,6 %

B309

Yuyao Caelurn Aluminium Foil Products Co. Ltd, Yuyao

14,6 %

B310

Alle andere ondernemingen

35,6 %

B999

3.   De individuele rechten voor de in lid 2 genoemde ondernemingen zijn uitsluitend van toepassing indien aan de douaneautoriteiten van de lidstaten een geldige handelsfactuur, opgesteld conform de voorwaarden in de bijlage bij deze verordening, wordt overgelegd. Als een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, wordt het antidumpingrecht toegepast dat voor "alle andere ondernemingen" geldt.

4.   Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.

Artikel 2

Wanneer een nieuwe producent-exporteur in de VRC ten genoegen van de Commissie aantoont dat:

a)

hij het in artikel 1, lid 1, beschreven product in de periode tussen 1 oktober 2010 tot en met 30 september 2011 niet naar de Unie heeft uitgevoerd;

b)

hij niet verbonden is met een exporteur of producent in de Volksrepubliek China voor wie de bij deze verordening ingestelde antidumpingmaatregelen gelden;

c)

hij het in artikel 1, lid 1, betrokken product werkelijk naar de Unie heeft uitgevoerd of een onherroepelijke contractuele verplichting is aangegaan om na het einde van het tijdvak van het oorspronkelijke onderzoek een aanzienlijke hoeveelheid naar de Unie uit te voeren,

kan de Commissie artikel 1, lid 2, wijzigen door de nieuwe producent-exporteur toe te voegen aan de medewerkende ondernemingen die niet in de steekproef van het oorspronkelijke onderzoek zijn opgenomen en waarvoor bijgevolg het gewogen gemiddelde recht van 14,6 % geldt.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 juni 2019.

Voor de Commissie

De voorzitter

Jean-Claude JUNCKER


(1)   PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21.

(2)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 217/2013 van de Raad van 11 maart 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en definitieve inning van het voorlopige antidumpingrecht op bepaalde aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 69 van 13.3.2013, blz. 11).

(3)   PB C 188 van 14.6.2017, blz. 21.

(4)  Bericht van opening van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB C 95 van 13.3.2018, blz. 8).

(5)  SWD(2017) 483 final/2.

(6)  Definitieve verordening, overweging 13, ter bevestiging van de overwegingen 27 tot en met 53 van Verordening (EU) nr. 833/2012 van de Commissie van 17 september 2012 tot instelling van een voorlopig antidumpingrecht op bepaalde aluminiumfolie op rollen van oorsprong uit de Volksrepubliek China ("de oorspronkelijke verordening") (PB L 251 van 18.9.2012, blz. 29). Zie in het bijzonder overweging 31.

(7)  Shanghai Futures Exchanges (http://www.shfe.com.cn/en/).

(8)  Oorspronkelijke verordening, overweging 33.

(9)  Ibid., overweging 34.

(10)  Het verslag — hoofdstuk 2, blz. 6-7.

(11)  Het verslag — hoofdstuk 2, blz. 10.

(12)  http://en.pkulaw.cn/display.aspx?cgid=311950&lib=law (geraadpleegd op 25 januari 2019).

(13)  Het verslag — hoofdstuk 2, blz. 20-21.

(14)  Het verslag — hoofdstuk 3, blz. 41, 73-74.

(15)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 120-121.

(16)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 122-135.

(17)  Het verslag — hoofdstuk 7, blz. 167-168.

(18)  Het verslag — hoofdstuk 8, blz. 169-170, 200-201.

(19)  Het verslag — hoofdstuk 2, blz. 15-16, het verslag — hoofdstuk 4, blz. 50, blz. 84, het verslag — hoofdstuk 5, blz. 108-109.

(20)  Het verslag — hoofdstuk 3, blz. 22-24 en hoofdstuk 5, blz. 97-108.

(21)  Het verslag — hoofdstuk 5, blz. 104-109.

(22)  OECD (2019), "Measuring distortions in international markets: the aluminium value chain", OECD Trade Policy Papers, No. 218, OECD Publishing, Paris, https://doi.org/10.1787/c82911ab-en

(23)  OESO-onderzoek, blz. 29.

(24)  Australian Anti-Dumping Commission, Aluminium Extrusions from China, REP 248, blz. 79 (13 juli 2015).

(25)  Taube, M. (2017). Analysis of Market Distortions in the Chinese Non-Ferrous Metals Industry, Think!Desk, 24 april 2017, blz. 51.

(26)  Zie bijvoorbeeld een verslag over het falen van de provinciale overheid van Shandong om de uitbreiding van de capaciteit van de aluminiumproductie te beperken: https://mp.weixin.qq.com/s?__biz=MzI2OTUyMzA0Nw==&mid=2247494318&idx=1&sn=9690ca50845c19f38eafff659516817a&chksm=eaddaba6ddaa22b071a5e2588aa787ed6f6a1a964ccae55c4d85c6f7ccbfcb5cedd3cdceac9d&scene=0&pass_ticket=JFplYZoDqNTFmOPYUGJbMwF0XlC1N3hAJ3EYPpsKx6rkt4fSeZ4TwIvB5BffX4du#rd (geraadpleegd op 22 februari 2019).

(27)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 387-388.

(28)  Het verslag — hoofdstuk 5, blz. 100-101.

(29)  Het verslag — hoofdstuk 2, blz. 26.

(30)  Het verslag — hoofdstuk 2, blz. 31-32.

(31)  Zie https://www.reuters.com/article/us-china-congress-companies-idUSKCN1B40JU (geraadpleegd op 25 januari 2019).

(32)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 388.

(33)  http://www.chalco.com.cn/chalcoen/rootfiles/2018/04/19/1524095189602052-1524095189604257.pdf (geraadpleegd op 8 maart 2019).

(34)  Het verslag — hoofdstuk 4, blz. 41-42, 83.

(35)  13e vijfjarenplan voor de nationale economische en sociale ontwikkeling van de Volksrepubliek China (2016-2020), http://en.ndrc.gov.cn/newsrelease/201612/P020161207645765233498.pdf

(36)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 377.

(37)  Het verslag — hoofdstuk 12, blz. 275-282 en hoofdstuk 15, blz. 378-382.

(38)  Het verslag — hoofdstuk 12, blz. 275-282.

(39)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 378-382, 390.

(40)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 384-385.

(41)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 382-383.

(42)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 385-386.

(43)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 386.

(44)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 377-387.

(45)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 378 en 389; OESO-onderzoek, blz. 25-26.

(46)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 390-391.

(47)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 392-393.

(48)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 393-394.

(49)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 395-396.

(50)  Levering van elektriciteit met korting wordt ook door andere bronnen gemeld. Zie bijvoorbeeld: Economic Information Daily: Zorgen over afnemende groei, een westelijke regio die een voorkeursbeleid instelt om bedrijfstakken die grootverbruikers van energie zijn, te ondersteunen http://jjckb.xinhuanet.com/2012-07/24/content_389459.htm (geraadpleegd op 22 februari 2019), verslaglegging over hoe Chinese provincies als Shaanxi, Ningxia, Qinghai en Gansu nog steeds goedkope elektriciteit leveren om meer investeringen aan te trekken.

(51)  Ibid., blz. 16, blz. 30. De Chinese autoriteiten bemoeien zich echter ook met andere inputs. Een typisch voorbeeld is steenkool, een sector waarin de regering nog steeds de bevoegdheid heeft om prijsstijgingen te beperken. Zie: https://policycn.com/policy_ticker/coal-price-unlikely-to-jump-during-heating-season/?iframe=1&secret=c8uthafuthefra4e (geraadpleegd op 22 februari 2019).

(52)  Ibid. blz. 16-18.

(53)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 138-149.

(54)  Het verslag — hoofdstuk 9, blz. 216.

(55)  Het verslag — hoofdstuk 9, blz. 213-215.

(56)  Het verslag — hoofdstuk 9, blz. 209-211.

(57)  Besluitvormingsmemorandum voor de voorlopige vaststelling: antisubsidieonderzoek naar bepaalde aluminiumfolie uit de Volksrepubliek China, gepubliceerd door de Dienst voor Internationale Handel, Ministerie van Handel, op 7 augustus 2017, IX.E. blz. 30, beschikbaar op https://enforcement.trade.gov/frn/summary/prc/2017-17113-1.pdf (laatstelijk geraadpleegd op 11 maart 2019).

(58)  Het verslag — hoofdstuk 13, blz. 332-337.

(59)  Het verslag — hoofdstuk 13, blz. 336.

(60)  Het verslag — hoofdstuk 13, blz. 337-341.

(61)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 114-117.

(62)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 119.

(63)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 120.

(64)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 121-122, 126-128, 133-135.

(65)  Het verslag — hoofdstuk 6, blz. 121-122, 126-128, 133-135.

(66)  Het verslag — hoofdstuk 15, blz. 386.

(67)  Zie bijvoorbeeld: China Economic Daily: De Chinese Academie van Fiscale Wetenschappen meldt dat overheidsbedrijven leningen krijgen tegen een percentage dat 1,5 procent lager ligt dan voor particuliere ondernemingen; http://www.ce.cn/xwzx/gnsz/gdxw/201708/01/t20170801_24724804.shtml (geraadpleegd op 22 februari 2019).

(68)  OESO-onderzoek, blz. 21.

(69)  Indien het onderzochte product in geen enkel land met een soortgelijk ontwikkelingsniveau wordt vervaardigd, kan er ook worden gekeken naar de fabricage van een product dat tot dezelfde algemene categorie en/of sector als het onderzochte product behoort.

(70)  https://data.worldbank.org/income-level/upper-middle-income (geraadpleegd op 25 januari 2019).

(71)  De categorie "metalen in primaire vorm" omvat aluminium onder code C24.4.2.

(72)  De NACE-codes zijn te vinden op http://ec.europa.eu/competition/mergers/cases/index/nace_all.html

(73)  De arbeidskosten zijn beschikbaar op http://www.turkstat.gov.tr/PreIstatistikTablo.do?istab_id=2088

(74)  Het persbericht met de jaarlijkse wijziging van de binnenlandse-producentenprijsindex voor de productiesector is beschikbaar op http://www.turkstat.gov.tr/PreTabloArama.do?metod=search&araType=hb_x

(75)  Het persbericht met de elektriciteitsprijzen in Turkije is te vinden op http://www.turkstat.gov.tr/PreHaberBultenleri.do?id=27665

(76)  Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2384 van de Commissie van 17 december 2015 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op bepaald bladaluminium van oorsprong uit de Volksrepubliek China en tot beëindiging van de procedure betreffende de invoer van bepaald bladaluminium van oorsprong uit Brazilië naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (PB L 332 van 18.12.2015, blz. 63, overweging 31).

(77)  Idem, overwegingen 83 en 84.

(78)  US International Trade Commission, Aluminium Foil from China, Investigation Nos. 701-TA-570 and 731-TA-1346 (Final), april 2018, tabel VII-4.

(79)   Europese Commissie, directoraat-generaal Handel, directoraat H, 1049 Brussel, België.

(80)  Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).


BIJLAGE

De in artikel 1, lid 3, bedoelde geldige handelsfactuur moet een verklaring bevatten met de volgende gegevens, ondertekend door een daartoe bevoegde medewerker van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft:

1)

de naam en functie van de bevoegde medewerker van de entiteit die de handelsfactuur uitschrijft;

2)

de volgende verklaring:

"Ondergetekende verklaart dat de [hoeveelheid] bepaalde aluminiumfolie op rollen die naar de Europese Unie is uitgevoerd en waarop deze factuur betrekking heeft, is vervaardigd door [naam en adres van de onderneming] [aanvullende Taric-code] in de Volksrepubliek China. Ondergetekende verklaart dat de in deze factuur verstrekte informatie juist en volledig is.

Datum en handtekening".


Top