This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32018R1969
Commission Implementing Regulation (EU) 2018/1969 of 12 December 2018 operating deductions from fishing quotas available for certain stocks in 2018 on account of overfishing in the previous years
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1969 van de Commissie van 12 december 2018 tot verlaging van de vangstquota voor 2018 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1969 van de Commissie van 12 december 2018 tot verlaging van de vangstquota voor 2018 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren
C/2018/8406
PB L 316 van 13.12.2018, pp. 12–18
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force: This act has been changed. Current consolidated version:
20/12/2018
|
13.12.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 316/12 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2018/1969 VAN DE COMMISSIE
van 12 december 2018
tot verlaging van de vangstquota voor 2018 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van deze bestanden in de voorgaande jaren
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (1), en met name artikel 105, leden 1, 2 en 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De vangstquota voor 2017 zijn vastgesteld bij:
|
|
(2) |
De vangstquota voor 2018 zijn vastgesteld bij:
|
|
(3) |
Overeenkomstig artikel 105, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 moet de Commissie, wanneer zij vaststelt dat een lidstaat de hem toegewezen vangstquota heeft overschreden, de toekomstige vangstquota van die lidstaat verlagen. |
|
(4) |
In artikel 105, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 is bepaald dat de vangstquota het volgende jaar of de volgende jaren moeten worden verlaagd door toepassing van bepaalde vermenigvuldigingsfactoren die in die leden zijn vastgesteld. |
|
(5) |
Sommige lidstaten hebben hun vangstquota voor 2017 overschreden. Derhalve moeten de aan die lidstaten toegewezen vangstquota voor de overbeviste bestanden in 2018 en in voorkomend geval ook in de daaropvolgende jaren worden verlaagd. |
|
(6) |
In 2016 heeft Spanje zijn quotum voor witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° N.B. (ALB/AN05N) overbevist. Op verzoek van Spanje werd de overeenkomstige verlaging gelijkelijk gespreid over twee jaar (2017 en 2018). Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2309 van de Commissie (9) is het eerste deel van die verlaging, namelijk 1 134,677 ton, toegepast op het Spaanse quotum voor 2017. Voor 2018 is in het aanvankelijke Spaanse quotum voor Noord-Atlantische witte tonijn in de Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° N.B. (ALB/AN05N), zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/120, al een verlaging met 945,560 ton ingecalculeerd. De resterende hoeveelheid waarmee het Spaanse quotum voor 2018 moet worden verlaagd, is dan ook 189,117 ton. |
|
(7) |
Verlagingen van vangstquota waarin de onderhavige verordening voorziet, moeten gelden onverminderd de verlagingen van de quota voor 2018 overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) nr. 185/2013 van de Commissie (10). |
|
(8) |
Aangezien quota worden uitgedrukt in ton, dienen overbevissingshoeveelheden van minder dan één ton niet in aanmerking te worden genomen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De vangstquota die voor 2018 zijn vastgesteld in de Verordeningen (EU) 2016/2285, (EU) 2017/1970, (EU) 2017/2360 en (EU) 2018/120, worden overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening verlaagd.
2. Lid 1 is van toepassing onverminderd de verlagingen waarin Uitvoeringsverordening (EU) nr. 185/2013 voorziet.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 12 december 2018.
Voor de Commissie
De voorzitter
Jean-Claude JUNCKER
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
(2) Verordening (EU) 2016/1903 van de Raad van 28 oktober 2016 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de Oostzee van toepassing zijn en tot wijziging van de Verordening (EU) 2016/72 (PB L 295 van 29.10.2016, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2016/2285 van de Raad van 12 december 2016 tot vaststelling, voor 2017 en 2018, van de vangstmogelijkheden voor vaartuigen van de Unie voor bepaalde bestanden van diepzeevissen en tot wijziging van Verordening (EU) 2016/72 (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 32).
(4) Verordening (EU) 2016/2372 van de Raad van 19 december 2016 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee (PB L 352 van 23.12.2016, blz. 26).
(5) Verordening (EU) 2017/127 van de Raad van 20 januari 2017 tot vaststelling, voor 2017, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn (PB L 24 van 28.1.2017, blz. 1).
(6) Verordening (EU) 2017/1970 van de Raad van 27 oktober 2017 tot vaststelling, voor 2018, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden en groepen visbestanden in de Oostzee en tot wijziging van de Verordening (EU) 2017/127 (PB L 281 van 31.10.2017, blz. 1).
(7) Verordening (EU) 2017/2360 van de Raad van 11 december 2017 tot vaststelling, voor 2018, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden in de Zwarte Zee (PB L 337 van 19.12.2017, blz. 1).
(8) Verordening (EU) 2018/120 van de Raad van 23 januari 2018 tot vaststelling, voor 2018, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/127 (PB L 27 van 31.1.2018, blz. 1).
(9) Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2309 van de Commissie van 13 december 2017 tot verlaging van de vangstquota voor 2017 voor bepaalde bestanden wegens overbevissing van andere bestanden in de voorgaande jaren en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1345 (PB L 331 van 14.12.2017, blz. 23).
(10) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 185/2013 van de Commissie van 5 maart 2013 tot verlaging van bepaalde aan Spanje toegewezen vangstquota in 2013 en de daaropvolgende jaren wegens overbevissing van een bepaald makreelquotum in 2009 (PB L 62 van 6.3.2013, blz. 1).
BIJLAGE
VERLAGINGEN VAN DE VANGSTQUOTA VOOR 2018 VOOR BESTANDEN DIE ZIJN OVERBEVIST
|
Lidstaat |
Soortcode |
Gebiedscode |
Soortnaam |
Benaming gebied |
Oorspronkelijk quotum 2017 (in kg) |
Toegestane aanlandingen 2017 (totale aangepaste hoeveelheid in kg) (1) |
Totale vangsten 2017 (hoeveelheid in kg) |
Benutting quotum in verhouding tot toegestane aanlandingen |
Overbevissing in verhouding tot de toegestane aanlandingen (hoeveelheid in kg) |
Vermenigvuldigingsfactor (2) |
Nog uitstaande verlagingen uit voorgaande jaren (5) (hoeveelheid in kg) |
In 2018 toe te passen verlagingen (hoeveelheid in kg) |
|
|
BE |
RJU |
07D. |
Golfrog |
Wateren van de Unie van VIId |
2 000 |
2 000 |
5 648 |
282,40 % |
3 648 |
1,00 |
/ |
/ |
3 648 |
|
BE |
SRX |
07D. |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIId |
96 000 |
91 353 |
95 695 |
104,75 % |
4 342 |
/ |
/ |
/ |
4 342 |
|
BE |
SRX |
67AKXD |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIa, VIb, VIIa-c en VIIe-k |
762 000 |
907 100 |
919 333 |
101,35 % |
12 233 |
/ |
/ |
/ |
12 233 |
|
DK |
MAC |
2A34. |
Makreel |
IIIa en IV; wateren van de Unie van IIa, IIIb, IIIc en de deelsectoren 22-32 |
22 031 |
17 525 756 |
17 992 741 |
102,66 % |
466 985 |
/ |
/ |
/ |
466 985 |
|
DK |
MAC |
2A4A-N |
Makreel |
Noorse wateren van IIa en IVa |
16 004 |
14 538 090 |
14 801 414 |
101,81 % |
263 324 |
/ |
/ |
/ |
263 324 |
|
DK |
MAC |
2CX14- |
Makreel |
VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV |
/ |
5 341 916 |
5 342 930 |
100,02 % |
1 014 |
/ |
/ |
/ |
1 014 |
|
DK |
NOP |
04-N. |
Kever en bijvangsten |
Noorse wateren van IV |
0 |
0 |
16 298 |
n.v.t. |
16 298 |
1,00 |
A |
/ |
24 447 |
|
DK |
OTH |
1N2AB. |
Andere soorten |
Noorse wateren van I en II |
/ |
0 |
9 979 |
n.v.t. |
9 979 |
1,00 |
/ |
/ |
9 979 |
|
DK |
POK |
1N2AB. |
Zwarte koolvis |
Noorse wateren van I en II |
/ |
0 |
9 508 |
n.v.t. |
9 508 |
1,00 |
/ |
/ |
9 508 |
|
ES |
ALB |
AN05N |
Noord-Atlantische witte tonijn |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° N.B. |
14 981 130 |
13 961 453 |
13 940 306 |
99,85 % |
– 21 147 (7) |
/ |
/ |
189 117 (8) |
189 117 |
|
ES |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot/zwarte heilbot |
Noorse wateren van I en II |
/ |
19 200 |
36 090 |
187,97 % |
16 890 |
1,00 |
A |
/ |
25 335 |
|
ES |
GHL |
N3LMNO |
Groenlandse heilbot/zwarte heilbot |
NAFO 3LMNO |
4 067 000 |
4 061 001 |
4 072 229 |
100,28 % |
11 228 |
/ |
C (6) |
/ |
11 228 |
|
ES |
POK |
1N2AB. |
Zwarte koolvis |
Noorse wateren van I en II |
/ |
86 500 |
88 150 |
101,91 % |
1 650 |
/ |
/ |
/ |
1 650 |
|
ES |
SWO |
AS05N |
Zwaardvis |
Atlantische Oceaan, ten zuiden van 5° N.B. |
4 715 270 |
4 715 270 |
4 808 206 |
101,97 % |
92 936 |
/ |
/ |
/ |
92 936 |
|
FR |
GHL |
1N2AB. |
Groenlandse heilbot/zwarte heilbot |
Noorse wateren van I en II |
/ |
0 |
6 868 |
n.v.t. |
6 868 |
1,00 |
/ |
/ |
6 868 |
|
FR |
YFT |
IOTC |
Geelvintonijn |
IOTC-bevoegdheidsgebied |
29 501 000 |
29 651 000 |
29 960 730 |
101,04 % |
309 730 |
/ |
/ |
/ |
309 730 |
|
IE |
HKE |
8ABDE. |
Heek |
VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe |
/ |
0 |
1 300 |
n.v.t. |
1 300 |
1,00 |
C (6) |
/ |
1 300 |
|
IE |
MAC |
2CX14- |
Makreel |
VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV |
86 426 000 |
86 319 537 |
86 520 982 |
100,23 % |
201 445 |
/ |
/ |
/ |
201 445 |
|
NL |
WHG |
56-14 |
Wijting |
VI; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van XII en XIV |
/ |
0 |
18 648 |
n.v.t. |
18 648 |
1,00 |
/ |
/ |
18 648 |
|
PL |
COD |
3BC+24 |
Kabeljauw |
Deelsectoren 22-24 |
654 000 |
915 170 |
947 501 |
103,53 % |
32 331 |
/ |
C (6) |
/ |
32 331 |
|
PT |
ALB |
AN05N |
Noord-Atlantische witte tonijn |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° N.B. |
2 413 800 |
2 332 800 |
2 564 017 |
109,91 % |
231 217 |
/ |
/ |
/ |
231 217 |
|
PT |
ALF |
3X14- |
Alfonsino's |
Wateren van de Unie en internationale wateren van III, IV, V, VI, VII, VIII, IX, X, XII en XIV |
182 000 |
182 626 |
185 582 |
101,62 % |
2 956 |
/ |
/ |
/ |
2 956 |
|
PT |
ANE |
9/3411 |
Ansjovis |
IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
6 522 000 |
8 992 936 |
9 141 377 |
101,65 % |
148 441 |
/ |
/ |
/ |
148 441 |
|
PT |
BUM |
ATLANT |
Blauwe marlijn |
Atlantische Oceaan |
52 320 |
51 259 |
56 271 |
109,78 % |
5 012 |
/ |
/ |
/ |
5 012 |
|
PT |
LEZ |
8C3411 |
Scharretongen |
VIIIc, IX en X; wateren van de Unie van Cecaf 34.1.1 |
36 000 |
139 400 |
142 316 |
102,09 % |
2 916 |
/ |
/ |
/ |
2 916 |
|
PT |
SBR |
09- |
Zeebrasem |
Wateren van de Unie en internationale wateren van IX |
37 000 |
72 027 |
75 905 |
105,38 % |
3 878 |
/ |
/ |
/ |
3 878 |
|
PT |
SRX |
89-C. |
Roggen |
Wateren van de Unie van VIII en IX |
1 156 000 |
1 132 824 |
1 211 808 |
106,97 % |
78 984 |
/ |
/ |
/ |
78 984 |
|
PT |
SWO |
AN05N |
Zwaardvis |
Atlantische Oceaan, ten noorden van 5° N.B. |
1 170 830 |
1 738 532 |
1 854 956 |
106,70 % |
116 424 |
/ |
/ |
/ |
116 424 |
|
UK |
MAC |
2CX14- |
Makreel |
VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; wateren van de Unie en internationale wateren van Vb; internationale wateren van IIa, XII en XIV |
237 677 000 |
222 116 471 |
224 288 943 |
100,98 % |
2 172 472 |
/ |
A (6) |
/ |
2 172 472 |
(1) Quota die op grond van de betrokken verordeningen inzake de vangstmogelijkheden beschikbaar zijn voor de lidstaten, rekening houdend met het ruilen van vangstmogelijkheden overeenkomstig artikel 16, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22), het overdragen van quota van 2016 naar 2017 overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (PB L 115 van 9.5.1996, blz. 3) en artikel 15, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 of het opnieuw toewijzen en verlagen van vangstmogelijkheden overeenkomstig de artikelen 37 en 105 van Verordening (EG) nr. 1224/2009.
(2) Overeenkomstig artikel 105, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1224/2009. Een verlaging gelijk aan de overbevissing van * 1,00 geldt in alle gevallen van overbevissing ter hoogte van maximaal 100 ton.
(3) Als vastgesteld in artikel 105, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1224/2009 en mits de overbevissing meer dan 10 % bedraagt.
(4) Met de letter „A” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast vanwege overbevissing in de opeenvolgende jaren 2015, 2016 en 2017. Met de letter „C” wordt aangegeven dat een aanvullende vermenigvuldigingsfactor van 1,5 is toegepast omdat het betrokken bestand onder een meerjarenplan valt.
(5) Resterende hoeveelheden van de voorgaande jaren.
(6) Aanvullende vermenigvuldigingsfactor niet van toepassing omdat de overbevissing niet meer dan 10 % van de toegestane aanlandingen bedraagt.
(7) Deze ongebruikte hoeveelheid kan niet in mindering worden gebracht op de verlaging, aangezien artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 niet van toepassing is op het bestand ALB/AN05N.
(8) Op verzoek van Spanje werd de verlaging van 2 269 354 kilo voor 2017 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2309 gelijkelijk gespreid over twee jaar (2017 en 2018). Aangezien in het aanvankelijke Spaanse quotum als vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/120 al een verlaging met 945 560 kg is ingecalculeerd, bedraagt de resterende hoeveelheid die nog in mindering moet worden gebracht, 189 117 kg.