This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32017D2374
Commission Implementing Decision (EU) 2017/2374 of 15 December 2017 setting out conditions for movement, storage and processing of certain fruits and their hybrids originating in third countries to prevent the introduction into the Union of certain harmful organisms (notified under document C(2017) 8395)
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 van de Commissie van 15 december 2017 tot vaststelling van de omstandigheden voor het verkeer, de opslag en de verwerking van bepaalde vruchten en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen, om het binnenbrengen in de Unie van bepaalde schadelijke organismen te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 8395)
Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/2374 van de Commissie van 15 december 2017 tot vaststelling van de omstandigheden voor het verkeer, de opslag en de verwerking van bepaalde vruchten en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen, om het binnenbrengen in de Unie van bepaalde schadelijke organismen te voorkomen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 8395)
C/2017/8395
PB L 337 van 19.12.2017, pp. 60–62
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
19.12.2017 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 337/60 |
UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2017/2374 VAN DE COMMISSIE
van 15 december 2017
tot vaststelling van de omstandigheden voor het verkeer, de opslag en de verwerking van bepaalde vruchten en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen, om het binnenbrengen in de Unie van bepaalde schadelijke organismen te voorkomen
(Kennisgeving geschied onder nummer C(2017) 8395)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (1), en met name bijlage IV, deel A, rubriek I, punt 16.2, onder e), en punt 16.4, onder e),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Bijlage IV bij Richtlijn 2000/29/EG bepaalt welke bijzondere eisen moeten worden vastgesteld ten aanzien van het binnenbrengen en het in het verkeer brengen van planten en plantaardige producten in de lidstaten. |
|
(2) |
Bij Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2017/1279 van de Commissie (2) zijn punt 16.2, onder e), en punt 16.4, onder e), ingevoegd in bijlage IV, deel A, rubriek I, bij Richtlijn 2000/29/EG. Die punten bevatten bijzondere eisen ten aanzien van bepaalde voor industriële verwerking bestemde vruchten (vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., Microcitrus Swingle, Naringi Adans., Swinglea Merr., en de hybriden daarvan) (hierna „de vruchten in kwestie” genoemd). Krachtens die punten moeten de omstandigheden voor het verkeer binnen de Unie, de opslag en de verwerking van die vruchten worden goedgekeurd door de Commissie. |
|
(3) |
Om de verantwoordelijke officiële instanties en de professionele exploitanten in staat te stellen te voldoen aan de omstandigheden die op de vruchten in kwestie van toepassing zijn, is het dienstig kennisgeving over de details van de vruchten in kwestie te vereisen alvorens die vruchten in de Unie in het verkeer mogen worden gebracht. |
|
(4) |
Om de doeltreffende controle van de naleving van de desbetreffende omstandigheden te waarborgen, moet het verkeer van de vruchten in kwestie binnen de Unie aan toezicht door de verantwoordelijke officiële instanties worden onderworpen. |
|
(5) |
Teneinde de fytosanitaire bescherming van het grondgebied van de Unie tegen schadelijke organismen te waarborgen, moeten specifieke omstandigheden voor de industriële verwerking van de vruchten in kwestie worden vastgesteld. Die omstandigheden moeten bepalingen inzake de inrichtingen, afval en bijproducten en het bijhouden van registers omvatten. |
|
(6) |
Om de fytosanitaire bescherming van de Unie en, indien nodig, de controle van de opslagactiviteit te waarborgen, moeten de vruchten in kwestie worden opgeslagen in een geregistreerde inrichting die daarvoor is goedgekeurd door de lidstaat waar zij gelegen is, en op een wijze waardoor het risico van verspreiding van de organismen in kwestie wordt weggenomen. Met het oog op het waarborgen van de doeltreffende traceerbaarheid van de betrokken producten, de controle van de activiteit en de fytosanitaire bescherming van het grondgebied van de Unie, moeten specifieke omstandigheden voor de opslag worden vastgesteld. |
|
(7) |
Aangezien de lidstaten met ingang van 1 januari 2018 de nationale bepalingen moeten toepassen die nodig zijn om aan Richtlijn (EU) 2017/1279 te voldoen, moet dit besluit op dezelfde datum van toepassing worden. |
|
(8) |
De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
Dit besluit stelt de omstandigheden vast voor het verkeer, de opslag en de verwerking van de vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., Microcitrus Swingle, Naringi Adans. en Swinglea Merr., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen, met het oog op de toepassing van bijlage IV, deel A, rubriek I, punt 16.2, onder e), en punt 16.4, onder e), bij Richtlijn 2000/29/EG.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
a) „organismen in kwestie”: Phyllosticta citricarpa (McAlpine) Van der Aa, Xanthomonas citri pv. citri en Xanthomonas citri pv. aurantifolii;
b) „vruchten in kwestie”: vruchten van Citrus L., Fortunella Swingle, Poncirus Raf., Microcitrus Swingle, Naringi Adans. en Swinglea Merr., en de hybriden daarvan, van oorsprong uit derde landen.
Artikel 3
Verkeer van de vruchten in kwestie binnen de Unie
1. De vruchten in kwestie mogen alleen binnen de Unie worden verplaatst wanneer de importeur de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat waar de plaats van binnenkomst gelegen is en, in voorkomend geval, de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat waar de industriële verwerking zal plaatsvinden, in kennis heeft gesteld van de details van elke container.
Die kennisgeving omvat de volgende informatie:
|
a) |
de hoeveelheid van de vruchten in kwestie; |
|
b) |
de identificatienummers van de containers; |
|
c) |
de verwachte datum en de plaats van binnenkomst in de Unie; |
|
d) |
de namen, adressen en locaties van de in artikel 4 bedoelde inrichtingen. |
2. De importeurs stellen de in lid 1 bedoelde verantwoordelijke officiële instanties in kennis van wijzigingen in de informatie in die kennisgeving zodra deze bekend zijn.
3. De vruchten in kwestie mogen slechts worden verplaatst naar een andere lidstaat dan de lidstaat waarlangs zij in de Unie zijn binnengebracht wanneer de verantwoordelijke officiële instanties van de betrokken lidstaten met deze verplaatsing akkoord gaan.
4. De vruchten in kwestie worden rechtstreeks en onmiddellijk naar de in artikel 4 bedoelde verwerkingsinrichtingen of naar een in artikel 5 bedoelde opslaginrichting overgebracht. Verplaatsingen van de vruchten in kwestie staan onder toezicht van de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat waar die verplaatsing plaatsvindt.
5. De bij de verplaatsingen betrokken lidstaten werken samen om ervoor te zorgen dat dit artikel in acht wordt genomen.
Artikel 4
Voorschriften voor de industriële verwerking van de vruchten in kwestie
1. De vruchten in kwestie worden verwerkt in inrichtingen die gelegen zijn in een gebied waar de vruchten in kwestie niet worden geteeld. De inrichtingen zijn officieel geregistreerd en voor dat doeleinde goedgekeurd door de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat waar de inrichtingen gelegen zijn.
2. Afval en bijproducten van de vruchten in kwestie worden gebruikt of vernietigd in een gebied waar de vruchten in kwestie niet worden geteeld, gelegen in de lidstaat waar die vruchten zijn verwerkt.
3. Afval en bijproducten worden vernietigd volgens een technisch gerechtvaardigde methode die is goedgekeurd door de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat waar de vruchten in kwestie zijn verwerkt en onder toezicht van die officiële instantie, op een wijze waardoor het risico van verspreiding van de organismen in kwestie wordt weggenomen.
4. De verwerkers houden gedurende ten minste drie jaar een register van de verwerkte vruchten in kwestie bij en stellen dit op verzoek ter beschikking van de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat waar de verwerking plaatsvindt. In dit register worden de nummers en merktekens van de containers, de hoeveelheden van de ontvangen vruchten in kwestie en de hoeveelheden afval en bijproducten, alsmede andere gedetailleerde informatie over het gebruik of de vernietiging daarvan, bijgehouden.
Artikel 5
Voorschriften voor de opslag van de vruchten in kwestie
1. Wanneer de vruchten in kwestie niet meteen worden verwerkt, worden zij opgeslagen in een inrichting die daarvoor is geregistreerd en goedgekeurd door de verantwoordelijke officiële instantie van de lidstaat waar de inrichting gelegen is.
2. Ladingen van de vruchten in kwestie blijven afzonderlijk identificeerbaar.
3. De vruchten in kwestie worden zodanig opgeslagen dat het risico van verspreiding van de organismen in kwestie wordt weggenomen.
Artikel 6
Datum van toepassing
Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2018.
Artikel 7
Adressanten
Dit besluit is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 15 december 2017.
Voor de Commissie
Vytenis ANDRIUKAITIS
Lid van de Commissie
(1) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.
(2) Uitvoeringsrichtlijn (EU) 2017/1279 van de Commissie van 14 juli 2017 tot wijziging van de bijlagen I tot en met V bij Richtlijn 2000/29/EG van de Raad betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PB L 184 van 15.7.2017, blz. 33).