Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016L0881

Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad van 25 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied

OJ L 146, 3.6.2016, p. 8–21 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/881/oj

3.6.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 146/8


RICHTLIJN (EU) 2016/881 VAN DE RAAD

van 25 mei 2016

tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 113 en 115,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement (1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Belastingfraude en belastingontduiking zijn de afgelopen jaren een almaar grotere uitdaging geworden en vormen thans een grote reden tot bezorgdheid, zowel in de Unie als op mondiaal niveau. De automatische uitwisseling van inlichtingen is in dit verband een belangrijk instrument; in haar mededeling van 6 december 2012, die een actieplan ter versterking van de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking bevat, heeft de Commissie de nadruk gelegd op de noodzaak om er daadkrachtig voor te ijveren dat automatische inlichtingenuitwisseling de toekomstige Europese en internationale standaard voor transparantie en uitwisseling van inlichtingen in belastingzaken wordt. De Europese Raad heeft in zijn conclusies van 22 mei 2013 verzocht het toepassingsgebied van de automatische inlichtingenuitwisseling op Unie- en mondiaal niveau te verruimen met het oog op de bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en agressieve fiscale planning.

(2)

Aangezien groepen van multinationale ondernemingen („MNO-Groepen”) actief zijn in verschillende landen, hebben zij de mogelijkheid om aan agressieve fiscale planning te doen, wat voor binnenlandse ondernemingen onmogelijk is. Die praktijken van MNO-Groepen kunnen ondernemingen die uitsluitend nationaal actief zijn — normaal gesproken kleine en middelgrote ondernemingen — bijzonder sterk treffen, aangezien de belastingdruk voor deze bedrijven hoger is dan voor MNO-Groepen. Aan de andere kant lopen alle lidstaten een risico op inkomstenderving en dreigt concurrentie bij het aantrekken van MNO-Groepen te ontstaan waarbij aan deze groepen verdere belastingvoordelen worden geboden.

(3)

De belastingautoriteiten van de lidstaten hebben uitgebreide en relevante informatie over MNO-Groepen nodig met betrekking tot hun structuur, verrekenprijsbeleid en interne transacties binnen en buiten de Unie. Op grond van deze informatie kunnen de belastingautoriteiten met wijzigingen in de wetgeving of adequate risicobeoordelingen en belastingcontroles optreden tegen schadelijke belastingpraktijken en nagaan of ondernemingen zich schuldig hebben gemaakt aan praktijken die een kunstmatige verschuiving van aanzienlijke inkomsten naar belastingvoordelige omgevingen tot gevolg hebben.

(4)

Meer transparantie ten overstaan van de belastingautoriteiten zou tot gevolg kunnen hebben dat MNO-Groepen ertoe worden aangezet bepaalde praktijken stop te zetten en een billijke bijdrage in de belastingen te leveren in het land waar de winst wordt gegenereerd. Scherpere transparantie-eisen voor MNO-Groepen zijn derhalve een essentieel onderdeel van de strijd tegen grondslaguitholling en winstverschuiving.

(5)

De resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten betreffende een gedragscode inzake verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie („EU-TPD”) (3) geeft reeds een manier aan voor MNO-Groepen in de Unie om de belastingautoriteiten inlichtingen te verstrekken over wereldwijde bedrijfsactiviteiten en het verrekenprijsbeleid („het groepsdossier”) en over de concrete transacties van de lokale entiteit („het lokaal dossier”). De EU-TPD voorziet momenteel evenwel niet in een mechanisme voor het verstrekken van een landenrapport.

(6)

In het landenrapport moeten MNO-Groepen jaarlijks en voor elk fiscaal rechtsgebied waarin zij zaken doen, volgende inlichtingen verstrekken: het bedrag van de inkomsten, de winst vóór inkomstenbelasting, de betaalde en toerekenbare inkomstenbelasting. MNO-Groepen moeten ook verslag uitbrengen over het aantal personeelsleden, het gestorte kapitaal, de gecumuleerde winst en de materiële activa in elk fiscaal rechtsgebied. Ten slotte moeten de MNO-Groepen elke entiteit binnen de groep identificeren die zaken doet in een specifiek fiscaal rechtsgebied en moeten zij een indicatie geven van de bedrijfsactiviteiten die elke entiteit verricht.

(7)

Teneinde de overheidsmiddelen efficiënter in te zetten en de administratieve lasten voor MNO-Groepen te beperken, geldt de rapportageverplichting alleen voor MNO-Groepen waarvan het jaarlijks geconsolideerde groepsopbrengsten een bepaald bedrag overschrijdt. Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat dezelfde informatie tijdig wordt ingezameld en ter beschikking wordt gesteld van de belastingdiensten in de gehele Unie.

(8)

Om de goede werking van de interne markt te garanderen, moet de Unie zorgen voor eerlijke concurrentie tussen MNO-Groepen van binnen de Unie en MNO-Groepen van buiten de Unie waarvan een of verscheidene entiteiten zich in de Unie bevinden. De rapportageverplichting moet dus voor beide soorten groepen gelden. Om een vlotte overgang te waarborgen, moeten de lidstaten evenwel de rapportageverplichting voor een Groepsentiteit die ingezetene is van een lidstaat en die niet de Uiteindelijkemoederentiteit of Surrogaatmoederentiteit van een MNO-Groep is, met één jaar kunnen uitstellen.

(9)

De lidstaten moeten regels vaststellen met betrekking tot de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en zij moeten ervoor zorgen dat deze sancties worden toegepast. Hoewel de keuze van de sancties bij de lidstaten blijft berusten, moeten de sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

(10)

Om de goede werking van de interne markt te garanderen, is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat de lidstaten gecoördineerde regels inzake de transparantieverplichtingen van MNO-Groepen vaststellen.

(11)

Wat betreft de uitwisseling van inlichtingen tussen lidstaten, voorziet Richtlijn 2011/16/EU van de Raad (4) reeds in verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op een aantal terreinen.

(12)

Bij verplichte automatische uitwisseling van landenrapporten tussen lidstaten moet telkens een welomschreven set basisinlichtingen aan alle lidstaten worden verstrekt, waar blijkens de informatie in het landenrapport, één of meer Groepsentiteiten van de MNO-Groep fiscaal ingezetene zijn of aan belasting onderworpen zijn met betrekking tot bedrijfsactiviteiten die met behulp van een vaste inrichting van de MNO-Groep worden uitgeoefend.

(13)

Om de kosten te drukken en de administratieve lasten voor zowel de belastingdiensten als de MNO-Groepen te beperken, is het noodzakelijk te voorzien in regels die in overeenstemming zijn met de internationale ontwikkelingen en op een positieve manier bijdragen aan de tenuitvoerlegging ervan. Op 19 juli 2013 heeft de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) haar actieplan inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (Action Plan on Base Erosion and Profit Shifting — „BEPS-actieplan”) bekendgemaakt; dat actieplan is een belangrijk initiatief voor het wijzigen van de bestaande internationale belastingregels. Op 5 oktober 2015 heeft de OESO haar eindrapporten gepresenteerd, die door de ministers van Financiën van de G20 zijn bekrachtigd. Tijdens de bijeenkomst van 15 en 16 november 2015 is het OESO-pakket ook door de leiders van de G20 bekrachtigd.

(14)

In het kader van de werkzaamheden met betrekking tot actie 13 van het BEPS-actieplan zijn normen opgesteld voor het verstrekken van informatie door MNO-Groepen, met inbegrip van het groepsdossier, het lokaal dossier en het landenrapport. Daarom is het passend bij de vaststelling van de regels met betrekking tot het landenrapport rekening te houden met de OESO-normen.

(15)

Ingeval een Groepsentiteit niet alle informatie kan ontvangen of verkrijgen die nodig zijn om aan het rapportagevoorschrift van deze richtlijn te voldoen, kunnen de lidstaten dit beschouwen als een aanwijzing dat het nodig is om grote verrekenprijsrisico's en andere risico's inzake grondslaguitholling en winstverschuiving in verband met deze MNO-Groep te beoordelen.

(16)

Wanneer een lidstaat vaststelt dat een andere lidstaat herhaaldelijk nalaat om automatisch landenrapporten te verstrekken, moet hij trachten met die lidstaat in overleg te treden.

(17)

De Unie moet in haar optreden op het vlak van landenrapporten met name rekening blijven houden met toekomstige ontwikkelingen op OESO-niveau. Teneinde te garanderen dat deze richtlijn in alle lidstaten consequent wordt toegepast, moeten de lidstaten bij het omzetten van deze richtlijn het door de OESO in 2015 opgestelde eindrapport over actie 13 van het in het kader van de OESO/G20 uitgevoerde project over grondslaguitholling en winstverschuiving, gebruiken ter illustratie of uitlegging van deze richtlijn.

(18)

Het is noodzakelijk om de taaleisen vast te stellen voor de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten met betrekking tot het landenrapport. Het is ook noodzakelijk om de praktische regelingen vast te stellen voor de upgrade van het in punt 13 van artikel 3 van Richtlijn 2011/16/EU gedefinieerde gemeenschappelijke communicatienetwerk (common communication network — „CCN-netwerk”). Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de tenuitvoerlegging van artikel 20, lid 6, en artikel 21, lid 6, van Richtlijn 2011/16/EU moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (5).

(19)

Teneinde middelen efficiënter in te zetten, de inlichtingenuitwisseling te vergemakkelijken en te voorkomen dat elke lidstaat soortgelijke aanpassingen in zijn systemen moet doorvoeren, moet de uitwisseling van inlichtingen tot stand komen via het CCN-netwerk. De praktische regelingen voor de upgrade van het systeem moeten door de Commissie worden vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2, van Richtlijn 2011/16/EU bedoelde procedure.

(20)

De reikwijdte van de verplichte uitwisseling van inlichtingen moet derhalve worden uitgebreid tot de automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot landenrapporten.

(21)

In het verslag dat de lidstaten op grond van artikel 23 van Richtlijn 2011/16/EU jaarlijks aan de Commissie moeten doen toekomen, moet worden aangegeven in welke mate overeenkomstig artikel 8 bis bis van die ricthlijn en bijlage III, deel II, punt 1, daarbij, lokale dossiers worden ingediend, en moet een lijst worden opgenomen van de rechtsgebieden waar Uiteindelijkemoederentiteiten van in de Unie gebaseerde Groepsentiteiten zijn gevestigd, maar volledige verslagen zijn niet ingediend of uitgewisseld.

(22)

De uit hoofde van deze richtlijn uitgewisselde inlichtingen geven geen aanleiding tot de onthulling van een commercieel, industrieel of beroepsgeheim of van een handelswerkwijze of van gegevens waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde.

(23)

Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(24)

Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk een doeltreffende administratieve samenwerking tussen de lidstaten onder voorwaarden die verenigbaar zijn met het goed functioneren van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en zij wegens de vereiste uniformiteit en doeltreffendheid dus beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan hetgeen nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(25)

Richtlijn 2011/16/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2011/16/EU wordt als volgt gewijzigd:

1)

Punt 9 van artikel 3 wordt vervangen door:

„9.   „automatische uitwisseling”:

a)

voor de toepassing van artikel 8, lid 1, artikel 8 bis en artikel 8 bis bis, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen. Voor de toepassing van artikel 8, lid 1, betekent „beschikbare inlichtingen” inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingen verstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat;

b)

voor de toepassing van artikel 8, lid 3 bis, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen over ingezetenen van andere lidstaten aan de betrokken lidstaat van verblijf, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen;

c)

voor de toepassing van andere bepalingen van deze richtlijn dan artikel 8, lid 1, artikel 8, lid 3 bis, artikel 8 bis en artikel 8 bis bis, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen overeenkomstig de punten a) en b) van dit punt.

In het kader van artikel 8, lid 3 bis, artikel 8, lid 7 bis, artikel 21, lid 2, en artikel 25, leden 2 en 3, hebben termen met een hoofdletter de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage I. In het kader van artikel 8 bis bis en bijlage III hebben termen met een hoofdletter de betekenis die ze hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage III.”.

2)

In afdeling II van hoofdstuk II wordt het volgende artikel toegevoegd:

„Artikel 8 bis bis

Reikwijdte van en voorwaarden met betrekking tot de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot de landenrapporten

1.   Iedere lidstaat neemt de noodzakelijke maatregelen om de Uiteindelijkemoederentiteit van een MNO-Groep die fiscaal ingezetene van die lidstaat is, of elke andere Rapporterende Entiteit overeenkomstig deel II van bijlage III, te verplichten een landenrapport in te dienen met betrekking tot het Te Rapporteren Boekjaar binnen een termijn van twaalf maanden na de laatste dag van het Te Rapporteren Boekjaar van de MNO-Groep overeenkomstig deel II van bijlage III.

2.   De bevoegde autoriteit van een lidstaat waar het landenrapport overeenkomstig lid 1 is ingediend, bezorgt het landenrapport binnen de in lid 4 bepaalde termijn via automatische uitwisseling aan alle andere lidstaten waarvan, blijkens de informatie in het landenrapport, één of meer Groepsentiteiten van de MNO-Groep van de Rapporterende Entiteit fiscaal ingezetene zijn of waarin deze aan belasting onderworpen zijn met betrekking tot de activiteiten die via een vaste inrichting worden uitgeoefend.

3.   Het landenrapport bevat de volgende informatie met betrekking tot de MNO-Groep:

a)

geaggregeerde informatie met betrekking tot het bedrag van de inkomsten, de winst (het verlies) vóór inkomstenbelasting, de betaalde inkomstenbelasting, de toerekenbare inkomstenbelasting, het gestorte kapitaal, de gecumuleerde winst, het aantal personeelsleden, materiële activa andere dan geldmiddelen of kasequivalenten met betrekking tot elk rechtsgebied waarin de MNO-Groep actief is;

b)

een identificatie van elke Groepsentiteit van de MNO-Groep met vermelding van het rechtsgebied waarvan die Groepsentiteit fiscaal ingezetene is, en indien deze verschilt van het rechtsgebied waarvan die Groepsentiteit fiscaal ingezetene is, het rechtsgebied naar het recht waarvan een dergelijke Groepsentiteit is ingericht, en de aard van de belangrijkste bedrijfsactiviteit(en) die door die Groepsentiteit wordt (respectievelijk worden) uitgeoefend.

4.   De mededeling vindt plaats binnen een termijn van 15 maanden na de laatste dag van het boekjaar van de MNO-Groep waarop het landenrapport betrekking heeft. Het eerste landenrapport wordt meegedeeld voor het boekjaar van de MNO-Groep dat begint op of na 1 januari 2016, en wel binnen 18 maanden na de laatste dag van dat boekjaar.”.

3)

In artikel 16 wordt het volgende lid toegevoegd:

„6.   Niettegenstaande de leden 1 tot en met 4 van dit artikel worden de inlichtingen die de lidstaten elkaar op grond van artikel 8 bis bis verstrekken, gebruikt voor de beoordeling van grote risico's inzake verrekenprijzen en andere risico's inzake grondslaguitholling en winstverschuiving, met inbegrip van het risico van niet-naleving van de voor verrekenprijzen geldende regels door de leden van de MNO-Groep, en, in voorkomend geval, voor economische en statistische analyse. Verrekenprijscorrecties door de belastingautoriteiten van de ontvangende lidstaat worden niet gebaseerd op de overeenkomstig artikel 8 bis bis uitgewisselde inlichtingen. Niettegenstaande het voorgaande is het niet verboden de inlichtingen die de lidstaten elkaar op grond van artikel 8 bis bis verstrekken, te gebruiken als basis voor verdere onderzoeken naar de verrekenprijsregelingen van de MNO-Groep of naar andere belastingaangelegenheden in het kader van een belastingcontrole en kunnen als gevolg daarvan de nodige aanpassingen worden aangebracht in het belastbare inkomen van een Groepsentiteit.”.

4)

In artikel 20 wordt het volgende lid toegevoegd:

„6.   Bij de automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot het landenrapport overeenkomstig artikel 8 bis bis wordt gebruikgemaakt van het standaardformulier zoals in de tabellen 1, 2 en 3 van deel III van bijlage III is vastgesteld. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen uiterlijk op 31 december 2016 de talenregeling voor deze uitwisseling vast. Die talenregeling verhindert niet dat de lidstaten de in artikel 8 bis bis bedoelde inlichtingen in een van de officiële talen of werktalen van de Unie verstrekken. Niettemin kan in die talenregeling worden bepaald dat de belangrijkste elementen van deze inlichtingen ook in een andere officiële taal van de Unie worden verstrekt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.”.

5)

In artikel 21 wordt het volgende lid toegevoegd:

„6.   De verstrekking van inlichtingen overeenkomstig artikel 8 bis bis, lid 2, geschiedt langs elektronische weg met gebruikmaking van het CCN-netwerk. De Commissie stelt aan de hand van uitvoeringshandelingen de noodzakelijke praktische regelingen vast voor de upgrade van het CCN-netwerk. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.”.

6)

Artikel 23, lid 3, wordt vervangen door:

„3.   De lidstaten doen de Commissie een jaarlijkse beoordeling toekomen van de doeltreffendheid van de in de artikelen 8, 8 bis en 8 bis bis bedoelde automatische inlichtingenuitwisseling en de daarmee bereikte resultaten. De Commissie stelt aan de hand van uitvoeringshandelingen de vorm en wijze van mededeling van deze jaarlijkse beoordeling vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.”.

7)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

„Artikel 25 bis

Sancties

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen ter uitvoering van artikel 8 bis bis, en treffen alle maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast. De sancties zijn doeltreffend, evenredig en afschrikkend.”.

8)

Artikel 26 wordt vervangen door:

„Artikel 26

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het Comité inzake administratieve samenwerking op belastinggebied. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (*).

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

(*)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).”."

9)

Bijlage III, waarvan de tekst is weergegeven in de bijlage bij deze richtlijn, wordt toegevoegd.

Artikel 2

1.   De lidstaten stellen uiterlijk op 4 juni 2017 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen en maken deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 5 juni 2017.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 25 mei 2016.

Voor de Raad

De voorzitter

J.R.V.A. DIJSSELBLOEM


(1)  Advies van het Europees Parlement van 12 mei 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(2)  Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 april 2016 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad)

(3)  Resolutie van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, van 27 juni 2006 betreffende een gedragscode inzake verrekenprijsdocumentatie voor gelieerde ondernemingen in de Europese Unie (EU-TDP) (PB C 176 van 28.7.2006, blz. 1).

(4)  Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).

(5)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).


BIJLAGE

„BIJLAGE III

DOCUMENTATIEREGELS VOOR GROEPEN VAN MULTINATIONALE ONDERNEMINGEN

DEEL I

DEFINITIES

1.

„Groep”: een groepering van Ondernemingen die door eigendom of zeggenschap zodanig zijn verbonden dat die groepering ofwel op grond van de toepasselijke boekhoudbeginselen een Geconsolideerde Jaarrekening moet opmaken voor de financiële verslaggeving, ofwel dit zou moeten doen indien aandelenbelangen in een van de Ondernemingen op een openbare effectenbeurs werden verhandeld.

2.

„Onderneming”: elke vorm van bedrijfsvoering door alle in artikel 3, punt 11, onder b), c) en d), bedoelde personen.

3.

„MNO-Groep”: een Groep die twee of meer Ondernemingen omvat die fiscaal ingezetene zijn van een verschillend rechtsgebied, of een Onderneming omvat die fiscaal ingezetene is van het ene rechtsgebied en in een ander rechtsgebied aan belasting onderworpen is met betrekking tot de activiteiten die met behulp van een vaste inrichting in dat andere rechtsgebied worden uitgeoefend, en die geen Vrijgestelde MNO-Groep is.

4.

„Vrijgestelde MNO-Groep”: een Groep die met ingang van januari 2015, met betrekking tot een bepaald Boekjaar van de Groep, totaal aan geconsolideerde groepsopbrengsten van minder dan 750 000 000 EUR, of een bedrag in de lokale valuta dat ongeveer gelijk is aan 750 000 000 EUR, heeft behaald in het Boekjaar dat onmiddellijk voorafgaat aan het Te Rapporteren Boekjaar, zoals weergegeven in de Geconsolideerde Jaarrekening van dat voorafgaande Boekjaar.

5.

„Groepsentiteit”: een van de volgende entiteiten:

a)

een aparte bedrijfseenheid van een MNO-Groep die is opgenomen in de Geconsolideerde Jaarrekening van de MNO-Groep voor de financiële verslaggeving, of die daarin zou worden opgenomen indien aandelenbelangen in die bedrijfseenheid van de MNO-Groep op een openbare effectenbeurs werden verhandeld;

b)

een dergelijke bedrijfseenheid die enkel op grond van omvang of materieel belang niet in de Geconsolideerde Jaarrekening van de MNO-Groep is opgenomen;

c)

een vaste inrichting van een aparte bedrijfseenheid van de MNO-Groep als bedoeld onder a) of b), indien die bedrijfseenheid voor de vaste inrichting een afzonderlijke jaarrekening opmaakt met het oog op financiële verslaggeving, naleving van de regelgeving, belastingaangifte of de interne beheerscontrole.

6.

„Rapporterende Entiteit”: de Groepsentiteit die, in het rechtsgebied waar zij fiscaal ingezetene is, namens de MNO-Groep een landenrapport moet indienen dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 8 bis bis, lid 3. De Rapporterende Entiteit kan de Uiteindelijkemoederentiteit, de Surrogaatmoederentiteit of een andere in deel II, punt 1, beschreven entiteit zijn.

7.

„Uiteindelijkemoederentiteit”: een Groepsentiteit van een MNO-Groep die aan de volgende criteria voldoet:

a)

ze bezit middellijk of onmiddellijk een belang in een of meer andere Groepsentiteiten van die MNO-Groep dat voldoende groot is om, overeenkomstig de algemeen geldende boekhoudbeginselen van het rechtsgebied waar zij fiscaal ingezetene is, verplicht te zijn een Geconsolideerde Jaarrekening op te stellen, of om daartoe verplicht te zijn indien haar aandelenbelangen in het rechtsgebied waarvan zij fiscaal ingezetene is, op een openbare effectenbeurs werden verhandeld;

b)

geen andere Groepsentiteit van die MNO-Groep bezit middellijk of onmiddellijk een onder a) beschreven belang in de eerstgenoemde Groepsentiteit.

8.

„Surrogaatmoederentiteit”: een Groepsentiteit van een MNO-Groep die door die MNO-Groep is aangewezen als enige plaatsvervanger voor de Uiteindelijkemoederentiteit om namens die MNO-Groep het landenrapport in te dienen in het rechtsgebied waarvan die Groepsentiteit fiscaal ingezetene is, indien aan één of meer van de in deel II, punt 1, eerste alinea, onder b), bedoelde voorwaarden wordt voldaan.

9.

„Boekjaar”: een jaarlijkse verslagleggingsperiode waarover de Uiteindelijkemoederentiteit van de MNO-Groep haar jaarrekening opmaakt.

10.

„Te Rapporteren Boekjaar”: het Boekjaar waarvan de financiële en operationele resultaten worden weergegeven in het in artikel 8 bis bis, lid 3, bedoelde landenrapport.

11.

„Adequate Overeenkomst tussen Bevoegde Autoriteiten”: een overeenkomst tussen gemachtigde vertegenwoordigers van een EU-lidstaat en een rechtsgebied buiten de Unie die partijen zijn bij een Internationale Overeenkomst, en waarin wordt voorgeschreven dat tussen de betrokken rechtsgebieden automatisch landenrapporten worden uitgewisseld.

12.

„Internationale Overeenkomst”: het multilaterale Verdrag inzake wederzijdse administratieve bijstand in belastingzaken, een bilateraal of multilateraal belastingverdrag, of een overeenkomst inzake de uitwisseling van fiscale inlichtingen waarbij de lidstaat partij is en uit hoofde waarvan de wettelijke bevoegdheid wordt verleend om fiscale inlichtingen tussen rechtsgebieden uit te wisselen, met inbegrip van de automatische uitwisseling van dergelijke inlichtingen.

13.

„Geconsolideerde Jaarrekening”: de jaarrekening van een MNO-Groep waarin de activa, de passiva, de inkomsten, de uitgaven en de kasstromen van de Uiteindelijkemoederentiteit en van de Groepsentiteiten zijn weergegeven als die van één enkele economische entiteit.

14.

„Systematische Nalatigheid”: houdt met betrekking tot een rechtsgebied in, hetzij dat een rechtsgebied een in werking zijnde Adequate Overeenkomst tussen Bevoegde Autoriteiten met een lidstaat heeft, maar (om andere redenen dan die welke in overeenstemming zijn met de bepalingen van die Overeenkomst) de automatische uitwisseling heeft opgeschort, hetzij dat een rechtsgebied anderszins stelselmatig nalaat om aan een lidstaat automatisch de landenrapporten te verstrekken die het in zijn bezit heeft en die MNO-Groepen betreffen met Groepsentiteiten in die lidstaat.

DEEL II

ALGEMENE RAPPORTAGEVOORSCHRIFTEN

1.

Een Groepsentiteit die fiscaal ingezetene is van een lidstaat en die niet de Uiteindelijkemoederentiteit van een MNO-Groep is, dient een landenrapport in met betrekking tot het Te Rapporteren Boekjaar van de MNO-Groep waarvan zij een Groepsentiteit is, als aan de volgende criteria is voldaan:

a)

de entiteit is fiscaal ingezetene van een lidstaat;

b)

één van de volgende punten is van toepassing:

i)

de Uiteindelijkemoederentiteit van de MNO-Groep is niet verplicht om in het rechtsgebied waarvan zij fiscaal ingezetene is, een landenrapport in te dienen;

ii)

in het rechtsgebied waarvan de Uiteindelijkemoederentiteit fiscaal ingezetene is, geldt een lopende Internationale Overeenkomst waarbij de lidstaat partij is, maar er is geen in werking zijnde Adequate Overeenkomst tussen Bevoegde Autoriteiten waarbij de lidstaat partij is op het in artikel 8 bis bis, lid 1, bedoelde tijdstip waarop het landenrapport voor het Te Rapporteren Boekjaar moet worden ingediend;

iii)

de lidstaat heeft de Groepsentiteit die fiscaal ingezetene is van die lidstaat, in kennis gesteld van een Systematische Nalatigheid van het rechtsgebied waarvan de Uiteindelijkemoederentiteit fiscaal ingezetene is.

Onverminderd de in artikel 8 bis bis, lid 1, bedoelde verplichting van de Uiteindelijkemoederentiteit of van haar Surrogaatmoederentiteit om het eerste landenrapport voor het boekjaar van de MNO-Groep dat begint op of na 1 januari 2016 in te dienen, kunnen de lidstaten besluiten dat de verplichting voor de in punt 1 van dit deel vermelde Groepsentiteiten van toepassing is voor de Te Rapporteren Boekjaren die op of na 1 januari 2017 beginnen.

Een Groepsentiteit die fiscaal ingezetene is van een lidstaat als omschreven in de eerste alinea van dit punt, verzoekt haar Uiteindelijkemoederentiteit om haar alle nodige informatie te verstrekken teneinde te kunnen voldoen aan de verplichting een landenrapport in te dienen overeenkomstig artikel 8 bis bis, lid 3. Indien deze Groepsentiteit ondanks dat verzoek niet alle nodige informatie heeft ontvangen of verkregen om voor de MNO-Groep te rapporteren, dient deze Groepsentiteit een landenrapport in met alle ontvangen of verkregen informatie in haar bezit, en stelt zij de lidstaat waarvan zij fiscaal ingezetene is, ervan in kennis dat de Uiteindelijkemoederentiteit heeft geweigerd de nodige informatie ter beschikking te stellen. Dit doet geen afbreuk aan het recht van de betrokken lidstaat om de sancties waarin zijn nationale wetgeving voorziet, toe te passen; deze lidstaat stelt alle lidstaten in kennis van deze weigering.

Wanneer meer dan één Groepsentiteit van dezelfde MNO-Groep fiscaal ingezetene is van de Unie en één of meer van de voorwaarden in punt b) van de eerste alinea zijn vervuld, kan de MNO-Groep één van die Groepsentiteiten aanwijzen om in overeenstemming met artikel 8 bis bis, lid 3, binnen de in artikel 8 bis bis, lid 1, vermelde termijn het landenrapport met betrekking tot een Te Rapporteren Boekjaar in te dienen, en om de lidstaat ervan in kennis te stellen dat zij daarmee beoogt te voldoen aan de documentatieverplichting van alle Groepsentiteiten van die MNO-Groep die fiscaal ingezetene van de Unie zijn. Overeenkomstig artikel 8 bis bis, lid 2, bezorgt die lidstaat het ontvangen landenrapport aan alle andere lidstaten waar, blijkens de informatie in het landenrapport, één of meer Groepsentiteiten van de MNO-Groep van de Rapporterende Entiteit fiscaal ingezetene zijn of aan belasting onderworpen zijn met betrekking tot de bedrijfsactiviteiten die via een vaste inrichting worden uitgeoefend.

Wanneer een Groepsentiteit niet alle nodige informatie kan ontvangen of verkrijgen om overeenkomstig artikel 8 bis bis, lid 3, een landenrapport in te dienen, komt zij niet in aanmerking om te worden aangewezen als Rapporterende Entiteit voor de MNO-Groep, overeenkomstig de vierde alinea van dit punt. Deze regel doet geen afbreuk aan de verplichting van de Groepsentiteit om de lidstaat waarvan zij fiscaal ingezetene is, ervan in kennis te stellen dat de Uiteindelijkemoederentiteit heeft geweigerd de nodige informatie ter beschikking te stellen.

2.

In afwijking van punt 1, indien is voldaan aan één of meer van de in punt 1, eerste alinea, onder b), beschreven voorwaarden, hoeft een in punt 1 bedoelde entiteit geen landenrapport met betrekking tot een Te Rapporteren Boekjaar in te dienen indien de MNO-Groep waarvan zij een Groepsentiteit is, een landenrapport met betrekking tot dat Boekjaar overeenkomstig artikel 8 bis bis, lid 3, ter beschikking heeft gesteld via een Surrogaatmoederentiteit die dat landenrapport uiterlijk op de in artikel 8 bis bis, lid 1, vermelde datum heeft ingediend bij de belastingautoriteit van het rechtsgebied waarvan zij fiscaal ingezetene is; indien de Surrogaatmoederentiteit fiscaal ingezetene is van een rechtsgebied buiten de Unie, moet bovendien aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

a)

in het rechtsgebied waarvan de Surrogaatmoederentiteit fiscaal ingezetene is, moeten landenrapporten worden ingediend conform artikel 8 bis bis, lid 3;

b)

in het rechtsgebied waarvan de Surrogaatmoederentiteit fiscaal ingezetene is, is een Adequate Overeenkomst tussen Bevoegde Autoriteiten in werking waarbij de lidstaat partij is op het in artikel 8 bis bis, lid 1, bedoelde tijdstip waarop het landenrapport voor het Te Rapporteren Boekjaar moet worden ingediend;

c)

het rechtsgebied waarvan de Surrogaatmoederentiteit fiscaal ingezetene is, heeft de lidstaat niet in kennis gesteld van een Systematische Nalatigheid;

d)

het rechtsgebied waarvan de Surrogaatmoederentiteit fiscaal ingezetene is, is uiterlijk op de laatste dag van het Te Rapporteren Boekjaar van die MNO-Groep door de Groepsentiteit die fiscaal ingezetene van dat rechtsgebied is, in kennis gesteld van het feit dat zij de Surrogaatmoederentiteit is;

e)

overeenkomstig punt 4 is een kennisgeving aan de lidstaat verstrekt.

3.

Een lidstaat verzoekt alle Groepsentiteiten van een MNO-Groep die fiscaal ingezetene van die lidstaat zijn, om hem ervan in kennis te stellen of zij de Uiteindelijkemoederentiteit, de Surrogaatmoederentiteit of de in punt 1 aangewezen Groepsentiteit zijn, en dit uiterlijk op de laatste dag van het Te Rapporteren Boekjaar van die MNO-Groep. Een lidstaat mag die termijn verlengen tot en met de laatste dag van de termijn voor de indiening van een belastingaangifte van die Groepsentiteit voor het voorafgaande boekjaar.

4.

Indien een Groepsentiteit van een MNO-Groep die fiscaal ingezetene van een lidstaat is, niet de Uiteindelijkemoederentiteit of de Surrogaatmoederentiteit, noch de in punt 1 aangewezen Groepsentiteit is, verzoekt de lidstaat die Groepsentiteit om hem in kennis te stellen van de identiteit en de fiscale vestigingsplaats van de Rapporterende Entiteit, en dit uiterlijk op de laatste dag van het Te Rapporteren Boekjaar van die MNO-Groep. Een lidstaat mag die termijn verlengen tot en met de laatste dag van de termijn voor de indiening van een belastingaangifte door die Groepsentiteit voor het voorafgaande boekjaar.

5.

In het landenrapport is de valuta van de in het rapport opgegeven bedragen vermeld.

DEEL III

LANDENRAPPORT

Α.   Model landenrapport

Tabel 1:   Overzicht van verdeling van inkomsten, belastingen en bedrijfsactiviteiten naar fiscaal rechtsgebied

Naam van de MNO-Groep:

Betreffende Boekjaar:

Gebruikte valuta:

Fiscaal rechtsgebied

Inkomsten

Winst (verlies) vóór inkomstenbelasting

Betaalde inkomstenbelasting (op kasbasis)

Toerekenbare inkomstenbelasting — lopend boekjaar

Gestort kapitaal

Gecumuleerde winst

Aantal personeelsleden

Materiële activa andere dan geldmiddelen en kasequivalenten

Niet-gelieerde partij

Gelieerde partij

Totaal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Tabel 2:   Lijst van alle Groepsentiteiten van de MNO-Groep die vallen onder iedere totalisatie per fiscaal rechtsgebied

Naam van de MNO-Groep:

Betreffende Boekjaar:

Fiscaal rechtsgebied

Groepsentiteiten die fiscaal ingezetenen zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied

Indien afwijkend van het fiscale rechtsgebied waarvan de Groepsentiteit een fiscaal ingezetene is, het fiscale rechtsgebied naar het recht waarvan de Groepsentiteit is ingericht of opgericht

Belangrijkste bedrijfsactiviteit(en)

Onderzoek en ontwikkeling

Houden of beheren van intellectuele eigendom

Inkoop of afname

Fabricage of productie

Verkoop, marketing of distributie

Diensten op het gebied van administratie, beheer of ondersteuning

Dienstverlening aan niet-gelieerde partijen

Interne groepsfinanciering

Gereguleerde financiële diensten

Verzekering

Houden van aandelen of andere eigenvermogensinstrumenten

Slapend

Anderszins (1)

 

1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tabel 3:   Aanvullende informatie

Naam van de MNO-Groep:

Betreffende Boekjaar:

Gelieve hier beknopt iedere nadere informatie of toelichting te verstrekken die u noodzakelijk acht of die helpt om de verplichte informatie in het landenrapport te begrijpen.

B.   Algemene instructies voor het invullen van het landenrapport

1.   Doel

Het model wordt gebruikt voor de rapportage van de verdeling van de inkomsten, belastingen en bedrijfsactiviteiten van een groep van multinationale ondernemingen (MNO's) per fiscaal rechtsgebied.

2.   Behandeling van bijkantoren en vaste inrichtingen

De gegevens van de vaste inrichting worden gerapporteerd onder verwijzing naar het fiscale rechtsgebied waar de vaste inrichting is gelegen, en niet onder verwijzing naar het fiscale rechtsgebied waarvan de bedrijfseenheid waarvan de vaste inrichting deel uitmaakt, fiscaal ingezetene is. In de rapportage betreffende het fiscale rechtsgebied van de vestigingsplaats die betrekking heeft op de bedrijfseenheid waarvan de vaste inrichting deel uitmaakt, worden financiële gegevens die gerelateerd zijn aan de vaste inrichting, uitgesloten.

3.   Periode waarop het jaarlijks model voor het landenrapport betrekking heeft

Het model heeft betrekking op het Boekjaar van de rapporterende MNO. Voor Groepsentiteiten wordt in het model, naar goeddunken van de rapporterende MNO, op consistente basis de volgende informatie weergegeven:

a)

informatie over het Boekjaar van de relevante Groepsentiteiten dat eindigt op dezelfde datum als het Boekjaar van de rapporterende MNO, of dat eindigt binnen het tijdvak van twaalf maanden dat aan die datum voorafgaat; of

b)

informatie over alle relevante Groepsentiteiten waarover gerapporteerd wordt voor het Boekjaar van de rapporterende MNO.

4.   Gegevensbronnen

De rapporterende MNO maakt bij het invullen van het model ieder jaar op consistente wijze gebruik van dezelfde gegevensbronnen. De rapporterende MNO kan ervoor kiezen om gegevens te gebruiken uit haar geconsideerde staten, uit wettelijk voorgeschreven jaarrekeningen van afzonderlijke entiteiten, gereguleerde jaarrekeningen of interne beheersrekeningen. Het is niet noodzakelijk de rapportage op het gebied van inkomsten, winst en belasting in het model in overeenstemming te brengen met de Geconsolideerde Jaarrekening. Indien wettelijk voorgeschreven jaarrekeningen als de basis voor de rapportage worden gebruikt, worden alle bedragen omgezet in de aangegeven functionele valuta van de rapporterende MNO tegen de gemiddelde wisselkoers over het jaar dat aangegeven wordt in het onderdeel „Aanvullende informatie” van het model. Er hoeven echter geen aanpassingen te worden gemaakt voor verschillen in boekhoudbeginselen tussen de fiscale rechtsgebieden.

De rapporterende MNO geeft in het onderdeel „Aanvullende informatie” van het model een korte beschrijving van de gegevensbronnen die bij het invullen van het model worden gebruikt. Indien er een verandering wordt aangebracht in de gegevensbron die jaarlijks wordt gebruikt, zet de rapporterende MNO in het onderdeel „Aanvullende informatie” van het model de redenen voor de verandering en de gevolgen daarvan uiteen.

C.   Specifieke instructies voor het invullen van het landenrapport

1.   Overzicht van verdeling van inkomsten, belastingen en bedrijfsactiviteiten naar fiscaal rechtsgebied (tabel 1)

1.1.   Fiscaal rechtsgebied

In de eerste kolom van het model somt de rapporterende MNO alle fiscale rechtsgebieden op waarvan Groepsentiteiten van de MNO-Groep fiscaal ingezetene zijn. Een fiscaal rechtsgebied wordt gedefinieerd als een staat of als een rechtsgebied dat geen staat is maar wel fiscale autonomie heeft. Er wordt een afzonderlijke regel toegevoegd voor alle Groepsentiteiten van de MNO-Groep die volgens de rapporterende MNO van geen enkel fiscaal rechtsgebied fiscaal ingezetene zijn voor belastingdoeleinden. Ingeval een Groepsentiteit fiscaal ingezetene is van meer dan één fiscaal rechtsgebied, worden de beslissingsregels (tiebreaker) van het van toepassing zijnde belastingverdrag toegepast om het fiscale rechtsgebied waarvan de Groepsentiteit fiscaal ingezetene is te bepalen. Waar geen sprake is van een toepasselijk belastingverdrag, wordt over de Groepsentiteit gerapporteerd in het fiscale rechtsgebied waar de Groepsentiteit haar plaats van werkelijke leiding heeft. De plaats van de werkelijke leiding wordt vastgesteld conform internationaal overeengekomen standaarden.

1.2.   Inkomsten

In de drie kolommen van het model onder het kopje „Inkomsten” wordt door de rapporterende MNO de volgende informatie opgenomen:

a)

de som van de uit transacties met gelieerde ondernemingen gegenereerde inkomsten van alle Groepsentiteiten van de MNO-Groep in het betreffende fiscale rechtsgebied;

b)

de som van de uit transacties met onafhankelijke partijen gegenereerde inkomsten van alle Groepsentiteiten van de MNO-Groep in het betreffende fiscale rechtsgebied;

c)

het totaal van a) en b).

Inkomsten omvatten inkomsten uit de verkoop van voorraad en onroerend goed, diensten, royaltyrechten, rente, premies en andere bedragen. Van inkomsten zijn uitgesloten de van andere Groepsentiteiten ontvangen betalingen die behandeld worden als dividenden in het fiscale rechtsgebied van de betaler.

1.3.   Winst (verlies) vóór inkomstenbelasting

In de vijfde kolom van het model geeft de rapporterende MNO de som op van de winst (het verlies) vóór inkomstenbelasting voor alle Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied. De winst (het verlies) vóór inkomstenbelasting omvat alle buitengewone inkomsten- en uitgavenposten.

1.4.   Betaalde inkomstenbelasting (op kasbasis)

In de zesde kolom van het model geeft de rapporterende MNO het totale bedrag op van de feitelijk door alle Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied betaalde inkomstenbelasting gedurende het betreffende Boekjaar. Betaalde belastingen omvatten contante belastingen die door de Groepsentiteit aan het fiscale rechtsgebied van de fiscale woonplaats en aan alle andere fiscale rechtsgebieden werden betaald. Betaalde belastingen omvatten bronbelastingen die door andere entiteiten (gelieerde ondernemingen en onafhankelijke ondernemingen) met betrekking tot betalingen aan de Groepsentiteit betaald zijn. Indien vennootschap A, die fiscaal ingezetene is van fiscaal rechtsgebied A, rente ontvangt in fiscaal rechtsgebied B, moet de in fiscaal rechtsgebied B ingehouden belasting dus door vennootschap A worden gerapporteerd.

1.5.   Toerekenbare inkomstenbelasting (lopend Boekjaar)

In de zevende kolom van het model wordt door de rapporterende MNO de som opgegeven van de toerekenbare belastinglasten van het lopende jaar die geboekt zijn op belastbare winsten of verliezen van het te rapporteren jaar, van alle Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied. De belastinglasten van het lopende jaar hebben enkel betrekking op bedrijfsactiviteiten van het lopende jaar en omvatten geen uitgestelde belastingen of voorzieningen voor onzekere belastingschulden.

1.6.   Gestort kapitaal

In de achtste kolom van het model wordt door de rapporterende MNO de som opgegeven van het gestorte kapitaal van alle Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied. Met betrekking tot vaste inrichtingen wordt het gestorte kapitaal opgegeven door de juridische entiteit waartoe de vaste inrichting behoort, tenzij er voor regelgevende doeleinden sprake is van een vastgesteld vermogensvereiste in het fiscale rechtsgebied van de vaste inrichting.

1.7.   Gecumuleerde winst

In de negende kolom van het model wordt door de rapporterende MNO de som opgegeven van de totale gecumuleerde winst per einde van het jaar van alle Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied. Met betrekking tot vaste inrichtingen wordt de gecumuleerde winst gerapporteerd door de juridische entiteit waartoe de vaste inrichting behoort.

1.8.   Aantal personeelsleden

In de tiende kolom van het model wordt door de rapporterende MNO het totale aantal personeelsleden in voltijdequivalenten (full-time equivalent — „FTE”) opgegeven van alle Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied. Het aantal personeelsleden kan worden gerapporteerd naar de situatie aan het einde van het jaar, op basis van de gemiddelde tewerkstelling over het jaar, of op een andere basis die van jaar tot jaar en in de verschillende fiscale rechtsgebieden consistent wordt toegepast. Hiertoe kunnen onafhankelijke contractanten die deelnemen aan de gewone bedrijfsactiviteiten van de Groepsentiteit, worden gerapporteerd als personeelsleden. Een redelijke afronding of benadering van het aantal personeelsleden is toelaatbaar, op voorwaarde dat een dergelijke afronding of benadering de relatieve verdeling van de personeelsleden over de verschillende fiscale rechtsgebieden niet wezenlijk vertekent. De benadering moet van jaar tot jaar en met betrekking tot alle entiteiten consistent zijn.

1.9.   Materiële activa andere dan geldmiddelen en kasequivalenten

In de elfde kolom van het model wordt door de rapporterende MNO de som opgegeven van de nettoboekwaarden van de materiële activa van alle Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied. Met betrekking tot vaste inrichtingen worden activa opgegeven onder verwijzing naar het fiscale rechtsgebied waar de vaste inrichting is gelegen. Materiële activa omvatten dan ook geen geldmiddelen of kasequivalenten, immateriële of financiële activa.

2.   Lijst van alle Groepsentiteiten van de MNO-Groep die vallen onder iedere totalisatie per fiscaal rechtsgebied (tabel 2)

2.1.   Groepsentiteiten die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied

De rapporterende MNO noteert per fiscaal rechtsgebied en via de naam van de rechtspersoon alle Groepsentiteiten van de MNO-Groep die fiscaal ingezetene zijn van het betreffende fiscale rechtsgebied. Zoals vermeld in punt 2 van de algemene instructies met betrekking tot vaste inrichtingen, wordt een vaste inrichting echter genoteerd onder verwijzing naar het fiscale rechtsgebied waar deze gelegen is. De juridische entiteit waartoe de vaste inrichting behoort, wordt eveneens vermeld.

2.2.   Het fiscale rechtsgebied naar het recht waarvan de Groepsentiteit is ingericht of opgericht indien dit niet hetzelfde is als het fiscale rechtsgebied waarvan de Groepsentiteit een fiscaal ingezetene is

De rapporterende MNO vermeldt de naam van het fiscale rechtsgebied naar het recht waarvan de Groepsentiteit van de MNO-Groep is ingericht of opgericht, indien deze verschilt van het fiscale rechtsgebied waarvan de Groepsentiteit een fiscaal ingezetene is.

2.3.   Belangrijkste bedrijfsactiviteit(en)

De rapporterende MNO bepaalt de aard van de belangrijkste bedrijfsactiviteit(en) die wordt (worden) uitgevoerd door de Groepsentiteit in het betreffende fiscale rechtsgebied, door één of meer van de toepasselijke vakjes aan te kruisen.”.


(1)  Gelieve de aard van de activiteit van de Groepsentiteit te vermelden onder „Aanvullende informatie”


Top