Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32016D1674

Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/1674 van de Commissie van 15 september 2016 tot vrijstelling van de kleinhandelslevering van elektriciteit en gas in Duitsland van de toepassing van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 5779) (Voor de EER relevante tekst)

C/2016/5779

PB L 253 van 17.9.2016, pp. 6–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2016/1674/oj

17.9.2016   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 253/6


UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2016/1674 VAN DE COMMISSIE

van 15 september 2016

tot vrijstelling van de kleinhandelslevering van elektriciteit en gas in Duitsland van de toepassing van Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2016) 5779)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (1), en met name artikel 34, lid 3,

Gezien het verzoek dat op 21 maart 2016 per e-mail is ingediend door de ondernemersvereniging van de Duitse energie- en watersector (Bundesverband der Energie- und Wasserwirtschaft e.V., hierna „de BDEW” genoemd),

Na raadpleging van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten,

Overwegende hetgeen volgt:

1.   FEITEN

(1)

Op 21 maart 2016 diende de BDEW per e-mail een verzoek in bij de Commissie overeenkomstig artikel 35 van Richtlijn 2014/25/EU (hierna „het verzoek” genoemd).

(2)

Het verzoek dat is ingediend door de BDEW, een vereniging die optreedt als vertegenwoordiger van ondernemingen in de Duitse energie- en watersector die worden beschouwd als aanbestedende instanties in de zin van artikel 4 van Richtlijn 2014/25/EU, betreft de volgende activiteiten, zoals beschreven in het verzoek:

a)

de kleinhandelslevering van elektriciteit aan klanten van wie het elektriciteitsverbruik wordt bijgehouden met een meter (registrierende Leistungsmessung), hierna „RLM-klanten” genoemd, en klanten van wie het elektriciteitsverbruik in rekening wordt gebracht op basis van een standaardbelastingsprofiel (Standardlastprofil), hierna „SLP-klanten” genoemd, met uitzondering van SLP-klanten die onder wettelijk vastgestelde standaardleveringsvoorwaarden worden bevoorraad, en van de elektriciteitsmarkt voor verwarming;

b)

de kleinhandelslevering van gas aan RLM- en SLP-klanten, met uitzondering van de klanten die onder wettelijk vastgestelde standaardleveringsvoorwaarden worden bevoorraad.

(3)

Bij het verzoek was een advies van de Duitse mededingingsautoriteit (Bundeskartellamt, hierna „het BKartA” genoemd) gevoegd, met datum 11 december 2015 (hierna het „advies” genoemd). In dit advies beoordeelt het BKartA de markten voor de kleinhandelslevering van elektriciteit en gas en concludeert het dat wat de kleinhandelslevering van elektriciteit en gas aan RLM- en SLP-klanten betreft, aan de voorwaarden voor vrijstelling is voldaan.

2.   II. RECHTSKADER

(4)

Richtlijn 2014/25/EU is van toepassing op de gunning van contracten voor het uitvoeren van activiteiten die verband houden met de kleinhandelslevering van elektriciteit en gas, tenzij deze activiteit is vrijgesteld op grond van artikel 34 van die richtlijn.

(5)

Bij artikel 34 van Richtlijn 2014/25/EU is bepaald dat opdrachten voor activiteiten waarop de richtlijn van toepassing is, niet onder deze richtlijn vallen wanneer die activiteit in de lidstaat waarin zij wordt uitgeoefend rechtstreeks aan mededinging blootstaat op marktgebieden tot welke de toegang niet beperkt is. De rechtstreekse blootstelling aan concurrentie wordt getoetst aan de hand van objectieve criteria, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de betrokken sector.

3.   BEOORDELING

3.1.   Vrije toegang tot de markt

(6)

De toegang tot een markt wordt als niet-beperkt beschouwd indien de lidstaat de desbetreffende EU-wetgeving tot openstelling van een bepaalde (deel)sector ten uitvoer heeft gelegd en heeft toegepast. Deze wetgeving wordt vermeld in bijlage III bij Richtlijn 2014/25/EU. Voor de elektriciteitssector wordt verwezen naar Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad (2). Voor de gassector wordt verwezen naar Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad (3).

(7)

Duitsland heeft Richtlijnen 2009/72/EG en 2009/73/EG omgezet in de nationale wet op het energiebedrijf (Energiewirtschaftgesetz, hierna „de EnWG” genoemd). De verkoop van elektriciteit en gas valt onder deel 4, artikel 36 en volgende, van de EnWG. De Duitse verordening inzake de standaardlevering van elektriciteit („Stromgrundversorgungsverordnung”, hierna „de StromGVV” genoemd) (4) en de Duitse verordening inzake de standaardlevering van gas („Gasgrundversorgungsverordnung”, hierna „de GasGVV” genoemd) (5) bevatten ook bijzondere wettelijke voorschriften voor de verkoop van elektriciteit en gas. Derhalve, en overeenkomstig artikel 34, lid 1, moet de toegang tot de markt als niet-beperkt worden beschouwd op het hele grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland.

3.2.   Rechtstreekse blootstelling aan mededinging

(8)

De rechtstreekse blootstelling aan mededinging moet worden getoetst aan diverse indicatoren, waarbij geen van deze indicatoren op zichzelf doorslaggevend is. Wat de markten betreft waarop dit besluit betrekking heeft, vormt het marktaandeel van de voornaamste spelers op een bepaalde markt één van de te hanteren criteria. Gezien de kenmerken van de betrokken markten moet ook rekening worden gehouden met verdere criteria.

(9)

Hoewel in bepaalde gevallen een engere of bredere marktomschrijving kan worden overwogen, is voor de toepassing van dit besluit geen precieze omschrijving van de relevante markt nodig, aangezien de analyse zowel bij een enge als een bredere omschrijving hetzelfde resultaat oplevert.

(10)

Het besluit laat de toepassing van de mededingingsregels en andere rechtsdisciplines van de Unie onverlet. Meer bepaald zijn de criteria en de methodologie die worden gebruikt om rechtstreekse blootstelling aan concurrentie te beoordelen overeenkomstig artikel 34 van Richtlijn 2014/25/EU niet noodzakelijkerwijs identiek aan die welke worden gebruikt ter toetsing van artikel 101 of 102 van het Verdrag of voor een beoordeling volgens Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad (6). Dit punt werd ook bevestigd door het Gerecht in een recent arrest (7).

(11)

Er zij aan herinnerd dat het doel van dit besluit erin bestaat vast te stellen of de diensten waarop het verzoek betrekking heeft (op markten waartoe de toegang niet beperkt is in de zin van artikel 34 van Richtlijn 2014/25/EU) aan een zodanige mate van mededinging blootstaan dat dit ervoor zal zorgen dat, ook zonder de discipline die door de toepassing van de in Richtlijn 2014/25/EU vastgelegde gedetailleerde regels voor het plaatsen van opdrachten wordt verzekerd, de plaatsing van opdrachten voor de uitoefening van de hier bedoelde activiteiten op een transparante, niet-discriminerende wijze zal plaatsvinden op basis van criteria die afnemers in staat stellen uit te maken welke algemeen genomen de economisch voordeligste oplossing is.

3.2.1.   Relevante productmarkten

3.2.1.1.   Kleinhandelslevering van elektriciteit

(12)

Op basis van de precedenten van de Commissie is de relevante productmarkt voor de kleinhandelslevering van elektriciteit de kleinhandelsmarkt voor elektriciteit (8). Wat de levering van elektriciteit aan eindgebruikers betreft, maakt de Commissie een onderscheid tussen de levering aan kleine klanten (residentiële klanten, kleine bedrijven) en de levering aan grote industriële klanten die aangesloten zijn op de hoogspannings- en middenspanningsnetten (industrie en grote commerciële klanten) (9). Dit onderscheid is gebaseerd op de verschillende vereisten en profielen aan de vraagzijde en de verschillende diensten en technologieën aan de aanbodzijde (10).

(13)

Net als de Commissie maakt ook het BKartA een onderscheid tussen kleine en grote elektriciteitsklanten op basis van verschillen in hun verbruiksgedrag (11). Hierbij onderscheidt het tussen klanten van wie het elektriciteitsverbruik wordt bijgehouden met een meter („RLM-klanten”) en klanten van wie het elektriciteitsverbruik in rekening wordt gebracht op basis van een standaardbelastingsprofiel („SLP-klanten”).

(14)

RLM-klanten hebben een jaarlijks verbruik van meer dan 100 MWh en zijn daarom in de regel industriële of grote commerciële klanten (12). Gezien de hoge kosten die met RLM gemoeid zijn, is dit alleen de moeite waard indien het verbruiksvolume hoog is. Het gebruik van elektriciteit als een productie- en kostenfactor is kenmerkend voor RLM-klanten. Voor deze groep klanten is het verbruik van elektriciteit een kenmerkende productie- en kostenfactor in hun eigen productie. De vraag is anders georiënteerd en gestructureerd dan die van SLP-klanten (13).

(15)

SLP-klanten zijn verbruikers van elektriciteit met relatief lage verbruiksvolumes. Het zijn residentiële klanten (met een verbruik van maximaal 10 000 KWh per jaar) en kleine bedrijven (met een jaarlijks elektriciteitsverbruik van maximaal 100 MWh) in de zin van afdeling 3, nr. 22, van de Duitse Wet op het energiebedrijf (EnWG), die energie voornamelijk inkopen voor hun eigen thuisverbruik of voor eigen verbruik voor professionele, landbouw- of zakelijke doeleinden (14).

(16)

Het BKartA definieert nog drie verdere productmarkten voor levering aan SLP-klanten (15):

a)

de markt voor de levering aan SLP-klanten onder algemene voorwaarden en tegen algemene tarieven overeenkomstig artikel 36 en 38 van de EnWG (16), aangezien standaard- en noodlevering een bijna geheel wettelijk opgelegd en ontworpen product vormen. Het contract voor standaardlevering aan SLP-klanten wordt niet tussen de partijen overeengekomen; het contract treedt in plaats daarvan in werking tussen de eindgebruiker en de wettelijke leverancier krachtens artikel 2, lid 2, van de Duitse verordening inzake de standaardlevering van elektriciteit (StromGVV) zodra de elektriciteit wordt verbruikt.

b)

de markt voor de levering aan SLP-klanten onder andere dan de algemene voorwaarden en tegen andere dan de algemene tarieven (klanten met een bijzonder contract), waarvoor andere prijzen dan die van de standaardlevering aan klanten tot stand zijn gekomen (17).

c)

de markt voor de levering van elektriciteit aan SLP-klanten onder algemene voorwaarden en tegen algemene tarieven voor het verwarmen van ruimten (elektriciteitsmarkt voor verwarming), waar sprake is van aanzienlijke fluctuaties naargelang de tijd van het jaar, maar waar het verbruik tijdens de piekuren veel hoger is dan het verbruik van elektriciteit voor huishoudens. Dit leidt tot aanzienlijke prijsverschillen, waardoor substitutie door de andere aangehaalde producten niet mogelijk is (18).

(17)

Het verzoek bestrijkt de markt voor de levering van elektriciteit aan RLM-klanten en aan SLP-klanten met een bijzonder contract. Het verzoek heeft geen betrekking op de markt voor standaardlevering aan SLP-klanten en de elektriciteitsmarkt voor verwarming, waarvoor volgens het advies van BKartA niet wordt voldaan aan de criteria.

3.2.1.2.   Kleinhandelslevering van gas

(18)

De Commissie maakt een onderscheid tussen de volgende markten: levering van aardgas aan i) kleine klanten (waaronder huishoudens) en ii) grotere klanten, die kunnen worden onderverdeeld in grote industriële klanten en elektriciteitscentrales (19).

(19)

Bij het definiëren van de markt richt het BKartA zich op de leveringsstadia en differentieert het tussen de levering van aardgas aan grote en kleine klanten, waarbij het een onderscheid maakt tussen de afzonderlijke markten voor de levering aan RLM- en SLP-klanten (20). RLM-klanten hebben een jaarlijks verbruik van meer dan 1,5 GWh en SLP-klanten hebben een jaarlijks verbruik van maximaal 1,5 GWh (21).

(20)

In tegenstelling tot zijn eerdere besluitvormingspraktijk inzake SLP-klanten maakt het BKartA nu — net als in de elektriciteitssector — een verder onderscheid tussen:

a)

de standaard- en noodlevering aan SLP-klanten (markt voor standaardlevering) en

b)

de levering aan SLP-klanten op basis van bijzondere contracten (markt voor bijzondere contracten) (22).

(21)

Het verschil tussen deze twee markten is gebaseerd op het feit dat er bij standaard- en noodlevering een nagenoeg alomvattende verplichting bestaat om een contract te aanvaarden (23). De standaardleverancier is verplicht om te leveren aan residentiële klanten en de voorwaarden voor deze levering zijn grotendeels door de wet voorgeschreven. Daarnaast is er een aanzienlijk verschil tussen de prijzen voor standaardlevering en levering op basis van bijzondere contracten (24).

(22)

Het verzoek bestrijkt de markt voor de levering van gas aan RLM-klanten en aan SLP-klanten met een bijzonder contract.

(23)

Gezien de in de overwegingen 12 tot en met 21 onderzochte factoren worden hierbij, met het oog op de beoordeling van de in artikel 34 van Richtlijn 2014/25/EU vastgestelde voorwaarden en onverminderd de toepassing van andere Uniewetgeving, de volgende relevante productmarkten gedefinieerd:

a)

kleinhandelslevering van elektriciteit aan RLM-klanten;

b)

kleinhandelslevering van elektriciteit aan SLP-klanten met een bijzonder contract;

c)

kleinhandelslevering van gas aan RLM-klanten;

d)

kleinhandelslevering van gas aan SLP-klanten met een bijzonder contract.

3.2.2.   Relevante geografische markten

3.2.2.1.   Kleinhandelslevering van elektriciteit

(24)

In haar besluit in zaak M.5496 — Vattenfall/Nuon Energy (25) stelde de Commissie vast dat de markt voor grote klanten (of RLM-klanten) in Duitsland nationaal is en dat de markt regionaal zou kunnen zijn voor kleine klanten en huishoudens (of SLP-klanten), afhankelijk van de omvang van de distributeur. Een exacte definitie van de relevante geografische markt werd echter niet gegeven. In haar besluit in zaak M.7778 — Vattenfall/Engie/GASAG (26) besprak de Commissie wederom of zowel de markt voor de kleinhandelslevering van elektriciteit aan kleine klanten als de kleinhandelslevering van gas aan kleine klanten in Duitsland moet worden gedefinieerd als regionaal, en liet beide markten uiteindelijk open.

(25)

Het BKartA stelde vast dat de markten voor de kleinhandelslevering van elektriciteit voor RLM- en SLP-klanten beide nationaal waren. In het laatste geval week het BKartA van een eerdere, netwerkgerelateerde marktdefinitie af als gevolg van de verandering van de concurrentievoorwaarden voor klanten met een bijzonder contract, die nu kunnen kiezen uit een breed scala aan leveranciers.

(26)

De meeste regionale leveranciers die bijzondere contracten voor SLP-klanten aanbieden, hebben een regionale focus, maar een aanzienlijk (en steeds groter wordend) aantal leveranciers heeft handel gedreven buiten het eigen vaste leveringsgebied. 4 % van alle leveranciers, goed voor meer dan 30 bedrijven, levert aan klanten in 251-500 netwerkgebieden, met andere woorden: over het hele land. Verder zijn er 56 ondernemingen die in meer dan 500 netwerkgebieden actief zijn en dus het volledige nationale grondgebied dekken.

(27)

Voor de beoordeling of aan de voorwaarden in artikel 34 van Richtlijn 2014/25/EU is voldaan, wordt, onverminderd de toepassing van andere Uniewetgeving, de relevante geografische markt voor de kleinhandelslevering van elektriciteit beschouwd als nationaal voor RLM- en SLP-klanten met een bijzonder contract. Zelfs als de beoordeling zich zou richten op het regionale niveau, zou er sprake zijn van vergelijkbare concurrentiebeperkingen op de markt voor kleinhandelslevering van elektriciteit aan kleine klanten.

3.2.2.2.   Kleinhandelslevering van gas

(28)

In haar besluit in zaak M.5467 — RWE/Essent (27) stelde de Commissie vast dat er bewijs was dat de kleinhandelsmarkt voor gas regionaal was. Een exacte definitie van de relevante geografische markt werd echter niet gegeven.

(29)

Het BKartA stelde vast dat de markten voor de kleinhandelslevering van elektriciteit voor RLM- en SLP-klanten beide nationaal waren. Het BKartA week af van zijn eerdere, netwerkgerelateerde marktdefinitie en vestigde de aandacht op de veranderingen in de concurrentievoorwaarden voor klanten met een bijzonder contract, die nu kunnen kiezen uit een breed scala aan leveranciers.

(30)

In zijn besluit over de EWE/VNG-fusie (28) analyseerde het BKartA de kadervoorwaarden voor de gassector in detail en voerde het tijdens de procedure een groot aantal marktonderzoeken uit. Het BKartA kwam tot de conclusie dat de markt voor levering aan RLM-klanten nationaal was en niet langer netwerkgerelateerd of verbonden aan een marktgebied. Het BKartA stelde vast dat de snel toenemende concurrentie aan het doordringen was in de traditionele distributiegebieden. Ook voor SLP-klanten concludeerde het BKartA dat de markt nationaal was. SLP-klanten kunnen uit een voldoende groot aantal leveranciers kiezen (gemiddeld ongeveer 10), en de maximumtarieven van deze leveranciers liggen niet meer dan 10 % boven het laagste tarief. Ook al hebben de meeste leveranciers van gas een regionale focus, toch zijn er meer dan 50 (7 %) die op nationaal niveau actief zijn.

(31)

Om te kunnen beoordelen of aan de voorwaarden in artikel 34 van Richtlijn 2014/25/EU is voldaan, zal de Commissie, onverminderd de toepassing van andere Uniewetgeving, er voor de toepassing van dit besluit van uitgaan dat de relevante geografische markt voor de kleinhandelslevering van gas aan RLM- en aan SLP-klanten met een bijzonder contract nationaal is. Zelfs als de beoordeling zich zou richten op het regionale niveau, zou er sprake zijn van vergelijkbare concurrentiebeperkingen op de markt voor kleinhandelslevering van gas aan kleine klanten.

3.2.3.   Marktanalyse

3.2.3.1   Kleinhandelslevering van elektriciteit

(32)

De totale volumes van de elektriciteitsafname in Duitsland zijn als volgt, aldus een gezamenlijk monitoringverslag van het Duits federaal netwerkagentschap (Bundesnetzagentur, hierna „het BNetzA” genoemd) en het BKartA (hierna „het Monitoringverslag” genoemd):

 

2012 (29)

2013 (30)

2014 (31)

Totale afnamevolumes (in TWh)

512,0

510,6

497,8

waarvan industriële en commerciële ondernemingen

377,2

372,9

367,3

waarvan residentiële klanten (32)

124,5

126,1

120,2

waarvan pompaccumulatie

10,3

11,6

10,3

(33)

Wat de verdeling van de verkoop aan alle klanten op de Duitse markt betreft, heeft de aanvrager gegevens verstrekt over de jaarlijkse verkoop van elektriciteitsleveranciers in 2012. Deze tonen aan dat het gecombineerde marktaandeel van de vier grootste bedrijven ongeveer 41,6 % bedraagt. De twee grootste leveranciers, RWE en E.ON, zijn niet onderhevig aan de voorschriften voor overheidsopdrachten.

(34)

Volgens het Monitoringverslag van 2015 verkochten de ondervraagde elektriciteitsleveranciers in totaal ongeveer 268 TWh elektriciteit aan RLM-klanten in heel Duitsland. Hiervan werd ongeveer 88 TWh verkocht door de vier grootste ondernemingen (RWE, Vattenfall, EnBW en E.ON) op de markt voor RLM-klanten. Dit leidt op deze markt tot een gecombineerd marktaandeel voor de vier grootste ondernemingen van ongeveer 33 % (33).

(35)

In totaal werd in 2014 103 TWh verkocht aan SLP-klanten met een bijzonder contract, wat 64 % bedraagt van het totale volume dat werd verkocht aan SLP-klanten (34). In 2014 bedroeg de cumulatieve verkoop van de vier grootste ondernemingen ongeveer 37 TWh, wat betekent dat het gezamenlijke marktaandeel van de vier grootste ondernemingen ongeveer 36 % bedroeg (35).

(36)

De marktaandelen van de grotere leden van de BDEW die kunnen worden beschouwd als aanbestedende instanties, werden door de aanvrager verstrekt in een vertrouwelijke bijlage bij het verzoek. Deze marktaandelen zijn […] voor levering aan RLM-klanten en […] voor de levering aan SLP-klanten.

(37)

Aangezien dit een standaardpraktijk is voor besluiten van de Commissie die verband houden met artikel 30 van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad (36), achtte de Commissie het totale marktaandeel van de grootste drie ondernemingen op het gebied van elektriciteitslevering relevant. In Besluit 2010/403/EU van de Commissie (37) was het gezamenlijke marktaandeel van de drie grootste elektriciteitsleveranciers op kleinhandelsniveau in Italië 43,89 %. In Beschikking 2007/706/EG van de Commissie (38) met betrekking tot Zweden was dit marktaandeel 43 %. In het huidige geval is het marktaandeel van de drie grootste elektriciteitsleveranciers op kleinhandelsniveau op de Duitse elektriciteitsmarkt 36,8 %.

(38)

Er is een groot aantal leveranciers actief op de Duitse elektriciteitsmarkt. Het BKartA geeft in zijn advies aan dat in 82 % van alle netwerkgebieden meer dan 50 leveranciers actief zijn. Gemiddeld kunnen Duitse eindgebruikers (zowel RLM- als SLP-klanten) in hun netwerkgebied uit meer dan 106 leveranciers kiezen (39).

(39)

Een ander bewijs van de effectieve mededinging is het grote aantal gebruikers dat van elektriciteitsleverancier verandert. Het percentage RLM-klanten (industriële en commerciële klanten) dat in 2014 van leverancier veranderde, bedroeg ongeveer 11 %. Dit percentage is onder industriële en commerciële klanten sinds 2006 min of meer constant gebleven (40). Er zijn geen kosten gemoeid met een verandering van elektriciteitsleverancier.

(40)

Het aantal SLP-klanten dat van leverancier verandert, is echter aanzienlijk toegenomen sinds 2006 en bedraagt 3,8 miljoen (41). Het aandeel van de standaardlevering onder residentiële klanten bedroeg in 2014 32,8 %, wat betekent dat 67,2 % van de residentiële klanten ten minste één keer van elektriciteitsleveringscontract is veranderd en daarom nu een bijzonder contract heeft (42).

(41)

Het afnemende belang van standaardleveranciers als contractpartijen geeft ook aan dat de mededinging steeds effectiever is. Voor residentiële klanten blijven deze leveranciers echter wel dominant: in 2014 had 43 % een bijzonder contract met een lokale standaardleverancier. 32,8 % van de residentiële klanten had een traditioneel contract voor standaardlevering (2012: 36,7 %). 24 % van alle klanten werd bediend door een onderneming die niet de standaardleverancier is (2012: 20,1 %) (43). De situatie is geheel anders voor commerciële en industriële klanten met bijzondere contracten. Van het totale volume dat in 2014 werd geleverd aan RLM-klanten, kwam ongeveer 66 % voor rekening van contracten met een leverancier die niet de lokale standaardleverancier was en 34 % van bijzondere contracten met de standaardleverancier. Minder dan 1 % van de RLM-klanten had een standaardleveringscontract, dus standaardlevering speelt hier een zeer beperkte rol.

(42)

In 2014 waren de groothandelsmarkten voor elektriciteit in Duitsland gekenmerkt door hoge liquiditeit. Naast bilaterale, onderhandse groothandel spelen elektriciteitsbeurzen een belangrijke rol. Ze bieden een betrouwbaar handelsforum en geven tegelijkertijd belangrijke prijssignalen af aan marktpartijen in andere elektriciteitssectoren.

(43)

In 2014 nam de liquiditeit van de spot- en termijnmarkten toe. Het volume van de day-aheadhandel op EPEX SPOT (44) en EXAA (45) steeg van 254 TWh in 2013 naar 269 TWh in 2014. Het volume van de intradayhandel op EPEX SPOT steeg met 30 %. Het volume van de handel in termijncontracten voor elektriciteit op EEX steeg met 21 % van 669 TWh naar 812 TWh. Het volume van de termijnhandel via bemiddelingsplatforms daalde echter met 17 %. In 2014 bemiddelden bemiddelingsplatforms bij termijncontracten voor elektriciteit voor een totaal volume van ongeveer 4 500 TWh (46). De hoge liquiditeit van de groothandelsmarkt maakt het voor nieuwkomers op de kleinhandelsmarkt gemakkelijker om te concurreren, bijvoorbeeld met gevestigde spelers die hun eigen opwekkingscapaciteit hebben.

(44)

De gemiddelde groothandelsprijzen daalden in 2014 verder. De gemiddelde prijs op de spotmarkten steeg in een jaar met ongeveer 13 %. De gemiddelde dagelijkse prijsspreiding was lager vergeleken met een jaar eerder. De prijzen voor elektriciteit daalden in 2014 ook. Met 35,09 EUR per MWh daalde de gemiddelde jaarlijkse Phelix Base Year Future-prijs net iets meer dan 10 % ten opzichte van het jaar ervoor. De gemiddelde jaarlijkse Phelix Peak Year Future-prijs bedroeg 44,40 EUR per MWh, de helft van de prijs in 2008.

(45)

De elektriciteitsprijzen voor residentiële klanten in Duitsland behoren tot de hoogste in de EU (47). Dit komt met name doordat de elektriciteitsprijs wordt beïnvloed door belastingen, socialezekerheidsbijdragen en heffingen. De prijs vóór belasting ligt rond het EU-gemiddelde. Voor industriële klanten is het prijsniveau inclusief belasting hoger dan het EU-28-gemiddelde, maar lager als er geen rekening wordt gehouden met belastingen (48).

3.2.3.2.   Kleinhandelslevering van gas

(46)

Uit de analyse die werd uitgevoerd door de BNetzA en het BKartA in de kleinhandelssector voor de levering van gas, kwam naar voren dat in 2014 ongeveer 391 TWh gas werd verkocht aan RLM-klanten (waaronder gasgestookte elektriciteitscentrales). Het cumulatieve verkochte volume van de drie grootste ondernemingen bedroeg 123 TWh. Het gezamenlijke marktaandeel van deze ondernemingen bedroeg daarom ongeveer 32 % van de RLM-klanten (49).

(47)

De analyse die werd uitgevoerd in de kleinhandelssector voor de levering van gas toonde aan dat er in 2014 ongeveer 321 TWh werd verkocht aan SLP-klanten. Hiervan werd 261 TWh verkocht op basis van bijzondere contracten en 60 TWh op basis van standaardleveringscontracten. Het cumulatieve volume van de verkoop aan SLP-klanten van de drie grootste bedrijven bedroeg ongeveer 71 TWh, waarvan ongeveer 6 TWh op basis van bijzondere contracten. Wat het verkochte volume betreft, leidt dit voor de drie grootste ondernemingen tot een gezamenlijk marktaandeel van ongeveer 19 % voor SLP-klanten met een bijzonder contract en 22 % voor SLP-klanten (50).

(48)

De marktaandelen van de grotere leden van de BDEW die als aanbestedende instanties kunnen worden beschouwd, werden door de aanvrager verstrekt in een vertrouwelijke bijlage bij het verzoek. Deze marktaandelen zijn […] voor levering aan RLM-klanten en […] voor de levering aan SLP-klanten.

(49)

Er is een grote diversiteit aan leveranciers in de markt voor eindgebruikers in de gassector. In bijna 74 % van de netwerken kan worden gekozen uit meer dan 50 gasleveranciers (51). Als we alleen rekening houden met residentiële klanten (SLP-klanten), dan hebben zij in bijna 60 % van de netwerkgebieden de keuze uit meer dan 50 leveranciers (52). De diversiteit wat leveranciers betreft, is de afgelopen jaren toegenomen.

(50)

Het percentage RLM-klanten (industriële en commerciële klanten) dat in 2014 van leverancier veranderde, was net iets lager dan 12 % en is de afgelopen jaren stabiel gebleven (53). Onder SLP-klanten (residentiële klanten) bleef het percentage dat veranderde van leverancier stabiel ten opzichte van het jaar ervoor. SLP-klanten met een bijzonder contract zijn, per definitie, al ten minste één keer van leverancier veranderd, en vallen dus niet meer onder de standaardlevering (54).

(51)

In 2014 werd 19 % van alle residentiële klanten bevoorraad door een gasleverancier die niet de standaardleverancier is. Net iets minder dan 57 % van de residentiële klanten werd bevoorraad door hun standaardgasleverancier op basis van een bijzonder contract. 24 % van het volume gas dat wordt geleverd aan residentiële klanten, werd verkocht op basis van een standaardcontract (55). Standaardleveranciers spelen echter een kleine rol bij RLM-klanten (industriële en commerciële klanten) met bijzondere contracten. Van het totale volume dat in 2014 werd geleverd aan RLM-klanten, kwam 67 % voor rekening van contracten met een leverancier die niet de lokale standaardleverancier was en slechts ongeveer 33 % van bijzondere contracten met de standaardleverancier. Minder dan 1 % van de RLM-klanten heeft een standaardleveringscontract (56).

(52)

De liquiditeit van de groothandelsmarkt voor aardgas in Duitsland nam in 2014 verder toe. Verreweg het grootste gedeelte van de groothandel in aardgas betreft bilaterale transacties, ofwel buiten de beurzen om („onderhands” of over the counter, OTC). Het voordeel van bilaterale handel is de flexibiliteit; er hoeft bijvoorbeeld niet te worden gewerkt met een beperkte reeks contracten. Bemiddeling door bemiddelingsplatforms speelt een belangrijke rol bij OTC-handel. De bilaterale groothandel nam aanzienlijk toe. In 2014 bedroegen de handelstransacties met aardgas afkomstig uit Duitsland die via bemiddelingsplatforms werden uitgevoerd in totaal 3 000 TWh. Dit komt overeen met een stijging van 15 %. De handelsvolumes van gas op de spotmarkt via beurzen zijn in 2014 meer dan verdubbeld en bedroegen ongeveer 129 TWh. Dit is vijf keer het volume van de spotmarkt in 2012. Het volume van termijncontracten steeg van 29 TWh in 2013 naar 83 TWh in 2014 (57).

(53)

De groothandelsprijs voor gas was in 2014 aanzienlijk lager. De door EEX berekende dagelijkse referentieprijzen daalden met ongeveer 22 % (jaarlijks gemiddelde) en de gemiddelde grensoverschrijdende prijs die wordt berekend door het Federaal Agentschap voor Economische Zaken en Uitvoercontrole (BAFA) daalde met 15 %. Deze prijsdaling wordt over het algemeen toegeschreven aan de daling van het gasverbruik in Duitsland en Europa.

(54)

De gasprijzen liggen dicht bij het EU-gemiddelde, zowel voor residentiële als industriële klanten (58).

4.   CONCLUSIES

(55)

Wat de kleinhandelslevering van elektriciteit aan RLM- en aan SLP-klanten met een bijzonder contract in Duitsland betreft, kan de situatie als volgt worden samengevat: het gezamenlijke marktaandeel van de drie grootste leveranciers op kleinhandelsniveau is laag; het aantal gebruikers dat van leverancier verandert, is bevredigend; er wordt geen controle uitgeoefend op de prijs voor de eindgebruiker en de liquiditeit op de groothandelsmarkt is hoog. In zijn advies oordeelt het BKartA dat deze markten rechtstreeks blootstaan aan mededinging.

(56)

Gezien de in de overwegingen 32 tot en met 45 besproken factoren kan worden geconcludeerd dat aan de voorwaarde van rechtstreekse blootstelling aan mededinging van artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU is voldaan wat betreft de kleinhandelslevering van elektriciteit aan RLM- en aan SLP-klanten met een bijzonder contract in het gehele territorium van de Bondsrepubliek Duitsland.

(57)

Wat betreft de kleinhandelslevering van aardgas aan RLM- en aan SLP-klanten met een bijzonder contract in Duitsland, kan de situatie als volgt worden samengevat: het gezamenlijke marktaandeel van de drie grootste leveranciers op kleinhandelsniveau is laag; het aantal gebruikers dat van leverancier verandert, is bevredigend; er wordt geen controle uitgeoefend op de prijs voor de eindgebruiker en de liquiditeit op de groothandelsmarkt is hoog. In zijn advies oordeelt het BKartA dat deze markten rechtstreeks blootstaan aan mededinging.

(58)

Gezien de in de overwegingen 46 tot en met 54 besproken elementen kan worden geconcludeerd dat aan de voorwaarde van rechtstreekse blootstelling aan mededinging van artikel 34, lid 1, van Richtlijn 2014/25/EU is voldaan wat betreft de kleinhandelslevering van aardgas aan RLM- en aan SLP-klanten met een bijzonder contract op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland.

(59)

Dit besluit is gebaseerd op de juridische en feitelijke situatie van maart 2016 tot en met mei 2016 zoals die naar voren komt uit de door de aanvrager en BKartA ingediende informatie. Het moet eventueel worden herzien wanneer een aanmerkelijke wijziging van de juridische en feitelijke situatie met zich meebrengt dat niet langer aan de voorwaarden voor de toepasselijkheid van artikel 34 van Richtlijn 2014/25/EU is voldaan.

(60)

Aangezien sommige diensten die verband houden met de kleinhandelslevering van elektriciteit (59) en gas (60) nog steeds onder Richtlijn 2014/25/EU vallen, wordt eraan herinnerd dat de contracten voor overheidsopdrachten waar verschillende activiteiten deel van uitmaken, moeten worden behandeld overeenkomstig artikel 6 van die richtlijn. Dit houdt in dat wanneer een aanbestedende dienst een „gemengde” aanbesteding uitschrijft, met andere woorden een aanbesteding die wordt gebruikt ter ondersteuning van de prestaties van zowel activiteiten die zijn vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2014/25/EU als activiteiten die hier niet van zijn vrijgesteld, zal worden gekeken naar de activiteiten waarvoor het contract in de eerste plaats is bedoeld. In het geval van een dergelijke gemengde aanbesteding, waarvan het doel voornamelijk de ondersteuning van niet-vrijgestelde activiteiten is, blijft het bepaalde in Richtlijn 2014/25/EU van kracht. Wanneer het objectief gesproken onmogelijk is om te bepalen voor welke activiteit het contract voornamelijk is bedoeld, wordt dit contract gegund overeenkomstig de regels van artikel 6, lid 3, van Richtlijn 2014/25/EU (61).

(61)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2014/25/EU is niet van toepassing op opdrachten die aanbestedende instanties plaatsen om de volgende activiteiten te kunnen uitvoeren:

a)

de kleinhandelslevering van elektriciteit aan klanten van wie het verbruik wordt bijgehouden met een meter (registrierende Leistungsmessung, RLM) en klanten van wie het verbruik in rekening wordt gebracht op basis van een standaardbelastingsprofiel (Standardlastprofil, SLP), met uitzondering van SLP-klanten die onder wettelijk vastgestelde standaardleveringsvoorwaarden worden bevoorraad en van de elektriciteitsmarkt voor verwarming, op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland;

b)

de kleinhandelslevering van aardgas aan klanten van wie het verbruik wordt bijgehouden met een meter (registrierende Leistungsmessung, RLM) en klanten van wie het verbruik in rekening wordt gebracht op basis van een standaardbelastingsprofiel (Standardlastprofil, SLP), met uitzondering van SLP-klanten die onder wettelijk vastgestelde standaardleveringsvoorwaarden worden bevoorraad, op het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel 2

Dit besluit is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 15 september 2016.

Voor de Commissie

Elżbieta BIEŃKOWSKA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243.

(2)  Richtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en houdende intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 55).

(3)  Richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor gas en houdende intrekking van Richtlijn 2003/55/EG (PB L 211 van 14.8.2009, blz. 94).

(4)  Duitse verordening inzake de algemene voorwaarden voor de standaardlevering aan residentiële klanten en de noodlevering van elektriciteit vanaf het laagspanningsnet (Verordnung über Allgemeine Bedingungen für die Grundversorgung von Haushaltskunden und die Ersatzversorgung mit Elektrizität aus dem Niederspannungsnetz — StromGVV) van 26 oktober 2006, Bundesgesetzblatt. I p. 2391, laatstelijk gewijzigd bij artikel 1 van de verordening van 22 oktober 2014, Bundesgesetzblatt. I p. 1631.

(5)  Duitse verordening inzake de algemene voorwaarden voor de standaardlevering van gas aan residentiële klanten en de vervangende levering van gas van het lagedruknet (Gasgrundversorgungsverordnung — GasGVV) van 26 oktober 2006, Bundesgesetzblatt. I p. 2391, 2396, laatstelijk gewijzigd bij artikel 2 van de verordening van 22 oktober 2014, Bundesgesetzblatt. I p. 1631.

(6)  Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1).

(7)  Zaak T-463/14 — Österreichische Post/Commissie, punt 28.

(8)  Zaak M.3440 — EDP/ENI/GDP, overweging 56; zaak M.5496 — Vattenfall/Nuon Energy, overweging 12.

(9)  Zaak M.3440 — EDP/ENI/GDP, overweging 73; zaak M.2947 — Verbund/EnergieAllianz, overweging 35.

(10)  Zaak M.5496 — Vattenfall/Nuon Energy, overweging 12.

(11)  Besluit van het BKartA van 30 november 2009, B8-107/09 — Integra/Thüga, paragraaf 28; Besluit van 30 april 2010, B8-109/09 — RWE AG onder andere, paragraaf 55.

(12)  Artikel 12 van de Duitse Verordening inzake toegang tot het elektriciteitsnet (Stromnetzzugangsverordnung (StromNZV)) van 25 juli 2005 (Bundesgesetzblatt. I p. 2243), laatstelijk gewijzigd bij artikel 8 van de wet van 21 juli 2014 (Bundesgesetzblatt. I p. 1066); Monitoringverslag 2014, blz. 32 en volgende.

(13)  Advies van het BKartA, blz. 4.

(14)  BNetzA en BKartA, Monitoringverslag overeenkomstig artikel 63, lid 3, in samenhang met artikel 35 van de EnWG en artikel 48, lid 3, in samenhang met artikel 53, lid 3, van de wet inzake beperkingen van de mededinging (GWB) van 10 november 2015 (Monitoringverslag 2015), blz. 33; Federale mededingingsautoriteit (zie voetnoot 8 hierboven), blz. 5.

(15)  Besluit van het BKartA van 30 november 2009, B8-107/09 — Integra/Thüga, paragraaf 32; besluit van 30.4.2010, B8-109/09 — RWE AG onder andere paragraaf 55.

(16)  Overeenkomstig artikel 36, lid 1, van de EnWG moeten energieleveranciers voor netwerkgebieden waar zij de standaardlevering voor residentiële klanten uitvoeren op het internet algemene voorwaarden en algemene prijzen voor de levering van elektriciteit op laagspanning en met een lage druk kenbaar maken en publiceren, en deze residentiële klanten onder deze voorwaarden en tegen deze prijzen bevoorraden. Krachtens artikel 38 van de EnWG zijn standaardleveranciers tevens wettelijk verplicht om gedurende uiterlijk drie maanden te voorzien in de noodlevering van elektriciteit op laagspanning aan alle eindgebruikers die van hun eigen energieleverancier geen elektriciteit krijgen geleverd.

(17)  Ibid., met verwijzing naar het Monitoringverslag 2015, blz. 10, waarin wordt aangegeven dat schendingen van mededingingswetgeving door alternatieve leveranciers alleen kunnen worden waargenomen op de markten voor klanten met bijzondere contracten.

(18)  Advies van het BKartA, blz. 6.

(19)  Zaak M.4180 — Gaz de France/Suez, overweging 63; zaak M.3868 — DONG/Elsam/Energi E2, overweging 193 en volgende; zaak M.3440 — EDP/ENI/GDP overweging 215 en volgende; zaak M.5740 — Gazprom/A2A/JOF, overweging 17 en volgende.

(20)  Besluit van het BKartA van 23 oktober 2014, B8 — 69/14, paragraaf 74.

(21)  Artikel 24 van de Gasnetzzugangsverordnung (GasNZV) van 3 september 2010, Bundesgesetzblatt. I p. 1261, laatstelijk gewijzigd door artikel 4 van de wet van 21 juli 2014, Bundesgesetzblatt. I p. 1066.

(22)  Besluit van het BKartA van 23 oktober 2014, B8 — 69/14, paragraaf 168.

(23)  Advies van het BKartA, blz. 8.

(24)  Advies van het BKartA, blz. 9; Monitoringverslag 2015, blz. 329.

(25)  Zaak M.5496 — Vattenfall/Nuon Energy, overweging 15 en volgende.

(26)  Zaak M.7778 — Vattenfall/Engie/GASAG, overweging 37.

(27)  Zaak M.5467 — RWE/Essent, overweging 372 en volgende.

(28)  Besluit van het BKartA van 23 oktober 2014, EWE/VNG.

(29)  BNetzA en BKartA, Monitoringverslag overeenkomstig artikel 63, lid 3, in samenhang met artikel 35 van de EnWG en artikel 48, lid 3, in samenhang met artikel 53, lid 3, van de GWB van 19 december 2013 (Monitoringverslag 2013), blz. 24.

(30)  Monitoringverslag 2014, blz. 26.

(31)  Monitoringverslag 2015, blz. 29.

(32)  Residentiële klanten zijn eindgebruikers die energie voornamelijk afnemen voor eigen, huishoudelijk gebruik of voor eigen verbruik dat de 10 000 kilowattuur per jaar niet overschrijdt voor professionele, landbouw- of commerciële doeleinden (afdeling 3, lid 22, van de EnWG) — eerder gedefinieerd.

(33)  Monitoringverslag 2015, blz. 39.

(34)  Ibid.

(35)  Monitoringverslag 2015, blz. 40.

(36)  Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 134 van 30.4.2004, blz. 1).

(37)  Besluit 2010/403/EU van de Commissie van 14 juli 2010 waarbij de productie van en groothandel in elektriciteit in de Italiaanse Macro-zone Noord en de kleinhandelsverkoop van elektriciteit aan eindgebruikers, verbonden met het net met middelhoge, hoge en zeer hoge spanning, in Italië worden vrijgesteld van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 186 van 20.7.2010, blz. 44).

(38)  Beschikking 2007/706/EG van de Commissie van 29 oktober 2007 tot vrijstelling van de productie en verkoop van elektriciteit in Zweden van de toepassing van Richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 287 van 1.11.2007, blz. 18).

(39)  Monitoringverslag 2015, blz. 180.

(40)  Monitoringverslag 2015, blz. 186; advies van het BKartA, blz. 13.

(41)  Monitoringverslag 2015, blz. 188.

(42)  Monitoringverslag 2015, blz. 187.

(43)  Ibid.

(44)  EPEX SPOT is de beurs voor elektriciteitsspotmarkten van Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland.

(45)  Energy Exchange Austria (EXAA) is een Centraal-Europese energiebeurs die Oostenrijk en Duitsland bestrijkt.

(46)  Monitoringverslag 2015, blz. 24 en volgende.

(47)  http://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/File:Electricity_prices_for_household_consumers,_2015s1_(EUR_kWh).png

(48)  Ibid.

(49)  Monitoringverslag 2015, blz. 254.

(50)  Ibid.

(51)  Monitoringverslag 2015, blz. 300.

(52)  Ibid.

(53)  Monitoringverslag 2015, blz. 306.

(54)  Advies van het BKartA, blz. 19.

(55)  Monitoringverslag 2015, blz. 307; advies van het BKartA, blz. 19.

(56)  Monitoringverslag 2015, blz. 304.

(57)  Zie voor de totale omzet het monitoringverslag 2015, blz. 245 en 291 en volgende.

(58)  Zie voetnoot 43.

(59)  Standaard- en noodlevering van elektriciteit aan SLP-klanten en levering van elektriciteit voor verwarming.

(60)  Standaard- en noodlevering aan SLP-klanten.

(61)  Dezelfde materiële uitkomst zou ook het resultaat zijn van de toepassing van artikel 9 van Richtlijn 2004/17/EG.


Top