Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32015R2219

Verordening (EU) 2015/2219 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad

OJ L 319, 4.12.2015, p. 1–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2015/2219/oj

4.12.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 319/1


VERORDENING (EU) 2015/2219 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 25 november 2015

betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) en tot vervanging en intrekking van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 87, lid 2, onder b),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Politieacademie (EPA) werd bij Besluit 2005/681/JBZ van de Raad (2) opgericht als een orgaan van de Unie voor de opleiding van hogere politieambtenaren van de lidstaten en ter bevordering van de samenwerking tussen nationale politiediensten door het organiseren en coördineren van opleidingsactiviteiten met een Europese politiële dimensie.

(2)

Het „Programma van Stockholm — Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger” heeft als doel het oprichten van een werkelijke Europese rechtshandhavingscultuur door het opzetten van Europese opleidingsprogramma's en uitwisselingsprogramma's voor eenieder die beroepsmatig betrokken is bij de rechtshandhaving op nationaal en Unieniveau.

(3)

In antwoord op de oproep van de Europese Raad in het programma van Stockholm om de opleiding op het gebied van Uniegerelateerde vraagstukken uit te breiden en systematisch toegankelijk te maken voor rechtshandhavingsambtenaren van alle rangen en op het verzoek van het Europees Parlement om een sterker EU-kader voor justitiële en politieopleiding, moeten de doelstellingen van Cepol, met bijzondere aandacht voor de veiligstelling van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in de context van rechtshandhaving, gestructureerd zijn overeenkomstig het volgende geheel van algemene beginselen: ten eerste, de lidstaten ondersteunen bij de verstrekking van opleiding ter verbetering van de basiskennis over de EU-dimensie van rechtshandhaving; ten tweede, de lidstaten op hun verzoek ondersteunen bij de ontwikkeling van bilaterale en regionale samenwerking door middel van opleiding inzake rechtshandhaving; ten derde, opleiding op specifieke thematische gebieden uitwerken, toepassen en coördineren; ten vierde, opleiding uitwerken, toepassen en coördineren met betrekking tot EU-missies en capaciteitsopbouw op het gebied van rechtshandhaving in derde landen. Dat geheel van algemene beginselen moet het Europese opleidingsprogramma voor rechtshandhaving (European Law Enforcement Training Scheme — LETS) vertegenwoordigen, dat erop gericht is te garanderen dat de opleiding op het niveau van de Unie voor rechtshandhavingsambtenaren van hoge kwaliteit, coherent en consistent is. Die algemene beginselen komen overeen met de vier onderdelen die de Commissie op basis van een door Cepol in samenwerking met de lidstaten uitgevoerde inventarisatie van de opleidingsbehoeften en -resultaten heeft vastgelegd.

(4)

In het kader van zijn opleidingsactiviteiten dient Cepol gemeenschappelijk respect voor en begrip van de fundamentele rechten op het gebied van de rechtshandhaving te bevorderen, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming evenals de rechten, ondersteuning en bescherming van slachtoffers, getuigen en verdachten van misdrijven, met inbegrip van de bescherming van de rechten van slachtoffers van gendergerelateerd geweld.

(5)

De vereenvoudiging en verbetering van het functioneren van Cepol, in het licht van LETS, biedt meer mogelijkheden om via Cepol opleidingsactiviteiten voor de rechtshandhavingsautoriteiten van de lidstaten te ondersteunen, uit te werken, toe te passen en te coördineren, onverminderd nationale initiatieven van lidstaten op het gebied van de opleiding van rechtshandhavingsambtenaren op voorwaarde dat dergelijke opleidingsactiviteiten toegevoegde waarde bieden voor de lidstaten en de Unie.

(6)

Met het oog op een zo efficiënt mogelijk gebruik van de beschikbare middelen moeten de activiteiten van Cepol zich richten op prioriteiten en gebieden waarvoor opleiding voor meerwaarde kan zorgen voor de lidstaten en de Unie, conform huidige en toekomstige behoeften en zakelijke vereisten.

(7)

Cepol dient ervoor te zorgen dat opleidingen worden beoordeeld en dat de conclusies van beoordelingen van opleidingsbehoeften worden opgenomen in zijn planning, teneinde de effectiviteit van toekomstige maatregelen te verbeteren. Cepol moet in staat zijn de onderlinge erkenning van rechtshandhavingsopleiding in de lidstaten en de erkenning door de lidstaten van opleidingen die op het niveau van de Unie worden gegeven, te bevorderen.

(8)

Om te voorkomen dat door agentschappen van de Unie en andere relevante organen uitgevoerde opleidingsactiviteiten voor bevoegde rechtshandhavingsambtenaren elkaar overlappen en om deze activiteiten beter te coördineren, dient Cepol de strategische behoefte aan opleiding te beoordelen en de kwesties aan te pakken die voor de Unie prioriteit hebben op het gebied van binnenlandse veiligheid en de externe aspecten daarvan, in overeenstemming met de relevante beleidscycli.

(9)

Cepol dient het netwerk van opleidingsinstellingen van de lidstaten voor rechtshandhavingsambtenaren te organiseren en binnen elke lidstaat in contact te staan met één enkele, binnen het netwerk functionerende nationale eenheid.

(10)

De lidstaten en de Commissie dienen in de raad van bestuur van Cepol („de raad van bestuur”) vertegenwoordigd te zijn zodat er doeltreffend toezicht kan worden gehouden op de uitoefening door Cepol van zijn taken. De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers worden benoemd op grond van hun kennis van het nationaal beleid inzake de opleiding van rechtshandhavingsambtenaren en op grond van hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden.

(11)

Teneinde de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te verzekeren, dienen alle partijen in de raad van bestuur te trachten het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken. Alle partijen moeten streven naar genderevenwicht van de vertegenwoordiging in de raad van bestuur.

(12)

Aan de raad van bestuur dienen de nodige bevoegdheden te worden verleend, met name de bevoegdheid om de begroting vast te stellen, de uitvoering daarvan te verifiëren, passende financiële voorschriften en de meerjarige programmering en jaarlijkse werkprogramma's van Cepol vast te stellen, transparante werkprocedures voor Cepol's besluitvorming vast te stellen, de uitvoerend directeur te benoemen, prestatie-indicatoren vast te stellen en om, in overeenstemming met het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie („het statuut”) en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie („de regeling”), vastgelegd in de Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (3), de bevoegdheden als tot aanstelling bevoegd gezag uit te oefenen.

(13)

Om te garanderen dat de dagelijkse werkzaamheden van Cepol efficiënt verlopen, dient de uitvoerend directeur te fungeren als Cepol's wettelijk vertegenwoordiger en bestuurder, die onafhankelijk handelt bij de uitvoering van zijn plichten en erop toeziet dat Cepol de taken uitvoert waarin deze verordening voorziet. In het bijzonder dient de uitvoerend directeur verantwoordelijk te zijn voor het opstellen van de begrotings- en planningsdocumenten die ter goedkeuring aan de raad van bestuur voor besluitvorming worden voorgelegd, en voor het uitvoeren van de meerjarige programmering en de jaarlijkse werkprogramma's van Cepol.

(14)

Om de wetenschappelijke kwaliteit van de werkzaamheden van Cepol te garanderen, dient de raad van bestuur, indien dit passend is en rekening houdend met zakelijke vereisten en financiële middelen, te besluiten tot de oprichting van een wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten als onafhankelijk adviesorgaan. Dat comité moet samengesteld zijn uit onafhankelijke topacademici en rechtshandhavingsprofessionals die actief zijn op de gebieden waarop deze verordening betrekking heeft. De leden van het wetenschappelijk comité dienen te worden benoemd door de raad van bestuur na een transparante sollicitatieoproep en selectieprocedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt.

(15)

Cepol moet ervoor zorgen dat in zijn opleiding de relevante ontwikkelingen op het gebied van onderzoek worden geïntegreerd. Het dient een partnerschap aan te moedigen en tot stand te brengen met organen van de Unie die bevoegd zijn ten aanzien van zaken waarop deze verordening betrekking heeft, en met publieke en particuliere academische instellingen en het moet de totstandkoming kunnen aanmoedigen van sterkere partnerschappen tussen universiteiten en opleidingsinstellingen op het gebied van rechtshandhaving in de lidstaten om door nauwere samenwerking synergieën tussen hen te creëren.

(16)

Teneinde zijn volledige zelfstandigheid en onafhankelijkheid te waarborgen en het in staat te stellen de taken die het op grond van deze verordening heeft naar behoren te vervullen en de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken, dient Cepol een eigen en gepaste begroting te krijgen, waarbij de inkomsten hoofdzakelijk worden gevormd door een bijdrage uit de algemene begroting van de Europese Unie. Op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie moet de begrotingsprocedure van de Unie van toepassing zijn. De Rekenkamer dient de rekeningen te controleren.

(17)

Ten behoeve van de uitoefening van zijn taken dient Cepol ook de mogelijkheid te hebben om opleidings- en onderzoeksinstellingen van de lidstaten subsidies te verlenen voor het organiseren van de cursussen, seminars en conferenties van Cepol. Dergelijke subsidies dienen voorts bij te dragen tot de bevordering van de samenwerking van de opleidingsinstellingen van de lidstaten binnen het netwerk en tot de bevordering van de wederzijdse erkenning van rechtshandhaving.

(18)

Ten behoeve van de vervulling van zijn taken en voor zover dat voor de uitvoering daarvan noodzakelijk is, dient Cepol in het kader van de overeenkomstig deze verordening gemaakte werkafspraken of in het kader van de met nationale opleidingsinstellingen van derde landen op basis van artikel 8 van Besluit 2005/681/JBZ gemaakte werkafspraken, te kunnen samenwerken met organen van de Unie, de autoriteiten en opleidingsinstellingen van derde landen en de internationale organisaties die bevoegd zijn ten aanzien van zaken waarop deze verordening betrekking heeft, alsook met private partijen.

(19)

In Besluit 2005/681/JBZ was bepaald dat de EPA zijn zetel moest hebben in Bramshill, Verenigd Koninkrijk. Conform Verordening (EU) nr. 543/2014 van het Europees Parlement en de Raad (4) is de zetel van de EPA overgeplaatst naar Boedapest, Hongarije; de Commissie is verzocht een verslag in te dienen over de doeltreffendheid van Besluit 2005/681/JBZ, na uitvoering van een grondige kosten-batenanalyse en een effectbeoordeling.

(20)

De lidstaat waar Cepol zijn zetel heeft, moet de nodige voorwaarden creëren voor de vlotte werking van Cepol en onder meer zorgen voor meertalige, Europeesgerichte scholing en adequate transportverbindingen teneinde hooggekwalificeerd personeel te kunnen aantrekken uit een zo groot mogelijk geografisch gebied.

(21)

Deze verordening heeft tot doel de bepalingen van Besluit 2005/681/JBZ, als gewijzigd bij Verordening (EU) nr. 543/2014, te wijzigen en uit te breiden. Aangezien er uit hoofde van deze verordening talrijke ingrijpende wijzigingen zullen moeten plaatsvinden, moet Besluit 2005/681/JBZ, als gewijzigd door Verordening (EU) nr. 543/2014, omwille van de duidelijkheid ten aanzien van de lidstaten waarop deze verordening betrekking heeft, in zijn geheel worden vervangen. Cepol, zoals opgericht bij deze verordening, dient in de plaats te komen van en de functies over te nemen van de EPA zoals opgericht bij Besluit 2005/681/JBZ, dat bijgevolg moet worden ingetrokken.

(22)

Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad (5) dient op Cepol van toepassing te zijn.

(23)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk de oprichting van een agentschap dat op het niveau van de Unie verantwoordelijk is voor de opleiding op het gebied van rechtshandhaving, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt maar vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(24)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie („het Handvest”) zijn neergelegd, met name het recht op de bescherming van persoonsgegevens en het recht op eerbiediging van het privéleven zoals gewaarborgd door de artikelen 7 en 8 van het Handvest, alsook door artikel 16 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

(25)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en artikel 4 bis, lid 1, van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in die lidstaten.

(26)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het VWEU, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die derhalve niet bindend is voor, noch van toepassing is in deze lidstaat,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN, DOELSTELLINGEN EN TAKEN VAN HET AGENTSCHAP

Artikel 1

Oprichting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving

1.   Er wordt een Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving („Cepol”) opgericht.

2.   Cepol, zoals opgericht bij deze verordening, zal de EPA zoals opgericht bij Besluit 2005/681/JBZ vervangen en opvolgen.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)   „rechtshandhavingsambtenaren”: personeel van de politie, de douane en andere relevante diensten, zoals bepaald door elke lidstaat afzonderlijk, die verantwoordelijk zijn voor, en personeel van organen van de Unie die taken vervullen die verband houden met,

a)

de preventie en bestrijding van zware criminaliteit waarbij twee of meer lidstaten betrokken zijn, terrorisme en vormen van criminaliteit die een schending inhouden van een gemeenschappelijk belang dat tot het beleid van de Unie behoort; of

b)

crisisbeheersing en de openbare orde, in het bijzonder het internationaal politieoptreden bij belangrijke evenementen;

2)   „organen van de Unie”: instellingen, organen, missies, bureaus en agentschappen opgericht bij of op grond van het VEU en het VWEU;

3)   „internationale organisaties”: internationale organisaties en de daaronder ressorterende internationaal-publiekrechtelijke organen of andere organen die zijn opgericht bij of op grond van een overeenkomst tussen twee of meer landen, evenals Interpol.

Artikel 3

Doelstellingen van Cepol

1.   Cepol staat in voor de ondersteuning, ontwikkeling, uitvoering en coördinatie van de opleiding voor rechtshandhavingsambtenaren, met bijzondere aandacht voor de bescherming van de mensenrechten en fundamentele vrijheden in de context van rechtshandhaving, met name op de volgende gebieden: preventie en bestrijding van zware criminaliteit waarbij twee of meer lidstaten betrokken zijn en van terrorisme, handhaving van de openbare orde, met name het internationale politieoptreden bij belangrijke evenementen, en planning en aansturing van missies van de Unie, mogelijk met inbegrip van opleiding inzake leiderschap en taalvaardigheden op het terrein van rechtshandhaving. Meer bepaald heeft Cepol tot doel:

a)

de lidstaten te ondersteunen bij de verstrekking van opleiding om de bekendheid en kennis te vergroten van:

i)

de tenuitvoerlegging en het gebruik van internationale instrumenten en instrumenten van de Unie betreffende de samenwerking bij rechtshandhaving;

ii)

organen van de Unie, met name Europol, Eurojust en Frontex, hun werking en hun rol;

iii)

de politiële en gerechtelijke aspecten van de samenwerking bij rechtshandhaving en de praktische aspecten van de toegang tot informatieuitwisselingskanalen;

b)

de lidstaten op hun verzoek te ondersteunen bij de ontwikkeling van regionale en bilaterale samenwerking via opleiding inzake rechtshandhaving tussen de lidstaten, organen van de Unie en derde landen;

c)

training inzake specifieke thema's op het gebied van criminaliteit of politiediensten te ontwikkelen, uit te voeren en te coördineren;

d)

opleidingen te ontwikkelen, uit te voeren en te coördineren die tot doel hebben de lidstaten en organen van de Unie te ondersteunen bij de opleiding van rechtshandhavingsambtenaren voor deelname aan missies van de Unie en voor activiteiten voor de capaciteitsopbouw op het gebied van rechtshandhaving in derde landen;

e)

docenten op te leiden en deze te helpen de beste leerpraktijken te verbeteren en uit te wisselen.

2.   Cepol ontwikkelt en verbetert leermiddelen en -methoden en past deze toe op basis van het idee van permanente educatie om de vaardigheden van rechtshandhavingsambtenaren te versterken. Cepol evalueert de resultaten van deze activiteiten met als doel de kwaliteit, samenhang en doeltreffendheid van toekomstige activiteiten op het niveau van de Unie te verbeteren.

3.   Cepol zet een netwerk op van opleidingsinstellingen van de lidstaten voor rechtshandhavingsambtenaren en staat binnen elke lidstaat in contact met één enkele, binnen het netwerk functionerende nationale eenheid.

4.   De in lid 1 bedoelde opleidingsactiviteiten worden door Cepol uitgevoerd in samenwerking met het netwerk van opleidingsinstellingen van de lidstaten in overeenstemming met de op Cepol toepasselijke financiële voorschriften.

Artikel 4

Taken

1.   Cepol stelt meerjarige analyses van strategische opleidingsbehoeften en meerjarige studieprogramma's op.

2.   Cepol staat in voor de ondersteuning, ontwikkeling, uitvoering en coördinatie van opleidingsactiviteiten en leerproducten, waaronder:

a)

cursussen, seminars, conferenties en online- en e-learningactiviteiten evenals andere innovatieve en geavanceerde opleidingsactiviteiten;

b)

gemeenschappelijke leerprogramma's voor de rechtshandhavingsopleiding inzake specifieke onderwerpen met een EU-dimensie;

c)

opleidingsmodules die aansluiten bij de oplopende moeilijkheidsgraad van de door de betrokken doelgroep benodigde vaardigheden en die zijn toegespitst op een bepaalde geografische regio, een specifieke categorie van criminele activiteiten of een specifieke reeks beroepsmatige vaardigheden;

d)

uitwisselings- en detacheringsprogramma's evenals studiebezoeken in het kader van een rechtshandhavingsopleiding.

3.   De opleidingsactiviteiten en leerproducten van Cepol kunnen worden ondersteund, geoptimaliseerd en aangevuld met behulp van een elektronisch netwerk.

4.   Cepol ondersteunt missies van en capaciteitsopbouw door de Unie in derde landen door:

a)

in samenwerking met andere relevante organen van de Unie de effecten te beoordelen van de bestaande beleidsmaatregelen en -initiatieven inzake opleiding op het gebied van rechtshandhaving die met de Unie verband houden;

b)

in samenwerking met de Europese Veiligheids- en defensieacademie en in overeenstemming met bestaande initiatieven in de lidstaten opleidingen te ontwikkelen en te verzorgen om rechtshandhavingsambtenaren voor te bereiden op deelname aan EU-missies, onder meer door hen in staat te stellen relevante taalvaardigheden te verwerven;

c)

opleidingen te ontwikkelen en te verzorgen voor rechtshandhavingsambtenaren van derde landen, met name van landen die kandidaat zijn om tot de Unie toe te treden en de landen die vallen onder het Europees nabuurschapsbeleid; of

d)

speciale externe bijstandsfondsen van de Unie te beheren om derde landen te helpen bij de capaciteitsopbouw op de relevante gebieden van het rechtshandhavingsbeleid, in overeenstemming met de door de Unie vastgestelde prioriteiten.

5.   Cepol bevordert de onderlinge erkenning van rechtshandhavingsopleiding in de lidstaten, evenals de erkenning door de lidstaten van opleidingen die op het niveau van de Unie worden gegeven, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel.

6.   Cepol kan op eigen initiatief communicatieactiviteiten ontplooien op terreinen die binnen zijn mandaat vallen. Dergelijke communicatieactiviteiten mogen niet nadelig zijn voor de in lid 1 bedoelde taken en worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante communicatie- en verspreidingsplannen die de raad van bestuur heeft vastgesteld.

Artikel 5

Voor opleiding relevant onderzoek

1.   Cepol draagt bij aan en bevordert de ontwikkeling van onderzoek dat relevant is voor opleidingsactiviteiten waarop zijn in artikel 3, lid 1, genoemde doelstellingen betrekking hebben, en zorgt voor de verspreiding van de onderzoeksresultaten. Daartoe kan Cepol enquêtes uitvoeren en informatie over beschikbaar onderzoek en opleidingsbehoeften inzake rechtshandhaving verzamelen.

2.   Cepol bevordert en sluit partnerschappen met organen van de Unie en met academische overheids- of particuliere instellingen, en kan de totstandkoming van hechtere partnerschappen tussen universiteiten en opleidingsinstellingen op het gebied van rechtshandhaving in de lidstaten aanmoedigen.

HOOFDSTUK II

SAMENWERKING TUSSEN LIDSTATEN EN Cepol

Artikel 6

Nationale Cepol-eenheden

1.   Door elke lidstaat wordt een nationale eenheid opgericht of aangewezen, die het contactpunt van Cepol vormt binnen het Cepol-netwerk van nationale opleidingsinstellingen voor rechtshandhavingsambtenaren in de lidstaten.

2.   De nationale eenheden zijn verantwoordelijk voor de in dit artikel beschreven taken. Zij hebben met name de taak:

a)

Cepol de informatie te verstrekken die het voor de uitoefening van zijn taken nodig heeft;

b)

bij te dragen tot doeltreffende communicatie en samenwerking van Cepol met alle relevante opleidingsinstellingen, met inbegrip van de relevante onderzoeksinstellingen in de lidstaten;

c)

bij te dragen aan de werkprogramma's, jaarkalenders en website van Cepol en de activiteiten dienaangaande te bevorderen;

d)

de verzoeken om informatie en advies van Cepol te beantwoorden;

e)

tijdig en op transparante wijze de aanwijzing van de juiste deelnemers aan en deskundigen voor activiteiten op nationaal niveau te organiseren en coördineren;

f)

de uitvoering van activiteiten en bijeenkomsten binnen hun lidstaat te coördineren;

g)

steun te bieden bij de opstelling en uitvoering van uitwisselingsprogramma's voor rechtshandhavingsambtenaren;

h)

het gebruik van het elektronische netwerk van Cepol voor de opleiding van rechtshandhavingsambtenaren te bevorderen.

3.   De vertegenwoordigers van de nationale eenheden komen op verzoek van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur of op eigen initiatief op gezette tijden bij elkaar in verband met de operationele en educatieve aangelegenheden van Cepol. Met name bespreken en bespreken zij voorstellen om de operationele doeltreffendheid van Cepol te verbeteren en de betrokkenheid van de lidstaten te bevorderen.

4.   Elke lidstaat bepaalt de organisatie en de personeelssamenstelling van zijn nationale eenheid overeenkomstig zijn nationaal recht en zijn middelen.

HOOFDSTUK III

ORGANISATIE VAN Cepol

Artikel 7

Administratieve en bestuurlijke structuur van Cepol

De administratieve en bestuurlijke structuur van Cepol omvat:

a)

een raad van bestuur;

b)

een uitvoerend directeur;

c)

in voorkomend geval, een wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten, opgericht door de raad van bestuur overeenkomstig artikel 15;

d)

in voorkomend geval, andere adviesorganen die door de raad van bestuur worden opgericht overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder q).

AFDELING 1

Raad van bestuur

Artikel 8

Samenstelling van de raad van bestuur

1.   De raad van bestuur bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat en de Commissie. Iedere vertegenwoordiger heeft stemrecht.

2.   Ieder lid van de raad van bestuur heeft een plaatsvervanger die hem vertegenwoordigt in geval van afwezigheid.

3.   Bij de benoeming van de leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers wordt rekening gehouden met hun kennis op het gebied van de opleiding van rechtshandhavingsambtenaren en hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. Er wordt ook rekening gehouden met het beginsel van een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur.

4.   Onverminderd het recht van de lidstaten en de Commissie om het mandaat van hun respectieve lid en plaatsvervangende lid te beëindigen, duurt het lidmaatschap van de raad van bestuur vier jaar. Deze termijn is verlengbaar.

Artikel 9

Functies van de raad van bestuur

1.   De raad van bestuur:

a)

stelt ieder jaar met een tweederdemeerderheid van zijn leden en in overeenstemming met artikel 10 een document vast waarin Cepol's meerjarige programmering en zijn jaarlijkse werkprogramma voor het volgende jaar zijn opgenomen;

b)

stelt met een tweederdemeerderheid van zijn leden de jaarlijkse begroting van Cepol vast en oefent de overige taken betreffende Cepol's begroting uit overeenkomstig hoofdstuk IV;

c)

stelt een geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag over de activiteiten van Cepol vast en zendt dit vóór 1 juli van het volgende jaar toe aan het Europees Parlement, de nationale parlementen, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;

d)

stelt de financiële voorschriften die op Cepol van toepassing zijn vast overeenkomstig artikel 21;

e)

stelt een interne fraudebestrijdingsstrategie vast, die evenredig is aan het frauderisico en rekening houdt met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;

f)

stelt interne regels vast voor de voorkoming en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden en de leden van het selectiecomité, alsook met betrekking tot de leden van een wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten;

g)

stelt de in artikel 4 genoemde communicatie- en verspreidingsplannen vast en werkt deze regelmatig bij, op basis van een behoeftenanalyse;

h)

stelt zijn reglement van orde vast;

i)

oefent overeenkomstig lid 2 met betrekking tot het personeel van Cepol de bevoegdheden uit die het statuut toekent aan het tot aanstelling bevoegde gezag, en die de regeling toekent aan het tot het sluiten van contracten bevoegde gezag voor andere personeelsleden („de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag”);

j)

stelt de toepasselijke regels ter uitvoering van het statuut en de regeling vast overeenkomstig artikel 110 van het statuut;

k)

zorgt, waar nodig, voor een interneauditcapaciteit;

l)

stelt interne regels vast betreffende de selectieprocedure voor de uitvoerend directeur alsook de regels betreffende de samenstelling van het selectiecomité, met het oog op de veiligstelling van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid ervan;

m)

benoemt de uitvoerend directeur en, indien relevant, verlengt zijn ambtstermijn of ontheft hem uit zijn functie overeenkomstig artikel 23;

n)

benoemt een rekenplichtige overeenkomstig het statuut en de regeling, die functioneel onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn taken;

o)

besluit, indien dit passend is, en rekening houdend met zakelijke vereisten en financiële middelen, tot de oprichting van een wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten in overeenstemming met artikel 15, en benoemt de leden van dit comité in overeenstemming met artikel 16, lid 2;

p)

zorgt voor een passende follow-up van de resultaten en aanbevelingen in de interne en externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van de resultaten en aanbevelingen die voortvloeien uit de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF);

q)

neemt alle beslissingen, rekening houdend met zowel zakelijke als financiële vereisten, inzake de vaststelling van Cepol's interne structuren en, waar nodig, de wijziging daarvan;

r)

geeft machtiging tot het sluiten van werkafspraken in overeenstemming met artikel 34;

s)

keurt gemeenschappelijke onderwijsprogramma's, opleidingsmodules, leermethoden, en eventuele andere leer- en onderwijsinstrumenten goed;

t)

stelt, waar nodig, andere interne regels vast.

2.   De raad van beheer neemt overeenkomstig artikel 110 van het statuut een besluit dat is gebaseerd op artikel 2, lid 1, van het statuut en artikel 6 van de regeling, waarin hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeert aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden vastlegt voor de eventuele opschorting van deze gedelegeerde bevoegdheden. De uitvoerend directeur mag deze bevoegdheden op zijn beurt delegeren.

3.   Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van bestuur door middel van een besluit de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en de bevoegdheden die deze laatste op zijn beurt heeft gedelegeerd, tijdelijk opschorten en deze bevoegdheden zelf uitoefenen of delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.

Artikel 10

Meerjarige programmering en jaarlijks werkprogramma

1.   De raad van bestuur stelt jaarlijks uiterlijk op 30 november een document vast met de meerjarige programmering en het jaarlijkse werkprogramma van Cepol op basis van een ontwerptekst van de uitvoerend directeur, met inachtneming van het advies van de Commissie en, wat betreft de meerjarige programmering, na raadpleging van het Europees Parlement. De raad van bestuur doet het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de nationale parlementen dat document toekomen.

Het in de eerste alinea bedoelde document wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting en wordt, waar nodig, dienovereenkomstig aangepast.

2.   De meerjarige programmering omvat een beschrijving van de algemene strategische programmering, met inbegrip van de doelstellingen, beoogde resultaten en prestatie-indicatoren, alsmede van de planning van de middelen, met inbegrip van de meerjarige begroting en de personele middelen. In de programmering wordt ook een strategie opgenomen voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties.

De meerjarige programmering wordt uitgevoerd door middel van jaarlijkse werkprogramma's en wordt, waar nodig, bijgewerkt op basis van de resultaten van de in artikel 32 bedoelde externe en interne beoordelingen. De conclusies van deze beoordelingen komen, waar nodig, ook tot uitdrukking in het jaarlijkse werkprogramma voor het volgende jaar.

3.   Het jaarlijkse werkprogramma bevat gedetailleerde doelstellingen, verwachte resultaten en prestatie-indicatoren. Het bevat ook een beschrijving van de te financieren activiteiten en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere activiteit worden toegewezen, overeenkomstig de beginselen die gelden voor activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met de meerjarige programmering. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar. In het jaarlijkse werkprogramma wordt de strategie opgenomen voor de betrekkingen met derde landen en internationale organisaties, zoals bedoeld in artikel 3, en de maatregelen in verband met die strategie.

4.   Indien Cepol na de vaststelling van het jaarlijkse werkprogramma een nieuwe taak krijgt toegewezen, wijzigt de raad van bestuur het jaarlijkse werkprogramma.

5.   Iedere wezenlijke wijziging van het jaarlijkse werkprogramma wordt vastgesteld door middel van dezelfde procedure als die welke voor het oorspronkelijke jaarlijkse werkprogramma geldt. De raad van bestuur kan aan de uitvoerend directeur de bevoegdheid delegeren om niet-wezenlijke wijzigingen van het jaarlijkse werkprogramma door te voeren.

Artikel 11

Voorzitter en vicevoorzitter van de raad van bestuur

1.   De raad van bestuur kiest een voorzitter en een vicevoorzitter uit zijn leden uit de groep van drie lidstaten die gezamenlijk het programma van de Raad voor achttien maanden hebben opgesteld. Zij blijven in functie gedurende de achttien maanden dat het Raadsprogramma loopt. Indien tijdens hun ambtstermijn hun lidmaatschap van de raad van bestuur echter eindigt, loopt hun ambtstermijn op dezelfde datum als die van deze eindiging automatisch af.

2.   De voorzitter en vicevoorzitter worden door de leden van de raad van bestuur gekozen met een tweederdemeerderheid.

3.   De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze niet in staat is zijn taken te verrichten.

Artikel 12

Vergaderingen van de raad van bestuur

1.   De voorzitter roept de vergaderingen van de raad van bestuur bijeen.

2.   De uitvoerend directeur van Cepol neemt deel aan de beraadslagingen van de raad van bestuur.

3.   De raad van bestuur houdt twee gewone vergaderingen per jaar. Daarnaast komt de raad bijeen op initiatief van de voorzitter, op verzoek van de Commissie of van ten minste één derde van zijn leden.

4.   De raad van bestuur en de uitvoerend directeur mogen eenieder die relevant advies kan uitbrengen over het discussieonderwerp uitnodigen om een vergadering bij te wonen als niet-stemgerechtigd waarnemer.

5.   De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers kunnen zich overeenkomstig de bepalingen van het reglement van orde tijdens de vergaderingen laten bijstaan door adviseurs of deskundigen.

6.   Cepol stelt de raad van bestuur een secretariaat ter beschikking.

Artikel 13

Stemprocedure van de raad van bestuur

1.   Onverminderd artikel 9, lid 1, onder a) en b), artikel 11, lid 2, artikel 15, artikel 23, lid 6, en artikel 27, lid 2, neemt de raad van bestuur besluiten bij meerderheid van zijn leden.

2.   Elk lid heeft één stem. Bij afwezigheid van een stemgerechtigd lid mag zijn plaatsvervanger zijn stemrecht uitoefenen.

3.   De uitvoerend directeur neemt niet aan de stemming deel.

4.   In het reglement van orde van de raad van bestuur wordt de stemprocedure nader uitgewerkt, met name betreffende de gevallen waarin een lid mag handelen namens een ander lid.

AFDELING 2

Uitvoerend directeur

Artikel 14

Verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur

1.   De uitvoerend directeur geeft leiding aan Cepol. De uitvoerend directeur legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

2.   Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie en van de raad van bestuur, voert de uitvoerend directeur zijn taken op onafhankelijke wijze uit zonder instructies te vragen aan of te ontvangen van regeringen of andere organen.

3.   De uitvoerend directeur brengt desgevraagd verslag uit over de uitoefening van zijn taken aan het Europees Parlement. De Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitoefening van zijn taken.

4.   De uitvoerend directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van Cepol.

5.   De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de taken die bij deze verordening aan Cepol zijn toegekend, in het bijzonder:

a)

het dagelijkse bestuur van Cepol;

b)

het doen van voorstellen aan de raad van bestuur met betrekking tot de vaststelling van de interne structuren van Cepol en indien nodig de wijziging van deze structuren;

c)

de uitvoering van de besluiten van de raad van bestuur;

d)

de opstelling van het ontwerp van de meerjarige programmering en de jaarlijkse werkprogramma's en de indiening ervan bij de raad van bestuur na raadpleging van de Commissie;

e)

de uitvoering van de meerjarige programmering en het jaarlijkse werkprogramma's en de verslaglegging aan de raad van bestuur over de uitvoering daarvan;

f)

de opstelling van ontwerpen van uitvoeringsregels ten behoeve van de uitvoering van het statuut en de regeling overeenkomstig artikel 110 van het statuut;

g)

de opstelling van het ontwerp van het geconsolideerd jaarverslag inzake Cepol's activiteiten en de presentatie daarvan ter aanneming aan de raad van bestuur;

h)

de opstelling van een actieplan voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en beoordelingen, alsook van onderzoeken van OLAF, en de halfjaarlijkse verslaglegging aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van bestuur over de geboekte vooruitgang;

i)

de bescherming van de financiële belangen van de Unie door toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, zonder afbreuk te doen aan de onderzoeksbevoegdheid van OLAF, door middel van effectieve controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en waar nodig doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties;

j)

de opstelling van een ontwerp van een interne fraudebestrijdingsstrategie voor Cepol en de presentatie daarvan ter aanneming aan de raad van bestuur;

k)

de opstelling van een ontwerp van de financiële voorschriften die op Cepol van toepassing zijn;

l)

de opstelling van Cepol's ontwerpraming van ontvangsten en uitgaven, en de uitvoering van Cepol's begroting;

m)

de ondersteuning van de voorzitter van de raad van bestuur bij de voorbereiding van de vergaderingen van de raad van bestuur;

n)

de uitvoering van andere taken overeenkomstig deze verordening.

AFDELING 3

Wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten

Artikel 15

Oprichting

Indien dit passend is en rekening houdend met zakelijke vereisten en financiële middelen, besluit de raad van bestuur met een tweederdemeerderheid van zijn leden tot de oprichting van een wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten. Dezelfde procedure geldt voor het besluit tot opheffing van dit comité.

Artikel 16

Algemene bepalingen, doelstelling en taken

1.   Wanneer het wordt opgericht door de raad van bestuur, is het wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten een onafhankelijk adviesorgaan dat de wetenschappelijke kwaliteit van Cepol's opleidingsgerelateerde activiteiten garandeert.

2.   Het wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten bestaat uit topacademici en rechtshandhavingsprofessionals die actief zijn op de gebieden waarop artikel 4 betrekking heeft. De raad van bestuur benoemt de leden van het wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten na een transparante sollicitatieoproep en selectieprocedure die in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend worden gemaakt. De leden van de raad van bestuur kunnen geen lid zijn van het wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten. De leden van het wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten zijn onafhankelijk en vragen noch aanvaarden instructies van regeringen of andere organen.

3.   De raad van bestuur vertrouwt het wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten onder meer de volgende taken toe:

a)

de uitvoerend directeur adviseren bij het opstellen van de meerjarige programmering en jaarlijkse werkprogramma's en andere strategische documenten om de wetenschappelijke kwaliteit daarvan en de consistentie daarvan met het relevante beleid en de relevante prioriteiten van de Unie te waarborgen;

b)

de raad van bestuur onafhankelijke raad en adviezen verschaffen over de onderwerpen die tot zijn taakgebied behoren;

c)

onafhankelijke raad en adviezen verschaffen over de kwaliteit van opleidingsprogramma's, toegepaste leermethoden, leeralternatieven en wetenschappelijke ontwikkelingen;

d)

iedere andere adviestaak verrichten die betrekking heeft op de wetenschappelijke aspecten van Cepol's werkzaamheden op het gebied van opleidingen, op verzoek van de raad van bestuur of de uitvoerend directeur.

4.   Bij de oprichting van het wetenschappelijk comité voor opleidingsactiviteiten legt de raad van bestuur de samenstelling ervan vast evenals de ambtstermijn van zijn leden, de frequentie van zijn vergaderingen en zijn reglement van orde, inclusief de stemvoorschriften.

HOOFDSTUK IV

FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 17

Begroting

1.   Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, wordt een raming van alle ontvangsten en uitgaven door Cepol opgesteld en vervolgens in de begroting van Cepol opgenomen.

2.   De ontvangsten en uitgaven van Cepol moeten in evenwicht zijn.

3.   Onverminderd andere middelen, omvatten de ontvangsten van Cepol een bijdrage van de Unie, die wordt opgenomen in de algemene begroting van de Unie.

4.   Cepol kan financiering van de Unie krijgen in de vorm van delegatieovereenkomsten of ad hoc-subsidies in overeenstemming met de in artikel 21 bedoelde financiële voorschriften en met de bepalingen van de relevante instrumenten die het beleid van de Unie ondersteunen. Onverminderd het in Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (6) („het Financieel Reglement”) vastgelegde beginselverbod van dubbele financiering kan Cepol speciale fondsen van de Unie beheren met het oog op de uitvoering van specifieke activiteiten in het kader van zijn doelstellingen en taken.

5.   De uitgaven van Cepol omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur en operationele uitgaven.

6.   Vastleggingen in de begroting voor acties in verband met grootschalige projecten die zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekken, mogen in meerdere jaartranches worden verdeeld.

Artikel 18

Vaststelling van de begroting

1.   Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van Cepol voor het volgende begrotingsjaar, waarin een personeelsformatie is opgenomen, en zendt hij deze toe aan de raad van bestuur.

2.   Op basis van de ontwerpraming stelt de raad van bestuur een voorlopige ontwerpraming vast van de ontvangsten en uitgaven van Cepol voor het volgende begrotingsjaar en zendt hij deze uiterlijk op 31 januari van elk jaar aan de Commissie toe.

3.   De raad van bestuur zendt de Commissie uiterlijk op 31 maart van elk jaar de definitieve ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van Cepol toe.

4.   De Commissie zendt de raming samen met het ontwerp van algemene begroting van de Unie naar het Europees Parlement en de Raad.

5.   Op basis van de raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht voor de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting, op in het ontwerp van algemene begroting van de Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 VWEU voorlegt aan het Europees Parlement en de Raad.

6.   Het Europees Parlement en de Raad keuren de kredieten voor de bijdrage van de Unie aan Cepol goed.

7.   Het Europees Parlement en de Raad stellen de personeelsformatie van Cepol vast.

8.   De begroting van Cepol wordt vastgesteld door de raad van bestuur. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.

9.   Op bouwprojecten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de begroting van Cepol, is Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie (7) van toepassing.

Artikel 19

Uitvoering van de begroting

1.   De uitvoerend directeur voert de begroting van Cepol uit.

2.   De uitvoerend directeur zendt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks alle relevante informatie over de resultaten van de evaluatieprocedures toe en brengt tevens de Rekenkamer van zulke resultaten op de hoogte.

Artikel 20

Indiening van de rekeningen en kwijting

1.   De rekenplichtige van Cepol zendt de voorlopige rekeningen van het begrotingsjaar (jaar N) uiterlijk op 1 maart van het volgende begrotingsjaar (jaar N + 1) aan de rekenplichtige van de Commissie en de Rekenkamer toe.

2.   Cepol zendt een verslag over het budgettair en financieel beheer voor het jaar N uiterlijk op 31 maart van het jaar N + 1 aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer toe.

3.   De rekenplichtige van de Commissie zendt de voorlopige rekeningen van Cepol voor het jaar N, die met de rekeningen van de Commissie zijn geconsolideerd, uiterlijk op 31 maart van het jaar N + 1 aan de Rekenkamer toe.

4.   Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van Cepol voor het jaar N op grond van artikel 148 van het Financieel Reglement maakt Cepol's rekenplichtige de definitieve rekeningen van Cepol voor dat jaar op. De uitvoerend directeur dient deze voor advies in bij de raad van bestuur.

5.   De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van Cepol voor het jaar N.

6.   Uiterlijk op 1 juli van het jaar N + 1 zendt de rekenplichtige van Cepol de definitieve rekeningen voor het jaar N, samen met het in lid 5 bedoelde advies van de raad van bestuur, toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

7.   De definitieve rekeningen voor het jaar N worden uiterlijk op 15 november van het jaar N + 1 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

8.   De uitvoerend directeur zendt de Rekenkamer uiterlijk op 30 september van het jaar N + 1 een antwoord op haar opmerkingen toe. De uitvoerend directeur zendt dit antwoord tevens toe aan de raad van bestuur.

9.   De uitvoerend directeur verstrekt het Europees Parlement op zijn verzoek, overeenkomstig artikel 165, lid 3, van het Financieel Reglement, alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het jaar N.

10.   Vóór 15 mei van het jaar N + 2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het jaar N.

Artikel 21

Financiële voorschriften

1.   De financiële voorschriften die op Cepol van toepassing zijn, worden na raadpleging van de Commissie door de raad van bestuur vastgesteld. Deze financiële voorschriften mogen slechts afwijken van gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 indien dit in verband met de activiteiten van Cepol een specifieke vereiste is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

2.   In afdoende gemotiveerde gevallen en met voorafgaande toestemming van de raad van bestuur kan Cepol de lidstaten zonder een open oproep tot het indienen van voorstellen subsidies verlenen voor het verzorgen van opleidingen met betrekking tot de in artikel 4, leden 2 en 4, bedoelde taken.

HOOFDSTUK V

PERSONEEL

Artikel 22

Algemene bepaling

Het statuut en de regeling, en de voorschriften die in onderlinge overeenstemming zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Unie ter uitvoering van het statuut en de regeling, zijn van toepassing op het personeel van Cepol.

Artikel 23

Uitvoerend directeur

1.   De uitvoerend directeur wordt aangesteld als tijdelijk functionaris van Cepol op grond van artikel 2, onder a), van de regeling.

2.   De uitvoerend directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van bestuur benoemd uit een lijst van ten minste drie kandidaten die worden voorgedragen door een door de raad van bestuur opgericht selectiecomité en die zijn voorgedragen door de lidstaten en de Commissie.

Het selectiecomité stelt die lijst van voorgedragen kandidaten op op basis van een door de Commissie op transparante wijze opgestelde lijst met alle kandidaten wier profiel overeenkomt met de vereisten voor deze functie, die zijn vermeld in de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte aankondiging van vacature.

De Commissie doet het selectiecomité een kopie toekomen van alle kandidaturen die zij voor de vacature heeft ontvangen.

Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt Cepol vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

3.   De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vier jaar. Aan het eind van deze termijn stelt de Commissie samen met de raad van bestuur een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de door de uitvoerend directeur bereikte resultaten en de toekomstige taken en uitdagingen van Cepol.

4.   Rekening houdend met de beoordeling als bedoeld in lid 3, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vier jaar. In dergelijk geval mag de uitvoerend directeur niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor dezelfde functie na afloop van de volledige termijn.

5.   De uitvoerend directeur kan uit zijn ambt worden ontheven door een besluit van de raad van bestuur.

6.   De raad van bestuur neemt besluiten over de benoeming van de uitvoerend directeur, de verlenging van diens ambtstermijn en diens ontheffing uit zijn functie met een tweederdemeerderheid van zijn leden.

Artikel 24

Gedetacheerde nationale deskundigen

1.   Cepol kan een beroep doen op gedetacheerde nationale deskundigen.

2.   Bij besluit van de raad van bestuur worden de voorschriften vastgesteld voor de detachering van nationale deskundigen bij Cepol.

HOOFDSTUK VI

DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 25

Rechtsstatus

1.   Cepol is een agentschap van de Unie. Cepol heeft rechtspersoonlijkheid.

2.   In elke lidstaat, heeft Cepol de ruimste handelingsbevoegdheid welke bij het nationale recht aan rechtspersonen is toegekend. Cepol kan met name roerende en onroerende goederen verkrijgen of vervreemden en in rechte optreden.

3.   De zetel van Cepol is gevestigd in Boedapest (Hongarije).

Artikel 26

Voorrechten en immuniteiten

Op Cepol en zijn personeel is het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie van toepassing.

Artikel 27

Talenregeling

1.   De bepalingen in Verordening nr. 1 (8) zijn van toepassing op Cepol.

2.   De raad van bestuur neemt met een tweederdemeerderheid van zijn leden besluiten over de interne talenregeling van Cepol.

3.   De voor het functioneren van Cepol vereiste vertaaldiensten worden verricht door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

Artikel 28

Transparantie

1.   Op documenten van Cepol is Verordening (EG) nr. 1049/2001 van toepassing.

2.   De raad van bestuur stelt binnen zes maanden na de datum van zijn eerste vergadering de gedetailleerde regels ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.

3.   Besluiten die door Cepol worden genomen op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kunnen voorwerp zijn van een klacht bij de Europese Ombudsman of een procedure die aanhangig wordt gemaakt bij het Hof van Justitie van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 228 en artikel 263 VWEU.

4.   Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad (9) is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door Cepol.

Artikel 29

Fraudebestrijding

1.   Met het oog op een betere bestrijding van fraude, corruptie en alle andere onwettige activiteiten krachtens Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (10) treedt Cepol tussen 1 juli en 31 december 2016 toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (11) en stelt het op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord onmiddellijk passende regels op voor al zijn personeelsleden.

2.   De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van Cepol EU-middelen hebben ontvangen, controles op stukken en controles ter plaatse te verrichten.

3.   OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (12) onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een door Cepol toegekende subsidie of overeenkomst.

4.   Onverminderd de leden 1, 2 en 3 worden in werkafspraken met organen van de Unie, autoriteiten en opleidingsinstellingen van derde landen, internationale organisaties en private partijen, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van Cepol bepalingen opgenomen die de Europese Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen de in de leden 2 en 3 bedoelde controles en onderzoeken te verrichten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.

Artikel 30

Veiligheidsvoorschriften betreffende de bescherming van gerubriceerde gegevens en niet-gerubriceerde gevoelige gegevens

Cepol past mutatis mutandis de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige, niet-gerubriceerde informatie, onder meer de voorschriften betreffende de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie, zoals omschreven in Besluiten (EU, Euratom) 2015/443 (13) en (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie (14), toe.

Artikel 31

Aansprakelijkheid

1.   De contractuele aansprakelijkheid van Cepol wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de betrokken overeenkomst.

2.   Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd om uitspraak te doen krachtens arbitrageclausules in de door Cepol gesloten overeenkomsten.

3.   In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt Cepol in overeenstemming met de algemene beginselen welke rechtsstelsels van de lidstaten gemeen hebben, de door zijn diensten of personeelsleden bij de uitoefening van hun taken veroorzaakte schade.

4.   Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd voor geschillen over de vergoeding van de in lid 3 bedoelde schade.

5.   De persoonlijke aansprakelijkheid van de personeelsleden van Cepol jegens Cepol wordt beheerst door de bepalingen van het statuut of de regeling die op hen van toepassing zijn.

Artikel 32

Evaluatie en herziening

1.   Uiterlijk 1 juli 2021, en vervolgens om de vijf jaar, zorgt de Commissie ervoor dat een evaluatie wordt uitgevoerd waarbij met name de resultaten, effectiviteit en doelmatigheid van Cepol en zijn werkwijzen worden beoordeeld.

2.   De Commissie doet het evaluatieverslag toekomen aan de raad van bestuur. Binnen één maand vanaf de datum van ontvangst ervan dient de raad van bestuur zijn opmerkingen over het evaluatieverslag in. De Commissie zendt dan het definitieve evaluatieverslag, samen met haar conclusies en de opmerkingen van de raad van bestuur in een bijlage daarbij, aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur. De bevindingen van dat evaluatieverslag worden openbaar gemaakt.

Artikel 33

Administratieve onderzoeken

Overeenkomstig artikel 228 VWEU zijn de activiteiten van Cepol onderworpen aan de onderzoeken door de Europese Ombudsman.

Artikel 34

Samenwerking met organen van de Unie, derde landen en internationale organisaties

1.   Autoriteiten en opleidingsinstellingen van derde landen die daartoe met de Unie een overeenkomst hebben gesloten, kunnen aan Cepol deelnemen.

2.   Voor zover noodzakelijk voor de verrichting van zijn taken kan Cepol samenwerkingsbetrekkingen aangaan en onderhouden met organen van de Unie overeenkomstig hun doelstellingen, met autoriteiten en opleidingsinstituten van derde landen, met internationale organisaties en met private partijen.

3.   In overeenstemming met de leden 1 en 2 worden werkafspraken gemaakt, waarin met name de aard, de reikwijdte en de wijze van de eventuele deelname van de autoriteiten en opleidingsinstellingen van derde landen, internationale organisaties en private partijen aan de werkzaamheden van Cepol worden bepaald, met inbegrip van bepalingen inzake de deelname aan initiatieven van Cepol, financiële bijdragen en personeel. Wat personeelszaken betreft, voldoen deze regelingen aan het statuut en de regeling.

4.   Cepol werkt samen met de organen van de Unie die bevoegd zijn ten aanzien van zaken waarop deze verordening betrekking heeft en die in lid 2 worden bedoeld, binnen het kader van de met die organen in overeenstemming met deze verordening of met de relevante bepalingen van Besluit 2005/681/JBZ gemaakte werkafspraken.

5.   De in de leden 3 en 4 bedoelde werkafspraken kunnen alleen met toestemming van de raad van bestuur en na raadpleging van de Commissie worden gemaakt. Zij zijn niet bindend voor de Unie, noch voor haar lidstaten.

Artikel 35

Zetelovereenkomst en voorwaarden voor de werking

De noodzakelijke bepalingen betreffende de huisvesting die Cepol in Hongarije moet worden geboden en de door deze lidstaat ter beschikking te stellen faciliteiten, alsook de specifieke voorschriften die in de gastlidstaat gelden voor de uitvoerend directeur, de leden van de raad van bestuur, de personeelsleden van Cepol en hun gezinsleden, worden vastgesteld in een zetelovereenkomst tussen Cepol en Hongarije, die wordt gesloten nadat de raad van bestuur daarmee heeft ingestemd.

HOOFDSTUK VII

OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 36

Rechtsopvolging

1.   Cepol zoals opgericht bij deze verordening, is de rechtsopvolger van de EPA zoals opgericht bij Besluit 2005/681/JBZ ten aanzien van alle door de EPA gesloten overeenkomsten, aangegane financiële verplichtingen en verworven eigendommen.

2.   Deze verordening doet niets af aan de rechtsgeldigheid van overeenkomsten die vóór 24 december 2015 zijn gesloten door de EPA zoals opgericht bij Besluit 2005/681/JBZ.

Artikel 37

Overgangsregelingen met betrekking tot de raad van bestuur

1.   De ambtstermijn van de leden van de raad van bestuur van de EPA zoals aangesteld op grond van artikel 10 van Besluit 2005/681/JBZ, loopt af op 1 juli 2016.

2.   In de periode van 24 december 2015 tot en met 1 juli 2016, voert de raad van bestuur zoals aangesteld op grond van artikel 10 van Besluit 2005/681/JBZ de volgende taken uit:

a)

het uitoefenen van de functies van de raad van bestuur in overeenstemming met artikel 9 van deze verordening;

b)

het voorbereiden van de vaststelling van de voorschriften inzake de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 met betrekking tot de documenten van Cepol als bedoeld in artikel 28 van deze verordening, en de zwijg- en geheimhoudingsplicht;

c)

het voorbereiden van de instrumenten die nodig zijn voor de toepassing van deze verordening; en

d)

het herzien van de interne voorschriften en maatregelen die hij krachtens Besluit 2005/681/JBZ heeft vastgesteld zodat de bij artikel 8 van deze verordening opgerichte raad van bestuur op grond van artikel 41 daarvan een besluit kan nemen.

Artikel 38

Overgangsregelingen met betrekking tot de uitvoerend directeur en het personeel

1.   De directeur van de EPA die is benoemd op grond van artikel 11, lid 1, van Besluit 2005/681/JBZ vervult voor de resterende duur van zijn ambtstermijn de taken van de uitvoerend directeur als bepaald in artikel 14 van deze verordening. De andere voorwaarden in zijn arbeidsovereenkomst blijven ongewijzigd. Indien zijn ambtstermijn eindigt tussen 24 december 2015 en 1 juli 2016, wordt deze automatisch verlengd tot 1 juli 2017.

2.   Indien de directeur van de EPA, benoemd op basis van artikel 11, lid 1, van Besluit 2005/681/JBZ, niet bereid of in staat is te handelen overeenkomstig lid 1 van dit artikel, wijst de raad van bestuur, in afwachting van de in artikel 23, lid 2, van deze verordening bedoelde benoeming, voor ten hoogste 18 maanden een uitvoerend directeur ad interim aan om de aan de uitvoerend directeur toegewezen taken uit te voeren.

3.   Deze verordening heeft geen gevolgen voor de rechten en verplichtingen van personeel dat op grond van Besluit 2005/681/JBZ in dienst is genomen. Hun arbeidsovereenkomsten kunnen krachtens deze verordening worden verlengd overeenkomstig het statuut en de regeling.

Artikel 39

Overgangsbepalingen inzake de begroting

De kwijtingsprocedure met betrekking tot de begrotingen die zijn goedgekeurd op grond van artikel 25 van Besluit 2005/681/JBZ wordt uitgevoerd overeenkomstig de bij dat besluit vastgestelde voorschriften.

HOOFDSTUK VIII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 40

Vervanging en intrekking

1.   Besluit 2005/681/JBZ, zoals gewijzigd door Verordening (EU) nr. 543/2014, wordt ten aanzien van de lidstaten die door deze verordening worden gebonden met ingang van 1 juli 2016 vervangen.

Besluit 2005/681/JBZ van de Raad wordt derhalve ingetrokken.

2.   Ten aanzien van de lidstaten die door deze verordening worden gebonden, worden verwijzingen naar de in lid 1 bedoelde handelingen opgevat als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 41

Het van kracht blijven van door de raad van bestuur vastgestelde interne voorschriften

Door de raad van bestuur krachtens Besluit 2005/681/JBZ vastgestelde interne voorschriften en maatregelen blijven van kracht na 1 juli 2016 tenzij de raad van bestuur bij de tenuitvoerlegging van deze verordening anders bepaalt.

Artikel 42

Inwerkingtreding

1.   Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.   Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 2016.

De artikelen 37, 38 en 39 zijn echter van toepassing met ingang van 24 december 2015.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg, 25 november 2015.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

M. SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

N. SCHMIT


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 29 oktober 2015 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 16 november 2015.

(2)  Besluit 2005/681/JBZ van de Raad van 20 september 2005 tot oprichting van de Europese Politieacademie (EPA) en tot intrekking van Besluit 2000/820/JBZ (PB L 256 van 1.10.2005, blz. 63).

(3)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

(4)  Verordening (EU) nr. 543/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Besluit 2005/681/JBZ van de Raad tot oprichting van de Europese Politieacademie (EPA) (PB L 163 van 29.5.2014, blz. 5).

(5)  Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).

(6)  Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad (PB L 298 van 26.10.2012, blz. 1).

(7)  Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie van 30 september 2013 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 208 van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 7.12.2013, blz. 42).

(8)  Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385/58).

(9)  Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).

(10)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(11)  Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15).

(12)  Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).

(13)  Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).

(14)  Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde informatie van de EU (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).


Top