This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32014L0085
Commission Directive 2014/85/EU of 1 July 2014 amending Directive 2006/126/EC of the European Parliament and of the Council on driving licences Text with EEA relevance
Richtlijn 2014/85/EU van de Commissie van 1 juli 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs Voor de EER relevante tekst
Richtlijn 2014/85/EU van de Commissie van 1 juli 2014 tot wijziging van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs Voor de EER relevante tekst
PB L 194 van 2.7.2014, pp. 10–13
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
2.7.2014 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 194/10 |
RICHTLIJN 2014/85/EU VAN DE COMMISSIE
van 1 juli 2014
tot wijziging van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (1), en met name artikel 8,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De veiligheid van tunnels in de Unie is aanzienlijk verbeterd, onder meer dankzij Richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad (2). Om de volledige effectiviteit van deze verbeteringen te garanderen, is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat bestuurders de beginselen van veilig rijden in tunnels kennen en begrijpen en hun rijgedrag daaraan aanpassen. De eisen van Richtlijn 91/439/EEG van de Raad (3) met betrekking tot theoretische en praktische testen zijn dan ook gewijzigd overeenkomstig Richtlijn 2008/65/EG van de Commissie (4); ook de eisen in de herschikking van Richtlijn 2006/126/EG moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(2) |
Sinds de vaststelling van Richtlijn 2006/126/EG is de wetenschappelijke kennis over medische factoren die gevolgen hebben voor de geschiktheid om een motorvoertuig te besturen, geëvolueerd, met name wat betreft de inschatting van de risico's voor de verkeersveiligheid en de doeltreffendheid van de behandeling bij het afwenden van de genoemde risico's. Tal van recente studies en onderzoeken bevestigen dat het obstructieve slaapapneusyndroom een van de grootste risicofactoren is voor ongevallen met motorrijtuigen. Deze aandoening mag dan ook niet langer worden genegeerd in het kader van de rijbewijswetgeving van de Unie. |
|
(3) |
Bijlage III bij Richtlijn 2006/126/EG dient daarom te worden aangepast aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang. |
|
(4) |
Er zijn redactionele fouten ontdekt in bijlage II bij Richtlijn 2006/126/EG na wijziging bij Richtlijn 2012/36/EU van de Commissie (5). Deze fouten moeten worden gecorrigeerd. |
|
(5) |
Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken (6) hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. |
|
(6) |
De bepalingen van deze richtlijn zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor het rijbewijs, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlagen II en III bij Richtlijn 2006/126/EG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.
Artikel 2
1. De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2015 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mee.
Zij passen die bepalingen toe vanaf 31 december 2015.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 3
Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 4
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 1 juli 2014.
Voor de Commissie,
namens de voorzitter,
Siim KALLAS
Vicevoorzitter
(1) PB L 403 van 30.12.2006, blz. 18.
(2) Richtlijn 2004/54/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet (PB L 167 van 30.4.2004, blz. 39).
(3) Richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237 van 24.8.1991, blz. 1).
(4) Richtlijn 2008/65/EG van de Commissie van 27 juni 2008 tot wijziging van Richtlijn 91/439/EEG van de Raad betreffende het rijbewijs (PB L 168 van 28.6.2008, blz. 36).
(5) Richtlijn 2012/36/EU van de Commissie van 19 november 2012 tot wijziging van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs (PB L 321 van 20.11.2012, blz. 54).
BIJLAGE
1.
Bijlage II bij Richtlijn 2006/126/EG wordt als volgt gewijzigd:|
a) |
punt 2.1.3 wordt vervangen door:
|
|
b) |
punt 5.1.3 wordt vervangen door:
|
|
c) |
punt 6.3.8 wordt vervangen door:
|
|
d) |
punt 7.4.8 wordt vervangen door:
|
|
e) |
punt 8.3.8 wordt vervangen door:
|
2.
In bijlage III bij Richtlijn 2006/126/EG wordt punt 11 („NEUROLOGISCHE ZIEKTEN”) vervangen door:„NEUROLOGISCHE ZIEKTEN EN OBSTRUCTIEF SLAAPAPNEUSYNDROOM
NEUROLOGISCHE ZIEKTEN
|
11.1. |
Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd als de aanvrager of bestuurder lijdt aan een ernstige neurologische aandoening, tenzij de aanvraag door een officieel medisch advies wordt ondersteund.
Daartoe worden neurologische stoornissen ten gevolge van aandoeningen of operaties van het centrale of perifere zenuwstelsel die door sensoriële of motorische defecten en evenwichts- en coördinatiestoornissen tot uiting komen, beoordeeld op grond van het effect daarvan en de kans op achteruitgang. Aan de afgifte of verlenging van het rijbewijs kan in die gevallen de voorwaarde worden verbonden dat er periodiek onderzoek moet plaatsvinden, indien er kans op achteruitgang bestaat. |
OBSTRUCTIEF SLAAPAPNEUSYNDROOM
|
11.2. |
In de volgende alinea's stemt een matig obstructief slaapapneusyndroom overeen met 15 tot 29 perioden van apneu of hypoapneu per uur (apneu-hypoapneu-index) en een ernstig obstructief slaapapneusyndroom met een apneu-hypoapneu-index van 30 of meer; beide worden in verband gebracht met buitensporige slaperigheid overdag. |
|
11.3. |
Als bij aanvragers of bestuurders een matig of ernstig obstructief slaapapneusyndroom wordt vermoed, moeten zij verder medisch advies vragen alvorens een rijbewijs wordt afgegeven of verlengd. Zij kunnen de raad krijgen niet te rijden tot de diagnose is bevestigd. |
|
11.4. |
Een rijbewijs mag worden afgegeven aan aanvragers of bestuurders met een matig of ernstig obstructief slaapapneusyndroom als zij kunnen aantonen dat zij hun aandoening voldoende onder controle hebben, een passende behandeling volgen en als gevolg daarvan minder slaperig zijn; zij moeten dit kunnen staven met een officiële medische opinie. |
|
11.5. |
Aanvragers of bestuurders met een matig of ernstig obstructief slaapapneusyndroom die in behandeling zijn, moeten een periodiek medisch onderzoek ondergaan met tussenpozen van niet meer dan drie jaar voor bestuurders van groep 1 en één jaar voor bestuurders van groep 2, teneinde na te gaan in welke mate zij de behandeling volgen, de behandeling moeten voortzetten en verdere waakzaamheid geboden is.”. |