This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32013R0917
Council Implementing Regulation (EU) No 917/2013 of 23 September 2013 amending Implementing Regulation (EU) No 857/2010 imposing a definitive countervailing duty and collecting definitely the provisional duty imposed on imports of certain polyethylene terephthalate originating in Iran, Pakistan and the United Arab Emirates
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2013 van de Raad van 23 september 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 857/2010 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit Iran, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 917/2013 van de Raad van 23 september 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 857/2010 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit Iran, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten
PB L 253 van 25.9.2013, pp. 1–3
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
25.9.2013 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 253/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 917/2013 VAN DE RAAD
van 23 september 2013
tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 857/2010 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit Iran, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 597/2009 van de Raad van 11 juni 2009 betreffende bescherming tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid van de Europese Gemeenschap zijn (1) („de basisverordening”), en met name artikel 15, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie, ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
|
(1) |
Bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 857/2010 van de Raad (2) („de betwiste verordening”) heeft de Raad een definitief compenserend recht van 42,34 tot 139,70 EUR per ton ingesteld op bepaald polyethyleentereftalaat met een viscositeitsgetal van 78 ml/g of meer volgens ISO-norm 1628-5, van oorsprong uit Iran, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten. |
|
(2) |
Op 6 december 2010 heeft de medewerkende producent-exporteur in Pakistan, Novatex Ltd („Novatex” of „de betrokken onderneming”), bij het Gerecht een verzoekschrift tot nietigverklaring van de betwiste verordening neergelegd voor zover deze op de verzoekende partij van toepassing was (3). |
|
(3) |
Op 11 oktober 2012 heeft het Gerecht in zijn arrest in zaak T-556/10 („het arrest van het Gerecht”) gesteld dat het feit dat de Commissie en de Raad geen rekening hebben gehouden met het bedrag dat resulteert uit de herziening van lijn 74 van de aangifte van inkomsten voor het aanslagjaar 2008 van de betrokken onderneming en de daaruit voortvloeiende fout de wettigheid van artikel 1 van de betwiste verordening aantastten voor zover het door de Raad vastgestelde definitief compenserend recht hoger is dan het recht dat van toepassing zou zijn indien deze vergissing niet was gemaakt. Bijgevolg heeft het Gerecht artikel 1 van de betwiste verordening nietig verklaard voor zover het Novatex betrof en voor zover het definitief compenserend recht hoger was dan het recht dat van toepassing zou zijn indien deze vergissing niet was gemaakt. |
|
(4) |
In zaak T-2/95 (4) heeft het Gerecht geoordeeld dat wanneer een procedure uit verschillende administratieve stappen bestaat, de nietigverklaring van een van deze stappen niet de volledige procedure nietig verklaart. Deze antisubsidieprocedure is een voorbeeld van een dergelijke procedure met verschillende stappen. Bijgevolg houdt de nietigverklaring van een deel van de betwiste verordening niet de nietigverklaring van de gehele procedure vóór de vaststelling van de desbetreffende verordening in. Bovendien zijn de instellingen van de Europese Unie op grond van artikel 266 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verplicht het arrest van het Gerecht uit te voeren. Dit houdt ook de mogelijkheid in om alleen de aspecten van de betwiste verordening te corrigeren die tot de gedeeltelijke nietigverklaring van de verordening hebben geleid en de niet-betwiste delen waarop het arrest van het Gerecht geen betrekking heeft, ongewijzigd te laten. Er zij opgemerkt dat alle andere bevindingen in de betwiste verordening geldig blijven. |
|
(5) |
Na het arrest van het Gerecht heeft de Commissie op 17 mei 2013 het antisubsidieonderzoek ten aanzien van de invoer van bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit onder meer Pakistan (5) („het bericht”) gedeeltelijk heropend. De heropening was beperkt tot de uitvoering van het arrest van het Gerecht, voor zover het Novatex betreft. |
|
(6) |
De Commissie heeft de producenten-exporteurs, importeurs, de haar bekende betrokken gebruikers en leveranciers van grondstoffen, de vertegenwoordigers in het land van uitvoer en de bedrijfstak van de Unie van de gedeeltelijke heropening van het onderzoek in kennis gesteld. De belanghebbende partijen werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht vermelde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. Geen van de belanghebbende partijen heeft verzocht te worden gehoord. |
|
(7) |
Alle betrokken partijen werden in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie wilde aanbevelen voor Novatex een gewijzigd definitief compenserend recht in te stellen. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. |
B. UITVOERING VAN HET ARREST VAN HET GERECHT
1. Opmerking vooraf
|
(8) |
Er wordt op gewezen dat de betwiste verordening gedeeltelijk nietig werd verklaard omdat de Commissie en de Raad rekening hadden moeten houden met het feit dat lijn 74 van de aangifte van inkomsten van de betrokken onderneming voor het aanslagjaar 2008 was herzien. |
2. Opmerkingen van de belanghebbende partijen
|
(9) |
De betrokken onderneming heeft binnen de vastgestelde termijn opgemerkt dat het definitieve compenserende recht op bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit Pakistan dat in de Unie wordt ingevoerd na het arrest van het Gerecht met 1,02 % moest worden verlaagd. Novatex voerde voorts aan dat het compenserend recht voor Novatex met ingang van 1 juni 2010 (de datum waarop het voorlopig recht volgens Novatex in werking was getreden) op 4,1 % of 35,39 EUR per ton moest worden vastgesteld. |
|
(10) |
De Commissie heeft verder geen wezenlijke opmerkingen over de gedeeltelijke heropening ontvangen. |
3. Analyse van de opmerkingen
|
(11) |
Na analyse van de bovenstaande opmerkingen wordt bevestigd dat de nietigverklaring van de betwiste verordening ten aanzien van Novatex, voor zover het definitief compenserend recht hoger was dan het recht dat van toepassing zou zijn indien de door het Hof opgemerkte vergissing niet was gemaakt, niet de nietigverklaring van de hele procedure vóór de vaststelling van die verordening tot gevolg heeft. |
|
(12) |
De herberekening van het compenserend recht dat van toepassing is op Novatex, rekening houdend met de herziene lijn 74 van de aangifte van inkomsten van de onderneming, resulteert inderdaad in het gecorrigeerde bedrag van 35,39 EUR per ton. |
|
(13) |
Het herziene recht moet inderdaad retroactief worden toegepast, me name vanaf de datum van inwerkingtreding van de betwiste verordening. |
4. Conclusie
|
(14) |
Na overweging en analyse van de opmerkingen wordt geconcludeerd dat de uitvoering van het arrest van het Gerecht de vorm moet krijgen van een herziening van het compenserend recht dat van toepassing is op Novatex, dat van 44,02 EUR/ton moet worden verlaagd tot 35,39 EUR/ton. Aangezien Novatex tijdens het onderzoektijdvak de enige producent-exporteur van het betrokken product in Pakistan was, is het herziene recht van toepassing op alle polyethyleentereftalaat dat uit Pakistan wordt ingevoerd. Het herziene recht moet retroactief worden toegepast, met name vanaf de datum van inwerkingtreding van de betwiste verordening. Zoals bepaald in artikel 2 van die verordening kunnen de bedragen waarvoor zekerheid is gesteld uit hoofde van het voorlopige compenserende recht op invoer uit Pakistan uit hoofde van Verordening (EU) nr. 473/2010 van de Commissie (6) evenwel alleen definitief worden geïnd ten bedrage van het definitief opgelegde recht van 35,39 EUR/ton, opgelegd krachtens de onderhavige wijziging van aritkel 1 van de betwiste verordening. Bedragen die het bedrag aan het definitieve compenserende recht overschrijden, moeten worden vrijgegeven. Ten behoeve van de transparantie zij er bovendien op gewezen dat Verordening (EU) nr. 473/2010 op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking is getreden, namelijk op 2 juni 2010 (en niet op 1 juni 2010, zoals Novatex stelde). |
|
(15) |
De douaneautoriteiten moeten worden belast met de terugbetaling overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving van de te veel betaalde rechten (boven de 35,39 EUR/ton) voor de betrokken ingevoerde producten. |
C. MEDEDELING VAN FEITEN EN OVERWEGINGEN
|
(16) |
De Commissie heeft de belanghebbende partijen in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op basis waarvan zij voornemens was het arrest van het Gerecht uit te voeren. Alle belanghebbende partijen zijn in de gelegenheid gesteld opmerkingen te maken binnen de in artikel 30, lid 5, van de basisverordening gestelde termijn van tien dagen. |
|
(17) |
Er zijn geen wezenlijke opmerkingen ontvangen. |
D. WIJZIGING VAN DE MAATREGELEN
|
(18) |
Gezien de resultaten van de gedeeltelijke heropening wordt het passend geacht het compenserend recht op bepaald polyethyleentereftalaat met een viscositeitsgetal van 78 ml/g of meer volgens ISO-norm 1628-5 van oorsprong uit Pakistan te wijzigen en op 35,39 EUR/ton vast te stellen. |
|
(19) |
Deze procedure heeft geen gevolgen voor de datum waarop de bij de betwiste verordening ingestelde maatregelen zullen vervallen, namelijk 30 september 2015, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. De tabel in artikel 1, lid 2, van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 857/2010 wordt door het onderstaande vervangen:
|
„Land |
Definitief compenserend recht (EUR/ton) |
|
Iran: alle ondernemingen |
139,70 |
|
Pakistan: alle ondernemingen |
35,39 |
|
Verenigde Arabische Emiraten: alle ondernemingen |
42,34 ” |
2. Het herziene recht van 35,39 EUR/ton voor Pakistan zal van toepassing zijn vanaf 30 september 2010.
3. De bedragen van de overeenkomstig artikel 1 van de oorspronkelijke versie van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 857/2010 betaalde of geboekte rechten en de bedragen van de overeenkomstig artikel 2 van de oorspronkelijke versie van dezelfde verordening definitief geïnde voorlopige rechten, die hoger zijn dan die welke zijn vastgesteld op grond van artikel 1 van deze verordening, moeten worden terugbetaald of kwijtgescholden. De terugbetaling of kwijtschelding wordt overeenkomstig de toepasselijke douanewetgeving bij de nationale douaneautoriteiten aangevraagd. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 23 september 2013.
Voor de Raad
De voorzitter
V. JUKNA
(1) PB L 188 van 18.7.2009, blz. 93.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 857/2010 van de Raad van 27 september 2010 tot instelling van een definitief compenserend recht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit Iran, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten (PB L 254 van 29.9.2010, blz. 10).
(3) Zaak T-556/10 Novatex Ltd/Raad van de Europese Unie.
(4) Zaak T-2/95 Industrie des poudres sphériques (IPS)/Raad [1998] Jurispr. II-3939.
(5) PB C 138 van 17.5.2013, blz. 32.
(6) Verordening (EU) nr. 473/2010 van de Commissie van 31 mei 2010 tot instelling van een voorlopig compenserend recht op bepaald polyethyleentereftalaat van oorsprong uit Iran, Pakistan en de Verenigde Arabische Emiraten (PB L 134 van 1.6.2010, blz. 25).