This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32012R0310
Commission Delegated Regulation (EU) No 310/2012 of 21 December 2011 amending Regulation (EC) No 1569/2007 establishing a mechanism for the determination of equivalence of accounting standards applied by third country issuers of securities pursuant to Directives 2003/71/EC and 2004/109/EC of the European Parliament and of the Council Text with EEA relevance
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 310/2012 van de Commissie van 21 december 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1569/2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast Voor de EER relevante tekst
Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 310/2012 van de Commissie van 21 december 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1569/2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast Voor de EER relevante tekst
PB L 103 van 13.4.2012, pp. 11–12
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
In force
|
13.4.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 103/11 |
GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) Nr. 310/2012 VAN DE COMMISSIE
van 21 december 2011
tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1569/2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (1), en met name artikel 20, lid 3, eerste alinea,
Gezien Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG (2), en met name artikel 23, lid 4, vierde alinea,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Overeenkomstig artikel 23, lid 4, van Richtlijn 2004/109/EG moet de Commissie een mechanisme instellen voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van de informatie die uit hoofde van deze richtlijn is vereist. De Commissie dient maatregelen vast te stellen met het oog op de vastlegging van algemene criteria voor de toetsing van de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die relevant zijn voor uitgevende instellingen van meer dan één land. Artikel 23, lid 4, van Richtlijn 2004/109/EG schrijft bovendien voor dat de Commissie besluiten dient te nemen inzake de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door uitgevende instellingen van derde landen worden gehanteerd, en biedt de Commissie tevens de gelegenheid toestemming te geven standaarden voor jaarrekeningen van derde landen gedurende een passende overgangsperiode te blijven hanteren. Gezien de nauwe samenhang tussen de krachtens Richtlijn 2004/109/EG te verstrekken informatie en de krachtens Richtlijn 2003/71/EG te verstrekken informatie verdient het aanbeveling dat in het kader van beide richtlijnen dezelfde criteria voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid worden toegepast. |
|
(2) |
Daarom werden in Verordening (EG) nr. 1569/2007 van de Commissie (3) de voorwaarden vastgelegd voor de aanvaarding gedurende een beperkte, op 31 december 2011 aflopende periode van standaarden voor jaarrekeningen van een derde land. |
|
(3) |
De Commissie heeft het nut en de werking van het gelijkwaardigheidsmechanisme beoordeeld en geconcludeerd dat het met een termijn van drie jaar dient te worden verlengd tot en met 31 december 2014. Daar de overgangsperiode waarvoor de Commissie de voorwaarden voor het gelijkwaardig verklaren van de algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving (Generally Accepted Accounting Principles — GAAP) van derde landen met de International Financial Reporting Standards (IFRS) had vastgesteld, op 31 december 2011 afliep, dient deze verordening met ingang van 1 januari 2012 van toepassing te zijn. Dit is noodzakelijk om uitgevende instellingen van de desbetreffende derde landen met een beursnotering in de Unie rechtszekerheid te bieden en het risico te vermijden dat zij zich verplicht zouden kunnen zien hun financiële overzichten aan de IFRS aan te passen. De bepaling betreffende de toepassing met terugwerkende kracht zorgt derhalve voor een verlichting van alle potentiële additionele lasten voor de betrokken uitgevende instellingen. |
|
(4) |
Teneinde ervoor te zorgen dat in alle voor de markten van de Unie relevante gevallen een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen van een derde land wordt genomen, dient de Commissie ofwel op verzoek van de bevoegde autoriteit van een lidstaat, dan wel van een voor standaarden voor jaarrekeningen of het markttoezicht verantwoordelijke autoriteit van een derde land, ofwel op eigen initiatief de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen van een derde land te toetsen. De Commissie dient de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority — ESMA) te raadplegen over de technische aspecten van de toetsing van de gelijkwaardigheid van de standaarden voor jaarrekeningen in kwestie. Ook moet het uitgevende instellingen van de Unie toegestaan zijn in het betrokken derde land overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad (4) goedgekeurde IFRS te hanteren. |
|
(5) |
Verordening (EG) nr. 1569/2007 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1569/2007 wordt vervangen door:
„Artikel 4
Voorwaarden voor de aanvaarding van standaarden voor jaarrekeningen van derde landen gedurende een beperkte periode
1. Tijdens een periode die na 31 december 2008 aanvangt en die uiterlijk op 31 december 2014 afloopt, kan het uitgevende instellingen van derde landen in de volgende gevallen worden toegestaan van conform de standaarden voor jaarrekeningen van een derde land opgestelde financiële overzichten gebruik te maken om aan de verplichtingen van Richtlijn 2004/109/EG te voldoen en om, in afwijking van artikel 35, lid 5, van Verordening (EG) nr. 809/2004, historische financiële informatie uit hoofde van deze verordening te verstrekken:
|
a) |
de autoriteit van het derde land die voor de nationale standaarden voor jaarrekeningen in kwestie verantwoordelijk is, heeft er zich publiekelijk toe verbonden vóór 31 december 2014 deze standaarden op de International Financial Reporting Standards af te stemmen en er is aan beide volgende voorwaarden voldaan:
|
|
b) |
de autoriteit van het derde land die voor de nationale standaarden voor jaarrekeningen in kwestie verantwoordelijk is, heeft er zich publiekelijk toe verbonden vóór 31 december 2014 op de International Financial Reporting Standards over te gaan en in het betrokken derde land zijn effectieve maatregelen getroffen om tegen die datum snel en volledig daarop over te stappen. |
2. Overeenkomstig lid 1 genomen besluiten om conform de standaarden voor jaarrekeningen van een derde land opgestelde financiële overzichten te mogen blijven aanvaarden, worden genomen volgens de in artikel 24 van Richtlijn 2003/71/EG en in artikel 27, lid 2, van Richtlijn 2004/109/EG bedoelde procedure.
3. Ingeval de Commissie overeenkomstig lid 1 toestaat om conform de standaarden voor jaarrekeningen van een derde land opgestelde financiële overzichten te blijven aanvaarden, gaat zij regelmatig na of nog steeds aan de voorwaarden van lid 1, onder a) of b), al naargelang het geval, is voldaan, en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement.
4. Indien niet langer aan de voorwaarden van lid 1, onder a) of b), is voldaan, neemt de Commissie volgens de in artikel 24 van Richtlijn 2003/71/EG en in artikel 27, lid 2, van Richtlijn 2004/109/EG bedoelde procedure een besluit tot wijziging van haar overeenkomstig lid 1 genomen besluit ten aanzien van de desbetreffende standaarden voor jaarrekeningen.
5. Bij de toepassing van dit artikel raadpleegt de Commissie eerst de ESMA over het afstemmingsprogramma of over de bij de overgang naar de IFRS gemaakte vorderingen, al naargelang het geval.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2012.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 december 2011.
Voor de Commissie
De voorzitter
José Manuel BARROSO
(1) PB L 345 van 31.12.2003, blz. 64.
(2) PB L 390 van 31.12.2004, blz. 38.