EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32012L0004

Richtlijn 2012/4/EU van de Commissie van 22 februari 2012 tot wijziging van Richtlijn 2008/43/EG ter invoering, overeenkomstig Richtlijn 93/15/EEG van de Raad, van een systeem voor de identificatie en de traceerbaarheid van explosieven voor civiel gebruik Voor de EER relevante tekst

OJ L 50, 23.2.2012, p. 18–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 055 P. 303 - 305

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/4/oj

23.2.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 50/18


RICHTLIJN 2012/4/EU VAN DE COMMISSIE

van 22 februari 2012

tot wijziging van Richtlijn 2008/43/EG ter invoering, overeenkomstig Richtlijn 93/15/EEG van de Raad, van een systeem voor de identificatie en de traceerbaarheid van explosieven voor civiel gebruik

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (1), en met name artikel 14, tweede alinea, tweede zin,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Lonten, met inbegrip van veiligheidslonten en slaghoedjes, vallen onder Richtlijn 93/15/EEG, maar zij worden meer voor pyrotechnische doeleinden dan voor explosieven gebruikt. De potentiële gevolgen van verkeerd gebruik ervan zijn waarschijnlijk vergelijkbaar met de gevolgen van verkeerd gebruik van pyrotechnische artikelen die weinig gevaar inhouden, waardoor deze gevolgen veel minder ernstig zijn dan die bij andere soorten explosieven. Ter wille van de evenredigheid moeten lonten, met inbegrip van veiligheidslonten en slaghoedjes, worden vrijgesteld van het systeem voor de identificatie en de traceerbaarheid van explosieven voor civiel gebruik.

(2)

De ontwikkeling van de noodzakelijke geautomatiseerde systemen voor de tenuitvoerlegging van het systeem voor de identificatie en de traceerbaarheid van explosieven heeft langer geduurd dan aanvankelijk werd verwacht. Uitstel van de toepassing van Richtlijn 2008/43/EG (2) van de Commissie is noodzakelijk om de explosievenindustrie extra tijd te geven om de elektronische systemen volledig te ontwikkelen, te testen en te valideren en zodoende de veiligheid te verhogen tot het niveau dat nodig is voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2008/43/EG. Om dit mogelijk te maken, moet de verplichting voor fabrikanten en importeurs om explosieven te markeren met een jaar worden uitgesteld tot 5 april 2013. Er is extra tijd nodig om de vereiste elektronische volgsystemen te laten toepassen door alle actoren in de toeleveringsketen. Bovendien zullen voorraden explosieven met een langere houdbaarheid die eerder zijn geproduceerd en die niet moesten worden gemarkeerd overeenkomstig Richtlijn 2008/43/EG, zich nog steeds in de toeleveringsketen bevinden en is het onpraktisch om ondernemingen te verplichten verschillenden typen registers bij te houden. De verplichtingen met betrekking tot het verzamelen en bewaren van gegevens moeten daarom met drie jaar worden uitgesteld tot 5 april 2015.

(3)

Bepaalde artikelen zijn te klein om de code van de productielocatie en de elektronisch leesbare informatie aan te brengen. Voor bepaalde andere artikelen is het aanbrengen van een unieke identificatie technisch onmogelijk als gevolg van hun vorm of ontwerp. In die gevallen moet de vereiste identificatie worden aangebracht op elke kleinste verpakkingseenheid. Toekomstige technische ontwikkelingen kunnen het mogelijk maken om de code van de productielocatie en de elektronisch leesbare informatie op deze artikelen aan te brengen. Daarom moet de Commissie eind 2020 een evaluatie verrichten om na te gaan of de vereiste informatie op de artikelen zelf kan worden aangebracht.

(4)

Richtlijn 2008/43/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)

De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 13, lid 1, van Richtlijn 93/15/EG ingestelde comité,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2008/43/EG wordt als volgt gewijzigd:

1)

Aan artikel 2 worden de volgende punten d), e) en f) toegevoegd:

„d)

lonten, dat wil zeggen niet-exploderende ontstekingsvoorzieningen in de vorm van een snoer;

e)

veiligheidslonten, die bestaan uit een kern van fijngemalen zwart kruit, omhuld door een flexibel weefsel met een of meer beschermende buitenlagen en die, bij ontsteking, branden in een vooraf bepaald tempo zonder extern explosie-effect;

f)

slaghoedjes, die bestaan uit een metalen of kunststof dop met een kleine hoeveelheid van een primair explosief mengsel dat gemakkelijk ontbrandt door wrijving en die dienen als ontstekingselement in kleine wapenpatronen of in ontstekingsmechanismen voor voortdrijvende ladingen.”.

2)

Artikel 7 komt als volgt te luiden:

„Artikel 7

Gewone ontstekers

Wat gewone ontstekers betreft, wordt de unieke identificatie in de vorm van een zelfklevend etiket op de behuizing van de ontsteker aangebracht of rechtstreeks op de behuizing gedrukt. Op elke doos ontstekers wordt een corresponderend etiket aangebracht.

Daarnaast mogen ondernemingen ook op elke ontsteker een passief, inert elektronisch merk aanbrengen en op elke doos ontstekers een corresponderend elektronisch merk aanbrengen.”.

3)

De artikelen 9 en 10 komen als volgt te luiden:

„Artikel 9

Primers en boosters

Wat primers — andere dan die bedoeld in artikel 2 — en boosters betreft, wordt de unieke identificatie in de vorm van een zelfklevend etiket aangebracht, of rechtstreeks op deze primers en boosters gedrukt. Op elke doos van dergelijke primers of boosters wordt een corresponderend etiket aangebracht.

Daarnaast mogen ondernemingen ook op elke primer of booster een passief, inert elektronisch merk aanbrengen en op elke doos primers of boosters een corresponderend elektronisch merk aanbrengen.

Artikel 10

Slagsnoeren

Wat slagsnoeren betreft, wordt de unieke identificatie in de vorm van een zelfklevend etiket op de haspel aangebracht of rechtstreeks op de haspel gedrukt. De unieke identificatie wordt om de vijf meter aangebracht op het buitenste omhulsel van het snoer of op het geëxtrudeerde plastic binnenste omhulsel net onder de buitenlaag van het snoer. Op elke doos slagsnoeren wordt een corresponderend etiket aangebracht.

Daarnaast mogen ondernemingen ook in het snoer een passief, inert elektronisch merk inbrengen en op elke doos snoeren een corresponderend elektronisch merk aanbrengen.”.

4)

Artikel 15, lid 1, tweede alinea, komt als volgt te luiden:

„Zij passen die bepalingen toe vanaf 5 april 2013. De bepalingen die nodig zijn om te voldoen aan artikel 3, lid 6, en de artikelen 13 en 14 passen zij echter toe vanaf 5 april 2015.”.

5)

Het volgende artikel 15 bis wordt ingevoegd:

„Artikel 15 bis

Uiterlijk op 31 december 2020 verricht de Commissie een evaluatie om te beoordelen of de technische vooruitgang het mogelijk heeft gemaakt de uitzonderingen in punt 3 van de bijlage in te trekken.”.

6)

In punt 3 van de bijlage worden de volgende alinea's toegevoegd:

„Wat betreft producten die te klein zijn om de in punt 1, onder b), i) en b), ii), en punt 2, genoemde informatie aan te brengen of wanneer het vanwege hun vorm of ontwerp technisch onmogelijk is om een unieke identificatie aan te brengen, wordt een unieke identificatie aangebracht op elke kleinste verpakkingseenheid.

Elke kleinste verpakkingseenheid wordt gesloten met een zegel.

Op elke gewone ontsteker of booster die onder de vrijstelling in de tweede alinea valt, wordt de informatie in punt 1, onder b), i), en punt 1, onder b), ii) op duurzame wijze en duidelijk leesbaar aangebracht. Het aantal gewone ontstekers of boosters wordt afgedrukt op de kleinste verpakkingseenheid.

Op elk slagsnoer dat onder de vrijstelling in de tweede alinea valt, wordt de unieke identificatie op de rol of dragende spoel en, in voorkomend geval, op de kleinste verpakkingseenheden aangebracht.”.

Artikel 2

1.   De lidstaten dienen uiterlijk op 4 april 2012 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe vanaf 5 april 2013.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.   De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 22 februari 2012.

Voor de Commissie

De voorzitter

José Manuel BARROSO


(1)  PB L 121 van 15.5.1993, blz. 20.

(2)  PB L 94 van 5.4.2008, blz. 8.


Top