Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32012D0045

2012/45/EU, Euratom: Besluit van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 23 januari 2012 betreffende de benoeming van de leden van het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

PB L 26 van 28.1.2012, pp. 30–31 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2012/45(1)/oj

28.1.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 26/30


BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE COMMISSIE

van 23 januari 2012

betreffende de benoeming van de leden van het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)

(2012/45/EU, Euratom)

HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

Gezien Besluit 1999/352/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 28 april 1999 houdende oprichting van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (1), en met name artikel 4,

Gezien Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad (2) en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad van 25 mei 1999 (3) betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), en met name artikel 11, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

In artikel 11, lid 2, van de Verordeningen (EG) nr. 1073/1999 en (Euratom) nr. 1074/1999 is bepaald dat het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) „is samengesteld uit vijf externe, onafhankelijke leden, die in hun eigen land voldoen aan de voorwaarden om hoge functies te bekleden op de werkterreinen van het Bureau” en dat deze personen door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie in onderlinge overeenstemming worden benoemd.

(2)

Overeenkomstig artikel 11, lid 3, bedraagt de ambtstermijn van de leden van het Comité van toezicht drie jaar, en kan deze termijn eenmaal worden verlengd.

(3)

De maximale ambtstermijn van de leden van het Comité van toezicht die per 30 november 2005 zijn benoemd, is verstreken. Conform artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1073/1999 en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999, blijven die leden in functie na het aflopen van hun ambtstermijn totdat de benoemingsprocedure voor nieuwe leden van het Comité van toezicht is afgerond. Er moeten dus zo spoedig mogelijk nieuwe leden worden benoemd,

BESLUITEN:

Artikel 1

1.   De volgende personen worden met ingang van 23 januari 2012 benoemd tot lid van het Comité van toezicht van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF):

—

de heer Herbert BÖSCH,

—

de heer Johan DENOLF,

—

mevrouw Catherine PIGNON,

—

mevrouw Rita SCHEMBRI,

—

de heer Christiaan TIMMERMANS.

2.   Indien een van de bovengenoemde personen zich uit het Comité van toezicht terugtrekt, overlijdt of permanent arbeidsongeschikt wordt, dan wordt hij of zij onverwijld vervangen door de eerste persoon op de volgende lijst die nog niet tot lid van het Comité van toezicht is benoemd:

—

de heer Jens MADSEN,

—

mevrouw Cristina NICOARĂ,

—

de heer Tuomas Henrik PÖYSTI,

—

de heer Dimitrios ZIMIANITIS.

Artikel 2

Bij de uitoefening van hun taken vragen noch aanvaarden de leden van het Comité van toezicht instructies van welk(e) regering, instelling, orgaan of instantie dan ook.

Zij behandelen geen aangelegenheden waarbij zij, direct of indirect, enig persoonlijk belang, met name van familiale of financiële aard, hebben dat hun onafhankelijkheid in het gedrang zou kunnen brengen.

Ten aanzien van de aan hen voorgelegde dossiers en hun beraadslagingen nemen zij strikte geheimhouding in acht.

Artikel 3

De kosten die de leden van het Comité van toezicht bij de uitoefening van hun taken maken, worden vergoed, en zij ontvangen een dagvergoeding voor elke dag die zij aan de uitoefening van deze taken besteden. De hoogte van deze vergoeding en de uitkeringsprocedure worden door de Commissie vastgesteld.

Artikel 4

De Commissie stelt de bovengenoemde personen van dit besluit in kennis, en zij stelt elke persoon die overeenkomstig artikel 1, lid 2, later als lid van het Comité van toezicht wordt aangewezen, eveneens onverwijld van dit besluit in kennis.

Deze benoeming geschiedt overeenkomstig artikel 11, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 1073/1999. Zij laat eventuele toekomstige wijzigingen van deze bepalingen door het Europees Parlement en de Raad onverlet, met name de eventuele wijziging van de duur van de ambtstermijn met het oog op een mogelijke introductie van de gespreide vervanging van de leden van het Comité.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op 23 januari 2012.

Gedaan te Brussel, 23 januari 2012.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

Martin SCHULZ

Voor de Raad

De voorzitter

Jeppe TRANHOLM-MIKKELSEN

Voor de Commissie

Algirdas ŠEMETA

Lid van de Commissie


(1)   PB L 136 van 31.5.1999, blz. 20.

(2)   PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1.

(3)   PB L 136 van 31.5.1999, blz. 8.


Top