This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32011R0287
Council Implementing Regulation (EU) No 287/2011 of 21 March 2011 imposing a definitive anti-dumping duty on imports of tungsten carbide, tungsten carbide simply mixed with metallic powder and fused tungsten carbide originating in the People’s Republic of China following an expiry review pursuant to Article 11(2) of Regulation (EC) No 1225/2009
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 287/2011 van de Raad van 21 maart 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 287/2011 van de Raad van 21 maart 2011 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009
PB L 78 van 24.3.2011, pp. 1–12
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
No longer in force, Date of end of validity: 02/06/2017
|
24.3.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 78/1 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 287/2011 VAN DE RAAD
van 21 maart 2011
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1225/2009
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) („de basisverordening”), en met name artikel 9, lid 4 en artikel 11, leden 2, 5 en 6,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie („de Commissie”), ingediend na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
1. Huidige maatregelen
|
(1) |
Bij Verordening (EEG) nr. 2737/90 (2) heeft de Raad een definitief antidumpingrecht van 33 % ingesteld op wolfraamcarbide en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de Volksrepubliek China („VRC”). Bij Besluit 90/480/EEG (3) heeft de Commissie verbintenissen van twee belangrijke exporteurs aanvaard met betrekking tot het product waarop de maatregelen van toepassing zijn. |
|
(2) |
Na de intrekking van de verbintenissen door de betreffende twee Chinese exporteurs heeft de Commissie bij Verordening (EG) nr. 2286/94 (4) een voorlopig antidumpingrecht ingesteld op het betrokken product. |
|
(3) |
Bij Verordening (EG) nr. 610/95 (5) heeft de Raad Verordening (EEG) nr. 2737/90 gewijzigd en een definitief recht van 33 % ingesteld op wolfraamcarbide en gesmolten wolfraamcarbide. Na een nieuw onderzoek geopend op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening („het vorige nieuwe onderzoek”) werden deze maatregelen bij Verordening (EG) nr. 771/98 van de Raad (6) met vijf jaar verlengd. |
|
(4) |
Bij Verordening (EG) nr. 2268/2004 (7) heeft de Raad — na een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen — een antidumpingrecht van 33 % ingesteld op wolfraamcarbide en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de VRC. |
|
(5) |
Bij Verordening (EG) nr. 1275/2005 (8) heeft de Raad de definitie van de productomschrijving gewijzigd waardoor ook wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, onder de definitie valt. |
2. Verzoek om een nieuw onderzoek
|
(6) |
Na de bekendmaking van een bericht dat de definitieve antidumpingmaatregelen op korte termijn zouden vervallen (9) heeft de Commissie op 30 september 2009 een verzoek om een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening ontvangen. Het verzoek werd ingediend door de European Association of Metals (Eurometaux) („de indieners van het verzoek”) namens producenten in de Unie die samen een groot deel, in dit geval meer dan 50 %, van de totale productie van wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide in de Unie voor hun rekening nemen. |
|
(7) |
Het verzoek werd ingediend omdat het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk leidt tot voortzetting of herhaling van dumping en herhaling van schade voor de bedrijfstak van de Unie. |
3. Opening van het onderzoek
|
(8) |
Daar de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité tot de conclusie was gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal was om een nieuw onderzoek in verband met het vervallen van de maatregelen te openen, heeft zij op 30 december 2009 door middel van bekendmaking van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie (10) („het bericht van opening”) de opening van een nieuw onderzoek op grond van artikel 11, lid 2, van de basisverordening aangekondigd. |
4. Onderzoek
4.1. Onderzoektijdvak
|
(9) |
Het onderzoek naar de voortzetting of herhaling van dumping had betrekking op de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 („het tijdvak van het nieuwe onderzoek” of „TNO”). Het onderzoek naar de ontwikkelingen die relevant zijn om te beoordelen of een herhaling van de schade waarschijnlijk is, had betrekking op de periode van 1 januari 2006 tot het eind van het TNO („de beoordelingsperiode”). |
4.2. Bij het onderzoek betrokken partijen
|
(10) |
De Commissie heeft de indiener van het verzoek, andere haar bekende producenten in de Unie, de haar bekende producenten-exporteurs, importeurs en gebruikers, de producenten in het referentieland en de vertegenwoordigers van de VRC van de opening van het nieuwe onderzoek in kennis gesteld. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld om binnen de in het bericht van opening genoemde termijn hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken te worden gehoord. |
|
(11) |
Alle belanghebbenden die daar met opgave van redenen om hebben verzocht, zijn gehoord. |
|
(12) |
De Commissie heeft alle haar bekende betrokken partijen en alle partijen die zich binnen de in het bericht van opening vermelde termijn hebben gemeld, een vragenlijst toegezonden. De Commissie heeft van zeven producenten in de Unie, één producent-exporteur in de VRC, één producent-exporteur in het referentieland en drie gebruikers een reactie ontvangen. |
|
(13) |
Geen enkele importeur heeft aan de steekproef deelgenomen, de Commissie informatie verschaft of zich tijdens het onderzoek gemeld. Aangezien slechts één Chinese producent-exporteur de gevraagde informatie heeft verstrekt, hoefde geen steekproef te worden samengesteld. |
|
(14) |
De Commissie verzamelde en controleerde alle gegevens die zij nodig achtte om vast te stellen of het waarschijnlijk was dat de dumping en daaruit resulterende schade zouden voortduren of opnieuw zouden optreden en om het belang van de Unie te bepalen. Bij de volgende ondernemingen werd ter plaatse een controle uitgevoerd:
|
B. BETROKKEN PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
|
(15) |
Het nieuwe onderzoek heeft betrekking op wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de VRC, momenteel ingedeeld onder de GN-codes 2849 90 30 en ex 3824 30 00 . |
|
(16) |
Wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide zijn verbindingen van koolstof en wolfraam die door warmtebehandeling worden vervaardigd (carbonering in het geval van wolfraamcarbide, smelten in het geval van gesmolten wolfraamcarbide). Deze producten zijn halffabrikaten die gebruikt worden bij de vervaardiging van hard metalen componenten (bijvoorbeeld gecementeerde snijgereedschappen op carbidebasis en slijtvaste componenten), abrasiebestendige coatings, boorijzers van instrumenten voor olieboringen en mijnbouw, en trekogen en mondstukken voor het draadtrekken en smeden van metalen. |
|
(17) |
Uit het nieuwe onderzoek is gebleken dat het door de producent-exporteur geproduceerde en in de Unie verkochte betrokken product op het punt van fysische en chemische eigenschappen en gebruiksdoeleinden identiek is aan het door de producenten in de Unie voor de markt van de Unie geproduceerde product en aan het in het referentieland geproduceerde en verkochte product. Daarom worden de producten als soortgelijke producten beschouwd in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening. |
C. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN VOORTZETTING OF HERHALING VAN DE DUMPING
1. Voorafgaande opmerkingen
|
(18) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening werd onderzocht of er nog dumping plaatsvond en, zo ja, of het vervallen van de maatregelen waarschijnlijk tot voortzetting of herhaling van de dumping zou leiden. Er wordt aan herinnerd dat bij een onderzoek in het kader van dit artikel niet opnieuw wordt gekeken of bedrijven voor een behandeling als marktgerichte onderneming („BMO”) in aanmerking komen. |
|
(19) |
Zoals hierboven uiteengezet, hoefde voor de producenten-exporteurs in de VRC geen steekproef te worden samengesteld. |
|
(20) |
In het onderzoekstadium waarin de steekproeven werden samengesteld, bleek dat de enige medewerkende Chinese producent-exporteur minder dan 5 % van de totale Chinese uitvoer naar de Unie vertegenwoordigt. De Chinese autoriteiten en de andere belanghebbenden werden in kennis gesteld van de mogelijkheid artikel 18 van de basisverordening toe te passen wegens de gebrekkige medewerking van de producenten-exporteurs. De Commissie ontving hierop echter geen reactie. |
|
(21) |
In een later stadium van het onderzoek (met name in de antwoorden op de vragenlijst) heeft de medewerkende producent-exporteur de foutieve informatie over zijn uitvoer naar de Unie gecorrigeerd en het volume van zijn uitvoer naar de Unie naar boven herzien. Tegelijkertijd werden de volumes van het uit de VRC naar de Unie uitgevoerde betrokken product verder geanalyseerd op basis van cijfers van Eurostat. Als gevolg daarvan en na de controle van de antwoorden op de vragenlijst werd vastgesteld dat de uitvoer van de medewerkende producent-exporteur zeer hoog was (11). Op basis daarvan werd geconcludeerd dat er in ruime mate medewerking aan het onderzoek werd verleend. |
2. Dumping van invoer gedurende het TNO
2.1. Referentieland
|
(22) |
Aangezien bij de vorige onderzoeken aan geen enkele producent-exporteur uit de VRC een BMO werd toegekend, werd de normale waarde voor China vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 7, onder a), van de basisverordening. |
|
(23) |
In het bericht van opening werd voorgenomen de VSA te gebruiken als referentieland voor het vaststellen van de normale waarde voor de VRC. De belanghebbenden werd verzocht opmerkingen te maken over deze keuze. Geen van de belanghebbenden heeft opmerkingen of bezwaren gemaakt. De VSA werden ook bij het oorspronkelijke onderzoek als referentieland gebruikt en er zijn blijkbaar geen nieuwe of gewijzigde omstandigheden opgetreden of aan de Commissie gemeld om een verandering van referentieland te rechtvaardigen. De VSA werden beschouwd als een representatieve referentiemarkt, vooral gezien de openheid en het concurrentievermogen van de binnenlandse markt in de VSA. Bovendien stemde één producent uit de VSA ermee in aan dit nieuwe onderzoek mee te werken. |
|
(24) |
Daarom zijn de VSA voor dit nieuwe onderzoek als referentieland met een markteconomie gebruikt. |
2.2. Normale waarde
|
(25) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 7, van de basisverordening werd de normale waarde vastgesteld aan de hand van de gecontroleerde gegevens die de medewerkende producent in het referentieland heeft verstrekt, dat wil zeggen aan de hand van de op de binnenlandse markt van de VSA betaalde of te betalen prijzen voor productsoorten die in het kader van normale handelstransacties zijn verkocht. |
|
(26) |
Derhalve was de normale waarde de gewogen gemiddelde prijs bij verkoop door de medewerkende producent in de VSA aan niet-verbonden afnemers op de binnenlandse markt. |
|
(27) |
Eerst werd voor de medewerkende producent in de VSA nagegaan of zijn totale binnenlandse verkoop van het soortgelijke product aan onafhankelijke afnemers representatief was overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening, d.w.z. of deze 5 % of meer bedroeg van de totale uitvoer van het betrokken product naar de Unie. De binnenlandse verkoop van de medewerkende producent in de VSA gedurende het tijdvak van het nieuwe onderzoek was voldoende representatief. |
|
(28) |
Vervolgens werd onderzocht of de binnenlandse verkoop van het soortgelijke product had plaatsgevonden in het kader van normale handelstransacties in de zin van artikel 2, lid 4, van de basisverordening. Hiertoe werd voor het op de markt van de VSA verkochte soortgelijke product het percentage van de winstgevende binnenlandse verkoop aan onafhankelijke afnemers in het TNO vastgesteld. |
|
(29) |
Aangezien de met winst verkochte hoeveelheid van het soortgelijke product minder dan 80 % van de totale verkochte hoeveelheid van het soortgelijke product bedroeg, werd de normale waarde gebaseerd op de werkelijke binnenlandse prijs, die werd berekend als de gewogen gemiddelde prijs van de winstgevende verkoop. |
2.3. Uitvoerprijs
|
(30) |
Aangezien — zoals eerder beschreven — de medewerkende producent-exporteur goed was voor meer dan 90 % van de totale Chinese uitvoer naar de Unie, werd de uitvoerprijs onderzocht op basis van de door die producent-exporteur verstrekte gegevens, d.w.z. de naar behoren gecorrigeerde, werkelijk betaalde of te betalen prijs voor het betrokken product bij uitvoer naar de Unie. |
2.4. Vergelijking
|
(31) |
De gewogen gemiddelde normale waarde werd vergeleken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs per soort van het betrokken product, af fabriek, in hetzelfde handelsstadium en op hetzelfde belastingniveau. Overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening werd, om een billijke vergelijking te kunnen maken, rekening gehouden met verschillen in factoren waarvan werd aangevoerd en aangetoond dat zij de prijzen en de vergelijkbaarheid van de prijzen beïnvloeden. Er werden correcties toegepast voor de kosten van vervoer over zee en in het binnenland, verzekeringen, bankkosten, verlading en verpakking. Bovendien werd voor de uitvoerbelasting een correctie van 5 % op de uitvoerprijs toegepast en voor de btw een correctie op de normale waarde. |
2.5. Dumpingmarge
|
(25) |
Overeenkomstig artikel 2, lid 11, van de basisverordening werd de dumpingmarge per productsoort vastgesteld door de gewogen gemiddelde normale waarde te vergelijken met de gewogen gemiddelde uitvoerprijs in hetzelfde handelsstadium. Uit deze vergelijking bleek dat de dumping tijdens het TNO meer dan 80 % bedroeg, d.w.z. dat er sprake was van een veel omvangrijkere dumping dan bij het vorige onderzoek (31 %). De exacte dumpingmarge kan niet worden bekendgemaakt gezien de vertrouwelijkheid van de informatie. De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens die door één producent-exporteur in de VRC en één producent in het referentieland zijn verstrekt. De bekendmaking van de dumpingmarge zou zowel de medewerkende producent-exporteur in de VRC als de producent in het referentieland in staat stellen respectievelijk de normale waarde en de uitvoerprijs van de ander te deduceren, wat een duidelijke inbreuk zou betekenen op het recht van beide partijen op vertrouwelijkheid. |
3. Ontwikkeling van de invoer als de maatregelen worden ingetrokken
3.1. Voorafgaande opmerking
|
(33) |
De gegevens in dit hoofdstuk zijn het resultaat van een analyse van de gegevens die in het verzoek om een nieuw onderzoek en door de medewerkende producent-exporteur en Eurostat zijn verstrekt. |
3.2. Reservecapaciteit van de Chinese producenten-exporteurs
|
(34) |
Gezien de vertrouwelijkheid van de informatie werden de door de medewerkende Chinese producent-exporteur verstrekte gegevens over reservecapaciteit weergegeven met een marge van 20 %. De productiecapaciteit in de VRC bedroeg in 2006 en 2007 ongeveer 21 000 ton en is in 2008 en het TNO fors gestegen tot ongeveer 35 000 ton, een stijging van meer dan 80 % tijdens de beoordelingsperiode. Het gaat wellicht om voorzichtige schattingen aangezien in het verzoek om een nieuw onderzoek sprake was van een productiecapaciteit van ongeveer 50 000 ton. |
|
(35) |
Bovendien heeft de medewerkende producent-exporteur een forse stijging van de capaciteit tijdens de beoordelingsperiode gemeld. |
|
(36) |
Uit de tijdens het onderzoek verzamelde informatie bleek dat de totale Chinese productiecapaciteit aanzienlijk hoger was dan de daadwerkelijke Chinese productie (minstens meer dan 20 000 ton hoger in 2008 en het TNO). |
|
(37) |
In het TNO was de reservecapaciteit van de VRC (25 000 ton) zesmaal groter dan het verbruik in de Unie (3 800 ton). |
|
(38) |
Gezien het bovenstaande is het duidelijk dat bij gebrek aan antidumpingmaatregelen een groot deel van de in de VRC beschikbare reservecapaciteit zou kunnen worden gebruikt om de uitvoer naar de Unie te verhogen. |
|
(39) |
Bovendien bleek uit de tijdens het onderzoek verstrekte informatie dat de markt van voor de productie van het betrokken product gebruikte grondstoffen in belangrijke mate verstoord is. Op de eerste plaats hebben de Chinese autoriteiten quota voor grondstoffen vastgesteld. Op de tweede plaats beperken de Chinese autoriteiten de toegang tot grondstoffen door uitvoerbelastingen te heffen en de btw te verlagen, maatregelen die ook voor het betrokken product gelden (zie overweging 31). Deze feiten vormen extra elementen die erop wijzen dat de dumping naar alle waarschijnlijkheid zal worden voortgezet. |
3.3. Aantrekkelijkheid van de markt van de Unie en prijzen bij uitvoer naar derde landen
|
(40) |
Uit de door de medewerkende exporteur verstrekte prijsgegevens — die gezien de vertrouwelijkheid van de informatie niet mogen worden bekendgemaakt — blijkt dat de Unie een interessante markt voor de Chinese producenten-exporteurs vormt. Tijdens de hele beoordelingsperiode (behalve in 2007) waren de verkregen prijzen op de markten van andere derde landen lager dan de aan de Unie aangerekende prijzen (ruwweg 10 à 20 % lager in verschillende jaren tijdens de hele beoordelingsperiode). |
|
(41) |
Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat — wat de verkrijgbare prijzen betreft — de EU-markt beslist een aantrekkelijk alternatief voor de Chinese exporteurs vormt. |
|
(42) |
Als de maatregelen worden ingetrokken, hebben de Chinese producenten-exporteurs bijgevolg een motief om hun producten naar de markt van de Unie uit te voeren. Door de hogere prijzen op de markt van de Unie zouden de Chinese producenten-exporteurs hogere winstmarges kunnen behalen. |
3.4. Ontwijking van maatregelen
|
(43) |
In 2005 zijn de maatregelen tot nog een andere GN-code verruimd, nadat was vastgesteld dat Chinese exporteurs de maatregelen ontweken door kleine hoeveelheden van een ander metaalpoeder (meestal kobalt) aan wolfraamcarbidepoeder toe te voegen (12). Ook deze praktijken om de maatregelen te ontwijken wijzen erop dat de dumping waarschijnlijk zal worden voortgezet. Ze vormen een duidelijk bewijs dat de Europese markt aantrekkelijk blijft voor de Chinese producenten-exporteurs, die bij gebrek aan antidumpingmaatregelen waarschijnlijk grotere hoeveelheden wolfraamcarbide naar de Europese Unie zouden uitvoeren. |
3.5. Conclusie betreffende de waarschijnlijkheid van voortzetting van dumping
|
(44) |
Uit de bovenstaande analyse blijkt dat Chinese producten nog steeds tegen dumpingprijzen in de Unie werden ingevoerd met zeer hoge dumpingmarges. Vooral in het licht van de analyse van de prijzen op de EU-markt en de markten van andere derde landen en de in de VRC beschikbare capaciteit kan worden geconcludeerd dat de dumping waarschijnlijk zal worden voortgezet als de maatregelen worden ingetrokken. |
D. SITUATIE OP DE MARKT VAN DE UNIE
1. Definitie van de bedrijfstak van de Unie
|
(45) |
Het soortgelijke product wordt in de Unie door zeven ondernemingen of groepen ondernemingen geproduceerd. |
|
(46) |
Zij worden daarom als de bedrijfstak van de Unie in de zin van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening beschouwd en zullen hierna als „de bedrijfstak van de Unie” worden aangeduid. |
2. Voorafgaande opmerking
|
(47) |
Om de vertrouwelijkheid van de informatie overeenkomstig artikel 19 van de basisverordening te waarborgen moesten de gegevens over de invoer van het betrokken product van oorsprong uit de VRC in de Unie worden geïndexeerd. |
|
(48) |
Wat de invoer onder Taric-code 3824 30 00 10 betreft, is de onderstaande analyse gebaseerd op de invoergegevens op Taric-codeniveau — aangevuld met gegevens die ingevolge artikel 14, lid 6, van de basisverordening zijn verzameld — omdat in de gegevens van Eurostat op GN-codeniveau (GN-code 3824 30 00 ) ook de invoer van andere producten dan het betrokken product is begrepen. Taric-gegevens worden als vertrouwelijk beschouwd omdat ze zo gedetailleerd zijn dat ze identificatie mogelijk maken. Daarom worden bij sommige gegevens orden van grootte gehanteerd. |
|
(49) |
De gegevens over de bedrijfstak van de Unie zijn gebaseerd op de antwoorden van de zeven producenten in de Unie op de vragenlijst. |
3. Verbruik in de Unie
|
(50) |
Het verbruik in de Unie werd vastgesteld op grond van het verkoopvolume van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie en invoergegevens van Eurostat. |
|
(51) |
Tussen 2006 en het TNO nam het verbruik in de Unie met 62 % af. Deze daling vond vooral plaats tussen 2008 en het TNO. Het verbruik lag in het TNO 63 % lager dan in 2008. Tabel 1 Verbruik
|
4. Omvang, marktaandeel en prijzen van de invoer met dumping uit de Volksrepubliek China
|
(52) |
De ontwikkeling van de omvang, het marktaandeel en de gemiddelde prijzen van de invoer met dumping uit de VRC wordt hieronder weergegeven. De cijfers zijn afkomstig van Eurostat. Tabel 2 Invoer uit de VRC
|
|
(53) |
De omvang van de invoer met dumping van het betrokken product van oorsprong uit de VRC is tijdens de beoordelingsperiode met 89 % gedaald en bedroeg ongeveer 80 ton tijdens het TNO. Ook het marktaandeel van deze invoer daalde van 7,1 % in 2006 tot 2,1 % in het TNO. |
|
(54) |
Deze daling kan mogelijk worden verklaard door de forse stijging van het binnenlands verbruik in de VRC tijdens de beoordelingsperiode. Bovendien lijken de Chinese autoriteiten de wolfraamvoorraden in de VRC te willen beschermen met behulp van een systeem van uitvoerquota en tarieven. |
|
(55) |
De prijs van de Chinese invoer is tijdens de beoordelingsperiode met 14 % gedaald. Deze ontwikkeling komt overeen met de algemene trend die ook voor de prijzen van de bedrijfstak van de Unie geldt. |
|
(56) |
Uit de vergelijking bleek ook dat de invoer uit de VRC — na aftrekking van het bestaande antidumpingrecht — de prijzen van de bedrijfstak van de Unie met meer dan 10 % onderbood. Deze resultaten zijn identiek aan de resultaten van het laatste onderzoek (13). |
5. Invoer uit andere landen
|
(57) |
In onderstaande tabel wordt de omvang van de invoer uit andere landen tijdens de beoordelingsperiode weergegeven. De cijfers zijn afkomstig van Eurostat. Tabel 3 Invoer uit andere landen
|
|
(58) |
De invoer uit derde landen is tijdens de beoordelingsperiode met 36 % gedaald. De invoer uit derde landen volgde een algemene markttendens als gevolg van het dalende verbruik (een daling van 62 %) maar niet aan hetzelfde tempo. Hierdoor is het marktaandeel van deze invoer gestegen van 10,5 % tot 17,9 %. Het effect van deze invoer op de bedrijfstak van de Unie kan echter niet als negatief worden beschouwd (zie overwegingen 85 tot en met 88). |
|
(59) |
Opgemerkt zij dat het marktaandeel van de Republiek Korea („Korea”) tijdens de beoordelingsperiode is verdubbeld tot 4,4 %. De Koreaanse gemiddelde invoerprijzen zijn tijdens de beoordelingsperiode gedaald, maar liggen nog steeds constant boven de gemiddelde verkoopprijs van de Chinese uitvoer. |
6. Economische situatie van de bedrijfstak van de Unie
|
(60) |
Overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de basisverordening heeft de Commissie alle relevante economische factoren en indicatoren onderzocht die op de situatie van de bedrijfstak van de Unie van invloed waren. |
6.1. Productie
|
(61) |
Vergeleken met 2006 steeg de productie van de bedrijfstak van de Unie in 2007 en 2008 respectievelijk met 5,8 % en 11,6 %. Daarna daalde de productie tijdens het TNO fors met 56 % vergeleken met 2008. Tabel 4 Totale productie in de Unie
|
6.2. Capaciteit en bezettingsgraad
|
(62) |
De productiecapaciteit is gestegen met 10,8 % tussen 2006 en het TNO. Naarmate de productie afnam (vooral tijdens het TNO), daalde de resulterende bezettingsgraad tussen 2006 en het TNO in totaal met 57 %. Tijdens het TNO bedroeg de bezettingsgraad nog 39 %. Tabel 5 Productiecapaciteit en bezettingsgraad
|
6.3. Voorraden
|
(63) |
De hoeveelheid eindvoorraden van de bedrijfstak van de Unie is in 2008 vergeleken met 2006 met 20 % gestegen en tijdens het TNO met 26 % gedaald. Tabel 6 Voorraden
|
6.4. Omvang van de verkoop
|
(64) |
De verkoop van de bedrijfstak van de Unie op de markt van de Unie aan niet-verbonden afnemers is tussen 2006 en 2008 licht gestegen en tussen 2008 en het TNO met 61 % gedaald. De omvang van de verkoop is in 2007 en 2008 gestegen maar tijdens het TNO fors gedaald. Deze ontwikkeling volgt de algemene trend van dalend verbruik op de markt van de Unie. Tabel 7 Verkoop aan niet-verbonden afnemers
|
6.5. Marktaandeel
|
(65) |
Het marktaandeel van de bedrijfstak van de Unie was tussen 2006 en 2008 tamelijk stabiel en is tussen 2008 en het einde van het TNO met 4 procentpunten gestegen. In het totaal is het marktaandeel tijdens de beoordelingsperiode met 5 procentpunten gestegen. Tabel 8 Marktaandeel EU
|
6.6. Groei
|
(66) |
Aangezien de verkoop iets minder is gedaald dan het verbruik, heeft de bedrijfstak van de Unie licht aan marktaandeel gewonnen. |
6.7. Werkgelegenheid
|
(67) |
De werkgelegenheid in de bedrijfstak van de Unie is tussen 2006 en het einde van het TNO met 17 % gedaald. De werkgelegenheid is ook tijdens de periode 2006-2008 gedaald, hoewel de productie in diezelfde periode is toegenomen. Dat bewijst dat de bedrijfstak van de Unie inspanningen heeft geleverd om de productiviteit te verbeteren. De forse daling van de productie tijdens het TNO heeft echter tot een aanzienlijke verslechtering van de werkgelegenheid geleid. Tabel 9 Werkgelegenheid
|
6.8. Productiviteit
|
(68) |
De productiviteit van de werknemers van de bedrijfstak van de Unie (gemeten als de productie per werknemer per jaar) is vergeleken met 2006 in 2007 en 2008 respectievelijk met 7 % en 15 % gestegen. Daarna is de productiviteit tussen 2008 en het einde van het TNO met 49 % gedaald. Tabel 10 Productiviteit
|
6.9. Verkoopprijzen
|
(69) |
De gemiddelde verkoopprijs af fabriek van de bedrijfstak van de Unie aan niet-verbonden afnemers op de markt van de Unie vertoonde tijdens de beoordelingsperiode een dalende tendens. In het totaal moest de bedrijfstak van de Unie de prijzen tussen 2006 en het einde van het TNO met 15,4 % verlagen. |
|
(70) |
Zoals vermeld in de overwegingen 55 en 56 volgden de prijzen van de invoer met dumping uit de VRC nagenoeg dezelfde trend als de prijzen van de bedrijfstak van de Unie, maar waren ze constant lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Tijdens het TNO waren de prijzen van de VRC meer dan 10 % lager dan de prijzen van de bedrijfstak van de Unie. Tabel 11 Eenheidsprijs op de EU-markt
|
6.10. Lonen
|
(71) |
Tussen 2006 en het einde van het TNO steeg het gemiddelde loon per werknemer met 4,8 %. Tabel 12 Arbeidskosten
|
6.11. Investeringen en vermogen om kapitaal aan te trekken
|
(72) |
Tussen 2006 en 2008 zijn de jaarlijkse investeringen door de bedrijfstak van de Unie in het betrokken product met 18 % toegenomen. Tussen 2007 en 2008 zijn de investeringen met 103 % gestegen. Tijdens het TNO is echter 65 % minder geïnvesteerd dan in 2008. |
|
(73) |
Er is vooral geïnvesteerd in de bouw van nieuwe faciliteiten om wolfraammateriaal van gebruikte materialen en schroot te produceren. De investeringen moesten worden teruggeschroefd wegens: i) de daling van het algemene productieniveau op de markt van de Unie, ii) de verstoringen van de grondstoffenmarkt (zie overweging 39) en iii) de economische crisis. |
|
(74) |
Tijdens het TNO bleven grote investeringen uit. De belangrijkste reden hiervoor was de economische crisis die in 2008 begon en tijdens het TNO een dieptepunt bereikte doordat het steeds moeilijker werd aan vers kapitaal te raken. Tabel 13 Investeringen
|
6.12. Winstgevendheid en rendement van investeringen
|
(75) |
Deels dankzij de bestaande antidumpingmaatregelen en deels dankzij de inspanningen van de bedrijfstak van de Unie om de bronnen van de grondstoffen te diversifiëren bleef de bedrijfstak van de Unie tussen 2006 en 2008 winstgevend, ook al was de winstgevendheid tijdens deze periode in het totaal 26 % lager. Tijdens het TNO heeft de bedrijfstak van de Unie echter veel minder gunstige resultaten geboekt en blijk gegeven van enige kwetsbaarheid. |
|
(76) |
Het rendement van investeringen vertoonde tijdens de hele beoordelingsperiode in grote mate dezelfde trend als de winstgevendheid. Tabel 14 Winstgevendheid en rendement van investeringen
|
6.13. Kasstroom
|
(77) |
De kasstroom, d.w.z. het vermogen van de bedrijfstak om haar activiteiten zelf te financieren, heeft zich tijdens het onderzoektijdvak positief ontwikkeld. Tussen 2006 en het einde van het TNO heeft zich echter een daling met ongeveer 35 % voorgedaan. Tabel 15 Kasstroom
|
6.14. Hoogte van de dumpingmarge
|
(78) |
Tijdens het TNO werd de dumping uit de VRC voortgezet op een niveau dat aanzienlijk boven het huidige niveau van de maatregelen ligt. Bovendien kan het effect van de werkelijke dumpingmarges op de bedrijfstak van de Unie niet als te verwaarlozen worden beschouwd gezien de verstoringen van de grondstoffenmarkt, de reservecapaciteit en de prijzen van de invoer uit de VRC. |
6.15. Herstel van de gevolgen van eerdere dumping
|
(79) |
Onderzocht werd of de bedrijfstak van de Unie zich hersteld had van de gevolgen van eerdere dumping. Geconcludeerd werd dat de bedrijfstak van de Unie zich grotendeels van die gevolgen had hersteld doordat de bestaande antidumpingmaatregelen doeltreffend bleken. De economische crisis heeft het herstelproces echter een halt toegeroepen en de problemen van de bedrijfstak van de Unie geaccentueerd. |
7. Gevolgen van de invoer met dumping en andere factoren
7.1. Gevolgen van de invoer met dumping
|
(80) |
Tegelijkertijd met het dalende verbruik in de Unie is het marktaandeel van de Chinese invoer gedaald van 7,1 % tot 2,1 % (zie overweging 52). Uit de beschikbare gegevens blijkt dat deze invoer plaatsvond tegen prijzen die onder die van de bedrijfstak van de Unie en ook onder die van de invoer van oorsprong uit andere derde landen lagen. Zoals vermeld in overweging 56 onderbood de Chinese invoer — na aftrek van het bestaande antidumpingrecht — de prijzen van de bedrijfstak van de Unie tijdens het TNO met 10,7 %. Opgemerkt zij nogmaals dat het recht 33 % bedraagt. Uit de mate van onderbieding blijkt bijgevolg enerzijds dat de bestaande rechten doeltreffend zijn en anderzijds dat de maatregelen moeten worden voortgezet. Deze conclusie wordt nog versterkt door het feit dat de vastgestelde onderbieding identiek is als tijdens het vorige onderzoek. Bijgevolg is het prijseffect van de invoer met dumping uit de VRC op de bedrijfstak van de Unie onveranderd gebleven en zal dat effect wellicht blijven voortduren zolang het tegendeel niet is bewezen. |
7.2. Gevolgen van de economische crisis
|
(81) |
Door de uiterst negatieve economische omstandigheden tijdens het TNO in de wolfraamverwerkende industrie — vooral in de sector van staal en gecementeerde carbiden die goed is voor het merendeel van het wolfraamverbruik in de Unie —, heeft de bedrijfstak van de Unie de productie en de verkoop van het betrokken product drastisch verlaagd. |
|
(82) |
Vóór de crisis beschikten de ondernemingen in de verwerkende industrie over grote wolfraamvoorraden die tijdens het TNO niet werden opgebouwd. Ook dit had gevolgen voor de productie van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(83) |
De daling van de productie en het feit dat de bedrijfstak van de Unie kapitaalintensief is (d.w.z. bepaalde hoeveelheden moet produceren om de vaste kosten per eenheid laag te houden) hadden ernstige gevolgen voor de winstgevendheid. |
|
(84) |
De analyse van de bedrijfstak van de Unie vóór de crisis bewijst echter dat de bestaande antidumpingmaatregelen doeltreffend zijn. Uit het onderzoek bleek dat de grootste producenten in de Unie belangrijke investeringen deden om verstoringen op de grondstoffenmarkt te omzeilen. Tegelijkertijd waren ze in staat om vanuit een gezonde positie op de markt te concurreren. |
7.3. Invoer uit andere landen
|
(85) |
Volgens schattingen zijn de uit andere derde landen ingevoerde hoeveelheden met 36 % gedaald van 1 500 t in 2006 tot 675 t in het TNO. Het marktaandeel van de invoer uit andere landen is gestegen van 10,5 % in 2006 tot 17,9 % in het TNO. Hun gemiddelde invoerprijs is tussen 2006 en het TNO met 8,9 % gedaald. De belangrijkste landen van invoer waren Zuid-Korea en de VSA. |
|
(86) |
Het marktaandeel van de Zuid-Koreaanse invoer is tijdens de beoordelingsperiode verdubbeld van 2,2 % tot 4,4 %. Uit de beschikbare gegevens blijkt echter dat deze invoer tijdens het TNO plaatsvond tegen prijzen die slechts iets (6,6 %) onder die van de bedrijfstak van de Unie lagen, maar 9,8 % hoger waren dan die van de invoer van oorsprong uit de VRC. |
|
(87) |
Het marktaandeel van de invoer uit de VSA is tijdens de beoordelingsperiode met 15,1 procentpunten gedaald (van 4,2 % tot 3,6 %). Uit de beschikbare gegevens blijkt echter dat deze invoer tijdens het TNO plaatsvond tegen prijzen die boven die van de bedrijfstak van de Unie lagen, en dus ook aanzienlijk hoger waren (31 %) dan die van de invoer van oorsprong uit de VRC. |
|
(88) |
De conclusie luidt dat de invoer uit Zuid-Korea en de VSA — landen die behoren tot de grootste importeurs van wolfraamcarbide naar de Europese Unie — geen negatief effect op de bedrijfstak van de Unie kon hebben, voornamelijk vanwege hun prijzen (vergelijkbaar of zelfs hoger dan de prijzen van de EU-bedrijfstak) en — in het geval van de VSA — het dalende marktaandeel. |
8. Conclusie
|
(89) |
Dankzij de doeltreffende bestaande antidumpingrechten kon de bedrijfstak van de Unie zich enigszins herstellen van de gevolgen van de schade veroorzakende dumping in het verleden. |
|
(90) |
Toch kan niet worden geconcludeerd dat de positie van de bedrijfstak van de Unie veilig is. Hoewel bijna alle schade-indicatoren met betrekking tot de financiële resultaten van de producenten in de Unie — onder meer de winstgevendheid, het rendement van investeringen en de kasstroom — tijdens de eerste jaren van de beoordelingsperiode zijn verbeterd, bleek uit het onderzoek ook dat alle schade-indicatoren tijdens het TNO zijn verslechterd. |
|
(91) |
Hoewel de daling van de vraag tijdens het TNO gedeeltelijk aan de economische crisis kon worden toegeschreven, is het effect van de uitvoer met dumping uit de VRC op de bedrijfstak van de Unie zorgvuldig onderzocht. |
|
(92) |
De omvang van de invoer uit de VRC is tussen 2006 en het einde van het TNO gedaald (zie overweging 52). De prijzen van deze invoer zijn tijdens dezelfde periode met 14 % gedaald, wat — geanalyseerd vanuit het perspectief van de vierjarige beoordelingsperiode — de ontwikkeling van de prijzen van de bedrijfstak van de Unie weerspiegelt. Opgemerkt zij echter dat de forse prijsdaling (met 15 %) van de Chinese invoer met dumping tussen 2006 en 2007 plaatsvond, d.w.z. in een periode lang vóór de economische crisis toen de bedrijfstak van de Unie zich aan het herstellen was. De prijzen van de invoer met dumping uit de VRC hebben zich daarna gestabiliseerd en de daling als gevolg van de financiële crisis lijkt beperkt te zijn. De timing (vóór de crisis) van de forse prijsdaling zou erop kunnen wijzen dat de Chinese exporteurs een meer geconcentreerde en krachtige prijsstrategie wilden ontwikkelen om de prijzen van de bedrijfstak van de Unie te onderbieden. Het verschil tussen de Chinese uitvoerprijzen en die van de bedrijfstak van de Unie bedroeg in 2007 en 2008 inderdaad respectievelijk 27 % en 22,8 %. |
|
(93) |
In 2008 waren de prijzen van de uitvoer uit China 22,8 % lager dan die van de bedrijfstak van de Unie. Tijdens het TNO is het verschil afgenomen tot 15,7 %. Door de forse daling van het verbruik moesten de producenten in de Unie hun prijzen verlagen om hun marktaandeel te behouden. |
|
(94) |
Zoals vermeld in overweging 57 is de omvang van de invoer uit andere derde landen in overeenstemming met de daling van het verbruik met 36 % gedaald. Ondanks een stijging van het marktaandeel kan het effect van deze invoer op de bedrijfstak van de Unie niet als negatief worden beschouwd (zie overweging 88). |
|
(95) |
Wat de levensvatbaarheid van de bedrijfstak van de Unie betreft, blijkt uit de tijdens het onderzoek verzamelde gegevens dat de bedrijfstak van de Unie onder normale marktvoorwaarden kan concurreren met de invoer uit derde landen. Zelfs als de prijzen lager waren dan die van de producenten in de Unie, was het verschil niet zo opvallend als met de Chinese prijzen (zie de overwegingen 85 tot en met 88). |
|
(96) |
Dankzij de verbeterde positie van de bedrijfstak van de Unie tijdens de jaren vóór het TNO kon de bedrijfstak in nieuwe hoogwaardige technologie investeren om het betrokken product op basis van schroot te produceren en verstoringen op de grondstoffenmarkt gedeeltelijk te omzeilen. |
|
(97) |
Rekening houdend met de algemene situatie van de bedrijfstak van de Unie en met de invoer uit de VRC tijdens de periode van 2006 tot het einde van het TNO en gezien de positieve ontwikkeling van een aantal indicatoren met betrekking tot de bedrijfstak van de Unie, luidt de conclusie dat de bedrijfstak van de Unie tijdens de beoordelingsperiode geen aanmerkelijke schade heeft geleden. Daarom werd onderzocht of het waarschijnlijk is dat de schade zich zal herhalen wanneer de maatregelen vervallen. |
E. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN HERHALING VAN DE SCHADE
1. Voorafgaande opmerkingen
|
(98) |
Zoals vermeld in de overwegingen 89 tot en met 97 heeft de bedrijfstak van de Unie zich dankzij de antidumpingmaatregelen van de geleden schade kunnen herstellen, zij het slechts ten dele. Toen tijdens het TNO het uitzonderlijke verbruik in de Unie gedurende het grootste deel van de beoordelingsperiode aanzienlijk daalde, bevond de bedrijfstak van de Unie zich in een zwakke en kwetsbare situatie en had hij nog altijd te kampen met de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping uit de VRC. |
|
(99) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening is de invoer uit het betrokken land onderzocht om na te gaan of het waarschijnlijk is dat de schade zich zal herhalen. |
2. Omvang van de Chinese uitvoer en aan derde landen aangerekende prijzen
|
(100) |
Vastgesteld werd dat de Chinese verkoopprijzen bij uitvoer naar andere derde landen lager waren dan de aan de Europese Unie aangerekende prijzen (ruwweg 10 à 20 % lager in verschillende jaren tijdens de beoordelingsperiode, behalve in 2007). De Chinese exporteur heeft aanzienlijke hoeveelheden (meer dan 80 % van zijn totale uitvoer) aan niet-EU-landen verkocht. Daarom werd geoordeeld dat de Chinese producenten-exporteurs bij het vervallen van de maatregelen een motief zouden hebben om aanzienlijke hoeveelheden niet langer naar andere derde landen maar naar de aantrekkelijkere markt van de Unie uit te voeren. |
3. Reservecapaciteit in de VRC
|
(101) |
Zoals vermeld in de overwegingen 34 tot en met 42 bleek tijdens het onderzoek dat de VRC over een aanzienlijke reservecapaciteit beschikt. Er waren duidelijke aanwijzingen dat — bij gebrek aan antidumpingmaatregelen — een groot deel van deze reservecapaciteit gebruikt zou kunnen worden om de uitvoer naar de Unie op te voeren. Deze vaststelling wordt bevestigd door het feit er geen aanwijzingen zijn dat derde landen of de binnenlandse markt een eventuele productiestijging in de VRC kunnen absorberen. |
4. Conclusie
|
(102) |
De bedrijfstak van de Unie lijdt al jaren onder de gevolgen van de Chinese invoer met dumping en bevindt zich nog steeds in een zwakke economische positie. |
|
(103) |
Zoals eerder vermeld heeft de bedrijfstak van de Unie zich kunnen herstellen van de Chinese dumpingpraktijken dankzij de bestaande antidumpingmaatregelen. Tijdens het TNO bevond de bedrijfstak zich echter in een moeilijke economische situatie vooral wegens de economische crisis. Als de bedrijfstak van de Unie werd blootgesteld aan steeds meer invoer met dumping uit het betrokken land, zouden de verkoop, het marktaandeel en de verkoopprijzen van de bedrijfstak wellicht verder dalen, waardoor de financiële situatie van de bedrijfstak zou verslechteren. |
|
(104) |
Zoals vermeld in overweging 56 lijkt het feit dat de verkoopprijs van de Chinese producenten die van de bedrijfstak van de Unie gemiddeld met bijna 11 % onderbood, erop te wijzen dat de Chinese producenten-exporteurs het betrokken product bij gebrek aan maatregelen waarschijnlijk naar de markt van de Unie zullen uitvoeren tegen prijzen die aanzienlijk lager zijn dan die van de bedrijfstak van de Unie. |
|
(105) |
Gezien de bevindingen van het onderzoek — de reservecapaciteit in de VRC, de verstoringen van de grondstoffenmarkt, de mogelijkheid dat de Chinese producenten-exporteurs hun uitvoer naar de Uniemarkt zullen opvoeren en/of verleggen, het prijsgedrag van de Chinezen in andere derde landen en de aantrekkelijkheid van de lucratievere Uniemarkt — zal de intrekking van de maatregelen waarschijnlijk opnieuw tot schade leiden. Een herhaling van de schade zou bijzonder ernstig zijn gezien de huidige economische crisis. |
F. BELANG VAN DE UNIE
1. Inleiding
|
(106) |
Overeenkomstig artikel 21 van de basisverordening werd onderzocht of handhaving van de bestaande antidumpingmaatregelen in strijd is met het belang van de hele Unie. Het belang van de Unie werd bepaald aan de hand van een afweging van de belangen van de betrokkenen, namelijk die van de bedrijfstak van de Unie, de importeurs en de gebruikers. |
|
(107) |
In de vorige onderzoeken werden antidumpingmaatregelen niet in strijd geacht met het belang van de Unie. Bovendien kan nu, omdat het om een nieuw onderzoek gaat waarbij een situatie wordt onderzocht waarin al antidumpingmaatregelen van toepassing zijn, worden nagegaan of die maatregelen ongewenste negatieve gevolgen voor de betrokken partijen hebben. |
|
(108) |
Op basis hiervan werd onderzocht of er, ondanks het feit dat de dumping waarschijnlijk zal worden voortgezet en de schade zich zal herhalen, dwingende redenen waren om te concluderen dat handhaving van de maatregelen in dit bijzondere geval niet in het belang van de Unie is. |
2. Belang van de bedrijfstak van de Unie
|
(109) |
Gezien de conclusies over de situatie van de bedrijfstak van de Unie (zie de overwegingen 89 tot en met 97) en op grond van de argumenten in verband met de analyse van de waarschijnlijkheid van herhaling van schade (zie de overwegingen 102 tot en met 105), kan ook worden gesteld dat de financiële positie van de bedrijfstak van de Unie waarschijnlijk ernstig zou verslechteren indien de antidumpingrechten zouden komen te vervallen. |
|
(110) |
De voortzetting van de maatregelen zou de bedrijfstak van de Unie ten goede komen, daar deze dan in staat zou zijn meer af te zetten en naar alle waarschijnlijkheid ook zijn verkoopprijzen te verhogen en zo het noodzakelijke rendement te behalen om te kunnen blijven investeren in nieuwe technologie voor zijn productiefaciliteiten. De intrekking van de maatregelen zou daarentegen het herstel van de bedrijfstak van de Unie een halt toeroepen, de levensvatbaarheid ervan ernstig bedreigen en bijgevolg het voortbestaan ervan in gevaar brengen, waardoor het aanbod en de concurrentie op de markt zouden afnemen. |
3. Belang van de importeurs/gebruikers
|
(111) |
Eén gebruiker was bereid aan het onderzoek mee te werken en vulde een vragenlijst in. Volgens deze gebruiker zou de voortzetting van de maatregelen geen negatieve gevolgen voor de mededinging op de Uniemarkt hebben. Integendeel, dankzij de voortzetting van de maatregelen zou de verwerkende industrie kunnen kiezen uit een ruimer aanbod aan met elkaar tegen marktprijzen concurrerende leveranciers. |
|
(112) |
Voorts zij opgemerkt dat bij het vorige onderzoek werd vastgesteld dat de maatregelen geen grote gevolgen zouden hebben voor de gebruikers (14). Ondanks de maatregelen konden de importeurs/gebruikers in de Unie zich onder meer in de VRC blijven bevoorraden. Ook zijn er geen aanwijzingen dat het moeilijk was andere leveranciers te vinden. Daarom wordt geconcludeerd dat handhaving van de antidumpingmaatregelen waarschijnlijk geen ernstige gevolgen heeft voor de importeurs/gebruikers in de Unie. |
4. Conclusie
|
(113) |
Verwacht wordt dat de voortzetting van de maatregelen de bedrijfstak van de Unie ten goede zal komen, hetgeen gunstige gevolgen voor de mededinging op de markt van de Unie zal hebben en het gevaar voor sluitingen en een daling van de werkgelegenheid zal doen afnemen. |
|
(114) |
Bovendien wordt verwacht dat de voortzetting van de maatregelen de gebruikers/importeurs ten goede zal komen, doordat zij kunnen blijven kiezen uit een ruim aanbod aan leveranciers op de Uniemarkt. |
|
(115) |
Bijgevolg wordt geconcludeerd dat de voortzetting van de maatregelen niet tegen het belang van de Unie indruist. |
G. ANTIDUMPINGMAATREGELEN
|
(116) |
Alle partijen zijn in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie wil aanbevelen de bestaande maatregelen te handhaven. Zij konden hierover binnen een bepaalde termijn opmerkingen maken. Met de standpunten en opmerkingen werd rekening gehouden wanneer dit gerechtvaardigd was. |
|
(117) |
Uit het bovenstaande volgt dat de antidumpingmaatregelen die van toepassing zijn op de invoer van wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de VRC overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening moeten worden gehandhaafd. Er wordt aan herinnerd dat deze maatregelen uit ad-valoremrechten bestaan, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Op wolfraamcarbide, wolfraamcarbide dat eenvoudigweg is vermengd met metaalpoeder, en gesmolten wolfraamcarbide, momenteel vallende onder GN-codes 2849 90 30 en ex 3824 30 00 (15) (Taric-code 3824 30 00 10) en van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt een definitief antidumpingrecht ingesteld.
2. Het recht, dat van toepassing is op de nettoprijs franco grens Unie, vóór inklaring, van de in lid 1 beschreven producten, bedraagt 33 %.
3. Tenzij anders vermeld, zijn de geldende bepalingen inzake douanerechten van toepassing.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 21 maart 2011.
Voor de Raad
De voorzitter
MARTONYI J.
(1) PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.
(2) PB L 264 van 27.9.1990, blz. 7.
(3) PB L 264 van 27.9.1990, blz. 59.
(4) PB L 248 van 23.9.1994, blz. 8.
(5) PB L 64 van 22.3.1995, blz. 1.
(6) PB L 111 van 9.4.1998, blz. 1.
(7) PB L 395 van 31.12.2004, blz. 56.
(8) PB L 202 van 3.8.2005, blz. 1.
(9) PB C 115 van 20.5.2009, blz. 18.
(10) PB C 322 van 30.12.2009, blz. 23.
(11) Het exacte percentage kan niet worden bekendgemaakt wegens de vertrouwelijkheid van de informatie.
(12) Verordening (EG) nr. 1275/2005 van de Raad van 26 juli 2005 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2268/2004 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op de invoer van wolfraamcarbide en gesmolten wolfraamcarbide van oorsprong uit de Volksrepubliek China (PB L 202 van 3.8.2005, blz. 1).
(13) Zie overweging 65 van Verordening (EG) nr. 2268/2004.
(14) Zie overweging 101 van Verordening (EG) nr. 2268/2004.
(15) De deeltjes zijn onregelmatig en niet vrij stromend, in tegenstelling tot de deeltjes van persklare poeders, die sferisch of korrelig zijn gevormd, homogeen en vrij stromend zijn. Deze slechte stromingscapaciteit kan worden gemeten en vastgesteld aan de hand van een geijkte trechter, bijvoorbeeld een HALL-stromingsmeter (ISO-norm 4490).