This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32011D0809
2011/809/EU: Council Decision of 30 November 2011 on the position to be taken by the European Union within the General Council of the World Trade Organization on the extension of the WTO waiver in order to implement the EU autonomous preferential trade regime for the Western Balkans
2011/809/EU: Besluit van de Raad van 30 november 2011 betreffende het door de Europese Unie in de Algemene Raad van de Wereldhandelsorganisatie in te nemen standpunt over verlenging van de ontheffing met betrekking tot de uitvoering van het autonome preferentiële handelsregeling van de EU voor de westelijke Balkan
2011/809/EU: Besluit van de Raad van 30 november 2011 betreffende het door de Europese Unie in de Algemene Raad van de Wereldhandelsorganisatie in te nemen standpunt over verlenging van de ontheffing met betrekking tot de uitvoering van het autonome preferentiële handelsregeling van de EU voor de westelijke Balkan
PB L 324 van 7.12.2011, p. 28–28
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
In force
|
7.12.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 324/28 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 30 november 2011
betreffende het door de Europese Unie in de Algemene Raad van de Wereldhandelsorganisatie in te nemen standpunt over verlenging van de ontheffing met betrekking tot de uitvoering van het autonome preferentiële handelsregeling van de EU voor de westelijke Balkan
(2011/809/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, juncto artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De Unie heeft wetgeving tot verlenging van het autonome preferentiële handelsregeling voor de westelijke Balkan tot en met 31 december 2015 vastgesteld. Zonder ontheffing van de verplichtingen van de Unie krachtens artikel I, lid 1, van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994 (GATT 1994) moet de behandeling in het kader van het autonome preferentiële handelsregeling tot alle andere leden van de Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organisation — WTO) worden uitgebreid. Daarom moet worden verzocht om ontheffing van artikel I, lid 1, van de GATT 1994 uit hoofde van artikel IX, lid 3, van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie. |
|
(2) |
De Unie heeft dat verzoek op 26 oktober 2011 ingediend en de Algemene Raad van de WTO moet daarover beraadslagen. |
|
(3) |
Het is daarom aangewezen het standpunt vast te stellen dat de Unie in de Algemene Raad van de WTO met betrekking tot het verzoek moet innemen, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat door de Europese Unie in de Algemene Raad van de Wereldhandelsorganisatie moet worden ingenomen is dat zij instemt met verlenging van de WTO-ontheffing voor de westelijke Balkan tot en met 31 december 2016.
Dit standpunt zal door de Commissie tot uitdrukking worden gebracht.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel, 30 november 2011.
Voor de Raad
De voorzitter
J. VINCENT-ROSTOWSKI