EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32009D0750

2009/750/EG: Beschikking van de Commissie van 6 oktober 2009 tot definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst en de bijbehorende technische onderdelen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 7547) (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 268, 13.10.2009, p. 11–29 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 036 P. 224 - 242

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2009/750/oj

13.10.2009   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 268/11


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 6 oktober 2009

tot definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst en de bijbehorende technische onderdelen

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 7547)

(Voor de EER relevante tekst)

(2009/750/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2004/52/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap, en met name op artikel 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Krachtens Richtlijn 2004/52/EG dient de Commissie de Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS) te definiëren overeenkomstig de procedure die wordt beschreven in artikel 5, lid 2, van die richtlijn.

(2)

Eén enkel contract met één EETS-aanbieder moet volstaan om EETS-gebruikers in staat te stellen tolgeld te betalen in alle EETS-gebieden van het Europese wegennet, overeenkomstig artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2004/52/EG, middels, onder meer één enkele set voertuigapparatuur, die kan worden gebruikt in alle EETS-gebieden.

(3)

Deze beschikking heeft betrekking op de uitwisseling van informatie tussen lidstaten, tolheffende instanties, dienstenverleners en weggebruikers teneinde te waarborgen dat de verschuldigde EETS-tol op correcte wijze wordt gemeld.

(4)

De invoering van de Europese elektronische tolheffingsdienst heeft tot gevolg dat persoonsgegevens zullen worden verwerkt, waarbij een strikte naleving is vereist van de relevante communautaire voorschriften, zoals die welke vervat zijn in Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad (2) en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad (3).

(5)

Tolheffende instanties moeten EETS-aanbieders op niet-discriminerende wijze toegang verlenen tot hun EETS-gebied.

(6)

Om garanties te bieden voor transparantie en een niet-discriminerende toegang tot de EETS-gebieden voor alle EETS-aanbieders te waarborgen, moeten de tolheffende instanties alle relevante informatie inzake toegangsrechten kenbaar maken in een specifieke verklaring voor elk EETS-gebied.

(7)

De Europese elektronische tolheffingsdienst is gebaseerd op de beginselen van transparantie en efficiënte en billijke prijsstelling.

(8)

Er moet worden voorzien in een bemiddelingsprocedure waarmee geschillen tussen tolheffende instanties en EETS-aanbieders tijdens de contractbesprekingen en de duur van de contractuele betrekkingen kunnen worden beslecht. Wanneer tolheffende instanties en EETS-aanbieders geschillen met betrekking tot de niet-discriminerende toegang tot EETS-gebieden wensen te beslechten, moeten zij de nationale bemiddelende instanties raadplegen.

(9)

Efficiënt beheer van een billijke, niet-discriminerende toegang tot de Europese elektronische tolheffingsdienst, waarbij onnodige administratieve rompslomp moet worden voorkomen, vereist een nauwe samenwerking tussen de bemiddelende instanties (4) van de lidstaten op het gebied van zowel de toepassing van de communautaire voorschriften als de behandeling van eventuele beroepszaken, onder voorbehoud van toetsing door de rechter.

(10)

Tolheffende instanties kunnen verschillende toltarieven hanteren naargelang van het soort gebruikers en/of voertuigen, met inachtneming van het beginsel van non-discriminatie tussen EETS-gebruikers, zoals bedoeld in Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (de dienstenrichtlijn) (5).

(11)

EETS-gebruikers zullen niet meer tolgeld betalen dan het dienovereenkomstige nationale/lokale tolgeld.

(12)

De tolheffende instanties mogen voor nationale en lokale doeleinden specifieke eigen nationale of lokale diensten handhaven of opzetten op basis van manuele, automatische of elektronische systemen. De Europese elektronische tolheffingsdienst vormt een aanvulling op de nationale of lokale elektronische tolheffingsdiensten van de lidstaten voor het betalen van tolgeld, maar de lidstaten die over tolheffingssystemen beschikken, moeten de nodige maatregelen nemen om het gebruik van elektronische tolheffingssystemen te vergroten en zij moeten inspanningen doen om te waarborgen dat minstens 50 procent van de verkeersstroom aan elke tolpoort gebruik kan maken van elektronische tolsystemen.

(13)

De beleidsmaatregelen inzake tolheffing zijn gebaseerd op Europese, nationale of lokale wetgeving; de toepassing ervan valt onder de verantwoordelijkheid van de tolheffende instanties. Elke lidstaat bepaalt op niet-discriminerende wijze hoe toezicht moet worden uitgeoefend op de tolmelding, overeenkomstig de Europese wetgeving, indien van toepassing. De Europese elektronische tolheffingsdienst dient te voorzien in interoperabele instrumenten om te controleren of de tolmelding voor voertuigen die schijnbaar gebruik maken van EETS op correcte wijze geschiedt.

(14)

Dankzij de tolheffingstechnologie kan tolgeld worden geïnd zonder dat daarbij gebruik hoeft te worden gemaakt van fysieke barrières, hetgeen bijdraagt aan de veiligheid op de weg en filevorming beperkt.

(15)

Inkomsten uit tolheffing worden in de regel gebruikt om de aanleg- en onderhoudskosten van vervoersinfrastructuren te financieren; wegvervoerders die geen tolgeld betalen, beroven de lidstaten en de Gemeenschap van deze financiële middelen en hebben een oneerlijk concurrentievoordeel ten opzichte van wegvervoerders die wel betalen; het risico bestaat dat tolontduiking de doelstellingen van het vervoersbeleid inzake het beheer van verkeersstromen, congestie en verontreiniging ondermijnt.

(16)

Het is dienstig om voor de gehele Gemeenschap geldende essentiële EETS-eisen te definiëren.

(17)

EETS omvat technische en organisatorische aspecten. Voor beide aspecten moeten essentiële eisen worden vastgesteld om de EETS-interoperabiliteit vanuit alle standpunten te garanderen. Om aan deze technische eisen te voldoen, moeten technische specificaties worden opgesteld voor de gehele Gemeenschap, met name ten aanzien van onderdelen en interfaces.

(18)

Teneinde te voldoen aan de relevante bepalingen inzake de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de wegensector, en met name aan Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (6), dienen de aanbestedende diensten de technische specificaties te vermelden in de aankondiging van hun opdracht of elders, bijvoorbeeld in de algemene stukken of in het bestek voor elke opdracht. De technische specificaties kunnen worden vastgesteld door verwijzing naar bepaalde documenten; te dien einde moet worden voorzien in een geheel van Europese specificaties die als referentie kunnen worden gebruikt.

(19)

Krachtens Richtlijn 2004/18/EG kan een technische specificatie onder meer worden vastgesteld door verwijzing naar een Europese norm of een geharmoniseerde norm, een Europese technische goedkeuring of een gemeenschappelijke technische specificatie. Geharmoniseerde normen dienen in opdracht van de Commissie te worden vastgesteld door een Europese normalisatie-instelling, zoals het Europees Comité voor normalisatie (CEN), het Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie (CENELEC) of het Europees Instituut voor telecommunicatienormen (ETSI), en de referentie daarvan moet worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie  (7).

(20)

De Gemeenschap heeft belang bij een internationaal normalisatiesysteem dat in staat is normen te produceren die door de internationale handelspartners daadwerkelijk worden toegepast en die aan de eisen van het Gemeenschapsbeleid voldoen. Daarom moeten de Europese normalisatie-instellingen hun samenwerking met de internationale normalisatieorganisaties voortzetten.

(21)

Het is mogelijk dat in een latere fase aanvullende technische specificaties of andere normen moeten worden vastgesteld. Deze specificaties vormen een aanvulling op de EETS-eisen die op communautair niveau zijn geharmoniseerd.

(22)

De procedures voor de beoordeling van de conformiteit of de geschiktheid voor gebruik van de onderdelen moeten gebaseerd zijn op de toepassing van de modules die zijn opgenomen in Besluit 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad (8). Met het oog op ontwikkeling door de betrokken industrieën is het wenselijk om in de mate van het mogelijke procedures op te zetten waarbij een kwaliteitsborgingssysteem is gewaarborgd. Deze procedures moeten de aangemelde instanties in de gelegenheid stellen de conformiteit en de geschiktheid voor gebruik van de EETS-interoperabiliteitsonderdelen te beoordelen teneinde te garanderen dat het resultaat tijdens de fasen van ontwerp, aanleg en ingebruikneming en gedurende de exploitatie in lijn is met de vigerende wetgeving en technische en operationele voorschriften. Tevens moeten zij garanties bieden voor de gelijke behandeling van fabrikanten, ongeacht het land.

(23)

De aangemelde instanties moeten hun beslissingen zo nauw mogelijk coördineren.

(24)

Conformiteit aan specificaties kan ontoereikend zijn om de operationele interoperabiliteit in het veld te beoordelen; daarom is CE-markering van geschiktheid voor gebruik noodzakelijk.

(25)

In Richtlijn 2004/52/EG, artikel 4, lid 6, is bepaald dat de Commissie besluiten neemt met betrekking tot de omschrijving van de Europese elektronische tolheffingsdienst overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (9). Waar nodig kan de bijlage bij Richtlijn 2004/52/EG om technische redenen worden gewijzigd volgens de in artikel 5, lid 2, van die richtlijn bedoelde procedure.

(26)

De onderhavige beschikking is gebaseerd op het werk dat is verricht in het kader van zowel door de Commissie ondersteunde pan-Europese onderzoeksprojecten, (10) waarbij belangrijke belanghebbenden betrokken zijn, als door de Europese Commissie opgerichte deskundigengroepen die tot taak hadden de inhoud en de organisatiestructuur van de Europese elektronische tolheffingsdienst nauwkeurig vast te stellen.

(27)

Gezien het belang van de ontwikkeling van de Europese elektronische tolheffingsdienst is het nuttig dat de Commissie achttien maanden na de inwerkingtreding van deze beschikking tot een evaluatie overgaat. Gelet op de conclusies van de tussentijdse evaluatie met betrekking tot de vooruitgang die is geboekt met de ontwikkeling van de Europese elektronische tolheffingsdienst zal de Commissie, indien nodig, met de hulp van het Comité elektronische tolheffing maatregelen voorstellen.

(28)

De maatregelen waarin deze beschikking voorziet, zijn in lijn met het advies van het Comité elektronische tolheffing zoals bedoeld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2004/52/EG,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.   Deze beschikking definieert de Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS).

Zij omschrijft de daarvoor noodzakelijke technische specificaties en eisen, alsmede de contractuele bepalingen op het gebied van EETS-dienstverlening.

2.   In deze beschikking worden de rechten en plichten vastgelegd van EETS-aanbieders, tolheffende instanties en EETS-gebruikers.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder:

a)   „EETS-gebied”: een tolgebied dat onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2004/52/EG valt;

b)   „EETS-aanbieder”: een juridische entiteit die voldoet aan de eisen van artikel 3, geregistreerd is in de lidstaat waarin ze is gevestigd en aan EETS-gebruikers toegang verleent tot EETS;

c)   „EETS-gebruiker”: een natuurlijke of rechtspersoon die een overeenkomst sluit met een EETS-aanbieder om toegang te hebben tot de Europese elektronische tolheffingsdienst;

d)   „interoperabiliteitsonderdelen”: een basiscomponent, groep componenten, deel van een samenstel of volledig samenstel van apparatuur die deel uitmaken of bestemd zijn om deel uit te maken van de Europese elektronische tolheffingsdienst en waarvan de interoperabiliteit van deze dienst direct of indirect afhankelijk is, met inbegrip van zowel materiële als immateriële objecten zoals software;

e)   „voertuigapparatuur”: het volledige samenstel van hardware- en softwareonderdelen dat vereist is voor EETS-dienstverlening en dat is ingebouwd in een voertuig om gegevens te verzamelen, op te slaan, te verwerken en op afstand te ontvangen/verzenden;

f)   „geschiktheid voor gebruik”: het vermogen van een interoperabiliteitsonderdeel om een specifieke prestatie te leveren en te blijven leveren zolang het in gebruik is, waarbij een representatieve integratie in de Europese elektronische tolheffingsdienst in relatie tot het systeem van een tolheffende instantie gewaarborgd moet zijn;

g)   „tariefklasse”: de klasse van voertuigen die op gelijke wijze wordt behandeld door een tolheffende instantie;

h)   „tarieftabel”: de classificatie van de te betalen tol in tariefklassen, zoals bepaald door de tolheffende instantie;

i)   „technische specificatie”: een specificatie zoals omschreven in artikel 23 en bijlage VI van Richtlijn 2004/18/EG;

j)   „tol”: een heffing, accijns of belasting die wordt opgelegd aan een voertuig dat in een tolgebied rijdt;

k)   „tolheffende instantie”: een publiek of privaat orgaan dat tol heft op het rijden met voertuigen in een EETS-gebied;

l)   „tolcontextgegevens”: de door de verantwoordelijke tolheffende instantie vastgestelde informatie die noodzakelijk is om het tolgeld te bepalen dat voor een bepaald voertuig in een specifiek tolgebied moet worden betaald en om de toltransactie af te ronden;

m)   „tolmelding”: een mededeling aan de tolheffende instantie, in een formaat dat is vastgesteld door de aanbieder van de toldienst en de tolheffende instantie, waarmee het rijden van een voertuig door een tolgebied wordt bevestigd;

n)   „tolgebied”: een deel van het grondgebied van de Europese Unie, een onderdeel van het Europese wegennet of een structuur zoals een tunnel, een brug of een veerboot waarvoor tol wordt geïnd;

o)   „tolregeling”: het geheel van voorschriften, met inbegrip van handhavingsregels, die het innen van tolgeld in een tolgebied reguleren;

p)   „toltransactie”: een actie of opeenvolging van acties waarbij een tolmelding wordt doorgegeven aan de tolheffende instantie;

q)   „parameters voor voertuigclassificatie”: de voertuiginformatie op basis waarvan het tolgeld wordt berekend met inachtneming van de tolcontextgegevens;

HOOFDSTUK II

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 3

Eisen waaraan EETS-aanbieders moeten voldoen

EETS-aanbieders moeten zich laten registreren in een lidstaat waarin ze zijn gevestigd; de registratie wordt toegekend als ze aan de volgende eisen voldoen:

a)

in het bezit zijn van een EN ISO 9001-certificaat of gelijkwaardige erkenning;

b)

aantonen dat zij over de nodige technische apparatuur beschikken en in het bezit zijn van de EG-verklaring of -certificering van conformiteit van de interoperabiliteitsonderdelen, zoals neergelegd in bijlage IV, punt 1, bij de onderhavige beschikking;

c)

aantonen dat zij bekwaam zijn om elektronische tolheffingsdiensten aan te bieden of kundig zijn op de betrokken terreinen;

d)

over de nodige financiële draagkracht beschikken;

e)

een alomvattend risicobeheersplan handhaven dat minstens om de twee jaar aan een controle moet worden onderworpen;

f)

betrouwbaar zijn.

Artikel 4

Rechten en plichten van EETS-aanbieders

1.   De EETS-aanbieders sluiten EETS-overeenkomsten voor alle EETS-gebieden binnen een termijn van 24 maanden nadat zij zijn ingeschreven overeenkomstig het bepaalde in artikel 19.

De diensten van de EETS-aanbieder bestrijken te allen tijde alle EETS-gebieden. Indien wijzigingen in de EETS-gebieden optreden of enige andere ontwikkeling een volledige dienstverlening in de weg staat, dient hij de volledige dienstverlening binnen een termijn van zes maanden te herstellen.

2.   De EETS-aanbieders lichten de EETS-gebruikers in over de bestreken EETS-gebieden en over elke wijziging van het bereik.

De EETS-aanbieders leggen jaarlijks aan de lidstaat van inschrijving een verklaring over de bestreken EETS-gebieden af.

3.   Zo nodig verschaffen de EETS-aanbieders de EETS-gebruikers voertuigapparatuur die voldoet aan de in deze beschikking vervatte technische eisen. Zij tonen daarbij aan dat aan de bedoelde eisen is voldaan.

4.   De EETS-aanbieders houden toezicht op de prestaties van hun dienstverleningsniveau. Zij zetten gecontroleerde operationele processen op die voorzien in passende maatregelen wanneer prestatieproblemen of integriteitsinbreuken worden gedetecteerd.

5.   De EETS-aanbieders voorzien in passende dienstverlening en technische ondersteuning teneinde een correcte klantspecifieke instelling van de inbouwapparatuur te waarborgen. Zij zijn verantwoordelijk voor de vaste parameters voor voertuigclassificatie die zijn opgeslagen in de inbouwapparatuur of hun informatiesysteem. De variabele parameters voor voertuigclassificatie, die kunnen verschillen van traject tot traject of binnen eenzelfde traject en bedoeld zijn om te worden ingevoerd aan boord van het voertuig, moeten kunnen worden ingesteld via een passende mens-machine-interface.

6.   De EETS-aanbieders houden lijsten bij van ongeldig verklaarde inbouwapparatuur die verband houdt met hun EETS-contracten met de EETS-gebruikers. Deze lijsten moeten worden opgesteld in strikte overeenstemming met de communautaire voorschriften voor de bescherming van persoonsgegevens, waaronder Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG.

7.   De EETS-aanbieders maken het beleid openbaar dat zij toepassen bij het sluiten van overeenkomsten met EETS-gebruikers.

8.   Bij het factureren van individuele EETS-gebruikers door EETS-aanbieders moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen de kosten van de diensten van de EETS-aanbieder en het verschuldigde tolgeld, en dienen — tenzij de gebruiker anders beslist — ten minste het tijdstip en de plaats van de tolheffing te worden vermeld, alsmede de voor de gebruiker relevante samenstelling van specifieke tolgelden.

9.   De EETS-aanbieders stellen de EETS-gebruikers zo spoedig mogelijk in kennis van elk geval van niet-melding van tol met betrekking tot hun rekening en bieden hun waar mogelijk de gelegenheid hun rekening in orde te brengen voordat dwingende maatregelen worden genomen.

10.   De EETS-aanbieders werken samen met de tolheffende instanties om te waarborgen dat de voorschriften worden gehandhaafd.

Artikel 5

Rechten en plichten van tolheffende instanties

1.   Wanneer een EETS-gebied niet voldoet aan de technische en procedurele voorwaarden inzake EETS-interoperabiliteit zoals bepaald in Richtlijn 2004/52/EG en in de onderhavige beschikking bespreekt de tolheffende instantie het probleem met de betrokken belanghebbenden en neemt zij, mits zij daarvoor bevoegd is, maatregelen om de moeilijkheden te verhelpen en ervoor te zorgen dat de EETS-interoperabiliteit van het tolheffingssysteem gewaarborgd is. In voorkomend geval licht de tolheffende instantie de lidstaat in, zodat het in artikel 19, lid 1, onder a), bedoelde register kan worden bijgewerkt.

2.   Elke tolheffende instantie ontwikkelt en onderhoudt voor elk EETS-gebied een specifiek overzicht waarin zij, overeenkomstig bijlage I, de algemene voorwaarden uiteenzet voor EETS-aanbieders die toegang tot haar tolgebieden wensen te krijgen.

3.   De tolheffende instanties verlenen op niet-discriminerende wijze toegang aan elke EETS-aanbieder die EETS wenst aan te bieden in een of meerdere EETS-gebieden die onder de verantwoordelijkheid van de tolheffende instantie vallen.

Een EETS-aanbieder wordt in een tolgebied aanvaard als hij voldoet aan de algemene voorwaarden van de EETS-gebiedverklaring, met het oog op de voltooiing van de onderhandelingen binnen het in artikel 4, lid 1, vermelde tijdschema, en aan eventuele specifieke contractvoorwaarden.

Indien de tolheffende instantie en de EETS-aanbieder geen overeenstemming bereiken, kan de zaak worden voorgelegd aan de bemiddelende instantie die verantwoordelijk is voor het bedoelde tolgebied.

4.   Het tolgeld dat de tolheffende instantie int van EETS-gebruikers mag niet meer bedragen dan het dienovereenkomstige nationale/lokale tolgeld.

5.   De tolheffende instanties staan in hun EETS-gebieden alle operationele voertuigapparatuur toe die wordt gebruikt door EETS-aanbieders met wie zij contractuele betrekkingen onderhouden op voorwaarde dat de apparatuur gecertificeerd is overeenkomstig bijlage IV en niet voorkomt op de lijst van ongeldig verklaarde voertuigapparatuur zoals bedoeld in artikel 7, lid 3.

De tolheffende instanties houden op hun website een gemakkelijk toegankelijke openbare lijst bij van alle EETS-aanbieders waarmee ze een contract hebben gesloten.

6.   De tolheffende instantie kan de samenwerking van een EETS-aanbieder inroepen om het tolheffingssysteem onaangekondigd te onderwerpen aan uitgebreide tests waarbij voertuigen worden gecontroleerd die in één of meerdere EETS-gebieden van de tolheffende instantie rijden of onlangs hebben gereden. Het aantal voertuigen dat jaarlijks voor een specifieke EETS-aanbieder aan zulke tests wordt onderworpen is evenredig met het gemiddelde jaarlijkse verkeer of de gemiddelde jaarlijkse verkeersprognoses van de EETS-aanbieder in het EETS-gebied of de EETS-gebieden van de tolheffende instantie.

7.   Indien zich een EETS-storing voordoet die onder de verantwoordelijkheid van de tolheffende instantie valt, voorziet de tolheffende instantie in een beperkte dienstverlening waarbij voertuigen die zijn uitgerust met de in lid 5 bedoelde apparatuur zich veilig kunnen verplaatsen met zo min mogelijk oponthoud en zonder als tolontduikers te worden aangemerkt.

8.   De tolheffende instanties werken op niet-discriminerende wijze samen met de EETS-aanbieders en/of de fabrikanten en/of de aangemelde instantie bij de beoordeling van de geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen in hun tolgebieden.

Artikel 6

Tolcontextgegevens

De tolheffende instanties delen elke wijziging in hun tolcontextgegevens mee aan de lidsta(a)t(en) waarin hun tolgebieden gelegen zijn. Het gaat daarbij onder meer om de volgende gegevens:

a)

definitie van het EETS-gebied, inzonderheid van de geografische reikwijdte en de voor tolheffing in aanmerking komende infrastructuur;

b)

aard van het tolgeld en heffingsbeginselen;

c)

voor tolheffing in aanmerking komende voertuigen;

d)

parameters voor voertuigclassificatie (bijvoorbeeld aantal assen, toegestaan maximumgewicht van de aanhangwagen, type vering, …) en inpassing van deze informatie in de tarieftabel van de tolheffende instantie;

e)

vereiste tolmeldingen.

Artikel 7

Tolheffing

1.   De tolheffende instantie stelt het toltarief vast op basis van onder meer de voertuigclassificatie. De voertuigclassificatie wordt bepaald overeenkomstig de parameters voor voertuigclassificatie zoals omschreven in bijlage VI. Indien de voertuigclassificatie van de EETS-aanbieder afwijkt van die van de tolheffende instantie prevaleert de classificatie van de tolheffende instantie, tenzij wordt aangetoond dat er een vergissing in het spel is.

2.   De tolheffende instantie mag niet alleen van de EETS-aanbieder eisen dat hij betaalt voor elke gesubstantieerde tolmelding, maar ook voor het uitblijven van een gesubstantieerde tolmelding die betrekking heeft op een door de EETS-aanbieder beheerde gebruikersrekening

3.   EETS-aanbieders die een lijst van ongeldig verklaarde voertuigapparatuur, als bedoeld in artikel 4, lid 6, aan een tolheffende instantie hebben opgestuurd, kunnen niet langer aansprakelijk worden gesteld voor tolkosten die voortvloeien uit het gebruik van dergelijke ongeldig verklaarde inbouwapparatuur. De tolheffende instanties en de EETS-aanbieders maken afspraken over het aantal items dat in de lijst van ongeldig verklaarde voertuigapparatuur wordt opgenomen, het formaat van de lijst en de actualiseringsfrequentie.

4   In tolheffingssystemen die werken op basis van microgolven doen de tolheffende instanties gemotiveerde tolmeldingen toekomen aan de EETS-aanbieders met betrekking tot de tolkosten van hun respectieve EETS-gebruikers.

Artikel 8

Financiële administratie

Indien een organisatie tegelijkertijd fungeert als tolheffer en EETS-aanbieder, nemen de lidstaten de nodige maatregelen om te waarborgen dat gescheiden winst- en verliesrekeningen en balansen worden opgesteld en gepubliceerd voor elke activiteit en dat kruissubsidies tussen beide activiteiten zijn uitgesloten.

De financiële administratie van de activiteiten die betrekking hebben op enerzijds de tolheffing en anderzijds het aanbieden van EETS-diensten moet gescheiden worden van de boekhouding van andere activiteiten, zodat de kosten en baten van de EETS-diensten duidelijk geëvalueerd kunnen worden.

Artikel 9

Rechten en plichten van EETS-gebruikers

1.   EETS-gebruikers kunnen zich abonneren op de Europese elektronische tolheffingsdienst via om het even welke EETS-aanbieder, ongeacht hun nationaliteit, land van verblijf of land waarin hun voertuig is ingeschreven. Bij het sluiten van het contract worden de EETS-gebruikers naar behoren geïnformeerd over de verwerking van hun persoonsgegevens en de rechten die voortvloeien uit de geldende wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens.

2.   De EETS-gebruikers waarborgen dat de gebruikersgegevens en voertuiginformatie die zij aan de EETS-aanbieder doorgeven correct zijn.

3.   De EETS-gebruikers nemen alle mogelijke maatregelen om te waarborgen dat de in het voertuig ingebouwde apparatuur operationeel is wanneer het voertuig door een EETS-gebied rijdt.

4.   De EETS-gebruikers bedienen de in hun voertuig ingebouwde apparatuur overeenkomstig de instructies van de EETS-aanbieder, met name waar deze van toepassing zijn op het melden van variabele voertuigparameters.

5.   De betaling van het tolgeld door de EETS-gebruiker aan de EETS-aanbieder geldt als voldoening van de betalingsverplichtingen van de EETS-gebruiker ten aanzien van de betrokken tolheffende instantie.

HOOFDSTUK III

BEMIDDELENDE INSTANTIE

Artikel 10

Oprichting en functies

1.   Elke lidstaat met ten minste één EETS-gebied wijst een bemiddelende instantie aan of richt een dergelijke instantie op om bemiddeling mogelijk te maken tussen de tolheffende instanties die over een op het grondgebied van de lidstaat gelegen tolgebied beschikken en de EETS-aanbieders die met deze tolheffende instanties overeenkomsten hebben gesloten of daarover besprekingen voeren. De bemiddelende instantie is met name bevoegd om te onderzoeken of de contractuele voorwaarden die door een tolheffende instantie aan verschillende EETS-aanbieders worden opgelegd niet-discriminerend zijn en de kosten en risico’s van de verdragsluitende partijen op rechtvaardige wijze weerspiegelen.

2.   De lidstaat in kwestie neemt de nodige maatregelen om te waarborgen dat zijn bemiddelende instantie qua organisatie en juridische structuur onafhankelijk is van de commerciële belangen van de tolheffende instanties en de EETS-aanbieders.

Artikel 11

Bemiddelingsprocedure

1.   De tolheffende instanties en de EETS-aanbieders moeten de betrokken bemiddelende instantie verzoeken tussenbeide te komen in een geschil over aangegane contractuele betrekkingen of lopende contractbesprekingen.

2.   De bemiddelende instantie bepaalt binnen een termijn van één maand na de ontvangst van het bemiddelingsverzoek of ze over alle voor de bemiddeling noodzakelijke documenten beschikt.

3.   De bemiddelende instantie brengt uiterlijk zes maanden na de ontvangst van het bemiddelingsverzoek advies uit over het geschil.

4.   Teneinde de werkzaamheden van de bemiddelende instanties te bevorderen, verlenen de lidstaten hun de bevoegdheid om relevante informatie op te vragen aan tolheffende instanties, EETS-aanbieders en derde partijen die betrokken zijn bij de EETS-dienstverlening in de bedoelde lidstaat.

5.   De nationale bemiddelende instanties wisselen informatie uit over hun werkzaamheden, richtsnoeren en praktijken.

HOOFDSTUK IV

TECHNISCHE BEPALINGEN

Artikel 12

Eén ononderbroken dienst

De lidstaten waarborgen dat de Europese elektronische tolheffingsdienst aan de EETS-gebruikers zal worden aangeboden als één ononderbroken dienst. Dit betekent dat:

a)

zodra de parameters voor voertuigclassificatie, met inbegrip van de variabele parameters, zijn opgeslagen en/of aangegeven, tijdens het traject geen menselijke interventie meer vereist is in het voertuig, tenzij de kenmerken van het voertuig worden gewijzigd;

b)

de menselijke interactie met een specifiek onderdeel van de ingebouwde apparatuur identiek is voor elk EETS-gebied.

Artikel 13

Eisen waaraan EETS moet voldoen

1.   EETS voldoet aan de in bijlage III vastgesteld essentiële eisen.

2.   Behalve de tolheffingsdienst zou de ingebouwde EETS-apparatuur in de toekomst de toepassing van andere locatiegebaseerde diensten mogelijk moeten maken. Het gebruik van de ingebouwde EETS-apparatuur voor andere diensten zal in geen enkel tolgebied interfereren met de tolheffingsactiviteiten.

Artikel 14

Interoperabiliteitsonderdelen

1.   De interoperabiliteitsonderdelen, met inbegrip van de interfaces, moeten voldoen aan de eisen die zijn neergelegd in bijlage II.

De lidstaten beschouwen de interoperabiliteitsonderdelen als conform de toepasselijke essentiële eisen wanneer zij voorzien zijn van de bedoelde CE-markering.

2.   De beoordeling van de conformiteit met de specificaties en/of de geschiktheid voor gebruik van interoperabiliteitsonderdelen wordt overeenkomstig bijlage IV uitgevoerd.

EETS-interoperabiliteitsonderdelen waarvoor een „EG”-verklaring van conformiteit en geschiktheid voor gebruik is afgegeven, mogen worden voorzien van de CE-markering.

3.   Verklaringen van de conformiteit met de specificaties en/of de geschiktheid voor gebruik worden opgesteld door de fabrikant van de interoperabiliteitsonderdelen, de EETS-aanbieder of een gemachtigde vertegenwoordiger, overeenkomstig bijlage IV.

De inhoud van de verklaring beantwoordt aan bijlage IV, deel 3.

4.   De lidstaten mogen het in de handel brengen van interoperabiliteitsonderdelen voor EETS-gebruik die voorzien zijn van de CE-markering of een verklaring van conformiteit en/of geschiktheid voor gebruik niet verbieden, beperken of belemmeren uit hoofde van deze beschikking. In het bijzonder mogen zij geen verificaties verlangen die al zijn verricht in het kader van de procedure die tot de verklaring van conformiteit of geschiktheid voor gebruik heeft geleid.

5.   Indien na de aanneming van deze beschikking voor de Europese elektronische tolheffingsdienst relevante technische specificaties worden gepubliceerd, onderzoekt de Commissie of deze specificaties toepasselijk zijn overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2004/52/EG omschreven procedure.

HOOFDSTUK V

VRIJWARINGSCLAUSULES

Artikel 15

1.   Wanneer een lidstaat reden heeft om aan te nemen dat van de CE-markering voorziene interoperabiliteitsonderdelen die in de handel zijn gebracht en worden gebruikt overeenkomstig hun bestemming de naleving van de essentiële eisen in het gedrang dreigen te brengen, neemt hij alle nodige stappen om het toepassingsgebied van die onderdelen te beperken, het gebruik ervan te verbieden of ze uit de handel te nemen. De lidstaat stelt de Commissie onmiddellijk in kennis van de genomen maatregelen en geeft de redenen van zijn besluit aan, en met name of het gebrek aan conformiteit het gevolg is van:

a)

een gebrekkige toepassing van de technische specificaties;

b)

de ontoereikendheid van de technische specificaties.

2.   De Commissie pleegt zo spoedig mogelijk overleg met de betrokken partijen.

a)

Wanneer de Commissie na dit overleg vaststelt dat de maatregel gerechtvaardigd is, stelt zij de betrokken lidstaat, alsmede de overige lidstaten, daar onmiddellijk van in kennis.

b)

Wanneer de Commissie na dit overleg vaststelt dat de maatregel niet gerechtvaardigd is, stelt zij de betrokken lidstaat, alsmede de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde en de overige lidstaten, daar onmiddellijk van in kennis.

3.   Wanneer een interoperabiliteitsonderdeel dat voorzien is van de CE-markering niet blijkt te voldoen aan de interoperabiliteitseisen, verzoekt de bevoegde lidstaat de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde de conformiteit en/of geschiktheid voor gebruik van het interoperabiliteitsonderdeel te herstellen onder de door de lidstaat vastgestelde voorwaarden en stelt hij de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis.

Artikel 16

Besluiten betreffende de beoordeling van de conformiteit of de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen en besluiten conform artikel 15 moeten met redenen worden omkleed. Zij worden zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de betrokken partij, onder vermelding van de oplossingen die beschikbaar zijn krachtens de in de betrokken lidstaat vigerende regelgeving en de voor de toepassing van deze oplossingen toegestane termijnen.

HOOFDSTUK VI

ADMINISTRATIEVE REGELING

Artikel 17

Aangemelde instanties

1.   De lidstaten delen de Commissie en de overige lidstaten mee welke instanties zijn belast met de uitvoering van, of het toezicht op de procedure voor de beoordeling van de in bijlage IV bedoelde conformiteit of geschiktheid voor gebruik, onder vermelding van hun respectieve bevoegdheden en de vooraf van de Commissie ontvangen identificatienummers. De Commissie maakt de lijst van deze instanties met hun respectieve identificatienummer alsmede hun bevoegdheden bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en zorgt ervoor dat deze lijst bijgewerkt blijft.

2.   De lidstaten moeten de in bijlage V opgenomen criteria hanteren voor de beoordeling van de aan te melden instanties. De instanties die voldoen aan de beoordelingscriteria welke in de relevante Europese normen zijn opgenomen, worden geacht aan de genoemde criteria te voldoen.

3.   Indien een instantie niet meer voldoet aan de criteria van bijlage V, trekt de betrokken lidstaat de erkenning van die instantie in. Hij stelt de Commissie en de overige lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis.

4.   Indien een lidstaat of de Commissie van oordeel is dat een door een andere lidstaat aangemelde instantie niet voldoet aan de toepasselijke criteria, wordt de kwestie voorgelegd aan het Comité elektronische tolheffing, dat binnen een termijn van drie maanden advies uitbrengt. In het licht van het advies van dit comité brengt de Commissie de betrokken lidstaat op de hoogte van alle wijzigingen die noodzakelijk zijn om te waarborgen dat de aangemelde instantie de haar verleende status kan behouden.

Artikel 18

Coördinatiegroep

Er wordt een Coördinatiegroep (hierna de coördinatiegroep) van de krachtens artikel 17, lid 1, van deze beschikking aangemelde instanties opgericht als werkgroep van het Comité elektronische tolheffing, overeenkomstig het reglement van orde van dit comité.

De coördinatiegroep zorgt voor het samenstellen en het bijhouden van een alomvattende lijst van normen, technische specificaties en regelgevende documenten aan de hand waarvan de conformiteit en de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen kunnen worden beoordeeld. De coördinatiegroep fungeert als een discussieforum waar problemen in verband met de procedures voor de beoordeling van conformiteit en geschiktheid voor gebruik kunnen worden besproken en waar oplossingen voor deze problemen kunnen worden aangedragen.

Artikel 19

Registers

1.   Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze beschikking houdt elke lidstaat een nationaal elektronisch register bij van:

a)

de EETS-gebieden op haar grondgebied, met informatie over:

de betrokken tolheffende instanties,

de gebruikte tolheffingstechnologieën,

de tolcontextgegevens,

de EETS-domeinverklaring,

de EETS-dienstverleners die EETS-overeenkomsten hebben gesloten met de in hun bevoegdheidsgebied actieve tolheffende instanties.

De lidstaten brengen elke wijziging aan in het register van tolheffende instanties, waar nodig met inbegrip van de datum van inwerkingtreding, en wel onmiddellijk nadat zij is aangenomen, met inachtneming van bijlage VI, punten 3 en 4;

b)

de EETS-aanbieders aan wie hij registratie heeft toegekend overeenkomstig artikel 3.

Tenzij anders vermeld gaan de lidstaten ten minste eenmaal per jaar na of de EETS-aanbieders nog voldoen aan de eisen in artikel 3, onder a), d), e) en f), en artikel 4, lid 2, en passen zij het register dienovereenkomstig aan. Het register dient tevens de conclusies te bevatten van de in artikel 3, onder e), bedoelde controle. De lidstaten kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de handelingen van de in hun register opgenomen EETS-aanbieders.

2.   De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om te garanderen dat de gegevens in het nationale elektronische register actueel en correct zijn.

3.   De registers zijn elektronisch toegankelijk voor het publiek.

4.   De genoemde registers zijn beschikbaar binnen een termijn van negen maanden na de inwerkingtreding van deze beschikking.

5.   De autoriteiten van de lidstaten die verantwoordelijk zijn voor de registers doen hun tegenhangers in de overige lidstaten aan het einde van elk kalenderjaar via elektronische weg de registers van tolheffingsgebieden en EETS-aanbieders toekomen. Onverenigbaarheden met de situatie in een lidstaat worden onder de aandacht van de lidstaat van registratie en van de Commissie gebracht.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 20

Experimentele tolheffingssystemen

Ten behoeve van de technische ontwikkeling van EETS kunnen de lidstaten tijdelijk in beperkte delen van hun tolgebied toestemming geven voor de toepassing van experimentele tolheffingssystemen, parallel met het EETS-conforme systeem, waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën of nieuwe concepten die niet voldoen aan één of meer bepalingen van Richtlijn 2004/52/EG en de onderhavige beschikking.

Zij mogen deze toestemming pas geven nadat de Commissie dit heeft goedgekeurd. De toestemming geldt voor een eerste periode van hoogstens drie jaar.

EETS-aanbieders worden niet verplicht om aan experimentele tolheffingssystemen deel te nemen.

Artikel 21

Verslag

Uiterlijk achttien maanden na de inwerkingtreding van deze beschikking stelt de Commissie een verslag op over de voortgang van de EETS-ontwikkeling.

Artikel 22

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 6 oktober 2009.

Voor de Commissie

Antonio TAJANI

Vicevoorzitter


(1)  PB L 166 van 30.4.2004, blz. 124.

(2)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31).

(3)  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).

(4)  Het besluit over de praktische inrichting van een bemiddelende instantie die een mediërende functie moet vervullen, berust bij de lidstaten, op voorwaarde dat is voldaan aan de eisen van hoofdstuk IV volgens welke alle EETS-aanbieders op billijke wijze toegang moeten krijgen tot de nationale EETS-gebieden.

(5)  PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36.

(6)  Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134 van 30.4.2004, blz. 114).

(7)  De hoofdbestanddelen van de nieuwe benadering zijn vastgesteld in de resolutie van de Raad van 7 mei 1985 over de nieuwe benadering op het gebied van technische harmonisatie en normalisatie (PB C 136 van 4.6.1985, blz. 1).

(8)  Besluit 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82).

(9)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(10)  Projecten Cesare en RCI.


BIJLAGE I

INHOUD VAN EEN EETS-DOMEINVERKLARING

De EETS-domeinverklaring van elk specifiek EETS-gebied bevat de volgende informatie:

1.

Een deel over de eisen waaraan EETS-aanbieders moeten voldoen. Daarin dienen ten minste de vaste kosten te worden vermeld die EETS-aanbieders krijgen opgelegd op grond van de kosten die de tolheffende instantie maakt door in haar tolgebied een EETS-conform systeem beschikbaar te stellen, te bedienen en te onderhouden, wanneer die kosten niet zijn opgenomen in het tolgeld.

Dit deel kan tevens bepalingen bevatten betreffende een bankgarantie of een gelijkwaardig financieel instrument waarvan de omvang niet groter mag zijn dan het gemiddelde maandelijkse toltransactiebedrag dat de EETS-aanbieder betaalt voor het bedoelde tolgebied. Het bedrag wordt vastgesteld op basis van het totale toltransactiebedrag dat de EETS-aanbieder het voorafgaande jaar voor het bedoelde tolgebied heeft betaald. Voor nieuwe ondernemingen wordt het bedrag gebaseerd op het gemiddelde maandelijkse toltransactiebedrag dat de EETS-aanbieder naar verwacht voor het bedoelde tolgebied zal betalen, overeenkomstig het aantal contracten en het gemiddelde tolbedrag per contract volgens de ramingen van het bedrijfsplan van de EETS-aanbieder.

2.

Een deel over de procedurele voorwaarden, die discriminatie moeten voorkomen en ten minste de volgende punten moeten omvatten:

a)

toltransactiebeleid (autorisatieparameters, tolcontextgegevens, zwarte lijsten enz.);

b)

procedures en afspraken over het dienstverleningsniveau (bijvoorbeeld betreffende het formaat voor de overdracht van via tolmeldingen verzonden gegevens, de tijdstippen waarop tolmeldingen worden verstuurd en de frequentie waarmee dat gebeurt, het toegestane percentage van gemiste/onjuiste tolheffingen, de nauwkeurigheid van via tolmeldingen verzonden gegevens, de prestaties op het vlak van operationele beschikbaarheid enz.);

c)

factureringsbeleid;

d)

betalingsbeleid;

e)

commerciële voorwaarden, met inbegrip van eisen betreffende het dienstverleningsniveau, die moeten worden vastgesteld middels bilaterale onderhandelingen tussen de tolheffende instantie en de EETS-aanbieder.


BIJLAGE II

INTERFACES EN DE ROL VAN EETS-BELANGHEBBENDEN

1.

De EETS-gebruikers houden geen direct contact met de tolheffende instanties als onderdeel van de Europese elektronische tolheffingsdienst. De interacties tussen de EETS-gebruikers en de EETS-aanbieders (of hun voertuigapparatuur) kunnen per EETS-aanbieder worden bepaald, zonder dat de EETS-interoperabiliteit hierdoor in het gedrang komt.

2.

De elektronische interfaces tussen de EETS-aanbieders en de tolheffende instanties vallen uiteen in twee categorieën: elektronische interfaces op de weg, tussen de voertuigapparatuur van de EETS-aanbieder en de vaste of mobiele apparatuur van de tolheffende instantie, en elektronische interfaces tussen de respectieve backoffice-systemen.

3.

Genormaliseerde interfaces op de weg, tussen de voertuigapparatuur en de vaste of mobiele apparatuur van de tolheffende instantie, dienen ten minste in staat te zijn tot:

a)

DSRC (korteafstandscommunicatie)-heffingstransacties;

b)

real-time transacties voor conformiteitscontrole;

c)

verhoogde nauwkeurigheid van de plaatsbepaling (indien van toepassing).

De EETS-aanbieders moeten deze drie interfaces in hun voertuigapparatuur implementeren. De tolheffende instanties kunnen één of meerdere van deze interfaces implementeren in hun vaste of mobiele wegkantapparatuur overeenkomstig de toepasselijke eisen.

4.

Alle EETS-aanbieders implementeren ten minste de volgende genormaliseerde backoffice-interfaces. Ook de tolheffende instanties implementeren deze interfaces, ofschoon zij kunnen beslissen om uitsluitend het GNSS- of het DSRC-heffingsproces te ondersteunen:

a)

uitwisseling van via tolmeldingen verzonden gegevens tussen EETS-aanbieders en tolheffende instanties, inzonderheid:

verzending en validatie van tolvorderingen op basis van DSRC-heffingstransacties;

verzending en validatie van GNSS-tolmeldingen;

b)

facturering/betaling;

c)

uitwisseling van informatie ter ondersteuning van het afhandelen van uitzonderingsgevallen:

tijdens het DSRC-heffingsproces;

tijdens het GNSS-heffingsproces;

d)

uitwisseling van zwarte lijsten voor EETS;

e)

uitwisseling van beveiligingsgegevens;

f)

verzending van tolcontextgegevens van tolheffende instanties naar EETS-aanbieders.


BIJLAGE III

ESSENTIËLE EISEN

1.   Algemene eisen

1.1.   Veiligheid/Gezondheid

Inrichtingen die zijn bestemd om door de gebruikers te worden bediend, moeten zodanig zijn ontworpen dat de veiligheid van de gebruikers niet in gevaar wordt gebracht wanneer de inrichtingen worden gebruikt op een wijze die wel te voorzien is, maar niet in overeenstemming is met de gegeven aanwijzingen.

1.2.   Betrouwbaarheid en beschikbaarheid

Het toezicht op en het onderhoud van de vaste of mobiele elementen die bij de werking van het EETS-systeem zijn betrokken, moeten zodanig worden georganiseerd, uitgevoerd en gekwantificeerd dat de werking daarvan in de bedoelde omstandigheden in stand wordt gehouden.

De Europese elektronische tolheffingsdienst moet op zodanige wijze worden ontworpen dat het systeem, zelfs wanneer bepaalde onderdelen slecht functioneren of uitvallen, zijn missie voort kan zetten, met zo min mogelijk oponthoud voor de EETS-gebruikers, al voorziet het daarbij slechts in een beperkte dienstverlening.

1.3.   Omgevingsbescherming

De voertuigapparatuur en de grondinfrastructuur moeten op zodanige wijze ontworpen en vervaardigd worden dat zij vanuit elektromagnetisch oogpunt verenigbaar zijn met de installaties, de apparatuur en de publieke of private netwerken waarmee zij mogelijkerwijs interfereren.

1.4.   Technische verenigbaarheid

Daar waar apparatuur van de EETS-aanbieders en de tolheffende instanties in het kader van de Europese elektronische tolheffingsdienst gegevens uitwisselen, moeten zij onderling verenigbaar zijn.

1.5.   Veiligheid/Privacy

1.

De Europese elektronische tolheffingsdienst voorziet in middelen om de tolheffende instanties, de EETS-aanbieders en de EETS-gebruikers te beschermen tegen fraude en misbruik.

2.

De Europese elektronische tolheffingsdienst beschikt over beveiligingseigenschappen voor de bescherming van de gegevens die in de EETS-omgeving worden opgeslagen, verwerkt en uitgewisseld door/tussen de EETS-belanghebbenden. De eigenschappen beschermen de belangen van de EETS-belanghebbenden tegen nadeel of schade ten gevolge van het tekortschieten van de beschikbaarheid, vertrouwelijkheid, integriteit, authenticiteit, onloochenbaarheid en de bescherming van de toegang tot gevoelige gebruikersinformatie in een Europese multi-user omgeving.

2.   Specifieke eisen

2.1.   Infrastructuureisen

2.1.1.   Algemeen

2.1.1.1.   Teneinde te waarborgen dat de elektronische tolheffingssystemen die reeds in de lidstaten zijn ingevoerd en die in de toekomst zullen worden ingevoerd in het kader van de Europese elektronische tolheffingsdienst voor de gebruikers interoperabel zijn in de gehele Gemeenschap, dient het EETS-subsysteem voor infrastructuur te voldoen aan artikel 2, lid 1, en artikel 4, lid 3, van Richtlijn 2004/52/EG.

2.1.1.2.   De EETS-infrastructuur garandeert dat de nauwkeurigheid van de via tolmeldingen verzonden gegevens overeenkomt met de eisen van de tolregeling teneinde de gelijke behandeling van EETS-gebruikers te waarborgen met betrekking tot tolgelden en heffingen (billijkheid).

2.1.1.3.   Overeenkomstig de in bijlage II beschreven eisen voor EETS-interfaces worden gemeenschappelijke protocollen voor de communicatie tussen de apparatuur van de tolheffende instanties en de EETS-aanbieders geïmplementeerd. De EETS-aanbieders verschaffen de tolheffende instanties via interoperabele communicatiekanalen beveiligde informatie betreffende tolactiviteiten en controle op/handhaving in conformiteit met de toepasselijke technische specificaties.

2.1.1.4.   De Europese elektronische tolheffingsdienst verschaft de tolheffende instanties de nodige instrumenten om gemakkelijk en op ondubbelzinnige wijze te kunnen vaststellen of een voertuig dat in hun tolgebied rijdt en schijnbaar gebruikmaakt van EETS inderdaad is uitgerust met een erkende en correct functionerende EETS-voertuigapparatuur die betrouwbare informatie genereert.

2.1.1.5.   De voertuigapparatuur verschaft de tolheffende instanties de nodige informatie om de verantwoordelijke EETS-aanbieder te identificeren. De apparatuur controleert deze functie regelmatig, verklaart zichzelf ongeldig wanneer een onregelmatigheid wordt gedetecteerd en licht de EETS-aanbieder, waar mogelijk, in over die anomalie.

2.1.1.6.   In voorkomend geval wordt de EETS-apparatuur op zodanige wijze ontworpen dat de interoperabiliteitsonderdelen gebruik maken van open normen.

2.1.1.7.   De EETS-voertuigapparatuur voorziet in een mens-machine-interface die de gebruiker in kennis stelt van de correcte werking van de inbouwapparatuur en in een interface voor de melding van variabele tolparameters en de weergave van de waarde van die parameters.

2.1.1.8.   De voertuigapparatuur wordt op veilige en betrouwbare wijze geïnstalleerd. De installatie vindt plaats conform de voorschriften betreffende het gezichtsveld naar voren (1) en de binneninrichting van voertuigen (2).

2.1.1.9.   In voorkomend geval stellen de tolheffende instanties de voertuigbestuurders via borden langs de weg of andere aanwijzingen in kennis van de verplichting om een tol of heffing te betalen voor het rijden in een tolgebied, met name bij het binnenrijden en het verlaten van het tolgebied.

2.1.2.   Op microgolftechnologieën gebaseerde tolheffingssystemen

De op microgolftechnologieën gebaseerde EETS-toepassingen dienen de volgende ondersteuning te bieden:

voor de voertuigapparatuur van de EETS-aanbieders: zowel EN15509 als ETSI ES 200674-1 en de bijbehorende technische rapporten voor het implementeren van protocollen;

voor de vaste en mobiele wegkantapparatuur van de tolheffende instanties: EN15509. In Italië kunnen de vaste en mobiele wegkantapparatuur van de tolheffende instanties in plaats daarvan ook ondersteuning bieden voor ETSI ES 200674-1 en de bijbehorende technische rapporten voor het implementeren van protocollen.

2.1.3.   Op het wereldwijde satellietnavigatiesysteem (GNSS) gebaseerde tolheffingssystemen

De EETS-aanbieders houden toezicht op de beschikbaarheid van via satellietnavigatie en satellietplaatsbepaling verkregen gegevens.

De EETS-aanbieders stellen de tolheffende instanties in kennis van de eventuele moeilijkheden die zij ondervinden met de ontvangst van satellietsignalen bij de vaststelling van tolmeldingen. De tolheffende instanties gebruiken die informatie om probleemgebieden af te bakenen en, waar nodig, aanvullende plaatsbepalingssignalen te verschaffen in overleg met de EETS-aanbieders.

2.2.   Bedienings- en beheervereisten

1.

De Europese elektronische tolheffingsdienst dient te voldoen aan de eisen van de Europese wetgeving betreffende de bescherming van personen bij de automatische verwerking van op de persoon betrekking hebbende gegevens en het vrije verkeer van die gegevens, en moet met name voldoen aan Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG.

2.

De tolheffende instanties en de EETS-aanbieders stellen noodmaatregelen vast om te voorkomen dat de verkeersstroom in belangrijke mate wordt verstoord wanneer EETS niet beschikbaar is.


(1)  Richtlijn 90/630/EEG van de Commissie van 30 oktober 1990 tot aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 77/649/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake het gezichtsveld van de bestuurders van motorvoertuigen. (PB L 341 van 6.12.1990, blz. 20).

(2)  Richtlijn 2000/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2000 tot wijziging van Richtlijn 74/60/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de binneninrichting van motorvoertuigen (delen van het interieur met uitzondering van achteruitkijkspiegels, plaats van de bedieningsorganen, dak of rol- of schuifdak, rugleuning en achterzijde van de zitplaatsen) (PB L 87 van 8.4.2000, blz. 22).


BIJLAGE IV

CONFORMITEIT EN GESCHIKTHEID VOOR GEBRUIK VAN INTEROPERABILITEITSONDERDELEN

„EG”-VERKLARINGEN

1.   Conformiteit met de toepasselijke specificaties

Om te beoordelen of de interoperabiliteitsonderdelen (met inbegrip van de wegkantapparatuur en de interfaces) voldoen aan de in deze beschikking omschreven eisen en alle relevante technische specificaties, selecteert de fabrikant van de bij de EETS-dienstverlening te gebruiken interoperabiliteitsonderdelen of zijn gemachtigde de beoordelingsprocedures uit de in Besluit 768/2008/EG genoemde modules. Vervolgens wordt voor de interoperabiliteitsonderdelen een „EG”-verklaring van conformiteit opgesteld, waarvoor, in voorkomend geval, een goedkeuringscertificaat van een aangemelde instantie vereist is.

Afhankelijk van de geselecteerde modules voor conformiteitsbeoordeling van Besluit 768/2008/EG dekt de „EG”-verklaring van conformiteit de door de fabrikant zelf of door één of meerdere aangemelde instanties uitgevoerde beoordeling van de intrinsieke conformiteit van de interoperabiliteitsonderdelen — op zichzelf beschouwd — met de toepasselijke specificaties.

2.   Geschiktheid voor gebruik (interoperabiliteit van de dienstverlening)

De beoordeling van de geschiktheid voor gebruik van de interoperabiliteitsonderdelen vindt plaats terwijl de onderdelen bediend worden of in gebruik zijn, en waarbij zij op een representatieve wijze geïntegreerd zijn in het EETS-tolheffingssysteem van de tolheffende instanties(s) op wiens gebied de voertuigapparatuur gedurende een bepaalde tijd zal functioneren.

Om een dergelijke proefondervindelijke typekeuring uit te voeren en aan te tonen dat de interoperabiliteitsonderdelen bij gebruik interoperabel zijn, doet de fabrikant, de EETS-aanbieder of een gemachtigde het volgende:

a)

ofwel werkt hij rechtstreeks samen met de tolheffende instantie(s) in wiens gebied de voertuigapparatuur zal worden gebruikt. In dat geval,

is het aan de fabrikant, de EETS-aanbieder of een gemachtigde om

1.

één (of meerdere) exemplaren in gebruik te stellen die representatief zijn voor de beoogde productie;

2.

na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren via een door de tolheffende instantie(s) goedgekeurde en gecontroleerde procedure;

3.

aan de tolheffende instantie(s) te bewijzen dat de interoperabiliteitsonderdelen voldoen aan alle door de tolheffende instantie(s) gestelde interoperabiliteitseisen;

4.

een verklaring van geschiktheid voor gebruik op te stellen, opdat door de tolheffende instantie(s) een certificaat van geschiktheid voor gebruik kan worden afgegeven. De verklaring van geschiktheid voor gebruik erkent de beoordeling door de tolheffende instantie(s) van de geschiktheid voor gebruik van de EETS-interoperabiliteitsonderdelen in de EETS-omgeving van de desbetreffende tolheffende instantie(s).

en is het aan de tolheffende instantie(s) om

1.

in te stemmen met het programma voor proefondervindelijke typekeuring;

2.

haar (hun) goedkeuring te hechten aan de procedure die wordt toegepast om na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren in haar (hun) tolgebieden, en specifieke controles te verrichten;

3.

te beoordelen of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk interoperabel zijn met haar (hun) systeem;

4.

een certificaat van geschiktheid voor gebruik in haar (hun) tolgebieden af te geven indien blijkt dat de interoperabiliteitsonderdelen correct functioneren.

b)

ofwel richt hij zijn verzoek tot een aangemelde instantie. In dat geval,

is het aan de fabrikant, de EETS-aanbieder of een gemachtigde om

1.

één (of meerdere) exemplaren in gebruik te stellen die representatief zijn voor de beoogde productie;

2.

na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren via een door de aangemelde instantie goedgekeurde en gecontroleerde procedure (in overeenstemming met de modules van Besluit 768/2008/EG);

3.

aan de aangemelde instantie te bewijzen dat de interoperabiliteitsonderdelen voldoen aan alle in dit besluit genoemde eisen, met inbegrip van de resultaten van de proefondervindelijke keuring;

4.

een „EG”-verklaring van geschiktheid voor gebruik op te stellen, opdat de aangemelde instantie een certificaat van geschiktheid voor gebruik kan afgeven. De „EG”-verklaring van geschiktheid voor gebruik erkent de beoordeling door de aangemelde instantie van de geschiktheid voor gebruik van de EETS-interoperabiliteitsonderdelen met betrekking tot de EETS-omgeving van de geselecteerde tolheffende instantie(s) en, inzonderheid in gevallen waarin interfaces worden gebruikt, met betrekking tot de met name functionele technische specificaties die moeten worden getest.

en is het aan de aangemelde instantie om

1.

rekening te houden met de verklaring van conformiteit. Bij de proefondervindelijke typekeuring worden de reeds in de verklaring van conformiteit erkende typespecificaties dan ook niet opnieuw beoordeeld, tenzij blijkt dat zich aan die specificaties verbonden problemen van niet-operabiliteit voordoen;

2.

de samenwerking met de door de fabrikant geselecteerde tolheffende instantie(s) in goede banen te leiden;

3.

de technische documentatie en het programma voor proefondervindelijke typekeuring te controleren;

4.

haar goedkeuring te hechten aan de procedure die wordt toegepast om na te gaan of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk correct functioneren, en specifiek toezicht uit te oefenen;

5.

te beoordelen of de interoperabiliteitsonderdelen in de praktijk interoperabel zijn met de systemen van de tolheffende instantie(s) en de operationele processen;

6.

een certificaat van geschiktheid voor gebruik af te geven indien blijkt dat de interoperabiliteitsonderdelen correct functioneren;

7.

een toelichtend rapport af te geven indien blijkt dat de interoperabiliteitsonderdelen niet correct functioneren. Het rapport dient tevens gewag te maken van de problemen die kunnen rijzen wanneer de systemen en processen van de tolheffende instantie(s) niet conform zijn met de relevante normen en technische specificaties. In voorkomend geval worden in het rapport aanbevelingen geformuleerd om dergelijke problemen te verhelpen.

3.   Inhoud van de „EG”-verklaringen

De „EG”-verklaringen van conformiteit en geschiktheid voor gebruik, alsmede de bijgevoegde documenten, moeten gedateerd en ondertekend worden.

De verklaringen moeten worden opgesteld in dezelfde taal als die van de handleiding en zij moeten de volgende gegevens bevatten:

a)

de referenties van de richtlijn;

b)

naam en adres van de fabrikant, de EETS-aanbieder of de in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde (firmanaam en volledig adres en, wanneer het een gemachtigde betreft, tevens de firmanaam van de fabrikant of constructeur);

c)

een beschrijving van de interoperabiliteitsonderdelen (merk, type, versie, enzovoorts);

d)

omschrijving van de voor de opstelling van de verklaring van conformiteit, respectievelijk geschiktheid voor gebruik, gevolgde procedure;

e)

alle van toepassing zijnde eisen waaraan de interoperabiliteitsonderdelen voldoen en met name hun gebruiksvoorwaarden;

f)

in voorkomend geval, naam en adres van de bij de procedure voor de beoordeling van de conformiteit of de geschiktheid voor gebruik betrokken tolheffende instantie(s)/aangemelde instantie(s);

g)

in voorkomend geval, de referentie van de technische specificaties;

h)

de identiteit van de ondertekenaar aan wie de bevoegdheid is verleend om, namens de fabrikant of diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde, verplichtingen aan te gaan.


BIJLAGE V

DOOR DE LIDSTATEN IN ACHT TE NEMEN MINIMUMCRITERIA BIJ HET AANMELDEN VAN INSTANTIES

a)

De instantie dient erkend te zijn overeenkomstig de normen van de EN45000-reeks.

b)

De instantie en de bij de verificaties betrokken personeelsleden moeten de beoordelingen met de grootst mogelijke beroepsintegriteit en technische bekwaamheid uitvoeren. Hun oordeel en de uitkomst van hun controles mogen niet worden beïnvloed door druk of — met name financiële — aanmoedigingen van personen of groepen personen die belang hebben bij het resultaat van de beoordelingen.

c)

De instantie, de directeur en de bij de verificaties of het toezicht op de verificaties betrokken personeelsleden mogen bij het ontwerp, de fabricage, de constructie, de verkoop of het onderhoud van de interoperabiliteitsonderdelen en bij de exploitatie noch rechtstreeks, noch als gemachtigden optreden. De fabrikant of de constructeur en de instantie hebben echter de mogelijkheid om technische informatie uit te wisselen.

d)

De instantie is in het bezit van of heeft toegang tot de middelen die nodig zijn om de met de uitvoering van de beoordelingen verbonden technische en administratieve taken op passende wijze te vervullen.

e)

De bij de verificaties betrokken personeelsleden moeten:

een degelijke technische en vakopleiding hebben genoten;

voldoende kennis bezitten van de eisen die gesteld worden aan de controles die zij verrichten en voldoende ervaring hebben met de uitvoering van deze controles;

in staat zijn de verklaringen, dossiers en verslagen op te stellen waaruit blijkt dat de verificaties zijn uitgevoerd.

f)

De onafhankelijkheid van de bij de verificaties betrokken personeelsleden dient te zijn gewaarborgd. Hun bezoldiging mag niet afhankelijk zijn van het aantal uitgevoerde controles of van de uitkomsten van die controles.

g)

De instantie dient een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid te sluiten, tenzij deze aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de staat wordt gedekt of de controles rechtstreeks door de lidstaat worden uitgevoerd.

h)

Het personeel van de instantie is gebonden door het beroepsgeheim ten aanzien van alles wat het verneemt bij de uitoefening van zijn taken (behalve tegenover de bevoegde overheidsinstanties van de staat waar de instantie haar werkzaamheden uitoefent), overeenkomstig Richtlijn 2004/52/EG en deze beschikking alsmede de bepalingen van nationaal recht die daaraan uitvoering geven.


BIJLAGE VI

PARAMETERS VOOR VOERTUIGCLASSIFICATIE

1.   Algemene bepalingen

1.1.

Het geheel van parameters voor voertuigclassificatie dat moet worden ondersteund door de Europese elektronische tolheffingsdienst legt geen beperkingen op aan de tolheffende instanties bij de keuze van de tarieftabellen. De Europese elektronische tolheffingsdienst dient voldoende flexibel te zijn om te waarborgen dat de ontwikkeling van de classificatieparameters beantwoordt aan de verwachte toekomstige behoeften.

1.2.

De tolheffende instantie deelt de overeenkomst mee tussen de reeks gehanteerde classificatieparameters voor voertuigen en haar tariefklassen voor voertuigen met betrekking tot de tarieftabel van elk tolgebied dat onder haar verantwoordelijkheid valt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 19, en ten minste drie maanden vóór de toepassing ervan.

1.3.

De tolheffende instantie publiceert de overeenkomst van haar tariefklassen voor voertuigen met haar tariefstructuur voor elke tarieftabel die wordt toegepast in een tolgebied dat onder haar verantwoordelijkheid valt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 19.

2.   Parameters voor voertuigclassificatie

2.1.

Onverminderd de hierboven genoemde algemene bepaling 1.1 kan de tolheffende instantie gebruik maken van de volgende parameters voor voertuigclassificatie:

a)

elke meetbare voertuigparameter die op ondubbelzinnige wijze kan worden gemeten met behulp van haar wegkantapparatuur;

b)

elke voertuigparameter die wordt ondersteund door de EN15509-norm en de ETSI ES 200674-1-norm en de bijbehorende technische rapporten voor het implementeren van protocollen;

c)

de voertuigparameters die verplicht aanwezig zijn in de kentekenbewijzen van voertuigen (1) en zoals die genormaliseerd zijn in CEN ISO/TS24534;

d)

de variabele parameters voor voertuigclassificatie die nu reeds worden gebruikt in tolregelingen, bijvoorbeeld het aantal assen (met inbegrip van opgetrokken assen), de aanwezigheid van een aanhangwagen enz.;

e)

de volgende milieuparameters:

de emissieklasse van het voertuig, namelijk de milieucategorie van het voertuig overeenkomstig Richtlijn 88/77/EEG van de Raad (2) en Richtlijn 2006/38/EG van het Europees Parlement en de Raad (3);

een geharmoniseerde CO2-gerelateerde parameter, bijvoorbeeld de in de kentekenbewijzen van voertuigen vervatte geharmoniseerde communautaire code V.7.

2.2.

Wanneer een voertuig door een tolgebied rijdt, is de in het voertuig ingebouwde apparatuur in staat om de parameters voor voertuigclassificatie en de statusinformatie van de ingebouwde apparatuur te verzenden naar de apparatuur van de tolheffende instantie waarmee de tolmeldingen worden gecontroleerd.

3.   Nieuwe parameters voor voertuigclassificatie

Indien een tolheffende instantie voornemens is om nieuwe parameters voor voertuigclassificatie in te voeren, stelt de lidstaat waar de tolheffende instantie is ingeschreven de Commissie en de overige lidstaten daarvan in kennis. De Commissie legt de kwestie voor aan het Comité elektronische tolheffing, dat is opgericht bij artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2004/52/EG, en brengt binnen een termijn van zes maanden advies uit, overeenkomstig de in artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2004/52/EG bedoelde procedure.

4.   Nieuwe tarieftabellen

4.1.

Wanneer een nieuwe tarieftabel gebaseerd is op parameters voor voertuigclassificatie die reeds in ten minste één EETS-tolgebied in gebruik zijn, ondersteunen de EETS-aanbieders de nieuwe tarieftabel vanaf de datum waarop de regeling in werking treedt;

4.2.

Wanneer een nieuwe tarieftabel gebaseerd is op één of meerdere nieuwe parameters voor voertuigclassificatie dient de procedure van punt 3 te worden toegepast.


(1)  Richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen (PB L 138 van 1.6.1999, blz. 57).

(2)  Richtlijn 88/77/EEG van de Raad van 3 december 1987 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen de emissie van verontreinigende gassen en deeltjes door voertuigmotoren met compressieontsteking en de emissie van verontreinigende gassen door op aardgas of vloeibaar petroleumgas lopende voertuigmotoren met elektrische ontsteking (PB L 36 van 9.2.1988, blz. 33).

(3)  Richtlijn 2006/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2006 tot wijziging van Richtlijn 1999/62/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (PB L 157 van 9.6.2006, blz. 8).


Top