This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32005R0356
Commission Regulation (EC) No 356/2005 of 1 March 2005 laying down detailed rules for the marking and identification of passive fishing gear and beam trawls
Verordening (EG) nr. 356/2005 van de Commissie van 1 maart 2005 houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren
Verordening (EG) nr. 356/2005 van de Commissie van 1 maart 2005 houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren
PB L 56 van 2.3.2005, pp. 8–11
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(BG, RO)
PB L 306M van 15.11.2008, pp. 126–129
(MT)
No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2011; opgeheven door 32011R0404
|
2.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 56/8 |
VERORDENING (EG) Nr. 356/2005 VAN DE COMMISSIE
van 1 maart 2005
houdende uitvoeringsbepalingen voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (1), en met name op artikel 5, onder c), en artikel 20 bis, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
De visserijactiviteiten, en met name bepaalde technische instandhoudingsmaatregelen, die onder meer betrekking hebben op de maaswijdte, beperkingen van de vistijden en andere kenmerken van passief vistuig, moeten aan controles en inspecties worden onderworpen. Daartoe moet het door de vissersvaartuigen gebruikte vistuig gemakkelijk te identificeren en te controleren zijn. Om aan deze eisen te voldoen, moeten uitvoeringsbepalingen worden vastgesteld voor het merken en identificeren van bepaalde vistuigen die in de communautaire wateren worden gebruikt. |
|
(2) |
Voor een goede tenuitvoerlegging van deze verordening moet het gebruik van vistuig dat niet voldoet aan de hierin vastgelegde eisen, worden verboden, evenals het aan boord hebben van vistuigen die niet overeenstemmen met sommige bepalingen van deze verordening. |
|
(3) |
De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité van beheer voor visserij en aquacultuur, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
In deze verordening zijn de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor het merken en identificeren van passief vistuig en boomkorren.
Artikel 2
Toepassingsgebied
1. Deze verordening geldt voor vissersvaartuigen die vissen in communautaire wateren.
2. Deze verordening is niet van toepassing binnen 12 zeemijl vanaf de basislijnen van de kust-lidstaat.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
|
a) |
„passief vistuig”:
|
|
b) |
„boomkor”: een sleepnet waarbij het vistuig wordt gesleept door een boom, die ten minste aan elk der uiteinden voorzien is van een slede. |
Artikel 4
Verbod
1. Passieve vistuigen, boeien en boomkorren die niet overeenkomstig deze verordening gemerkt en identificeerbaar zijn, mogen niet voor de visserij worden gebruikt.
2. Het volgende materieel mag niet aan boord worden gehouden:
|
a) |
bomen van een boomkor waarop niet de in artikel 5 bedoelde externe registratieletters en -nummers zijn aangebracht; |
|
b) |
passief vistuig waarop niet het in artikel 7 bedoelde plaatje is aangebracht; |
|
c) |
boeien die niet overeenkomstig artikel 10 zijn gemarkeerd. |
HOOFDSTUK II
BOOMKORREN
Artikel 5
Verplichtingen inzake boomkorren
De kapitein van een vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger zorgt ervoor dat de boom of de slee van elke gemonteerde boom van een aan boord gehouden of voor de visserij gebruikte boomkor duidelijk is voorzien van de externe registratieletters en -nummers van het vaartuig waartoe hij behoort.
HOOFDSTUK III
PASSIEF VISTUIG
Artikel 6
Verplichtingen inzake passief vistuig
De kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger zorgt ervoor dat elk passief vistuig dat aan boord wordt gehouden, duidelijk gemarkeerd en te identificeren is, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
Artikel 7
Aanduiding van de identificatie
Op elk passief vistuig dat wordt gebruikt om te vissen, moeten te allen tijde de externe registratieletters en -nummers zichtbaar zijn die zijn aangebracht op de romp van het vaartuig waartoe zij behoren:
|
a) |
op een plaatje dat is bevestigd aan de bovenste eerste rij aan beide uiteinden van elk passief vistuig; |
|
b) |
voor passief vistuig dat zich uitstrekt over meer dan één zeemijl, op plaatjes die op regelmatige afstand van niet meer dan één zeemijl zijn bevestigd aan de bovenste eerste rij van het passieve vistuig, zodat geen enkel deel van het passieve vistuig over een lengte van meer dan één zeemijl, ongemarkeerd is. |
Artikel 8
Plaatjes
1. Elk plaatje is:
|
a) |
gemaakt van duurzaam materiaal; |
|
b) |
stevig vastgemaakt aan het vistuig; |
|
c) |
ten minste 65 mm breed; |
|
d) |
ten minste 75 mm lang. |
2. De letters en nummers op elk plaatje mogen niet worden uitgewist of veranderd,noch onleesbaar worden gelaten.
HOOFDSTUK IV
BOEIEN
Artikel 9
Verplichtingen inzake boeien
De kapitein van het vissersvaartuig of zijn vertegenwoordiger zorgt ervoor dat twee eindmarkeringsboeien en tussenboeien, gemonteerd overeenkomstig de bijlage, worden bevestigd aan ieder passief vistuig dat voor de visserij wordt gebruikt, en worden ingezet overeenkomstig de bepalingen in dit hoofdstuk.
Artikel 10
Aanduiding van de identificatie
1. Op elke eindmarkeringsboei en tussenboei moeten de externe registratieletters en -nummers op de romp van het vaartuig waartoe zij behoren, als volgt zijn aangebracht:
|
a) |
de letters en nummers worden zo hoog mogelijk boven de waterspiegel aangebracht, zodat zij duidelijk zichtbaar zijn; |
|
b) |
de kleuren moeten contrasteren met het oppervlak waarop deze letters en nummers zijn aangebracht; |
2. De op de markeringsboei aangebrachte letters en nummers mogen niet worden uitgewist of veranderd noch onleesbaar worden gelaten.
Artikel 11
Touwen
1. De touwen waarmee de boeien aan het passief vistuig zijn bevestigd, zijn vervaardigd van zinkend materiaal of worden met gewichten onder water gehouden.
2. De touwen waarmee de eindmarkeringsboeien aan elk tuig zijn bevestigd, worden vastgemaakt aan de uiteinden van dat vistuig.
Artikel 12
Eindmarkeringsboeien
1. De eindmarkeringsboeien worden op een zodanige manier geplaatst dat te allen tijde kan worden vastgesteld waar de uiteinden van het vistuig zich bevinden.
2. De mast van iedere eindmarkeringsboei steekt ten minste 1,5 m uit boven het zeeniveau, gemeten vanaf de bovenkant van de drijver.
3. De eindmarkeringsboeien zijn gekleurd, maar niet rood of groen.
4. Elke boei moet voorzien zijn van:
|
a) |
een of twee rechthoekige vlag(gen) met zijden van ten minste 40 cm; wanneer op eenzelfde boei twee vlaggen moeten zijn bevestigd, moeten ze op ten minste 20 cm van elkaar staan; de afstand tussen het water en de eerste vlag moet ten minste 80 cm bedragen; vlaggen op boeien waarmee de uiteinden van eenzelfde net worden aangegeven, moeten dezelfde kleur (die niet wit mag zijn) en dezelfde afmetingen hebben; |
|
b) |
een of twee lichten die een gele kleur moeten hebben en elke vijf seconden oplichten (F1 Y5s), en die zichtbaar zijn van op een afstand van ten minste 2 zeemijl; |
|
c) |
een topteken op het hoogste punt van de boei, bestaande uit een bol met een diameter van ten minste 25 cm, voorzien van een of twee lichtgevende banden die noch rood, noch groen mogen zijn, en die ten minste 6 cm breed moeten zijn. Als topteken bovenop de boei mag een bolvormige radarreflector worden gebruikt; |
|
d) |
radarreflectoren die een echo van ten minste twee zeemijl geven. |
Artikel 13
Bevestiging van de eindmarkeringsboeien
De eindmarkeringsboeien worden als volgt aan het passief tuig bevestigd:
|
a) |
de boei in de westelijke sector (de halve kompascirkel van zuid over west tot en met het noorden) moet zijn voorzien van twee vlaggen, twee gestreepte lichtgevende banden, twee lichten en een plaatje zoals bedoeld in artikel 8. |
|
b) |
de boei in de oostelijke sector (de halve kompascirkel van noord over oost tot en met het zuiden) moet zijn voorzien van één vlag, één gestreepte lichtgevende band, één licht en een plaatje zoals bedoeld in artikel 8. |
Het plaatje moet voorzien zijn van de in artikel 10 gegeven informatie.
Artikel 14
Tussenboeien
1. Passief vistuig dat langer is dan één zeemijl, moet worden voorzien van tussenboeien.
2. De tussenboeien worden op maximaal één zeemijl van elkaar geplaatst, zodat geen enkel deel van het vistuig over een lengte van één zeemijl of meer ongemarkeerd is.
3. De tussenboeien hebben dezelfde kenmerken als de eindmarkeringsboeien in de oostelijke sector, met uitzondering van het volgende:
|
a) |
de kleur van de vlaggen is wit; |
|
b) |
elke vijfde tussenboei wordt uitgerust met een radarreflector die een echo van ten minste twee zeemijl geeft. |
HOOFDSTUK V
SLOTBEPALING
Artikel 15
Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 oktober 2005.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 1 maart 2005.
Voor de Commissie
Joe BORG
Lid van de Commissie
(1) PB L 261 van 20.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1954/2003 (PB L 289 van 7.11.2003, blz. 1).