This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32004L0117
Council Directive 2004/117/EC of 22 December 2004 amending Directives 66/401/EEC, 66/402/EEC, 2002/54/EC, 2002/55/EC and 2002/57/EC as regards examinations carried out under official supervision and equivalence of seed produced in third countries
Richtlijn 2004/117/EG van de Raad van 22 december 2004 tot wijziging van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/55/EG en 2002/57/EG met betrekking tot onderzoeken onder officieel toezicht en de gelijkwaardigheid van in derde landen geproduceerd zaaizaad
Richtlijn 2004/117/EG van de Raad van 22 december 2004 tot wijziging van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/55/EG en 2002/57/EG met betrekking tot onderzoeken onder officieel toezicht en de gelijkwaardigheid van in derde landen geproduceerd zaaizaad
PB L 14 van 18.1.2005, pp. 18–33
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(BG, RO, HR)
PB L 159M van 13.6.2006, pp. 22–37
(MT)
In force
|
18.1.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 14/18 |
RICHTLIJN 2004/117/EG VAN DE RAAD
van 22 december 2004
tot wijziging van de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/55/EG en 2002/57/EG met betrekking tot onderzoeken onder officieel toezicht en de gelijkwaardigheid van in derde landen geproduceerd zaaizaad
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 37,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement (1),
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (2),
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Krachtens Richtlijn 66/401/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen (3), Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (4), Richtlijn 2002/54/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van bietenzaad (5), Richtlijn 2002/55/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van groentezaad (6) en Richtlijn 2002/57/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen (7) kan zaad slechts officieel worden gecertificeerd indien bij een officiële controle op zaadmonsters die officieel voor zaadcontrole zijn genomen, is komen vast te staan dat het zaad aan de gestelde eisen voldoet. |
|
(2) |
Beschikking 98/320/EG van de Commissie van 27 april 1998 betreffende het opzetten van een tijdelijk experiment inzake zaadbemonstering en -controle overeenkomstig de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG en 69/208/EEG van de Raad (8) voorziet in de organisatie op communautair niveau van een tijdelijk experiment om na te gaan of zaadbemonstering en -controle onder officieel toezicht betere alternatieven kunnen zijn voor de procedures inzake officiële certificering van zaad, zonder significante achteruitgang van de zaadkwaliteit. |
|
(3) |
Uit de resultaten van dit experiment is gebleken dat de procedures inzake officiële certificering van zaad onder bepaalde omstandigheden kunnen worden vereenvoudigd zonder significante achteruitgang van de zaadkwaliteit ten opzichte van het systeem van officiële zaadbemonstering en -controle. Daarom is het dienstig ervoor te zorgen dat deze vereenvoudigde procedures op lange termijn worden toegepast, en dat zij tot groentegewassen worden uitgebreid. |
|
(4) |
Richtlijn 98/96/EG (9) van de Raad tot wijziging van onder andere de niet-officiële veldkeuringen op grond van de Richtlijnen 66/400/EEG, 66/401/EEG, 66/402/EEG en 69/208/EEG bevat regels betreffende de certificeringsprocedures voor veldkeuringen onder officieel toezicht. Een gedetailleerde evaluatie van deze procedures heeft aangetoond dat de veldkeuringen onder officieel toezicht zouden moeten worden uitgebreid tot alle gewassen die voor de productie van gecertificeerd zaaizaad zijn bestemd. Voorts is uit de evaluatie gebleken dat naar verhouding minder gebieden zouden moeten worden aangewezen voor officiële certificering, dat wil zeggen voor controle en keuring door officiële keurmeesters. |
|
(5) |
Richtlijn 2002/54/EG dient op de overige richtlijnen inzake zaaizaad te worden afgestemd inzake de mogelijkheid om lidstaten waar de bietenteelt en het in de handel brengen van bietenzaad van gering economisch belang zijn, afwijkingen toe te staan. |
|
(6) |
Momenteel is de gelijkwaardigheid van zaaizaad uit de Gemeenschap ten opzichte van zaaizaad uit derde landen beperkt tot bepaalde categorieën zaad. Gezien met name de internationale ontwikkelingen moet de gelijkwaardigheidsregeling worden uitgebreid tot alle soorten zaaizaad die voldoen aan de eigenschappen en de vereisten inzake onderzoek, aanduiding en sluiting die in de Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/55/EG en 2002/57/EG zijn vastgelegd. |
|
(7) |
De Richtlijnen 66/401/EEG, 66/402/EEG, 2002/54/EG, 2002/55/EG en 2002/57/EG moeten derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd. |
|
(8) |
Beschikking 98/320/EG vervalt op 27 april 2005. Hangende de toepassing van nieuwe bepalingen is het derhalve dienstig dat de communautaire voorwaarden voor het in de handel brengen van in overeenstemming met deze beschikking gewonnen zaaizaad gehandhaafd blijven, |
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Richtlijn 66/401/EEG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 2, lid 3, wordt vervangen door: „3. Het onderzoek onder officieel toezicht als bedoeld in lid 1, punt B, punt 1, onder d), lid 1, punt B, punt 2, onder d), lid 1, punt C, onder d), lid 1, punt C bis, onder d), lid 1, punt C ter, onder d) en lid 1, punt D, onder c) moet aan de volgende eisen voldoen:
|
|
3) |
In artikel 2, lid 4, wordt de tweede alinea geschrapt. |
|
4) |
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Artikel 15, lid 3, wordt vervangen door: „3. De lidstaten schrijven eveneens voor dat in een derde land geoogst zaad van groenvoedergewassen op verzoek officieel wordt goedgekeurd indien:
|
|
6) |
Artikel 16, lid 1, onder b), wordt vervangen door:
|
Artikel 2
Richtlijn 66/402/EEG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 2, lid 3, wordt vervangen door: „3. Het onderzoek onder officieel toezicht als bedoeld in lid 1, punt C, onder d), lid 1, punt C bis, onder c), lid 1, punt D, punt 1, onder d), lid 1, punt D, punt 2, onder b), lid 1, punt D, punt 3, onder c), lid 1, punt E, onder d), lid 1, punt F, onder d) en lid 1, punt G, onder d), moet aan de volgende eisen voldoen:
|
|
3) |
In artikel 2, lid 4, wordt de tweede alinea geschrapt. |
|
4) |
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Artikel 15, lid 3, wordt vervangen door: „3. De lidstaten schrijven eveneens voor dat in een derde land geoogste zaaigranen op verzoek officieel worden goedgekeurd indien:
|
|
6) |
Artikel 16, lid 1, onder b) wordt vervangen door:
|
Artikel 3
Richtlijn 2002/54/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 2, lid 3, wordt vervangen door: „3. Het onderzoek onder officieel toezicht als bedoeld in lid 1, onder c), iv), en lid 1, onder d), iv), moet aan de volgende eisen voldoen:
|
|
3) |
In artikel 2, lid 4, wordt de tweede alinea geschrapt. |
|
4) |
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Artikel 22, lid 3, wordt vervangen door: „3. De lidstaten schrijven eveneens voor dat in een derde land geoogst bietenzaad op verzoek officieel wordt goedgekeurd indien:
|
|
6) |
Artikel 23, lid 1, onder b) wordt vervangen door:
|
|
7) |
Na artikel 30 wordt het volgende artikel ingevoegd: „Artikel 30 bis Volgens de in artikel 28, lid 2, vastgelegde procedure kan een lidstaat desgevraagd volledig of ten dele worden vrijgesteld van de verplichting om de bepalingen van deze richtlijn toe te passen, met uitzondering van artikel 20, voorzover de bietenteelt en het in de handel brengen van bietenzaad op zijn grondgebied van gering economisch belang zijn.”. |
Artikel 4
Richtlijn 2002/57/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Artikel 2, lid 5, wordt vervangen door: „5. Het onderzoek onder officieel toezicht als bedoeld in lid 1, onder c), iv), lid 1, onder d), punt 1, ii), lid 1, onder d), punt 2, iii), lid 1, onder e), iv), lid 1, onder f), iv), lid 1, onder g), iv), lid 1, onder h), iv), lid 1, onder i), iv) en lid 1, onder j), iii) moet aan de volgende eisen voldoen:
|
|
3) |
In artikel 2, lid 6, wordt de tweede alinea geschrapt. |
|
4) |
Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:
|
|
5) |
Artikel 19, lid 3, wordt vervangen door: „3. De lidstaten schrijven eveneens voor dat in een derde land geoogst zaad van oliehoudende planten en vezelgewassen op verzoek officieel wordt goedgekeurd indien:
|
|
6) |
Artikel 20, lid 1, onder b) wordt vervangen door:
|
Artikel 5
Richtlijn 2002/55/EG wordt als volgt gewijzigd:
|
1) |
Artikel 2, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:
|
|
2) |
Aan artikel 2 wordt het volgende lid 4 toegevoegd: „4. Onderzoek onder officieel toezicht als bedoeld in lid 1, onder c), iv) en lid 1, onder d), iv) moet aan de volgende eisen voldoen:
|
|
3) |
Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:
|
Artikel 6
In artikel 4 van Beschikking 98/320/EG wordt „27 april 2005” vervangen door „30 september 2005”.
Artikel 7
Uiterlijk op 1 oktober 2010 legt de Commissie een gedetailleerde evaluatie van de bij deze richtlijn vastgestelde vereenvoudiging van de certificeringsprocedures voor. Bij deze evaluatie dient de nadruk te liggen op het functioneren van de toezichtsystemen met betrekking tot eventuele gevolgen voor de kwaliteit van het zaaizaad.
Artikel 8
1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 oktober 2005 aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie onverwijld de tekst van die bepalingen mee, alsmede een transponeringstabel waarin wordt aangegeven in welke nationale bepalingen de bepalingen van deze richtlijn zijn verwerkt.
Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in de bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor de verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.
2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.
Artikel 9
Deze richtlijn treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Artikel 10
Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.
Gedaan te Brussel, 22 december 2004.
Voor de Raad
De voorzitter
C. VEERMAN
(1) Advies uitgebracht op 17 november 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(2) Advies uitgebracht op 15 september 2004 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).
(3) PB 125 van 11.7.1966, blz. 2298/66. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2004/55/EG (PB L 114 van 21.4.2004, blz. 18).
(4) PB 125 van 11.7.1966, blz. 2309/66. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/61/EG (PB L 165 van 3.7.2003, blz. 23).
(5) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 12. Richtlijn gewijzigd bij Richtlijn 2003/61/EG.
(6) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 33. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1).
(7) PB L 193 van 20.7.2002, blz. 74. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/61/EG.
(8) PB L 140 van 12.5.1998, blz. 14. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2004/626/EG (PB L 283 van 2.9.2004, blz. 16).