Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003L0076

Richtlijn 2003/76/EG van de Commissie van 11 augustus 2003 tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG van de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (Voor de EER relevante tekst)

PB L 206 van 15.8.2003, pp. 29–30 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 01/01/2013; opgeheven door 32007R0715

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/76/oj

32003L0076

Richtlijn 2003/76/EG van de Commissie van 11 augustus 2003 tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG van de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 206 van 15/08/2003 blz. 0029 - 0030


Richtlijn 2003/76/EG van de Commissie

van 11 augustus 2003

tot wijziging van Richtlijn 70/220/EEG van de Raad betreffende maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen

(Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003(2), inzonderheid op artikel 13, lid 2,

Gelet op Richtlijn 70/220/EEG van de Raad van 20 maart 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten met betrekking tot maatregelen tegen luchtverontreiniging door emissies van motorvoertuigen(3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/80/EG van de Commissie(4), inzonderheid op artikel 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 70/220/EEG is een van de bijzondere richtlijnen voor de EG-typegoedkeuringsprocedure, die is vastgesteld bij Richtlijn 70/156/EEG.

(2) Bij Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2002/80/EG, zijn specifieke voorschriften ingevoerd voor de typegoedkeuring van op twee brandstoffen rijdende voertuigen en van op één brandstof rijdende voertuigen die op gas rijden, met betrekking tot boorddiagnosesystemen (OBD-systemen). Daarbij zijn ook voorschriften ingevoerd inzake de typegoedkeuring, gedurende een beperkte periode, van op gas rijdende voertuigen met een OBD-systeem dat minder belangrijke gebreken vertoont. Deze voorschriften moeten worden aangevuld met bijkomende technische maatregelen betreffende de verzending van diagnosesignalen, teneinde te vermijden dat het handelsverkeer als gevolg van bepaalde voor op gas rijdende voertuigen bestemde OBD-technologieën die recentelijk zijn ontwikkeld en in alle andere opzichten aan de voorschriften van Richtlijn 70/220/EEG voldoen, wordt belemmerd.

(3) Bij Richtlijn 70/220/EEG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2002/80/EG, zijn eveneens specifieke voorschriften voor de EG-typegoedkeuring van vervangingskatalysatoren ingevoerd. Deze voorschriften dienen te worden aangepast zodat voor een vervangingskatalysator een typegoedkeuring als afzonderlijke technische eenheid kan worden verleend, omdat deze van hetzelfde type is als een originele katalysator of een originele vervangingskatalysator waarvoor reeds een typegoedkeuring is verleend.

(4) Richtlijn 70/220/EEG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5) De in deze richtlijn vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het bij Richtlijn 70/156/EEG ingestelde Comité voor de aanpassing aan de technische vooruitgang,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen XI en XIII bij Richtlijn 70/220/EEG worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de de onderhavige richtlijn.

Artikel 2

1. De lidstaten dienen uiterlijk op 4 september 2004 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede, alsmede een transponeringstabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 4 september 2004.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar deze richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 11 augustus 2003.

Voor de Commissie

Erkki Liikanen

Lid van de Commissie

(1) PB L 42 van 23.2.1970, blz. 1.

(2) PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36.

(3) PB L 76 van 6.4.1970, blz. 1.

(4) PB L 291 van 28.10.2002, blz. 20.

BIJLAGE

Bijlagen XI en XIII bij Richtlijn 70/220/EEG worden als volgt gewijzigd:

A. Bijlage XI wordt als volgt gewijzigd:

1. Punt 3.3.3.4 komt als volgt te luiden:

"3.3.3.4. indien actief voor de gekozen brandstof, storing in andere onderdelen of systemen van het emissiebeperkingssysteem of van voor de emissie relevante onderdelen of systemen van de aandrijving die op een computer zijn aangesloten, waardoor de emissies via de uitlaat de grenswaarden van punt 3.3.2 kunnen overschrijden;".

2. Punt 4.5.2 komt als volgt te luiden:

"4.5.2. Niettegenstaande de voorschriften in punt 6.6 van aanhangsel 1 van deze bijlage, en indien de fabrikant hierom vraagt, aanvaardt de typegoedkeuringsinstantie dat een voertuig met de volgende gebreken aan de voorschriften van deze bijlage voldoet met betrekking tot de evaluatie en verzending van diagnosesignalen:

- verzending van de diagnosesignalen voor de brandstof die op dat ogenblik wordt gebruikt naar één bronadres;

- evaluatie van één reeks diagnosesignalen voor beide brandstoftypen (overeenkomstig de evaluatie van voertuigen die alleen op gas als brandstof rijden, en ongeacht de op dat ogenblik gebruikte brandstof);

- selectie van één reeks diagnosesignalen (met betrekking tot één van de twee brandstoftypen) door een brandstofschakelaar in een bepaalde stand te zetten;

- evaluatie en verzending van één reeks diagnosesignalen voor beide brandstoffen in de benzinecomputer, ongeacht de gebruikte brandstof. De computer voor het toevoersysteem van gas zorgt voor de evaluatie en verzending van de diagnosesignalen van het brandstofsysteem op gas en slaat een brandstofstatusoverzicht op.

Ook andere uitzonderingen kunnen door de fabrikant worden gevraagd en door de typegoedkeuringsinstantie worden toegestaan.".

3. In aanhangsel 1 van bijlage XI komt punt 6.6 als volgt te luiden:

"6.6. Specifieke voorschriften voor de verzending van diagnosesignalen van op twee brandstoffen (benzine/gas) rijdende voertuigen

6.6.1. In het geval van op twee brandstoffen (benzine/gas) rijdende voertuigen waarbij de specifieke signalen van de verschillende brandstofsystemen in dezelfde computer worden opgeslagen, worden voor het rijden op benzine en voor het rijden op gas de diagnosesignalen onafhankelijk van elkaar geëvalueerd en verzonden.

6.6.2. In het geval van op twee brandstoffen (benzine/gas) rijdende voertuigen waarbij de specifieke signalen van de verschillende brandstofsystemen in verschillende computers worden opgeslagen, worden voor het rijden op benzine en voor het rijden op gas de diagnosesignalen geëvalueerd en verzonden vanuit de computer voor de specifieke brandstof.

6.6.3. Indien zij met een diagnosegereedschap worden opgevraagd, worden de diagnosesignalen voor het rijden op benzine naar één bronadres en die voor het rijden op gas naar een ander bronadres verzonden. Het gebruik van bronadressen is beschreven in ISO DIS 15031-5 'Road vehicles - communication between vehicles and external test equipment for emissions-related diagnostics - Part 5: Emissions-related diagnostic services', van 1 november 2001.".

B. In bijlage XIII wordt het volgende punt 4.4 toegevoegd:

"4.4. Wanneer de aanvrager van een typegoedkeuring aan de typegoedkeuringsinstantie of de technische dienst het bewijs kan leveren dat de vervangingskatalysator van een type is dat in punt 1.10 van het aanhangsel van bijlage X is vermeld, is het verlenen van het typegoedkeuringscertificaat niet afhankelijk van de verificatie dat aan de in punt 6 vermelde voorschriften is voldaan.".

Top