This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32003D0849
2003/849/EC: Commission Decision of 28 November 2003 approving programmes for the eradication and monitoring of certain animal diseases and for the prevention of zoonoses presented by the Member States for the year 2004 and fixing the level of the Community's financial contribution (notified under document number C(2003) 4424)
2003/849/EG: Beschikking van de Commissie van 28 november 2003 tot goedkeuring van de programma's voor de uitroeiing en de bewaking van bepaalde dierziekten en voor de preventie van zoönoses die de lidstaten voor 2004 hebben ingediend, en tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 4424)
2003/849/EG: Beschikking van de Commissie van 28 november 2003 tot goedkeuring van de programma's voor de uitroeiing en de bewaking van bepaalde dierziekten en voor de preventie van zoönoses die de lidstaten voor 2004 hebben ingediend, en tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 4424)
PB L 322 van 9.12.2003, pp. 16–27
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
In force: This act has been changed. Current consolidated version:
30/12/2004
2003/849/EG: Beschikking van de Commissie van 28 november 2003 tot goedkeuring van de programma's voor de uitroeiing en de bewaking van bepaalde dierziekten en voor de preventie van zoönoses die de lidstaten voor 2004 hebben ingediend, en tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 4424)
Publicatieblad Nr. L 322 van 09/12/2003 blz. 0016 - 0027
Beschikking van de Commissie van 28 november 2003 tot goedkeuring van de programma's voor de uitroeiing en de bewaking van bepaalde dierziekten en voor de preventie van zoönoses die de lidstaten voor 2004 hebben ingediend, en tot vaststelling van de financiële bijdrage van de Gemeenschap (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 4424) (2003/849/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op de Akte van Toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek, en met name op artikel 32, eerste alinea, Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied(1), en met name op artikel 24, lid 6, en de artikelen 29 en 32, Overwegende hetgeen volgt: (1) De Gemeenschap kan op grond van Beschikking 90/424/EEG een financiële bijdrage verlenen voor de uitroeiing en de bewaking van dierziekten en voor controles met het oog op de preventie van zoönoses. (2) De lidstaten en de toetredende lidstaten hebben programma's ingediend voor de uitroeiing van bepaalde dierziekten en voor de preventie van zoönoses op hun grondgebied. (3) Krachtens artikel 32 van het Toetredingsverdrag van 2003 krijgen de nieuwe lidstaten dezelfde behandeling als de huidige lidstaten wat betreft uitgaven in het kader van veterinaire fondsen. (4) Vóór de toetreding van de betrokken toetredende lidstaten mag voor de programma's in kwestie echter geen enkele financiële verbintenis in het kader van de begroting voor 2004 worden aangegaan. Bovendien kunnen de uitroeiing en de bewaking van bepaalde ziekten in toetredende landen ook door andere communautaire instrumenten worden gefinancierd. (5) Uit een onderzoek van deze programma's is gebleken dat zij voldoen aan de desbetreffende communautaire veterinaire wetgeving, en met name aan de communautaire criteria voor de uitroeiing van die ziekten, zoals vastgesteld bij Beschikking 90/368/EEG van de Raad van 27 november 1990 tot vaststelling van communautaire criteria voor de maatregelen inzake de uitroeiing van en de controle op bepaalde dierziekten(2). (6) Deze programma's zijn opgenomen in de lijst van programma's die is vastgesteld bij Beschikking 2003/743/EG van de Commissie van 14 oktober 2003 betreffende de lijsten van programma's voor de uitroeiing en bewaking van dierziekten en van controleprogramma's ter voorkoming van zoönoses die in 2004 in aanmerking komen voor een financiële bijdrage van de Gemeenschap(3). (7) Gezien het belang van deze programma's voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Gemeenschap inzake de dier- en de volksgezondheid, moet de financiële bijdrage van de Gemeenschap worden vastgesteld op 50 % van de uitgaven die de betrokken lidstaten voor de in deze beschikking vermelde maatregelen doen, tot een bepaald maximumbedrag per programma. (8) Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(4) worden programma's voor de uitroeiing en de bewaking van dierziekten gefinancierd uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw. Met het oog op de financiële controle zijn de artikelen 8 en 9 van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van toepassing. (9) De financiële bijdrage van de Gemeenschap wordt verleend mits de voorgenomen maatregelen efficiënt worden uitgevoerd en mits de bevoegde autoriteiten alle nodige inlichtingen binnen de bij deze beschikking vastgestelde termijnen verstrekken. (10) De koers voor de omrekening van de betalingsaanvragen in nationale valuta zoals omschreven in artikel 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 2799/98 van de Raad van 15 december 1998 tot vaststelling van het agromonetaire stelsel voor de euro(5), moet worden verduidelijkt. (11) Met de goedkeuring van sommige van deze programma's wordt niet vooruitgelopen op een besluit van de Commissie waarin op basis van wetenschappelijk advies voorschriften voor de uitroeiing van deze ziekten worden vastgesteld. (12) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: HOOFDSTUK I Rabiës Artikel 1 1. Het door Oostenrijk ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Oostenrijk in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 200000 EUR. Artikel 2 1. Het door Tsjechië ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Tsjechië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 650000 EUR. Artikel 3 1. Het door Duitsland ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Duitsland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 800000 EUR. Artikel 4 1. Het door Finland ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Finland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 70000 EUR. Artikel 5 1. Het door Letland ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Letland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 370000 EUR. Artikel 6 1. Het door Polen ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Polen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 1800000 EUR. Artikel 7 1. Het door Slovenië ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Slovenië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 110000 EUR. Artikel 8 1. Het door Slowakije ingediende programma voor de uitroeiing van rabiës wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Slowakije in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor de aankoop en de distributie van vaccin en aas, met een maximum van 400000 EUR. HOOFDSTUK II Runderbrucellose Artikel 9 1. Het door Cyprus ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 85000 EUR, bij in de uitgaven die Cyprus in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 10 1. Het door Griekenland ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 300000 EUR, bij in de uitgaven die Griekenland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 11 1. Het door Spanje ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 4000000 EUR, bij in de uitgaven die Spanje in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 12 1. Het door Ierland ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 5000000 EUR, bij in de uitgaven die Ierland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 13 1. Het door Italië ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 1500000 EUR, bij in de uitgaven die Italië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 14 1. Het door Litouwen ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 50000 EUR, bij in de uitgaven die Litouwen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 15 1. Het door Polen ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 150000 EUR, bij in de uitgaven die Polen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 16 1. Het door Portugal ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 1800000 EUR, bij in de uitgaven die Portugal in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 17 1. Het door Slovenië ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 110000 EUR, bij in de uitgaven die Slovenië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 18 1. Het door het Verenigd Koninkrijk ingediende programma voor de uitroeiing van runderbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 2000000 EUR, bij in de uitgaven die het Verenigd Koninkrijk in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. HOOFDSTUK III Rundertuberculose Artikel 19 1. Het door Griekenland ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 300000 EUR, bij in de uitgaven die Griekenland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 20 1. Het door Spanje ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 5000000 EUR, bij in de uitgaven die Spanje in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 21 1. Het door Ierland ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 4500000 EUR, bij in de uitgaven die Ierland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 22 1. Het door Italië ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 1200000 EUR, bij in de uitgaven die Italië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 23 1. Het door Litouwen ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 70000 EUR, bij in de uitgaven die Litouwen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 24 1. Het door Polen ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 150000 EUR, bij in de uitgaven die Polen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 25 1. Het door Portugal ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 400000 EUR, bij in de uitgaven die Portugal in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 26 1. Het door Slovenië ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 40000 EUR, bij in de uitgaven die Slovenië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 27 1. Het door het Verenigd Koninkrijk ingediende programma voor de uitroeiing van rundertuberculose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 2000000 EUR, bij in de uitgaven die het Verenigd Koninkrijk in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van tuberculinatie; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. HOOFDSTUK IV Enzoötische boviene leukose Artikel 28 1. Het door Italië ingediende programma voor de uitroeiing van enzoötische boviene leukose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 100000 EUR, bij in de uitgaven die Italië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 29 1. Het door Litouwen ingediende programma voor de uitroeiing van enzoötische boviene leukose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 100000 EUR, bij in de uitgaven die Litouwen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 30 1. Het door Portugal ingediende programma voor de uitroeiing van enzoötische boviene leukose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 100000 EUR, bij in de uitgaven die Portugal in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 31 1. Het door Slowakije ingediende programma voor de uitroeiing van enzoötische boviene leukose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 40000 EUR, bij in de uitgaven die Slowakije in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 32 1. Het door het Verenigd Koninkrijk ingediende programma voor de uitroeiing van enzoötische boviene leukose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 5000 EUR, bij in de uitgaven die het Verenigd Koninkrijk in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. HOOFDSTUK V Schapen- en geitenbrucellose Artikel 33 1. Het door Cyprus ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 725000 EUR, bij in de uitgaven die Cyprus in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 34 1. Het door Griekenland ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 1000000 EUR, bij in de uitgaven die Griekenland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) salarissen van dierenartsen die speciaal voor dat programma contractueel in dienst zijn genomen; d) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 35 1. Het door Spanje ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 6500000 EUR, bij in de uitgaven die Spanje in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 36 1. Het door Frankrijk ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 300000 EUR, bij in de uitgaven die Frankrijk in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 37 1. Het door Italië ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 3500000 EUR, bij in de uitgaven die Italië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 38 1. Het door Litouwen ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 17000 EUR, bij in de uitgaven die Litouwen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 39 1. Het door Portugal ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 2000000 EUR, bij in de uitgaven die Portugal in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de aankoop van vaccins; b) de kosten van laboratoriumtests; c) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. Artikel 40 1. Het door Slovenië ingediende programma voor de uitroeiing van schapen- en geitenbrucellose wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 %, met een maximum van 70000 EUR, bij in de uitgaven die Slovenië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor: a) de kosten van laboratoriumtests; b) de vergoeding van eigenaars van dieren die in het kader van het programma worden geslacht. HOOFDSTUK VI Bluetongue Artikel 41 1. Het door Spanje ingediende programma voor de uitroeiing en bewaking van bluetongue wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Spanje in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor serologische en entomologische bewaking, met een maximum van 150000 EUR. Artikel 42 1. Het door Frankrijk ingediende programma voor de uitroeiing en bewaking van bluetongue wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Frankrijk in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor serologische en entomologische bewaking, met een maximum van 225000 EUR. Artikel 43 1. Het door Italië ingediende programma voor de uitroeiing en bewaking van bluetongue wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Italië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor serologische en entomologische bewaking, met een maximum van 700000 EUR. HOOFDSTUK VII Salmonella bij pluimvee Artikel 44 1. Het door Oostenrijk ingediende programma voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Oostenrijk doet voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde programma, met een maximum van 150000 EUR. De financiële bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor: a) de vernietiging van het fokpluimvee of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; b) de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; c) de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de van deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; d) de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; e) de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG van de Raad(6), met een maximum van 5 EUR per test. Artikel 45 1. Het door Denemarken ingediende programma voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Denemarken doet voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde programma, met een maximum van 260000 EUR. De financiële bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor: a) de vernietiging van het fokpluimvee of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; b) de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; c) de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de van deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; d) de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; e) de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG, met een maximum van 5 EUR per test. Artikel 46 1. Het door Frankrijk ingediende programma voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Frankrijk doet voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde programma, met een maximum van 700000 EUR. De financiële bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor: a) de vernietiging van het fokpluimvee of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; b) de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; c) de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de van deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; d) de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; e) de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG, met een maximum van 5 EUR per test. Artikel 47 1. Het door Ierland ingediende programma voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Ierland doet voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde programma, met een maximum van 90000 EUR. De financiële bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor: a) de vernietiging van het fokpluimvee of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; b) de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; c) de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de van deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; d) de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; e) de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG, met een maximum van 5 EUR per test. Artikel 48 1. Het door Litouwen ingediende programma voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Litouwen doet voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde programma, met een maximum van 400000 EUR. De financiële bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor: a) de vernietiging van het fokpluimvee of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; b) de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; c) de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de van deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; d) de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; e) de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG, met een maximum van 5 EUR per test. Artikel 49 1. Het door Nederland ingediende programma voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Nederland doet voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde programma, met een maximum van 400000 EUR. De financiële bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor: a) de vernietiging van het fokpluimvee of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; b) de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; c) de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de van deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; d) de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; e) de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG, met een maximum van 5 EUR per test. Artikel 50 1. Het door Slowakije ingediende programma voor de bestrijding van salmonella bij fokpluimvee wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Slowakije doet voor de uitvoering van het in lid 1 bedoelde programma, met een maximum van 400000 EUR. De financiële bijdrage van de Gemeenschap is bestemd voor: a) de vernietiging van het fokpluimvee of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van het fokpluimvee en de opbrengst van de verkoop van het hittebehandelde vlees van dit pluimvee; b) de vernietiging van geïncubeerde broedeieren; c) de vernietiging van niet-geïncubeerde broedeieren of de financiering van het verschil tussen de geschatte waarde van de niet-geïncubeerde broedeieren en de opbrengst van de verkoop van de van deze eieren vervaardigde hittebehandelde eiproducten; d) de aankoop van vaccins, voorzover deze de uitvoering van het programma niet belemmeren; e) de kosten van bacteriologische tests in het kader van officiële bemonstering overeenkomstig bijlage III, afdeling I, van Richtlijn 92/117/EEG, met een maximum van 5 EUR per test. HOOFDSTUK VIII Afrikaanse varkenspest, klassieke varkenspest en vesiculaire varkensziekte Artikel 51 1. Het door Italië ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van Afrikaanse varkenspest en klassieke varkenspest wordt, wat Sardinië betreft, goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Italië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische laboratoriumtests te verrichten en eigenaars van geslachte dieren te vergoeden, met een maximum van 250000 EUR. Artikel 52 1. Het door Italië ingediende programma voor de uitroeiing en bewaking van vesiculaire varkensziekte wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Italië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische laboratoriumtests te verrichten en eigenaars van geslachte dieren te vergoeden, met een maximum van 400000 EUR. Artikel 53 1. Het door België ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van klassieke varkenspest wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die België in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde zwijnen te verrichten en karkassen van wilde zwijnen te vernietigen, met een maximum van 175000 EUR. Artikel 54 1. Het door Tsjechië ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van klassieke varkenspest wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Tsjechië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde zwijnen te verrichten en karkassen van wilde zwijnen te vernietigen, met een maximum van 75000 EUR. Artikel 55 1. Het door Duitsland ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van klassieke varkenspest wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Duitsland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde zwijnen te verrichten en karkassen van wilde zwijnen te vernietigen, met een maximum van 800000 EUR. Artikel 56 1. Het door Litouwen ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van klassieke varkenspest wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Litouwen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde zwijnen te verrichten en karkassen van wilde zwijnen te vernietigen, met een maximum van 20000 EUR. Artikel 57 1. Het door Luxemburg ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van klassieke varkenspest wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Luxemburg in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde zwijnen te verrichten en karkassen van wilde zwijnen te vernietigen, met een maximum van 90000 EUR. Artikel 58 1. Het door Slovenië ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van klassieke varkenspest wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Slovenië in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde zwijnen te verrichten en karkassen van wilde zwijnen te vernietigen, met een maximum van 30000 EUR. Artikel 59 1. Het door Slowakije ingediende programma voor de uitroeiing en de bewaking van klassieke varkenspest wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Slowakije in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet om virologische en serologische tests bij varkens (huisdieren) en wilde zwijnen te verrichten en karkassen van wilde zwijnen te vernietigen, met een maximum van 125000 EUR. HOOFDSTUK IX Ziekte van Aujeszky Artikel 60 1. Het door België ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die België in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 700000 EUR. Artikel 61 1. Het door Spanje ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Spanje in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 75000 EUR. Artikel 62 1. Het door Hongarije ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Hongarije in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 100000 EUR. Artikel 63 1. Het door Ierland ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Ierland in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 50000 EUR. Artikel 64 1. Het door Litouwen ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Litouwen in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 50000 EUR. Artikel 65 1. Het door Malta ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Malta in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 5000 EUR. Artikel 66 1. Het door Portugal ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Portugal in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 50000 EUR. Artikel 67 1. Het door Slowakije ingediende programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Slowakije in het kader van het in lid 1 bedoelde programma doet voor laboratoriumtests, met een maximum van 60000 EUR. HOOFDSTUK X Heartwater, babesiose en anaplasmose Artikel 68 1. Het door Frankrijk ingediende programma voor de uitroeiing van heartwater, babesiose en anaplasmose op Guadeloupe wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 2. Het door Frankrijk ingediende programma voor de uitroeiing van heartwater, babesiose en anaplasmose op Martinique wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 3. Het door Frankrijk ingediende programma voor de uitroeiing van heartwater, babesiose en anaplasmose op Réunion wordt goedgekeurd voor de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004. 4. De Gemeenschap draagt voor 50 % bij in de uitgaven die Frankrijk doet om de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde programma's uit te voeren, met een maximum van 250000 EUR. HOOFDSTUK XI Algemene bepalingen en slotbepalingen Artikel 69 1. Voor de in de artikelen 9 tot en met 40 bedoelde programma's worden de subsidiabele uitgaven voor vergoeding voor het slachten van dieren beperkt overeenkomstig de leden 2 en 3. 2. De gemiddelde vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald, wordt berekend op basis van het aantal dieren dat in de lidstaat is geslacht en bedraagt: a) voor runderen, maximaal 300 EUR per dier; b) voor schapen en geiten, maximaal 35 EUR per dier. 3. De maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald, bedraagt 1000 EUR per dier voor runderen en 100 EUR per dier voor schapen en geiten. Artikel 70 Voor de in de artikelen 9 tot en met 40 en de artikelen 60 tot en met 67 bedoelde programma's bedraagt de maximale vergoeding die aan de lidstaten wordt betaald voor de kosten van laboratoriumtests en vaccinatie: >RUIMTE VOOR DE TABEL> Artikel 71 De omrekeningskoers voor in maand "n" ingediende aanvragen in nationale valuta is die van de tiende dag van maand "n + 1" of die van de eerste voorafgaande dag waarvoor een algemene notering beschikbaar is. Artikel 72 1. De financiële bijdrage van de Gemeenschap voor de in de artikelen 1 tot en met 68 bedoelde programma's wordt verleend op voorwaarde dat deze programma's worden uitgevoerd overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van het Gemeenschapsrecht, waaronder de voorschriften inzake mededinging en de toekenning van overheidscontracten, en op voorwaarde dat de betrokken lidstaat of toetredende lidstaat: a) uiterlijk op 1 januari 2004 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen voor de uitvoering van het programma in werking doet treden; b) uiterlijk op 1 juni 2004 een eerste technische en financiële evaluatie van het programma indient overeenkomstig artikel 24, lid 7, van Beschikking 90/424/EEG; c) uiterlijk vier weken na afloop van de verslagperiode een tussentijds verslag over de eerste zes maanden van het programma indient; d) uiterlijk op 1 juni 2005 een eindverslag indient over de technische uitvoering van het programma, samen met bewijsstukken betreffende de uitgaven die in de periode van 1 januari tot en met 31 december 2004 zijn verricht en de resultaten die in die periode zijn bereikt; e) het programma efficiënt uitvoert; f) voor deze maatregelen geen andere communautaire bijstand heeft gevraagd of zal vragen. 2. Indien de lidstaat of de betrokken toetredende lidstaat deze voorschriften niet nakomt, verlaagt de Commissie de bijdrage van de Gemeenschap, rekening houdend met de aard en de ernst van de overtreding en met eventuele voor de Gemeenschap ontstane financiële schade. Artikel 73 Deze beschikking is van toepassing met ingang van 1 januari 2004. Artikel 74 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 28 november 2003. Voor de Commissie David Byrne Lid van de Commissie (1) PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1). (2) PB L 347 van 12.12.1990, blz. 27. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/65/EEG (PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54). (3) PB L 268 van 18.10.2003, blz. 77. (4) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103. (5) PB L 349 van 24.12.1998, blz. 1. (6) PB L 62 van 15.3.1993, blz. 38.