Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31991R2249

VERORDENING (EEG) Nr. 2249/91 VAN DE COMMISSIE van 25 juli 1991 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1855/89 van de Raad betreffende de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen

PB L 204 van 27.7.1991, pp. 31–35 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 01/01/1994; opgeheven door 393R2454

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1991/2249/oj

31991R2249

VERORDENING (EEG) Nr. 2249/91 VAN DE COMMISSIE van 25 juli 1991 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1855/89 van de Raad betreffende de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen -

Publicatieblad Nr. L 204 van 27/07/1991 blz. 0031 - 0035


VERORDENING ( EEG ) Nr . 2249/91 VAN DE COMMISSIE van 25 juli 1991 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 1855/89 van de Raad betreffende de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 1855/89 van de Raad van 14 juni 1989 betreffende de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen ( 1 ), inzonderheid op artikel 21,

Overwegende dat, ter uitvoering van Verordening ( EEG ) nr . 1855/89, de voorwaarden waaronder vervoermiddelen voor de regeling tijdelijke invoer in aanmerking kunnen komen nader moeten worden omschreven;

Overwegende dat het vereiste om een douanedocument over te leggen en om zekerheid te stellen moet worden voorbehouden voor gevallen waarin er een ernstig gevaar bestaat dat de verplichting tot wederuitvoer van een vervoermiddel dat in het douanegebied van de Gemeenschap is binnengebracht, niet zal worden nagekomen;

Overwegende dat laadborden vanwege hun aard een bijzonder geval vormen; dat een vergunningprocedure moet worden vastgesteld voor laadborden die niet kunnen worden geïdentificeerd;

Overwegende dat de in artikel 13 van Verordening ( EEG ) nr . 1855/89 bedoelde afwijkingen uitputtend moeten worden geregeld en dat moet worden bepaald dat geen in de onderhavige verordening niet voorziene afwijking mag worden toegelaten;

Overwegende dat het aan de douanediensten van de Lid-Staten moet worden overgelaten om per geval de feitelijke omstandigheden te beoordelen op grond waarvan bepaalde afwijkingen die in onderhavige verordening zijn voorzien, kunnen worden toegepast en om de termijn vast te stellen gedurende welke een vervoermiddel met toepassing van die afwijkingen onder de regeling tijdelijke invoer valt;

Overwegende dat de in onderhavige verordening bedoelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité economische douaneregelingen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : TITEL I ALGEMEEN

Artikel 1

In de zin van deze verordening wordt verstaan onder

a ) basisverordening : Verordening ( EEG ) nr . 1855/89;

b ) in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon : zowel een natuurlijke persoon die zijn gewone verblijfplaats in het douanegebied van de Gemeenschap heeft als een rechtspersoon waarvan de zetel zich in dit gebied bevindt;

c ) intern verkeer : het vervoer van personen of goederen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn ingescheept, respectievelijk geladen, en die in dit gebied zullen worden ontscheept, respectievelijk gelost .

Artikel 2

1 . Onverminderd de bepalingen van de artikelen 3, 16 en 17 is de regeling tijdelijke invoer van vervoermiddelen uit hoofde van de basisverordening zonder verdere formaliteiten van toepassing zodra de vervoermiddelen in het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengebracht .

2 . a ) Wanneer vervoermiddelen ter beëindiging van de regeling actieve veredeling in de Gemeenschap onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst, worden de uit de eerstgenoemde regeling afkomstige vervoermiddelen gelijkgesteld met die welke in het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht .

b ) De datum van de plaatsing onder de regeling tijdelijke invoer van de onder a ) bedoelde vervoermiddelen is die van het eerste gebruik ervan onder die regeling .

c ) Met het oog op het opstellen van de zuiveringsafrekening in het kader van de regeling actieve veredeling geeft de begunstigde van de regeling tijdelijke invoer aan de vergunninghouder actieve veredeling een attest af ter vervanging van de documenten bedoeld in artikel 61, lid 3, van Verordening ( EEG ) nr . 3677/86 van de Raad ( 2 ).

Artikel 3

1 . Wanneer de douane bij een controle de mening is toegedaan dat er ernstig gevaar bestaat dat de verplichting tot wederuitvoer van een vervoermiddel niet zal worden nagekomen, is, met het oog op de toepassing van artikel 2, lid 1, en van artikel 3, lid 1, van de basisverordening, de regeling tijdelijke invoer van toepassing, mits een bij internationale overeenkomst vastgesteld document wordt overgelegd of een aangifte gedaan op een formulier dat is vastgesteld volgens de bij Verordening ( EEG ) nr . 717/91 van de Raad ( 3 ) bedoelde procedure . De douaneautoriteit kan bij het overleggen van de aangifte een zekerheidstelling eisen .

2 . Met het oog op de toepassing van artikel 17 van de basisverordening dienen het document of de aangifte samen met het vervoermiddel bij de douane te worden aangeboden binnen de termijn die is vastgesteld door de douanedienst waarbij het document of de aangifte is ingediend .

Artikel 4

Artikel 12 van de basisverordening is van overeenkomstige toepassing op rechtspersonen die hun zetel in het douanegebied van de Gemeenschap hebben . TITEL II VERVOERMIDDELEN VOOR WEGVERVOER Hoofdstuk I Vervoermiddelen voor wegvervoer bestemd voor beroep of bedrijf

Artikel 5

1 . Voor de toepassing van artikel 4 van de basisverordening wordt onder gebruik voor beroep of bedrijf verstaan het vervoer van personen tegen betaling of het industriële en commerciële vervoer van goederen, al dan niet tegen betaling .

2 . Voor de toepassing van artikel 4, lid 3, onder a ) en b ), van de basisverordening dienen personen die voor rekening van een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon handelen, naar behoren door deze persoon te zijn gemachtigd .

3 . Met toepassing van artikel 13 van de basisverordening

a ) mogen voertuigen voor beroep of bedrijf, onder de in lid 2 bedoelde voorwaarden, worden bestuurd door natuurlijke personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd;

b ) kan de douanedienst toestaan dat

- in uitzonderlijke gevallen een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste, voor gebruik voor beroep of bedrijf bestemde voertuigen in dit gebied invoert en gebruikt gedurende een beperkte periode die door de genoemde dienst voor elk afzonderlijk geval wordt vastgesteld;

- een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon die in dienst is van een buiten dit gebied gevestigde persoon, een aan deze laatste toebehorend voertuig voor gebruik voor beroep of bedrijf invoert en gebruikt . Het onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste voertuig mag eveneens worden gebruikt voor particuliere doeleinden mits dit gebruik een bijkomend en occasioneel karakter heeft ten opzichte van het gebruik voor beroep of bedrijf en mits het arbeidscontract in deze mogelijkheid voorziet;

c ) mogen voertuigen voor gebruik voor beroep of bedrijf in het interne verkeer worden gebruikt wanneer de geldende bepalingen betreffende het vervoer, met name die welke betrekking hebben op de voorwaarden voor het binnenbrengen en het gebruik van de voertuigen, in deze mogelijkheid voorzien .

4 . Het onderhoud en de herstelling van voertuigen dat tijdens de reis naar of in het douanegebied van de Gemeenschap nodig is, mag gedurende het verblijf onder de huidige regeling tijdelijke invoer worden verricht .

Hoofdstuk II Wegvoertuigen voor particulier gebruik

Artikel 6

1 . Voor de toepassing van artikel 5, lid 3, onder a ) en b ), van de basisverordening mogen voertuigen voor particulier gebruik na de invoer niet worden verhuurd, uitgeleend of ter beschikking gesteld of, indien zij op het tijdstip van invoer waren verhuurd, uitgeleend of ter beschikking gesteld, niet opnieuw worden verhuurd noch onderverhuurd of een tweede maal worden uitgeleend of ter beschikking gesteld in het douanegebied van de Gemeenschap, met een ander oogmerk dan de onmiddellijke wederuitvoer .

Voertuigen voor particulier gebruik die eigendom zijn van een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde verhuuronderneming mogen worden herverhuurd aan een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon met het oog op hun wederuitvoer binnen een aan het oordeel van de douanedienst overgelaten termijn, wanneer zij zich bij het verstrijken van een huurcontract in het douanegebied van de Gemeenschap bevinden .

2 . Niettegenstaande de bepalingen van lid 1, eerste alinea, mogen de echtgenoot en de bloedverwanten in de opgaande en de nederdalende lijn van een buiten het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde natuurlijke persoon die hun gewone verblijfplaats buiten dit gebied hebben, een met toepassing van de regeling tijdelijke invoer ingevoerd voertuig aanwenden voor particulier gebruik .

Artikel 7

Met toepassing van artikel 13 van de basisverordening

- mag, niettegenstaande de bepalingen van artikel 6, lid 1, eerste alinea, van de onderhavige verordening, een voertuig voor particulier gebruik occasioneel worden gebruikt door een natuurlijke persoon die in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd, wanneer deze persoon handelt voor rekening en in opdracht van de begunstigde van de regeling die zich in dit douanegebied bevindt;

- wordt de in artikel 6, lid 1, tweede alinea, van de onderhavige verordening bedoelde mogelijkheid tot gebruikmaking van de regeling tijdelijke invoer uitgebreid tot de natuurlijke personen die in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigd zijn; de voertuigen mogen eveneens buiten het douanegebied van de Gemeenschap worden gebracht door een in dit douanegebied gevestigde werknemer van de verhuuronderneming;

- kan een natuurlijke persoon die in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd, buiten dit douanegebied een voertuig voor particulier gebruik dat aan de voorwaarden van artikel 5, lid 3, onder c ), van de basisverordening voldoet, huren of lenen ten einde terug te keren naar de Lid-Staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft . De termijn voor de wederuitvoer van het voertuig wordt door de douanedienst vastgesteld met inachtneming van de omstandigheden van elk afzonderlijk geval;

- kan de douanedienst toestaan dat de mogelijkheid tot gebruikmaking van de regeling tijdelijke invoer bedoeld in artikel 5, lid 4, van de basisverordening wordt uitgebreid tot natuurlijke personen die in het douanegebied van de Gemeenschap zijn gevestigd en die voornemens zijn hun gewone verblijfplaats op korte termijn naar een derde land over te brengen, onder de volgende voorwaarden :

- de belanghebbende dient de verandering van verblijfplaats in een door dit kantoor aanvaarde vorm aan te tonen;

- de uitvoer van het voertuig dient plaats te vinden binnen drie maanden te rekenen vanaf de datum van inschrijving;

- is artikel 5, lid 4, van de onderhavige verordening van toepassing op de wegvoertuigen voor particulier gebruik .

Artikel 8

Voor de toepassing van artikel 5, lid 6, onder a ), van de basisverordening dient de begunstigde van de regeling tijdelijke invoer, indien hij de termijn gedurende welke een met toepassing van de regeling ingevoerd voertuig in het douanegebied van de Gemeenschap verblijft, wenst te onderbreken, de douane daarvan in kennis te stellen en alle maatregelen te treffen welke deze dienst noodzakelijk acht om te beletten dat het voertuig gedurende deze periode wordt gebruikt .

Artikel 9

De artikelen 6 en 7 zijn van overeenkomstige toepassing op rij - en trekdieren en hun bespanning die het douanegebied van de Gemeenschap binnenkomen . TITEL III VERVOERMIDDELEN VOOR SPOORVERVOER

Artikel 10

Met toepassing van artikel 13 van de basisverordening

- kunnen vervoermiddelen voor vervoer per spoor ter beschikking worden gesteld van een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon, mits zij gezamenlijk worden gebruikt krachtens een overeenkomst volgens welke ieder net de vervoermiddelen van de andere netten onder dezelfde voorwaarden kan gebruiken als zijn eigen vervoermiddelen . De regeling tijdelijke invoer wordt gezuiverd wanneer vervoermiddelen voor spoorvervoer van hetzelfde type als die welke ter beschikking zijn gesteld van een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon, worden uitgevoerd of, met het oog op latere uitvoer, in een vrije zone of onder een van de regelingen bedoeld in artikel 17, lid 1, van de basisverordening worden geplaatst;

- kan de douanedienst toestaan dat, in uitzonderlijke gevallen, een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste goederenwagons in dit gebied invoert en gebruikt gedurende een beperkte periode die het genoemde kantoor voor elk afzonderlijk geval vaststelt . TITEL IV VERVOERMIDDELEN VOOR LUCHTVERVOER

Artikel 11

1 . Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing op de luchtvaartuigen voor gebruik voor bedrijf of beroep . Het douanekantoor kan met name toestaan dat, in uitzonderlijke gevallen, overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening, een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste luchtvaartuigen in dit gebied invoert en gebruikt gedurende een beperkte periode die het genoemde kantoor voor elk afzonderlijk geval vaststelt .

2 . De artikelen 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op de luchtvaartuigen voor particulier gebruik . TITEL V VERVOERMIDDELEN VOOR VERVOER OVER ZEE OF OVER DE BINNENWATEREN

Artikel 12

1 . Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing op vervoermiddelen voor vervoer over zee of over de binnenwateren die voor gebruik voor beroep of bedrijf zijn bestemd . De douanedienst kan met name toestaan dat, in uitzonderlijke gevallen, overeenkomstig artikel 13 van de basisverordening, een in het douanegebied van de Gemeenschap gevestigde persoon onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste vaartuigen in dit gebied invoert en gebruikt gedurende een beperkte periode die het genoemde kantoor voor elk afzonderlijk geval vaststelt .

2 . De artikelen 6, 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing op voertuigen voor particulier gebruik die zijn bestemd voor vervoer over zee of over de binnenwateren .

3 . Met toepassing van artikel 13 van de basisverordening kan de douanedienst toestaan dat, in uitzonderlijke gevallen waarin voor particulier gebruik bestemde vaartuigen voor vervoer over de binnenwateren niet kunnen worden afgemeerd wegens de ontoereikendheid van de haveninfrastructuur van meren die buiten het douanegebied van de Gemeenschap zijn gelegen, een natuurlijke persoon die in het douanegebied van de Gemeenschap is gevestigd, een onder de regeling tijdelijke invoer geplaatst vaartuig invoert en gebruikt op het communautaire gedeelte van een meer dat zich zowel in dit douanegebied als in het land waar het genoemde vaartuig is ingeschreven bevindt . De belanghebbende dient de ontoereikendheid van de haveninfrastructuur van het meer met de door de douanedienst aanvaarde middelen aan te tonen . TITEL VI LAADBORDEN Hoofdstuk I Bijzondere bepalingen betreffende de tijdelijke invoer van laadborden overeenkomstig artikel 2, eerste alinea, en artikel 3, eerte alinea, van de basisverordening

Artikel 13

1 . De tijdelijke invoer van laadborden overeenkomstig artikel 2, eerste alinea, en artikel 3, eerste alinea, van de basisverordening geldt voor laadborden die kunnen worden geïdentificeerd .

2 . De laadborden of een gelijk aantal laadborden van hetzelfde type of van ongeveer dezelfde waarde dienen uit het douanegebied van de Gemeenschap te worden uitgevoerd of wederuitgevoerd .

Bij gezamenlijk gebruik van laadborden krachtens een overeenkomst, wordt de regeling tijdelijke invoer eveneens aangezuiverd wanneer laadborden van dezelfde waarde als die waarop die regeling van toepassing is, met het oog op hun latere uitvoer in een vrije zone of onder een van de regelingen bedoeld in artikel 17, lid 1, van de basisverordening worden geplaatst .

Artikel 14

Voor de toepassing van artikel 2, eerste alinea, en artikel 3, eerste alinea, van de basisverordening dient de begunstigde van de regeling tijdelijke invoer

a ) een vertegenwoordiger te hebben in het douanegebied van de Gemeenschap en dient hij elke Lid-Staat waar de betreffende laadborden verblijven, gegevens te verstrekken betreffende de identiteit en de omvang van deze vertegenwoordiging;

b ) op verzoek van de douaneautoriteit van de Lid-Staat waar de laadborden verblijven, gegevens te verstrekken omtrent de plaats en de datum van binnenkomst van de laadborden in het douanegebied van de Gemeenschap en de uitgang van de laadborden uit dit gebied, alsmede betreffende de bewegingen van deze laadborden binnen elke Lid-Staat .

Artikel 15

De onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste laadborden mogen in het douanegebied van de Gemeenschap verblijven gedurende een periode van twaalf maanden, te verkorten op verzoek van de belanghebbende .

Indien de begunstigde van de regeling evenwel kan aantonen dat de laadborden gedurende een bepaalde periode niet werden gebruikt, wordt zulks beschouwd als een omstandigheid die de verlenging van deze termijn rechtvaardigt in de zin van artikel 14 van de basisverordening .

Hoofdstuk II Bijzondere bepalingen betreffende de tijdelijke invoer van andere laadborden

Artikel 16

1 . Om gebruik te kunnen maken van de regeling tijdelijke invoer voor andere laadborden dan die bedoeld in artikel 13, lid 1, dient de exploitant of zijn vertegenwoordiger een daartoe strekkend verzoek in te dienen bij de douanedienst van de Lid-Staat waar de laadborden die bestemd zijn om onder de regeling te worden geplaatst, het douanegebied van de Gemeenschap worden binnengebracht .

2 . Het verzoek dient schriftelijk te worden gedaan in een door de douaneautoriteit aanvaarde vorm . Het dient de hierna volgende vermeldingen te bevatten :

a ) naam, firmanaam en adres van de exploitant of zijn vertegenwoordiger;

b ) gegevens bedoeld in artikel 14, onder b );

c ) aantal en omschrijving van de laadborden .

3 . Het verzoek kan globaal worden gedaan en mag betrekking hebben op diverse transacties in het kader van de regeling tijdelijke invoer .

Artikel 17

1 . De douanedienst waarbij het in artikel 16 bedoelde verzoek werd gedaan, beschikt op dit verzoek en geeft in voorkomend geval een vergunning tot tijdelijke invoer af, hierna "vergunning" genoemd .

2 . De vergunning wordt ondertekend door de diensten van het ter zake bevoegde douanekantoor, dat een afschrift ervan bewaart .

3 . De vergunning kan globaal worden verleend en kan betrekking hebben op diverse transacties in het kader van de regeling tijdelijke invoer .

Artikel 18

De onder de regeling tijdelijke invoer geplaatste laadborden mogen in het douanegebied van de Gemeenschap verblijven gedurende een periode van zes maanden, te verkorten op verzoek van de belanghebbende .

Artikel 15, tweede alinea, is van overeenkomstige toepassing op deze laadborden . TITEL VII DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 19

1 . Voor de regeling tijdelijke invoer wordt het materieel bedoeld in artikel 11 van de basisverordening onderworpen aan de formaliteiten bedoeld in artikel 3 van de onderhavige verordening, onverminderd verder strekkende vereenvoudigingsmaatregelen die in geldende overeenkomsten zijn neergelegd .

2 . De reserveonderdelen die met dan wel los van de betreffende vervoermiddelen worden ingevoerd, mogen uitsluitend worden gebruikt voor kleine herstellingen of voor het gewone onderhoud van de genoemde vervoermiddelen . De douanedienst kan op ieder moment de bestemming van de onder de regeling geplaatste reserveonderdelen controleren .

3 . Nieuwe reserveonderdelen die gebreken vertonen of beschadigd zijn, dienen een van de bestemmingen bedoeld in artikel 17, leden 1 en 2, van de basisverordening te krijgen.

Artikel 20

Voor de toepassing van artikel 14 van de basisverordening worden onder "omstandigheden" verstaan alle gebeurtenissen die ertoe nopen dat vervoermiddelen worden gebruikt gedurende een aanvullende periode die noodzakelijk is voor het bereiken van het doel dat met de tijdelijke invoer wordt nagestreefd .

Artikel 21

Voor de toepassing van artikel 16 van de basisverordening kan de douaneautoriteit de vergunning tot tijdelijke invoer intrekken, inzonderheid wanneer zij constateert dat, onverminderd de bij deze verordening vastgestelde afwijkingen en verder strekkende vereenvoudigingsmaatregelen die in geldende overeenkomsten zijn neergelegd,

- de voor gebruik voor bedrijf of beroep bestemde vervoermiddelen voor wegvervoer in het interne verkeer worden gebruikt;

- de voor particulier gebruik bestemde vervoermiddelen voor bedrijf of beroep worden gebruikt;

- de vervoermiddelen na de invoer werden verhuurd, uitgeleend of ter beschikking gesteld, dan wel, indien zij op het tijdstip van invoer waren verhuurd, uitgeleend of ter beschikking gesteld, werden herverhuurd of onderverhuurd, of een tweede maal werden uitgeleend of een tweede maal ter beschikking werden gesteld in het douanegebied van de Gemeenschap, met andere bedoelingen dan de onmiddellijke wederuitvoer .

Artikel 22

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1992 .

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1993 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 25 juli 1991 . Voor de Commissie

Christiane SCRIVENER

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . L 186 van 30 . 6 . 1989, blz . 8 . ( 2 ) PB nr . L 351 van 12 . 12 . 1986, blz . 1 . ( 3 ) PB nr . L 78 van 26 . 3 . 1991, blz . 1 .

Top