This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31991R0838
Commission Regulation (EEC) No 838/91 of 4 April 1991 amending Regulations (EEC) No 1727/70, (EEC) No 1728/70, (EEC) No 2603/71, (EEC) No 410/76 and (EEC) No 2501/87 in respect of certain varieties of tobacco
Verordening (EEG) nr. 838/91 van de Commissie van 4 april 1991 tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 1727/70, (EEG) nr. 1728/70, (EEG) nr. 2603/71, (EEG) nr. 410/76 en (EEG) nr. 2501/87 ten aanzien van bepaalde tabakssoorten
Verordening (EEG) nr. 838/91 van de Commissie van 4 april 1991 tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 1727/70, (EEG) nr. 1728/70, (EEG) nr. 2603/71, (EEG) nr. 410/76 en (EEG) nr. 2501/87 ten aanzien van bepaalde tabakssoorten
PB L 85 van 5.4.1991, pp. 16–19
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
In force
Verordening (EEG) nr. 838/91 van de Commissie van 4 april 1991 tot wijziging van de Verordeningen (EEG) nr. 1727/70, (EEG) nr. 1728/70, (EEG) nr. 2603/71, (EEG) nr. 410/76 en (EEG) nr. 2501/87 ten aanzien van bepaalde tabakssoorten
Publicatieblad Nr. L 085 van 05/04/1991 blz. 0016 - 0019
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 36 blz. 0228
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 36 blz. 0228
VERORDENING ( EEG ) Nr . 838/91 VAN DE COMMISSIE van 4 april 1991 tot wijziging van de Verordeningen ( EEG ) nr . 1727/70, ( EEG ) nr . 1728/70, ( EEG ) nr . 2603/71, ( EEG ) nr . 410/76 en ( EEG ) nr . 2501/87 ten aanzien van bepaalde tabakssoorten DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 727/70 van de Raad van 21 april 1970 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector ruwe tabak ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 3577/90 ( 2 ), en met name op artikel 2, lid 6, artikel 3, eerste alinea, artikel 5, lid 6, artikel 6, lid 10, en artikel 7, lid 4, Overwegende dat in Verordening ( EEG ) nr . 1331/90 van de Raad ( 3 ) onder meer is bepaald dat de soort "Hybriden van Badischer Geudertheimer" wordt ingedeeld bij volgnummer 11; dat daarom de verordeningen waarin bepalingen zijn opgenomen met betrekking tot de verschillende tabakssoorten en referentiekwaliteiten in die zin moeten worden gewijzigd, namelijk : - Verordening ( EEG ) nr . 1727/70 van de Commissie van 25 augustus 1970 betreffende uitvoeringsbepalingen voor de interventie in de sector ruwe tabak ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2570/90 ( 5 ), - Verordening ( EEG ) nr . 1728/70 van de Commissie van 25 augustus 1970 houdende vaststelling van de tabellen van toeslagen en kortingen in de sector ruwe tabak ( 6 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2131 /86 ( 7 ), - Verordening ( EEG ) nr . 2603/71 van de Commissie van 6 december 1971 houdende bepalingen voor het sluiten van contracten voor eerste bewerking en verpakking van tabak die in het bezit is van de interventiebureaus ( 8 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2131/86, - Verordening ( EEG ) nr . 410/76 van de Commissie van 23 februari 1976 tot vaststelling van de maximumpercentages voor de bij de controle op de eerste bewerking en de verpakking van tabak toegestane gewichtsverliezen (9 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2131/86, - Verordening ( EEG ) nr . 2501/87 van de Commissie van 24 juni 1987 houdende vaststelling van de kenmerken van elke in de Gemeenschap geproduceerde tabakssoort ( 10 ), laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2071/88 ( 11 ); Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor ruwe tabak, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 In de bijlagen IV en V bij Verordening ( EEG ) nr . 1727/70, in de bijlagen I en II bij Verordening ( EEG ) nr . 1728/70 en in de bijlage bij Verordening ( EEG ) nr . 2603/71 en bij Verordening ( EEG ) nr . 410/76 wordt de omschrijving van de onder volgnummer 11 ingedeelde soorten als volgt gewijzigd : "11 . a ) Forchheimer Havanna II c b ) Nostrano del Brenta c ) Resistente 142 d ) Gojano e ) Hybriden van Badischer Geudertheimer .". Artikel 2 De omschrijving van de onder volgnummer 11 in de bijlagen I en II van Verordening ( EEG ) nr . 1727/70 en in de bijlage van Verordening ( EEG ) nr . 2501/87 ingedeelde soorten wordt aangevuld met de respectievelijke omschrijvingen van de bijlagen I, II en III bij deze verordening . Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Zij is voor de eerste maal van toepassing voor ruwe tabak van de oogst 1990 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel, 4 april 1991 . Voor de Commissie Ray MAC SHARRY Lid van de Commissie ( 1 ) PB nr . L 94 van 28 . 4 . 1970, blz . 1 . ( 2 ) PB nr . L 353 van 17 . 12 . 1990, blz . 23 . ( 3 ) PB nr . L 132 van 23 . 5 . 1990, blz . 28 . ( 4 ) PB nr . L 191 van 27 . 8 . 1970, blz . 5 . ( 5 ) PB nr . L 243 van 6 . 9 . 1990, blz . 16 . ( 6 ) PB nr . L 191 van 27 . 8 . 1970, blz . 18 . ( 7 ) PB nr . L 187 van 9 . 7 . 1986, blz . 9 . ( 8 ) PB nr . L 269 van 8 . 12 . 1971, blz . 11 . ( 9 ) PB nr . L 50 van 26 . 2 . 1976, blz . 11 . ( 10 ) PB nr . L 237 van 20 . 8 . 1987, blz . 1 . ( 11 ) PB nr . L 182 van 13 . 7 . 1988, blz . 7 . BIJLAGE I "Soort nr . 11 e ): Hybriden van Badischer Geudertheimer CATEGORIE A Rijpe, gezonde bladeren afkomstig van verschillende plukronden, zorgvuldig gedroogd, met een zeer fijn weefsel en met niet te zware nerven, met een egale heldere kleur in een kleurschakering van licht kastanjebruin tot muisgrijs, onbeschadigd, met een typisch aroma, waarbij een bepaalde tolerantie kan worden toegestaan voor beperkte beschadigingen of aanwezigheid van een minieme hoeveelheid bladeren met een grijsgroene tint . CATEGORIE B Goedrijpe bladeren afkomstig van verschillende plukronden, met een licht of gemiddeld stevig, maar niet zwaar of grof weefsel, met een licht kastanjebruine tot donker kastanjebruine of gemengde kleur, waaronder een te verwaarlozen aantal bladeren met een bruingroene kleur mag voorkomen met een bepaald gebrek aan gaafheid als gevolg van lichte drogingsfouten, met eventueel zware nerven, met een voldoende gaafheid, waarbij een bepaalde tolerantie kan worden toegestaan voor sommige ziektesporen en de aanwezigheid van bepaalde bladeren met een grijsgroene kleur ( 1 ). CATEGORIE C Voldoende rijpe bladeren afkomstig van verschillende plukronden, met toelaatbare gebreken als gevolg van beschadigingen of ziekten, met een donker kastanjebruine tot gemengde kleur, ook met een gaafheidsgebrek, met een zwaar en grof of bijzonder mager en breekbaar weefsel, maar die nog wel aan de minimumeisen voor interventie voldoen . ( 1 ) Referentiekwaliteit ." BIJLAGE II "Soort nr . 11 e ): Hybriden van Badischer Geudertheimer CATEGORIE A Rijpe, gezonde bladeren afkomstig van verschillende plukronden, zorgvuldig gedroogd, met een egale heldere kleur, met een overheersende kleurschakering van helder kastanjebruin tot muisgrijs, met een typisch aroma, met uitstekende brand en goed gefermenteerd, waaronder slechts een te verwaarlozen hoeveelheid bladeren met een grijsgroene of gemengde kleurschakering mogen voorkomen . CATEGORIE B Voldoende rijpe bladeren afkomstig van verschillende plukronden, met een licht of gemiddeld stevig, maar niet zwaar of grof weefsel, met een overheersende kleur die varieert van licht kastanjebruin tot donker kastanjebruin of met een gemengde kleur, met bepaalde gaafheidsgebreken als gevolg van lichte drogingsfouten; mogen eveneens zware nerven hebben; hierbij kan een bepaalde tolerantie worden toegestaan voor bladeren met een kleur die varieert van groen tot donkerbruin of die ziektesporen en drogingsgebreken vertonen; met een goed aroma, een goede brand en een goede fermentatie ( 1 ). CATEGORIE C Voldoende rijpe bladeren van verschillende plukronden, met toelaatbare drogings - en ziektegebreken, ook met een niet egale donkerkastanjebruine kleur, waarin zich duidelijk groenachtige gebieden mogen aftekenen, met een zwaar en grof of bijzonder mager en breekbaar weefsel, met gebreken op het gebied van aroma, brandbaarheid, gaafheid en fermentatie, maar die nog wel aan de minimumeisen voor interventie voldoen . ( 1 ) Referentiekwaliteit ." BIJLAGE III "Soort nr . 11 e ): Hybriden van Badischer Geudertheimer KENMERKEN VAN DE SOORT 1 . Specifieke kenmerken 1.1 . Genetische : Groep stabiele hybriden afgeleid van een kruising van oorspronkelijke Badischer G . met Havanna of Paraguay, of met Havanna en Paraguay, en vice-versa, achtereenvolgens ( terugkruisen ), met weinig variabele morfologische kenmerken, dank zij een langdurige selectie met het oog op verhoging van de produktiviteit en de resistentie tegen parasieten en schadelijke weersinvloeden . 1.2. Botanische en morfologische : Onder normale teeltomstandigheden kan de plant, waarvan de bladeren vrij dicht op elkaar zitten en die een cilindrisch of soms konisch model heeft, op het tijdstip van de bloei een hoogte van 170 tot 180 cm bereiken . De oogstbare bladeren, waarvan het aantal per plant tussen 25 en 30 schommelt, staan schuin op de stengel, hebben weinig ontwikkelde zijnerven, een goede bladvorming, een gemiddelde stevigheid, een ovale elliptische vorm, een heldere zachtgroene kleur en licht omgebogen en soms krullende randen . De bloemtrossen zijn tamelijk groot . De bloemen in het bovenste deel van de bloemkroon zijn fel - en helderrood . Het wortelstelsel is sterk ontwikkeld . De stengel is recht, goed ontwikkeld en zachtgroen . In het bovenste deel van de plant worden vrij veel dieven gevormd . 1.3 . Pedoklimatologische : Deze tabakssoorten worden geteeld op halflichte, diepe, verse grond met een goede vruchtbaarheid, met een regentoevoer die goed verdeeld is tussen het ontkiemen en de bloei . 2 . Produktievoorwaarden 2.1 . Plantdichtheid : 18 000 tot 32 000 planten per ha . 2.2 . Toppen : Vindt in het zuiden van Italië niet altijd plaats, maar in het noorden bijna altijd . 2.3 . Oogst : In het algemeen, blad voor blad en per etage . 2.4 . Opbrengst : 2 500 tot 3 500 kg/ha . 2.5 . Droging : Luchtdroging, in een vaste of tijdelijke met plastic afgedekte loods . 2.6 . Presentatie van de gedroogde produktie : In het algemeen in guirlandes, in bossen, per bladsoort, maar eveneens per kwaliteitscategorie en verpakt in jutezakken of in plakken, met een nettogewicht van 20 tot 60 kg ."