This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31991R0790
Commission Regulation (EEC) No 790/91 of 27 March 1991 amending Regulation (EEC) No 2200/87 laying down general rules for the mobilization in the Community of products to be supplied as Community food aid
Verordening (EEG) nr. 790/91 van de Commissie van 27 maart 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2200/87 tot vaststelling van algemene voorschriften voor de beschikbaarstelling in de Gemeenschap van produkten voor levering als communautaire voedselhulp
Verordening (EEG) nr. 790/91 van de Commissie van 27 maart 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2200/87 tot vaststelling van algemene voorschriften voor de beschikbaarstelling in de Gemeenschap van produkten voor levering als communautaire voedselhulp
PB L 81 van 28.3.1991, pp. 108–109
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 06/01/1998
Verordening (EEG) nr. 790/91 van de Commissie van 27 maart 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2200/87 tot vaststelling van algemene voorschriften voor de beschikbaarstelling in de Gemeenschap van produkten voor levering als communautaire voedselhulp
Publicatieblad Nr. L 081 van 28/03/1991 blz. 0108 - 0109
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 16 blz. 0247
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 16 blz. 0247
VERORDENING (EEG) Nr. 790/91 VAN DE COMMISSIE van 27 maart 1991 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2200/87 tot vaststelling van algemene voorschriften voor de beschikbaarstelling in de Gemeenschap van produkten voor levering als communautaire voedselhulp DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3972/86 van de Raad van 22 december 1986 betreffende het voedselhulpbeleid en het beheer van de voedselhulp (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1930/90 (2), inzonderheid op artikel 5, Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 3972/86 is bepaald dat voorschriften moeten worden vastgesteld betreffende de beschikbaarstelling van produkten voor levering als voedselhulp van de Gemeenschap; dat deze voorschriften, in geval van beschikbaarstelling binnen de Gemeenschap zelf, specifiek moeten worden omschreven; Overwegende dat bedoelde voorschriften zijn vervat in Verordening (EEG) nr. 2200/87 van de Commissie (2); dat het nodig is bepaalde voorschriften te herzien of nader te omschrijven, ten einde een gelijkvormige en behoorlijke toepassing te waarborgen; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voedselhulp, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 2200/87 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 18, lid 1, wordt gelezen: "1. Het aan de leverancier te betalen bedrag is ten hoogste dat van de offerte, in voorkomend geval verhoogd met de in artikel 19 bedoelde kosten en eventueel verminderd met de in lid 2 bedoelde rafacties of de in artikel 22, punt 7, bedoelde beslagleggingen. Wanneer de aanbesteding overeenkomstig artikel 7, lid 3, punt h), betrekking heeft op de levering van maximumhoeveelheden van een bepaald produkt, is het te betalen bedrag, onverminderd de bepalingen betreffende voornoemde rafacties of beslagleggingen dan wel het betalen van de kosten bedoeld in artikel 19, gelijk aan het in het aanbestedingsbericht vermelde bedrag. De betaling aan de leverancier geschiedt zonder afbreuk te doen aan de exportrestituties of -heffingen of aan de in de voorschriften betreffende de handel in landbouwprodukten vastgestelde overige bedragen.". 2. Artikel 22 wordt gelezen: "Artikel 22 De overeenkomstig de artikelen 8 en 12 en artikel 18, lid 5, gestelde zekerheden worden onder de voorwaarden van dit artikel vrijgegeven dan wel verbeurd. 1. De in artikel 8 vastgestelde inschrijvingszekerheid wordt vrijgegeven: a) per schriftelijke telecommunicatie door de Commissie wanneer de offerte niet geldig is in de zin van artikel 7 of niet in aanmerking is genomen of wanneer geen gunning is gebeurd volgens artikel 9, leden 5 en 6; b) wanneer de inschrijver die als leverancier is aangewezen, de in artikel 12, lid 2, bedoelde leveringszekerheid heeft gesteld. 2. De in artikel 12 bedoelde leveringszekerheid wordt aan de hand van een vrijgevingsbericht van de Commissie volledig vrijgegeven wanneer de leverancier: a) het bewijs heeft geleverd dat de in artikel 18, lid 5, bedoelde zekerheid is gesteld en de Commissie het verzoek om betaling van een voorschot in goede en behoorlijke vorm heeft ontvangen; b) de levering onder naleving van al zijn verplichtingen heeft uitgevoerd; c) overeenkomstig artikel 13, punt 5, derde alinea, en artikel 19, lid 2, laatste alinea, van zijn verplichtingen is ontslagen; d) de levering niet heeft uitgevoerd als gevolg van een door de Commissie erkend geval van overmacht. 3. Behalve in geval van overmacht wordt, onverminderd het bepaalde in punt 7, op de in artikel 12 bedoelde leveringszekerheid bij gedeelten en op cumulatieve wijze als volgt beslag gelegd: - naar verhouding van de nog niet geleverde hoeveelheden, onverminderd de in artikel 17, punt 4, genoemde toleranties; - tot ten belope van 20 % van de in de offerte opgegeven totale kosten van het vervoer over zee, wanneer het door de leverancier voor een levering gecharterde schip niet aan de voorwaarden van artikel 14, punt 2, voldoet; - tot ten belope van 0,1 % van de waarde van de na het verstrijken van de leveringstermijn geleverde hoeveelheden, per dag vertraging. De bij het eerste en derde streepje vermelde inbeslagnemingen worden niet toegepast wanneer de geconstateerde tekortkomingen niet aan de leverancier zijn te wijten en niet tot schadevergoeding op grond van een verzekering leiden. 4. De in artikel 18, lid 5, bedoelde zekerheid voor het voorschot wordt: a) in de in punt 2, onder b) en c), bedoelde gevallen volledig vrijgegeven op dezelfde wijze als de leveringszekerheid; b) door toepassing mutatis mutandis van het bepaalde in punt 3 bij gedeelten in beslag genomen. 5. Op de volledige in aanmerking komende zekerheid wordt beslag gelegd wanneer de Commissie krachtens artikel 20 het uitblijven van de levering vaststelt. 6. De zekerheid voor de levering of het voorschot wordt vrijgegeven naar verhouding van de hoeveelheden waarvoor het recht op uitkering van het saldo is vastgesteld. Voor de andere hoeveelheden blijft zij definitief geïnd. 7. De op grond van het bepaalde in de punten 3 en 6 in beslag te nemen bedragen van de zekerheden worden door de Commissie van het te betalen eindbedrag afgetrokken. De zekerheid voor de levering of het voorschot wordt tegelijk volledig vrijgegeven.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing op de leveringen waarvoor het bericht van aanbesteding met ingang van die datum wordt bekendgemaakt. Zij is eveneens van toepassing op de leveringen waarvoor de betrokken leveranciers op die datum nog niet de in artikel 18, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 2200/87 bedoelde zekerheid hebben gesteld. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 27 maart 1991. Voor de Commissie Manuel MARÍN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 370 van 30. 12. 1986, blz. 1. (2) PB nr. L 174 van 7. 7. 1990, blz. 6. (3) PB nr. L 204 van 25. 7. 1987, blz. 1.