Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31991L0224

RICHTLIJN VAN DE RAAD van 27 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn 75/130/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen de Lid-Staten (91/224/EEG)

PB L 103 van 23.4.1991, pp. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 15/12/1991

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/224/oj

31991L0224

RICHTLIJN VAN DE RAAD van 27 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn 75/130/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen de Lid-Staten (91/224/EEG) -

Publicatieblad Nr. L 103 van 23/04/1991 blz. 0001 - 0002


RICHTLIJN VAN DE RAAD van 27 maart 1991 tot wijziging van Richtlijn 75/130/EEG houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen de Lid-Staten ( 91/224/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 75,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ),

Overwegende dat de toepassing van Richtlijn 75/130/EEG ( 4 ), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 86/544/EEG ( 5 ), positieve resultaten heeft opgeleverd;

Overwegende dat het, gezien de toenemende problemen in verband met de verzadiging van de wegen, het milieu en de verkeersveiligheid, in het algemeen belang is het gecombineerde vervoer verder te ontwikkelen als een commercieel aantrekkelijke vervoerstak die een alternatieve oplossing biedt voor het intracommunautaire wegvervoer over lange afstand;

Overwegende dat de in de huidige communautaire voorschriften vervatte stimulansen voor de toepassing van de techniek van het gecombineerde vervoer naar aanleiding van de voortschrijdende liberalisering van het gewone wegvervoer niet alle verwachte resultaten hebben opgeleverd en dat het derhalve nodig is die voorschriften te verbeteren met het oog op een betere benutting van de door de verschillende vervoerstechnieken geboden mogelijkheden;

Overwegende dat een grotere liberalisering van de wegen naar en van binnenhavens het gebruik van het gecombineerde vervoer over de binnenwateren kan bevorderen;

Overwegende dat de bepalingen van het Verdrag betreffende het vrij verrichten van diensten ook van toepassing zijn op het gebied van het gecombineerde vervoer; dat de tenuitvoerlegging van deze bepalingen een groter gebruik van het gecombineerde vervoer kan stimuleren;

Overwegende dat de ontwikkeling van het gecombineerde vervoer het transitovervoer door de landen in het Alpengebied zal vergemakkelijken;

Overwegende dat het voor de ontwikkeling van de moderne vervoerstechnieken, waarvan het gecombineerde vervoer deel uitmaakt, ook nodig is het gebruik van deze laatste techniek door het vervoer voor eigen rekening te vergemakkelijken,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD : Artikel 1 Richtlijn 75/130/EEG wordt als volgt gewijzigd :

1 . artikel 1, lid 1, derde streepje, wordt vervangen door :

"- "gecombineerd vervoer over de binnenwateren", het vervoer van vrachtwagens, van aanhangwagens, van opleggers met of zonder trekker, van afneembare laadbakken en van containers van 20 voet en meer over de binnenwateren tussen de Lid-Staten, waarbij het begin - of het eindvervoer over de weg plaatsvindt over een afstand van ten hoogste 150 kilometer, hemelsbreed gemeten vanaf de binnenhaven van inlading of van uitlading .";

2 . artikel 6 wordt vervangen door :

"Artikel 6

In een Lid-Staat gevestigde ondernemers van wegvervoer die met betrekking tot het goederenvervoer tussen de Lid-Staten aan de voorwaarden voor toelating tot het beroep en voor toegang tot de vervoersmarkt voldoen, mogen in het kader van gecombineerd vervoer tussen Lid-Staten, al dan niet grensoverschrijdend begin - en /of eindvervoer verrichten dat een integrerend bestanddeel uitmaakt van het gecombineerde vervoer .";

3 . artikel 11 wordt vervangen door :

"Artikel 11

Het begin - of eindvervoer over de weg in het kader van gecombineerd vervoer wordt van elke verplichte tariefregeling vrijgesteld .";

4 . de volgende artikelen worden toegevoegd :

"Artikel 12

Wanneer het in het kader van gecombineerd vervoer plaatsvindende beginvervoer over de weg door de onderneming van verzending voor eigen rekening wordt verricht, in de zin van de eerste richtlijn van de Raad van 23 juli 1962 inzake de vaststelling van bepaalde gemeenschappelijke regels voor het internationale vervoer ( goederenvervoer over de weg tegen vergoeding ) (*), kan de onderneming waarvoor de vervoerde goederen bestemd zijn, in afwijking van de definitie in bovengenoemde richtlijn, het eindvervoer over de weg naar de plaats van bestemming van de goederen voor eigen rekening verrichten met een trekker die haar eigendom is of door haar op afbetaling is gekocht dan wel door haar is gehuurd overeenkomstig Richtlijn 84/647/EEG van de Raad van 19 december 1984 betreffende het gebruik van gehuurde voertuigen zonder bestuurder voor het vervoer van goederen over de weg (**), gewijzigd bij Richtlijn 90/398/EEG (***), en die door haar werknemers wordt bestuurd, terwijl de aanhangwagen of de oplegger door de onderneming van verzending is geregistreerd dan wel gehuurd .

Het beginvervoer over de weg, dat in het kader van gecombineerd vervoer door de onderneming van verzending wordt verricht met een trekker die haar eigendom is of door haar op afbetaling is gekocht dan wel door haar is gehuurd overeenkomstig Richtlijn 84/647/EEG en die

door haar werknemers wordt bestuurd, terwijl de aanhangwagen of de oplegger geregistreerd dan wel gehuurd is door de onderneming waarvoor de vervoerde goederen bestemd zijn, dient in afwijking van de eerste richtlijn van 23 juni 1962 eveneens als vervoer voor eigen rekening te worden beschouwd indien het eindvervoer overeenkomstig de eerste richtlijn voor eigen rekening verricht wordt door de onderneming van bestemming .

**(*) PB nr . 70 van 6 . 8 . 1962, blz . 2005/62 .

*(**) PB nr . L 335 van 22. 12 . 1984, blz . 72 .

(***) PB nr . L 202 van 31 . 7 . 1990, blz . 46 .

Artikel 13

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .". Artikel 2 1 . De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1992 aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . Wanneer de Lid-Staten de in lid 1 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen . De regels voor deze verwijzing worden door de Lid-Staten vastgesteld .

3 . De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen . Artikel 3 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel, 27 maart 1991 .

Voor de Raad

De Voorzitter

R . GOEBBELS

( 1 ) PB nr . C 34 van 14 . 2 . 1990, blz . 8.(2 )

PB nr . C 19 van 28 . 1 . 1991.(3 )

PB nr . C 225 van 10 . 9 . 1990, blz . 27.(4 )

PB nr . L 48 van 22 . 2 . 1975, blz . 31.(5 )

PB nr . L 320 van 15 . 11 . 1986, blz . 33 .

Top