This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31991D0311
91/311/EEC: Council Decision of 24 June 1991 providing medium-term financial assistance for Bulgaria
91/311/EEG: Besluit van de Raad van 24 juni 1991 betreffende de toekenning van financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije
91/311/EEG: Besluit van de Raad van 24 juni 1991 betreffende de toekenning van financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije
PB L 174 van 3.7.1991, pp. 36–37
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
In force
91/311/EEG: Besluit van de Raad van 24 juni 1991 betreffende de toekenning van financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije
Publicatieblad Nr. L 174 van 03/07/1991 blz. 0036 - 0037
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 17 blz. 0038
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 17 blz. 0038
BESLUIT VAN DE RAAD van 24 juni 1991 betreffende de toekenning van financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije ( 91/311/EEG ) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235, Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ), ingediend na raadpleging van het Monetair Comité, Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ), Overwegende dat Bulgarije fundamentele politieke en economische hervormingen uitvoert en heeft besloten zijn economie naar een marktmodel in te richten; Overwegende dat die hervormingen reeds worden doorgevoerd; dat de daarvoor door de Gemeenschap te bieden financiële steun het wederzijdse vertrouwen zal versterken en Bulgarije nader tot de Gemeenschap zal brengen; Overwegende dat de Bulgaarse economie als gevolg van de ontwikkeling van de internationale situatie een zeer ernstige recessie doormaakt en het hoofd moet bieden aan externe schokken die de betalingsbalans van het land ernstig kunnen doen verslechteren en zijn precaire reservepositie kunnen verzwakken; dat de Bulgaarse economie door een bijzonder zware buitenlandse schuldenlast nog meer aan genoemde externe schokken wordt blootgesteld; Overwegende dat de Bulgaarse autoriteiten om steun hebben verzocht van het Internationale Monetaire Fonds ( IMF ), de Groep van 24 en de Gemeenschap; dat, naast het geschatte bedrag van de door het IMF en de Wereldbank te verstrekken financieringen, in 1991 nog een bedrag van ongeveer 580 miljoen ecu zou moeten worden gedekt om een verdere erosie van de reservepositie van Bulgarije en van een sterkere beperking van de invoer, die de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen die ten grondslag liggen aan de door de Regering ondernomen hervormingen ernstig in gevaar zou kunnen brengen, te voorkomen; Overwegende dat voor het welslagen van het hervormingsproces in Bulgarije de oplossing van het acute schuldenprobleem waarmee dat land wordt geconfronteerd, van doorslaggevend belang is; dat de toekenning van financiële bijstand op middellange termijn aan Bulgarije afhankelijk dient te worden gesteld van de goedkeuring door de Club van Parijs van een regeling inzake een herschikking van de schuld van Bulgarije aan officiële instellingen en van de goedkeuring door de handelsbanken waaraan Bulgarije schulden heeft, van een regeling inzake uitstel van betaling voor de aflossingen en rentebetalingen; Overwegende dat de Commissie als cooerdinator van de bijstand van de Groep van 24, de landen van deze groep en andere derde landen heeft verzocht aan Bulgarije financiële bijstand op middellange termijn te verstrekken; Overwegende dat de toekenning door de Gemeenschap van een lening op middellange termijn aan Bulgarije een passende maatregel is om de betalingsbalans te ondersteunen en de reservepositie van dat land te versterken; Overwegende dat de risico's in verband met de in de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen toegekende garanties besproken zullen worden in het kader van de vernieuwing in 1992 van het Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotningsprocedure; Overwegende dat de lening door de Commissie dient te worden beheerd; Overwegende dat het Verdrag, afgezien van artikel 235, niet voorziet in bevoegdheden voor de aanneming van dit besluit, BESLUIT : Artikel 1 1 . De Gemeenschap verstrekt Bulgarije een lening op middellange termijn voor een hoofdsom van ten hoogste 290 miljoen ecu en met een maximumlooptijd van zeven jaar ten einde bij te dragen tot ondersteuning van de betalingsbalanssituatie en de reservepositie te versterken . 2 . Daartoe wordt de Commissie gemachtigd namens de Gemeenschap de nodige middelen op te nemen die in de vorm van een lening ter beschikking van Bulgarije worden gesteld . 3 . Deze lening wordt in nauw overleg met het Monetair Comité door de Commissie beheerd op een wijze die in overeenstemming is met tussen het IMF en Bulgarije te sluiten overeenkomsten . Artikel 2 1 . De Commissie wordt gemachtigd, na overleg met het Monetair Comité, met de Bulgaarse autoriteiten over de voorwaarden van de lening te onderhandelen . Deze voorwaarden moeten in overeenstemming zijn met de in artikel 1, lid 3, bedoelde overeenkomst en met de door de Groep van 24 te treffen regelingen . 2 . De Commissie onderzoekt op gezette tijden, in samenwerking met het Monetair Comité en in nauwe cooerdinatie met de Groep van 24 en het IMF, of het economische beleid in Bulgarije met de doelstellingen van deze lening in overeenstemming is en of aan de daaraan verbonden voorwaarden wordt voldaan . Artikel 3 1 . De lening wordt Bulgarije in twee tranches ter beschikking gesteld . De eerste tranche wordt uitgekeerd zodra : - tussen Bulgarije en het IMF een "stand -by arrangement" is gesloten; - tussen Bulgarije en zijn crediteuren van de Club van Parijs een overeenkomst inzake herschikking van de openbare schuld is gesloten; - tussen Bulgarije en de handelsbanken waaraan dit land een schuld heeft, uitstel van betalingen in verband met de aflossing van deze schuld is overeengekomen en vooruitgang is geboekt bij de sluiting van een overeenkomst waarbij deze schuld op lange termijn wordt herschikt . 2 . Het tweede gedeelte wordt uitgekeerd na een periode van ten minste twee kwartalen nadien, met inachtneming van artikel 2, lid 2 . 3 . De middelen worden aan de Nationale Bank van Bulgarije betaald . Artikel 4 1 . De in artikel 1 bedoelde transacties tot het aangaan en het verstrekken van leningen worden met dezelfde valutadatum afgesloten en mogen voor de Gemeenschap geen looptijdtransformatie, wisselkoers - of renterisico, noch enig ander commercieel risico met zich brengen . 2 . De Commissie neemt, indien Bulgarije dat verlangt, de nodige maatregelen om in de leningsvoorwaarden een beding inzake vervroegde aflossing op te nemen en dit toe te passen . 3 . De Commissie kan op verzoek van Bulgarije en indien de omstandigheden een verbetering van de rente op de verstrekte leningen mogelijk maken, haar oorspronkelijk opgenomen leningen geheel of gedeeltelijk herfinancieren of de desbetreffende financiële voorwaarden hestructureren . De herfinancieringen of herstructureringen geschieden onder de in lid 1 gestelde voorwaarden en mogen niet leiden tot een verlenging van de gemiddelde looptijd van de betrokken opgenomen leningen, noch tot een verhoging van het op de dag van deze herfinancieringen of herstructureringen, tegen de lopende wisselkoers omgerekende, nog af te lossen bedrag . 4 . Alle kosten die de Gemeenschap bij het sluiten en uitvoeren van de in dit besluit bedoelde transacties maakt, komen ten laste van Bulgarije . 5 . Het Monetair Comité wordt ten minste eenmaal per jaar van de ontwikkelingen met betrekking tot de in de leden 2 en 3 bedoelde verrichtingen in kennis gesteld . Artikel 5 De Commissie brengt ten minste eenmaal per jaar aan het Europese Parlement en aan de Raad over de uitvoering van dit besluit verslag uit, welk verslag een evaluatie omvat . Gedaan te Luxemburg, 24 juni 1991 . Voor de Raad De Voorzitter J.-C . JUNCKER (1 ) PB nr . C 96 van 12 . 4 . 1991, blz . 17 . ( 2 ) PB nr . C 158 van 17 . 6 . 1991 .