This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31989L0366
Council Directive 89/366/EEC of 30 May 1989 amending Directive 66/403/EEC on the marketing of seed potatoes
Richtlijn 89/366/EEG van de Raad van 30 mei 1989 tot wijziging van Richtlijn 66/403/EEG betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen
Richtlijn 89/366/EEG van de Raad van 30 mei 1989 tot wijziging van Richtlijn 66/403/EEG betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen
PB L 159 van 10.6.1989, p. 59–59
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(FI, SV)
No longer in force, Date of end of validity: 08/08/2002
Richtlijn 89/366/EEG van de Raad van 30 mei 1989 tot wijziging van Richtlijn 66/403/EEG betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen
Publicatieblad Nr. L 159 van 10/06/1989 blz. 0059 - 0059
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 29 blz. 0123
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 29 blz. 0123
***** RICHTLIJN VAN DE RAAD van 30 mei 1989 tot wijziging van Richtlijn 66/403/EEG betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (89/366/EEG) DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Europese Parlement (2), Overwegende dat in artikel 13, lid 2, van Richtlijn 66/403/EEG (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 88/380/EEG (4), is bepaald dat de Lid-Staten machtiging kan worden verleend om, voor het op hun grondgebied of op een deel daarvan in de handel brengen van pootaardappelen, tegen bepaalde virussen die in deze gebieden niet voorkomen of die voor de teelt in deze gebieden bijzonder nadelig kunnen zijn, strengere maatregelen te nemen dan die welke zijn vastgesteld in bijlage I bij die richtlijn; Overwegende dat het dienstig is gebleken de werkingssfeer van deze bepaling uit te breiden tot andere schadelijke organismen dan virussen; Overwegende dat in artikel 15, lid 2, van Richtlijn 66/403/EEG eveneens is bepaald dat de Lid-Staten in beginsel, met ingang van bepaalde data, niet meer zelf de gelijkwaardigheid mogen vaststellen van in derde landen geoogste pootaardappelen en in de Gemeenschap geoogste pootaardappelen die aan het bepaalde in die richtlijn voldoen; Overwegende evenwel dat, aangezien de werkzaamheden voor de communautaire vaststelling van gelijkwaardigheid voor alle betrokken derde landen nog niet waren beëindigd, bij artikel 15, lid 2 bis, van voornoemde richtlijn aan de Lid-Staten machtiging is verleend om de geldigheidsduur van de door hen vastgestelde gelijkwaardigheid voor bepaalde landen die niet onder de communautaire vaststelling van gelijkwaardigheid vallen, tot en met 31 maart 1988 te verlengen; Overwegende dat deze werkzaamheden nog steeds niet zijn voltooid en dat in dit verband een andere datum dient te worden vastgesteld, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Richtlijn 66/403/EEG wordt als volgt gewijzigd: 1. artikel 13, lid 2, eerste volzin, wordt vervangen door: »De Commissie verleent volgens de procedure van artikel 19 machtiging om, voor het in de handel brengen van pootaardappelen op het grondgebied van een of meer Lid-Staten of delen daarvan, strengere maatregelen te treffen dan die welke zijn vastgesteld in de bijlagen I en II tegen schadelijke organismen die in de betrokken gebieden niet voorkomen of die voor de teelt in die gebieden bijzonder nadelig kunnen zijn."; 2. in artikel 15, lid 2 bis, wordt 31 maart 1988 vervangen door 31 maart 1989. Artikel 2 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 30 mei 1989. Voor de Raad De Voorzitter C. ROMERO HERRERA (1) PB nr. C 79 van 30. 3. 1989, blz. 6. (2) Advies uitgebracht op 26 mei 1989 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (3) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2320/66. (4) PB nr. L 187 van 16. 7. 1988, blz. 31.