Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31974L0561

Richtlijn 74/561/EEG van de Raad van 12 november 1974 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg

PB L 308 van 19.11.1974, pp. 18–22 (DA, DE, EN, FR, IT, NL)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (EL, ES, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 12/06/1996; afgeschaft en vervangen door 31996L0026

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1974/561/oj

31974L0561

Richtlijn 74/561/EEG van de Raad van 12 november 1974 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg

Publicatieblad Nr. L 308 van 19/11/1974 blz. 0018 - 0022
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 7 Deel 1 blz. 0156
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 07 Deel 1 blz. 0231
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 7 Deel 1 blz. 0156
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 07 Deel 2 blz. 0020
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 07 Deel 2 blz. 0020


++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 12 november 1974

inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg

( 74/561/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 75 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,

Overwegende dat ordening van de vervoermarkt één van de noodzakelijke voorwaarden vormt voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk vervoerbeleid , waarvan de totstandbrenging door het Verdrag is voorgeschreven ;

Overwegende dat het nemen van maatregelen tot coordinatie van de voorwaarden voor toegang tot het beroep van vervoerondernemer de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging kan bevorderen ;

Overwegende dat het van belang is gemeenschappelijke regels inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de weg in te voeren , ten einde een verbetering van de vakbekwaamheid van vervoerondernemers te bewerkstelligen , die kan bijdragen tot sanering van de markt , verbetering van de kwaliteit van de verleende diensten in het belang van de gebruikers , de vervoerondernemers en de gehele volkshuishouding , alsmede tot grotere verkeersveiligheid ;

Overwegende dat de voorschriften voor de toegang tot het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg derhalve betrekking dienen te hebben op betrouwbaarheid , financiële draagkracht en vakbekwaamheid van de vervoerder ;

Overwegende dat het evenwel niet noodzakelijk is vervoer van geringe economische betekenis in deze gemeenschappelijke voorschriften te betrekken ;

Overwegende dat er overgangsbepalingen nodig zijn om de Lid-Staten in staat te stellen hun nationale regelingen aan de communautaire regeling aan te passen ;

Overwegende dat het in verband met de harmonisatie van de voorwaarden voor toepassing van de gemeenschappelijke voorschriften noodzakelijk is een communautaire overlegprocedure voor de tot dat doel op nationaal niveau te nemen maatregelen in te voeren ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . De toegang tot het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg wordt geregeld bij de bepalingen die de Lid-Staten overeenkomstig de gemeenschappelijke voorschriften van deze richtlijn vaststellen .

2 . In de zin van deze richtlijn wordt onder " beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg " verstaan : de activiteit van iedere natuurlijke persoon of onderneming die met een afzonderlijk motorrijtuig of een samenstel van gekoppelde voertuigen goederen vervoert voor rekening van derden .

In de zin van deze richtlijn wordt onder " onderneming " verstaan : elke vereniging of groepering van personen , met of zonder rechtspersoonlijkheid en met of zonder winstoogmerk , alsmede elk onder de overheid ressorterend orgaan , ongeacht of het een eigen rechtspersoonlijkheid bezit of afhankelijk is van een autoriteit met deze persoonlijkheid .

Artikel 2

1 . Deze richtlijn is niet van toepassing op natuurlijke personen of ondernemingen die het beroep uitoefenen van ondernemer van goederenvervoer over de weg , met voertuigen waarvan het toegestane laadvermogen niet groter is dan 3,5 ton of waarvan het toegestane totaalgewicht niet meer dan 6 ton bedraagt . De Lid-Staten kunnen deze drempels echter voor alle vervoercategorieën of voor een gedeelte daarvan verlagen .

2 . De Lid-Staten kunnen , na raadpleging van de Commissie , natuurlijke personen of ondernemingen die uitsluitend in het binnenland vervoer verrichten dat slechts een geringe weerslag op de vervoermarkt heeft wegens

- de aard van de vervoerde goederen , of

- de geringe afstand die wordt afgelegd ,

vrijstellen van de toepassing van alle of van een gedeelte der bepalingen van deze richtlijn .

Artikel 3

1 . Natuurlijke personen of ondernemingen die het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg wensen uit te oefenen , moeten

a ) betrouwbaar zijn ,

b ) over voldoende financiële draagkracht beschikken ,

c ) voldoen aan de voorwaarde van vakbekwaamheid .

Indien de aanvrager een natuurlijk persoon is die niet voldoet aan het bepaalde sub c ) , kunnen de bevoegde autoriteiten hem niettemin toestemming verlenen tot het uitoefenen van het beroep van vervoerondernemer , mits hij aan deze autoriteiten een andere persoon aanwijst die voldoet aan het bepaalde sub a ) en c ) en die de vervoerwerkzaamheden van het bedrijf permanent en daadwerkelijk leidt .

Indien de aanvrager een onderneming is , moet aan het bepaalde sub a ) en c ) worden voldaan door een van de natuurlijke personen die de vervoerwerkzaamheden van de onderneming permanent en daadwerkelijk leiden . De Lid-Staten kunnen verlangen dat ook andere personen van de onderneming aan het bepaalde sub a ) voldoen .

2 . In afwachting van een latere coordinatie stelt elke Lid-Staat vast aan welke bepalingen de aanvrager en , in voorkomend geval , de in lid 1 bedoelde natuurlijke personen ter zake van betrouwbaarheid moeten voldoen .

3 . Onder financiële draagkracht wordt verstaan het beschikken over de financiële middelen die nodig zijn voor het op gang brengen en het goede beheer van de onderneming . In afwachting van een latere coordinatie bepaalt elke Lid-Staat welke bepalingen daarvoor in aanmerking komen en op welke wijze daartoe het bewijs moet worden geleverd .

4 . Aan de voorwaarde van vakbekwaamheid wordt voldaan door het bezit van de kennis omtrent de in de lijst van de bijlage aangegeven onderwerpen , welke kennis wordt vastgesteld door de hiertoe door elke Lid-Staat aangewezen autoriteit of instantie . De nodige kennis wordt verworven door het volgen van cursussen , door praktische ervaring in een vervoeronderneming of door een combinatie van beide . De Lid-Staten kunnen houders van bepaalde diploma's van hoger onderwijs of van vakonderwijs , die een goede kennis omtrent de in de lijst van de bijlage aangegeven onderwerpen waarborgen , vrijstellen van deze bepalingen .

Het bewijs van vakbekwaamheid wordt geleverd door het overleggen van een verklaring die is afgegeven door de in de vorige alinea bedoelde autoriteit of instantie .

Artikel 4

1 . De Lid-Staten stellen de voorwaarden vast waaronder de exploitatie van een onderneming voor goederenvervoer over de weg , in afwijking van artikel 3 , lid 1 , voorlopig gedurende ten hoogste een jaar kan worden voortgezet , welke periode in naar behoren gemotiveerde speciale gevallen met maximaal zes maanden kan worden verlengd , in geval van overlijden of lichamelijke of wettelijke onbekwaamheid van de natuurlijke persoon die de werkzaamheden van vervoerder verricht of van de natuurlijke persoon die voldoet aan het bepaalde in artikel 3 , lid 1 , sub a ) en c ) .

2 . De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten kunnen evenwel bij wijze van uitzondering in sommige bijzondere gevallen toestaan dat de exploitatie van een vervoeronderneming definitief wordt voortgezet door een persoon die niet voldoet aan de in artikel 3 , lid 1 , sub c ) , bedoelde voorwaarde van vakbekwaamheid , maar die beschikt over een praktische ervaring van ten minste 3 jaar in het dagelijks beheer van die onderneming .

Artikel 5

1 . Natuurlijke personen en ondernemingen die aantonen dat zij , voor 1 januari 1978 , in een Lid-Staat krachtens een nationale regeling zijn gemachtigd het beroep van ondernemer van nationaal en/of internationaal goederenvervoer over de weg uit te oefenen , zijn vrijgesteld van de verplichting aan te tonen dat zij , naargelang van het geval , aan het bepaalde in artikel 3 voldoen .

2 . Natuurlijke personen die na 31 december 1974 en voor 1 januari 1978

- hetzij zijn gemachtigd het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg uit te oefenen , zonder dat zij krachtens een nationale regeling hebben bewezen dat zij vakbekwaam zijn ,

- hetzij zijn aangewezen om de vervoerwerkzaamheden van een onderneming daadwerkelijk en permanent te leiden

moeten evenwel voor 1 januari 1980 aan de in artikel 3 , lid 4 , bedoelde voorwaarde van vakbekwaamheid voldoen .

Dezelfde eis wordt gesteld in het in artikel 3 , lid 1 , derde alinea , bedoelde geval .

Artikel 6

1 . De beslissingen die door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten worden genomen krachtens de op grond van deze richtlijn vastgestelde maatregelen , en waarbij een aanvraag om toegang tot het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg wordt afgewezen , worden met redenen omkleed .

2 . De Lid-Staten zien erop toe dat de bevoegde autoriteiten de machtiging tot uitoefening van het beroep van ondernemer van goederenvervoer over de weg intrekken , wanneer zij vaststellen dat niet meer wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3 , lid 1 , sub a ) , b ) of c ) , waarbij in voorkomend geval een passende termijn wordt bepaald voor de aanwerving van een plaatsvervanger .

3 . De Lid-Staten zien erop toe dat de in deze richtlijn bedoelde natuurlijke personen of ondernemingen over de mogelijkheid beschikken om met passende middelen hun belangen te verdedigen met betrekking tot de beslissingen bedoeld in de leden 1 en 2 .

Artikel 7

1 . De Lid-Staten stellen , na raadpleging van de Commissie , voor 1 januari 1977 de maatregelen vast die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijn en met name van artikel 3 , lid 4 .

2 . De Lid-Staten zien erop toe dat de toetsing van de in artikel 3 , lid 4 , bedoelde kennis voor de eerste maal voor 1 januari 1978 plaatsvindt .

Artikel 8

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 12 november 1974 .

Voor de Raad

De Voorzitter

J . SAUVAGNARGUES

( 1 ) PB nr . C 72 van 19 . 7 . 1968 , blz . 53 .

( 2 ) PB nr . C 49 van 17 . 5 . 1968 , blz . 2 .

BIJLAGE

LIJST VAN ONDERWERPEN BEDOELD IN ARTIKEL 3 , LID 4

De voor de vaststelling van de vakbekwaamheid in aanmerking te nemen kennis moet ten minste betrekking hebben op de onderwerpen die in deze lijst zijn weergegeven . Deze onderwerpen moeten op gedetailleerde wijze zijn omschreven en door de bevoegde nationale autoriteiten worden opgesteld of goedgekeurd . Zij moeten kunnen worden bevat door personen die een opleiding hebben genoten welke overeenkomt met het niveau van voltooid verplicht schoolbezoek .

A . VERPLICHTE LEERSTOF VOOR ONDERNEMERS DIE VOORNEMENS ZIJN UITSLUITEND NATIONAAL VERVOER TE VERRICHTEN

1 . Recht

Elementaire kennis van het burgerlijk recht , het handelsrecht , het sociaal recht en het belastingrecht , waarvan de kennis noodzakelijk is voor de uitoefening van het beroep , met name betreffende :

- overeenkomsten in het algemeen ;

- vervoerovereenkomsten , inzonderheid de aansprakelijkheid van de vervoerondernemer ( aard en grenzen ) ;

- handelsvennootschappen ;

- handelsboeken ;

- arbeidsvoorschriften , sociale zekerheid ;

- belastingstelsel .

2 . Zakelijk en financieel beheer van de onderneming

- betalings - en financieringsmethoden ;

- kostprijsberekening ;

- regeling van vervoerprijzen en -voorwaarden ;

- handelsboekhouding ;

- verzekeringen ;

- rekeningen ;

- tussenpersonen bij het vervoer .

3 . Toegang tot de markt

- de bepalingen betreffende de toegang tot het beroep en de uitoefening ervan ;

- vervoersdocumenten .

4 . Technische normen en exploitatie

- afmetingen en gewichten van voertuigen ;

- keuze van het voertuig ;

- goedkeuring en registratie ;

- normen voor het onderhoud van de voertuigen ;

- laden en lossen van de voertuigen .

5 . Veiligheid op de weg

- wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake het verkeer ;

- de verkeersveiligheid ;

- voorkoming van ongelukken en maatregelen bij ongevallen .

B . VERPLICHTE LEERSTOF VOOR ONDERNEMERS DIE VOORNEMENS ZIJN INTERNATIONAAL VERVOER TE VERRICHTEN :

- de onderwerpen genoemd onder A ;

- bepalingen met betrekking tot het goederenvervoer over de weg tussen de Lid-Staten en tussen de Gemeenschap en derde landen die voortvloeien uit de nationale wetgeving , uit communautaire normen , uit internationale verdragen en overeenkomsten ;

- douanepraktijk en douaneformaliteiten ;

- voornaamste verkeersregels in de Lid-Staten .

Top