This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31972L0180
Commission Directive 72/180/EEC of 14 April 1972 determining the characteristics and minimum conditions for examining agricultural varieties
Richtlijn 72/180/EEG van de Commissie van 14 april 1972 tot vaststelling van de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van rassen van landbouwgewassen
Richtlijn 72/180/EEG van de Commissie van 14 april 1972 tot vaststelling van de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van rassen van landbouwgewassen
PB L 108 van 8.5.1972, pp. 8–38
(DE, FR, IT, NL) Andere speciale editie(s)
(DA, EL, ES, PT, FI, SV)
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Deel 1972(II) blz. 404 - 426
No longer in force, Date of end of validity: 14/10/2003; opgeheven door 32003L0090
Richtlijn 72/180/EEG van de Commissie van 14 april 1972 tot vaststelling van de kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van rassen van landbouwgewassen
Publicatieblad Nr. L 108 van 08/05/1972 blz. 0008 - 0038
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 4 blz. 0130
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1972(II) blz. 0387
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 4 blz. 0130
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1972(II) blz. 0404
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 7 blz. 0225
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 5 blz. 0225
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 5 blz. 0225
++++ RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE van 14 april 1972 tot vaststelling van kenmerken en minimumeisen voor het onderzoek van rassen van landbouwgewassen ( 72/180/EEG ) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , Gelet op de richtlijn van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen ( 1 ) , inzonderheid op artikel 7 , lid 2 , Overwegende dat op grond van die richtlijn elke Lid-Staat één of meer lijsten moet opstellen van de rassen die officieel op zijn grondgebied tot de keuring zijn toegelaten en in de handel mogen worden gebracht ; Overwegende dat voor de toelating van een ras gemeenschappelijke voorwaarden gelden ; dat op grond van een officieel onderzoek , in het bijzonder op het veld , moet worden uitgemaakt of aan die voorwaarden is voldaan ; Overwegende dat het onderzoek zich tot een voldoende groot aantal kenmerken moet uitstrekken om het ras te kunnen beschrijven ; Overwegende dat op het niveau van de Gemeenschap die kenmerken moeten worden vastgesteld waartoe het onderzoek zich ten minste moet uitstrekken ; Overwegende dat bovendien minimumeisen betreffende het verrichten van het onderzoek moeten worden vastgesteld ; Overwegende dat bij de vaststelling van de kenmerken en de minimumeisen de stand van wetenschap en techniek in aanmerking moet worden genomen ; Overwegende dat het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land - , tuin - en bosbouw over de in deze richtlijn vervatte maatregelen een gunstig advies heeft uitgebracht , HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD : Artikel 1 De Lid-Staten schrijven voor dat het officiële onderzoek voor de toelating van een ras van landbouwgewassen zich ten minste tot in de bijlage I vermelde kenmerken moet uitstrekken . Zij dragen er zorg voor dat bij het verrichten van het onderzoek aan de in bijlage II gestelde minimumeisen worden voldaan . Artikel 2 Uiterlijk op 1 juli 1972 doen de Lid-Staten de nodige wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om deze richtlijn ten uitvoer te leggen ; zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis . Artikel 3 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten . Gedaan te Brussel , 14 april 1972 . Voor de Commissie De Voorzitter S . L . MANSHOLT ( 1 ) PB nr . L 225 van 12 . 10 . 1970 , blz . 1 . BIJLAGE I DEEL A KENMERKEN VOOR HET ONDERZOEK VAN DE ONDERSCHEIDBAARHEID , DE BESTENDIGHEID EN DE HOMOGENITEIT Alle kenmerken die worden genoemd voor de verschillende gewassen gelden voor het onderzoek van het onderscheid en de bestendigheid van de rassen . De kenmerken die zijn vastgesteld voor het onderzoek van de homogeniteit zijn als volgt aangegeven : ( H ) voor alle rassen van een gewas ( H1 ) voor vrij bestoven rassen van een gewas ( H2 ) voor inteeltlijnen en enkele hybriden van een gewas ( H3 ) voor de andere hybriden van een gewas . 1 . BIETEN Suiker - en voederbieten van de soort Beta vulgaris L . 1 . Hypocotyl : kleur 2 . Biet : 2.1 kleur van de kop 2.2 kleur van het bovengrondse deel ( H ) 2.3 kleur van het ondergrondse deel ( H ) 2.4 vorm ( H ) 2.5 aandeel van het bovengrondse deel ( voederbieten ) 2.6 drogestofgehalte ( voederbieten ) 2.7 suikergehalte ( suikerbieten ) 2.8 gewicht van de biet ( in procenten van het totale gewicht van de plant ) 3 . Blad : 3.1 kleur van de bladschijf 3.2 kleur van de nerven ( voederbieten ) 3.3 totale lengte van bladsteel en bladschijf 3.4 dikte van de bladsteel 3.5 kleur van de basis van de bladsteel 3.6 habitus van het bladroset 3.7 gewicht van de bladmassa met inbegrip van de kop ( in procenten van het totale gewicht van de plant ) . 4 . Ploidie : 4.1 ploidie-niveau 4.2 percentages van de verschillende ploidieniveaus ( polyploide rassen ) 5 . Monogermie ( H ) 2 . STRUISGRASSEN Kruipend struisgras * Agrostics canina L . ssp . camina Hwd . * Hoog struisgras * Agrostis gigantea Roth * Wit struisgras * Agrostis stolonifera L . * Gewoon struisgras * Agrostis tenuis Sibth . * 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Uitlopers : aanwezig of afwezig ( ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven ) 4 . Blad : 4.1 kleur ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten ) 4.2 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 4.3 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 5 . Bloeiwijze : vorm ( na de bloei ) 6 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 7 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 8 . Aantal chromosomen ( H ) 3 . BEEMDVOSSESTAART Alopecurus pratensis L . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Uitlopers : aanwezig of afwezig ( ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven ) 4 . Blad : 4.1 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 4.2 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 5 . Bloeiwijze : vorm ( na de bloei ) 6 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) . 7 . Aantal chromosomen ( H ) 4 . FRANS RAAIGRAS Arrhenatherum elatius ( L . ) J . et C . Presl . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : Lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.2 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Aantal chromosomen ( H ) 5 . KROPAAR Dactylis glomerata L . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 kleur ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten ) 3.2 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.3 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Vernalisatie behoefte 7 . Aantal chromosomen ( H ) 6 . RIETZWENKGRAS Festuca arundinacea Schreb . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.2 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Aantal chromosomen ( H ) 7 . SCHAPENGRAS Festuca ovina L . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.2 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Aantal chromosomen ( H ) 8 . BEEMDLANGBLOEM Festuca pratensis Huds . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.2 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Aantal chromosomen ( H ) 9 . ROODZWENKGRAS Festuca rubra L . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Uitlopers : aanwezig of afwezig ( ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven ) 4 . Blad : 4.1 kleur ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten ) 4.2 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 4.3 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 5 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 7 . Aantal chromosomen ( H ) 10 . RAAIGRASSEN Gekruist raaigras * Lolium hybridum Hausskn . * Italiaans en Westerwolds raaigras * Lolium multiflorum Lam . * Engels raaigras * Lolium perenne L . * 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.2 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) ( bij eenjarige rassen in het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Vernalisatiebehoefte 7 . Aantal chromosomen ( H ) 11 . TIMOTHEE Phleum pratense L . 1 . Habitus van de plant ( bij het dooschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 kleur ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten ) 3.2 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.3 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Aantal chromosomen ( H ) 12 . BEEMDGRASSEN Straatgras * Poa annua L . * Bosbeemdgras * Poa nemoralis L . * Moeras beemdgras * Poa palustris L . * Veldbeemdgras * Poa pratensis L . * Ruw beemdgras * Poa trivialis L . * 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Uitlopers : aanwezig of afwezig ( ontwikkelingsstadium op het tijdstip van de waarneming aangeven ) 4 . Blad : 4.1 kleur ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten ) 4.2 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 4.3 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 5 . Bladschede : kleur ( Poa pratensis ) 6 . Tongetje : 6.1 kleur ( Poa pratensis ) 6.2 vorm ( Poa pratensis ) 6.3 beharing ( Poa pratensis ) 7 . Bloeiwijze : kleur ( tijdens de bloei ) 8 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 9 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 10 . Aantal chromosomen ( H ) ( behalve bij Poa pratensis ) 13 . GOUDHAVER Trisetum flavescens ( L . ) Pal . Beauv . 1 . Habitus van de plant ( bij het doorschieten ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( aan het einde van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 kleur ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai voor het doorschieten ) 3.2 houding van het vlagblad ( bij het begin van de bloei ) 3.3 grootte van het vlagblad ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Vroegheid van doorschieten of bloeien ( H ) ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 5 . Neiging tot doorschieten in de verschillende sneden ( in het jaar volgende op het jaar van uitzaai ) 6 . Aantal chromosomen ( H ) 14 . RODE HANEKOP Hedysarum coronarium L . 1 . Habitus van de plant ( H ) 2 . Stengel : 2.1 lengte 2.2 doorsnede op halve hoogte 2.3 vertakking ( aantal zijtakken per stengel ) 3 . Blad : ( waar te nemen aan het middelste derde gedeelte van de plant ) 3.1 aantal bladeren per stengel 3.2 vorm van het kopblaadje ( H ) 3.3 grootte van het topblaadje ( H ) 3.4 aantal blaadjes per blad . 4 . Bloem : kleur van de vlag ( H ) 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 6 . Ontwikkelingscyclus : 6.1 hergroei in de herfst 6.2 gebruiksduur ( H ) 15 . ROLKLAVER Lotus corniculatus L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Blad : 2.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) 2.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) 3 . Vroegheid van de bloei ( H ) 16 . LUPINEN Witte lupine * Lupinus albus L . * Blauwe lupine * Lupinus angustifolius L . * Gele lupine * Lupinus luteus L . * 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Bloem : kleur van de vlag ( H ) 3 . Peul : 3.1 vorm ( H ) 3.2 beharing : blijvend of niet blijvend ( H ) 4 . Zaad : 4.1 vorm ( H ) 4.2 grootte ( H ) 4.3 grondkleur ( H ) 4.4 tekening ( H ) 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 6 . Alkaloidgehalte : 6.1 van het blad ( H ) 6.2 van het zaad ( H ) 17 . HOPPERUPSKLAVER Medicago lupulina L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Vroegheid van de bloei ( H ) 18 . LUZERNE Luzerne Medicago sativa L . en Medicago varia Martyn 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Blad : 2.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) 2.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) 3 . Bloem : kleur van de vlag 4 . Vroegheid van de bloei ( H ) 19 . ESPARCETTE Onobrychis sativa L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Blad : 2.1 vorm van het blaadje ( H ) 2.2 grootte van het blaadje ( H ) 3 . Vroegheid van de bloei ( H ) 20 . VOEDERERWT Pisum arvense L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Blad : 2.1 vorm van de beide eerste schubben ( H ) 2.2 grootte van de beide eerste schubben ( H ) 2.3 vorm van het blaadje ( H ) 2.4 grootte van het blaadje ( H ) 2.5 vorm van de top van het blaadje ( H ) 3 . Steunblaadje : 3.1 vorm ( H ) 3.2 grootte ( H ) 3.3 bladvlekken : aanwezig of afwezig ( H ) 3.4 vorm van de okselvlek ( H ) 3.5 kleur van de okselvlek ( H ) 4 . Bloem : 4.1 kleur van de vlag ( H ) 4.2 vorm van de basis van de vlag ( H ) 5 . Peul : 5.1 vorm ( H ) ( bij groenrijpheid ) 5.2 vorm van de top ( H ) ( bij groenrijpheid ) 6 . Zaad : 6.1 vorm met inbegrip van het oppervlak ( H ) 6.2 grondkleur ( H ) 6.3 tekening ( H ) 7 . Vroegheid van de bloei ( H ) 8 . Duur van de bloei ( H ) 21 . ALEXANDRIJNSE KLAVER Trifolium alexandrinum L . 1 . Habitus van de plant ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 2 . Stengel : lengte ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 3 . Blad : 3.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 3.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Bloeiwijze : 4.1 vertakking ( H ) 4.2 gesteeld of zittend ( H ) 4.3 lengte van de bracteeën in verhouding tot de kelk 5 . Bloem : kleur van de vlag 6 . Vroegheid van de bloei ( H ) 22 . BASTAARDKLAVER Trifolium hybridum L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Blad : 2.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) 2.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) 3 . Vroegheid van de bloei ( H ) 4 . Aantal chromosomen ( H ) 23 . INCARNAATKLAVER Trifolium incarnatum L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Bloem : kleur van de vlag ( H ) 3 . Vroegheid van de bloei ( H ) 24 . RODE KLAVER Trifolium pratense L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Blad : 2.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) 2.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) 2.3 bladtekening 3 . Bloemen : kleur van de vlag 4 . Zaad : grondkleur 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 6 . Aantal chromosomen ( H ) 25 . WITTE KLAVER Trifolium repens L . 1 . Blad : 1.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) 1.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) 1.3 bladtekening 1.4 lengte van de bladsteel ( H ) 2 . Vroegheid van de bloei ( H ) 3 . Aantal chromosomen ( H ) 26 . PERZISCHE KLAVER Trifolium resupinatum L . 1 . Stengel : 1.1 stand ( bij het begin van de bloei ) 1.2 lengte ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 1.3 beharing : aanwezig of afwezig ( bij het begin van de bloei ) 2 . Blad : 2.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 2.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 3 . Bloem : kleur van de vlag 4 . Peul : vorm ( bij volledige rijpheid ) 5 . Zaad : kleur 6 . Vroegheid van de bloei ( H ) 27 . BOKSHOORN Trigonella foenum-graecum L . 1 . Habitus van de plant ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 2 . Stengel : 2.1 lengte ( H ) 2.2 beharing : aanwezig of afwezig ( H ) 3 . Blad : 3.1 vorm van het middelste blaadje ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 3.2 grootte van het middelste blaadje ( H ) ( bij het begin van de bloei ) 4 . Peul : 4.1 totale lengte ( H ) ( bij volledige rijpheid ) 4.2 lengte van de snavel ( H ) ( bij volledige rijpheid ) 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 28 . VELDBONEN Paardeboon * Vicia faba L . ssp . faba var . equina Pers . * Duiveboon * Vicia faba L . var . minor ( Peterm . ) Bull . * 1 . Stengel : lengte ( H1 ) ( H2 ) 2 . Peul : 2.1 vorm ( H2 ) ( bij volledige rijpheid ) 2.2 beharing ( H2 ) ( bij volledige rijpheid ) 3 . Zaad : 3.1 vorm ( H1 ) ( H2 ) 3.2 grootte ( H2 ) 3.3 grondkleur ( H1 ) ( H2 ) 3.4 tekening ( H2 ) 3.5 navelkleur ( H2 ) 4 . Vroegheid van de bloei ( H2 ) 29 . VOEDERWIKKE Vicia sativa L . 1 . Blad : 1.1 vorm van het eerste blad ( H ) 1.2 grootte van het eerste blad ( H ) 1.3 vorm van het blaadje ( H ) 1.4 grootte van het blaadje ( H ) 2 . Bloem : kleur van de vlag ( H ) 3 . Peul : ( bij volledige rijpheid ) 3.1 vorm ( H ) 3.2 beharing ( H ) 4 . Zaad : 4.1 vorm ( H ) 4.2 grootte ( H ) 4.3 grondkleur ( H ) 4.4 tekening ( H ) 4.5 kleur van de cotylen ( H ) 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 30 . HONGAARSE WIKKE Vicia pannonica Crantz ZANDWIKKE Vicia villosa Roth 1 . Blad : 1.1 vorm van het blaadje ( H ) 1.2 grootte van het blaadje ( H ) 1.3 aantal blaadjes 2 . Bloem : kleur van de vlag ( H ) 3 . Peul : 3.1 vorm ( H ) ( bij volledige rijpheid ) 3.2 beharing ( H ) ( bij volledige rijpheid ) 4 . Vroegheid van de bloei ( H ) 31 . KOOLRAAP Brassica napus L . var . napobrassica ( L . ) Peterm . 1 . Plant : hoogte 2 . Knol : 2.1 vorm ( H ) 2.2 aandeel van het bovengrondse deel 2.3 kleur van de knol ( H ) 2.4 kleur van de kop ( H ) 2.5 kleur van het vlees ( H ) 3 . Hals : lengte ( H ) 4 . Bladschijf : 4.1 grootte ( H ) 4.2 vorm 4.3 rand : golving of tanding 4.4 anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H ) 4.5 wasbedekking 5 . Bladsteel : 5.1 stand 5.2 lengte 5.3 dikte 5.4 anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H ) 32 . VOEDERKOOL , MERGKOOL Brassica oleracea L . convar . acephala ( DC ) 1 . Plant : 1.1 hoogte ( H1 ) ( H2 ) ( bij volledige vegetatieve ontwikkeling ) 1.2 vertakking ( H2 ) ( bij volledige vegetatieve ontwikkeling ) 2 . Stengel : 2.1 lengte ( H2 ) 2.2 dikte ( H1 ) ( H2 ) ( mergkool ) 2.3 vorm ( H1 ) ( H2 ) ( mergkool ) 2.4 kleur ( H2 ) 3 . Bladschijf : 3.1 grootte ( H1 ) ( H2 ) 3.2 vorm ( H2 ) 3.3 stand ( H2 ) 3.4 rand : golving of tanding ( H2 ) 3.5 anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H1 ) ( H2 ) 3.6 wasbedekking ( H2 ) 4 . Bladsteel : 4.1 stand ( H2 ) 4.2 lengte ( H2 ) 4.3 dikte ( H2 ) 4.4 anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H1 ) ( H2 ) 33 . BLADRAMENAS Raphanus sativus L . ssp . oleifera ( DC ) Metzg . 1 . Plant : 1.1 hoogte ( bij rijpheid ) 1.2 mate van vertakking ( bij rijpheid ) 1.3 hoogte van de inplanting van de eerste zijstengel ( bij rijpheid ) 2 . Stengel : 2.1 lengte van de hoofdstengel ( H ) ( bij rijpheid ) 2.2 dikte van de hoofdstengel ( gemeten 25 cm boven de wortelhals ) ( bij rijpheid ) 3 . Blad van het rozet : 3.1 vorm ( bij het verschijnen van de bloemknoppen ) 3.2 grootte ( bij het verschijnen van de bloemknoppen ) 4 . Bloem : kleur van de kroonbladen 5 . Hauw : lengte van de snavel ( H ) 6 . Zaad : grootte ( H ) 7 . Vroegheid van de bloei ( H ) 34 . HAVER Avena sativa L . 1 . Habitus van de plant ( H ) ( aan het einde van de uitstoeling ) 2 . Stengel : 2.1 lengte ( H ) 2.2 beharing van de bovenste knoop ( H ) 3 . Blad : beharing van de rand van de bladschijf ( H ) 4 . Pluim : vorm ( H ) 5 . Kroonkafje : wasbedekking ( H ) ( tijdens de bloei ) 6 . Korrel : 6.1 kleurtype ( van de kroonkafjes ) ( H ) 6.2 benaalding van de kroonkafjes ; aanwezig of afwezig ( H ) 6.3 beharing aan de basis van de onderste korrels ( H ) 6.4 naakt of bedekt ( H ) 7 . Vroegheid van in pluim komen ( H ) 35 . GERST Tweerijige gerst * Hordeum distichum L . * Meerrijige gerst * Hordeum polystichum L . * 1 . Habitus van de plant ( H ) ( aan het einde van de uitstoeling ) 2 . Halm : lengte ( H ) 3 . Oortjes : kleur ( H ) 4 . Bladscheden : 4.1 beharing van de onderste bladschede ( H ) 4.2 wasbedekking ( H ) 5 . Aar : 5.1 type : 2 - , 4 - of 6-rijig ( H ) 5.2 kafnaalden : aanwezig of afwezig ( H ) 5.3 betanding van de naalden ( H ) 5.4 houding ( H ) 5.5 schakeling ( H ) 5.6 wasbedekking ( H ) 5.7 kleur van de rachilla van de steriele pakjes ( H ) 5.8 vorm van de steriele pakjes ( H ) 5.9 lengte van het onderste aarspillid ( H ) 6 . Kelkkafje : lengte ( H ) 7 . Korrel : 7.1 lengte van de rachille-beharing ( H ) 7.2 betanding van de kroonkafjes ( H ) 7.3 naakt of bedekt ( H ) 7.4 beharing langs de groeve ( H ) 7.5 anthocyaan in de nerven van de kroonkafjes : aanwezig of afwezig ( H ) 8 . Vroegheid van in aar komen ( H ) 9 . Vernalisatiebehoefte ( H ) 10 . Reactie op D.D.T . ( H ) 36 . RIJST Oryza sativa L . 1 . Halm : 1.1 kleur van de knopen : groen of gekleurd ( H ) ( tijdens de groei ) 1.2 lengte van de wortelhals tot de top van de hoogste pluim ( H ) ( bij rijpheid ) 2 . Blad : kleur : groen of gekleurd ( H ) ( tijdens de groei ) 3 . Oortjes : kleur : groen of gekleurd ( H ) ( tijdens de groei ) 4 . Pluim : 4.1 naalden : aanwezig of afwezig ( H ) 4.2 houding ( H ) ( bij rijpheid ) 4.3 kleur van de stempels : ongekleurd of gekleurd ( H ) 5 . Kroonkafje : 5.1 kleur van de kiel : groen of gekleurd ( H ) 5.2 kleur van het oppervlak : groen of gekleurd ( H ) 5.3 kleur van de top : groen of gekleurd ( H ) 5.4 beharing ( H ) 6 . Korrel : 6.1 zijaanzicht van de gepelde korrel ( 1 ) ( H ) 6.2 " perle " : aanwezig of afwezig ( H ) 7 . Vroegheid van doorschieten ( H ) ( 1 ) Lengte : breedte-verhouding : afgerond : minder dan 1,75 iets afgerond : 1,75 - 1,99 iets spoelvormig : 2,00 - 2,45 spoelvormig : meer dan 2,45 37 . KANARIEZAAD Phalaris canariensis L . 1 . Halm : lengte ( H ) 2 . Blad : houding ( H ) ( voor het begin van het in aar komen ) 3 . Aar : vorm 4 . Vroegheid van in aar komen ( H ) 38 . ROGGE Secale cereale L . 1 . Coleoptiel : kleur 2 . Habitus van de plant : 2.1 aan het einde van de uitstoeling ( in het voorjaar ) 2.2 tijdens het schieten 3 . Halm : 3.1 lengte ( H ) 3.2 kleur van de bovenste knoop 3.3 mate van de beharing onder de aar 4 . Bladschede : beharing ( tijdens het schieten ) 5 . Aar : 5.1 vorm ( tijdens de bloei of de melkrijpheid ) 5.2 kleur ( tijdens de melkrijpheid ) 5.3 kleur van de halmknoppen 5.4 anthocyaan : aanwezig of afwezig 6 . Naalden : mate van anthocyaan kleuring 7 . Korrel : 7.1 vorm 7.2 kleur 8 . Vroegheid van in aar komen ( H ) 9 . Vernalisatiebehoefte ( H ) 10 . Ploïdie ( H ) 39 . TARWE Zachte tarwe * Triticum aestivum L . * Harde tarwe * Triticum durum L . * 1 . Coleoptiel : kleur ( H ) 2 . Habitus van de plant ( H ) ( aan het einde van de uitstoeling ) 3 . Halm : 3.1 lengte ( H ) 3.2 vulling in het midden van het bovenste lid : hol of gevuld ( H ) 3.3 wasbedekking ( H ) 3.4 anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H ) 4 . Blad : 4.1 houding ( H ) ( kort voor het in aar komen ) 4.2 wasbedekking van de bladschijven ( H ) ( kort voor het in aar komen ) 5 . Bladschede : 5.1 beharing van de schede van het vlagblad ( H ) 5.2 wasbedekking ( H ) 6 . Aar : 6.1 vorm ( H ) 6.2 schakeling ( H ) 6.3 mate van benaalding ( H ) 6.4 kleur van de naalden ( H ) 6.5 wasbedekking ( H ) 6.6 kleur van de helmknoppen ( H ) 6.7 kleur ( H ) ( bij geelrijpheid ) 7 . Kelkkafje : 7.1 vorm van de schouder ( H ) 7.2 breedte van de schouder ( H ) 7.3 vorm van de snavel ( H ) 7.4 lengte van de snavel ( H ) 7.5 beharing van de buitenzijde ( H ) 7.6 beharing van de binnenzijde ( H ) 8 . Korrel : 8.1 vorm ( H ) 8.2 kleur ( H ) 8.3 beharing van de top ( H ) 8.4 verkleuring in phenol ( H ) 9 . Vroegheid van in aar komen ( H ) 10 . Vernalisatiebehoefte ( H ) 40 . SPELT Triticum spelta L . 1 . Coleoptiel : kleur ( H ) 2 . Habitus van de plant ( H ) ( aan het einde van de uitstoeling ) 3 . Halm : 3.1 lengte ( H ) 3.2 vulling in het midden van het bovenste lid : hol of gevuld ( H ) 4 . Blad : 4.1 houding ( H ) ( kort voor het in aar komen ) 4.2 wasbedekking van de bladschijf ( H ) ( kort voor het in aar komen ) 5 . Bladschede : 5.1 beharing van de schede van het vlagblad ( H ) 5.2 wasbedekking ( H ) 6 . Aar : 6.1 vorm ( H ) 6.2 schakeling ( H ) 6.3 mate van benaalding ( H ) 6.4 kleur van de naalden ( H ) 6.5 wasbedekking ( H ) 6.6 kleur van de helmknoppen ( H ) 6.7 kleur ( H ) ( bij geelrijpheid ) 6.8 stevigheid van de spil ( H ) 7 . Kelkkafje : 7.1 vorm van de schouder ( H ) 7.2 breedte van de schouder ( H ) 7.3 vorm van de snavel ( H ) 7.4 lengte van de snavel ( H ) 7.5 beharing van de buitenzijde ( H ) 7.6 beharing van de binnenzijde ( H ) 8 . Korrel : 8.1 vorm ( H ) 8.2 kleur ( H ) 9 . Vroegheid van in aar komen ( H ) 10 . Vernalisatiebehoefte ( H ) 41 . MAIS ( met uitzondering van pofmaïs en suikermaïs ) Zea maïs L . ( met uitzondering van convar . microsperma Koern . en convar . saccharata Koern . ) 1 . Stengel : 1.1 lengte van de hoofdstengel ( H2 ) 1.2 anthocyaan in de knopen : aanwezig of afwezig ( H2 ) 1.3 hoogte van de inplanting van de bovenste kolf aan de hoofdstengel ( H1 ) ( H2 ) ( H3 ) 2 . Blad : 2.1 houding tijdens het te voorschijn komen van de pluim ( H2 ) 2.2 aantal ( H2 ) 2.3 breedte van de bladschijf van de bovenste kolf ( H2 ) 3 . Bladschede : 3.1 anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H2 ) ( in het midden van de stengel ) 3.2 beharing van de rand van de schede van het bovenste blad ( H2 ) 4 . Pluim : 4.1 lengte van de hoofdas ( H2 ) 4.2 aantal zijassen : van tweede orde of van derde orde ( H2 ) 4.3 houding van de zijassen ( H2 ) ( tijdens het bloeien van de mannelijke bloemen ) 4.4 kleur van de helmknoppen ( H2 ) ( tijdens het stuiven ) 5 . Kolf : 5.1 kleur van de stempels ( H1 ) ( H2 ) ( twee tot drie dagen na het te voorschijn komen ) 5.2 lengte ( H2 ) 5.3 vorm ( H2 ) 5.4 doorsnede in het midden van de kolf ( H2 ) 5.5 aantal rijen ( H2 ) 5.6 lengte van de steel ( H1 ) ( H2 ) 5.7 aantal vruchtbare kolven aan de hoofdstengel ( H2 ) 5.8 lengte van de bladschijven van de schutbladen ( H1 ) ( H2 ) 5.9 bedekking ( H2 ) ( bij volledige rijpheid en geheel droge schutbladen ) 5.10 kleur van de spil ( H1 ) ( H2 ) ( bij volledige rijpheid ) 5.11 doorsnede van de spil ( H2 ) 6 . Korrel : 6.1 type van de geoogste korrel ( H1 ) ( H2 ) ( H3 ) 6.2 kleur van de top en van de zijden ( H2 ) 6.3 vorm ( H2 ) 7 . Periode tussen de opkomst : 7.1 de bloei van de mannelijke bloemen ( H2 ) 7.2 de bloei van de vrouwelijke bloemen ( H1 ) ( H2 ) ( H3 ) 8 . Rijpingsklasse bepaald naar de periode tussen de opkomst en : 8.1 het tijdstip waarop de korrel 60 % water bevat ( H2 ) 8.2 het tijdstip waarop de korrel 30 % water bevat ( H2 ) 42 . AARDAPPEL Solanum tuberosum L . 1 . Knol : 1.1 vorm : beschrijving , regelmatigheid en uniformiteit ( H ) 1.2 kleur van de schil ( H ) 1.3 kleur van het vlees ( H ) 2 . Lichtkiem : 2.1 kleur ( H ) 2.2 vorm ( H ) 2.3 beharing ( H ) 3 . Stengel : kleur ( H ) 4 . Bloem : 4.1 aanwezig of afwezig ( H ) 4.2 kleur van de kelkbladen in het knopstadium ( H ) 4.3 kleur van de kroonbladen ( H ) 43 . AARDNOOT Arachis hypogaea L . 1 . Habitus van de plant ( H ) ( tijdens de bloei ) 2 . Stengel : beharing - aanwezig of afwezig ( H ) 3 . Blad : ( tijdens de bloei ) 3.1 vorm van de blaadjes ( H ) 3.2 beharing van de bladschijf ( H ) 3.3 rand : wimpers aanwezig of afwezig ( H ) 4 . Steunblaadje : lengte in verhouding tot de bladsteel ( H ) 5 . Gynophoor : lengte ( H ) ( tijdens het ingroeien in de grond ) 6 . Peul : ( bij rijpheid ) 6.1 vorm ( H ) 6.2 insnoering : aanwezig of afwezig ( H ) 6.3 stevigheid van de vruchtwand ( H ) 6.4 aantal zaden : tot twee of meer dan twee ( H ) 7 . Zaad : 7.1 vorm ( H ) 7.2 kleur van de zaadhuid ( H ) 44 . RAAPZAAD Brassica campestris L . ssp . oleifera ( Metzg . ) Sinsk . 1 . Cotylen : grootte 2 . Plant : ( bij rijpheid ) 2.1 hoogte 2.2 mate van vertakking 2.3 hoogte van de inplanting van de eerste zijstengel 3 . Stengel : ( bij rijpheid ) 3.1 lengte van de hoofdstengel ( H ) 3.2 dikte van de hoofdstengel gemeten 25 cm boven de wortelhals 4 . Blad van het rozet : ( bij het verschijnen van de bloemknoppen ) 4.1 vorm ( H ) 4.2 grootte ( H ) 5 . Bloem : kleur van de kroonbladen ( H ) 6 . Zaad : grootte 7 . Vroegheid van de bloei ( H ) 8 . Vernalisatiebehoefte ( H ) 45 . SAREPTA MOSTERD Brassica juncea L . 1 . Stengel : lengte ( H ) ( bij volledige rijpheid ) 2 . Blad van het rozet : vorm ( H ) ( bij het verschijnen van de bloemknoppen ) 3 . Bloem : kleur van de kroonbladen ( H ) 4 . Zaad : 4.1 grootte ( H ) 4.2 kleur ( H ) 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 46 . KOOLZAAD Brassica napus L . ssp . oleifera ( Metzg . ) Sinsk . 1 . Cotylen : grootte ( H ) 2 . Plant : mate van vertakking ( H ) ( bij rijpheid ) 3 . Stengel : lengte van de hoofdstengel ( H ) ( bij rijpheid ) 4 . Blad van het rozet : vorm ( H ) ( bij het verschijnen van de bloemknoppen ) 5 . Bloem : kleur van de kroonbladen ( H ) 6 . Vroegheid van de bloei ( H ) 7 . Vernalisatiebehoefte ( H ) 47 . ZWARTE MOSTERD Brassica nigra ( L . ) W . Koch 1 . Plant : hoogte van de hoofdstengel ( H ) ( bij volledige rijpheid ) 2 . Bloem : kleur van de kroonbladen ( H ) 3 . Hauw : stand aan de stengel ( H ) ( bij rijpheid ) 4 . Vroegheid van de bloei ( H ) 48 . HENNEP Cannabis sativa L . 1 . Stengel : 1.1 groeven : aanwezig of afwezig 1.2 kleur 2 . Blad : aantal blaadjes 3 . Vrucht : 3.1 vorm 3.2 verdikking : aanwezig of afwezig 4 . Vroegheid van de rijping ( H ) 5 . Eénhuizig of tweehuizig ( H ) De kenmerken 1 tot 3 worden vastgesteld bij planten die vrouwelijke bloemen dragen . 49 . KARWIJ Carum carvi L . 1 . Stengel : lengte ( H ) 2 . Blad : 2.1 houding voor het schieten 2.2 kleur 3 . Vrucht : deelvruchtjes gemakkelijk loslatend of niet ( H ) 4 . Vroegheid van de bloei ( H ) 50 . KATOEN Gossypium sp . 1 . Habitus van de plant ( H ) 2 . Stengel : ( tijdens de bloei ) 2.1 aard van de vertakking 2.2 aantal vegetatieve en bloeiende spruiten 2.3 beharing 3 . Blad van vegetatieve spruit : ( bij het begin van de bloei ) 3.1 beharing van de bladschijf ( H ) 3.2 aantal lobben 3.3 diepte van de insnijdingen ( H ) 4 . Bloem : ( voor de vorming van het stuifmeel ) 4.1 lengte van de bracteeën in verhouding tot de bloemkroon ( H ) 4.2 kleur van de kroonbladen 5 . Doosvrucht : 5.1 vorm ( H ) ( bij groen rijpheid ) 5.2 stippeling : aanwezig of afwezig ( H ) ( bij groen rijpheid ) 5.3 openspringen : geheel of gedeeltelijk ( H ) ( bij volledige rijpheid ) 5.4 aantal hokken ( bij volledige rijpheid ) 6 . Vezel : ( bij volledige rijpheid ) 6.1 gekroesd of glad 6.2 gemiddelde lengte 6.3 regelmaat van de lengte 7 . Zaad : 7.1 naakt of met " fuzz " 7.2 kleur van de " fuzz " 51 . ZONNEBLOEM Helianthus annuus L . 1 . Hypocotiel : anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H2 ) 2 . Blad : 2.1 houding in het midden van de stengel ( H2 ) 2.2 kleur van de bladschijf ( H2 ) ( als er vier bladeren aanwezig zijn ) 2.3 grootte ( H1 ) ( H2 ) 3 . Bloemhoofdje : 3.1 vorm ( H2 ) 3.2 lintbloemen : aanwezig of afwezig ( H2 ) 4 . Vruchtbare bloem : 4.1 kleur van de kroonbladen : geel of oranje ( H1 ) ( H2 ) 4.2 kelkbladen : anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H2 ) 4.3 kleur van de stempel ( H2 ) 5 . Zaad : 5.1 vorm ( H2 ) 5.2 grondkleur ( H1 ) ( H2 ) 5.3 strepen : aanwezig of afwezig ( H1 ) ( H2 ) 5.4 kleur van de strepen ( H2 ) 5.5 dop-gehalte ( H2 ) 6 . Vroegheid van de rijping ( H1 ) ( H2 ) 52 . VLAS Linum usitatissimum L . 1 . Plant : 1.1 lengte van de stengel ( H ) 1.2 hoogte waarop de vertakking begint ( H ) 2 . Bloem : 2.1 grootte ( H ) 2.2 vlekken van de kelkbladen ( H ) 2.3 kleur van de kroonbladen ( H ) 2.4 kleur van de nerven van de kroonbladen ( H ) 2.5 kleur van de helmdraden ( H ) 2.6 kleur van de helmknoppen ( H ) 2.7 kleur van de stijlen ( H ) 2.8 kleur van de stempels ( H ) 3 . Doosvrucht : beharing op de tussenschotten ( H ) 4 . Zaad : 4.1 kleur ( H ) 4.2 vorm ( H ) 4.3 grootte ( H ) 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 53 . MAANZAAD Papaver somniferum L . 1 . Stengel : 1.1 lengte ( H ) 1.2 beharing van het bovenste deel van de hoofdstengel ( H ) 2 . Blad : ( voor het schieten ) 2.1 vlekken : aanwezig of afwezig ( H ) 2.2 kleur van de vlekken ( H ) 3 . Bloem : 3.1 anthocyaan in de kelkbladen : aanwezig of afwezig ( H ) 3.2 kleur van de kroonbladen ( H ) 4 . Doosvrucht : ( bij rijpheid ) 4.1 vorm ( H ) 4.2 kleur ( H ) 5 . Zaad : kleur ( H ) ( bij rijpheid ) 6 . Vroegheid van de bloei ( H ) 54 . GELE MOSTERD Sinapis alba L . 1 . Plant : ( bij volledige rijpheid ) 1.1 hoogte van de hoofdstengel ( H ) 1.2 mate van vertakking 1.3 hoogte van de inplanting van de eerste zijstengei ( rijpheid ) 2 . Blad van het rozet : ( bij het verschijnen van de bloemknoppen ) 2.1 aantal 2.2 vorm 2.3 beharing 3 . Bloem : kleur van de kroonbladen ( H ) 4 . Zaad : 4.1 grootte 4.2 bruine kleur : aanwezig of afwezig ( H ) 5 . Vroegheid van de bloei ( H ) 55 . SOJA Soia hispida L . 1 . Cotylen : anthocyaan : aanwezig of afwezig ( H ) 2 . Stengel : lengte ( H ) 3 . Bloem : kleur ( H ) 4 . Peul : kleur ( H ) 5 . Zaad : 5.1 grondkleur ( H ) 5.2 tekening : aanwezig of afwezig ( H ) 5.3 vorm ( H ) 6 . Vroegheid van de bloei ( H ) DEEL B EIGENSCHAPPEN BETREFFENDE HET ONDERZOEK VAN DE CULTUUR - EN GEBRUIKSWAARDE De volgende eigenschappen gelden voor alle in deel A genoemde gewassen 1 . Opbrengsten 2 . Resistentie tegen schadelijke organismen 3 . Gedrag ten opzichte van milieufactoren 4 . Kwaliteit 5 . Vernalisatiebehoefte - bij gewassen met zomer - en wintervormen 6 . Produktierythme - bij grassen Bij het bekend maken van de resultaten dienen de toegepaste methoden opgegeven te worden . BIJLAGE II A . ALGEMENE EISEN Gewas * Criteria : O : Onderscheid , B : Bestendigheid , H : Homogeniteit * Aantal of oppervlakte van de te onderzoeken planten per proef * Veldjes per proef * Jaren van uitzaai * Proeven per jaar * * * Aparte planten * Nakomelingschappen * in veldjes met rijenzaad : P = planten , m2 = vierkante meter , m = meter rij * * * * 1 * 2 * 3 * 4 * 5 * 6 * 7 * 8 * 1 . Bieten * O , B , H * 120 * - * - * 2 * 2 * 2 * 2 . Voedergewassen * * * * * * * * 2.1 Grassen * O , B * - * - * 10 m * 2 * 2 * 2 * * H * 50 * - * - * 2 * 1 * 1 * 2.2 Vlinderbloemigen * * * * * * * * 2.2.1 Voedererwten * O , B * - * - * 100 P * 2 * 2 * 2 * * H * - * 50 * - * 2 * 1 * 1 * 2.2.2 Wikken * O , B * - * - * 100 P * 2 * 1 * 2 * * H * - * 50 * - * 2 * 1 * 1 * 2.2.3 Veldbonen * * * * * * * * 2.2.3.1 Inteeltlijnen en enkele hybriden * O , B , H * 20 * - * - * 2 * 1 * 2 * 2.2.3.2 andere hybriden * O , B , H * 50 * - * - * 2 * 1 * 2 * 2.2.4 Overige vlinderbloemigen * O , B * - * - * 10 m * 2 * 2 * 2 * * H * 50 * - * - * 2 * 1 * 2 * 2.3 Voederkool * * * * * * * * 2.3.1 Inteeltlijnen en enkele hybriden * O , B , H * 20 * - * - * 2 * 1 * 2 * 2.3.2 Andere hybriden en vrij bestoven rassen * O , B , H * 50 * - * - * 2 * 1 * 2 * 2.4 Overige voedergewassen * O , B * - * - * 100 P * 2 * 1 * 2 * * H * - * - * 100 P * 2 * 1 * 1 * 3 . Granen * * * * * * * * 3.1 Zelfbevruchtende gewassen * O , B * - * - * 2 000 P * 2 * 1 * 2 * 3.1.1 wintervormen * H * - * 150 * 2 000 P * 2 * 1 * 2 * 3.1.2 zomervormen * H * - * 100 * 2 000 P * 2 * 1 * 1 * 3.2 kruisbevruchtende gewassen met uitzondering van maïs * O , B , H * - * - * 2 000 P * 2 * 1 * 2 * 3.3 Maïs * * * * * * * * 3.3.1 inteeltlijnen en enkele hybriden * O , B , H * 20 * - * - * 2 * 1 * 2 * 3.3.2 andere hybriden en vrij bestoven rassen * O , B , H * 50 * - * - * 2 * 1 * 2 * 4 . Aardappel * O , B , H * 80 * - * - * 2 * 2 * 2 * Gewas * Criteria : O : Onderscheid , B : Bestendigheid , H : Homogeniteit * Aantal of oppervlakte van de te onderzoeken planten per proef * Veldjes per proef * Proeven per jaar * Jaren van uitzaai * * * Aparte planten * Nakomelingschappen * in veldjes met rijenzaad : P = planten , m2 = vierkante meter , m = meter rij * * * * 1 * 2 * 3 * 4 * 5 * 6 * 7 * 8 * 5 . Olie - en Vezelgewassen * * * * * * * * 5.1 Koolzaad en Maanzaad * O , B * - * - * 1 000 P * 2 * 1 * 2 * * H * - * - * 1 000 P * 2 * 1 * 1 * 5.2 Hennep * O , B , H * - * - * 500 P * 2 * 1 * 2 * 5.3 Karwij * O , B , H * - * - * 10 m * 2 * 1 * 2 * 5.4 Katoen * O , B , H * - * - * 30 m2 * 3 * 2 * 2 * 5.5 Zonnebloem * * * * * * * * 5.5.1 inteeltlijnen en enkele hybriden * O , B , H * 20 * - * - * 2 * 1 * 2 * 5.5.2 andere hybriden en vrij bestoven rassen * O , B , H * 50 * - * - * 2 * 1 * 2 * 5.6 Vlas * O , B * - * - * 2 000 P * 2 * 1 * 2 * * H * - * 50 * - * 2 * 1 * 1 * 5.7 Soja * O , B * - * - * 500 P * 2 * 1 * 2 * * H * - * 50 * - * 2 * 1 * 1 * 5.8 Overige gewassen * O , B * - * - * 500 P * 2 * 1 * 2 * * H * - * - * 500 P * 2 * 1 * 1 * B . BIJZONDERE OPMERKINGEN 1 . De aanvrager stelt zodanige hoeveelheden zaaizaad of pootgoed ter beschikking van de bevoegde diensten als door deze voor het uitvoeren van de beproevingen voor latere controle nodig worden geacht . 2 . Het zaaizaad en pootgoed moet voldoen aan de kwaliteitseisen van de categorie " basiszaad " of " basispootgoed " , voorgeschreven in de richtlijn van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van bieten , granen en groenvoedergewassen en van pootaardappelen ( 1 ) alsmede in de richtlijn van de Raad van 30 juni 1969 betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van oliehoudende planten en vezelgewassen ( 2 ) . 3 . Bij pootaardappelen mag het aantal knollen met zwartbenigheid niet meer dan 2 % bedragen . Het pootgoed moet vrij zijn van wratziekte , natrot en ringrot . Het gewichtspercentage aan misvormde en beschadigde knollen mag 3 % niet te boven gaan . 4 . Bij overblijvende planten wordt het onderzoek voortgezet tot alle eigenschappen ten minste eenmaal waargenomen en onderzocht zijn . 5 . Bij twijfel over de homogeniteit bij de gewassen genoemd in Bijlage I , deel A , nrs . 20 , 29 , 34 , 35 , 36 , 39 , 40 , 43 , 45 , 46 , 50 , 52 , 53 of 55 is het nodig ook nakomelingschappen te onderzoeken , afkomstig van het materiaal dat in het voorafgaande jaar beproefd is . 6 . Wanneer het niet zeker is dat de onderzoekmethode die in een Lid-Staat wordt toegepast ook in de andere Lid-Staten wordt gebruikt , moet deze methode opgegeven worden . ( 1 ) PB nr . 125 van 11 . 7 . 1966 , blz . 2290/66 . ( 2 ) PB nr . L 169 van 10 . 7 . 1969 , blz . 3 .