This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 31971R1696
Regulation (EEC) No 1696/71 of the Council of 26 July 1971 on the common organisation of the market in hops
Verordening (EEG) nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop
Verordening (EEG) nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop
PB L 175 van 4.8.1971, pp. 1–7
(DE, FR, IT, NL) Andere speciale editie(s)
(DA, EL, ES, PT, FI, SV, CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL)
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Deel 1971(II) blz. 634 - 641
No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2005; opgeheven door 32005R1952
Verordening (EEG) nr. 1696/71 van de Raad van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop
Publicatieblad Nr. L 175 van 04/08/1971 blz. 0001 - 0007
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 4 blz. 0005
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1971(II) blz. 0569
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 4 blz. 0005
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1971(II) blz. 0634
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 03 Deel 7 blz. 0022
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 5 blz. 0060
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 5 blz. 0060
++++ VERORDENING ( EEG ) Nr . 1696/71 VAN DE RAAD van 26 juli 1971 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN , Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 42 , 43 , 113 en 235 , Gezien het voorstel van de Commissie , Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) , Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité , Overwegende dat de werking en de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt gepaard moeten gaan met de totstandkoming van een gemeenschappelijk landbouwbeleid en dat dit beleid met name een gemeenschappelijke ordening der markten dient te omvatten die verschillende vormen kan aannemen naar gelang van de produkten ; Overwegende dat de communautaire produktie van hop van groot belang is voor de economie van bepaalde gebieden van de Gemeenschap ; dat deze produktie voor sommige producenten van die gebieden een overwegend deel van hun inkomsten vormt ; Overwegende dat , aangezien plantesappen en plantenextracten van hop niet in bijlage II van het Verdrag voorkomen , de landbouwbepalingen van bovengenoemd Verdrag niet van toepassing zijn op deze produkten , terwijl dit voor hop wel het geval is ; dat evenwel , aangezien de bedoelde produkten op grote schaal onderling verwisselbaar zijn , deze situatie het effect van het in de sector hop gevoerde gemeenschappelijk landbouwbeleid teniet dreigt te doen ; dat het derhalve noodzakelijk is de maatregelen betreffende het handelsverkeer met de derde landen krachtens artikel 113 en de regels voor het op de markt brengen krachtens artikel 235 , vastgesteld voor hop , uit te breiden tot de plantesappen en plantenextracten van hop ; Overwegende dat het internationale handelsverkeer van oudsher van groot belang is voor de producenten en verbruikers van hop in de Gemeenschap ; dat de waarde van de produktie van de Gemeenschap tot nu toe voornamelijk bepaald wordt op basis van het concurrentievermogen op de wereldmarkt en de vrije aanpassing van de kwaliteit en kwantiteit van de produktie aan de afzetmogelijkheden ; dat het derhalve dienstig is dat de gemeenschappelijke ordening der markten deze situatie niet in belangrijke mate wijzigt terwijl toch met passende maatregelen wordt bijgedragen tot een betere kwaliteit van de produkten en de producenten worden behoed voor een eventuele verlaging van hun huidige levensstandaard ; Overwegende dat het dienstig is op communautair vlak een kwaliteitsbeleid te voeren door bepalingen toe te passen inzake de erkenning van de aanduiding van herkomst en tevens het op de markt brengen van produkten in principe te verbieden , wanneer daarvoor het certificaat voor de aanduiding van herkomst niet is afgegeven of , indien het ingevoerde produkten betreft , wanneer zij niet aan bepaalde gelijwaardige minimumkwaliteitskenmerken voldoen ; dat bovendien een standaardkwaliteit dient te worden vastgesteld om een referentiebasis voor de handelstransacties te vormen en ervoor te zorgen dat de markt voldoende doorzichtig is ; Overwegende dat het noodzakelijk is over voldoende gegevens ten aanzien van de situatie en de vooruitzichten voor de marktontwikkeling in de Gemeenschap te beschikken ; dat het feit dat een aanzienlijk deel van de produktie wordt afgezet op basis van contracten welke voor de oogst en ook voor verschillende jaren worden gesloten , het opstellen van prognoses inzake de marktontwikkeling kan vergemakkelijken ; dat het derhalve dienstig is tot registratie over te gaan van alle contracten betreffende de levering van in de Gemeenschap geproduceerde hop ; dat het evenwel van belang is deze gegevens uitsluitend voor statistische doeleinden te gebruiken en de betrokkenen te verzekeren dat zij niet voor andere doeleinden zullen worden gebruikt , zodat volkomen objectieve inlichtingen zullen kunnen worden verkregen ; Overwegende dat , om de landbouwbevolking een redelijke levensstandaard te verzekeren , om de markten te stabiliseren en redelijke prijzen bij de levering aan verbruikers te waarborgen , dient te worden bevorderd dat de landbouwers hun aanbod concentreren en hun produktie gemeenschappelijk aan de eisen van de markt aanpassen ; Overwegende dat daartoe de aaneensluiting van de landbouwers tot organen die hun leden verplichten zich aan gemeenschappelijke voorschriften te onderwerpen , bevorderlijk kan zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden van artikel 39 van het Verdrag ; dat deze doeleinden met name niet alleen door het zich aaneensluiten van de landbouwers tot producentengroeperingen , doch ook door het vormen van federaties van deze groeperingen kunnen worden nagestreefd ; Overwegende dat ten einde elke discriminatie tussen de producenten te voorkomen en de eenheid en doeltreffendheid van de beoogde maatregelen te verzekeren , voor de gehele Gemeenschap de voorwaarden moeten worden vastgesteld waaraan de producentengroeperingen en federaties moeten voldoen om door de Lid-Staten te worden erkend ; dat het , ten einde tot de nagestreefde concentratie van het aanbod te komen , met name noodzakelijk is dat de groeperingen en federatie aantonen dat zij in economisch opzicht een voldoende omvang hebben en dat de gehele produktie van de aangesloten producenten of groeperingen op de markt wordt gebracht door de groepering of de federatie , hetzij rechtstreeks , hetzij door de producenten volgens gemeenschappelijke regels ; Overwegende dat bepalingen dienen te worden vastgesteld waardoor de oprichting en de werking van deze groeperingen kunnen worden vergemakkelijkt ; dat te dien einde aan de Lid-Staten dient te worden toegestaan aan deze organisaties steun te verlenen , waarvan de financiering ten dele ten laste van de Gemeenschap komt ; dat het evenwel van belang is het bedrag van deze steun te beperken en deze een voorbijgaand en aflopend karakter te verlenen , zodat de financiële verantwoordelijkheid van de producenten geleidelijk toeneemt ; Overwegende dat het hopareaal in de Gemeenschap in bepaalde gevallen zowel wat de geproduceerde rassen als de mogelijkheden tot rationalisatie van de teelt - en oogstbewerkingen betreft , moet worden aangepast ; dat het dienstig is om gedurende een bepaald aantal jaren de overschakeling op andere rassen en de herverkaveling van de percelen te vergemakkelijken door speciale steun te verlenen aan de producentengroeperingen die zich met dergelijke acties bezighouden ; Overwegende dat een steunregeling dient te worden ingevoerd om de producenten een redelijke levensstandaard te waarborgen ; dat de Commissie , om te kunnen constateren of er aanleiding bestaat deze steun vast te stellen , jaarlijks na de afzet van de oogst een verslag aan de Raad voorlegt ; dat de steun kan worden verleend indien uit de behandeling van dit verslag blijkt dat de gemiddelde opbrengst per hectare onvoldoende is geweest , gezien de situatie en de voorzienbare marktontwikkeling ; Overwegende dat de beoogde maatregelen het mogelijk moeten maken , een invoerregeling te treffen die geen andere maatregelen dan de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief omvat ; dat dit tarief krachtens het Verdrag vanaf 1 januari 1970 rechtens van toepassing is ; Overwegende dat met dit geheel van maatregelen moet kunnen worden afgezien van de toepassing van alle kwantitatieve beperkingen aan de buitengrenzen van de Gemeenschap ; dat dit stelsel echter in uitzonderlijke omstandigheden tekort kan schieten ; dat de Gemeenschap in staat dient te worden gesteld snel de vereiste maatregelen te nemen , ten einde de markt van de Gemeenschap in dergelijke gevallen niet zonder bescherming te laten tegen de verstoringen die hieruit kunnen voortvloeien , terwijl de voorheen bestaande invoerbelemmeringen zullen zijn opgeheven ; Overwegende dat in het handelsverkeer binnen de Gemeenschap met ingang van 1 januari 1970 de toepassing van enig douanerecht of enige heffing van gelijke werking en de toepassing van enige kwantitatieve beperking of enige maatregel van gelijke werking krachtens het Verdrag rechtens zijn verboden ; dat ten slotte het beroep op artikel 44 van het Verdrag met ingang van 1 januari 1970 rechtens uitgesloten is , aangezien er op 31 december 1969 geen minimumprijzen bestonden ; Overwegende dat de doeltreffendheid van het geheel van maatregelen inzake de gemeenschappelijke ordening van de markt van hop door bepaalde steunmaatregelen van de Lid-Staten in gevaar zou worden gebracht ; dat de Verdragsbepalingen op grond waarvan de steunmaatregelen van de Lid-Staten kunnen worden beoordeeld en de met de gemeenschappelijke markt onverenigbare steunmaatregelen kunnen worden verboden , van toepassing dienen te worden verklaard voor de sector hop ; dat evenwel een overgangsregeling dient te worden ingevoerd voor de nationale steun die voor meerjarige contracten is verleend voor de gemeenschappelijke marktordening ; Overwegende dat , overeenkomstig de bepalingen betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid , de financiële verantwoordelijkheid van de Gemeenschap voor de uitgaven van de Lid-Staten in verband met de uit de toepassing van deze verordening voortvloeiende verplichtingen dient te worden geregeld ; Overwegende dat de overgang van de momenteel in de Lid-Staten geldende regeling naar die welke bij de onderhavige verordening wordt ingesteld onder de meest gunstige omstandigheden dient te verlopen ; dat derhalve overgangsmaatregelen noodzakelijk kunnen blijken ; Overwegende dat bij de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop gelijkelijk en op passende wijze rekening moet worden gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag gestelde doeleinden ; Overwegende dat , om de uitvoering van de voorgenomen maatregelen te vergemakkelijken , dient te worden voorzien in een procedure waarbij in het kader van een Comité van beheer een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand wordt gebracht , HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD : Artikel 1 1 . In de sector hop wordt een gemeenschappelijke marktordening tot stand gebracht die geldt voor de volgende produkten : Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * 12.06 * Hop ( hopbellen en lupuline ) * 2 . De regels betreffende de commercialisatie en het handelsverkeer met de derde landen zijn bovendien toepasselijk op de volgende produkten : Nr . van het gemeenschappelijk douanetarief * Omschrijving * 13.03 A VI * Plantesappen en plantenextracten van hop * 3 . In deze verordening wordt verstaan onder : a ) Hop : de gedroogde katjes , ook hopbellen genaamd , van de ( vrouwelijke ) hopplant ( humulus lupulus ) ; deze katjes , groengeel en eivormig , hebben een steel en worden over het algemeen ten hoogste van 2 tot 5 cm groot . b ) Hopmeel : het door het malen van hop verkregen produkt dat alle natuurlijke bestanddelen daarvan bevat . c ) Met lupuline verrijkt hopmeel : het door het malen van hop na mechanische verwijdering van bladeren , stengels , schutbladeren en hopspillen verkregen produkt . d ) Hopextract : de door de inwerking van oplosmiddelen uit hop verkregen concentraten . e ) Mengprodukten van hop : het mengsel van twee of meer bovengenoemde produkten . TITEL I Commercialisatie Artikel 2 1 . Op de in artikel 1 bedoelde produkten die worden geoogst in de Gemeenschap of vervaardigd zijn uit in de Gemeenschap geoogste hop , is een erkenningsprocedure voor de aanduiding van herkomst van toepassing . 2 . De erkenning van de aanduiding va herkomst wordt slechts verleend voor produkten die : - geoogst zijn in een van de erkende produktiegebieden of vervaardigd zijn uit een van deze produkten , - behoren tot rassen die op de gemeenschappelijke rassenlijst zijn vermeld of vervaardigd zijn uit een van deze produkten , - en kwaliteitskenmerken hebben welke voldoen aan de minimumhandelsnormen voor een bepaald handelsstadium . 3 . Op voorstel van de Commissie en volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag , stelt de Raad voor elk produkt de algemene voorschriften vast voor de erkenningsprocedure voor de aanduiding van herkomst en de datum waarop deze van toepassing wordt . Artikel 3 1 . Voor zover de in artikel 1 bedoelde produkten zijn onderworpen aan een erkenningsprocedure voor de aanduiding van herkomst , kunnen zij slechts in de handel worden gebracht of worden uitgevoerd , wanneer het certificaat voor de aanduiding van herkomst is afgegeven . 2 . Volgens de in artikel 20 bedoelde procedure kan besloten worden tot maatregelen welke afwijken van de in lid 1 bedoelde bepaling : a ) ten einde te voldoen aan de handelseisen van bepaalde derde landen of b ) voor produkten welke voor bijzondere doeleinden worden gebruikt . De in de voorgaande alinea bedoelde maatregelen : - mogen geen nadelige invloed hebben op de normale afzet van de produkten waarvoor het certificaat voor de aanduiding van herkomst is afgegeven , - en moeten vergezeld gaan van waarborgen om elke verwarring met genoemde produkten te voorkomen . Artikel 4 1 . Voor in de Gemeenschap geoogste hop wordt een standaardkwaliteit vastgesteld op grond van de uiterlijke kenmerken en volgens objectieve criteria . 2 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20 . Artikel 5 1 . De in artikel 1 bedoelde produkten van herkomst uit derde landen mogen slechts worden ingevoerd indien de kwaliteitskenmerken ten minste overeenkomen met de minimumhandelsnormen vastgesteld voor dezelfde produkten die worden geoogst in de Gemeenschap of daaruit zijn vervaardigd . 2 . De in artikel 1 bedoelde produkten die vergezeld gaan van een door de autoriteiten van het land van oorsprong afgegeven verklaring welke is erkend als gelijkwaardig met het certificaat voor de aanduiding van herkomst , worden geacht de in de eerste alinea bedoelde kenmerken te hebben . De gelijkwaardigheid van deze verklaringen wordt geconstateerd volgens de procedure van artikel 20 . 3 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20 . TITEL II Registratie van de contracten Artikel 6 1 . Elk contract voor de levering van in de Gemeenschap geproduceerde hop , dat wordt afgesloten tussen een producent of een groep producenten enerzijds , en een koper anderzijds , wordt geregistreerd door de hiertoe door elke producerende Lid-Staat aangewezen instanties . 2 . De contracten die betrekking hebben op de levering van bepaalde hoeveelheden tegen overeengekomen prijzen gedurende een periode welke een of meer oogsten omvat en die zijn gesloten voor 1 augustus van het jaar waarin de eerste oogst plaatsvindt waarop het contract betrekking heeft , worden " vooraf gesloten contracten " genoemd . Deze worden afzonderlijk geregistreerd . 3 . De Lid-Staten verstrekken de Commissie periodiek statistische gegevens over de registratie van de contracten . 4 . De gegevens die worden geregistreerd , mogen slechts voor de toepassing van deze verordening worden gebruikt . 5 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20 . TITEL III Producentengroeperingen Artikel 7 1 . In deze verordening wordt onder " erkende producentengroepering " verstaan een groepering van hoptelers die op initiatief van de producenten is opgericht om met name : a ) hun produktie gemeenschappelijk aan de eisen van de markt aan te passen , b ) de produktie te verbeteren door overschakeling op andere rassen en door herverkaveling van de percelen , c ) de rationalisatie en de mechanisatie van teelt en oogst te bevorderen ten einde de rentabiliteit van de produktie te vergroten , en die krachtens het bepaalde in lid 3 door een Lid-Staat is erkend . 2 . In deze verordening wordt onder " erkende federatie " verstaan een vereniging van erkende producentengroeperingen die dezelfde doeleinden nastreeft als deze groeperingen en die krachtens het bepaalde in lid 3 door een Lid-Staat is erkend . 3 . De Lid-Staten erkennen de producentengroeperingen en federaties daarvan die daartoe een aanvraag indienen en voldoen aan de volgende algemene voorwaarden : a ) zij moeten gemeenschappelijke regels toepassen voor de produktie en de afzet ( eerste handelsstadium ) ; b ) in de statuten moet zijn bepaald dat de producenten die lid zijn van de groepering en de erkende producentengroeperingen die lid zijn van de federatie , verplicht zijn : - ofwel voor de produkten waarvoor zij deel uitmaken van de groeperingen of de federatie , hun gehele produktie op de markt af te zetten volgens de voorschriften inzake aanvoer en afzet , welke zijn vastgesteld en waarop controle wordt uitgeoefend door de groepering respectievelijk de federatie , - ofwel voor de produkten waarvoor de erkenning is verleend hun gehele produktie hetzij in naam en voor rekening van de leden , hetzij voor rekening van de leden , hetzij in naam en voor rekening van de groepering of de federatie , op de markt te laten afzetten door de groepering , respectievelijk de federatie . Ten aanzien van producentengroeperingen geldt deze verplichting niet voor produkten : - waarvoor de producenten voor hun toetreding tot de groepering verkoopcontracten hadden gesloten of opties hadden verleend , voor zover de groepering voor de toetreding in kennis werd gesteld van omvang en duur van de aldus aangegane verplichting en hun haar instemming heeft betuigd ; - die de producenten na hun toetreding en met de uitdrukkelijke instemming van de groepering , van de afzet op de markt door de groepering kunnen uitsluiten ; c ) zij moeten aantonen dat hun economische activiteit voldoende groot is ; d ) ten aanzien van hun gehele werkgebied moet elke discriminatie tussen producenten of groeperingen van de Gemeenschap , met name op grond van de nationaliteit of de plaats van vestiging , uitgesloten zijn ; e ) hun statuten moeten bepalingen bevatten ter verzekering dat de leden van een groepering of een federatie , die willen uittreden , zulks slechts kunnen : - na gedurende drie achtereenvolgende jaren lid te zijn geweest , - indien zij de groepering of de federatie ten minste twaalf maanden voor hun uittreden daarvan op de hoogte brengen ; f ) zij moeten de juridische bevoegdheid bezitten die overeenkomstig de nationale wetgeving noodzakelijk is om de handelingen die tot hun bevoegdheid behoren , te verrichten ; g ) in hun statuten moet de verplichting vervat zijn , een afzonderlijke boekhouding te voeren voor de werkzaamheden die het voorwerp zijn van de erkenning . 4 . Voor de erkenning van de producentengroeperingen en federaties is bevoegd de Lid-Staat waarin de producentengroepering of de federatie haar statutaire zetel heeft . 5 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel en met name die welke betrekking hebben op de in lid 3 , sub a ) en c ) , bedoelde voorwaarden worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20 . Artikel 8 De Lid-Staten kunnen aan de erkende producentengroeperingen gedurende drie jaren volgende op de datum van erkenning , steun verlenen ten einde de oprichting van deze groeperingen te bevorderen en hun werking te vergemakkelijken . Deze steun mag tijdens het eerste , het tweede en het derde jaar niet meer bedragen dan 3 % , respectievelijk 2 % en 1 % van de waarde van de op de markt gebrachte produkten waarop de erkenning betrekking heeft . Deze steun mag evenwel niet meer bedragen dan tijdens het eerste jaar 60 % , tijdens het tweede jaar 40 % en tijdens het derde jaar 20 % van de beheerskosten van de producentengroepering . Voor elk jaar wordt de waarde van de op de markt gebrachte produkten forfaitair berekend op grond van : - de gemiddelde produktie die door de aangesloten producenten op de markt werd gebracht gedurende de drie kalenderjaren die aan het jaar van hun toetreding zijn voorafgegaan , - de gemiddelde producentenprijzen die tijdens dezelfde periode aan deze producenten zijn betaald . Artikel 9 De Lid-Staten kunnen aan de producentengroeperingen , voor werkzaamheden die uiterlijk 31 december 1975 zijn uitgevoerd , tot een maximumbedrag van 1.500 rekeneenheden per hectare steun verlenen voor de in artikel 7 , lid 1 , sub b ) , bedoelde overschakeling op andere rassen en herverkaveling van de percelen . Artikel 10 1 . De Raad stelt op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag de algemene voorschriften voor de toepassing van de artikelen 8 en 9 vast . 2 . De uitvoeringsbepalingen van de artikelen 8 en 9 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20 . TITEL IV Steun aan de producenten Artikel 11 Jaarlijks brengt de Commissie voor 30 april aan de Raad verslag uit over de hopproduktie en de situatie op de hopmarkt . In dit verslag wordt met name de ontwikkeling van de prijzen , het areaal , de produktie en de behoeften behandeld . Artikel 12 1 . Er wordt een steunregeling voor in de Gemeenschap geteelde hop ingesteld . 2 . Aan de telers kan een steunbedrag worden toegekend , dat hen in staat stelt een redelijk inkomen te verwerven . 3 . Het steunbedrag per hectare , dat naar ras wordt gedifferentieerd , wordt vastgesteld met inachtneming van : a ) de gemiddelde ontvangsten , vergeleken met de gemiddelde ontvangsten uit voorgaande oogsten , b ) de situatie en te verwachten tendens van de markt van de Gemeenschap , c ) de ontwikkeling van de markt buiten de Gemeenschap en de prijzen in het internationale handelsverkeer . 4 . Indien uit het in artikel 11 bedoelde verslag blijkt dat gevaar bestaat voor het ontstaan van een structureel overschot of een verstoring in de structuur van de voorziening van de gemeenschappelijke hopmarkt , kan de steunverlening worden beperkt tot een bedrag dat overeenkomt met een oppervlakte die wordt bepaald op basis van het gemiddelde areaal in de drie jaren welke aan het betrokken jaar voorafgaan . 5 . Het steunbedrag voor het areaal waarop in het voorafgaande kalenderjaar is geoogst , wordt voor 30 juni vastgesteld , volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag . Artikel 13 1 . De steun wordt aan de producenten verleend voor het geregistreerde en geoogste areaal . De Lid-Staten wijzen de instanties aan die gemachtigd zijn om voor elke producent het areaal voor de hopteelt te registreren en die belast zijn met de controle op en het bijhouden van het betrokken register . 2 . Voor de toepassing van dit artikel mogen de Lid-Staten een erkende producentengroepering als één producent beschouwen . 3 . De Raad stelt op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag algemene voorschriften voor de toepassing van dit artikel vast . 4 . De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20 . TITEL V Regeling van het handelsverkeer met derde landen Artikel 14 Behoudens andersluidende bepalingen van deze verordening of afwijkingen waartoe de Raad op voorstel van de Commissie volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag besluit , zijn in het handelsverkeer met derde landen verboden : a ) de toepassing van enige heffing van gelijke werking als een douanerecht , b ) de toepassing van enige kwantitatieve beperking of maatregel van gelijke werking . Artikel 15 1 . Indien in de Gemeenschap de markt voor de in artikel 1 bedoelde produkten als gevolg van invoer of uitvoer ernstige verstoringen ondergaat of dreigt te ondergaan , die de doeleinden van artikel 39 van het Verdrag in gevaar kunnen brengen , kunnen in het handelsverkeer met derde landen passende maatregelen worden toegepast totdat deze verstoring opgeheven of het gevaar daarvoor geweken is . De Raad stelt , op voorstel van de Commissie , volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag de uitvoeringsbepalingen van dit lid vast en bepaalt in welke gevallen en binnen welke grenzen de Lid-Staten conservatoire maatregelen kunnen treffen . 2 . Indien de in lid 1 bedoelde situatie zich voordoet , neemt de Commissie op verzoek van een Lid-Staat of eigener beweging de noodzakelijke maatregelen , die aan de Lid-Staten worden medegedeeld en onmiddellijk van toepassing zijn . Indien bij de Commissie een dergelijk verzoek van een Lid-Staat wordt ingediend , beslist zij hierover binnen de vierentwintig uur na ontvangst van het verzoek . 3 . Iedere Lid-Staat kan de maatregel van de Commissie binnen de drie werkdagen volgende op de dag van de mededeling daarvan aan de Raad voorleggen . De Raad komt onverwijld bijeen . Hij kan de betreffende maatregel volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag wijzigen of vernietigen . TITEL VI Algemene bepalingen Artikel 16 Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening , zijn de artikelen 92 tot en met 94 van het Verdrag van toepassing op de produktie van en de handel in de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde produkten . De door een Lid-Staat aan hoptelers verleende steun kan echter worden gehandhaafd voor de geldigheidsduur van voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening gesloten contracten , voor zover deze steun het in artikel 12 bedoelde bedrag van de communautaire steun overschrijdt . Deze steun kan niet worden verlengd . Artikel 17 1 . De bepalingen betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn met ingang van de datum van inwerkingtreding van de in deze verordening bedoelde regeling van toepassing op de markt van de in artikel 1 , lid 1 , bedoelde produkten . 2 . De in de artikelen 8 en 9 bedoelde maatregelen vormen een gemeenschappelijke actie in de zin van artikel 6 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid ( 2 ) . 3 . Het E.O.G.F.L . , afdeling Oriëntatie , vergoedt aan de Lid-Staten 25 % van de voor financiering in aanmerking komende uitgaven welke door hen zijn gedaan ten behoeve van de in artikel 8 bedoelde werkzaamheden , en 50 % van de voor financiering in aanmerking komende uitgaven welke door hen zijn gedaan ten behoeve van de in artikel 9 bedoelde werkzaamheden . 4 . De aanvragen om vergoeding hebben betrekking op de in de loop van een kalenderjaar gedane uitgaven en moeten voor 30 juni van het volgend jaar bij de Commissie worden ingediend . 5 . De totale geraamde kosten van de gemeenschappelijke actie ten laste van het E.O.G.F.L . bedragen 1,6 miljoen rekeneenheden . 6 . Het tijdvak waarin de in artikel 8 bedoelde actie haar beslag moet krijgen , is beperkt tot tien jaren vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening . 7 . De voorschriften voor de toepassing van lid 3 worden volgens de procedure van artikel 13 van Verordening ( EEG ) nr . 729/70 vastgesteld . Artikel 18 De Lid-Staten en de Commissie verstrekken elkaar de voor de toepassing van deze verordening benodigde gegevens . De wijze waarop deze gegevens worden medegedeeld en verspreid wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 20 . Artikel 19 1 . Er is ingesteld een Comité van beheer voor hop , hierna te noemen " Comité " , dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en onder voorzitterschap staat van een vertegenwoordiger van de Commissie . 2 . In het Comité worden de stemmen van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig het bepaalde in artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt geen deel aan de stemming . Artikel 20 1 . In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure , leidt de voorzitter deze procedure bij het Comité in , hetzij op eigen initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat . 2 . De vertegenwoordiger van de Commissie dient een ontwerp in van de te nemen maatregelen . Het Comité brengt over deze maatregelen advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie der aan een onderzoek onderworpen vraagstukken . Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van twaalf stemmen . 3 . De Commissie stelt maatregelen vast , die onmiddellijk van toepassing zijn . Indien echter deze maatregelen niet in overeenstemming zijn met het door het Comité uitgebrachte advies , worden zij door de Commissie onverwijld ter kennis van de Raad gebracht ; in dat geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten , tot ten hoogste een maand na deze kennisgeving uitstellen . De Raad kan binnen een maand volgens de stemprocedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag een andersluidend besluit nemen . Artikel 21 Het Comité kan elk ander vraagstuk onderzoeken dat door zijn voorzitter , hetzij op diens initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat , aan de orde wordt gesteld . Artikel 22 Deze verordening moet zodanig worden toegepast dat gelijkelijk en op passende wijze rekening wordt gehouden met de in de artikelen 39 en 110 van het Verdrag gestelde doeleinden . Artikel 23 Indien overgangsmaatregelen noodzakelijk zijn ter vergemakkelijking van de overgang van de in de Lid-Staten geldende regeling naar die van de onderhavige verordening , met name indien de toepassing van de nieuwe regeling met ingang van de vastgestelde datum op aanzienlijke moeilijkheden zou stuiten , worden deze maatregelen volgens de procedure van artikel 20 vastgesteld . Zij blijven uiterlijk tot en met 31 juli 1972 van toepassing . Artikel 24 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen . Het bepaalde in de artikelen 11 , 12 en 13 , is voor de eerste maal van toepassing voor de oogst 1971 . Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat . Gedaan te Brussel , 26 juli 1971 . Voor de Raad De Voorzitter A . MORO ( 1 ) PB nr . C 66 van 1 . 7 . 1971 , blz . 28 . ( 2 ) PB nr . L 94 van 28 . 4 . 1970 , blz . 13 .