This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 22026P01111
Resolution by the Euronest Parliamentary Assembly on the challenging paradigm of interrelated energy systems – towards a more sustainable future in EaP countries, as adopted on 30 October 2025
Resolutie van de Parlementaire Vergadering Euronest over het uitdagende paradigma van onderling verbonden energiesystemen — naar een duurzamere toekomst in de landen van het Oostelijk Partnerschap, zoals vastgesteld op 30 oktober 2025
Resolutie van de Parlementaire Vergadering Euronest over het uitdagende paradigma van onderling verbonden energiesystemen — naar een duurzamere toekomst in de landen van het Oostelijk Partnerschap, zoals vastgesteld op 30 oktober 2025
PB C, C/2026/1111, 26.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1111/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2026/1111 |
26.2.2026 |
Resolutie van de Parlementaire Vergadering Euronest over het uitdagende paradigma van onderling verbonden energiesystemen — naar een duurzamere toekomst in de landen van het Oostelijk Partnerschap, zoals vastgesteld op 30 oktober 2025
(C/2026/1111)
DE PARLEMENTAIRE VERGADERING EURONEST,
|
— |
gezien de oprichtingsakte van 3 mei 2011 van de Parlementaire Vergadering Euronest (1), |
|
— |
gezien de gezamenlijke verklaring van de top van het Oostelijk Partnerschap op 15 december 2021 in Brussel, |
|
— |
gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 18 maart 2020 getiteld “Het beleid inzake het Oostelijk Partnerschap na 2020: de weerbaarheid versterken — een Oostelijk Partnerschap dat iedereen ten goede komt” (JOIN(2020)0007), |
|
— |
gezien de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering van 12 december 2015, die door de Europese Unie is geratificeerd en waar de landen van het Oostelijk Partnerschap ook partij bij zijn, |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 over de Europese Green Deal (COM(2019)0640) en de daaruit voortvloeiende wetgevingsvoorstellen en maatregelen, |
|
— |
gezien de mededeling van de Commissie van 18 mei 2022 getiteld “REPowerEU Plan” (COM(2022)0230), |
|
— |
gezien de associatieovereenkomsten tussen de EU en Georgië (2), de EU en Moldavië (3) en de EU en Oekraïne (4), en met name de bepalingen inzake de samenwerking op energiegebied, |
|
— |
gezien de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds (5), en met name de bepalingen daarvan inzake de samenwerking op energiegebied, |
|
— |
gezien de overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds (6), en de lopende onderhandelingen over een nieuwe kaderovereenkomst, |
|
— |
gezien het memorandum van overeenstemming over een strategisch energiepartnerschap tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Oekraïne, dat op 24 november 2016 is ondertekend, en het memorandum van overeenstemming tussen de Europese Unie en Oekraïne over een strategisch partnerschap inzake biomethaan, waterstof en andere synthetische gassen, dat op 2 februari 2023 is ondertekend, |
|
— |
gezien het Verdrag tot oprichting van de Energiegemeenschap, waarbij de drie geassocieerde landen — Oekraïne, de Republiek Moldavië en Georgië — partij zijn en Armenië waarnemer is, |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad (7) (NDICI — Europa in de wereld), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten (8), |
|
— |
gezien Besluit (EU) 2022/1201 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2022 tot toekenning van buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne (9), en de daaropvolgende handelingen tot vaststelling van macrofinanciële bijstand aan de landen van het Oostelijk Partnerschap, |
|
— |
gezien het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO+), dat is opgericht bij Verordening (EU) 2021/947, en het nabuurschapsinvesteringsplatform als het bijbehorende instrument voor regionale investeringen, |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2021/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van “Erasmus+”: het programma van de Unie voor onderwijs en opleiding, jeugd en sport, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1288/2013 (10), |
|
— |
gezien Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa — het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (11), |
|
— |
gezien de conclusies van de Raad van 5 juni 1997 tot instelling van het twinninginstrument en de daaropvolgende mededelingen van de Commissie tot vaststelling van het instrument voor technische bijstand en informatie-uitwisseling (Taiex) als instrument voor institutionele capaciteitsopbouw in partnerlanden, |
|
— |
gezien de werkzaamheden van platform 3 — “connectiviteit, energie-efficiëntie, milieu en klimaatverandering” van het Oostelijk Partnerschap en met name het energiepanel, |
|
— |
gezien haar resolutie van 16 april 2021 over “Op weg naar energie-efficiëntie, diversificatie en onafhankelijkheid; de capaciteitsbehoeften voor de versterking van het Europese energiebeleid aanpakken en bedreigingen van de energiezekerheid in het Oostelijk Partnerschap tegengaan” (12), |
|
— |
gezien haar resolutie van 21 februari 2023 over de transitie naar groene energie als antwoord op de huidige uitdagingen op het gebied van energiezekerheid in het Oostelijk Partnerschap in samenhang met de Russische aanvalsoorlog en bezetting (13), |
|
— |
gezien haar resolutie van 20 maart 2024 over de toekomst van het beleid inzake het Oostelijk Partnerschap in de nasleep van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne: de nieuwe regionale veiligheidscontext, interne en externe uitdagingen en kansen (14), |
|
— |
gezien de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties, en met name doelstelling 7 inzake betaalbare en schone energie, “teneinde te zorgen voor toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen”, en doelstelling 13 inzake klimaatactie, “teneinde dringend actie te ondernemen om de klimaatverandering en de gevolgen ervan te bestrijden”, |
|
A. |
overwegende dat de landen van het Oostelijk Partnerschap worden geconfronteerd met steedse grotere en complexe uitdagingen op het gebied van energiezekerheid, met name als gevolg van externe dreigingen, regionale instabiliteit en de toenemende politisering van de toeleveringsketens voor energie; |
|
B. |
overwegende dat de voortdurende illegale en niet-uitgelokte aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de aanhoudende militaire bezetting van soevereine landen als Georgië en de Republiek Moldavië de regionale stabiliteit en energiezekerheid ernstig hebben verstoord, hetgeen heeft geleid tot een sterke en aanhoudende stijging van de energieprijzen, de energiearmoede heeft verergerd en de economische veerkracht van zowel de EU als de landen van het Oostelijk Partnerschap in gevaar heeft gebracht; |
|
C. |
overwegende dat de opzettelijke en systematische aanvallen van Rusland op de energie-infrastructuur van Oekraïne leiden tot grootschalige vernietiging van en ernstige schade aan de infrastructuur voor elektriciteitsopwekking en -transmissie in het land, met alle gevolgen van dien voor de stabiliteit van het Oekraïense energiesysteem; overwegende dat Ruslands aanvallen op energie-infrastructuur in Oekraïne en zijn manipulatie van gas- en olieleveringen aan buurlanden een aanhoudende bedreiging vormen voor de regionale stabiliteit, en dat dit laat zien dat energie wordt gebruikt als instrument voor dwang en geopolitieke druk; overwegende dat internationale partners, waaronder de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap, essentiële ondersteuning blijven verlenen om Oekraïne te helpen bij het herstellen, beschermen en moderniseren van zijn energie-infrastructuur; |
|
D. |
overwegende dat de Russische aanvalsoorlog de handel, de logistiek en de investeringsstromen op het gebied van energie in de regio van het Oostelijk Partnerschap ernstig heeft verstoord, waardoor de druk is toegenomen en er minder begrotingsruimte is voor investeringen in de groene transitie; |
|
E. |
overwegende dat het herstel van door Rusland beschadigde of ontwrichte energiesystemen een gecoördineerd wederopbouwbeleid van de EU en het Oostelijk Partnerschap vereist, waarin de doelstellingen op het gebied van energiezekerheid, economisch herstel en duurzame groei met elkaar worden verbonden; |
|
F. |
overwegende dat er voor het versterken van de weerbaarheid van de landen van het Oostelijk Partnerschap tegen dwang op energiegebied niet alleen fysieke interconnecties met de EU nodig zijn, maar ook convergentie van de regelgeving, bescherming van de cyberveiligheid en gecoördineerde crisisresponsmechanismen; |
|
G. |
overwegende dat Moldavië en Oekraïne te maken hebben gehad met ernstige verstoringen van de energievoorziening als gevolg van geopolitieke conflicten en een te grote afhankelijkheid van invoer uit één bron, terwijl Georgië en Armenië stappen ondernemen om soortgelijke kwetsbaarheden te beperken door middel van diversificatie en ontwikkeling van infrastructuur; |
|
H. |
overwegende dat energiezekerheid een fundamenteel onderdeel is van de nationale veiligheid voor de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap; overwegende dat meer connectiviteit, binnenlandse opwekking van hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en energiebesparingen belangrijk zijn om de energiezekerheid en -veerkracht te vergroten en de sociale, economische en politieke stabiliteit in de regio te bevorderen; |
|
I. |
overwegende dat strategische infrastructuur, zoals de bovengrondse 400 kV elektriciteitsleidingen Isaccea-Vulcănești-MGRES (Moldavische thermo-elektrische centrale) en het project voor onderzeese kabels in de Zwarte Zee, vaak door gebieden loopt die worden geconfronteerd met geopolitieke risico’s en operationele verstoringen; |
|
J. |
overwegende dat de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap zich moeten inzetten voor de ontwikkeling van veerkrachtige energiesystemen door middel van diversificatie van bronnen, technologische verbeteringen en integratie van regionale infrastructuur die is aangepast aan de nationale omstandigheden; |
|
K. |
overwegende dat met de geslaagde synchronisatie van de elektriciteitssystemen van Oekraïne en Moldavië met het ENTSB-E in 2022 een precedent is geschapen voor een betere marktintegratie, die ook door andere landen van het Oostelijk Partnerschap zou kunnen worden verkend; |
|
L. |
overwegende dat investeringen in de modernisering van het net, capaciteit voor de opwekking van hernieuwbare energie en opslagsystemen in alle landen van het Oostelijk Partnerschap van essentieel belang zijn om energieweerbaarheid op lange termijn te bewerkstelligen; overwegende dat met moderne en flexibele energie-infrastructuur variabele hernieuwbare energiebronnen kunnen worden geïntegreerd, de afhankelijkheid van de invoer van fossiele brandstoffen kan worden verminderd en het vermogen om te reageren op onderbrekingen in de voorziening kan worden versterkt; overwegende dat investeringen op deze terreinen vooral belangrijk zijn in de context van het Oostelijk Partnerschap, waar voor de energiesystemen zowel een structurele transformatie als meer regionale samenwerking nodig is om duurzaamheid en veiligheid te kunnen waarborgen; |
|
M. |
overwegende dat door de oorlog van Rusland tegen Oekraïne het Zwarte Zeegebied een nog grotere strategische rol is gaan spelen in de geopolitieke concurrentie om energiebronnen; |
|
N. |
overwegende dat de huidige regering van Georgië achter de samenwerking met Rosneft staat om Russische olie te raffineren in de onlangs gebouwde olieraffinaderij in het Georgische Koelevi; |
|
O. |
overwegende dat grensoverschrijdende projecten, zoals het project voor onderzeese kabels in de Zwarte Zee of voor energieverbindingen tussen Moldavië en Roemenië, bijdragen tot de verwezenlijking van gezamenlijke veiligheidsdoelstellingen in de landen van het Oostelijk Partnerschap, doordat energievoorzieningsroutes worden gediversifieerd, geopolitieke risico’s worden verminderd en de regionale veerkracht wordt versterkt dankzij een betere marktintegratie en wederzijdse ondersteuning op energievoorzieningsgebied; |
|
P. |
overwegende dat het nakomen van de Overeenkomst van Parijs een toezegging is die zowel de EU als de landen van het Oostelijk Partnerschap hebben gedaan; overwegende dat het energiebeleid en de energiestrategieën van de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap erop gericht moeten zijn de afhankelijkheid van steenkool, olie en gas te verminderen; |
|
Q. |
overwegende dat de afhankelijkheid van de invoer van fossiele brandstoffen een kritieke kwetsbaarheid blijft en dat diversificatie van de voorziening en een groene transitie daarom dringend noodzakelijk zijn; overwegende dat de landen van het Oostelijk Partnerschap door deze afhankelijkheid te maken hebben met prijsvolatiliteit, geopolitieke druk en verstoring van de voorziening, hetgeen een zware wissel trekt op zowel de energiezekerheid als de economische stabiliteit; overwegende dat een snellere transitie naar hernieuwbare energie en diversificatie van de bevoorradingsbronnen daarom strategische vereisten zijn om tot autonomere, veerkrachtigere en duurzamere energiesystemen te komen; |
|
R. |
overwegende dat sterkere partnerschappen met betrouwbare energieleveranciers uit de regio van het Oostelijk Partnerschap, ook in de zuidelijke Kaukasus, van essentieel belang zijn om de diversificatie van energieroutes en -bronnen op lange termijn te waarborgen, zeker gezien de inspanningen die de EU levert om de afhankelijkheid van gas en olie uit Rusland geleidelijk af te bouwen; |
|
S. |
overwegende dat er vanwege Ruslands desinformatiecampagnes en zijn cyberaanvallen op en hybride dreigingen tegen de energiesector gecoördineerde institutionele responsmechanismen en regionale solidariteitskaders nodig zijn om de risico’s op doeltreffende wijze in te beperken, de weerbaarheid van kritieke infrastructuur te vergroten en een ononderbroken energievoorziening in alle landen van het Oostelijk Partnerschap te waarborgen; |
|
T. |
overwegende dat verhoging van de binnenlandse opwekking van hernieuwbare energie en de ontwikkeling van opslagfaciliteiten cruciaal zijn voor het verminderen van de afhankelijkheid van externe energie, het stabiliseren van de nationale energiebalansen en het bevorderen van weerbaarheid op lange termijn; |
|
U. |
overwegende dat sommige fossiele brandstoffen uit Rusland nog steeds via transitlanden op de EU-markten terechtkomen en vaak met fossiele brandstoffen uit andere bronnen worden vermengd of van een nieuw etiket worden voorzien om hun oorsprong te verhullen; overwegende dat deze praktijken een ondermijning betekenen van de EU-sancties, de transitie naar schone energie vertragen en ten onrechte de indruk wekken dat er sprake is een groenere energiemix; overwegende dat het daarom van cruciaal belang is te zorgen voor meer transparantie en traceerbaarheid in de energietoeleveringsketens en daarmee voor een echte verschuiving naar hernieuwbare energiebronnen in plaats van politieke of commerciële “greenwashing”; |
|
V. |
overwegende dat er voor goed functionerende elektriciteits- en gasmarkten een voorspelbaar en stabiel regelgevingsklimaat, transparante en eerlijke prijsstructuren en onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten nodig zijn om marktintegriteit en consumentenbescherming te kunnen waarborgen; |
|
W. |
overwegende dat meer zeggenschap voor consumenten en lokale gemeenschappen via decentrale energieopwekking, maatregelen voor energie-efficiëntie en participatie aan de vraagzijde een drijvende kracht kan zijn achter duurzame en inclusieve energietransities; |
|
X. |
overwegende dat er voor een rechtvaardige transitie gerichte steunmaatregelen en sociale waarborgen nodig zijn om energiearmoede uit te bannen en kwetsbare huishoudens en werknemers te beschermen tegen de onevenredige gevolgen van structurele hervormingen in de energiesector; |
|
Y. |
overwegende dat een sterkere betrokkenheid bij regionale platforms van de EU helpt om een gestructureerde beleidsdialoog mogelijk te maken, om het benchmarken van vooruitgang op nationaal niveau te vereenvoudigen en om de doeltreffende overdracht van beste praktijken op het gebied van energiegovernance en -regelgeving tussen de landen van het Oostelijk Partnerschap te bevorderen; |
|
Z. |
overwegende dat hervormingen in de energiesector, die worden doorgevoerd met het oog op een aanpassing aan het EU-acquis, een essentieel element zijn van de versterking van het democratische bestuur, de handhaving van de rechtsstaat en de bevordering van duurzame economische ontwikkeling in de landen van het Oostelijk Partnerschap, die zich hebben verbonden aan een diepere politieke associatie en economische integratie met de EU; |
|
AA. |
overwegende dat de landen van het Oostelijk Partnerschap, gezien hun strategische geografische ligging, een aanzienlijk potentieel hebben om hun rol als transitcorridors en energieknooppunten voor elektriciteit, aardgas en koolstofarme en hernieuwbare gassen te versterken en zo de bredere regionale en Europese energiezekerheid te vergroten; |
|
AB. |
overwegende dat door integratie van digitalisering, automatiseringstechnologieën en realtime monitoringsystemen de weerbaarheid, de operationele transparantie en de algemene efficiëntie van nationale en regionale energiesystemen aanzienlijk kunnen worden verbeterd; |
|
AC. |
overwegende dat projecten van Energiegemeenschapsbelang, projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang cruciale strategische instrumenten zijn voor de landen van het Oostelijk Partnerschap, de drijvende kracht vormen achter de ontwikkeling, modernisering en digitalisering van energie-infrastructuur en bijdragen tot de integratie van deze landen in de bredere Europese energiemarkt door middel van betere connectiviteit, operationele weerbaarheid en technologische innovatie; |
|
AD. |
overwegende dat gerichte investeringen in onderwijs, capaciteitsopbouw en de ontwikkeling van beroepsvaardigheden voor ingenieurs, technisch personeel, beleidsmakers en energiebeheerders van cruciaal belang zijn om de overgang naar een koolstofarme, technologisch geavanceerde energie-economie te ondersteunen; |
|
AE. |
overwegende dat er voor de financiering van een succesvolle energietransitie een reeks financiële middelen nodig is, waaronder nationale begrotingen, Europese en internationale subsidies, leningen tegen gunstige voorwaarden en particulier kapitaal, naast doeltreffende coördinatiemechanismen tussen donoren en internationale financiële instellingen; |
|
AF. |
overwegende dat de energiesectoren van de landen van het Oostelijk Partnerschap kunnen profiteren van de economische steun die wordt verleend door EU-programma’s zoals NDICI – Europa in de wereld, Interreg NEXT, macrofinanciële bijstand, EFDO+, Erasmus+, Horizon Europa en Taiex; |
|
1. |
spreekt zich in de krachtigste bewoordingen uit tegen Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne, waaronder zijn aanvallen op energie-infrastructuur, en tegen het gebruik van energie als geopolitiek wapen door autoritaire regimes, met name Rusland; roept de landen van het Oostelijk Partnerschap op nauw samen te werken met de EU en gelijkgestemde democratische partners om politieke dwang via verstoringen van de energievoorziening te voorkomen, te ontmoedigen en op doeltreffende wijze aan te pakken, en samen te ijveren voor energiesoevereiniteit binnen een sterke Europese energie-unie; |
|
2. |
acht het van belang steun te blijven verlenen voor het herstel van de Oekraïense energie-infrastructuur die is vernietigd of beschadigd door de aanhoudende Russische agressie; |
|
3. |
schaart zich achter de versnelde ontwikkeling van kritieke infrastructuur, waaronder interconnectoren, transmissienetwerken, slimme elektriciteitsnetten en opslagfaciliteiten, en dringt aan op gerichte technische en financiële ondersteuning van de EU en internationale partners om deze projecten van de grond te laten komen; |
|
4. |
is vol lof over de voortdurende inspanningen die Oekraïne levert om zijn energieweerbaarheid op peil te houden en te versterken in verband met de talrijke brute en gerichte aanvallen van Rusland op zijn energie-infrastructuur; |
|
5. |
steunt de inspanningen van Moldavië om zijn energiebronnen en -invoer te diversifiëren; dringt aan op meer EU-steun voor de financiering van diversificatie, het veiligstellen van alternatieve invoerbronnen en het vergroten van de binnenlandse energieopwekking in Moldavië; |
|
6. |
beveelt aan de commerciële capaciteit voor de handel in elektriciteit tussen de EU en het geïnterconnecteerde systeem tussen Oekraïne en Moldavië uit te breiden tot meer dan de huidige 2,1 GW en daarbij een evenredige verhoging te hanteren van de toewijzing voor Moldavië (momenteel ongeveer 300 MW), zodat er in beide landen voor extra weerbaarheid wordt gezorgd en ze minder kwetsbaar worden voor druk en propaganda als gevolg van hybride oorlogvoering; |
|
7. |
steunt de modernisering van elektriciteitsdistributienetten, met name de uitrol van slimme metersystemen, die het mogelijk maakt om vaart te zetten achter decentrale elektriciteitsopwekking, consumenten te laten deelnemen aan de markt, energiearmoede in te perken, de oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen uit te breiden en de kwaliteit, betrouwbaarheid en zekerheid van de energievoorziening te verbeteren; |
|
8. |
pleit voor een snelle diversificatie van energiebronnen en -routes, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de toegang tot vloeibaar aardgas, de integratie van hernieuwbare energiebronnen, de ontwikkeling en versterking van nieuwe en betrouwbare aanvoercorridors en meer grensoverschrijdende handel in elektriciteit, zodat er minder afhankelijkheid bestaat van één enkele leverancier; |
|
9. |
dringt aan op meer specifieke investeringen in het kader van het instrument NDICI – Europa in de wereld voor de ondersteuning van de energiesector, waarbij de focus vooral ligt op de transitie naar hernieuwbare energie, de verbetering van de energie-efficiëntie in woningen en de industrie en de afstemming van de regelgevingskaders op het EU-acquis, zodat de afhankelijkheid van Russische fossiele brandstoffen wordt verminderd en de weerbaarheid tegen externe schokken wordt vergroot; |
|
10. |
roept de Commissie en de internationale financiële instellingen op de macrofinanciële steunpakketten uit te breiden en daarbij verder te gaan dan alleen directe begrotingssteun door deze pakketten te koppelen aan gerichte investeringscomponenten voor het herstel van de energie-infrastructuur en de modernisering van de industrie in de regio van het Oostelijk Partnerschap; |
|
11. |
uit zijn bezorgdheid over de samenwerking die er tussen Georgië en Rusland ontstaat op het gebied van olieraffinage, waarmee tegelijkertijd wordt bijgedragen aan het omzeilen van de sancties tegen Rusland; |
|
12. |
stelt voor dat in het nabuurschapsinvesteringsplatform en EFDO+ prioriteit wordt gegeven aan projecten voor de wederopbouw van kritieke energie- en vervoersinfrastructuur die door de Russische agressie is vernietigd of beschadigd, waarbij transparantie, duurzaamheid en afstemming op het EU-acquis worden gewaarborgd; |
|
13. |
pleit voor de geleidelijke integratie van de resterende elektriciteitssystemen van het Oostelijk Partnerschap in het Europese net (ENTSB-E) — zoals dat op succesvolle wijze is gedaan in het geval van Oekraïne en Moldavië — om het technische isolement en de afhankelijkheid van Russische en Belarussische systemen te verminderen; |
|
14. |
beveelt aan dat de EU een deel van haar middelen uit de faciliteit voor Oekraïne besteedt aan de wederopbouw van kritieke energie-infrastructuur die door Russische aanvallen is vernietigd, waarbij prioriteit wordt gegeven aan slimme elektriciteitsnetten, opslagcapaciteit en mininetten voor hernieuwbare energie, zodat er op decentraal niveau voor weerbaarheid wordt gezorgd; |
|
15. |
dringt er bij de regeringen van de landen van het Oostelijk Partnerschap op aan uitvoering te geven aan bindende nationale doelstellingen voor de vermindering van de energie-intensiteit en daarbij gebruik te maken van energieaudits, programma’s voor industriële efficiëntie en technische bijstand van de EU in het kader van het economisch en investeringsplan voor het Oostelijk Partnerschap; |
|
16. |
beveelt aan dat de EU en haar partners van het Oostelijk Partnerschap nagaan welke corridors, op basis van hun geografisch en klimatologisch potentieel, prioritair in aanmerking dienen te komen voor investeringen in zonne- en windenergieprojecten, met steun van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling; |
|
17. |
herinnert aan het strategische belang van investeringen uit hoofde van de grensoverschrijdende samenwerking Interreg NEXT en benadrukt dat de partnerregio’s van het Oostelijk Partnerschap kunnen profiteren van gezamenlijke energieprojecten, zoals de aanleg van grensoverschrijdende elektriciteitsinterconnectoren, de ontwikkeling van kleinschalige installaties voor de opwekking van hernieuwbare energie in grensregio’s op het platteland en gecoördineerde strategieën voor energiezekerheid en duurzaam beheer van hulpbronnen; |
|
18. |
benadrukt dat macrofinanciële steun kan bijdragen tot stabilisering van de overheidsfinanciën en de regeringen van de landen van het Oostelijk Partnerschap aldus in staat kan stellen structurele hervormingen door te voeren in de energiesector, zoals tariefhervormingen, liberalisering van de elektriciteits- en gasmarkten en de oprichting van transparante regelgevende instanties die aan de EU-normen voldoen; |
|
19. |
verzoekt de Commissie en de nationale autoriteiten van de landen van het Oostelijk Partnerschap het combinatiemechanisme van het nabuurschapsinvesteringsplatform uit te breiden om particuliere en publieke middelen te mobiliseren voor grote energie-infrastructuurprojecten, zoals interconnectoren die de landen van het Oostelijk Partnerschap verbinden met het EU-net, grote elektrische centrales voor omzetting van energie uit duurzame bronnen en investeringsregelingen voor energie-efficiëntie voor kleine en middelgrote ondernemingen; |
|
20. |
verzoekt de EU en de partnerlanden strategische energiecorridors die de regio van het Oostelijk Partnerschap met de EU verbinden, verder te bevorderen, de weerbaarheid te vergroten en bij te dragen tot veilige, voorspelbare en gediversifieerde toeleveringsketens voor energie; |
|
21. |
roept alle regeringen van de landen van het Oostelijk Partnerschap op markthervormingen die in overeenstemming zijn met de energiewetgeving van de EU volledig uit te voeren en daarbij te zorgen voor transparante prijsstructuren, eerlijke concurrentie en een gedegen consumentenbescherming; |
|
22. |
dringt er bij de EU op aan steun te verlenen aan initiatieven van maatschappelijke organisaties en op het gebied van transparantie, waaronder anticorruptiewaakhonden en onafhankelijke toezichthoudende organisaties, aangezien dit belangrijke instrumenten zijn waarmee meer interne druk kan worden uitgeoefend om hervormingen door te voeren die moeten leiden tot meer transparantie, het versterken van de rechtsstaat en het bevorderen van een open economie, zodat er een gunstig klimaat wordt gecreëerd voor de noodzakelijke investeringen in de energiesectoren van de landen van het Oostelijk Partnerschap; |
|
23. |
dringt aan op meer investeringen in energie-efficiëntiemaatregelen en moderne stadsverwarmingsnetwerken, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan kwetsbare gemeenschappen in steden en op het platteland die onevenredig zwaar worden getroffen door energiearmoede; |
|
24. |
pleit voor de totstandbrenging van regionale balanceringsmarkten en mechanismen voor het delen van reserves om de flexibiliteit, stabiliteit en weerbaarheid van het systeem te verbeteren tijdens onderbrekingen van het aanbod en schommelingen in de vraag; |
|
25. |
onderstreept het belang van de ontwikkeling van lokale hernieuwbare-energiesectoren en de bevordering van innovatie-ecosystemen om regionale samenwerking en de uitwisseling van expertise op het gebied van schone-energietechnologieën te stimuleren; |
|
26. |
benadrukt dat er een technologisch neutrale aanpak nodig is om een duurzame en veilige energietransitie tot stand te brengen, waarbij de EU-lidstaten en partnerlanden, in overeenstemming met hun specifieke nationale kenmerken en hun behoeften op het gebied van energiezekerheid, hernieuwbare energiebronnen kunnen combineren met koolstofarme en overgangsenergiebronnen, waaronder aardgas, waterstof en innovatieve nucleaire technologieën; |
|
27. |
pleit voor uitbreiding van de onderwijs- en opleidingsprogramma’s via Erasmus+, Horizon Europa en Taiex, zodat er in alle landen van het Oostelijk Partnerschap capaciteit wordt opgebouwd op het gebied van energieregulering, technische engineering, cyberweerbaarheid en beheer van de duurzame energietransitie; |
|
28. |
dringt bij de EU en internationale financiële instellingen aan op aanzienlijk meer directe financiële steun voor infrastructuurprojecten op het gebied van decarbonisatie en versterking van de weerbaarheid in de hele regio van het Oostelijk Partnerschap; |
|
29. |
acht het van belang dat industriële partnerschappen en kaders voor particuliere investeringen tussen de energiesectoren van de EU en het Oostelijk Partnerschap worden versterkt om innovatie, werkgelegenheid en technologische uitwisseling te bevorderen en zo bij te dragen tot een concurrerende en weerbare energiemarkt; |
|
30. |
beveelt aan om de gestructureerde dialoog- en coördinatieplatforms tussen de landen van het Oostelijk Partnerschap en de EU-landen te formaliseren, zodat er geregeld beste praktijken kunnen worden uitgewisseld op het gebied van beleid inzake energiezekerheid, marktintegratie en crisisresponsmechanismen; |
|
31. |
roept besluitvormers in de EU en de landen van het Oostelijk Partnerschap op om, gezien de aanzienlijke kwetsbaarheden van de niet-onafhankelijke energiesectoren in de landen van het Oostelijk Partnerschap en de escalatie van de hybride oorlogvoering waarbij deze kwetsbaarheden worden uitgebuit, persoonlijke besprekingen te organiseren, om ervoor te zorgen dat de energiesector hoog op de agenda blijft staan; beveelt aan dat er, ten behoeve van de onderlinge dialoog, ten minste één offline-evenement per jaar wordt georganiseerd voor besluitvormers van de landen van het Oostelijk Partnerschap en de EU op energiegebied; |
|
32. |
dringt aan op de oprichting van onafhankelijke en volledig transparante nationale energieregulators in de hele regio van het Oostelijk Partnerschap, om ervoor te zorgen dat het acquis van de Energiegemeenschap wordt nageleefd en monopolistische of politiek gemotiveerde praktijken op het gebied van energievoorziening worden voorkomen; |
|
33. |
spoort aan tot het verstrekken van gerichte EU-financiering voor de modernisering of aanpassing van energie-intensieve industriële sectoren, zoals de metaalindustrie, de cementindustrie en de chemische industrie, zodat wordt voldaan aan de benchmarks van het EU-emissiehandelssysteem en de CO2-efficiëntie wordt verbeterd; |
|
34. |
onderstreept het belang van een systemische benadering van onderling verbonden energiesystemen in beleidsdocumenten; |
|
35. |
benadrukt dat de duurzame transitie hand in hand moet gaan met economisch concurrentievermogen en betaalbaarheid van energie voor huishoudens en bedrijven, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de klimaatdoelstellingen worden nagestreefd zonder dat dit ten koste gaat van de industriële ontwikkeling of de sociale cohesie; |
|
36. |
wijst erop dat de energiemix op de juiste wijze moet worden opgezet, rekening houdend met de variabiliteit, beschikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van elke energiebron; |
|
37. |
benadrukt dat er voldoende faciliteiten voor elektriciteitsbalancering nodig zijn om de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening in elektriciteitssystemen met overwegend hernieuwbare energiebronnen te waarborgen; |
|
38. |
acht het noodzakelijk dat consumenten meer zeggenschap krijgen, dat decentrale opwekking wordt bevorderd en dat het voor prosumenten en consumenten gemakkelijker wordt om de handen ineen te slaan en hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers te vormen; |
|
39. |
steunt de wijdverbreide invoering van slimme meters, digitaal netbeheer en systemen voor gegevensanalyse om de efficiëntie van de energiedistributie te optimaliseren en flexibiliteit aan de vraagzijde te stimuleren; |
|
40. |
is voorstander van partnerschappen tussen gemeenten en steden in de landen van het Oostelijk Partnerschap voor de uitvoering van actieplannen voor duurzame energie en klimaat om de lokale ontwikkeling van duurzame energie te bevorderen; |
|
41. |
is ingenomen met de initiatieven waarbij nationale en regionale groene investeringsfondsen in het leven worden geroepen om middelen te mobiliseren voor hernieuwbare energie, de verbetering van de energie-efficiëntie en de bestrijding van energiearmoede; |
|
42. |
pleit voor sterkere regelgevende autoriteiten in de landen van het Oostelijk Partnerschap, zodat onafhankelijk toezicht, onpartijdige geschillenbeslechting en strikte handhaving van de marktregelgeving kunnen worden gewaarborgd; |
|
43. |
is voorstander van nauwere samenwerking tussen universiteiten en onderzoekscentra in de landen van het Oostelijk Partnerschap en hun evenknieën in de EU, met name op technologisch geavanceerde gebieden zoals waterstoftechnologieën, die vanuit maatschappelijk en milieuoogpunt de meeste voordelen opleveren, offshore-windenergie en circulaire energiesystemen; |
|
44. |
benadrukt dat gendergelijkheid en betrokkenheid van jongeren deel moeten uitmaken van alle beleidsmaatregelen, programma’s en institutionele besluitvormingsprocessen op energiegebied; |
|
45. |
is van oordeel dat goed bestuur, transparantie, de rechtsstaat en inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding essentiële voorwaarden zijn voor het verwezenlijken van een doeltreffende energietransitie en het aantrekken van duurzame investeringen in de energiesector; |
|
46. |
wijst nogmaals op het strategische belang van de ontwikkeling van regionale systemen voor vroegtijdige waarschuwing waarmee verstoringen van de energievoorziening, defecten in de infrastructuur en gecoördineerde hybride dreigingen snel kunnen worden opgespoord en aangepakt; |
|
47. |
roept de landen van het Oostelijk Partnerschap op vaart te maken met de uitfasering van verouderde technologieën op basis van fossiele brandstoffen en prioriteit te geven aan investeringen in moderne koolstofarme opwekkingsinfrastructuur; |
|
48. |
dringt bij de EU aan op handhaving van specifieke financieringsstromen in het kader van NDICI – Europa in de wereld en het nabuurschapsinvesteringsplatform, die zich vooral richten op het verbeteren van de energiezekerheid en -weerbaarheid in de hele regio van het Oostelijk Partnerschap; |
|
49. |
pleit ervoor dat technische normen en certificeringsprocessen voor grensoverschrijdende energie-infrastructuur en handel in hernieuwbare energie worden geharmoniseerd om een soepelere regionale integratie mogelijk te maken; |
|
50. |
stelt voor om gezamenlijke kwetsbaarheidsbeoordelingen en oefeningen voor bepaalde scenario’s uit te voeren met de landen van het Oostelijk Partnerschap en de EU-landen met het oog op versterking van de regionale paraatheid en de gecoördineerde responscapaciteiten; |
|
51. |
wijst op het cruciale belang van een blijvende doorvoer van aardgas via Oekraïne, terwijl tegelijkertijd de proactieve ontwikkeling van alternatieve langetermijnoplossingen voor deze doorvoer moet worden bevorderd en ook het strategische belang van de ontwikkeling van de trans-Balkan-gascorridor als vitale aanvoerroute voor Moldavië, Oekraïne en de Balkanlanden niet uit het oog mogen worden verloren; |
|
52. |
onderstreept het strategische belang van de zuidelijke Kaukasus voor de Europese veiligheid; acht langetermijninvesteringen in de modernisering van energie-infrastructuur en de versterking van de intra- en interregionale connectiviteit, onder meer via de groene-energiecorridor, van groot belang om het volledige potentieel van de regio als belangrijke energieknooppunt en doorvoerroute tussen Centraal-Azië en Europa te kunnen benutten; |
|
53. |
beveelt aan dat de EU overweegt om specifieke financieringsmechanismen op te zetten voor projecten die van belang zijn voor de Energiegemeenschap, zodat bestaande financieringstekorten doeltreffend kunnen worden overbrugd en er daardoor tijdig uitvoer kan worden gegeven aan kritieke infrastructuurprojecten die cruciaal zijn voor de regionale energie-integratie en voorzieningszekerheid; |
|
54. |
spoort de EU aan de evaluatiecriteria voor grensoverschrijdende projecten van gemeenschappelijk belang en projecten van wederzijds belang te herzien en verder te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat de strategische voordelen voor leden van de Energiegemeenschap die geen lid zijn van de EU voldoende worden erkend en op billijke wijze in besluitvormingsprocessen worden meegenomen, hetgeen zal aanzetten tot meer regionale samenwerking en een alomvattende energie-integratie; |
|
55. |
beveelt aan publiek-private partnerschappen te bevorderen om particuliere kapitaalinvesteringen in projecten op het gebied van schone energie die worden ondersteund door doeltreffende risicodelingsinstrumenten en gemengde financieringsmechanismen, aan te trekken en te mobiliseren; |
|
56. |
herinnert eraan dat de toewijzing van EU-middelen aan de landen van het Oostelijk Partnerschap afhankelijk is van de volledige eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen die zijn verankerd in de overeenkomsten tussen de EU en het Oostelijk Partnerschap, en dat de naleving van deze fundamentele waarden een voorwaarde is voor deelname aan door de EU gefinancierde programma’s; |
|
57. |
benadrukt dat al deze maatregelen bedoeld zijn om de energieonafhankelijkheid van de landen van het Oostelijk Partnerschap ten opzichte van Rusland en zijn nationale instanties te vergroten, gezien Ruslands brute invasie van en aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de voortdurende inmenging van Rusland in Georgië, Moldavië en andere partners van het Oostelijk Partnerschap en de dreiging van Rusland tegen die landen; |
|
58. |
verzoekt haar covoorzitters deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de commissaris voor Uitbreiding, de Europese Dienst voor extern optreden, en de regeringen en parlementen van de EU-lidstaten en van de landen van het Oostelijk Partnerschap. |
(1) PB C 198 van 6.7.2011, blz. 4.
(2) Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/494/oj).
(3) Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/492/oj).
(4) Associatie-overeenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/295/oj).
(5) PB L 23 van 26.1.2018, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2018/104/oj.
(6) Overeenkomst inzake partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Azerbeidzjan, anderzijds — Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken — Slotakte — Gemeenschappelijke verklaringen - Briefwisseling betrekking tot de vestiging van vennootschappen — Eenzijdige verklaring van de Franse Regering (PB L 246 van 17.9.1999, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/1999/614/oj).
(7) Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking — Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad (PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/947/oj).
(8) PB L 231 van 30.6.2021, blz. 94, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1059/oj.
(9) PB L 186 van 13.7.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/1201/oj.
(10) PB L 189 van 28.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/817/oj.
(11) PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/695/oj.
(12) PB C 361 van 8.9.2021, blz. 20.
(13) PB C 229 van 29.6.2023, blz. 16.
(14) PB C, C/2024/3821, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3821/oj.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1111/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)