EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02009R0025-20110923

Consolidated text: Verordening (EG) n r. 25/2009 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2008 met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (Herschikking) (ECB/2008/32)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2009/25/2011-09-23

2009R0025 — NL — 23.09.2011 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 25/2009 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 19 december 2008

met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (Herschikking)

(ECB/2008/32)

(PB L 015, 20.1.2009, p.14)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

VERORDENING (EU) Nr. 883/2011 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK van 25 augustus 2011

  L 228

13

3.9.2011




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 25/2009 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 19 december 2008

met betrekking tot de balans van de sector monetaire financiële instellingen (Herschikking)

(ECB/2008/32)



DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank ( 1 ), inzonderheid op artikel 5, lid 1 en artikel 6, lid 4,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2531/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot de toepassing van reserveverplichtingen door de Europese Centrale Bank ( 2 ), inzonderheid op artikel 6, lid 4,

Gelet op Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) ( 3 ),

Gelet op Verordening (EG) nr. 2223/96 van de Raad van 25 juni 1996 inzake het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Gemeenschap ( 4 ),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Verordening (EG) nr. 2423/2001 van de Europese Centrale Bank van 22 november 2001 met betrekking tot de geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen (ECB/2001/13) ( 5 ) is bij meerdere gelegenheden aanzienlijk gewijzigd. Omdat thans verdere wijzigingen van deze verordening nodig zijn, dienen de relevante bepalingen ter wille van de duidelijkheid en transparantie opnieuw te worden geordend.

(2)

Het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB) heeft voor de uitvoering van zijn taken een geconsolideerde balans van de sector monetaire financiële instellingen (MFI) nodig. Het belangrijkste doel daarvan is de Europese Centrale Bank (ECB) een volledig statistisch beeld te geven van de monetaire ontwikkelingen in de deelnemende lidstaten, die als één economisch gebied worden beschouwd. Deze statistieken bestrijken de geaggregeerde financiële activa en passiva, in termen van standen en transacties, gebaseerd op een volledige en homogene MFI-sector en populatie van informatieplichtigen, en worden regelmatig samengesteld. Voldoende gedetailleerde statistische gegevens zijn ook noodzakelijk om de voortdurende analytische bruikbaarheid van de berekende monetaire aggregaten en tegenposten voor dit grondgebied te garanderen.

(3)

Overeenkomstig het EG-Verdrag en krachtens de in de Statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank (hierna de „statuten”) neergelegde voorwaarden, stelt de ECB verordeningen op, voor zover deze nodig zijn voor de uitvoering van de taken van het ESCB overeenkomstig de statuten en in sommige gevallen zoals vastgelegd in de door de Raad aangenomen bepalingen op grond van artikel 107, lid 6 van het Verdrag.

(4)

Artikel 5.1 van de statuten vereist dat de ECB, bijgestaan door de nationale centrale banken (NCB’s), hetzij bij de bevoegde nationale autoriteiten of rechtstreeks bij de economische subjecten de voor de vervulling van de taken van het ESCB benodigde statistische gegevens verzamelt. Artikel 5.2 van de statuten bepaalt dat de NCB’s voor zover mogelijk de in artikel 5.1 omschreven taken uitvoeren.

(5)

De ECB is ingevolge artikel 3 van Verordening (EG) nr. 2533/98 gehouden om uit de referentiegroep van informatieplichtigen de werkelijke populatie van informatieplichtigen te bepalen en is gerechtigd om bepaalde categorieën informatieplichtigen geheel of gedeeltelijk vrij te stellen van hun rapportageverplichtingen. Artikel 6, lid 4 bepaalt dat de ECB verordeningen mag vaststellen tot nadere bepaling van de voorwaarden waaronder het recht tot verificatie of de gedwongen verzameling van statistische gegevens mag worden uitgeoefend.

(6)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 2533/98 vereist dat de lidstaten op het gebied van statistische informatie hun eigen organisatie dienen in te richten en volledig met het ESCB dienen samen te werken ter verzekering van de vervulling van de uit artikel 5 van de statuten voortvloeiende verplichtingen.

(7)

Het kan voor NCB’s aangewezen zijn om de statistische gegevens die nodig zijn om aan de statistische rapportageverplichtingen van de ECB te voldoen, bij de werkelijke populatie van informatieplichtigen te verzamelen binnen een breder kader voor statistische rapportage dat de NCB’s onder eigen verantwoordelijkheid overeenkomstig communautaire of nationale wetgeving, respectievelijk gevestigd gebruik opzetten en dat ook andere statistische doeleinden dient, vermits de statistische verplichtingen van de ECB worden nagekomen. Dit kan ook de rapportagelast verminderen. Het is in deze gevallen voor een grotere doorzichtigheid aangewezen de informatieplichtigen ervan in kennis te stellen dat de gegevens voor andere statistische doeleinden worden verzameld. In specifieke gevallen kan de ECB ter voldoening aan haar verplichtingen gebruikmaken van de aldus verzamelde statistische gegevens.

(8)

De statistische vereisten zijn het meest gedetailleerd in die gevallen waarin de tegenpartijen deel uitmaken van de geldhoudende sector. Gedetailleerde gegevens zijn vereist betreffende: a) depositoverplichtingen naar subsector en looptijd en verder geclassificeerd naar valuta om een nauwgezettere analyse mogelijk te maken van de ontwikkelingen van de in M3 opgenomen vreemde valutacomponenten en onderzoek te vergemakkelijken naar de mate van vervangbaarheid van in vreemde valuta’s en in euro luidende componenten van M3; b) leningen naar subsector, looptijd, renteherziening en valuta aangezien deze informatie als essentieel wordt beschouwd voor monetaire analyses; c) balansposities ten opzichte van overige MFI’s voor zover zulks nodig is voor de saldering van binnen de MFI-sector aangehouden tegoeden of voor de berekening van de reservebasis; d) balansposities ten opzichte van niet-ingezetenen van het eurogebied (rest van de wereld) voor „deposito’s met een vaste looptijd van langer dan twee jaar”, „deposito’s met een opzegtermijn van langer dan twee jaar” en „repo’s” om de reservebasis te berekenen waarop de positieve reserveratio betrekking heeft; e) balansposities ten opzichte van de rest van de wereld voor totale depositoverplichtingen om de externe tegenposten te kunnen bepalen; f) depositoverplichtingen en leningen ten opzichte van de rest van de wereld bij een oorspronkelijke looptijd korter en langer dan één jaar ten behoeve van betalingsbalansen en financiële rekeningen.

(9)

Waar dit de rapportagelast van kredietinstellingen kan verminderen en tot verbeterde statistieken kan leiden, worden NCB’s aangemoedigd effectgewijze rapportageprocedures te bevorderen voor de verzameling van de door deze verordening verlangde statistische gegevens betreffende effectenportefeuilles van MFI’s. Wat geldmarktfondsen betreft, kunnen NCB’s toestaan dat zij rapporteren overeenkomstig Verordening (EG) nr. 958/2007 van de Europese Centrale Bank van 27 juli houdende statistieken betreffende de activa en passiva van beleggingsfondsen (ECB/2007/8) ( 6 ), om de rapportagelast van fondsbeheerders te verlichten.

(10)

Financiële transacties worden door de ECB berekend als het verschil tussen de gerapporteerde standen per opeenvolgende maandultimo’s, waarbij wordt gecorrigeerd voor het effect van veranderingen die het gevolg zijn van andere invloeden dan transacties. De aan de informatieplichtigen opgelegde verplichting betreft niet de wisselkoerswijzigingen, die worden berekend door de ECB uit de door de informatieplichtigen per munteenheid verstrekte standengegevens, of de herclassificatieaanpassingen, die door de NCB’s zelf worden verzameld met behulp van verscheidene, reeds aan de NCB’s ter beschikking staande informatiebronnen.

(11)

Artikel 5 van Verordening (EG) nr. 2531/98 geeft de ECB de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen of beschikkingen om bepaalde instellingen vrij te stellen van de verplichting tot het aanhouden van minimumreserves, om de voorwaarden te omschrijven waaronder bepaalde verplichtingen jegens een andere instelling niet hoeven te worden opgenomen in of in mindering kunnen worden gebracht op de reservebasis, en om voor specifieke categorieën verplichtingen afwijkende reserveratio’s vast te stellen. Op grond van artikel 6 van Verordening (EG) nr. 2531/98 heeft de ECB het recht om bij instellingen de voor de toepassing van reserveverplichtingen noodzakelijke gegevens in te zamelen en om de juistheid en kwaliteit van door instellingen verstrekte informatie te verifiëren teneinde te controleren of deze aan hun reserveverplichtingen hebben voldaan. Het is voor het verminderen van de algemene rapportagelast wenselijk de statistische informatie betreffende de maandelijkse balans te gebruiken voor de regelmatige berekening van de reservebasis van de kredietinstellingen die aan reserveverplichtingen van de ECB onderhevig zijn, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1745/2003 van de Europese Centrale Bank van 12 september 2003 inzake de toepassing van reserveverplichtingen (ECB/2003/9) ( 7 ).

(12)

Het is noodzakelijk specifieke procedures vast te stellen die dienen te worden toegepast in het geval van fusies en splitsingen van kredietinstellingen, ter verduidelijking van de reserveverplichtingen van deze instellingen.

(13)

De ECB verlangt informatie betreffende de securitisatieactiviteiten van MFI’s teneinde krediet- en leenontwikkelingen in het eurogebied te interpreteren. Dergelijke informatie vormt ook een aanvulling op de gegevens die op grond van Verordening (EG) nr. 24/2009 van de Europese Centrale Bank van 19 december 2008 worden gerapporteerd betreffende de statistieken over activa en passiva van lege financiële instellingen die zich bezighouden met securitisatietransacties (ECB/2008/30) ( 8 ).

(14)

Verordeningen die door de ECB worden vastgesteld kennen weliswaar geen rechten toe of leggen geen verplichtingen op aan niet-deelnemende lidstaten, maar artikel 5 van de statuten is desalniettemin zowel op deelnemende als niet-deelnemende lidstaten van toepassing. Verordening (EG) nr. 2533/98 herinnert eraan dat artikel 5 van de statuten, samen met artikel 10 van het Verdrag, voor de niet-deelnemende lidstaten, om deelnemende lidstaten te kunnen worden, de verplichting inhoudt om op nationaal niveau alle maatregelen te nemen en uit te voeren die zij dienstig achten voor de verzameling van de statistische gegevens die nodig zijn om te voldoen aan de door de ECB opgelegde statistische rapportageverplichtingen, en om het tijdig treffen van voorbereidingen op het gebied van statistieken te verzekeren,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Definities

In deze verordening wordt bedoeld met:

▼M1

 „monetaire financiële instelling” (MFI): een ingezeten onderneming die behoort tot één van de volgende sectoren:

 

i) centrale banken;

ii) kredietinstellingen zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2006/48/EG;

iii) overige MFI’s, d.w.z. 1. andere financiële instellingen die zich toeleggen op i) het aantrekken van deposito’s en/of nauwe substituten van deposito’s van andere instellingen dan MFI’s; en ii) het voor eigen rekening, althans in economische zin, verstrekken van kredieten en/of beleggen in effecten; of 2. instellingen voor elektronisch geld met als hoofdactiviteit financiële intermediatie in de vorm van het uitgeven van elektronisch geld;

iv) geldmarktfondsen (MMF’s) zoals gedefinieerd in artikel 1 bis.

 Wat betreft het criterium in punt iii), 1, sub i), hiervoor, wordt hun classificatie als MFI’s bepaald door de mate waarin de door overige MFI’s uitgegeven instrumenten substituten vormen voor de bij kredietinstellingen geplaatste deposito’s, mits ze voldoen aan het criterium in punt iii), 1, sub ii),

▼B

 „deelnemende lidstaat”: een deelnemende lidstaat zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98,

 „niet-deelnemende lidstaat”: een lidstaat die de euro niet heeft aangenomen,

 „informatieplichtige”: een informatieplichtige zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98,

 „ingezetene”: ingezetene zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2533/98,

 „lege financiële instelling”: een lege financiële instelling zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 24/2009 (ECB/2008/30),

 „securitisatie”: een transactie die hetzij: a) een traditionele securitisatie is zoals gedefinieerd in artikel 4 van Richtlijn 2006/48/EG, en/of b) een securitisatie zoals gedefinieerd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 24/2009 (ECB/2008/30), die de afstoting van de aan een lege financiële instelling gesecuritiseerde leningen inhoudt,

▼M1

 „instelling voor elektronisch geld” en „elektronisch geld”: instelling voor elektronisch geld en elektronisch geld zoals gedefinieerd in de leden 1 en 2 van artikel 2 van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ),

▼B

 „afwaardering”: de directe verlaging van de boekwaarde van een lening op de balans vanwege de onvolwaardigheid ervan,

 „beheerder”: een MFI die het dagelijks beheer voert over de aan een securitisatie ten grondslag liggende leningen in de zin van het innen van hoofdsom en rente van de schuldenaars en die vervolgens doorgeeft aan beleggers in het securitisatieprogramma,

 „leningoverdracht”: de economische overdracht van een lening of pool van leningen door de informatieplichtige aan een niet-MFI ontvangende partij, hetzij door middel van eigendomsoverdracht of door subdeelneming,

 „leningovername”: de economische overdracht van een lening of pool van leningen door een niet-MFI overdragende partij aan de informatieplichtige, hetzij door middel van eigendomsoverdracht of door subdeelneming.

▼M1

Artikel 1 bis

Identificatie van MMF's

Voor de toepassing van deze rechtshandeling worden instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan alle volgende criteria, behandeld als MMF, indien zij:

a) het handhaven van de hoofdsom van een fonds en het verschaffen van een rendement overeenkomstig de rentevoeten van geldmarktinstrumenten als beleggingsdoelstelling hebben;

b) beleggen in geldmarktinstrumenten die voldoen aan de criteria voor geldmarktinstrumenten uiteengezet in Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) ( 10 ), of beleggen in deposito’s bij kredietinstellingen of, bij wijze van alternatief, verzekeren dat de liquiditeit en waardering van de portefeuille waarin ze beleggen, op een gelijkwaardige basis wordt beoordeeld;

c) verzekeren dat de geldmarktinstrumenten waarin ze beleggen, van hoge kwaliteit zijn, zoals bepaald door de beheermaatschappij. De kwaliteit van een geldmarktinstrument wordt onder andere op basis van de volgende factoren afgewogen:

 de kredietkwaliteit van het geldmarktinstrument,

 de aard van de door het geldmarktinstrument vertegenwoordigde activacategorie,

 voor gestructureerde financiële instrumenten, het operationeel risico en tegenpartijrisico dat inherent is aan de gestructureerde financiële transactie,

 het liquiditeitsprofiel;

d) verzekeren dat hun portefeuille een gewogen gemiddelde looptijd (WAM) heeft van niet meer dan zes maanden en een gewogen gemiddelde resterende looptijd (WAL) van niet meer dan twaalf maanden;

e) dagelijks de intrinsieke waarde (NAV) en een berekening van de koers van hun aandelen/participaties verschaffen, alsook dagelijks inschrijving en terugkoop van aandelen/participaties mogelijk maken;

f) belegging in effecten beperken tot effecten met een resterende looptijd tot aan de wettelijke aflossingsdatum korter dan of gelijk aan twee jaar, mits de resterende tijd tot de eerstvolgende renteherzieningsdatum korter is dan of gelijk aan 397 dagen waarbij de herziening van effecten met variabele rente dient te geschieden aan een geldmarktrente of -index;

g) belegging in andere ondernemingen voor collectieve belegging beperken tot ondernemingen die voldoen aan de definitie van MMF;

h) direct noch indirect, ook niet door middel van derivaten, een belang in aandelen of grondstoffen nemen en derivaten alleen gebruiken overeenkomstig de geldmarktbeleggingsstrategie van het fonds. Derivaten die een valutarisico inhouden, mogen alleen worden gebruikt voor het afdekken van risico’s. Belegging in niet in de basisvaluta luidende effecten is toegestaan mits het valutarisico volledig wordt afgedekt;

i) hetzij een constante of een fluctuerende intrinsieke waarde hebben.

▼B

Artikel 2

Werkelijke populatie van informatieplichtigen

1.  De werkelijke populatie van informatieplichtigen bestaat uit de MFI’s die ingezetenen zijn van de deelnemende lidstaten (in lijn met bijlage II, deel 1).

2.  De MFI’s in de werkelijke populatie van informatieplichtigen zijn onderworpen aan volledige rapportageverplichtingen, tenzij een vrijstelling is verleend op grond van artikel 8.

3.  Entiteiten die aan de definitie van MFI voldoen, vallen onder het toepassingsgebied van deze verordening, ook als ze zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/48/EG.

4.  Ten behoeve van de verzameling van informatie betreffende het ingezetenschap van de houders van aandelen/participaties in geldmarktfondsen zoals gespecificeerd in paragraaf 5.5 van deel 2 van bijlage I, bestaat de werkelijke populatie van informatieplichtigen ook uit overige financiële intermediairs met uitzondering van verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (OFI’s), zoals uiteengezet in artikel 2, lid 2, onder a van Verordening (EG) nr. 2533/98, behoudens eventuele vrijstellingen.

Artikel 3

Lijst van MFI’s voor statistische doeleinden

1.  De directie van de ECB stelt voor statistische doeleinden een lijst van MFI’s op en houdt deze bij, daarbij rekening houdend met de eisen inzake frequentie en tijdigheid die voortvloeien uit het gebruik van deze lijst in het kader van de reserveverplichtingen van de ECB. De lijst van MFI’s voor statistische doeleinden bevat een aanduiding of instellingen al dan niet juridisch verplicht zijn zich te houden aan de minimumreserveverplichtingen van de ECB. De lijst van MFI’s is actueel en nauwkeurig, zo homogeen mogelijk en voldoende stabiel voor statistische doeleinden.

2.  De lijst van MFI’s voor statistische doeleinden en de geactualiseerde versies daarvan worden door de NCB’s en de ECB op passende wijze voor de informatieplichtigen toegankelijk gemaakt, onder meer langs elektronische weg, via internet of, op verzoek van de informatieplichtigen, in gedrukte vorm.

3.  De lijst van MFI’s voor statistische doeleinden dient uitsluitend ter informatie. Indien de meest recent beschikbare versie van de lijst onjuist is, legt de ECB echter geen sancties op aan entiteiten die niet naar behoren aan hun rapportageverplichtingen hebben voldaan voor zover de desbetreffende instelling te goeder trouw afging op de onjuiste lijst.

Artikel 4

Statistische rapportageverplichtingen

1.  De werkelijke populatie van informatieplichtigen verstrekt aan de NCB van de lidstaat waarvan de MFI ingezetene is, maandelijkse standen betreffende de balans per maandultimo en maandelijkse geaggregeerde herwaarderingsaanpassingen. Geaggregeerde herwaarderingsaanpassingen worden gerapporteerd met betrekking tot afschrijvingen/afwaarderingen van door de informatieplichtigen verstrekte leningen en met betrekking tot de prijsherwaarderingen van effecten. Meer gedetailleerde gegevens betreffende bepaalde posten op de balans en niet op de balans staande informatie worden driemaandelijks of jaarlijks gerapporteerd. De vereiste statistische gegevens zijn aangegeven in bijlage I.

2.  NCB’s kunnen de vereiste statistische gegevens betreffende door MFI’s uitgegeven en aangehouden effecten effectgewijs verzamelen, voor zover de in lid 1 bedoelde gegevens kunnen worden afgeleid overeenkomstig de minimumnormen voor statistische gegevens zoals gespecificeerd in bijlage IV.

3.  Overeenkomstig de in tabel 1A van deel 5 van bijlage I uiteengezette minimumvereisten rapporteren MFI’s maandelijkse herwaarderingsaanpassingen met betrekking tot het volledige door de ECB verlangde gegevensbestand. Het is NCB’s toegestaan om extra, niet door de minimumvereisten gevraagde gegevens te verzamelen. Deze extra gegevens kunnen betrekking hebben op de in tabel 1A gemarkeerde uitsplitsingen buiten de minimumvereisten.

4.  Bovendien kan de ECB uitleg vereisen van de aanpassingen in door de NCB’s verzamelde „herclassificaties en overige aanpassingen”.

Artikel 5

Extra statistische rapportageverplichtingen voor securitisaties en andere overdrachten van leningen

MFI’s rapporteren de volgende gegevens overeenkomstig deel 6 van bijlage I:

1. De nettostroom van in de rapportageperiode uitgevoerde securitisaties en overige overdrachten van leningen;

2. Het bedrag dat aan het einde van het kwartaal uitstaat met betrekking tot alle leningen waarvoor de MFI optreedt als beheerder in een securitisatie;

3. Wanneer de International Accounting Standard 39 (IAS 39) of gelijksoortige nationale administratieve regels worden toegepast, het bedrag dat aan het einde van de periode uitstaat met betrekking tot leningen die zijn afgestoten door middel van een securitisatie die niet van de balans is verwijderd.

Artikel 6

Uiterste data

1.  De NCB’s besluiten zelf wanneer zij de gegevens van de informatieplichtigen moeten ontvangen om aan de beneden aangegeven inleveringtermijnen te kunnen voldoen, daarbij waar nodig rekening houdend met de uiterste rapportagedata in het kader van de minimumreserveverplichtingen van de ECB, en informeren de informatieplichtigen dienovereenkomstig.

2.  Maandstatistieken worden door de NCB’s uiterlijk bij de ECB ingediend na het sluiten van de handel op de vijftiende werkdag volgend op het einde van de maand waarop de desbetreffende cijfers betrekking hebben.

3.  Kwartaalstatistieken worden door de NCB’s uiterlijk bij de ECB ingediend na het sluiten van de handel op de achtentwintigste werkdag volgend op het einde van het kwartaal waarop de desbetreffende cijfers betrekking hebben.

4.  Jaarstatistieken worden door de NCB’s bij de ECB ingediend overeenkomstig artikel 17, lid 2 van Richtsnoer ECB/2007/9 van 1 augustus 2007 betreffende monetaire statistieken en statistieken inzake financiële instellingen en markten (herschikking) ( 11 ).

Artikel 7

Administratieve regels ten behoeve van statistische rapportage

1.  Tenzij anders bepaald in deze verordening, zijn de boekhoudkundige regels die MFI’s voor rapportagedoeleinden uit hoofde van deze verordening volgen, neergelegd in de nationale omzetting van Richtlijn 86/635/EEG van de Raad van 8 december 1986 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen ( 12 ), alsook in enige andere van toepassing zijnde internationale normen.

2.  Depositoverplichtingen en leningen worden tegen de per maandultimo uitstaande hoofdsom gerapporteerd. Afwaarderingen zoals bepaald door de betreffende administratieve verantwoordings- en verslagleggingsmethoden worden van dit bedrag afgetrokken. Depositoverplichtingen en leningen worden niet gesaldeerd tegen enige activa of passiva.

3.  Onverminderd de heersende administratieve praktijken en salderingsregelingen in lidstaten worden alle financiële activa en passiva voor statistische doeleinden op brutobasis gerapporteerd.

4.  NCB’s kunnen rapportage van leningen waarvoor voorzieningen zijn getroffen, zonder deze voorzieningen toestaan, alsook de rapportage van overgenomen leningen tegen de ten tijde van de acquisitie overeengekomen prijs, op voorwaarde dat alle ingezeten informatieplichtigen deze rapportagepraktijken toepassen en ze inzake de statistische waardering van leningen noodzakelijk zijn voor het handhaven van continuïteit ten aanzien van de gegevens die werden gerapporteerd voor aan januari 2005 voorafgaande perioden.

Artikel 8

Vrijstellingen

1.  Aan kleine MFI’s (MFI’s die bij de zogenaamde „cutting-off-the-tail”-procedure zijn betrokken) kunnen vrijstellingen worden verleend.

a) NCB’s kunnen kleine MFI’s een vrijstelling verlenen, mits hun gecombineerde bijdrage aan de nationale MFI-balans in termen van standen niet meer bedraagt dan 5 %;

b) wat kredietinstellingen betreft, leiden de in punt a) bedoelde vrijstellingen tot een vermindering van de statistische rapportageverplichtingen van kredietinstellingen waarop dergelijke vrijstellingen van toepassing zijn zonder afbreuk te doen aan de vereisten voor het berekenen van reserveverplichtingen zoals uiteengezet in bijlage III;

c) met betrekking tot kleine MFI’s die geen kredietinstellingen zijn en waarop een vrijstelling zoals bedoelt in punt a) van toepassing is, verzamelen NCB’s minimaal op jaarbasis gegevens met betrekking tot de totale balans, opdat de omvang van de rapporterende instellingen, die bij de zogenoemde „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, gecontroleerd kan worden;

d) zonder afbreuk te doen aan punt a), kunnen NCB’s vrijstellingen verlenen aan kredietinstellingen die geen voordeel hebben van het in de punten a) en b) vastgelegde regime, waardoor hun rapportageverplichtingen worden gereduceerd tot die welke zijn vastgelegd in deel 7 van bijlage I, mits hun gecombineerde bijdrage aan de nationale MFI-balans in termen van standen niet meer bedraagt dan 10 % van de nationale MFI-balans en evenmin meer dan 1 % van de MFI-balans van het eurogebied;

e) NCB’s controleren tijdig of is voldaan aan de in de punten a) en d) vastgelegde voorwaarden teneinde, indien vereist, vanaf het begin van elk jaar een vrijstelling te verlenen of in te trekken;

f) kleine MFI’s kunnen ervoor kiezen geen gebruik te maken van de vrijstellingen en in plaats daarvan de volledige rapportageverplichtingen na te komen.

2.  Vrijstellingen kunnen aan geldmarktfondsen worden verleend.

NCB’s mogen geldmarktfondsen vrijstellen van de in artikel 4, lid 1, uiteengezette rapportageverplichtingen, mits geldmarktfondsen in plaats daarvan balansgegevens rapporteren overeenkomstig artikel 6 van Verordening (EG) nr. 958/2007 (ECB/2007/8), met inachtneming van de volgende vereisten:

 geldmarktfondsen rapporteren dergelijke gegevens maandelijks overeenkomstig de in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 958/2007 (ECB/2007/8) uiteengezette „gecombineerde methode” en overeenkomstig de in artikel 9 daarvan uiteengezette uiterste rapportagedata;

 geldmarktfondsen rapporteren per maandultimo standengegevens betreffende aandelen/participaties in geldmarktfondsen overeenkomstig de in artikel 6, lid 2, uiteengezette uiterste rapportagedata.

3.  Vrijstellingen kunnen worden verleend met betrekking tot aandelen/participaties in geldmarktfondsen.

a) Met „op naam gestelde aandelen/participaties in geldmarktfondsen” worden bedoeld aandelen/participaties in geldmarktfondsen, waarvan, overeenkomstig nationale wetgeving, een register wordt bijgehouden waarin de houder of houders van de aandelen/participaties en hun ingezetenschap worden vermeld. Met „aandelen/participaties aan toonder in geldmarktfondsen” worden bedoeld aandelen/participaties in geldmarktfondsen, waarvan, overeenkomstig nationale wetgeving, geen register wordt bijgehouden waarin de houder of houders van de aandelen/participaties en hun ingezetenschap worden vermeld.

b) Indien het een eerste uitgifte van aandelen/participaties op naam of aan toonder betreft, of indien marktontwikkelingen nopen tot een wijziging van keuzemogelijkheid of van een combinatie van keuzemogelijkheden (zoals gedefinieerd in afdeling 5.5 van deel 2 van bijlage I), kunnen NCB’s voor de duur van één jaar vrijstelling verlenen van de in afdeling 5.5 van deel 2 van bijlage I uiteengezette vereisten.

c) Wat betreft ingezetenschap van de houders van aandelen/participaties in geldmarktfondsen, kunnen NCB’s vrijstellingen verlenen aan informatieplichtigen mits de vereiste statistische gegevens worden verzameld van andere beschikbare bronnen overeenkomstig afdeling 5.5 van deel 2 van bijlage I. De NCB’s controleren tijdig of aan deze voorwaarde wordt voldaan, teneinde met ingang van het begin van elk jaar in samenspraak met de ECB een vrijstelling te verlenen of, zo nodig, in te trekken. Voor de toepassing van deze verordening kunnen NCB’s een lijst van informatieplichtige OFI’s vaststellen en bijhouden overeenkomstig de beginselen van afdeling 5.5 van deel 2 van bijlage I.

▼M1 —————

▼B

5.  Vrijstellingen kunnen worden verleend met betrekking tot herwaarderingsaanpassingen.

a) Zonder afbreuk te doen aan lid 1, kunnen NCB’s aan geldmarktfondsen vrijstellingen verlenen met betrekking tot de rapportage van herwaarderingsaanpassingen, waarmee de geldmarktfondsen ontheven worden van elke verplichting om herwaarderingsaanpassingen te rapporteren;

b) NCB’s kunnen vrijstellingen verlenen met betrekking tot de frequentie en de uiterste data van de rapportage van prijsherwaarderingen van effecten en deze gegevens op kwartaalbasis verlangen en op dezelfde uiterste data als voor standengegevens die op kwartaalbasis worden gerapporteerd, onder voorwaarde dat voldaan wordt aan de volgende vereisten:

i) met behulp van verschillende waarderingsmethoden verstrekken informatieplichtigen de NCB’s de relevante informatie over waarderingspraktijken, met inbegrip van een kwantitatieve aanduiding van het percentage van hun bezit aan deze instrumenten;

ii) in geval van een aanzienlijke prijsherwaardering, hebben NCB’s het recht informatieplichtigen te verzoeken aanvullende informatie te verstrekken over de maand waarin deze ontwikkeling zich voordeed.

c) NCB’s kunnen aan kredietinstellingen die de maandelijkse standen van effecten effectgewijs rapporteren, vrijstellingen verlenen met betrekking tot de rapportage van prijsherwaarderingen van effecten, met inbegrip van het verlenen van volledige vrijstelling van een dergelijke rapportage, met inachtneming van de volgende vereisten:

i) de gerapporteerde informatie omvat, voor elk effect, de boekwaarde ervan op de balans;

ii) voor effecten zonder publiekelijk toegankelijke identificatiecodes, omvat de gerapporteerde informatie gegevens over de instrumentcategorie, looptijd en emittent die ten minste voldoende zijn om de in deel 5 van bijlage I als „minimumvereisten” aangegeven uitsplitsingen af te leiden.

6.  Vrijstellingen kunnen worden verleend met betrekking tot de statistische rapportage van leningen die worden afgestoten door middel van een securitisatie.

Aan MFI’s die de IAS 39 of gelijksoortige nationale administratieve regels toepassen, kan door hun NCB toestemming worden verleend om eventuele door middel van een securitisatie afgestoten leningen niet op te nemen in de door deel 2 en 3 van bijlage I vereiste standen overeenkomstig hun nationale praktijk, mits deze praktijk door alle ingezeten MFI’s wordt gevolgd.

7.  Vrijstellingen kunnen worden verleend met betrekking tot bepaalde kwartaalstanden die betrekking hebben op niet tot de eurozone behorende lidstaten.

Indien op een hoger aggregatieniveau verzamelde cijfers niet-significante posities tonen ten aanzien van in een lidstaat ingezeten tegenpartijen of ten aanzien van de munteenheid van een lidstaat die de euro niet heeft aangenomen, kan een NCB besluiten geen rapportage met betrekking tot die lidstaat te verlangen. De NCB stelt haar informatieplichtigen van een dergelijk besluit in kennis.

Artikel 9

Minimumnormen en nationale rapportageprocedures

1.  De vereiste statistische gegevens worden gerapporteerd met inachtneming van de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, conceptuele naleving en herzieningen, zoals vastgelegd in bijlage IV.

2.  De NCB’s definiëren en passen de door de werkelijke populatie van informatieplichtigen te volgen rapportageprocedures toe overeenkomstig nationale kenmerken. De NCB’s verzekeren dat deze rapportageprocedures de vereiste statistische gegevens opleveren en een nauwkeurige controle mogelijk maken van de naleving van de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, conceptuele naleving en herzieningen zoals vastgelegd in bijlage IV.

Artikel 10

Fusies, splitsingen en reorganisaties

Inzake een fusie, een splitsing of een andere reorganisatie die van invloed kan zijn op de naleving van statistische verplichtingen, stelt de betreffende informatieplichtige, zodra het voornemen tot het uitvoeren van een dergelijke operatie openbaar geworden is en tijdig voor de effectuering ervan, de betreffende NCB in kennis van de voorgenomen procedures ter nakoming van de in deze verordening neergelegde statistische rapportageverplichtingen.

Artikel 11

Gebruik van de gerapporteerde statistische informatie ten behoeve van reserveverplichtingen

1.  De conform deze verordening door kredietinstellingen gerapporteerde statistische informatie wordt door iedere kredietinstelling gebruikt voor het berekenen van haar reservebasis overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9). Meer in het bijzonder wordt deze informatie door de afzonderlijke kredietinstellingen gebruikt om te verifiëren of voor de desbetreffende reserveperiode aan de reserveverplichting is voldaan.

2.  De gegevens over de reservebasis betreffende drie reserveperiodes voor de kleine instellingen die bij de zogenaamde „cutting-off-the-tail”-procedure zijn betrokken, worden gebaseerd op gegevens over de stand van zaken aan het einde van elk kwartaal zoals die door de NCB’s zijn verzameld binnen achtentwintig werkdagen na het einde van het kwartaal waarop ze betrekking hebben.

3.  De speciale regels die gelden voor de toepassing van de reserveverplichtingen van de ECB en zijn neergelegd in bijlage III, hebben in geval van strijdigheid voorrang op de bepalingen van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9).

4.  Om het liquiditeitenbeheer van de ECB en de kredietinstellingen te vergemakkelijken, worden reserveverplichtingen uiterlijk op de eerste dag van de reserveperiode bevestigd; echter, bij uitzondering kan het nodig worden dat kredietinstellingen herzieningen van de reservebasis of van bevestigde reserveverplichtingen rapporteren. De procedures voor bevestiging of aanvaarding van reserveverplichtingen laten de verplichting van informatieplichtigen onverlet om altijd correcte statistische informatie te rapporteren en eventueel reeds gerapporteerde onjuiste statistische informatie zo snel mogelijk te herzien.

Artikel 12

Verificatie en gedwongen verzameling

Het recht tot verificatie of verzameling van de gegevens die door informatieplichtigen overeenkomstig deze verordening moeten worden verstrekt, wordt uitgeoefend door de NCB’s, onverminderd de bevoegdheid van de ECB om dit recht zelf uit te oefenen. De NCB’s oefenen dit recht met name uit wanneer een instelling die onderdeel uitmaakt van de werkelijke populatie van informatieplichtigen, niet voldoet aan de minimumnormen voor transmissie, nauwkeurigheid, conceptuele naleving en herzieningen, zoals gespecificeerd in bijlage IV.

Artikel 13

Eerste rapportage

1.  De eerste rapportage uit hoofde van deze verordening gaat van start met gegevens voor juni 2010, met alleen voor tabel 5 met inbegrip van gegevens die teruggaan tot december 2009.

2.  De eerste rapportage uit hoofde van deze verordening met betrekking tot cellen die corresponderen met gesyndiceerde leningen in tabel 1 van deel 2 van bijlage I, gaat van start met gegevens voor december 2011.

3.  De eerste rapportage uit hoofde van deze verordening inzake cellen in tabel 3 van deel 3 van bijlage I met betrekking tot de lidstaten die de euro hebben aangenomen, gaat van start met de eerste kwartaalgegevens na de datum waarop zij de euro hebben aangenomen.

4.  De eerste rapportage uit hoofde van deze verordening inzake de cellen in de tabellen 3 en 4 van deel 3 van bijlage I met betrekking tot de lidstaten die de euro nog niet hebben aangenomen, begint met de eerste kwartaalgegevens na de datum van hun toetreding tot de Europese Unie. Indien de betrokken NCB besluit de eerste rapportage van niet-significante gegevens niet te verlangen, te beginnen met de eerste kwartaalgegevens na de datum van toetreding tot de Europese Unie van de betrokken lidstaat of lidstaten, begint de rapportage twaalf maanden nadat de NCB de informatieplichtigen ervan in kennis heeft gesteld dat gegevens vereist worden.

Artikel 14

Intrekking

1.  Verordening (EG) nr. 2423/2001 (ECB/2001/13) wordt met ingang van 1 juli 2010 ingetrokken.

2.  Verwijzingen naar de ingetrokken verordening moeten worden gelezen als verwijzingen naar deze verordening overeenkomstig de concordantietabel in bijlage V.

Artikel 15

Slotbepaling

Deze Verordening treedt in werking op de twintigste dag na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Ze is van toepassing vanaf 1 juli 2010.




BIJLAGE I

MONETAIRE FINANCIËLE INSTELLINGEN EN STATISTISCHE RAPPORTAGEVEREISTEN

Inleiding

Het statistische stelsel voor de deelnemende lidstaten betreffende de balans van de sector monetaire financiële instellingen (MFI’s) omvat de volgende twee hoofdelementen:

a) een lijst van MFI’s voor statistische doeleinden (zie deel 1 voor de identificatie van bepaalde MFI’s), en

b) een specificatie van de statistische gegevens die door deze MFI’s maandelijks, driemaandelijks en jaarlijks worden gerapporteerd (zie deel 2, 3, 4, 5, 6 en 7).

Teneinde volledige informatie te verkrijgen betreffende de balans van MFI’s, is het ook nodig bepaalde rapportageverplichtingen op te leggen aan overige financiële intermediairs met uitzondering van verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen („OFI’s”), wat betreft hun financiële activiteiten met aandelen/participaties in geldmarktfondsen. Deze statistische gegevens worden van de MFI’s en van OFI’s verzameld door de nationale centrale banken (NCB’s), overeenkomstig deel 2 en conform nationale regelingen op basis van geharmoniseerde definities en classificaties zoals beschreven in artikel 1 en bijlage II.

De geldvoorraad omvat de in omloop zijnde bankbiljetten en munten en andere monetaire verplichtingen (deposito’s en andere financiële instrumenten die nauwe substituten zijn voor deposito’s) van MFI’s. De tegenposten van de geldhoeveelheid omvatten alle andere balansposten van de MFI’s. De ECB stelt eveneens financiële transacties samen afgeleid van de standen en andere gegevens, waaronder door de MFI’s gerapporteerde gegevens betreffende herwaarderingsaanpassingen (zie deel 5).

De door de ECB vereiste statistische gegevens worden samengevat in deel 8.

DEEL I

Identificatie van bepaalde MFI’s

Sectie 1: Identificatie van bepaalde MFI’s gebaseerd op beginselen van vervangbaarheid van deposito’s

1.1. Financiële instellingen met uitzondering van kredietinstellingen die financiële instrumenten uitgeven die worden beschouwd als nauwe substituten voor deposito’s, worden ingedeeld als MFI’s mits ze in overige opzichten voldoen aan de definitie van een MFI. De indeling is gebaseerd op de criteria van vervangbaarheid van deposito’s (d.w.z. of passiva worden ingedeeld als deposito’s) hetgeen wordt bepaald aan de hand van hun liquiditeit, waarbij aspecten van overdraagbaarheid, convertibiliteit, zekerheid en verhandelbaarheid worden betrokken en waarbij, waar passend, ook de oorspronkelijke looptijd wordt meegenomen.

Deze criteria voor de vervangbaarheid van deposito’s worden ook toegepast om te bepalen of passiva dienen te worden ingedeeld als deposito’s, tenzij er een aparte categorie voor dergelijke passiva is.

1.2. Zowel ten aanzien van de definiëring van de mate waarin financiële instrumenten substituten kunnen vormen voor deposito’s, als ten aanzien van het indelen van passiva als deposito’s, geldt het volgende:

 overdraagbaarheid heeft betrekking op de mate waarin de in de vorm van financiële instrumenten aangehouden gelden kunnen worden gemobiliseerd door middel van betalingsfaciliteiten, zoals cheques, overschrijvingen, incasso’s of vergelijkbare middelen,

 convertibiliteit heeft betrekking op de mate waarin financiële instrumenten kunnen worden omgezet in baar geld of overdraagbare deposito’s, alsmede op de daaraan verbonden kosten; het verlies van fiscale voordelen bij een dergelijke omzetting kan worden beschouwd als een boete die de mate van liquiditeit vermindert,

 zekerheid heeft betrekking op de mate waarin de kapitaalwaarde van een financieel instrument in de nationale munteenheid van tevoren precies bekend is, en

 op een gereguleerde markt genoteerde en regelmatig verhandelde effecten worden als verhandelbaar beschouwd. Voor participaties in open-end collectieve beleggingsinstellingen bestaat geen markt in de gebruikelijke betekenis van het woord. Desalniettemin kennen beleggers de dagelijkse notering van deze instrumenten en kunnen zij tegen deze koers gelden opnemen.

▼M1

Sectie 2:     Beschrijving van de identificatiecriteria voor MMF’s

Voor de toepassing van artikel 1 bis van deze verordening:

a) wordt het geldmarktinstrument geacht een hoge kredietkwaliteit te hebben, indien elk erkend ratingbureau dat het instrument heeft beoordeeld, er één van de twee hoogste beschikbare kortetermijnkredietbeoordelingen aan heeft toegekend of, indien het instrument niet is beoordeeld, het een gelijkwaardige kwaliteit heeft zoals bepaald door het interne ratingproces van de beheermaatschappij. Indien een erkend ratingbureau zijn hoogste kortetermijnbeoordeling in twee categorieën verdeelt, worden deze twee ratings als één enkele categorie beschouwd en daarmee als de hoogste beschikbare rating;

b) als uitzondering op het vereiste in punt a) mag het geldmarktfonds overheidsemissies aanhouden met ten minste de rating „investeringswaardig”, waarbij „overheidsemissie” betekent geldmarktinstrumenten die zijn uitgegeven of gegarandeerd door een centrale, regionale of lokale overheid of centrale bank van een lidstaat, de ECB, de Europese Unie of de Europese Investeringsbank;

c) bij het berekenen van de WAL voor effecten, met inbegrip van gestructureerde financiële instrumenten, wordt de berekening van de looptijd gebaseerd op de resterende looptijd tot de wettelijke aflossing van de instrumenten. Wanneer in een financieel instrument een put-optie is besloten, mag in plaats van de wettelijke resterende looptijd de uitoefeningsdatum van de put-optie worden gebruikt, echter alleen indien te allen tijde aan de volgende voorwaarden is voldaan:

 de beheermaatschappij kan de put-optie vrijelijk uitoefenen op de uitoefeningsdatum ervan;

 de uitoefenprijs van de put-optie blijft dichtbij de verwachte waarde van het instrument op de eerstvolgende uitoefeningsdatum;

 de beleggingsstrategie van het MMF houdt in dat de waarschijnlijkheid hoog is dat de optie op de eerstvolgende uitoefeningsdatum zal worden uitgeoefend;

d) bij het berekenen van zowel de WAL als de WAM wordt rekening gehouden met het effect van financiële derivaten, deposito’s en efficiënte technieken voor portefeuillebeheer;

e) „gewogen gemiddelde looptijd” (WAM): een maat voor de gemiddelde tijd tot de vervaldag van alle onderliggende effecten in het fonds, zodanig gewogen dat de relatieve deelneming in elk instrument wordt weerspiegeld, onder de aanname dat de looptijd van een instrument met variabele rente de resterende tijd is tot de eerstvolgende renteherziening aan de geldmarktrente, in plaats van de tijd die resteert tot de hoofdsom van het effect moet worden terugbetaald. In de praktijk wordt de WAM gebruikt om de gevoeligheid van een MMF voor veranderende geldmarktrentes te meten;

f) „gewogen gemiddelde resterende looptijd” (WAL): het gewogen gemiddelde van de resterende looptijd van elk in het fonds aangehouden effect, d.w.z. de tijd totdat de hoofdsom volledig wordt terugbetaald, zonder rente in aanmerking te nemen en zonder discontering. In tegenstelling tot de berekening van de WAM, staat de berekening van de WAL voor effecten met variable rente en gestructureerde financiële instrumenten het niet toe renteherzieningsdatums te gebruiken en wordt in plaats daarvan alleen de gestelde eindvervaldatum van een effect gebruikt. WAL wordt gebruikt om het kredietrisico te meten, aangezien het kredietrisico hoger is naarmate de terugbetaling van de hoofdsom langer wordt uitgesteld. WAL wordt ook gebruikt om het liquiditeitsrisico te beperken;

g) „geldmarktinstrumenten”: instrumenten die normaal worden verhandeld op de geldmarkt, die liquide zijn en een waarde hebben die op elk moment nauwkeurig kan worden bepaald;

h) „beheermaatschappij”: een maatschappij waarvan de normale werkzaamheden bestaan in het beheren van de portefeuille van een MMF.

▼B

DEEL 2

Balans (maandelijkse standen)

Voor de samenstelling van monetaire aggregaten en tegenposten voor het grondgebied van de deelnemende lidstaten, vereist de ECB de volgende gegevens in tabel 1:

1.   Instrumentcategorieën

a)   Passiva

De relevante instrumentcategorieën zijn: chartale geldomloop, depositoverplichtingen, aandelen/participaties in geldmarktfondsen, uitgegeven schuldbewijzen, kapitaal en reserves en overige passiva. Om monetaire en niet-monetaire passiva van elkaar te scheiden, worden depositoverplichtingen ook uitgesplitst in girale deposito’s, deposito’s met vaste looptijd, deposito’s met opzegtermijn en retrocessieovereenkomsten (repo’s). Zie de definities in bijlage II.

b)   Activa

De relevante instrumentcategorieën zijn: kasmiddelen, leningen, effecten met uitzondering van aandelen, aandelen/participaties in geldmarktfondsen, aandelen en overige deelnemingen, vaste activa en overige activa. Zie de definities in bijlage II.

2.   Uitsplitsing naar looptijd

Oorspronkelijke looptijdbegrenzingen treden in de plaats van een uitsplitsing naar instrument in die gevallen waarin financiële instrumenten in de verschillende markten niet geheel vergelijkbaar zijn.

a)   Passiva

De grenzen voor de looptijd (of opzegtermijn) zijn als volgt vastgesteld: voor deposito’s met vaste looptijd op een oorspronkelijke looptijd van één jaar en van twee jaar; en voor deposito’s met opzegtermijn, op een opzegtermijn van drie maanden en twee jaar. Repo’s worden niet naar looptijd uitgesplitst, aangezien het hier doorgaans om instrumenten met een zeer korte looptijd gaat (meestal minder dan drie maanden). Voor door MFI’s uitgegeven schuldbewijzen worden de looptijdgrenzen uitgesplitst naar één en twee jaar. Voor door geldmarktfondsen uitgegeven aandelen/participaties is geen uitsplitsing naar looptijd vereist.

b)   Activa

De grenzen voor de looptijd liggen: op looptijdklassen van één en vijf jaar voor MFI-leningen aan ingezetenen (met uitzondering van MFI’s en overheid) van de deelnemende lidstaten uitgesplitst naar subsector en verder voor MFI-leningen aan huishoudens uitgesplitst naar doel; en op looptijdklassen van één en twee jaar voor door MFI’s aangehouden schuldbewijzen die zijn uitgegeven door overige MFI’s die in de deelnemende lidstaten gevestigd zijn, om saldering van het onderling MFI-bezit van dit instrument mogelijk te maken bij het berekenen van de monetaire aggregaten.

3.   Uitsplitsing naar doel en afzonderlijke identificatie van leningen aan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid

Leningen aan huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens worden verder uitgesplitst naar doel van de lening (consumptief krediet, lening voor huisaankoop, overige kredietverlening). Binnen de categorie „overige kredietverlening”, worden leningen verleend aan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid afzonderlijk aangegeven (zie definities van instrumentcategorieën in deel 2 van bijlage II en definities van sectoren in deel 3 van bijlage II). NCB’s kunnen afzien van het vereiste van afzonderlijke identificatie van leningen aan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid indien dergelijke leningen minder dan 5 % uitmaken van de totale kredietverlening aan huishoudens in de deelnemende lidstaat.

4.   Uitsplitsing naar valuta

Voor balansposten die gebruikt kunnen worden in de samenstelling van monetaire aggregaten, moeten in euro luidende tegoeden apart worden opgenomen zodat de ECB de keuze heeft monetaire aggregaten te definiëren in termen van tegoeden luidende in alle valuta’s of alleen in euro.

5.   Uitsplitsing naar tegenpartijsector en ingezetenschap

5.1. Voor het berekenen van monetaire aggregaten en tegenposten die de deelnemende lidstaten omvatten, moet worden vastgesteld welke tegenpartijen die deel uitmaken van de geldaanhoudende sector, op het grondgebied van de deelnemende lidstaten zijn gevestigd. Hiertoe worden, overeenkomstig het ESR 95 (zie bijlage II, deel 3), de tegenpartijen die geen MFI zijn, onderverdeeld in overheid (S.13), waarbij de centrale overheid (S.1311) bij totale depositoverplichtingen apart wordt onderscheiden, en de sectoren van overige ingezetenen. Om de monetaire aggregaten en krediettegenposten maandelijks naar sector te kunnen uitsplitsen, worden de sectoren van overige ingezetenen verder uitgesplitst in de volgende subsectoren: overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123 + S.124), verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125), niet-financiële ondernemingen (S.11) en huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15). Voor eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid zie afdeling 3. Ten aanzien van totale deposito’s en de depositocategorieën „deposito’s met een vaste looptijd van langer dan twee jaar”, „deposito’s met een opzegtermijn van langer dan twee jaar” en „repo’s” wordt, met het oog op de minimumreserveverplichtingen van de ECB, een extra onderscheid gemaakt tussen kredietinstellingen, andere MFI-tegenpartijen en centrale overheid.

5.2. Met betrekking tot totale depositoverplichtingen, depositoverplichtingen met een looptijd tot twee jaar en de activacategorie „effecten met uitzondering van aandelen”, wordt een extra onderscheid gemaakt voor tegenpartijen die lege financiële instellingen zijn.

5.3. Bepaalde deposito’s/leningen voortvloeiend uit repo’s/repotransacties met wederverkoopverplichting of soortgelijke transacties met „overige financiële bemiddelaars (S. 123) + financiële hulpbedrijven (S. 124)” kunnen betrekking hebben op transacties met een centrale tegenpartij. Een centrale tegenpartij is een entiteit die zichzelf juridisch tussen tegenpartijen plaatst bij contracten die op financiële markten worden verhandeld, en daarbij de koper wordt voor elke verkoper en de verkoper voor elke koper. Omdat dergelijke transacties vaak substituten zijn voor bilaterale zakelijke transacties tussen MFI’s, wordt binnen de depositocategorie „repo-overeenkomsten” een extra onderscheid gemaakt met betrekking tot zakelijke transacties die gedaan worden met deze tegenpartijen. Evenzo wordt binnen de activacategorie „leningen” een extra onderscheid gemaakt met betrekking tot repo-overeenkomsten met wederinkoop met deze tegenpartijen.

5.4. Tegenpartijen die in de eigen lidstaat en in de overige deelnemende lidstaten gevestigd zijn, worden afzonderlijk aangegeven en in alle statistische uitsplitsingen op dezelfde manier behandeld. De buiten het grondgebied van de deelnemende lidstaten gevestigde tegenpartijen hoeven niet geografisch te worden uitgesplitst. Tegenpartijen die op het grondgebied van de deelnemende lidstaten zijn gevestigd, worden omschreven aan de hand van hun nationale sector of institutionele classificatie conform de lijst van MFI’s voor statistische doeleinden en het ECB Sectorhandboek ( 13 ), dat classificatieprincipes volgt die, voor zover mogelijk, overeenkomen met het ESR 95.

5.5. In het geval van aandelen/participaties in geldmarktfondsen uitgegeven door MFI’s van de deelnemende lidstaten, rapporteren informatieplichtigen ten minste gegevens betreffende het ingezetenschap van de houders uitgesplitst naar „binnenland/overige deelnemende lidstaten/rest van de wereld” opdat bezittingen van niet-ingezetenen van de deelnemende lidstaten buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Wat betreft aandelen/participaties op naam rapporteren de emitterende geldmarktfondsen of de bevoegde vertegenwoordigers ervan op de maandelijkse balans gegevens betreffende de uitsplitsing naar ingezetenschap van de houders van door hen uitgegeven aandelen/participaties. Wat betreft aandelen/participaties aan toonder rapporteren informatieplichtigen gegevens betreffende de uitsplitsing naar ingezetenschap van de houders van aandelen/participaties in geldmarktfondsen overeenkomstig de door de betreffende NCB in samenspraak met de ECB besloten aanpak. Dit vereiste beperkt zich tot één van de volgende keuzemogelijkheden, of een combinatie daarvan, afhankelijk van de organisatie van de betrokken markten en de nationale wettelijke regelingen in de betrokken lidstaat. Dit vereiste zal periodiek door de NCB worden gecontroleerd.

a) Emitterende geldmarktfondsen:

Emitterende geldmarktfondsen of de bevoegde vertegenwoordigers ervan rapporteren gegevens inzake de uitsplitsing naar ingezetenschap van de houders van door hen uitgegeven aandelen/participaties. Die informatie kan afkomstig zijn van de gevolmachtigde die de aandelen/participaties distribueert, of van een andere entiteit die bij de emissie, wederinkoop of overdracht van de aandelen/participaties betrokken is.

b) MFI’s en OFI’s als bewaarnemers van aandelen/participaties in geldmarktfondsen:

Als informatieplichtigen rapporteren MFI’s en OFI’s die optreden als bewaarnemers van aandelen/participaties in geldmarktfondsen gegevens inzake de uitsplitsing naar ingezetenschap van de houders van door ingezeten geldmarktfondsen uitgegeven aandelen/participaties die in bewaarneming zijn gegeven namens de houder of een andere intermediair die eveneens optreedt als bewaarnemer. Deze optie is van toepassing indien i) de bewaarnemer een onderscheid maakt tussen de aandelen/participaties in geldmarktfondsen die namens houders in bewaring worden gehouden en die deze namens andere bewaarnemers in bewaring worden gehouden; en ii) de meeste aandelen/participaties in geldmarktfondsen in bewaring zijn gegeven bij binnenlandse ingezeten instellingen die zijn ingedeeld als financiële intermediairs (MFI’s of OFI’s).

c) MFI’s en OFI’s als informatieverstrekkers betreffende transacties van ingezetenen met niet-ingezetenen inzake aandelen/participaties van een ingezeten geldmarktfonds:

Als informatieplichtigen rapporteren MFI’s en OFI’s die optreden als informatieverstrekkers betreffende transacties van ingezetenen met niet-ingezetenen inzake aandelen/participaties van een ingezeten geldmarktfonds gegevens inzake de uitsplitsing naar ingezetenschap van de houders van door ingezeten geldmarktfondsen uitgegeven aandelen/participaties die zij verhandelen namens de houder of een andere intermediair die eveneens bij de transactie betrokken is. Deze optie is van toepassing indien i) de dekking van de rapportage volledig is, d.w.z. zij bestrijkt nagenoeg alle transacties die de informatieplichtigen hebben uitgevoerd; ii) betreffende aan- en verkooptransacties met niet-ingezetenen van de deelnemende lidstaten nauwkeurige gegevens worden verstrekt; iii) de marge tussen de uitgifteprijs en de terugbetalingsprijs, exclusief kosten, van dezelfde aandelen/participaties minimaal is, en iv) het bedrag aan door ingezeten geldmarktfondsen uitgegeven aandelen/participaties die worden gehouden door niet-ingezetenen van de deelnemende lidstaten, laag is.

d) Indien opties a) tot en met c) niet van toepassing zijn, rapporteren de informatieplichtigen, met inbegrip van MFI’s en OFI’s, de relevante gegevens op basis van de beschikbare informatie.

Tabel 1

Maandelijkse standen (13) 



BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de wereld

D.  Niet toe te rekenen

MFI's (3)

Niet-MFI's

MFI's (3)

Niet-MFI's

Totaal

Banken

Niet-banken

 

Krediet-instellingen

waarvan: reserveplichtige krediet-instellingen, ECB en NCB's

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

 

Krediet-instellingen

waarvan: reserveplichtige krediet-instellingen, ECB en NCB's

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

 

waarvan: centrale tegenpartijen (4)

waarvan: lege financiële instellingen

 

waarvan: centrale tegenpartijen (4)

waarvan: lege financiële instellingen

(a)

 

(b)

(c)

(d)

(e)

(f)

 
 

(g)

(h)

(i)

(j)

 

(k)

(l)

(m)

(n)

(o)

 
 

(p)

(q)

(r)

(s)

 
 

(t)

PASSIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

8.  Geld in omloop

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.  Deposito's

*

 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 

*

 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 

*

 
 
 

— tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

— langer dan één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan girale deposito's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan gesyndiceerde leningen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9e  Euro

*

 

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

 

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.1e  Onmiddellijk opvraagbaar

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan girale deposito's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.2e  Met vaste looptijd

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 
 
 

9.3e  Met opzegtermijn

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot drie maanden

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan drie maanden

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan langer dan twee jaar (2)

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 
 
 

9.4e  Repo's

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 
 
 

9x  Vreemde valuta's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.1x  Onmiddellijk opvraagbaar

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.2x  Met vaste looptijd

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 
 
 

9.3x  Met opzegtermijn

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot drie maanden

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan drie maanden

 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

*

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan langer dan twee jaar (2)

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 
 
 

9.4x  Repo's

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 

*

*

*

*

 
 
 
 
 
 

*

 
 
 

10.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen (3)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

11.  Uitgegeven schuldbrieven

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

11e.  Euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

— tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

— langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

— langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan tot twee jaar en nominale kapitaalgarantie van minder dan 100 %

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

11x.  Vreemde valuta's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

— tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

— langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

— langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan tot twee jaar en nominale kapitaalgarantie van minder dan 100 %

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

12.  Kapitaal en reserves

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

13.  Overige passiva

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Tabel 1. Passiva



BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de wereld

D.  Niet toe te rekenen

MFI's

Niet-MFI's

MFI's

Niet-MFI's

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

 

waarvan: centrale tegenpartijen (4)

waarvan: lege financiële instellingen

Totaal

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

 

waarvan: centrale tegenpartijen (4)

waarvan: lege financiële instellingen

Totaal

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

 

waarvan: Eenmansz./personenven. zonder rechtsp. (5)

 

waarvan: Eenmansz./ personenven. zonder rechtsp (5)

ACTIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.  Kasmiddelen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1e  waarvan euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.  Leningen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

— tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

— langer dan één en tot vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

— langer dan vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: gesyndiceerde leningen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: repo's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2e  waarvan euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan faciliteitskrediet op creditkaarten

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan verruimd krediet op creditkaarten

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3.  Effecten met uitzondering van aandelen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3e  Euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3x  Vreemde valuta's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

5.  Aandelen en overige deelnemingen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

6.  Vaste activa

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

7.  Overige activa

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Tabel 1. Activa

(1)   Met een * gemerkte cellen worden gebruikt bij de berekening van de reservebasis. Wat betreft schuldbewijzen, moeten kredietinstellingen ofwel het bewijs van de passiva leveren om vrijgesteld te worden van de reservebasis ofwel een genormaliseerd bedrag aftrekken ter grootte van een door de ECB gespecificeerd percentage. De cellen met dunne randen worden uitsluitend gerapporteerd door reserveplichtige kredietinstellingen. Zie ook speciale regels inzake de toepassing van reserveverplichtingen in bijlage III.

(2)   De rapportage van deze post is tot nader order vrijwillig.

(3)   Voor gegevens in deze post kunnen verschillende statistische verzamelingsprocedures van toepassing zijn, zoals besloten door een NCB overeenkomstig de regels in deel 2 van bijlage I.

(4)   Centrale tegenpartijen.

(5)   Eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

DEEL 3

Balans (kwartaalstanden)

Voor de nadere analyse van monetaire ontwikkelingen en voor andere statistische doeleinden, vereist de ECB het volgende ten aanzien van sleutelposten:

1. Uitsplitsing naar subsector, looptijd en onderpand voor onroerend goed van kredieten aan niet-MFI’s van de deelnemende lidstaten (zie tabel 2).

Dit is vereist om de volledige subsector- en looptijdenstructuur van de algehele kredietverlening van MFI’s (leningen en effecten) ten opzichte van de geldaanhoudende sector te kunnen volgen. Voor niet-financiële vennootschappen en huishoudens zijn verdere „waarvan” posities vereist die de leningen aangeven die gegarandeerd worden door een onroerend onderpand.

Voor in euro luidende leningen met een oorspronkelijke looptijd langer dan één jaar en langer dan twee jaar ten opzichte van niet-financiële vennootschappen en huishoudens zijn verdere „waarvan” posities vereist voor bepaalde overige looptijden en renteherzieningsperioden (zie tabel 2). Onder een renteherziening wordt verstaan een wijziging in de rentevoet van een lening die is voorzien in de actuele leenovereenkomst. Tot leningen die onderhevig zijn aan renteherziening, behoren onder andere leningen met rentevoeten die periodiek worden herzien in overeenstemming met de ontwikkeling van een index (bv. Euribor), leningen met rentevoeten die voortdurend worden herzien (variabele rente), en leningen met rentevoeten die kunnen worden herzien wanneer de MFI dit aangewezen acht.

2. Uitsplitsing naar subsector van MFI-depositoverplichtingen aan overheden (met uitzondering van centrale overheden) van de deelnemende lidstaten (zie tabel 2).

Dit is vereist als aanvullende informatie bij de maandelijkse rapportage.

3. Sectorale uitsplitsing van balansposities met betrekking tot tegenpartijen van buiten de deelnemende lidstaten (niet-deelnemende lidstaten en de rest van de wereld) (zie tabel 2).

De sectorindeling overeenkomstig het Systeem van Nationale Rekeningen („SNR 93”) is van toepassing indien het ESR 95 niet van kracht is.

4. Uitsplitsing naar land (zie tabel 3).

Deze uitsplitsing is vereist voor de verdergaande analyse van monetaire ontwikkelingen, en eveneens ten behoeve van de overgangsbepalingen en voor de kwaliteitscontrole.

5. Uitsplitsing naar valuta (zie tabel 4).

Deze uitsplitsing is nodig voor de berekening van voor wisselkoerswijzigingen gecorrigeerde transacties voor monetaire aggregaten en tegenposten, in die gevallen waarin deze aggregaten alle valuta’s omvatten.



Tabel 2

Kwartaalstanden (sectorale uitsplitsing)

BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de wereld

Niet-MFI's

Niet-MFI's

Totaal

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

 

Banken

Niet-banken

Totaal

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Totaal

Centrale overheid (S.1311)

Overige overheid

Totaal

Overige financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Overheid

Overige ingezeten sectoren

Totaal

Deel-staat-overheid (S.1312)

Lokale overheid (S.1313)

Sociale verzekerings-instellingen (S.1314)

Totaal

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

Totaal

Deel-staat-overheid (S.1312)

Lokale overheid (S.1313)

Sociale verzekerings-instellingen (S.1314)

Totaal

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

 

Onderpand in de vorm van onroerend goed

PASSIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

8.  Geld in omloop

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.  Deposito's

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

9.1.  Onmiddellijk opvraagbaar

 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.2.  Met vaste looptijd

 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.3.  Aflosbaar met opzegging

 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.4.  Repo's

 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

M

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

10.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

11.  Uitgegeven schuldbrieven

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

12.  Kapitaal en reserves

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

13.  Overige passiva

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

ACTIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.  Kasmiddelen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.  Leningen

M

 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

M

M

 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2e  Euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Leningen met een oorspronkelijke looptijd langer dan één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: leningen met een resterende looptijd korter of gelijk aan één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: leningen met een resterende looptijd langer dan één 1 jaar en met een renteherziening in de komende 12 maanden

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Leningen met een oorspronkelijke looptijd langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: leningen met een resterende looptijd korter of gelijk aan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: Leningen met een resterende looptijd langer dan twee jaar en met een renteherziening in de komende 24 maanden

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3.  Effecten m.u.v. aandelen

M

 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

5.  Aandelen en overige deelnemingen

 
 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

 
 
 

6.  Vaste activa

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

7.  Overige activa

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

Maandelijkse gegevensvereisten, zie tabel 1.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



Tabel 3

Kwartaalstanden (Uitsplitsing naar land)

BALANSPOSTEN

Elke andere deelnemende lidstaat (d.w.z. met uitsluiting van de binnenlandse sector) en elke andere EU lidstaat

Rest van de wereld (behalve EU)

Lidstaat

Lidstaat

Lidstaat

Lidstaat

PASSIVA

 
 
 
 
 

8  Geld in omloop

 
 
 
 
 

9.  Deposito's

 
 
 
 
 

van MFI's

 
 
 
 
 

van niet-MFI's

 
 
 
 
 

10.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 

11.  Uitgegeven schuldbewijzen

 
 
 
 
 

12.  Kapitaal en reserves

 
 
 
 
 

13.  Overige passiva

 
 
 
 
 

ACTIVA

 
 
 
 
 

1.  Kasmiddelen

 
 
 
 
 

2.  Leningen

 
 
 
 
 

aan MFI's

 
 
 
 
 

aan niet-MFI's

 
 
 
 
 

3.  Effecten met uitzondering van aandelen

 
 
 
 
 

uitgegeven door MFI's

 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 

uitgegeven door niet-MFI's

 
 
 
 
 

4.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 

5.  Aandelen en overige deelnemingen

 
 
 
 
 

6.  Vaste activa

 
 
 
 
 

7.  Overige activa

 
 
 
 
 



Tabel 4

Kwartaalstanden (Uitsplitsing naar valuta)

BALANSPOSTEN

Alle valuta's gecombineerd

Euro

EU-valuta's m.u.v. de euro

Valuta's m.u.v. valuta's van EU-lidstaten gecombineerd

Totaal

Valuta van EU-lidstaat

Valuta van EU-lidstaat

Valuta van EU-lidstaat

GBP

Totaal

USD

JPY

CHF

Resterende valuta's gecombineerd

PASSIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.  Deposito's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

A.  Binnenland

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

van MFI's

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

van niet-MFI's

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

B.  Overige deelnemende lidstaten

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

van MFI's

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

van niet-MFI's

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

C.  Rest van de wereld

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één jaar

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

van banken

Q

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

van niet-banken

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

10.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

11.  Uitgegeven schuldbewijzen

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

12.  Kapitaal en reserves

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

13.  Overige passiva

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

ACTIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.  Leningen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

A.  Binnenland

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

aan MFI's

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

aan niet-MFI's

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

B.  Overige deelnemende lidstaten

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

aan MFI's

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

aan niet-MFI's

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

C.  Rest van de wereld

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één jaar

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

aan banken

Q

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

aan niet-banken

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3.  Effecten met uitzondering van aandelen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

A.  Binnenland

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

uitgegeven door MFI's

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

uitgegeven door niet-MFI's

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

B.  Overige deelnemende lidstaten

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

uitgegeven door MFI's

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

uitgegeven door niet-MFI’s

M

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

C.  Rest van de wereld

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

uitgegeven door banken

Q

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

uitgegeven door niet-banken

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

A.  Binnenland

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

B.  Overige deelnemende lidstaten

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

C.  Rest van de wereld

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

5.  + 6. + 7. Overige activa

M

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

Maandelijkse gegevensvereisten, zie tabel 1.

 
 
 
 
 
 
 
 

Q

Driemaandelijkse gegevensvereisten, zie tabel 2.

 
 
 
 
 
 
 
 

DEEL 4

Niet op de balans voorkomende informatie (jaargegevens)

Voor betalingsstatistieken en andere doelen vereist de ECB de volgende twee posten:

1. Aantal overnight depositorekeningen.

Deze post heeft betrekking op het aantal, bij de rapporterende instelling aangehouden overnight depositorekeningen (zie definities van instrumentcategorieën in deel 2 van bijlage II).

2. Aantal overnight depositorekeningen: internet/personal computer (PC)-gekoppeld.

Deze post heeft betrekking op het aantal, bij de rapporterende instelling aangehouden overnight depositorekeningen waartoe de rekeninghouder toegang heeft en die hij elektronisch kan gebruiken via internet- of PC-bankieren met gebruikmaking van specifieke software en specifieke telecommunicatielijnen voor het uitvoeren van betalingen. Overnight deposito’s met toegang tot bankieren via telefoon of mobiele telefoon zijn niet inbegrepen, tenzij ze ook via internet- of PC-bankieren toegankelijk zijn.



Tabel

Jaarlijkse gegevens

NIET-BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de Wereld

D.  Niet toe te rekenen

 

Niet-MFI's

 

Niet-MFI's

 

Niet-banken

 

Niet-MFI's (1)

 
 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal girale onmiddellijk opvraagbare depositorekeningen

 
 
 
 
 
 
 
 

Aantal overdraagbare internet/pc-gekoppelde onmiddellijk opvraagbare depositorekeningen

 
 
 
 
 
 
 
 

(1)   Niet-banken voor de rest van de wereld.

DEEL 5

Rapportage van herwaarderingsaanpassingen voor de samenstelling van transacties

Om transacties met betrekking tot monetaire aggregaten en tegenposten samen te stellen voor het grondgebied van de deelnemende lidstaten, vereist de ECB herwaarderingsaanpassingen met betrekking tot de afboekingen/afwaarderingen van leningen en prijsherwaarderingen van effecten:

1.   Afboekingen/afwaarderingen van leningen

De aanpassing met betrekking tot de afboekingen/afwaarderingen van leningen wordt gerapporteerd om de ECB in staat te stellen financiële transacties samen te stellen uit de in twee opeenvolgende verslagperiodes gerapporteerde standen. De aanpassing geeft eventuele wijzigingen weer in de stand van overeenkomstig deel 2 en 3 gerapporteerde leningen die veroorzaakt worden door de toepassing van afboekingen, met inbegrip van het afboeken van het volledige uitstaande bedrag van een lening (afschrijving). De aanpassing dient ook de wijzigingen in voorzieningen voor leningen weer te geven, indien een NCB besluit dat balansstanden exclusief voorzieningen dienen te worden vermeld. Afboekingen/afwaarderingen die worden geconstateerd bij verkoop of overdracht van de lening aan een derde, worden ook opgenomen, indien identificeerbaar.

De minimumvereisten voor afboeking/afwaardering van leningen zijn uiteengezet in tabel 1A.

2.   Herwaardering van de prijs van effecten

De aanpassing met betrekking tot de prijsherwaardering van effecten heeft betrekking op fluctuaties in de waardering van effecten die het gevolg zijn van een wijziging in de prijs waarvoor effecten worden geboekt of verhandeld. De aanpassing omvat de in de tijd optredende wijzigingen in de waarde van balansstanden op het einde van een periode veroorzaakt door een gewijzigde referentiewaarde waartegen effecten worden geboekt, d.w.z. potentiële winsten/verliezen. Veranderingen in waardering die het gevolg zijn van transacties in effecten, d.w.z. gerealiseerde winsten/verliezen, kunnen er ook in worden opgenomen.

De minimumvereisten voor prijsherwaardering van effecten zijn uiteengezet in tabel 1A.

Voor de passiefzijde van de balans wordt geen minimumrapportageverplichting vastgesteld. Echter, indien door informatieplichtigen op uitgegeven schuldbewijzen toegepaste waarderingspraktijken resulteren in wijzigingen van de standen ervan per periode-ultimo, is het NCB’s toegestaan gegevens betreffende dergelijke wijzigingen te verzamelen. Dergelijke gegevens worden gerapporteerd als „overige herwaarderingsaanpassingen”.

Tabel 1A

Maandelijkse herwaarderingsaanpassingen (18) 



BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de wereld

D.  Niet toe te rekenen

 

MFI's

Niet-MFI's

 

MFI's

Niet-MFI's

 

waarvan reserveplichtige kredietinstellingen, ECB en NCB's

Overheid

Overige ingezeten sectoren

 

waarvan reserveplichtige krediet-instellingen, ECB en NCB's

Overheid

Overige ingezeten sectoren

Centrale overheid

Overige overheid

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzeke-ringsinstel-lingenen pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Centrale overheid

Overige overheid

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzeke-ringsinstel-lingenen pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

PASSIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

8  Geld in omloop

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.  Deposito's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9e  Euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.1e  Onmiddellijk opvraagbaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.2e  Met vaste looptijd

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.3e  Met opzegtermijn

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot drie maanden

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan drie maanden

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.4e  Repo's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.x  Vreemde valuta

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.1x  Onmiddellijk opvraagbaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.2x  Met vaste looptijd

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.3x  Met opzegtermijn

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot drie maanden

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan drie maanden

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

9.4x  Repo's

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

10.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

11.  Uitgegeven schuldbrieven

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

11e  Euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

11x  Vreemde valuta

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

*

12.  Kapitaal en reserves

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

13.  Overige passiva

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Tabel 1A Passiva



BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de wereld

D.  Niet toe te rekenen

MFI's

Niet-MFI's

MFI's

Niet-MFI's

Overheid

Overige ingezeten sectoren

Overheid

Overige ingezeten sectoren

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzeke-ringsinstel-lingen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

 

waarvan: Eenmansz./ personenven. zonder rechtsp. (2)

 

waarvan: Eenmansz./ personenven. zonder rechtsp. (3)

ACTIVA

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.  Kasmiddelen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1e  waarvan euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.  Leningen

MINIMUM

 
 

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

 
 

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: gesyndiceerde leningen

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

 

MINIMUM

 
 
 
 

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

 

MINIMUM

 
 
 
 
 
 

2e  waarvan euro

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3.  Effecten met uitzondering van aandelen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

waarvan: langer dan twee jaar (3)

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

 
 
 
 
 
 
 

MINIMUM

MINIMUM

MINIMUM

 
 
 
 
 
 
 

MINIMUM

 

3e  Euro

(geen cel)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3x  Vreemde valuta

(geen cel)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan twee jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

5.  Aandelen en overige deelnemingen (3)

MINIMUM

 

MINIMUM

 
 
 
 
 
 
 

MINIMUM

 

MINIMUM

 
 
 
 
 
 
 

MINIMUM

 

6.  Vaste activa

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

7.  Overige activa

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Tabel 1A Activa

(1)   Met het woord „MINIMUM” gemarkeerde reeksen worden door MFI's gerapporteerd. NCB's kunnen dit vereiste uitbreiden zodat ook de reeksen die als lege cellen zijn gemarkeerd, worden bestreken (d.w.z. die niet het woord „MINIMUM” bevatten). Lege cellen en cellen met MINIMUM worden door de NCB aan de ECB gerapporteerd. Van de lege cellen met een asterisk aan de passiefzijde wordt aangenomen dat ze nul zijn tenzij er bewijs is van het tegendeel.

(2)   NCB's kunnen MFI's verzoeken deze post elk kwartaal te rapporteren in plaats van elke maand.

(3)   Eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

DEEL 6

Rapportageverplichtingen voor securitisaties en andere overdrachten van leningen

1.   Definities

Voor de toepassing van dit deel betekent „verwijdering uit de balans” de verwijdering van een lening of een deel daarvan uit de overeenkomstig deel 2 en 3 van bijlage I gerapporteerde standen, met inbegrip van de verwijdering ervan vanwege de toepassing van een vrijstelling zoals bedoeld in artikel 8, lid 6.

2.   Algemene vereisten

Gegevens worden gerapporteerd overeenkomstig artikel 7, lid 2, gekwalificeerd door artikel 7, lid 4, waar van toepassing. Alle gegevensposten worden uitgesplitst naar het ingezetenschap en de subsector van de leningnemer zoals aangegeven in de koppen van de kolommen in tabel 5. Leningen die worden afgestoten tijdens de „warehousing” fase in een securitisatie (wanneer de securitisatie nog niet voltooid is omdat effecten of soortgelijke instrumenten nog niet aan investeerders zijn uitgegeven) worden behandeld alsof ze al gesecuritiseerd waren.

3.   Vereisten voor de rapportage van nettostromen van gesecuritiseerde of anderszins overgedragen leningen

3.1. Voor de toepassing van artikel 5, lid 1, berekenen MFI’s de posten in deel 1 en 2 van tabel 5 als nettostromen van gesecuritiseerde leningen of anderszins in de betreffende periode afgestoten leningen min de in de betreffende periode verworven leningen. Leningen die zijn overgedragen aan of verworven van een andere MFI van het eurogebied, en leningen die worden overgedragen als resultaat van een fusie, overname of splitsing waarbij de informatieplichtige is betrokken, worden niet meegenomen in deze berekening.

3.2. De in paragraaf 3.1 bedoelde posten worden als volgt toegerekend aan deel 1 en 2 van tabel 5:

 afstotingen en verwervingen die een effect hebben op de overeenkomstig deel 2 en 3 van bijlage I gerapporteerde standen van leningen, d.w.z. afstotingen die verwijdering uit de balans inhouden, en verwervingen die opname en wederopname op de balans inhouden, worden toegerekend aan deel 1,

 afstotingen en verwervingen die geen effect hebben op de overeenkomstig deel 2 en 3 van bijlage I gerapporteerde standen van leningen, d.w.z. afstotingen die geen verwijdering uit de balans inhouden en verwervingen die geen opname of wederopname op de balans inhouden, worden toegerekend aan deel 2.

3.3. De posten in deel 1 van tabel 5 worden, op maandbasis, verder uitgesplitst naar de tegenpartij bij de leningoverdracht, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen lege financiële instellingen, waarvan ingezeten lege financiële instellingen in het eurogebied, en overige tegenpartijen. Verdere uitsplitsingen naar oorspronkelijke looptijd en doel van de lening zijn op kwartaalbasis vereist voor sommige posten zoals aangegeven in tabel 5b.

4.   Vereisten voor de rapportage van de uitstaande bedragen van in een securitisatie beheerde leningen

4.1. De in artikel 5, lid 2, bedoelde vereisten zijn van toepassing ongeacht of de beheerde leningen of de respectieve rechten inzake beheer op de balans van de informatieplichtige worden opgenomen. De gegevens worden gerapporteerd overeenkomstig deel 3 van tabel 5.

4.2. Met betrekking tot leningen die beheerd worden voor lege financiële instellingen die ingezeten zijn in andere lidstaten van het eurogebied, verschaffen MFI’s verdere uitsplitsingen, door de beheerde leningen als volgt bij elkaar te nemen.

4.3. NCB’s mogen de gegevens van artikel 5, lid 2, of een deel ervan, op een SPV-gewijze basis rapporteren van ingezeten MFI’s die handelen als aanbieders van gesecuritiseerde leningen. Als een NCB meent dat de gegevens van afdeling 4.1 en de uitsplitsingen van afdeling 4.2 op deze SPV-gewijze basis mogen verzameld worden, deelt het de SPV’s mee of, en indien van toepassing, in welke mate de rapportage van de bovenvermelde afdelingen 4.1 en 4.2 vereist is.

5.   Rapportageverplichtingen voor MFI’s die de IAS 39 of soortgelijke nationale administratieve regels toepassen

5.1. MFI’s die de IAS 39 of soortgelijke regels toepassen, rapporteren de per maandultimo uitstaande bedragen van leningen die zijn afgestoten door middel van een securitisatie en niet van de balans zijn verwijderd, overeenkomstig deel 4 van tabel 5.

5.2. MFI’s waarvoor de vrijstelling in artikel 8, lid 6, van toepassing is, rapporteren de aan het einde van het kwartaal uitstaande bedragen van de leningen die zijn afgestoten door middel van een securitisatie en van de balans zijn verwijderd, maar nog steeds worden opgenomen in de jaarrekening overeenkomstig deel 4 van tabel 5.



Tabel 5a

Securitisaties en andere overdrachten van leningen

Maandelijkse gegevens

BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de wereld

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Totaal

Overige overheid'

Total

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Totaal

Overige overheid'

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekerings-instellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

1.  Nettostromen van gesecuritiseerde of anderszins overgedragen leningen: transacties die een effect hebben op gerapporteerde standen van leningen berekend als afstotingen min verwervingen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.1.  Tegenpartij bij de overdracht is een lege financiële instelling

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.1.1.  waarvan tegenpartij bij de overdracht een lege financiële instelling in het eurogebied is

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.2.  overige tegenpartijen bij de overdracht

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.  Nettostromen van gesecuritiseerde of anderszins overgedragen leningen: transacties zonder effect op gerapporteerde standen van leningen berekend als afstotingen min verwervingen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.1.  Alle tegenpartijen bij de overdracht

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3.  Uitstaande bedragen van in een securitisatie beheerde leningen (1)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4.  Uitstaande bedragen van niet van de balans verwijderde gesecuritiseerde leningen (2)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4.1  Totaal

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4.1.1  waarvan gesecuritiseerd via een lege financiële instelling in het eurogebied

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



Tabel 5b

Securitisaties and overige overdrachten van leningen (vervolg)

Kwartaalgegevens

BALANSPOSTEN

A.  Binnenland

B.  Overige deelnemende lidstaten

C.  Rest van de wereld

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Overheid (S.13)

Overige ingezeten sectoren

Totaal

Overige overheid' (S.1312+S.1313+S.1314)

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekeringsinstellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Totaal

Overige overheid (S.1312+S.1313+S.1314)

Totaal

Andere financiële intermediairs + financiële hulpbedrijven (S.123+S.124)

Verzekeringsinstellingen en pensioen-fondsen (S.125)

Niet-financiële ondernemingen (S.11)

Huishoudens + instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15)

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

Consumptief krediet

Leningen voor huisaankoop

Overige kredietverlening

 

Eenmansz./ personenven. zonder rechtsp (3)

 

Eenmansz./ personenven. zonder rechtsp. (3)

1.  Netto stromen van gesecuritiseerde of anderszins overgedragen leningen: transacties die een effect hebben op gerapporteerde standen van leningen berekend als afstotingen min verwervingen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.1.  tegenpartij bij de overdracht is een lege financiële instelling

M

M

 

M

M

M

M

M

M

 

M

M

M

M

M

Doel van de lening

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.1.1.  waarvan met een lege financiële instelling in het eurogebied als tegenpartij bij de overdracht

M

 
 

M

M

M

M

M

M

 

M

M

M

M

M

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1.2.  Overige tegenpartijen bij de overdracht

M

M

 

M

M

M

M

M

M

 

M

M

M

M

M

Doel van de lening

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.  Netto stromen van gesecuritiseerde of anderszins overgedragen leningen: transacties zonder effect op gerapporteerde standen van leningen berekend als afstotingen min verwervingen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

2.1.  Alle tegenpartijen bij de overdracht

M

M

 

M

M

M

M

M

M

 

M

M

M

M

M

3.  Uitstaande bedragen van in een securitisatie beheerde leningen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3.1.  Beheerde leningen: alle lege financiële instellingen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3.1.1  Beheerde leningen: waarvan lege financiële instellingen in het eurogebied

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

tot één jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan één en tot vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

langer dan vijf jaar

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

M

Maandelijkse gegevensvereisten, zie tabel 5a.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

(1)   Deze post is alleen elk kwartaal vereist, zie tabel 5b voor het rapportagekader.

(2)   Wat betreft de in paragraaf 5.2 van deel 6 van bijlage I bedoelde rapportageverplichting wordt alleen de rij „Totaal” gerapporteerd, en alleen per kwartaal.

(3)   Eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

DEEL 7

Vereenvoudigde rapportage voor kleine kredietinstellingen

Kredietinstellingen waarop de in artikel 8, lid 1 onder d), bedoelde vrijstellingen van toepassing zijn, kunnen worden vrijgesteld van de volgende vereisten:

1. De uitsplitsing naar munteenheid bedoeld in paragraaf 4 van deel 2.

2. De afzonderlijke identificatie van:

 balansposities met centrale tegenpartijen zoals bedoeld in paragraaf 5.3 van deel 2,

 gesyndiceerde leningen zoals aangegeven in tabel 1 van deel 2,

 schuldbewijzen met een looptijd tot twee jaar en nominale kapitaalgarantie van minder dan 100 %, zoals aangegeven in tabel 1 van deel 2.

3. De uitsplitsing naar sector bedoeld in paragraaf 3 van deel 3.

4. De uitsplitsing naar land bedoeld in paragraaf 4 van deel 3.

5. De uitsplitsing naar valuta bedoeld in paragraaf 5 van deel 3.

Daarnaast kunnen deze kredietinstellingen voldoen aan de in deel 2, 5 en 6 bedoelde rapportageverplichtingen door gegevens alleen op kwartaalbasis te rapporteren en overeenkomstig de uiterste rapportagedata voor kwartaalstatistieken in artikel 6, lid 3.

DEEL 8

Samenvatting

Samenvatting van uitsplitsingen ten behoeve van de geaggregeerde balans van de MFI-sector ( 25 )



Instrument- en looptijdcategorieën

BALANSPOSTEN

ACTIVA

PASSIVA

1.  Kasmiddelen

2.  Leningen

tot één jaar (1)

langer dan één jaar en tot vijf jaar (1)

langer dan vijf jaar (1)

waarvan: gesyndiceerde leningen

waarvan: repo’s

waarvan onroerend onderpand

waarvan: doorlopende leningen en rekening-courantkredieten (euro)

waarvan: faciliteitskrediet op creditkaarten (euro) waarvan: verruimd krediet op creditkaarten (euro)

waarvan zekerheden in de vorm van onroerend goed (2)

Leningen met een oorspronkelijke looptijd langer dan één jaar (euro)

waarvan: leningen met een resterende looptijd korter dan één jaar

waarvan: leningen met een resterende looptijd langer dan één jaar en met een renteherziening in de komende 12 maanden

Leningen met een oorspronkelijke looptijd langer dan twee jaar (euro)

waarvan: leningen met een resterende looptijd korter dan twee jaar

waarvan: leningen met een resterende looptijd langer dan twee jaar en met een renteherziening in de komende 24 maanden

3.  Effecten met uitzondering van aandelen

tot één jaar (3)

langer dan één jaar en tot vijf jaar (3)

langer dan twee jaar (3)

4.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

5.  Aandelen en overige deelnemingen

6.  Vaste activa

7.  Overige activa

8.  Geld in omloop

9.  Deposito’s

tot één jaar (4)

langer dan één jaar (4)

waarvan overdraagbare deposito’s

waarvan tot twee jaar

waarvan gesyndiceerde leningen

9.1.  Girale deposito’s

waarvan overdraagbare deposito’s

9.2.  Deposito’s met een vaste looptijd

tot één jaar

langer dan één en tot twee jaar

langer dan twee jaar

9.3.  Deposito’s met een opzegtermijn

tot drie maanden

langer dan drie maanden

waarvan langer dan twee jaar (5)

9.4.  Repo-overeenkomsten

10.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

11.  Uitgegeven schuldbrieven

tot één jaar

langer dan één en tot twee jaar

waarvan tot twee jaar en nominale garantie van minder dan 100 %

langer dan twee jaar

12.  Kapitaal en reserves

13.  Overige passiva

NIET-BALANSPOSTEN

Aantal overdraagbare girale depositorekeningen

Aantal overdraagbare internet/PC-gekoppelde girale depositorekeningen



Tegenpartijen en uitsplitsing naar doel

ACTIVA

PASSIVA

A.  Binnenlandse ingezetenen

MFI’s

Niet-MFI’s

Overheid

centrale overheid

deelstaatoverheid

lokale overheid

sociale verzekeringsinstellingen

Overige ingezetenen (6)

overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven (S.123 + S.124) (6)

waarvan: centrale tegenpartijen (2)

waarvan: lege financiële instellingen (2)

verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125) (6)

niet-financiële vennootschappen (S.11)

huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15) (6)

consumptief krediet (2)

leningen voor de aankoop van een huis (2)

overige leningen (2)

waarvan: eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid (2)

A.  Binnenlandse ingezetenen

MFI’s

waarvan: Kredietinstellingen

Niet-MFI’s

Overheid

centrale overheid

overige overheid

deelstaatoverheid

lokale overheid

sociale verzekeringsinstellingen

Overige ingezetenen (6)

overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven (S.123 + S.124) (6)

waarvan: centrale tegenpartijen (2)

waarvan: lege financiële instellingen (2)

verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125)

niet-financiële vennootschappen (S.11) (6)

huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15) (6) (2)

B.  Ingezetenen van de andere lidstaten van het eurogebied

MFI’s

Niet-MFI’s

Overheid

centrale overheid

deelstaatoverheid

lokale overheid

sociale verzekeringsinstellingen

Overige ingezetenen (6)

overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven (S.123 + S.124) (6)

waarvan: centrale tegenpartijen (2)

waarvan: lege financiële instellingen (2)

verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125) (6)

niet-financiële vennootschappen (S.11) (6)

huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk t.b.v. huishoudens (S.14 + S.15) (6)

consumptief krediet (2)

leningen voor de aankoop van een huis

overige leningen (2)

waarvan: eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid (2)

B.  Ingezetenen van de andere lidstaten van het eurogebied

MFI’s

waarvan: Kredietinstellingen

Niet-MFI’s

Overheid

centrale overheid

overige overheid

deelstaatoverheid

lokale overheid

sociale verzekeringsinstellingen

Overige ingezetenen (6)

overige financiële intermediairs en financiële hulpbedrijven (S.123 + S.124) (6)

waarvan: centrale tegenpartijen (2)

waarvan: FVC’s (2)

verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S.125) (6)

niet-financiële vennootschappen (S.11) (6)

huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.14 + S.15) (6) (2)

C.  Ingezetenen van de rest van de wereld

Banken

Niet-banken

Overheid

Overige ingezetenen

C.  Ingezetenen van de rest van de wereld

Banken

Niet-banken

Overheid

Overige ingezetenen

D.  Niet toe te rekenen

D.  Niet toe te rekenen

VALUTA’S

e  euro

x  vreemde valuta’s — valuta’s met uitzondering van de euro (d.w.z. valuta’s van andere lidstaten, USD, JPY, CHF, overige valuta’s) (7)

(1)   Maandelijkse uitsplitsing naar looptijd heeft alleen betrekking op leningen aan de belangrijkste ingezeten sectoren m.u.v. MFI’s en algemene overheid van de deelnemende lidstaten. De overeenkomstige uitsplitsingen naar looptijd voor leningen aan de algemene overheid m.u.v. centrale overheid van de deelnemende lidstaten zijn per kwartaal.

(2)   Voor leningen wordt een verdere uitsplitsing naar doel opgenomen voor de subsector S.14 + S.15. Daarnaast zijn voor een beperkt aantal instrumenten verdere „waarvan posities” voor sommige subsectoren vereist: „waarvan centrale tegenpartijen” en „waarvan lege financiële instellingen” voor de subsector S.123; „waarvan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid” voor leningen aan de subsector S.14; „waarvan onderpand in de vorm van onroerend goed” voor leningen aan de subsectoren S.11 en S.14 + S.15 (alleen kwartaalvereisten).

(3)   Maandelijkse uitsplitsing naar looptijd heeft alleen betrekking op aangehouden effecten uitgegeven door MFI’s die in de deelnemende lidstaten gevestigd zijn. Net als kwartaalgegevens, worden aangehouden effecten uitgegeven door niet-MFI’s in de deelnemende lidstaten opgesplitst in „tot één jaar” en „langer dan één jaar”.

(4)   Alleen ten opzichte van de rest van de wereld.

(5)   De rapportage van de post „deposito’s met een opzegtermijn van meer dan twee jaar” is tot nader order vrijwillig.

(6)   Maandelijkse uitsplitsing per subsector is vereist voor leningen en deposito’s.

(7)   Driemaandelijkse uitsplitsing naar valuta van elke andere Europese Unie lidstaat is alleen vereist voor geselecteerde posten.

Noten




BIJLAGE II

CONSOLIDATIEBEGINSELEN EN DEFINITIES

DEEL 1

Consolidatie voor statistische doeleinden binnen hetzelfde nationale grondgebied

1. Voor elke deelnemende lidstaat bestaat de populatie van informatieplichtigen uit MFI’s die zijn opgenomen in de lijst van MFI’s voor statistische doeleinden en die ingezetenen zijn van de deelnemende lidstaten ( 33 ). Dit zijn:

 instellingen die in het gebied rechtspersoonlijkheid bezitten en aldaar zijn gevestigd, met inbegrip van dochterondernemingen ( 34 ) waarvan de moedermaatschappijen buiten dat gebied zijn gevestigd, en

 bijkantoren van instellingen die hun hoofdkantoor buiten het gebied hebben.

In zogenaamde „offshore” financiële centra gevestigde instellingen worden vanuit statistisch oogpunt behandeld als ingezetenen van het grondgebied waar zij zijn gevestigd.

2. MFI’s consolideren voor statistische doeleinden de activiteiten van al hun op hetzelfde nationale grondgebied gevestigde kantoren (maatschappelijke zetel of hoofdkantoor en/of bijkantoren). Voor de statistische rapportages is grensoverschrijdende consolidatie niet toegestaan.

a) Indien een moedermaatschappij en haar dochterondernemingen op hetzelfde nationale grondgebied gevestigde MFI’s zijn, is het de moedermaatschappij toegestaan in haar statistische rapportages de werkzaamheden van deze dochterondernemingen te consolideren, waarbij de activiteiten van kredietinstellingen en overige MFI’s gescheiden dienen te worden gehouden.

b) Indien een instelling bijkantoren op het nationale grondgebied van andere deelnemende lidstaten heeft, beschouwt de maatschappelijke zetel of het hoofdkantoor in een gegeven deelnemende lidstaat de posities ten aanzien van al deze bijkantoren als posities ten aanzien van ingezetenen in de andere deelnemende lidstaten. Een in een gegeven deelnemende lidstaat gevestigd bijkantoor beschouwt daarentegen de posities ten aanzien van de maatschappelijke zetel of het hoofdkantoor of van andere bijkantoren van dezelfde instelling die zijn gevestigd op het grondgebied van andere deelnemende lidstaten, als posities ten aanzien van ingezetenen in andere deelnemende lidstaten.

c) Indien een instelling bijkantoren buiten de deelnemende lidstaten heeft, beschouwt de maatschappelijke zetel of het hoofdkantoor in een gegeven deelnemende lidstaat de posities ten aanzien van al deze bijkantoren als posities ten aanzien van ingezetenen in de rest van de wereld. Een in een gegeven deelnemende lidstaat gevestigd bijkantoor beschouwt daarentegen de posities ten aanzien van de maatschappelijke zetel of het hoofdkantoor of van andere bijkantoren van dezelfde instelling die zijn gevestigd buiten het grondgebied van andere deelnemende lidstaten, als posities ten aanzien van ingezetenen in de rest van de wereld.

DEEL 2

Definities van instrumentcategorieën

1. In deze tabel wordt een gedetailleerde standaardbeschrijving gegeven van de instrumentcategorieën die de NCB’s, conform deze verordening omzetten in categorieën die op het nationale niveau van toepassing zijn overeenkomstig deze verordening ( 35 ). De definities verwijzen naar het ESR 95.

2. De looptijd bij uitgifte (oorspronkelijke looptijd) is de vaste looptijd van een financieel instrument, vóór afloop waarvan het niet kan worden afgelost (bv. schuldbewijzen) of vóór afloop waarvan het slechts met een soort boete kan worden afgelost (bv. bij sommige soorten deposito’s). De opzegtermijn is de tijdspanne tussen het ogenblik waarop de houder zijn voornemen om tot aflossing over te gaan bekendmaakt en de datum waarop het hem is toegestaan het zonder een boete in geld om te zetten. Financiële instrumenten worden alleen naar opzegtermijn ingedeeld wanneer er geen overeengekomen looptijd is.

Tabel

Instrumentcategorieën

CATEGORIEËN ACTIVA



Categorie

Belangrijkste kenmerken

1.  Kasmiddelen

Aangehouden in omloop zijnde euro- en buitenlandse bankbiljetten en munten die algemeen worden gebruikt voor het verrichten van betalingen.

2.  Leningen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met vijf jaar/langer dan vijf jaar

Ten behoeve van het rapportagekader omvat deze post door de informatieplichtigen bij geldnemers uitgezette gelden die niet zijn belichaamd in documenten of die zijn belichaamd in één enkel document (zelfs als dit verhandelbaar is geworden). Het omvat met name activa in de vorm van deposito’s. NCB’s kunnen ook de volledige sectorale uitsplitsing voor deze post verlangen. Hiertoe behoren:

a)  leningen verstrekt aan huishoudens en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, uitgesplitst naar:

— consumptief krediet (leningen verstrekt voor hoofdzakelijk persoonlijk gebruik in de consumptie van goederen en diensten). Consumptief krediet verstrekt aan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid is inbegrepen in deze categorie, indien de rapporterende MFI weet dat de lening voornamelijk wordt gebruikt voor persoonlijke consumptiedoeleinden,

— lening voor huisaankoop (krediet dat wordt verleend voor investering in huizen voor eigen gebruik of verhuur, met inbegrip van bouwen en herinrichting). Het omvat leningen met als zekerheid residentieel onroerend goed die worden gebruikt voor de aankoop van een huis, en overige leningen voor huisaankoop die worden afgesloten op persoonlijke basis of waarvoor andere vormen van activa als zekerheid worden verstrekt. Leningen voor huisvesting verstrekt aan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid worden in deze categorie opgenomen, tenzij de rapporterende MFI weet dat het huis voornamelijk wordt gebruikt voor zakelijke doeleinden, in welk geval de lening wordt gerapporteerd als „overige kredietverlening waarvan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid”,

— overige (leningen die worden verstrekt voor andere doeleinden dan consumptie en huisaankoop, zoals bedrijfsleningen, schuldconsolidatie, opleiding enz.). Deze categorie kan leningen voor consumptieve doelen aan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid bevatten (zie bijlage II, deel 3) indien ze niet worden gerapporteerd onder de categorie „consumptief krediet”. Tenzij de voorwaarden voor verminderde rapportage van toepassing zijn, moet een „waarvan” positie worden gerapporteerd, waarbij de aan eenmanszaken verstrekte leningen afzonderlijk in deze categorie worden opgenomen (zie bijlage II, deel 3);

b)  schuld op creditkaarten

Voor de toepassing van deze verordening, omvat deze categorie krediet dat aan huishoudens of niet-financiële vennootschappen wordt verleend hetzij via kaarten met een vertraagde debetfunctie (d.w.z. kaarten waarop faciliteitskrediet wordt verstrekt zoals beneden gedefinieerd) of via creditkaarten (d.w.z. kaarten die faciliteitskrediet en verruimd krediet verstrekken). Schuld op creditkaarten wordt geregistreerd op specifieke kaartrekeningen en is daarom niet zichtbaar op lopende rekeningen of betaalrekeningen. Faciliteitskrediet wordt gedefinieerd als het krediet dat wordt verstrekt tegen een rentevoet van 0 % in de periode tussen de met de kaart gedurende één factureringscyclus uitgevoerde betalingstransactie(s) en de datum waarop de debetsaldo’s van deze specifieke factureringscyclus opeisbaar worden. Verruimd krediet wordt gedefinieerd als het krediet dat wordt verstrekt nadat de vervaldatum of -data van de voorgaande factureringscyclus of -cycli is of zijn verstreken, d.w.z. debetsaldo’s op de kaartrekening die niet zijn voldaan wanneer dit de eerste keer mogelijk was, tegen een rente of gestaffelde rente van gewoonlijk meer dan 0 %. Vaak moeten maandelijks minimumbetalingen worden gedaan om een verruimd krediet in ieder geval gedeeltelijk af te betalen

De tegenpartij bij dergelijke vormen van krediet is de entiteit die aansprakelijk is voor de uiteindelijke terugbetaling van de uitstaande bedragen in overeenstemming met de contractuele regeling, die in het geval van privé gebruikte kaarten samenvalt met de kaarthouder, maar niet in het geval van zakelijke kaarten;

c)  doorlopende leningen en rekening-courantkredieten

Doorlopende leningen zijn leningen die al de volgende kenmerken hebben: 1) de geldnemer kan gelden gebruiken of opnemen tot een van te voren goedgekeurde kredietlimiet zonder de kredietverlener van te voren in kennis te stellen; 2) het bedrag aan beschikbaar krediet kan toenemen en afnemen naarmate gelden worden geleend en terugbetaald; 3) het krediet kan herhaaldelijk worden gebruikt; 4) er is geen verplichting tot regelmatige terugbetaling van gelden.

Tot doorlopende leningen behoren de bedragen die zijn verkregen via een kredietlijn en nog niet zijn terugbetaald (uitstaande bedragen). Een kredietlijn is een overeenkomst tussen een geldgever en geldnemer waarbij een geldnemer wordt toegestaan voorschotten op te nemen, gedurende een bepaalde periode en tot een bepaalde limiet, en de voorschotten naar eigen goeddunken vóór een vastgestelde datum terug te betalen. Bedragen die via een kredietlijn beschikbaar zijn en niet zijn opgenomen of al zijn terugbetaald, worden niet in een BSI-categorie opgenomen. Rekening-courantkredieten zijn debetsaldo’s op lopende rekeningen. Via creditkaarten verstrekte leningen worden noch onder doorlopende leningen, noch als rekening-courantkredieten opgenomen. Het totale, door de geldnemer verschuldigde bedrag moet worden gerapporteerd, ongeacht of het binnen of buiten een van te voren tussen de geldgever en geldnemer afgesproken limiet valt wat betreft het bedrag en/of maximale periode van de lening;

d)  gesyndiceerde leningen (overeenkomsten betreffende één enkele lening waarin verscheidene instellingen als geldgevers deelnemen)

Gesyndiceerde leningen bestrijken alleen gevallen waarin de geldnemer weet, uit de leningovereenkomst, dat de lening door verschillende geldgevers wordt verstrekt. Voor statistische doeleinden worden alleen werkelijk door geldgevers uitbetaalde bedragen (in plaats van totale kredietlimieten) beschouwd als gesyndiceerde leningen. De gesyndiceerde lening wordt gewoonlijk afgesloten en gecoördineerd door één instelling (vaak de „penvoerder” genoemd) en wordt feitelijk door verscheidene deelnemers in het syndicaat verstrekt. Alle deelnemers, waaronder de penvoerder, rapporteren hun aandeel in de lening ten opzichte van de geldnemer (d.w.z. niet ten opzichte van de penvoerder) op hun balansen;

e)  deposito’s, zoals vastgelegd onder passivacategorie 9;

f)  financiële leases ten behoeve van derden

Financiële leases zijn contracten waarbij de juridische eigenaar van een duurzaam goed („lessor”) deze activa voor het grootste deel, zo niet het hele economische leven van de activa verhuurt aan een derde („lessee”), in ruil voor afbetalingstermijnen ter dekking van de kosten van het goed plus ingecalculeerde rentekosten. In feite wordt de lessee verondersteld alle aan het gebruik van het goed verbonden voordelen te genieten en de aan de eigendom verbonden kosten en risico’s te dragen. Voor statistische doeleinden worden financiële leases behandeld als leningen van de lessor aan de lessee (waarmee de lessee in staat wordt gesteld het duurzame goed te kopen). De activa (duurzame goederen) die aan de lessee zijn verhuurd worden nergens op de balans van de MFI opgenomen;

g)  dubieuze vorderingen die nog niet zijn afgelost of afgeboekt

Het totale bedrag aan leningen waarvan terugbetaling achterstallig is of waarvan anderszins wordt vastgesteld dat ze niet volwaardig zijn, geheel of gedeeltelijk, overeenkomstig de definitie van betalingsachterstand in Richtlijn 2006/48/EG;

h)  aangehouden niet-verhandelbare effecten

Aangehouden effecten met uitzondering van aandelen en andere deelnemingen die niet verhandelbaar zijn en niet op secundaire markten kunnen worden verhandeld, zie tevens „verhandelde leningen”;

i)  verhandelde leningen

Leningen die de facto verhandelbaar zijn geworden, dienen te worden opgenomen onder de actiefpost „leningen”, indien ze in één enkel document worden belichaamd en als regel slechts incidenteel verhandeld worden;

j)  achtergestelde schuld in de vorm van deposito’s of leningen

Achtergestelde schuldpapieren geven een ondergeschikte vordering op de uitgevende instelling die alleen kan worden uitgeoefend nadat alle vorderingen met een hogere status (bv. deposito’s/leningen) zijn voldaan, waardoor ze enigszins lijken op „aandelen en andere deelnemingen”. Voor statistische doeleinden dienen achtergestelde schulden geclassificeerd te worden als „leningen” of als „effecten met uitzondering van aandelen” overeenkomstig de aard van het financiële instrument. Indien het gangbaar is alle vormen van door een MFI aangehouden achtergestelde schulden voor statistische doeleinden als één enkel cijfer aan te geven, dient dit cijfer onder de post „effecten met uitzondering van aandelen” te worden opgenomen, vanwege het feit dat achtergestelde schulden hoofdzakelijk bestaan uit effecten en niet uit leningen;

k)  vorderingen onder repotransacties met wederverkoopverplichting of het lenen van effecten tegen liquide onderpand

Tegenpost van gelden betaald in ruil voor door informatieplichtigen gekochte effecten, of voor het lenen van effecten tegen liquide onderpand, zie passiefpost 9.4.

Ten behoeve van dit rapportagekader, omvat de uitsplitsing van leningen naar onderpand in de vorm van onroerend goed het totale bedrag aan uitstaande leningen die tegen onderpand worden verstrekt overeenkomstig punten 13-19 van deel 1 van bijlage VIII van Richtlijn 2006/48/EG, met een verhouding van uitstaande leningen en onderpand gelijk aan 1 of minder dan 1. Indien deze regels niet worden toegepast door de informatieplichtige, moet op basis van de benadering die gekozen wordt om te voldoen aan kapitaalvereisten, worden bepaald welke leningen in deze uitsplitsing moeten worden opgenomen.

De volgende post wordt niet behandeld als een lening:

— leningen op basis van een trust

— Leningen die op basis van een trust worden verstrekt („trust-/fiduciaire leningen”), zijn leningen die worden afgesloten op naam van een partij („de bewindvoerder”) ten behoeve van een derde („de begunstigde”). Voor statistische doeleinden moeten trustleningen niet op de balans van de bewindvoerder worden opgenomen, indien de aan de eigendom van de gelden verbonden risico’s en beloningen voor de begunstigde blijven. De aan de eigendom verbonden risico’s en beloningen blijven voor de begunstigde indien: a) de begunstigde het kredietrisico van de lening op zich neemt (d.w.z. de bewindvoerder is alleen verantwoordelijk voor het administratieve beheer van de lening), of b) de belegging van de begunstigde wordt gegarandeerd tegen verlies, voor het geval dat de bewindvoerder failliet mocht gaan (d.w.z. de trustlening maakt geen deel uit van de activa van de bewindvoerder die in het geval van een faillissement kunnen worden uitgedeeld).

3.  Effecten met uitzondering van aandelen

Aangehouden effecten met uitzondering van aandelen of overige deelnemingen die verhandelbaar zijn en gewoonlijk op secundaire markten worden verhandeld of op de markt kunnen worden verrekend en die de houder geen eigendomsrechten verlenen met betrekking tot de emitterende instelling. Hiertoe behoren:

a)  aangehouden effecten die de houder een onvoorwaardelijk recht geven op een vast of contractueel bepaald inkomen in de vorm van couponbetalingen en/of vast bedrag op een bepaalde datum of op bepaalde data, dan wel vanaf een bij de emissie vastgestelde datum;

b)  verhandelbare leningen die zijn omgezet in een groot aantal identieke documenten en die op secundaire markten kunnen worden verhandeld (zie ook „verhandelde leningen” in categorie 2i);

c)  achtergestelde schuld in de vorm van schuldbewijzen (zie ook „achtergestelde schuld in de vorm van deposito’s of leningen” in categorie 2j).

Effecten die uitgeleend worden op grond van effectenuitleentransacties of verkocht zijn op grond van een repo-overeenkomst, blijven op de balans van de oorspronkelijke eigenaar staan (en worden niet opgenomen op de balans van de tijdelijke verkrijger) indien er een vaste verplichting bestaat om de transactie om te keren (en niet eenvoudigweg een optie om dat te doen). Indien de tijdelijke verkrijger de ontvangen effecten verkoopt, moet deze verkoop als een rechtstreekse aan- of verkoop van waardepapier worden geregistreerd en op de balans van de tijdelijke verkrijger worden opgenomen als een negatieve positie in de effectenportefeuille.

3a/3b/3c  Effecten met uitzondering van aandelen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar

Deze posten omvatten:

a)  Aangehouden verhandelbare schuldbewijzen (al dan niet in documenten belichaamd) met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar.

b)  Verhandelbare leningen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar die worden omgezet in een groot aantal identieke documenten en die op secundaire markten worden verhandeld.

c)  Achtergestelde schuld in de vorm van schuldbewijzen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar.

4.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

Deze actiefpost omvat aangehouden aandelen/participaties uitgegeven door geldmarktfondsen. Zie ook de definitie in sectie 2 van deel 1 van bijlage I (zie ook passivacategorie 5 en activacategorie 10)

5.  Aandelen en overige deelnemingen

Aangehouden effecten die eigendomsrechten vertegenwoordigen in ondernemingen en quasi-ondernemingen. Deze effecten geven de houders in het algemeen recht op een aandeel in de winst van ondernemingen of quasi-ondernemingen alsmede in het eigen vermogen bij liquidatie. Aandelen in onderlinge fondsen (niet aandelen/participaties in geldmarktfondsen) worden hier opgenomen.

6.  Vaste activa

Ten behoeve van het rapportagekader omvat deze post niet-financiële activa, materieel of immaterieel, bestemd voor herhaald gebruik van langer dan één jaar door informatieplichtigen. Inbegrepen zijn bij de MFI’s in gebruik zijnde grond en gebouwen, almede inventaris, programmatuur en andere infrastructurele voorzieningen.

Vaste financiële activa worden hier niet opgenomen maar in plaats daarvan onder „leningen”/„effecten met uitzondering van aandelen”/„aandelen en overige deelnemingen”, overeenkomstig het type instrument.

7.  Overige activa

De post „overige activa” is de restpost aan de actiefzijde van de balans, gedefinieerd als „niet elders opgenomen activa”. NCB’s kunnen de rapportage van specifieke, in deze post opgenomen subposities verlangen. Tot de overige activa kunnen behoren:

a)  posities in financiële derivaten met een positieve bruto marktwaarde

Voor statistische doeleinden worden hier financiële derivaten opgenomen die op de balans moeten worden opgenomen;

b)  bruto te ontvangen bedragen uit hoofde van posten op tussenrekeningen

Posten op tussenrekeningen zijn tegoeden op de MFI-balans die niet op naam van klanten worden geboekt, maar die toch verband houden met gelden van klanten (bv. gelden die wachten op belegging, overboeking of verevening);

c)  bruto te ontvangen bedragen uit hoofde van overlopende posten

Overlopende posten behelzen gelden (gewoonlijk toebehorend aan klanten) die tussen MFI’s worden overgedragen. Posten omvatten cheques en andere betalingsvormen die ter inning naar andere MFI’s zijn gezonden;

d)  te ontvangen lopende rente op leningen

Overeenkomstig het algemene principe van de periodetoerekening van opbrengsten en kosten, dient lopende rente op leningen op de balans te worden opgenomen naarmate die gevormd wordt (d.w.z. op basis van periodieke toerekening) en niet wanneer de rente feitelijk betaald wordt (d.w.z. op kasbasis). Lopende rente op leningen wordt opgenomen op een brutobasis in de categorie „overige activa”. Lopende rente moet niet worden inbegrepen in de lening waarop de rente betrekking heeft;

e)  te ontvangen dividenden:

f)  te ontvangen bedragen uit andere hoofde dan het kernbedrijf van de MFI;

g)  tegenpost aan de actiefzijde van door de staat uitgegeven munten (alleen op de balans van NCB’s).

Financiële instrumenten in de vorm van financiële activa (inbegrepen in de andere balansposten), bepaalde financiële instrumenten niet in de vorm van financiële activa, zoals garanties, toezeggingen, gereguleerde en trustleningen (verantwoord buiten de balans), en niet-financiële activa, zoals land en goederen (opgenomen onder „vaste activa”) worden niet inbegrepen in overige activa.

CATEGORIEËN PASSIVA



Categorie

Belangrijkste kenmerken

8.  Geld in omloop

De passivacategorie „geld in omloop” wordt gedefinieerd als „bankbiljetten en munten in omloop die algemeen worden gebruikt voor het verrichten van betalingen”. Hiertoe behoren door de ECB of de NCB’s uitgegeven bankbiljetten. Munten in omloop zijn geen passiefpost van MFI’s in de deelnemende lidstaten, maar van de centrale overheid. Munten maken echter deel uit van de monetaire aggregaten en het is gebruik om deze passiefpost op te nemen in de categorie „geld in omloop”. De tegenpost van deze passiefpost dient te worden opgenomen bij „overige activa”.

9.  Deposito’s

Door informatieplichtigen aan crediteuren verschuldigde bedragen (aandelen, deposito’s of overige) en die voldoen aan de in paragraaf 1 van deel 1 van bijlage I beschreven kenmerken, behalve de gelden verkregen door de uitgifte van verhandelbare effecten of aandelen/participaties in geldmarktfondsen. Ten behoeve van het rapportagekader wordt deze categorie uitgesplitst in girale deposito’s, deposito’s met vaste looptijd, deposito’s met opzegtermijn en repo-overeenkomsten.

a)  deposito’s en leningen

„Deposito’s” omvatten tevens „leningen” als passiva van MFI’s. Conceptueel gesproken zijn leningen door MFI’s ontvangen bedragen die niet in de vorm van „deposito’s” worden gestructureerd. Het ESR 95 maakt onderscheid tussen „leningen” en „deposito’s” op grond van de partij die het initiatief neemt (indien dit de geldnemer is, is het een lening, maar indien dit de geldgever is, is het een deposito). In het rapportagekader worden „leningen” niet beschouwd als een aparte categorie aan de passiefzijde van de balans. In plaats daarvan dienen als „leningen” beschouwde tegoeden zonder differentiatie te worden opgenomen onder de passiefpost „depositoverplichtingen”, tenzij het verhandelbare instrumenten zijn. Dit is in overeenstemming met de boven gegeven definitie van „depositoverplichtingen”. Leningen aan MFI’s die als „depositoverplichtingen” worden ingedeeld, dienen te worden opgesplitst overeenkomstig de vereisten van het rapportagekader (d.w.z. naar sector, instrument, valuta en looptijd); gesyndiceerde leningen ontvangen door MFI’s vallen in deze categorie;

b)  niet-verhandelbare schuldinstrumenten

Niet-verhandelbare, door informatieplichtigen uitgegeven schuldinstrumenten worden in het algemeen geclassificeerd als „depositoverplichtingen”. Instrumenten kunnen als „niet-verhandelbaar” worden aangeduid in de zin dat er beperkingen zijn met betrekking tot de overdracht van de juridische eigendom van het instrument, hetgeen betekent dat ze niet kunnen worden verhandeld of, ook al zijn ze technisch gezien verhandelbaar, verhandelen niet mogelijk is vanwege het ontbreken van een gereguleerde markt. Niet-verhandelbare, door informatieplichtigen uitgegeven instrumenten die nadien verhandelbaar worden en die op secundaire markten kunnen worden verhandeld, dienen als „schuldbewijzen” te worden ingedeeld;

c)  margestortingen

Margestortingen (margins) uit hoofde van derivatencontracten dienen als „depositoverplichtingen” te worden ingedeeld, indien ze liquide, bij MFI’s gedeponeerd, onderpand vormen, eigendom blijven van de deposant en bij afloop van het contract aan de deposant worden terugbetaald. Op basis van de huidige marktpraktijk wordt ook voorgesteld dat door de rapportageplichtige ontvangen marges alleen als „depositoverplichtingen” dienen te worden geclassificeerd voor zover de MFI middelen tot haar beschikking krijgt die zonder meer opnieuw kunnen worden uitgeleend. Indien een deel van door de MFI ontvangen marges aan een andere deelnemer op de derivatenmarkt dient te worden doorgegeven (bv. het clearinghuis), dient alleen het voor de MFI beschikbaar blijvende gedeelte in principe als „depositoverplichtingen” te worden geclassificeerd. De complexiteit van de huidige marktpraktijken maakt een vaststelling van die marges die voor de MFI middelen zijn voor het opnieuw uitlenen of marges die daadwerkelijk terugbetaalbaar zijn, wellicht moeilijk omdat verschillende soorten marges zonder onderscheid op dezelfde rekeningen worden geplaatst. In die gevallen kan classificatie van deze marges onder „overige verplichtingen” of als „depositoverplichtingen”, afhankelijk van de nationale praktijk, aanvaard worden. „Geoormerkte uitstaande bedragen in verband met bijvoorbeeld leasingcontracten” worden geclassificeerd als depositoverplichtingen onder „deposito’s met vaste looptijd” of „deposito’s met een opzegtermijn”, afhankelijk van de looptijd/bepalingen van het onderliggende contract. Gelden (deposito’s) die op een trustbasis worden ontvangen, worden niet opgenomen op de statistische balans van de MFI (zie bij „leningen op basis van een trust” onder categorie 2);

d)  door MFI’s uitgegeven aandelen

Door MFI’s uitgegeven aandelen worden ingedeeld als deposito’s en niet als kapitaal en reserves indien: 1) er sprake is van een economische debiteur-crediteurrelatie tussen de uitgevende MFI en de houder (ongeacht de eigendomsrechten van deze aandelen), en 2) de aandelen kunnen worden omgezet in chartaal geld of worden teruggekocht zonder significante beperkingen of boetes. Een opzegtermijn wordt niet als een significante beperking beschouwd. Bovendien dienen dergelijke aandelen aan de volgende voorwaarden te voldoen:

— de betrokken nationale bestuursrechtelijke bepalingen stipuleren geen onvoorwaardelijk recht voor de uitgevende MFI om terugkoop van haar aandelen af te wijzen,

— de aandelen zijn „waardevast”, d.w.z. onder normale omstandigheden vindt uitbetaling plaats tegen hun nominale waarde in geval van terugkoop, en

— indien de MFI insolvent wordt, zijn de houders van haar aandelen juridisch niet verplicht in te staan voor de nominale waarde van de aandelen (d.w.z. de deelname van aandeelhouders in het geplaatste kapitaal) te boven gaande uitstaande verplichtingen, noch tot enige aanvullende lasten. De achterstelling van aandelen ten opzichte van enig ander door de MFI uitgegeven instrument geldt niet als een aanvullende last.

De opzegtermijnen voor de conversie van dergelijke aandelen in chartaal geld worden aangewend voor de indeling van deze aandelen volgens de uitsplitsing naar opzegtermijn binnen de instrumentencategorie „deposito’s”. Deze opzegtermijnen zijn tevens van toepassing bij de bepaling van de reserveratio ingevolge artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9). Geoormerkte aandelen die verband houden met door de MFI verstrekte leningen, dienen te worden ingedeeld als depositoverplichtingen, met dezelfde oorspronkelijke looptijduitsplitsing als de onderliggende lening, dat wil zeggen, als „deposito’s met vaste looptijd” of „deposito’s met een opzegtermijn”, afhankelijk van de looptijdvoorwaarden van het onderliggende leencontract.

Indien MFI’s dergelijke door MFI’s uitgegeven en als deposito’s, en niet als kapitaal en reserves ingedeelde aandelen, aanhouden, worden deze aandelen door de aanhoudende MFI aan de actiefzijde van haar balans als leningen ingedeeld;

e)  securitisatiepassiva

Tegenpost van leningen en/of overige activa afgestoten in een securitisatie, maar nog opgenomen op de statistische balans.

De volgende post wordt niet behandeld als een deposito:

— Gelden (deposito’s) die op een trustbasis worden ontvangen (zie „Leningen die op basis van een trust worden verstrekt” onder categorie 2).

9.1.  Onmiddellijk opvraagbare deposito’s

Deposito’s die zonder enige significante vertraging, beperking of boete kunnen worden omgezet in chartaal geld en/of die per cheque, bankopdracht, debitering en dergelijke overdraagbaar zijn. Hiertoe behoren:

— saldi (rentedragend of niet) die, zonder significante boete of beperkingen, onmiddellijk of aan het eind van de werkdag volgend op die waarop ze werden opgevraagd, in chartaal geld kunnen worden omgezet, maar niet overdraagbaar zijn;

— saldi (rentedragend of niet) in „op hardware gebaseerd” of „op software gebaseerd” elektronisch geld (bv. elektronische portemonnees);

— leningen, die moeten worden afgelost aan het einde van de werkdag volgend op die waarop de lening werd verstrekt.

9.1a.  Girale deposito’s

Girale deposito’s zijn die deposito’s in de categorie „onmiddellijk opvraagbare deposito’s” die direct overdraagbaar zijn om betalingen te verrichten aan andere economische subjecten met behulp van algemeen gebruikte betaalmiddelen, zoals overmaking en incasso, mogelijk ook via krediet- of debetkaart, transacties in elektronisch geld, cheques, of soortgelijke middelen, zonder enige significante vertraging, beperking of boete. Deposito’s die alleen kunnen worden gebruikt voor opneming van contanten en/of deposito’s waarvan gelden alleen kunnen worden opgenomen of overgedragen via een andere rekening van dezelfde eigenaar worden niet opgenomen onder girale deposito’s.

9.2.  Deposito’s met een vaste looptijd

Niet-girale deposito’s die niet in chartaal geld kunnen worden omgezet vóór afloop van een vaste termijn of die slechts vóór afloop daarvan in chartaal geld kunnen worden omgezet als de houder enigerlei boete betaalt. Hiertoe behoren tevens gereguleerde spaartegoeden waarvoor het looptijdcriterium niet relevant is (ingedeeld in de looptijdcategorie „langer dan twee jaar”). Financiële producten met roll-over-bepalingen moeten worden ingedeeld naar de kortste looptijd. Alhoewel deposito’s met een vaste looptijd eventueel eerder kunnen worden opgezegd na voorafgaande kennisgeving, of opgezegd kunnen worden op verzoek op straffe van bepaalde boetes, worden deze kenmerken niet relevant geacht voor classificatiedoeleinden.

9.2a/9.2b/9.2c.  Deposito’s met een vaste looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar

Deze posten omvatten voor elke looptijduitsplitsing:

a)  Geplaatste tegoeden met een vaste looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar die niet-overdraagbaar zijn en vóór het einde van de looptijd niet in chartaal geld kunnen worden omgezet.

b)  Geplaatste tegoeden met een vaste looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar die niet-overdraagbaar zijn, maar wel na voorafgaande opzegging opvraagbaar zijn; na opzegging worden deze tegoeden naargelang de opzegtermijn in 9.3a of 9.3b ondergebracht.

c)  Geplaatste tegoeden met een vaste looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar die niet-overdraagbaar zijn, maar onder betaling van een boete onmiddellijk opvraagbaar zijn.

d)  Margestortingen uit hoofde van derivatencontracten met een looptijd van hoogstens één jaar/tussen één en twee jaar/langer dan twee jaar die liquide onderpand tegenover het kredietrisico vormen, maar eigendom blijven van de deposant en aan de deposant worden terugbetaald bij afloop van het contract.

e)  Leningen belichaamd in één enkel document met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar.

f)  Door MFI’s uitgegeven niet-verhandelbare schuldbewijzen (al dan niet in documenten belichaamd) met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar.

g)  Achtergestelde schuld uitgegeven door MFI’s in de vorm van deposito’s of leningen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar.

h)  Securitisatiepassiva.

Tegenpost van leningen en/of overige activa afgestoten in een securitisatie, maar nog opgenomen op de statistische balans. Bij conventie worden deze passiva toegewezen aan de looptijduitsplitsing vaste looptijd „langer dan twee jaar”.

Daarnaast omvatten deposito’s met een vaste looptijd van langer dan twee jaar:

— Tegoeden (ongeacht looptijd) waarvoor de rentevoet en/of rentevoorwaarden in nationale wetgeving zijn voorgeschreven en die worden aangehouden voor bijzondere doeleinden (zoals woningfinanciering) met een tijdshorizon van meer dan twee jaar (zelfs als ze, technisch gezien, onmiddellijk opvraagbaar zijn).

9.3.  Deposito’s met een opzegtermijn

Niet-girale deposito’s zonder vaste looptijd die slechts in chartaal geld kunnen worden omgezet met inachtneming van een opzegtermijn, vóór afloop waarvan omzetting in chartaal geld niet of slechts met een boete mogelijk is. Hiertoe behoren deposito’s die juridisch gezien wellicht onmiddellijk opvraagbaar zijn, maar waarvoor krachtens nationale usance boetes en beperkingen gelden (ingedeeld in de looptijdcategorie „tot en met drie maanden”), evenals beleggingsrekeningen zonder opzegtermijn of vaste looptijd maar met beperkingen ten aanzien van de op te nemen bedragen (ingedeeld in de looptijdcategorie „langer dan drie maanden”).

9.3a/9.3b.  Deposito’s met een opzegtermijn tot en met drie maanden/langer dan drie maanden waarvan langer dan twee jaar

Posten 9.3a./9.3b omvatten voor elke looptijduitsplitsing:

a)  Geplaatste tegoeden zonder vaste looptijd die slechts kunnen worden opgevraagd met inachtneming van een opzegtermijn tot en met drie maanden/langer dan drie maanden, waarvan langer dan twee jaar; als eerdere (of onmiddellijke) opvraging mogelijk is, gaat dit gepaard met een boete.

b)  Geplaatste tegoeden met een vaste looptijd die niet-overdraagbaar zijn, maar waarbij ten behoeve van vervroegde aflossing opzegging van toepassing is geweest met een opzegtermijn van minder dan drie maanden/langer dan drie maanden, waarvan langer dan twee jaar.

Daarnaast omvatten deposito’s met een opzegtermijn van drie maanden:

— Niet-overdraagbare direct opvraagbare spaartegoeden en andere tegoeden waarvoor, hoewel de tegoeden juridisch gezien onmiddellijk opvraagbaar zijn, aanzienlijke boetes gelden.

En, deposito’s met een opzegtermijn van meer dan drie maanden waarvan langer dan twee jaar (indien van toepassing) omvatten:

— Beleggingsrekeningen zonder opzegtermijn of vaste looptijd, waarbij het opnemen van bedragen onderhevig is aan beperkingen.

9.4.  Repo’s

Tegenpost van gelden ontvangen in ruil voor door de informatieplichtigen tegen een bepaalde koers verkochte effecten onder beding van wederinkoop van dezelfde (of soortgelijke) effecten tegen een vaste koers op een afgesproken datum in de toekomst. Door informatieplichtigen ontvangen bedragen in ruil voor effecten die aan een derde zijn overgedragen („tijdelijke verkrijger”) moeten onder „repo-overeenkomsten” worden ingedeeld indien er een vaste verplichting is om de transactie om te keren en niet louter een optie daartoe. Dit houdt in dat tijdens de transactie alle risico’s en beloningen van de onderliggende effecten voor de informatieplichtigen blijven.

De volgende varianten van repo-achtige transacties worden allemaal ingedeeld onder „repo-overeenkomsten”:

— ontvangen bedragen in ruil voor effecten die tijdelijk aan een derde zijn overgedragen in de vorm van een obligatie-uitleen tegen liquide onderpand,

— ontvangen bedragen in ruil voor effecten die tijdelijk aan een derde zijn overgedragen in de vorm van een verkoop/terugkoopovereenkomst.

De onderliggende effecten van repo-achtige transacties worden geboekt volgens de regels in actiefpost 3 „effecten met uitzondering van aandelen”. Transacties die de tijdelijke overdracht van goud tegen liquide onderpand behelzen, worden ook onder deze post opgenomen.

10.  Aandelen/participaties in geldmarktfondsen

Door MFI’s uitgegeven aandelen of participaties. Zie definitie in sectie 2 van deel 1 van bijlage I.

11.  Uitgegeven schuldbrieven

Door informatieplichtigen uitgegeven effecten niet zijnde aandelen die instrumenten vormen die doorgaans verhandelbaar zijn en op secundaire markten worden verhandeld of op de markt kunnen worden verrekend en die de houder geen eigendomsrechten verlenen met betrekking tot de emitterende instelling. Hiertoe behoren:

a)  Effecten die de houder een onvoorwaardelijk recht geven op een vast of contractueel bepaald inkomen in de vorm van couponbetalingen en/of vast bedrag op een bepaalde datum of op bepaalde data, dan wel vanaf een bij de emissie vastgestelde datum.

b)  Niet-verhandelbare, door informatieplichtigen uitgegeven instrumenten die nadien verhandelbaar worden, dienen als „schuldbewijzen” te worden geclassificeerd (zie ook categorie 9).

c)  Achtergestelde schuld uitgegeven door MFI’s moet voor monetaire en bancaire statistieken op dezelfde manier worden behandeld als andere door MFI’s opgelopen schuld. Daarom dient achtergestelde schuld uitgegeven in de vorm van effecten te worden geclassificeerd als „uitgegeven schuldbewijzen”, terwijl achtergestelde schuld die door MFI’s wordt uitgegeven in de vorm van deposito’s of leningen, onder „depositoverplichtingen” dient te worden opgenomen. Indien alle vormen van achtergestelde schulden uitgegeven door MFI’s voor statistische doeleinden als één enkel cijfer worden aangegeven, dient dit cijfer onder de post „uitgegeven schuldbewijzen” te worden opgenomen, vanwege het feit dat achtergestelde schulden hoofdzakelijk bestaan uit effecten en niet uit leningen. Achtergestelde schuld dient niet te worden opgenomen onder de passiefpost „kapitaal en reserves”.

d)  Hybride instrumenten. Verhandelbaar waardepapier met een combinatie van schuldcomponenten en componenten van derivaten, waaronder:

— verhandelbare schuldbrieven die verankerde derivaten bevatten,

— verhandelbaar waardepapier waarvan de aflossingswaarde en/of coupon gekoppeld is aan de ontwikkeling van een onderliggend referentieactief, prijs van een actief of een andere referentie-indicator gedurende de looptijd van het instrument.

11a/11b/11c.  Schuldbewijzen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar

Deze posten omvatten voor elke looptijduitsplitsing:

a)  Door MFI’s uitgegeven verhandelbare schuldbewijzen (al dan niet in documenten belichaamd) met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar.

b)  Door MFI’s uitgegeven achtergestelde schuld in de vorm van schuldbewijzen met een oorspronkelijke looptijd tot en met één jaar/langer dan één jaar en tot en met twee jaar/langer dan twee jaar.

11d.  Waarvan schuldbewijzen tot twee jaar en nominale kapitaalgarantie minder dan 100 %

Hybride instrumenten die zijn uitgegeven door MFI’s met een oorspronkelijke looptijd tot twee jaar en op de vervaldatum een contractuele aflossingswaarde in de uitgevende valuta hebben die lager is dan het bedrag dat oorspronkelijk is geïnvesteerd vanwege de combinatie van schuldcomponenten en componenten van derivaten.

12.  Kapitaal en reserves

Ten behoeve van het rapportagekader omvat deze categorie de bedragen die voortvloeien uit de uitgifte, door informatieplichtigen aan aandeelhouders en anderen met eigendomsrechten, van aandelen in hun vermogen die voor de houder eigendomsrechten in de MFI vertegenwoordigen en in het algemeen recht geven op een aandeel in de winst en een aandeel in het eigen vermogen bij liquidatie. Hiertoe behoren eveneens gelden uit hoofde van niet-uitgekeerde winst en door informatieplichtigen gereserveerde gelden voor waarschijnlijke betalingen en verplichtingen in de toekomst. Hiertoe behoren:

a)  eigen vermogen;

b)  niet-uitgekeerde winsten of gelden;

c)  specifieke en algemene voorzieningen met betrekking tot leningen, effecten en andere activa (kunnen worden geboekt volgens de administratieve regels).

13.  Overige passiva

De post „overige passiva” is de restpost aan de passiefzijde van de balans, gedefinieerd als „niet elders opgenomen passiva”. NCB’s kunnen de rapportage van specifieke, in deze post opgenomen subposities verlangen. Tot de overige passiva kunnen behoren:

a)  posities in financiële derivaten met een negatieve bruto marktwaarde.

Voor statistische doeleinden dienen hier financiële derivaten te worden opgenomen die op de balans geregistreerd moeten worden;

b)  bruto te betalen bedragen uit hoofde van tussenrekeningen.

Tussenrekeningen zijn tegoeden op de MFI-balans die niet op naam van klanten worden geboekt, maar die toch verband houden met gelden van klanten (bv. gelden die wachten op belegging, overboeking of verevening);

c)  bruto te betalen bedragen uit hoofde van overlopende posten.

Overlopende posten behelzen gelden (gewoonlijk toebehorend aan klanten) die tussen MFI’s worden overgedragen. Posten omvatten overmakingen waarvoor rekeningen van klanten zijn gedebiteerd, en andere posten waarvoor de bijbehorende betaling nog niet door de informatieplichtige is gedaan;

d)  te betalen lopende rente op deposito’s.

Overeenkomstig het algemene principe van de periodetoerekening van opbrengsten en kosten, dient op deposito’s te betalen rente op de balans te worden opgenomen naarmate die gevormd wordt (d.w.z. op basis van periodieke toerekening) en niet wanneer de rente feitelijk betaald wordt (d.w.z. op kasbasis). Lopende rente op deposito’s wordt opgenomen op een brutobasis in de categorie „overige passiva”. Lopende rente moet niet worden inbegrepen in het deposito waarop zij betrekking heeft;

e)  te betalen dividenden;

f)  te betalen bedragen uit andere hoofde dan het kernbedrijf van de MFI (bedragen verschuldigd aan leveranciers, belasting, lonen, sociale premies enz.);

g)  voorzieningen die verplichtingen ten opzichte van derden vertegenwoordigen (pensioenen, dividenden enz.);

h)  margestortingen uit hoofde van derivatencontracten

Margestortingen (margins) uit hoofde van derivatencontracten worden gewoonlijk ingedeeld als „depositoverplichtingen” (zie categorie 9). De complexiteit van de huidige marktpraktijken maakt een vaststelling van die marges die voor de MFI middelen zijn voor het opnieuw uitlenen of marges die daadwerkelijk terugbetaalbaar zijn, wellicht moeilijk omdat verschillende soorten marges zonder onderscheid op dezelfde rekeningen worden geplaatst. In die gevallen kan de classificatie van deze marges onder „overige verplichtingen” of als „depositoverplichtingen”, afhankelijk van de nationale praktijk, aanvaard worden;

i)  netto te betalen bedragen uit hoofde van toekomstige afrekeningen van effectentransacties of transacties in vreemde valuta.

Van „overige passiva” kunnen bijna alle financiële instrumenten in de vorm van financiële passiva (inbegrepen in de andere balansposten), financiële instrumenten niet in de vorm van financiële activa, zoals garanties, toezeggingen, gereguleerde en trustleningen (verantwoord buiten de balans), en niet-financiële passiva zoals kapitaalposten aan de passiefzijde (inbegrepen in „kapitaal en reserves”) worden uitgesloten.

DEEL 3

Definities van sectoren

Het ESR 95 stelt de norm voor de sectorindeling. Op het grondgebied van de deelnemende lidstaten gevestigde tegenpartijen worden geïdentificeerd aan de hand van hun sector conform de lijst van MFI’s voor statistische doeleinden en de leidraad voor de statistische classificatie van tegenpartijen in het ECB Sectorhandboek. Buiten de lidstaten gevestigde bankinstellingen worden aangeduid als „banken” in plaats van MFI’s. Evenzo heeft de term „niet-MFI” alleen betrekking op de lidstaten; voor andere landen wordt de term „niet-banken” gebruikt.

Tabel

Definities van sectoren



Sector

Definitie

MFI’s

Zie artikel 1 van deze verordening

Algemene overheid (S.13) (ESR 95, paragraaf 2.68 tot 2.70)

Ingezeten eenheden met als hoofdfunctie het voortbrengen van niet-marktgoederen en -diensten bestemd voor individueel of collectief gebruik en/of de herverdeling van het nationale inkomen en het nationale vermogen.

Centrale overheid (S.1311) (ESR 95, paragraaf 2.71)

Bestuursinstellingen van de staat en andere centrale instellingen waarvan de bevoegdheid zich over het gehele economische gebied uitstrekt, met uitzondering van het beheer van wettelijke sociale verzekeringsinstellingen.

Deelstaatoverheid (S.1312) (ESR 95, paragraaf 2.72)

Afzonderlijke institutionele eenheden die bepaalde overheidsfuncties op een lager niveau dan de centrale overheid en op een hoger niveau dan de lagere overheid uitoefenen, met uitzondering van het beheer van wettelijke sociale verzekeringsinstellingen.

Lagere overheid (S.1313) (ESR 95, paragraaf 2.73)

Instellingen van openbaar bestuur waarvan de bevoegdheid zich slechts tot een lokaal gedeelte van het economische gebied uitstrekt, met uitzondering van de plaatselijke het beheer van wettelijke sociale verzekeringsinstellingen.

Wettelijke sociale verzekeringsinstellingen (S.1314) (ESR 95, paragraaf 2.74)

Institutionele eenheden op centraal, deelstaat- en lokaal niveau waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van sociale uitkeringen.

Overige financiële intermediairs (S.123) + financiële hulpbedrijven (S.124) (ESR 95, paragraaf 2.53 tot 2.59)

Financiële ondernemingen en quasi-ondernemingen (met uitzondering van verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen) met als hoofdfunctie financiële intermediatie door het aangaan van schulden anders dan in de vorm van valuta’s, deposito’s en/of daarmee vergelijkbare financiële titels bij andere institutionele eenheden dan MFI’s, of technische reserves van verzekeringen. Lege financiële instellingen, niet-MFI centrale tegenpartijen en financiële hulpbedrijven bestaande uit alle financiële ondernemingen en quasi-ondernemingen met als hoofdfunctie financiële hulpdiensten zijn inbegrepen.

Verzekeringsinstellingen en pensioenfondsen (S. 125) (ESR 95, paragraaf 2.60 tot 2.67)

Financiële vennootschappen en quasi-vennootschappen met als hoofdfunctie financiële intermediatie ten gevolge van risicospreiding.

Niet-financiële vennootschappen (S.11) (ESR 95, paragraaf 2.21 tot 2.31)

Vennootschappen en quasi-vennootschappen die zich niet bezighouden met financiële intermediatie, maar waarvan de hoofdfunctie bestaat uit het produceren van marktgoederen en niet-financiële diensten.

Huishoudens (S.14) en instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (S.15) (ESR 95, paragraaf 2.75 tot 2.88)

Personen of groepen van personen, in de hoedanigheid van consument en in de hoedanigheid van producent van goederen en niet-financiële diensten voor uitsluitend eigen consumptie, alsook in de hoedanigheid van producent van marktgoederen en niet-financiële en financiële diensten mits hun activiteiten niet worden uitgeoefend door quasi-ondernemingen. De sector omvat tevens instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, met als hoofdfunctie de productie van niet-marktgoederen en -diensten bestemd voor bepaalde groepen huishoudens.

Eenmanszaken en personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid (subsector van „huishoudens”) (ESR 95, paragraaf 2.76d)

Eenmanszaken en personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid of onafhankelijke juridische status — voor zover ze niet als quasi-ondernemingen worden behandeld — en die tot de marktproducenten behoren. Hiertoe behoren bedrijven zonder rechtspersoonlijkheid, (personenvennootschappen van) zelfstandige advocaten, artsen enz. In het geval van eenmanszaken is het bedrijf onlosmakelijk verbonden met de natuurlijke persoon of personen die er eigenaar van is of zijn en alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het bedrijf en de particuliere sfeer, in zich verenigt of verenigen.




BIJLAGE III

TOEPASSING VAN RESERVEVERPLICHTINGEN EN GERELATEERDE SPECIALE REGELS

DEEL 1

Reserveverplichtingen voor kredietinstellingen: algemene regels

1. Met een * gemarkeerde cellen in tabel 1 van bijlage I worden gebruikt bij de berekening van de reservebasis. Wat betreft schuldbewijzen, moeten de kredietinstellingen ofwel het bewijs van de passiva leveren om vrijgesteld te worden van de reservebasis ofwel een genormaliseerd bedrag aftrekken ter grootte van een door de ECB gespecificeerd percentage. De cellen met dunne randen worden uitsluitend gerapporteerd door reserveplichtige kredietinstellingen.

2. De kolom „w.v. kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's” bevat niet de passiva van rapporterende instellingen jegens instellingen die in de lijst van instellingen worden genoemd als zijnde vrijgesteld van het aanhouden van reserveverplichtingen van de ECB, d.w.z. instellingen die zijn vrijgesteld om andere redenen dan reorganisatie. instellingen die op grond van reorganisatie tijdelijk van hun reserveverplichtingen zijn ontheven, worden behandeld als instellingen met reserveverplichtingen. Passiva jegens deze instellingen vallen derhalve onder de kolom „w.v. kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's”. Onder deze kolom vallen ook de verplichtingen jegens instellingen die door toepassing van de vasteaftrekregeling feitelijk niet verplicht zijn tot het aanhouden van reserves bij het ESCB.

3. Volledige rapporteurs kunnen ook informatie verstrekken over posities ten opzichte van „andere MFI's dan kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's”, in plaats van posities ten opzichte van „MFI's” en „kredietinstellingen met reserveverplichtingen, ECB en NCB's”, op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van de gedetailleerdheid van gegevens en geen gevolgen heeft voor vetgedrukte posities. Voorts bestaat de mogelijkheid dat kredietinstellingen met reserveverplichtingen, afhankelijk van de nationale inzamelingssystemen en zonder dat dit afbreuk doet aan de verplichting tot het hanteren van de definities en classificatiebeginselen met betrekking tot de MFI-balans zoals neergelegd in deze verordening, de noodzakelijke gegevens voor het berekenen van de reservebasis, uitgezonderd die welke betrekking hebben op verhandelbare waardepapieren, verstrekken overeenkomstig de beneden aangegeven tabel, mits dit niet ten koste gaat van vetgedrukte posities in tabel 1 van bijlage I.

4. Kleine kredietinstellingen die bij de zogenaamde „cutting-off-the-tail”-procedure zijn betrokken, rapporteren ten minste de kwartaalgegevens die nodig zijn om de reservebasis te berekenen overeenkomstig de tabel hierna.

5. Voor rapportage overeenkomstig de tabel hierna, moet een strikte overeenstemming met tabel 1 van bijlage I gewaarborgd worden.

Tabel

Vereiste gegevens voor reserveverplichtingen



 

Reservebasis berkend als de som van de volgende kolommen in tabel 1 (Passiva): (a)-(b)+(c)+(d)+(e)+(j)-(k)+(l)+(m)+(n)+(s)

DEPOSITOVERPLICHTINGEN

 

(Euro en vreemde valuta's gecombineerd)

 

9.  Totaal deposito's

 

9.1e + 9.1x

 

9.2e + 9.2x

 

9.3e + 9.3x

 

9.4e + 9.4x

 
 
 

waarvan:

 

9.2e + 9.2x met vaste looptijd

 

langer dan twee jaar

 
 
 

waarvan:

 

9.3e + 9.3x aflosbaar met opzegging

Vrijwillige rapportage (1)

langer dan twee jaar

 
 
 

waarvan:

 

9.4e + 9.4x repo's

 
 
 
 

Uitstaande emissies, kolm (t) in table 1 (Passiva)

VERHANDELBARE INSTRUMENTEN

 

(Euro en vreemde valuta's gecombineerd)

 

11.  Uitgegeven schuldbewijzen

 

11e + 11x met vaste looptijd

 

tot twee jaar

 

langer dan twee jaar

 
 
 

(1)   De informatieplichtigen hebben de mogelijkheid om middels virjwillige rapportage aan deze rapportageverplichting te voldoen, d.w.z. zij mogen hetzij waarheidsgetrouwe cijfers (inclusief nulposities) of „ontbrekende informatie” rapporteren. Zodra de keuze is gemaakt om waarheidsgetrouwe cijfers te rapporteren, is het niet langer mogelijk „ontbrekende informatie” te rapporteren.

DEEL 2

Speciale regels

Sectie 1: Statistische rapportage op geaggregeerde basis als groep door kredietinstellingen waarop het stelsel van reserveverplichtingen van de ECB van toepassing is

1.1. Afhankelijk van de vervulling van de in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9) uiteengezette voorwaarden, kan de directie van de ECB reserveplichtige kredietinstellingen toestaan statistieken geaggregeerd als groep binnen een enkel nationaal grondgebied te rapporteren. Alle betrokken instellingen worden afzonderlijk opgenomen in de lijst van MFI's van de ECB.

1.2. Indien kredietinstellingen toestemming is verleend minimumreserves aan te houden via een bemiddelende instelling, op grond van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9), en geen voordeel hebben van de in deze paragraaf bedoelde rapportage als groep, kan de betreffende NCB de bemiddelende instelling machtigen statistieken namens kredietinstellingen geaggregeerd te rapporteren (m.u.v. van die betreffende de reservebasis). Alle betrokken instellingen worden afzonderlijk opgenomen in de lijst van MFI's van de ECB.

1.3. Indien de groep kredietinstellingen als geheel bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is, hoeft zij alleen te voldoen aan de regels betreffende vereenvoudigde rapportage voor kleine instellingen met reserveverplichtingen. In alle andere gevallen blijft het volledige rapportageschema op de hele groep van toepassing.

Sectie 2: Reserveverplichtingen in het geval van fusies waarbij kredietinstellingen zijn betrokken

2.1. Voor de toepassing van deze bijlage hebben de termen „fusie”, „fuserende instellingen”, en „overnemende instelling” dezelfde betekenis als in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9).

2.2. Voor de reserveperiode waarin een fusie plaatsvindt, worden de reserveverplichtingen van de overnemende instelling berekend en moeten deze worden nagekomen zoals vastgelegd in artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9).

2.3. Voor de erop volgende reserveperiodes, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis en van statistische informatie die wordt gerapporteerd overeenkomstig de regels in de tabel hierna. In andere gevallen gelden de normale regels voor het rapporteren van statistische informatie en het berekenen van reserveverplichtingen, zoals vastgelegd in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9).

2.4. Zonder afbreuk te doen aan de in de vorige paragrafen uiteengezette verplichtingen, kan de betreffende NCB de overnemende instelling toestemming geven via tijdelijke procedures te voldoen aan de verplichtingen om statistische informatie te rapporteren, bijvoorbeeld aparte formulieren voor elk van de fuserende instellingen gedurende verscheidene periodes nadat de fusie heeft plaatsgevonden. De duur van deze vrijstelling van normale rapportageprocedures dient zoveel mogelijk beperkt te blijven en een periode van zes maanden nadat de fusie heeft plaatsgevonden, niet te overschrijden. Deze vrijstelling laat de verplichting van de overnemende instelling onverlet om te voldoen aan haar rapportageverplichtingen overeenkomstig deze verordening en, indien van toepassing, aan haar verplichting om de rapportageverplichtingen van fuserende instellingen op zich te nemen overeenkomstig deze bijlage.

Tabel

Specifieke regels voor de berekening van reserveverplichtingen van kredietinstellingen die betrokken zijn bij een fusie ( 36 )



Gevalnummer

Type fusie

Te vervullen verplichtingen

1

Een fusie waarbij een volledige rapporteur (overnemende instelling) een of meer volledige rapporteurs (fuserende instellingen) overneemt, wordt van kracht na de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van maandelijkse statistische informatie die betrekking heeft op de voorafgaande maand

Voor de reserveperiode die volgt op de fusie, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de overnemende instelling en de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht

2

Een fusie waarbij een volledige rapporteur (overnemende instelling) een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, en mogelijk een of meer volledige rapporteurs (fuserende instellingen) overneemt, wordt van kracht na de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal

Voor de reserveperiode die volgt op de fusie, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de overnemende instelling en de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht

3

Een fusie waarbij een volledige rapporteur (overnemende instelling) een of meer volledige rapporteurs (fuserende instellingen) overneemt, wordt van kracht in de periode tussen het einde van de maand en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van maandelijkse statistische informatie die betrekking heeft op de voorafgaande maand

Voor de reserveperiode die volgt op de fusie, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de overnemende instelling en de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht. De overnemende instelling dient, naast haar eigen rapportageverplichtingen, de rapportageverplichtingen van de fuserende instellingen te vervullen wat betreft statistische informatie die betrekking heeft op de aan de fusie voorafgaande maand

4

Een fusie waarbij een volledige rapporteur (overnemende instelling) een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, en mogelijk een of meer volledige rapporteurs (fuserende instellingen) overneemt, wordt van kracht in de periode tussen het einde van een kwartaal en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal

Voor de reserveperiode die volgt op de fusie, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de overnemende instelling en de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht. De overnemende instelling dient, naast haar eigen rapportageverplichtingen, de rapportageverplichtingen van de fuserende instellingen te vervullen wat betreft statistische informatie die betrekking heeft op de maand die of het kwartaal dat aan de fusie voorafgaat, afhankelijk van de instelling

5

Een fusie waarbij een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is (overnemende instelling), een of meer volledige rapporteurs en mogelijk een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn (fuserende instellingen), overneemt, wordt van kracht na de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op de voorafgaande maand

Dezelfde procedure als in geval 1 is van toepassing

6

Een fusie waarbij een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is (overnemende instelling), een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn (fuserende instellingen) overneemt, wordt van kracht na de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal

Vanaf de op de fusie volgende reserveperiode en tot de overnemende instelling voor de eerste keer na de fusie kwartaalgegevens heeft gerapporteerd, overeenkomstig de verminderde rapportageverplichtingen die gelden voor rapporteurs die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, zoals vastgelegd in bijlage III bij deze verordening, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de overnemende instelling en de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht

7

Een fusie waarbij een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is (overnemende instelling), een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn (fuserende instellingen), overneemt, wordt van kracht na de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal en waarbij de instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is, als gevolg van de fusie, een volledige rapporteur wordt

Dezelfde procedure als in geval 2 is van toepassing

8

Een fusie waarbij een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is (overnemende instelling), een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn (fuserende instellingen), overneemt, wordt van kracht in de periode tussen het einde van een kwartaal en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal

Vanaf de op de fusie volgende reserveperiode en tot de overnemende instelling voor de eerste keer na de fusie kwartaalgegevens heeft gerapporteerd, overeenkomstig de verminderde rapportageverplichtingen die gelden voor rapporteurs die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, zoals vastgelegd in bijlage III bij deze verordening, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de overnemende instelling en de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht. De overnemende instelling dient, naast haar eigen rapportageverplichtingen, de rapportageverplichtingen van de fuserende instellingen te vervullen wat betreft statistische informatie die betrekking heeft op het aan de fusie voorafgaande kwartaal

9

Een fusie waarbij een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is (overnemende instelling), een of meer volledige rapporteurs en mogelijk een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn (fuserende instellingen) overneemt, wordt van kracht in de periode tussen het einde van een maand en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van maandelijkse statistische informatie die betrekking heeft op de voorafgaande maand

Dezelfde procedure als in geval 3 is van toepassing

10

Een fusie waarbij een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is (overnemende instelling), een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn (fuserende instellingen) overneemt, wordt van kracht in de periode tussen het einde van een kwartaal en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal en waarbij de instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is, als gevolg van de fusie, een volledige rapporteur wordt

Dezelfde procedure als in geval 4 is van toepassing

11

Een fusie waarbij een volledige rapporteur (overnemende instelling) wordt gevormd van een of meer volledige rapporteurs (fuserende instellingen), wordt van kracht in de periode tussen het einde van een maand en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van maandelijkse statistische informatie die betrekking heeft op de voorafgaande maand

Voor de reserveperiode die volgt op de fusie, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht. De overnemende instelling vervult de rapportageverplichtingen van de fuserende instellingen wat betreft de statistische informatie die betrekking heeft op de aan de fusie voorafgaande maand

12

Een fusie waarbij een volledige rapporteur (overnemende instelling) wordt gevormd van een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, en mogelijk een of meer volledige rapporteurs (fuserende instellingen), wordt van kracht in de periode tussen het einde van een kwartaal en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal

Voor de reserveperiode die volgt op de fusie, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht. De overnemende instelling vervult de rapportageverplichtingen van de fuserende instellingen wat betreft gegevens die betrekking hebben op de maand die of het kwartaal dat aan de fusie voorafgaat, afhankelijk van de instelling

13

Een fusie waarbij een instelling die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken is (overnemende instelling), wordt gevormd van een of meer instellingen die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn (fuserende instellingen), wordt van kracht in de periode tussen het einde van een kwartaal en de door de betreffende NCB vastgestelde einddatum voor het rapporteren van statistische informatie die betrekking heeft op het voorafgaande kwartaal

Vanaf de op de fusie volgende reserveperiode en tot de overnemende instelling voor de eerste keer na de fusie kwartaalgegevens heeft gerapporteerd, overeenkomstig de verminderde rapportageverplichtingen die gelden voor rapporteurs die bij de „cutting-off-the-tail”-procedure betrokken zijn, zoals vastgelegd in bijlage III bij deze verordening, wordt de reserveverplichting van de overnemende instelling berekend op basis van een reservebasis die de som is van de reservebasissen van de fuserende instellingen. De bij elkaar te voegen reservebasissen zijn de voor deze reserveperiode relevante reservebasissen indien de fusie niet had plaatsgevonden. Er geldt dat slechts eenmaal een vast bedrag op de reserveverplichting in mindering kan worden gebracht. De overnemende instelling neemt de rapportageverplichtingen op zich van de fuserende instellingen wat betreft gegevens die betrekking hebben op het aan de fusie voorafgaande kwartaal




BIJLAGE IV

MINIMUMNORMEN WAARAAN DE RAPPORTAGE DOOR DE WERKELIJKE POPULATIE VAN INFORMATIEPLICHTIGEN MOET VOLDOEN

Informatieplichtigen dienen de volgende minimumnormen in acht te nemen, om aan de statistische rapportagevereisten van de ECB te voldoen.

1. Minimumnormen voor transmissie:

a) de rapportage aan de NCB's moet tijdig plaatsvinden en binnen de termijn die door de betreffende NCB is vastgesteld;

b) vorm en formaat van de statistische rapporten moeten voldoen aan de technische eisen die hiervoor door de NCB's zijn vastgesteld;

c) een of meer contactpersonen binnen de informatieplichtige moeten worden aangewezen; en

d) de datatransmissie aan de NCB's moet gebeuren met inachtneming van de daarvoor vastgestelde technische specificaties.

2. Minimumnormen voor nauwkeurigheid:

a) de statistische informatie moet juist zijn:

 aan alle lineaire beperkingen moet worden voldaan (bv. activa en passiva dienen gelijk te zijn, en opgetelde subtotalen moeten gelijk zijn aan de totalen), en

 de gegevens van de verschillende periodes moeten consistent zijn;

b) de informatieplichtigen zijn in staat informatie te verschaffen over de ontwikkelingen waarop de verstrekte gegevens duiden;

c) de statistische gegevens moeten volledig zijn: er moet gewezen worden op eventuele leemtes, waarvoor aan de NCB een verklaring moet worden gegeven en die, waar van toepassing, zo snel mogelijk moeten worden verholpen;

d) de statistische gegevens mogen geen continue en structurele leemtes bevatten;

e) de informatieplichtigen houden zich aan de afmetingen en decimalen die door de NCB's voor de technische transmissie van de gegevens zijn vastgesteld, en

f) de informatieplichtigen volgen het afrondingsbeleid dat door de NCB's voor de technische transmissie van de gegevens is vastgesteld.

3. Minimumnormen voor conceptuele naleving:

a) de statistische gegevens moet worden gepresenteerd met inachtneming van de definities en classificaties zoals vervat in deze verordening;

b) in geval van afwijkingen van deze definities en classificaties, moeten de informatieplichtigen, waar van toepassing, op gezette tijden het verschil controleren en kwantificeren tussen de gebruikte maatstaf en de maatstaf in deze verordening, en

c) informatieplichtigen moeten een verklaring kunnen geven voor een eventuele breuk in de verstrekte gegevens ten opzichte van de cijfers van voorgaande periodes.

4. Minimumnormen voor herzieningen:

De informatieplichtigen moeten het beleid en de procedures volgen die door de ECB en de NCB's met betrekking tot herzieningen zijn vastgesteld. Herzieningen die afwijken van regelmatige herzieningen, moeten van een toelichting worden voorzien.




BIJLAGE V

CONCORDANTIETABEL



Verordening (EG) nr. 2423/2001 (ECB/2001/13)

Deze verordening

Artikel 1

Artikel 1

Artikel 2, lid 1

Artikel 1, eerste streepje; Artikel 2, lid 1

Artikel 2, lid 2

Artikel 8, lid 1

Artikel 2, lid 3

Artikel 8, lid 1, onder e)

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 3

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 3

Artikel 9, lid 1

Artikel 4, lid 4

Artikel 9, lid 2

Artikel 4, lid 5

Artikel 8, lid 1, onder b); Artikel 8, lid 1, onder c)

Artikel 4, lid 6

Artikel 8, lid 5, onder a)

Artikel 4, lid 7

Artikel 8, lid 5, onder b)

Artikel 4, lid 8

Artikel 10

Artikel 5

Artikel 11

Artikel 6

Artikel 12

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 14

Artikel 9

Artikel 15

Bijlage I, Deel 1, Inleiding

Bijlage I, Inleiding

Bijlage I, Deel 1, I, punt 1

Artikel 3, lid 1

Bijlage I, Deel 1, I, punt 2

Artikel 1, eerste streepje

Bijlage I, Deel 1, I, punt 3

Artikel 2, lid 3

Bijlage I, Deel 1, I, punt 4

Bijlage 1, Deel 1, Sectie 1, punt 1

Bijlage I, Deel 1, I, punt 5

Bijlage 1, Deel 1, Sectie 1, punt 2

Bijlage I, Deel 1, I, punt 6

Artikel 1, eerste streepje; bijlage 1, Deel 1, Sectie 2, punt 2.1

Bijlage I, Deel 1, I, punt 7

Bijlage 1, Deel 1, Sectie 2, punt 2.2

Bijlage I, Deel 1, I, punt 8

Artikel 1, eerste streepje

Bijlage I, Deel 1, I, punt 9

Artikel 8, lid 3, onder a)

Bijlage I, Deel 1, II

Artikel 7

Bijlage I, Deel 1, III, punt 1

Overweging 2, overweging 10, bijlage III, Deel 1, punt 1

Bijlage I, Deel 1, III, punt 2

Bijlage I, Inleiding; bijlage I, Deel 2

Bijlage I, Deel 1, III, punt 3

Bijlage I, Deel 2

Bijlage I, Deel 1, III, (i), (a), punt 4

Bijlage I, Deel 2, punt 1, onder a)

Bijlage I, Deel 1, III, (i), (a), punt 5

Bijlage I, Deel 2, punt 2

Bijlage I, Deel 1, III, (i), (b), punt 6

Bijlage I, Deel 2, punt 1, onder b)

Bijlage I, Deel 1, III, (ii), punt 7

Bijlage I, Deel 2, punt 4

Bijlage I, Deel 1, III, (iii) punt 8

Bijlage I, Deel 2, punt 5.1

Bijlage I, Deel 1, III, (iii) punt 9

Bijlage I, Deel 2, punt 5.1

Bijlage I, Deel 1, III, (iv), punt 10

Bijlage I, Deel 2, punt 3

Bijlage I, Deel 1, III, (v), punt 11

Bijlage I, Deel 1, III, (v), punt 12

Overweging 8

Bijlage I, Deel 1, III, punt 13

Overweging 8

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 13a

Bijlage I, Deel 2, punt 5.5

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 13b

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 13c

Bijlage I, Deel 2, punt 5.5

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 13d

Bijlage I, Deel 2, punt 5.5

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 13e

Artikel 8, lid 3, onder b)

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 14

Artikel 6

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 15

Artikel 7, lid 2

Bijlage I, Deel 1, III, (vi), punt 16

Artikel 7, lid 4

Bijlage I, Deel 1, IV, punt 1

Bijlage I, Deel 3

Bijlage I, Deel 1, IV, punt 2

Bijlage I, Deel 3

Bijlage I, Deel 1, IV, (a), punt 3

Bijlage I, Deel 3, punt 1

Bijlage I, Deel 1, IV, (a), punt 4

Bijlage I, Deel 1, IV, (b), punt 5

Bijlage I, Deel 3, punt 2

Bijlage I, Deel 1, IV, (c), punt 6

Bijlage I, Deel 3, punt 4

Bijlage I, Deel 1, IV, (c), punt 6a

Artikel 8, lid 6

Bijlage I, Deel 1, IV, (d), punt 7

Bijlage I, Deel 3, punt 5

Bijlage I, Deel 1, IV, (d), punt 7a

Artikel 8, lid 6

Bijlage I, Deel 1, IV, (e), punt 8

Bijlage I, Deel 3, punt 3

Bijlage I, Deel 1, IV, (e), punt 9

Artikel 6

Bijlage I, Deel 1, IV, (e), punt 9a

Bijlage I, Deel 1, IV, punt 10

Artikel 7

Bijlage I, Deel 1, V, punt 1

Overweging 9

Bijlage I, Deel 1, V, punt 2

Overweging 9; Artikel 4

Bijlage I, Deel 1, V, punt 3

Artikel 4, lid 1

Bijlage I, Deel 1, V, punt 4

Artikel 4, lid 2

Bijlage I, Deel 1, V, punt 5

Overweging 9

Bijlage I, Deel 1, V, punt 6

Bijlage I, Deel 5, punt 1

Bijlage I, Deel 1, V, (i), punt 7

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, (ii), punt 8

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, (iii), punt 9

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, (iv), punt 10

Artikel 6

Bijlage I, Deel 1, V, punt 11

Bijlage I, Deel 4, punt 2

Bijlage I, Deel 1, V, (i), punt 12

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, punt 13

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, (ii), punt 14

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, (iii), punt 15

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, punt 16

Bijlage I, Deel 5, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 1, V, (iv), punt 17

Artikel 6

Bijlage I, Deel 2, Tabel A

Bijlage I, Deel 8

Bijlage I, Deel 2, Tabel 1

Bijlage I, Deel 2

Bijlage I, Deel 2, Tabel 1, voetnoot 5

Bijlage III, Deel 1, punt 3

Bijlage I, Deel 2, Tabel 2

Bijlage I, Deel 3

Bijlage I, Deel 2, Tabel 3

Bijlage I, Deel 3

Bijlage I, Deel 2, Tabel 4

Bijlage I, Deel 3

Bijlage I, Deel 2, Tabel 1A

Bijlage I, Deel 5

Bijlage I, Deel 3, Algemene definities

Bijlage II, Deel 1

Bijlage I, Deel 3, Definities van sectoren

Bijlage II, Deel 3

Bijlage I, Deel 3, Definities van instrumentcategorieën

Bijlage II, Deel 2

Bijlage I, Deel 3, Tabel

Bijlage II, Deel 2

Bijlage II, Deel 1, I, punt 1

Artikel 2, lid 2;

bijlage III, Deel 1, punt 3

Bijlage II, Deel 1, II, punt 2

Bijlage III, Deel 1, punt 4

Bijlage II, Deel 1, III, punt 3

Bijlage III, Deel 2, Sectie 1, punt 1

Bijlage II, Deel 1, III, punt 4

Bijlage III, Deel 2, Sectie 1, punt 1.2

Bijlage II, Deel 1, IV, punt 5

Bijlage III, Deel 1, punt 2

Bijlage II, Deel 1, IV, punt 6

Bijlage III, Deel 1, punt 2

Bijlage II, Deel 2, punt 7

Bijlage III, Deel 1, Tabel, voetnoot

Bijlage II, Deel 3, punt 8

Bijlage III, Deel 2, Sectie 2, punt 2.1

Bijlage II, Deel 3, punt 9

Bijlage III, Deel 2, Sectie 2, punt 2.2

Bijlage II, Deel 3, punt 10

Bijlage III, Deel 2, Sectie 2, punt 2.3

Bijlage II, Deel 3, punt 11

Bijlage III, Deel 2, Sectie 2, punt 2.4

Bijlage II, Deel 3, Tabel

Bijlage III, Deel 1, Tabel

Bijlage II, Appendix, Tabel

Bijlage II, Deel 2, Tabel

Bijlage III

Artikel 8

Bijlage IV

Bijlage IV

Bijlage V

Artikel 13



( 1 ) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 8.

( 2 ) PB L 318 van 27.11.1998, blz. 1.

( 3 ) PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

( 4 ) PB L 310 van 30.11.1996, blz. 1.

( 5 ) PB L 333 van 17.12.2001, blz. 1.

( 6 ) PB L 211 van 11.8.2007, blz. 8.

( 7 ) PB L 250 van 2.10.2003, blz. 10.

( 8 ) Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.

( 9 ) PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7.

( 10 ) PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32.

( 11 ) PB L 341 van 27.12.2007, blz. 1.

( 12 ) PB L 372 van 31.12.1986, blz. 1.

( 13 Monetary, financial institutions and markets statistics sector manual. Guidance for the statistical classification of customers, maart 2007, zoals gewijzigd.

( 14 ) Met een * gemerkte cellen worden gebruikt bij de berekening van de reservebasis. Wat betreft schuldbewijzen, moeten kredietinstellingen ofwel het bewijs van de passiva leveren om vrijgesteld te worden van de reservebasis ofwel een genormaliseerd bedrag aftrekken ter grootte van een door de ECB gespecificeerd percentage. De cellen met dunne randen worden uitsluitend gerapporteerd door reserveplichtige kredietinstellingen. Zie ook speciale regels inzake de toepassing van reserveverplichtingen in bijlage III.

( 15 ) De rapportage van deze post is tot nader order vrijwillig.

( 16 ) Voor gegevens in deze post kunnen verschillende statistische verzamelingsprocedures van toepassing zijn, zoals besloten door een NCB overeenkomstig de regels in deel 2 van bijlage I.

( 17 ) Centrale tegenpartijen.

( 18 ) Eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

( 19 ) Met het woord „MINIMUM” gemarkeerde reeksen worden door MFI's gerapporteerd. NCB's kunnen dit vereiste uitbreiden zodat ook de reeksen die als lege cellen zijn gemarkeerd, worden bestreken (d.w.z. die niet het woord „MINIMUM” bevatten). Lege cellen en cellen met MINIMUM worden door de NCB aan de ECB gerapporteerd. Van de lege cellen met een asterisk aan de passiefzijde wordt aangenomen dat ze nul zijn tenzij er bewijs is van het tegendeel.

( 20 ) NCB's kunnen MFI's verzoeken deze post elk kwartaal te rapporteren in plaats van elke maand.

( 21 ) Eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

( 22 ) Deze post is alleen elk kwartaal vereist, zie tabel 5b voor het rapportagekader.

( 23 ) Wat betreft de in paragraaf 5.2 van deel 6 van bijlage I bedoelde rapportageverplichting wordt alleen de rij „Totaal” gerapporteerd, en alleen per kwartaal.

( 24 ) Eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid.

( 25 ) Uitsplitsingen van maandelijkse gegevens worden vetgedrukt, uitsplitsingen van kwartaalgegevens aangegeven in normaal lettertype en jaargegevens betreffende niet-balansposten cursief gedrukt.

( 26 ) Maandelijkse uitsplitsing naar looptijd heeft alleen betrekking op leningen aan de belangrijkste ingezeten sectoren m.u.v. MFI’s en algemene overheid van de deelnemende lidstaten. De overeenkomstige uitsplitsingen naar looptijd voor leningen aan de algemene overheid m.u.v. centrale overheid van de deelnemende lidstaten zijn per kwartaal.

( 27 ) Voor leningen wordt een verdere uitsplitsing naar doel opgenomen voor de subsector S.14 + S.15. Daarnaast zijn voor een beperkt aantal instrumenten verdere „waarvan posities” voor sommige subsectoren vereist: „waarvan centrale tegenpartijen” en „waarvan lege financiële instellingen” voor de subsector S.123; „waarvan eenmanszaken/personenvennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid” voor leningen aan de subsector S.14; „waarvan onderpand in de vorm van onroerend goed” voor leningen aan de subsectoren S.11 en S.14 + S.15 (alleen kwartaalvereisten).

( 28 ) Maandelijkse uitsplitsing naar looptijd heeft alleen betrekking op aangehouden effecten uitgegeven door MFI’s die in de deelnemende lidstaten gevestigd zijn. Net als kwartaalgegevens, worden aangehouden effecten uitgegeven door niet-MFI’s in de deelnemende lidstaten opgesplitst in „tot één jaar” en „langer dan één jaar”.

( 29 ) Alleen ten opzichte van de rest van de wereld.

( 30 ) De rapportage van de post „deposito’s met een opzegtermijn van meer dan twee jaar” is tot nader order vrijwillig.

( 31 ) Maandelijkse uitsplitsing per subsector is vereist voor leningen en deposito’s.

( 32 ) Driemaandelijkse uitsplitsing naar valuta van elke andere Europese Unie lidstaat is alleen vereist voor geselecteerde posten.

( 33 ) In de tabellen van deze bijlage, wordt de ECB geclassificeerd als een ingezeten MFI van het land waar de ECB is gevestigd.

( 34 ) Dochterondernemingen zijn afzonderlijke rechtspersoonlijkheid bezittende entiteiten waarin een andere entiteit een meerderheidsbelang of een belang van 100 % heeft, terwijl bijkantoren juridisch onzelfstandige (niet rechtspersoonlijkheid bezittende) entiteiten zijn die volledig eigendom zijn van de moedermaatschappij.

( 35 ) D.w.z. deze tabel is geen lijst van individuele financiële instrumenten.

( 36 ) Deze tabel geeft de details van meer complexe procedures die van toepassing zijn op specifieke gevallen. Voor gevallen die niet in de tabel voorkomen, gelden de normale regels voor het rapporteren van statistische informatie en het berekenen van reserveverplichtingen, zoals uiteengezet in artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1745/2003 (ECB/2003/9).

Top