Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02002R0006-20250501

Consolidated text: Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Uniemodellen

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/6/2025-05-01

02002R0006 — NL — 01.05.2025 — 005.003


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

▼M2

VERORDENING (EG) Nr. 6/2002 VAN DE RAAD

van 12 december 2001

betreffende Uniemodellen

▼B

(PB L 003 van 5.1.2002, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EG) nr. 1891/2006 VAN DE RAAD  van 18 december 2006

  L 386

14

29.12.2006

►M2

VERORDENING (EU) 2024/2822 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD  van 23 oktober 2024

  L 2822

1

18.11.2024


Gewijzigd bij:

►A1

AKTE  betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond

  L 236

33

23.9.2003

 A2

TOETREDINGSAKTE  van Bulgarije en Roemenië

  L 157

203

21.6.2005

►A3

VERDRAG  betreffende de toetreding van Kroatië (2012)

  L 112

21

24.4.2012


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 91037, 17.12.2025, blz.  1 (2024/2822)

►C2

Rectificatie, PB L 91052, 23.12.2025, blz.  1 (nr. 6/2002)




▼B

▼M2

VERORDENING (EG) Nr. 6/2002 VAN DE RAAD

van 12 december 2001

betreffende Uniemodellen

▼B



TITEL I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

▼M2

Uniemodellen

1.  
Een model dat aan de in deze verordening vastgestelde voorwaarden voldoet, wordt hierna „Uniemodellen” genoemd.

▼B

2.  

Een ►M2  Uniemodel ◄ wordt beschermd als een:

a) 

„niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ ”, indien het op de bij deze verordening bepaalde wijze voor het publiek beschikbaar is gesteld;

b) 

„ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ ”, indien het op de bij deze verordening bepaalde wijze is ingeschreven.

3.  
Het ►M2  Uniemodel ◄ vormt een eenheid. Het heeft dezelfde rechtsgevolgen in de ►M2  hele Unie ◄ . Inschrijving, overdracht, afstand, vervallen- of nietigverklaring en verbod op het gebruik ervan zijn slechts voor de ►M2  hele Unie ◄ mogelijk. Dit beginsel en de implicaties ervan zijn van toepassing tenzij deze verordening anders bepaalt.

▼M2

Artikel 2

Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie

Het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie („het Bureau”), dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), voert de taken uit die bij deze verordening eraan worden opgelegd.

▼M2

Artikel 2 bis

Handelingsbevoegdheid

Voor de toepassing van deze verordening worden met rechtspersonen gelijkgesteld, vennootschappen en andere juridische eenheden die overeenkomstig het op hen toepasselijke recht bevoegd zijn om in eigen naam drager te zijn van ongeacht welke rechten en verplichtingen, overeenkomsten aan te gaan of andere rechtshandelingen te verrichten en in rechte op te treden.

▼B

TITEL II

HET RECHT INZAKE MODELLEN

Afdeling 1

Voorwaarden voor bescherming

▼M2

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1) 

„model”: de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken, met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen, van het voortbrengsel zelf en/of van de versiering ervan, met inbegrip van de beweging, de transitie of elk ander type animatie van die kenmerken;

2) 

„voortbrengsel”: elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp dat geen computerprogramma is, ongeacht of het is belichaamd in een fysiek object of in niet-fysieke vorm wordt verwezenlijkt, met inbegrip van:

a) 

verpakkingen, sets van artikelen, ruimtelijke ordeningen van voorwerpen die bedoeld zijn om een binnen- of buitenomgeving te vormen, en onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd;

b) 

grafische werken of symbolen, logo’s, oppervlaktepatronen, typografische lettertypen en grafische gebruikersinterfaces;

3) 

„samengesteld voortbrengsel”: een voortbrengsel dat bestaat uit meerdere onderdelen die vervangen kunnen worden, zodat het voortbrengsel uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet kan worden.

▼B

Artikel 4

Beschermingsvoorwaarden

▼M2

1.  
Een model wordt als Uniemodel beschermd indien het nieuw is en een eigen karakter heeft.

▼B

2.  

Een model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, wordt slechts geacht nieuw te zijn en een eigen karakter te hebben:

a) 

voorzover het onderdeel, wanneer het in het samengestelde voortbrengsel is verwerkt, bij normaal gebruik van dit laatste zichtbaar blijft; en

b) 

voorzover deze zichtbare kenmerken van het onderdeel als zodanig aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter voldoen.

3.  
„Normaal gebruik” in de zin van lid 2, onder a), houdt het gebruik door de eindgebruiker in, met uitzondering van handelingen in verband met onderhoud, service of reparatie.

Artikel 5

Nieuwheid

1.  

Een model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld:

a) 

bij een niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , vóór de datum waarop het model waarvoor bescherming wordt gevraagd voor het eerst voor het publiek beschikbaar is gesteld;

b) 

bij een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , vóór de datum van indiening van de aanvrage om inschrijving van het model waarvoor bescherming wordt gevraagd of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang.

2.  
Modellen worden geacht identiek te zijn, indien de kenmerken ervan slechts in onbelangrijke details verschillen.

Artikel 6

Eigen karakter

1.  

Een model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld:

a) 

bij een niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , vóór de datum waarop het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd voor het eerst voor het publiek beschikbaar is gesteld;

b) 

bij een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , vóór de datum van indiening van de aanvrage om inschrijving of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang.

2.  
Bij de beoordeling van het eigen karakter wordt rekening gehouden met de mate van vrijheid van de ontwerper bij de ontwikkeling van het model.

Artikel 7

Openbaarmaking

1.  
Voor de toepassing van de artikelen 5 en 6 wordt een model geacht voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld, indien dit gepubliceerd is na inschrijving of op andere wijze, of tentoongesteld, in de handel gebracht of anderszins openbaar gemaakt is vóór de in artikel 5, onder a) en artikel 6, lid 1, onder a), genoemde datum of de in artikel 5, onder b), en artikel 6, lid 1, onder b), genoemde datum, tenzij deze feiten bij een normale gang van zaken redelijkerwijs niet ter kennis konden zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector die in de ►M2  Unie ◄ werkzaam zijn. Het model wordt echter niet geacht voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld, louter omdat het onder uitdrukkelijke of stilzwijgende voorwaarde van geheimhouding aan een derde bekendgemaakt is.

▼M2

2.  

Openbaarmaking wordt voor de toepassing van de artikelen 5 en 6 niet in aanmerking genomen wanneer het openbaar gemaakte model, dat identiek is aan of in de algemene indruk ervan niet verschilt van het model waarvoor aanspraak op bescherming als ingeschreven Uniemodel wordt gemaakt, voor het publiek beschikbaar is gesteld:

▼B

a) 

door de ontwerper, zijn rechtverkrijgende of een derde op basis van door de ontwerper of diens rechtverkrijgende verstrekte informatie of genomen maatregelen; en

b) 

gedurende het tijdvak van twaalf maanden voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvrage of, indien aanspraak wordt gemaakt op voorrang, aan de datum van voorrang.

3.  
Lid 2 is eveneens van toepassing wanneer het model ten gevolge van misbruik jegens de ontwerper of diens rechtverkrijgende voor het publiek beschikbaar is gesteld.

Artikel 8

Modellen die bepaald zijn door hun technische functie en modellen van verbindingen

1.  
Een recht op een ►M2  Uniemodel ◄ geldt niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die uitsluitend door de technische functie worden bepaald.
2.  
Een ►M2  Uniemodel ◄ geldt niet voor de uiterlijke kenmerken van een voortbrengsel die noodzakelijkerwijs in precies dezelfde vorm en afmetingen gereproduceerd moeten worden om het voortbrengsel waarin het model verwerkt is of waarop het toegepast is, mechanisch met een ander voortbrengsel te kunnen verbinden of om het in, rond of tegen een ander voortbrengsel te kunnen plaatsen, zodat elk van beide voortbrengselen zijn functie kan vervullen.
3.  
In afwijking van lid 2 kan een model dat tot doel heeft binnen een modulair systeem de meervoudige samenvoeging of verbinding van onderling verwisselbare voortbrengselen mogelijk te maken, onder de in de artikelen 5 en 6 gestelde voorwaarden als ►M2  Uniemodel ◄ worden beschermd.

Artikel 9

Met de openbare orde of de goede zeden strijdige modellen

Een model dat met de openbare orde of goede zeden strijdig is, is niet vatbaar voor bescherming als ►M2  Uniemodel ◄ .

Afdeling 2

Draagwijdte en duur van de bescherming

Artikel 10

Draagwijdte van de bescherming

1.  
De door een ►M2  Uniemodel ◄ verleende bescherming omvat elk model dat bij de geïnformeerde gebruiker geen andere algemene indruk wekt.
2.  
Bij het beoordelen van de draagwijdte van de bescherming wordt rekening gehouden met de mate van vrijheid van de ontwerper bij de ontwikkeling van het model.

Artikel 11

Aanvang en duur van de bescherming van het niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄

1.  
Een model dat aan de in afdeling 1 vastgestelde voorwaarden voldoet, wordt gedurende drie jaar met ingang van de datum waarop het model voor het eerst binnen de ►M2  Unie ◄ voor het publiek beschikbaar is gesteld, als niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ beschermd.
2.  
Voor de toepassing van lid 1 wordt een model geacht binnen de Gemeenschap voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld, indien het gepubliceerd is, tentoongesteld, in de handel gebracht of anderszins openbaar gemaakt is, en wel op zodanige wijze dat deze feiten bij een normale gang van zaken redelijkerwijs ter kennis konden zijn gekomen van ingewijden in de betrokken sector die in de Gemeenschap werkzaam zijn. Het model wordt echter niet geacht voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld, louter omdat het onder uitdrukkelijke of stilzwijgende voorwaarde van geheimhouding aan een derde bekendgemaakt is.

▼M2

Artikel 12

Aanvang en duur van de bescherming van het ingeschreven Uniemodel

1.  
Na inschrijving door het Bureau wordt een model als ingeschreven Uniemodel beschermd.
2.  
De inschrijving van een ingeschreven Uniemodel is geldig gedurende een periode van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving. De houder van het recht kan de inschrijving, overeenkomstig artikel 50 quinquies, telkens met een of meer perioden van vijf jaar verlengen, tot een totale beschermingsduur van 25 jaar vanaf de datum van indiening van de aanvraag om inschrijving.

▼M2 —————

▼B

Afdeling 3

Recht op het ►M2  Uniemodel ◄

Artikel 14

Recht op het ►M2  Uniemodel ◄

1.  
Het recht op het ►M2  Uniemodel ◄ komt toe aan de ontwerper of zijn rechtverkrijgende.
2.  
Wanneer twee of meer personen gezamenlijk een model hebben ontwikkeld, komt hun het recht op het ►M2  Uniemodel ◄ gezamenlijk toe.
3.  
Wanneer evenwel een model door een werknemer in de uitoefening van zijn functie of volgens de instructies van zijn werkgever wordt ontwikkeld, komt het recht op het ►M2  Uniemodel ◄ aan de werkgever toe, tenzij bij overeenkomst anders is bepaald of tenzij de toepasselijke nationale wetgeving een andersluidende bepaling bevat.

▼M2

Artikel 15

Vorderingen met betrekking tot de aanspraak op een Uniemodel

1.  
Indien een niet-ingeschreven Uniemodel openbaar wordt gemaakt door of indien daarop aanspraak wordt gemaakt door een persoon die uit hoofde van artikel 14 daarop geen recht heeft, of indien een ingeschreven Uniemodel is aangevraagd of ingeschreven op naam van een dergelijke persoon, kan de rechthebbende uit hoofde van dat artikel, onverminderd andere rechten of maatregelen die die persoon ter beschikking staan, voor de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat erkenning als rechtmatig houder van het Uniemodel vorderen.
2.  
Een persoon die samen met anderen recht heeft op een Uniemodel, kan overeenkomstig lid 1 erkenning als medehouder daarvan vorderen.
3.  
Procedures uit hoofde van lid 1 of 2 kunnen worden ingesteld binnen drie jaar na de datum waarop een ingeschreven Uniemodel werd gepubliceerd of een niet-ingeschreven Uniemodel openbaar werd gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing indien de persoon die geen recht heeft op het Uniemodel te kwader trouw was op het ogenblik waarop een dergelijk model werd aangevraagd, openbaar gemaakt of verkregen.
4.  
De persoon die uit hoofde van artikel 14 recht heeft op een Uniemodel kan op grond van lid 1 van dit artikel een verzoek tot verandering in het houderschap indienen bij het Bureau, samen met een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat over de aanspraak op het Uniemodel.
5.  

In het geval van een ingeschreven Uniemodel worden de volgende gegevens in het in artikel 72 bedoelde Uniemodellenregister („het register”) opgenomen:

a) 

een vermelding dat uit hoofde van lid 1 een procedure is ingesteld bij de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat;

b) 

de datum en gegevens van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat inzake de aanspraak op het Uniemodel of een andere beëindiging van de procedure;

c) 

een verandering in de eigendom van het ingeschreven Uniemodel ten gevolge van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat inzake de aanspraak op het Uniemodel.

Artikel 16

Gevolgen van de in kracht van gewijsde gegane beslissing inzake de aanspraak op een ingeschreven Uniemodel

▼C1

1.  
Wanneer er zich ingevolge een procedure uit hoofde van artikel 15, lid 1, een volledige verandering in het houderschap van een ingeschreven Uniemodel voltrekt, vervallen licenties en andere rechten bij de inschrijving van de nieuwe houder van het ingeschreven Uniemodel in het register.

▼M2

2.  
Indien de houder of een licentiehouder van het ingeschreven Uniemodel vóór de instelling van een procedure uit hoofde van artikel 15, lid 1, in het register is ingeschreven, het model in de Unie heeft geëxploiteerd of daartoe serieuze en daadwerkelijke voorbereidingen heeft getroffen, mag die houder of licentiehouder met deze exploitatie voortgaan, mits hij of zij binnen een periode van drie maanden na de datum van inschrijving van de nieuwe houder in het register aan de nieuwe houder, wiens of wier naam in het register is ingeschreven, om verlening van een niet-exclusieve licentie verzoekt. De licentie wordt voor een redelijke periode en tegen redelijke voorwaarden verleend.
3.  
Lid 2 is niet van toepassing, indien de houder van het ingeschreven Uniemodel of de licentiehouder te kwader trouw handelde op het tijdstip waarop die houder of licentiehouder met het exploiteren van het model of het treffen van de voorbereidingen daartoe begon.

▼B

Artikel 17

Vermoeden ten gunste van de ingeschreven houder van het model

De persoon op wiens naam het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ is ingeschreven of, voorafgaande aan de inschrijving, op wiens naam de aanvrage werd ingediend, wordt in alle procedures bij het Bureau en in alle andere procedures geacht rechthebbende te zijn.

▼M2

Artikel 18

Recht van de ontwerper om te worden vermeld

De ontwerper heeft evenals de aanvrager of de houder van een ingeschreven Uniemodel het recht bij het Bureau en in het register als zodanig te worden vermeld. Indien het model in teamverband is ontwikkeld, mag in plaats van de afzonderlijke ontwerpers het team worden vermeld. Dat recht omvat het recht een wijziging van de naam van de ontwerper of van het team in het register op te nemen.

▼B

Afdeling 4

Rechtsgevolgen van het ►M2  Uniemodel ◄

▼M2

Artikel 18 bis

Voorwerp van de bescherming

Bescherming wordt verleend aan die uiterlijke kenmerken van een ingeschreven Uniemodel die zichtbaar in de aanvraag om inschrijving zijn weergegeven.

▼M2

Artikel 19

Aan het Uniemodel verbonden rechten

1.  
Een ingeschreven Uniemodel verleent aan de houder ervan het exclusieve recht om het te gebruiken en om derden aan wie de houder daartoe geen toestemming heeft gegeven, te beletten het te gebruiken.
2.  

Uit hoofde van lid 1 kan met name het volgende worden verboden:

a) 

het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen of gebruiken van een voortbrengsel waarin het model is verwerkt of waarop het model wordt toegepast;

b) 

het invoeren of uitvoeren van een in punt a) bedoeld voortbrengsel;

c) 

het voor de in de punten a) en b) genoemde doeleinden in voorraad hebben van een in punt a) bedoeld voortbrengsel;

d) 

het creëren, downloaden, kopiëren en delen of verspreiden onder anderen van een drager waarop of software waarin het model is vastgelegd, teneinde een in punt a) bedoeld voortbrengsel te kunnen maken.

3.  
De houder van een ingeschreven Uniemodel heeft het recht derden te beletten in het economische verkeer voortbrengselen binnenbrengen in de Unie vanuit derde landen zonder dat deze in de Unie in het vrije verkeer worden gebracht, indien het model op identieke wijze is verwerkt in of is toegepast op die voortbrengselen, of indien het model in zijn belangrijkste kenmerken niet van dergelijke voortbrengselen kan worden onderscheiden, en de toestemming van de houder van het recht niet is verleend.

Het in de eerste alinea van dit lid bedoelde recht vervalt indien door de aangever of de houder van de voortbrengselen tijdens de procedure om te bepalen of inbreuk is gemaakt op het Uniemodel, die is ingeleid overeenkomstig Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ), het bewijs wordt geleverd dat de houder van het ingeschreven Uniemodel niet gerechtigd is om het op de markt brengen van de voortbrengselen in het land van de eindbestemming te verbieden.

4.  
►C1  De houder van een niet-ingeschreven Uniemodel mag de in de leden 1 en 2 genoemde handelingen alleen beletten als het aangevochten gebruik voortvloeit uit het namaken van het beschermde model. ◄

Het in de eerste alinea bedoelde aangevochten gebruik wordt niet beschouwd als voortvloeiende uit het namaken van het niet-ingeschreven Uniemodel indien dit gebruik voortvloeit uit onafhankelijk scheppend werk door een ontwerper van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij of zij het door de rechthebbende openbaar gemaakte model niet kende.

5.  
Lid 4 van dit artikel is ook van toepassing op een ingeschreven Uniemodel waarvan de publicatie is opgeschort, zolang de relevante inschrijvingen in het register en het dossier niet overeenkomstig artikel 50, lid 4, voor het publiek beschikbaar zijn gesteld.

Artikel 20

Beperking van de aan het Uniemodel verbonden rechten

1.  

De rechten op een Uniemodel mogen niet worden uitgeoefend voor:

a) 

handelingen die in de particuliere sfeer en voor niet-commerciële doeleinden worden verricht;

b) 

handelingen die voor experimentele doeleinden worden verricht;

c) 

handelingen bestaande in reproductie ter illustratie of voor onderricht;

d) 

handelingen die ter identificatie van of verwijzing naar een voortbrengsel als dat van de houder van het modelrecht worden verricht;

e) 

handelingen die met het oog op commentaar, kritiek of parodie worden verricht;

f) 

de uitrusting van in een derde land geregistreerde vaartuigen en luchtvaartuigen die zich tijdelijk op het grondgebied van de Unie bevinden;

g) 

de invoer in de Unie van vervangingsonderdelen en toebehoren voor de reparatie van de in punt f) bedoelde vaartuigen en luchtvaartuigen;

h) 

de uitvoering van reparaties aan de in punt f) bedoelde vaartuigen en luchtvaartuigen.

2.  
De punten c), d) en e) van lid 1 zijn alleen van toepassing indien de handelingen met eerlijke handelspraktijken verenigbaar zijn en niet onnodig afbreuk doen aan de normale exploitatie van het model en, in het in punt c), bedoelde geval, indien de bron van het voortbrengsel waarin het model is verwerkt of waarop het model wordt toegepast, wordt vermeld.

▼M2

Artikel 20 bis

Reparatieclausule

1.  
Er wordt geen bescherming verleend aan een Uniemodel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt waarvan de uiterlijke kenmerken bepalend zijn voor het model van het onderdeel, en dat in de zin van artikel 19, lid 1, uitsluitend wordt gebruikt voor de reparatie van dat samengestelde voortbrengsel om het zijn oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven.
2.  
Lid 1 wordt niet ingeroepen door een fabrikant of verkoper van een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel die de consumenten niet naar behoren heeft geïnformeerd, door middel van een duidelijke en zichtbare opgave op het voortbrengsel of in een andere passende vorm, over de commerciële oorsprong, en de identiteit van de fabrikant, van het voortbrengsel dat voor de reparatie van het samengestelde voortbrengsel wordt gebruikt, zodat zij met kennis van zaken een keuze kunnen maken tussen concurrerende voortbrengselen die voor de reparatie kunnen worden gebruikt.
3.  
De fabrikant of verkoper van een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel wordt niet verplicht te garanderen dat de onderdelen die zij vervaardigen of verkopen, uiteindelijk door eindgebruikers uitsluitend voor reparatie worden gebruikt om dat samengestelde voortbrengsel zijn oorspronkelijke uiterlijke kenmerken terug te geven.

▼M2

Artikel 21

Uitputting van rechten

De aan een Uniemodel verbonden rechten gelden niet voor handelingen die betrekking hebben op een voortbrengsel waarin een als Uniemodel beschermd model is verwerkt of waarop het is toegepast, indien het voortbrengsel door de houder van het Uniemodel, of met de toestemming van de houder, in de Europese Economische ruimte (EER) in de handel is gebracht.

▼B

Artikel 22

Recht van voorgebruik met betrekking tot een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄

1.  
Iedere derde die kan aantonen dat hij vóór de datum van de indiening van de aanvrage, of indien aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang, te goeder trouw een aanvang heeft gemaakt met, of serieuze en daadwerkelijke voorbereidingen heeft getroffen tot het gebruik, in de ►M2  Unie ◄ , van een model dat onder de aan het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ verleende bescherming valt en geen namaak is van dat ►M2  Uniemodel ◄ , kan zich beroepen op een recht van voorgebruik.
2.  
Op grond van het recht van voorgebruik kan de derde het model exploiteren voor de doeleinden waarvoor hij, vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , een aanvang had gemaakt met of serieuze en daadwerkelijke voorbereidingen had getroffen tot het gebruik van dat model.
3.  
Op grond van het recht van voorgebruik kan niet aan iemand anders een licentie voor de exploitatie van het model worden verleend.
4.  
Indien de betrokken derde een onderneming is, kan het recht van voorgebruik slechts overgaan samen met de activiteiten van die onderneming in het kader waarvan het gebruik plaatsvond of de voorbereidingen werden getroffen.

Artikel 23

Gebruik door de overheid

De bepalingen in de wetgeving van een lidstaat die het gebruik van nationale modellen door of voor de overheid toestaan kunnen op ►M2  Uniemodellen ◄ worden toegepast, doch uitsluitend voorzover het gebruik noodzakelijk is voor wezenlijke defensie- of veiligheidsbehoeften.

Afdeling 5

Nietigheid

Artikel 24

Nietigverklaring

1.  
Een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ wordt nietig verklaard op vordering bij het Bureau overeenkomstig de procedure in de titels VI en VII of door een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ op reconventionele vordering in een inbreukprocedure.

▼M2

2.  
Een Uniemodel kan zelfs na verval of afstand nietig worden verklaard, indien de aanvrager bewijst een gerechtvaardigd belang te hebben bij het verkrijgen van een materiële beslissing.

▼B

3.  
Een niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ wordt door een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ nietig verklaard op vordering bij die rechtbank of op reconventionele vordering in een inbreukprocedure.

Artikel 25

Nietigheidsgronden

1.  

Een ►M2  Uniemodel ◄ kan slechts in de volgende gevallen nietig worden verklaard:

a) 

het model stemt niet overeen met de omschrijving van ►M2  artikel 3, punt 1) ◄ ;

b) 

het beantwoordt niet aan de voorwaarden van de artikelen 4 tot en met 9;

c) 

de houder van het recht kan krachtens een rechterlijke beslissing geen aanspraak op het ►M2  Uniemodel ◄ maken uit hoofde van artikel 14;

▼M1

d) 

het ►M2  Uniemodel ◄ is strijdig met een ouder model dat na de datum van indiening van de aanvraag of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, na de datum van voorrang voor het publiek beschikbaar is gesteld, en dat vanaf een aan deze datum voorafgaand tijdstip wordt beschermd

i) 

als ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ dan wel door een aanvraag om inschrijving als ►M2  Uniemodel ◄ ,

of

ii) 

door een ingeschreven modelrecht van een lidstaat, dan wel door een aanvraag om een zodanig recht,

of

iii) 

door een modelrecht dat is ingeschreven overeenkomstig de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid, vastgesteld in Genève op 2 juli 1999 (hierna de „Akte van Genève” te noemen), goedgekeurd bij Besluit van de Raad en dat rechtsgevolgen heeft in de Gemeenschap, of door een aanvraag om een zodanig recht;

▼B

e) 

in een later model wordt van een onderscheidend teken gebruik gemaakt en het Gemeenschapsrecht of het recht van de lidstaat dat op dat teken van toepassing is, staat de houder van het recht op het teken toe dat gebruik te verbieden;

f) 

in het model wordt zonder toestemming gebruik gemaakt van een werk dat in een lidstaat auteursrechtelijk is beschermd;

g) 

het model vormt een oneigenlijk gebruik van een van de in artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs ter bescherming van de industriële eigendom, hierna „Verdrag van Parijs” genoemd, genoemde zaken, of van kentekenen, emblemen en wapens die niet onder genoemd artikel 6 ter vallen en die in een lidstaat van bijzonder algemeen belang zijn.

2.  
De in lid 1, onder c), vermelde grond kan alleen worden ingeroepen door degene die uit hoofde van artikel 14 aanspraak kan maken op het ►M2  Uniemodel ◄ .
3.  
De in lid 1, onder d), e) en f), vermelde gronden kunnen alleen door de aanvrager of de houder van het oudere recht worden ingeroepen.
4.  
De in lid 1, onder g), vermelde grond kan alleen door de belanghebbende worden ingeroepen.
5.  
De leden 3 en 4 gelden onverminderd de vrijheid van de lidstaat om te bepalen dat de in lid 1, onder d) en g), vermelde gronden ook ambtshalve door de bevoegde instantie van die lidstaat kunnen worden ingeroepen.
6.  
Een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ dat overeenkomstig lid 1, onder b), e), f) of g), nietig is verklaard, kan in gewijzigde vorm worden gehandhaafd, indien het in die vorm aan de beschermingsvoorwaarden voldoet en het model zijn identiteit behoudt. Handhaving in gewijzigde vorm kan erin bestaan dat de inschrijving vergezeld gaat van een verklaring van de houder van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ dat hij gedeeltelijk afziet van aanspraken op dat recht, of van een vermelding in het register van een rechterlijke beslissing of een beslissing van het Bureau waarbij het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ gedeeltelijk nietig is verklaard.

Artikel 26

Rechtsgevolgen van nietigheid

1.  
In de mate waarin het nietig is verklaard, wordt het ►M2  Uniemodel ◄ geacht van de aanvang af geen rechtsgevolgen als bedoeld in deze verordening te hebben gehad.
2.  

Onverminderd de nationale bepalingen betreffende vorderingen tot vergoeding van schade, veroorzaakt door nalatigheid of kwade trouw van de houder van het ►M2  Uniemodel ◄ , of betreffende ongerechtvaardigde verrijking, heeft de terugwerkende kracht van de nietigheid van het ►M2  Uniemodel ◄ geen invloed op:

a) 

een beslissing over inbreuk die vóór de nietigverklaring in kracht van gewijsde gegaan en ten uitvoer gelegd is;

b) 

een vóór de nietigverklaring gesloten overeenkomst, voorzover die vóór die verklaring is uitgevoerd; uit billijkheidsoverwegingen kan echter terugbetaling worden geëist van de op grond van deze overeenkomst betaalde bedragen en wel in de mate die door de omstandigheden gerechtvaardigd is.

▼M2

Afdeling 6

Kennisgeving van inschrijving

Artikel 26 bis

Registratiesymbool

De houder van een ingeschreven Uniemodel kan het publiek ervan in kennis stellen dat het model in het register is ingeschreven door op het voortbrengsel waarin het model is verwerkt of waarop het wordt toegepast een in een cirkel geplaatste letter image (design (model)) weer te geven. Een dergelijke opgave kan vergezeld gaan van het inschrijvingsnummer van het model of van een link naar de inschrijving van het model in het register.

▼B

TITEL III

►M2  UNIEMODELLEN ◄ ALS VERMOGENSBESTANDDELEN

Artikel 27

Behandeling van ►M2  Uniemodellen ◄ als nationale modelrechten

1.  

Tenzij in de artikelen 28, 29, 30, 31 en 32 anders wordt bepaald, wordt het ►M2  Uniemodel ◄ als deel van het vermogen in zijn geheel en voor het gehele grondgebied van de ►M2  Unie ◄ beschouwd als een nationaal modelrecht van de lidstaat waar:

a) 

de houder op de betrokken dag zijn woonplaats of zetel had, of

b) 

indien het bepaalde onder a) niet van toepassing is, de houder op de betrokken dag een vestiging had.

2.  
In het geval van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ is lid 1 van toepassing volgens de aantekeningen in het register.
3.  

In het geval van gezamenlijk houderschap wordt, wanneer twee of meer medehouders aan het bepaalde in lid 1 voldoen, voor het aanwijzen van de in lid 1 bedoelde lidstaat in aanmerking genomen:

a) 

in het geval van een niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , diegene van de medehouders die door hen in onderlinge overeenstemming wordt aangewezen;

b) 

in het geval van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , de eerste van de medehouders in de volgorde waarin zij in het register worden vermeld.

4.  
Indien de leden 1, 2 en 3 niet van toepassing zijn, is de in lid 1 bedoelde lidstaat de lidstaat waar het Bureau zijn zetel heeft.

Artikel 28

Overgang van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄

Op de overgang van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ zijn de volgende bepalingen van toepassing:

a) 

op verzoek van een der partijen wordt de overgang ingeschreven in het register en gepubliceerd;

b) 

zolang de overgang niet in het register is ingeschreven, mag de rechtverkrijgende zich niet op de uit de inschrijving van het ►M2  Uniemodel ◄ voortvloeiende rechten beroepen;

c) 

indien tegenover het Bureau bepaalde termijnen in acht moeten worden genomen, mag de rechtverkrijgende de betrokken verklaringen tegenover het Bureau afleggen wanneer het verzoek om inschrijving van de overgang door het Bureau is ontvangen;

d) 

alle stukken waarvan overeenkomstig artikel 66 aan de houder van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ kennis moet worden gegeven, worden door het Bureau gezonden aan degene die als houder ingeschreven staat of, indien hij een vertegenwoordiger heeft aangewezen, aan deze laatste.

▼M2

Artikel 28 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot overgang

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:

a) 

de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in het verzoek om inschrijving van een overgang, bedoeld in artikel 28, lid 3;

b) 

het voor een overgang zoals bedoeld in artikel 28, lid 3, vereiste soort documentatie, met inachtneming van de toestemming van de ingeschreven houder en de rechtsopvolger.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

Artikel 29

Zakelijke rechten op het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄

1.  
Het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ kan in pand worden gegeven of het voorwerp vormen van een ander zakelijk recht.
2.  
Op verzoek van een der partijen worden de in lid 1 bedoelde rechten ingeschreven in het register en gepubliceerd.

Artikel 30

Gedwongen tenuitvoerlegging

1.  
Een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ kan het voorwerp vormen van gedwongen tenuitvoerlegging.
2.  
Inzake gedwongen tenuitvoerlegging betreffende een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ zijn uitsluitend bevoegd de rechterlijke instanties en de andere autoriteiten van de overeenkomstig artikel 27 aangewezen lidstaat.
3.  
Op verzoek van een der partijen wordt de tenuitvoerlegging ingeschreven in het register en gepubliceerd.

Artikel 31

Insolventieprocedure

1.  
De enige insolventieprocedure waarin het ►M2  Uniemodel ◄ kan worden opgenomen is een insolventieprocedure die is ingeleid in de lidstaat op het grondgebied waarvan het centrum van de voornaamste belangen van de schuldenaar gelegen is.
2.  
Wanneer twee of meer personen eigenaar van een ►M2  Uniemodel ◄ zijn, is lid 1 van toepassing op het aandeel dat de mede-eigenaar in het ►M2  Uniemodel ◄ heeft.
3.  
Indien een ►M2  Uniemodel ◄ betrokken is in een insolventieprocedure, wordt op verzoek van de bevoegde nationale instantie de desbetreffende vermelding in het register ingeschreven en in het in artikel 73, lid 1, genoemde ►M2  Uniemodellenblad ◄ gepubliceerd.

Artikel 32

Licentie

1.  
Een ►M2  Uniemodel ◄ kan het voorwerp zijn van een licentie voor de gehele ►M2  Uniemodel ◄ of voor een deel daarvan. Een licentie kan al dan niet uitsluitend zijn.
2.  
Onverminderd eventuele rechtsvorderingen op basis van het contractenrecht, kunnen de aan het ►M2  Uniemodel ◄ verbonden rechten door de houder worden ingeroepen tegen een licentiehouder die handelt in strijd met een van de bepalingen van de licentieovereenkomst inzake de duur daarvan, de vorm waarin het model mag worden gebruikt, de reeks voortbrengselen waarvoor de licentie is verleend en de kwaliteit van de door de licentiehouder vervaardigde voortbrengselen.
3.  
Onverminderd het bepaalde in de licentieovereenkomst, kan de licentiehouder een vordering wegens inbreuk op het ►M2  Uniemodel ◄ alleen instellen met toestemming van de houder van het ►M2  Uniemodel ◄ . De houder van een uitsluitende licentie kan een dergelijke vordering evenwel instellen, indien de houder van het ►M2  Uniemodel ◄ niet, na daartoe te zijn aangespoord, binnen een redelijke termijn zelf een vordering wegens inbreuk instelt.
4.  
De licentiehouder kan in de vordering wegens inbreuk die de houder van het ►M2  Uniemodel ◄ aanhangig heeft gemaakt, tussenkomen om de door hem geleden schade vergoed te krijgen.
5.  
Wanneer het een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ betreft, wordt de verlening of overgang van een desbetreffende licentie op verzoek van een der partijen ingeschreven in het register en gepubliceerd.

Artikel 33

Werking jegens derden

1.  
De werking jegens derden van de in de artikelen 28, 29, 30 en 32 bedoelde rechtshandelingen wordt beheerst door het recht van de overeenkomstig artikel 27 aangewezen lidstaat.
2.  
Wat ingeschreven ►M2  Uniemodellen ◄ betreft, kunnen de in de artikelen 28, 29, 30 en 32 bedoelde rechtshandelingen evenwel in alle lidstaten slechts aan derden worden tegengeworpen, nadat zij in het register ingeschreven zijn. Wel kan een zodanige handeling vóór deze inschrijving worden tegengeworpen aan derden die rechten op het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ verworven hebben na de datum van die handeling, maar die op de datum waarop zij de betrokken rechten verwierven, van die handeling op de hoogte waren.
3.  
Lid 2 is niet van toepassing op een persoon die het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ of een recht op het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ verworven heeft door overdracht van de onderneming in haar geheel of krachtens andere rechtsopvolging onder algemene titel.
4.  
Totdat gemeenschappelijke bepalingen inzake insolventie voor de lidstaten in werking treden, wordt de werking jegens derden van een insolventieprocedure beheerst door het recht van de lidstaat waar de procedure het eerst is ingeleid overeenkomstig het nationale recht of verordeningen terzake.

Artikel 34

De aanvrage om een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ als deel van het vermogen

1.  
Een aanvrage om een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ als deel van het vermogen wordt in zijn geheel en met betrekking tot het gehele grondgebied van de Gemeenschap met een nationaal modellenrecht van de overeenkomstig artikel 27 aangewezen lidstaat gelijkgesteld.
2.  
De artikelen 28, 29, 30, 31, 32 en 33 zijn van overeenkomstige toepassing op aanvragen om ingeschreven ►M2  Uniemodellen ◄ . Indien het intreden van het rechtsgevolg van een dezer bepalingen een inschrijving in het register vergt, wordt aan deze formaliteit voldaan bij de inschrijving van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ waartoe de aanvrage leidt.

TITEL IV

DE AANVRAGE OM EEN INGESCHREVEN ►M2  UNIEMODEL ◄

Afdeling 1

Indiening van de aanvrage en de voorwaarden waaraan deze moet voldoen

▼M2

Artikel 35

Indiening van aanvragen

1.  
De aanvraag om een ingeschreven Uniemodel wordt ingediend bij het Bureau.
2.  
Het Bureau verstrekt de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs, waarop ten minste het dossiernummer, een afbeelding, een beschrijving of een andere aanduiding van het model, de aard en het aantal van de stukken alsmede de datum waarop zij zijn ontvangen, worden vermeld. In het geval van een meervoudige aanvraag worden op het door het Bureau verstrekte ontvangstbewijs de identificatiegegevens van het eerste model en het aantal ingediende modellen vermeld.

▼B

Artikel 36

Voorschriften waaraan de aanvrage moet voldoen

▼M2

1.  

De aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel bevat:

a) 

een verzoek om inschrijving;

b) 

gegevens op grond waarvan de aanvrager kan worden geïdentificeerd;

c) 

een voldoende duidelijke afbeelding van het model, op basis waarvan het voorwerp waarvoor bescherming wordt aangevraagd kan worden vastgesteld.

2.  
De aanvraag moet verder een opgave bevatten van de voortbrengselen waarin het model zal worden verwerkt of waarop het zal worden toegepast.
3.  

Daarnaast kan de aanvraag het volgende bevatten:

a) 

een beschrijving ter verduidelijking van de afbeelding;

b) 

een verzoek tot opschorting van de publicatie van de inschrijving overeenkomstig artikel 50;

c) 

indien de aanvrager een vertegenwoordiger heeft aangewezen, gegevens op grond waarvan deze kan worden geïdentificeerd;

d) 

de classificatie van de voortbrengselen waarin het model zal worden verwerkt of waarop het zal worden toegepast volgens de klasse en de onderklasse van de classificatie van Locarno, zoals gewijzigd en van kracht zijnde op de datum van indiening van de aanvraag;

e) 

vermelding van de ontwerper of het team van ontwerpers of een verklaring onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager dat de ontwerper of het team van ontwerpers afstand heeft gedaan van het recht op vermelding.

4.  
Bij de aanvraag wordt de indieningstaks betaald. Indien overeenkomstig lid 3, punt b), een verzoek tot opschorting wordt ingediend, moet daarvoor een bijkomende taks voor opschorting van de publicatie worden betaald.

▼B

5.  
De aanvrage voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld bij de uitvoeringsverordening.

▼C2

6.  
De informatie die vervat ligt in de in lid 2 en lid 3, onder a) en d), bedoelde elementen, is niet van invloed op de draagwijdte van de bescherming van het model als zodanig.

▼M2

Artikel 36 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de aanvraag

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

Artikel 37

Meervoudige aanvrage

▼M2

1.  
Voor maximaal vijftig modellen kan één meervoudige aanvraag voor ingeschreven Uniemodellen worden ingediend. Elk model van een meervoudige aanvraag wordt door het Bureau genummerd volgens een systeem dat door de uitvoerend directeur wordt vastgesteld.
2.  
Bij de indiening van de meervoudige aanvraag wordt behalve de in artikel 36, lid 4, bedoelde taksen een indieningstaks betaald voor elk bijkomend model in de meervoudige aanvraag en, indien de aanvraag een verzoek tot opschorting van de publicatie behelst, een taks voor opschorting van de publicatie voor elk model in de meervoudige aanvraag waarvoor om opschorting wordt verzocht.

▼B

3.  
De meervoudige aanvrage voldoet aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in de uitvoeringsverordening.

▼M2

4.  
Elk van de modellen in een meervoudige aanvraag of een op die aanvraag gebaseerde inschrijving kan onafhankelijk van de andere modellen worden behandeld. Een dergelijk model kan onafhankelijk van de andere modellen ten uitvoer worden gelegd of voorwerp van licentie, van een zakelijk recht, van gedwongen tenuitvoerlegging, van een insolventieprocedure, van afstand, van vernieuwing, van overdracht, van opschorting van de publicatie of van nietigverklaring zijn.

▼M2

Artikel 37 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot meervoudige aanvragen

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die de meervoudige aanvraag moet bevatten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼M2

Artikel 38

Datum van indiening

De datum van indiening van een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel is de datum waarop de aanvrager de documenten met de in artikel 36, lid 1, bedoelde gegevens bij het Bureau indient, op voorwaarde dat de in artikel 36, lid 4, en artikel 37, lid 2, bedoelde indieningstaksen worden betaald binnen een maand nadat die documenten zijn ingediend.

Artikel 39

Gelijkwaardigheid van een aanvraag bij de Unie met een nationale aanvraag

Een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel waaraan een datum van indiening is toegekend, is in de lidstaten gelijkwaardig aan een op regelmatige wijze ingediende nationale aanvraag, waarbij zo nodig rekening wordt gehouden met het recht van voorrang dat voor de aanvraag voor een Uniemodel wordt ingeroepen.

▼B

Artikel 40

Classificatie

Voor de toepassing van deze verordening is de bijlage bij de Overeenkomst van Locarno van 18 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid van toepassing.

Afdeling 2

Voorrang

Artikel 41

Recht van voorrang

1.  
Wie op regelmatige wijze een aanvrage om een modelrecht of om een gebruiksmodel heeft ingediend in of voor een staat die partij is bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, of zijn rechtverkrijgende, geniet voor de indiening van een aanvrage om een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ voor hetzelfde model of gebruiksmodel, voorrang gedurende zes maanden na de indiening van de eerste aanvrage.
2.  
Elke aanvrage die de waarde heeft van een regelmatige nationale aanvrage overeenkomstig het recht van de staat waar de aanvrage is ingediend dan wel overeenkomstig bilaterale of multilaterale overeenkomsten, wordt geacht een recht van voorrang te doen ontstaan.
3.  
Onder regelmatige nationale aanvrage wordt verstaan, een aanvrage waarvan de datum van indiening kan worden vastgesteld, ongeacht het verdere lot van die aanvrage.
4.  
Met een eerste aanvrage waarvan de datum van indiening het begintijdstip van de termijn van voorrang is, wordt gelijkgesteld een latere aanvrage die is ingediend voor hetzelfde model en in of voor dezelfde staat als de eerdere aanvrage, mits de eerdere aanvrage op de datum van indiening van de latere aanvrage is ingetrokken, prijsgegeven of afgewezen, zonder voor het publiek ter inzage te hebben gelegen en zonder rechten te hebben laten bestaan, en mits zij nog niet als grondslag heeft gediend voor het beroep op het recht van voorrang. De eerdere aanvrage kan dan niet meer als grondslag dienen voor het beroep op het recht van voorrang.
5.  
Indien de eerste aanvrage is ingediend in een staat die geen partij is bij het Verdrag van Parijs of bij de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, zijn de leden 1 tot en met 4 slechts van toepassing voorzover deze staat, blijkens gepubliceerde gegevens, aan een bij het Bureau ingediende eerste aanvrage een recht van voorrang verbindt onder voorwaarden en met rechtsgevolgen die vergelijkbaar zijn met die van deze verordening.

Artikel 42

Beroep op voorrang

De aanvrager van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ die zich wil beroepen op de voorrang van een eerdere aanvrage, dient een verklaring van voorrang en een afschrift van de eerdere aanvrage in. Indien de eerdere aanvrage niet in een van de talen van het Bureau is gesteld, kan het Bureau om een vertaling van die aanvrage in een van die talen verzoeken.

▼M2

Artikel 42 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot het beroep op voorrang

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot wat voor documentatie er moet worden ingediend voor het inroepen van voorrang van een eerdere aanvraag overeenkomstig artikel 42, lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼M2

Artikel 43

Rechtsgevolgen van het recht van voorrang

Het recht van voorrang heeft ten gevolge dat voor de toepassing van de artikelen 5, 6, 7 en 22, en artikel 25, lid 1, punten d), e) en f), en artikel 50, lid 1, de datum van voorrang als de datum van indiening van de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel wordt beschouwd.

▼B

Artikel 44

Voorrang in geval van tentoonstelling

1.  
Indien de aanvrager van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ voortbrengselen waarin het model is verwerkt of waarop het wordt toegepast, exposeert op een officiële of officieel erkende internationale tentoonstelling in de zin van het Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen, ondertekend te Parijs op 22 november 1928, kan hij zich, wanneer hij de aanvrage indient binnen zes maanden na de datum van de eerste expositie van die voortbrengselen, vanaf die datum beroepen op het recht van voorrang in de zin van artikel 43.
2.  
De aanvrager die aanspraak wenst te maken op de voorrang volgens lid 1, moet overeenkomstig de bepalingen van de uitvoeringsverordening met bewijsstukken staven dat de voortbrengselen waarin het model is verwerkt of waarop het wordt toegepast, geëxposeerd zijn.
3.  
Voorrang voor een tentoonstelling, toegekend in een lidstaat of een derde land, verlengt de voorrangstermijn van artikel 41 niet.

▼M2

Artikel 44 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de aard en de details van het in te dienen bewijs voor een beroep op voorrang in geval van tentoonstelling overeenkomstig artikel 44, lid 2. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

TITEL V

INSCHRIJVINGSPROCEDURE

▼M2

Artikel 45

Onderzoek of de aanvraag voldoet aan de vormvereisten

1.  
Het Bureau onderzoekt of de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel voldoet aan de vereisten van artikel 38 voor de toekenning van een datum van indiening.
2.  

Het Bureau onderzoekt of:

a) 

de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel voldoet aan de voorwaarden en vereisten van artikel 36, leden 2, 3 en 5, en, in het geval van een meervoudige aanvraag, aan die van artikel 37, leden 1 en 3;

b) 

voor zover van toepassing, de bijkomende taks voor opschorting van de publicatie op grond van artikel 36, lid 4, is betaald binnen de voorgeschreven termijn;

c) 

voor zover van toepassing, de bijkomende taks voor opschorting van de publicatie voor elk model in een meervoudige aanvraag op grond van artikel 37, lid 2, is betaald binnen de voorgeschreven termijn.

3.  
Indien de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel niet voldoet aan de in lid 1 of 2 gestelde vereisten, verzoekt het Bureau de aanvrager binnen twee maanden na de kennisgeving van dat verzoek de vastgestelde gebreken op te heffen of de achterstallige betalingen alsnog te verrichten.
4.  
Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan het in lid 3 bedoelde verzoek van het Bureau om aan de in lid 1 gestelde vereisten te voldoen, wordt de aanvraag niet behandeld als een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel. Indien de aanvrager gevolg geeft aan dat verzoek met betrekking tot die vereisten, kent het Bureau als datum van indiening van de aanvraag de datum toe waarop de gebreken zijn opgeheven of de achterstallige betalingen alsnog zijn verricht.
5.  
Indien de aanvrager niet voldoet aan het in lid 3 bedoelde verzoek van het Bureau om te voldoen aan de in lid 2, punten a) en b), gestelde vereisten, wordt de aanvraag door het Bureau afgewezen.
6.  
Indien de aanvrager geen gevolg geeft aan het in lid 3 bedoelde verzoek van het Bureau om aan de in lid 2, punt c), van dit artikel gestelde vereisten te voldoen, wordt de aanvraag afgewezen met betrekking tot de bijkomende modellen, tenzij uit de aanvraag duidelijk blijkt welke modellen het betaalde bedrag moet dekken. Bij ontbreken van andere criteria om vast te stellen op welke modellen het betaalde bedrag betrekking heeft, behandelt het Bureau de modellen in de opeenvolgende volgorde waarin zij in de meervoudige aanvraag zijn opgenomen. De aanvraag wordt afgewezen met betrekking tot de modellen waarvoor de bijkomende taks voor opschorting van de publicatie niet of niet volledig is betaald.
7.  
Indien de bepalingen betreffende een beroep op voorrang niet in acht worden genomen, vervalt het recht van voorrang voor de aanvraag.

▼M2 —————

▼B

Artikel 47

Gronden voor niet-inschrijving

1.  

Indien het Bureau bij zijn onderzoek overeenkomstig artikel 45 bemerkt dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd

a) 

niet overeenstemt met de omschrijving van ►M2  artikel 3, punt 1) ◄ , of

b) 

strijdig is met de openbare orde of de goede zeden,

wijst het de aanvrage af.

2.  
De aanvrage kan pas worden afgewezen, nadat de aanvrager in de gelegenheid is gesteld zijn aanvrage in te trekken of te wijzigen of zijn opmerkingen kenbaar te maken.

▼M2

Artikel 47 ter

Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de wijziging van de aanvraag

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis, gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere procedureregels voor de in artikel 47 bis, lid 2, bedoelde wijziging van de aanvraag te bepalen.

▼M2

Artikel 48

Inschrijving

1.  
Indien is voldaan aan de vereisten voor een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel, en voor zover de aanvraag niet is afgewezen op grond van artikel 47, schrijft het Bureau het in de aanvraag vervatte model en de in artikel 72, lid 2, bedoelde gegevens in het register in.
2.  
Indien de aanvraag een verzoek om opschorting van de publicatie op grond van artikel 50 bevat, worden tevens een vermelding van dat verzoek en de datum waarop de termijn van opschorting afloopt in het register ingeschreven.

▼C1

3.  
De inschrijving draagt als datum de in artikel 38 bedoelde datum van indiening van de aanvraag.

▼M2

4.  
De op grond van artikel 36, lid 4, en artikel 37, lid 2, verschuldigde taksen worden niet terugbetaald, zelfs niet indien het aangevraagde model niet wordt ingeschreven.

▼B

Artikel 49

Publicatie

Na de inschrijving publiceert het Bureau het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ in het in artikel 73, lid 1, genoemde ►M2  Uniemodellenblad ◄ . De inhoud van de publicatie wordt vastgesteld in de uitvoeringverordening.

▼M2

Artikel 49 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de publicatie

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die de in artikel 49 bedoelde publicatie moet bevatten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼M2

Artikel 50

Opschorting van publicatie

1.  
De indiener van een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel kan bij het indienen van de aanvraag verzoeken de publicatie van het ingeschreven Uniemodel tot dertig maanden na de datum van indiening van de aanvraag of, indien er aanspraak op voorrang wordt gemaakt, na de datum van voorrang op te schorten.
2.  
Wanneer een in lid 1 van dit artikel bedoeld verzoek wordt gedaan en indien wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 48, vindt de inschrijving als ingeschreven Uniemodel plaats, doch wordt, met inachtneming van artikel 74, lid 2, noch de afbeelding van het model, noch enig dossier betreffende de aanvraag voor het publiek ter inzage gelegd.
3.  
Het Bureau publiceert in het Uniemodellenblad een vermelding van een in lid 1 bedoeld verzoek. De vermelding bevat gegevens aan de hand waarvan de identiteit van de houder van het ingeschreven Uniemodel, de naam van de eventuele vertegenwoordiger, de datum van indiening van de aanvraag en van inschrijving van het model, en het dossiernummer van de aanvraag kunnen worden vastgesteld. Noch de afbeelding van het model, noch enige informatie betreffende de verschijningsvorm ervan worden gepubliceerd.
4.  
Bij het verstrijken van de termijn van opschorting of, indien de houder daarom verzoekt, op een vroegere datum legt het Bureau alle aantekeningen in het register alsmede het dossier betreffende de aanvraag ter inzage van het publiek en publiceert het het ingeschreven Uniemodel in het Uniemodellenblad.
5.  
De houder kan de in lid 4 van dit artikel bedoelde publicatie van het ingeschreven Uniemodel voorkomen door uiterlijk drie maanden vóór het verstrijken van de termijn van opschorting een verzoek om afstand van het Uniemodel overeenkomstig artikel 51 in te dienen. Verzoeken om inschrijving van de afstand in het register die niet aan de vereisten van artikel 51 en van de op grond van artikel 51 bis vastgestelde uitvoeringshandelingen voldoen, of die na de in dit lid genoemde termijn van drie maanden zijn ingediend, worden afgewezen.
6.  
In het geval van een inschrijving op basis van een meervoudige aanvraag op grond van artikel 37, geeft de houder, samen met het in lid 4 bedoelde verzoek om eerdere publicatie of het in lid 5 bedoelde verzoek om afstand, duidelijk aan welke van de modellen in die aanvraag eerder moeten worden gepubliceerd of waarvan afstand moet worden gedaan en voor welke modellen opschorting van de publicatie moet worden voortgezet.
7.  
Indien de houder niet aan de in lid 6 gestelde eis voldoet, verzoekt het Bureau de houder dit gebrek binnen een bepaalde termijn te verhelpen; deze termijn mag in geen geval na de opschortingstermijn van dertig maanden verstrijken.
8.  
Indien het in lid 7 bedoelde gebrek niet binnen de opgegeven termijn wordt verholpen, wordt het verzoek om eerdere publicatie geacht niet te zijn ingediend of wordt het verzoek om afstand afgewezen.
9.  
Tijdens de duur van de opschorting mag een rechtsvordering op grond van een ingeschreven Uniemodel slechts worden ingesteld, indien de gedaagde van de in het register en in het dossier betreffende de aanvraag vervatte informatie in kennis is gesteld.

▼M2

Artikel 50 quater

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in en de vorm van het in artikel 50 ter bedoelde inschrijvingsbewijs. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 50 quinquies

Vernieuwing

1.  
De inschrijving van het Uniemodel wordt vernieuwd op verzoek van de houder van het recht van het ingeschreven Uniemodel of van eenieder die uitdrukkelijk door de houder van het recht gemachtigd is om vernieuwing te verzoeken, mits de vernieuwingstaksen zijn betaald.
2.  
Het Bureau stelt de houder van het ingeschreven Uniemodel en elke houder van een ingeschreven recht op het Uniemodel ten minste zes maanden vóór de datum van verstrijken van de geldigheid van de inschrijving van dat verstrijken in kennis. Verzuim van kennisgeving leidt niet tot aansprakelijkheid van het Bureau en laat het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving onverlet.
3.  
Het verzoek tot vernieuwing moet worden ingediend binnen een periode van zes maanden vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving. De vernieuwingstaks wordt ook binnen die termijn betaald.

Bij gebreke daarvan kan het verzoek worden ingediend en kan de taks worden betaald binnen een extra termijn van zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving, op voorwaarde dat er een toeslag voor laattijdige betaling van de vernieuwingstaks of voor laattijdige indiening van het verzoek tot vernieuwing binnen die extra termijn wordt betaald.

4.  

Het in lid 1 bedoelde verzoek tot vernieuwing bevat:

a) 

de naam van de persoon die de vernieuwing aanvraagt;

b) 

het inschrijvingsnummer van het te vernieuwen Uniemodel;

c) 

in geval van een inschrijving op basis van een meervoudige aanvraag: een vermelding van de modellen waarvoor om vernieuwing wordt verzocht.

Indien de vernieuwingstaksen zijn betaald, wordt de betaling beschouwd als een verzoek tot vernieuwing, mits deze alle nodige gegevens bevat om het doel van de betaling vast te stellen.

5.  
In geval van een inschrijving op basis van een meervoudige aanvraag op grond van artikel 37, waarbij de betaalde taksen niet toereikend zijn om alle modellen te dekken waarvoor om vernieuwing wordt verzocht, wordt de inschrijving vernieuwd van die modellen waarvoor duidelijk is dat het betaalde bedrag ervoor bedoeld is. Bij ontbreken van andere criteria om vast te stellen op welke modellen het betaalde bedrag betrekking heeft, behandelt het Bureau de modellen in de opeenvolgende numerieke volgorde waarin zij in de meervoudige aanvraag zijn opgenomen.
6.  
De vernieuwing gaat in daags na de datum waarop de geldigheid van de inschrijving verstrijkt. De vernieuwing wordt in het register opgetekend.
7.  
Indien het verzoek tot vernieuwing binnen de in lid 3 vermelde termijnen wordt ingediend, maar er niet wordt voldaan aan de andere in dit artikel gestelde vernieuwingsvoorwaarden, stelt het Bureau de aanvrager in kennis van de vastgestelde gebreken.
8.  
Indien een verzoek tot vernieuwing niet wordt ingediend of wordt ingediend na het verstrijken van de in lid 3 gestelde termijn, of wanneer de taksen niet worden betaald of pas worden betaald nadat de betrokken termijn is verstreken, of indien de in lid 7 bedoelde gebreken niet binnen die termijn zijn verholpen, stelt het Bureau vast dat de geldigheidsduur van de inschrijving is verstreken en stelt het de houder van het Uniemodel hiervan in kennis. Wanneer de vaststelling definitief is geworden, haalt het Bureau de inschrijving van het model in het register door. De doorhaling gaat in daags na de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving verstrijkt. Wanneer de vernieuwingstaksen zijn betaald doch de inschrijving niet is vernieuwd, worden deze taksen terugbetaald.
9.  
Voor twee of meer modellen kan één verzoek tot vernieuwing worden ingediend, op voorwaarde dat de houder of de vertegenwoordiger dezelfde is voor alle modellen waarop het verzoek van toepassing is. De vereiste vernieuwingstaks wordt betaald voor elk model waarvoor vernieuwing wordt aangevraagd.

Artikel 50 septies

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot wijziging

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in het in artikel 50 sexies, lid 2, bedoelde verzoek tot wijziging. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 50 nonies

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot wijziging van de naam of het adres

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in een verzoek tot wijziging van de naam of het adres op grond van artikel 50 octies, lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

TITEL VI

AFSTAND EN NIETIGHEID VAN HET INGESCHREVEN ►M2  UNIEMODEL ◄

Artikel 51

Afstand

1.  
Van de afstand van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ wordt door de houder schriftelijk kennis gegeven aan het Bureau. De afstand wordt eerst van kracht na inschrijving.
2.  
Indien afstand wordt gedaan van een ►M2  Uniemodel ◄ waarvan de publicatie is opgeschort, wordt deze aanvrage geacht van de aanvang af geen rechtsgevolgen als bedoeld in deze verordening te hebben gehad.
3.  
Het is mogelijk gedeeltelijk afstand te doen van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , mits het in gewijzigde vorm voldoet aan de vereisten voor bescherming en de identiteit van het model behouden blijft.
4.  
De afstand wordt slechts ingeschreven met toestemming van de houder van een in het register ingeschreven recht. Indien een licentie ingeschreven is, wordt de afstand eerst in het register ingeschreven nadat de houder van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ aantoont dat hij de licentiehouder vooraf in kennis heeft gesteld van zijn voornemen om afstand te doen; de inschrijving vindt plaats na het verstrijken van de in de uitvoeringsverordening gestelde termijn.
5.  
Indien krachtens artikel 14 bij een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ een vordering inzake het recht op een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ is ingesteld, schrijft het Bureau de afstand slechts in het register in wanneer de eiser hiermee heeft ingestemd.

▼M2

Artikel 51 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de afstand

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:

a) 

de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in een verklaring van afstand op grond van artikel 51, lid 1;

b) 

het soort documentatie dat is vereist als bewijs van toestemming van een derde op grond van artikel 51, lid 3, en de toestemming van een eiser op grond van artikel 51, lid 4.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

Artikel 52

Vordering tot nietigverklaring

▼M2

1.  
Met inachtneming van artikel 25, leden 2 tot en met 5, kan ieder natuurlijk of rechtspersoon, alsmede een daartoe gemachtigd overheidsorgaan, bij het Bureau een verzoek tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel indienen.

▼B

2.  
De vordering wordt schriftelijk ingesteld en met redenen omkleed. Zij wordt pas geacht te zijn ingesteld na betaling van de taks voor nietigverklaring.

▼M2

3.  
Een vordering tot nietigverklaring is niet ontvankelijk indien op een vordering met hetzelfde voorwerp en op dezelfde grond en aangaande dezelfde partijen door het Bureau of door een rechtbank voor het Uniemodel zoals bedoeld in artikel 80 uitspraak ten gronde is gedaan en de beslissing van het Bureau of de rechtbank voor het Uniemodel over die vordering definitief is geworden.

▼B

Artikel 53

Onderzoek van de vordering

1.  
Indien het Bureau vaststelt dat de vordering tot nietigverklaring ontvankelijk is, onderzoekt het of de in artikel 25 genoemde nietigheidsgronden een beletsel vormen voor de instandhouding van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ .
2.  
Bij het onderzoek van de vordering overeenkomstig de uitvoeringsverordening verzoekt het Bureau zo dikwijls als nodig de partijen binnen een door het Bureau te stellen termijn te antwoorden op mededelingen van de andere partijen of van het Bureau zelf.
3.  
De beslissing tot nietigverklaring van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ wordt in het register ingeschreven, wanneer ze onherroepelijk is geworden.

▼M2

Artikel 53 bis

Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot nietigverklaring

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere procedureregels voor de in de artikelen 52 en 53 bedoelde nietigverklaring van een Uniemodel te bepalen, met inbegrip van de mogelijkheid om een vordering tot nietigverklaring prioritair te behandelen indien de houder van het ingeschreven Uniemodel de nietigheidsgronden of de ingestelde vordering niet betwist.

▼B

Artikel 54

Deelneming aan de procedure door de beweerde inbreukmaker

1.  
Wanneer een vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ wordt ingesteld, mag elke derde die aantoont dat met betrekking tot hetzelfde model jegens hem een inbreukprocedure is ingeleid, zich, zolang het Bureau geen eindbeslissing heeft genomen, als partij in de nietigheidsprocedure voegen, indien hij binnen drie maanden na de inleiding van de inbreukprocedure een verzoek daartoe indient.

Hetzelfde geldt, wanneer een derde aantoont dat de houder van het ►M2  Uniemodel ◄ hem heeft aangemaand een veronderstelde inbreuk op het model te staken, en dat hij een procedure heeft ingeleid ter verkrijging van een rechterlijke beslissing ertoe strekkende dat hij geen inbreuk op het ►M2  Uniemodel ◄ maakt.

▼C2

2.  
Het verzoek tot voeging wordt schriftelijk gedaan en met redenen omkleed. Het verzoek wordt eerst geacht te zijn gedaan nadat de in artikel 52, lid 2, bedoelde taks voor nietigverklaring is betaald. Vanaf dat tijdstip wordt het verzoek, behoudens de in de uitvoeringsverordening vastgestelde uitzonderingen, behandeld als een vordering tot nietigverklaring.

▼B

TITEL VII

BEROEPSPROCEDURE

Artikel 55

Beslissingen waartegen beroep kan worden ingesteld

1.  
Tegen de beslissingen van de onderzoekers, de afdeling merken-, tekeningen- en modellenadministratie en juridische aangelegenheden en de nietigheidsafdeling kan beroep worden ingesteld. Het beroep heeft schorsende werking.
2.  
Tegen een beslissing waarbij een procedure ten aanzien van een der partijen niet wordt afgesloten, kan slechts beroep worden ingesteld tegelijk met de eindbeslissing, tenzij tegen die beslissing afzonderlijk beroep openstaat.

▼M2

Artikel 55 bis

Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de beroepsprocedure

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met:

a) 

de formele inhoud van het beroep, bedoeld in artikel 68 van Verordening (EU) 2017/1001, en de procedure voor de indiening en het onderzoek van het beroep;

b) 

de formele inhoud en vorm van de beslissingen van de kamers van beroep, bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU) 2017/1001;

c) 

de terugbetaling van de beroepstaks, bedoeld in artikel 68 van Verordening (EU) 2017/1001.

▼B

Artikel 56

Personen die beroep kunnen instellen en partij kunnen zijn in de procedure

Een ieder die partij is in een procedure welke tot een beslissing heeft geleid, kan hiertegen in beroep gaan voorzover hij bij die beslissing in het ongelijk gesteld is. De andere partijen in die procedure zijn van rechtswege partij in de beroepsprocedure.

Artikel 57

Termijn en vorm

Het beroep wordt schriftelijk ingesteld bij het Bureau binnen twee maanden na de dag waarop de beslissing is meegedeeld. Het beroep wordt pas geacht ingesteld te zijn nadat de beroepstaks betaald is. Een schriftelijke uiteenzetting van de gronden van het beroep moet worden ingediend binnen vier maanden na de datum waarop de beslissing meegedeeld is.

Artikel 58

Prejudiciële herziening

1.  
Indien de instantie waarvan de beslissing betwist wordt, het beroep ontvankelijk en gegrond acht, herziet zij haar beslissing. Deze bepaling geldt niet wanneer tegenover de appellant een andere partij staat.
2.  
Indien de beslissing niet binnen een maand na ontvangst van de uiteenzetting van de gronden herzien wordt, dan wordt het beroep onverwijld voorgelegd aan de kamer van beroep, zonder oordeel over de gronden daarvan.

Artikel 59

Onderzoek van het beroep

1.  
Indien het beroep ontvankelijk is, onderzoekt de kamer van beroep of het beroep gegrond is.
2.  
Bij het onderzoek van het beroep verzoekt de kamer van beroep zo dikwijls als nodig de partijen, binnen een door de kamer te stellen termijn, te antwoorden op mededelingen van de andere partijen of van de kamer zelf.

Artikel 60

Beslissing over het beroep

1.  
Nadat onderzocht is of het beroep ontvankelijk is, beslist de kamer van beroep over het beroep. De kamer van beroep kan hetzij de bevoegdheden uitoefenen van de instantie die de bestreden beslissing heeft genomen, hetzij de zaak voor verdere afdoening naar deze instantie terugwijzen.
2.  
Indien de kamer van beroep de zaak voor verdere afdoening terugwijst naar de instantie die de bestreden beslissing heeft genomen, is deze instantie gebonden aan de beoordeling van de rechtsvragen door de kamer van beroep gebonden, voorzover de feiten dezelfde zijn.
3.  
De beslissing van de kamer van beroep treedt eerst in werking na afloop van de in artikel 61, lid 5, gestelde termijn of, indien binnen deze termijn bij het Hof van Justitie beroep is ingesteld, nadat dit beroep is verworpen.

Artikel 61

Beroep bij het Hof van Justitie

1.  
Tegen de beslissingen in beroep van de kamers van beroep kan beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
2.  
Beroep kan worden ingesteld wegens onbevoegdheid, schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van het Verdrag, van deze verordening of een uitvoeringsregeling daarvan, of wegens misbruik van bevoegdheid.
3.  
Het Hof van Justitie kan de bestreden beslissing vernietigen of herzien.
4.  
Beroep kan worden ingesteld door partijen in de procedure voor de kamer van beroep voorzover zij door de beslissing van deze kamer in het ongelijk zijn gesteld.
5.  
Beroep wordt bij het Hof van Justitie ingesteld binnen twee maanden na kennisgeving van de beslissing van de kamer van beroep.
6.  
Het Bureau treft de maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie.

TITEL VIII

PROCEDURE VOOR HET BUREAU

Afdeling 1

Algemene bepalingen

Artikel 62

Gronden van de beslissing

De beslissingen van het Bureau worden met redenen omkleed. Zij kunnen slechts worden genomen op gronden waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren.

Artikel 63

Ambtshalve onderzoek van de feiten

▼M2

1.  
Tijdens de procedure onderzoekt het Bureau ambtshalve de feiten. In een procedure inzake nietigverklaring blijft dit onderzoek echter beperkt tot de door de partijen aangevoerde gronden, feiten, bewijsmiddelen en argumenten en tot de door hen ingestelde vordering.

▼B

2.  
Het Bureau hoeft geen rekening te houden met feiten en bewijsmiddelen die de partijen niet tijdig hebben aangevoerd.

▼M2

Artikel 64

Mondelinge procedure

1.  
Het Bureau kan ambtshalve of op verzoek van een van de partijen in de procedure tot mondelinge behandeling overgaan, indien het zulks wenselijk acht.
2.  
De mondelinge procedure voor onderzoekers en de voor het register bevoegde dienst is niet openbaar.
3.  
De mondelinge procedure, met inbegrip van de uitspraak, voor de nietigheidsafdelingen en de kamers van beroep is openbaar, tenzij de aangezochte dienst anders beslist indien openbaarheid met name aan een partij in de procedure ernstig en ongerechtvaardigd nadeel zou kunnen toebrengen.

▼M2

Artikel 64 bis

Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de mondelinge procedure

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de in artikel 64 bedoelde mondelinge procedure te bepalen, met inbegrip van de nadere regels voor het gebruik van talen overeenkomstig artikel 98.

▼B

Artikel 65

Bewijsvoering

1.  

In de procedure voor het Bureau zijn onder meer de volgende bewijsmiddelen toegelaten:

a) 

horen van partijen;

b) 

inwinnen van inlichtingen;

c) 

overleggen van documenten en bewijsmateriaal;

d) 

getuigenverhoor;

e) 

deskundigenonderzoek;

f) 

schriftelijke verklaringen die onder ede of belofte zijn afgelegd of overeenkomstig het recht van de staat waar zij afgelegd zijn een soortgelijke werking hebben.

2.  
De betrokken dienst van het Bureau kan het onderzoek van deze bewijsmiddelen opdragen aan een van zijn leden.
3.  
Indien het Bureau het nodig acht dat een partij, een getuige of een deskundige een mondelinge verklaring aflegt, roept het deze persoon daartoe op.
4.  
De partijen worden in kennis gesteld van het verhoor van een getuige of deskundige door het Bureau. Zij hebben het recht daarbij aanwezig te zijn en de getuige of deskundige vragen te stellen.

▼M2

Artikel 65 bis

Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de bewijsvoering

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de in artikel 65 bedoelde bewijsvoering te bepalen.

▼B

Artikel 66

Kennisgeving

Het Bureau geeft ambtshalve aan de desbetreffende personen kennis van alle beslissingen en oproepen om te verschijnen alsook van mededelingen waardoor een termijn ingaat of waarvan kennisgeving is voorgeschreven in andere bepalingen van deze verordening of van de uitvoeringsverordening of door de voorzitter van het Bureau.

▼M2

Artikel 66 bis

Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de kennisgeving

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de in artikel 66 bedoelde kennisgeving te bepalen.

Artikel 66 quinquies

Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de mededelingen aan het Bureau

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de regels voor de in artikel 66 quater bedoelde mededelingen aan het Bureau te bepalen alsook de formulieren voor die mededelingen die door het Bureau beschikbaar moeten worden gesteld.

Artikel 66 septies

Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de berekening en duur van termijnen

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de berekening en duur van de in artikel 66 sexies bedoelde termijnen te bepalen.

Artikel 66 decies

Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de doorhaling van inschrijvingen en de herroeping van beslissingen

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere procedureregels voor het doorhalen van een inschrijving in het register of het herroepen van een beslissing zoals bedoeld in artikel 66 nonies te bepalen.

▼B

Artikel 67

Herstel in de vorige toestand

1.  
Indien de aanvrager of de houder van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ of iedere partij in een procedure voor het Bureau, ondanks het betrachten van alle in de gegeven omstandigheden noodzakelijke zorgvuldigheid, niet in staat is geweest tegenover het Bureau een termijn in acht te nemen, wordt hij op zijn verzoek in zijn rechten hersteld indien de verhindering ingevolge deze verordening rechtstreeks het verlies van een recht of een rechtsmiddel tot gevolg heeft.

▼M2

2.  
De aanvrager moet het verzoek schriftelijk indienen binnen twee maanden nadat de oorzaak van de niet-inachtneming van de termijn is geëindigd. De nog niet verrichte handeling moet alsnog binnen die termijn geschieden. Het verzoek is slechts ontvankelijk binnen een jaar na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn. Indien het verzoek tot vernieuwing van de inschrijving niet is ingediend of de vernieuwingstaks niet is voldaan, wordt de extra termijn van zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving, bedoeld in artikel 50 quinquies, lid 3, niet afgetrokken van de periode van een jaar.
3.  
Het verzoek moet met redenen omkleed zijn en de feiten en argumenten bevatten waarop het gegrond is. Het verzoek wordt pas geacht te zijn ingediend nadat de taks voor herstel in de vorige toestand betaald is. Indien herstel in de vorige toestand wordt verleend, wordt de taks terugbetaald.

▼B

4.  
De instantie die bevoegd is te beslissen over de niet verrichte handeling beslist over het verzoek.
5.  
Dit artikel is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in lid 2 en in artikel 41, lid 1.
6.  
De aanvrager of de houder van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ die in zijn rechten wordt hersteld, kan deze rechten niet doen gelden tegen een derde die in de periode tussen het verlies van het recht op de aanvrage of op inschrijving van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ en de publicatie van het herstel van dit recht, te goeder trouw voortbrengselen op de markt heeft gebracht waarin een model is verwerkt of waarop een model wordt toegepast dat onder de draagwijdte van de aan het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ verleende bescherming valt.
7.  
Een derde die zich op lid 6 kan beroepen, kan binnen twee maanden na de datum waarop wordt gepubliceerd dat de aanvrager of de houder van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ in zijn rechten wordt hersteld, tegen deze beslissing derdenverzet aantekenen.
8.  
Dit artikel laat onverlet het recht van een lidstaat om herstel in de vorige toestand toe te kennen met betrekking tot de bij deze verordening gestelde termijnen die in acht moeten worden genomen ten aanzien van de instanties van die staat.

▼M2

Artikel 67 quater

Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot hervatting van de procedure

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels te bepalen voor hervatting van de procedure voor het Bureau zoals bedoeld in artikel 67 ter, lid 2.

▼M2

Artikel 68

Verwijzing naar algemene beginselen

Voor zover deze verordening of krachtens deze verordening vastgestelde handelingen geen procedurevoorschriften bevatten, neemt het Bureau de in de lidstaten algemeen aanvaarde beginselen van procesrecht in aanmerking.

▼B

Artikel 69

Einde van de financiële verplichtingen

▼C1

1.  
Rechten van het Bureau op het ontvangen van taksen verjaren vier jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de taks opeisbaar is geworden.
2.  
Rechten jegens het Bureau op terugbetaling van taksen of van te veel betaalde bedragen verjaren vier jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de rechten zijn ontstaan.

▼C2

3.  
De in de leden 1 en 2 genoemde termijn wordt in het geval bedoeld in lid 1 gestuit door een verzoek de taks te betalen en in het geval bedoeld in lid 2 door een verzoekschrift om de vordering te doen gelden. Deze termijn gaat opnieuw in op de datum van stuiting; hij verstrijkt uiterlijk zes jaar na het einde van het kalenderjaar waarin hij aanvankelijk ingegaan is, tenzij de vordering inmiddels in rechte geldend werd gemaakt; in dat geval verstrijkt de termijn op zijn vroegst één jaar na de datum waarop de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

▼B

Afdeling 2

Kosten

Artikel 70

Verdeling van de kosten

1.  
De verliezende partij in een procedure tot nietigverklaring van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ of in een beroepsprocedure, betaalt de taksen alsook alle vereiste procedurekosten die de andere partij heeft gedragen, met inbegrip van de reis- en verblijfkosten en de bezoldiging van een gemachtigde, raadsman of advocaat, met inachtneming van de tarieven die voor elke kostencategorie overeenkomstig de uitvoeringsverordening worden vastgesteld.
2.  
Voorzover evenwel de partijen respectievelijk op een of meer punten in het ongelijk worden gesteld of voorzover de billijkheid zulks vereist, beslist de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep dat de kosten anders worden verdeeld.
3.  
De partij die door afstand te doen van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , door niet-vernieuwing van de inschrijving of door intrekking van de vordering tot nietigverklaring of het beroep, een einde maakt aan de procedure, betaalt de taksen alsmede de door de andere partij gedragen kosten overeenkomstig de leden 1 en 2.
4.  
Wanneer de procedure zonder voorwerp is geraakt, beslist de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep vrijelijk over de kosten.
5.  
Wanneer de partijen voor de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep een andere kostenregeling overeenkomen dan die van de leden 1, 2, 3 en 4, neemt de betrokken afdeling hiervan nota.
6.  
Op verzoek stelt de griffie van de nietigheidsafdeling of van de kamer van beroep het bedrag vast dat op grond van de voorgaande leden vergoed moet worden. Dit bedrag kan op een binnen de in de uitvoeringsverordening vastgestelde termijn gedaan verzoek bij beslissing van de nietigheidsafdeling of de kamer van beroep herzien worden.

▼M2

Artikel 70 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot het maximumtarief voor vergoedingen

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot bepaling van het maximumtarief voor vergoeding van de werkelijk door de in het gelijk gestelde partij gemaakte, noodzakelijke procedurekosten zoals bedoeld in artikel 70, lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Bij de bepaling van het maximumtarief met betrekking tot de reis- en verblijfkosten houdt de Commissie rekening met de afstand tussen de woon- of vestigingsplaats van de partij, vertegenwoordiger, getuige, deskundige en de plaats van de mondelinge procedure, met de fase van de procedure waarin de kosten zijn gemaakt en, wat betreft de kosten van vertegenwoordiging in de zin van artikel 78, lid 1, met de noodzaak ervoor te zorgen dat de verplichting tot het dragen van de kosten niet om tactische redenen door de andere partij kan worden misbruikt. Daarnaast worden verblijfkosten berekend overeenkomstig het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, als neergelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad ( 3 ). De in het ongelijk gestelde partij draagt de kosten voor slechts één partij bij de procedure en, in voorkomend geval, één vertegenwoordiger.

▼B

Artikel 71

Tenuitvoerlegging van beslissingen tot vaststelling van de kosten

1.  
Iedere onherroepelijke beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel.

▼M2

2.  
De gedwongen tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de lidstaat van executie. Elke lidstaat wijst één instantie aan die ermee belast is de echtheid van de in lid 1 bedoelde beslissing te onderzoeken, en deelt de contactgegevens daarvan mee aan het Bureau, het Hof van Justitie en de Commissie. Het exequatur wordt, na een onderzoek dat zich beperkt tot de echtheid van de beslissing, door die instantie verleend.

▼B

3.  
Nadat de bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.
4.  
De gedwongen tenuitvoerlegging kan slechts worden opgeschort door een beslissing van het Hof van Justitie. Het toezicht op de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging behoort echter tot de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat.

Afdeling 3

Voorlichting van het publiek en van de instanties der lidstaten

▼M2

Artikel 72

Uniemodellenregister

1.  
Het Bureau houdt een register van ingeschreven Uniemodellen bij en actualiseert het.
2.  

In het register worden de volgende vermeldingen betreffende inschrijvingen van een Uniemodel opgenomen:

a) 

de datum waarop de aanvraag is ingediend en ingeschreven, op grond van artikel 48, lid 3;

b) 

het dossiernummer van de aanvraag en het dossiernummer van elk afzonderlijk model van een meervoudige aanvraag;

c) 

de datum van publicatie van de inschrijving;

d) 

de naam, de woonplaats en het land van de aanvrager;

e) 

de naam en het kantooradres van de vertegenwoordiger, behalve in het geval van een vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 77, lid 3, eerste alinea;

f) 

de afbeelding van het model;

g) 

de namen van de voortbrengselen, voorafgegaan door de nummers van de klassen en onderklassen van de classificatie van Locarno;

h) 

gegevens over beroepen op voorrang op grond van artikel 42;

i) 

gegevens over beroepen op voorrang in geval van tentoonstelling op grond van artikel 44;

j) 

vermelding van de ontwerper of het team van ontwerpers op grond van artikel 18 of een verklaring dat de ontwerper of het team van ontwerpers afstand heeft gedaan van het recht op vermelding;

k) 

de taal waarin de aanvraag is ingediend en de tweede taal die de aanvrager in de aanvraag heeft opgegeven, op grond van artikel 98, lid 3;

l) 

de datum van inschrijving van het model in het register en het nummer van de inschrijving op grond van artikel 48, lid 1;

m) 

een aanduiding van elk verzoek tot opschorting van de publicatie op grond van artikel 50, lid 3, met vermelding van de datum waarop de termijn van opschorting verstrijkt;

n) 

een aanduiding dat er een beschrijving is ingediend op grond van artikel 36, lid 3, punt a).

3.  

Het register bevat voorts de volgende vermeldingen, telkens voorzien van de datum van opneming in het register:

b) 

wijzigingen van de naam of het kantooradres van de vertegenwoordiger, behalve in het geval van een vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 77, lid 3, eerste alinea;

c) 

in geval van aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger, zijn of haar naam en kantooradres;

d) 

wijzigingen van de naam van de ontwerper of het team van ontwerpers op grond van artikel 18;

g) 

een aanduiding dat er een aanspraakprocedure is ingesteld bij de bevoegde rechter of autoriteit uit hoofde van artikel 15, lid 5, punt a);

h) 

de datum en gegevens van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit of een andere beëindiging van de procedure op grond van artikel 15, lid 5, punt b);

i) 

een verandering in het houderschap op grond van artikel 15, lid 5, punt c);

j) 

een overgang op grond van artikel 28;

k) 

de vestiging of overgang van een zakelijk recht op grond van artikel 29 en de aard van het zakelijk recht;

l) 

gedwongen tenuitvoerlegging op grond van artikel 30, en insolventieprocedures op grond van artikel 31;

n) 

de vernieuwing van de inschrijving op grond van artikel 50 quinquies en de datum waarop die vernieuwing van kracht wordt;

o) 

de vaststelling van het verstrijken van de inschrijving op grond van artikel 50 quinquies, lid 8;

p) 

een verklaring van afstand door de houder op grond van artikel 51, lid 1;

q) 

de datum van indiening en de gegevens van een vordering tot nietigverklaring uit hoofde van artikel 52, van een reconventionele vordering tot nietigverklaring op grond van artikel 84, lid 5, of van een op grond van artikel 55 ingesteld beroep;

r) 

de datum en de gegevens van de in kracht van gewijsde gegane beslissing betreffende de vordering tot nietigverklaring op grond van artikel 53, van de in kracht van gewijsde gegane beslissing over een reconventionele vordering tot nietigverklaring op grond van artikel 86, lid 3, van de in kracht van gewijsde gegane beslissing over een beroep op grond van artikel 55, of van elke andere beëindiging van de procedure overeenkomstig die artikelen;

s) 

de doorhaling van de vermelding van een op grond van lid 2, punt e), ingeschreven vertegenwoordiger;

t) 

de wijziging van of doorhaling in het register van de in lid 3, punten l), m), en n), bedoelde gegevens;

u) 

de herroeping van een beslissing of de doorhaling van een vermelding in het register op grond van artikel 66 nonies, indien de herroeping of de doorhaling een gepubliceerde beslissing of vermelding betreft.

4.  
De uitvoerend directeur kan bepalen dat er andere dan de in de leden 2 en 3 bedoelde gegevens in het register moeten worden ingeschreven.
5.  
Het register kan in elektronische vorm worden gehouden. De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, worden door het Bureau voor de in lid 8 bepaalde doeleinden verzameld, gestructureerd, gepubliceerd en opgeslagen. Het Bureau houdt het register gemakkelijk toegankelijk voor het publiek.
6.  
De houder van een ingeschreven Uniemodel wordt van iedere wijziging in het register in kennis gesteld.
7.  
Het Bureau verstrekt, indien de toegang tot het register niet is beperkt op grond van artikel 74, lid 5, op verzoek al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte uittreksels uit het register in elektronische vorm.
8.  

De in de leden 2 en 3 bedoelde vermeldingen, met inbegrip van persoonsgegevens, worden verwerkt met het oog op:

a) 

het beheer van de aanvragen, inschrijvingen, of beide, zoals beschreven in deze verordening en alle op grond daarvan vastgestelde handelingen;

b) 

het houden van een openbaar register ter inzage door en ter informatie van de overheid en het bedrijfsleven, die aldus de hun bij deze verordening toegekende rechten kunnen uitoefenen en kennis kunnen nemen van het bestaan van oudere rechten van derden;

c) 

het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem voor de inschrijving van Uniemodellen kan verbeteren.

9.  
Alle gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, betreffende de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde vermeldingen worden geacht van algemeen belang te zijn en zijn voor derden toegankelijk, behoudens de andersluidende bepaling in artikel 50, lid 2. De vermeldingen in het register worden voor onbepaalde tijd bewaard.

▼M2

Artikel 72 bis

Databank

1.  
Op het Bureau rust, naast de verplichting een register overeenkomstig artikel 72 te houden, de taak alle gegevens te verzamelen en in een elektronische databank op te slaan die door houders en andere partijen bij procedures krachtens deze verordening en op basis daarvan vastgestelde handelingen worden verstrekt.
2.  

De elektronische databank kan andere dan de op grond van artikel 72 in het register opgenomen persoonsgegevens bevatten, voor zover deze verordening en op grond daarvan vastgestelde handelingen dat voorschrijven. Persoonsgegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt met het oog op:

a) 

het beheer van de aanvragen, inschrijvingen, of beide, zoals beschreven in deze verordening en op grond daarvan vastgestelde handelingen;

b) 

het toegankelijk maken van de informatie die noodzakelijk is voor een vlotter en efficiënter verloop van de betrokken procedure;

c) 

de communicatie met de aanvragers en andere partijen bij de procedure, en

d) 

het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem kan verbeteren.

3.  
De uitvoerend directeur bepaalt onder welke voorwaarden de databank toegankelijk is en hoe de inhoud, met uitzondering van de in lid 2 van dit artikel bedoelde persoonsgegevens, doch met inbegrip van de in artikel 72 bedoelde gegevens, beschikbaar kan worden gesteld.
4.  
De in lid 2 bedoelde persoonsgegevens zijn beperkt toegankelijk en dergelijke gegevens zijn niet algemeen toegankelijk tenzij de betrokkene daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd.
5.  
Alle gegevens worden voor onbepaalde tijd bewaard. De betrokkene kan evenwel erom verzoeken dat persoonsgegevens uit de databank worden verwijderd 18 maanden nadat het ingeschreven Uniemodel is verstreken of de betrokken procedure op tegenspraak is afgesloten. De betrokkene kan te allen tijde onnauwkeurige of onjuiste gegevens laten corrigeren.

Artikel 72 ter

Onlinetoegang tot beslissingen

1.  
De beslissingen van het Bureau met betrekking tot ingeschreven Uniemodellen zijn ter informatie en raadpleging online beschikbaar voor het publiek. Elke partij bij de aan de beslissing voorafgaande procedure kan verzoeken om verwijdering van de in de beslissing vermelde persoonsgegevens.
2.  
Het Bureau kan beslissingen van nationale rechterlijke instanties en rechterlijke instanties van de Unie die verband houden met zijn taken, online beschikbaar maken om bij het publiek een groter bewustzijn te wekken omtrent intellectuele eigendom en convergentie van praktijken te bevorderen. Het Bureau neemt ten aanzien van persoonsgegevens de voorwaarden in acht waaraan de oorspronkelijke publicatie was onderworpen.

▼B

Artikel 73

Regelmatig verschijnende publicaties

1.  
Het Bureau doet periodiek een ►M2  Uniemodellenblad ◄ verschijnen, waarin aantekeningen in het register welke ter inzage van het publiek liggen zijn opgenomen, alsmede alle andere gegevens waarvan de publicatie door deze verordening of de uitvoeringsverordening voorgeschreven is.
2.  
Mededelingen en bekendmakingen van algemene aard die van de voorzitter van het Bureau uitgaan alsmede alle andere bekendmakingen betreffende deze verordening en de toepassing ervan worden gepubliceerd in het Publicatieblad van het Bureau.

▼M2

Artikel 73 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de regelmatig verschijnende publicaties

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:

a) 

de datum die moet worden beschouwd als de datum van publicatie in het Uniemodellenblad;

b) 

de wijze waarop vermeldingen inzake de inschrijving van een Uniemodel die ten opzichte van de publicatie van de aanvraag niet zijn gewijzigd, worden gepubliceerd;

c) 

de vormen waarin uitgaven van het Publicatieblad van het Bureau aan het publiek beschikbaar kunnen worden gesteld.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

Artikel 74

Openbare inzage

1.  
De dossiers betreffende aanvragen om een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ die nog niet gepubliceerd zijn en de dossiers betreffende ingeschreven ►M2  Uniemodellen ◄ waarvan de publicatie is opgeschort overeenkomstig artikel 50 of waarvan, onderworpen zijnde aan die maatregel, vóór of bij het verstrijken van de termijn van opschorting van de publicatie afstand is gedaan, kunnen alleen met toestemming van de aanvrager of de houder van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ worden ingezien.
2.  
Een ieder die kan bewijzen een gerechtvaardigd belang te hebben, kan zonder toestemming van de aanvrager of houder van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ , vóór publicatie ervan of nadat daarvan afstand is gedaan in het geval bedoeld in lid 1, inzage van het desbetreffende dossier verkrijgen.

Dit is met name het geval, indien de belanghebbende bewijst dat de aanvrager om of houder van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ stappen heeft ondernomen om het aan het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ verbonden recht tegen hem in te roepen.

3.  
Na publicatie van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ kan het dossier op verzoek worden ingezien.

▼M2

4.  

Bij inzage van een dossier op grond van lid 2 of 3 worden de volgende delen van het dossier uitgesloten van inzage:

a) 

stukken betreffende uitsluiting, verschoning of wraking op grond van artikel 169 van Verordening (EU) 2017/1001;

b) 

ontwerpbeslissingen en -adviezen, alsmede alle andere voor de voorbereiding van beslissingen en adviezen gebruikte interne stukken;

c) 

delen van het dossier ten aanzien waarvan de betrokken partij vóór het verzoek tot inzage te kennen heeft gegeven een bijzonder belang te stellen in de geheimhouding ervan, tenzij inzage van deze delen van het dossier wordt gerechtvaardigd door zwaarwegende gewettigde belangen van de om inzage verzoekende partij.

▼M2

5.  
Indien de publicatie van een inschrijving wordt opgeschort op grond van artikel 50, lid 1, wordt de toegang tot het register voor andere personen dan de houder van het ingeschreven Uniemodel beperkt tot de naam van de houder, de naam van de eventuele vertegenwoordiger, de datum van indiening en inschrijving, het dossiernummer van de aanvraag en de aanduiding dat de publicatie is opgeschort. In dergelijke gevallen bevatten de al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte uittreksels uit het register alleen de naam van de houder, de naam van de vertegenwoordigers, de datum van indiening en inschrijving, het dossiernummer van de aanvraag en de aanduiding dat de publicatie is opgeschort, behalve indien het verzoek om uittreksels door de houder of zijn of haar gemachtigde is gedaan.

Artikel 74 bis

Procedure voor de inzage van dossiers

1.  
De op grond van artikel 74, lid 3, aangevraagde inzage van de dossiers van ingeschreven Uniemodellen geschiedt aan de hand van de technische media voor de opslag van de dossiers. Die inzage gebeurt online. De uitvoerend directeur bepaalt de wijze van inzage.
2.  

Indien het verzoek tot inzage in het dossier betrekking heeft op een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel of op een ingeschreven Uniemodel waarvan de publicatie is opgeschort overeenkomstig artikel 50 of waarvan, indien de publicatie is opgeschort, vóór of op de datum waarop de termijn van opschorting verstrijkt, blijkt uit het verzoek dat:

a) 

de aanvrager of houder van het Uniemodel met de inzage instemt, of

b) 

de persoon die om inzage verzoekt een gewettigd belang heeft bij inzage in het dossier.

3.  
Op verzoek kunnen bij de inzage elektronische afschriften van de dossierstukken worden verkregen. Het Bureau verstrekt, op verzoek, tevens al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel in elektronische vorm.

Artikel 74 ter

Mededeling van informatie uit de dossiers

Onder voorbehoud van de in artikel 74 vastgelegde beperkingen kan het Bureau, op verzoek, uit elk dossier van elke procedure met betrekking tot een aanvraag voor een Uniemodel of tot een ingeschreven Uniemodel informatie verstrekken.

Artikel 74 quater

Bewaring van dossiers

1.  
Het Bureau bewaart de dossiers van alle procedures betreffende aanvragen voor een Uniemodel en ingeschreven Uniemodellen. De uitvoerend directeur bepaalt in welke vorm deze dossiers worden bewaard.
2.  
Indien dossiers elektronisch worden bewaard, worden de elektronische bestanden of reservekopieën daarvan voor onbepaalde tijd bewaard. De door de partijen bij de procedure ingediende originele documenten die de basis vormen van dergelijke elektronische bestanden, worden na een door de uitvoerend directeur vast te stellen termijn na ontvangst verwijderd.
3.  

Indien en voor zover dossiers of delen daarvan anders dan elektronisch worden bewaard, worden de documenten of bewijsstukken die daarvan deel uitmaken, bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het jaar waarin:

a) 

de aanvraag is afgewezen of ingetrokken;

b) 

de geldigheid van de inschrijving van het Uniemodel definitief is verstreken;

c) 

de afstand van het ingeschreven Uniemodel is ingeschreven in het register op grond van artikel 51;

d) 

het ingeschreven Uniemodel definitief uit het register is verwijderd.

▼M2

Artikel 75

Administratieve samenwerking

1.  
Tenzij in deze verordening of in de nationale wetgeving anders is bepaald, verlenen het Bureau en de bevoegde rechterlijke of andere instanties van de lidstaten elkaar op verzoek bijstand door elkaar informatie te verstrekken of inzage in dossiers te geven. Indien het Bureau inzage van dossiers geeft aan de rechterlijke instanties, openbaar ministeries of centrale bureaus voor de industriële eigendom, is deze inzage niet onderworpen aan de in artikel 74 bedoelde beperkingen.
2.  
Het Bureau heft geen taksen voor het verstrekken van informatie of voor het geven van inzage in dossiers.

▼M2

Artikel 75 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de administratieve samenwerking

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere regels voor de uitwisseling van informatie tussen het Bureau en de instanties van de lidstaten en het geven van inzage in dossiers zoals bedoeld in artikel 75, rekening houdend met de beperkingen waaraan de inzage in dossiers betreffende aanvragen voor of inschrijvingen van Uniemodellen op grond van artikel 74 is onderworpen wanneer inzage aan derden wordt gegeven. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼M2 —————

▼B

Afdeling 4

Vertegenwoordiging

▼M2

Artikel 77

Algemene beginselen van vertegenwoordiging

1.  
Behoudens lid 2 is niemand verplicht zich voor het Bureau te laten vertegenwoordigen.
2.  
Onverminderd lid 3, tweede alinea, van dit artikel, laten natuurlijke of rechtspersonen die noch hun woonplaats, noch hun zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel in de EER hebben, zich overeenkomstig artikel 78, lid 1, in alle in deze verordening bedoelde procedures, uitgezonderd voor de indiening van een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel, voor het Bureau vertegenwoordigen.
3.  
Natuurlijke en rechtspersonen die in de EER een woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, kunnen voor het Bureau optreden door tussenkomst van een werknemer.

De werknemer van een rechtspersoon waarop dit lid van toepassing is, kan ook handelen voor andere rechtspersonen die met deze rechtspersoon economisch verbonden zijn, ook indien die andere rechtspersonen in de EER geen woonplaats, zetel, noch werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben.

Werknemers die personen vertegenwoordigen in de zin van dit lid verstrekken het Bureau, op verzoek van het Bureau of, in voorkomend geval, van de partij in de procedure een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht.

4.  
Indien meerdere aanvragers of derden gezamenlijk optreden, wordt een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aangewezen.

▼B

Artikel 78

Beroepsmatige vertegenwoordiging

▼M2

1.  

Natuurlijke of rechtspersonen kunnen bij procedures voor het Bureau in de zin van deze verordening slechts worden vertegenwoordigd door een van de volgende vertegenwoordigers:

a) 

een advocaat die bevoegd is op het grondgebied van een van de staten die partij zijn bij de EER-overeenkomst praktijk uit te oefenen en kantoor houdt binnen de EER, voor zover de advocaat in die staat bevoegd is als vertegenwoordiger ter zake van industriële eigendom op te treden;

b) 

erkende gemachtigden die zijn ingeschreven op de in artikel 120, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2017/1001 genoemde lijst van erkende gemachtigden;

c) 

erkende gemachtigden die zijn ingeschreven op de in lid 4 genoemde speciale lijst van erkende gemachtigden ter zake van modellen.

2.  
De in lid 1, punt c), bedoelde erkende gemachtigden zijn alleen bevoegd om derden voor het Bureau te vertegenwoordigen in procedures inzake modellen.
3.  
Een vertegenwoordiger die voor het Bureau optreedt, verstrekt, op verzoek van het Bureau of in voorkomend geval van de tegenpartij in de procedure, het Bureau een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht.
4.  

Het Bureau stelt een speciale lijst van erkende gemachtigden ter zake van modellen op en houdt deze bij. In die lijst kan iedere natuurlijke persoon worden vermeld die aan alle van de volgende voorwaarden voldoet:

a) 

hij of zij bezit de nationaliteit van een van de staten die partij zijn bij de EER-overeenkomst;

b) 

het kantoor of de plaats waar hij of zij werkt bevindt zich binnen de EER;

c) 

hij of zij is bevoegd om voor het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom of voor het centrale bureau voor industriële eigendom van een staat die partij is bij de EER-overeenkomst natuurlijke personen en rechtspersonen te vertegenwoordigen op het gebied van modellen.

Indien de in de eerste alinea, punt c), bedoelde bevoegdheid niet afhankelijk gesteld is van bijzondere beroepsbekwaamheid, is degene die om vermelding in de lijst van het Bureau verzoekt ten minste vijf jaar regelmatig als vertegenwoordiger op het gebied van modellen opgetreden bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom of bij een centraal bureau voor industriële eigendom.

Van personen ten aanzien van wie, overeenkomstig de in de betrokken lidstaat van de EER bestaande voorschriften, officieel wordt erkend dat zij op het gebied van modellen over de vereiste beroepsbekwaamheid beschikken om natuurlijke of rechtspersonen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom of bij een centraal bureau voor industriële eigendom te vertegenwoordigen, wordt niet vereist dat zij het beroep hebben uitgeoefend.

5.  
Inschrijving op de lijst van erkende gemachtigden ter zake van modellen geschiedt op verzoek, waarbij een door het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom of het centrale bureau voor de industriële eigendom van de betrokken lidstaat afgegeven bewijs overgelegd wordt waaruit blijkt dat de in lid 4 bedoelde voorwaarden zijn vervuld. De vermeldingen in de lijst van erkende gemachtigden inzake modellen worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van het Bureau.
6.  

De uitvoerend directeur kan ontheffing verlenen van een van de volgende voorwaarden:

a) 

de in lid 4, eerste alinea, punt a), gestelde voorwaarde in het geval van een hooggekwalificeerde beroepsbeoefenaar, mits aan de voorwaarden van lid 4, eerste alinea, punten b) en c), wordt voldaan;

b) 

de in lid 4, tweede alinea, gestelde voorwaarde in het geval dat de persoon die om vermelding in de lijst verzoekt bewijs levert dat hij of zij de vereiste kwalificatie op een andere manier heeft verworven.

▼B

7.  
De voorwaarden waaronder een persoon van de lijst kan worden geschrapt, worden geregeld in de uitvoeringsverordening.

▼M2

8.  
Een vertegenwoordiger die voor het Bureau optreedt, wordt in de in artikel 72 bis bedoelde databank opgenomen en verkrijgt een identificatienummer. Het Bureau kan van de vertegenwoordiger verlangen het daadwerkelijke en effectieve karakter van zijn of haar vestiging of dienstbetrekking op een van de genoemde adressen aan te tonen. De uitvoerend directeur kan de formele voorwaarden voor het verkrijgen van een identificatienummer bepalen, met name voor verenigingen van vertegenwoordigers, en voor de vermelding van de vertegenwoordigers in de databank.

Artikel 78 bis

Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot beroepsmatige vertegenwoordiging

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met:

a) 

de voorwaarden en de procedure voor de aanwijzing van een gemeenschappelijk vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 77, lid 4;

b) 

de voorwaarden waaronder de in artikel 77, lid 3, bedoelde werknemers en de in artikel 78, lid 1, bedoelde erkende gemachtigden bij het Bureau een ondertekende volmacht indienen om als vertegenwoordiger te kunnen optreden, alsmede de inhoud van die volmacht;

c) 

de omstandigheden waarin een persoon van de lijst van erkende gemachtigden inzake modellen kan worden geschrapt zoals bedoeld in artikel 78, lid 7.

▼B

TITEL IX

BEVOEGDHEID EN PROCEDURE INZAKE RECHTSVORDERINGEN BETREFFENDE ►M2  UNIEMODELLEN ◄

Afdeling 1

Bevoegdheid en executie

▼M2

Artikel 79

Toepassing van de regels van de Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken

1.  
Tenzij anders bepaald in deze verordening, zijn de regels van de Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van toepassing op de procedures betreffende Uniemodellen en aanvragen voor ingeschreven Uniemodellen, alsmede op de procedures betreffende gelijktijdige en opeenvolgende vorderingen die worden ingesteld op grond van Uniemodellen en nationale modellen.
2.  

Met betrekking tot procedures die het gevolg zijn van de in artikel 81 van deze verordening bedoelde rechtsvorderingen:

a) 

zijn de artikelen 4 en 6, artikel 7, punten 1, 2, 3 en 5, en artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ) niet van toepassing;

b) 

zijn de artikelen 25 en 26 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van toepassing binnen de grenzen van artikel 82, lid 4, van de onderhavige verordening;

c) 

zijn de bepalingen van hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 1215/2012 die gelden voor personen met woonplaats in een lidstaat ook van toepassing op personen die geen woonplaats, maar een vestiging in een lidstaat hebben.

3.  
Verwijzingen in deze verordening naar Verordening (EU) nr. 1215/2012 omvatten waar passend de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, gedaan op 19 oktober 2005.

▼B

Afdeling 2

Geschillen terzake van inbreuk op en geldigheid van ►M2  Uniemodellen ◄

Artikel 80

Rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄

1.  
De lidstaten wijzen op hun grondgebied een zo gering mogelijk aantal nationale rechterlijke instanties van eerste en tweede aanleg aan, de „rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ ”, die de hun bij deze verordening opgedragen taken vervullen.
2.  
Uiterlijk 6 maart 2005 deelt elke lidstaat aan de Commissie een lijst mee van rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ met hun naam en territoriale bevoegdheid.
3.  
Elke verandering betreffende het aantal, de namen of de territoriale bevoegdheid van de rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ , die na de in lid 2 bedoelde mededeling plaatsvindt, wordt door de betrokken lidstaat onverwijld aan de Commissie gemeld.
4.  
De in de leden 2 en 3 bedoelde gegevens worden door de Commissie aan de lidstaten meegedeeld en in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

▼M2 —————

▼B

Artikel 81

Bevoegdheid terzake van inbreuk en geldigheid

De rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ hebben uitsluitende bevoegdheid terzake van:

a) 

alle rechtsvorderingen betreffende inbreuk en — indien naar nationaal recht toegestaan — dreigende inbreuk op ►M2  Uniemodellen ◄ ;

b) 

rechtsvorderingen tot vaststelling van niet-inbreuk op ►M2  Uniemodellen ◄ , indien naar nationaal recht toegestaan;

c) 

rechtsvorderingen tot nietigverklaring van een niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ ;

d) 

reconventionele vorderingen tot nietigverklaring van een ►M2  Uniemodel ◄ die zijn ingesteld in samenhang met rechtsvorderingen als bedoeld onder a).

Artikel 82

Internationale bevoegdheid

▼M2

1.  
Met inachtneming van de bepalingen van deze verordening en krachtens artikel 79 van deze verordening toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) nr. 1215/2012, worden procedures ingevolge de in artikel 81 van deze verordening bedoelde rechtsvorderingen aanhangig gemaakt bij de rechterlijke instanties van de lidstaat waar de gedaagde zijn of haar woonplaats heeft of, indien de gedaagde geen woonplaats heeft in een van de lidstaten, in een lidstaat waar de gedaagde een vestiging heeft.

▼B

2.  
Wanneer de gedaagde woonplaats noch vestiging heeft in een van de lidstaten, worden de procedures aanhangig gemaakt bij de rechterlijke instanties van de lidstaat waar de eiser zijn woonplaats heeft of, indien deze geen woonplaats heeft in een van de lidstaten, in een lidstaat waar hij een vestiging heeft.
3.  
Wanneer gedaagde noch eiser aldaar een woonplaats of vestiging heeft, worden de procedures aanhangig gemaakt bij de rechterlijke instanties van de lidstaat waar het Bureau zijn zetel heeft.

▼M2

4.  

In afwijking van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel:

a) 

is artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van toepassing indien de partijen overeenkomen dat een andere rechtbank voor het Uniemodel bevoegd is;

b) 

is artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van toepassing indien de verweerder voor een andere rechtbank voor het Uniemodel verschijnt.

▼B

5.  
Procedures ingevolge de in artikel 81, onder a) en d), bedoelde rechtsvorderingen kunnen ook worden ingesteld bij de rechterlijke instanties van de lidstaat waar de inbreuk heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden.

Artikel 83

Omvang van de bevoegdheid terzake van inbreuken

1.  
Een krachtens artikel 82, leden 1, 2, 3 of 4, bevoegde rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ is bevoegd terzake van inbreuk of dreigende inbreuk op het grondgebied van alle lidstaten.
2.  
Een krachtens artikel 82, lid 5, bevoegde rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ is alleen bevoegd terzake van inbreuk of dreigende inbreuk op het grondgebied van de lidstaat waar dat rechtbank is gelegen.

Artikel 84

Vordering of reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ►M2  Uniemodel ◄

1.  
Een vordering of reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ►M2  Uniemodel ◄ kan slechts op de in artikel 25 genoemde nietigheidsgronden steunen.
2.  
In de in artikel 25, leden 2, 3, 4 en 5, bedoelde gevallen, kan de rechtsvordering of reconventionele vordering slechts worden ingesteld door degene die daartoe krachtens die bepalingen het recht heeft.
3.  
Indien de reconventionele vordering wordt ingesteld in een procedure waarin de houder van het ►M2  Uniemodel ◄ nog geen partij is, wordt hij daarvan in kennis gesteld en kan hij zich in het geding voegen overeenkomstig de bepalingen van het recht van de lidstaat waar zich de rechtbank bevindt.
4.  
De geldigheid van een ►M2  Uniemodel ◄ mag niet worden aangevochten in een procedure betreffende een vordering tot vaststelling van niet-inbreuk.

▼M2

5.  
De rechtbank voor het Uniemodel waarbij een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel is ingesteld, gaat niet over tot het onderzoek van de reconventionele vordering voordat de belanghebbende partij of de rechtbank het Bureau in kennis heeft gesteld van de datum van instelling van de reconventionele vordering. Het Bureau maakt hiervan melding in het register overeenkomstig artikel 72, lid 3, punt q). Indien bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring van het ingeschreven Uniemodel was ingesteld alvorens de reconventionele vordering werd ingesteld, wordt de rechtbank door het Bureau hiervan in kennis gesteld en wordt de procedure overeenkomstig artikel 91, lid 1, geschorst totdat de beslissing over de vordering in kracht van gewijsde is gegaan of de vordering is ingetrokken.
6.  
Indien bij een rechtbank voor het Uniemodel een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel wordt ingesteld, kan deze rechtbank op verzoek van de houder van het ingeschreven Uniemodel, en na de andere partijen te hebben gehoord, de procedure schorsen en de gedaagde uitnodigen om binnen een door hem te bepalen termijn bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring in te stellen. Indien deze vordering niet binnen de bepaalde termijn wordt ingesteld, wordt de procedure voortgezet en de reconventionele vordering wordt dan als ingetrokken beschouwd. Artikel 91, lid 3, is van toepassing.

▼B

Artikel 85

Vermoeden van geldigheid — Verweer ten gronde

1.  
In een procedure inzake een rechtsvordering betreffende inbreuk of dreigende inbreuk van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ gaat de rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ ervan uit dat het ►M2  Uniemodel ◄ rechtsgeldig is. De rechtsgeldigheid kan slechts worden aangevochten bij wege van een reconventionele vordering tot nietigverklaring. Wanneer echter de exceptie van nietigheid van een ►M2  Uniemodel ◄ anders dan bij wege van een reconventionele rechtsvordering wordt opgeworpen, is dit middel slechts ontvankelijk voorzover de verweerder stelt dat het ►M2  Uniemodel ◄ op grond van een ouder nationaal modelrecht in de zin van artikel 25, lid 1, onder d), waarvan hij houder is, nietig zou kunnen worden verklaard.
2.  
In een procedure inzake een rechtsvordering betreffende inbreuk of dreigende inbreuk van een niet-ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ gaat de rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ ervan uit dat het ►M2  Uniemodel ◄ rechtsgeldig is, indien de houder het bewijs levert dat de in artikel 11 bedoelde voorwaarden zijn vervuld, en indien hij aangeeft in welk opzicht zijn ►M2  Uniemodel ◄ een eigen karakter heeft. De verweerder kan de rechtsgeldigheid ervan evenwel aanvechten bij wege van exceptie of door een reconventionele rechtsvordering tot nietigverklaring.

▼C1

Artikel 86

Uitspraken betreffende de nietigheid

▼M2

1.  

Indien in een procedure voor een rechtbank voor het Uniemodel een reconventionele vordering tot nietigverklaring van het Uniemodel wordt ingesteld,

a) 

verklaart de rechtbank voor het Uniemodel het Uniemodel nietig, indien blijkt dat een van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Uniemodel;

b) 

wijst de rechtbank voor het Uniemodel de reconventionele vordering af, indien blijkt dat geen van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Uniemodel.

2.  
Een rechtbank voor het Uniemodel verwerpt een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven Uniemodel indien op een vordering met hetzelfde voorwerp en op dezelfde grond al door het Bureau tussen dezelfde partijen een onherroepelijke beslissing is gegeven.
3.  
Indien een rechtbank voor het Uniemodel een in kracht van gewijsde gegane beslissing over een reconventionele vordering tot nietigverklaring van het ingeschreven Uniemodel heeft gewezen, wordt door de rechtbank of door een partij in de nationale procedure onverwijld een afschrift van de beslissing aan het Bureau toegezonden. Het Bureau of een andere belanghebbende partij kan verzoeken om informatie over de rechterlijke beslissing. Het Bureau neemt de rechterlijke beslissing op in het register overeenkomstig artikel 72, lid 3, punt r).

▼B

Artikel 87

Gevolgen van de uitspraak inzake geldigheid

Een beslissing van een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ tot nietigverklaring van een ►M2  Uniemodel ◄ heeft, zodra zij in kracht van gewijsde is gegaan, in alle lidstaten de in artikel 26 genoemde rechtsgevolgen.

Artikel 88

Toepasselijk recht

1.  
De rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ passen de bepalingen van deze verordening toe.

▼M2

2.  
Op alle niet bij deze verordening geregelde modellenkwesties past een rechtbank voor het Uniemodel het toepasselijke nationale recht toe.

▼B

3.  
Tenzij in deze verordening anders wordt bepaald, past een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ het procesrecht toe dat geldt voor soortgelijke rechtsvorderingen betreffende een nationaal modelrecht in de lidstaat waar de rechtbank gelegen is.

▼M2

Artikel 89

Sancties ter zake van inbreuken

1.  
Indien een rechtbank voor het Uniemodel van oordeel is dat de verweerder inbreuk op een Uniemodel heeft gemaakt of heeft gedreigd te maken, verbiedt zij de verweerder de betrokken handelingen te verrichten, tenzij er bijzondere redenen zijn om dit niet te verbieden. Zij treft tevens maatregelen overeenkomstig het nationale recht om ervoor te zorgen dat dit verbod wordt nageleefd.
2.  
De rechtbank voor het Uniemodel kan tevens de in het toepasselijke recht beschikbare maatregelen of bevelen toepassen die zij in de gegeven omstandigheden passend acht.

▼B

Artikel 90

Voorlopige, inclusief beschermende, maatregelen

1.  
Aan de rechterlijke instanties van een lidstaat, met inbegrip van de rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ kunnen voor een ►M2  Uniemodel ◄ dezelfde voorlopige en beschermende maatregelen worden gevraagd als het recht van die staat kent voor nationale modellen, zelfs indien een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ van een andere lidstaat krachtens deze verordening bevoegd is van het bodemgeschil kennis te nemen.
2.  
In procedures inzake voorlopige en beschermende maatregelen mag de gedaagde, op andere wijze dan bij reconventionele vordering, de nietigheid van een ►M2  Uniemodel ◄ opwerpen. Artikel 85, lid 2, is evenwel van overeenkomstige toepassing.

▼M2

3.  
Een krachtens artikel 82, lid 1, 2, 3 of 4, van deze verordening bevoegde rechtbank voor het Uniemodel is bevoegd voorlopige maatregelen, met inbegrip van beschermende maatregelen, te bevelen die, onverminderd de procedure voor erkenning en tenuitvoerlegging op grond van hoofdstuk III van Verordening (EU) nr. 1215/2012, van kracht zijn op het grondgebied van elke lidstaat. Geen enkele andere rechterlijke instantie heeft deze bevoegdheid.

▼B

Artikel 91

Bijzondere bepalingen inzake verknochtheid

1.  
Indien bij een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ een in artikel 81 bedoelde vordering — anders dan een vordering tot vaststelling van niet-inbreuk — is ingesteld en de geldigheid van het ►M2  Uniemodel ◄ al voor een andere rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ bij een reconventionele vordering wordt betwist of, indien het een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ betreft, bij het Bureau al een vordering tot nietigverklaring is ingesteld, schorst die rechtbank ambtshalve, de partijen gehoord, of op verzoek van een partij en nadat de andere partijen zijn gehoord, de procedure, tenzij er bijzondere redenen zijn om de behandeling voort te zetten.
2.  
Indien bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ is ingesteld en de geldigheid van het ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ al bij een reconventionele vordering voor een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ wordt aangevochten, schorst het Bureau ambtshalve, de partijen gehoord, of op verzoek van een partij en nadat de andere partijen zijn gehoord, de procedure, tenzij er bijzondere redenen zijn om de behandeling voort te zetten. Indien evenwel een van de partijen in de procedure voor de rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ daarom verzoekt, kan deze rechtbank, nadat de andere partijen zijn gehoord, de procedure schorsen. In dat geval zet het Bureau de procedure voort.
3.  
Indien de rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ de procedure schorst, kan zij voorlopige, inclusief beschermende, maatregelen bevelen voor de duur van de schorsing.

Artikel 92

Bevoegdheid van de rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ van tweede aanleg - Beroep in cassatie

1.  
Bij rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ van tweede aanleg kan beroep worden ingesteld tegen beslissingen van rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ van eerste aanleg terzake van de in artikel 81 bedoelde vorderingen.
2.  
De voorwaarden waaronder beroep kan worden ingesteld bij een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ van tweede aanleg, worden bepaald door het nationale recht van de lidstaat waar deze rechtbank is gelegen.
3.  
Het nationale recht inzake beroep in cassatie is van toepassing op beslissingen van de rechtbanken voor het ►M2  Uniemodel ◄ van tweede aanleg.

Afdeling 3

Andere geschillen betreffende ►M2  Uniemodellen ◄

▼M2

Artikel 93

Aanvullende bepalingen inzake de bevoegdheid van andere nationale rechterlijke instanties dan de rechtbanken voor het Uniemodel

1.  
In de lidstaat waar de rechterlijke instanties uit hoofde van artikel 79, lid 1, bevoegd zijn, worden andere rechtsvorderingen betreffende Uniemodellen dan de in artikel 81 bedoelde ingesteld bij de rechterlijke instanties die absoluut en relatief bevoegd zouden zijn indien het rechtsvorderingen inzake een nationaal modelrecht van die lidstaat zou betreffen.
2.  
Indien op grond van artikel 79, lid 1, en lid 1 van dit artikel geen rechterlijke instantie bevoegd is voor een andere rechtsvordering betreffende een Uniemodel dan de in artikel 81 bedoelde rechtsvorderingen, kan deze rechtsvordering worden ingesteld bij de rechterlijke instanties van de lidstaat waar het Bureau is gevestigd.

▼B

Artikel 94

Verplichting van de nationale rechterlijke instantie

De nationale rechterlijke instantie waarbij een andere rechtsvordering betreffende een ►M2  Uniemodel ◄ wordt ingesteld dan de in artikel 81 bedoelde rechtsvorderingen, beschouwt dat model als rechtsgeldig. Artikel 85, lid 2, en artikel 90, lid 2, zijn evenwel van overeenkomstige toepassing.

TITEL X

GEVOLGEN VOOR HET RECHT VAN DE LIDSTATEN

Artikel 95

Parallelle rechtsvorderingen op grond van ►M2  Uniemodellen ◄ en nationale modellenrechten

1.  
Wanneer voor rechtbanken van verschillende lidstaten tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde handelingen vorderingen wegens inbreuk of dreigende inbreuk worden ingesteld, en de ene rechtbank op grond van een ►M2  Uniemodel ◄ en de andere rechtbank op grond van een nationaal modelrecht dat gelijktijdige bescherming verleent, wordt aangezocht, verwijst de rechtbank waarbij de zaak het laatst is aangebracht, ook ambtshalve, de partijen naar de andere rechtbank. De rechtbank die tot verwijzing zou moeten overgaan kan zijn uitspraak aanhouden, indien de bevoegdheid van de andere rechtbank wordt aangevochten.
2.  
De rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ waarbij op grond van een ►M2  Uniemodel ◄ een vordering wegens inbreuk of dreigende inbreuk is ingesteld, wijst de vordering af, indien tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde handelingen een onherroepelijke beslissing over het bodemgeschil is gegeven op grond van een nationaal modelrecht dat gelijktijdige bescherming verleent.
3.  
De rechterlijke instantie waarbij op grond van een nationaal modelrecht een vordering wegens inbreuk of dreigende inbreuk is ingesteld, wijst de vordering af, indien tussen dezelfde partijen met betrekking tot dezelfde handelingen een onherroepelijke beslissing over het bodemgeschil is gegeven op grond van een ►M2  Uniemodel ◄ dat gelijktijdige bescherming verleent.
4.  
De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op voorlopige, inclusief beschermende, maatregelen.

Artikel 96

Verhouding tot andere vormen van bescherming uit hoofde van het nationale recht

1.  
Deze verordening laat onverlet de bepalingen van het ►M2  Uniesrecht ◄ en het recht van de betrokken lidstaten inzake niet-ingeschreven modellen, merken of andere onderscheidende tekens, octrooien en gebruiksmodellen, lettertypen, wettelijke aansprakelijkheid en oneerlijke mededinging.

▼M2

2.  
Een als een Uniemodel beschermd model komt ook in aanmerking voor bescherming door het auteursrecht vanaf de datum waarop het model is gecreëerd of in vorm is vastgelegd, mits aan de voorwaarden van het auteursrecht van de Unie wordt voldaan.

▼B

TITEL XI

AANVULLENDE BEPALINGEN BETREFFENDE HET BUREAU

Afdeling 1

Algemene bepalingen

▼M2

Artikel 97

Toepassing van Verordening (EU) 2017/1001

Tenzij in deze titel anders is bepaald, zijn de artikelen 142 tot en met 146, de artikelen 148 tot en met 158, artikel 162 en de artikelen 165 tot en met 177 van Verordening (EU) 2017/1001 van toepassing op het Bureau met betrekking tot zijn taken uit hoofde van deze verordening.

▼B

Artikel 98

Proceduretaal

1.  
De aanvrage om een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ wordt ingediend in een van de officiële talen van de Europese ►M2  Unie ◄ .
2.  
De aanvrager geeft onder de talen van het Bureau een tweede taal op die wat hem betreft gebruikt kan worden in procedures voor het Bureau.

Indien de aanvrage is gesteld in een taal die geen taal van het Bureau is, zorgt het Bureau voor de vertaling van de aanvrage in de door de aanvrager opgegeven taal.

3.  
Indien de aanvrager van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ de enige partij is in een procedure voor het Bureau, geldt als proceduretaal de taal waarin de aanvrage om inschrijving is gesteld. Indien de aanvrage is gesteld in een andere taal dan de talen van het Bureau, kan het Bureau met de aanvrager corresponderen in de in zijn aanvrage opgegeven tweede taal.
4.  
Ingeval van nietigverklaringsprocedures geldt als proceduretaal de taal waarin de aanvrage om inschrijving in het register is gesteld, op voorwaarde dat het een taal van het Bureau is. Indien de aanvrage is gesteld in een andere taal dan de talen van het Bureau, geldt als proceduretaal de in de aanvrage opgegeven tweede taal.

Aanvragen om nietigverklaring worden gesteld in de proceduretaal.

Indien de proceduretaal niet de taal is waarin de aanvrage is gesteld, kan de houder van het ►M2  Uniemodel ◄ opmerkingen kenbaar maken in de taal waarin de aanvrage is gesteld. Het Bureau zorgt voor de vertaling van deze opmerkingen in de proceduretaal.

In de uitvoeringsverordening kan worden bepaald dat de kosten voor vertaling ten laste van het Bureau niet hoger mogen zijn dan een bedrag dat voor elke soort procedure wordt bepaald op basis van de gemiddelde omvang van de bij het Bureau ingediende memories, behoudens afwijkingen die door het Bureau worden toegestaan indien de complexiteit van de zaak zulks rechtvaardigt. De kosten die dat bedrag overschrijden, kunnen overeenkomstig artikel 70 ten laste komen van de verliezende partij.

5.  
De partijen in de nietigverklaringsprocedure kunnen overeenkomen een andere officiële taal van de ►M2  Unie ◄ als proceduretaal te hanteren.

▼M2

Artikel 98 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de noodzaak van en de maatstaven voor vertaling

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:

a) 

de mate waarin bewijsstukken die in een schriftelijke procedure voor het Bureau worden gebruikt, kunnen worden ingediend in een officiële taal van de Unie, en de noodzaak van het verstrekken van een vertaling;

b) 

de maatstaven waaraan bij het Bureau in te dienen vertalingen moeten voldoen.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

Artikel 99

Publicatie en inschrijving in het register

1.  
Alle mededelingen waarvan de publicatie bij deze verordening of bij de uitvoeringsverordening is voorgeschreven, worden in alle officiële talen van de Gemeenschap gepubliceerd.
2.  
Alle inschrijvingen in het register van ►M2  Uniemodellen ◄ len geschieden in alle officiële talen van de Gemeenschap.
3.  
Ingeval van twijfel heeft de tekst in de taal van het Bureau waarin het ►M2  Uniemodel ◄ is aangevraagd, rechtskracht. Is de aanvrage gesteld in een andere officiële taal van de Europese Gemeenschap dan een van de talen van het Bureau, dan heeft de tekst in de door de aanvrager opgegeven tweede taal rechtskracht.

▼M2

Artikel 100

Aanvullende bevoegdheden van de uitvoerend directeur

Onverminderd de bevoegdheden die de uitvoerend directeur toekomen krachtens artikel 157, lid 4, punt o), van Verordening (EU) 2017/1001, oefent de uitvoerend directeur de bevoegdheden uit die uit hoofde van artikel 36, lid 5, artikel 37, lid 1, artikel 41, lid 5, artikel 42, lid 2, artikel 62, lid 2, artikel 65, lid 5, de artikelen 66, 66 quater en 66 sexies, artikel 72, lid 4, artikel 72 bis, lid 3, artikel 73, artikel 74 bis, lid 1, de artikelen 74 quater en 78, artikel 98, lid 7, artikel -106 bis bis, artikel -106 bis ter, lid 1, en de artikelen -106 bis quater en -106 bis quinquies van deze verordening, aan hem of haar zijn toegekend in overeenstemming met de criteria van deze verordening en van de krachtens deze verordening vastgestelde handelingen.

▼M2 —————

▼B

Afdeling 2

Toepassing van de procedures

▼M2

Artikel 102

Bevoegdheid

Tot het nemen van beslissingen in verband met de in deze verordening voorgeschreven procedures zijn bevoegd:

a) 

de onderzoekers;

b) 

de dienst die belast is met het register;

c) 

de nietigheidsafdelingen;

d) 

de kamers van beroep.

Artikel 103

Onderzoekers

De onderzoekers zijn bevoegd om namens het Bureau beslissingen te nemen over aanvragen voor een ingeschreven Uniemodel.

Artikel 104

De dienst die belast is met het register

1.  
Naast de bevoegdheden die haar bij Verordening (EU) 2017/1001 zijn toegekend, neemt de voor het register bevoegde dienst de beslissingen met betrekking tot vermeldingen in het register die op grond van deze verordening worden genomen, alsook andere beslissingen die in het kader van deze verordening worden genomen en die niet onder de bevoegdheid van de onderzoekers of een nietigheidsafdeling vallen.
2.  
De dienst die bevoegd is voor het register houdt ook de lijst van erkende gemachtigden ter zake van modellen bij.

▼B

Artikel 105

Nietigheidsafdelingen

1.  
De nietigheidsafdelingen zijn bevoegd om beslissingen te nemen over vorderingen tot nietigverklaring van een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ .
2.  
Een nietigheidsafdeling bestaat uit drie leden. Ten minste een van de leden is rechtsgeleerde.

▼M2

3.  
Beslissingen betreffende de kosten of de procedures worden door één lid van de nietigheidsafdeling genomen.

Artikel 105 bis

Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de beslissingen die door één lid worden genomen

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot welke soorten beslissingen door één enkel lid zoals bedoeld in artikel 105, lid 3, worden genomen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼M2

Artikel 106

Kamers van beroep

Naast de bevoegdheden die hen bij artikel 165 van Verordening (EU) 2017/1001 zijn toegekend, zijn de kamers van beroep bevoegd zich uit te spreken over het beroep dat is ingesteld tegen beslissingen van de instanties van het Bureau zoals bedoeld in artikel 102, punten a), b) en c), van deze verordening, met betrekking tot de in deze verordening voorgeschreven procedures.

▼M2

Artikel -106 bis

Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de kamers van beroep

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening tot nadere bepaling van de organisatie van de kamers van beroep in procedures inzake modellen op grond van deze verordening, indien dergelijke procedures een andere organisatie vereisen dat de kamers van beroep anders worden georganiseerd dan hetgeen is voorgeschreven in de op grond van artikel 168 van Verordening (EU) 2017/1001 vastgestelde gedelegeerde handelingen.

Afdeling 3

Taksen en de betaling ervan

Artikel -106 bis bis

Taksen en vergoedingen en termijnen

1.  
De uitvoerend directeur bepaalt het aan te rekenen bedrag voor andere door het Bureau verleende diensten dan die welke in de bijlage zijn vermeld, alsmede het bedrag van de vergoeding voor publicaties van het Bureau. De bedragen van de vergoedingen luiden in euro en worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van het Bureau. Het bedrag van de vergoeding is niet hoger dan nodig is om de kosten van de specifieke door het Bureau verleende dienst te vergoeden.
2.  
Taksen en vergoedingen waarvoor de betalingstermijn niet wordt bepaald in deze verordening, zijn verschuldigd op de datum van ontvangst van het verzoek tot het verlenen van de dienst die tot de heffing van de taks of het aanrekenen van de kosten leidt.

Met toestemming van het Begrotingscomité kan de uitvoerend directeur bepalen voor welke van de in de eerste alinea bedoelde diensten geen vooruitbetaling van de betrokken taksen en vergoedingen is vereist.

Artikel -106 bis ter

Betaling van taksen en vergoedingen

1.  
De aan het Bureau verschuldigde taksen en vergoedingen worden betaald op de wijzen die zijn bepaald door de uitvoerend directeur, met goedkeuring van het Begrotingscomité.

De op grond van de eerste alinea vastgestelde betaalmethoden worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van het Bureau. Alle betalingen gebeuren in euro.

2.  
Betalingen die worden verricht op andere dan de in lid 1 genoemde wijzen worden geacht niet te zijn verricht en het betaalde bedrag wordt terugbetaald.
3.  
Betalingen bevatten de noodzakelijke gegevens aan de hand waarvan het Bureau onmiddellijk het doel van de betaling kan vaststellen.
4.  
Indien het doel van de in lid 2 bedoelde betalingen niet onmiddellijk kan worden vastgesteld, verzoekt het Bureau de betaler om dat doel binnen een bepaalde termijn schriftelijk toe te lichten. Indien de persoon niet binnen die termijn gevolg geeft aan het verzoek, wordt de betaling geacht niet te zijn verricht en wordt het betaalde bedrag terugbetaald.

Artikel -106 bis quater

Datum waarop de betaling wordt geacht te zijn verricht

De uitvoerend directeur stelt de datum vast waarop de betalingen moeten worden geacht te zijn verricht.

Artikel -106 bis quinquies

Ontoereikende betalingen en terugbetaling van te veel betaalde bedragen

1.  
Een betalingstermijn wordt pas geacht te zijn nageleefd, indien het volledige bedrag van de vergoeding tijdig is voldaan. Indien niet het volledige bedrag van de taksen of vergoedingen is voldaan, wordt hetgeen reeds is betaald, na het verstrijken van de betalingstermijn terugbetaald.
2.  
Het Bureau geeft, voor zover dit mogelijk is vóór het verstrijken van de betalingstermijn, de betaler evenwel de kans het ontbrekende bedrag te voldoen.
3.  
Met goedkeuring van het Begrotingscomité kan de uitvoerend directeur afzien van gedwongen invordering van een verschuldigd bedrag indien het in te vorderen bedrag onbeduidend is of onvoldoende zeker is dat het kan worden ingevorderd.
4.  
Indien meer wordt betaald dan uit hoofde van taksen of vergoedingen is verschuldigd, wordt het te veel betaalde bedrag terugbetaald.

▼M1

TITEL XI BIS:

INTERNATIONALE INSCHRIJVING VAN MODELLEN

Afdeling 1

Algemene Bepalingen

Artikel 106 bis

Toepassing van de bepalingen

1.  
Voor zover in deze titel niet anders is bepaald, zijn deze verordening en de overeenkomstig artikel 109 vastgestelde verordeningen ter uitvoering van deze verordening van overeenkomstige toepassing op inschrijvingen van tekeningen en modellen van nijverheid waarin de ►M2  Unie ◄ wordt aangewezen en die overeenkomstig de Akte van Genève worden gedaan in het internationaal register dat door het Internationaal Bureau van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom wordt bijgehouden (hierna respectievelijk „internationale inschrijvingen” en „het Internationaal Bureau” te noemen).
2.  
De opname van een internationale inschrijving waarin de ►M2  Unie ◄ wordt aangewezen in het internationaal register, heeft dezelfde rechtsgevolgen als wanneer zulks in het register van ►M2  Uniemodellen ◄ van het Bureau was gebeurd, en elke publicatie van een internationale inschrijving waarin de ►M2  Unie ◄ wordt aangewezen in het publicatieblad van het Internationaal Bureau heeft dezelfde rechtsgevolgen als wanneer zulks in het ►M2  Uniemodellenblad ◄ was gebeurd.

Afdeling 2

Internationale inschrijvingen waarin de gemeenschap wordt aangewezen

Artikel 106 ter

Procedure voor indiening van de internationale aanvraag

Internationale aanvragen overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de Akte van Genève worden rechtstreeks bij het Internationaal Bureau ingediend.

Artikel 106 quater

Aanwijzingstaksen

De in artikel 7, lid 1, van de Akte van Genève voorgeschreven aanwijzingstaksen worden vervangen door een individuele aanwijzingstaks.

Artikel 106 quinquies

Rechtsgevolgen van internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen

1.  
Een internationale inschrijving waarin de ►M2  Unie ◄ wordt aangewezen, heeft vanaf de datum van de inschrijving bedoeld in artikel 10, lid 2, van de Akte van Genève, dezelfde rechtsgevolgen als een aanvraag om een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ .
2.  
Indien er geen kennisgeving van weigering heeft plaatsgevonden of indien een dergelijke weigering is ingetrokken, heeft de internationale inschrijving van een model waarin de ►M2  Unie ◄ wordt aangewezen, vanaf de in lid 1 genoemde datum dezelfde rechtsgevolgen als de inschrijving van een model als ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ .

▼M2

3.  
Het Bureau verschaft informatie over internationale inschrijvingen zoals bedoeld in lid 2 in de vorm van een elektronische link naar de doorzoekbare databank van internationale inschrijvingen van modellen die wordt bijgehouden door het Internationaal Bureau.

▼M1

Artikel 106 sexies

Weigering

1.  

Het Bureau doet het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de dag van publicatie van de internationale inschrijving een kennisgeving van weigering toekomen indien het Bureau bij het verrichten van een onderzoek van een internationale inschrijving constateert dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd, niet overeenstemt met de omschrijving in ►M2  artikel 3, punt 1) ◄ , of strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.

De kennisgeving vermeldt op welke gronden de weigering gebaseerd is.

2.  
De rechtsgevolgen van een internationale inschrijving in de Gemeenschap worden pas geweigerd nadat de houder in de gelegenheid is gesteld om ten aanzien van de Gemeenschap afstand te doen van de internationale inschrijving of zijn opmerkingen kenbaar te maken.
3.  
De voorwaarden voor het onderzoek naar de weigeringsgronden worden bij de uitvoeringsverordening vastgelegd.

Artikel 106 septies

Nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale inschrijving

1.  
De rechtsgevolgen van een internationale inschrijving in de Gemeenschap kunnen geheel of gedeeltelijk nietig worden verklaard overeenkomstig de procedure van de titels VI en VII of door een rechtbank voor het ►M2  Uniemodel ◄ op reconventionele vordering in een inbreukprocedure.
2.  
Wanneer het Bureau kennis krijgt van de nietigverklaring, meldt het dit aan het Internationaal Bureau.

▼M2

Artikel 106 octies

Vernieuwingen

De internationale inschrijving wordt rechtstreeks bij het Internationaal Bureau vernieuwd met inachtneming van artikel 17 van de Akte van Genève.

▼B

TITEL XII

SLOTBEPALINGEN

▼M2 —————

▼M2

Artikel 109

Comitéprocedure

1.  
De Commissie wordt bijgestaan door het Comité inzake uitvoeringsbepalingen ingesteld bij Verordening (EU) 2017/1001. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.  
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

▼M2

Artikel 109 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.  
De in de artikelen 47 ter, 53 bis, 55 bis, 64 bis, 65 bis, 66 bis, 66 quinquies, 66 septies, 66 decies, 67 quater, 78 bis en -106 bis bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 8 december 2024.
3.  
Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 47 ter, 53 bis, 55 bis, 64 bis, 65 bis, 66 bis, 66 quinquies, 66 septies, 66 decies, 67 quater, 78 bis en -106 bis bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.  
Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5.  
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6.  
Een overeenkomstig de artikelen 47 ter, 53 bis, 55 bis, 64 bis, 65 bis, 66 bis, 66 quinquies, 66 septies, 66 decies, 67 quater, 78 bis of -106 bis vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

▼M2 —————

▼A1

Artikel 110 bis

Bepalingen betreffende de uitbreiding van de ►M2  Uniemodel ◄

▼A3

1.  
Vanaf de datum van toetreding van Bulgarije, Tsjechië, Estland, Kroatië, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije, hierna „de nieuwe lidstaten” te noemen, wordt een voor de desbetreffende datum van toetreding uit hoofde van deze verordening aangevraagd of beschermd ►M2  Uniemodel ◄ uitgebreid tot het grondgebied van die lidstaten, zodat dat model dezelfde rechtsgevolgen heeft in de ►M2  hele Unie ◄ .

▼A1

2.  
De aanvraag ter verkrijging van een geregistreerd ►M2  Uniemodel ◄ kan niet worden geweigerd op basis van één van de in artikel 47, lid 1, vermelde gronden voor niet-inschrijving, indien die gronden louter wegens de toetreding van een nieuwe lidstaat van toepassing worden.
3.  
Een ►M2  Uniemodel ◄ als bedoeld in lid 1 mag niet krachtens artikel 25, lid 1, nietig worden verklaard indien de nietigheidsgronden louter wegens de toetreding van een nieuwe lidstaat van toepassing worden.
4.  
De aanvrager of houder van een vroeger recht in een nieuwe lidstaat kan zich verzetten tegen het gebruik van een onder artikel 25, lid 1, onder d), e) of f), vallend ►M2  Uniemodel ◄ op het grondgebied waar het vroegere recht wordt beschermd. Onder „vroeger recht” wordt hier een recht verstaan dat vóór de toetreding te goeder trouw was verkregen of uitgeoefend.
5.  
De leden 1, 3 en 4, zijn ook van toepassing op niet-geregistreerde ►M2  Uniemodellen ◄ . ►M2  ————— ◄

▼M2

Artikel 110 ter

Evaluatie

1.  
Uiterlijk op 1 januari 2030, en vervolgens om de vijf jaar, evalueert de Commissie de uitvoering van deze verordening.
2.  
De Commissie zendt het evaluatieverslag met haar conclusies op basis van dat verslag toe aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur. De resultaten van de evaluatie worden openbaar gemaakt.

▼B

Artikel 111

Inwerkingtreding

1.  
Deze verordening treedt in werking op de zestigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese ►M2  Uniemodellen ◄ .

▼M2

2.  
Aanvragen voor een ingeschreven Uniemodel kunnen vanaf 1 april 2003 bij het Bureau worden ingediend.

▼B

3.  
Aanvragen om een ingeschreven ►M2  Uniemodel ◄ die binnen drie maanden vóór de in lid 2 bedoelde datum zijn ingediend, worden geacht op die datum te zijn ingediend.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M2




BIJLAGE

Bedragen van taksen zoals bedoeld in artikel -106 bis bis, lid 1

De overeenkomstig deze verordening aan het Bureau te betalen taksen zijn als volgt (in EUR):

1. 

Indieningstaks zoals bedoeld in artikel 36, lid 4:

350 EUR.
2. 

Individuele aanwijzingstaks voor een internationale inschrijving zoals bedoeld in artikel 106 quater:

62 EUR per model.
3. 

Taks voor opschorting van de publicatie zoals bedoeld in artikel 36, lid 4:

40 EUR.
4. 

Bijkomende indieningstaks met betrekking tot elk bijkomend model dat deel uitmaakt van een meervoudige aanvraag zoals bedoeld in artikel 37, lid 2:

125 EUR.
5. 

Bijkomende taks voor opschorting van de publicatie met betrekking tot elk bijkomend model dat deel uitmaakt van een meervoudige aanvraag en waarvan de publicatie is opgeschort zoals bedoeld in artikel 37, lid 2:

20 EUR.
6. 

Vernieuwingstaks zoals bedoeld in artikel 50 quinquies, leden 1, 3 en 9:

a) 

voor de eerste vernieuwingsperiode: 150 EUR per model;

b) 

voor de tweede vernieuwingsperiode: 250 EUR per model;

c) 

voor de derde vernieuwingsperiode: 400 EUR per model;

d) 

voor de vierde vernieuwingsperiode: 700 EUR per model.

7. 

Individuele vernieuwingstaks voor een internationale inschrijving zoals bedoeld in artikel 106 quater:

a) 

voor de eerste vernieuwingsperiode: 62 EUR per model;

b) 

voor de tweede vernieuwingsperiode: 62 EUR per model;

c) 

voor de derde vernieuwingsperiode: 62 EUR per model;

d) 

voor de vierde vernieuwingsperiode: 62 EUR per model.

8. 

Taks voor laattijdige betaling van de vernieuwingstaks zoals bedoeld in artikel 50 quinquies, lid 3:

25 % van de vernieuwingstaks.
9. 

Taks voor de vordering tot nietigverklaring zoals bedoeld in artikel 52, lid 2:

320 EUR.
10. 

Taks voor voortzetting van de procedure zoals bedoeld in artikel 67 bis, lid 1:

400 EUR.
11. 

Taks voor het herstel in de vorige toestand zoals bedoeld in artikel 67, lid 3:

200 EUR.
12. 

Taks voor de inschrijving van een licentie of een ander recht inzake een ingeschreven Uniemodel zoals bedoeld in artikel 32 bis, leden 1 en 2 (zoals bedoeld in artikel 24, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2245/2002 vóór 1 juli 2026), of voor de inschrijving van een licentie of een ander recht inzake een aanvraag voor een Uniemodel zoals bedoeld in artikel 32 bis, leden 1 en 2, en artikel 34 (zoals bedoeld in artikel 24, leden 1 en 4, van Verordening (EG) nr. 2245/2002 vóór 1 juli 2026):

a) 

voor een verlening van een licentie: 200 EUR per model;

b) 

voor een overgang van een licentie: 200 EUR per model;

c) 

voor een vestiging van een zakelijk recht: 200 EUR per model;

d) 

voor een overdracht van een zakelijk recht: 200 EUR per model;

e) 

voor een gedwongen tenuitvoerlegging: 200 EUR per model;

maximaal 1 000  EUR indien in dezelfde aanvraag om inschrijving van een licentie of een ander recht of terzelfder tijd verscheidene verzoeken worden ingediend.

13. 

Taks voor de wijziging van een ingeschreven Uniemodel zoals bedoeld in artikel 50 sexies, lid 3:

200 EUR.
14. 

Taks voor de verificatie van de proceskosten die moeten worden vergoed zoals bedoeld in artikel 70, lid 7 (zoals bedoeld in artikel 79, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2245/2002 vóór 1 juli 2026):

100 EUR.
15. 

Beroepstaks zoals bedoeld in artikel 68, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1001, die ook van toepassing is op beroepen die op grond van deze verordening zijn ingesteld overeenkomstig artikel 55, lid 2 (zoals bedoeld in artikel 57 van deze verordening vóór 1 juli 2026):

720 EUR.



( 1 ) Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB L 154 van 16.6.2017, blz. 1).

( 2 ) Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).

( 3 )  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1968/259(1)/oj.

( 4 ) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1).

Top