This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 02002R0006-20250501
Council Regulation (EC) No 6/2002 of 12 December 2001 on European Union designs
Consolidated text: Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Uniemodellen
Verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van 12 december 2001 betreffende Uniemodellen
02002R0006 — NL — 01.05.2025 — 005.003
Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document
|
VERORDENING (EG) Nr. 6/2002 VAN DE RAAD van 12 december 2001 (PB L 003 van 5.1.2002, blz. 1) |
Gewijzigd bij:
|
|
|
Publicatieblad |
||
|
nr. |
blz. |
datum |
||
|
VERORDENING (EG) nr. 1891/2006 VAN DE RAAD van 18 december 2006 |
L 386 |
14 |
29.12.2006 |
|
|
VERORDENING (EU) 2024/2822 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 23 oktober 2024 |
L 2822 |
1 |
18.11.2024 |
|
Gewijzigd bij:
|
L 236 |
33 |
23.9.2003 |
||
|
L 157 |
203 |
21.6.2005 |
||
|
L 112 |
21 |
24.4.2012 |
Gerectificeerd bij:
VERORDENING (EG) Nr. 6/2002 VAN DE RAAD
van 12 december 2001
betreffende Uniemodellen
TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Uniemodellen
Artikel 2
Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie
Het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie („het Bureau”), dat is opgericht bij Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ), voert de taken uit die bij deze verordening eraan worden opgelegd.
Artikel 2 bis
Handelingsbevoegdheid
Voor de toepassing van deze verordening worden met rechtspersonen gelijkgesteld, vennootschappen en andere juridische eenheden die overeenkomstig het op hen toepasselijke recht bevoegd zijn om in eigen naam drager te zijn van ongeacht welke rechten en verplichtingen, overeenkomsten aan te gaan of andere rechtshandelingen te verrichten en in rechte op te treden.
TITEL II
HET RECHT INZAKE MODELLEN
Afdeling 1
Voorwaarden voor bescherming
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
„model”: de verschijningsvorm van een voortbrengsel of een deel ervan, die wordt afgeleid uit de kenmerken, met name de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de textuur en/of de materialen, van het voortbrengsel zelf en/of van de versiering ervan, met inbegrip van de beweging, de transitie of elk ander type animatie van die kenmerken;
„voortbrengsel”: elk op industriële of ambachtelijke wijze vervaardigd voorwerp dat geen computerprogramma is, ongeacht of het is belichaamd in een fysiek object of in niet-fysieke vorm wordt verwezenlijkt, met inbegrip van:
verpakkingen, sets van artikelen, ruimtelijke ordeningen van voorwerpen die bedoeld zijn om een binnen- of buitenomgeving te vormen, en onderdelen die zijn bestemd om tot een samengesteld voortbrengsel te worden samengevoegd;
grafische werken of symbolen, logo’s, oppervlaktepatronen, typografische lettertypen en grafische gebruikersinterfaces;
„samengesteld voortbrengsel”: een voortbrengsel dat bestaat uit meerdere onderdelen die vervangen kunnen worden, zodat het voortbrengsel uit elkaar gehaald en weer in elkaar gezet kan worden.
Artikel 4
Beschermingsvoorwaarden
Een model dat is toegepast op of verwerkt in een voortbrengsel dat een onderdeel van een samengesteld voortbrengsel vormt, wordt slechts geacht nieuw te zijn en een eigen karakter te hebben:
voorzover het onderdeel, wanneer het in het samengestelde voortbrengsel is verwerkt, bij normaal gebruik van dit laatste zichtbaar blijft; en
voorzover deze zichtbare kenmerken van het onderdeel als zodanig aan de voorwaarden inzake nieuwheid en eigen karakter voldoen.
Artikel 5
Nieuwheid
Een model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld:
bij een niet-ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ , vóór de datum waarop het model waarvoor bescherming wordt gevraagd voor het eerst voor het publiek beschikbaar is gesteld;
bij een ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ , vóór de datum van indiening van de aanvrage om inschrijving van het model waarvoor bescherming wordt gevraagd of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang.
Artikel 6
Eigen karakter
Een model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld:
bij een niet-ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ , vóór de datum waarop het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd voor het eerst voor het publiek beschikbaar is gesteld;
bij een ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ , vóór de datum van indiening van de aanvrage om inschrijving of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, vóór de datum van voorrang.
Artikel 7
Openbaarmaking
Openbaarmaking wordt voor de toepassing van de artikelen 5 en 6 niet in aanmerking genomen wanneer het openbaar gemaakte model, dat identiek is aan of in de algemene indruk ervan niet verschilt van het model waarvoor aanspraak op bescherming als ingeschreven Uniemodel wordt gemaakt, voor het publiek beschikbaar is gesteld:
door de ontwerper, zijn rechtverkrijgende of een derde op basis van door de ontwerper of diens rechtverkrijgende verstrekte informatie of genomen maatregelen; en
gedurende het tijdvak van twaalf maanden voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvrage of, indien aanspraak wordt gemaakt op voorrang, aan de datum van voorrang.
Artikel 8
Modellen die bepaald zijn door hun technische functie en modellen van verbindingen
Artikel 9
Met de openbare orde of de goede zeden strijdige modellen
Een model dat met de openbare orde of goede zeden strijdig is, is niet vatbaar voor bescherming als ►M2 Uniemodel ◄ .
Afdeling 2
Draagwijdte en duur van de bescherming
Artikel 10
Draagwijdte van de bescherming
Artikel 11
Aanvang en duur van de bescherming van het niet-ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 12
Aanvang en duur van de bescherming van het ingeschreven Uniemodel
▼M2 —————
Afdeling 3
Recht op het ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 14
Recht op het ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 15
Vorderingen met betrekking tot de aanspraak op een Uniemodel
In het geval van een ingeschreven Uniemodel worden de volgende gegevens in het in artikel 72 bedoelde Uniemodellenregister („het register”) opgenomen:
een vermelding dat uit hoofde van lid 1 een procedure is ingesteld bij de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat;
de datum en gegevens van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat inzake de aanspraak op het Uniemodel of een andere beëindiging van de procedure;
een verandering in de eigendom van het ingeschreven Uniemodel ten gevolge van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit van de betrokken lidstaat inzake de aanspraak op het Uniemodel.
Artikel 16
Gevolgen van de in kracht van gewijsde gegane beslissing inzake de aanspraak op een ingeschreven Uniemodel
Artikel 17
Vermoeden ten gunste van de ingeschreven houder van het model
De persoon op wiens naam het ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ is ingeschreven of, voorafgaande aan de inschrijving, op wiens naam de aanvrage werd ingediend, wordt in alle procedures bij het Bureau en in alle andere procedures geacht rechthebbende te zijn.
Artikel 18
Recht van de ontwerper om te worden vermeld
De ontwerper heeft evenals de aanvrager of de houder van een ingeschreven Uniemodel het recht bij het Bureau en in het register als zodanig te worden vermeld. Indien het model in teamverband is ontwikkeld, mag in plaats van de afzonderlijke ontwerpers het team worden vermeld. Dat recht omvat het recht een wijziging van de naam van de ontwerper of van het team in het register op te nemen.
Afdeling 4
Rechtsgevolgen van het ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 18 bis
Voorwerp van de bescherming
Bescherming wordt verleend aan die uiterlijke kenmerken van een ingeschreven Uniemodel die zichtbaar in de aanvraag om inschrijving zijn weergegeven.
Artikel 19
Aan het Uniemodel verbonden rechten
Uit hoofde van lid 1 kan met name het volgende worden verboden:
het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen of gebruiken van een voortbrengsel waarin het model is verwerkt of waarop het model wordt toegepast;
het invoeren of uitvoeren van een in punt a) bedoeld voortbrengsel;
het voor de in de punten a) en b) genoemde doeleinden in voorraad hebben van een in punt a) bedoeld voortbrengsel;
het creëren, downloaden, kopiëren en delen of verspreiden onder anderen van een drager waarop of software waarin het model is vastgelegd, teneinde een in punt a) bedoeld voortbrengsel te kunnen maken.
Het in de eerste alinea van dit lid bedoelde recht vervalt indien door de aangever of de houder van de voortbrengselen tijdens de procedure om te bepalen of inbreuk is gemaakt op het Uniemodel, die is ingeleid overeenkomstig Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ), het bewijs wordt geleverd dat de houder van het ingeschreven Uniemodel niet gerechtigd is om het op de markt brengen van de voortbrengselen in het land van de eindbestemming te verbieden.
Het in de eerste alinea bedoelde aangevochten gebruik wordt niet beschouwd als voortvloeiende uit het namaken van het niet-ingeschreven Uniemodel indien dit gebruik voortvloeit uit onafhankelijk scheppend werk door een ontwerper van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij of zij het door de rechthebbende openbaar gemaakte model niet kende.
Artikel 20
Beperking van de aan het Uniemodel verbonden rechten
De rechten op een Uniemodel mogen niet worden uitgeoefend voor:
handelingen die in de particuliere sfeer en voor niet-commerciële doeleinden worden verricht;
handelingen die voor experimentele doeleinden worden verricht;
handelingen bestaande in reproductie ter illustratie of voor onderricht;
handelingen die ter identificatie van of verwijzing naar een voortbrengsel als dat van de houder van het modelrecht worden verricht;
handelingen die met het oog op commentaar, kritiek of parodie worden verricht;
de uitrusting van in een derde land geregistreerde vaartuigen en luchtvaartuigen die zich tijdelijk op het grondgebied van de Unie bevinden;
de invoer in de Unie van vervangingsonderdelen en toebehoren voor de reparatie van de in punt f) bedoelde vaartuigen en luchtvaartuigen;
de uitvoering van reparaties aan de in punt f) bedoelde vaartuigen en luchtvaartuigen.
Artikel 20 bis
Reparatieclausule
Artikel 21
Uitputting van rechten
De aan een Uniemodel verbonden rechten gelden niet voor handelingen die betrekking hebben op een voortbrengsel waarin een als Uniemodel beschermd model is verwerkt of waarop het is toegepast, indien het voortbrengsel door de houder van het Uniemodel, of met de toestemming van de houder, in de Europese Economische ruimte (EER) in de handel is gebracht.
Artikel 22
Recht van voorgebruik met betrekking tot een ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 23
Gebruik door de overheid
De bepalingen in de wetgeving van een lidstaat die het gebruik van nationale modellen door of voor de overheid toestaan kunnen op ►M2 Uniemodellen ◄ worden toegepast, doch uitsluitend voorzover het gebruik noodzakelijk is voor wezenlijke defensie- of veiligheidsbehoeften.
Afdeling 5
Nietigheid
Artikel 24
Nietigverklaring
Artikel 25
Nietigheidsgronden
Een ►M2 Uniemodel ◄ kan slechts in de volgende gevallen nietig worden verklaard:
het model stemt niet overeen met de omschrijving van ►M2 artikel 3, punt 1) ◄ ;
het beantwoordt niet aan de voorwaarden van de artikelen 4 tot en met 9;
de houder van het recht kan krachtens een rechterlijke beslissing geen aanspraak op het ►M2 Uniemodel ◄ maken uit hoofde van artikel 14;
het ►M2 Uniemodel ◄ is strijdig met een ouder model dat na de datum van indiening van de aanvraag of, wanneer aanspraak op voorrang wordt gemaakt, na de datum van voorrang voor het publiek beschikbaar is gesteld, en dat vanaf een aan deze datum voorafgaand tijdstip wordt beschermd
door een ingeschreven modelrecht van een lidstaat, dan wel door een aanvraag om een zodanig recht,
of
door een modelrecht dat is ingeschreven overeenkomstig de Akte van Genève bij de Overeenkomst van 's-Gravenhage betreffende de internationale registratie van tekeningen en modellen van nijverheid, vastgesteld in Genève op 2 juli 1999 (hierna de „Akte van Genève” te noemen), goedgekeurd bij Besluit van de Raad en dat rechtsgevolgen heeft in de Gemeenschap, of door een aanvraag om een zodanig recht;
in een later model wordt van een onderscheidend teken gebruik gemaakt en het Gemeenschapsrecht of het recht van de lidstaat dat op dat teken van toepassing is, staat de houder van het recht op het teken toe dat gebruik te verbieden;
in het model wordt zonder toestemming gebruik gemaakt van een werk dat in een lidstaat auteursrechtelijk is beschermd;
het model vormt een oneigenlijk gebruik van een van de in artikel 6 ter van het Verdrag van Parijs ter bescherming van de industriële eigendom, hierna „Verdrag van Parijs” genoemd, genoemde zaken, of van kentekenen, emblemen en wapens die niet onder genoemd artikel 6 ter vallen en die in een lidstaat van bijzonder algemeen belang zijn.
Artikel 26
Rechtsgevolgen van nietigheid
Onverminderd de nationale bepalingen betreffende vorderingen tot vergoeding van schade, veroorzaakt door nalatigheid of kwade trouw van de houder van het ►M2 Uniemodel ◄ , of betreffende ongerechtvaardigde verrijking, heeft de terugwerkende kracht van de nietigheid van het ►M2 Uniemodel ◄ geen invloed op:
een beslissing over inbreuk die vóór de nietigverklaring in kracht van gewijsde gegaan en ten uitvoer gelegd is;
een vóór de nietigverklaring gesloten overeenkomst, voorzover die vóór die verklaring is uitgevoerd; uit billijkheidsoverwegingen kan echter terugbetaling worden geëist van de op grond van deze overeenkomst betaalde bedragen en wel in de mate die door de omstandigheden gerechtvaardigd is.
Afdeling 6
Kennisgeving van inschrijving
Artikel 26 bis
Registratiesymbool
De houder van een ingeschreven Uniemodel kan het publiek ervan in kennis stellen dat het model in het register is ingeschreven door op het voortbrengsel waarin het model is verwerkt of waarop het wordt toegepast een in een cirkel geplaatste letter (design (model)) weer te geven. Een dergelijke opgave kan vergezeld gaan van het inschrijvingsnummer van het model of van een link naar de inschrijving van het model in het register.
TITEL III
►M2 UNIEMODELLEN ◄ ALS VERMOGENSBESTANDDELEN
Artikel 27
Behandeling van ►M2 Uniemodellen ◄ als nationale modelrechten
Tenzij in de artikelen 28, 29, 30, 31 en 32 anders wordt bepaald, wordt het ►M2 Uniemodel ◄ als deel van het vermogen in zijn geheel en voor het gehele grondgebied van de ►M2 Unie ◄ beschouwd als een nationaal modelrecht van de lidstaat waar:
de houder op de betrokken dag zijn woonplaats of zetel had, of
indien het bepaalde onder a) niet van toepassing is, de houder op de betrokken dag een vestiging had.
In het geval van gezamenlijk houderschap wordt, wanneer twee of meer medehouders aan het bepaalde in lid 1 voldoen, voor het aanwijzen van de in lid 1 bedoelde lidstaat in aanmerking genomen:
in het geval van een niet-ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ , diegene van de medehouders die door hen in onderlinge overeenstemming wordt aangewezen;
in het geval van een ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ , de eerste van de medehouders in de volgorde waarin zij in het register worden vermeld.
Artikel 28
Overgang van het ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄
Op de overgang van een ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ zijn de volgende bepalingen van toepassing:
op verzoek van een der partijen wordt de overgang ingeschreven in het register en gepubliceerd;
zolang de overgang niet in het register is ingeschreven, mag de rechtverkrijgende zich niet op de uit de inschrijving van het ►M2 Uniemodel ◄ voortvloeiende rechten beroepen;
indien tegenover het Bureau bepaalde termijnen in acht moeten worden genomen, mag de rechtverkrijgende de betrokken verklaringen tegenover het Bureau afleggen wanneer het verzoek om inschrijving van de overgang door het Bureau is ontvangen;
alle stukken waarvan overeenkomstig artikel 66 aan de houder van het ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ kennis moet worden gegeven, worden door het Bureau gezonden aan degene die als houder ingeschreven staat of, indien hij een vertegenwoordiger heeft aangewezen, aan deze laatste.
Artikel 28 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot overgang
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:
de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in het verzoek om inschrijving van een overgang, bedoeld in artikel 28, lid 3;
het voor een overgang zoals bedoeld in artikel 28, lid 3, vereiste soort documentatie, met inachtneming van de toestemming van de ingeschreven houder en de rechtsopvolger.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 29
Zakelijke rechten op het ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 30
Gedwongen tenuitvoerlegging
Artikel 31
Insolventieprocedure
Artikel 32
Licentie
Artikel 33
Werking jegens derden
Artikel 34
De aanvrage om een ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ als deel van het vermogen
TITEL IV
DE AANVRAGE OM EEN INGESCHREVEN ►M2 UNIEMODEL ◄
Afdeling 1
Indiening van de aanvrage en de voorwaarden waaraan deze moet voldoen
Artikel 35
Indiening van aanvragen
Artikel 36
Voorschriften waaraan de aanvrage moet voldoen
De aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel bevat:
een verzoek om inschrijving;
gegevens op grond waarvan de aanvrager kan worden geïdentificeerd;
een voldoende duidelijke afbeelding van het model, op basis waarvan het voorwerp waarvoor bescherming wordt aangevraagd kan worden vastgesteld.
Daarnaast kan de aanvraag het volgende bevatten:
een beschrijving ter verduidelijking van de afbeelding;
een verzoek tot opschorting van de publicatie van de inschrijving overeenkomstig artikel 50;
indien de aanvrager een vertegenwoordiger heeft aangewezen, gegevens op grond waarvan deze kan worden geïdentificeerd;
de classificatie van de voortbrengselen waarin het model zal worden verwerkt of waarop het zal worden toegepast volgens de klasse en de onderklasse van de classificatie van Locarno, zoals gewijzigd en van kracht zijnde op de datum van indiening van de aanvraag;
vermelding van de ontwerper of het team van ontwerpers of een verklaring onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager dat de ontwerper of het team van ontwerpers afstand heeft gedaan van het recht op vermelding.
Artikel 36 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de aanvraag
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 37
Meervoudige aanvrage
Artikel 37 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot meervoudige aanvragen
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die de meervoudige aanvraag moet bevatten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 38
Datum van indiening
De datum van indiening van een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel is de datum waarop de aanvrager de documenten met de in artikel 36, lid 1, bedoelde gegevens bij het Bureau indient, op voorwaarde dat de in artikel 36, lid 4, en artikel 37, lid 2, bedoelde indieningstaksen worden betaald binnen een maand nadat die documenten zijn ingediend.
Artikel 39
Gelijkwaardigheid van een aanvraag bij de Unie met een nationale aanvraag
Een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel waaraan een datum van indiening is toegekend, is in de lidstaten gelijkwaardig aan een op regelmatige wijze ingediende nationale aanvraag, waarbij zo nodig rekening wordt gehouden met het recht van voorrang dat voor de aanvraag voor een Uniemodel wordt ingeroepen.
Artikel 40
Classificatie
Voor de toepassing van deze verordening is de bijlage bij de Overeenkomst van Locarno van 18 oktober 1968 tot instelling van een internationale classificatie voor tekeningen en modellen van nijverheid van toepassing.
Afdeling 2
Voorrang
Artikel 41
Recht van voorrang
Artikel 42
Beroep op voorrang
De aanvrager van een ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ die zich wil beroepen op de voorrang van een eerdere aanvrage, dient een verklaring van voorrang en een afschrift van de eerdere aanvrage in. Indien de eerdere aanvrage niet in een van de talen van het Bureau is gesteld, kan het Bureau om een vertaling van die aanvrage in een van die talen verzoeken.
Artikel 42 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot het beroep op voorrang
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot wat voor documentatie er moet worden ingediend voor het inroepen van voorrang van een eerdere aanvraag overeenkomstig artikel 42, lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 43
Rechtsgevolgen van het recht van voorrang
Het recht van voorrang heeft ten gevolge dat voor de toepassing van de artikelen 5, 6, 7 en 22, en artikel 25, lid 1, punten d), e) en f), en artikel 50, lid 1, de datum van voorrang als de datum van indiening van de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel wordt beschouwd.
Artikel 44
Voorrang in geval van tentoonstelling
Artikel 44 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de aard en de details van het in te dienen bewijs voor een beroep op voorrang in geval van tentoonstelling overeenkomstig artikel 44, lid 2. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
TITEL V
INSCHRIJVINGSPROCEDURE
Artikel 45
Onderzoek of de aanvraag voldoet aan de vormvereisten
Het Bureau onderzoekt of:
de aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel voldoet aan de voorwaarden en vereisten van artikel 36, leden 2, 3 en 5, en, in het geval van een meervoudige aanvraag, aan die van artikel 37, leden 1 en 3;
voor zover van toepassing, de bijkomende taks voor opschorting van de publicatie op grond van artikel 36, lid 4, is betaald binnen de voorgeschreven termijn;
voor zover van toepassing, de bijkomende taks voor opschorting van de publicatie voor elk model in een meervoudige aanvraag op grond van artikel 37, lid 2, is betaald binnen de voorgeschreven termijn.
▼M2 —————
Artikel 47
Gronden voor niet-inschrijving
Indien het Bureau bij zijn onderzoek overeenkomstig artikel 45 bemerkt dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd
niet overeenstemt met de omschrijving van ►M2 artikel 3, punt 1) ◄ , of
strijdig is met de openbare orde of de goede zeden,
wijst het de aanvrage af.
Artikel 47 ter
Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de wijziging van de aanvraag
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis, gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere procedureregels voor de in artikel 47 bis, lid 2, bedoelde wijziging van de aanvraag te bepalen.
Artikel 48
Inschrijving
Artikel 49
Publicatie
Na de inschrijving publiceert het Bureau het ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ in het in artikel 73, lid 1, genoemde ►M2 Uniemodellenblad ◄ . De inhoud van de publicatie wordt vastgesteld in de uitvoeringverordening.
Artikel 49 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de publicatie
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die de in artikel 49 bedoelde publicatie moet bevatten. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 50
Opschorting van publicatie
Artikel 50 quater
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in en de vorm van het in artikel 50 ter bedoelde inschrijvingsbewijs. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 50 quinquies
Vernieuwing
Bij gebreke daarvan kan het verzoek worden ingediend en kan de taks worden betaald binnen een extra termijn van zes maanden na het verstrijken van de geldigheidsduur van de inschrijving, op voorwaarde dat er een toeslag voor laattijdige betaling van de vernieuwingstaks of voor laattijdige indiening van het verzoek tot vernieuwing binnen die extra termijn wordt betaald.
Het in lid 1 bedoelde verzoek tot vernieuwing bevat:
de naam van de persoon die de vernieuwing aanvraagt;
het inschrijvingsnummer van het te vernieuwen Uniemodel;
in geval van een inschrijving op basis van een meervoudige aanvraag: een vermelding van de modellen waarvoor om vernieuwing wordt verzocht.
Indien de vernieuwingstaksen zijn betaald, wordt de betaling beschouwd als een verzoek tot vernieuwing, mits deze alle nodige gegevens bevat om het doel van de betaling vast te stellen.
Artikel 50 septies
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot wijziging
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in het in artikel 50 sexies, lid 2, bedoelde verzoek tot wijziging. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 50 nonies
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot wijziging van de naam of het adres
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in een verzoek tot wijziging van de naam of het adres op grond van artikel 50 octies, lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
TITEL VI
AFSTAND EN NIETIGHEID VAN HET INGESCHREVEN ►M2 UNIEMODEL ◄
Artikel 51
Afstand
Artikel 51 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de afstand
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:
de nadere gegevens die moeten worden opgenomen in een verklaring van afstand op grond van artikel 51, lid 1;
het soort documentatie dat is vereist als bewijs van toestemming van een derde op grond van artikel 51, lid 3, en de toestemming van een eiser op grond van artikel 51, lid 4.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 52
Vordering tot nietigverklaring
Artikel 53
Onderzoek van de vordering
Artikel 53 bis
Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot nietigverklaring
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere procedureregels voor de in de artikelen 52 en 53 bedoelde nietigverklaring van een Uniemodel te bepalen, met inbegrip van de mogelijkheid om een vordering tot nietigverklaring prioritair te behandelen indien de houder van het ingeschreven Uniemodel de nietigheidsgronden of de ingestelde vordering niet betwist.
Artikel 54
Deelneming aan de procedure door de beweerde inbreukmaker
Hetzelfde geldt, wanneer een derde aantoont dat de houder van het ►M2 Uniemodel ◄ hem heeft aangemaand een veronderstelde inbreuk op het model te staken, en dat hij een procedure heeft ingeleid ter verkrijging van een rechterlijke beslissing ertoe strekkende dat hij geen inbreuk op het ►M2 Uniemodel ◄ maakt.
TITEL VII
BEROEPSPROCEDURE
Artikel 55
Beslissingen waartegen beroep kan worden ingesteld
Artikel 55 bis
Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de beroepsprocedure
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met:
de formele inhoud van het beroep, bedoeld in artikel 68 van Verordening (EU) 2017/1001, en de procedure voor de indiening en het onderzoek van het beroep;
de formele inhoud en vorm van de beslissingen van de kamers van beroep, bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU) 2017/1001;
de terugbetaling van de beroepstaks, bedoeld in artikel 68 van Verordening (EU) 2017/1001.
Artikel 56
Personen die beroep kunnen instellen en partij kunnen zijn in de procedure
Een ieder die partij is in een procedure welke tot een beslissing heeft geleid, kan hiertegen in beroep gaan voorzover hij bij die beslissing in het ongelijk gesteld is. De andere partijen in die procedure zijn van rechtswege partij in de beroepsprocedure.
Artikel 57
Termijn en vorm
Het beroep wordt schriftelijk ingesteld bij het Bureau binnen twee maanden na de dag waarop de beslissing is meegedeeld. Het beroep wordt pas geacht ingesteld te zijn nadat de beroepstaks betaald is. Een schriftelijke uiteenzetting van de gronden van het beroep moet worden ingediend binnen vier maanden na de datum waarop de beslissing meegedeeld is.
Artikel 58
Prejudiciële herziening
Artikel 59
Onderzoek van het beroep
Artikel 60
Beslissing over het beroep
Artikel 61
Beroep bij het Hof van Justitie
TITEL VIII
PROCEDURE VOOR HET BUREAU
Afdeling 1
Algemene bepalingen
Artikel 62
Gronden van de beslissing
De beslissingen van het Bureau worden met redenen omkleed. Zij kunnen slechts worden genomen op gronden waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren.
Artikel 63
Ambtshalve onderzoek van de feiten
Artikel 64
Mondelinge procedure
Artikel 64 bis
Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de mondelinge procedure
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de in artikel 64 bedoelde mondelinge procedure te bepalen, met inbegrip van de nadere regels voor het gebruik van talen overeenkomstig artikel 98.
Artikel 65
Bewijsvoering
In de procedure voor het Bureau zijn onder meer de volgende bewijsmiddelen toegelaten:
horen van partijen;
inwinnen van inlichtingen;
overleggen van documenten en bewijsmateriaal;
getuigenverhoor;
deskundigenonderzoek;
schriftelijke verklaringen die onder ede of belofte zijn afgelegd of overeenkomstig het recht van de staat waar zij afgelegd zijn een soortgelijke werking hebben.
Artikel 65 bis
Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de bewijsvoering
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de in artikel 65 bedoelde bewijsvoering te bepalen.
Artikel 66
Kennisgeving
Het Bureau geeft ambtshalve aan de desbetreffende personen kennis van alle beslissingen en oproepen om te verschijnen alsook van mededelingen waardoor een termijn ingaat of waarvan kennisgeving is voorgeschreven in andere bepalingen van deze verordening of van de uitvoeringsverordening of door de voorzitter van het Bureau.
Artikel 66 bis
Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de kennisgeving
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de in artikel 66 bedoelde kennisgeving te bepalen.
Artikel 66 quinquies
Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de mededelingen aan het Bureau
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de regels voor de in artikel 66 quater bedoelde mededelingen aan het Bureau te bepalen alsook de formulieren voor die mededelingen die door het Bureau beschikbaar moeten worden gesteld.
Artikel 66 septies
Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de berekening en duur van termijnen
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de berekening en duur van de in artikel 66 sexies bedoelde termijnen te bepalen.
Artikel 66 decies
Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot de doorhaling van inschrijvingen en de herroeping van beslissingen
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere procedureregels voor het doorhalen van een inschrijving in het register of het herroepen van een beslissing zoals bedoeld in artikel 66 nonies te bepalen.
Artikel 67
Herstel in de vorige toestand
Artikel 67 quater
Bevoegdheidsdelegatie met betrekking tot hervatting van de procedure
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels te bepalen voor hervatting van de procedure voor het Bureau zoals bedoeld in artikel 67 ter, lid 2.
Artikel 68
Verwijzing naar algemene beginselen
Voor zover deze verordening of krachtens deze verordening vastgestelde handelingen geen procedurevoorschriften bevatten, neemt het Bureau de in de lidstaten algemeen aanvaarde beginselen van procesrecht in aanmerking.
Artikel 69
Einde van de financiële verplichtingen
Afdeling 2
Kosten
Artikel 70
Verdeling van de kosten
Artikel 70 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot het maximumtarief voor vergoedingen
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot bepaling van het maximumtarief voor vergoeding van de werkelijk door de in het gelijk gestelde partij gemaakte, noodzakelijke procedurekosten zoals bedoeld in artikel 70, lid 1. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Bij de bepaling van het maximumtarief met betrekking tot de reis- en verblijfkosten houdt de Commissie rekening met de afstand tussen de woon- of vestigingsplaats van de partij, vertegenwoordiger, getuige, deskundige en de plaats van de mondelinge procedure, met de fase van de procedure waarin de kosten zijn gemaakt en, wat betreft de kosten van vertegenwoordiging in de zin van artikel 78, lid 1, met de noodzaak ervoor te zorgen dat de verplichting tot het dragen van de kosten niet om tactische redenen door de andere partij kan worden misbruikt. Daarnaast worden verblijfkosten berekend overeenkomstig het statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, als neergelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad ( 3 ). De in het ongelijk gestelde partij draagt de kosten voor slechts één partij bij de procedure en, in voorkomend geval, één vertegenwoordiger.
Artikel 71
Tenuitvoerlegging van beslissingen tot vaststelling van de kosten
Afdeling 3
Voorlichting van het publiek en van de instanties der lidstaten
Artikel 72
Uniemodellenregister
In het register worden de volgende vermeldingen betreffende inschrijvingen van een Uniemodel opgenomen:
de datum waarop de aanvraag is ingediend en ingeschreven, op grond van artikel 48, lid 3;
het dossiernummer van de aanvraag en het dossiernummer van elk afzonderlijk model van een meervoudige aanvraag;
de datum van publicatie van de inschrijving;
de naam, de woonplaats en het land van de aanvrager;
de naam en het kantooradres van de vertegenwoordiger, behalve in het geval van een vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 77, lid 3, eerste alinea;
de afbeelding van het model;
de namen van de voortbrengselen, voorafgegaan door de nummers van de klassen en onderklassen van de classificatie van Locarno;
gegevens over beroepen op voorrang op grond van artikel 42;
gegevens over beroepen op voorrang in geval van tentoonstelling op grond van artikel 44;
vermelding van de ontwerper of het team van ontwerpers op grond van artikel 18 of een verklaring dat de ontwerper of het team van ontwerpers afstand heeft gedaan van het recht op vermelding;
de taal waarin de aanvraag is ingediend en de tweede taal die de aanvrager in de aanvraag heeft opgegeven, op grond van artikel 98, lid 3;
de datum van inschrijving van het model in het register en het nummer van de inschrijving op grond van artikel 48, lid 1;
een aanduiding van elk verzoek tot opschorting van de publicatie op grond van artikel 50, lid 3, met vermelding van de datum waarop de termijn van opschorting verstrijkt;
een aanduiding dat er een beschrijving is ingediend op grond van artikel 36, lid 3, punt a).
Het register bevat voorts de volgende vermeldingen, telkens voorzien van de datum van opneming in het register:
wijzigingen van de naam of het kantooradres van de vertegenwoordiger, behalve in het geval van een vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 77, lid 3, eerste alinea;
in geval van aanwijzing van een nieuwe vertegenwoordiger, zijn of haar naam en kantooradres;
wijzigingen van de naam van de ontwerper of het team van ontwerpers op grond van artikel 18;
een aanduiding dat er een aanspraakprocedure is ingesteld bij de bevoegde rechter of autoriteit uit hoofde van artikel 15, lid 5, punt a);
de datum en gegevens van de in kracht van gewijsde gegane beslissing van de bevoegde rechter of autoriteit of een andere beëindiging van de procedure op grond van artikel 15, lid 5, punt b);
een verandering in het houderschap op grond van artikel 15, lid 5, punt c);
een overgang op grond van artikel 28;
de vestiging of overgang van een zakelijk recht op grond van artikel 29 en de aard van het zakelijk recht;
gedwongen tenuitvoerlegging op grond van artikel 30, en insolventieprocedures op grond van artikel 31;
de vernieuwing van de inschrijving op grond van artikel 50 quinquies en de datum waarop die vernieuwing van kracht wordt;
de vaststelling van het verstrijken van de inschrijving op grond van artikel 50 quinquies, lid 8;
een verklaring van afstand door de houder op grond van artikel 51, lid 1;
de datum van indiening en de gegevens van een vordering tot nietigverklaring uit hoofde van artikel 52, van een reconventionele vordering tot nietigverklaring op grond van artikel 84, lid 5, of van een op grond van artikel 55 ingesteld beroep;
de datum en de gegevens van de in kracht van gewijsde gegane beslissing betreffende de vordering tot nietigverklaring op grond van artikel 53, van de in kracht van gewijsde gegane beslissing over een reconventionele vordering tot nietigverklaring op grond van artikel 86, lid 3, van de in kracht van gewijsde gegane beslissing over een beroep op grond van artikel 55, of van elke andere beëindiging van de procedure overeenkomstig die artikelen;
de doorhaling van de vermelding van een op grond van lid 2, punt e), ingeschreven vertegenwoordiger;
de wijziging van of doorhaling in het register van de in lid 3, punten l), m), en n), bedoelde gegevens;
de herroeping van een beslissing of de doorhaling van een vermelding in het register op grond van artikel 66 nonies, indien de herroeping of de doorhaling een gepubliceerde beslissing of vermelding betreft.
De in de leden 2 en 3 bedoelde vermeldingen, met inbegrip van persoonsgegevens, worden verwerkt met het oog op:
het beheer van de aanvragen, inschrijvingen, of beide, zoals beschreven in deze verordening en alle op grond daarvan vastgestelde handelingen;
het houden van een openbaar register ter inzage door en ter informatie van de overheid en het bedrijfsleven, die aldus de hun bij deze verordening toegekende rechten kunnen uitoefenen en kennis kunnen nemen van het bestaan van oudere rechten van derden;
het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem voor de inschrijving van Uniemodellen kan verbeteren.
Artikel 72 bis
Databank
De elektronische databank kan andere dan de op grond van artikel 72 in het register opgenomen persoonsgegevens bevatten, voor zover deze verordening en op grond daarvan vastgestelde handelingen dat voorschrijven. Persoonsgegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt met het oog op:
het beheer van de aanvragen, inschrijvingen, of beide, zoals beschreven in deze verordening en op grond daarvan vastgestelde handelingen;
het toegankelijk maken van de informatie die noodzakelijk is voor een vlotter en efficiënter verloop van de betrokken procedure;
de communicatie met de aanvragers en andere partijen bij de procedure, en
het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem kan verbeteren.
Artikel 72 ter
Onlinetoegang tot beslissingen
Artikel 73
Regelmatig verschijnende publicaties
Artikel 73 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de regelmatig verschijnende publicaties
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:
de datum die moet worden beschouwd als de datum van publicatie in het Uniemodellenblad;
de wijze waarop vermeldingen inzake de inschrijving van een Uniemodel die ten opzichte van de publicatie van de aanvraag niet zijn gewijzigd, worden gepubliceerd;
de vormen waarin uitgaven van het Publicatieblad van het Bureau aan het publiek beschikbaar kunnen worden gesteld.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 74
Openbare inzage
Dit is met name het geval, indien de belanghebbende bewijst dat de aanvrager om of houder van het ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ stappen heeft ondernomen om het aan het ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ verbonden recht tegen hem in te roepen.
Bij inzage van een dossier op grond van lid 2 of 3 worden de volgende delen van het dossier uitgesloten van inzage:
stukken betreffende uitsluiting, verschoning of wraking op grond van artikel 169 van Verordening (EU) 2017/1001;
ontwerpbeslissingen en -adviezen, alsmede alle andere voor de voorbereiding van beslissingen en adviezen gebruikte interne stukken;
delen van het dossier ten aanzien waarvan de betrokken partij vóór het verzoek tot inzage te kennen heeft gegeven een bijzonder belang te stellen in de geheimhouding ervan, tenzij inzage van deze delen van het dossier wordt gerechtvaardigd door zwaarwegende gewettigde belangen van de om inzage verzoekende partij.
Artikel 74 bis
Procedure voor de inzage van dossiers
Indien het verzoek tot inzage in het dossier betrekking heeft op een aanvraag voor een ingeschreven Uniemodel of op een ingeschreven Uniemodel waarvan de publicatie is opgeschort overeenkomstig artikel 50 of waarvan, indien de publicatie is opgeschort, vóór of op de datum waarop de termijn van opschorting verstrijkt, blijkt uit het verzoek dat:
de aanvrager of houder van het Uniemodel met de inzage instemt, of
de persoon die om inzage verzoekt een gewettigd belang heeft bij inzage in het dossier.
Artikel 74 ter
Mededeling van informatie uit de dossiers
Onder voorbehoud van de in artikel 74 vastgelegde beperkingen kan het Bureau, op verzoek, uit elk dossier van elke procedure met betrekking tot een aanvraag voor een Uniemodel of tot een ingeschreven Uniemodel informatie verstrekken.
Artikel 74 quater
Bewaring van dossiers
Indien en voor zover dossiers of delen daarvan anders dan elektronisch worden bewaard, worden de documenten of bewijsstukken die daarvan deel uitmaken, bewaard gedurende ten minste vijf jaar na het jaar waarin:
de aanvraag is afgewezen of ingetrokken;
de geldigheid van de inschrijving van het Uniemodel definitief is verstreken;
de afstand van het ingeschreven Uniemodel is ingeschreven in het register op grond van artikel 51;
het ingeschreven Uniemodel definitief uit het register is verwijderd.
Artikel 75
Administratieve samenwerking
Artikel 75 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de administratieve samenwerking
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot de nadere regels voor de uitwisseling van informatie tussen het Bureau en de instanties van de lidstaten en het geven van inzage in dossiers zoals bedoeld in artikel 75, rekening houdend met de beperkingen waaraan de inzage in dossiers betreffende aanvragen voor of inschrijvingen van Uniemodellen op grond van artikel 74 is onderworpen wanneer inzage aan derden wordt gegeven. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
▼M2 —————
Afdeling 4
Vertegenwoordiging
Artikel 77
Algemene beginselen van vertegenwoordiging
De werknemer van een rechtspersoon waarop dit lid van toepassing is, kan ook handelen voor andere rechtspersonen die met deze rechtspersoon economisch verbonden zijn, ook indien die andere rechtspersonen in de EER geen woonplaats, zetel, noch werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben.
Werknemers die personen vertegenwoordigen in de zin van dit lid verstrekken het Bureau, op verzoek van het Bureau of, in voorkomend geval, van de partij in de procedure een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht.
Artikel 78
Beroepsmatige vertegenwoordiging
Natuurlijke of rechtspersonen kunnen bij procedures voor het Bureau in de zin van deze verordening slechts worden vertegenwoordigd door een van de volgende vertegenwoordigers:
een advocaat die bevoegd is op het grondgebied van een van de staten die partij zijn bij de EER-overeenkomst praktijk uit te oefenen en kantoor houdt binnen de EER, voor zover de advocaat in die staat bevoegd is als vertegenwoordiger ter zake van industriële eigendom op te treden;
erkende gemachtigden die zijn ingeschreven op de in artikel 120, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2017/1001 genoemde lijst van erkende gemachtigden;
erkende gemachtigden die zijn ingeschreven op de in lid 4 genoemde speciale lijst van erkende gemachtigden ter zake van modellen.
Het Bureau stelt een speciale lijst van erkende gemachtigden ter zake van modellen op en houdt deze bij. In die lijst kan iedere natuurlijke persoon worden vermeld die aan alle van de volgende voorwaarden voldoet:
hij of zij bezit de nationaliteit van een van de staten die partij zijn bij de EER-overeenkomst;
het kantoor of de plaats waar hij of zij werkt bevindt zich binnen de EER;
hij of zij is bevoegd om voor het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom of voor het centrale bureau voor industriële eigendom van een staat die partij is bij de EER-overeenkomst natuurlijke personen en rechtspersonen te vertegenwoordigen op het gebied van modellen.
Indien de in de eerste alinea, punt c), bedoelde bevoegdheid niet afhankelijk gesteld is van bijzondere beroepsbekwaamheid, is degene die om vermelding in de lijst van het Bureau verzoekt ten minste vijf jaar regelmatig als vertegenwoordiger op het gebied van modellen opgetreden bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom of bij een centraal bureau voor industriële eigendom.
Van personen ten aanzien van wie, overeenkomstig de in de betrokken lidstaat van de EER bestaande voorschriften, officieel wordt erkend dat zij op het gebied van modellen over de vereiste beroepsbekwaamheid beschikken om natuurlijke of rechtspersonen bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom of bij een centraal bureau voor industriële eigendom te vertegenwoordigen, wordt niet vereist dat zij het beroep hebben uitgeoefend.
De uitvoerend directeur kan ontheffing verlenen van een van de volgende voorwaarden:
de in lid 4, eerste alinea, punt a), gestelde voorwaarde in het geval van een hooggekwalificeerde beroepsbeoefenaar, mits aan de voorwaarden van lid 4, eerste alinea, punten b) en c), wordt voldaan;
de in lid 4, tweede alinea, gestelde voorwaarde in het geval dat de persoon die om vermelding in de lijst verzoekt bewijs levert dat hij of zij de vereiste kwalificatie op een andere manier heeft verworven.
Artikel 78 bis
Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot beroepsmatige vertegenwoordiging
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met:
de voorwaarden en de procedure voor de aanwijzing van een gemeenschappelijk vertegenwoordiger zoals bedoeld in artikel 77, lid 4;
de voorwaarden waaronder de in artikel 77, lid 3, bedoelde werknemers en de in artikel 78, lid 1, bedoelde erkende gemachtigden bij het Bureau een ondertekende volmacht indienen om als vertegenwoordiger te kunnen optreden, alsmede de inhoud van die volmacht;
de omstandigheden waarin een persoon van de lijst van erkende gemachtigden inzake modellen kan worden geschrapt zoals bedoeld in artikel 78, lid 7.
TITEL IX
BEVOEGDHEID EN PROCEDURE INZAKE RECHTSVORDERINGEN BETREFFENDE ►M2 UNIEMODELLEN ◄
Afdeling 1
Bevoegdheid en executie
Artikel 79
Toepassing van de regels van de Unie betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken
Met betrekking tot procedures die het gevolg zijn van de in artikel 81 van deze verordening bedoelde rechtsvorderingen:
zijn de artikelen 4 en 6, artikel 7, punten 1, 2, 3 en 5, en artikel 35 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad ( 4 ) niet van toepassing;
zijn de artikelen 25 en 26 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van toepassing binnen de grenzen van artikel 82, lid 4, van de onderhavige verordening;
zijn de bepalingen van hoofdstuk II van Verordening (EU) nr. 1215/2012 die gelden voor personen met woonplaats in een lidstaat ook van toepassing op personen die geen woonplaats, maar een vestiging in een lidstaat hebben.
Afdeling 2
Geschillen terzake van inbreuk op en geldigheid van ►M2 Uniemodellen ◄
Artikel 80
Rechtbanken voor het ►M2 Uniemodel ◄
▼M2 —————
Artikel 81
Bevoegdheid terzake van inbreuk en geldigheid
De rechtbanken voor het ►M2 Uniemodel ◄ hebben uitsluitende bevoegdheid terzake van:
alle rechtsvorderingen betreffende inbreuk en — indien naar nationaal recht toegestaan — dreigende inbreuk op ►M2 Uniemodellen ◄ ;
rechtsvorderingen tot vaststelling van niet-inbreuk op ►M2 Uniemodellen ◄ , indien naar nationaal recht toegestaan;
rechtsvorderingen tot nietigverklaring van een niet-ingeschreven ►M2 Uniemodel ◄ ;
reconventionele vorderingen tot nietigverklaring van een ►M2 Uniemodel ◄ die zijn ingesteld in samenhang met rechtsvorderingen als bedoeld onder a).
Artikel 82
Internationale bevoegdheid
In afwijking van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel:
is artikel 25 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van toepassing indien de partijen overeenkomen dat een andere rechtbank voor het Uniemodel bevoegd is;
is artikel 26 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van toepassing indien de verweerder voor een andere rechtbank voor het Uniemodel verschijnt.
Artikel 83
Omvang van de bevoegdheid terzake van inbreuken
Artikel 84
Vordering of reconventionele vordering tot nietigverklaring van een ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 85
Vermoeden van geldigheid — Verweer ten gronde
Artikel 86
Uitspraken betreffende de nietigheid
Indien in een procedure voor een rechtbank voor het Uniemodel een reconventionele vordering tot nietigverklaring van het Uniemodel wordt ingesteld,
verklaart de rechtbank voor het Uniemodel het Uniemodel nietig, indien blijkt dat een van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Uniemodel;
wijst de rechtbank voor het Uniemodel de reconventionele vordering af, indien blijkt dat geen van de in artikel 25 genoemde gronden een beletsel vormt voor de instandhouding van het Uniemodel.
Artikel 87
Gevolgen van de uitspraak inzake geldigheid
Een beslissing van een rechtbank voor het ►M2 Uniemodel ◄ tot nietigverklaring van een ►M2 Uniemodel ◄ heeft, zodra zij in kracht van gewijsde is gegaan, in alle lidstaten de in artikel 26 genoemde rechtsgevolgen.
Artikel 88
Toepasselijk recht
Artikel 89
Sancties ter zake van inbreuken
Artikel 90
Voorlopige, inclusief beschermende, maatregelen
Artikel 91
Bijzondere bepalingen inzake verknochtheid
Artikel 92
Bevoegdheid van de rechtbanken voor het ►M2 Uniemodel ◄ van tweede aanleg - Beroep in cassatie
Afdeling 3
Andere geschillen betreffende ►M2 Uniemodellen ◄
Artikel 93
Aanvullende bepalingen inzake de bevoegdheid van andere nationale rechterlijke instanties dan de rechtbanken voor het Uniemodel
Artikel 94
Verplichting van de nationale rechterlijke instantie
De nationale rechterlijke instantie waarbij een andere rechtsvordering betreffende een ►M2 Uniemodel ◄ wordt ingesteld dan de in artikel 81 bedoelde rechtsvorderingen, beschouwt dat model als rechtsgeldig. Artikel 85, lid 2, en artikel 90, lid 2, zijn evenwel van overeenkomstige toepassing.
TITEL X
GEVOLGEN VOOR HET RECHT VAN DE LIDSTATEN
Artikel 95
Parallelle rechtsvorderingen op grond van ►M2 Uniemodellen ◄ en nationale modellenrechten
Artikel 96
Verhouding tot andere vormen van bescherming uit hoofde van het nationale recht
TITEL XI
AANVULLENDE BEPALINGEN BETREFFENDE HET BUREAU
Afdeling 1
Algemene bepalingen
Artikel 97
Toepassing van Verordening (EU) 2017/1001
Tenzij in deze titel anders is bepaald, zijn de artikelen 142 tot en met 146, de artikelen 148 tot en met 158, artikel 162 en de artikelen 165 tot en met 177 van Verordening (EU) 2017/1001 van toepassing op het Bureau met betrekking tot zijn taken uit hoofde van deze verordening.
Artikel 98
Proceduretaal
Indien de aanvrage is gesteld in een taal die geen taal van het Bureau is, zorgt het Bureau voor de vertaling van de aanvrage in de door de aanvrager opgegeven taal.
Aanvragen om nietigverklaring worden gesteld in de proceduretaal.
Indien de proceduretaal niet de taal is waarin de aanvrage is gesteld, kan de houder van het ►M2 Uniemodel ◄ opmerkingen kenbaar maken in de taal waarin de aanvrage is gesteld. Het Bureau zorgt voor de vertaling van deze opmerkingen in de proceduretaal.
In de uitvoeringsverordening kan worden bepaald dat de kosten voor vertaling ten laste van het Bureau niet hoger mogen zijn dan een bedrag dat voor elke soort procedure wordt bepaald op basis van de gemiddelde omvang van de bij het Bureau ingediende memories, behoudens afwijkingen die door het Bureau worden toegestaan indien de complexiteit van de zaak zulks rechtvaardigt. De kosten die dat bedrag overschrijden, kunnen overeenkomstig artikel 70 ten laste komen van de verliezende partij.
Artikel 98 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de noodzaak van en de maatstaven voor vertaling
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot:
de mate waarin bewijsstukken die in een schriftelijke procedure voor het Bureau worden gebruikt, kunnen worden ingediend in een officiële taal van de Unie, en de noodzaak van het verstrekken van een vertaling;
de maatstaven waaraan bij het Bureau in te dienen vertalingen moeten voldoen.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 99
Publicatie en inschrijving in het register
Artikel 100
Aanvullende bevoegdheden van de uitvoerend directeur
Onverminderd de bevoegdheden die de uitvoerend directeur toekomen krachtens artikel 157, lid 4, punt o), van Verordening (EU) 2017/1001, oefent de uitvoerend directeur de bevoegdheden uit die uit hoofde van artikel 36, lid 5, artikel 37, lid 1, artikel 41, lid 5, artikel 42, lid 2, artikel 62, lid 2, artikel 65, lid 5, de artikelen 66, 66 quater en 66 sexies, artikel 72, lid 4, artikel 72 bis, lid 3, artikel 73, artikel 74 bis, lid 1, de artikelen 74 quater en 78, artikel 98, lid 7, artikel -106 bis bis, artikel -106 bis ter, lid 1, en de artikelen -106 bis quater en -106 bis quinquies van deze verordening, aan hem of haar zijn toegekend in overeenstemming met de criteria van deze verordening en van de krachtens deze verordening vastgestelde handelingen.
▼M2 —————
Afdeling 2
Toepassing van de procedures
Artikel 102
Bevoegdheid
Tot het nemen van beslissingen in verband met de in deze verordening voorgeschreven procedures zijn bevoegd:
de onderzoekers;
de dienst die belast is met het register;
de nietigheidsafdelingen;
de kamers van beroep.
Artikel 103
Onderzoekers
De onderzoekers zijn bevoegd om namens het Bureau beslissingen te nemen over aanvragen voor een ingeschreven Uniemodel.
Artikel 104
De dienst die belast is met het register
Artikel 105
Nietigheidsafdelingen
Artikel 105 bis
Toekenning van uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot de beslissingen die door één lid worden genomen
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot welke soorten beslissingen door één enkel lid zoals bedoeld in artikel 105, lid 3, worden genomen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 109, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 106
Kamers van beroep
Naast de bevoegdheden die hen bij artikel 165 van Verordening (EU) 2017/1001 zijn toegekend, zijn de kamers van beroep bevoegd zich uit te spreken over het beroep dat is ingesteld tegen beslissingen van de instanties van het Bureau zoals bedoeld in artikel 102, punten a), b) en c), van deze verordening, met betrekking tot de in deze verordening voorgeschreven procedures.
Artikel -106 bis
Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de kamers van beroep
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 109 bis van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening tot nadere bepaling van de organisatie van de kamers van beroep in procedures inzake modellen op grond van deze verordening, indien dergelijke procedures een andere organisatie vereisen dat de kamers van beroep anders worden georganiseerd dan hetgeen is voorgeschreven in de op grond van artikel 168 van Verordening (EU) 2017/1001 vastgestelde gedelegeerde handelingen.
Afdeling 3
Taksen en de betaling ervan
Artikel -106 bis bis
Taksen en vergoedingen en termijnen
Met toestemming van het Begrotingscomité kan de uitvoerend directeur bepalen voor welke van de in de eerste alinea bedoelde diensten geen vooruitbetaling van de betrokken taksen en vergoedingen is vereist.
Artikel -106 bis ter
Betaling van taksen en vergoedingen
De op grond van de eerste alinea vastgestelde betaalmethoden worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van het Bureau. Alle betalingen gebeuren in euro.
Artikel -106 bis quater
Datum waarop de betaling wordt geacht te zijn verricht
De uitvoerend directeur stelt de datum vast waarop de betalingen moeten worden geacht te zijn verricht.
Artikel -106 bis quinquies
Ontoereikende betalingen en terugbetaling van te veel betaalde bedragen
TITEL XI BIS:
INTERNATIONALE INSCHRIJVING VAN MODELLEN
Afdeling 1
Algemene Bepalingen
Artikel 106 bis
Toepassing van de bepalingen
Afdeling 2
Internationale inschrijvingen waarin de gemeenschap wordt aangewezen
Artikel 106 ter
Procedure voor indiening van de internationale aanvraag
Internationale aanvragen overeenkomstig artikel 4, lid 1, van de Akte van Genève worden rechtstreeks bij het Internationaal Bureau ingediend.
Artikel 106 quater
Aanwijzingstaksen
De in artikel 7, lid 1, van de Akte van Genève voorgeschreven aanwijzingstaksen worden vervangen door een individuele aanwijzingstaks.
Artikel 106 quinquies
Rechtsgevolgen van internationale inschrijvingen waarin de Europese Gemeenschap wordt aangewezen
Artikel 106 sexies
Weigering
Het Bureau doet het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de dag van publicatie van de internationale inschrijving een kennisgeving van weigering toekomen indien het Bureau bij het verrichten van een onderzoek van een internationale inschrijving constateert dat het model waarvoor bescherming wordt aangevraagd, niet overeenstemt met de omschrijving in ►M2 artikel 3, punt 1) ◄ , of strijdig is met de openbare orde of de goede zeden.
De kennisgeving vermeldt op welke gronden de weigering gebaseerd is.
Artikel 106 septies
Nietigverklaring van de rechtsgevolgen van een internationale inschrijving
Artikel 106 octies
Vernieuwingen
De internationale inschrijving wordt rechtstreeks bij het Internationaal Bureau vernieuwd met inachtneming van artikel 17 van de Akte van Genève.
TITEL XII
SLOTBEPALINGEN
▼M2 —————
Artikel 109
Comitéprocedure
Artikel 109 bis
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
▼M2 —————
Artikel 110 bis
Bepalingen betreffende de uitbreiding van de ►M2 Uniemodel ◄
Artikel 110 ter
Evaluatie
Artikel 111
Inwerkingtreding
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
BIJLAGE
Bedragen van taksen zoals bedoeld in artikel -106 bis bis, lid 1
De overeenkomstig deze verordening aan het Bureau te betalen taksen zijn als volgt (in EUR):
Indieningstaks zoals bedoeld in artikel 36, lid 4:
Individuele aanwijzingstaks voor een internationale inschrijving zoals bedoeld in artikel 106 quater:
Taks voor opschorting van de publicatie zoals bedoeld in artikel 36, lid 4:
Bijkomende indieningstaks met betrekking tot elk bijkomend model dat deel uitmaakt van een meervoudige aanvraag zoals bedoeld in artikel 37, lid 2:
Bijkomende taks voor opschorting van de publicatie met betrekking tot elk bijkomend model dat deel uitmaakt van een meervoudige aanvraag en waarvan de publicatie is opgeschort zoals bedoeld in artikel 37, lid 2:
Vernieuwingstaks zoals bedoeld in artikel 50 quinquies, leden 1, 3 en 9:
voor de eerste vernieuwingsperiode: 150 EUR per model;
voor de tweede vernieuwingsperiode: 250 EUR per model;
voor de derde vernieuwingsperiode: 400 EUR per model;
voor de vierde vernieuwingsperiode: 700 EUR per model.
Individuele vernieuwingstaks voor een internationale inschrijving zoals bedoeld in artikel 106 quater:
voor de eerste vernieuwingsperiode: 62 EUR per model;
voor de tweede vernieuwingsperiode: 62 EUR per model;
voor de derde vernieuwingsperiode: 62 EUR per model;
voor de vierde vernieuwingsperiode: 62 EUR per model.
Taks voor laattijdige betaling van de vernieuwingstaks zoals bedoeld in artikel 50 quinquies, lid 3:
Taks voor de vordering tot nietigverklaring zoals bedoeld in artikel 52, lid 2:
Taks voor voortzetting van de procedure zoals bedoeld in artikel 67 bis, lid 1:
Taks voor het herstel in de vorige toestand zoals bedoeld in artikel 67, lid 3:
Taks voor de inschrijving van een licentie of een ander recht inzake een ingeschreven Uniemodel zoals bedoeld in artikel 32 bis, leden 1 en 2 (zoals bedoeld in artikel 24, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2245/2002 vóór 1 juli 2026), of voor de inschrijving van een licentie of een ander recht inzake een aanvraag voor een Uniemodel zoals bedoeld in artikel 32 bis, leden 1 en 2, en artikel 34 (zoals bedoeld in artikel 24, leden 1 en 4, van Verordening (EG) nr. 2245/2002 vóór 1 juli 2026):
voor een verlening van een licentie: 200 EUR per model;
voor een overgang van een licentie: 200 EUR per model;
voor een vestiging van een zakelijk recht: 200 EUR per model;
voor een overdracht van een zakelijk recht: 200 EUR per model;
voor een gedwongen tenuitvoerlegging: 200 EUR per model;
maximaal 1 000 EUR indien in dezelfde aanvraag om inschrijving van een licentie of een ander recht of terzelfder tijd verscheidene verzoeken worden ingediend.
Taks voor de wijziging van een ingeschreven Uniemodel zoals bedoeld in artikel 50 sexies, lid 3:
Taks voor de verificatie van de proceskosten die moeten worden vergoed zoals bedoeld in artikel 70, lid 7 (zoals bedoeld in artikel 79, lid 4, van Verordening (EG) nr. 2245/2002 vóór 1 juli 2026):
Beroepstaks zoals bedoeld in artikel 68, lid 1, van Verordening (EU) 2017/1001, die ook van toepassing is op beroepen die op grond van deze verordening zijn ingesteld overeenkomstig artikel 55, lid 2 (zoals bedoeld in artikel 57 van deze verordening vóór 1 juli 2026):
( 1 ) Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB L 154 van 16.6.2017, blz. 1).
( 2 ) Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).
( 3 ) PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1968/259(1)/oj.
( 4 ) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1).