EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020DC0499

Voorstel voor een AANBEVELING VAN DE RAAD betreffende een gecoördineerde benadering van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie

COM/2020/499 final

Brussel, 4.9.2020

COM(2020) 499 final

2020/0256(NLE)

Voorstel voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

betreffende een gecoördineerde benadering van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Het recht van EU-burgers op vrij verkeer en vrij verblijf binnen de Europese Unie is een van de belangrijkste verworvenheden van de Unie en is een belangrijke factor voor de economie van de Unie.

Om de verspreiding van de COVID-19-uitbraak in te dijken, hebben de lidstaten 1 diverse maatregelen genomen. Sommige daarvan hebben een impact gehad op het recht van burgers op vrij verkeer binnen de Europese Unie. Bij die maatregelen ging het vaak om restricties op het inreizen in een andere lidstaat of andere specifieke eisen (zoals een quarantaineverplichting) voor mensen die de grens overschrijden, onder meer om economische redenen, zoals werknemers en ondernemers.

Hoewel die maatregelen bedoeld waren om de gezondheid en het welzijn van burgers te beschermen, hadden zij ernstige gevolgen voor het vrije verkeer binnen de Unie, met overloopeffecten naar de interne markt. Het herstel van het vrije verkeer, zonder dat dit ten koste gaat van de volksgezondheid, is een prioriteit, of het nu gaat om verplaatsingen voor werk, familie of vrije tijd. De uitoefening van de rechten inzake vrij verkeer, die rechtstreeks door het Verdrag aan Unieburgers worden verleend, moet mogelijk blijven, terwijl tegelijk de herintroductie van het virus naar gebieden waar het onder controle is gebracht, wordt beperkt.

Sinds de uitbraak van de pandemie heeft de Commissie nauw met de lidstaten samengewerkt om het vrije verkeer geleidelijk te herstellen. In maart 2020 is de Commissie gekomen met richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen ter bescherming van de gezondheid en ter waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten 2 en richtsnoeren voor de uitoefening van het vrije verkeer van werknemers tijdens de uitbraak van COVID-19 3 . Die bieden houvast wat betreft het vrije verkeer van grensarbeiders, seizoenswerkers en zelfstandigen in vitale beroepen.

Op 13 mei 2020 heeft de Commissie, in het kader van een pakket richtsnoeren en aanbevelingen om lidstaten te helpen geleidelijk de beperkingen op het vrije verkeer op te heffen, de mededeling “Naar een gefaseerde en gecoördineerde aanpak van het herstel van het vrije verkeer en de opheffing van de binnengrenscontroles” aangenomen 4 . Daarin heeft zij het ook over de flexibiliteit om bepaalde maatregelen opnieuw in te voeren indien de epidemiologische situatie zulks vereist.

Op 11 juni 2020 heeft de Commissie een mededeling aan het Europees Parlement, de Europese Raad en de Raad aangenomen over de derde beoordeling van de toepassing van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU 5 . Daarin drong zij er bij de lidstaten sterk op aan om het proces voor de opheffing van de beperkingen ten aanzien van het vrije verkeer te voltooien zodra de epidemiologische situatie dat toelaat.

Op 15 juli 2020 heeft de Commissie een mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s aangenomen, met als titel “Kortetermijnparaatheid van de EU op gezondheidsgebied voor COVID-19-uitbraken” 6 .

Op 7 augustus 2020 hebben de diensten van de Commissie een ambtelijke brief aan de lidstaten gezonden, waarin zij nogmaals wezen op de beginselen die gelden voor restricties en beperkingen van het vrije verkeer. Met die brief wilden ze helpen om eventuele besluiten over restricties van het vrije verkeer in het kader van de pandemie goed te onderbouwen. Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel moeten beperkingen die aan dit recht van het vrije verkeer worden gesteld, noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Doel van die brief was ook het bevorderen van coördinatie en het zorgen voor duidelijkheid en voorspelbaarheid voor burgers en bedrijven.

Meer vooruitgang en verdere inspanningen voor de coördinatie tussen lidstaten blijft nog steeds nodig. Rekening houdende met de evolutie van de pandemie heeft een aantal lidstaten bepaalde beperkingen van het vrije verkeer binnen de EU behouden of opnieuw ingevoerd. Eenzijdige maatregelen hebben tot aanzienlijke verstoringen geleid. Hoewel inreisverboden inmiddels grotendeels zijn opgeheven, krijgen bedrijven en burgers nog steeds te maken met een hele reeks uiteenlopende maatregelen, die vaak op zeer korte termijn worden genomen, op sterk verschillende criteria berusten of onvoldoende met andere lidstaten zijn gecoördineerd. Een en ander heeft voor zowel burgers als bedrijven tot veel onzekerheid geleid.

De eerste fasen van de pandemie hebben geleerd dat een goed gecoördineerde, voorspelbare en transparante benadering nodig is ten aanzien van de vaststelling van beperkingen van het vrije verkeer. De verspreiding van het virus voorkomen, de gezondheid van burgers beschermen en het vrije verkeer binnen de Unie handhaven, onder veilige omstandigheden, zijn van cruciaal belang voor de inspanningen om de EU-economie veilig te beginnen heropbouwen en om een soepel functioneren van de interne markt te verzekeren. Bijzondere aandacht moet daarbij gaan naar grensoverschrijdende economische activiteiten zonder beperkingen.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Deze aanbeveling dient om de bestaande voorschriften met betrekking tot beperkingen van het vrije verkeer om redenen van volksgezondheid ten uitvoer te leggen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Deze aanbeveling is in overeenstemming met ander beleid van de Unie, onder meer op het gebied van volksgezondheid en controles aan de binnengrenzen.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”), en met name artikel 21, lid 2, artikel 46, artikel 52, lid 2, artikel 168, lid 6, en artikel 292.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Op grond van artikel 292 VWEU kan de Raad aanbevelingen vaststellen. Volgens deze bepaling besluit de Raad op voorstel van de Commissie in alle gevallen waarin in de Verdragen is bepaald dat hij handelingen op voorstel van de Commissie vaststelt.

Dit is van toepassing in de huidige situatie, aangezien een coherente benadering nodig is om verdere verstoringen als gevolg van eenzijdig en onvoldoende gecoördineerde maatregelen die het vrije verkeer binnen de Unie beperken, te voorkomen. Artikel 21, lid 1, VWEU bepaalt dat iedere burger van de Unie het recht heeft vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Indien een optreden van de Unie noodzakelijk blijkt om deze doelstelling te verwezenlijken, kunnen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure, bepalingen vaststellen die de uitoefening van die rechten vergemakkelijken.

Overeenkomstig artikel 46 VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité, bij wege van richtlijnen of verordeningen de maatregelen vast welke nodig zijn om tot een vrij verkeer van werknemers te komen zoals dit in artikel 45 is omschreven.

Overeenkomstig artikel 49, eerste alinea, VWEU zijn beperkingen van de vrijheid van vestiging verboden. Overeenkomstig artikel 56, eerste alinea, VWEU zijn beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie eveneens verboden. Dit geldt ook voor beperkingen op de vrijheid om diensten te ontvangen in een andere lidstaat.

Krachtens artikel 52, lid 2, VWEU stellen het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité, richtlijnen vast voor de coördinatie van voorschriften die moeten voorzien in bijzondere, uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid vastgestelde maatregelen wat betreft de uitoefening van de vrijheid van vestiging. Overeenkomstig artikel 62 VWEU is die bepaling ook van toepassing op diensten.

Overeenkomstig artikel 168, lid 6, VWEU kan de Raad, op voorstel van de Commissie, ook aanbevelingen aannemen om bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te verzekeren.

Evenredigheid

De vaststelling van eenzijdige of ongecoördineerde maatregelen leidt waarschijnlijk tot beperkingen van het vrije verkeer die incoherent en gefragmenteerd zijn, hetgeen voor Unieburgers leidt tot onzekerheid bij de uitoefening van hun EU-rechten. Het voorstel gaat niet verder dan hetgeen nodig en evenredig is om de beoogde doelstelling te bereiken.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

(n.v.t.)

Raadpleging van belanghebbenden

In het voorstel wordt rekening gehouden met het overleg met de lidstaten dat sinds de tenuitvoerlegging van de eerste beperkingen op gezette tijdstippen heeft plaatsgevonden, met de informatie die over de evoluerende epidemiologische situatie beschikbaar is, met het beschikbare wetenschappelijke bewijs ter zake en met directe feedback van Unieburgers, onder meer in de talrijke brieven die de Europese Commissie heeft ontvangen.

Effectbeoordeling

(n.v.t.)

Grondrechten

Het vrije verkeer is een grondrecht dat is vastgelegd in artikel 45 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel kunnen slechts beperkingen worden gesteld, indien deze noodzakelijk zijn en daadwerkelijk beantwoorden aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang of aan de eisen van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Artikel 21 van het Handvest verbiedt discriminatie op grond van nationaliteit binnen de werkingssfeer van de Verdragen.

In overeenstemming met Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad 7 kunnen rechten inzake vrij verkeer worden beperkt om bepaalde openbare belangen te beschermen, met name de bescherming van de volksgezondheid, de openbare orde en de openbare veiligheid. Dergelijke beperkingen moeten worden toegepast met inachtneming van de algemene beginselen van het EU-recht, met name het evenredigheidsbeginsel en het discriminatieverbod, alsmede met eerbiediging van de grondrechten. Maatregelen dienen te zijn gebaseerd op overwegingen van volksgezondheid en mogen dus niet verder gaan dan hetgeen strikt noodzakelijk is om het openbare belang te beschermen dat de goedkeuring ervan rechtvaardigde.

Beperkingen van het vrije verkeer binnen de Unie die gerechtvaardigd worden uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid of de volksgezondheid, moeten noodzakelijk en evenredig zijn en op objectieve en niet-discriminerende criteria zijn gebaseerd. Zij moeten geschikt zijn om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen en mogen niet verder gaan dan hetgeen nodig is voor het bereiken van dat doel.

Deze aanbeveling mag niet worden begrepen als het bevorderen of aanmoedigen van de vaststelling van beperkingen van het vrije verkeer die tijdens de pandemie worden ingevoerd. Integendeel, getracht wordt een gecoördineerde aanpak te bieden ingeval een lidstaat mocht besluiten dergelijke beperkingen in te voeren. De beslissing over de invoering van beperkingen van het vrije verkeer blijft de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die moeten handelen met inachtneming van het Unierecht. Evenzo behouden lidstaten de flexibiliteit om geen beperkingen in te voeren, ook indien aan de in deze aanbeveling uiteengezette criteria en drempelwaarden is voldaan.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Geen.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Artikelsgewijze toelichting

Een gecoördineerde aanpak tussen lidstaten vereist gezamenlijke inspanningen rond vier cruciale punten: de toepassing van gemeenschappelijke criteria en drempelwaarden voor beslissingen over het al dan niet invoeren van beperkingen van het vrije verkeer, het in kaart brengen van gemeenschappelijke criteria aan de hand van een overeengekomen kleurcode, de goedkeuring van een gemeenschappelijke benadering ten aanzien van de maatregelen voor personen die reizen naar en van gebieden die als gebieden met een hoger risico zijn aangemerkt, en heldere, omvattende en snelle informatie voor het publiek over beperkingen en daarmee samenhangende voorwaarden.

Om de hele procedure beheersbaar en transparant te houden, legt het voorstel de klemtoon op drie criteria: het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen, het percentage positieve testen en het testpercentage. Die criteria moeten dan worden toegepast op de verschillende gebieden, idealiter de regio’s van lidstaten. Alleen gebieden met meer dan 250 COVID-19-testen per 100 000 inwoners moeten volgens deze criteria worden beoordeeld, zodat voldoende robuuste data beschikbaar zijn.

Op basis van deze criteria kunnen dan eventueel beperkingen worden toegepast voor regio’s waar het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen 50 of meer bedraagt en het percentage positieve testen 3 % of meer is. Beperkingen kunnen worden toegepast voor regio’s waar het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen meer dan 150 bedraagt per 100 000 inwoners, zelfs indien het percentage positieve testen onder 3 % ligt. De hier geschetste criteria en drempelwaarden zijn gebaseerd op intensief overleg met en data beschikbaar gesteld door de lidstaten.

Aan de hand van data die de lidstaten aanleveren, zal het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) op gezette tijdstippen met geactualiseerde kaarten komen, uitgesplitst naar regio, waarop staat aangegeven of de zo-even genoemde drempelwaarden in een bepaald gebied zijn bereikt.

Een regio waar noch de drempelwaarde voor het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen, noch de drempelwaarde voor het percentage positieve testen wordt bereikt, zou “groen” worden gemarkeerd. Regio’s waar slechts één van de drempelwaarden wordt bereikt, zouden “oranje” worden gemarkeerd. Regio’s waar beide drempelwaarden wordt bereikt, zouden “rood” worden gemarkeerd. Regio’s waarvoor onvoldoende data beschikbaar zijn of waar het aantal testen niet wordt gehaald, zouden “grijs” worden gemarkeerd.

De kaarten die het ECDC maakt, moeten een gecoördineerde aanpak van de eigen besluitvorming in de lidstaten faciliteren, en moeten ervoor zorgen dat beslissingen van de lidstaten coherent en goed gecoördineerd zijn.

Een voorbeeld: De lidstaten kunnen, op basis van die criteria en drempelwaarden, beperkingen toepassen op het verkeer vanuit een gebied

(a)met een totaal aantal COVID-19-meldingen van 70 over een periode van 14 dagen en een percentage positieve testen van 5,5 % (“rood gebied”); of

(b)met een totaal aantal COVID-19-meldingen van 175 per 100 000 inwoners over een periode van 14 dagen, ongeacht het percentage positieve testen (“rood gebied”).

Daarentegen zouden de lidstaten geen beperkingen mogen toepassen op het verkeer vanuit een gebied

(a)met een totaal aantal COVID-19-meldingen van 20 over een periode van 14 dagen en een percentage positieve testen van 2,5 % (“groen gebied”);

(b)met een totaal aantal COVID-19-meldingen van 55 over een periode van 14 dagen en een percentage positieve testen van 1,5 % (“oranje gebied”, eventueel met de verplichting een Passenger Locator Form (PLF) in te vullen of zich te laten testen);

(c)met een totaal aantal COVID-19-meldingen van 20 over een periode van 14 dagen en een percentage positieve testen van 4,5 % (“oranje gebied”, eventueel met de verplichting een Passenger Locator Form (PLF) in te vullen of zich te laten testen).

Deze kaart moet dan als basis dienen voor de besluitvorming in de lidstaten, die, in de mate van het mogelijke, zou worden gecoördineerd volgens een overeengekomen tijdschema:

(a)Wekelijks: het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) publiceert een geactualiseerde versie van de kaart met kleurcodes.

(b)Donderdag: De lidstaten die voornemens zijn beperkingen te hanteren voor mensen die reizen vanuit “rood” of “grijs” aangemerkte gebieden, informeren de overige lidstaten en de Commissie over hun voornemen.

(c)Maandag: de maatregelen waarvan een lidstaat heeft kennisgegeven, worden van kracht, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden.

Door dit overeengekomen tijdschema te volgen, zou coördinatie tussen lidstaten verzekerd worden en zou de voorspelbaarheid, rechtszekerheid en naleving van de maatregelen toenemen, hetgeen burgers en bedrijven ten goede zou komen.

2020/0256 (NLE)

Voorstel voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

betreffende een gecoördineerde benadering van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie

(Voor de EER relevante tekst)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 21, lid 2, artikel 46, artikel 52, lid 2, artikel 168, lid 6, en artikel 292, eerste en tweede zin,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het burgerschap van de Unie verleent iedere burger van de Unie het recht van vrij verkeer.

(2)Overeenkomstig artikel 21, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) heeft iedere burger van de Unie het recht vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld. Met Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad 8 wordt aan dat recht uitvoering gegeven. Ook in artikel 45 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”) wordt voorzien in het recht van vrijheid van verkeer en van verblijf.

(3)Overeenkomstig artikel 45, lid 1, VWEU is het verkeer van werknemers binnen de Unie vrij. De verwezenlijking van dit doel houdt voor werknemers uit de lidstaten het recht in om zich vrij binnen de Unie te verplaatsen om er arbeid in loondienst te verrichten, behoudens de uit hoofde van openbare orde, openbare veiligheid en volksgezondheid gerechtvaardigde beperkingen.

(4)Overeenkomstig artikel 49, eerste alinea, VWEU zijn beperkingen van de vrijheid van vestiging voor onderdanen van een lidstaat in een andere lidstaat verboden.

(5)Overeenkomstig artikel 56, eerste alinea, VWEU zijn beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Unie eveneens verboden. Dit omvat het recht van dienstverrichters om de grens te overschrijden om diensten te verrichten en het recht van de ontvanger van de dienst om naar het land van de dienstverrichter te reizen om daar in het genot van de dienst te komen. Het verwezenlijken van die doelstellingen rechtvaardigt de coördinatie van maatregelen die lidstaten om redenen van volksgezondheid ten aanzien van niet-staatsburgers kunnen overwegen.

(6)Overeenkomstig artikel 168, lid 1, VWEU moet bij de bepaling en uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Unie een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid worden verzekerd.

(7)Op 30 januari 2020 heeft de directeur-generaal van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang uitgeroepen voor de mondiale uitbraak van een nieuw coronavirus dat de coronavirusziekte 2019 (COVID-19) veroorzaakt. Op 11 maart 2020 heeft de WHO de analyse gemaakt dat COVID-19 als een pandemie kan worden aangemerkt.

(8)Om de verspreiding van het virus te beperken, hebben de lidstaten diverse maatregelen getroffen. Sommige daarvan hebben invloed gehad op het recht van Unieburgers om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven, zoals inreisbeperkingen of eisen dat mensen die de grens overschrijden, in quarantaine gaan.

(9)Op 13 februari 2020 heeft de Raad conclusies over COVID-19 aangenomen 9 , waarin hij er op aandringt dat de lidstaten samen, in samenwerking met de Commissie, op proportionele en passende wijze een nauwe en versterkte coördinatie tussen de lidstaten ontwikkelen om de doeltreffendheid van alle maatregelen te waarborgen, inclusief, indien nodig, maatregelen inzake reizen, zonder afbreuk te doen aan het vrije verkeer binnen de Unie, om voor een optimale bescherming van de volksgezondheid te zorgen.

(10)Op 10 maart 2020 hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie beklemtoond dat COVID-19 een gemeenschappelijke Europese aanpak vergt.

(11)Op 16 maart 2020 heeft de Commissie richtsnoeren vastgesteld voor grensbeheermaatregelen ter bescherming van de gezondheid en ter waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten 10 . Op 17 maart 2020 hebben de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie deze richtsnoeren bekrachtigd.

(12)Op 30 maart 2020 heeft de Commissie richtsnoeren vastgesteld voor de uitoefening van het vrije verkeer van werknemers tijdens de uitbraak van COVID-19 11 , die moeten garanderen dat mobiele werknemers en zelfstandigen, met name in voor de bestrijding van de pandemie vitale beroepen, zich naar hun werkplek kunnen begeven.

(13)Op 15 april 2020 zijn de voorzitter van de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad met een “Gezamenlijk Europees stappenplan voor de opheffing van de inperkingsmaatregelen in verband met COVID-19” 12 gekomen. Volgens dat plan moeten beperkingen van het vrije verkeer worden opgeheven zodra de epidemiologische omstandigheden voldoende vergelijkbaar zijn en de regels van sociale afstand op grote schaal en op verantwoorde wijze worden toegepast.

(14)Op 7 mei 2020 heeft de Commissie richtsnoeren goedgekeurd betreffende het vrije verkeer van gezondheidswerkers en de minimale harmonisatie van opleidingen in verband met COVID19-noodmaatregelen — aanbevelingen met betrekking tot Richtlijn 2005/36/EG 13 , om lidstaten te helpen acute personeelstekorten op te vangen.

(15)Op 13 mei 2020 heeft de Commissie, als onderdeel van een pakket richtsnoeren en aanbevelingen, de mededeling “Naar een gefaseerde en gecoördineerde aanpak van het herstel van het vrije verkeer en de opheffing van de binnengrenscontroles” aangenomen 14 . In die mededeling wordt een gefaseerde en gecoördineerde aanpak voorgesteld die begint met de opheffing van beperkingen tussen gebieden of lidstaten waarvan de epidemiologische situatie voldoende vergelijkbaar is. De aanpak zou ook flexibel moeten zijn, met onder meer de mogelijkheid om bepaalde maatregelen opnieuw in te voeren als de epidemiologische situatie dat vereist. Volgens die mededeling moeten de lidstaten handelen op basis van epidemiologische criteria en het vermogen om tijdens de gehele reis beperkende maatregelen toe te passen, en rekening houdende met economische en sociale overwegingen.

(16)Op 11 juni 2020 heeft de Commissie een mededeling aan het Europees Parlement, de Europese Raad en de Raad over de derde beoordeling van de toepassing van de tijdelijke beperking van niet-essentiële reizen naar de EU aangenomen 15 . Daarin drong zij er bij de lidstaten sterk op aan het proces voor de opheffing van de beperkingen ten aanzien van het vrije verkeer binnen de Unie te voltooien.

(17)Op 16 juli 2020 heeft de Commissie richtsnoeren vastgesteld betreffende seizoenarbeiders in de EU in het kader van de uitbraak van COVID-19 16 . Daarin biedt zij nationale autoriteiten, arbeidsinspecteurs en sociale partners houvast over de vraag hoe de rechten, gezondheid en veiligheid van seizoensarbeiders te garanderen en hoe seizoensarbeiders van hun rechten bewust te maken.

(18)Om goederenstromen ongehinderd te laten verlopen, heeft de Commissie een mededeling aangenomen over de toepassing van Green Lanes in het kader van de richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen om de gezondheid te beschermen en de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten te verzekeren 17 , richtsnoeren om luchtvrachtactiviteiten te faciliteren tijdens de uitbraak van COVID19 18 en richtsnoeren voor de bescherming van de gezondheid, de repatriëring en reizen van zeevarenden, passagiers en andere personen aan boord van schepen 19 .

(19)Omdat in juni en juli 2020 het aantal COVID-19-gevallen in de hele Unie daalde, hebben vele lidstaten beperkingen van het vrije verkeer die zij tijdens de eerste golf besmettingen hadden opgelegd, opgeheven.

(20)Toen in augustus 2020 het aantal COVID-19-gevallen in grote delen van de Unie begon toe te nemen, zijn sommige lidstaten opnieuw beperkingen van het vrije verkeer gaan invoeren.

(21)Beperkingen van het vrije verkeer van personen binnen de Unie die worden ingevoerd om de verspreiding van COVID-19 in te dijken, zouden op specifieke en afgebakende openbare belangen, met name de bescherming van de volksgezondheid, moeten berusten. Zij zouden moeten worden toegepast met inachtneming van de algemene beginselen van het EU-recht, met name het evenredigheidsbeginsel en het discriminatieverbod. De onderhavige aanbeveling is bedoeld om deze beginselen op een gecoördineerde wijze te helpen toepassen in de uitzonderlijke situatie die door de COVID-19-pandemie wordt veroorzaakt. Daarom zouden de met deze aanbeveling ingestelde mechanismen wat betreft toepassingsgebied en duur strikt beperkt moeten zijn tot beperkingen die in reactie op deze pandemie worden vastgesteld.

(22)Eenzijdige maatregelen op dit gebied dreigen voor aanzienlijke verstoringen te zorgen omdat bedrijven en burgers worden geconfronteerd met een breed scala van uiteenlopende en snel wijzigende maatregelen. Een en ander is bijzonder schadelijk in een situatie waarin de Europese economie nu al aanzienlijk van het virus te lijden heeft.

(23)Met deze aanbeveling wordt getracht tot meer coördinatie tussen lidstaten te komen wanneer zij overwegen maatregelen vast te stellen die het vrije verkeer om redenen van volksgezondheid beperken. Een gecoördineerde benadering tussen lidstaten is vereist om het effect van beperkingen voor Unieburgers en de economie te verminderen, de transparantie en de voorspelbaarheid te vergroten, en tegelijk toch een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te verzekeren.

(24)Een gecoördineerde aanpak tussen lidstaten vergt gezamenlijke inspanningen rond vier cruciale punten: de toepassing van gemeenschappelijke criteria en drempelwaarden wanneer moet worden beslist over het al dan niet instellen van beperkingen van het vrije verkeer, het in kaart brengen van het risico op COVID-19-overdracht met een overeengekomen kleurcode, en een gecoördineerde aanpak van eventuele maatregelen die passend kunnen worden toegepast op personen die tussen gebieden reizen, afhankelijk van het risico op overdracht in die gebieden.

(25)Nu de crisis zes maanden ver is, is, dankzij regelmatige contacten tussen de lidstaten en de Commissie, meer informatie beschikbaar over de vraag welke maatregelen het meeste effect sorteren. De in deze aanbeveling geschetste criteria en drempelwaarden zijn gebaseerd op de data die de lidstaten beschikbaar hebben gesteld.

(26)Gezien de evolutie van de epidemiologische situatie zou de Commissie, met de steun van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, op gezette tijdstippen een beoordeling moeten maken van de in deze aanbeveling geschetste criteria, databehoeften en drempelwaarden, onder meer over de vraag of rekening moet worden gehouden met andere criteria, zoals het aantal ziekenhuisopnames of de bezettingsgraad van intensive care-afdelingen.

(27)De lidstaten zouden ook een gecoördineerd stel indicatoren en een gecoördineerde methodiek moeten toepassen op de epidemiologische indeling van gebieden en regio’s. Om restricties tot het strikt noodzakelijke te beperken, zouden de lidstaten, in de mate van het mogelijke, moeten trachten restricties, op niet-discriminerende wijze, te beperken tot personen die komen uit specifieke gebieden of regio’s die bijzonder zijn getroffen — en niet het volledige grondgebied van een lidstaat.

(28)Deze aanbeveling mag niet worden begrepen als het bevorderen of aanmoedigen van de vaststelling van beperkingen van het vrije verkeer die in reactie op de pandemie worden ingevoerd, maar is juist een poging om met een gecoördineerde aanpak te komen voor het geval een lidstaat beslist dergelijke beperkingen in te voeren. De beslissing over de invoering van beperkingen van het vrije verkeer blijft de verantwoordelijkheid van de lidstaten, die de voorwaarden van het Unierecht in acht moeten nemen. Evenzo behouden lidstaten de flexibiliteit om geen beperkingen in te voeren, ook indien aan de in deze aanbeveling uiteengezette criteria en drempelwaarden is voldaan.

(29)Beperkingen van het vrije verkeer mogen alleen worden overwogen wanneer de lidstaten over voldoende bewijzen beschikken die dergelijke beperkingen rechtvaardigen in termen van voordelen voor de volksgezondheid, en wanneer zij gegronde redenen hebben om aan te nemen dat de beperkingen doeltreffend zouden zijn.

(30)Kaarten met de status van de gemeenschappelijke criteria voor EU-regio’s zouden wekelijks moeten worden bekendgemaakt en geactualiseerd door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, op basis van data die de lidstaten aanleveren.

(31)Om de coördinatie tussen de lidstaten te verbeteren en om een en ander beter voorspelbaar te maken voor het publiek, zouden de lidstaten een overeengekomen tijdschema moeten volgen wanneer zij overwegen om wegens de COVID-19-uitbraak beperkingen van het vrije verkeer op te leggen.

(32)Om de verstoring van de interne markt en van het gezinsleven tijdens deze pandemie te beperken, zouden reizigers met een vitale functie of behoefte, zoals werknemers of zelfstandigen in een vitaal beroep, grensarbeiders, werknemers in het vervoer of aanbieders van vervoersdiensten, zeevarenden en mensen die om dwingende zakelijke of gezinsredenen reizen (zoals leden van families die in verschillende landen wonen en op regelmatige basis reizen) niet mogen worden verplicht om in quarantaine te gaan.

(33)Duidelijke, snelle en omvattende informatie voor het publiek is van cruciaal belang om de effecten van restricties die aan het vrije verkeer worden gesteld, te beperken, en zo de voorspelbaarheid, rechtszekerheid en naleving van die maatregelen door burgers te garanderen,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

Algemene beginselen

1.Beperkingen van het vrije verkeer van personen binnen de Unie die worden ingevoerd om de verspreiding van COVID-19 in te dijken, zouden op specifieke en afgebakende openbare belangen, met name de bescherming van de volksgezondheid, moeten berusten. Dergelijke beperkingen moeten worden toegepast met inachtneming van de algemene beginselen van het Unierecht, met name het evenredigheidsbeginsel en het discriminatieverbod. Maatregelen die worden genomen, zouden dus niet verder mogen gaan dan hetgeen strikt noodzakelijk is om de volksgezondheid te beschermen.

2.Beperkingen zouden moeten worden opgeheven zodra de epidemiologische situatie het toelaat.

3.Tussen lidstaten mag niet worden gediscrimineerd, door bijvoorbeeld voor het reizen naar en van een aangrenzende lidstaat mildere regels toe te passen dan voor andere lidstaten die in dezelfde epidemiologische situatie verkeren.

4.Beperkingen mogen niet op de nationaliteit van de betrokken persoon zijn gebaseerd, maar zouden op de locatie(s) van die persoon in de 14 dagen vóór haar of zijn aankomst moeten zijn gebaseerd.

5.De lidstaten zouden hun eigen onderdanen en Unieburgers en hun op hun grondgebied verblijvende familieleden moeten toelaten en zouden een soepele doorreis over hun grondgebied moeten faciliteren.

6.De lidstaten zouden bijzondere aandacht moeten hebben voor de specifieke kenmerken van grensgebieden en de noodzaak om op lokaal en regionaal niveau samen te werken.

7.De lidstaten zouden op gezette tijdstippen informatie moeten uitwisselen over alle aspecten die in deze aanbeveling aan bod komen.

Gemeenschappelijke criteria

8.De lidstaten zouden met de volgende criteria rekening moeten houden wanneer zij overwegen om het vrije verkeer te beperken in reactie op de COVID-19-pandemie:

(a)het “totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen”, d.w.z. het totale aantal nieuwe COVID-19-meldingen per 100 000 inwoners in een bepaald gebied in de afgelopen 14 dagen;

(b)het “percentage positieve testen”, d.w.z. het percentage testen op COVID-19-besmettingen dat de afgelopen week in een bepaald gebied positief was;

(c)het “aantal testen”, d.w.z. het aantal testen op COVID-19-besmettingen per 100 000 inwoners dat de afgelopen week in een bepaald gebied is uitgevoerd.

Data over de gemeenschappelijke criteria

9.Om ervoor te zorgen dat omvattende en vergelijkbare data beschikbaar zijn, zouden de lidstaten het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding wekelijks de in punt 8 genoemde data over de gemeenschappelijke criteria moeten aanleveren.

De lidstaten zouden deze data ook op regionaal niveau moeten aanleveren, zodat maatregelen kunnen worden toegespitst op de regio’s waar zij strikt noodzakelijk zijn.

Gemeenschappelijke drempelwaarden voor het overwegen van beperkingen van het vrije verkeer

10.De lidstaten zouden het vrije verkeer van personen die reizen naar of vanuit een andere lidstaat, niet mogen beperken in het geval van:

(a)een totaal aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen van minder dan 50 nieuwe COVID-19-gevallen per 100 000 inwoners; of

(b)een percentage positieve testen voor COVID-19-besmetting van minder dan 3 %;

op voorwaarde dat in de betrokken lidstaat het wekelijkse aantal testen op COVID-19-besmetting meer dan 250 testen per 100 000 inwoners bedraagt.

Bij wijze van uitzondering zou in lidstaten waar het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen meer dan 150 per 100 000 inwoners bedraagt, het criterium uit punt b) niet van toepassing zijn.

11.De lidstaten zouden rekening moeten houden met de regionale verdeling van gevallen in andere lidstaten. Beperkingen van het vrije verkeer zouden, in de mate van het mogelijke, moeten worden afgebakend in het licht van de situatie van de getroffen regio’s van de betrokken lidstaten. Daartoe zouden de in punt 10 genoemde drempelwaarden op het regionale niveau moeten worden toegepast, zonder dat het vrije verkeer naar of van andere regio’s van die lidstaat die de drempelwaarden bereiken, wordt beperkt.

Het in kaart brengen van risicogebieden bij het overwegen van beperkingen van het vrije verkeer

12.Op basis van de door de lidstaten aangeleverde data zou het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding een kaart met EU/EER-landen 20 moeten bekendmaken, uitgesplitst naar regio’s, om de besluitvorming door de lidstaten te helpen onderbouwen. Op deze kaart zou een gebied in de volgende kleuren moeten worden gemarkeerd:

(a)groen: indien het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen minder dan 25 bedraagt en het percentage positieve testen voor COVID-19-besmetting minder dan 3 % is;

(b)oranje: indien het totale aantal-COVID 19-meldingen over een periode van 14 dagen minder dan 50 bedraagt maar het percentage positieve testen voor COVID-19-besmetting 3 % of meer is, dan wel indien het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen tussen 25 en 150 ligt, maar het percentage positieve testen voor COVID-19-besmetting minder dan 3 % is;

(c)rood: indien het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen 50 of meer bedraagt en het percentage positieve testen voor COVID-19-besmetting 3 % of meer is, dan wel indien het totale aantal COVID-19-meldingen over een periode van 14 dagen meer dan 150 per 100 000 inwoners bedraagt;

(d)grijs: indien onvoldoende informatie beschikbaar is om de criteria uit punt 10 te kunnen toetsen of indien het aantal testen op COVID-19-besmetting 250 of minder per 100 000 inwoners bedraagt. Verschillende grijstonen zouden moeten worden gebruikt om beide gevallen van elkaar te onderscheiden.

13.Wekelijks zou het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) een geactualiseerde versie van de kaart moeten bekendmaken.

Coördinatie tussen de lidstaten en gemeenschappelijk tijdschema

14.De lidstaten die voornemens zijn om, op basis van hun eigen besluitvormingsprocedures, beperkingen toe te passen op personen die reizen naar of van een gebied dat als “rood” of “grijs” in de zin van punt 12, onder c) en d), is aangemerkt, zouden de overige lidstaten en de Commissie op donderdag van hun voornemen op de hoogte moeten brengen.

Daartoe zouden de lidstaten moeten gebruikmaken van het bestaande netwerk van de geïntegreerde regeling politieke crisisrespons (IPCR). De IPCR-contactpunten zouden ervoor moeten zorgen dat de informatie onverwijld naar hun bevoegde autoriteiten wordt doorgeleid.

Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, zouden de overeenkomstig dit punt door een lidstaat meegedeelde maatregelen de week nadien op maandag in werking moeten treden.

15.Wanneer de lidstaten bezien of zij beperkingen toepassen, zouden zij rekening moeten houden met de epidemiologische situatie op hun eigen grondgebied, met inbegrip van het testbeleid, het aantal uitgevoerde tests en het percentage positieve tests, en andere epidemiologische indicatoren.

16.De lidstaten zouden geen beperkingen mogen opleggen aan personen die reizen naar of van een in de zin van punt 12, onder c), “rood” aangemerkt gebied in een andere lidstaat, indien zij niet dezelfde beperkingen opleggen voor een gebied op hun eigen grondgebied dat in de zin van punt 12, onder c), “rood” is aangemerkt.

17.De lidstaten zouden de overige lidstaten en de Commissie onverwijld in kennis moeten stellen van de opheffing van voordien ingestelde beperkende maatregelen, die zo spoedig mogelijk moet ingaan.

Beperkingen van het vrije verkeer zouden moeten worden opgeheven wanneer een gebied opnieuw als “oranje” of “groen” in de zin van punt 12 wordt aangemerkt, op voorwaarde dat ten minste 14 dagen zijn verstreken sinds de invoering van die beperkingen.

18.Uiterlijk zeven dagen na de vaststelling van deze aanbeveling zouden de lidstaten beperkingen moeten uitfaseren die gelden voor gebieden die vóór de vaststelling van deze aanbeveling niet in de zin van punt 12 als “rood” of “groen” zijn aangemerkt.

Gemeenschappelijk raamwerk voor mogelijke maatregelen ten aanzien van reizigers uit gebieden met een groter risico

19.De lidstaten zouden de binnenkomst van personen die reizen vanuit een andere lidstaat niet mogen beperken.

De lidstaten die, op basis hun eigen besluitvormingsprocedures, beperkingen van het vrije verkeer instellen, zouden van personen die reizen vanuit een in de zin van punt 12, onder c) en d), als “rood” of “groen” aangemerkt gebied, kunnen eisen dat deze:

(a)in quarantaine gaan; of

(b)zich na aankomst op COVID-19-besmetting laten testen.

Waar mogelijk zou de mogelijkheid om zich op COVID-19-besmetting te laten testen de voorkeursoptie boven quarantaine moeten zijn.

Reizigers zouden de optie moeten krijgen om de in punt b) vermelde test te vervangen door een test op COVID-19-besmetting vóór hun vertrek.

20.De lidstaten zouden de resultaten van tests op COVID-19-besmetting die in andere lidstaten door gecertificeerde gezondheidsinstanties zijn uitgevoerd, onderling moeten erkennen.

21.Reizigers met een vitale functie of behoefte zouden niet in quarantaine hoeven te gaan, met name:

(a)werknemers of zelfstandigen in een vitaal beroep, grensarbeiders en gedetacheerde werknemers, alsmede seizoensarbeiders als bedoeld in de richtsnoeren betreffende de uitoefening van het recht op vrij verkeer van werknemers tijdens de uitbraak van COVID-19 21 ;

(b)werknemers in het vervoer of aanbieders van vervoersdiensten, met inbegrip van vrachtwagenchauffeurs die goederen voor gebruik op hun grondgebied vervoeren en die voertuigen besturen die het land alleen maar passeren;

(c)scholieren, studenten en stagiairs die dagelijks naar het buitenland reizen;

(d)personen die om dwingende gezins- of zakelijke redenen reizen;

(e)diplomaten, personeel van internationale organisaties en door internationale organisaties uitgenodigde personen van wie de fysieke aanwezigheid vereist is voor de goede werking van deze organisaties, militair personeel en humanitaire hulpverleners en civielebeschermingspersoneel bij het uitoefenen van hun functie;

(f)passagiers op doorreis;

(g)zeevarenden;

(h)journalisten bij het uitoefenen van hun taken.

22.De lidstaten zouden van personen die aankomen uit een gebied dat in de zin van punt 12, onder c), b) en d), als “rood”, “oranje” of “grijs” is aangemerkt, kunnen verlangen dat dezen Passenger Locator Forms (PLF’s) indienen, met name als zij met het vliegtuig aankomen, in overeenstemming met de vereisten inzake gegevensbescherming. Voor zover mogelijk zou een digitale optie voor Passenger Locator-informatie moeten worden gebruikt, om de verwerking ervan te vereenvoudigen, terwijl gelijke toegang voor alle burgers wordt gewaarborgd.

23.In gerechtvaardigde gevallen zouden de lidstaten kunnen overwegen om personen die reizen vanuit een gebied dat in de zin van punt 12, onder b), als “oranje” is aangemerkt, aan te bevelen om zich ten minste op COVID-19-besmetting te laten testen vóór hun vertrek of bij aankomst.

24.Maatregelen die worden toegepast op personen die aankomen vanuit een gebied dat in de zin van punt 12, onder c), b) en d), als “rood”, “oranje” of “grijs” is aangemerkt, mogen niet discriminerend zijn, d.w.z. zij moeten evenzeer gelden voor onderdanen van de betrokken lidstaat die terugkeren.

25.De lidstaten zouden er moeten op toezien dat formele eisen die aan burgers en bedrijven worden opgelegd, een concreet voordeel opleveren voor de inspanningen op het gebied van de volksgezondheid in de strijd tegen de pandemie en dat zij geen buitensporige en onnodige regeldruk doen ontstaan.

26.Indien een persoon bij aankomst op de bestemming symptomen ontwikkelt, zouden testen, diagnose, isolatie en contactopsporing moeten plaatsvinden overeenkomstig de lokale praktijken, en zou de toegang niet mogen worden geweigerd. Informatie over gevallen die bij aankomst worden opgespoord, zouden, via het systeem voor vroegtijdige waarschuwing en maatregelen (EWRS), onverwijld met de volksgezondheidsinstanties van de landen waar de betrokken persoon gedurende de 14 dagen voordien heeft verbleven, moeten worden gedeeld ten behoeve van contactopsporing.

27.Beperkingen zouden niet de vorm mogen hebben van een verbod op de exploitatie van bepaalde vervoersdiensten.

Communicatie en informatie voor het publiek

28.De lidstaten zouden de betrokken stakeholders en het brede publiek heldere, omvattende en tijdige informatie moeten verschaffen over eventuele beperkingen van het vrije verkeer, eventuele flankerende voorwaarden (bijvoorbeeld negatief testen op COVID-19-besmetting of Passenger Locator Forms indienen), alsmede de maatregelen die gelden voor reizigers naar gebieden met een groter risico.

Met name zouden de lidstaten het publiek zo snel mogelijk moeten informeren over nieuw ingevoerde of opgeheven beperkingen, die overeenkomstig de punten 14 en 17 aan de overige lidstaten en de Commissie zijn meegedeeld.

Deze informatie zou ook beschikbaar moeten worden gesteld op het webplatform “Re-open EU” en zou een kruisverwijzing moeten bevatten naar de kaart die het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, overeenkomstig de punten 12 en 13, op gezette tijdstippen bekendmaakt.

De inhoud van de maatregelen, de geografische reikwijdte ervan en de categorieën personen op wie zij van toepassing zijn, zouden duidelijk moeten worden beschreven.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Wanneer hier sprake is van “lidstaten” worden daarmee alle lidstaten bedoeld die gebonden zijn door het acquis inzake vrij verkeer, alsmede derde landen die gebonden zijn door de voorschriften inzake vrij verkeer (d.w.z. IJsland, Liechtenstein en Noorwegen op grond van de EER-Overeenkomst, Zwitserland op grond van de overeenkomst over het vrije verkeer van personen, en het Verenigd Koninkrijk tijdens de overgangsperiode die tot en met 31 december 2020 loopt op grond van het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie).
(2)    PB C 86I van 16.3.2020, blz. 1.
(3)    PB C 102I van 30.3.2020, blz. 12.
(4)    PB C 169 van 15.5.2020, blz. 30.
(5)     https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52020DC0399  
(6)     https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52020DC0318  
(7)    Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).
(8)    Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77).
(9)    PB C 57 van 20.2.2020, blz. 4.
(10)    PB C 86I van 16.3.2020, blz. 1.
(11)    PB C 102I van 30.3.2020, blz. 12.
(12)     https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/communication_-_a_european_roadmap_to_lifting_coronavirus_containment_measures_0.pdf  
(13)    PB C 156 van 8.5.2020, blz. 1.
(14)    PB C 169 van 15.5.2020, blz. 30.
(15)     https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52020DC0399  
(16)    PB C 235I van 17.7.2020, blz. 1.
(17)    PB C 96I van 24.3.2020, blz. 1.
(18)    PB C 100I van 27.3.2020, blz. 1.
(19)    PB C 119 van 14.4.2020, blz. 1.
(20)    In overeenstemming met het akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB L 29 van 31.1.2020, blz. 7) (“Terugtrekkingsakkoord”) betreft dit ook het Verenigd Koninkrijk tijdens de in artikel 127, lid 1, van het terugtrekkingsakkoord bedoelde overgangsperiode.
(21)    PB C 102I van 30.3.2020, blz. 12.
Top