EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32019D0038

Besluit (EU) 2019/2158 Van de Europese Centrale Bank van 5 december 2019 betreffende de methodologie en procedures voor de gegevensvaststelling en ‐verzameling aangaande voor de berekening van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht toegepaste vergoedingsfactoren (herschikking) (ECB/2019/38)

PB L 327 van 17.12.2019, p. 99–107 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 17/12/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2019/2158/oj

17.12.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 327/99


BESLUIT (EU) 2019/2158 VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 5 december 2019

betreffende de methodologie en procedures voor de gegevensvaststelling en ‐verzameling aangaande voor de berekening van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht toegepaste vergoedingsfactoren (ECB/2019/38)

(herschikking)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), en met name artikel 4, lid 3, tweede alinea, en artikel 30,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Besluit (EU) 2015/530 van de Europese Centrale Bank (ECB/2015/7) (2) moet op verscheidene punten worden gewijzigd. Omwille van duidelijkheid dient het genoemde richtsnoer herschikt te worden.

(2)

Overeenkomstig artikel 10, lid 3, onder a), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/41) (3) worden de vergoedingsfactoren voor de vaststelling van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht die verschuldigd is met betrekking tot iedere onder toezicht staande entiteit of onder toezicht staande groep gevormd door het bedrag per jaarultimo van: i) totale activa, en ii) het totaal van de risicoposten.

(3)

Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) schrijft voor dat de de ECB deze verordening vóór 2017 evalueert, met name aangaande de methodologie en de berekeningscriteria van de jaarlijkse aan elke onder toezicht staande entiteit en onder toezicht staande groep aan te rekenen vergoeding voor toezicht. De ECB heeft een openbare raadpleging gehouden en heeft, rekening houdend met de ontvangen reacties, besloten Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) te wijzigen om een herzien kader voor de vergoeding voor toezicht in te voeren. Besluit (EU) 2015/530 (ECB/2015/7) voorziet in meer gedetailleerde procedures betreffende de methodologie en procedures voor de gegevensvaststelling en ‐verzameling aangaande voor de berekening van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht toegepaste vergoedingsfactoren.

(4)

Overeenkomstig het herziene kader van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) moet de referentiedatum voor de vergoedingsfactoren in de regel gehandhaafd blijven op 31 december van het jaar voorafgaande aan de vergoedingsperiode waarvoor de vergoeding voor toezicht wordt berekend. Dit maakt het mogelijk om toezichtinformatie die reeds beschikbaar is voor de ECB uit hoofde van Besluit ECB/2014/29 (4) en ingevolge Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de Commissie (5) (gemeenschappelijke verslaglegging (COREP) en financiële verslaglegging (FINREP)) en uit hoofde van Verordening (EU) 2015/534 van de Europese Centrale Bank (ECB/2015/13) (6) (FINREP) te gebruiken bij de berekening van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht voor het merendeel van de schuldenaren van de vergoeding.

(5)

Onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen die niet zijn onderworpen aan verplichte rapportage voor prudentiële doeleinden of onder toezicht staande groepen die activa en/of het bedrag van de risicoposten van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen uitsluiten, moeten de vergoedingsfactoren afzonderlijk blijven rapporteren voor de berekening van de vergoeding voor toezicht. In artikel 10, lid 3, onder b quinquies), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) is bepaald dat deze vergoedingsfactoren bij de betrokken nationale bevoegde autoriteit (NBA) worden ingediend met de relevante referentiedatum, zulks overeenkomstig een ECB-besluit.

(6)

Schuldenaren van de vergoeding die afzonderlijk moeten blijven rapporteren, moeten de vergoedingsfactoren indienen bij betrokken NBA met gebruikmaking van de templates in de bijlagen I en II. Ingeval van onder toezicht staande groepen met in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen moeten de schuldenaren van de vergoeding een toelichting geven bij de methode die wordt gebruikt voor de bepaling van de vergoedingsfactoren.

(7)

Er moet worden gezorgd voor samenhang tussen de vaststelling van vergoedingsfactoren van schuldenaren van de vergoeding waarvoor de ECB reeds via COREP en FINREP toezichtinformatie ontvangt, en de vaststelling van de vergoedingsfactoren van schuldenaren van de vergoeding die voor de berekening van de vergoeding voor toezicht afzonderlijk informatie moeten rapporteren.

(8)

Voor de berekening van de vergoedingsfactoren voorziet artikel 10, lid 3, onder c), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) in de mogelijkheid activa en/of het bedrag van de risicoposten van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen uit te sluiten. Die schuldenaren van de vergoeding moeten de ECB in kennis stellen van het voornemen om de vergoeding voor toezicht van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen van één of beide vergoedingsfactoren uit te sluiten. De termijn voor de indiening van de kennisgeving moet stroken met het herziene kader voor de berekening van de vergoeding voor toezicht.

(9)

In het kader van de herziening van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) werd voor de meerderheid van een vergoeding betalende bijkantoren de verplichting om voor de berekening van de vergoeding voor toezicht een verificatie te laten uitvoeren door een accountant als middel om de totale activa te certificeren als onevenredig beoordeeld. Het volstaat dat een vergoeding betalend bijkantoor bij de betrokken nationale mededingingsautoriteit een verklaring van het management indient waarmee de totale activa van het bijkantoor worden vastgesteld.

(10)

Artikel 10, lid 5, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) bepaalt dat indien een schuldenaar van een vergoeding de vergoedingsfactoren niet aanlevert, de ECB de vergoedingsfactoren bepaalt overeenkomstig een ECB-besluit.

(11)

In dit besluit moeten de methodologie en procedures voor de gegevensvaststelling en gegevensverzameling aangaande de vergoedingsfactoren worden vastgesteld, evenals procedures voor de aanlevering van vergoedingsfactoren door schuldenaren van de vergoeding die afzonderlijk moeten blijven rapporteren voor de berekening van de vergoeding voor toezicht en de procedures voor de aanlevering van de vergoedingsfactoren door NBA’s bij de ECB. Nadere uitwerking behoeven met name het formaat, de frequentie en de timing van die aanlevering, alsook de soorten kwaliteitscontroles die de NBA’s voorafgaand aan de aanlevering van de vergoedingsfactoren bij de ECB moeten uitvoeren.

(12)

Het is noodzakelijk om een procedure op te zetten om op doelmatige wijze technische wijzigingen in de bijlage bij dit besluit door te voeren, mits dergelijke wijzigingen het onderliggende conceptuele kader niet veranderen en geen effect hebben op de rapportagelast. NBA’s kunnen dergelijke technische wijzigingen voorstellen aan het Comité statistieken van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), wiens zienswijze in aanmerking zal worden genomen bij het volgen van deze procedure.

(13)

Om samenhang te verzekeren met het herziene kader voor de berekening van de vergoeding voor toezicht uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41), waarin wordt voorzien in overgangsregelingen voor de vergoedingsperiode 2020, dient dit besluit begin 2020 in werking te treden,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp en toepassingsgebied

Dit besluit stelt de methoden en procedures vast voor de gegevensvaststelling en gegevensverzameling aangaande de vergoedingsfactoren voor de berekening van het het totale aan onder toezicht staande entititen en onder toezicht staande groepen aan te rekenen bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) en stelt de procedures voor de aanlevering van de vergoedingsfactoren door schuldenaren van de vergoeding zoals bedoeld in artikel 10, lid 3, onder b quinquies), van die verordening, alsook procedures voor de aanlevering van dergelijke gegevens door de NBA’s bij de ECB vast.

Dit besluit is van toepassing op schuldenaren van de vergoeding en NBA’s.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van dit besluit gelden, tenzij anders bepaald, de in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) opgenomen definities, en tevens de volgende definities:

1.

“werkdag”: een dag niet zijnde een zaterdag, zondag of een feestdag in de lidstaat van vestiging van de betrokken NBA;

2.

“beheermaatschappij”: een beheermaatschappij zoals gedefinieerd artikel 3, lid 1, punt 7, van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (7).

Artikel 3

Methodologie voor de berekening van de vergoedingsfactoren

1.   Voor onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen die onderworpen zijn aan verplichte rapportage voor prudentiële doeleinden en onder toezicht staande groepen die de ECB niet overeenkomstig artikel 4 in kennis hebben gesteld van hun besluit activa en/of het bedrag van de risicoposten van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen uit te sluiten, bepaalt de ECB de respectieve vergoedingsfactoren volgens de onderstaande bepalingen.

a)

Het totaalbedag van de risicoposten voor de relevante referentiedatum zoals vermeld in artikel 10, lid 3, onder b bis) of b quater), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) wordt bepaald aan de hand van de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 voor gemeenschappelijke verslaglegging (COREP) opgenomen template “eigenvermogensvereisten” (hierna het “template eigenvermogensvereisten” genoemd), zoals ingediend door de NBA’s bij de ECB overeenkomstig Besluit ECB/2014/29. Voor een vergoeding betalend bijkantoor en twee of meer een vergoeding betalende bijkantoren die overeenkomstig artikel 3, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) als één bijkantoor worden beschouwd, is het totaalbedrag van de risicoposten gelijk aan nul.

b)

De totale activa voor de relevante referentiedatum zoals vermeld in artikel 10, lid 3, onder b bis), b ter) of b quater), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41) worden bepaald aan de hand van de in bijlage III en bijlage IV bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 voor financiële verslaglegging (FINREP) opgenomen templates “balans: activa” en de templates “balans: activa” van de bijlagen I, II, IV en V, alsmede de gegevenspunten voor financiële toezichtrapportage in bijlage III bij Verordening (EU) 2015/534 (ECB/2015/13), zoals door de NBA’s ingediend bij de ECB overeenkomstig Besluit ECB/2014/29 en Verordening (EU) 2015/534 (ECB/2015/13). Voor een vergoeding betalend bijkantoor certificeert de manager van dat bijkantoor of, indien de manager niet beschikbaar is, het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling die het een vergoeding betalend bijkantoor opricht de totale activa van een vergoeding betalend bijkantoor middels een bij de betrokken NBA ingediende managementverklaring.

2.   Voor onder toezicht staande groepen die onderworpen zijn aan verplichte rapportage voor prudentiële doeleinden en de ECB overeenkomstig artikel 4 in kennis stellen van hun besluit om activa en/of het bedrag van de risicoposten van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen uit te sluiten, bepaalt de ECB de respectieve vergoedingsfactoren op basis van de gegevens die door deze onder toezicht staande groepen zijn berekend overeenkomstig de volgende punten a) en b) en die zij overeenkomstig artikel 5 bij de betrokken NBA hebben ingediend.

a)

Het totaal van de risicoposten voor de relevante referentiedatum zoals vermeld in artikel 10, lid 3, onder b bis), of b ter), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41), wordt bepaald aan de hand van template eigenvermogensvereisten, waarvan het volgende wordt afgetrokken:

i)

de bijdrage aan het totaal van de risicoposten van de groep van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen, zoals gerapporteerd in de in bijlage I bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 opgenomen COREP-template “solvabiliteit van de groep: informatie over verbonden partijen” (hierna de template “solvabiliteit van de groep: informatie over verbonden partijen” genoemd), en

ii)

de bijdrage aan het totaal van de risicoposten van de groep van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen die niet zijn opgenomen in de template solvabiliteit van de groep: informatie over verbonden partijen, zoals gerapporteerd overeenkomstig bijlage I bij dit besluit.

b)

De totale activa voor de relevante referentiedatum zoals vermeld in de artikelen in artikel 10, lid 3, onder b bis), b ter) of b quater), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41), worden vastgesteld door aggregatie van de totale activa die vermeld werden in de wettelijk voorgeschreven jaarrekeningen van alle onder toezicht staande in deelnemende lidstaten gevestigde entiteiten binnen de onder toezicht staande groep, indien beschikbaar, dan wel anderszins door aggregatie van de totale activa die opgenomen zijn in het betrokken rapportagepakket of de betrokken rapportagepakketten die de onder toezicht staande entiteiten of een groep van een vergoeding betalende kredietinstellingen toepassen voor de opstelling van geconsolideerde rekeningen op groepsniveau. Ter vermijding van dubbeltelling kan de schuldenaar van de vergoeding ervoor kiezen intragroepposities te elimineren tussen alle onder toezicht staande in deelnemende lidstaten gevestigde entiteiten. Goodwill opgenomen in de geconsolideerde jaarrekeningen van de moederonderneming wordt opgenomen in de aggregatie; de uitsluiting van goodwill toegerekend aan in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen is optioneel. Indien een schuldenaar van de vergoeding wettelijk voorgeschreven jaarrekeningen gebruikt, certificeert een accountant dat de totale activa overeenkomen met de in de wettelijk voorgeschreven jaarrekeningen vermelde totale activa van individuele onder toezicht staande entiteiten. Indien een schuldenaar rapportagepakketten gebruikt, certificeert een accountant de totale activa gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht middels een passende verificatie van de gebruikte rapportagepakketten. In alle gevallen bevestigt de accountant dat het aggregatieproces niet afwijkt van de in dit besluit vastgelegde procedure en dat de door de schuldenaar van de vergoeding gemaakte berekening strookt met de boekhoudkundige methode die werd toegepast voor de consolidatie van de rekeningen van de groep van een vergoeding betalende entiteiten.

3.   Voor onder toezicht staande entiteiten en onder toezicht staande groepen die niet onderworpen zijn aan verplichte rapportage voor prudentiële doeleinden, worden de totale activa en het totaal aan risicoposten, als gedefineerd in artikel 2, punten 12 en 13, van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41), voor de relevante referentiedatum zoals vermeld in artikel 10, lid 3, onder b bis), b ter) of b quater), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41), door hen bepaald en overeenkomstig artikel 5 bij de betreffende NBA ingediend. Voor een vergoeding betalend bijkantoor certificeert de manager van dat bijkantoor of, indien de manager niet beschikbaar is, het leidinggevend orgaan van de kredietinstelling die een vergoeding betalend bijkantoor opricht de totale activa van een vergoeding betalend bijkantoor middels een bij de betrokken NBA ingediende mangementverklaring.

Artikel 4

Kennisgeving van de aftrek van activa en/of het bedrag van de risicoposten van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen

Schuldenaren van de vergoeding die voornemens zijn activa en/of het bedrag van de risicoposten van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen uit te sluiten overeenkomstig artikel 10, lid 3, onder c), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41), stellen de ECB uiterlijk op 30 september van de vergoedingsperiode waarvoor de vergoeding wordt berekend in kennis van hun besluit. In de kennisgeving wordt vermeld of de aftrek van de bijdrage van in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen van toepassing is op de vergoedingsfactor voor het totaal van de risicoposten, de vergoedingsfactor voor de totale activa of beide. Indien de ECB uiterlijk op 30 september van de vergoedingsperiode waarvoor de vergoeding wordt berekend geen dergelijke kennisgeving heeft ontvangen, worden het totaal van de risicoposten en de totale activa bepaald overeenkomstig artikel 3, lid 1. Indien meer dan één kennisgeving de ECB tijdig bereikt, telt de laatste kennisgeving die de ECB uiterlijk op 30 september van de vergoedingsperiode waarvoor de vergoeding wordt berekend heeft ontvangen.

Artikel 5

Templates voor de rapportage van vergoedingsfactoren aan NBA’s door schuldenaren van de vergoeding

1.   Schuldenaren van de vergoeding wiens de vergoedingsfactoren overeenkomstig artikel 3, lid 2 of lid 3, worden bepaald, dienen de vergoedingsfactoren jaarlijks bij de betrokken NBA in op de in artikel 6 gespecificeerde inleverdata. De vergoedingsfactoren worden met behulp van de modellen in de bijlagen I en II ingediend. Voor een onder toezicht staande groep met in niet-deelnemende lidstaten en in derde landen gevestigde dochterondernemingen verstrekt de schuldenaar van de vergoeding een toelichting over de methode die wordt gebruikt om te voldoen aan artikel 3, lid 2 of lid 3, in de kolom “Opmerkingen” die voor dit doel in de desbetreffende bijlage is toegewezen.

2.   De schuldenaren van de vergoeding dienen de verklaring van de accountant of de managementverklaring uiterlijk op de in artikel 6 gespecificeerde inleverdata in bij de betrokken NBA, zulks overeenkomstig artikel 3, leden 2 en 3.

Artikel 6

Inleverdata

1.   De schuldenaren van de vergoeding wiens vergoedingsfactoren overeenkomstig artikel 3, leden 2 en 3, worden bepaald, dienen de vergoedingsfactoren bij de betrokken NBA in aan het einde van de werkdag op de inleverdatum voor de kwartaalrapportage voor het derde kwartaal zoals gespecificeerd in artikel 3, lid 1, onder b), van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van de vergoedingsperiode waarvoor de vergoeding wordt berekend, of op de volgende werkdag indien de inleverdatum geen werkdag is.

2.   NBA’s dienen de in lid 1 bedoelde vergoedingsfactoren in bij de ECB uiterlijk aan het einde van de werkdag op de tiende werkdag volgend op de in lid 1 gespecificeerde inleverdatum. Vervolgens verifieert de ECB de ontvangen gegevens binnen 15 werkdagen na ontvangst. Op verzoek van de ECB lichten de NBA’s de gegevens toe of verduidelijken deze.

3.   De ECB verleent elke schuldenaar van de vergoeding uiterlijk op 15 januari van het jaar volgend op de vergoedingsperiode toegang tot zijn vergoedingsfactoren. Schuldenaren van de vergoeding hebben 15 werkdagen de tijd om opmerkingen in te dienen over door hen onjuist geachte vergoedingsfactorem Deze periode begint op de dag waarop de schuldenaren van de vergoeding toegang kregen tot de vergoedingsfactoren. Daarna zullen de vergoedingsfactoren toegepast worden voor de berekening van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht. Wijzigingen van gegevens die na die periode ontvangen zijn worden niet in aanmerking genomen en zullen bijgevolg niet leiden tot een wijziging van de vergoedingsfactoren.

Artikel 7

Gegevenskwaliteitscontroles

NBA’s monitoren en waarborgen de kwaliteit en betrouwbaarheid van de vergoedingsfactoren die uit hoofde van artikel 3, leden 2 en 3, aan de schuldenaren van de vergoeding zijn ontleend, alvorens ze bij de ECB in te dienen. NBA’s voeren kwaliteitscontroles uit om te beoordelen of de in artikel 3 beschreven methode is gevolgd. De ECB corrigeert noch wijzigt de door schuldenaren van de vergoeding verstrekte gegevens betreffende de vergoedingsfactoren. De schuldenaren van de vergoeding voeren eventuele correcties of wijzigingen in de gegevens door en dienen deze in bij de NBA’s. NBA’s dienen de door hen ontvangen gecorrigeerde of gewijzigde gegevens in bij de ECB. Wanneer NBA’s vergoedingsfactorengegevens indienen: a) verschaffen zij informatie betreffende door die gegevens aangeduide significante ontwikkelingen, en b) communiceren zij aan de ECB waarom de gegevens significant gecorrigeerd of gewijzigd werden. NBA’s zorgen ervoor dat de ECB de nodige correcties of wijzigingen in de gegevens verkrijgt.

Artikel 8

Vaststelling van de vergoedingsfactoren door de ECB indien de vergoedingsfactoren niet beschikbaar zijn of correcties of wijzigingen niet ingediend worden

Indien een vergoedingsfactor niet beschikbaar is voor de ECB of de schuldenaar van de vergoeding geen tijdig herziene gegevens of wijzigingen of correcties van de gegevens aangaande de vergoedingsfactoren heeft ingediend overeenkomstig artikel 6, lid 3, of artikel 7, maakt de ECB gebruik van de ter haar beschikking staande informatie om de ontbrekende vergoedingsfactor te bepalen.

Artikel 9

Vereenvoudigde wijzigingsprocedure

De directie van de ECB heeft het recht om met inachtneming van de standpunten van het Comité statistieken technische wijzigingen in de bijlagen bij dit besluit door te voeren, mits dergelijke wijzigingen het onderliggende conceptuele kader niet veranderen en geen effect hebben op de rapportagelast van schuldenaren van de vergoeding. De directie zal de Raad van bestuur onverwijld op de hoogte brengen van dergelijke wijzigingen.

Artikel 10

Intrekking

1.   Besluit (EU) 2015/530 (ECB/2015/7) wordt hierbij ingetrokken.

2.   Verwijzingen naar het ingetrokken besluit gelden als verwijzingen naar dit besluit en worden gelezen overeenkomstig de concordantietabel in bijlage III.

Artikel 11

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt op de derde dag volgende op de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking.

Gedaan te Frankfurt am Main, 5 december 2019.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  Besluit (EU) 2015/530 van de Europese Centrale Bank van 11 februari 2015 betreffende de methodologie en procedures voor de gegevensvaststelling en ‐verzameling aangaande voor de berekening van de jaarlijkse vergoeding voor toezicht toegepaste vergoedingsfactoren (ECB/2015/7) zijn gebruikt (PB L 84 van 28.3.2015, blz. 67).

(3)  Verordening (EU) nr. 1163/2014 van de Europese Centrale Bank van 22 oktober 2014 betreffende een vergoeding voor toezicht (ECB/2014/41) (PB L 311 van 31.10.2014, blz. 23).

(4)  Besluit ECB/2014/29 van 2 juli 2014 betreffende de verstrekking aan de Europese Centrale Bank van toezichtgegevens die de onder toezicht staande entiteiten overeenkomstig de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 680/2014 en (EU) 2016/2070 van de Commissie aan de nationale bevoegde autoriteiten gerapporteerd hebben (PB L 214 van 19.7.2014, blz. 34).

(5)  Uitvoeringsverordening (EU) nr. 680/2014 van 16 april 2014 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen voor wat betreft de rapportage aan de toezichthoudende autoriteit door instellingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 191 van 28.6.2014, blz. 1).

(6)  Verordening (EU) 2015/534 van de Europese Centrale Bank van 17 maart 2015 betreffende rapportage van financiële toezichtinformatie (ECB/2015/13) (PB L 86 van 31.3.2015, blz. 13).

(7)  Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338).


BIJLAGE I

 

VERGOEDINGBEREKENING

Referentiedatum

 

NAAM

 

 

TOTAAL RISICOPOSTEN

Inleverdatum

 

MFI-code

 

 

 

 

 

LEI-code

 

 

 

 

 

 

 


Post

 

Soort instelling

Bron voor bedrag risicoposten

Bedrag risicoposten

Opmerkingen

 

 

010

020

030

040

010

TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN: zoals berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad.

(1), (2) of (3)

COREP C 02.00, rij 010

 

 

020

AANDEEL VAN DOCHTERONDERNEMINGEN in niet-deelnemende lidstaten of derde landen

 

COREP C 06.02, kol 250 (TOT)

 

 

1021.

Entiteit 1

 

 

 

 

1022

Entiteit 2

 

 

 

 

1023

Entiteit 3

 

 

 

 

1024

Entiteit 4

 

 

 

 

…..

Entiteit

 

 

 

 

N

Entiteit N

 

 

 

 

030

BEDRAG TOTAAL VAN DE RISICOPOSTEN van de onder toezicht staande groep met aftrek van HET AANDEEL VAN DOCHTERONDERNEMINGEN in niet-deelnemende lidstaten of derde landen: post 030 is gelijk aan 010 minus 020 minus de som van de posten 1021 tot en met N

 

 

 

 

Vul dit template in overeenkomstig de afzonderlijk verstrekte instructies.


BIJLAGE II

 

VERGOEDINGBEREKENING

Referentiedatum

 

NAAM

 

 

TOTAAL ACTIVA

Inleverdatum

 

MFI-code

 

 

 

 

 

LEI-code

 

 

 

 

 

 

 


Post

 

Soort instelling

Bevestiging van de verificatie van de accountant of management brief voor een vergoeding betalend bijkantoor (ja/neen)

Totale activa

Opmerkingen

 

 

010

020

030

040

010

TOTALE ACTIVA overeenkomstig artikel 51, lid 2 of lid 4, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17)

(3)

 

 

 

020

TOTALE ACTIVA overeenkomstig artikel 2, punt 12, onder b), van Verordening (EU) nr. 1163/2014 (ECB/2014/41)

(4)

(ja)/(neen)

 

 

030

TOTALE ACTIVA overeenkomstig artikel 3, lid 2, onder b), van dit besluit: post 030 is gelijk aan 031 minus 032 plus 033 minus 034

(2) of (5)

(ja)/(neen)

 

 

031

Totale activa van alle in deelnemende lidstaten gevestigde groepsentiteiten —verplicht

 

 

 

 

032

Intragroepposities tussen in deelnemende lidstaten gevestigde onder toezicht staande entiteiten (uit rapportagepakketten gebruikt voor de eliminatie van tegoeden voor groepsrapportagedoeleinden) —optioneel

 

 

 

 

033

Goodwill opgenomen in de geconsolideerde jaarrekeningen van de moederonderneming van een onder toezicht staande groep —verplicht

 

 

 

 

034

Goodwill toegerekend aan in niet-deelnemende lidstaten of derde landen gevestigde dochterondernemingen —optioneel

 

 

 

 

Vul dit template in overeenkomstig de afzonderlijk verstrekte instructies.


BIJLAGE III

Concordantietabel

Besluit (EU) 2015/530 (ECB/2015/7)

Dit besluit

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 4

Artikel 3, eerste zin

Artikel 3, tweede zin

Artikel 3, derde zin

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 5, lid 1,tweede zin

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 1, derde zin

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 5, lid 1, derde zin

Artikel 7

Artikel 3

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Bijlagen I‐II

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Bijlagen I‐II

Bijlage III


Top