EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52019XC0913(01)

Mededeling van de Commissie — Aanpassing van de gegevens die worden gebruikt voor de berekening van forfaitaire sommen en dwangsommen die de Commissie het Hof van Justitie van de Europese Unie voorstelt in het kader van inbreukprocedures

C/2019/6434

OJ C 309, 13.9.2019, p. 1–3 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

13.9.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 309/1


Mededeling van de Commissie — Aanpassing van de gegevens die worden gebruikt voor de berekening van forfaitaire sommen en dwangsommen die de Commissie het Hof van Justitie van de Europese Unie voorstelt in het kader van inbreukprocedures

(2019/C 309/01)

I.   Inleiding

De mededeling van de Commissie van 2005 over de uitvoering van artikel 228 van het EG-Verdrag (1) (thans artikel 260, leden 1 en 2, VWEU) bevat de basis op grond waarvan de Commissie het bedrag van de geldelijke sancties berekent die zij het Hof van Justitie verzoekt op te leggen, in de vorm van een forfaitaire som of dwangsom, wanneer zij op grond van artikel 260, lid 2, VWEU een zaak bij het Hof aanhangig maakt in het kader van een inbreukprocedure tegen een lidstaat.

In haar mededeling van 2010 (2) over de aanpassing van de gegevens die voor deze berekening worden gebruikt, heeft de Commissie vervolgens bepaald dat deze macro-economische gegevens jaarlijks moeten worden herzien om rekening te houden met de inflatie en wijzigingen in het bruto binnenlands product.

De mededeling van de Commissie van 2011 over de uitvoering van artikel 260, lid 3, VWEU (3) en de mededeling van de Commissie van 2017 “EU-wetgeving: betere resultaten door betere toepassing” (4) benadrukken dat dezelfde methode als die welke is vastgesteld in de mededeling van 2005, van toepassing is op de berekening van de geldelijke sancties die de Commissie het Hof van Justitie verzoekt op te leggen uit hoofde van artikel 260, lid 3, VWEU.

De jaarlijkse aanpassing waarin deze mededeling voorziet, is gebaseerd op de ontwikkeling van de inflatie en het bbp van elke lidstaat (5), die in overeenstemming is met het vermogen van de betrokken lidstaat om te betalen. Er moet gebruik worden gemaakt van de statistieken over het inflatiepercentage en de bbp die twee jaar voor de aanpassing zijn opgesteld (de “t—2-regel”), aangezien twee jaar het minimum is om over relatief stabiele macro-economische gegevens te kunnen beschikken. Sinds de mededeling van februari 2019 (6) is het institutionele gewicht van de lidstaten, dat voorheen was gebaseerd op het aantal stemmen dat elke lidstaat overeenkomstig de regels voor de stemmenweging in de Raad had, gebaseerd op het aantal zetels in het Europees Parlement dat aan elke lidstaat is toegewezen.

Deze mededeling is derhalve gebaseerd op de economische gegevens betreffende het nominale bbp en de bbp-deflator voor 2017 (7) en op het aantal zetels dat een lidstaat in het Europees Parlement heeft.

II.   Onderdelen van de aanpassing

De volgende economische criteria moeten worden herzien:

het gelijke forfaitaire basisbedrag voor de dwangsom (8), dat momenteel is vastgesteld op 3 105 EUR, moet worden herzien om rekening te houden met de inflatie;

het gelijke forfaitaire basisbedrag voor de berekening van het dagelijkse bedrag voor de vaststelling van de forfaitaire som (9), dat momenteel is vastgesteld op 1 035 EUR, moet worden herzien om rekening te houden met de inflatie;

de bijzondere factor “n” (10) moet worden herzien om rekening te houden met het bbp van de desbetreffende lidstaat en daarvoor moet het aantal zetels van de lidstaat in het Europees Parlement in aanmerking worden genomen; de factor “n” is identiek voor de berekening van de forfaitaire som en van de dagelijkse dwangsom;

de forfaitaire minimumsommen (11) moeten worden herzien om rekening te houden met de inflatie.

III.   Actualiseringen

De Commissie zal de volgende aangepaste cijfers toepassen bij de berekening van het bedrag van de geldelijke sancties, in de vorm van een forfaitaire som of dwangsom, wanneer zij krachtens artikel 260, leden 2 en 3, VWEU een zaak bij het Hof van Justitie aanhangig maakt:

1)

het gelijke forfaitaire basisbedrag voor de dwangsom wordt vastgesteld op 3 116 EUR;

2)

het gelijke forfaitaire basisbedrag voor de berekening van het dagelijkse bedrag voor de vaststelling van de forfaitaire som wordt vastgesteld op 1 039 EUR;

3)

de bijzondere factor “n” en de forfaitaire minimumsom voor de 28 EU-lidstaten worden als volgt vastgesteld:

Lidstaat

Bijzondere factor “n”

Forfaitaire minimumsom

(1 000 EUR)

België

0,79

2 037

Bulgarije

0,24

619

Tsjechië

0,52

1 341

Denemarken

0,51

1 315

Duitsland

4,62

11 915

Estland

0,10

258

Ierland

0,47

1 212

Griekenland

0,51

1 315

Spanje

2,07

5 338

Frankrijk

3,39

8 743

Kroatië

0,19

490

Italië

2,92

7 530

Cyprus

0,09

232

Letland

0,12

309

Litouwen

0,18

464

Luxemburg

0,15

387

Hongarije

0,42

1 083

Malta

0,07

181

Nederland

1,14

2 940

Oostenrijk

0,67

1 728

Polen

1,27

3 275

Portugal

0,53

1 367

Roemenië

0,64

1 651

Slovenië

0,15

387

Slowakije

0,27

696

Finland

0,44

1 135

Zweden

0,80

2 063

Verenigd Koninkrijk

3,40

8 768

Zodra deze mededeling is goedgekeurd, zal de Commissie de aangepaste cijfers toepassen wanneer zij krachtens artikel 260 VWEU een zaak bij het Hof van Justitie aanhangig maakt. Zoals reeds vermeld in punt 3 van de mededeling van februari 2019 zal de Commissie de bovenstaande cijfers aanpassen zodra de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie rechtsgeldig wordt.


(1)  SEC(2005) 1658 (PB C 126 van 7.6.2007, blz. 15).

(2)  SEC(2010) 923/3. Deze mededeling is in het kader van de jaarlijkse aanpassing van de economische gegevens meermaals bijgewerkt: in 2011 [SEC(2011) 1024 definitief], in 2012 [C(2012) 6106 final], in 2013 [C(2013) 8101 final], in 2014 [C(2014) 6767 final], in 2015 [C(2015) 5511 final], in 2016 [C(2016) 5091 final], in 2017 [C(2017) 8720 final] en in 2018 [C(2018) 5851 final].

(3)  PB C 12 van 15.1.2011, blz. 1.

(4)  PB C 18 van 19.1.2017, blz. 10.

(5)  Volgens de algemene regels die in de mededelingen van 2005 en 2010 zijn uiteengezet.

(6)  C(2019) 1396 final (PB C 70 van 25.2.2019, blz. 1).

(7)  De bbp-deflator wordt gebruikt als maatstaf voor de inflatie. Het gelijke basisbedrag voor forfaitaire sommen en dwangsommen wordt afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal. De minimale forfaitaire sommen worden afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal. De factor “n” wordt afgerond tot op twee decimalen.

(8)  Het gelijke forfaitaire basisbedrag voor dagelijkse dwangsommen is het vaste basisbedrag waarop bepaalde vermenigvuldigingsfactoren worden toegepast. Deze vermenigvuldigingsfactoren zijn de coëfficiënten die overeenstemmen met de ernst en de duur van de inbreuk en de bijzondere factor “n” van de betrokken lidstaat.

(9)  Het forfaitaire basisbedrag moet worden toegepast bij de berekening van de forfaitaire som. Wat artikel 260, lid 2, VWEU betreft, is de forfaitaire som het resultaat van de vermenigvuldiging van een dagelijks bedrag (het resultaat van de vermenigvuldiging van het gelijke forfaitaire basisbedrag voor de forfaitaire som met de coëfficiënt voor ernst, dat op zijn beurt wordt vermenigvuldigd met de bijzondere factor “n”) met het aantal dagen dat de inbreuk voortduurt tussen de datum van het eerste arrest en de datum waarop de inbreuk eindigt of de datum van de uitspraak van het arrest op grond van artikel 260, lid 2, VWEU. Wat artikel 260, lid 3, VWEU betreft, is volgens punt 28 van de mededeling van de Commissie over de uitvoering van artikel 260, lid 3, van het VWEU [SEC(2010) 1371 definitief; PB C 12 van 15.1.2011, blz. 1], de forfaitaire som het resultaat van de vermenigvuldiging van een dagelijks bedrag (het resultaat van de vermenigvuldiging van het gelijke forfaitaire basisbedrag voor een forfaitaire som met de coëfficiënt voor ernst, dat op zijn beurt wordt vermenigvuldigd met de bijzondere factor “n”) met het aantal dagen tussen de dag volgende op die waarop de in de richtlijn vastgestelde termijn voor omzetting is verstreken tot de datum waarop de inbreuk is beëindigd of de datum van uitspraak van het arrest op grond van artikel 258 en artikel 260, lid 3, VWEU. De op basis van het dagelijkse bedrag berekende forfaitaire som moet worden toegepast wanneer de uitkomst van de hierboven genoemde berekening hoger is dan de forfaitaire minimumsom.

(10)  De bijzondere factor “n” houdt rekening met het vermogen van een lidstaat om te betalen [het bruto binnenlands product (bbp)] en het aantal zetels van de lidstaat in het Europees Parlement.

(11)  De forfaitaire minimumsom wordt voor elke lidstaat vastgesteld op basis van de bijzondere factor “n”. De forfaitaire minimumsom zal aan het Hof worden voorgesteld wanneer de dagelijkse forfaitaire sommen tezamen niet meer bedragen dan de forfaitaire minimumsom.


Top