EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32018H0604(01)

Aanbeveling van de Raad van 22 mei 2018 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren (Voor de EER relevante tekst.)

ST/9009/2018/INIT

OJ C 189, 4.6.2018, p. 1–13 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

4.6.2018   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 189/1


AANBEVELING VAN DE RAAD

van 22 mei 2018

inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren

(Voor de EER relevante tekst)

(2018/C 189/01)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 165 en 166,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Het eerste beginsel van de Europese pijler van sociale rechten (1) luidt dat iedereen recht heeft op hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs, opleiding en een leven lang leren om de vaardigheden te verwerven en te onderhouden die nodig zijn om ten volle aan het maatschappelijk leven te kunnen deelnemen en overgangen op de arbeidsmarkt met succes te kunnen opvangen. Ook wordt gesteld dat iedereen recht heeft op „tijdige en op maat gesneden hulp bij het verbeteren van zijn of haar vooruitzichten om een baan te vinden of zich als zelfstandige te vestigen. Hieronder valt het recht op ondersteuning bij het zoeken van werk en bij opleiding en herscholing.”. De ontwikkeling van competenties bevorderen is een van de doelstellingen van een Europese onderwijsruimte, die het volledige potentieel van onderwijs en cultuur zou kunnen benutten. Dat „zijn immers de drijvende krachten voor werkgelegenheid, sociale rechtvaardigheid en actief burgerschap en manieren om de Europese identiteit in al haar verscheidenheid te ervaren.” (2).

(2)

Mensen hebben de juiste vaardigheden en competenties nodig om de huidige levensstandaard aan te houden, een hoge arbeidsparticipatie te handhaven en sociale cohesie te bevorderen in het licht van de samenleving en het werk van morgen. In een tijd van snelle en ingrijpende veranderingen kan Europa veerkrachtiger worden gemaakt door mensen in heel Europa te ondersteunen bij het verwerven van de vaardigheden en competenties die zij nodig hebben voor zelfontplooiing, gezondheid, inzetbaarheid en sociale inclusie.

(3)

In 2006 hebben het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie een aanbeveling inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren goedgekeurd. In die aanbeveling werd de lidstaten verzocht „in het kader van de strategieën voor een leven lang leren sleutelcompetenties voor iedereen te ontwikkelen en de „Sleutelcompetenties voor een leven lang leren — een Europees referentiekader” te gebruiken” (3). Sinds de vaststelling ervan is de aanbeveling een belangrijk referentiedocument voor de ontwikkeling van competentiegericht onderwijzen, opleiden en leren.

(4)

Vandaag zijn de competentievereisten veranderd: meer banen zijn geautomatiseerd, technologieën spelen een grotere rol op alle gebieden van werk en leven, en sociale, burgerschaps- en ondernemerscompetenties worden belangrijker voor veerkracht en aanpassingsvermogen.

(5)

Tegelijkertijd geven internationale onderzoeksprogramma’s — zoals het internationaal peilingsonderzoek naar de kennis en vaardigheden van leerlingen (PISA) of het programma voor de internationale beoordeling van competenties van volwassenen (PIAAC) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) — aan dat een constant hoog percentage tieners en volwassenen niet over voldoende basisvaardigheden beschikt. In 2015 had één op vijf leerlingen ernstige moeilijkheden met lezen, wiskunde of wetenschappen (4). In sommige landen bezit tot een derde van de volwassenen slechts rudimentaire lees-en schrijfvaardigheden en rekenvaardigheden. (5) 44 % van de EU-bevolking heeft weinig of geen (19 %) digitale vaardigheden (6).

(6)

Investeren in basisvaardigheden is daarom belangrijker dan ooit. Hoogwaardig onderwijs, waaronder buitenschoolse activiteiten en een brede benadering ten aanzien van competentie-ontwikkeling, leidt tot betere prestatieniveaus voor basisvaardigheden. Daarnaast moeten voor een steeds mobieler en digitaler wordende samenleving nieuwe manieren van leren worden onderzocht (7). Digitale technologieën beïnvloeden onderwijs, opleiden en leren door het ontwikkelen van flexibelere leeromgevingen die inspelen op de behoeften van een zeer mobiele maatschappij (8).

(7)

In de kenniseconomie is het instuderen van feiten en procedures uiterst belangrijk, maar om vooruitgang en succes te boeken is meer nodig. Vaardigheden als probleemoplossing, kritisch denken, samenwerkingsvermogen, creativiteit, computergericht denken en zelfregulering zijn belangrijker dan ooit in onze snel veranderende samenleving. Deze instrumenten dienen om de opgedane kennis in de praktijk te brengen, teneinde te komen tot nieuwe ideeën, nieuwe theorieën, nieuwe producten, en nieuwe kennis.

(8)

In de nieuwe vaardighedenagenda voor Europa (9) werd de herziening aangekondigd van de aanbeveling inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren van 2006 en werd onderkend dat investeren in vaardigheden en competenties en in een gedeelde en geactualiseerde opvatting over sleutelcompetenties een eerste stap is ter bevordering van onderwijs, opleiding en niet-formeel leren in Europa.

(9)

Om in te spelen op de maatschappelijke en economische veranderingen en daarbij rekening te houden met de debatten over de toekomst van werk, moet na de openbare raadpleging over de herziening van de aanbeveling inzake sleutelcompetenties van 2006 zowel de aanbeveling als het Europees referentiekader voor sleutelcompetenties voor een leven lang leren worden herzien en geactualiseerd.

(10)

De ontwikkeling van sleutelcompetenties, de validatie ervan en het aanbieden van competentiegericht onderwijs, opleiden en leren moet worden ondersteund door goede praktijken in te voeren om het onderwijzend personeel beter te ondersteunen bij zijn taken en de leerkrachtenopleiding te verbeteren, om de methoden en instrumenten voor beoordeling en validatie te actualiseren en om nieuwe en vernieuwende vormen van lesgeven en leren te introduceren (10). Op basis van de ervaringen van de afgelopen tien jaar moet deze aanbeveling daarom de uitdagingen aanpakken die zich voordoen bij het in de praktijk brengen van competentiegericht onderwijs, opleiden en leren.

(11)

Dankzij een verbeterde validatie van in verschillende contexten verworven competenties zullen mensen hun competenties kunnen laten erkennen en volledige kwalificaties of, in voorkomend geval, partiële kwalificaties verkrijgen (11). Die ondersteuning kan voortbouwen op de bestaande regelingen voor de validatie van niet-formeel en informeel leren en op het Europees kwalificatiekader (12), dat voorziet in een gemeenschappelijk referentiekader om kwalificatieniveaus te vergelijken en de competenties aangeeft die nodig zijn om die kwalificaties te bereiken. Beoordeling kan daarnaast een belangrijke rol spelen bij het structureren van leerprocessen en begeleiding, omdat mensen erdoor worden geholpen om hun competenties te verbeteren, ook met het oog op de veranderende behoeften op de arbeidsmarkt (13).

(12)

De vraag welke sleutelcompetenties nodig zijn voor persoonlijke ontplooiing, gezondheid, inzetbaarheid en sociale inclusie is niet alleen afhankelijk van maatschappelijke en economische ontwikkelingen, maar wordt ook bepaald door diverse initiatieven in Europa tijdens de afgelopen tien jaar. Speciale aandacht is besteed aan: het verbeteren van de basisvaardigheden, het investeren in het leren van talen, het verbeteren van digitale en ondernemerscompetenties, het belang van gemeenschappelijke waarden in het functioneren van onze samenlevingen en het motiveren van meer jongeren om een loopbaan in wetenschappen aan te vatten. Deze ontwikkelingen moeten tot uiting komen in het referentiekader.

(13)

Doelstelling 4.7 van de duurzame-ontwikkelingsdoelstellingen beklemtoont de noodzaak „ervoor te zorgen dat alle lerenden zich de kennis en vaardigheden eigen maken die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen, onder meer via onderwijs voor duurzame ontwikkeling en duurzame levensstijlen, mensenrechten, gendergelijkheid, het bevorderen van een cultuur van vrede en geweldloosheid, mondiaal burgerschap en waardering van culturele verscheidenheid en van de bijdrage van cultuur aan duurzame ontwikkeling” (14). In het wereldwijd actieprogramma inzake educatie voor duurzame ontwikkeling van Unesco wordt bevestigd dat educatie voor duurzame ontwikkeling integraal deel uitmaakt van kwalitatief onderwijs en een zeer belangrijke randvoorwaarde is voor alle andere doelstellingen op het vlak van duurzame ontwikkeling. Die doelstelling komt tot uitdrukking in de herziening van het referentiekader.

(14)

Het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen (CEFR) draagt bij tot een groot aanbod van taalopleidingen, wat steeds belangrijker wordt voor moderne samenlevingen, intercultureel begrip en interculturele samenwerking. Het helpt om de belangrijkste elementen van de competentie in kaart te brengen en ondersteunt het leerproces. Het legt ook de fundering voor de omschrijving van taalcompetenties, met name in verband met vreemde talen, en komt tot uiting in de actualisering van het referentiekader.

(15)

De ontwikkeling van het kader voor digitale competentie en het kader voor ondernemerscompetentie ondersteunt competentie-ontwikkeling. Ook het referentiekader voor competenties voor een democratische cultuur van de Raad van Europa bevat een uitgebreide reeks waarden, vaardigheden en attitudes die nodig zijn om naar behoren deel te nemen aan democratische samenlevingen. Bij het actualiseren van het referentiekader is met al die elementen rekening gehouden.

(16)

Om meer jongeren warm te maken voor een loopbaan in wetenschappen, technologie, techniek of wiskunde (STEM) zijn in heel Europa initiatieven opgezet om wetenschapsonderwijs nauwer te verbinden met kunst en andere vakken. Daarbij wordt gebruikgemaakt van onderzoekend leren en wordt een breed scala van maatschappelijke actoren en bedrijfstakken betrokken. De omschrijving van die competenties is in de loop der jaren niet veel veranderd, maar de ondersteuning van competentie-ontwikkeling in STEM wordt steeds belangrijker en moet tot uiting komen in deze aanbeveling.

(17)

Het belang en de relevantie van niet-formeel en informeel leren blijkt uit de ervaringen die zijn opgedaan in cultuur, jeugdwerk, vrijwilligerswerk en breedtesport. Niet-formeel en informeel leren spelen een belangrijke rol vanwege hun bijdrage aan de ontwikkeling van onmisbare interpersoonlijke, communicatieve en cognitieve vaardigheden, zoals kritisch denken, analytische vaardigheden, creativiteit, probleemoplossend vermogen en veerkracht, die de geslaagde overgang van jongeren naar volwassenheid, actief burgerschap en het beroepsleven versoepelen (15). Een betere samenwerking tussen verschillende leeromgevingen helpt een waaier aan leerbenaderingen en -omstandigheden te bevorderen (16).

(18)

Om de ontwikkeling van sleutelcompetenties te benaderen vanuit een perspectief van een leven lang leren, moet op alle niveaus van onderwijs, opleiding en leertrajecten in ondersteuning worden voorzien: om voor- en vroegschoolse educatie en opvang van hoge kwaliteit te ontwikkelen (17), om schoolonderwijs verder te verbeteren en te zorgen voor uitstekend onderwijs (18), om laaggeschoolde volwassenen bijscholingstrajecten aan te bieden (19), alsmede om initiële en voortgezette vormen van beroepsonderwijs en -opleiding verder te ontwikkelen en het hoger onderwijs te moderniseren (20).

(19)

Deze aanbeveling moet betrekking hebben op een brede waaier van zowel formele, niet-formele als informele onderwijs-, opleidings- en leeromgevingen vanuit het perspectief van een leven lang leren. Zij moet als doel hebben een gedeelde opvatting over competenties ingang te doen vinden die overgangen en samenwerking tussen deze verschillende leeromgevingen kan ondersteunen. De aanbeveling bevat een beschrijving van goede praktijken die kunnen inspelen op de behoeften van onderwijzend personeel, waarmee worden bedoeld leerkrachten, opleiders, lerarenopleiders, hoofden van instellingen voor onderwijs en opleiding, werknemers die hun collega’s opleiden, onderzoekers en universiteitsdocenten, jongerenwerkers en lesgevers in het volwassenenonderwijs, maar ook werkgevers en belanghebbenden op de arbeidsmarkt. Deze aanbeveling heeft ook betrekking op instellingen en organisaties, waaronder de sociale partners en de organisaties van het maatschappelijk middenveld, die mensen van jongs af gedurende hun hele leven begeleiden en ondersteunen bij het verbeteren van hun competenties.

(20)

Deze aanbeveling is volledig in overeenstemming met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

De lidstaten zouden:

1.

het recht op hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs, opleiding en een leven lang leren moeten ondersteunen en ervoor zorgen dat iedereen de mogelijkheid heeft om sleutelcompetenties te ontwikkelen, door ten volle gebruik te maken van de „Sleutelcompetenties voor een leven lang leren — een Europees referentiekader” in de bijlage, en

1.1.

de ontwikkeling van sleutelcompetenties vanaf jonge leeftijd en gedurende de hele levensloop voor iedereen moeten steunen en versterken in het kader van de nationale strategieën voor een leven lang leren;

1.2.

alle lerenden, ook de lerenden uit een kansarm milieu of met speciale behoeften, moeten helpen zich volledig te ontplooien;

2.

de ontwikkeling van sleutelcompetenties moeten ondersteunen met bijzondere aandacht voor:

2.1.

het naar een hoger niveau tillen van de resultaten op het vlak van basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen en elementaire digitale vaardigheden) en het steunen van de ontwikkeling van leren-om-te-lerencompetentie als een steeds betere basis voor leren in en deelnemen aan de samenleving vanuit het oogpunt van een leven lang leren;

2.2.

het verhogen van het niveau van persoonlijke, sociale en leren-om-te-lerencompetentie met het oog op een meer gezondheidsbewuste en toekomstgerichte levensstijl;

2.3.

het bevorderen van de verwerving van competenties in wetenschappen, technologie, techniek of wiskunde (STEM), rekening houdend met het verband met kunst, creativiteit en innovatie, en het motiveren van meer jongeren, met name meisjes en jonge vrouwen, om STEM-carrières aan te vatten;

2.4.

het verhogen en verbeteren van het niveau van de digitale competenties in alle fasen van onderwijs en opleiding en bij alle lagen van de bevolking;

2.5.

het voeden van ondernemerscompetentie, creativiteit en zin voor initiatief, in het bijzonder bij jongeren, bijvoorbeeld door jonge lerenden meer mogelijkheden te bieden om ten minste één praktijkervaring met ondernemen op te doen tijdens hun schoolopleiding;

2.6.

het verhogen van het niveau van taalcompetenties in zowel officiële als andere talen en het aanmoedigen van lerenden om verschillende talen te leren die relevant zijn voor hun werk- en levenssituatie en die kunnen bijdragen tot grensoverschrijdende communicatie en mobiliteit;

2.7.

het bevorderen van de ontwikkeling van burgerschapscompetenties met het doel het bewustzijn van gemeenschappelijke waarden als beschreven in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te versterken;

2.8.

het bewuster maken van alle lerenden en al het onderwijspersoneel van het belang van de verwerving van sleutelcompetenties en hun verband met de samenleving;

3.

het verwerven van sleutelcompetenties bevorderen door gebruik te maken van de goede praktijken ter ondersteuning van de ontwikkeling van de in de bijlage opgenomen sleutelcompetenties, door met name:

3.1.

een waaier aan leerbenaderingen en -omgevingen te bevorderen, waaronder het gepaste gebruik van digitale technologieën in onderwijs-, opleidings- en leeromgevingen;

3.2.

steun te verlenen aan onderwijspersoneel, alsmede aan andere belanghebbenden die leerprocessen bevorderen, zoals gezinnen, om de sleutelcompetenties van lerenden te vergroten in het kader van de benadering voor een leven lang leren in onderwijs-, opleidings- en leeromgevingen;

3.3.

het beoordelen en valideren van in verschillende omgevingen verworven sleutelcompetenties volgens de regels en procedures van de lidstaten te steunen en verder te ontwikkelen;

3.4.

de samenwerking tussen onderwijs-, opleidings- en leeromgevingen op alle niveaus en in verschillende vakgebieden te versterken om te zorgen voor een betere continuïteit van de competentieontwikkeling van de lerenden en van de ontwikkeling van innovatieve leermethoden;

3.5.

de instrumenten, hulpmiddelen en begeleiding in onderwijs, opleiding, werk en andere leeromgevingen te versterken om mensen te helpen bij het beheer van hun traject van een leven lang leren;

4.

de ambities van de VN-doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG’s), met name SDG 4.7, moeten integreren in onderwijs, opleiding en leren, onder meer door het verwerven van kennis te bevorderen over het inperken van de veelzijdige aard van klimaatverandering en het duurzaam gebruiken van natuurlijke hulpbronnen;

5.

verslag moeten leggen via bestaande kaders en instrumenten van het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) en eventuele vervolgkaders, over ervaringen en vooruitgang bij het bevorderen van sleutelcompetenties in alle onderwijs- en opleidingssectoren, waaronder niet-formeel en, voor zover mogelijk, informeel leren;

VERWELKOMT DAT DE COMMISSIE MET INACHTNEMING VAN DE BEVOEGDHEDEN VAN DE LIDSTATEN:

6.

de uitvoering van de aanbeveling en het gebruik van het Europees referentiekader ondersteunt door wederzijds leren tussen de lidstaten te faciliteren en in samenwerking met de lidstaten referentiemateriaal en instrumenten te ontwikkelen zoals:

6.1.

waar passend, kaders voor specifieke competenties die de ontwikkeling en beoordeling van competenties vergemakkelijken (21);

6.2.

wetenschappelijk onderbouwde richtsnoeren over nieuwe vormen van leren en ondersteunende benaderingen;

6.3.

instrumenten ter ondersteuning van onderwijzend personeel en andere belanghebbenden, zoals onlinecursussen, zelfbeoordelingsinstrumenten (22), netwerken, waaronder e-Twinning en het elektronisch platform voor volwassenenonderwijs in Europa (Epale);

6.4.

benaderingen voor het beoordelen en ondersteunen van de validatie van verworven sleutelcompetenties, om zo voort te bouwen op de eerdere werkzaamheden in het kader van ET 2020 (23) en eventuele vervolgkaders;

7.

initiatieven steunt voor het verder ontwikkelen en bevorderen van onderwijs voor duurzame ontwikkeling met het oog op SDG 4 van de VN inzake inclusief en gelijkwaardig kwaliteitsonderwijs en een leven lang leren voor iedereen;

8.

verslag legt over ervaringen en goede praktijken om de sleutelcompetenties van lerenden te verbeteren in het kader van de benadering voor een leven lang leren in onderwijs-, opleidings- en leeromgevingen in de Unie via bestaande kaders en instrumenten.

Deze aanbeveling vervangt de Aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake sleutelcompetenties voor een leven lang leren.

Gedaan te Brussel, 22 mei 2018.

Voor de Raad

De voorzitter

K. VALCHEV


(1)  COM(2017) 250.

(2)  COM(2017) 673.

(3)  PB L 394 van 30.12.2006, blz. 10.

(4)  OESO (2016), PISA-resultaten 2015.

(5)  Europese Commissie (2016), Onderwijs- en opleidingenmonitor 2016.

(6)  Europese Commissie, Digitaal scorebord 2017.

(7)  Discussienota over het in goede banen leiden van de mondialisering — COM(2017) 240 final.

(8)  Een andere kijk op onderwijs: Investeren in vaardigheden voor betere sociaal-economische resultaten, COM(2012) 669 final.

(9)  COM(2016) 381 final.

(10)  Gezamenlijk verslag van de Raad en de Commissie over de uitvoering van het strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) (PB C 417 van 15.12.2015, blz. 25).

(11)  PB C 398 van 22.12.2012, blz. 1.

(12)  PB C 189 van 15.6.2017, blz. 15.

(13)  Resolutie van de Raad van 21 november 2008 inzake betere integratie van levenslange begeleiding in de strategieën voor een leven lang leren (PB C 319 van 13.12.2008, blz. 4).

(14)  Resolutie van de Verenigde Naties die op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering is aangenomen: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling.

(15)  Conclusies van de Raad over de rol van jeugdwerk bij het bevorderen van de ontwikkeling bij jongeren van essentiële levensvaardigheden die hun geslaagde overgang naar volwassenheid, actief burgerschap en beroepsleven versoepelen (PB C 189 van 15.6.2017, blz. 30).

(16)  Conclusies van de Raad betreffende een intensievere sectoroverschrijdende beleidssamenwerking om de sociaal-economische uitdagingen voor jongeren doeltreffend aan te pakken (PB C 172 van 27.5.2015, blz. 3).

(17)  Conclusies van de Raad over de rol van voor- en vroegschoolse educatie en primair onderwijs bij het bevorderen van creativiteit, innovatie en digitale competentie (PB C 172 van 27.5.2015, blz. 17).

(18)  Conclusies van de Raad over ontwikkeling van scholen en uitstekend onderwijs (PB C 421 van 8.12.2017, blz. 2).

(19)  Aanbeveling van de Raad van 19 december 2016 tot invoering van bijscholingstrajecten: nieuwe mogelijkheden voor volwassenen (PB C 484 van 24.12.2016, blz. 1).

(20)  Conclusies van de Raad over een nieuwe EU-agenda voor het hoger onderwijs (PB C 429 van 14.12.2017, blz. 3).

(21)  Op basis van de ervaringen en de expertise die is ontwikkeld bij het opzetten van het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen, het kader voor digitale competenties en het kader voor ondernemerscompetenties.

(22)  Zoals het kader voor digitale competenties.

(23)  Beoordelen van sleutelcompetenties in gewoon onderwijs en gewone opleiding, beleidsrichtsnoeren), SWD (2012) 371.


BIJLAGE

SLEUTELCOMPETENTIES VOOR EEN LEVEN LANG LEREN

EEN EUROPEES REFERENTIEKADER

Achtergrond en doelstellingen

Iedereen heeft recht op hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs, opleiding en een leven lang leren om de vaardigheden te verwerven en te onderhouden die nodig zijn om ten volle aan het maatschappelijk leven te kunnen deelnemen en overgangen op de arbeidsmarkt met succes te kunnen opvangen.

Iedereen heeft recht op tijdige en op maat gesneden hulp bij het verbeteren van zijn of haar vooruitzichten om een baan te vinden of zich als zelfstandige te vestigen. Hieronder valt het recht op ondersteuning bij het zoeken van werk en bij opleiding en herscholing.

Deze beginselen zijn vastgelegd in de Europese pijler van sociale rechten.

In een snel veranderende wereld waarin alles in hoge mate met elkaar verbonden is, moet iedereen kunnen beschikken over een breed scala van vaardigheden en competenties en deze gedurende het hele leven voortdurend verder ontwikkelen. De sleutelcompetenties die in dit referentiekader zijn beschreven, hebben als doel de basis te leggen voor de verwezenlijking van meer gelijke en meer democratische samenlevingen. Zij beantwoorden aan de noodzaak van inclusieve en duurzame groei, sociale samenhang en verdere ontwikkeling van de democratische cultuur.

De voornaamste doelstellingen van het referentiekader zijn:

a)

bepalen en omschrijven welke sleutelcompetenties nodig zijn voor inzetbaarheid, zelfontplooiing en gezondheid, actief en verantwoordelijk burgerschap en sociale inclusie;

b)

beleidsmakers, onderwijs- en opleidingsaanbieders, onderwijzend personeel, beroepskeuzeadviseurs, werkgevers, openbare diensten voor arbeidsvoorziening en de lerenden zelf een Europees referentie-instrument aan de hand doen;

c)

de inspanningen op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau steunen om de ontwikkeling van competenties vanuit het perspectief van een leven lang leren te bevorderen.

Sleutelcompetenties

Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt onder competenties een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes verstaan, waarbij:

d)

kennis bestaat uit de feiten en cijfers, concepten, ideeën en theorieën die reeds vastgesteld zijn en het begrip van een bepaald gebied of vak ondersteunen;

e)

vaardigheden worden gedefinieerd als het vermogen en de capaciteit om processen uit te voeren en gebruik te maken van de bestaande kennis om resultaten te boeken;

f)

attitudes de houding en mentaliteit beschrijven om te handelen of op ideeën, personen of situaties te reageren.

Sleutelcompetenties zijn de competenties die elk individu nodig heeft voor zelfontplooiing en persoonlijke ontwikkeling, inzetbaarheid, sociale inclusie, een duurzame levensstijl, succesvol leven in vreedzame samenlevingen, een gezondheidsbewuste levensstijl en actief burgerschap. Zij worden ontwikkeld vanuit het perspectief van een leven lang leren, vanaf de jonge kindertijd tot in het hele volwassen leven en via formeel, niet-formeel en informeel leren, in iedere context, zowel via het gezin, de school, de werkplek, de buurt en andere gemeenschappen.

De sleutelcompetenties zijn allemaal even belangrijk; elke competentie draagt bij tot een succesvol leven in de samenleving. Competenties kunnen in vele verschillende contexten en combinaties worden toegepast. Zij overlappen elkaar en vullen elkaar aan; aspecten die voor één bepaald gebied essentieel zijn, zullen de competentie op een ander gebied ondersteunen. Vaardigheden zoals kritisch denken, probleemoplossing, teamwerk, communicatie en onderhandelingsvaardigheden, analytische vaardigheden, creativiteit en interculturele vaardigheden zijn ingebed in alle sleutelcompetenties.

Het Europees referentiekader bevat acht sleutelcompetenties:

geletterdheid;

meertaligheid;

wiskundige competentie en competentie in wetenschap, technologie en techniek;

digitale competentie;

persoonlijke, sociale en leren-om-te-lerencompetentie;

burgerschapscompetentie;

ondernemerscompetentie;

competentie inzake cultureel bewustzijn en culturele expressie.

1.   Geletterdheid

Geletterdheid is het vermogen zowel mondeling als schriftelijk concepten, gevoelens, feiten en meningen te identificeren, te begrijpen, onder woorden te brengen, te creëren en te interpreteren en daarbij gebruik te maken van visuele, digitale en klank-/audiomaterialen in alle disciplines en contexten. Het omvat het vermogen doeltreffend te communiceren en contact te leggen met anderen, op een passende en creatieve manier.

De ontwikkeling van geletterdheid vormt de basis van verder leren en verdere taalkundige interactie. Afhankelijk van de context kan geletterdheid worden ontwikkeld in de moedertaal, de taal van het onderwijs en/of de officiële taal in een land of regio.

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

Deze competentie omvat lees- en schrijfvermogen en een goed begrip van schriftelijke informatie en vereist derhalve kennis van woordenschat, functionele grammatica en de functies van taal. Dit veronderstelt kennis van de voornaamste soorten verbale interactie, van verschillende soorten literaire en niet-literaire teksten en van de belangrijkste kenmerken van de verschillende stijlen en taalregisters.

Iedereen moet over de vaardigheden beschikken om mondeling en schriftelijk in uiteenlopende situaties te communiceren en zijn communicatief gedrag te controleren en aan te passen aan de situatie. Deze competentie houdt ook het vermogen in om verschillende soorten bronnen van elkaar te onderscheiden en te gebruiken, informatie te zoeken, te verzamelen en te verwerken, hulpmiddelen te gebruiken, en afhankelijk van de context op overtuigende wijze de eigen argumenten schriftelijk en mondeling te formuleren en onder woorden te brengen. Zij omvat kritisch denkvermogen en het vermogen om informatie te beoordelen en ermee aan de slag te gaan.

Een positieve attitude tegenover geletterdheid impliceert openstaan voor kritische en constructieve dialoog, enthousiasme voor de esthetische kwaliteiten van taal en belangstelling voor interactie met anderen. Dit impliceert een bewustzijn van het effect van taal op anderen en een behoefte om taal op een positieve en maatschappelijk verantwoorde manier te begrijpen en te gebruiken.

2.   Meertaligheid (1)

Meertaligheid is het vermogen verschillende talen doeltreffend en passend te gebruiken om te communiceren. Voor deze competentie zijn grotendeels dezelfde vaardigheden nodig als voor geletterdheid: zij is gebaseerd op het vermogen om naargelang de eigen behoeften zowel mondeling als schriftelijk (luisteren, spreken, lezen en schrijven) concepten, gedachten, gevoelens, feiten en meningen te begrijpen, onder woorden te brengen en te interpreteren, op een manier die is aangepast aan verschillende maatschappelijke en culturele contexten. Taalcompetenties zijn voorzien van een historische dimensie en interculturele competenties. Meertaligheid stoelt op het vermogen om over te schakelen tussen verschillende talen en media, zoals is beschreven in het Gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen. Naargelang het geval kan meertaligheid ook slaan op het onderhouden en verder ontwikkelen van moedertaalcompetenties en op het verwerven van de officiële taal/talen van een land (2).

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

Deze competentie vereist kennis van de woordenschat en functionele grammatica van verschillende talen en van de belangrijkste soorten verbale interactie en taalregisters. Kennis van maatschappelijke conventies en het culturele aspect en de verschillende vormen van taal is belangrijk.

Tot de essentiële vaardigheden voor deze competentie behoren het vermogen om mondelinge mededelingen te begrijpen, een gesprek te beginnen, gaande te houden en te beëindigen, en teksten te lezen, te begrijpen en op te stellen, met verschillende vaardigheidsniveaus in verschillende talen, naargelang de behoeften van de betrokken persoon. Iedereen moet in staat zijn op een passende manier gebruik te maken van de beschikbare instrumenten en een leven lang talen te leren op formele, niet-formele en informele wijze.

Een positieve attitude impliceert de erkenning van culturele diversiteit, belangstelling voor en nieuwsgierigheid naar verschillende talen en interculturele communicatie. Deze competentie impliceert ook eerbied voor eenieders individuele talenprofiel, waaronder respect voor de moedertaal van personen die tot een minderheid behoren en/of van personen met een migratieachtergrond, en waardering voor de officiële taal/talen van een land als gemeenschappelijk kader voor interactie.

3.   Wiskundige competentie en competentie in wetenschappen, technologie en techniek

A.

Wiskundige competentie is het vermogen wiskundige denkpatronen en inzichten te ontwikkelen en toe te passen om diverse problemen in dagelijkse situaties op te lossen. Deze competentie stoelt op een degelijke beheersing van rekenvaardigheid, waarbij het accent op processen en activiteiten ligt, alsmede op kennis. Wiskundige competentie houdt — in uiteenlopende mate — het vermogen en de bereidheid in om wiskundige denkmethoden en wiskundige voorstellingen (formules, modellen, constructies, grafieken, diagrammen) toe te passen.

B.

Competentie op het gebied van wetenschappen is het vermogen en de bereidheid om de natuurlijke wereld te verklaren met behulp van het reservoir aan kennis en toegepaste methoden, zoals waarnemingen en experimenten teneinde tot een probleemstelling te komen en wetenschappelijk onderbouwde conclusies te trekken. Competenties in technologie en techniek zijn toepassingen van die kennis en methoden om in geconstateerde menselijke behoeften te voorzien. Competentie op het gebied van wetenschappen, technologie en techniek impliceert inzicht in de door menselijke activiteit veroorzaakte veranderingen en de verantwoordelijkheid als individueel burger.

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

A.

De noodzakelijke kennis van wiskunde omvat een gedegen kennis van getallen, maateenheden en structuren, de basisbewerkingen en wiskundige basisvoorstellingen, begrip van wiskundige termen en begrippen, en van de vragen waarop de wiskunde antwoord kan geven.

Iedereen moet over de vaardigheden beschikken om de wiskundige grondbeginselen en procedés in dagelijkse situaties thuis en op het werk (bv. financiële vaardigheden) toe te passen en argumentatieketens te volgen en te beoordelen. Iedereen moet in staat zijn wiskundig te redeneren, wiskundige bewijzen te begrijpen, wiskundig te communiceren, de juiste hulpmiddelen te gebruiken, waaronder statistische gegevens en grafieken, en de wiskundige aspecten van digitalisering te begrijpen.

Een positieve attitude in de wiskunde is gebaseerd op respect voor de waarheid en de bereidheid naar redenen te zoeken en hun validiteit te beoordelen.

B.

Voor wetenschappen, technologie en techniek omvat de essentiële kennis de grondbeginselen van de natuurlijke wereld, fundamentele wetenschappelijke begrippen, theorieën, beginselen en methoden, technologie en technologische producten en procedés, en tevens inzicht in de invloed van wetenschappen, technologie, techniek en de menselijke activiteit in het algemeen op de natuurlijke wereld. Deze competenties moeten de personen vervolgens in staat stellen een beter inzicht te krijgen in de vorderingen, beperkingen en risico’s van wetenschappelijke theorieën, toepassingen en technologie voor de samenleving in het algemeen (met betrekking tot besluitvorming, waarden, ethische vraagstukken, cultuur enz.).

Tot de vaardigheden behoren inzicht in wetenschap als een proces voor onderzoek via specifieke methoden, zoals waarnemingen en gecontroleerde proeven, het vermogen om een hypothese via logische en rationele redenering te toetsen, en de bereidheid van zijn eigen overtuigingen af te stappen wanneer zij proefondervindelijk worden ontkracht. De competentie omvat het vermogen om technologische instrumenten en machines te gebruiken en te hanteren, alsook wetenschappelijke gegevens om een doel te bereiken of tot wetenschappelijk onderbouwde besluiten of conclusies te komen. Iedereen moet ook in staat zijn de wezenlijke kenmerken van wetenschappelijk onderzoek te herkennen en de conclusies en daaraan ten grondslag liggende redenering onder woorden te brengen.

De competentie omvat een kritische en nieuwsgierige attitude, belangstelling voor ethische vraagstukken en zorg voor veiligheid en ecologische duurzaamheid — in het bijzonder met betrekking tot de wetenschappelijke en technologische vooruitgang met betrekking tot de eigen persoon, het gezin, de gemeenschap en de wereld.

4.   Digitale competentie

Digitale competentie omvat de vertrouwdheid met, de betrokkenheid bij en het kritische en verantwoorde gebruik van digitale technologieën voor het werk, om te leren en om deel te nemen aan het maatschappelijke leven. Deze competentie omvat informatie- en datageletterdheid, communicatie en samenwerking, mediageletterdheid, het creëren van digitale inhoud (met inbegrip van programmeren), veiligheid (waaronder digitaal welzijn en competenties in verband met cyberveiligheid), vraagstukken in verband met intellectuele eigendom en probleemoplossend en kritisch denken.

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

Iedereen moet begrijpen hoe digitale technologieën communicatie, creativiteit en innovatie kunnen ondersteunen en zich bewust zijn van de mogelijkheden, beperkingen, effecten en risico’s ervan. Iedereen moet de algemene beginselen, mechanismen en logica van de evoluerende digitale technologieën begrijpen en kennis hebben van de elementaire functie en het gebruik van verschillende hardware, software en netwerken. Iedereen moet de geldigheid, de betrouwbaarheid en de invloed van de informatie en de gegevens die digitaal beschikbaar zijn kritisch benaderen en zich bewust zijn van de juridische en ethische beginselen van werken met digitale technologieën.

Iedereen moet in staat zijn digitale technologieën te gebruiken ter ondersteuning van actief burgerschap en sociale inclusie, samenwerking met anderen en creativiteit om persoonlijke, sociale of commerciële doelstellingen te bereiken. Tot de vaardigheden behoren het vermogen om toegang te krijgen tot digitale inhoud, deze te gebruiken, te filteren, te evalueren, te creëren, te programmeren en te delen. Iedereen moet in staat zijn informatie, inhoud, gegevens en digitale identiteiten te beheren en te beschermen, alsook doeltreffend om te gaan met software, hardware, kunstmatige intelligentie en robots en deze te herkennen.

Omgaan met digitale technologieën en inhoud vereist een bedachtzame en kritische, maar toch nieuwsgierige, ruimdenkende en vooruitziende houding tegenover de ontwikkeling daarvan. Het vergt ook een ethische, veilige en verantwoordelijke benadering van het gebruik van deze instrumenten.

5.   Persoonlijke, sociale en leren-om-te-lerencompetentie

Persoonlijke, sociale en leren-om-te-lerencompetentie is het vermogen over zichzelf na te denken en tijd en informatie effectief te beheren, op constructieve manier met anderen samen te werken, veerkrachtig te blijven en het eigen leren en de eigen loopbaan te beheersen. Deze competentie houdt het vermogen in, het hoofd te bieden aan onzekerheid en complexiteit, te leren leren, het eigen fysiek en emotioneel welzijn te ondersteunen, de eigen fysieke en mentale gezondheid in stand te houden, een gezondheidsbewust en toekomstgericht leven te leiden, empathie te tonen, en om te gaan met conflicten in een inclusieve en ondersteunende context.

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

Voor succesvolle interpersoonlijke en sociale relaties is het essentieel de gedragscodes en communicatieregels te begrijpen die in verschillende samenlevingen en milieus algemeen aanvaard zijn. Persoonlijke, sociale en leren-om-te-lerencompetentie vergt ook kennis van de elementen van een gezonde geest, een gezond lichaam en een gezonde levensstijl. Deze competentie veronderstelt dat iemand weet welke leerstrategieën zijn voorkeur hebben, welke competentie hij nog moet ontwikkelen, en op welke verschillende manieren dat kan gebeuren. Ze houdt ook in dat de persoon zoekt naar beschikbare onderwijs- en opleidingsmogelijkheden, carrièrekansen, begeleiding of ondersteuning.

Tot de vaardigheden behoren het vermogen om een beeld te krijgen van eigen kunnen, te focussen, om te gaan met complexiteit, kritisch na te denken, en besluiten te nemen. Vereist is ook een vermogen om zowel in samenwerking met anderen als autonoom te leren en te werken, alsmede het eigen leerproces te organiseren en gaande te houden, het te evalueren en te delen, ondersteuning te zoeken waar nodig, en eigen loopbaan en sociale interacties effectief te sturen. Iedereen moet veerkrachtig zijn en kunnen omgaan met onzekerheid en stress. Iedereen moet in staat zijn om in verschillende omgevingen constructief te communiceren, in teamverband samen te werken en te onderhandelen. Daartoe moet iemand blijk kunnen geven van tolerantie, van het vermogen verschillende standpunten te verwoorden en te begrijpen, vertrouwen te wekken en empathie te tonen.

De competentie is gebaseerd op een positieve houding ten aanzien van het eigen persoonlijk, sociaal en fysiek welbevinden en levenslang leren. Ze is gebaseerd op attitudes van samenwerking, assertiviteit en integriteit. Dit omvat het respecteren van het anders zijn van anderen en van de behoeften van aderen, alsook de bereidheid eigen vooroordelen te overwinnen en compromissen te sluiten. Iedereen moet in staat eigen doelstellingen te bepalen, zichzelf te motiveren, en weerbaarheid en zelfvertrouwen te ontwikkelen om een leven lang te blijven leren en daarin te slagen. Een probleemoplossingsgerichte attitude ondersteunt zowel het leerproces als iemands vermogen om met obstakels en verandering om te gaan. De competentie omvat tot slot het verlangen om eerdere leer- en levenservaringen toe te passen, en de nieuwsgierigheid om naar mogelijkheden te zoeken in uiteenlopende levenssituaties te leren en zich te ontwikkelen.

6.   Burgerschapscompetentie

Burgerschapscompetentie is het vermogen om te handelen als verantwoordelijke burger en ten volle deel te nemen aan het burgerlijke en sociale leven, op basis van inzicht in de sociale, economische, juridische en politieke begrippen en structuren, alsook in mondiale ontwikkelingen en in duurzaamheid.

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

Burgerschapscompetentie is gebaseerd op kennis van de basisbegrippen en -fenomenen met betrekking tot individuen, groepen, werkorganisaties, de samenleving, de economie en cultuur. Hiertoe behoort begrip van Europese gemeenschappelijke waarden, zoals opgenomen in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Burgerschapscompetentie omvat kennis van de hedendaagse gebeurtenissen en een kritisch inzicht in de voornaamste ontwikkelingen in de nationale, de Europese en de wereldgeschiedenis. Verder omvat deze competentie een besef van de oogmerken, waarden en het beleid van sociale en politieke bewegingen, alsook van duurzame systemen, met name demografische en klimaatveranderingen op wereldvlak en de onderliggende oorzaken ervan. Kennis van de Europese integratie is essentieel, evenals het besef van de verscheidenheid en de culturele identiteiten in Europa en de wereld. Dit omvat inzicht in de multiculturele en sociaal-economische dimensies van de Europese samenlevingen en in de bijdrage van nationale culturele identiteiten aan de Europese identiteit.

Tot de vaardigheden inzake burgerschapscompetentie behoren het vermogen om zich daadwerkelijk met anderen in te zetten voor het gemeenschappelijk of algemeen belang, waaronder de duurzame ontwikkeling van de samenleving. Hiertoe behoren ook kritisch denkvermogen, geïntegreerde probleemoplossingsvaardigheden, alsook het vermogen om argumenten te bedenken en een constructieve deelname te ontwikkelen aan gemeenschapsactiviteiten en de besluitvorming op alle niveaus — lokaal, nationaal, Europees en internationaal. Dit vergt ook toegang tot traditionele en nieuwe vormen van media, er een kritisch inzicht in hebben, ermee te interageren, en de rol en de functie van media in een democratische samenleving te begrijpen.

Eerbiediging van de mensenrechten als basis van de democratie legt de basis voor een verantwoordelijke en constructieve houding. Constructieve deelname vergt de bereidheid om deel te nemen aan democratische besluitvorming op alle niveaus en aan burgerschapsactiviteiten. Dit omvat steun voor sociale en culturele verscheidenheid, gendergelijkheid en sociale samenhang, duurzame levensstijlen, de bevordering van een cultuur van vrede en vreedzaamheid, en de bereidheid om de privésfeer van anderen te respecteren en verantwoordelijkheid te nemen voor het milieu. Belangstelling voor politieke en sociaal-economische ontwikkelingen, interculturele communicatie en de humaniora is vereist om bereid te zijn vooroordelen te overwinnen en waar nodig compromissen te sluiten en te zorgen voor sociale rechtvaardigheid en billijkheid.

7.   Ondernemerscompetentie

Ondernemerscompetentie is het vermogen om te reageren op kansen en ideeën en deze om te zetten in waarden voor anderen. Deze competentie is gebaseerd op creativiteit, kritisch denken en het oplossen van problemen, op initiatief nemen en volharding, en op het vermogen samen te werken om projecten van culturele, sociale of financiële waarde te plannen en in goede banen te leiden.

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

Ondernemerscompetentie behelst het besef dat er verschillende contexten en mogelijkheden zijn om ideeën in daden om te zetten in persoonlijke, sociale en professionele activiteiten, alsook inzicht in de manier waarop zij ontstaan. Iedereen moet kennis hebben van benaderingen voor het plannen en in goede banen leiden van projecten en deze begrijpen. Dit heeft zowel betrekking op processen als op middelen. Iedereen moet economisch inzicht hebben, en inzicht in de sociale en economische kansen en uitdagingen waarmee een werkgever, een organisatie of de samenleving te maken krijgt. Iedereen moet zich ook bewust zijn van de ethische beginselen en de uitdagingen van duurzame ontwikkeling, en van eigen sterke en zwakke punten.

Ondernemersvaardigheden zijn gebaseerd op creativiteit. Die omvat verbeelding, strategisch denken en probleemoplossing, en kritische en constructieve reflectie over creatieve processen en innovatie die in ontwikkeling zijn. Ondernemersvaardigheden omvatten het vermogen zowel individueel als in teamverband te werken, middelen (mensen en dingen) vrij te maken en activiteiten gaande te houden. Dit houdt het vermogen in om financiële besluiten te nemen in verband met kosten en waarde. Essentieel is ook het vermogen, doeltreffend te communiceren en met anderen te onderhandelen, en om te gaan met onzekerheid, dubbelzinnigheid en risico’s in het kader van besluitvorming met kennis van zaken.

Een ondernemersattitude wordt gekenmerkt door zin voor initiatief, daadkracht, proactiviteit, vooruitziendheid, moed en volharding bij het verwezenlijken van doelstellingen. Zij houdt het verlangen in om anderen te motiveren en hun ideeën naar waarde te schatten, empathie en zorg voor de mensen en de wereld, en de bereidheid verantwoordelijkheid te nemen via een ethische aanpak gedurende het gehele proces.

8.   Competentie inzake cultureel bewustzijn en culturele expressie

Competentie inzake cultureel bewustzijn en culturele expressie omvat begrip en respect voor de manier waarop ideeën en betekenis creatief worden uitgedrukt en gecommuniceerd in verschillende culturen en via een reeks van kunst- en andere culturele expressies. Deze competentie houdt in dat men werkt aan inzicht in en het ontwikkelen en onder woorden brengen van eigen ideeën en een gevoel van plaats en rol in de maatschappij op verscheidene manieren en in verscheidene contexten.

Essentiële kennis, vaardigheden en attitudes met betrekking tot deze competentie

Deze competentie vereist kennis van lokale, regionale, nationale, Europese en mondiale culturen en uitingen, waaronder hun talen, erfgoed en tradities en culturele producten, alsook inzicht in de manier waarop die uitingen elkaar en de ideeën van het individu kunnen beïnvloeden. Ze houdt tevens begrip in van de verschillende manieren om ideeën over te brengen tussen de maker, de deelnemer en het publiek, binnen geschreven, gedrukte en digitale teksten, theater, film, dans, spel, kunst en design, muziek, rituelen en architectuur, alsook in hybride expressies van deze elementen. Ze vergt inzicht in de eigen, zich ontwikkelende identiteit en in het eigen culturele erfgoed in een wereld van culturele verscheidenheid, alsook in de manier waarop kunst en andere culturele expressies een manier kunnen zijn om de wereld te bekijken maar ook vorm te geven.

Tot de vaardigheden behoren het vermogen om figuratieve en abstracte ideeën, ervaringen en emoties met empathie uit te drukken en te interpreteren, en het vermogen dit te doen in een reeks van kunsten en andere culturele expressies. De vaardigheden omvatten ook het vermogen om mogelijkheden voor persoonlijke, sociale of commerciële waarde via kunst en andere culturele uitingen te zien en te realiseren, alsook het vermogen zowel individueel als in collectief verband deel te nemen aan creatieve processen.

Het is belangrijk een open houding en respect te hebben voor verscheidenheid van culturele uitdrukkingsvormen, een attitude die gepaard gaat met een ethische en verantwoordelijke benadering van intellectuele en culturele eigendom. Een positieve houding omvat ook een zekere nieuwsgierigheid naar de wereld, de openheid om zich nieuwe mogelijkheden voor te stellen en de bereidheid om deel te nemen aan culturele ervaringen.

De ontwikkeling van sleutelcompetenties ondersteunen

Sleutelcompetenties zijn een dynamische combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes die een lerende vanaf jonge leeftijd zijn leven lang dient te ontwikkelen. Kwalitatief goede en inclusieve voorzieningen voor onderwijs, opleiding en een leven lang leren bieden mogelijkheden voor iedereen om sleutelcompetenties te ontwikkelen. Daarvoor kunnen competentiegerichte benaderingen worden gebruikt in alle onderwijs-, opleidings- en leeromgevingen, en zulks een leven lang.

Voor het ondersteunen van competentiegericht onderwijs, opleiden en leren in het kader van een leven lang leren zijn drie uitdagingen in kaart gebracht: het gebruik van een waaier aan leerbenaderingen en -omgevingen, ondersteuning voor leerkrachten en ander onderwijzend personeel, en de beoordeling en validatie van competentie-ontwikkeling. Om deze uitdagingen aan te pakken, zijn een aantal voorbeelden van goede praktijken in kaart gebracht.

a)   Een waaier aan leerbenaderingen en -omgevingen

a)

Vakoverschrijdend leren, partnerschappen tussen verschillende onderwijsniveaus, actoren uit opleidings- en leeractiviteiten — ook op de arbeidsmarkt — en concepten zoals een schoolbrede aanpak waarbij de nadruk ligt op gezamenlijk lesgeven en leren, actieve deelname en besluitvorming door lerenden: al deze elementen kunnen het leerproces verrijken. Interdisciplinair leren biedt ook de mogelijkheid om de verbanden tussen de verschillende onderwerpen in het curriculum te versterken, alsook een sterke verbinding te maken tussen wat wordt onderwezen en anderzijds maatschappelijke veranderingen en relevantie. Sectoroverschrijdende samenwerking tussen onderwijs- en opleidingsinstellingen en externe actoren uit het bedrijfsleven, kunst, sport- en jeugdverenigingen, hogeronderwijs- of onderzoeksinstellingen kan belangrijk zijn voor effectieve vaardigheidsontwikkeling.

b)

Het verwerven van basisvaardigheden, maar ook een bredere ontwikkeling van vaardigheden kan worden bevorderd door academisch leren systematisch aan te vullen met sociaal en emotioneel leren, kunst, en gezonde lichamelijke activiteiten die een gezondheidsbewuste, toekomstgerichte en lichamelijk actieve levensstijl bevorderen. Persoonlijke, sociale en leercompetenties van kindsbeen af versterken, kan de basis leggen voor de ontwikkeling van basisvaardigheden.

c)

Leermethoden zoals onderzoekend, projectgebaseerd en blended learning, leren op basis van kunst en spelenderwijs leren kunnen de motivatie voor en de betrokkenheid bij leren vergroten. Ook experimenteel leren, werkplekleren en wetenschappelijke methoden op het gebied van wetenschappen, technologie, techniek of wiskunde (STEM) kunnen de ontwikkeling van bepaalde competenties bevorderen.

d)

Lerenden, onderwijzend personeel en aanbieders van leermogelijkheden kunnen worden aangemoedigd om gebruik te maken van digitale technologieën ter verbetering van leren en ter ondersteuning van de ontwikkeling van digitale competenties. Zij kunnen bijvoorbeeld deelnemen aan EU-initiatieven zoals de „EU-programmeerweek”. Het gebruik van zelfbeoordelingsinstrumenten zoals Selfie kan het digitale vermogen van aanbieders van onderwijs, opleiding en leren verbeteren.

e)

Specifieke mogelijkheden om ervaring op te doen met ondernemen, stages in bedrijven of bezoeken van ondernemers aan onderwijs- en opleidingsinstellingen, waaronder het delen van praktische ondernemerservaringen zoals creatieve uitdagingen, startende ondernemingen, door studenten geleide gemeenschapsinitiatieven, bedrijfssimulaties en projectgebaseerd bedrijfsleren, kunnen met name interessant zijn voor jongeren, maar ook voor volwassenen en leerkrachten. Jongeren kan de mogelijkheid worden geboden om ten minste één praktijkervaring met ondernemen op te doen op school. Partnerschappen en platforms tussen scholen, gemeenschappen en bedrijven op lokaal niveau kunnen vooral in plattelandsgebieden een belangrijke rol vervullen in het onderwijs in ondernemerschap. Passende opleiding en ondersteuning voor leerkrachten en schoolhoofden kunnen cruciaal zijn om duurzame vooruitgang en leiderschap te creëren.

f)

Meertaligheid kan worden ontwikkeld via nauwe samenwerking met omgevingen voor onderwijs, opleiding en leren in het buitenland, mobiliteit van het onderwijzend personeel en de lerenden, en het gebruik van e-Twinning, Epale en/of soortgelijke onlineportalen.

g)

Alle lerenden, met inbegrip van kansarmen en personen met speciale onderwijsbehoeften, kunnen geschikte ondersteuning krijgen in inclusieve leeromgevingen om hun leerpotentieel te verwezenlijken. Dergelijke ondersteuning kan bestaan uit taal-, academische of sociaalemotionele ondersteuning, peer coaching, buitenschoolse activiteiten, loopbaanbegeleiding of materiële steun.

h)

Samenwerking tussen onderwijs-, opleidings- en leeromgevingen op alle niveaus kan van groot belang zijn om te zorgen voor een betere continuïteit van de competentie-ontwikkeling van de lerenden gedurende hun hele leven en van de ontwikkeling van innovatieve leermethoden.

i)

Samenwerking tussen onderwijs en opleiding enerzijds en werkgevers en partners in lokale gemeenschappen die niet tot het onderwijs behoren, anderzijds, in combinatie met formeel, non-formeel en informeel leren, kan de competentie-ontwikkeling ondersteunen en de overgang van onderwijs naar werk en vice versa vergemakkelijken.

b)   Ondersteuning voor onderwijzend personeel

a)

Het inbedden van een competentiegerichte benaderingen van onderwijs, opleiding en het leren in het initieel onderwijs en in voortgezette beroepsontwikkeling kan het onderwijzend personeel helpen het lesgeven en leren in hun omgeving te veranderen en competentie te zijn in het toepassen van deze aanpak.

b)

Het onderwijzend personeel kan worden ondersteund bij het ontwikkelen van competentiegerichte benaderingen in hun specifieke contexten via uitwisselingen en intercollegiaal leren en intercollegiaal advies, waardoor leeractiviteiten flexibel en autonoom kunnen worden georganiseerd via netwerken, samenwerking en praktijkgemeenschappen.

c)

Het onderwijzend personeel kan worden bijgestaan bij het creëren van innovatieve praktijken door deelname aan onderzoek en passend gebruik te maken van nieuwe technologieën, waaronder digitale technologieën, voor competentiegerichte benaderingen in lesgeven en leren.

d)

Het onderwijzend personeel kan worden begeleid en kan toegang krijgen tot expertisecentra, geschikte instrumenten en materialen, waardoor de kwaliteit van de lespraktijk en de leermethoden kan worden verbeterd.

c)   Beoordeling en validatie van competentie-ontwikkeling

a)

De beschrijvingen van sleutelcompetenties kunnen worden vertaald naar kaders voor leerresultaten die kunnen worden aangevuld met geschikte instrumenten voor diagnose, formatieve en summatieve beoordeling en validatie op passende niveaus (3).

b)

Vooral digitale technologieën kunnen ertoe bijdragen dat de diverse aspecten van de vooruitgang van de lerende, mede voor ondernemersvaardigheden, kunnen worden omvat.

c)

Verschillende benaderingen van de beoordeling van sleutelcompetenties in niet-formele en informele leeromgevingen kunnen worden ontwikkeld, waaronder onderling gerelateerde activiteiten van werkgevers, begeleiders en sociale partners. Deze zouden voor iedereen beschikbaar moeten zijn, en met name voor laaggeschoolden om hun voortgang naar verder leren te ondersteunen.

d)

De validatie van leerresultaten die zijn behaald via niet-formeel en informeel leren, kan worden uitgebreid en versterkt, overeenkomstig de aanbeveling van de Raad betreffende de validatie van niet-formeel en informeel leren, waaronder verschillende validatieprocessen. Ook het gebruik van instrumenten zoals de Europass en de jongerenpas (Youthpass), die dienen als instrumenten voor documentatie en zelfbeoordeling, kunnen dienen ter ondersteuning van de validering.


(1)  Hoewel de Raad van Europa de term „veeltaligheid” gebruikt om meerdere taalcompetenties van personen te beschrijven, wordt in de officiële documenten van de Europese Unie de term „meertaligheid” gehanteerd om zowel individuele competenties als maatschappelijke situaties te beschrijven. Dit komt ten dele omdat het in andere talen dan Engels en Frans soms moeilijk is een onderscheid te maken tussen veeltalig en meertalig.

(2)  Het verwerven van klassieke talen als Oudgrieks en Latijn valt hier eveneens onder. Klassieke talen staan aan de oorsprong van veel moderne talen en kunnen daarom het leren van een taal in het algemeen vergemakkelijken.

(3)  Het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen, het kader voor digitale competentie, het kader voor ondernemerscompetentie en de competentiebeschrijvingen van PISA kunnen bijvoorbeeld ondersteunend materiaal bieden voor de beoordeling van competenties.


Top