Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011R0333

Verordening (EU) nr. 333/2011 van de Raad van 31 maart 2011 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad

OJ L 94, 8.4.2011, p. 2–11 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 15 Volume 013 P. 172 - 181

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/333/oj

8.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 94/2


VERORDENING (EU) Nr. 333/2011 VAN DE RAAD

van 31 maart 2011

tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (1), en met name artikel 6, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Na voorlegging van de voorgestelde maatregelen aan het Europees Parlement,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Uit een evaluatie van diverse afvalstromen blijkt dat de recyclingmarkten voor metaalschroot baat zouden hebben bij de opstelling van specifieke criteria die omschrijven wanneer uit afval verkregen metaalschroot niet langer als afval moet worden aangemerkt. Die criteria moeten een hoge mate van milieubescherming waarborgen. Zij moeten de indeling van metaalschroot als afval door derde landen onverlet laten.

(2)

Uit verslagen van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie is gebleken dat er een markt is voor en een vraag naar schroot van ijzer, staal en aluminium dat gebruikt kan worden als grondstof in staalfabrieken, gieterijen, aluminiumraffinaderijen en hersmelters voor de productie van metalen. Schroot van ijzer, staal en aluminium moet daarom voldoende zuiver zijn en voldoen aan de in de metaalproductie-industrie relevante normen of specificaties ten aanzien van schroot.

(3)

De criteria die bepalen wanneer schroot van ijzer, staal en aluminium niet langer als afval aan te merken is, moeten ervoor zorgen dat ijzer-, staal- en aluminiumschroot, dat verkregen werd uit terugwinningsactiviteiten, voldoet aan de technische vereisten van de metaalproductie-industrie en aan bestaande productwetgeving en -normen en dat er al met al geen negatieve gevolgen zijn voor het milieu of de volksgezondheid. Uit verslagen van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie is gebleken dat de voorgestelde criteria ten aanzien van afvalstoffen die als input worden gebruikt voor terugwinningsactiviteiten, ten aanzien van de relevante verwerkingsprocessen en -technieken en ten aanzien van het metaalschroot dat voortkomt uit de terugwinning, aan deze doelstellingen voldoen, aangezien zij moeten resulteren in de productie van schroot van ijzer, staal en aluminium, zonder gevaarlijke eigenschappen en voldoende vrij van niet-metallische verbindingen.

(4)

Om de inachtneming van deze criteria te waarborgen, is het passend ervoor te zorgen dat informatie wordt verstrekt over metaalschroot dat niet langer als afval wordt aangemerkt, en dat er een kwaliteitsbeheersysteem wordt ingevoerd.

(5)

Toetsing van de criteria kan noodzakelijk blijken wanneer bij monitoring van de marktontwikkelingen voor ijzer-, staal- en aluminiumschroot, nadelige effecten op de recyclingmarkten ijzer- en staalschroot en voor aluminiumschroot worden waargenomen, vooral met betrekking tot de beschikbaarheid van en de toegang tot dergelijk schroot.

(6)

Om het voor marktpartijen mogelijk te maken zich aan te passen aan de criteria die bepalen wanneer metaalschroot niet langer afval is, is het passend een redelijke termijn te stellen alvorens deze verordening in werking treedt.

(7)

Het bij artikel 39, lid 1, van Richtlijn 2008/98/EG ingestelde comité heeft geen advies uitgebracht over de in deze verordening vervatte maatregelen; de Commissie heeft bijgevolg een voorstel betreffende deze maatregelen ingediend bij de Raad en voorgelegd aan het Europees Parlement.

(8)

Het Europees Parlement heeft geen bezwaar gemaakt tegen de voorgestelde maatregelen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Doel

In deze verordening worden criteria vastgesteld aan de hand waarvan kan worden bepaald wanneer schroot van ijzer, staal en aluminium, inclusief schroot van aluminiumlegeringen, niet langer als afval wordt aangemerkt.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening zijn de in Richtlijn 2008/98/EG bepaalde definities van toepassing.

Daar bovenop zijn de volgende definities van toepassing:

a)   „ijzer- en staalschroot”: metaalschroot dat voornamelijk bestaat uit ijzer en staal;

b)   „aluminiumschroot”: metaalschroot dat voornamelijk bestaat uit aluminium en aluminiumlegeringen;

c)   „houder”: de natuurlijke of rechtspersoon die in het bezit is van metaalschroot;

d)   „producent”: de houder die voor de eerste keer metaalschroot dat niet langer afval is, overdraagt aan een andere houder;

e)   „importeur”: een binnen de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die metaalschroot dat niet langer afval is, in het douanegebied van de Unie op de markt brengt;

f)   „gekwalificeerd personeel”: personeel dat door ervaring of opleiding gekwalificeerd is om de eigenschappen van metaalschroot te bewaken en te evalueren;

g)   „visuele controle”: de controle van metaalschroot die alle onderdelen van een zending omvat en waarbij gebruik wordt gemaakt van menselijke zintuigen of niet-gespecialiseerde apparatuur;

h)   „zending”: een partij metaalschroot die bestemd is voor levering van een producent aan een andere houder en die kan zijn ingesloten in hetzij één, hetzij meerdere vervoerseenheden, zoals containers.

Artikel 3

Criteria voor ijzer- en staalschroot

Schroot van ijzer en staal geldt niet langer als afval wanneer bij overdracht door de producent aan een andere houder aan alle hierna volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen voldoen aan de criteria van afdeling 2 van bijlage I;

b)

de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen zijn verwerkt overeenkomstig de voorschriften van afdeling 3 van bijlage I;

c)

het uit terugwinning verkregen ijzer- en staalschroot voldoet aan de voorschriften van afdeling 1 van bijlage I;

d)

de producent heeft voldaan aan de voorschriften van de artikelen 5 en 6.

Artikel 4

Criteria voor aluminiumschroot

Aluminiumschroot, inclusief schroot van aluminiumlegeringen, geldt niet langer als afval wanneer bij overdracht door de producent aan een andere houder aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen voldoen aan de voorwaarden van afdeling 2 van bijlage II;

b)

de als input voor terugwinning gebruikte afvalstoffen zijn verwerkt overeenkomstig de voorschriften van afdeling 3 van bijlage II;

c)

het uit terugwinning verkregen aluminiumschroot voldoet aan de voorschriften van afdeling 1 van bijlage II;

d)

de producent heeft voldaan aan de voorschriften van de artikelen 5 en 6.

Artikel 5

Conformiteitverklaring

1.   De producent of de importeur stelt voor elke zending metaalschroot een conformiteitsverklaring op overeenkomstig het in bijlage III opgenomen model.

2.   De producent of importeur draagt de conformiteitsverklaring over aan de volgende houder van de zending metaalschroot. De producent of importeur houdt een afschrift van de conformiteitsverklaring tot ten minste één jaar na de datum van afgifte in zijn bezit en stelt dat op verzoek ter beschikking aan de bevoegde instanties.

3.   De conformiteitsverklaring mag in elektronische vorm zijn opgesteld.

Artikel 6

Kwaliteitsbewaking

1.   De producent voert een kwaliteitsbeheersysteem in waarmee kan worden aangetoond dat aan de criteria van de artikelen 3 respectievelijk 4 is voldaan.

2.   Het kwaliteitsbeheersysteem omvat een reeks gedocumenteerde procedures met betrekking tot elk van de volgende aspecten:

a)

acceptatiecontrole van afvalstoffen die worden gebruikt als input voor de terugwinningsactiviteit overeenkomstig afdeling 2 van de bijlagen I en II;

b)

bewaking van de in punt 3.3 van de bijlagen I en II beschreven verwerkingsprocessen en -technieken;

c)

bewaking van de kwaliteit van het metaalschroot verkregen uit terugwinning, zoals vastgelegd in afdeling 1 van de bijlagen I en II (inclusief bemonstering en analyse);

d)

doeltreffendheid van de stralingscontrole zoals vastgelegd in punt 1.5 van de bijlagen I respectievelijk II;

e)

feedback van klanten met betrekking tot het behalen van de vereiste kwaliteit van metaalschroot;

f)

bijhouden van registers met de resultaten van een krachtens de punten a) tot en met d) verrichte bewaking;

g)

toetsing en verbetering van het kwaliteitsbeheersysteem;

h)

opleiding van personeel.

3.   Het kwaliteitsbeheersysteem schrijft ook voor elk criterium de in de bijlagen I en II bepaalde specifieke bewakingseisen voor.

4.   In de gevallen waarbij een vroegere houder een van de in punt 3.3 van bijlage I of van bijlage II bedoelde verwerkingen verricht, zorgt de producent ervoor dat de leverancier een kwaliteitsbeheersysteem invoert dat voldoet aan de eisen van dit artikel.

5.   Een conformiteitsbeoordelingsinstantie als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten (2), die een accreditatie heeft verkregen overeenkomstig deze verordening, of een andere milieuverificateur als gedefinieerd in artikel 2, lid 20, onder b), van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) (3), controleert of het kwaliteitsbeheersysteem voldoet aan de voorschriften van dit artikel. Deze controle vindt om de drie jaar plaats.

6.   De importeur verlangt van zijn leveranciers dat zij een kwaliteitsbeheersysteem invoeren dat voldoet aan de eisen van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel en dat gecontroleerd is door een onafhankelijke externe verificateur.

7.   De producent geeft de bevoegde instanties op hun verzoek toegang tot het kwaliteitsbeheersysteem.

Artikel 7

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De verordening is van toepassing met ingang van 9 oktober 2011.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 maart 2011.

Voor de Raad

De voorzitter

VÖLNER P.


(1)  PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.

(2)  PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30.

(3)  PB L 342 van 22.12.2009, blz. 1.


BIJLAGE I

Criteria voor ijzer- en staalschroot

Criteria

Voorschriften ten aanzien van interne controle

1.   Kwaliteit van uit terugwinningsactiviteiten verkregen schroot

1.1.

Het schroot wordt ingedeeld overeenkomstig een specificatie van de klant of de industrie of overeenkomstig een norm voor rechtstreeks gebruik bij de productie van metalen stoffen of voorwerpen door staalfabrieken of gieterijen.

Gekwalificeerd personeel deelt elke zending in.

1.2.

De totale hoeveelheid vreemde materialen (steriele) mag niet meer dan 2 gewichtsprocent bedragen.

Vreemde materialen zijn:

1)

non-ferrometalen (exclusief legeringselementen in een substraat van ferrometaal) en niet-metallische materialen zoals aarde, stof, isolatie en glas;

2)

brandbare niet-metallische stoffen zoals rubber, plastic, weefsel, hout en andere chemische of organische stoffen;

3)

grotere stukken (baksteenformaat) die geen stroom geleiden, zoals banden, met cement gevulde pijpleidingen, hout of beton;

4)

residuen afkomstig van smelten, verhitten, oppervlaktebehandeling (inclusief afbramen), slijpen, zagen, lassen en brandsnijden, zoals slakken, walsschilfers, luchtfilterstof, slijpstof en slib.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle verrichten van elke zending.

Op gezette tijden (ten minste om de zes maanden) worden representatieve monsters van vreemde materialen geanalyseerd door middel van wegen na magnetische of handmatige scheiding (afhankelijk van welke methode toepasselijk is) van ijzer- en staaldeeltjes en voorwerpen met zorgvuldige visuele controle.

De frequentie waarmee monsters worden genomen, wordt vastgesteld met inachtneming van de volgende factoren:

1)

het verwachte variabiliteitspatroon (bijvoorbeeld aan de hand van historische uitkomsten);

2)

het inherente variabiliteitsrisico in de kwaliteit van de afvalstoffen die als input worden gebruikt bij de terugwinningsactiviteiten en overige aanvullende verwerkingsactiviteiten;

3)

de inherente nauwkeurigheid van de bewakingsmethode, en

4)

de mate waarin de uitkomsten de maximaal toegestane hoeveelheid vreemd materiaal van 2 gewichtsprocent benaderen.

De procedure voor het vaststellen van bewakingsfrequenties dient te worden gedocumenteerd als onderdeel van het kwaliteitsbeheersysteem en dient beschikbaar te zijn voor controle.

1.3.

Het schroot mag geen bovenmatige hoeveelheden ijzeroxide bevatten, in welke vorm dan ook, met uitzondering van de typische hoeveelheden die voortkomen uit de opslag van voorbereid schroot in de buitenlucht onder normale atmosferische omstandigheden.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle gericht op de aanwezigheid van oxides.

1.4.

Het schroot dient vrij te zijn van zichtbare olie, olie-emulsies, smeermiddelen of vet, met uitzondering van verwaarloosbare hoeveelheden die geen druppelvorming tot gevolg hebben.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending, met speciale aandacht voor die delen waar oliedruppels het meest aannemelijk zijn.

1.5.

Radioactiviteit: responsmaatregelen op basis van nationale of internationale regels ten aanzien van monitoring- en reactieprocedures voor radioactief metaalschroot zijn niet nodig.

Dit voorschrift doet geen afbreuk aan de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid van werknemers en van de bevolking, zoals aangenomen in wetsbesluiten in het kader van hoofdstuk III van het Euratom-Verdrag, in het bijzonder Richtlijn 96/29/Euratom (1).

Gekwalificeerd personeel controleert de radioactiviteit van elke zending.

Elke zending schroot moet vergezeld gaan van een certificaat dat vastgesteld is overeenkomstig nationale of internationale regels ten aanzien van monitoring- en reactieprocedures voor radioactief schroot. Het certificaat mag gevoegd worden bij andere documenten die bij de zending horen.

1.6.

Het schroot mag geen enkele van de gevaarlijke eigenschappen vertonen die voorkomen op de lijst van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG. Het schroot dient te voldoen aan de in Beschikking 2000/532/EG (2) genoemde concentraties en mag de in bijlage IV van Verordening (EG) nr. 850/2004 (3) opgenomen concentraties niet overschrijden.

De eigenschappen van afzonderlijke elementen die deel uitmaken van ijzer- en staallegeringen zijn voor dit voorschrift irrelevant.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle verrichten van elke zending. Wanneer deze visuele controle het vermoeden doet rijzen van mogelijke gevaarlijke eigenschappen, worden aanvullende gepaste controlemaatregelen genomen, zoals het nemen van monsters en het uitvoeren van tests, waar nodig.

Het personeel moet getraind zijn op het gebied van potentiële gevaarlijke eigenschappen die kunnen samengaan met ijzer- en staalschroot en van materiaalcomponenten of -kenmerken waaraan deze gevaarlijke eigenschappen te herkennen zijn.

De procedure voor het herkennen van gevaarlijke stoffen moet worden gedocumenteerd binnen het kwaliteitsbeheersysteem.

1.7.

In het schroot mogen zich geen elementen bevinden zoals omhulsels die onder druk staan, gesloten zijn of onvoldoende geopend zijn en daardoor een explosie kunnen veroorzaken in een metaalsmeltoven.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle verrichten van elke zending.

2.   Afvalstoffen die worden gebruikt als input voor terugwinningsactiviteiten

2.1.

Alleen afvalstoffen die terugwinbaar ijzer of staal bevatten, mogen als input worden gebruikt.

2.2.

Gevaarlijke afvalstoffen mogen niet als input worden gebruikt, tenzij is aangetoond dat de processen en technieken voor het verwijderen van alle gevaarlijke eigenschappen, zoals omschreven in afdeling 3 van deze bijlage, zijn toegepast.

2.3.

De volgende afvalstoffen mogen niet als input worden gebruikt:

a)

vijlsel en draaibankafval dat vloeistoffen bevat zoals olie of olie-emulsies, en

b)

vaten en containers, met uitzondering van onderdelen die van autowrakken afkomstig zijn, die olie of verfstoffen bevatten of hebben bevat.

Er wordt een acceptatiecontrole uitgevoerd van alle ontvangen afvalstoffen (door middel van visuele controle) en van de bijbehorende documenten; dit gebeurt door gekwalificeerd personeel dat getraind is in het herkennen van afvalstoffen die niet voldoen aan de in deze afdeling uiteengezette criteria.

3.   Verwerkingsprocessen en -technieken

3.1.

Het ijzer- of staalschroot moet bij de bron of tijdens de inzameling gescheiden zijn en gescheiden worden bewaard, of anders moeten de voor input bestemde afvalstoffen zijn behandeld met het oog op scheiding van het ijzer- en staalschroot van de niet-metallische en non-ferrocomponenten.

3.2.

Alle mechanische verwerkingsvormen die nodig zijn om het metaalschroot voor te bereiden om te worden gebruikt als directe input voor eindgebruik in staalfabrieken of gieterijen (zoals snijden, verknippen, versnipperen of granuleren, sorteren, scheiden, reinigen, ontgiften, ledigen), moeten zijn uitgevoerd.

3.3.

Op afval dat gevaarlijke stoffen bevat, zijn de volgende specifieke voorschriften van toepassing:

a)

inputmaterialen, afkomstig van het afval van elektrische of elektronische apparatuur of van autowrakken, moeten alle vormen van verwerking hebben ondergaan die vereist zijn krachtens artikel 6 van Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad (4) en artikel 6 van Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad (5);

b)

chloorfluorkoolwaterstoffen in afgedankte apparatuur moeten zijn afgevangen door middel van een proces dat goedgekeurd is door de bevoegde instanties;

c)

kabels moeten gestript of in stukken gehakt zijn. Als een kabel organische coatings (plastics) bevat, moeten deze zijn verwijderd in overeenstemming met de beste beschikbare technieken;

d)

vaten en containers moeten geledigd en schoongemaakt zijn, en

e)

niet onder punt (a) genoemde gevaarlijke stoffen in afval moeten efficiënt verwijderd zijn in een proces dat door de bevoegde instantie is goedgekeurd.

 


(1)  Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad van 13 mei 1996 tot vaststelling van de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid der bevolking en der werkers tegen de aan ioniserende straling verbonden gevaren (PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1).

(2)  Beschikking van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3).

(3)  Verordening (EG) Nr. 850/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende persistente organische verontreinigende stoffen (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 7).

(4)  PB L 37 van 13.2.2003, blz. 24.

(5)  PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34.


BIJLAGE II

Criteria voor aluminiumschroot

Criteria

Voorschriften ten aanzien van interne controle

1.   Schrootkwaliteit

1.1.

Het schroot wordt ingedeeld overeenkomstig een specificatie van de klant of de industrie of overeenkomstig een norm voor rechtstreeks gebruik bij de productie van metalen stoffen of voorwerpen door zuiveren of omsmelten.

Gekwalificeerd personeel deelt elke zending in.

1.2.

De totale hoeveelheid vreemde materialen mag maximaal 5 gewichtsprocent bedragen, of de metaalopbrengst moet minimaal 90 % bedragen.

Vreemde materialen zijn:

1)

andere metalen dan aluminium en legeringen van aluminium;

2)

niet-metallische materialen zoals aarde, stof, isolatiemateriaal en glas;

3)

brandbare niet-metallische stoffen zoals rubber, plastic, weefsel, hout en andere chemische of organische stoffen;

4)

grotere stukken (baksteenformaat) die geen stroom geleiden, zoals banden, met cement gevulde pijpleidingen, hout of beton;

5)

residuen afkomstig van het smelten van aluminium en legeringen van aluminium, van verhitting, oppervlaktebehandeling (inclusief afbramen), slijpen, zagen, lassen en brandsnijden, zoals (hoogoven)slakken, metaalslakken, metaalschuim, luchtfilterstof, slijpstof en slib.

De producent van het aluminiumschroot ziet toe op de naleving door de hoeveelheid vreemde materialen te controleren of door de metaalopbrengst te bepalen.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending.

Op gezette tijden (ten minste om de zes maanden) worden representatieve monsters van elke categorie aluminiumschroot geanalyseerd om de totale hoeveelheid vreemde materialen of de metaalopbrengst te meten.

De representatieve monsters worden verkregen overeenkomstig de in norm EN 13920 (1) beschreven bemonsteringsprocedures.

Door weging wordt de totale hoeveelheid vreemde materialen gemeten nadat metaaldeeltjes en voorwerpen van aluminium gescheiden zijn van deeltjes en voorwerpen bestaande uit vreemde materialen door deze handmatig of anderszins te scheiden (bijvoorbeeld door magnetische of dichtheidsscheiding).

De metaalopbrengst wordt als volgt gemeten:

1)

bepaling van de massa (m1) na verwijdering en bepaling van het vochtgehalte (overeenkomstig punt 7.1 van norm EN 13920-1:2002);

2)

verwijdering en bepaling van vrij ijzer (overeenkomstig punt 7.2 van norm EN 13920-1:2002);

3)

bepaling van de massa van het metaal na smelten en stollen (m2) na de procedure ter bepaling van de metaalopbrengst overeenkomstig punt 7.3 van norm EN 13920-1:2002;

4)

berekening van de metaalopbrengst m [%] = (m2/m1) × 100.

De frequentie waarmee representatieve monsters moeten worden geanalyseerd, wordt vastgesteld met inachtneming van de volgende factoren:

1)

het verwachte variabiliteitspatroon (bijvoorbeeld aan de hand van historische uitkomsten);

2)

het inherente variabiliteitsrisico in de kwaliteit van de afvalstoffen die als input voor de terugwinningsactiviteiten worden gebruikt, en in de resultaten van de verwerkingsprocessen;

3)

de inherente nauwkeurigheid van de bewakingsmethode, en

4)

de mate waarin de uitkomsten de grenswaarden benaderen voor de totale hoeveelheid vreemde materialen of de metaalopbrengst.

1.3.

Het schroot mag geen polyvinylchloride (PVC) bevatten in de vorm van coatings, verf- of kunststoffen.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle verrichten van elke zending.

1.4.

Het schroot dient vrij te zijn van zichtbare olie, olie-emulsies, smeermiddelen of vet, met uitzondering van verwaarloosbare hoeveelheden die geen druppelvorming tot gevolg hebben.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending, met speciale aandacht voor die delen waar oliedruppels het meest aannemelijk zijn.

1.5.

Radioactiviteit: responsmaatregelen op basis van nationale of internationale regels ten aanzien van monitoring- en reactieprocedures voor radioactief metaalschroot zijn niet nodig.

Dit voorschrift doet geen afbreuk aan de basisnormen voor de bescherming van de gezondheid van werknemers en van de bevolking, zoals aangenomen in wetsbesluiten in het kader van hoofdstuk III van het Euratom-Verdrag, in het bijzonder Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad (2).

Gekwalificeerd personeel controleert de radioactiviteit van elke zending. Elke zending schroot moet vergezeld gaan van een certificaat dat vastgesteld is overeenkomstig nationale of internationale regels ten aanzien van monitoring- en reactieprocedures voor radioactief schroot. Het certificaat mag gevoegd worden bij andere documenten die bij de zending horen.

1.6.

Het schroot mag geen enkele van de gevaarlijke eigenschappen vertonen die voorkomen op de lijst van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG. Het schroot dient te voldoen aan de in Beschikking 2000/532/EG van de Commissie (3) genoemde concentraties en mag de in bijlage IV van Verordening (EG) nr. 850/2004 (4) opgenomen concentraties niet overschrijden.

De eigenschappen van afzonderlijke elementen die deel uitmaken van aluminiumlegeringen zijn voor dit voorschrift irrelevant.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending. Wanneer deze visuele controle het vermoeden doet rijzen van mogelijke gevaarlijke eigenschappen, worden aanvullende gepaste controlemaatregelen genomen, zoals het nemen van monsters en het uitvoeren van tests, waar nodig.

Het personeel moet getraind zijn op het gebied van potentiële gevaarlijke eigenschappen die kunnen samengaan met aluminiumschroot en van materiaalcomponenten of -kenmerken waaraan deze gevaarlijke eigenschappen te herkennen zijn.

De procedure voor het herkennen van gevaarlijke stoffen moet worden gedocumenteerd binnen het kwaliteitsbeheersysteem.

1.7.

In het schroot mogen zich geen elementen bevinden zoals omhulsels die onder druk staan, gesloten zijn of onvoldoende geopend zijn en daardoor een explosie kunnen veroorzaken in een metaalsmeltoven.

Gekwalificeerd personeel verricht een visuele controle van elke zending.

2.   Afvalstoffen die worden gebruikt als input voor terugwinningsactiviteiten

2.1.

Alleen afvalstoffen die terugwinbaar aluminium of terugwinbare aluminiumlegeringen bevatten, mogen als input worden gebruikt.

2.2.

Gevaarlijke afvalstoffen mogen niet als input worden gebruikt, tenzij aangetoond is dat de processen en technieken voor het verwijderen van alle gevaarlijke eigenschappen, zoals omschreven in afdeling 3 van deze bijlage, zijn toegepast.

2.3.

De volgende afvalstoffen mogen niet als input worden gebruikt:

a)

vijlsel en draaibankafval dat vloeistoffen bevat zoals olie of olie-emulsies, en

b)

vaten en containers, met uitzondering van onderdelen die van autowrakken afkomstig zijn, die olie of verfstoffen bevatten of hebben bevat.

Er wordt een acceptatiecontrole uitgevoerd van alle ontvangen afvalstoffen (door middel van visuele controle) en van de bijbehorende documenten; dit gebeurt door gekwalificeerd personeel dat getraind is in het herkennen van afvalstoffen die niet voldoen aan de in deze afdeling uiteengezette criteria.

3.   Verwerkingsprocessen en -technieken

3.1.

Het aluminiumschroot moet bij de bron of tijdens de inzameling gescheiden zijn en gescheiden worden bewaard, of anders moeten de voor input bestemde afvalstoffen zijn behandeld met het oog op scheiding van het aluminiumschroot van de niet-metallische en de non-aluminium metallische componenten.

3.2.

Alle mechanische verwerkingsvormen die nodig zijn om het metaalschroot voor te bereiden om te worden gebruikt als directe input voor eindgebruik (zoals snijden, verknippen, versnipperen of granuleren, sorteren, scheiden, reinigen, ontgiften, ledigen), moeten zijn uitgevoerd.

3.3.

Op afval dat gevaarlijke stoffen bevat, zijn de volgende specifieke voorschriften van toepassing:

a)

in te voeren materialen, afkomstig van het afval van elektrische of elektronische apparatuur en van autowrakken moeten alle vormen van verwerking hebben ondergaan die vereist zijn krachtens artikel 6 van Richtlijn 2002/96/EG van het Europees Parlement en de Raad (5) en artikel 6 van Richtlijn 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad (6);

b)

chloorfluorkoolwaterstoffen in afgedankte apparatuur moeten zijn afgevangen door middel van een proces dat goedgekeurd is door de bevoegde instanties;

c)

kabels moeten gestript of in stukken gehakt zijn. Als een kabel organische coatings (plastics) bevat, moeten deze zijn verwijderd in overeenstemming met de beste beschikbare technieken;

d)

vaten en containers moeten geledigd en schoongemaakt zijn;

e)

niet onder punt (a) genoemde gevaarlijke stoffen in afval moeten efficiënt verwijderd zijn in een proces dat door de bevoegde instantie is goedgekeurd.

 


(1)  EN 13920-1:2002; Aluminium en aluminiumlegeringen — Schroot — Deel 1: Algemene voorschriften, bemonstering en testen; CEN 2002.

(2)  PB L 159 van 29.6.1996, blz. 1.

(3)  PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3.

(4)  PB L 229 van 30.4.2004, blz. 1.

(5)  PB L 37 van 13.2.2003, blz. 24.

(6)  PB L 269 van 21.10.2000, blz. 34.


BIJLAGE III

In artikel 5, lid 1, bedoelde verklaring van conformiteit met de eindeafvalfase-criteria

1.

Producent/importeur van metaalschroot:

Naam:

Adres:

Contactpersoon:

Tel.

Fax

E-mail:

2.

a)

naam of code van de categorie metaalschroot, in overeenstemming met een industriële specificatie of norm:

b)

waar relevant, de voornaamste technische voorzieningen van een klantspecificatie, zoals samenstelling, grootte, type en kenmerken:

3.

De zending metaalschroot voldoet aan de in punt 2 bedoelde specificatie of norm:

4.

Grootte van de zending in tonnen:

5.

Er is een testcertificaat vastgesteld voor radioactiviteit overeenkomstig nationale of internationale regelgeving inzake monitoring- en reactieprocedures voor radioactief metaalschroot:

6.

De producent van metaalschroot maakt gebruik van een kwaliteitsbeheersysteem dat voldoet aan artikel 6 van Verordening (EU) nr. 333/2011 (1) en dat gecontroleerd is door een geaccrediteerde verificateur, of door een onafhankelijke verificateur, voor het geval metaalschroot, dat niet langer als afval wordt beschouwd, wordt ingevoerd in het douanegebied van de Unie:

7.

De zending metaalschroot voldoet aan de in leden a) tot en met c) van de artikelen 3 en 4 van Verordening (EU) nr. 333/2011 (1) bedoelde voorschriften:

8.

Verklaring van de producent/importeur van metaalschroot: Hierbij verklaar ik dat de bovenstaande informatie naar mijn beste weten volledig en correct is.

Naam:

Datum:

Handtekening:


(1)  Verordening (EU) nr. 333/2011 van de Raad van 31 maart 2011 tot vaststelling van criteria die bepalen wanneer bepaalde soorten metaalschroot niet langer als afval worden aangemerkt overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 94 van 8.4.2011, blz. 2).


Top