EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014D0699

2014/699/EU: Besluit van de Raad van 24 juni 2014 tot vaststelling van het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) en op de aanhangsels daarvan

OJ L 293, 9.10.2014, p. 26–33 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/699/oj

9.10.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 293/26


BESLUIT VAN DE RAAD

van 24 juni 2014

tot vaststelling van het namens de Europese Unie in te nemen standpunt tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie van de OTIF ten aanzien van bepaalde amendementen op het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) en op de aanhangsels daarvan

(2014/699/EU)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91 in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie is toegetreden tot het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer van 9 mei 1980, zoals gewijzigd door het protocol van Vilnius van 3 juni 1999 (de „COTIF-overeenkomst”), overeenkomstig Besluit 2013/103/EU van de Raad (1).

(2)

Alle lidstaten, met uitzondering van Cyprus en Malta, passen het COTIF-verdrag toe.

(3)

De Herzieningscommissie, die is opgericht overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder c), van het COTIF-verdrag, zal tijdens haar 25e zitting, die zou moeten plaatsvinden van 25 tot en met 27 juni 2014, wellicht een besluit nemen over bepaalde amendementen op het COTIF-verdrag en bepaalde aanhangsels daarvan, met name aanhangsels B (Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederen — CIM), D (Uniforme Regelen betreffende de overeenkomsten inzake het gebruik van voertuigen in het internationale spoorwegverkeer — CUV), E (Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst inzake het gebruik van de infrastructuur bij internationaal spoorwegvervoer — CUI), F (Uniforme Regelen betreffende de verbindendverklaring van technische normen en de aanneming van uniforme technische voorschriften die van toepassing zijn op spoorwegmaterieel bestemd voor gebruik in internationaal verkeer — APTU), en G (Uniforme Regelen betreffende de technische toelating van spoorwegmaterieel dat wordt gebruikt in internationaal verkeer — ATMF).

(4)

De amendementen op het COTIF-verdrag hebben tot doel de taken van het Comité van technische deskundigen te actualiseren en de definitie van „houder” in overeenstemming te brengen met het recht van de Unie en bepaalde regels inzake de financiering van de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer (OTIF), haar controle en verslaglegging te wijzigen alsook kleine administratieve wijzigingen aan te brengen.

(5)

De amendementen op aanhangsel B (CIM) hebben tot doel de voorkeur te geven aan de elektronische vorm van de vrachtbrief en de begeleidende documenten ervan en sommige bepalingen van de vervoerovereenkomst te verduidelijken.

(6)

De amendementen op aanhangsel D (CUV) die door de secretaris-generaal van de OTIF zijn voorgelegd, hebben tot doel de rol van de houder en de met het onderhoud belaste entiteit te verduidelijken in de contracten voor het gebruik van voertuigen in het internationale spoorwegverkeer. Frankrijk heeft een afzonderlijk voorstel ingediend over de aansprakelijkheid voor door een voertuig veroorzaakte schade. Duitsland heeft een afzonderlijk voorstel ingediend betreffende het toepassingsgebied van de CUV Uniform Rules (uniforme regelen inzake het gebruik van wagons).

(7)

De amendementen op aanhangsel G (ATMF) hebben tot doel de bepalingen inzake de technische toelating van spoorwegmaterieel voor internationaal spoorwegvervoer te actualiseren, de taken van en de betrekkingen tussen de Verdragsstaat als omschreven in dat aanhangsel, de bevoegde autoriteit en de beoordelende entiteit te verduidelijken alsook de termen in overeenstemming met het recht van de Unie te brengen.

(8)

De amendementen op aanhangsel F (APTU) hebben tot doel de samenhang met het herziene aanhangsel G (ATMF) te handhaven.

(9)

De amendementen op bijlage E (CUI) die zijn voorgesteld door het Internationaal Comité van het vervoer per spoor (CIT), hebben tot doel de werkingssfeer van de uniforme regels inzake het contract voor het gebruik van infrastructuur voor het binnenlands vervoer uit te breiden, een rechtsgrondslag voor de algemene voorwaarden voor het gebruik van de spoorweginfrastructuur te creëren en de aansprakelijkheid van de infrastructuurbeheerder voor schade of verliezen die zijn veroorzaakt door de infrastructuur uit te breiden.

(10)

De secretaris-generaal van de OTIF heeft ook redactionele wijzigingen voorgesteld ter vervanging van de term „Europese Gemeenschappen” door „Europese Unie” in het COTIF-verdrag en in de aanhangsels daarvan.

(11)

De meeste voorgestelde amendementen zijn in overeenstemming met het recht en de strategische doelstellingen van de Unie en moeten derhalve door de Unie worden gesteund. Bepaalde amendementen hebben geen gevolgen voor het recht van de Unie en daarvoor hoeft er op Unieniveau geen standpunt te worden ingenomen. Tot slot moeten enkele amendementen nog verder binnen de Unie worden besproken en moeten zij op deze zitting van de Herzieningscommissie worden afgewezen; indien de laatstgenoemde amendementen zouden worden goedgekeurd zonder een voor de Unie aanvaardbare aanpassing, moet de Unie bezwaar maken overeenkomstig de procedure van artikel 35, § 4, van het COTIF-verdrag,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Het namens de Unie in te nemen standpunt tijdens de 25e zitting van de Herzieningscommissie die is opgericht bij het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer, moet overeenstemmen met de bijlage bij dit besluit.

2.   Kleine wijzigingen van de in de bijlage bij dit besluit genoemde documenten kunnen worden goedgekeurd door de vertegenwoordigers van de Unie in de Herzieningscommissie zonder verder besluit van de Raad.

Artikel 2

Het besluit van de Herzieningscommissie wordt na de vaststelling ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Luxembourg, 24 juni 2014.

Voor de Raad

De voorzitter

E. VENIZELOS


(1)  Besluit 2013/103/EU van de Raad van 16 juni 2011 betreffende de ondertekening en sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Intergouvernementele Organisatie voor het internationale spoorwegvervoer betreffende de toetreding van de Europese Unie tot het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980, zoals gewijzigd bij het Protocol van Vilnius van 3 juni 1999 (PB L 51 van 23.2.2013, blz. 1).


BIJLAGE

1.   INLEIDING

Het secretariaat-generaal van de OTIF heeft de 25e zitting van de Herzieningscommissie voor het COTIF-verdrag gepland te Bern van 25 tot en met 27 juni 2014.

2.   REFERENTIEDOCUMENTEN

Documenten over de agendapunten zijn meegedeeld aan de OTIF-lidstaten en zijn beschikbaar op de website van de OTIF via volgende link: http://otif.org/en/law/revision-committee/working-documents.html.

3.   OPMERKINGEN BIJ DE AGENDAPUNTEN

PUNT 1. OPENING VAN DE VERGADERING EN VASTSTELLING VAN HET QUORUM

Document: geen.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: niet van toepassing.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: geen.

Het quorum van de Herzieningscommissie is bereikt als de meerderheid van de OTIF-lidstaten met stemrecht vertegenwoordigd is op het ogenblik van de stemming. Men dient echter rekening te houden met artikel 13, § 3, van het COTIF-verdrag, waarin wordt bepaald dat de OTIF-lidstaten die een verklaring hebben afgelegd over de niet-toepassing van één of meer aanhangsels, geen stemrecht hebben inzake amendementen op het desbetreffende aanhangsel.

De volgende OTIF-lidstaten hebben hun verklaringen over de niet-toepassing van bepaalde aanhangsels niet ingetrokken:

 

Pakistan, Rusland (inzake Uniforme regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van reizigers (CIV), het Reglement betreffende het internationaal spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (RID), CUV, CUI, APTU en ATMF), Georgië (inzake CUV, CUI, APTU en ATMF), Tsjechië, Noorwegen, Slowakije, het Verenigd Koninkrijk (inzake CUI, APTU en ATMF) en Frankrijk (inzake ATMF).

 

Bij de bespreking van de amendementen op de aanhangsels moet voor de bepaling van het quorum voor de stemming over een bepaald aanhangsel, het aantal OTIF-lidstaten dat een verklaring heeft afgelegd over de niet-toepassing van het aanhangsel worden afgetrokken van het aantal actieve leden van de OTIF (46).

 

Als de Unie bevoegd is, mag de Unie stemmen voor al haar leden met stemrecht, zonder rekening te houden met de fysieke aanwezigheid van die leden tijdens de stemming. Als de Unie haar lidstaten vertegenwoordigt, kan het quorum dus anders zijn dan als de lidstaten van de Unie in eigen naam stemmen.

PUNT 2. VERKIEZING VAN DE VOORZITTER EN VICEVOORZITTER

Document: geen.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: lidstaten.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: geen.

PUNT 3. GOEDKEURING VAN DE AGENDA

Document: CR 25/3.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: lidstaten.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: geen.

PUNT 4. GEDEELTELIJKE HERZIENING VAN HET COTIF — BASISVERDRAG

Documenten: CR 25/4, CR 25/4 Add. 1.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: lidstaten.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt:

Amendementen op artikel 3 (Internationale samenwerking) worden gesteund (redactionele wijziging om de verwijzing naar de „Europese Gemeenschappen” te vervangen door een verwijzing naar de „Europese Unie”).

Amendementen op artikel 12 (Tenuitvoerlegging van uitspraken. Beslaglegging) worden gesteund aangezien de definitie van „houder” in overeenstemming wordt gebracht met het recht van de Unie.

Amendementen op artikel 20 (Commissie van technisch deskundigen) worden gesteund aangezien zij noodzakelijk zijn voor het actualiseren van de APTU uniforme regelen en de ATMF uniforme regelen om ze in overeenstemming te houden met het recht van de Unie.

Andere amendementen: geen standpunt van de Unie nodig, aangezien deze amendementen betrekking hebben op de financiering en controle van de organisatie of op administratieve wijzigingen met betrekking tot het werkprogramma, het jaarverslag en de lijsten van lijnen of diensten die geen gevolgen hebben voor het recht van de Unie.

PUNT 5. GEDEELTELIJKE HERZIENING VAN AANHANGSEL B (CIM)

Documenten: CR 25/5, CR 25/5 Add. 1, CR 25/5 Add. 2, CR 25/5.1.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: Unie voor de artikelen 6 en 6 a; lidstaten voor andere artikelen.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt:

Amendementen op artikel 6 en het artikel 6a hebben betrekking op het recht van de Unie wegens het gebruik van de vrachtbrief en de bijbehorende documenten voor douanediensten en sanitaire en fytosanitaire (SPS) procedures. De Unie is het eens met het voornemen van de OTIF om voorrang te geven aan de elektronische vorm van vrachtbrieven. Op dit moment kan de aanneming van deze amendementen echter ongewenste gevolgen hebben. De huidige vereenvoudigde procedure voor het douanevervoer per spoor is alleen mogelijk met papieren documenten. Als spoorwegen kiezen voor de elektronische vrachtbrief, moeten zij derhalve de normale procedure voor douanevervoer en het nieuwe geautomatiseerde systeem voor douanevervoer (NCTS) gebruiken.

De Commissie bereidt een werkgroep voor die het gebruik van elektronische vervoersdocumenten voor douanevervoer in het kader van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1) zal bespreken. Die werkgroep vergadert een eerste keer op 4 en 5 juni 2014. De Unie gaat akkoord met het voornemen om de begeleidende documenten in elektronische vorm aan te bieden. In het huidige recht van de Unie is er echter geen rechtsgrond om de documenten die met SPS verband houdende goederen moeten begeleiden (bv. gemeenschappelijk veterinair document van binnenkomst, gemeenschappelijk document van binnenkomst), in elektronische vorm aan te beiden en daarom moeten deze op papier worden verstrekt. De Commissie heeft een voorstel opgesteld voor een verordening die in elektronische certificering voorziet en het ontwerp wordt momenteel besproken in het Europees Parlement en de Raad. Die verordening (verordening officiële controles) zal wellicht worden vastgesteld tegen eind 2015/begin 2016, er zal echter een overgangsperiode zijn voor de tenuitvoerlegging ervan.

Derhalve stelt de Unie voor om op de eerstvolgende zitting van de Herzieningscommissie geen besluit over deze punten te nemen en met de OTIF rond deze kwestie te blijven samenwerken teneinde een goede oplossing voor te bereiden voor een toekomstige herziening van de CIM, die best kan worden gesynchroniseerd met Verordening (EU) nr. 952/2013 en de uitvoeringsbepalingen daarvan, die in werking moeten treden met ingang van 1 mei 2016. Bepaalde elektronische procedures kunnen geleidelijk worden ingevoerd tussen 2016 en 2020 overeenkomstig artikel 278 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

Andere amendementen: geen standpunt van de Unie nodig omdat deze bepalingen geen invloed hebben op het recht van de Unie.

PUNT 6. ELEKTRONISCHE DOCUMENTEN VOOR HET VERVOER VAN GEVAARLIJKE STOFFEN — INFORMATIE OVER DE WERKZAAMHEDEN VAN DE COMMISSIE VAN RID-DESKUNDIGEN

Document: CR 25/6.

Bevoegdheid: Unie.

Uitoefening van het stemrecht: niet van toepassing.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: kennis nemen van de informatie.

PUNT 7. GEDEELTELIJKE HERZIENING VAN AANHANGSEL D (CUV)

Documenten: CR 25/7, CR 25/7 Add. 1, CR 25/7 Add. 2, CR 25/7 Add. 3.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: Unie.

Aanbevolen standpunt van de Unie: Amendementen op de artikelen 2 en 9 worden gesteund omdat zij de rol van de houder en de met het onderhoud belaste entiteit verduidelijken overeenkomstig het recht van de Unie (Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad (2)). Het door Frankrijk voorgestelde amendement op artikel 7 betreffende de aansprakelijkheid van de persoon die een voertuig heeft verstrekt om te worden gebruikt als een vervoermiddel in geval van schade die het gevolg is van een defect aan het voertuig, moet eerst nader worden onderzocht binnen de Unie alvorens een besluit te nemen in de OTIF. De Unie bevindt zich derhalve niet in een positie om dit wijzigingsvoorstel tijdens deze zitting van de Herzieningscommissie te steunen en stelt voor de beslissing naar de volgende Algemene Vergadering te verdagen teneinde deze kwestie verder te kunnen evalueren. Met betrekking tot het voorstel van Duitsland voor een nieuw artikel 1a dat tijdens de Unie-coördinatievergadering bij de OTIF is ingediend, neemt de Unie hetzelfde standpunt in, namelijk dat de beslissing naar de volgende Algemene Vergadering dient te worden verdaagd teneinde deze kwestie verder te kunnen evalueren.

Bijkomend aanbevolen standpunt van de Unie: In document CR 25/7 Add. 1, blz. 6, aan het einde van lid 8a, toevoegen: „The amendment to Article 9, paragraph 3, first indent, does not affect the existing allocation of liabilities between ECM and the keeper of the vehicles.”

PUNT 8. HERZIENING VAN AANHANGSEL G (ATMF)

Documenten: CR 25/8, CR 25/8 Add. 1, CR 25/8 Add. 2.

Bevoegdheid: Unie.

Uitoefening van het stemrecht: Unie.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt:

1)

Ad Ref. CR 25/8 Herziening van Aanhangsel G (ATMF)

Voor stemmen met de volgende kanttekeningen:

de volgende zin toevoegen aan artikel 3a, § 3:

When operating in the EU, railway undertakings and infrastructure managers shall only be subject to European legislation.”

De Unie kan eventueel de volgende varianten aanvaarden:

For railway undertakings and infrastructure managers, when operating within the EU, EU legislation takes precedence over the provisions in these Uniform Rules

;

of

When operating within the European Union, railway undertakings and infrastructure managers are solely subject to European Union rules and shall therefore not apply these Uniform Rules except in so far as there is no EU rule governing the particular subject concerned

.

Artikel 4, § 1: aan het eind [na punt b)] de volgende zin toevoegen:

If the vehicle is admitted in a single stage, the type of construction of the vehicle is admitted at the same time.”

.

Artikel 5, § 5: De verwijzing corrigeren; „Article 2w1)” vervangen door „Article 2wa', (1)”.

Artikel 19: § 2 en § 2a van artikel 19, § 2, samenvoegen door § 2a te schrappen en § 2 te vervangen door de volgende tekst:

These Uniform Rules do not affect admissions issued before 1.1.2011 for vehicles which exist as at 1.1.2011 and which are marked RIV or RIC as proof of current compliance with the technical provisions of the RIV 2000 agreement (revised edition of 1 January 2004) or the RIC agreement respectively, and for existing vehicles not marked RIV or RIC but admitted and marked according to bilateral or multilateral agreements between Contracting States notified to the Organisation.”

.

2)

Ad 25/8 Add. 1. Document ter motivering van de herziening van aanhangsel G (ATMF)

Algemene motiveringen (tekst aan het einde van blz. 2): de zin als volgt wijzigen: „The changes which are not covered by these general justifications are explained in the rest of this document.”;

Artikel 2, t): een nieuwe alinea toevoegen: „When infrastructure managers operate vehicles, e.g. freight wagons to transport materials for construction or for infrastructure maintenance activities, the infrastructure managers do so in the capacity of a railway undertaking.”;

Artikel 4, § 1, onder b): Module SH1 toevoegen, omdat het in de ontwerpfase van deze module afgegeven typecertificaat voor het ontwerp ook de mogelijkheid biedt de beschreven procedure te gebruiken. De nieuwe zin zou als volgt komen te luiden:

According to Article 10, § 8, the appropriate manner to demonstrate that the vehicle corresponds to the admitted type of construction is a certificate of verification, it is not really a simplified procedure. The certificate of verification is issued according to the appropriate module defined in the UTP(s) concerned which may be module SD or module SF for type examination certificate or module SH1 for design examination certificate.”

;

Artikel 7, § 1a: teneinde de interpretatie van deze bepaling in overeenstemming te brengen met die van de Unie (artikel 8, § 7, van Aanbeveling 2001/217/EU (3) van de Commissie), de volgende zin toevoegen:

Due to the fact that the admission procedures can take several months, it is recommended that the rules to be applied by the competent authority for a specific admission process are those that were in force at the date of the application and that no new rule is imposed during the subsequent process.”

.

3)

Resultaat van de verificatie van de Duitse taalversie van de Herziening van Aanhangsel G (ATMF):

Artikel 2, onder ab); de definitie van accreditatie in overeenstemming brengen met de formulering van artikel 2, lid 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad (4):

Akkreditierung: die Bestätigung durch eine nationale Akkreditierungsstelle, dass eine Konformitätsbewertungsstelle die in europäischen harmonisierten Normen oder anwendbaren internationalen Normen festgelegten Anforderungen und, gegebenenfalls, zusätzliche Anforderungen, einschließlich solcher in relevanten sektoralen Akkreditierungssystemen, erfüllt, um eine spezielle Konformitätsbewertungstätigkeit durchzuführen.”

.

Artikel 5, § 2: „assessing entities” wordt vertaald als „Bewertungsstelle”. Conform ETV GEN-E wordt „the assessing entity” vertaald als „Prüforgan”. In de Unie wordt de term „Bewertungsstelle” specifiek gebruikt voor de beoordelingsinstanties volgens de gemeenschappelijke veiligheidsmethoden voor risicobeoordeling (CSMRA). Derhalve zou de OTIF-term volgens artikel 5, § 2, misleidend kunnen zijn. Er wordt voorgesteld om het woord „Prüforgan” in ATMF te gebruiken. Zie ook artikel 2cb, artikel 5, § 3 tot en met § 7, artikel 6, § 4, artikel 10, § 3a, § 4, § 6 tot en met § 8.

Artikel 5, § 4: de formulering wijzigen in: „Die Anforderungen in § 3 gelten sinngemäß für die zuständige Behörde, in Bezug auf die in § 2 genannten Aufgaben, die nicht an eine Bewertungsstelle übertragen wurden.”.

Artikel 10, § 8: de tekst tussen rechte haken schrappen.

Artikel 5, § 3: na het woord „Voraussetzungen” het woord „erfüllen” vervangen door „erfüllt”.

In artikel 11, § 3, onder b): moet het woord „Identifizierungscode(se)” worden vervangen door „Identifizierungscode(s)”.

Artikel 15, § 1, tweede zin: „nicht” schrappen.

Artikel 15a, § 1, tweede zin: een punt plaatsen na „entsprechen” en de derde zin beginnen met „Es hat insbesondere:”.

4)

In de Franse taalversie komt de definitie in artikel 2, onder n), als volgt te luiden:

„détenteur” désigne la personne ou l'entité propriétaire du véhicule ou disposant d'un droit de disposition sur celui-ci, qui exploite ledit véhicule à titre de moyen de transport et est inscrite en tant que telle dans le registre des véhicules prévu à l'article 13.”

.

PUNT 9. GEDEELTELIJKE HERZIENING VAN AANHANGSEL F (APTU)

Documenten: Ref.: CR 25/9, CR 25/9 Add. 1.

Bevoegdheid: Unie.

Uitoefening van het stemrecht: Unie.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: redactionele wijzigingen worden gesteund.

PUNT 10. MANDAAT VOOR DE CONSOLIDATIE VAN HET TOELICHTEND VERSLAG

Document: CR 25/10.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: lidstaten.

Aanbevolen standpunt van de Unie: wordt gesteund.

PUNT 11. REDACTIONELE WIJZIGINGEN

Document: CR 25/11.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: lidstaten.

Aanbevolen standpunt van de Unie: wordt gesteund, mits het volgende nieuwe tweede streepje wordt toegevoegd:

„—

to provide for a period of 3 weeks open for Member States for a check of those editorial amendments before their notification

.

PUNT 12. GEDEELTELIJKE HERZIENING VAN AANHANGSEL E (CUI)

Document: CR 25/12.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: Unie.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: amendementen worden verworpen. Deze door het CIT voorgestelde amendementen omvatten de uitbreiding van de werkingssfeer van de CUI tot binnenlandse activiteiten, de invoering van contractueel bindende algemene voorwaarden en de uitbreiding van de aansprakelijkheid van de infrastructuurbeheerder voor schade. Zij verdienen verder te worden overwogen, maar aangezien zij niet zijn besproken op een intern forum van de OTIF vóór de zitting van de Herzieningscommissie, konden zij niet diepgaand genoeg worden beoordeeld. Het lijkt voorbarig om de CUI (die momenteel in overeenstemming met het recht van de Unie zijn) op deze zitting van de Herzieningscommissie te wijzigen zonder degelijke voorbereiding.

PUNT 13. REGLEMENT VAN ORDE VOOR DE WERKGROEPEN VAN DE HERZIENINGSCOMMISSIE MET BETREKKING TOT DE AANHANGSELS A, B, D EN E

Document: CR 25/13.

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: lidstaten.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: geen.

PUNT 14. INFORMATIE OVER DE TOEKOMSTIGE WERKZAAMHEDEN

Document: CR 25/14 (nog niet beschikbaar).

Bevoegdheid: gedeeld.

Uitoefening van het stemrecht: niet van toepassing.

Aanbevolen gecoördineerd standpunt: ter plaatse te bepalen.


(1)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

(2)  Richtlijn 2008/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot wijziging van Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen (spoorwegveiligheidsrichtlijn) (PB L 345 van 23.12.2008, blz. 62).

(3)  Aanbeveling 2011/217/EU van de Commissie van 29 maart 2011 betreffende vergunningen voor de indienststelling van subsystemen van structurele aard en voertuigen op grond van Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 95 van 8.4.2011, blz. 1).

(4)  Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30).


Top