Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02006R1013-20180101

Verordening (EG) n r. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1013/2018-01-01

02006R1013 — NL — 01.01.2018 — 012.003


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EG) Nr. 1013/2006 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 juni 2006

betreffende de overbrenging van afvalstoffen

(PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EG) Nr. 1379/2007 VAN DE COMMISSIE van 26 november 2007

  L 309

7

27.11.2007

►M2

VERORDENING (EG) Nr. 669/2008 VAN DE COMMISSIE van 15 juli 2008

  L 188

7

16.7.2008

►M3

VERORDENING (EG) Nr. 219/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 11 maart 2009

  L 87

109

31.3.2009

►M4

VERORDENING (EG) Nr. 308/2009 VAN DE COMMISSIE van 15 april 2009

  L 97

8

16.4.2009

►M5

RICHTLIJN 2009/31/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Voor de EER relevante tekst van 23 april 2009

  L 140

114

5.6.2009

►M6

VERORDENING (EU) Nr. 413/2010 VAN DE COMMISSIE van 12 mei 2010

  L 119

1

13.5.2010

►M7

VERORDENING (EU) Nr. 664/2011 VAN DE COMMISSIE van 11 juli 2011

  L 182

2

12.7.2011

►M8

VERORDENING (EU) Nr. 135/2012 VAN DE COMMISSIE van 16 februari 2012

  L 46

30

17.2.2012

►M9

VERORDENING (EU) Nr. 255/2013 VAN DE COMMISSIE van 20 maart 2013

  L 79

19

21.3.2013

►M10

VERORDENING (EU) Nr. 1257/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 20 november 2013

  L 330

1

10.12.2013

►M11

VERORDENING (EU) Nr. 660/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 mei 2014

  L 189

135

27.6.2014

►M12

VERORDENING (EU) Nr. 1234/2014 VAN DE COMMISSIE van 18 november 2014

  L 332

15

19.11.2014

►M13

VERORDENING (EU) 2015/2002 VAN DE COMMISSIE van 10 november 2015

  L 294

1

11.11.2015


Gerectificeerd bij:

►C1

Rectificatie, PB L 249, 13.9.2006, blz.  19 (1013/2006)

►C2

Rectificatie, PB L 299, 8.11.2008, blz.  50 (1379/2007)

►C3

Rectificatie, PB L 318, 28.11.2008, blz.  15 (1013/2006)

►C4

Rectificatie, PB L 334, 13.12.2013, blz.  46 (1013/2006)

►C5

Rectificatie, PB L 263, 8.10.2015, blz.  53 (255/2013)

►C6

Rectificatie, PB L 277, 22.10.2015, blz.  61 (1013/2006)

►C7

Rectificatie, PB L 111, 2.5.2018, blz.  10 (nr. 1013/2006)




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 1013/2006 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 14 juni 2006

betreffende de overbrenging van afvalstoffen



TITEL I

TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES

Artikel 1

Toepassingsgebied

1.  In deze verordening worden de procedures en controleregelingen voor de overbrenging van afvalstoffen vastgelegd, naar gelang van de herkomst, de bestemming en de route van de overbrenging, het soort overgebrachte afvalstoffen en het soort behandeling dat de afvalstoffen op de plaats van bestemming ondergaan.

2.  Deze verordening is van toepassing op de overbrenging van afvalstoffen:

a) tussen lidstaten, binnen de Gemeenschap of met doorvoer via derde landen;

b) die uit derde landen in de Gemeenschap worden ingevoerd;

c) die uit de Gemeenschap naar derde landen worden uitgevoerd;

d) tussen derde landen met doorvoer via de Gemeenschap.

3.  Onder deze verordening vallen niet:

a) het lossen aan wal van door gewone exploitatie van schepen en offshore-platforms ontstane afvalstoffen, inbegrepen afvalwater en residuen, voorzover die afvalstoffen vallen onder het Internationaal verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen van 1973, als gewijzigd bij het protocol van 1978 (Marpol 73/78), of onder andere bindende internationale rechtsinstrumenten;

b) afvalstoffen die aan boord van voertuigen, treinen, vliegtuigen en schepen zijn ontstaan, totdat zij met het oog op nuttige toepassing of verwijdering gelost zijn;

c) de overbrenging van radioactieve afvalstoffen als omschreven in artikel 2 van Richtlijn 92/3/Euratom van de Raad van 3 februari 1992 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen tussen lidstaten en naar en vanuit de Gemeenschap ( 1 );

d) de overbrenging die valt onder de erkenningseisen van Verordening (EG) nr. 1774/2002;

e) de overbrenging van afvalstoffen als bedoeld in artikel 2, punt 1, onder b), ii), iv) en v), van Richtlijn 2006/12/EG, indien deze overbrenging reeds onder andere wetgeving van de Gemeenschap met soortgelijke voorschriften valt;

f) de overbrenging van afvalstoffen vanuit het Zuidpoolgebied naar de Gemeenschap in overeenstemming met de eisen van het aan het Verdrag inzake Antarctica gehechte Protocol betreffende milieubescherming (1991);

g) de invoer in de Gemeenschap van afvalstoffen die zijn ontstaan bij strijdkrachten of hulporganisaties in crisissituaties, vredestichtings- en vredeshandhavingsoperaties, wanneer die afvalstoffen door of namens die strijdkrachten of hulporganisaties rechtstreeks of onrechtstreeks naar het land van bestemming worden overgebracht. In zulke gevallen wordt iedere bevoegde autoriteit van doorvoer en de bevoegde autoriteit van bestemming in de Gemeenschap vooraf geïnformeerd over de overbrenging en de bestemming ervan;

▼M5

h) de overbrenging van CO2 met het oog op geologische opslag overeenkomstig Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide ( 2 );

▼M10

i) schepen die de vlag voeren van een lidstaat en die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad vallen ( 3 ).

▼B

4.  De overbrenging van afvalstoffen vanuit het Zuidpoolgebied met doorvoer via de Gemeenschap naar landen buiten de Gemeenschap valt onder de artikelen 36 en 49.

5.  De overbrenging van afvalstoffen uitsluitend binnen een lidstaat valt onder artikel 33.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „afvalstoffen”: afvalstoffen als omschreven in artikel 1, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/12/EG;

2. „gevaarlijke afvalstoffen”: afvalstoffen als omschreven in artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen ( 4 );

3. „mengsel van afvalstoffen”: afvalstoffen die ontstaan door opzettelijke of onopzettelijke vermenging van twee of meer verschillende afvalstoffen, voor welk mengsel geen afzonderlijke code bestaat in de bijlagen III, III B, IV en IV A. Eén enkele overbrenging van afvalstoffen dat twee of meer soorten afvalstoffen omvat die onderling gescheiden zijn, wordt niet beschouwd als een mengsel van afvalstoffen;

4. „verwijdering”: een handeling als omschreven in artikel 1, lid 1, onder e), van Richtlijn 2006/12/EG;

5. „voorlopige verwijdering”: verwijderingshandelingen D 13 tot en met D 15 als omschreven in bijlage II A van Richtlijn 2006/12/EG;

6. „nuttige toepassing”: een handeling als omschreven in artikel 1, lid 1, onder f), van Richtlijn 2006/12/EG;

7. „voorlopige nuttige toepassing”: nuttige-toepassingshandelingen R 12 en R 13 als omschreven in bijlage II B van Richtlijn 2006/12/EG;

▼M11

7 bis. „hergebruik”: hergebruik als omschreven in artikel 3, lid 13, van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 5 );

▼B

8. „milieuhygiënisch verantwoord beheer”: het nemen van alle mogelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat afvalstoffen zodanig worden beheerd, dat de gezondheid van de mens en het milieu worden beschermd tegen de mogelijke nadelige gevolgen van deze afvalstoffen;

9. „producent”: eenieder wiens activiteiten afvalstoffen voortbrengen (eerste producent) en/of eenieder die voorbehandelingen, vermengingen of andere bewerkingen verricht die resulteren in een wijziging van de aard of samenstelling van die afvalstoffen (nieuwe producent) (als omschreven in artikel 1, lid 1, onder b), van Richtlijn 2006/12/EG);

10. „houder”: de producent van de afvalstoffen dan wel de natuurlijke of rechtspersoon die de afvalstoffen in zijn bezit heeft (als omschreven in artikel 1, lid 1, onder c), van Richtlijn 2006/12/EG);

11. „inzamelaar”: eenieder die afvalstoffen inzamelt, als omschreven in artikel 1, lid 1, onder g), van Richtlijn 2006/12/EG;

12. „handelaar”: eenieder die als verantwoordelijke optreedt bij het aankopen en vervolgens verkopen van afval, met inbegrip van handelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben, als bedoeld in artikel 12 van Richtlijn 2006/12/EG;

13. „makelaar”: eenieder die ten behoeve van anderen de verwijdering of de nuttige toepassing van afvalstoffen organiseert, met inbegrip van makelaars die de afvalstoffen niet fysiek in hun bezit hebben, als bedoeld in artikel 12 van Richtlijn 2006/12/EG;

14. „ontvanger”: de persoon of onderneming onder de rechtsmacht van het land van bestemming naar wie of waarnaar de afvalstoffen voor nuttige toepassing of verwijdering worden overgebracht;

15. „kennisgever”:

a) in geval van overbrenging vanuit een lidstaat, de onder de rechtsmacht van die lidstaat vallende natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is de afvalstoffen over te brengen of te laten overbrengen en gehouden is door de kennisgevingsplicht. De kennisgever is een van de hieronder genoemde personen of instanties in de aangegeven volgorde:

i) de eerste producent; of

ii) de vergunde nieuwe producent die handelingen verricht vóór de overbrenging; of

iii) een vergunde inzamelaar die de overbrenging — die zal aanvangen vanaf één locatie waarvan kennisgeving is gedaan — uit diverse kleine hoeveelheden van eenzelfde soort afvalstoffen uit verschillende bronnen heeft samengesteld; of

iv) een geregistreerde handelaar die door de eerste producent, de nieuwe producent of de bevoegde inzamelaar, zoals bedoeld onder i), ii) en iii), schriftelijk gemachtigd werd om namens hen als kennisgever op te treden;

v) een geregistreerde makelaar die door de eerste producent, de nieuwe producent of de bevoegde inzamelaar, zoals bedoeld onder i), ii) en iii), schriftelijk gemachtigd werd om namens hen als kennisgever op te treden;

vi) wanneer alle onder i), ii), iii), iv), en eventueel v), bedoelde personen onbekend of insolvabel zijn, de houder.

Indien een kennisgever als bedoeld onder iv) of v) niet voldoet aan de bepalingen inzake de terugnameplicht van de artikelen 22 tot en met 25, wordt voor de toepassing van die bepalingen als kennisgever beschouwd, de eerste producent, de nieuwe producent of de bevoegde inzamelaar als omschreven onder i), ii), of iii), die deze handelaar of makelaar gemachtigd heeft namens hem te handelen. In geval een gemachtigde handelaar of makelaar als omschreven onder iv) of v) kennisgeving doet van een illegale overbrenging, wordt voor de toepassing van deze verordening als kennisgever beschouwd, de persoon als omschreven onder i), ii), of iii), die deze handelaar of makelaar gemachtigd heeft;

▼C3

b) in geval van invoer in of doorvoer via de Gemeenschap van afvalstoffen die niet uit een lidstaat afkomstig zijn, de onder de rechtsmacht van het land van verzending vallende natuurlijke of rechtspersoon die voornemens is afvalstoffen over te brengen of te laten overbrengen, of die deze heeft laten overbrengen, te weten:

i) de door de wetgeving van het land van verzending aangewezen persoon of, bij gebrek van een aanwijzing;

ii) de houder op het moment van de uitvoer;

▼B

16. „Verdrag van Bazel”: het Verdrag van Bazel van 22 maart 1989 inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan;

17. „OESO-besluit”: Besluit C(2001) 107 def. van de OESO-Raad inzake de herziening van Besluit C(92) 39 def. betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing;

18. „bevoegde autoriteit”:

a) in geval van lidstaten: de door de lidstaat overeenkomstig artikel 53 aangewezen instantie; of

b) in geval van een derde land dat partij is bij het Verdrag van Bazel: de door dat land overeenkomstig artikel 5 van dat Verdrag als bevoegde autoriteit ter fine van de toepassing daarvan aangewezen instantie; of

c) in geval van een land waarnaar onder a) noch b) wordt verwezen: de instantie die door het betrokken land of de betrokken regio is aangewezen als bevoegde autoriteit of, indien een dergelijke aanwijzing ontbreekt, de regelgevende instantie van dat land of die regio die de rechtsmacht heeft over de overbrenging van afvalstoffen die, naar gelang van het geval, bestemd zijn voor nuttige toepassing, verwijdering of doorvoer;

19. „bevoegde autoriteit van verzending”: de bevoegde autoriteit voor het gebied waar de overbrenging aanvangt of gepland is aan te vangen;

20. „bevoegde autoriteit van bestemming”: de bevoegde autoriteit voor het gebied waar de overbrenging naartoe gaat of gepland is naartoe te gaan, of waarin de afvalstoffen worden verladen vóór de nuttige toepassing of verwijdering in een gebied dat niet onder de nationale rechtsmacht van enig land valt;

21. „bevoegde autoriteit van doorvoer”: de bevoegde autoriteit voor ieder ander land dan het land van de bevoegde autoriteit van verzending of van bestemming waar de overbrenging doorgaat of gepland is door te gaan;

22. „land van verzending”: het land waarin de overbrenging van afvalstoffen aanvangt of gepland is aan te vangen;

23. „land van bestemming”: het land waar de overbrenging van afvalstoffen naartoe gaat of gepland is naartoe te gaan met het oog op verwijdering, nuttige toepassing of verlading vóór nuttige toepassing of verwijdering in een gebied dat niet onder de nationale rechtsmacht van enig land valt;

24. „land van doorvoer”: het land waar een overbrenging van afvalstoffen doorheen gaat of gepland is doorheen te gaan, uitgezonderd het land van verzending of het land van bestemming;

25. „gebied onder de rechtsmacht van een lidstaat of een land”: ieder land- of watergebied waarin een staat overeenkomstig het internationaal recht de bestuurlijke en regelgevende verantwoordelijkheid uitoefent met betrekking tot de bescherming van de menselijke gezondheid of het milieu;

26. „landen en gebieden overzee”: de twintig overzeese landen en gebieden die staan vermeld in bijlage I A bij Besluit 2001/822/EG;

27. „douanekantoor van uitvoer uit de Gemeenschap”: het douanekantoor gedefinieerd in artikel 161, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek ( 6 );

28. „douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap”: het douanekantoor gedefinieerd in artikel 793, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek ( 7 );

29. „douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap”: het douanekantoor waar de afvalstoffen die het douanegebied van de Gemeenschap zijn binnengekomen, naartoe worden gebracht overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2913/92;

30. „invoer”: het binnenbrengen van afvalstoffen in de Gemeenschap, echter met uitzondering van doorvoer via de Gemeenschap;

31. „uitvoer”: het doen verlaten van afvalstoffen van de Gemeenschap, echter met uitzondering van doorvoer via de Gemeenschap;

32. „doorvoer”: een overbrenging van afvalstoffen of een geplande overbrenging van afvalstoffen doorheen een of meerdere andere landen dan het land van verzending of van bestemming;

33. „vervoer”: het verplaatsen van afvalstoffen over de weg, via het spoor, door de lucht, over zee of via binnenwateren;

34. „overbrenging”: het vervoer van voor nuttige toepassing of verwijdering bestemde afvalstoffen dat plaatsvindt of gepland is plaats te hebben:

a) tussen een land en een ander land; of

b) tussen een land en landen of gebieden overzee of andere gebieden die onder de bescherming van het eerstbedoelde land staan; of

c) tussen een land en een landgebied dat volgens het internationaal recht niet tot enig land behoort; of

d) tussen een land en het Zuidpoolgebied; of

e) vanuit een land doorheen een van de bovengenoemde gebieden; of

f) binnen een land doorheen een van bovengenoemde gebieden en dat in hetzelfde land vertrekt en eindigt; of

g) vanuit een niet onder de rechtsmacht van enig land vallend geografisch gebied naar een land;

35. „illegale overbrenging”: een overbrenging van afvalstoffen:

a) zonder kennisgeving aan alle betrokken bevoegde autoriteiten, overeenkomstig deze verordening, of

b) zonder toestemming van de betrokken bevoegde autoriteiten, overeenkomstig deze verordening, of

c) met een door vervalsing, verkeerde voorstelling van zaken of fraude verkregen toestemming van de betrokken bevoegde autoriteiten, of

d) dat feitelijk niet met de kennisgeving of de vervoersdocumenten overeenstemt, of

e) dat resulteert in een verwijdering of nuttige toepassing die in strijd is met de communautaire of internationale regelgeving, of

f) dat in strijd is met de artikelen 34, 36, 39, 40, 41 en 43, of

g) waarbij, ten aanzien van overbrengingen van afvalstoffen als bedoeld in artikel 3, leden 2 en 4,

i) ontdekt is dat de afvalstoffen niet vermeld zijn in bijlage III, III A of III B of

ii) niet voldaan is aan artikel 3, lid 4;

iii) de overbrenging geschiedt op een wijze die niet feitelijk is gespecificeerd in het in bijlage VII opgenomen document;

▼M11

35 bis. „controle”: acties van de betrokken autoriteiten om na te gaan of een inrichting, een onderneming, een makelaar, een handelaar, een overbrenging van afvalstoffen of de daarmee verband houdende nuttige toepassing of verwijdering voldoet aan de toepasselijke voorschriften van deze verordening.

▼B



TITEL II

OVERBRENGINGEN BINNEN DE GEMEENSCHAP, MET OF ZONDER DOORVOER VIA DERDE LANDEN

Artikel 3

Algemeen procedureel kader

1.  Overbrengingen van de volgende afvalstoffen vallen onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming, als vastgelegd in deze titel:

a) indien bestemd voor verwijdering:

alle afvalstoffen;

b) indien bestemd voor nuttige toepassing:

i) de afvalstoffen van bijlage IV, inclusief inter alia de afvalstoffen die worden genoemd in de bijlagen II en VIII bij het Verdrag van Bazel;

ii) de afvalstoffen van bijlage IV A;

iii) de afvalstoffen die niet onder één code van bijlage III, III B, IV of IV A vallen;

iv) mengsels van afvalstoffen die niet onder één code van bijlage III, III B, IV of IV A vallen, tenzij zij staan vermeld in bijlage III A.

2.  Overbrengingen van de volgende voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen vallen onder de algemene informatieverplichtingen als vastgesteld in artikel 18, wanneer het om meer dan 20 kg gaat:

a) afvalstoffen van bijlage III of III B;

b) mengsels die niet onder één code van bijlage III vallen, van twee of meer soorten afvalstoffen van bijlage III, mits de samenstelling van deze mengsels geen gevaar vormt voor de milieuhygiënisch verantwoorde nuttige toepassing ervan en mits deze mengsels overeenkomstig artikel 58 vermeld zijn in bijlage III A.

3.  Soorten afvalstoffen van bijlage III vallen, in uitzonderlijke gevallen, onder de relevante bepalingen alsof zij vermeld stonden in bijlage IV, indien zij een van de in bijlage III bij Richtlijn 91/689/EEG vermelde gevaarlijke eigenschappen vertonen. Deze gevallen worden behandeld overeenkomstig artikel 58.

4.  Overbrengingen van afvalstoffen die uitdrukkelijk bestemd zijn voor laboratoriumanalyse ter bepaling van hun fysische of chemische eigenschappen of van hun geschiktheid voor nuttige toepassing of verwijdering, vallen niet onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming van lid 1. In plaats daarvan gelden de procedurele voorschriften van artikel 18. De hoeveelheid uitdrukkelijk voor laboratoriumanalyse bestemde afvalstoffen waarvoor deze uitzondering geldt, is de kleinste hoeveelheid die redelijkerwijs nodig is om de analyse in elk specifiek geval naar behoren uit te voeren, en bedraagt ten hoogste 25 kg.

5.  Overbrengingen van gemengd stedelijk afval (codenummer 20 03 01) ingezameld van particuliere huishoudens, ook indien die inzameling dergelijk afval van andere producenten omvat, naar inrichtingen voor nuttige toepassing of verwijdering vallen volgens deze verordening onder dezelfde bepalingen als overbrengingen van voor verwijdering bestemd afval.



HOOFDSTUK 1

Voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming

Artikel 4

Kennisgeving

Wanneer de kennisgever voornemens is afvalstoffen als bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a) of b), over te brengen, doet hij daarvan voorafgaand schriftelijke kennisgeving bij en via de bevoegde autoriteit van verzending, indien hij een algemene kennisgeving doet, neemt hij artikel 13 in acht.

De kennisgeving voldoet aan de volgende eisen:

1. Kennisgevings- en vervoersdocumenten

Voor de kennisgeving worden de volgende documenten gebruikt:

a) het kennisgevingsdocument van bijlage I A; en

b) het vervoersdocument van bijlage I B.

Voor de kennisgeving vult de kennisgever het kennisgevingsdocument en, indien nodig, het vervoersdocument in.

Indien de kennisgever niet de producent is overeenkomstig artikel 2, punt 15, onder a), i), zorgt de kennisgever ervoor dat de producent of een van de in artikel 2, punt 15, onder a), ii) of iii), aangewezen personen, indien mogelijk, het kennisgevingsdocument van bijlage I A mede ondertekent.

Het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument worden door de bevoegde autoriteit van verzending aan de kennisgever verstrekt.

2. Informatie en documentatie in de kennisgevings- en vervoersdocumenten

De kennisgever neemt de in bijlage II, deel 1, bedoelde informatie en documentatie in het kennisgevingsdocument op of voegt deze daar als bijlage aan toe. De kennisgever neemt de in bijlage II, deel 2, bedoelde informatie en documentatie in het vervoersdocument op of voegt deze daar als bijlage aan toe, in de mate waarin die ten tijde van de kennisgeving mogelijk is.

Een kennisgeving wordt als correct verricht beschouwd indien de bevoegde autoriteit van verzending zich ervan heeft vergewist dat het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument zijn ingevuld overeenkomstig de eerste alinea.

3. Aanvullende informatie en documentatie

Indien een van de betrokken bevoegde autoriteiten daarom verzoekt, verstrekt de kennisgever aanvullende informatie en documentatie. Bijlage II, deel 3, bevat een lijst van de aanvullende informatie en documentatie die mag worden verlangd.

Een kennisgeving wordt als volledig beschouwd indien de bevoegde autoriteit van bestemming zich ervan heeft vergewist dat het kennisgevings- en vervoersdocument ingevuld zijn en dat de in bijlage II, deel 1 en deel 2, bedoelde informatie en documentatie, alsmede de eventuele aanvullende informatie en documentatie waarom uit hoofde van dit punt en overeenkomstig bijlage II, deel 3, is verzocht, door de kennisgever zijn verstrekt.

4. Contract tussen de kennisgever en de ontvanger

De kennisgever en de ontvanger sluiten een contract als omschreven in artikel 5 voor de nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen waarop de kennisgeving betrekking heeft.

Bij de kennisgeving wordt aan de betrokken bevoegde autoriteiten een bewijs, of een verklaring overeenkomstig bijlage I A, van het bestaan van dit contract verstrekt. Op verzoek van de betrokken bevoegde autoriteit verstrekt de kennisgever of de ontvanger een afschrift van het contract of een door de bevoegde autoriteit aanvaard bewijs daarvan.

5. Storting van een borgsom of sluiting van een gelijkwaardige verzekering

Er wordt een borgsom gestort of een gelijkwaardige verzekering gesloten als omschreven in artikel 6. De kennisgever legt daartoe een verklaring af op het daarvoor bestemde deel van het kennisgevingsformulier in bijlage I A.

De borgsom of gelijkwaardige verzekering (of een bewijs daarvan indien dit voor de bevoegde autoriteit volstaat), worden als onderdeel van het kennisgevingsdocument voorgelegd op het moment van kennisgeving, dan wel — indien de bevoegde autoriteit op grond van nationale wetgeving daarmee instemt — een bepaalde termijn voor de aanvang van de overbrenging.

6. Reikwijdte van de kennisgeving

De kennisgeving bestrijkt de overbrenging van de afvalstoffen vanaf de oorspronkelijke plaats van verzending en omvat de voorlopige en niet-voorlopige nuttige toepassing of verwijdering.

Indien er aansluitend verdere voorlopige en niet-voorlopige handelingen plaatsvinden in een ander land dan het eerste land van bestemming, worden de niet-voorlopige handeling en de bestemming in het kennisgevingsdocument vermeld en is artikel 15, onder f) van toepassing.

Voor elke afvalstoffencode wordt slechts een kennisgeving ingediend, uitgezonderd voor:

a) afvalstoffen die niet onder één code van bijlage III, III B, IV of IV A vallen; in dit geval wordt slechts één soort afval gespecificeerd;

b) mengsels van afvalstoffen die niet onder één code van bijlage III, III B, IV of IV A vallen, tenzij zij worden vermeld in bijlage III A. In dit geval wordt de code van elke afvalfractie gespecificeerd, in volgorde van belangrijkheid.

Artikel 5

Contract

1.  Voor elke overbrenging van afvalstoffen waarvoor een kennisgeving is vereist, sluiten de kennisgever en de ontvanger een contract voor de nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen waarop de kennisgeving betrekking heeft.

2.  Het contract moet totstandgekomen zijn en bindend zijn op het moment van kennisgeving voor de duur van de overbrenging, totdat een verklaring is verstrekt overeenkomstig artikel 15, onder e), artikel 16, onder e), of, in voorkomend geval, artikel 15, onder d).

3.  Dit contract voorziet in de verplichting:

a) van de kennisgever om overeenkomstig artikel 22 en artikel 24, lid 2, de afvalstoffen terug te nemen, indien de overbrenging dan wel de nuttige toepassing of de verwijdering niet op de geplande wijze zijn voltooid of indien er sprake is van een illegale overbrenging;

b) van de ontvanger om overeenkomstig artikel 24, lid 3, de afvalstoffen te verwijderen of nuttig toe te passen, indien er sprake is van een illegale overbrenging; en

c) van de inrichting om in overeenstemming met artikel 16, onder e), een verklaring te verstrekken waarin staat dat de afvalstoffen nuttig werden toegepast of verwijderd conform de kennisgeving, de daarin vermelde voorwaarden en de voorschriften van deze verordening.

4.  Indien de overbrenging bestemd is voor voorlopige nuttige toepassing of verwijdering voorziet het contract in de volgende aanvullende verplichtingen van de ontvanger of de ontvangende inrichting:

a) het voorleggen, overeenkomstig artikel 15, onder d), en in voorkomend geval artikel 15, onder e), door de ontvangende inrichting van de verklaringen van nuttige toepassing of verwijdering conform de bijbehorende kennisgeving, de daarin opgenomen voorwaarden en de voorschriften van deze verordening; en

b) indien van toepassing, het voorleggen door de ontvanger van een kennisgeving aan de eerste bevoegde autoriteit van verzending, overeenkomstig artikel 15, onder f), ii).

5.  Indien afvalstoffen worden overgebracht tussen twee inrichtingen die onder de zeggenschap van dezelfde rechtspersoon staan, kan het contract worden vervangen door een verklaring van deze rechtspersoon waarin deze zich verbindt tot nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen waarop de kennisgeving betrekking heeft.

Artikel 6

Borgsom

1.  Voor elke overbrenging van afvalstoffen waarvoor een kennisgeving is vereist, wordt een borgsom of gelijkwaardige verzekering verlangd ter dekking van:

a) de vervoerskosten;

b) de kosten van nuttige toepassing of verwijdering, inclusief nodig geachte voorlopige handelingen; en

c) de opslagkosten voor 90 dagen.

2.  De borgsom of gelijkwaardige verzekering is bedoeld ter dekking van de kosten die ontstaan in verband met:

a) een overbrenging dan wel een nuttige toepassing of verwijdering die niet op de geplande wijze kunnen worden voltooid, als bedoeld in artikel 22; en

b) een illegale overbrenging dan wel een illegale nuttige toepassing of verwijdering, als bedoeld in artikel 24.

3.  De borgsom of gelijkwaardige verzekering wordt door de kennisgever of door een andere natuurlijke of rechtspersoon namens deze, gestort respectievelijk gesloten en is juridisch bindend op het moment van de kennisgeving of — mits de bevoegde autoriteit die de borgsom of gelijkwaardige verzekering goedkeurt daarmee instemt — uiterlijk op het moment waarop de overbrenging aanvangt; zij treedt uiterlijk bij de aanvang van de aangemelde overbrenging in werking.

4.  De borgsom of gelijkwaardige verzekering alsmede het formulier hiervoor, de formulering ervan en de hoogte van de dekking worden door de bevoegde autoriteit van verzending goedgekeurd.

In geval van invoer in de Gemeenschap evenwel wordt de hoogte van de dekking door de bevoegde autoriteit van bestemming in de Gemeenschap geëvalueerd en kan deze, indien nodig, een bijkomende borgsom of gelijkwaardige verzekering opleggen.

5.  De borgsom of gelijkwaardige verzekering geldt en dekt de aangemelde overbrenging tot en met de voltooiing van de nuttige toepassing of verwijdering van de aangemelde afvalstoffen.

De borgsom of gelijkwaardige verzekering wordt vrijgegeven zodra de betrokken bevoegde autoriteit de verklaring heeft ontvangen als bedoeld in artikel 16, onder e), of, in voorkomend geval, artikel 15, onder e), voor voorlopige handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering.

6.  Indien een overbrenging bestemd is voor voorlopige nuttige toepassing of verwijdering en er in het land van bestemming aansluitend een verdere nuttige toepassing of verwijdering plaatsvindt, kan, in afwijking van lid 5, de borgsom of de gelijkwaardige verzekering worden vrijgegeven zodra de afvalstoffen de voorlopige inrichting verlaten en de betrokken bevoegde autoriteit de in artikel 15, onder d), bedoelde verklaring heeft ontvangen. In dit geval wordt een aansluitende overbrenging naar een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering gedekt door een nieuwe borgsom of gelijkwaardige verzekering, tenzij de bevoegde autoriteit van bestemming deze borgsom of deze gelijkwaardige verzekering niet nodig acht. In dat geval is de bevoegde autoriteit van bestemming verantwoordelijk voor de verplichtingen die voortvloeien uit een illegale overbrenging of voor de terugname indien de overbrenging of de handeling tot verdere nuttige toepassing of verwijdering niet kan worden voltooid zoals gepland.

7.  De bevoegde autoriteit binnen de Gemeenschap die de borgsom of gelijkwaardige verzekering heeft goedgekeurd kan hierover beschikken en kan de middelen aanwenden om andere betrokken autoriteiten te betalen, teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 23 en 25 te voldoen.

8.  In geval van een algemene kennisgeving in de zin van artikel 13, kunnen verscheidene borgsommen worden gestort of gelijkwaardige verzekeringen worden gesloten ter dekking van onderdelen van de algemene kennisgeving, in plaats van één borgsom of gelijkwaardige verzekering ter dekking van de gehele algemene kennisgeving. In dit geval treedt elke borgsom of gelijkwaardige verzekering ten laatste in werking bij aanvang van de aangemelde overbrenging waarop deze betrekking heeft.

De borgsom(men) of gelijkwaardige verzekering(en) worden vrijgegeven zodra de betrokken bevoegde autoriteit voor de desbetreffende afvalstoffen de verklaring heeft ontvangen als bedoeld in artikel 16, onder e), of, in voorkomend geval, artikel 15, onder e), voor voorlopige handelingen tot nuttige toepassing of verwijdering. Mutatis mutandis is lid 6 van toepassing.

9.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de bepalingen die uit hoofde van dit artikel in de nationale wetgeving worden opgenomen.

Artikel 7

Doorzending van de kennisgeving door de bevoegde autoriteit van verzending

1.  Na ontvangst van de correct verrichte kennisgeving als omschreven in artikel 4, tweede alinea, punt 2, bewaart de bevoegde autoriteit van verzending een afschrift van de kennisgeving, zendt zij de kennisgeving door aan de bevoegde autoriteit van bestemming, zendt zij afschriften aan de bevoegde autoriteit(en) van doorvoer, en brengt zij de kennisgever op de hoogte van de doorzending. Zij doet dit binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving.

2.  Indien de kennisgeving niet correct is verricht, verlangt de bevoegde autoriteit van verzending de in artikel 4, tweede alinea, punt 2, genoemde informatie of documentatie van de kennisgever.

Zij doet dit binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving.

Na ontvangst van de betrokken informatie/documentatie beschikt de bevoegde autoriteit van verzending over drie werkdagen om aan lid 1 te voldoen.

3.  Zodra de kennisgeving correct is verricht, zoals omschreven in artikel 4, tweede alinea, punt 2, kan de bevoegde autoriteit van verzending binnen drie dagen na ontvangst besluiten een kennisgeving niet verder te behandelen indien zij overeenkomstig de artikelen 11 en 12 bezwaren heeft tegen de overbrenging.

Zij stelt de kennisgever onverwijld van haar besluit en bezwaren in kennis.

4.  Indien de bevoegde autoriteit van verzending de kennisgeving 30 dagen na ontvangst ervan niet heeft doorgezonden, zoals voorgeschreven in lid 1, geeft zij de kennisgever op diens verzoek een gemotiveerde verklaring daarvoor. Dit is niet van toepassing indien aan haar verzoek om informatie zoals bedoeld in lid 2 geen gevolg is gegeven.

Artikel 8

Verzoeken om informatie en documentatie van de betrokken bevoegde autoriteiten en ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming

1.  Indien, na doorzending van de kennisgeving door de bevoegde autoriteit van verzending, één van de betrokken bevoegde autoriteiten van mening is dat aanvullende informatie en documentatie overeenkomstig artikel 4, tweede alinea, punt 3, nodig is, verzoekt zij de kennisgever daarom en stelt zij de overige betrokken bevoegde autoriteiten daarvan op de hoogte. Zij doet dit binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving. De betrokken bevoegde autoriteiten beschikken over drie werkdagen na ontvangst van de informatie en documentatie om de bevoegde autoriteit van bestemming hiervan op de hoogte te stellen.

2.  Indien de bevoegde autoriteit van bestemming van mening is dat de kennisgeving volledig is, in de zin van artikel 4, tweede alinea, punt 3, zendt zij een ontvangstbevestiging aan de kennisgever en afschriften daarvan aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten. Zij doet dit binnen drie werkdagen na ontvangst van de correct ingevulde kennisgeving.

3.  Indien de bevoegde autoriteit van bestemming de kennisgeving 30 dagen na ontvangst ervan niet heeft bevestigd, zoals voorgeschreven in lid 2, geeft zij de kennisgever op diens verzoek een gemotiveerde verklaring daarvoor.

Artikel 9

Toestemming van de bevoegde autoriteit van bestemming, van verzending en van doorvoer en termijnen voor vervoer, nuttige toepassing of verwijdering

1.  De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer beschikken over een termijn van 30 dagen na de datum van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteiten van bestemming uit hoofde van artikel 8 om een van de volgende, schriftelijk gemotiveerde besluiten te nemen over de aangemelde overbrenging:

a) toestemming zonder voorwaarden;

b) aan voorwaarden verbonden toestemming, overeenkomstig artikel 10; of

c) bezwaar, overeenkomstig de artikelen 11 en 12.

Indien de bevoegde autoriteit van doorvoer binnen de bedoelde termijn van 30 dagen geen bezwaar heeft gemaakt, mag zij worden geacht stilzwijgende toestemming te hebben verleend.

2.  De bevoegde autoriteiten van bestemming, van verzending en, voorzover van toepassing, van doorvoer zenden de kennisgever binnen de in lid 1 bedoelde termijn van 30 dagen hun schriftelijk besluit en de redenen daarvoor toe, met afschrift aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten.

3.  De bevoegde autoriteiten van bestemming, van verzending en, voorzover van toepassing, van doorvoer maken hun schriftelijke toestemming duidelijk door de kennisgevingsdocumenten of de afschriften ervan op passende wijze af te stempelen, te ondertekenen en te dateren.

4.  De schriftelijke toestemming voor een geplande overbrenging verstrijkt één kalenderjaar nadat zij is afgegeven of op een latere datum indien zulks in het kennisgevingsdocument is vermeld. Dit geldt niet indien de betrokken bevoegde autoriteiten een kortere termijn hebben vastgesteld.

5.  Stilzwijgende toestemming voor een geplande overbrenging verstrijkt één kalenderjaar na het verstrijken van de termijn van 30 dagen als omschreven in lid 1.

6.  De geplande overbrenging mag niet aanvangen vooraleer is voldaan aan de eisen van artikel 16, onder a) en b), en vindt plaats tijdens de geldigheidsduur van de (stilzwijgende of schriftelijke) toestemmingen van alle bevoegde autoriteiten.

7.  De nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen in verband met een geplande overbrenging wordt binnen één kalenderjaar na ontvangst van de afvalstoffen door de inrichting voltooid, tenzij de betrokken bevoegde autoriteiten een kortere termijn hebben aangegeven.

8.  De betrokken bevoegde autoriteiten trekken hun toestemming in, wanneer zij er kennis van krijgen dat:

a) de samenstelling van de afvalstoffen niet overeenstemt met hetgeen in de kennisgeving is vermeld; of

b) de aan de overbrenging verbonden voorwaarden niet worden nageleefd; of

c) de afvalstoffen niet conform de vergunning van de inrichting waarin de genoemde handeling plaatsvindt, nuttig worden toegepast of verwijderd; of

d) de afvalstoffen zullen worden of zijn overgebracht, nuttig toegepast of verwijderd op een wijze die niet in overeenstemming is met de in het kennisgevings- en vervoersdocument vermelde of daarbij gevoegde informatie.

9.  De kennisgever wordt in kennis gesteld van de intrekking van de toestemming door middel van officiële mededeling met afschrift aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten.

Artikel 10

Aan voorwaarden verbonden overbrenging

1.  De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer kunnen, binnen 30 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8, voorwaarden verbinden aan hun toestemming voor een aangemelde overbrenging. Deze voorwaarden kunnen gebaseerd zijn op een of meer van de in artikel 11 of 12 genoemde gronden met betrekking tot verwijdering en nuttige toepassing bestemde afvalstoffen.

2.  De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer kunnen binnen de in lid 1 genoemde termijn van 30 dagen, ook voorwaarden verbinden aan het vervoer van afvalstoffen binnen hun rechtsgebied. Deze vervoersvoorwaarden mogen niet strenger zijn dan die welke gelden voor soortgelijke overbrengingen die volledig binnen hun rechtsgebied worden afgewikkeld, en dienen in overeenstemming te zijn met de bestaande overeenkomsten, in het bijzonder met de toepasselijke internationale overeenkomsten.

3.  De bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer kunnen tevens binnen de in lid 1 genoemde termijn van 30 dagen de voorwaarde stellen, dat hun toestemming wordt geacht te zijn ingetrokken wanneer de borgsom(men) en of gelijkwaardige verzekering(en) niet uiterlijk bij de aanvang van de overbrenging in werking is getreden, zoals bepaald in artikel 6, lid 3.

4.  De voorwaarden worden door de bevoegde autoriteit die ze stelt schriftelijk aan de kennisgever meegedeeld, met afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten.

De voorwaarden worden door de betrokken bevoegde autoriteit in het kennisgevingsdocument opgenomen of daar als bijlage aan toegevoegd.

5.  De bevoegde autoriteit van bestemming kan binnen de in lid 1 genoemde termijn van 30 dagen de voorwaarde stellen dat de ontvangende inrichting regelmatig input-output-gegevens en/of balansen over de in de mededeling genoemde afvalstoffen en de specifieke nuttige toepassing of verwijdering voorlegt, en wel voor de geldigheidsduur van de kennisgeving. Deze gegevens zijn door de voor de inrichting juridisch verantwoordelijke persoon ondertekend en worden binnen een maand na voltooiing van de medegedeelde operatie van nuttige toepassing of verwijdering naar de bevoegde autoriteit van bestemming gestuurd.

Artikel 11

Bezwaren tegen een overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen

1.  Wanneer een kennisgeving inzake een geplande overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen wordt gedaan, kunnen de bevoegde autoriteiten van verzending en van bestemming, binnen 30 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8, met redenen omklede bezwaren indienen op een of meer van de volgende gronden en in overeenstemming met het Verdrag:

a) de geplande overbrenging of de geplande verwijdering is niet in overeenstemming met maatregelen die op communautair en nationaal niveau zijn genomen om de beginselen van nabijheid, voorrang voor nuttige toepassing en zelfverzorging overeenkomstig Richtlijn 2006/12/EG hun beslag te geven en die gericht zijn op het geheel of gedeeltelijk verbieden van overbrenging van afvalstoffen of op het stelselmatig bezwaar daartegen maken; of

b) de geplande overbrenging of de geplande verwijdering is, wat handelingen in het bezwaren makende land betreft, niet in overeenstemming met nationale wetgeving inzake milieubescherming, openbare orde, openbare veiligheid of bescherming van de gezondheid; of

c) de kennisgever of de ontvanger werd eerder veroordeeld voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met de bescherming van het milieu. In dit geval kunnen de bevoegde autoriteiten van verzending en bestemming bezwaar maken tegen elk transport waarbij de persoon in kwestie betrokken is, overeenkomstig de nationale wetgeving; of

d) de kennisgever of de inrichting hebben bij vorige transporten herhaaldelijk de artikelen 15 en 16 overtreden; of

e) de lidstaat wenst gebruik te maken van zijn recht om uit hoofde van artikel 4, lid 1, van het Verdrag van Bazel de invoer van gevaarlijke afvalstoffen of van afvalstoffen die zijn opgenomen in bijlage II van het Verdrag van Bazel te verbieden; of

f) de geplande overbrenging of de geplande verwijdering is in strijd met de verplichtingen die voortvloeien uit door de betrokken lidstaat of lidstaten of de Gemeenschap gesloten internationale overeenkomsten; of

g) de geplande overbrenging of de geplande verwijdering is, gezien de geografische omstandigheden of de noodzaak van gespecialiseerde inrichtingen voor bepaalde soorten afval, niet in overeenstemming met Richtlijn 2006/12/EG, inzonderheid niet met de artikelen 5 en 7 daarvan, in welk geval bezwaar kan worden gemaakt:

i) teneinde het beginsel van zelfverzorging op communautair en nationaal niveau toe te passen;

ii) omdat de gespecialiseerde inrichting afvalstoffen uit een dichterbij gelegen bron moet verwijderen en door de bevoegde autoriteit is voorrang aan die afvalstoffen gegeven; of

iii) om ervoor te zorgen dat de overbrenging in overeenstemming is met de afvalbeheerplannen; of

h) de betrokken afvalstoffen worden behandeld in een inrichting die onder Richtlijn 96/61/EG valt, maar die niet de beste beschikbare technieken toepast in de zin van artikel 9, lid 4, van die richtlijn, een en ander volgens de vergunning van de betrokken inrichting; of

i) dat het gemengd stedelijk afval uit particuliere huishoudens (code 20 03 01) betreft; of

j) de betrokken afvalstoffen worden niet behandeld conform de in de wetgeving van de Gemeenschap opgenomen juridisch bindende milieubeschermingsvoorschriften voor verwijderingshandelingen, ook in gevallen waarin tijdelijke afwijkingen worden toegestaan.

2.  De bevoegde autoriteit van doorvoer kan binnen de termijn van 30 dagen als omschreven in lid 1 met redenen omklede bezwaren indienen op grond van lid 1, onder b), c), d) en f).

3.  Indien de totale hoeveelheid van een gevaarlijke afvalstof die in één jaar in de lidstaat van verzending wordt geproduceerd zo gering is dat het economisch niet verantwoord zou zijn in die lidstaat gespecialiseerde verwijderingsinstallaties te bouwen, wordt lid 1, onder a), niet toegepast.

De bevoegde autoriteit van bestemming werkt samen met de bevoegde autoriteit van verzending die van mening is dat dit lid en niet lid 1, onder a), van toepassing is, teneinde de kwestie in bilateraal verband op te lossen.

▼M3

Indien zij niet tot een bevredigende oplossing komen, kan elk van beide lidstaten de zaak aan de Commissie voorleggen. Een besluit over deze zaak wordt genomen volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2.

▼B

4.  Indien de bevoegde autoriteiten binnen de termijn van 30 dagen als omschreven in lid 1 tot de bevinding zijn gekomen dat de problemen die aanleiding waren voor hun bezwaren zijn opgelost, delen zij dat de kennisgever onverwijld schriftelijk mede, met afschrift aan de ontvanger en aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten.

5.  Indien de problemen die aanleiding waren voor de bezwaren binnen de termijn van 30 dagen als omschreven in lid 1 niet werd opgelost, verliest de kennisgeving haar geldigheid. Indien de kennisgever voornemens blijft de overbrenging uit te voeren, wordt een nieuwe kennisgeving ingediend, tenzij alle betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever anders overeenkomen.

6.  De maatregelen die door een lidstaat in overeenstemming met lid 1, onder a), worden getroffen om transporten van voor verwijdering bestemde afvalstoffen geheel of gedeeltelijk te verbieden of daar stelselmatig bezwaar tegen te maken, of die worden getroffen in overeenstemming met lid 1, onder e), worden onverwijld ter kennis gebracht van de Commissie, die de overige lidstaten op de hoogte brengt.

Artikel 12

Bezwaren tegen een transport van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen

1.  Wanneer een kennisgeving inzake een gepland transport van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen wordt gedaan, kunnen de bevoegde autoriteiten van verzending en van bestemming binnen 30 dagen na verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8, met redenen omklede bezwaren indienen op een of meer van de volgende gronden en in overeenstemming met het Verdrag:

a) de geplande overbrenging of de geplande nuttige toepassing is niet in overeenstemming met Richtlijn 2006/12/EG, inzonderheid niet met de artikelen 3, 4, 7 en 10 daarvan; of

b) de geplande overbrenging of de geplande nuttige toepassing is, wat handelingen in het bezwaren makende land betreft, niet in overeenstemming met nationale wetgeving inzake milieubescherming, openbare orde, openbare veiligheid of bescherming van de gezondheid; of

c) de geplande overbrenging of de geplande nuttige toepassing is niet in overeenstemming met nationale wetgeving van het land van verzending, ook wanneer de geplande overbrenging bestemd is voor nuttige toepassing in een inrichting waarvoor voor de behandeling van de specifieke afvalstroom minder strenge normen gelden dan in het land van verzending, waarbij de noodzakelijke verzekering van de goede werking van de interne markt niet uit het oog mag worden verloren.

Dit is niet van toepassing indien:

i) er terzake wetgeving bestaat van de Gemeenschap, met name betreffende afvalstoffen, en indien in de nationale wetgeving ter uitvoering daarvan voorschriften zijn opgenomen die minstens even streng zijn als de wetgeving van de Gemeenschap;

ii) de nuttige-toepassingshandeling in het land van bestemming zal plaatsvinden onder voorwaarden die in het algemeen gelijkwaardig zijn aan die van de nationale wetgeving in het land van verzending;

iii) niet onder i) bedoelde nationale wetgeving in het land van verzending niet bekendgemaakt werd overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften ( 8 ), voorzover die dat voorschrijft; of

d) de kennisgever of de ontvanger eerder is veroordeeld voor illegale overbrenging of voor een andere onwettige handeling in verband met de bescherming van het milieu. In dit geval kunnen de bevoegde autoriteiten van verzending en bestemming bezwaar maken tegen elk transport waarbij de persoon in kwestie betrokken is, overeenkomstig de nationale wetgeving; of

e) de kennisgever of de inrichting bij eerdere transporten herhaaldelijk de artikelen 15 en 16 heeft overtreden; of

f) de geplande overbrenging of de geplande nuttige toepassing in strijd is met de verplichtingen die voortvloeien uit door de betrokken lidstaat of lidstaten of de Gemeenschap gesloten internationale overeenkomsten; of

g) de verhouding tussen de wel en niet nuttig toe te passen afvalstoffen, de geschatte waarde van het materiaal dat uiteindelijk nuttig wordt toegepast, of de kosten van de nuttige toepassing en de kosten van verwijdering van het niet nuttig toe te passen gedeelte, de nuttige toepassing uit economisch en/of milieutechnisch oogpunt niet rechtvaardigen; of

h) de overbrenging bestemd is voor verwijdering en niet voor nuttige toepassing; of

i) de betrokken afvalstoffen worden behandeld in een inrichting die onder Richtlijn 96/61/EG valt, maar die niet de beste beschikbare technieken in de zin van artikel 9, lid 4, van die richtlijn toepast, een en ander volgens de vergunning van de betrokken inrichting; of

j) de betrokken afvalstoffen worden niet behandeld conform de in de wetgeving van de Gemeenschap opgenomen juridisch bindende milieubeschermingsvoorschriften voor nuttige-toepassingshandelingen, ook in gevallen waarin tijdelijke afwijkingen worden toegestaan; of

k) de betrokken afvalstoffen worden niet behandeld in overeenstemming met afvalbeheersplannen die zijn opgesteld krachtens artikel 7 van Richtlijn 2006/12/EG teneinde de in de communautaire wetgeving opgenomen juridisch bindende verplichtingen inzake nuttige toepassing of hergebruik na te komen.

2.  De bevoegde autoriteiten van doorvoer kunnen binnen de termijn van 30 dagen als omschreven in lid 1 met redenen omklede bezwaren indienen op grond van uitsluitend lid 1, onder b), d), e) en f).

3.  Indien de bevoegde autoriteiten binnen de termijn van 30 dagen als omschreven in lid 1 tot de bevinding zijn gekomen dat de problemen die aanleiding waren voor hun bezwaren zijn opgelost, delen zij dat de kennisgever onverwijld schriftelijk mede, met afschrift aan de ontvanger en aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten.

4.  Indien de problemen die aanleiding waren voor de bezwaren binnen de termijn van 30 dagen als omschreven in lid 1 niet werden opgelost, verliest de kennisgeving haar geldigheid. Indien de kennisgever voornemens blijft de overbrenging uit te voeren, wordt een nieuwe kennisgeving ingediend, tenzij alle betrokken bevoegde autoriteiten en de kennisgever anders overeenkomen.

5.  Bezwaren van bevoegde autoriteiten overeenkomstig lid 1, onder c), worden door de lidstaten aan de Commissie gemeld overeenkomstig artikel 51.

6.  De lidstaat van verzending stelt de Commissie en de overige lidstaten op de hoogte van de nationale wetgeving waarop bezwaren van de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met lid 1, onder c), gebaseerd kunnen zijn en deelt mee op welke afvalstoffen en welke nuttige-toepassingshandelingen zij van toepassing is; zulks geschiedt alvorens deze wetgeving wordt ingeroepen om met redenen omklede bezwaren in te dienen.

Artikel 13

Algemene kennisgeving

1.  De kennisgever kan een algemene kennisgeving voor verscheidene transporten indienen indien bij elk transport:

a) de afvalstoffen in essentie soortgelijke fysische en chemische eigenschappen hebben; en

b) de afvalstoffen naar dezelfde ontvanger en dezelfde inrichting worden getransporteerd; en

c) de in het kennisgevingsdocument genoemde route van de overbrenging dezelfde is.

2.  Indien wegens onvoorziene omstandigheden niet dezelfde route kan worden gevolgd, brengt de kennisgever de betrokken bevoegde autoriteiten daarvan zo spoedig mogelijk op de hoogte, zo mogelijk nog vóór de aanvang van de overbrenging, indien op dat moment al bekend is dat een routewijziging noodzakelijk is.

Indien de routewijziging vóór de aanvang van de overbrenging bekend is en tot gevolg heeft dat andere autoriteiten bevoegd zijn dan die welke in de algemene kennisgeving zijn genoemd, mag de algemene kennisgeving niet gebruikt worden en dient een nieuwe kennisgeving te worden ingediend.

3.  De betrokken bevoegde autoriteiten verbinden aan hun toestemming voor het gebruik van deze algemene kennisgeving de voorwaarde, dat naderhand in overeenstemming met artikel 4, tweede alinea, punten 2 en 3, aanvullende informatie en documentatie worden verstrekt.

Artikel 14

Vooraf goedgekeurde inrichtingen voor nuttige toepassing

1.  De bevoegde autoriteit van bestemming die rechtsmacht bezit over een specifieke inrichting voor nuttige toepassing kan besluiten deze inrichting vooraf goed te keuren.

Een dergelijk besluit heeft een beperkte geldigheidsduur en kan te allen tijde worden ingetrokken.

2.  In geval van een algemene kennisgeving overeenkomstig artikel 13, kan de geldigheid van de in artikel 9, leden 4 en 5, bedoelde goedkeuring door de bevoegde autoriteit van bestemming in overeenstemming met de overige betrokken autoriteiten worden verlengd tot ten hoogste drie jaar.

3.  De bevoegde autoriteit die overeenkomstig de leden 1 en 2 een inrichting vooraf goedkeurt, stelt de Commissie en zo nodig het secretariaat van de OESO in kennis van:

a) naam, registratienummer en adres van de inrichting voor nuttige toepassing;

b) een beschrijving van de gebruikte technologieën, met inbegrip van de R-code(s);

c) de afvalstoffen volgens de specifieke codes van de bijlagen IV en IV A waarvoor het besluit geldt;

d) de totale hoeveelheid afvalstoffen waarvoor voorafgaande goedkeuring is verleend;

e) de geldigheidsperiode;

f) eventuele wijzigingen in de voorafgaande goedkeuring;

g) eventuele wijzigingen in de verstrekte informatie; en

h) eventuele intrekking van de voorafgaande goedkeuring.

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het formulier van bijlage VI.

4.  In afwijking van de artikelen 9, 10 en 12, geldt bij het verlenen van toestemming uit hoofde van artikel 9 voor het opleggen van voorwaarden uit hoofde van artikel 10 of het indienen van bezwaren door de betrokken bevoegde autoriteiten uit hoofde van artikel 12 een termijn van zeven werkdagen na de verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8.

5.  Ongeacht lid 4, kan de bevoegde autoriteit van verzending besluiten dat meer tijd nodig is om aanvullende informatie of documentatie van de kennisgever te ontvangen.

In dit geval brengt de bevoegde autoriteit de kennisgever hiervan binnen zeven werkdagen schriftelijk op de hoogte, met afschrift aan de overige betrokken bevoegde autoriteiten.

In het totaal mogen er voor de verkrijging van aanvullende informatie of documentatie niet meer dan 30 dagen verstrijken na de verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming uit hoofde van artikel 8.

Artikel 15

Aanvullende voorschriften inzake voorlopige nuttige toepassing en verwijdering

Voor transporten van afvalstoffen die bestemd zijn voor voorlopige nuttige toepassing of verwijdering gelden de volgende aanvullende voorschriften:

a) indien een transport van afvalstoffen bestemd is voor voorlopige nuttige toepassing of verwijdering, worden in het kennisgevingsdocument naast de vermelding van de oorspronkelijke voorlopige nuttige toepassing of verwijdering, alle inrichtingen vermeld waar vervolgens handelingen tot voorlopige en definitieve nuttige toepassing of verwijdering zijn gepland;

b) de bevoegde autoriteiten van verzending en van bestemming kunnen alleen dan toestemming geven voor een transport dat bestemd is voor een voorlopige nuttige toepassing of verwijdering, wanneer er geen gronden voor bezwaar zijn in de zin van artikel 11 of 12 voor het transport naar de inrichting waar de daaropvolgende al dan niet voorlopige nuttige toepassing of verwijdering zal plaatsvinden;

c) de met deze voorlopige nuttige toepassing of verwijdering belaste inrichting bevestigt schriftelijk binnen drie dagen na ontvangst van de afvalstoffen dat zij de afvalstoffen heeft ontvangen.

Deze bevestiging wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd. De betrokken inrichting zendt ondertekende afschriften van het vervoersdocument met deze bevestiging aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten;

d) zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 30 dagen na de voltooiing van de voorlopige nuttige toepassing of verwijdering en uiterlijk één kalenderjaar na de ontvangst van de afvalstoffen dan wel vroeger overeenkomstig artikel 9, lid 7, bevestigt de inrichting die de betrokken handelingen heeft verricht, onder haar eigen verantwoordelijkheid dat de voorlopige nuttige toepassing of verwijdering is voltooid.

Deze verklaring wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd.

De betrokken inrichting zendt afschriften van het vervoersdocument met deze verklaring aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten;

e) indien een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering een voorlopige nuttige toepassing of verwijdering verricht en vervolgens met het oog op voorlopige of definitieve nuttige toepassing of verwijdering afvalstoffen levert aan een inrichting in het land van bestemming, dient de eerstgenoemde inrichting zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk één kalenderjaar na de verzending van de afvalstoffen, een verklaring van laatstgenoemde inrichting te ontvangen waarin wordt medegedeeld dat de definitieve nuttige toepassing of verwijdering voltooid is.

De inrichting die een voorlopige nuttige toepassing of verwijdering verricht, zendt de desbetreffende verklaring(en) onverwijld door aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten, onder vermelding van het/de transport(en) waarop die verklaring(en) betrekking heeft (hebben);

f) indien de onder e) beschreven zending bestemd is voor een inrichting die gevestigd is:

i) in het oorspronkelijke land van verzending of in een andere lidstaat, is een nieuwe kennisgeving vereist overeenkomstig het bepaalde in deze titel; of

ii) in een derde land, is een nieuwe kennisgeving vereist overeenkomstig het bepaalde in deze verordening, met dien verstande, dat de bepalingen betreffende de betrokken bevoegde autoriteiten eveneens van toepassing zijn op de bevoegde autoriteit van het oorspronkelijke land van verzending.

Artikel 16

Eisen waaraan na de toestemming voor een transport moet worden voldaan

Zodra de bevoegde autoriteiten toestemming hebben verleend voor een aangemeld transport, vullen alle betrokken ondernemingen volgens onderstaande aanwijzingen het vervoersdocument of in het geval van een algemene kennisgeving de vervoersdocumenten op de daartoe bestemde plaatsen in, ondertekenen zij het/die en bewaren zij een afschrift ervan. Aan de volgende eisen moet worden voldaan:

a) invulling van het vervoersdocument door de kennisgever: zodra de kennisgever toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en van doorvoer heeft gekregen of, ten aanzien van de bevoegde autoriteit van doorvoer mag veronderstellen dat stilzwijgende toestemming is verleend, vult hij in de mate van het mogelijke de feitelijke datum van transport en de overige gegevens in op het vervoersdocument;

b) voorafgaande informatie over de feitelijke aanvang van de overbrenging: de kennisgever zendt ten minste drie werkdagen vóór de aanvang van de overbrenging afschriften van het ingevulde vervoersdocument, als bedoeld onder a), aan de betrokken bevoegde autoriteiten en aan de ontvanger;

c) documenten waarvan elk vervoer vergezeld moet gaan: de kennisgever behoudt een afschrift van het vervoersdocument. De overbrenging gaat vergezeld van het vervoersdocument en de afschriften van het kennisgevingsdocument met de schriftelijke toestemmingen en de voorwaarden die door de betrokken bevoegde autoriteiten respectievelijk zijn verleend en gesteld. Het vervoersdocument wordt bewaard door de inrichting die de afvalstoffen ontvangt;

d) schriftelijke bevestiging van ontvangst door de inrichting: binnen drie dagen na de ontvangst van de afvalstoffen bevestigt de inrichting schriftelijk dat zij de afvalstoffen heeft ontvangen.

Deze bevestiging wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd.

De inrichting zendt afschriften van het vervoersdocument met deze bevestiging aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten;

e) verklaring van niet-voorlopige verwijdering of nuttige toepassing door de inrichting: zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 30 dagen na de voltooiing van de voorlopige nuttige toepassing of verwijdering en uiterlijk één kalenderjaar na de ontvangst van de afvalstoffen, dan wel vroeger overeenkomstig artikel 9, lid 7, bevestigt de inrichting die de nuttige toepassing of verwijdering heeft verricht, onder haar eigen verantwoordelijkheid dat de niet-voorlopige nuttige toepassing of verwijdering is voltooid.

Deze verklaring wordt in het vervoersdocument vermeld of daar als bijlage aan toegevoegd.

De inrichting zendt afschriften van het vervoersdocument met deze verklaring aan de kennisgever en aan de betrokken bevoegde autoriteiten.

Artikel 17

Wijzigingen in het transport na de toestemming

1.  In het geval van wezenlijke wijzigingen in de bijzonderheden en/of voorwaarden betreffende een transport waarvoor al toestemming is verleend, zoals wijzigingen wat betreft de geplande hoeveelheid, de route, de trajecten, de datum van verzending of de vervoerder, stelt de kennisgever de betrokken bevoegde autoriteiten en de ontvanger daarvan onverwijld, en indien mogelijk voordat de overbrenging aanvangt, op de hoogte.

2.  In dergelijke gevallen is een nieuwe kennisgeving vereist, tenzij alle betrokken bevoegde autoriteiten van oordeel zijn dat de voorgestelde wijzigingen geen nieuwe kennisgeving noodzakelijk maken.

3.  Een nieuwe kennisgeving is vereist, indien als gevolg van deze wijzigingen andere bevoegde autoriteiten bij de overbrenging worden betrokken, die niet bij de oorspronkelijke kennisgeving waren betrokken.



HOOFDSTUK 2

Algemene informatieverplichtingen

Artikel 18

Afvalstoffen die van bepaalde informatie vergezeld dienen te gaan

1.  Voor afvalstoffen als bedoeld in artikel 3, leden 2 en 4, die bestemd zijn voor transport gelden de volgende procedures:

a) teneinde ertoe bij te dragen dat transporten van dergelijke afvalstoffen beter kunnen worden gevolgd, zorgt de onder de rechtsmacht van het land van verzending vallende opdrachtgever voor de overbrenging ervoor dat de afvalstoffen vergezeld gaan van de in bijlage VII genoemde informatie;

b) bijlage VII wordt door de opdrachtgever van de overbrenging ondertekend voordat de overbrenging plaatsvindt en wordt door de inrichting van nuttige toepassing of het laboratorium en de ontvanger ondertekend wanneer zij de betrokken afvalstoffen ontvangen.

2.  Het in bijlage VII bedoelde contract tussen de opdrachtgever van de overbrenging en de ontvanger voor de nuttige toepassing van de afvalstoffen dient bij de aanvang van de overbrenging juridisch bindend te zijn en dient een verplichting te bevatten voor de opdrachtgever van de overbrenging, of, wanneer deze de overbrenging of de nuttige toepassing niet kan voltooien (bv. insolventie), voor de ontvanger, om, indien de overbrenging of de nuttige toepassing niet op de geplande wijze kunnen worden voltooid of indien een illegale overbrenging heeft plaatsgevonden:

a) de afvalstoffen terug te nemen of ervoor te zorgen dat ze op een andere wijze nuttig worden toegepast en

b) indien nodig te zorgen voor de tussentijdse opslag ervan.

Op verzoek van de betrokken bevoegde autoriteit verstrekt de opdrachtgever of de ontvanger van de overbrenging een afschrift van het contract.

3.  De lidstaten kunnen conform de nationale wetgeving met het oog op controle, handhaving, planning en statistische doeleinden, informatie, zoals omschreven in lid 1, vereisen over transporten waarop dit artikel van toepassing is.

4.  De in lid 1 bedoelde informatie wordt, indien vereist door de bestaande communautaire en nationale wetgeving, vertrouwelijk behandeld.



HOOFDSTUK 3

Algemene eisen

Artikel 19

Verbod op menging van afvalstoffen tijdens de overbrenging

Vanaf het begin van de overbrenging tot de ontvangst in een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering mogen afvalstoffen als vermeld in het kennisgevingsdocument of als bedoeld in artikel 18, niet met andere afvalstoffen worden gemengd.

Artikel 20

Bewaarplicht voor documenten en informatie

1.  Alle aan de bevoegde autoriteiten gerichte of door deze verzonden documenten in verband met de kennisgeving van een transport worden in de Gemeenschap door de bevoegde autoriteiten, de kennisgever, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt ten minste gedurende drie jaar bewaard, te rekenen vanaf de aanvang van de overbrenging.

2.  De uit hoofde van artikel 18, lid 1, verstrekte informatie wordt in de Gemeenschap door de opdrachtgever van de overbrenging, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt ten minste drie jaar, te rekenen vanaf de aanvang van de overbrenging bewaard.

Artikel 21

Openbaarmaking van kennisgevingen

De bevoegde autoriteiten van verzending of bestemming kunnen de informatie betreffende kennisgevingen van overbrengingen waarmee zij hebben ingestemd, via passende instrumenten, zoals het internet, openbaar maken, indien deze informatie niet vertrouwelijk is krachtens nationale of Gemeenschapswetgeving.



HOOFDSTUK 4

Terugnameplicht

Artikel 22

Terugname ingeval een transport niet als gepland kan worden voltooid

1.  Indien één van de betrokken bevoegde autoriteiten er wetenschap van krijgt dat een afvalstoffentransport, de nuttige toepassing of verwijdering inbegrepen, niet volgens de voorwaarden van het kennisgevingsdocument, het vervoersdocument en/of het in artikel 4, tweede alinea, punt 4, en artikel 5 bedoelde contract kan worden voltooid, stelt zij de bevoegde autoriteit van verzending onverwijld hiervan op de hoogte. Indien een inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering een ontvangen transport weigert, brengt zij de bevoegde autoriteit van bestemming daarvan onmiddellijk op de hoogte.

2.  De bevoegde autoriteit van verzending zorgt ervoor dat de betrokken afvalstoffen door de kennisgever in de volgorde van artikel 2, punt 15, of, indien dit niet mogelijk is, door haar zelf of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, in het gebied onder haar rechtsmacht of elders in het land van verzending worden teruggenomen, tenzij de in lid 3 bedoelde overeenstemming wordt bereikt.

Dit gebeurt binnen 90 dagen, of een andere tussen de betrokken bevoegde autoriteiten overeengekomen periode, nadat de bevoegde autoriteit van verzending er wetenschap van heeft gekregen, of er door de bevoegde autoriteiten van bestemming of doorvoer schriftelijk van in kennis is gesteld, dat het afvalstoffentransport waarvoor toestemming was gegeven of de nuttige toepassing of verwijdering ervan, niet kan worden voltooid en om welke redenen niet. Een dergelijke kennisgeving kan voortvloeien uit informatie die onder meer door andere bevoegde autoriteiten aan de bevoegde autoriteiten van bestemming of doorvoer is verstrekt.

3.  De in lid 2 bedoelde terugnameplicht geldt niet indien de bevoegde autoriteiten van verzending, van doorvoer en van bestemming die betrokken zijn bij de verwijdering of de nuttige toepassing van de afvalstoffen, zich ervan hebben vergewist dat de afvalstoffen door de kennisgever of, indien dit niet mogelijk is, door de bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, in het land van bestemming of elders op een andere wijze verwijderd of nuttig toegepast kunnen worden.

De in lid 2 bedoelde terugnameplicht geldt niet indien de getransporteerde afvalstoffen tijdens de handeling in de betrokken inrichting onomkeerbaar met andere afvalstoffen werden gemengd voordat een betrokken bevoegde autoriteit er kennis van kreeg dat het aangemelde transport niet kon worden voltooid als bedoeld in lid 1. Deze mengsels worden verwijderd of op een andere wijze nuttig toegepast overeenkomstig de eerste alinea.

4.  In geval van terugname als bedoeld in lid 2 is een nieuwe kennisgeving vereist, tenzij de betrokken bevoegde autoriteiten ermee instemmen dat een naar behoren gemotiveerd verzoek van de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending volstaat.

De nieuwe kennisgeving wordt, al naar gelang van het geval, gedaan door de oorspronkelijke kennisgever of, indien dit niet mogelijk is, door de andere natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel 2, punt 15, of, indien dit niet mogelijk is, door de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon.

De bevoegde autoriteiten verzetten zich niet tegen de terugzending van afvalstoffen die afkomstig zijn van een transport dat niet kan worden voltooid, of van de daarmee verband houdende nuttige toepassing of verwijdering.

5.  Indien een andere voorziening buiten het oorspronkelijke land van bestemming wordt getroffen, zoals bedoeld in lid 3, doet, al naar gelang van het geval, de oorspronkelijke kennisgever of, indien dit niet mogelijk is, de andere natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel 2, punt 15, of, indien dit niet mogelijk is, de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, de nieuwe kennisgeving.

Wordt de nieuwe kennisgeving gedaan door de kennisgever, dan wordt zij ook gedaan aan de bevoegde autoriteit van het oorspronkelijke land van verzending.

6.  Indien een andere voorziening in het oorspronkelijke land van bestemming wordt getroffen, zoals bedoeld in lid 3, is geen nieuwe kennisgeving vereist en volstaat een naar behoren gemotiveerd verzoek voldoende. Een dergelijk met redenen omkleed verzoek voor toestemming tot een andere voorziening, wordt door de oorspronkelijke kennisgever gezonden aan de bevoegde autoriteit van bestemming en van verzending, of, indien dit niet mogelijk is, door de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending aan de bevoegde autoriteit van bestemming.

7.  Indien overeenkomstig lid 4 of lid 6 geen nieuwe kennisgeving is vereist, wordt een nieuwe vervoersdocument ingevuld volgens artikel 15 of 16, en wel door de oorspronkelijke kennisgever of, indien dit niet mogelijk is, door de andere natuurlijke of rechtspersonen overeenkomstig artikel 2, punt 15, of, indien dit niet mogelijk is, door de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending of namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon.

Indien de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending een nieuwe kennisgeving doet volgens lid 4 of 5, is geen nieuwe borgsom of nieuwe gelijkwaardige verzekering vereist.

8.  De verplichting van de kennisgever en de subsidiaire verplichting van het land van verzending om de afvalstoffen terug te nemen of om in een andere nuttige toepassing of verwijdering te voorzien, eindigt met de afgifte door de inrichting van de verklaring van niet-voorlopige verwijdering of nuttige toepassing als bedoeld in artikel 16, onder e), of, in voorkomend geval als bedoeld in artikel 15, onder e). In geval van voorlopige nuttige toepassing of verwijdering als bedoeld in artikel 6, lid 6, eindigt de subsidiaire verplichting van het land van verzending om de afvalstoffen terug te nemen met de afgifte door de inrichting van de verklaring als bedoeld in artikel 15, onder d), heeft afgegeven.

Indien een inrichting een verklaring van verwijdering of van nuttige toepassing afgeeft die resulteert in een illegale overbrenging en daardoor de borgsom wordt vrijgegeven, gelden artikel 24, lid 3, en artikel 25, lid 2.

9.  Indien in een lidstaat afvalstoffen worden ontdekt van een transport dat niet kon worden voltooid, inclusief de nuttige toepassing of verwijdering ervan, dan is de bevoegde autoriteit die de rechtsmacht heeft over het gebied waarin de afvalstoffen zijn ontdekt, ervoor verantwoordelijk dat voorzieningen worden getroffen om de afvalstoffen veilig op te slaan, in afwachting van de terugzending of niet-voorlopige nuttige toepassing of verwijdering ervan op andere wijze.

Artikel 23

Kosten van terugname ingeval een transport niet kan worden voltooid

1.  De kosten in verband met de terugname van afvalstoffen van een transport dat niet kon worden voltooid, met inbegrip van de kosten van vervoer, van nuttige toepassing of verwijdering uit hoofde van artikel 22, lid 2 of 3, en, vanaf de dag waarop de bevoegde autoriteit van verzending er kennis van heeft gekregen dat een transport van afvalstoffen of de nuttige toepassing of verwijdering ervan, niet kan worden voltooid, de kosten uit hoofde van artikel 22, lid 9, worden in rekening gebracht:

a) aan de kennisgever in de volgorde van artikel 2, punt 15, en, indien dit niet mogelijk is

b) aan andere natuurlijke of rechtspersonen, naar gelang van het geval, en, indien dit niet mogelijk is

c) aan de bevoegde autoriteit van verzending, en, indien dit niet mogelijk is

d) op andere door de betrokken bevoegde autoriteiten overeen te komen wijze.

2.  Dit artikel laat het communautaire en het nationale aansprakelijkheidsrecht onverlet.

Artikel 24

Terugname bij illegale overbrenging

1.  Indien een bevoegde autoriteit een transport ontdekt dat volgens haar illegaal is, stelt zij onverwijld de overige betrokken bevoegde autoriteiten hiervan in kennis.

2.  Indien de verantwoordelijkheid voor de illegale overbrenging berust bij de kennisgever, zorgt de bevoegde autoriteit van verzending ervoor dat de betrokken afvalstoffen:

a) worden teruggenomen door de kennisgever de facto, of, indien geen kennisgeving is gedaan,

b) worden teruggenomen door de kennisgever de jure, of, indien dit niet mogelijk is,

c) worden teruggenomen door de bevoegde autoriteit van verzending zelf dan wel namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, of, indien dit niet mogelijk is,

d) anderszins worden verwijderd of nuttig toegepast in het land van bestemming of verzending door de bevoegde autoriteit van verzending zelf dan wel namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, of, indien dit niet mogelijk is,

e) anderszins worden verwijderd of nuttig toegepast in een ander land door de bevoegde autoriteit van verzending zelf dan wel namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon, indien alle betrokken bevoegde autoriteiten daarmee instemmen.

De terugname, nuttige toepassing of verwijdering gebeurt binnen 30 dagen, of een andere tussen de betrokken bevoegde autoriteiten overeengekomen periode, nadat de bevoegde autoriteit van verzending kennis heeft gekregen, of door de bevoegde autoriteiten van bestemming of doorvoer schriftelijk in kennis is gesteld, van het illegale transport en van de reden(en) daarvan. Een dergelijke kennisgeving kan voortvloeien uit informatie die onder meer door andere bevoegde autoriteiten aan de bevoegde autoriteiten van bestemming of doorvoer is verstrekt.

In geval van terugname als bedoeld onder a), b) en c), is een nieuwe kennisgeving vereist, tenzij de betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomen dat een naar behoren gemotiveerd verzoek van de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending volstaat.

De nieuwe kennisgeving dient te worden gedaan door de onder a), b) of c), genoemde persoon of autoriteit, in die volgorde.

De bevoegde autoriteiten verzetten zich niet tegen de terugzending van afvalstoffen van een illegale overbrenging. Ingeval de bevoegde autoriteit van verzending een andere voorziening treft dan bedoeld onder d) of e), dient de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending, dan wel een natuurlijke of rechtspersoon namens haar, een nieuwe kennisgeving te doen, tenzij de betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomen dat een naar behoren gemotiveerd verzoek van die bevoegde autoriteit volstaat.

3.  Indien de verantwoordelijkheid voor het een illegale overbrenging berust bij de ontvanger, zorgt de bevoegde autoriteit van bestemming ervoor dat de betrokken afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze verwijderd of nuttig toegepast worden, en wel:

a) door de ontvanger, of, indien dit niet mogelijk is,

b) door de bevoegde autoriteit zelf dan wel namens haar door een natuurlijke of rechtspersoon.

Deze nuttige toepassing of verwijdering vindt plaats binnen 30 dagen of een andere door de betrokken bevoegde autoriteiten overeengekomen periode, nadat de bevoegde autoriteit van verzending kennis heeft gekregen, of door de bevoegde autoriteiten van bestemming of doorvoer schriftelijk in kennis is gesteld, van het illegale transport en van de redenen daarvan. Een dergelijke kennisgeving kan voortvloeien uit informatie die onder meer door andere bevoegde autoriteiten aan de bevoegde autoriteiten van verzending of doorvoer is verstrekt.

De betrokken bevoegde autoriteiten werken, voorzover noodzakelijk, samen om de afvalstoffen te verwijderen of nuttig toe te passen.

4.  Indien geen nieuwe kennisgeving hoeft te worden gedaan, wordt door de persoon die verantwoordelijk is voor de terugname of, indien dit niet mogelijk is, door de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending een nieuw vervoersdocument ingevuld overeenkomstig artikel 15 of 16.

Indien de oorspronkelijke bevoegde autoriteit van verzending een nieuwe kennisgeving doet, is geen nieuwe borgsom of nieuwe gelijkwaardige verzekering vereist.

5.  Met name in gevallen waarin de verantwoordelijkheid voor de illegale overbrenging noch aan de kennisgever, noch aan de ontvanger kan worden toegeschreven, werken de bevoegde autoriteiten samen om te bewerkstelligen dat de betrokken afvalstoffen verwijderd of nuttig toegepast worden.

6.  Indien bij een voorlopige nuttige toepassing of een voorlopige verwijdering als bedoeld in artikel 6, lid 6, een illegale overbrenging wordt ontdekt nadat de voorlopige nuttige toepassing of voorlopige verwijdering voltooid is, eindigt de subsidiaire verplichting van het land van verzending om de afvalstoffen terug te nemen of in een andere wijze van nuttige toepassing of verwijdering te voorzien, met de afgifte door de inrichting van de verklaring als bedoeld in artikel 15, onder d).

Indien een inrichting een verklaring van verwijdering of van nuttige toepassing afgeeft die resulteert in een illegale overbrenging en daardoor de borgsom wordt vrijgegeven, gelden lid 3 en artikel 25, lid 2, van toepassing.

7.  Indien in een lidstaat afvalstoffen van een illegale overbrenging worden ontdekt, is de bevoegde autoriteit die de rechtsmacht heeft over het gebied waarin de afvalstoffen zijn ontdekt, ervoor verantwoordelijk dat voorzieningen worden getroffen om de afvalstoffen veilig op te slaan, in afwachting van het moment waarop zij worden teruggezonden of op andere wijze niet-voorlopig worden nuttig toegepast of verwijderd.

8.  De artikelen 34 en 36 zijn niet van toepassing bij de terugzending van afvalstoffen van een illegale overbrenging naar een land van verzending waarvoor het in die artikelen bedoelde uitvoerverbod geldt.

9.  In het geval van een illegale overbrenging zoals omschreven in artikel 2, punt 35, onder g), gelden voor de opdrachtgever van de overbrenging dezelfde, in dit artikel vastgelegde verplichtingen als voor de kennisgever.

10.  Dit artikel laat het communautaire en nationale aansprakelijkheidsrecht onverlet.

Artikel 25

Kosten van terugname bij illegale overbrenging

1.  De kosten in verband met de terugname van afvalstoffen van een illegale overbrenging, met inbegrip van de kosten van vervoer, van nuttige toepassing of verwijdering uit hoofde van artikel 24, lid 2, en de kosten van opslag uit hoofde van artikel 24, lid 7, vanaf de dag waarop de bevoegde autoriteit van verzending er kennis van heeft gekregen dat een overbrenging illegaal is, worden in rekening gebracht:

a) aan de kennisgever de facto in de volgorde van artikel 2, punt 15, en indien geen kennisgeving is gebeurd,

b) aan de kennisgever de jure of andere natuurlijke of rechtspersonen, naar gelang van het geval, en, indien dit niet mogelijk is,

c) aan de bevoegde autoriteit van verzending.

2.  De kosten van nuttige toepassing of verwijdering uit hoofde van artikel 24, lid 3, met inbegrip van eventuele kosten van overbrenging en van opslag uit hoofde van artikel 24, lid 7, van afvalstoffen van een illegale overbrenging, worden in rekening gebracht:

a) aan de ontvanger, of, indien dit niet mogelijk is,

b) aan de bevoegde autoriteit van bestemming.

3.  De kosten van nuttige toepassing of verwijdering uit hoofde van artikel 24, lid 5, met inbegrip van eventuele kosten van overbrenging en van opslag uit hoofde van artikel 24, lid 7, van afvalstoffen van een illegale overbrenging, worden in rekening gebracht:

a) aan de kennisgever overeenkomstig de volgorde van artikel 2, punt 15, en/of de ontvanger, naargelang de betrokken bevoegde autoriteiten besluiten, of, indien dit niet mogelijk is

b) aan andere natuurlijke of rechtspersonen naar gelang van het geval, of, indien dit niet mogelijk is

c) aan de bevoegde autoriteiten van verzending en van bestemming.

4.  In het geval van een illegale overbrenging zoals omschreven in artikel 2, punt 35, onder g), gelden voor de opdrachtgever voor de overbrenging dezelfde, in dit artikel vastgelegde verplichtingen als voor de kennisgever.

5.  Dit artikel laat het nationale en communautaire aansprakelijkheidsrecht onverlet.



HOOFDSTUK 5

Algemene administratieve bepalingen

Artikel 26

Vorm van de gegevenstoezending

1.  De volgende informatie en documenten mogen per post worden ingediend:

a) een kennisgeving van een gepland transport als bedoeld in de artikelen 4 en 13;

b) een verzoek om informatie en documentatie als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 8;

c) de informatie en documentatie als bedoeld in de artikelen 4, 7 en 8;

d) schriftelijke toestemming voor een aangemeld transport als bedoeld in artikel 9;

e) aan een transport gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel 10;

f) tegen een transport ingebrachte bezwaren als bedoeld in de artikelen 11 en 12;

g) informatie over besluiten om vooraf goedkeuring te verlenen voor transporten naar specifieke inrichtingen voor nuttige toepassing als bedoeld in artikel 14, lid 3;

h) schriftelijke bevestiging van ontvangst van de afvalstoffen als bedoeld in de artikelen 15 en 16;

i) verklaring van verwijdering of nuttige toepassing als bedoeld in de artikelen 15 en 16;

j) voorafgaande informatie over de feitelijke aanvang van een transport als bedoeld in artikel 16;

k) informatie over wijziging van het transport na toestemming als bedoeld in artikel 17;

l) schriftelijke toestemmingen en vervoersdocumenten die krachtens de titels IV tot en met VI moeten worden toegezonden.

2.  Met goedkeuring van de betrokken bevoegde autoriteiten en van de kennisgever kunnen de in lid 1 bedoelde documenten tevens worden ingediend via elk van de volgende communicatiekanalen:

a) per fax; of

b) per fax, gevolgd door toezending per post; of

c) per e-mail met elektronische handtekening. In dat geval wordt een voorgeschreven stempel of handtekening vervangen door de digitale handtekening; of

d) per e-mail zonder elektronische handtekening, met nazending per post.

3.  De documenten die elke overbrenging moeten vergezellen overeenkomstig artikel 16, onder c), en artikel 18, mogen in elektronische vorm, met digitale handtekeningen, worden aangeboden indien zij op ieder moment tijdens de overbrenging leesbaar zijn en indien dit voor de betrokken bevoegde autoriteiten aanvaardbaar is.

▼M11

4.  Met goedkeuring van de betrokken bevoegde autoriteiten en van de kennisgever kunnen de in lid 1 bedoelde informatie en documenten worden ingediend en uitgewisseld door middel van elektronische gegevensuitwisseling met elektronische handtekening of elektronische authentificatie als bedoeld in Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 9 ), of met een vergelijkbaar elektronisch authentificatiesysteem dat dezelfde mate van beveiliging biedt.

Om de tenuitvoerlegging van de eerste alinea te vergemakkelijken, stelt de Commissie, indien haalbaar, uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de technische en organisatorische eisen voor de praktische uitvoering van elektronische gegevensuitwisseling voor het indienen van documenten en informatie. De Commissie neemt alle toepasselijke internationale normen in aanmerking, en zorgt ervoor dat die eisen in overeenstemming zijn met Richtlijn 1999/93/EG, of ten minste dezelfde mate van beveiliging bieden als bepaald in die richtlijn. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 59 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼B

Artikel 27

Taalkeuze

1.  Alle uit hoofde van de bepalingen van deze titel ingediende kennisgevingen, informatie, documentatie en andere mededelingen dienen te zijn gesteld in een voor de betrokken bevoegde autoriteiten aanvaardbare taal.

2.  De kennisgever verstrekt aan de betrokken bevoegde autoriteiten (een) gewaarmerkte vertaling(en) in een voor hen aanvaardbare taal, indien zij daarom verzoeken.

Artikel 28

Geschillen over de indeling

1.  Indien de bevoegde autoriteiten van verzending en van ontvangst het niet eens kunnen worden over de indeling wat betreft het onderscheid tussen afval en niet-afval, worden de betrokken stoffen behandeld als afval, onverminderd het recht van het land van bestemming om het overgebrachte materiaal na aankomst volgens zijn eigen wetgeving te behandelen, voorzover deze wetgeving in overeenstemming is met de Gemeenschapswetgeving of het internationaal recht.

2.  Indien de bevoegde autoriteiten van verzending en van ontvangst het niet eens kunnen worden over de indeling van de aangemelde afvalstoffen in de lijst van bijlage III, III A, III B of IV, worden de betrokken afvalstoffen als afvalstoffen van bijlage IV beschouwd.

3.  Indien de bevoegde autoriteiten van verzending en van ontvangst het niet eens kunnen worden over de indeling van de afvalstoffenbehandeling als verwijdering dan wel als nuttige toepassing, worden de bepalingen inzake verwijdering toegepast.

4.  De leden 1 tot en met 3 zijn alleen van toepassing in het kader van deze verordening en laten het recht van belanghebbenden om geschillen over deze kwesties langs gerechtelijke weg te regelen, onverlet.

Artikel 29

Administratieve kosten

Aan de kennisgever kunnen passende administratieve kosten in verband met de uitvoering van de kennisgevings- en toezichtprocedure, alsmede de gangbare kosten van de passende analyses en inspecties, in rekening worden gebracht.

Artikel 30

Overeenkomsten voor grensgebieden

1.  In uitzonderingsgevallen en wanneer de specifieke geografische of demografische situatie zulks rechtvaardigt, kunnen lidstaten bilaterale overeenkomsten sluiten ter versoepeling van de kennisgevingsprocedure voor grensoverschrijdende overbrengingen van specifieke afvalstromen naar de dichtstbijzijnde geschikte installatie in het grensgebied tussen beide betrokken lidstaten.

2.  Die bilaterale overeenkomsten kunnen ook worden gesloten wanneer afval wordt overgebracht vanuit het land van verzending en daar wordt behandeld, maar door andere lidstaten wordt vervoerd.

3.  De lidstaten kunnen dergelijke overeenkomsten ook sluiten met landen die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.  Van dergelijke overeenkomsten wordt kennis gegeven aan de Commissie voordat zij van kracht worden.



HOOFDSTUK 6

Overbrengingen binnen de Gemeenschap met doorvoer via derde landen

Artikel 31

Overbrengingen van voor verwijdering bestemde afvalstoffen

Wanneer een overbrenging van voor verwijdering bestemde afvalstoffen binnen de Gemeenschap plaatsvindt, met doorvoer via één of meer derde landen, vraagt de bevoegde autoriteit van verzending, in aanvulling op het in deze titel bepaalde, aan de bevoegde autoriteit van de derde landen of zij haar schriftelijk toestemming voor de geplande overbrenging wil toezenden:

a) in het geval van partijen bij het Verdrag van Bazel binnen 60 dagen, tenzij zij overeenkomstig dat verdrag van dat recht heeft afgezien, of

b) in het geval van landen die geen partij zijn bij het Verdrag van Bazel, binnen een tussen de bevoegde autoriteiten overeengekomen termijn.

Artikel 32

Overbrengingen van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen

1.  Wanneer een overbrenging van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen plaatsvindt binnen de Gemeenschap met doorvoer via een of meer derde landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, geldt artikel 31.

2.  Wanneer een overbrenging van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen plaatsvindt binnen de Gemeenschap, met inbegrip van overbrengingen tussen plaatsen in dezelfde lidstaat maar met doorvoer via een of meer derde landen waarop het OESO-besluit wel van toepassing is, mag de in artikel 9 bedoelde toestemming stilzwijgend worden verleend, en indien geen bezwaar is ingediend of voorwaarden zijn gesteld, mag de overbrenging 30 dagen na de verzending van de bevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming overeenkomstig artikel 8 aanvangen.



TITEL III

OVERBRENGINGEN BINNEN LIDSTATEN

Artikel 33

Toepassing van deze verordening op overbrengingen uitsluitend binnen lidstaten

1.  De lidstaten voeren een passend stelsel in voor toezicht en controle op de overbrengingen van afvalstoffen uitsluitend binnen hun rechtsgebied. Dit stelsel moet aansluiten bij het communautaire stelsel van de titels II en VII.

2.  De lidstaten stellen de Commissie op de hoogte van hun stelsels voor toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen. De Commissie stelt de overige lidstaten ervan op de hoogte.

3.  De lidstaten kunnen het stelsel van de titels II en VII binnen hun rechtsgebied toepassen.



TITEL IV

UITVOER UIT DE GEMEENSCHAP NAAR DERDE LANDEN



HOOFDSTUK 1

Uitvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen

Artikel 34

Uitvoerverbod en uitzondering voor uitvoer naar EVA-landen

1.  De uitvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit de Gemeenschap is verboden.

2.  Het verbod van lid 1 is niet van toepassing op de uitvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen naar EVA-landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel.

3.  De uitvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen naar EVA-landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel is echter wel verboden:

a) indien het betrokken EVA-land de invoer van dergelijke afvalstoffen verbiedt; of,

b) indien de bevoegde autoriteit van verzending redenen heeft om aan te nemen dat de afvalstoffen in het land van bestemming niet op ecologisch verantwoorde wijze, zoals bedoeld in artikel 49, zullen worden beheerd.

4.  Deze bepaling laat de terugnameplicht van de artikelen 22 en 24 onverlet.

Artikel 35

Procedures bij uitvoer naar EVA-landen

1.  Voor de uitvoer uit de Gemeenschap van afvalstoffen die bestemd zijn voor verwijdering in EVA-landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel, geldt mutatis mutandis titel II, met de wijzigingen en aanvullingen van de leden 2 en 3.

2.  De volgende wijzigingen zijn van toepassing:

a) de bevoegde autoriteit van doorvoer buiten de Gemeenschap beschikt na de verzending van de bevestiging van ontvangst van de kennisgeving over een termijn van 60 dagen om aanvullende informatie over aangemelde overbrenging te vereisen, of om stilzwijgende of — al dan niet aan voorwaarden verbonden — schriftelijke toestemming te verlenen, indien het betrokken land afgezien heeft van voorafgaande schriftelijke toestemming en de overige partijen hierover heeft geïnformeerd overeenkomstig artikel 6, lid 4, van het Verdrag van Bazel, en

b) de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap neemt pas een besluit over de uit hoofde van artikel 9 vereiste toestemming voor een overbrenging nadat zij schriftelijke toestemming heeft ontvangen van de bevoegde autoriteiten van bestemming en eventueel schriftelijke of mondelinge toestemming van de bevoegde autoriteit van doorvoer buiten de Gemeenschap en ten vroegste 61 dagen na de verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van doorvoer. De bevoegde autoriteit van verzending mag haar besluit nemen voordat de periode van 61 dagen is verstreken indien zij de schriftelijke toestemming heeft van de andere betrokken bevoegde autoriteiten.

3.  De volgende aanvullende bepalingen zijn van toepassing:

a) de bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap zendt de kennisgever een bevestiging van ontvangst van de kennisgeving;

b) de bevoegde autoriteiten van verzending en eventueel van doorvoer in de Gemeenschap zenden een afgestempeld afschrift van hun toestemming voor de overbrenging aan het douanekantoor van uitvoer en aan het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap;

c) een afschrift van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven bij het douanekantoor van uitvoer en het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap;

d) zodra de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een afgestempeld afschrift van het vervoersdocument aan de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap waarin het verklaart dat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten;

e) indien de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap 42 dagen nadat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten geen bericht van de inrichting heeft gekregen dat deze de afvalstoffen heeft ontvangen, stelt zij terstond de bevoegde autoriteit van bestemming op de hoogte; en

f) het in artikel 4, tweede alinea, punt 4, en in artikel 5 bedoelde contract bepaalt dat:

i) de inrichting de kosten draagt die voortvloeien uit de verplichting de afvalstoffen terug te brengen naar het rechtsgebied van de bevoegde autoriteit van verzending en uit de nuttige toepassing of verwijdering op een andere, ecologisch verantwoorde wijze, indien de ontvanger een onjuiste verklaring van verwijdering afgeeft op grond waarvan de borgsom wordt vrijgegeven;

ii) de inrichting aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteiten binnen drie dagen na ontvangst van de voor verwijdering bestemde afvalstoffen een afschrift zendt van het volledig ingevulde vervoersdocument, met uitzondering van de onder iii) bedoelde verklaring van verwijdering; en

iii) de inrichting zo snel mogelijk, doch uiterlijk 30 dagen nadat de verwijdering voltooid is en uiterlijk één kalenderjaar na de ontvangst van de afvalstoffen, onder haar verantwoordelijkheid verklaart dat de verwijdering heeft plaatsgevonden en afschriften van het vervoersdocument met deze verklaring aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteiten zendt.

4.  De overbrenging mag pas aanvangen wanneer:

a) de kennisgever schriftelijke toestemming heeft ontvangen van de bevoegde autoriteit van verzending, van de bevoegde autoriteiten van bestemming en eventueel van doorvoer buiten de Gemeenschap, en wanneer aan de gestelde voorwaarden is voldaan;

b) de kennisgever en de ontvanger een contract hebben gesloten dat juridisch bindend is zoals bepaald in artikel 4, tweede alinea, punt 4, en artikel 5;

c) een borgsom is gestort of een gelijkwaardige verzekering is gesloten, die juridisch bindend is en in werking getreden is zoals bepaald in artikel 4, tweede alinea, punt 5, en artikel 6; en

d) het ecologisch verantwoord beheer als bedoeld in artikel 49 gewaarborgd is.

5.  Bij uitvoer van afvalstoffen vindt de verwijdering plaats in een inrichting die conform de toepasselijke nationale wetgeving in het land van invoer geëxploiteerd wordt of mag worden.

6.  Indien een douanekantoor van uitvoer of een douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een illegale overbrenging ontdekt, stelt het hiervan terstond de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor in kennis, en deze:

a) stelt hiervan terstond de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap in kennis; en

b) zorgt ervoor dat de overbrenging van de afvalstoffen wordt tegengehouden totdat de bevoegde autoriteit van verzending een besluit heeft genomen en dit schriftelijk aan de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor heeft meegedeeld.



HOOFDSTUK 2

Uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen



Titel 1

Uitvoer naar landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is

Artikel 36

Uitvoerverbod

1.  De uitvoer uit de Gemeenschap van de volgende soorten afvalstoffen die bestemd zijn voor nuttige toepassing in landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, is verboden voor:

a) in bijlage V als gevaarlijk opgenomen afvalstoffen;

b) de afvalstoffen van bijlage V, deel 3;

c) gevaarlijke afvalstoffen die niet onder één enkele code van bijlage V vallen;

d) mengsels van gevaarlijke afvalstoffen en mengsels van gevaarlijke en ongevaarlijke afvalstoffen die niet onder één enkele code van bijlage V vallen;

e) afvalstoffen die door het land van bestemming als gevaarlijk worden aangemerkt volgens artikel 3 van het Verdrag van Bazel;

f) afvalstoffen waarvan het land van bestemming de invoer heeft verboden; of,

g) afvalstoffen waarvoor de bevoegde autoriteit van verzending redenen heeft om aan te nemen dat zij in het land van bestemming niet op milieuhygiënisch verantwoorde wijze als bedoeld in artikel 49 zullen worden beheerd.

2.  Deze bepaling laat de terugnameplicht van de artikelen 22 en 24 onverlet.

3.  De lidstaten kunnen in uitzonderlijke gevallen, op basis van door de kennisgever op gepaste wijze verstrekte gegevens, bepalen dat een specifieke gevaarlijke afvalstof van bijlage V uitgesloten is van het uitvoerverbod indien zij geen van de in bijlage III bij Richtlijn 91/689/EEG vermelde eigenschappen vertoont, waarbij voor de codes H3 tot en met H8, H10 en H11 als omschreven in deze bijlage rekening wordt gehouden met de grenswaarden die zijn vastgesteld in Beschikking 2000/532/EG van de Commissie van 3 mei 2000 tot vervanging van Beschikking 94/3/EG houdende vaststelling van een lijst van afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, onder a), van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad betreffende afvalstoffen en Beschikking 94/904/EG van de Raad tot vaststelling van een lijst van gevaarlijke afvalstoffen overeenkomstig artikel 1, lid 4, van Richtlijn 91/689/EEG van de Raad betreffende gevaarlijke afvalstoffen ( 10 ).

4.  Het feit dat een afvalstof niet als gevaarlijk in bijlage V is opgenomen of in bijlage V, deel 1, lijst B, is opgenomen, sluit niet uit dat deze afvalstof in uitzonderlijke gevallen toch als gevaarlijk wordt aangemerkt en dus onder het uitvoerverbod valt, namelijk indien zij in bijlage III bij Richtlijn 91/689/EEG vermelde eigenschappen vertoont, waarbij voor de codes H3 tot en met H8, H10 en H11 als omschreven in deze bijlage rekening wordt gehouden met de in Beschikking 2000/532/EG vastgestelde grenswaarden, zoals bepaald in artikel 1, lid 4, tweede streepje, van Richtlijn 91/689/EEG en in de inleidende alinea van bijlage III van deze verordening.

5.  In de in de leden 3 en 4 bedoelde gevallen brengt de betrokken lidstaat het beoogde land van invoer op de hoogte alvorens een beslissing te nemen. De lidstaten delen de Commissie dergelijke gevallen vóór het einde van elk kalenderjaar mee. De Commissie geeft de informatie door aan alle lidstaten en aan het secretariaat van het Verdrag van Bazel. Op basis van de verstrekte informatie kan de Commissie opmerkingen maken en zo nodig bijlage V aanpassen overeenkomstig artikel 58.

Artikel 37

Procedures voor de uitvoer van afvalstoffen van bijlage III of III A

1.  Met betrekking tot afvalstoffen van bijlage III of III A waarvan de uitvoer niet is verboden krachtens artikel 36 zendt de Commissie binnen twintig dagen na de inwerkingtreding van deze verordening, een schriftelijk verzoek aan de landen waarop het OESO-besluit niet van toepassing is opdat zij:

i) schriftelijk bevestigen dat de afvalstoffen vanuit de Gemeenschap mogen worden uitgevoerd; en

ii) aangeven welke controleprocedure in het land van bestemming in dat geval van toepassing is.

Elk land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, beschikt over de volgende mogelijkheden:

a) een verbod;

b) een voorafgaande kennisgeving met schriftelijke toestemming zoals beschreven in artikel 35; en

c) geen controle in het land van bestemming.

2.  Vóór de datum van toepassing van deze verordening stelt de Commissie een verordening vast waarin de antwoorden op de verzoeken uit hoofde van lid 1 worden verdisconteerd, en stelt zij het krachtens artikel 18 van Richtlijn 2006/12/EG opgerichte comité hiervan in kennis.

Indien een land geen bevestiging doet toekomen als bedoeld in lid 1, of indien er om welke reden dan ook geen contact is geweest met een land, geldt voor dat land de procedure van lid 1, onder b).

De vastgestelde verordening wordt door de Commissie op gezette tijden aangepast.

3.  Indien een land in zijn antwoord verklaart dat bepaalde overbrengingen van afvalstoffen niet aan controle worden onderworpen, is artikel 18 mutatis mutandis op deze overbrengingen van toepassing.

4.  Bij uitvoer van afvalstoffen vindt de nuttige toepassing plaats in een inrichting die conform de toepasselijke nationale wetgeving in het land van invoer geëxploiteerd wordt of mag worden.

5.  In geval van overbrenging van niet in bijlage III onder één code ingedeelde afvalstoffen, van niet in bijlage III of III A onder één code ingedeelde mengsels van afvalstoffen of van in bijlage III B ingedeelde afvalstoffen, geldt lid 1, onder b), van dit artikel, op voorwaarde dat de uitvoer niet op grond van artikel 36, lid 1, onder b), is verboden.



Titel 2

Uitvoer naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is

Artikel 38

Uitvoer van afvalstoffen van de bijlagen III, III A, III B, IV en IV A

1.  Voor de uitvoer uit de Gemeenschap van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen van de bijlagen III, III A, III B, IV en IV A, en van niet in bijlage III, IV of IV A onder één code ingedeelde afvalstoffen of van mengsels van afvalstoffen die naar landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, al dan niet met doorvoer via landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, geldt mutatis mutandis titel II, met de wijzigingen en aanvullingen van de leden 2, 3 en 5.

2.  De volgende wijzigingen zijn van toepassing:

a) op voor een voorlopige handeling bestemde mengsels van afvalstoffen van bijlage III A is de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming van toepassing indien de volgende al dan niet voorlopige of nuttige toepassing of verwijdering plaatsvindt in een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is;

b) voor afvalstoffen van bijlage III B geldt de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming;

c) de uit hoofde van artikel 9 vereiste toestemming mag stilzwijgend worden verleend door de bevoegde autoriteit van bestemming buiten de Gemeenschap.

3.  Op de uitvoer van afvalstoffen van de bijlagen IV en IV A zijn de volgende aanvullende bepalingen van toepassing:

a) de bevoegde autoriteiten van verzending en eventueel van doorvoer in de Gemeenschap zenden een afgestempeld afschrift van hun besluit om toestemming te verlenen voor de overbrenging aan het douanekantoor van uitvoer en aan het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap;

b) een afschrift van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven bij het douanekantoor van uitvoer en het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap;

c) zodra de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een afgestempeld afschrift van het vervoersdocument aan de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap waarin het verklaart dat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten;

d) indien de bevoegde autoriteit van verzending 42 dagen nadat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten geen bericht van de inrichting heeft gekregen dat deze de afvalstoffen heeft ontvangen, stelt zij onverwijld het land van bestemming op de hoogte; en

e) het in artikel 4, tweede alinea, punt 4, en artikel 5 bedoelde contract bepaalt dat:

i) de inrichting de kosten draagt die voortvloeien uit de verplichting de afvalstoffen terug te brengen naar het rechtsgebied van de bevoegde autoriteit van verzending, alsmede uit de nuttige toepassing of verwijdering op een andere, ecologisch verantwoorde wijze, indien de ontvanger een onjuiste verklaring van nuttige toepassing afgeeft op grond waarvan de borgsom wordt vrijgegeven;

ii) de inrichting aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteiten binnen drie dagen na ontvangst van de voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen een afschrift zendt van het volledig ingevuld en ondertekend vervoersdocument, met uitzondering van de onder iii), bedoelde verklaring van nuttige toepassing; en

iii) de inrichting zo snel mogelijk, doch uiterlijk 30 dagen nadat de nuttige toepassing voltooid is en uiterlijk één kalenderjaar na de ontvangst van de afvalstoffen, onder haar verantwoordelijkheid verklaart dat de nuttige toepassing heeft plaatsgevonden en afschriften van het vervoersdocument met deze verklaring aan de kennisgever en de betrokken bevoegde autoriteiten zendt.

4.  De overbrenging mag pas aanvangen wanneer:

a) de kennisgever schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en eventueel van doorvoer heeft ontvangen, of stilzwijgende toestemming door de bevoegde autoriteit van bestemming en van doorvoer buiten de Gemeenschap is verleend, en mag worden verondersteld, alsmede aan de gestelde voorwaarden is voldaan;

b) er is voldaan aan artikel 35, lid 4, onder b), c) en d).

5.  Bij de uitvoer van afvalstoffen van de bijlagen IV en IV A als omschreven in lid 1 met doorvoer via een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, gelden de volgende wijzigingen:

a) de bevoegde autoriteit van doorvoer waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, beschikt na de verzending van de bevestiging van ontvangst van de kennisgeving over een termijn van 60 dagen om aanvullende informatie over de aangemelde overbrenging te vereisen, of om stilzwijgende of — al dan niet aan voorwaarden verbonden — schriftelijke toestemming te verlenen indien het betrokken land afziet van voorafgaande schriftelijke toestemming en de overige partijen hierover heeft geïnformeerd overeenkomstig artikel 6, lid 4, van het Verdrag van Bazel; en

b) de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap neemt pas een besluit over de uit hoofde van artikel 9 vereiste toestemming voor een overbrenging nadat zij schriftelijke of stilzwijgende toestemming heeft ontvangen van de bevoegde autoriteit van doorvoer van het land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is en ten vroegste 61 dagen na de verzending van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van doorvoer. De bevoegde autoriteit van verzending mag haar besluit nemen voordat de periode van 61 dagen is verstreken indien zij de schriftelijke toestemming heeft van de andere betrokken bevoegde autoriteiten.

6.  Bij de uitvoer van afvalstoffen vindt de nuttige toepassing plaats in een inrichting die conform de toepasselijke nationale wetgeving in het land van invoer geëxploiteerd wordt of mag worden.

7.  Indien een douanekantoor van uitvoer of een douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een illegale overbrenging ontdekt, stelt het hiervan terstond de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor in kennis, en deze:

a) stelt hiervan terstond de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap in kennis; en

b) zorgt ervoor dat de overbrenging van de afvalstoffen wordt tegengehouden totdat de bevoegde autoriteit van verzending een besluit heeft genomen en het dit schriftelijk aan de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor waar de afvalstoffen worden tegengehouden, heeft meegedeeld.



HOOFDSTUK 3

Algemene bepalingen

Artikel 39

Uitvoer naar het Zuidpoolgebied

De uitvoer van afvalstoffen uit de Gemeenschap naar het Zuidpoolgebied is verboden.

Artikel 40

Uitvoer naar landen en gebieden overzee

1.  De uitvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit de Gemeenschap naar landen en gebieden overzee is verboden.

2.  Op de uitvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen naar landen en gebieden overzee is mutatis mutandis het verbod van artikel 36 van toepassing.

3.  Op de uitvoer van voor nuttige toepassing in landen en gebieden overzee bestemde afvalstoffen die niet onder het uitvoerverbod van lid 2 valt, zijn mutatis mutandis de bepalingen van titel II van toepassing.



TITEL V

INVOER IN DE GEMEENSCHAP UIT DERDE LANDEN



HOOFDSTUK 1

Invoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen

Artikel 41

Invoerverbod en uitzondering voor invoer uit landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel, of die een overeenkomst hebben gesloten, of uit andere gebieden in crisis- of oorlogssituaties

1.  Invoer in de Gemeenschap van voor verwijdering bestemde afvalstoffen is verboden, behoudens uit:

a) landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel; of

b) andere landen waarmee de Gemeenschap of de Gemeenschap en haar lidstaten bilaterale of multilaterale overeenkomsten hebben gesloten of regelingen hebben getroffen die verenigbaar zijn met de wetgeving van de Gemeenschap en in overeenstemming zijn met artikel 11 van het Verdrag van Bazel; of

c) andere landen waarmee afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten hebben gesloten of regelingen hebben getroffen in overeenstemming met lid 2; of

d) andere gebieden in gevallen waarin, om uitzonderlijke redenen in crisissituaties, vredestichtings- en vredeshandhavingsoperaties of oorlogssituaties, geen bilaterale overeenkomsten of regelingen krachtens punt b) of c) kunnen worden gesloten omdat in het land van verzending geen bevoegde autoriteit is aangewezen of omdat deze autoriteit niet in staat is te handelen.

2.  In uitzonderlijke gevallen kunnen afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten sluiten of regelingen treffen voor de verwijdering van specifieke afvalstoffen in die lidstaten, ingeval die afvalstoffen in het land van verzending niet op milieuhygiënisch verantwoorde wijze, zoals bedoeld in artikel 49, zullen worden beheerd.

Dergelijke overeenkomsten en regelingen zijn verenigbaar met de wetgeving van de Gemeenschap en in overeenstemming zijn met artikel 11 van het Verdrag van Bazel.

Deze overeenkomsten en regelingen garanderen dat de verwijdering plaats vindt in een goedgekeurde inrichting die zich houdt aan de eisen ten aanzien van een milieuhygiënisch verantwoord beheer.

De overeenkomsten en regelingen garanderen tevens dat de afvalstoffen ontstaan zijn in het land van verzending en dat de verwijdering uitsluitend zal plaatsvinden in de lidstaat waarmee de overeenkomst is gesloten of de regeling is getroffen.

Deze overeenkomsten of regelingen worden, voordat zij worden ondertekend, ter kennis van de Commissie gebracht. In noodgevallen mogen zij evenwel ten hoogste één maand na ondertekening ter kennis worden gebracht.

3.  Bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen die in overeenstemming met lid 1, onder b) en c), tot stand komen, zijn gebaseerd op de procedurele vereisten van artikel 42.

4.  De in lid 1, onder a), b) en c), bedoelde landen dienen vooraf een met redenen omkleed verzoek in bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van bestemming in de Gemeenschap, waarin zij uiteenzetten dat zij niet over de technische mogelijkheden en de noodzakelijke inrichtingen beschikken om de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze te verwijderen en die redelijkerwijze ook niet kunnen verwerven.

Artikel 42

Eisen ten aanzien van de procedure bij invoer uit landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel of uit andere gebieden in crisis- of oorlogssituaties

1.  Bij de invoer in de Gemeenschap van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel, gelden mutatis mutandis de bepalingen van titel II, met de wijzigingen en aanvullingen die in de leden 2 en 3 zijn omschreven.

2.  De volgende wijzigingen zijn van toepassing:

a) de bevoegde autoriteit van doorvoer buiten de Gemeenschap beschikt na de verzending van de bevestiging van ontvangst van de kennisgeving over een termijn van 60 dagen om aanvullende informatie over de aangemelde overbrenging te vereisen, of om stilzwijgende of — al dan niet aan voorwaarden verbonden — schriftelijke toestemming te verlenen indien het betrokken land afgezien heeft van voorafgaande schriftelijke toestemming en de overige partijen hierover heeft geïnformeerd overeenkomstig artikel 6, lid 4, van het Verdrag van Bazel; en

b) in de in artikel 41, lid 1, onder d), genoemde gevallen, waarin er sprake is van crisissituaties, vredestichtings- en vredeshandhavingsoperaties of oorlogssituaties, vervalt de vereiste van toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending.

3.  De volgende aanvullende bepalingen zijn van toepassing:

a) de bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap zendt de kennisgever een bevestiging van ontvangst van de kennisgeving, met afschrift aan de betrokken bevoegde autoriteiten;

b) de bevoegde autoriteiten van bestemming en eventueel van doorvoer in de Gemeenschap zenden een afgestempeld afschrift van hun toestemming voor de overbrenging aan het douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap;

c) een afschrift van het vervoersdocument wordt door de vervoerder afgegeven bij het douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap;

d) na de noodzakelijke douaneformaliteiten te hebben vervuld, zendt het douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap een afgestempeld afschrift van het vervoersdocument aan de bevoegde autoriteit van bestemming en van doorvoer in de Gemeenschap waarin het verklaart dat de afvalstoffen de Gemeenschap zijn binnengekomen.

▼C7

4.  De overbrenging mag pas aanvangen wanneer:

▼B

a) de kennisgever schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en eventueel van doorvoer heeft ontvangen, alsmede aan de gestelde voorwaarden is voldaan;

b) de kennisgever en de ontvanger een contract hebben gesloten dat juridisch bindend is zoals bepaald in artikel 4, tweede alinea, punt 4, en artikel 5;

c) een borgsom is gestort of een gelijkwaardige verzekering is gesloten, die juridisch bindend is en in werking is getreden zoals bepaald in artikel 4, tweede alinea, punt 5, en artikel 6; en

d) de bescherming van het milieu gewaarborgd is overeenkomstig artikel 49.

5.  Indien een douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap een illegale overbrenging ontdekt, stelt het hiervan terstond de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor in kennis en deze:

a) stelt hiervan terstond de bevoegde autoriteit van bestemming in de Gemeenschap in kennis waarna deze de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap inlicht; en

b) zorgt ervoor dat de overbrenging van de afvalstoffen wordt tegengehouden totdat de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap een besluit heeft genomen en dit schriftelijk aan de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor heeft meegedeeld.



HOOFDSTUK 2

Invoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen

Artikel 43

Invoerverbod met uitzondering van invoer uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, of die partij zijn bij het Verdrag van Bazel, of een overeenkomst hebben gesloten, of uit andere gebieden in crisis- of oorlogssituaties

1.  De invoer in de Gemeenschap van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen is verboden, behoudens uit:

a) landen waarop het OESO-besluit van toepassing is; of

b) landen die partij zijn bij het Verdrag van Bazel; of

c) andere landen waarmee de Gemeenschap of de Gemeenschap en haar lidstaten bilaterale of multilaterale overeenkomsten hebben gesloten of regelingen hebben getroffen die verenigbaar zijn met de wetgeving van de Gemeenschap en in overeenstemming zijn met artikel 11 van het Verdrag van Bazel; of

d) andere landen waarmee afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten sluiten of regelingen treffen in overeenstemming met lid 2; of

▼C4

e) andere gebieden in gevallen waarin, om uitzonderlijke redenen in crisissituaties, vredestichtings- en vredeshandhavingsoperaties of oorlogssituaties, geen bilaterale overeenkomsten of regelingen krachtens punt c) of d) kunnen worden gesloten omdat in het land van verzending geen bevoegde autoriteit is aangewezen of omdat deze autoriteit niet in staat is te handelen.

▼B

2.  In uitzonderlijke gevallen kunnen afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten sluiten of regelingen treffen voor de nuttige toepassing van specifieke afvalstoffen ingeval die afvalstoffen in het land van verzending niet op ecologisch verantwoorde wijze in de zin van artikel 49 zullen worden beheerd.

In dergelijke gevallen is artikel 41, lid 2, van toepassing.

3.  Bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen die in overeenstemming met lid 1, onder c) en d), tot stand komen, dienen te zijn gebaseerd op de procedurele vereisten van artikel 42, voorzover van toepassing.

Artikel 44

Eisen ten aanzien van de procedure bij invoer uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is of uit andere gebieden in crisis- of oorlogssituaties

1.  Bij de invoer in de Gemeenschap van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen uit landen waarop het OESO-besluit van toepassing is en met doorvoer via landen waarop het OESO-besluit van toepassing is, gelden mutatis mutandis de bepalingen van titel II, met de wijzigingen en toevoegingen die in de leden 2 en 3 zijn omschreven.

2.  De volgende wijzigingen zijn van toepassing:

a) de uit hoofde van artikel 9 vereiste toestemming kan stilzwijgend worden verleend door de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap;

b) de kennisgever kan overeenkomst artikel 4 een voorafgaande schriftelijke kennisgeving toezenden;

c) in de in artikel 43, lid 1, onder e), genoemde gevallen, waarin er sprake is van crisissituaties, vredestichtings- en vredeshandhavingsoperaties of oorlogssituaties, vervalt de vereiste van toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending.

3.  Er moet bovendien zijn voldaan aan artikel 42, lid 3, onder b), c) en d).

4.  De overbrenging kan pas plaatsvinden wanneer:

a) de kennisgever schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteiten van verzending, van bestemming en eventueel van doorvoer heeft ontvangen, of stilzwijgende toestemming door de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap is verleend en mag worden verondersteld, alsmede aan de gestelde voorwaarden is voldaan;

b) de kennisgever en de ontvanger een contract hebben gesloten dat juridisch bindend is zoals bepaald in artikel 4, tweede alinea, punt 4, en artikel 5;

c) een borgsom is gestort of een gelijkwaardige verzekering is gesloten, en deze juridisch bindend en van toepassing is zoals bepaald in artikel 4, tweede alinea, punt 5, en artikel 6; en

d) de bescherming van het milieu gewaarborgd is, overeenkomstig de eisen van artikel 49.

5.  Indien een douanekantoor van binnenkomst in de Gemeenschap een illegale overbrenging ontdekt, stelt het hiervan terstond de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor in kennis, en deze:

a) stelt hiervan terstond de bevoegde autoriteit van bestemming in de Gemeenschap in kennis, waarna deze de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap inlicht; en

b) zorgt ervoor dat de overbrenging van de afvalstoffen wordt tegengehouden totdat de bevoegde autoriteit van verzending buiten de Gemeenschap een besluit heeft genomen en dit schriftelijk aan de bevoegde autoriteit in het land van het douanekantoor heeft meegedeeld.

Artikel 45

Eisen ten aanzien van de procedure bij invoer uit een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is maar dat partij is bij het Verdrag van Bazel of uit andere gebieden in crisis- of oorlogssituaties

Voor invoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen in de Gemeenschap:

a) uit een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, of

b) met doorvoer via een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is en dat eveneens partij is bij het Verdrag van Bazel,

geldt mutatis mutandis artikel 42.



HOOFDSTUK 3

Algemene bepalingen

Artikel 46

Invoer uit landen en gebieden overzee

1.  Bij invoer in de Gemeenschap van afvalstoffen uit landen en gebieden overzee geldt mutatis mutandis titel II.

2.  Een land of gebied overzee en de lidstaat waartoe het behoort, mogen nationale procedures toepassen op overbrengingen uit dat land of gebied overzee naar die lidstaat.

3.  De lidstaten die van lid 2 gebruikmaken, stellen de Commissie in kennis van de gevolgde nationale procedures.



TITEL VI

DOORVOER VIA DE GEMEENSCHAP UIT EN NAAR DERDE LANDEN



HOOFDSTUK 1

Doorvoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen

Artikel 47

Doorvoer via de Gemeenschap van voor verwijdering bestemde afvalstoffen

Voor doorvoer via lidstaten van voor verwijdering bestemde afvalstoffen uit en naar derde landen geldt mutatis mutandis artikel 42, met de volgende wijzigingen en aanvullingen:

a) de eerste en de laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap zenden, al naar gelang van het geval, een afgestempeld afschrift van hun toestemming voor de overbrenging of, indien zij stilzwijgende toestemming hebben verleend, een afschrift van de kennisgeving overeenkomstig artikel 42, lid 3, onder a), aan de douanekantoren van binnenkomst in, respectievelijk van uitgang uit de Gemeenschap; en

b) zodra de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een afgestempeld afschrift van het vervoersdocument aan de bevoegde autoriteiten van doorvoer in de Gemeenschap en verklaart dat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten.



HOOFDSTUK 2

Doorvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen

Artikel 48

Doorvoer via de Gemeenschap van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen

1.  Voor doorvoer via lidstaten van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen uit en naar een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is, geldt mutatis mutandis artikel 47.

2.  Voor doorvoer via lidstaten van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen uit en naar een land waarop het OESO-besluit van toepassing is, geldt mutatis mutandis artikel 44, met de volgende wijzigingen en aanvullingen:

a) de eerste en de laatste bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap zenden, al naargelang van het geval, een afgestempeld afschrift van hun besluit om toestemming te verlenen voor de overbrenging of, indien zij stilzwijgende toestemming hebben verleend, een afschrift van de kennisgeving overeenkomstig artikel 42, lid 3, onder a), aan de douanekantoren van binnenkomst in, respectievelijk van uitgang uit de Gemeenschap; en

b) zodra de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten, zendt het douanekantoor van uitgang uit de Gemeenschap een afgestempeld afschrift van het vervoersdocument aan de bevoegde autoriteit van doorvoer in de Gemeenschap en verklaart dat de afvalstoffen de Gemeenschap hebben verlaten.

3.  Bij de doorvoer van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen via een of meer lidstaten uit een land waarop het OESO-besluit niet van toepassing is naar een land waarop dat besluit wel van toepassing is of vice versa, geldt lid 1 voor het land waarop het OESO-besluit niet van toepassing en geldt lid 2 voor het land waarop dat besluit wel van toepassing is.



TITEL VII

OVERIGE BEPALINGEN



HOOFDSTUK 1

Aanvullende verplichtingen

Artikel 49

Bescherming van het milieu

1.  De producent, de kennisgever en de overige bij een afvalstoffenoverbrenging en/of de nuttige toepassing of verwijdering daarvan betrokken ondernemingen treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de door hen vervoerde afvalstoffen gedurende de overbrenging, de nuttige toepassing en de verwijdering zonder gevaar voor de gezondheid van de mens en op ecologisch verantwoorde wijze beheerd worden. In het bijzonder wordt daartoe, indien de overbrenging in de Gemeenschap plaatsvindt, voldaan aan de eisen van artikel 4 van Richtlijn 2006/12/EG en de afvalstoffenwetgeving in de Gemeenschap.

2.  In geval van uitvoer uit de Gemeenschap zal de bevoegde autoriteit van verzending in de Gemeenschap:

a) eisen en ervoor zorgen dat de afvalstoffen gedurende de overbrenging op ecologisch verantwoorde wijze worden beheerd, met inbegrip van de verwijdering overeenkomstig de artikelen 36 en 38, of nuttige toepassing overeenkomstig artikel 34, in het derde land van bestemming;

b) een verbod instellen op de uitvoer naar derde landen indien zij redenen heeft om aan te nemen dat de afvalstoffen niet zullen worden beheerd volgens de onder a) vermelde eisen.

Indien de kennisgever of de bevoegde autoriteit in het land van bestemming kan aantonen dat de ontvangstinstallatie wordt beheerd volgens normen inzake menselijke gezondheid en milieubescherming die in het algemeen gelijkwaardig zijn aan met in de wetgeving van de Gemeenschap vastgelegde normen, mag worden vermoed dat de betrokken nuttige toepassing of verwijdering op ecologisch verantwoorde wijze wordt beheerd.

Dit vermoeden vormt evenwel geen beletsel voor een algehele evaluatie van het ecologisch verantwoord beheer voor de duur van de overbrenging tot en met de nuttige toepassing of verwijdering in het land van bestemming buiten de Gemeenschap.

Voor richtsnoeren inzake ecologisch beheer kunnen de in bijlage VIII opgenomen richtsnoeren worden geraadpleegd.

3.  In geval van invoer in de Gemeenschap zal de bevoegde autoriteit van bestemming in de Gemeenschap:

a) eisen en met de nodige maatregelen ervoor zorgen dat afvalstoffen die naar haar rechtsgebied worden gebracht, gedurende de overbrenging, met inbegrip van de nuttige toepassing of verwijdering in het land van bestemming, worden beheerd zonder gevaar voor de gezondheid van de mens, zonder dat procédés of methoden worden aangewend die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en in overeenstemming met artikel 4 van Richtlijn 2006/12/EG en de overige afvalstoffenwetgeving van de Gemeenschap;

b) een verbod instellen op de invoer van afvalstoffen uit derde landen indien zij redenen heeft om aan te nemen dat de afvalstoffen niet zullen worden beheerd volgens de onder a) vermelde eisen.

Artikel 50

Handhaving in de lidstaten

1.  De lidstaten bepalen de voorschriften inzake sancties op inbreuken op de bepalingen van deze verordening en nemen alle maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat zij worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de nationale wetgeving met betrekking tot het voorkomen en opsporen van illegale overbrengingen en van de sancties voor dergelijke overbrengingen.

▼M11

2.  De lidstaten voorzien met het oog op de handhaving van deze verordening onder meer in controles van inrichtingen, ondernemingen, makelaars en handelaars overeenkomstig artikel 34 van Richtlijn 2008/98/EG, alsmede in controles van overbrengingen van afvalstoffen en van de daaraan gerelateerde nuttige toepassing of verwijdering.

▼M11

2 bis.  De lidstaten zorgen er uiterlijk 1 januari 2017 voor dat voor hun volledige geografische grondgebied, hetzij afzonderlijk, hetzij als duidelijk afgebakend onderdeel van andere plannen, een of meer plannen worden opgesteld voor de controles die conform lid 2 worden uitgevoerd („controleplan”). Controleplannen zijn gebaseerd op risicobeoordelingen van specifieke afvalstromen en bronnen van illegale overbrengingen waarbij, voor zover beschikbaar en indien daar aanleiding voor is, rekening wordt gehouden met informatie uit inlichtingenwerk, zoals gegevens uit politie- en douaneonderzoeken en analyses van criminele activiteiten. Die risicobeoordeling dient onder meer om het minimaal vereiste aantal controles vast te stellen, met inbegrip van fysieke controles van inrichtingen, ondernemingen, makelaars, handelaars en overbrengingen van afvalstoffen, of van de daarmee verband houdende nuttige toepassing of verwijdering. Een controleplan bevat de volgende elementen:

a) de doelstellingen en prioriteiten van de controles, met een beschrijving van de wijze waarop die prioriteiten zijn vastgesteld;

b) het geografisch gebied waarop dat controleplan betrekking heeft;

c) informatie over geplande controles, met inbegrip van fysieke controles;

d) de taken die aan iedere controlerende autoriteit worden toegewezen;

e) de regelingen voor samenwerking tussen de controlerende autoriteiten;

f) informatie over de opleiding van controleurs in verband met controles, en

g) informatie over de personele, financiële en andere middelen voor de uitvoering van dat controleplan.

Een controleplan wordt ten minste om de drie jaar geëvalueerd en wordt, waar nodig, geactualiseerd. Geëvalueerd wordt in welke mate de doelstellingen en andere onderdelen van dat controleplan zijn uitgevoerd.

▼M11

3.  Controles van overbrengingen kunnen in het bijzonder plaatsvinden:

a) op de plaats van verzending, uitgevoerd met de producent, houder of kennisgever;

b) op de plaats van bestemming, met inbegrip van de voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing of verwijdering, uitgevoerd met de ontvanger of de inrichting;

c) aan de buitengrenzen van de Unie, en/of

d) tijdens de overbrenging binnen de Unie.

4.  De controles van overbrengingen behelzen verificatie van documenten, bevestiging van de aard van de afvalstoffen en, indien daar aanleiding voor is, fysieke controle van de afvalstoffen.

▼M11

4 bis.  Om na te gaan of over de weg, via het spoor, door de lucht, over zee of via de binnenwateren verplaatste stoffen of voorwerpen al dan niet afvalstoffen zijn, kunnen de controlerende autoriteiten, onverminderd het bepaalde in Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad ( 11 ), verlangen dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het bezit is van die stoffen of voorwerpen, of die de verplaatsing regelt, bewijsstukken verstrekt:

a) omtrent de herkomst en de bestemming van die stoffen of voorwerpen, en

b) waaruit blijkt dat het niet om afvalstoffen gaat, met inbegrip, waar nodig, van bewijs van de functionaliteit.

Voor de toepassing van de eerste alinea moet ook worden nagegaan of de betrokken stoffen of voorwerpen beschermd zijn tegen beschadiging tijdens het transport en het in- en uitladen, bijvoorbeeld door passende verpakking en adequate stapeling van de lading.

4 ter.  De controlerende autoriteiten kunnen concluderen dat een stof of voorwerp een afvalstof is, indien:

 de bewijsstukken bedoeld in lid 4 bis of vereist op grond van andere Uniewetgeving om na te gaan of een bepaalde stof of voorwerp geen afvalstof is, niet binnen de door hen gestelde termijn zijn verstrekt, of

 zij van mening zijn dat de bewijsstukken en de informatie waarover die autoriteiten beschikken, ontoereikend zijn om tot een conclusie te kunnen komen, of zij van mening zijn dat de bescherming tegen beschadiging, bedoeld in lid 4 bis, tweede alinea, ontoereikend is.

In dergelijke omstandigheden wordt het verplaatsen van de betrokken stof of het betrokken voorwerp, of de overbrenging van de betrokken afvalstoffen door die autoriteiten als een illegale overbrenging beschouwd. Bijgevolg zijn de artikelen 24 en 25 daarop van toepassing, en brengen de controlerende autoriteiten onverwijld de bevoegde autoriteit van het land waar de betrokken controle heeft plaatsgevonden, dienovereenkomstig op de hoogte.

4 quater.  Om na te gaan of een overbrenging van afvalstoffen aan deze verordening voldoet, kunnen de controlerende autoriteiten van de kennisgever, de persoon die de overbrenging regelt, de houder, de vervoerder, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt, verlangen dat zij binnen een door hen te stellen termijn de ter zake dienende bewijsstukken verstrekken.

Met name om na te gaan of een overbrenging van afvalstoffen waarvoor de algemene informatieverplichtingen van artikel 18 gelden, bestemd is voor nuttige toepassingen die in overeenstemming zijn met artikel 49, kunnen de controlerende autoriteiten van de persoon die de overbrenging regelt, verlangen dat hij de relevante bewijsstukken overlegt die door de inrichting voor voorlopige of niet-voorlopige nuttige toepassing zijn verstrekt en indien nodig door de bevoegde autoriteit van bestemming zijn goedgekeurd.

4 quinquies.  Wanneer de in lid 4 quater bedoelde bewijsstukken niet zijn verstrekt aan de controlerende autoriteiten binnen de door hen gestelde termijn, of de bewijsstukken en de informatie waarover die autoriteiten beschikken, ontoereikend worden geacht om tot een conclusie te kunnen komen, wordt de betreffende overbrenging als een illegale overbrenging beschouwd. Bijgevolg zijn de artikelen 24 en 25 van deze verordening daarop van toepassing, en brengen de controlerende autoriteiten onverwijld de bevoegde autoriteit van het land waar de controle heeft plaatsgevonden dienovereenkomstig op de hoogte.

4 sexies.  De Commissie stelt uiterlijk 18 juli 2015, door middel van uitvoeringshandelingen een voorlopige concordantietabel vast voor de codes van de gecombineerde nomenclatuur, neergelegd in Verordening (EEG) nr. 2658/87 ( 12 ), en de vermeldingen van afvalstoffen vermeld in de lijst van de bijlagen III, IIIA, IIIB, IV en V bij deze verordening. De Commissie houdt die concordantietabel actueel, teneinde de wijzigingen van die nomenclatuur en van die vermeldingen in de lijst van die bijlagen erin weer te geven, alsmede iedere nieuwe aan afval gerelateerde code van de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem die door de Werelddouaneorganisatie wordt vastgesteld, erin op te nemen.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 59 bis, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

▼M11

5.  De lidstaten werken onderling in bilateraal en multilateraal verband samen om de preventie en opsporing van illegale overbrengingen te bevorderen. Zij wisselen binnen gevestigde structuren, in het bijzonder via het netwerk van correspondenten die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 54, relevante informatie uit over overbrenging van afvalstoffen, afvalstromen, exploitanten en inrichtingen, en delen hun ervaringen en inzichten op het gebied van handhavingsmaatregelen, met inbegrip van de risicobeoordeling uitgevoerd op grond van lid 2 bis, van dit artikel.

▼B

6.  De lidstaten wijzen leden van hun team van vaste medewerkers aan die verantwoordelijk zijn voor de in lid 5 bedoelde samenwerking en stellen vast waarop de in lid 4 bedoelde fysieke controles zich dienen te concentreren. De informatie wordt naar de Commissie gestuurd die een samengevoegde lijst verstrekt aan de in artikel 54 genoemde correspondenten.

7.  Een lidstaat kan op verzoek van een andere lidstaat optreden tegen personen die worden verdacht van betrokkenheid bij de illegale overbrenging van afvalstoffen en die zich op zijn grondgebied bevinden.

Artikel 51

Verslaglegging door de lidstaten

1.  Vóór het einde van elk kalenderjaar zenden de lidstaten de Commissie het verslag over het voorafgaande kalenderjaar toe dat zij in overeenstemming met artikel 13, lid 3, van het Verdrag van Bazel hebben opgesteld en aan het secretariaat van het Verdrag van Bazel hebben toegezonden.

▼M11

2.  Vóór het einde van elk kalenderjaar stellen de lidstaten tevens een verslag over het voorafgaande jaar op, dat is gebaseerd op de aanvullende vragenlijst in bijlage IX, en zenden zij dit aan de Commissie. Binnen een maand na de toezending van dat verslag aan de Commissie maken de lidstaten ook het deel van dat verslag dat betrekking heeft op artikel 24 en artikel 50, leden 1, 2 en 2 bis, met inbegrip van tabel 5 van bijlage IX, beschikbaar voor het publiek, ook elektronisch via het internet, samen met alle toelichtingen die de lidstaten passend achten. De Commissie stelt een lijst op van de in het deel in verband met artikel 50, leden 2 en 2 bis, in bijlage IX bedoelde hyperlinks van de lidstaten, en maakt die beschikbaar voor het publiek op haar website.

▼B

3.  De door de lidstaten uit hoofde van de leden 1 en 2 opgestelde verslagen worden in elektronische vorm bij de Commissie ingediend.

4.  Aan de hand van deze verslagen brengt de Commissie om de drie jaar verslag uit over de uitvoering van deze verordening door de Gemeenschap en haar lidstaten.

Artikel 52

Internationale samenwerking

De lidstaten werken met de andere partijen bij het Verdrag van Bazel en met intergouvernementele organisaties samen, in overleg met de Commissie wanneer zulks passend en noodzakelijk is, en werken samen en dit onder meer via de uitwisseling en/of het gezamenlijk gebruik van gegevens, de bevordering van milieuhygiënisch verantwoorde technieken en de uitwerking van passende codes inzake goede praktijken.

Artikel 53

Aanwijzing van de bevoegde autoriteiten

De lidstaten wijzen de voor de uitvoering van deze verordening bevoegde autoriteit of autoriteiten aan. Elke lidstaat wijst slechts één bevoegde autoriteit van doorvoer aan.

Artikel 54

Aanwijzing van correspondenten

De lidstaten en de Commissie wijzen elk één of meer correspondenten aan die tot taak hebben personen of ondernemingen die inlichtingen vereisen, te informeren en te adviseren. De correspondent van de Commissie legt de correspondenten van de lidstaten alle hem gestelde vragen voor die hen aangaan, en vice versa.

Artikel 55

Aanwijzing van de douanekantoren van binnenkomst in en van uitgang uit de Gemeenschap

De lidstaten kunnen voor de overbrenging van afvalstoffen naar en uit de Gemeenschap specifieke douanekantoren van binnenkomst en van uitgang aanwijzen. Indien een lidstaat besluit zulke douanekantoren aan te wijzen, mogen voor de overbrenging van afvalstoffen geen andere grensovergangen in die lidstaat voor het binnenkomen of verlaten van de Gemeenschap worden gebruikt.

Artikel 56

Mededeling en informatieverstrekking omtrent de aanwijzingen

1.  De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de aanwijzing van:

a) de bevoegde autoriteiten, uit hoofde van artikel 53;

b) de correspondenten, uit hoofde van artikel 54, en

c) in voorkomend geval, de douanekantoren van binnenkomst in en van uitgang uit de Gemeenschap, uit hoofde van artikel 55.

2.  De lidstaten verstrekken de Commissie de volgende gegevens over deze aanwijzingen:

a) na(a)m(en);

b) postadres(sen);

c) elektronisch(e)-postadres(sen);

d) telefoonnummer(s);

e) faxnummer(s) en

f) de voor de bevoegde autoriteiten aanvaardbare talen.

3.  De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van eventuele wijzigingen in deze gegevens.

4.  Deze gegevens, alsmede de wijzigingen daarvan, worden de Commissie in elektronische vorm en, indien nodig, op papier meegedeeld.

5.  De Commissie publiceert op haar websites de lijsten van de aangewezen bevoegde autoriteiten, correspondenten en douanekantoren van binnenkomst in en vertrek uit de Gemeenschap, en actualiseert deze lijsten wanneer daartoe aanleiding is.



HOOFDSTUK 2

Overige bepalingen

Artikel 57

Vergadering van correspondenten

De Commissie roept, op verzoek van lidstaten of indien daartoe anderszins aanleiding is, op gezette tijden een vergadering van correspondenten bijeen ten einde met hen vraagstukken in verband met de toepassing van deze verordening te bespreken. Belangrijke aandeelhouders worden voor deze vergaderingen, of delen van vergaderingen, uitgenodigd, indien alle lidstaten en de Commissie het erover eens zijn dat dat passend is.

▼M11

Artikel 58

Wijziging van de bijlagen

1.  De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 58 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen om het volgende aan te passen:

a) de bijlagen IA, IB, IC, II, III, IIIA, IIIB, IV, V, VI en VII aan de wijzigingen die in het kader van het Verdrag van Bazel en van het OESO-besluit zijn overeengekomen;

b) bijlage V aan de wijzigingen in de lijst van gevaarlijke afvalstoffen die overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn 2008/98/EG zijn vastgesteld;

c) bijlage VIII aan de besluiten die genomen zijn ingevolge internationale verdragen en overeenkomsten.

▼M11

Artikel 58 bis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.  De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.  De in artikel 58 genoemde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van 17 juli 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke termijn zich verzet tegen die verlenging.

3.  Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 58 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.  Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5.  Een overeenkomstig artikel 58 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben laten weten daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

▼M11 —————

▼M11

Artikel 59 bis

Comitéprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 39 van Richtlijn 2008/98/EG ingestelde comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Wanneer het comité geen advies uitbrengt, stelt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet vast en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

▼B

Artikel 60

Evaluatie

1.  De Commissie voltooit uiterlijk op 15 juli 2006 haar evaluatie van de samenhang tussen de bestaande sectorale wetgeving inzake de gezondheid van dieren en de volksgezondheid, met inbegrip van de regeling van afvalstoffenoverbrengingen die vallen onder Verordening (EG) nr. 1774/2002, en de bepalingen van deze verordening. Deze evaluatie gaat zo nodig vergezeld van passende voorstellen teneinde een gelijkwaardig niveau van procedures en controleregelingen voor de overbrenging van dergelijke afvalstoffen te bewerkstelligen.

2.  De Commissie evalueert binnen vijf jaar na 12 juli 2007 de toepassing van artikel 12, lid 1, onder c), onder meer de gevolgen ervan voor de milieubescherming en de werking van de interne markt. Deze evaluatie gaat zo nodig vergezeld van passende voorstellen tot wijziging van deze bepaling.

▼M11

2 bis.  Uiterlijk 31 december 2020 voert de Commissie, rekening houdend met onder meer de overeenkomstig artikel 51 opgestelde verslagen, een evaluatie uit van deze verordening, en meldt zij de resultaten daarvan aan het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel. Bij die evaluatie kijkt de Commissie met name naar de effectiviteit van artikel 50, lid 2 bis, bij het bestrijden van illegale overbrengingen, rekening houdend met ecologische, sociale en economische aspecten.

▼B

Artikel 61

Intrekkingsbepalingen

1.  Verordening (EEG) nr. 259/93 en Beschikking 94/774/EG worden ingetrokken met ingang van 12 juli 2007.

2.  Verwijzingen naar de ingetrokken Verordening (EEG) nr. 259/93 worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening.

3.  Beschikking 1999/412/EG wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2008.

Artikel 62

Overgangsbepalingen

1.  Op overbrengingen die vóór 12 juli 2007 zijn aangemeld en waarvoor de bevoegde autoriteit van bestemming vóór deze datum een ontvangstbevestiging heeft gegeven, zijn de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 259/93 van toepassing.

2.  Overbrengingen waarvoor de betrokken bevoegde autoriteiten uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 259/93 toestemming hebben gegeven, ►C1  dienen uiterlijk één jaar na 12 juli 2007 te zijn voltooid. ◄

3.  De verslaglegging uit hoofde van artikel 41, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 259/93 en van artikel 51 van deze verordening voor het jaar 2007, vindt plaats op basis van de vragenlijst van Beschikking 1999/412/EG.

Artikel 63

Overgangsbepalingen voor sommige lidstaten

1.  Tot en met 31 december 2010 is op alle overbrengingen naar Letland van al dan niet in de bijlagen III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen de procedure van de voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming overeenkomstig titel II van toepassing.

In afwijking van artikel 12 maken de bevoegde autoriteiten bezwaar tegen overbrengingen van al dan niet in bijlage III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen die bestemd zijn voor een inrichting waarvoor een tijdelijke afwijking geldt van sommige bepalingen van Richtlijn 96/61/EG, zolang deze tijdelijke afwijking geldt voor de inrichting van bestemming.

2.  Tot en met 31 december 2012 is op alle overbrengingen naar Polen van in bijlage III vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen de procedure van de voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming overeenkomstig titel II van toepassing.

In afwijking van artikel 12 kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 11 bedoelde gronden voor het indienen van bezwaren, tot en met 31 december 2007 bezwaar aantekenen tegen overbrengingen naar Polen van de volgende in bijlage III en IV vermelde voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen:

B2020 en GE 020 (glasaval)

B2070

B2080

B2100

B2120

B3010 en GH 013 (vast plastiekafval)

B3020 (papierafval)

B3140 (afval van banden)

Y46

Y47

A1010 en A1030 (alleen de streepjes die betrekking hebben op arseen en kwik)

A1060

A1140

A2010

A2020

A2030

A2040

A3030

A3040

A3070

A3120

A3130

A3160

A3170

A3180 (alleen met betrekking tot gepolychloreerde naftalenen (PCN) van toepassing)

A4010

A4050

A4060

A4070

A4090

AB030

AB070

AB120

AB130

AB150

AC060

AC070

AC080

AC150

AC160

AC260

AD150.

▼M3

Behalve voor glasafval, papierafval en oude luchtbanden mag deze periode volgens de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2 worden verlengd tot ten laatste 31 december 2012.

▼B

In afwijking van artikel 12 kunnen de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de in artikel 11 bedoelde gronden, tot 31 december 2012 bezwaar maken tegen de overbrenging naar Polen van:

a) de volgende voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen van bijlage IV:

A2050

A3030

A3180, uitgezonderd gepolychloreerde naftalenen (PCN's)

A3190

A4110

A4120

RB020

en van

b) niet in de bijlage vermelde voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen.

In afwijking van artikel 12 maken de bevoegde autoriteiten bezwaar tegen overbrengingen van al dan niet in de bijlagen III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen die bestemd zijn voor een inrichting waarvoor een tijdelijke afwijking geldt van sommige bepalingen van Richtlijn 96/61/EG, zolang deze tijdelijke afwijking geldt voor de inrichting van bestemming.

3.  Tot en met 31 december 2011 is op alle overbrengingen naar Slowakije van al dan niet in de bijlagen III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen de procedure van de voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming overeenkomstig titel II van toepassing.

In afwijking van artikel 12 maken de bevoegde autoriteiten bezwaar tegen overbrengingen van al dan niet in de bijlagen III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen die bestemd zijn voor een inrichting waarvoor een tijdelijke afwijking geldt van sommige bepalingen van Richtlijn 94/67/EG van de Raad ( 13 ) en Richtlijn 96/61/EG, Richtlijn 2000/76/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 december 2000 betreffende de verbranding van afval ( 14 ) en Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake de beperking van de emissies van bepaalde verontreinigende stoffen in de lucht door grote stookinstallaties ( 15 ), zolang deze tijdelijke afwijking geldt voor de inrichting van bestemming.

4.  Tot en met 31 december 2014 is op alle overbrengingen naar Bulgarije van in bijlage III vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen de procedure van de voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming overeenkomstig titel II van toepassing.

Tot 31 december 2009 mogen de Bulgaarse bevoegde autoriteiten in afwijking van artikel 12 bezwaar maken tegen overbrengingen naar Bulgarije van de volgende in bijlage III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen, in overeenstemming met de in artikel 11 genoemde bezwaargronden:

B2070

B2080

B2100

B2120

Y46

Y47

A1010 en A1030 (alleen de streepjes die betrekking hebben op arseen en kwik)

A1060

A1140

A2010

A2020

A2030

A2040

A3030

A3040

A3070

A3120

A3130

A3160

A3170

A3180 (alleen van toepassing m.b.t. tot gepolychloreerde naftalenen (PCN's))

A4010

A4050

A4060

A4070

A4090

AB030

AB070

AB120

AB130

AB150

AC060

AC070

AC080

AC150

AC160

AC260

AD150.

▼M3

Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2012 overeenkomstig de regelgevingsprocedure als bedoeld in artikel 59 bis, lid 2.

▼B

Tot 31 december 2009 mogen de Bulgaarse bevoegde autoriteiten in afwijking van artikel 12 bezwaar maken tegen overbrengingen naar Bulgarije, in overeenstemming met de in artikel 11 genoemde bezwaargronden, van

a) de volgende voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen van bijlage IV:

A2050

A3030

A3180, uitgezonderd gepolychloreerde naftalenen (PCN's)

A3190

A4110

A4120

RB020

en van

b) niet in de bijlage vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen.

In afwijking van artikel 12 maken de Bulgaarse bevoegde autoriteiten bezwaar tegen overbrengingen van al dan niet in de bijlagen III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen die bestemd zijn voor een inrichting waarvoor een tijdelijke afwijking geldt van sommige bepalingen van Richtlijn 96/61/EG of Richtlijn 2001/80/EG, zolang deze tijdelijke afwijking geldt voor de inrichting van bestemming.

5.  Tot en met 31 december 2015 is op alle overbrengingen naar Roemenië van in bijlage III vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen de procedure van de voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming overeenkomstig titel II van toepassing.

Tot 31 december 2011 mogen de Roemeense bevoegde autoriteiten in afwijking van artikel 12 bezwaar maken tegen overbrengingen naar Roemenië van de volgende in de bijlagen III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen, in overeenstemming met de in artikel 11 genoemde bezwaargronden:

B2070

B2100, behalve alumina-afval

B2120

B4030

Y46

Y47

A1010 en A1030 (alleen de streepjes die betrekking hebben op arseen, kwik en thallium)

A1060

A1140

A2010

A2020

A2030

A3030

A3040

A3050

A3060

A3070

A3120

A3130

A3140

A3150

A3160

A3170

A3180 (alleen van toepassing m.b.t. tot gepolychloreerde naftalenen (PCN's))

A4010

A4030

A4040

A4050

A4080

A4090

A4100

A4160

AA060

AB030

AB120

AC060

AC070

AC080

AC150

AC160

AC260

AC270

AD120

AD150.

▼M3

Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2015 overeenkomstig de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2.

▼B

Tot 31 december 2011 mogen de Roemeense bevoegde autoriteiten in afwijking van artikel 12 bezwaar maken tegen overbrengingen naar Roemenië, in overeenstemming met de in artikel 11 genoemde bezwaargronden, van

a) de volgende voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen van bijlage IV:

A2050

A3030

A3180, behalve gepolychloreerde naftalenen (PCN's)

A3190

A4110

A4120

RB020

en van

b) niet in de bijlage vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen.

▼M3

Deze periode mag worden verlengd tot uiterlijk 31 december 2015 overeenkomstig de regelgevingsprocedure van artikel 59 bis, lid 2.

▼B

In afwijking van artikel 12 maken de Roemeense bevoegde autoriteiten bezwaar tegen overbrengingen van al dan niet in de bijlagen III en IV vermelde, voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen die bestemd zijn voor een inrichting waarvoor een tijdelijke afwijking geldt van sommige bepalingen van Richtlijn 96/61/EG, Richtlijn 2000/76/EG of Richtlijn 2001/80/EG, zolang deze tijdelijke afwijking geldt voor de inrichting van bestemming.

6.  Wanneer in dit artikel in verband met de afvalstoffen van bijlage III naar titel II wordt verwezen, zijn artikel 3, lid 2, artikel 4, tweede alinea, punt 5, en de artikelen 6, 11, 22, 23, 24, 25 en 31 niet van toepassing.

Artikel 64

Inwerkingtreding en toepassing

1.  Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij wordt van toepassing vanaf 12 juli 2007.

2.  Indien de datum van toetreding van Bulgarije of Roemenië later valt dan de in lid 1 genoemde datum van toepassing, zijn artikel 63, leden 4 en 5, in afwijking van lid 1, van toepassing vanaf de datum van toetreding.

3.  Indien de betrokken lidstaten hiermee instemmen, kan artikel 26, lid 4, voor 12 juli 2007 worden toegepast.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

▼M1




BIJLAGE I A

▼C2

Kennisgevingsdocument voor grensoverschrijdende afvaloverbrenging

image

image

▼M1




BIJLAGE I B

▼C2

Vervoersdocument voor grensoverschrijdende afvaloverbrengingen/afvaltransporten

image

image

▼M2




BIJLAGE IC

SPECIFIEKE INSTRUCTIES VOOR HET INVULLEN VAN HET KENNISGEVINGS- EN HET VERVOERSDOCUMENT

I.   Inleiding

1.

Deze instructies betreffen de noodzakelijke toelichtingen voor het invullen van het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument. Beide documenten zijn verenigbaar met het Verdrag van Bazel ( 16 ), het OESO-besluit ( 17 ) (dat alleen betrekking heeft op overbrengingen van voor nuttige toepassing bestemde afvalstoffen binnen het OESO-gebied) en deze verordening, aangezien rekening is gehouden met de specifieke vereisten die in deze drie instrumenten zijn vastgelegd. Omdat de documenten echter zo ruim zijn opgesteld dat zij geschikt zijn voor alle drie de instrumenten, zijn niet alle vakken in het document van toepassing op alle instrumenten en is het in een bepaald geval niet altijd nodig om alle vakken in te vullen. Eventuele specifieke vereisten die verband houden met slechts één controlesysteem zijn aangegeven middels voetnoten. Ook is het mogelijk dat in nationale uitvoeringswetten termen worden gebruikt die afwijken van de terminologie die is gebruikt in het Verdrag van Bazel en het OESO-besluit. Zo is in deze verordening bijvoorbeeld de term „overbrenging” gebruikt in plaats van „vervoer”. In de titel van het Engelstalige kennisgevingsdocument en van het vervoersdocument komt deze variatie terug door het gebruik van de term „movements/shipments”.

2.

De documenten bevatten zowel de term „verwijdering” als „nuttige toepassing/terugwinning”, omdat deze termen in de drie instrumenten verschillend zijn gedefinieerd. In de verordening van de Europese Gemeenschap en het OESO-besluit wordt de term „verwijdering” gebruikt voor de verwijderingshandelingen zoals vermeld in bijlage IVA van het Verdrag van Bazel en aanhangsel 5A van het OESO-besluit, en „nuttige toepassing/terugwinning” voor handelingen voor nuttige toepassing zoals vermeld in bijlage IVB van het Verdrag van Bazel en aanhangsel 5B van het OESO-besluit. In het Verdrag van Bazel zelf verwijst de term „disposal” naar zowel verwijderingshandelingen als handelingen voor nuttige toepassing.

3.

De bevoegde autoriteiten van verzending zijn verantwoordelijk voor het verzorgen en afgeven van de kennisgevings- en vervoersdocumenten (zowel op papier als in elektronische vorm). Daarbij hanteren zij een nummeringsysteem waardoor een bepaalde zending afvalstoffen voortdurend kan worden gevolgd. Dit nummeringsysteem moet worden voorafgegaan door de landcode van het land van verzending die te vinden is in de lijst met afkortingen van ISO-norm 3166. Binnen de EU dient de tweecijferige landcode te worden gevolgd door een spatie. Deze kan worden gevolgd door een facultatieve code van maximaal vier cijfers die door de bevoegde autoriteit van verzending wordt gespecificeerd, gevolgd door een spatie. Het nummeringsysteem moet eindigen met een getal van zes cijfers. Een en ander wordt door het volgende voorbeeld geïllustreerd. Indien de landcode XY is en het getal van zes cijfers 123456, is het kennisgevingsnummer XY 123456 als geen facultatieve code werd gespecificeerd. Als een facultatieve code, bijvoorbeeld 12, werd gespecificeerd, is het kennisgevingsnummer XY 12 123456. In gevallen waarin een kennisgevings of vervoersdocument elektronisch wordt doorgestuurd en er geen facultatieve code werd gespecificeerd, dient in plaats van de facultatieve code evenwel de cijferreeks „0000” te worden ingelast (bijv. XY 0000 123456); indien een facultatieve code van minder dan vier cijfers werd gespecificeerd, bijvoorbeeld 12, wordt het kennisgevingsnummer XY 0012 123456.

4.

Sommige landen willen de documenten uitgeven op het in hun land gebruikelijke standaardpapierformaat (meestal ISO/A4, zoals aanbevolen door de Verenigde Naties). Teneinde het gebruik ervan in internationaal verband te vergemakkelijken, en in verband met het verschil tussen ISO/A4 en het papierformaat dat wordt gebruikt in Noord-Amerika, mag het formaat van de formulieren echter niet groter zijn dan 183 × 262 mm, met voldoende marge aan de bovenzijde en de linkerzijde van het papier. Het kennisgevingsdocument (vak 1-vak 21 met inbegrip van de voetnoten) moet op één pagina staan, en de lijst van de in het kennisgevingsdocument gebruikte afkortingen en codes moet op de tweede pagina staan. Wat het vervoersdocument betreft, moeten de vakken 1-19, met inbegrip van de voetnoten, op één pagina staan, en moeten de vakken 20-22 en de lijst van de in het vervoersdocument gebruikte afkortingen en codes op de tweede pagina staan.

II.   Doel van het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument

5.

Het kennisgevingsdocument is bedoeld om de betrokken bevoegde autoriteiten te voorzien van de informatie die zij nodig hebben om te kunnen beoordelen of voorgenomen afvaloverbrengingen aanvaardbaar zijn. Het bevat ook een ruimte waarin deze autoriteiten de ontvangst van de kennisgeving kunnen bevestigen en, indien dat vereist is, schriftelijke toestemming kunnen geven voor een voorgenomen overbrenging.

6.

Het vervoersdocument is bedoeld om gedurende de hele reis met een zending afvalstoffen mee te reizen vanaf het moment dat deze de afvalstoffenproducent verlaat tot aan de aankomst ervan bij de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing in een ander land. Iedere persoon die de controle heeft over een overbrenging (de vervoerders en eventueel de ontvanger ( 18 )) dient het vervoersdocument te ondertekenen, hetzij bij de aflevering, hetzij bij ontvangst van de betreffende afvalstoffen. Ook is er op het vervoersdocument ruimte waar de douanekantoren van alle betreffende landen kunnen vermelden dat zij de betreffende zending hebben gecontroleerd (hetgeen krachtens deze verordening vereist is). Tot slot dient het document ook te worden gebruikt door de betreffende inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing om te bevestigen dat de afvalstoffen zijn ontvangen en de verwijdering of nuttige toepassing ervan is voltooid.

III.   Algemene vereisten

7.

Een geplande overbrenging die onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en instemming valt, mag pas plaatsvinden nadat het kennisgevingsdocument en het vervoersdocument in overeenstemming met deze verordening zijn ingevuld, rekening houdend met artikel 16, onder a) en artikel 16, onder b), en alleen gedurende de geldigheidsduur van de schriftelijke of stilzwijgende toestemming van alle betrokken bevoegde autoriteiten.

8.

De gedrukte afschriften van de documenten moeten volledig in machineschrift of in hoofdletters met onuitwisbare inkt worden ingevuld. Handtekeningen moeten altijd in onuitwisbare inkt worden geschreven en moeten altijd vergezeld gaan van de naam van de bevoegde vertegenwoordiger in hoofdletters. In geval van een kleine vergissing, bijvoorbeeld wanneer een verkeerde code voor een afvalstof is ingevuld, mag met toestemming van de bevoegde autoriteiten een correctie worden aangebracht. De nieuwe tekst moet worden gemarkeerd en van een handtekening of stempel worden voorzien, en de datum van de wijziging moet worden vermeld. Bij grote wijzigingen of correcties dient een nieuw formulier te worden ingevuld.

9.

De formulieren zijn ook zo ontworpen dat zij gemakkelijk elektronisch kunnen worden ingevuld. Wanneer dit wordt gedaan, dienen passende veiligheidsmaatregelen te worden getroffen tegen mogelijk misbruik van de formulieren. Iedere wijziging die met toestemming van de bevoegde autoriteiten op een ingevuld formulier wordt aangebracht, moet zichtbaar zijn. Bij gebruik van elektronische formulieren die per e-mail worden verzonden, is een digitale handtekening nodig.

10.

Ter vereenvoudiging van de vertaling moet in een aantal vakken op de documenten een code worden ingevuld in plaats van tekst. Waar wel tekst moet worden ingevuld, moet dat echter gebeuren in een voor de bevoegde autoriteiten van het land van bestemming, en indien dat verlangd wordt voor de andere betrokken autoriteiten, aanvaardbare taal.

11.

Voor de datum moet een zescijferige notatie worden gebruikt. Zo moet 29 januari 2006 bijvoorbeeld moet worden geschreven als 29.01.06 (dag.maand.jaar).

12.

Als het nodig is dat bij de documenten bijlagen met aanvullende informatie worden bijgevoegd, dient op iedere bijlage het referentienummer van het betreffende document te worden vermeld, en ook het nummer van het vak waarop de bijlage betrekking heeft.

IV.   Specifieke instructies voor het invullen van het kennisgevingsdocument

13.

De kennisgever ( 19 ) moet de vakken 1-18 (behalve het kennisgevingsnummer in vak 3) invullen op het moment van kennisgeving. In sommige derde landen die geen lid zijn van de OESO mogen deze vakken worden ingevuld door de bevoegde autoriteit van verzending. Indien de kennisgever niet dezelfde persoon is als de eerste producent, dient in vak 17 deze producent, of een van de personen bedoeld in artikel 2, punt 15, onder a), ii) of iii), zo mogelijk ook te tekenen, zoals aangegeven in artikel 4, tweede alinea, punt 1, en bijlage II, deel 1, punt 26.

14.

Vakken 1 (zie bijlage II, deel 1, punten 2 en 4) en 2 (zie bijlage II, deel 1, punt 6): Verstrek de vereiste informatie (vermeld — uitsluitend indien van toepassing — het registratienummer en voorts het adres met inbegrip van de naam van het land en het telefoon en faxnummer met inbegrip van de landcode; de contactpersoon dient de persoon te zijn die verantwoordelijk is voor de overbrenging, ook indien zich in de loop daarvan een incident mocht voordoen). In sommige derde landen mogen in plaats daarvan de gegevens betreffende de bevoegde autoriteit van verzending worden medegedeeld. De kennisgever kan een handelaar of makelaar in de zin van artikel 2, punt 15, van deze verordening zijn. Voeg in dat geval een afschrift van het contract of een bewijs van het contract (of een verklaring inzake het bestaan ervan) tussen de producent, de nieuwe producent of inzamelaar en de makelaar of handelaar in een bijlage bij (vgl. bijlage II, deel 1, punt 23). De telefoon- en faxnummers en het e-mailadres moeten het gemakkelijker maken om, indien zich tijdens de overbrenging een incident voordoet, op ieder moment contact te kunnen opnemen met alle betrokkenen.

15.

Normaal gesproken is de ontvanger de in vak 10 genoemde inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing. In sommige gevallen kan de ontvanger echter ook iemand anders zijn, bijvoorbeeld een handelaar, een makelaar ( 20 ) of een rechtspersoon, zoals het hoofdkantoor of een mailadres van de in vak 10 genoemde ontvangende inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing. Om als ontvanger te kunnen optreden, dient een handelaar, makelaar of rechtspersoon onder de rechtsmacht van het land van bestemming te vallen en in het bezit te zijn van, dan wel een andere vorm van wettelijke controle hebben over de afvalstoffen op het moment dat deze in het land van bestemming arriveren. In die gevallen dient in vak 2 informatie met betrekking tot de handelaar, makelaar of rechtspersoon te worden ingevuld.

16.

Vak 3 (zie bijlage II, deel 1, punten 1, 5, 11 en 19): Wanneer een bevoegde autoriteit een kennisgevingsdocument verstrekt, geeft zij volgens haar eigen systeem een identificatienummer uit, dat in dit vak staat afgedrukt (zie paragraaf 3 hierboven). Onder A verwijst „eenmalige overbrenging” naar een eenmalige kennisgeving en „meerdere overbrengingen” naar een algemene kennisgeving. Onder B wordt het type handeling vermeld waarvoor het overgebrachte afval is bestemd. Onder C verwijst „vooraf goedgekeurd” naar artikel 14 van deze verordening.

17.

Vakken 4 (zie bijlage II, deel 1, punt 1), 5 (zie bijlage II, deel 1, punt 17) en 6 (zie bijlage II, deel 1, punt 12): Vul in vak 4 het aantal overbrengingen in, en in vak 6 de voorgenomen datum van een eenmalige overbrenging of, in het geval van meerdere overbrengingen, de data van de eerste en laatste overbrenging. Vul in vak 5 het geschatte minimum- en maximumgewicht in ton (1 ton is gelijk aan 1 megagram (Mg) of 1 000 kg) van het afval in. In sommige derde landen mag het volume ook in kubieke meter (1 kubieke meter is gelijk aan 1 000 liter) of een andere metrieke eenheid, bijvoorbeeld kilogram of liter, worden opgeven. Wanneer een andere metrieke eenheid wordt gebruikt, moet de betreffende meeteenheid worden aangegeven en moet de in het document genoemde eenheid worden doorgestreept. De totale hoeveelheid overgebrachte afvalstoffen mag niet groter zijn dan de in vak 5 genoemde maximumhoeveelheid. De in vak 6 ingevulde voorgenomen periode voor de overbrengingen mag niet langer zijn dan één jaar, met uitzondering van meerdere overbrengingen naar vooraf goedgekeurde inrichtingen voor nuttige toepassing overeenkomstig artikel 14 van deze verordening (zie paragraaf 16), waarvoor de voorgenomen periode niet langer mag zijn dan drie jaar. Alle overbrengingen moeten plaatsvinden binnen de geldigheidsduur van de overeenkomstig artikel 9, lid 6, van deze verordening verleende schriftelijke of stilzwijgende toestemming van de diverse betrokken bevoegde autoriteiten. In het geval van meerdere overbrengingen kunnen sommige derde landen op grond van het Verdrag van Bazel eisen dat de verwachte data of de verwachte frequentie en de geschatte hoeveelheid van iedere overbrenging worden vermeld in de vakken 5 en 6, of als bijlage worden toegevoegd. Wanneer een bevoegde autoriteit een schriftelijke toestemming voor de overbrenging afgeeft en de geldigheidsduur van die toestemming in vak 20 verschilt van de in vak 6 aangegeven periode, prevaleert het besluit van de bevoegde autoriteit boven de informatie in vak 6.

18.

Vak 7 (zie bijlage II, deel 1, punt 18): De verpakkingstypen moeten worden aangegeven middels de codes van de bij het kennisgevingsdocument gevoegde lijst van afkortingen en codes. Indien bij de behandeling speciale voorzorgsmaatregelen nodig zijn, zoals die welke vereist zijn volgens de behandelinginstructies van de producenten voor werknemers, informatie over gezondheid en veiligheid, met inbegrip van informatie over hoe te handelen in geval van lekkage of morsen van gevaarlijke stoffen, en schriftelijke instructies voor het vervoer van gevaarlijke goederen, kruis dan het betreffende hokje aan en voeg de informatie als bijlage bij.

19.

Vak 8 (zie bijlage II, deel 1, punten 7 en 13): Verstrek de vereiste informatie (vermeld — uitsluitend indien van toepassing — het registratienummer en voorts het adres met inbegrip van de naam van het land en het telefoon en faxnummer met inbegrip van de landcode; de contactpersoon dient de persoon te zijn die verantwoordelijk is voor de overbrenging). Indien sprake is van meer dan één vervoerder, voeg dan bij het kennisgevingsdocument voor iedere vervoerder een volledige lijst met de vereiste informatie bij. Indien het transport wordt geregeld door een expediteur, moeten de gegevens over de expediteur en de informatie over de respectievelijke feitelijke vervoerders in een bijlage worden bijgevoegd. Voeg een bewijs van registratie van de vervoerder(s) voor het overbrengen van afvalstoffen (bijv. een verklaring betreffende het bestaan ervan) als bijlage bij (vgl. bijlage II, deel 1, punt 15). Geef de vervoerswijze aan middels de bij het kennisgevingsdocument gevoegde lijst van afkortingen en codes.

20.

Vak 9 (zie bijlage II, deel 1, punten 3 en 16): Geef de vereiste informatie over de producent van de afvalstoffen ( 21 ). Geef, indien van toepassing, het registratienummer van de producent. Indien de kennisgever de producent van de afvalstoffen is, vul dan in „Zelfde als in vak 1”. Indien de afvalstoffen door meer dan één producent zijn geproduceerd, vul dan in „Zie bijgevoegde lijst”, en voeg een lijst toe met de gevraagde informatie over iedere producent. Indien de producent niet bekend is, geef dan de naam van de persoon die de afvalstoffen in zijn bezit of onder zijn controle heeft (houder). Verstrek ook informatie over het proces volgens welk de afvalstof is geproduceerd en de plaats waar dat is gebeurd.

21.

Vak 10 (zie bijlage II, deel 1, punt 5): Verstrek de vereiste informatie (vermeld de bestemming van de overgebrachte afvalstoffen door hetzij „verwijderingsinrichting”, hetzij „inrichting voor nuttige toepassing” aan te kruisen, en voorts het registratienummer — alleen indien van toepassing — en de feitelijke locatie waar de verwijdering of nuttige toepassing zal plaatsvinden indien deze verschilt van het adres van de inrichting). Indien de verwijderaar of terugwinnaar tevens de ontvanger is, vul hier dan in „Zelfde als in vak 2”. Indien de verwijderingshandeling of de handeling voor nuttige toepassing een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 betreft (overeenkomstig bijlage IIA of IIB van Richtlijn 2006/12/EG betreffende afvalstoffen), moeten de inrichting waar de handeling wordt uitgevoerd en ook de locatie waar de handeling zal worden uitgevoerd in vak 10 worden vermeld. In dat geval dient ook de informatie over de inrichting of inrichtingen waar later de handeling of handelingen als bedoeld onder D13-D15 of R12/R13 en D1-D12 of R1-R11 plaatsvindt of plaatsvinden, zal of zullen plaatsvinden of kan of kunnen plaatsvinden, in een bijlage worden bijgevoegd. Indien de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing vermeld staat in bijlage I, categorie 5, van Richtlijn 96/61/EG van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, dient in een bijlage een bewijs (bijv. een verklaring betreffende het bestaan ervan) te worden overgelegd dat zij over een geldige vergunning beschikt die in overeenstemming met artikel 4 en 5 van die richtlijn is verleend wanneer de inrichting in de Europese Gemeenschap is gevestigd.

22.

Vak 11 (zie bijlage II, deel 1, punten 5, 19 en 20): Vermeld het soort handelingen voor verwijdering of nuttige toepassing door middel van de R-codes of D-codes in bijlage IIA of IIB van Richtlijn 2006/12/EG inzake afvalstoffen (zie ook de bij het kennisgevingsdocument gevoegde lijst van afkortingen en codes) ( 22 ). Indien de handeling voor verwijdering of nuttige toepassing een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 betreft, dient de daarbij behorende informatie betreffende de aansluitende handelingen (iedere handeling als bedoeld onder R12/R13 of D13-D15 alsmede D1-D12 of R1-R11) in een bijlage te worden verstrekt. Geef ook aan welke technologie wordt gebruikt. Indien het afval bestemd is voor nuttige toepassing, vermeld dan in een bijlage de geplande verwijderingmethode voor de niet-toepasbare restfractie, de hoeveelheid nuttig toegepast materiaal in verhouding tot het niet nuttig toepasbare afval, de geschatte waarde van het nuttig toegepaste materiaal en de kosten van nuttige toepassing en de kosten van verwijdering van het restafval. Vermeld daarnaast in het geval van invoer van voor verwijdering bestemde afvalstoffen in de Gemeenschap bij „reden voor uitvoer” dat sprake is van een vooraf met redenen omkleed verzoek van het land van verzending overeenkomstig artikel 41, lid 4, van deze verordening, en voeg dit verzoek als bijlage bij. Sommige derde landen buiten de OESO kunnen op grond van het Verdrag van Bazel ook verlangen dat de reden voor uitvoer wordt gespecificeerd.

23.

Vak 12 (zie bijlage II, deel 1, punt 16): Vermeld de benaming of benamingen waaronder het materiaal algemeen bekend is, of de handelsnaam en de benamingen van de belangrijkste (qua hoeveelheid en/of gevaar) bestanddelen en de relatieve concentraties (uitgedrukt in percentages), voor zover bekend. Geef in het geval van een mengsel van afvalstoffen dezelfde informatie voor de verschillende fracties en geef aan welke fracties bestemd zijn voor nuttige toepassing. Overeenkomstig bijlage II, deel 3, punt 7, van deze verordening kan om een chemische analyse van de samenstelling van het afval worden verzocht. Voeg zo nodig verdere informatie als bijlage bij.

24.

Vak 13 (zie bijlage II, deel 1, punt 16): Vermeld de fysische eigenschappen van het afval bij normale temperatuur en druk.

25.

Vak 14 (zie bijlage II, deel 1, punt 16): Vermeld de identificatiecode van de afvalstoffen volgens de bijlagen III, IIIA, IIIB, IV of IVA van deze verordening. Vermeld de code volgens het systeem vastgelegd in het Verdrag van Bazel (bij i) in vak 14) en, indien van toepassing, de systemen volgens het OESO-besluit (bij ii)) en andere erkende indelingsystemen (bij iii) tot en met xii)). Vermeld, conform artikel 4, tweede alinea, punt 6, van deze verordening, slechts één afvalcode (uit de bijlagen III, IIIA, IIIB, IV of IVA van deze verordening), met de volgende twee uitzonderingen: vermeld indien afvalstoffen niet onder één enkele code van bijlage III, IIIB, IV of IVA vallen slechts één type afval. Vermeld, indien mengsels van afvalstoffen die niet onder één enkele code in bijlage III, IIIB, IV of IVA vallen, tenzij zij worden vermeld in bijlage IIIA, de code van iedere afvalfractie in volgorde van belangrijkheid (zo nodig in een bijlage).

a)

Onderdeel i): de codes van bijlage VIII van het Verdrag van Bazel moeten worden gebruikt voor afvalstoffen die onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming (zie deel I van bijlage IV van deze verordening) vallen; de codes in bijlage IX van het Verdrag van Bazel moeten worden gebruikt voor afvalstoffen die in het algemeen niet onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming vallen, maar die om een specifieke reden, zoals verontreiniging met gevaarlijke stoffen (vgl. de eerste alinea van bijlage III van deze verordening) of een andere indeling overeenkomstig artikel 63 van deze verordening of nationale verordeningen ( 23 ), vallen onder de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming (zie deel I van bijlage III van deze verordening). De bijlagen VIII en IX van het Verdrag van Bazel zijn te vinden in bijlage V van deze verordening, in de tekst van het Verdrag van Bazel en ook in de „Instruction Manual” die verkrijgbaar is bij het secretariaat van het Verdrag van Bazel. Indien een afvalstof niet is vermeld in bijlage VIII of IX van het Verdrag van Bazel, vul dan in „niet vermeld”.

b)

Onderdeel ii): OESO-landen dienen gebruik te maken van de OESO-codes voor afvalstoffen zoals vermeld in deel II van de bijlagen III en IV van deze verordening, d.w.z. afvalstoffen die geen equivalent hebben in de bijlagen van het Verdrag van Bazel of waarvoor op grond van deze verordening een ander controleniveau geldt dan het volgens het Verdrag van Bazel vereiste niveau. Indien een afvalstof niet vermeld is in deel II van de bijlagen III en IV van deze verordening, vul dan in „niet vermeld”.

c)

Onderdeel iii): lidstaten van de Europese Unie dienen gebruik te maken van de codes die zijn opgenomen in de afvalstoffenlijst van de Europese Gemeenschap (zie Beschikking 2000/532/EG, als gewijzigd) ( 24 ). ►M9  ————— ◄

d)

Onderdelen iv) en v): In voorkomend geval moet gebruik worden gemaakt van nationale identificatiecodes die afwijken van de afvalstoffenlijst van de EG, maar die in het land van verzending en, indien bekend, in het land van bestemming worden gebruikt. ►M9  ————— ◄

e)

Onderdeel vi): Indien dat nuttig is of door de betrokken bevoegde autoriteiten wordt vereist, vermeld hier dan eventuele andere codes of extra informatie die de identificatie van het afval vergemakkelijkt.

▼M9

Deze codes kunnen opgenomen zijn in de bijlagen IIIA, IIIB of IVA van deze verordening. In dat geval moet het nummer van de bijlage vóór de code(s) worden vermeld. Wat bijlage IIIA betreft, dienen de relevante code(s) zoals vermeld in die bijlage te worden gebruikt - in voorkomend geval meerder codes achter elkaar. Sommige Bazel-codes zoals B1100, B3010 en B3020 gelden alleen voor specifieke afvalstromen, zoals aangegeven in bijlage IIIA.

▼M2

f)

Onderdeel vii): Vermeld de betreffende Y-code of Y-codes, indien die bestaat of bestaan, overeenkomstig de „categorieën afvalstoffen die moeten worden gecontroleerd” (zie bijlage I van het Verdrag van Bazel en aanhangsel 1 van het OESO-besluit), of overeenkomstig de „categorieën afvalstoffen die bijzondere aandacht behoeven” zoals bedoeld in bijlage II van het Verdrag van Bazel (zie bijlage IV, deel I, van deze verordening, of aanhangsel 2 van het Instruction Manual bij het Verdrag van Bazel). Y-codes zijn volgens deze verordening en het OESO-besluit niet vereist, behalve wanneer de overbrenging van afvalstoffen valt onder een van de twee „categorieën afvalstoffen die speciale aandacht behoeven” krachtens het Verdrag van Bazel (Y46 en Y47 of afvalstoffen uit bijlage II), in welk geval de Y-code van het Verdrag van Bazel moet worden vermeld. Vermeld in elk geval de Y-code of Y-codes voor afvalstoffen die overeenkomstig artikel 1, lid 1, van het Verdrag van Bazel als gevaarlijk zijn aangemerkt, teneinde te voldoen aan de verslagplicht krachtens het Verdrag van Bazel.

▼M13

g)

Onderdeel viii) Vermeld hier, indien van toepassing, de betreffende H-code of H-codes, d.w.z. de codes waarmee de door de afvalstof vertoonde gevaarlijke eigenschappen worden aangeven (zie de bij het kennisgevingsdocument gevoegde lijst van afkortingen en codes). Indien geen sprake is van in het Verdrag van Bazel genoemde gevaarlijke eigenschappen, maar het afval gevaarlijk is volgens bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad, vermeld dan de HP-code of HP-codes overeenkomstig deze bijlage III en zet „EU” achter de HP-code (bv. HP14 EU).

▼M2

h)

Onderdeel ix): Vermeld hier, indien van toepassing, de klasse of klassen van de Verenigde Naties die verwijzen naar de gevaarlijke eigenschappen van de afvalstof overeenkomstig de indeling van de Verenigde Naties (zie de bij het kennisgevingsdocument gevoegde lijst van afkortingen en codes) en die in overeenstemming moeten zijn met de internationale regels voor het vervoer van gevaarlijke goederen (zie de „Aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen”. Modelvoorschriften (Oranje Boek), nieuwste uitgave) ( 25 ).

i)

Onderdelen x) en xi): Vermeld hier, indien van toepassing, het betreffende nummer of de betreffende nummers van de Verenigde Naties en de vervoeraanduiding of vervoeraanduidingen van de Verenigde Naties. Deze worden gebruikt om het afval te identificeren volgens de classificatie van de Verenigde Naties en dienen in overeenstemming te zijn met de internationale regels voor het vervoer van gevaarlijke goederen (zie „Aanbevelingen van de Verenigde Naties inzake het vervoer van gevaarlijke goederen”. Modelvoorschriften (Oranje Boek), nieuwste uitgave).

j)

Onderdeel xii): Vermeld hier, indien van toepassing, de douanecode of -codes waarmee het afval door de douanekantoren kan worden geïdentificeerd (zie de lijst van codes en goederen in de „Geharmoniseerde beschrijving en codering van goederen”, gepubliceerd door de Werelddouaneorganisatie).

26.

Vak 15 (zie bijlage II, deel 1, punten 8-10 en 14): Vermeld op regel a) van vak 15 de naam van de landen ( 26 ) van verzending, doorvoer en bestemming, of gebruik de landcodes van ISO-norm 3166 ( 27 ). Vermeld, indien van toepassing, op regel b) het codenummer van de betrokken bevoegde autoriteit van ieder land, en op regel c) de naam van de grensovergang of haven, en, indien van toepassing, het codenummer van het douanekantoor als plaats van binnenkomst in of van uitgang uit een bepaald land. Vermeld op regel c) voor doorvoerlanden de informatie over plaats van binnenkomst en uitgang. Indien bij een bepaalde overbrenging meer dan drie landen van doorvoer betrokken zijn, voeg dan de relevante informatie bij in een bijlage. Vermeld de voorgenomen route tussen plaats van uitgang en plaats van binnenkomst, met inbegrip van mogelijke alternatieven, ook in geval van onvoorziene omstandigheden, in een bijlage.

27.

Vak 16 (zie bijlage II, deel 1, punt 14): Verstrek de vereiste informatie voor overbrengingen van afvalstoffen die de EU binnenkomen, die via de EU worden doorgevoerd of die de EU verlaten.

28.

Vak 17 (zie bijlage II, deel 1, punten 21-22 en 24-26): Ieder afschrift van het kennisgevingsdocument dient te worden gedateerd en ondertekend door de kennisgever (of door de als kennisgever optredende handelaar of makelaar) voordat het naar de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen wordt verzonden. In sommige derde landen mag het document worden gedateerd en ondertekend door de bevoegde autoriteit van verzending. Indien de kennisgever niet dezelfde persoon is als de eerste producent, dient deze producent, de nieuwe producent of de inzamelaar, indien praktisch mogelijk, mede te ondertekenen en te dateren; hierbij wordt opgemerkt dat dit in gevallen waar sprake is van verschillende producenten praktisch soms niet mogelijk is (definities van „praktische mogelijkheid” kunnen vastgelegd zijn in nationale wetgeving). Indien de producent onbekend is, dient de persoon die het afval in zijn bezit of onder zijn controle heeft (houder) te tekenen. Deze verklaring dient ook als bewijs van het bestaan van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade aan derden. Sommige landen verlangen dat het kennisgevingsdocument vergezeld gaat van een bewijs van verzekering of andere financiële garanties en een contract.

29.

Vak 18: Vermeld het aantal bij het kennisgevingsdocument gevoegde bijlagen met aanvullende informatie ( 28 ). Op iedere bijlage moet het kennisgevingsnummer worden vermeld waarop zij betrekking heeft, en wel in de hoek van vak 3.

30.

Vak 19: Krachtens het Verdrag van Bazel wordt een dergelijke ontvangstbevestiging afgegeven door de bevoegde autoriteit of autoriteiten van het land of de landen van bestemming (indien van toepassing) en van doorvoer. Krachtens het OESO-besluit wordt deze ontvangstbevestiging afgegeven door de bevoegde autoriteit van het land van bestemming. Sommige derde landen kunnen overeenkomstig hun nationale wetgeving verlangen dat ook een ontvangstbevestiging wordt afgegeven door de bevoegde autoriteit van verzending.

31.

Vakken 20 en 21: Vak 20 is bestemd voor gebruik door de bevoegde autoriteiten van ieder betrokken land bij het verlenen van schriftelijke toestemming. Krachtens het Verdrag van Bazel (behalve als een land heeft besloten geen schriftelijke toestemming met betrekking tot doorvoer te eisen en de andere partijen daarvan in kennis heeft gesteld overeenkomstig artikel 6, lid 4, van het Verdrag van Bazel) en door bepaalde landen (overeenkomstig artikel 9, lid 1, van deze verordening kan een bevoegde autoriteit van doorvoer stilzwijgende toestemming verlenen) wordt altijd schriftelijke toestemming verlangd, terwijl het OESO-besluit geen schriftelijke toestemming vereist. Vermeld de naam van het land (of de code ervan middels de afkorting van ISO-norm 3166). Indien aan een overbrenging specifieke voorwaarden zijn verbonden, dient de betreffende bevoegde autoriteit het relevante hokje aan te kruisen en de voorwaarden te specificeren in vak 21 of in een bijlage bij het kennisgevingsdocument. Indien een bevoegde autoriteit tegen de overbrenging bezwaar wenst te maken, dient zij dat te doen door in vak 20 „BEZWAAR” te schrijven. Vak 21, of een aparte brief, kan dan worden gebruikt om de reden voor het bezwaar toe te lichten.

V.   Specifieke instructies voor het invullen van het vervoersdocument

32.

Op het tijdstip van kennisgeving dient de kennisgever de vakken 3, 4 en 9-14 in te vullen. Zodra de toestemmingen van de bevoegde autoriteiten van verzending, bestemming en doorvoer zijn ontvangen of, met betrekking tot de bevoegde autoriteit van doorvoer, wanneer mag worden verondersteld dat stilzwijgende toestemming is verleend, en vóór de feitelijke aanvang van de overbrenging, dient de kennisgever de vakken 2, 5-8 (behalve de vervoerswijze, de datum van de overlading en de handtekening), 15 en, in voorkomend geval, 16 in te vullen. In sommige derde landen die geen lid zijn van de OESO mogen deze vakken ook worden ingevuld door de bevoegde autoriteit van verzending in plaats van door de kennisgever. Zodra de vervoerder of zijn vertegenwoordiger in bezit komt van het afval, dient hij de vervoerswijze, de datum van overlading en de handtekening, zoals aangegeven in de vakken 8 a) tot en met 8 c) en, indien van toepassing, vak 16 in te vullen. De ontvanger moet vak 17 en, in voorkomend geval, vak 16 invullen ingeval hij niet de verwijderaar of nuttige toepasser is en wanneer hij de controle krijgt over een zending afval na aankomst in het land van bestemming.

33.

Vak 1: De bevoegde autoriteit van verzending dient het kennisgevingsnummer in te vullen (zoals vermeld in vak 3 van het kennisgevingsdocument).

34.

Vak 2 (zie bijlage II, deel 2, punt 1): Vermeld in het geval van een algemene kennisgeving voor meerdere transporten het volgnummer van de overbrenging en het totale aantal voorgenomen overbrengingen zoals opgegeven in vak 4 van het kennisgevingsdocument (schrijf bijv. achter de betreffende algemene kennisgeving „4/11” voor de vierde van elf voorgenomen overbrengingen). Vul in het geval van een eenmalige kennisgeving in: „1/1”.

35.

Vakken 3 en 4: Neem de informatie m.b.t. de kennisgever ( 29 ) en de ontvanger over van de vakken 1 en 2 van het kennisgevingsdocument.

36.

Vak 5 (zie bijlage II, deel 2, punt 6): Vermeld het feitelijke gewicht van het afval in ton (1 ton is gelijk aan 1 megagram (Mg) of 1 000 kg). In sommige derde landen mag het volume ook in kubieke meter (1 kubieke meter is gelijk aan 1 000 liter) of een andere metrieke eenheid, bijvoorbeeld kilogram of liter, worden opgeven. Wanneer een andere metrieke eenheid wordt gebruikt, moet de betreffende meeteenheid worden aangegeven en moet de op het formulier vermelde eenheid worden doorgestreept. Voeg zo mogelijk afschriften van de weegbrugbonnen bij.

37.

Vak 6 (zie bijlage II, deel 2, punt 2): Vul de feitelijke datum van de aanvang van de overbrenging in. (Zie ook de instructies m.b.t. vak 6 van het kennisgevingsdocument.)

38.

Vak 7 (zie bijlage II, deel 2, punten 7 en 8): De verpakkingstypes moeten worden vermeld middels de codes in de bij het vervoersdocument gevoegde lijst van afkortingen en codes. Indien bij de behandeling speciale voorzorgsmaatregelen nodig zijn, zoals die welke vereist zijn volgens de behandelinginstructies voor werknemers van de producenten, informatie over gezondheid en veiligheid, met inbegrip van informatie over hoe te handelen in geval van lekkage of morsen van gevaarlijke stoffen, en gevarenkaarten, kruis dan het betreffende hokje aan en voeg de informatie als bijlage bij. Vermeld ook het aantal verpakkingen waaruit de zending bestaat.

39.

Vak 8, onder a), b) en c) (zie bijlage II, deel 2, punten 3 en 4): Verstrek de vereiste informatie (vermeld — uitsluitend indien van toepassing — het registratienummer en voorts het adres met inbegrip van de naam van het land en het telefoon en faxnummer met inbegrip van de landcode). Indien sprake is van meer dan drie vervoerders, dient passende informatie over iedere afzonderlijke vervoerder bij het vervoersdocument te worden gevoegd. De vervoerswijze, de datum van overlading en een handtekening dienen te worden ingevuld door de vervoerder of vertegenwoordiger van de vervoerder die de zending in zijn bezit krijgt. De kennisgever dient een afschrift van het ondertekende vervoersdocument te bewaren. Bij iedere successieve overlading van de zending moet de nieuwe vervoerder of zijn vertegenwoordiger aan dezelfde vereiste voldoen en het document ook ondertekenen. De vorige vervoerder dient een afschrift van het ondertekende vervoersdocument te bewaren.

40.

Vak 9: Neem de informatie over van vak 9 van het kennisgevingsdocument.

41.

Vakken 10 en 11: Neem de informatie over van de vakken 10 en 11 van het kennisgevingsdocument. Indien de verwijderaar of nuttige toepasser dezelfde is als de ontvanger, vul dan in vak 10 in: „Zelfde als in vak 4”. Indien de handeling voor verwijdering of nuttige toepassing een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 betreft (overeenkomstig bijlage IIA of IIB van Richtlijn 2006/12/EG betreffende afvalstoffen), is de in vak 10 ingevulde informatie over de inrichting die de handeling verricht voldoende. Over eventuele inrichtingen waar in een later stadium onder D13-D15 of R12/R13 bedoelde handelingen zullen plaatsvinden en de inrichting of inrichtingen waar later een onder D1-D12 of R1-R11 bedoelde handeling of handelingen zal of zullen plaatsvinden, hoeft in het vervoersdocument geen nadere informatie te worden verstrekt.

42.

Vakken 12, 13 en 14: Neem de informatie over van de vakken 12, 13 en 14 in het kennisgevingsdocument.

43.

Vak 15 (zie bijlage II, deel 2, punt 9): Op het tijdstip van de overbrenging dient de kennisgever (of de handelaar of makelaar indien die als kennisgever optreedt) het vervoersdocument te dateren en te ondertekenen. In sommige derde landen kan overeenkomstig het Verdrag van Bazel de bevoegde autoriteit van verzending of de producent van het afval het vervoersdocument dateren en tekenen. Overeenkomstig artikel 16, onder c), van deze verordening moet het vervoersdocument vergezeld gaan van afschriften van het kennisgevingsdocument met de door de betrokken bevoegde autoriteiten verleende schriftelijke toestemming, met inbegrip van eventuele daaraan verbonden voorwaarden. In sommige derde landen moeten de originelen worden bijgevoegd.

44.

Vak 16 (zie bijlage II, deel 2, punt 5): Dit vak kan door iedere bij een overbrenging betrokken persoon (kennisgever of bevoegde autoriteit van verzending, al naargelang het geval, ontvanger, bevoegde autoriteit, vervoerder) in specifieke gevallen worden gebruikt als op grond van nationale wetgeving over een bepaald aspect gedetailleerder informatie verlangd wordt (bijvoorbeeld informatie over de haven waar het afval op een andere vervoerswijze wordt overgeladen, het aantal containers en de identificatienummers daarvan, of aanvullend bewijs of extra stempels waaruit blijkt dat door de bevoegde autoriteiten toestemming is verleend voor de overbrenging). Vermeld in vak 16 de doorgangsplaatsen (plaats van vertrek uit en binnenkomst in ieder betrokken land, met inbegrip van de douanekantoren van binnenkomst in en/of uitgang uit en/of uitvoer uit de Gemeenschap) en de route (route tussen plaatsen van uitgang en binnenkomst), met inbegrip van mogelijke alternatieven, ook in geval van onvoorziene omstandigheden, of voeg deze informatie bij als bijlage.

45.

Vak 17: Dit vak moet worden ingevuld door de ontvanger indien deze niet de verwijderaar of nuttige toepasser (zie paragraaf 15) is en ingeval de ontvanger de afvalstoffen na de aankomst ervan in het land van bestemming onder zijn controle krijgt.

46.

Vak 18: Dit vak moet worden ingevuld door de gemachtigde vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing bij ontvangst van het afval. Kruis het hokje van het betreffende type inrichting aan. Voor wat betreft de ontvangen hoeveelheid zij verwezen naar de specifieke instructies voor vak 5 (paragraaf 36). De laatste vervoerder ontvangt een ondertekend afschrift van het vervoersdocument. Indien de overbrenging om de een of andere reden wordt geweigerd, dient de vertegenwoordiger van de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing direct contact op te nemen met zijn of haar bevoegde autoriteit. Overeenkomstig artikel 16, onder d), of, in voorkomend geval, artikel 15, onder c), van deze verordening en het OESO-besluit, moeten binnen drie dagen na ontvangst van de afvalstoffen ondertekende afschriften van het vervoersdocument naar de kennisgever en de bevoegde autoriteiten in de betrokken landen worden verzonden (met uitzondering van de OESO-landen van doorvoer die aan het OESO-secretariaat hebben gemeld dat zij dergelijke afschriften van het vervoersdocument niet wensen te ontvangen). Het originele vervoersdocument moet worden bewaard door de inrichting voor verwijdering of nuttige toepassing.

47.

De ontvangst van iedere zending afvalstoffen dient te worden bevestigd door iedere inrichting die een handeling voor verwijdering of nuttige toepassing verricht, met inbegrip van een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13. Een inrichting die een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12/R13, of een handeling als bedoeld onder D1-D12 of R1-11 in aansluiting op een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 verricht in hetzelfde land, hoeft echter de ontvangst van de zending uit de inrichting als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 niet te bevestigen. In dat geval hoeft vak 18 dus niet te worden gebruikt voor de definitieve ontvangst van de zending. Geef ook het type handeling voor verwijdering of nuttige toepassing aan door middel van de R-codes of D-codes in bijlage IIA of IIB van Richtlijn 2006/12/EG inzake afvalstoffen, alsmede de vermoedelijke datum waarop de verwijdering of nuttige toepassing zal worden voltooid.

48.

Vak 19: Dit vak moet door de verwijderaar of nuttige toepasser worden ingevuld om te bevestigen dat de verwijdering of nuttige toepassing van het afval is voltooid. Overeenkomstig artikel 16, onder e), of, in voorkomend geval, artikel 15, onder d), van deze verordening en het OESO-besluit, dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk dertig dagen nadat de nuttige toepassing of verwijdering is voltooid en uiterlijk één kalenderjaar na de ontvangst van de afvalstoffen, een ondertekend afschrift van het vervoersdocument, met vak 19 ingevuld, te worden verzonden naar de kennisgever en de bevoegde autoriteiten van verzending, doorvoer (niet vereist op grond van het OESO-besluit) en bestemming. Sommige derde landen die geen lid zijn van de OESO kunnen overeenkomstig het Verdrag van Bazel eisen dat afschriften van het document met vak 19 ingevuld worden verzonden naar de kennisgever en de bevoegde autoriteit van verzending. Voor de handelingen voor verwijdering of nuttige toepassing als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 is de in vak 10 gegeven informatie over de inrichting die een dergelijke handeling verricht voldoende, en over inrichtingen waar later handelingen als bedoeld onder R12/R13 of D13-D15 zullen worden verricht en de inrichting of inrichtingen waar later de handeling of handelingen als bedoeld onder D1-D12 of R1-R11 zullen worden verricht, hoeft in het vervoersdocument geen nadere informatie te worden opgenomen.

49.

De verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen, met inbegrip van een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13, dient altijd te worden bevestigd door de betrokken inrichting waar de handeling voor verwijdering of nuttige toepassing wordt verricht. Daarom moet een inrichting waar een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12/R13 of een handeling als bedoeld onder D1-D12 of R1-R11 in aansluiting op een handeling als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 in hetzelfde land wordt verricht, vak 19 niet gebruiken om de nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen te bevestigen, omdat dit vak al door de inrichting voor handelingen als bedoeld onder D13-D15 of R12 of R13 is ingevuld. Ieder land dient zelf vast te stellen op welke wijze de verwijdering of nuttige toepassing in dit specifieke geval moet worden bevestigd.

50.

Vakken 20, 21 en 22: Deze vakken moeten worden gebruikt voor de controle door de douanekantoren aan de grenzen van de Gemeenschap.

▼B




BIJLAGE II

INFORMATIE EN DOCUMENTATIE BETREFFENDE DE KENNISGEVING

Deel 1   INFORMATIE OP TE NEMEN IN HET KENNISGEVINGSFORMULIER OF EEN BIJLAGE DAARBIJ

1. Volgnummer of een andere aanvaarde identificatiecode van het kennisgevingsformulier en voorgenomen totaal aantal overbrengingen.

2. Naam, adres, telefoon, fax, e-mail, registratienummer en contactpersoon van de kennisgever.

3. Indien de kennisgever niet de producent is: naam, adres, telefoon, fax, e-mail en contactpersoon van de producent(en).

4. Naam, adres, telefoon, fax, e-mail en contactpersoon van de handela(a)r(en) of makelaar(s), in geval de kennisgever hem heeft gemachtigd overeenkomstig artikel 2, punt 15.

5. Naam, adres, telefoon, fax, e-mail, registratienummer en contactpersoon van de inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering, gebruikte technologie en eventuele status als vooraf goedgekeurde inrichting als bedoeld in artikel 14.

Indien het afval bestemd is voor voorlopige nuttige toepassing of verwijdering, dient soortgelijke informatie te worden verstrekt over alle inrichtingen waar later voorlopige en niet-voorlopige nuttige toepassing of verwijdering plaatsheeft.

Indien de inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering onder bijlage I, categorie 5, van Richtlijn 96/61/EG, als gewijzigd, valt, dient een bewijs (bv. een verklaring betreffende het bestaan ervan) te worden overgelegd dat zij over een geldige vergunning beschikt die in overeenstemming met artikel 4 en 5 van die richtlijn is verleend.

6. Naam, adres, telefoon, fax, e-mail, registratienummer en contactpersoon van de ontvanger.

7. Naam, adres, telefoon, fax, e-mail, registratienummer en contactpersoon van de geplande vervoerder(s) en/of hun vertegenwoordigers.

8. Land van verzending en relevante bevoegde autoriteit.

9. Landen van doorvoer en relevante bevoegde autoriteiten.

10. Land van bestemming en relevante bevoegde autoriteit.

11. Eenmalige kennisgeving of algemene kennisgeving. In geval van een algemene kennisgeving, de gewenste geldigheidstermijn.

12. Geplande vertrekdatum(s) voor de overbrenging(en).

13. Voorgenomen vervoerswijze.

14. Geplande doorgangsplaatsen (plaats van binnenkomst en van vertrek in elk betrokken land, met inbegrip van de douanekantoren van binnenkomst in en/of uitgang uit en/of uitvoer uit de Gemeenschap) en geplande route (route tussen plaatsen van binnenkomst en van vertrek), met inbegrip van mogelijke alternatieven, ook in geval van onvoorziene omstandigheden.

15. Registratiebewijs van de vervoerder(s) voor de overbrenging van afvalstoffen (bv. verklaring betreffende zijn bestaan).

16. Aanduiding van het type afvalstoffen op de relevante lijst, bron(nen), beschrijving, samenstelling en gevaarlijke eigenschappen. In geval van afvalstoffen afkomstig uit meerdere bronnen, tevens een gedetailleerde inventaris van de afvalstoffen.

17. Geraamde minimum- en maximumhoeveelheden.

18. Gepland verpakkingstype.

19. Specificatie van de handeling(en) tot nuttige toepassing of verwijdering als bedoeld in bijlage II A en II B van Richtlijn 2006/12/EG.

20. Als de afvalstoffen bestemd zijn voor nuttige toepassing:

a) de geplande methode van verwijdering van het restafval na de nuttige toepassing;

b) de hoeveelheid nuttig toegepast materiaal in verhouding tot het restafval en het niet nuttig toepasbare afval;

c) de geschatte waarde van het nuttig toegepaste materiaal;

d) de kosten van nuttige toepassing en de kosten van verwijdering van het restafval.

21. Bewijs van verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade aan derden (bv. verklaring betreffende het bestaan ervan).

22. Bewijs (of een verklaring) inzake het bestaan van een contract tussen de kennisgever en de ontvanger voor de nuttige toepassing of verwijdering van de afvalstoffen dat ten tijde van de kennisgeving gesloten en juridisch bindend is, zoals vereist wordt in artikel 4, tweede alinea, punt 4, en artikel 5.

23. Een afschrift van het contract of een bewijs (of een verklaring) inzake het bestaan van het contract tussen de producent, de nieuwe producent of inzamelaar en de makelaar of handelaar, indien de makelaar of handelaar de kennisgevingsprocedures verricht.

24. Bewijs van het bestaan van een borgsom of gelijkwaardige verzekering (of een verklaring inzake het bestaan daarvan, indien de bevoegde autoriteit dat toestaat) die ten tijde van de kennisgeving gestort c.q. gesloten en juridisch bindend is en die ingaat bij het vertrek van de overbrenging, zoals vereist in de artikel 4, tweede alinea, punt 5, en artikel 6.

25. Verklaring van de kennisgever dat de informatie naar beste weten volledig en correct is.

26. Indien de kennisgever niet de producent in de zin van artikel 2, punt 15, onder a), i), is, zorgt de kennisgever ervoor dat de producent of een van de personen bedoeld in artikel 2, punt 15, onder a) ii), of, indien doenlijk, iii), het in bijlage I A opgenomen kennisgevingsdocument mede ondertekent.

Deel 2   INFORMATIE OP TE NEMEN IN HET VERVOERSDOCUMENT OF EEN BIJLAGE DAARBIJ

Alle reeds in deel 1 genoemde informatie, geactualiseerd met de onderstaande details, plus de andere gespecificeerde aanvullende informatie:

1. Volgnummer en totaal aantal overbrengingen.

2. Datum van vertrek van de overbrenging.

3. Vervoerswijze(n).

4. Naam, adres, telefoon, fax en e-mail van de vervoerder.

5. Doorgangsplaatsen (plaats van binnenkomst en van vertrek in elk betrokken land, met inbegrip van de douanekantoren van binnenkomst in en/of uitgang uit en/of uitvoer uit de Gemeenschap) en route (route tussen plaatsen van binnenkomst en van vertrek), met inbegrip van mogelijke alternatieven, ook in geval van onvoorziene omstandigheden.

6. Hoeveelheden.

7. Verpakkingstype.

8. Eventuele bijzondere voorzorgsmaatregelen die de vervoerder(s) moet(en) treffen.

9. Verklaring van de kennisgever dat geen van de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen bezwaar heeft gemaakt. Deze verklaring moet door de kennisgever worden ondertekend.

10. De handtekening voor elke overdracht van afvalstoffen tussen vervoerders.

Deel 3   EVENTUELE DOOR DE BEVOEGDE AUTORITEITEN VERLANGDE AANVULLENDE INFORMATIE EN DOCUMENTATIE

1. De aard en geldigheidsduur van de vergunning voor de inrichting voor nuttige toepassing of verwijdering.

2. Afschrift van de vergunning die wordt afgegeven overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van Richtlijn 96/61/EG inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging.

3. Inlichtingen over de maatregelen die de veiligheid van het vervoer moeten garanderen.

4. De lengte(n) van het traject tussen de kennisgever en de inrichting, evenals van eventuele alternatieve routes, ook in geval van onvoorziene omstandigheden en, in het geval van intermodale overbrenging, de plaats waar de overlading geschiedt.

5. Informatie over de kosten van het vervoer tussen de kennisgever en de inrichting.

6. Afschrift van de registratie van de vervoerder(s) voor de overbrenging van de afvalstoffen.

7. Chemische analyse van de samenstelling van de afvalstoffen.

8. Beschrijving van het productieproces van de afvalstoffen.

9. Beschrijving van het behandelingsproces in de inrichtingen van de ontvanger.

10. De financiële zekerheidsovereenkomst of gelijkwaardige verzekering, of een afschrift daarvan.

11. Toelichting op de berekening van de borgsom of gelijkwaardige verzekering als vereist in artikel 4, tweede alinea, punt 5, en artikel 6.

12. Afschrift van het contract bedoeld in deel 1, punten 22 en 23.

13. Afschrift van de verzekering voor aansprakelijkheid voor schade aan derden.

14. Alle andere informatie die relevant is voor de beoordelingen van de kennisgeving in overeenstemming met deze verordening en nationale wetgeving.




BIJLAGE III

LIJST VAN AFVALSTOFFEN DIE VERGEZELD MOETEN GAAN VAN BEPAALDE INFORMATIE ALS BEDOELD IN ARTIKEL 18

(„GROENE” LIJST VAN AFVALSTOFFEN) ( 30 )

Ongeacht of zij in deze lijst zijn opgenomen of niet, mogen afvalstoffen niet worden onderworpen aan het algemeen vereiste dat zij van bepaalde informatie vergezeld moeten gaan indien zij dermate met andere stoffen verontreinigd zijn dat

a) de aan de afvalstoffen verbonden risico's zodanig toenemen dat zij, gelet op de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III van Richtlijn 91/689/EEG, als gewijzigd, voor de controleprocedure van schriftelijke kennisgeving en toestemming in aanmerking komen, of

b) nuttige toepassing van de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze niet mogelijk wordt.

Deel I

De volgende afvalstoffen zijn onderworpen aan de procedure krachtens welke zij vergezeld dienen te gaan van bepaalde informatie als bedoeld in artikel 18:

Afvalstoffen die zijn opgenomen in bijlage IX van het Verdrag van Bazel ( 31 ).

▼M6

In het kader van deze verordening:

a) wordt elke verwijzing naar „lijst A” in bijlage IX van het Verdrag van Bazel opgevat als een verwijzing naar bijlage IV bij deze verordening;

b) wordt in Bazel-code B1020 onder de term „in afgewerkte vorm in bulk” ook verstaan alle daar genoemd metaalschroot in niet-verspreidbare ( 32 ) vorm;

c) wordt Bazel-code B1030 als volgt gelezen: „residuen die vuurvaste metalen bevatten”;

d) is Bazel-code B1100 voor wat betreft „slak afkomstig van de behandeling van koper enz.” niet van toepassing en is in plaats daarvan OESO-code GB040 in deel II van toepassing;

e) is Bazel-code B1110 niet van toepassing en zijn in plaats daarvan de OESO-codes GC010 en GC020 in deel II van toepassing;

f) is Bazel-code B2050 niet van toepassing en is in plaats daarvan OESO-code GG040 in deel II van toepassing;

g) heeft de verwijzing in Bazel-code B3010 naar afval van gefluoreerde polymeren tevens betrekking op polymeren en copolymeren van fluorethyleen (PTFE).

▼B

Deel II

De volgende afvalstoffen dienen eveneens vergezeld te gaan van bepaalde informatie als bedoeld in artikel 18:

Metaalhoudende afvalstoffen die vrijkomen bij het smelten en zuiveren van metalen



GB040

7112

262030

262090

slak afkomstig van de behandeling van edele metalen en koper, bestemd voor latere terugwinning

Andere metaalhoudende afvalstoffen



GC010

 

uitsluitend uit metalen of legeringen bestaand elektrisch montageafval

GC020

 

elektronische restanten (bijvoorbeeld printplaten, elektronische onderdelen, draad, enz.) en voor terugwinning van basismetaal en edelmetaal geschikte teruggewonnen elektronische onderdelen

GC030

ex 890800

schepen en ander drijvend materieel bestemd voor de sloop, waaruit eventuele lading en andere van de scheepsexploitatie afkomstige materialen die als gevaarlijke stof of afvalstof geclassificeerd zijn, naar behoren zijn verwijderd

GC050

 

afgewerkte kraakkatalysatoren uit wervelbedproces (FCC), bv. aluminiumoxide, zeolieten

Glasafval in een zich niet verspreidende vorm



GE020

ex 7001

ex 701939

glasvezelafval

Afval van keramische producten in een zich niet verspreidende vorm



GF010

 

afval van keramische producten die gebakken zijn na in de vorm te zijn gebracht of bewerkt, met inbegrip van keramische vaten (vóór en na gebruik)

Ander hoofdzakelijk uit anorganisch materiaal bestaand afval dat metalen en organische materialen kan bevatten



GG030

ex 2621

zware as en sintels van steenkoolcentrales

GG040

ex 2621

vliegas van steenkoolcentrales

Afvalstoffen van kunststof in vaste vorm



GH013

391530

ex 390410 —40

polymeren van vinylchloride

Afval van looien, pelterij en gebruik van huiden



GN010

ex 050200

afval van haar van varkens of van wilde zwijnen, van dassenhaar en ander dierlijk haar, voor borstelwerk

GN020

ex 050300

afval van paardenhaar, ook indien in vliezen, al dan niet op een onderlaag

GN030

ex 050590

afval van vogelhuiden en andere delen van vogels, met veren of dons bezet, van veren en delen van veren (ook indien bijgesneden) en dons, ruw, gereinigd, ontsmet of op andere wijze behandeld ter voorkoming van bederf, doch niet verder bewerkt

▼M4




BIJLAGE III A

MENGSELS VAN TWEE OF MEER AFVALSTOFFEN VAN BIJLAGE III DIE NIET ONDER ÉÉN CODE VALLEN, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, LID 2

1. Ongeacht of zij in deze lijst zijn opgenomen of niet, mogen mengsels niet worden onderworpen aan de algemene informatievoorschriften van artikel 18 indien zij dermate met andere stoffen verontreinigd zijn dat

a) de aan de afvalstoffen verbonden risico's zodanig toenemen dat zij, gelet op de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III van Richtlijn 91/689/EEG, voor de procedure van schriftelijke kennisgeving en toestemming in aanmerking komen; of

b) nuttige toepassing van de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze niet mogelijk is.

▼M7

2. De volgende mengsels van afvalstoffen worden in deze bijlage opgenomen:

a) mengsels van afvalstoffen vallend onder de Bazel-codes B1010 en B1050;

b) mengsels van afvalstoffen vallend onder de Bazel-codes B1010 en B1070;

c) mengsels van afvalstoffen vallend onder de Bazel-codes B3040 en B3080;

d) mengsels van afvalstoffen vallend onder (OESO-)code GB040 en onder Bazel-code B1100, beperkt tot de volgende categorieën: hardzink, zinkhoudende slak, aluminiumschuim met uitzondering van zoutslak, en oude vuurvaste bekleding, met inbegrip van gietpannen, afkomstig uit kopersmelterijen;

e) mengsels van afvalstoffen vallend onder (OESO-)code GB040, onder Bazel-code B1070 en onder Bazel-code B1100, beperkt tot de volgende categorie: oude vuurvaste bekleding, met inbegrip van gietpannen, afkomstig uit kopersmelterijen.

De onder d) en e) genoemde codes zijn niet van toepassing op uitvoer naar landen waarvoor het OESO-besluit niet geldt.

▼M7

3. De volgende mengsels van afvalstoffen, vallend onder afzonderlijke streepjes of substreepjes van één code, worden in deze bijlage opgenomen:

a) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B1010;

b) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B2010;

c) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B2030;

d) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B3010 en vermeld onder plastic schroot van niet-gehalogeneerde polymeren en co-polymeren;

e) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B3010 en vermeld onder uitgehard harsafval of condensatieproducten;

f) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B3010 en vermeld onder perfluoralkoxyalkaan;

g) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B3020, beperkt tot ongebleekt papier of karton of gegolfd papier of golfkarton, overig papier of karton, hoofdzakelijk gemaakt van gebleekt chemisch pulp dat niet in bulk is gekleurd, papier of karton, hoofdzakelijk gemaakt van mechanisch pulp (bijvoorbeeld kranten, tijdschriften en soortgelijk drukwerk);

h) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B3030;

i) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B3040;

j) mengsels van afvalstoffen vallend onder Bazel-code B3050.

▼M8




BIJLAGE IIIB

AANVULLENDE AFVALSTOFFEN VAN DE „GROENE” LIJST IN AFWACHTING VAN EEN BESLUIT TOT OPNEMING IN DE DESBETREFFENDE BIJLAGEN BIJ HET VERDRAG VAN BAZEL OF HET OESO-BESLUIT, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 58, LID 1, ONDER b)

1. Ongeacht of zij in deze lijst zijn opgenomen of niet, mogen afvalstoffen niet worden onderworpen aan de algemene informatievoorschriften van artikel 18 indien zij dermate met andere stoffen verontreinigd zijn dat

a) de aan de afvalstoffen verbonden risico’s zodanig toenemen dat zij, gelet op de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 33 ), voor de procedure van schriftelijke kennisgeving en toestemming in aanmerking komen, of

b) nuttige toepassing van de afvalstoffen op milieuhygiënisch verantwoorde wijze niet mogelijk wordt.

2. De volgende afvalstoffen worden in deze bijlage opgenomen:

▼M12 —————

▼M8

BEU04

Geen residuen bevattende en niet onder Bazel-code B3020 vallende composietverpakkingen bestaande voornamelijk uit papier en enige kunststof

BEU05

Schone biologisch afbreekbare afvalstoffen van landbouw, tuinbouw, bosbouw, tuinen, parken en begraafplaatsen

3. De overbrengingen van in deze bijlage opgenomen afvalstoffen laten de bepalingen van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad ( 34 ), met inbegrip van ingevolge artikel 16, lid 3, van die richtlijn vastgestelde maatregelen, onverlet.

▼B




BIJLAGE IV

LIJST VAN AFVALSTOFFEN WAARVOOR DE PROCEDURE VAN VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE KENNISGEVING EN TOESTEMMING GELDT („ORANJE” LIJST VAN AFVALSTOFFEN) ( 35 )

Deel I

De volgende afvalstoffen zijn onderworpen aan de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming.

Afvalstoffen die zijn opgenomen in de bijlagen II en VIII van het Verdrag van Bazel ( 36 ).

In het kader van deze verordening:

a) wordt elke verwijzing naar lijst B van bijlage VIII van het Verdrag van Bazel opgevat als een verwijzing naar bijlage III bij deze verordening;

b) moet de term „zonder de in lijst B (bijlage IX) genoemde afvalstoffen” in Bazel-code A1010 worden opgevat als een verwijzing zowel naar Bazel-code B1020 als naar de opmerking over Bazel-code B1020 in bijlage III, deel I, onder b), van deze verordening;

c) zijn de Bazel-codes A1180 en A2060 niet van toepassing en zijn in plaats daarvan, voorzover toepasselijk, de OESO-codes GC010, GC020 en GC040 in bijlage III, deel II, van toepassing;

d) heeft Bazel-code A4050 ook betrekking op ovenpuin afkomstig van het smelten van aluminium, omdat dit anorganische cyaniden (Y33) bevat. Als de cyaniden vernietigd zijn, wordt ovenpuin ingedeeld in deel II, code AB120, omdat het anorganische fluorverbindingen, met uitzondering van calciumfluoride (Y32), bevat.

Deel II

Voor de volgende afvalstoffen geldt eveneens de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming.

Metaalhoudende afvalstoffen



▼M6

AA010

261900

Slakken, walsschilfers en ander afval van de ijzer- en staalindustrie (1)

▼B

AA060

262050

assen en residuen van vanadium (1)

AA190

810420 ex 810430

afval en restanten van magnesium die brandbaar of pyrofoor zijn of, wanneer zij in contact komen met water, gevaarlijke hoeveelheden brandbare gassen doen ontstaan

(1)   Dit omvat afval in de vorm van as, residuen, slakken, dross en skimmings, walsschilfers, stof, poeder, slib en filterkoek, tenzij een stof expliciet elders wordt genoemd.

Afvalstoffen met voornamelijk anorganische bestanddelen die metalen en organisch materiaal kunnen bevatten



AB030

 

afval van de oppervlaktebehandeling van metalen met behulp van niet-gecyanideerde producten

AB070

 

zand gebruikt in smelterijen/gieterijen

AB120

ex 281290 ex 3824

anorganische halogenideverbindingen, niet elders vermeld of ingedeeld

AB130

 

gebruikt staalgrit

AB150

ex 382490

ongezuiverd calciumsulfiet en calciumsulfaat, afkomstig van rookgasontzwaveling

Afvalstoffen die hoofdzakelijk organische bestanddelen bevatten en die metalen en anorganische stoffen kunnen bevatten



AC060

ex 381900

hydraulische vloeistoffen

AC070

ex 381900

remvloeistoffen

AC080

ex 382000

antivriesvloeistoffen

AC150

 

chloorfluorkoolwaterstoffen

AC160

 

halonen

AC170

ex 440310

afval van behandeld kurk en hout

AC250

 

oppervlakteactieve stoffen (surfactants)

AC260

ex 3101

varkensmest; uitwerpselen

AC270

 

rioolslib

Afvalstoffen die ofwel anorganische ofwel organische bestanddelen bevatten



AD090

ex 382490

afval afkomstig van de productie, de bereiding en het gebruik van reprografische en fotografische producten en materialen, voorzover niet elders vermeld of opgevoerd

AD100

 

afval afkomstig van de oppervlaktebehandeling van kunststoffen met behulp van niet-gecyanideerde producten

AD120

ex 391400 ex 3915

ionenwisselaarharsen

AD150

 

als filters gebruikt natuurlijk organisch materiaal (bv. biofilters)

Afvalstoffen met voornamelijk anorganische bestanddelen die metalen en organisch materiaal kunnen bevatten



RB020

ex 6815

keramiekvezels met dezelfde fysisch-chemische eigenschappen als die van asbest




BIJLAGE IV A

AFVALSTOFFEN OPGENOMEN IN BIJLAGE III MAAR WAARVOOR DE PROCEDURE VAN VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE KENNISGEVING EN TOESTEMMING GELDT (ARTIKEL 3, LID 3)




BIJLAGE V

AFVALSTOFFEN WAARVOOR HET UITVOERVERBOD VAN ARTIKEL 36 GELDT

Inleiding

1. Bijlage V is van toepassing onverminderd Richtlijn 91/689/EEG en Richtlijn 2006/12/EG.

2. Deze bijlage bestaat uit drie delen, waarbij de delen 2 en 3 slechts van toepassing zijn in zoverre deel 1 niet van toepassing is. Om te bepalen of een specifieke afvalstof onder bijlage V van deze verordening valt, moet men dus eerst controleren of de afvalstof in deel 1 van bijlage V voorkomt, en zo niet, of zij in deel 2 voorkomt en daarna of zij in deel 3 voorkomt.

Deel 1 is onderverdeeld in twee subsecties: lijst A, waarin de afvalstoffen zijn opgenomen die volgens artikel 1, lid 1, onder a), van het Verdrag van Bazel als gevaarlijk zijn aangemerkt en die daarom onder het uitvoerverbod vallen, en lijst B, waarin de afvalstoffen zijn opgenomen die niet onder artikel 1, lid 1, onder a), van het Verdrag van Bazel vallen en daarom niet onder het uitvoerverbod vallen.

Om na te gaan of een afvalstof voorkomt in deel 1, dient daarom te worden nagegaan of deze in lijst A of in lijst B wordt genoemd. Alleen bij stoffen die noch in lijst A, noch in lijst B van deel 1 worden genoemd, moet worden nagegaan of de betrokken stof wordt genoemd bij de gevaarlijke afvalstoffen van deel 2 (d.w.z. afvalstoffen die met een asterisk zijn gemarkeerd) of deel 3; indien zulks het geval is, valt de stof onder het uitvoerverbod.

3. Afvalstoffen die zijn opgenomen op lijst B van deel 1 of die behoren tot de niet-gevaarlijke afvalstoffen van deel 2 (d.w.z. afvalstoffen die niet met een asterisk zijn gemarkeerd) vallen onder het uitvoerverbod indien zij zodanig zijn verontreinigd door andere materialen dat

a) de aan de afvalstoffen verboden gevaren groot genoeg zijn geworden om ze, indachtig de in bijlage III bij Richtlijn 91/689/EEG genoemde gevaarlijke kenmerken, in aanmerking te laten komen voor de procedure van voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming, of

b) geen milieuhygiënisch verantwoorde nuttige toepassing van de afvalstoffen mogelijk is.

Deel 1 ( 37 )

Lijst A (bijlage VIII van het Verdrag van Bazel)

A1   METALEN EN METAALHOUDENDE AFVALSTOFFEN

A1010 metalen afvalstoffen en afvalstoffen die uit legeringen bestaan van een van de volgende stoffen:

 antimoon

 arseen

 beryllium

 cadmium

 lood

 kwik

 selenium

 tellurium

 thallium

maar zonder de in lijst B genoemde afvalstoffen

A1020 afvalstoffen die een van de volgende stoffen als bestanddeel of verontreiniging bevatten, uitgezonderd metalen in massieve vorm:

 antimoon; antimoonverbindingen

 beryllium; berylliumverbindingen

 cadmium; cadmiumverbindingen

 lood; loodverbindingen

 selenium; seleniumverbindingen

 tellurium; telluriumverbindingen

A1030 afvalstoffen die een van de volgende stoffen als bestanddeel of verontreiniging bevatten:

 arseen; arseenverbindingen

 kwik; kwikverbindingen

 thallium; thalliumverbindingen

A1040 afvalstoffen die een van de volgende stoffen als bestanddeel bevatten:

 metaalcarbonylen

 zeswaardige chroomverbindingen

A1050 galvanisch slib

A1060 effluenten van het beitsen van metalen

A1070 loogresiduen van zinkverwerking, stof en slib zoals jarosiet, hematiet, enz.

A1080 zinkresiduen die niet zijn opgenomen in lijst B en die lood en cadmium in voldoende concentraties bevatten om eigenschappen als bedoeld in bijlage III te vertonen

A1090 as van de verbranding van geïsoleerd koperdraad

A1100 stof en residuen van gasreinigingsinrichtingen in kopersmelterijen

A1110 afgewerkte elektrolytische oplossingen afkomstig van de elektrolytische winning en zuivering van koper

A1120 afvalslib, met uitzondering van anodeslib, afkomstig van elektrolytische zuiveringssystemen bij de winning en zuivering van koper

A1130 afgewerkte etsoplossingen die opgelost koper bevatten

A1140 afgewerkte koperchloride- en kopercyanidekatalysatoren

A1150 edelmetaalhoudende as afkomstig van de verbranding van printplaten die niet op lijst B voorkomen ( 38 )

A1160 oude loodbatterijen, intact of in stukken

A1170 ongesorteerde lege batterijen, met uitzondering van mengsels van uitsluitend in lijst B genoemde batterijen. Lege batterijen die niet op lijst B voorkomen en die in bijlage I genoemde bestanddelen in zodanige hoeveelheden bevatten dat ze gevaarlijk worden

A1180 oude elektrische en elektronische eenheden of schroot ( 39 ) met onderdelen als accu's en andere batterijen die op lijst A staan, kwikschakelaars, glas afkomstig van kathodestraalbuizen en ander geactiveerd glas en PCB-condensatoren, of in die mate verontreinigd met bestanddelen die in bijlage I worden genoemd (bv. cadmium, kwik, lood, polychoorbifenyl) dat ze eigenschappen hebben die in bijlage III worden vermeld (NB: zie het vergelijkbare punt op lijst B: B1110) ( 40 )

A1190 Kabelschroot dat is omhuld of geïsoleerd met kunststoffen die koolteer, PCB ( 41 ), lood, cadmium, andere organische halogeenverbindingen of andere stoffen uit bijlage I bevatten of daarmee verontreinigd zijn, in dusdanige mate dat het voldoet aan de kenmerken van bijlage III

A2   AFVALSTOFFEN MET VOORNAMELIJK ANORGANISCHE BESTANDDELEN, DIE METALEN EN ORGANISCH MATERIAAL KUNNEN BEVATTEN

A2010 glas afkomstig van kathodestraalbuizen en ander geactiveerd glas

A2020 afgewerkte anorganische fluorverbindingen in de vorm van vloeistof of slib maar zonder de in lijst B genoemde afvalstoffen

A2030 afgewerkte katalysatorenmet uitzondering van de op lijst B genoemde afvalstoffen

A2040 afvalgips afkomstig uit de chemische procesindustrie, indien dit bestanddelen, genoemd in bijlage I in zulke concentraties bevat dat het gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III vertoont (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B2080)

A2050 afgedankte asbest (stof en vezels)

A2060 vliegas afkomstig van kolengestookte centrales die stoffen als genoemd in bijlage I in voldoende concentraties bevatten om eigenschappen als vermeld in bijlage III te vertonen (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B2050)

A3   AFVALSTOFFEN DIE HOOFDZAKELIJK UIT ORGANISCHE BESTANDDELEN BESTAAN EN DIE METALEN EN ANORGANISCHE STOFFEN KUNNEN BEVATTEN

A3010 afvalstoffen die ontstaan bij de productie of verwerking van petroleumcokes en bitumen

A3020 afgewerkte minerale oliën die ongeschikt zijn voor het oorspronkelijk bedoelde gebruik

A3030 afvalstoffen die slib van loodhoudende antiklopverbindingen bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan

A3040 afgewerkte warmtegeleidende vloeistoffen (voor warmteoverdracht)

A3050 afvalstoffen die vrijkomen bij de productie, formulering of het gebruik van harsen, latex, weekmakers en lijm/kleefstoffen, met uitzondering van de in lijst B genoemde afvalstoffen (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B4020)

A3060 afgewerkte nitrocellulose

A3070 afgewerkte fenolen, fenolverbindingen, met inbegrip van chloorfenol in de vorm van vloeistof of slib

A3080 afgewerkte ethers, met uitzondering van de in lijst B genoemde afvalstoffen

A3090 leerstof, -as, -slib en -poeder indien deze zeswaardige chroomverbindingen of biociden bevatten (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B3100)

A3100 snijdsel en ander afval van leer of kunstleer dat niet geschikt is voor de fabricage van lederwaren en dat zeswaardige chroomverbindingen of biociden bevat (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B3090)

A3110 afvalstoffen die vrijkomen bij leerbereiding en die zeswaardige chroomverbindingen, biociden of infectieuze stoffen bevatten (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B3110)

A3120 lichte fractie bij het afbreken van vezels, snijden, enz.

A3130 gebruikte organische fosforverbindingen

A3140 afgewerkte niet-gehalogeneerde organische oplosmiddelen, met uitzondering van de in lijst B genoemde afvalstoffen

A3150 afgewerkte gehalogeneerde organische oplosmiddelen

A3160 gehalogeneerde of niet-gehalogeneerde niet-waterige distillatieresiduen die vrijkomen bij handelingen tot nuttige toepassing van organische oplosmiddelen

A3170 afvalstoffen afkomstig van de productie van alifatische gehalogeneerde koolwaterstoffen (zoals chloormethaan, dichloorethaan, vinylchloride, vinylideenchloride, allylchloride en epichloorhydrine)

A3180 afvalstoffen, stoffen en artikelen die polychloorbifenyl (PCB), polychloorterfenyl (PCT), polychloornaftaleen (PCN) of polychloorbifenyl (PBB) of andere analoge polybroomverbindingen bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan, in een concentratie van 50 mg/kg of meer ( 42 )

A3190 teerresiduen (met uitzondering van asfaltbitumen) afkomstig van raffinage- en distillatieprocessen en alle andere pyrolitische behandelingen van organisch materiaal

A3200 bitumineus materiaal (afval van asfalt), afkomstig van de aanleg en het onderhoud van wegen, dat teer bevat (NB: Zie het vergelijkbare punt B2130 op lijst B)

A4   AFVALSTOFFEN DIE OFWEL ANORGANISCHE OFWEL ORGANISCHE BESTANDDELEN BEVATTEN

A4010 afvalstoffen die vrijkomen bij de productie, de bereiding en het gebruik van farmaceutische producten, met uitzondering van de in lijst B genoemde afvalstoffen

A4020 klinische en daarmee verband houdende afvalstoffen: afvalstoffen afkomstig van medische, verpleegkundige, tandheelkundige, diergeneeskundige of soortgelijke handelingen en afvalstoffen die ontstaan in ziekenhuizen of andere instellingen bij onderzoek of behandeling van patiënten, of bij onderzoeksprojecten

A4030 afvalstoffen die vrijkomen bij de productie, formulering en het gebruik van biociden en fytofarmaceutische producten, met inbegrip van pesticiden en herbiciden die niet volgens de specificatie, te oud ( 43 ), of niet geschikt voor het oorspronkelijke doel zijn

A4040 afvalstoffen die vrijkomen bij de vervaardiging, formulering en het gebruik van houtconserveringsmiddelen ( 44 )

A4050 afvalstoffen die de volgende stoffen bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan:

 anorganische cyaniden, met uitzondering van edelmetaalhoudende residuen in vaste vorm waarin sporen van anorganische cyaniden voorkomen

 organische cyaniden

A4060 afgewerkte olie/water- en koolwaterstof/watermengsels, emulsies

A4070 afvalstoffen die vrijkomen bij de productie, formulering en het gebruik van inkt, kleurstoffen, pigment, verf, lak of vernis, met uitzondering van de in lijst B genoemde afvalstoffen (NB: zie het vergelijkbare punt op lijst B: B4010)

A4080 afvalstoffen van explosieve aard, met uitzondering van de in lijst B genoemde afvalstoffen

A4090 andere afgewerkte zure of basische oplossingen dan die welke onder het overeenkomstige punt van lijst B zijn genoemd (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B2120)

A4100 afvalstoffen afkomstig uit industriële inrichtingen voor de reiniging van afgassen, met uitzondering van de in lijst B genoemde afvalstoffen

A4110 afvalstoffen die de volgende stoffen bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan:

 een congeneer van polychloordibenzofuraan

▼C6

 een congeneer van polychloordibenzo-p-dioxine

▼B

A4120 afvalstoffen die bestaan uit peroxiden, peroxiden bevatten of daarmee verontreinigd zijn

A4130 verpakkingen en containers die stoffen als genoemd in bijlage I in zodanige concentraties bevatten dat ze gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III vertonen

A4140 afval dat bestaat uit chemicaliën die niet aan de specificatie voldoen of te oud (43)  zijn, overeenkomen met de categorieën van bijlage I en gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III vertonen, of dat die stoffen bevat

A4150 afgewerkte chemische stoffen afkomstig van onderzoek en ontwikkeling of onderwijsactiviteiten die niet geïdentificeerd en/of nieuw zijn en waarvan de gevolgen voor de volksgezondheid en/of het milieu niet bekend zijn

A4160 uitgewerkte actieve koolstof die niet op lijst B voorkomt (NB: zie het vergelijkbare punt van lijst B: B2060)

Lijst B (bijlage IX van het Verdrag van Bazel)

B1   METALEN EN METAALHOUDENDE AFVALSTOFFEN

B1010 oude metalen en metaallegeringen in metallische, niet-verspreidbare vorm

 edelmetalen (goud, zilver, de platinagroep, met uitzondering van kwik)

 ijzer- en staalschroot

 koperschroot

 nikkelschroot

 aluminiumschroot

 zinkschroot

 tinschroot

 wolfraamschroot

 molybdeenschroot

 tantaalschroot

 magnesiumschroot

 kobaltschroot

 bismuthschroot

 titaanschroot

 zirconiumschroot

 mangaanschroot

 germaniumschroot

 vanadiumschroot

 schroot van hafnium, indium, niobium, rhenium en gallium

 thoriumschroot

 schroot van zeldzame aardmetalen

 chroomschroot

B1020 zuiver, niet-verontreinigd metaalschroot, waaronder legeringen, in afgewerkte vorm in bulk (plaatmateriaal, balken, staven, enz.):

 antimoonschroot

 berylliumschroot

 cadmiumschroot

 loodschroot (met uitzondering van loodaccu's)

 seleniumschroot

 telluriumschroot

B1030 vuurvaste metalen die residuen bevatten

B1031 afval van de metalen molybdeen, wolfraam, titaan, tantaal, niobium en rhenium en legeringen daarvan in metallische, verspreidbare vorm (metaalpoeder), met uitsluiting van het afval van lijst A, punt 1050, galvanisch slib

B1040 afgedankte eenheden uit elektrische centrales die niet zodanig verontreinigd zijn met smeerolie, PCB's of PCT's dat ze een risico vormen

B1050 gemengde non-ferrometalen of zware schrootfracties, die geen in bijlage I genoemde materialen in een concentratie bevatten dat ze de eigenschappen, als bedoeld in bijlage III vertonen ( 45 )

B1060 oud selenium en tellurium als element, ook in poedervorm

B1070 afval van koper en koperlegeringen in verspreidbare vorm, tenzij ze de in bijlage I genoemde bestanddelen in zodanige concentraties bevatten dat ze de in bijlage III bedoelde eigenschappen vertonen

▼C6

B1080 zinkas en -residuen, met inbegrip van residuen van zinklegeringen in verspreidbare vorm, tenzij ze in bijlage I genoemde bestanddelen in zodanige concentraties bevatten dat ze de in bijlage III bedoelde eigenschappen vertonen ( 46 )

▼B

B1090 oude accu's die aan bepaalde specificaties voldoen, met uitzondering van lood-, cadmium- en kwikbatterijen

B1100 metaalhoudende afvalstoffen die vrijkomen bij het smelten en zuiveren van metalen:

 hardzink

 zinkhoudende slak

 

 zinkhoudende drijvende slak afkomstig van het galvaniseren (> 90 % Zn)

 zinkhoudende slakbezinksel afkomstig van het galvaniseren (> 92 % Zn)

 zinkhoudende slak afkomstig van het gietproces (> 85 % Zn)

 zinkhoudende slak afkomstig van thermisch verzinken (batch) (> 92 % Zn)

 zinkschuim

 aluminiumschuim, met uitzondering van zoutslak

 slak afkomstig van de behandeling van koper voor verdere verwerking of zuivering die geen arseen, lood of cadmium in zodanige concentraties bevat dat de slak gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III vertoont

 oude vuurvaste bekleding, met inbegrip van gietpannen, afkomstig uit kopersmelterijen

 slak afkomstig van de behandeling van edele metalen voor verdere zuivering

 tantaalhoudende tinslak met minder dan 0,5 % tin

B1110 elektrische en elektronische samengebouwde eenheden:

 elektronische eenheden uitsluitend van metaal of legeringen

 elektrische en elektronische eenheden of schrootmateriaal ( 47 ) (met inbegrip van printplaten) die geen onderdelen bevatten zoals accu's en andere batterijen welke op lijst A voorkomen, kwikschakelaars, glas van kathodestraalbuizen en ander geactiveerd glas en PCB-condensatoren, of die niet verontreinigd zijn met in bijlage I genoemde bestanddelen (bv. cadmium, kwik, lood of polychloorbifenyl) of waarbij deze stoffen tot een zodanig niveau zijn verwijderd dat geen van de eigenschappen als bedoeld in bijlage III nog een rol spelen (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A1180)

 elektrische en elektronische eenheden (met inbegrip van printplaten, elektronische onderdelen en bedrading), bestemd voor onmiddellijk hergebruik ( 48 ) en niet voor recycling of definitieve verwijdering ( 49 )

B1115 Kabelschroot dat is omhuld of geïsoleerd met kunststoffen die niet in rubriek A1190 van lijst A zijn opgenomen, uitgezonderd kabelschroot bestemd voor verwijdering overeenkomstig bijlage IV A of andere wijzen van verwijdering die, in een of ander stadium, ongecontroleerde thermische processen, zoals verbranding, met zich meebrengen

B1120 afgewerkte katalysatoren, met uitzondering van als katalysator gebruikte vloeistoffen, die een van de volgende stoffen bevatten:



overgangsmetalen, met uitzondering van oude katalysatoren (afgewerkte katalysatoren, als katalysator gebruikte vloeistoffen of andere katalysatoren) van lijst A:

scandium

vanadium

mangaan

kobalt

koper

yttrium

niobium

hafnium

wolfraam

titaan

chroom

ijzer

nikkel

zink

zirconium

molybdeen

tantaal

rhenium

lanthaniden (zeldzame aardmetalen):

lanthaan

praseodymium

samarium

gadolinium

dysprosium

erbium

ytterbium

cerium

neodymium

europium

terbium

holmium

thulium

lutetium

B1130 gezuiverde afgewerkte edelmetaalhoudende katalysatoren

B1140 edelmetaalhoudende residuen in vaste vorm die sporen van anorganische cyaniden bevatten

B1150 oude edele metalen en legeringen als afval (goud, zilver, de platinagroep, met uitzondering van kwik) in een verspreidbare, niet-vloeibare vorm in een geschikte verpakking met de juiste opschriften

B1160 as van edele metalen afkomstig van de verbranding van printplaten (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A1150)

B1170 as van edele metalen afkomstig van de verbranding van fotografisch filmmateriaal

B1180 oude fotofilm met zilverhalogeniden en metallisch zilver

B1190 oud fotopapier met zilverhalogeniden en metallisch zilver

B1200 korrelige slak afkomstig van de fabricage van ijzer en staal

B1210 slak afkomstig van de fabricage van ijzer en staal, met inbegrip van slak als bron van TiO2 en vanadium

B1220 slak afkomstig van de zinkproductie, chemisch gestabiliseerd, met een hoog ijzergehalte (meer dan 20 %) en behandeld volgens industriële specificaties (bv. DIN 4301) hoofdzakelijk voor de bouw

B1230 walshuid afkomstig van de fabricage van ijzer en staal

B1240 walshuid in de vorm van koperoxide

B1250 afval van afgedankte motorvoertuigen, dat noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevat

B2   AFVALSTOFFEN VOORNAMELIJK BESTAANDE UIT ANORGANISCHE BESTANDDELEN, DIE METALEN EN ORGANISCHE STOFFEN KUNNEN BEVATTEN

B2010 afvalstoffen afkomstig uit de mijnbouw in niet-verspreidbare vorm:

 natuurlijk grafiet

 leiresten, al dan niet in grove stukken of slechts gezaagd of op andere wijze kleiner gemaakt

 mica

 leuciet, nefelien en nefeliensyeniet

 veldspaat

 vloeispaat

 kiezelaarde in vaste vorm, met uitzondering van die afkomstig uit gieterijen

B2020 oud glas in niet-verspreidbare vorm:

 breukglas en ander afval en glasscherven, met uitzondering van glas van kathodestraalbuizen en ander geactiveerd glas

B2030 keramisch afval in niet-verspreidbare vorm:

 keramisch snijmateriaal en schroot (metaal-keramisch composietmateriaal)

 vezelmateriaal op keramiekbasis dat niet onder een ander punt is ingedeeld

B2040 andere afvalstoffen die hoofdzakelijk anorganische bestanddelen bevatten:

 gedeeltelijk gezuiverd calciumsulfaat afkomstig van rookgasontzwaveling

 oude gipsplaten afkomstig van het slopen van gebouwen

 slak afkomstig van de koperproductie, chemisch gestabiliseerd, met een hoog ijzergehalte (meer dan 20 %) en behandeld volgens industriële specificaties (bv. DIN 4301 en DIN 8201) hoofdzakelijk voor de bouw en abrasieve toepassingen

 zwavel in vaste vorm

 kalk afkomstig van de productie van calciumcyanamide (met een pH kleiner dan 9)

 natrium-, kalium- of calciumchloride

 carborundum (siliciumcarbide)

 gebroken beton

 lithiumtantaal en lithiumniobium die glasscherven bevatten

B2050 vliegas uit kolengestookte installaties die niet op lijst A voorkomt (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A2060)

B2060 afgewerkte actieve koolstof ►C6  die geen bestanddelen van bijlage I bevat in zulke hoeveelheden dat deze kenmerken van bijlage III vertonen,  ◄ bijvoorbeeld koolstof afkomstig van drinkwaterbehandeling, processen in de levensmiddelenindustrie en vitamineproductie (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A4160)

B2070 calciumfluorideslib

B2080 gipsafval afkomstig uit de chemische procesindustrie dat niet op lijst A voorkomt (zie het vergelijkbare punt op lijst A: A2040)

B2090 anodestompen afkomstig van de staal- of aluminiumproductie, gemaakt van petroleumcokes of bitumen en gereinigd overeenkomstig de gebruikelijke specificaties, met uitzondering van anodestompen afkomstig van alkalichloorelektrolyse en uit de metallurgische industrie

B2100 afgewerkte aluminiumhydraten en aluminiumoxideresten en -residuen afkomstig uit de aluminiumoxideproductie met uitzondering van stoffen die worden gebruikt voor gasreiniging, uitvlokking of filtratieprocessen

B2110 bauxietresidu („rood slib”) (pH teruggebracht tot minder dan 11,5 )

B2120 afgewerkte zure of basische oplossingen met een pH groter dan 2 en kleiner dan 11,5 , die niet corrosief of anderszins gevaarlijk zijn (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A4090)

B2130 bitumineus materiaal (afval van asfalt), afkomstig van de aanleg en het onderhoud van wegen, dat geen teer ( 50 ) bevat (zie het vergelijkbare punt A3200 van lijst A)

B3   AFVALSTOFFEN DIE HOOFDZAKELIJK ORGANISCHE BESTANDDELEN BEVATTEN EN DIE METALEN EN ANORGANISCHE STOFFEN KUNNEN BEVATTEN

B3010 vast plastic afval:

de volgende kunststoffen of mengsels daarvan, mits deze niet vermengd zijn met andere afvalstoffen en zij overeenkomstig een specificatie zijn vervaardigd:

 plastic schroot van niet-gehalogeneerde polymeren en co-polymeren, met inbegrip van de volgende stoffen, maar daartoe niet beperkt ( 51 ):

 

 ethyleen

 styreen

 polypropyleen

 polyethyleentereftalaat

 acrylnitril

 butadieen

 polyacetalen

 polyamiden

 polybutyleentereftalaat

 polycarbonaten

 polyethers

 polyfenyleensulfiden

 acrylpolymeren

 alkanen C10-C13 (weekmaker)

 polyurethaan (dat geen CFK's bevat)

 polysiloxanen

 polymethylmethacrylaat

 polyvinylalcohol

 polyvinylbutyral

 polyvinylacetaat

 uitgehard harsafval of condensatieproducten, met inbegrip van de volgende stoffen:

 

 ureumformaldehydeharsen

 fenolformaldehydeharsen

 melamineformaldehydeharsen

 expoxyharsen

 alkydharsen

 polyamiden

▼C4

 het volgende afval van gefluoreerde polymeren ( 52 ):

 

 perfluorethyleen/propyleen (FEP)

 perfluoralkoxyalkaan

 

 tetrafluorethyleen/perfluorvinylether (PFA)

 tetrafluorethyleen/perfluormethylvinylether (MFA)

 polyvinylfluoride (PVF)

 polyvinylideenfluoride (PVDF)

▼B

B3020 papier, karton en papierproducten de volgende materialen, mits deze niet vermengd zijn met gevaarlijke afvalstoffen:

oud papier en karton:

 ongebleekt papier en karton of gegolfd papier en golfkarton

 overig papier en karton, hoofdzakelijk gemaakt van gebleekt chemisch pulp, dat niet in bulk is gekleurd

 papier en karton, hoofdzakelijk gemaakt van gebleekt mechanisch pulp (bv. kranten, tijdschriften en soortgelijk drukwerk)

 overige, met inbegrip van:

 

1. gelamineerd karton;

2. ongesorteerd afval

▼M12

B3026 De volgende afvalstoffen uit de voorbehandeling van composietverpakkingen voor vloeistoffen die geen in bijlage I genoemde materialen in een concentratie bevatten dat ze de eigenschappen, als bedoeld in bijlage III vertonen:

 Niet-scheidbare plasticfractie

 Niet-scheidbare plastic-aluminiumfractie

B3027 Afvalstoffen van laminaat voor zelfklevende etiketten die grondstoffen bevatten welke worden gebruikt bij de productie van etiketteringsmateriaal

▼B

B3030 oud textiel de volgende materialen, mits deze niet vermengd zijn met andere afvalstoffen en vervaardigd zijn overeenkomstig een specificatie:

 zijde (met inbegrip van cocons die ongeschikt zijn om af te haspelen, garen en rafelingen):

 

 niet gekaard of gekamd

 overige

 wol of fijn of grof dierlijk haar, met inbegrip van garen, met uitzondering van rafelingen:

 

 kammelingen van wol of fijn dierlijk haar

 ander afval of wol of fijn dierlijk haar

 afval van grof dierlijk haar

 katoen (met inbegrip van garen en rafelingen):

 

 garen (met inbegrip van draden)

 rafelingen

 overige

 vlasklodden en vlasafval

 lokken en afval (met inbegrip van garen en rafelingen) van hennep (Cannabis sativa L.)

 lokken en afval (met inbegrip van garen en rafelingen) van jute en andere bastvezels (met uitzondering van vlas, hennep en ramee)

 lokken en afval (met inbegrip van garen en rafelingen) van sisal en andere textielvezels van het geslacht Agave

 lokken, kammelingen en afval (met inbegrip van garen en rafelingen) van kokosnoten

 lokken, kammelingen en afval (met inbegrip van garen en rafelingen) van manillahennep (Manillahennep of Musa textilis)

 lokken, kammelingen en afval (met inbegrip van garen en rafelingen) van ramee en andere plantaardige textielvezels, die niet elders zijn genoemd of opgenomen

 afval (met inbegrip van kammelingen, garen en rafelingen) van kunstvezels:

 

 synthetische vezels

 kunstvezels

 oude kleding en andere afgedankte textielwaren

 oude lappen, touwafval, kabeltouw, touw en kabels en versleten artikelen van touw, kabeltouw of kabel van textiel:

 

 gesorteerd

 overige

B3035 textielafval van vloerbedekking en vloerkleden

B3040 rubber afvalstoffen

de volgende materialen, mits deze niet vermengd zijn met andere afvalstoffen:

 afval en restanten van hard rubber (bv. eboniet)

 andere rubber afvalstoffen (met uitzondering van afvalstoffen die elders zijn genoemd)

B3050 onbehandeld kurk en houtafval:

 houtafval en -restanten, al dan niet tot blokken, briketten, korrels of vergelijkbare vorm geperst

 kurkresten: gebroken, gegranuleerd of gemalen

B3060 afvalstoffen afkomstig uit de levensmiddelenindustrie, mits deze niet infectieus zijn:

 wijndroesem

 gedroogd en gesteriliseerd plantaardig afval, residuen en bijproducten, al dan niet in de vorm van korrels, of een als diervoeder gebruikte soort, die niet elders wordt genoemd of is opgenomen

  ►C6  dégras; residuen van de behandeling ◄ van vetstoffen of dierlijke of plantaardige was

 afval van been en hoornpitten, onbewerkt, ontvet, enkelvoudig behandeld (maar niet op maat gezaagd), behandeld met zuur of ontlijmd

 visafval

 cacaodoppen, schillen, vliezen en ander cacaoafval

 overige afvalstoffen uit de levensmiddelenindustrie, met uitzondering van bijproducten die aan nationale en internationale voorschriften en normen voor de menselijke of dierlijke consumptie voldoen

B3065 afval van spijsoliën en -vetten van dierlijke of plantaardige oorsprong (bv. frituurolie), mits deze geen kenmerk van bijlage III vertonen

B3070 de volgende afvalstoffen:

 menselijk haar

 stroafval

 gedeactiveerde myceliumschimmel afkomstig uit de penicillineproductie dat als diervoeder wordt gebruikt

B3080 snijdsel en restanten van rubber

B3090 snijdsel en andere restanten van leer of kunstleer dat niet geschikt is voor de vervaardiging van lederwaren, met uitzondering van leerslib, en dat geen zeswaardige chroomverbindingen en biociden bevat (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A3100)

B3100 leerstof, -as, -slib of -poeder dat geen zeswaardige chroomverbindingen en biociden bevat (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A3090)

B3110 afval van de leerbereiding dat geen zeswaardige chroomverbindingen en biociden of infectieuze stoffen bevat (zie het vergelijkbare punt op lijst A: A3110)

B3120 afvalstoffen bestaande uit kleurstoffen voor levensmiddelen

B3130 afgewerkte polymere ethers en afgewerkte niet-gevaarlijke monomere ethers die geen peroxiden kunnen vormen

B3140 oude luchtbanden, met uitzondering van die welke zijn bestemd voor het in bijlage IV A bedoelde gebruik

B4   AFVALSTOFFEN DIE OFWEL ANORGANISCHE OFWEL ORGANISCHE BESTANDDELEN BEVATTEN

B4010 afvalstoffen hoofdzakelijk bestaande uit latexverf/verf op waterbasis, inkt en uitgehard vernis waarin geen organische oplosmiddelen, zware metalen of biociden in die mate voorkomen dat ze gevaarlijk zijn (zie het vergelijkbare punt van lijst A: A4070)

B4020 afvalstoffen afkomstig van de productie, formulering en het gebruik van harsen, latex, weekmakers of lijm/kleefstoffen die in lijst A worden genoemd, zonder oplosmiddelen en andere verontreinigende stoffen in zodanige concentraties dat ze eigenschappen als bedoeld in bijlage III vertonen, ►C6  bv. op waterbasis, lijm op basis van caseïne, zetmeel, dextrine, cellulose-ethers, ◄ polyvinylalcoholen (zie het vergelijkbare punt op lijst A: A3050)

B4030 gebruikte wegwerpcamera's, met batterijen die niet in lijst A zijn opgenomen

▼M13



Deel 2

Afvalstoffen die zijn opgenomen in de bijlage bij Beschikking 2000/532/EG (1)

01

AFVAL VAN EXPLORATIE, MIJNBOUW, EXPLOITATIE VAN STEENGROEVEN EN DE FYSISCHE EN CHEMISCHE BEWERKING VAN MINERALEN

01 01

afval van de winning van mineralen

01 01 01

afval van de winning van metaalhoudende mineralen

01 01 02

afval van de winning van niet-metaalhoudende mineralen

01 03

afval van de fysische en chemische verwerking van metaalhoudende mineralen

01 03 04 *

zuurvormende tailings verkregen bij de verwerking van sulfide-erts

01 03 05 *

andere tailings die gevaarlijke stoffen bevatten

01 03 06

niet onder 01 03 04 en 01 03 05 vallende tailings

01 03 07 *

ander afval van de fysische en chemische verwerking van metaalhoudende mineralen dat gevaarlijke stoffen bevat

01 03 08

niet onder 01 03 07 vallend stof- en poederachtig afval

01 03 09

niet onder 01 03 10 vallend rood slib van de aluminiumproductie

01 03 10 *

niet onder 01 03 07 vallend rood slib van de aluminiumproductie dat gevaarlijke stoffen bevat

01 03 99

niet elders genoemd afval

01 04

afval van de fysische en chemische verwerking van niet-metaalhoudende mineralen

01 04 07 *

afval van de fysische en chemische verwerking van niet-metaalhoudende mineralen dat gevaarlijke stoffen bevat

01 04 08

niet onder 01 04 07 vallend grind- en rotsafval

01 04 09

zand- en kleiafval

01 04 10

niet onder 01 04 07 vallend stof- en poederachtig afval

01 04 11

niet onder 01 04 07 vallend afval van de kali- en steenzoutverwerking

01 04 12

niet onder 01 04 07 en 01 04 11 vallende schilfers en ander afval van het wassen en schoonmaken van mineralen

01 04 13

niet onder 01 04 07 vallend afval van het hakken en zagen van steen

01 04 99

niet elders genoemd afval

01 05

boorgruis en overig boorafval

01 05 04

zoetwaterboorgruis en -afval

01 05 05 *

oliehoudend boorgruis en -afval

01 05 06 *

boorgruis en ander boorafval dat gevaarlijke stoffen bevat

01 05 07

niet onder 01 05 05 en 01 05 06 vallend bariethoudend boorgruis en -afval

01 05 08

niet onder 01 05 05 en 01 05 06 vallend chloridehoudend boorgruis en -afval

01 05 99

niet elders genoemd afval

02

AFVAL VAN LANDBOUW, TUINBOUW, AQUACULTUUR, BOSBOUW, JACHT EN VISSERIJ EN DE VOEDSELBEREIDING EN -VERWERKING

02 01

afval van landbouw, tuinbouw, aquacultuur, bosbouw, jacht en visserij

02 01 01

slib van wassen en schoonmaken

02 01 02

afval van dierlijke weefsels

02 01 03

afval van plantaardige weefsels

02 01 04

kunststofafval (exclusief verpakkingen)

02 01 06

dierlijke feces, urine en mest (inclusief gebruikt stro), afvalwater, gescheiden ingezameld en elders verwerkt

02 01 07

afval van de bosbouw

02 01 08 *

agrochemisch afval dat gevaarlijke stoffen bevat

02 01 09

niet onder 02 01 08 vallend agrochemisch afval

02 01 10

metaalafval

02 01 99

niet elders genoemd afval

02 02

afval van de bereiding en verwerking van vlees, vis en ander voedsel van dierlijke oorsprong

02 02 01

slib van wassen en schoonmaken

02 02 02

afval van dierlijke weefsels

02 02 03

voor consumptie of verwerking ongeschikt materiaal

02 02 04

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

02 02 99

niet elders genoemd afval

02 03

afval van de bereiding en verwerking van fruit, groenten, granen, spijsolie, cacao, koffie, thee en tabak; de productie van conserven; de productie van gist en gistextract en de bereiding en fermentatie van melasse

02 03 01

slib van wassen, schoonmaken, pellen, centrifugeren en scheiden

02 03 02

afval van conserveermiddelen

02 03 03

afval van oplosmiddelenextractie

02 03 04

voor consumptie of verwerking ongeschikt materiaal

02 03 05

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

02 03 99

niet elders genoemd afval

02 04

afval van de suikerverwerking

02 04 01

grond van het schoonmaken en wassen van bieten

02 04 02

afgekeurd calciumcarbonaat (= schuimaarde)

02 04 03

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

02 04 99

niet elders genoemd afval

02 05

afval van de zuivelindustrie

02 05 01

voor consumptie of verwerking ongeschikt materiaal

02 05 02

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

02 05 99

niet elders genoemd afval

02 06

afval van bakkerijen en van de banketbakkersindustrie

02 06 01

voor consumptie of verwerking ongeschikt materiaal

02 06 02

afval van conserveermiddelen

02 06 03

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

02 06 99

niet elders genoemd afval

02 07

afval van de productie van alcoholische en niet-alcoholische dranken (exclusief koffie, thee en cacao)

02 07 01

afval van wassen, schoonmaken en mechanische bewerking van de grondstoffen

02 07 02

afval van de destillatie van alcoholische dranken

02 07 03

afval van chemische behandeling

02 07 04

voor consumptie of verwerking ongeschikt materiaal

02 07 05

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

02 07 99

niet elders genoemd afval

03

AFVAL VAN DE HOUTVERWERKING EN DE PRODUCTIE VAN PANELEN EN MEUBELEN ALSMEDE PULP, PAPIER EN KARTON

03 01

afval van de houtverwerking en de productie van panelen en meubelen

03 01 01

schors- en kurkafval

03 01 04 *

zaagsel, schaafsel, spaanders, hout, spaanplaat en fineer die gevaarlijke stoffen bevatten

03 01 05

niet onder 03 01 04 vallend zaagsel, schaafsel, spaanders, hout, spaanplaat en fineer

03 01 99

niet elders genoemd afval

03 02

houtverduurzamingsafval

03 02 01 *

niet-gehalogeneerde organische houtverduurzamingsmiddelen

03 02 02 *

organochloor-houtverduurzamingsmiddelen

03 02 03 *

organometaal-houtverduurzamingsmiddelen

03 02 04 *

anorganische houtverduurzamingsmiddelen

03 02 05 *

andere houtverduurzamingsmiddelen die gevaarlijke stoffen bevatten

03 02 99

niet elders genoemde houtverduurzamingsmiddelen

03 03

afval van de productie en verwerking van pulp, papier en karton

03 03 01

schors- en houtafval

03 03 02

„green liquor”-slib (afkomstig van de terugwinning van de kookvloeistof)

03 03 05

ontinktingsslib van papierrecycling

03 03 07

mechanisch afgescheiden rejects afkomstig van de verpulping van papier- en kartonafval

03 03 08

afval van het scheiden van voor recycling bestemd papier en karton

03 03 09

kalkneerslagafval

03 03 10

onbruikbare vezels en door mechanische afscheiding verkregen vezel-, vulstof- en coatingslib

03 03 11

niet onder 03 03 10 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

03 03 99

niet elders genoemd afval

04

AFVAL VAN DE LEER-, BONT- EN TEXTIELINDUSTRIE

04 01

afval van de leer- en de bontindustrie

04 01 01

schraapafval

04 01 02

loogafval

04 01 03 *

ontvettingsafval dat oplosmiddelen bevat zonder vloeibare fase

04 01 04

chroomhoudende looivloeistof

04 01 05

chroomvrije looivloeistof

04 01 06

chroomhoudend slib, met name van afvalwaterbehandeling ter plaatse

04 01 07

chroomvrij slib, met name van afvalwaterbehandeling ter plaatse

04 01 08

chroomhoudend gelooid leerafval (snijafval, polijststof)

04 01 09

afval van bewerking en afwerking

04 01 99

niet elders genoemd afval

04 02

afval van de textielindustrie

04 02 09

afval van composietmaterialen (geïmpregneerde textiel, elastomeren, plastomeren)

04 02 10

organisch afval van natuurlijke producten (bv. vet en was)

04 02 14 *

afval van afwerking dat organische oplosmiddelen bevat

04 02 15

niet onder 04 02 14 vallend afval van afwerking

04 02 16 *

kleurstoffen en pigmenten die gevaarlijke stoffen bevatten

04 02 17

niet onder 04 02 16 vallende kleurstoffen en pigmenten

04 02 19 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

04 02 20

niet onder 04 02 19 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

04 02 21

afval van onverwerkte textielvezels

04 02 22

afval van verwerkte textielvezels

04 02 99

niet elders genoemd afval

05

AFVAL VAN PETROLEUMRAFFINAGE, AARDGASZUIVERING EN DE PYROLYTISCHE BEHANDELING VAN KOOL

05 01

afval van petroleumraffinage

05 01 02 *

ontzoutingsslib

05 01 03 *

tankbodemslib

05 01 04 *

zuur alkylslib

05 01 05 *

gemorste olie

05 01 06 *

olieachtig slib afkomstig van onderhoudswerkzaamheden aan installaties of apparaten

05 01 07 *

zuurteer

05 01 08 *

overige teer

05 01 09 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

05 01 10

niet onder 05 01 09 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

05 01 11 *

afval van brandstofzuivering met behulp van basen

05 01 12 *

olie die zuren bevat

05 01 13

ketelvoedingwaterslib

05 01 14

afval van koeltorens

05 01 15 *

afgewerkte bleekaarde

05 01 16

zwavelhoudend afval van de ontzwaveling van petroleum

05 01 17

bitumen

05 01 99

niet elders genoemd afval

05 06

afval van de pyrolytische behandeling van kool

05 06 01 *

zuurteer

05 06 03 *

overige teer

05 06 04

afval van koeltorens

05 06 99

niet elders genoemd afval

05 07

afval van aardgaszuivering en -transport

05 07 01 *

kwikhoudend afval

05 07 02

zwavelhoudend afval

05 07 99

niet elders genoemd afval

06

AFVAL VAN ANORGANISCHE CHEMISCHE PROCESSEN

06 01

afval van bereiding, formulering, levering en gebruik (BFLG) van zuren

06 01 01 *

zwavelzuur en zwaveligzuur

06 01 02 *

zoutzuur

06 01 03 *

waterstoffluoride

06 01 04 *

fosfor- en fosforigzuur

06 01 05 *

salpeter- en salpeterigzuur

06 01 06 *

overige zuren

06 01 99

niet elders genoemd afval

06 02

afval van BFLG van basen

06 02 01 *

calciumhydroxide

06 02 03 *

ammoniumhydroxide

06 02 04 *

natrium- en kaliumhydroxide

06 02 05 *

overige basen

06 02 99

niet elders genoemd afval

06 03

afval van BFLG van zouten en hun oplossingen en metaaloxiden

06 03 11 *

vaste zouten en oplossingen die cyanide bevatten

06 03 13 *

vaste zouten en oplossingen die zware metalen bevatten

06 03 14

niet onder 06 03 11 en 06 03 13 vallende vaste zouten en oplossingen

06 03 15 *

metaaloxiden die zware metalen bevatten

06 03 16

niet onder 06 03 15 vallende metaaloxiden

06 03 99

niet elders genoemd afval

06 04

niet onder 06 03 vallend metaalhoudend afval

06 04 03 *

arseenhoudend afval

06 04 04 *

kwikhoudend afval

06 04 05 *

afval dat andere zware metalen bevat

06 04 99

niet elders genoemd afval

06 05

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

06 05 02 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

06 05 03

niet onder 06 05 02 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

06 06

afval van BFLG van zwavelverbindingen, chemische processen met zwavel en ontzwavelingsprocessen

06 06 02 *

afval dat gevaarlijke sulfiden bevat

06 06 03

niet onder 06 06 02 vallend afval dat sulfiden bevat

06 06 99

niet elders genoemd afval

06 07

afval van BFLG van halogenen en chemische processen met halogenen

06 07 01 *

asbesthoudend afval van elektrolyse

06 07 02 *

actieve kool van de chloorbereiding

06 07 03 *

bariumsulfaatslib dat kwik bevat

06 07 04 *

oplossingen en zuren, bv. contactzuur

06 07 99

niet elders genoemd afval

06 08

afval van BFLG van silicium en siliciumderivaten

06 08 02 *

afval dat gevaarlijke chloorsilanen bevat

06 08 99

niet elders genoemd afval

06 09

afval van BFLG van fosforverbindingen en chemische processen met fosfor

06 09 02

fosforhoudende slakken

06 09 03 *

calciumhoudend reactieafval dat gevaarlijke stoffen bevat of daarmee is verontreinigd

06 09 04

niet onder 06 09 03 vallend calciumhoudend reactieafval

06 09 99

niet elders genoemd afval

06 10

afval van BFLG van stikstofverbindingen, chemische processen met stikstof en kunstmestbereiding

06 10 02 *

afval dat gevaarlijke stoffen bevat

06 10 99

niet elders genoemd afval

06 11

afval van de bereiding van anorganische pigmenten en opacificeermiddelen

06 11 01

calciumhoudend reactieafval van de productie van titaandioxide

06 11 99

niet elders genoemd afval

06 13

afval van niet elders genoemde anorganische chemische processen

06 13 01 *

anorganische gewasbeschermingsmiddelen, houtverduurzamingsmiddelen en andere biociden

06 13 02 *

afgewerkte actieve kool (exclusief 06 07 02 )

06 13 03

zwartsel (carbon black)

06 13 04 *

afval van asbestverwerking

06 13 05 *

roet

06 13 99

niet elders genoemd afval

07

AFVAL VAN ORGANISCHE CHEMISCHE PROCESSEN

07 01

afval van bereiding, formulering, levering en gebruik (BFLG) van organische basischemicaliën

07 01 01 *

waterige wasvloeistoffen en moederlogen

07 01 03 *

gehalogeneerde organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 01 04 *

overige organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 01 07 *

gehalogeneerde destillatieresiduen en reactieresiduen

07 01 08 *

overige destillatieresiduen en reactieresiduen

07 01 09 *

gehalogeneerde filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 01 10 *

overige filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 01 11 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

07 01 12

niet onder 07 01 11 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

07 01 99

niet elders genoemd afval

07 02

afval van BFLG van kunststoffen, synthetische rubber en kunstvezels

07 02 01 *

waterige wasvloeistoffen en moederlogen

07 02 03 *

gehalogeneerde organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 02 04 *

overige organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 02 07 *

gehalogeneerde destillatieresiduen en reactieresiduen

07 02 08 *

overige destillatieresiduen en reactieresiduen

07 02 09 *

gehalogeneerde filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 02 10 *

overige filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 02 11 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

07 02 12

niet onder 07 02 11 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

07 02 13

kunststofafval

07 02 14 *

afval van additieven die gevaarlijke stoffen bevatten

07 02 15

afval van niet onder 07 02 14 bedoelde additieven

07 02 16 *

afval dat gevaarlijke siliconen bevat

07 02 17

afval dat andere siliconen bevat dan die genoemd onder 07 02 16

07 02 99

niet elders genoemd afval

07 03

afval van BFLG van organische kleurstoffen en pigmenten (exclusief 06 11 )

07 03 01 *

waterige wasvloeistoffen en moederlogen

07 03 03 *

gehalogeneerde organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 03 04 *

overige organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 03 07 *

gehalogeneerde destillatieresiduen en reactieresiduen

07 03 08 *

overige destillatieresiduen en reactieresiduen

07 03 09 *

gehalogeneerde filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 03 10 *

overige filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 03 11 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

07 03 12

niet onder 07 03 11 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

07 03 99

niet elders genoemd afval

07 04

afval van BFLG van organische gewasbeschermingsmiddelen (exclusief 02 01 08 en 02 01 09 ), houtverduurzamingsmiddelen (exclusief 03 02 ) en andere biociden

07 04 01 *

waterige wasvloeistoffen en moederlogen

07 04 03 *

gehalogeneerde organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 04 04 *

overige organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 04 07 *

gehalogeneerde destillatieresiduen en reactieresiduen

07 04 08 *

overige destillatieresiduen en reactieresiduen

07 04 09 *

gehalogeneerde filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 04 10 *

overige filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 04 11 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

07 04 12

niet onder 07 04 11 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

07 04 13 *

vaste afvalstoffen die gevaarlijke stoffen bevatten

07 04 99

niet elders genoemd afval

07 05

afval van BFLG van farmaceutische producten

07 05 01 *

waterige wasvloeistoffen en moederlogen

07 05 03 *

gehalogeneerde organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 05 04 *

overige organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 05 07 *

gehalogeneerde destillatieresiduen en reactieresiduen

07 05 08 *

overige destillatieresiduen en reactieresiduen

07 05 09 *

gehalogeneerde filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 05 10 *

overige filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 05 11 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

07 05 12

niet onder 07 05 11 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

07 05 13 *

vaste afvalstoffen die gevaarlijke stoffen bevatten

07 05 14

niet onder 07 05 13 vallende vaste afvalstoffen

07 05 99

niet elders genoemd afval

07 06

afval van BFLG van vetten, smeermiddelen, zepen, detergenten, desinfecterende middelen en cosmetische producten

07 06 01 *

waterige wasvloeistoffen en moederlogen

07 06 03 *

gehalogeneerde organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 06 04 *

overige organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 06 07 *

gehalogeneerde destillatieresiduen en reactieresiduen

07 06 08 *

overige destillatieresiduen en reactieresiduen

07 06 09 *

gehalogeneerde filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 06 10 *

overige filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 06 11 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

07 06 12

niet onder 07 06 11 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

07 06 99

niet elders genoemd afval

07 07

afval van BFLG van fijnchemicaliën en niet elders genoemde chemische producten

07 07 01 *

waterige wasvloeistoffen en moederlogen

07 07 03 *

gehalogeneerde organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 07 04 *

overige organische oplosmiddelen, wasvloeistoffen en moederlogen

07 07 07 *

gehalogeneerde destillatieresiduen en reactieresiduen

07 07 08 *

overige destillatieresiduen en reactieresiduen

07 07 09 *

gehalogeneerde filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 07 10 *

overige filterkoek en afgewerkte absorbentia

07 07 11 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

07 07 12

niet onder 07 07 11 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

07 07 99

niet elders genoemd afval

08

AFVAL VAN BEREIDING, FORMULERING, LEVERING EN GEBRUIK (BFLG) VAN COATINGS (VERF, LAK EN EMAIL), LIJM, KIT EN DRUKINKT

08 01

afval van BFLG en verwijdering van verf en lak

08 01 11 *

afval van verf en lak dat organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 01 12

niet onder 08 01 11 vallend afval van verf en lak

08 01 13 *

slib van verf of lak dat organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 01 14

niet onder 08 01 13 vallend slib van verf of lak

08 01 15 *

waterig slib dat verf of lak met organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 01 16

niet onder 08 01 15 vallend waterig slib dat verf of lak bevat

08 01 17 *

afval van verf- en lakverwijdering dat organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 01 18

niet onder 08 01 17 vallend afval van verf- en lakverwijdering

08 01 19 *

waterige suspensies die verf of lak met organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevatten

08 01 20

niet onder 08 01 19 vallende waterige suspensies die verf of lak bevatten

08 01 21 *

afval van verf- of lakverwijderaar

08 01 99

niet elders genoemd afval

08 02

afval van BFLG van andere coatings (inclusief keramisch materiaal)

08 02 01

afval-coatingpoeder

08 02 02

waterig slib dat keramisch materiaal bevat

08 02 03

waterige suspensies die keramisch materiaal bevatten

08 02 99

niet elders genoemd afval

08 03

afval van BFLG van drukinkt

08 03 07

waterig slib dat inkt bevat

08 03 08

waterig vloeibaar afval dat inkt bevat

08 03 12 *

inktafval dat gevaarlijke stoffen bevat

08 03 13

niet onder 08 03 12 vallend inktafval

08 03 14 *

inktslib dat gevaarlijke stoffen bevat

08 03 15

niet onder 08 03 14 vallend inktslib

08 03 16 *

afval van etsoplossingen

08 03 17 *

tonerafval dat gevaarlijke stoffen bevat

08 03 18

niet onder 08 03 17 vallend tonerafval

08 03 19 *

dispersieolie

08 03 99

niet elders genoemd afval

08 04

afval van BFLG van lijm en kit (inclusief vochtwerende producten)

08 04 09 *

afval van lijm en kit dat organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 04 10

niet onder 08 04 09 vallend afval van lijm en kit

08 04 11 *

slib van lijm en kit dat organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 04 12

niet onder 08 04 11 vallend slib van lijm en kit

08 04 13 *

waterig slib dat lijm of kit met organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 04 14

niet onder 08 04 13 vallend waterig slib dat lijm of kit bevat

08 04 15 *

waterig vloeibaar afval dat lijm of kit met organische oplosmiddelen of andere gevaarlijke stoffen bevat

08 04 16

niet onder 08 04 15 vallend waterig vloeibaar afval dat lijm of kit bevat

08 04 17 *

harsolie

08 04 99

niet elders genoemd afval

08 05

niet elders in 08 genoemd afval

08 05 01 *

isocyanaatafval

09

AFVAL VAN DE FOTOGRAFISCHE INDUSTRIE

09 01

afval van de fotografische industrie

09 01 01 *

ontwikkelvloeistof en activatoroplossing op basis van water

09 01 02 *

ontwikkelvloeistof voor offsetplaten op basis van water

09 01 03 *

ontwikkelvloeistof op basis van oplosmiddelen

09 01 04 *

fixeervloeistof

09 01 05 *

bleek- en bleekfixeervloeistof

09 01 06 *

zilverhoudend afval van ter plaatse behandeld fotografisch afval

09 01 07

fotografische film en papier die zilver of zilververbindingen bevatten

09 01 08

fotografische film en papier zonder zilver of zilververbindingen

09 01 10

wegwerpcamera's zonder batterijen

09 01 11 *

wegwerpcamera's met onder 16 06 01 , 16 06 02 of 16 06 03 vermelde batterijen

09 01 12

niet onder 09 01 11 vallende wegwerpcamera's met batterijen

09 01 13 *

niet onder 09 01 06 vallend waterig vloeibaar afval van ter plaatse uitgevoerde terugwinning van zilver

09 01 99

niet elders genoemd afval

10

AFVAL VAN THERMISCHE PROCESSEN

10 01

afval van elektriciteitscentrales en andere verbrandingsinstallaties (exclusief 19 )

10 01 01

bodemas, slakken en ketelstof (exclusief het onder 10 01 04 vallende ketelstof)

10 01 02

koolvliegas

10 01 03

vliegas van turf en onbehandeld hout

10 01 04 *

olievliegas en -ketelstof

10 01 05

calciumhoudend reactieafval van rookgasontzwaveling in vaste vorm

10 01 07

calciumhoudend reactieafval van rookgasontzwaveling in slibvorm

10 01 09 *

zwavelzuur

10 01 13 *

vliegas van als brandstof gebruikte geëmulgeerde koolwaterstoffen

10 01 14 *

bij meeverbranden vrijkomende bodemas, slakken en ketelstof die gevaarlijke stoffen bevatten

10 01 15

niet onder 10 01 14 vallende bij meeverbranden vrijkomende bodemas, slakken en ketelstof

10 01 16 *

bij meeverbranden vrijkomende vliegas die gevaarlijke stoffen bevat

10 01 17

niet onder 10 01 16 vallende bij meeverbranden vrijkomende vliegas

10 01 18 *

afval van gasreiniging dat gevaarlijke stoffen bevat

10 01 19

niet onder 10 01 05 , 10 01 07 en 10 01 18 vallend afval van gasreiniging

10 01 20 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

10 01 21

niet onder 10 01 20 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

10 01 22 *

waterig slib van ketelreiniging dat gevaarlijke stoffen bevat

10 01 23

niet onder 10 01 22 vallend waterig slib van ketelreiniging

10 01 24

wervelbedzand

10 01 25

afval van de opslag en toebereiding van brandstof voor kolengestookte elektriciteitscentrales

10 01 26

afval van koelwaterzuivering

10 01 99

niet elders genoemd afval

10 02

afval van de ijzer- en staalindustrie

10 02 01

afval van de verwerking van slakken

10 02 02

onverwerkte slakken

10 02 07 *

vast afval van gasreiniging dat gevaarlijke stoffen bevat

10 02 08

niet onder 10 02 07 vallend vast afval van gasreiniging

10 02 10

walshuid

10 02 11 *

oliehoudend afval van koelwaterzuivering

10 02 12

niet onder 10 02 11 vallend afval van koelwaterzuivering

10 02 13 *

slib en filterkoek van gasreiniging die gevaarlijke stoffen bevatten

10 02 14

niet onder 10 02 13 vallende slib en filterkoek van gasreiniging

10 02 15

overig(e) slib en filterkoek

10 02 99

niet elders genoemd afval

10 03

afval van thermische processen in de aluminiummetallurgie

10 03 02

anodeafval

10 03 04 *

slakken van primaire productie

10 03 05

aluminiumoxideafval

10 03 08 *

zoutslakken van secundaire productie

10 03 09 *

black drosses van secundaire productie

10 03 15 *

skimmings die brandbaar zijn of waaruit bij contact met water gevaarlijke hoeveelheden brandbare gassen vrijkomen

10 03 16

niet onder 10 03 15 vallende skimmings

10 03 17 *

teerhoudend afval van de anodefabricage

10 03 18

niet onder 10 03 17 vallend koolstofhoudend afval van de anodefabricage

10 03 19 *

rookgasstof dat gevaarlijke stoffen bevat

10 03 20

niet onder 10 03 19 vallend rookgasstof

10 03 21 *

overige deeltjes en stof (inclusief kogelmolenstof) die gevaarlijke stoffen bevatten

10 03 22

overige, niet onder 10 03 21 vallende deeltjes en stof (inclusief kogelmolenstof)

10 03 23 *

vast afval van gasreiniging dat gevaarlijke stoffen bevat

10 03 24

niet onder 10 03 23 vallend vast afval van gasreiniging

10 03 25 *

slib en filterkoek van gasreiniging die gevaarlijke stoffen bevatten

10 03 26

niet onder 10 03 25 vallende slib en filterkoek van gasreiniging

10 03 27 *

oliehoudend afval van koelwaterzuivering

10 03 28

niet onder 10 03 27 vallend afval van koelwaterzuivering

10 03 29 *

afval van de behandeling van zoutslakken en black drosses dat gevaarlijke stoffen bevat

10 03 30

niet onder 10 03 29 vallend afval van de behandeling van zoutslakken en black drosses

10 03 99

niet elders genoemd afval

10 04

afval van thermische processen in de loodmetallurgie

10 04 01 *

slakken van primaire en secundaire productie

10 04 02 *

dross en skimmings van primaire en secundaire productie

10 04 03 *

calciumarsenaat

10 04 04 *

rookgasstof

10 04 05 *

overige deeltjes en stof

10 04 06 *

vast afval van gasreiniging

10 04 07 *

slib en filterkoek van gasreiniging

10 04 09 *

oliehoudend afval van koelwaterzuivering

10 04 10

niet onder 10 04 09 vallend afval van koelwaterzuivering

10 04 99

niet elders genoemd afval

10 05

afval van thermische processen in de zinkmetallurgie

10 05 01

slakken van primaire en secundaire productie

10 05 03 *

rookgasstof

10 05 04

overige deeltjes en stof

10 05 05 *

vast afval van gasreiniging

10 05 06 *

slib en filterkoek van gasreiniging

10 05 08 *

oliehoudend afval van koelwaterzuivering

10 05 09

niet onder 10 05 08 vallend afval van koelwaterzuivering

10 05 10 *

dross en skimmings die brandbaar zijn of waaruit bij contact met water gevaarlijke hoeveelheden brandbare gassen vrijkomen

10 05 11

niet onder 10 05 10 vallende dross en skimmings

10 05 99

niet elders genoemd afval

10 06

afval van thermische processen in de kopermetallurgie

10 06 01

slakken van primaire en secundaire productie

10 06 02

dross en skimmings van primaire en secundaire productie

10 06 03 *

rookgasstof

10 06 04

overige deeltjes en stof

10 06 06 *

vast afval van gasreiniging

10 06 07 *

slib en filterkoek van gasreiniging

10 06 09 *

oliehoudend afval van koelwaterzuivering

10 06 10

niet onder 10 06 09 vallend afval van koelwaterzuivering

10 06 99

niet elders genoemd afval

10 07

afval van thermische processen in de zilver-, de goud- en de platinametallurgie

10 07 01

slakken van primaire en secundaire productie

10 07 02

dross en skimmings van primaire en secundaire productie

10 07 03

vast afval van gasreiniging

10 07 04

overige deeltjes en stof

10 07 05

slib en filterkoek van gasreiniging

10 07 07 *

oliehoudend afval van koelwaterzuivering

10 07 08

niet onder 10 07 07 vallend afval van koelwaterzuivering

10 07 99

niet elders genoemd afval

10 08

afval van thermische processen in de overige non-ferrometallurgie

10 08 04

deeltjes en stof

10 08 08 *

zoutslakken van primaire en secundaire productie

10 08 09

overige slakken

10 08 10 *

dross en skimmings die brandbaar zijn of waaruit bij contact met water gevaarlijke hoeveelheden brandbare gassen vrijkomen

10 08 11

niet onder 10 08 10 vallende dross en skimmings

10 08 12 *

teerhoudend afval van de anodefabricage

10 08 13

niet onder 10 08 12 vallend koolstofhoudend afval van de anodefabricage

10 08 14

anodeafval

10 08 15 *

rookgasstof dat gevaarlijke stoffen bevat

10 08 16

niet onder 10 08 15 vallend rookgasstof

10 08 17 *

slib en filterkoek van rookgasreiniging die gevaarlijke stoffen bevatten

10 08 18

niet onder 10 08 17 vallende slib en filterkoek van rookgasreiniging

10 08 19 *

oliehoudend afval van koelwaterzuivering

10 08 20

niet onder 10 08 19 vallend afval van koelwaterzuivering

10 08 99

niet elders genoemd afval

10 09

afval van ijzergieten

10 09 03

ovenslak

10 09 05 *

gietkernen en -vormen die gevaarlijke stoffen bevatten en niet voor gieten zijn gebruikt

10 09 06

niet onder 10 09 05 vallende gietkernen en -vormen die niet voor gieten zijn gebruikt

10 09 07 *

gietkernen en -vormen die gevaarlijke stoffen bevatten en voor gieten zijn gebruikt

10 09 08

niet onder 10 09 07 vallende gietkernen en -vormen die voor gieten zijn gebruikt

10 09 09 *

rookgasstof dat gevaarlijke stoffen bevat

10 09 10

niet onder 10 09 09 vallend rookgasstof

10 09 11 *

andere deeltjes die gevaarlijke stoffen bevatten

10 09 12

niet onder 10 09 11 vallende deeltjes

10 09 13 *

bindmiddelafval dat gevaarlijke stoffen bevat

10 09 14

niet onder 10 09 13 vallend bindmiddelafval

10 09 15 *

afval van scheurindicatorstoffen dat gevaarlijke stoffen bevat

10 09 16

niet onder 10 09 15 vallend afval van scheurindicatorstoffen

10 09 99

niet elders genoemd afval

10 10

afval van het gieten van non-ferrometalen

10 10 03

ovenslak

10 10 05 *

gietkernen en -vormen die gevaarlijke stoffen bevatten en niet voor gieten zijn gebruikt

10 10 06

niet onder 10 10 05 vallende gietkernen en -vormen die niet voor gieten zijn gebruikt

10 10 07 *

gietkernen en -vormen die gevaarlijke stoffen bevatten en voor gieten zijn gebruikt

10 10 08

niet onder 10 10 07 vallende gietkernen en -vormen die voor gieten zijn gebruikt

10 10 09 *

rookgasstof dat gevaarlijke stoffen bevat

10 10 10

niet onder 10 10 09 vallend rookgasstof

10 10 11 *

andere deeltjes die gevaarlijke stoffen bevatten

10 10 12

niet onder 10 10 11 vallende deeltjes

10 10 13 *

bindmiddelafval dat gevaarlijke stoffen bevat

10 10 14

niet onder 10 10 13 vallend bindmiddelafval

10 10 15 *

afval van scheurindicatorstoffen dat gevaarlijke stoffen bevat

10 10 16

niet onder 10 10 15 vallend afval van scheurindicatorstoffen

10 10 99

niet elders genoemd afval

10 11

afval van de fabricage van glas en glasproducten

10 11 03

afval van glasvezelmateriaal

10 11 05

deeltjes en stof

10 11 09 *

afval van het mengsel vóór thermische verwerking dat gevaarlijke stoffen bevat

10 11 10

niet onder 10 11 09 vallend afval van het mengsel vóór thermische verwerking

10 11 11 *

glasafval in de vorm van kleine glasdeeltjes en glaspoeder die zware metalen bevatten (bv. van kathodestraalbuizen)

10 11 12

niet onder 10 11 11 vallend glasafval

10 11 13 *

slib van het polijsten en slijpen van glas dat gevaarlijke stoffen bevat

10 11 14

niet onder 10 11 13 vallend slib van het polijsten en slijpen van glas

10 11 15 *

vast afval van rookgasreiniging dat gevaarlijke stoffen bevat

10 11 16

niet onder 10 11 15 vallend vast afval van rookgasreiniging

10 11 17 *

slib en filterkoek van rookgasreiniging die gevaarlijke stoffen bevatten

10 11 18

niet onder 10 11 17 vallende slib en filterkoek van rookgasreiniging

10 11 19 *

vast afval van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

10 11 20

niet onder 10 11 19 vallend vast afval van afvalwaterbehandeling ter plaatse

10 11 99

niet elders genoemd afval

10 12

afval van de fabricage van keramische producten, stenen, tegels en bouwmaterialen

10 12 01

afval van het mengsel vóór thermische verwerking

10 12 03

deeltjes en stof

10 12 05

slib en filterkoek van gasreiniging

10 12 06

afgedankte vormen

10 12 08

afval van keramische producten, stenen, tegels en bouwmaterialen (na thermische verwerking)

10 12 09 *

vast afval van gasreiniging dat gevaarlijke stoffen bevat

10 12 10

niet onder 10 12 09 vallend vast afval van gasreiniging

10 12 11 *

glazuurafval dat zware metalen bevat

10 12 12

niet onder 10 12 11 vallend glazuurafval

10 12 13

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

10 12 99

niet elders genoemd afval

10 13

afval van de fabricage van cement, (ongebluste) kalk en pleistermortel en producten die hiervan zijn gemaakt

10 13 01

afval van het mengsel vóór thermische verwerking

10 13 04

afval van het branden en blussen van kalk

10 13 06

deeltjes en stof (exclusief 10 13 12 en 10 13 13 )

10 13 07

slib en filterkoek van gasreiniging

10 13 09 *

afval van de fabricage van asbestcement dat asbest bevat

10 13 10

niet onder 10 13 09 vallend afval van de fabricage van asbestcement

10 13 11

niet onder 10 13 09 en 10 13 10 vallend afval van cementhoudende composietmaterialen

10 13 12 *

vast afval van gasreiniging dat gevaarlijke stoffen bevat

10 13 13

niet onder 10 13 12 vallend vast afval van gasreiniging

10 13 14

betonafval en betonslib

10 13 99

niet elders genoemd afval

10 14

afval van crematoria

10 14 01 *

afval van gasreiniging dat kwik bevat

11

AFVAL VAN DE CHEMISCHE OPPERVLAKTEBEHANDELING EN COATING VAN METALEN EN ANDERE MATERIALEN; NON-FERROHYDROMETALLURGIE

11 01

afval van chemische oppervlaktebehandeling en coating van metalen en andere materialen (bv. galvanische processen, verzinken, beitsen, etsen, fosfaatbehandeling, alkalisch ontvetten en anodisatie)

11 01 05 *

beitszuren

11 01 06 *

niet elders genoemde zuren

11 01 07 *

basen gebruikt voor beitsen

11 01 08 *

slib van fosfaatbehandeling

11 01 09 *

slib en filterkoek die gevaarlijke stoffen bevatten

11 01 10

niet onder 11 01 09 vallende slib en filterkoek

11 01 11 *

waterige spoelvloeistoffen die gevaarlijke stoffen bevatten

11 01 12

niet onder 11 01 11 vallende waterige spoelvloeistoffen

11 01 13 *

afval van ontvetting dat gevaarlijke stoffen bevat

11 01 14

niet onder 11 01 13 vallend afval van ontvetting

11 01 15 *

eluaat en slib van membraansystemen of ionenwisselaars die gevaarlijke stoffen bevatten

11 01 16 *

verzadigde of afgewerkte ionenwisselaarharsen

11 01 98 *

overig afval dat gevaarlijke stoffen bevat

11 01 99

niet elders genoemd afval

11 02

afval van non-ferrohydrometallurgische processen

11 02 02 *

slib van de zinkhydrometallurgie (inclusief jarosiet en goethiet)

11 02 03

afval van de productie van anoden voor waterige elektrolyseprocessen

11 02 05 *

afval van koperhydrometallurgische processen dat gevaarlijke stoffen bevat

11 02 06

niet onder 11 02 05 vallend afval van koperhydrometallurgische processen

11 02 07 *

overig afval dat gevaarlijke stoffen bevat

11 02 99

niet elders genoemd afval

11 03

slib en vaste stoffen van temperingsprocessen

11 03 01 *

cyanidehoudend afval

11 03 02 *

overig afval

11 05

afval van thermische galvanisatieprocessen

11 05 01

hardzink

11 05 02

zinkas

11 05 03 *

vast afval van gasreiniging

11 05 04 *

fluxbad afval

11 05 99

niet elders genoemd afval

12

AFVAL VAN DE MACHINALE BEWERKING EN DE FYSISCHE EN MECHANISCHE OPPERVLAKTEBEHANDELING VAN METALEN EN KUNSTSTOFFEN

12 01

afval van de machinale bewerking en de fysische en mechanische oppervlaktebehandeling van metalen en kunststoffen

12 01 01

ferrometaalvijlsel en -krullen

12 01 02

ferrometaalstof en -deeltjes

12 01 03

non-ferrometaalvijlsel en -krullen

12 01 04

non-ferrometaalstof en -deeltjes

12 01 05

kunststofschaafsel en -krullen

12 01 06 *

halogeenhoudende minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen)

12 01 07 *

halogeenvrije minerale machineolie (exclusief emulsies en oplossingen)

12 01 08 *

halogeenhoudende emulsies en oplossingen voor machinale bewerking

12 01 09 *

halogeenvrije emulsies en oplossingen voor machinale bewerking

12 01 10 *

synthetische machineolie

12 01 12 *

afgewerkte wassen en vetten

12 01 13

lasafval

12 01 14 *

slib van machinale bewerking dat gevaarlijke stoffen bevat

12 01 15

niet onder 12 01 14 vallend slib van machinale bewerking

12 01 16 *

afval van gritstralen dat gevaarlijke stoffen bevat

12 01 17

niet onder 12 01 16 vallend afval van gritstralen

12 01 18 *

oliehoudend metaalslib (slib van slijpen, wetten en leppen)

12 01 19 *

biologisch gemakkelijk afbreekbare machineolie

12 01 20 *

afgewerkt slijpgereedschap en slijpmateriaal die gevaarlijke stoffen bevatten

12 01 21

niet onder 12 01 20 vallend afgewerkt slijpgereedschap en slijpmateriaal

12 01 99

niet elders genoemd afval

12 03

afval van water- en stoomontvetting (exclusief 11 )

12 03 01 *

waterige wasvloeistoffen

12 03 02 *

afval van stoomontvetting

13

OLIEAFVAL EN AFVAL VAN VLOEIBARE BRANDSTOFFEN (EXCLUSIEF SPIJSOLIE EN ONDER DE HOOFSTUKKEN 05 , 12 EN 19 VALLENDE OLIËN)

13 01

afval van hydraulische olie

13 01 01 *

hydraulische olie die pcb's bevat

13 01 04 *

gechloreerde emulsies

13 01 05 *

niet-gechloreerde emulsies

13 01 09 *

gechloreerde minerale hydraulische olie

13 01 10 *

niet-gechloreerde minerale hydraulische olie

13 01 11 *

synthetische hydraulische olie

13 01 12 *

biologisch gemakkelijk afbreekbare hydraulische olie

13 01 13 *

overige hydraulische olie

13 02

afval van motor-, transmissie- en smeerolie

13 02 04 *

gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie

13 02 05 *

niet-gechloreerde minerale motor-, transmissie- en smeerolie

13 02 06 *

synthetische motor-, transmissie- en smeerolie

13 02 07 *

biologisch gemakkelijk afbreekbare motor-, transmissie- en smeerolie

13 02 08 *

overige motor-, transmissie- en smeerolie

13 03

afval van olie voor isolatie en warmteoverdracht

13 03 01 *

olie voor isolatie en warmteoverdracht die pcb's bevat

13 03 06 *

niet onder 13 03 01 vallende gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht

13 03 07 *

niet-gechloreerde minerale olie voor isolatie en warmteoverdracht

13 03 08 *

synthetische olie voor isolatie en warmteoverdracht

13 03 09 *

biologisch gemakkelijk afbreekbare olie voor isolatie en warmteoverdracht

13 03 10 *

overige olie voor isolatie en warmteoverdracht

13 04

bilge-olie

13 04 01 *

bilge-olie van de binnenvaart

13 04 02 *

bilge-olie uit de kadeafvoer

13 04 03 *

bilge-olie van de overige scheepvaart

13 05

inhoud van olie/waterscheiders

13 05 01 *

vaste stoffen uit zandvangers en olie/waterscheiders

13 05 02 *

slib uit olie/waterscheiders

13 05 03 *

opvangerslib

13 05 06 *

olie uit olie/waterscheiders

13 05 07 *

met olie verontreinigd water uit olie/waterscheiders

13 05 08 *

afvalmengsels uit zandvangers en olie/waterscheiders

13 07

afval van vloeibare brandstoffen

13 07 01 *

stookolie en dieselolie

13 07 02 *

benzine

13 07 03 *

overige brandstoffen (inclusief mengsels)

13 08

niet elders genoemd olieafval

13 08 01 *

ontzoutingsslib en -emulsies

13 08 02 *

overige emulsies

13 08 99 *

niet elders genoemd afval

14

AFVAL VAN ORGANISCHE OPLOSMIDDELEN, KOELMIDDELEN EN DRIJFGASSEN (EXCLUSIEF 07 EN 08 )

14 06

afval van organische oplosmiddelen, koelmiddelen en drijfgassen voor schuim/aerosolen

14 06 01 *

chloorfluorkoolstoffen, HCFK's, HFK's

14 06 02 *

overige gehalogeneerde oplosmiddelen en mengsels van oplosmiddelen

14 06 03 *

overige oplosmiddelen en mengsels van oplosmiddelen

14 06 04 *

slib of vast afval dat gehalogeneerde oplosmiddelen bevat

14 06 05 *

slib of vast afval dat andere oplosmiddelen bevat

15

VERPAKKINGSAFVAL; ABSORBENTIA, POETSDOEKEN, FILTERMATERIAAL EN BESCHERMENDE KLEDING (NIET ELDERS GENOEMD)

15 01

verpakking (inclusief gescheiden ingezameld stedelijk verpakkingsafval)

15 01 01

papieren en kartonnen verpakking

15 01 02

kunststofverpakking

15 01 03

houten verpakking

15 01 04

metalen verpakking

15 01 05

composietverpakking

15 01 06

gemengde verpakking

15 01 07

glazen verpakking

15 01 09

textielen verpakking

15 01 10 *

verpakking die resten van gevaarlijke stoffen bevat of daarmee is verontreinigd

15 01 11 *

metalen verpakking die een gevaarlijk vaste poreuze matrix (bv. asbest) bevat, inclusief lege drukhouders

15 02

absorbentia, filtermateriaal, poetsdoeken en beschermende kleding

15 02 02 *

absorbentia, filtermateriaal (inclusief niet elders genoemde oliefilters), poetsdoeken en beschermende kleding die met gevaarlijke stoffen zijn verontreinigd

15 02 03

niet onder 15 02 02 vallende absorbentia, filtermateriaal, poetsdoeken en beschermende kleding

16

NIET ELDERS IN DE LIJST GENOEMD AFVAL

16 01

afgedankte voertuigen van verschillende soorten vervoer (inclusief niet voor de weg bestemde machines) en afval van de sloop van afgedankte voertuigen en het onderhoud van voertuigen (exclusief 13 , 14 , 16 06 en 16 08 )

16 01 03

afgedankte banden

16 01 04 *

afgedankte voertuigen

16 01 06

afgedankte voertuigen die noch vloeistoffen, noch andere gevaarlijke onderdelen bevatten

16 01 07 *

oliefilters

16 01 08 *

onderdelen die kwik bevatten

16 01 09 *

onderdelen die pcb's bevatten

16 01 10 *

explosieve onderdelen (bv. airbags)

16 01 11 *

remblokken die asbest bevatten

16 01 12

niet onder 16 01 11 vallende remblokken

16 01 13 *

remvloeistoffen

16 01 14 *

antivriesvloeistoffen die gevaarlijke stoffen bevatten

16 01 15

niet onder 16 01 14 vallende antivriesvloeistoffen

16 01 16

tanks voor vloeibaar gas

16 01 17

ferrometalen

16 01 18

non-ferrometalen

16 01 19

kunststoffen

16 01 20

glas

16 01 21 *

niet onder 16 01 07 tot en met 16 01 11 alsmede 16 01 13 en 16 01 14 vallende gevaarlijke onderdelen

16 01 22

niet elders genoemde onderdelen

16 01 99

niet elders genoemd afval

16 02

afval van elektrische en elektronische apparatuur

16 02 09 *

transformatoren en condensatoren die pcb's bevatten

16 02 10 *

niet onder 16 02 09 vallende afgedankte apparatuur die pcb's bevat of daarmee verontreinigd is

16 02 11 *

afgedankte apparatuur die chloorfluorkoolstoffen, HCFK's en/of HFK's bevat

16 02 12 *

afgedankte apparatuur die vrije asbestvezels bevat

16 02 13 *

niet onder 16 02 09 tot en met 16 02 12 vallende afgedankte apparatuur die gevaarlijke onderdelen (2) bevat

16 02 14

niet onder 16 02 09 tot en met 16 02 13 vallende afgedankte apparatuur

16 02 15 *

uit afgedankte apparatuur verwijderde gevaarlijke onderdelen

16 02 16

niet onder 16 02 15 vallende uit afgedankte apparatuur verwijderde onderdelen

16 03

afgekeurde charges en ongebruikte producten

16 03 03 *

anorganisch afval dat gevaarlijke stoffen bevat

16 03 04

niet onder 16 03 03 vallend anorganisch afval

16 03 05 *

organisch afval dat gevaarlijke stoffen bevat

16 03 06

niet onder 16 03 05 vallend organisch afval

16 03 07 *

metallisch kwik

16 04

afvalexplosieven

16 04 01 *

afvalmunitie

16 04 02 *

vuurwerkafval

16 04 03 *

overig explosief afval

16 05

gassen in drukhouders en afgedankte chemicaliën

16 05 04 *

gassen in drukhouders (inclusief halonen) die gevaarlijke stoffen bevatten

16 05 05

niet onder 16 05 04 vallende gassen in drukhouders

16 05 06 *

labchemicaliën die uit gevaarlijke stoffen bestaan of deze bevatten, inclusief mengsels van labchemicaliën

16 05 07 *

afgedankte anorganische chemicaliën die uit gevaarlijke stoffen bestaan of deze bevatten

16 05 08 *

afgedankte organische chemicaliën die uit gevaarlijke stoffen bestaan of deze bevatten

16 05 09

niet onder 16 05 06 , 16 05 07 of 16 05 08 vallende afgedankte chemicaliën

16 06

batterijen en accu's

16 06 01 *

loodaccu's

16 06 02 *

NiCd-batterijen

16 06 03 *

kwikhoudende batterijen

16 06 04

alkalibatterijen (exclusief 16 06 03 )

16 06 05

overige batterijen en accu's

16 06 06 *

gescheiden ingezamelde elektrolyt uit batterijen en accu's

16 07

afval van de reiniging van transport- en opslagtanks en vaten (exclusief 05 en 13 )

16 07 08 *

afval dat olie bevat

16 07 09 *

afval dat andere gevaarlijke stoffen bevat

16 07 99

niet elders genoemd afval

16 08

afgewerkte katalysatoren

16 08 01

afgewerkte katalysatoren die goud, zilver, rhenium, rhodium, palladium, iridium of platina bevatten (exclusief 16 08 07 )

16 08 02 *

afgewerkte katalysatoren die gevaarlijke overgangsmetalen of gevaarlijke verbindingen van overgangsmetalen bevatten

16 08 03

niet elders genoemde afgewerkte katalysatoren die overgangsmetalen of verbindingen van overgangsmetalen bevatten

16 08 04

afgewerkte katalysatoren voor wervelbedkrakers (exclusief 16 08 07 )

16 08 05 *

afgewerkte katalysatoren die fosforzuur bevatten

16 08 06 *

afgewerkte vloeistoffen die als katalysator zijn gebruikt

16 08 07 *

afgewerkte katalysatoren die met gevaarlijke stoffen zijn verontreinigd

16 09

oxiderende stoffen

16 09 01 *

permanganaten, bv. kaliumpermanganaat

16 09 02 *

chromaten, bv. kaliumchromaat, kalium- of natriumdichromaat

16 09 03 *

peroxiden, bv. waterstofperoxide

16 09 04 *

niet elders genoemde oxiderende stoffen

16 10

waterig vloeibaar afval dat bestemd is om elders te worden verwerkt

16 10 01 *

waterig vloeibaar afval dat gevaarlijke stoffen bevat

16 10 02

niet onder 16 10 01 vallend waterig vloeibaar afval

16 10 03 *

waterige concentraten die gevaarlijke stoffen bevatten

16 10 04

niet onder 16 10 03 vallende waterige concentraten

16 11

ovenpuin

16 11 01 *

koolstofhoudend ovenpuin van metallurgische processen dat gevaarlijke stoffen bevat

16 11 02

niet onder 16 11 01 vallend koolstofhoudend ovenpuin van metallurgische processen

16 11 03 *

overig ovenpuin van metallurgische processen dat gevaarlijke stoffen bevat

16 11 04

overig, niet onder 16 11 03 vallend ovenpuin van metallurgische processen

16 11 05 *

ovenpuin van niet-metallurgische processen dat gevaarlijke stoffen bevat

16 11 06

niet onder 16 11 05 vallend ovenpuin van niet-metallurgische processen

17

BOUW- EN SLOOPAFVAL (INCLUSIEF AFGEGRAVEN GROND VAN VERONTREINIGDE LOCATIES)

17 01

beton, stenen, tegels en keramische producten

17 01 01

beton

17 01 02

stenen

17 01 03

tegels en keramische producten

17 01 06 *

mengsels van beton, stenen, tegels of keramische producten, of afzonderlijke fracties daarvan, die gevaarlijke stoffen bevatten

17 01 07

niet onder 17 01 06 vallende mengsels van beton, stenen, tegels of keramische producten

17 02

hout, glas en kunststof

17 02 01

hout

17 02 02

glas

17 02 03

kunststof

17 02 04 *

glas, kunststof en hout die gevaarlijke stoffen bevatten of daarmee verontreinigd zijn

17 03

bitumineuze mengsels, koolteer en met teer behandelde producten

17 03 01 *

bitumineuze mengsels die koolteer bevatten

17 03 02

niet onder 17 03 01 vallende bitumineuze mengsels

17 03 03 *

koolteer en met teer behandelde producten

17 04

metaal (inclusief legeringen)

17 04 01

koper, brons en messing

17 04 02

aluminium

17 04 03

lood

17 04 04

zink

17 04 05

ijzer en staal

17 04 06

tin

17 04 07

gemengde metalen

17 04 09 *

metaalafval dat met gevaarlijke stoffen is verontreinigd

17 04 10 *

kabels die olie, koolteer of andere gevaarlijke stoffen bevatten

17 04 11

niet onder 17 04 10 vallende kabels

17 05

grond (inclusief afgegraven grond van verontreinigde locaties), stenen en baggerspecie

17 05 03 *

grond en stenen die gevaarlijke stoffen bevatten

17 05 04

niet onder 17 05 03 vallende grond en stenen

17 05 05 *

baggerspecie die gevaarlijke stoffen bevat

17 05 06

niet onder 17 05 05 vallende baggerspecie

17 05 07 *

spoorwegballast die gevaarlijke stoffen bevat

17 05 08

niet onder 17 05 07 vallende spoorwegballast

17 06

isolatiemateriaal en asbesthoudend bouwmateriaal

17 06 01 *

asbesthoudend isolatiemateriaal

17 06 03 *

overig isolatiemateriaal dat uit gevaarlijke stoffen bestaat of dergelijke stoffen bevat

17 06 04

niet onder 17 06 01 en 17 06 03 vallend isolatiemateriaal

17 06 05 *

asbesthoudende bouwmaterialen

17 08

gipshoudend bouwmateriaal

17 08 01 *

gipshoudend bouwmateriaal dat met gevaarlijke stoffen is verontreinigd

17 08 02

niet onder 17 08 01 vallend gipshoudend bouwmateriaal

17 09

overig bouw- en sloopafval

17 09 01 *

bouw- en sloopafval dat kwik bevat

17 09 02 *

bouw- en sloopafval dat pcb's bevat (bv. pcb-houdende kit, vloerbedekkingen waarin pcb-houdende hars is verwerkt, isolerende beglazing met pcb-houdende afdichting, pcb-houdende condensatoren)

17 09 03 *

overig bouw- en sloopafval (inclusief gemengd afval) dat gevaarlijke stoffen bevat

17 09 04

niet onder 17 09 01 , 17 09 02 en 17 09 03 vallend gemengd bouw- en sloopafval

18

AFVAL VAN DE GEZONDHEIDSZORG BIJ MENS OF DIER EN/OF VERWANT ONDERZOEK (EXCLUSIEF KEUKEN- EN RESTAURANTAFVAL DAT NIET RECHTSTREEKS VAN DE GEZONDHEIDSZORG AFKOMSTIG IS)

18 01

afval van verloskundige zorg en de diagnose, behandeling of preventie van ziektes bij de mens

18 01 01

scherpe voorwerpen (exclusief 18 01 03 )

18 01 02

lichaamsdelen en organen, inclusief bloedzakjes en geconserveerd bloed (exclusief 18 01 03 )

18 01 03 *

afval waarvan de inzameling en verwijdering zijn onderworpen aan speciale richtlijnen teneinde infectie te voorkomen

18 01 04

afval waarvan de inzameling en verwijdering niet zijn onderworpen aan speciale richtlijnen teneinde infectie te voorkomen (bv. verband, gipsverband, linnengoed, wegwerpkleding, luiers)

18 01 06 *

chemicaliën die uit gevaarlijke stoffen bestaan of deze bevatten

18 01 07

niet onder 18 01 06 vallende chemicaliën

18 01 08 *

cytotoxische en cytostatische geneesmiddelen

18 01 09

niet onder 18 01 08 vallende geneesmiddelen

18 01 10 *

amalgaamafval uit de tandheelkunde

18 02

afval van onderzoek en de diagnose, behandeling of preventie van ziektes bij dieren

18 02 01

scherpe voorwerpen (exclusief 18 02 02 )

18 02 02 *

afval waarvan de inzameling en verwijdering zijn onderworpen aan speciale richtlijnen teneinde infectie te voorkomen

18 02 03

afval waarvan de inzameling en verwijdering niet zijn onderworpen aan speciale richtlijnen teneinde infectie te voorkomen

18 02 05 *

chemicaliën die uit gevaarlijke stoffen bestaan of deze bevatten

18 02 06

niet onder 18 02 05 vallende chemicaliën

18 02 07 *

cytotoxische en cytostatische geneesmiddelen

18 02 08

niet onder 18 02 07 vallende geneesmiddelen

19

AFVAL VAN INSTALLATIES VOOR AFVALBEHEER, OFF-SITE WATERZUIVERINGSINSTALLATIES EN DE BEREIDING VAN VOOR MENSELIJKE CONSUMPTIE BESTEMD WATER EN WATER VOOR INDUSTRIEEL GEBRUIK

19 01

afval van de verbranding of pyrolyse van afval

19 01 02

uit bodemas verwijderde ferromaterialen

19 01 05 *

filterkoek van gasreiniging

19 01 06 *

waterig vloeibaar afval van gasreiniging en ander waterig vloeibaar afval

19 01 07 *

vast afval van gasreiniging

19 01 10 *

afgewerkte actieve kool van rookgasreiniging

19 01 11 *

bodemas en slakken die gevaarlijke stoffen bevatten

19 01 12

niet onder 19 01 11 vallende bodemas en slakken

19 01 13 *

vliegas die gevaarlijke stoffen bevat

19 01 14

niet onder 19 01 13 vallende vliegas

19 01 15 *

ketelas die gevaarlijke stoffen bevat

19 01 16

niet onder 19 01 15 vallende ketelas

19 01 17 *

afval van pyrolyse dat gevaarlijke stoffen bevat

19 01 18

niet onder 19 01 17 vallend afval van pyrolyse

19 01 19

wervelbedzand

19 01 99

niet elders genoemd afval

19 02

afval van de fysisch-chemische behandeling van afval (inclusief verwijdering van chroom of cyanide of neutralisatie)

19 02 03

voorgemengd afval dat uitsluitend bestaat uit niet-gevaarlijke afvalstoffen

19 02 04 *

voorgemengd afval dat ten minste één gevaarlijke afvalstof bevat

19 02 05 *

slib van fysisch-chemische behandeling dat gevaarlijke stoffen bevat

19 02 06

niet onder 19 02 05 vallend slib van fysisch-chemische behandeling

19 02 07 *

door afscheiding verkregen oliën en concentraten

19 02 08 *

vloeibaar brandbaar afval dat gevaarlijke stoffen bevat

19 02 09 *

vast brandbaar afval dat gevaarlijke stoffen bevat

19 02 10

niet onder 19 02 08 en 19 02 09 vallend brandbaar afval

19 02 11 *

overig afval dat gevaarlijke stoffen bevat

19 02 99

niet elders genoemd afval

19 03

gestabiliseerd/verhard afval

19 03 04 *

niet onder 19 03 08 vallend als gevaarlijk ingedeeld, gedeeltelijk gestabiliseerd afval

19 03 05

niet onder 19 03 04 vallend gestabiliseerd afval

19 03 06 *

als gevaarlijk ingedeeld afval dat verhard is

19 03 07

niet onder 19 03 06 vallend verhard afval

19 03 08 *

gedeeltelijk gestabiliseerd kwik

19 04

verglaasd afval en afval van verglazen

19 04 01

verglaasd afval

19 04 02 *

vliegas en ander rookgasreinigingsafval

19 04 03 *

niet-verglaasde vaste fase

19 04 04

waterig vloeibaar afval van het ontlaten van verglaasd afval

19 05

afval van de aerobe behandeling van vast afval

19 05 01

niet-gecomposteerde fractie van huishoudelijk en soortgelijk afval

19 05 02

niet-gecomposteerde fractie van dierlijk en plantaardig afval

19 05 03

afgekeurde compost

19 05 99

niet elders genoemd afval

19 06

afval van de anaerobe behandeling van afval

19 06 03

vloeistof verkregen bij de anaerobe behandeling van stedelijk afval

19 06 04

digestaat van de anaerobe behandeling van stedelijk afval

19 06 05

vloeistof verkregen bij de anaerobe behandeling van dierlijk en plantaardig afval

19 06 06

digestaat van de anaerobe behandeling van dierlijk en plantaardig afval

19 06 99

niet elders genoemd afval

19 07

percolatiewater van stortplaatsen

19 07 02 *

percolatiewater van stortplaatsen dat gevaarlijke stoffen bevat

19 07 03

niet onder 19 07 02 vallend percolatiewater van stortplaatsen

19 08

niet elders genoemd afval van afvalwaterzuivering

19 08 01

roostergoed

19 08 02

afval van zandvang

19 08 05

slib van de behandeling van stedelijk afvalwater

19 08 06 *

verzadigde of afgewerkte ionenwisselaarharsen

19 08 07 *

oplossingen en slib van de regeneratie van ionenwisselaars

19 08 08 *

afval van membraansystemen dat zware metalen bevat

19 08 09

vet- en oliemengsels uit olie/waterscheiders die uitsluitend spijsolie en -vetten bevatten

19 08 10 *

niet onder 19 08 09 vallende vet- en oliemengsels uit olie/waterscheiders

19 08 11 *

slib van de biologische zuivering van industrieel afvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat

19 08 12

niet onder 19 08 11 vallend slib van de biologische zuivering van industrieel afvalwater

19 08 13 *

slib van andere behandelingen van industrieel afvalwater dat gevaarlijke stoffen bevat

19 08 14

niet onder 19 08 13 vallend slib van andere behandelingen van industrieel afvalwater

19 08 99

niet elders genoemd afval

19 09

afval van de bereiding van voor menselijke consumptie bestemd water en water voor industrieel gebruik

19 09 01

vast afval van primaire filtratie en roostergoed

19 09 02

waterzuiveringsslib

19 09 03

onthardingsslib

19 09 04

afgewerkte actieve kool

19 09 05

verzadigde of afgewerkte ionenwisselaarharsen

19 09 06

oplossingen en slib van de regeneratie van ionenwisselaars

19 09 99

niet elders genoemd afval

19 10

afval van de shredding van metaalhoudend afval

19 10 01

ijzer- en staalafval

19 10 02

non-ferroafval

19 10 03 *

lichte fractie en stof dat gevaarlijke stoffen bevat

19 10 04

niet onder 19 10 03 vallende lichte fracties en stof

19 10 05 *

andere fracties die gevaarlijke stoffen bevatten

19 10 06

andere, niet onder 19 10 05 vallende fracties

19 11

afval van de regeneratie van olie

19 11 01 *

afgewerkte bleekaarde

19 11 02 *

zuurteer

19 11 03 *

waterig vloeibaar afval

19 11 04 *

afval van brandstofzuivering met behulp van basen

19 11 05 *

slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse dat gevaarlijke stoffen bevat

19 11 06

niet onder 19 11 05 vallend slib van afvalwaterbehandeling ter plaatse

19 11 07 *

afval van rookgasreiniging

19 11 99

niet elders genoemd afval

19 12

afval van niet elders genoemde mechanische afvalverwerking (bv. sorteren, breken, verdichten, palletiseren)

19 12 01

papier en karton

19 12 02

ferrometalen

19 12 03

non-ferrometalen

19 12 04

kunststoffen en rubber

19 12 05

glas

19 12 06 *

hout dat gevaarlijke stoffen bevat

19 12 07

niet onder 19 12 06 vallend hout

19 12 08

textiel

19 12 09

minerale stoffen (bv. zand, steen)

19 12 10

brandbaar afval (refuse derived fuel — RDF)

19 12 11 *

overig afval (inclusief mengsels van materialen) van mechanische afvalverwerking dat gevaarlijke stoffen bevat

19 12 12

overig, niet onder 19 12 11 vallend afval (inclusief mengsels van materialen) van mechanische afvalverwerking

19 13

afval van bodem- en grondwatersanering

19 13 01 *

vast afval van bodemsanering dat gevaarlijke stoffen bevat

19 13 02

niet onder 19 13 01 vallend vast afval van bodemsanering

19 13 03 *

slib van bodemsanering dat gevaarlijke stoffen bevat

19 13 04

niet onder 19 13 03 vallend slib van bodemsanering

19 13 05 *

slib van grondwatersanering dat gevaarlijke stoffen bevat

19 13 06

niet onder 19 13 05 vallend slib van grondwatersanering

19 13 07 *

waterig vloeibaar afval en waterige concentraten van grondwatersanering die gevaarlijke stoffen bevatten

19 13 08

niet onder 19 13 07 vallend waterig vloeibaar afval en waterige concentraten van grondwatersanering

20

STEDELIJK AFVAL (HUISHOUDELIJK AFVAL EN SOORTGELIJK BEDRIJFSAFVAL, INDUSTRIEEL AFVAL EN AFVAL VAN INSTELLINGEN) INCLUSIEF GESCHEIDEN INGEZAMELDE FRACTIES

20 01

gescheiden ingezamelde fracties (exclusief 15 01 )

20 01 01

papier en karton

20 01 02

glas

20 01 08

biologisch afbreekbaar keuken- en kantineafval

20 01 10

kleding

20 01 11

textiel

20 01 13 *

oplosmiddelen

20 01 14 *

zuren

20 01 15 *

basisch afval

20 01 17 *

fotochemicaliën

20 01 19 *

pesticiden

20 01 21 *

tl-buizen en ander kwikhoudend afval

20 01 23 *

afgedankte apparatuur die chloorfluorkoolstoffen bevat

20 01 25

spijsolie en -vetten

20 01 26 *

niet onder 20 01 25 vallende oliën en vetten

20 01 27 *

verf, inkt, lijm en hars die gevaarlijke stoffen bevatten

20 01 28

niet onder 20 01 27 vallende verf, inkt, lijm en hars

20 01 29 *

detergenten die gevaarlijke stoffen bevatten

20 01 30

niet onder 20 01 29 vallende detergenten

20 01 31 *

cytotoxische en cytostatische geneesmiddelen

20 01 32

niet onder 20 01 31 vallende geneesmiddelen

20 01 33 *

onder 16 06 01 , 16 06 02 of 16 06 03 vermelde batterijen en accu's alsmede ongesorteerde mengsels van batterijen en accu's die dergelijke batterijen en accu's bevatten

20 01 34

niet onder 20 01 33 vallende batterijen en accu's

20 01 35 *

niet onder 20 01 21 en 20 01 23 vallende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur die gevaarlijke onderdelen (3) bevat

20 01 36

niet onder 20 01 21 , 20 01 23 en 20 01 35 vallende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur

20 01 37 *

hout dat gevaarlijke stoffen bevat

20 01 38

niet onder 20 01 37 vallend hout

20 01 39

kunststoffen

20 01 40

metalen

20 01 41

afval van het vegen van schoorstenen

20 01 99

niet elders genoemde fracties

20 02

tuin- en plantsoenafval (inclusief afval van begraafplaatsen)

20 02 01

biologisch afbreekbaar afval

20 02 02

grond en stenen

20 02 03

overig niet biologisch afbreekbaar afval

20 03

overig stedelijk afval

20 03 01

gemengd stedelijk afval

20 03 02

marktafval

20 03 03

veegvuil

20 03 04

slib van septische tanks

20 03 06

afval van het reinigen van riolen

20 03 07

grofvuil

20 03 99

niet elders genoemd stedelijk afval

(1)   Afvalstoffen die met een asterisk zijn gemarkeerd, worden beschouwd als gevaarlijke afvalstoffen in de zin van Richtlijn 2008/98/EG. Voor de indeling van een afvalstof in een van de punten van de navolgende lijst zijn de delen „definities”, „beoordeling en classificatie” en „lijst van afvalstoffen” in de bijlage bij Beschikking 2000/532/EG relevant.

(2)   Gevaarlijke onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur kunnen omvatten: onder 16 06 genoemde accu's en andere batterijen die als gevaarlijk zijn ingedeeld, kwikschakelaars, glas van kathodestraalbuizen en ander geactiveerd glas enz.

(3)   Gevaarlijke onderdelen van elektrische en elektronische apparatuur kunnen omvatten: onder 16 06 genoemde accu's en andere batterijen die als gevaarlijk zijn ingedeeld, kwikschakelaars, glas van kathodestraalbuizen en ander geactiveerd glas enz.

▼B

Deel 3

Lijst A (bijlage II bij het Verdrag van Bazel) ( 53 )

Y46 huishoudelijk afval ( 54 )

Y47 residuen afkomstig van de verbranding van huishoudelijk afval

Lijst B (Afval van aanhangsel 4, deel II, van het OESO-besluit ( 55 )

Metaalhoudende afvalstoffen



▼M6

AA010

261900

Slakken, walsschilfers en ander afval van de ijzer- en staalindustrie (1)

▼B

AA 060

262050

assen en residuen van vanadium (1)

AA 190

810420

ex 810430

afval en restanten van magnesium die brandbaar of pyrofoor zijn of, wanneer zij in contact komen met water, gevaarlijke hoeveelheden brandbare gassen doen ontstaan

(1)   Dit omvat afval in de vorm van as, residuen, slakken, dross en skimmings, walsschilfers, stof, poeder, slib en filterkoek, tenzij een stof expliciet elders wordt genoemd.

Afvalstoffen met voornamelijk anorganische bestanddelen, die metalen en organisch materiaal kunnen bevatten



AB 030

 

afval van de oppervlaktebehandeling van metalen met behulp van niet-gecyanideerde producten

AB 070

 

zand gebruikt in smelterijen/gieterijen

AB 120

ex 281290

ex 3824

anorganische halogenideverbindingen, niet elders vermeld of ingedeeld

AB 150

ex 382490

ongezuiverd calciumsulfiet en calciumsulfaat, afkomstig van rookgasontzwaveling

Afvalstoffen die hoofdzakelijk organische bestanddelen bevatten en die metalen en anorganische stoffen kunnen bevatten



AC 060

ex 381900

hydraulische vloeistoffen

AC 070

ex 381900

remvloeistoffen

AC 080

ex 382000

antivriesvloeistoffen

AC 150

 

chloorfluorkoolwaterstoffen

AC 160

 

halonen

AC 170

ex 440310

afval van behandeld kurk en hout

Afvalstoffen die ofwel anorganische ofwel organische bestanddelen bevatten



AD 090

ex 382490

afval afkomstig van de productie, de bereiding en het gebruik van reprografische en fotografische producten en materialen, voorzover niet elders vermeld of ingedeeld

AD 100

 

afval afkomstig van de oppervlaktebehandeling van kunststoffen met behulp van niet-gecyanideerde producten

AD 120

ex 391400

ex 3915

ionenwisselaarharsen

AD 150

 

als filters gebruikt natuurlijk organisch materiaal (bv. biofilters)

Afvalstoffen met voornamelijk anorganische bestanddelen, die metalen en organisch materiaal kunnen bevatten



RB 020

ex 6815

keramiekvezels met dezelfde fysisch-chemische eigenschappen als die van asbest

▼M4




BIJLAGE VI



FORMULIER INZAKE VOORAF GOEDGEKEURDE INRICHTINGEN (ARTIKEL 14)

Bevoegde autoriteit

Inrichting voor nuttige toepassing

Identificatie van de afvalstoffen

Geldigheidsduur

Totale vooraf goedgekeurde hoeveelheid

Naam en nummer van de inrichting voor nuttige toepassing

Adres

Handelingen voor nuttige toepassing

(+ R-code)

Gebruikte technologie

(code)

van

tot

(ton (Mg))

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

▼C5




BIJLAGE VII

BEGELEIDENDE INFORMATIE BIJ OVERBRENGINGEN VAN AFVALSTOFFEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3, LEDEN 2 EN 4

image

▼M9




BIJLAGE VIII

RICHTSNOEREN VOOR EEN MILIEUHYGIËNISCH VERANTWOORD BEHEER (ARTIKEL 49)

I. Bij het Verdrag van Bazel vastgestelde richtsnoeren en handleidingen:

1. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van biomedisch afval en afval uit de gezondheidszorg (Y1; Y3) ( 56 )

2. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afgedankte loodaccu’s (56) 

3. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van de volledige en gedeeltelijke sloop van schepen (56) 

4. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord recycleren/terugwinnen van metalen en metaalverbindingen (R4) ( 57 )

5. Bijgewerkte algemene technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen die persistente organische verontreinigende stoffen (POP’s) bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan ( 58 )

6. Bijgewerkte technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen die polychloorbifenylen (PCB’s), polychloorterfenylen (PCT’s) of polybroombifenylen (PBB’s) bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan (58) 

7. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen die de bestrijdingsmiddelen aldrin, chloordaan, dieldrin, endrin, heptachloor, hexachloorbenzeen (HCB), mirex of toxafeen of HCB als industriële chemische stof bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan (58) 

8. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen die 1,1,1-trichloor-2,2-bis(4-chloorfenyl)ethaan (DDT) bevatten, daarmee verontreinigd zijn of daaruit bestaan (58) 

9. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen die onopzettelijk geproduceerde polychloordibenzo-p-dioxines (PCDD’s), polychloordibenzofuranen (PCDF’s), hexachloorbenzeen (HCB) of polychloorbifenylen (PCB’s) bevatten of daarmee zijn verontreinigd (58) 

10. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van gebruikte en afgedankte luchtbanden ( 59 )

11. Technische richtsnoeren voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van afvalstoffen die uit elementair kwik bestaan en afvalstoffen die kwik bevatten of daarmee verontreinigd zijn (59) 

12. Technische richtsnoeren voor de milieuhygiënisch verantwoorde verwerking van gevaarlijke afvalstoffen in cementovens (59) 

13. Handleiding voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van gebruikte en afgedankte mobiele telefoons (59) 

▼M12

14. Handleiding voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van gebruikte en afgedankte computerapparatuur, delen 1, 2, 4 en 5 ( 60 ).

▼M9

II. Door de OESO vastgestelde richtsnoeren:

Technische leidraad voor het milieuhygiënisch verantwoord beheer van specifieke afvalstromen:

▼M12

gebruikte en afgedankte personal computers ( 61 )

▼M9

III. Door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) vastgestelde richtsnoeren:

Richtsnoeren betreffende recycling van schepen ( 62 )

IV. Door de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) vastgestelde richtsnoeren:

Veiligheid en gezondheid bij het slopen van schepen: richtsnoeren voor de Aziatische landen en Turkije ( 63 )

▼B




BIJLAGE IX

AANVULLENDE VRAGENLIJST IN VERBAND MET DE RAPPORTEN VAN DE LIDSTATEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 51, LID 2

image

image

image

►(3) M11  

►(3) M11  

►(3) M11  

Tabel 1

INFORMATIE OVER UITZONDERINGEN OP DE BEGINSELEN VAN NABIJHEID, VOORRANG VOOR NUTTIGE TOEPASSING EN ZELFVOORZIENING (artikel 11, lid 3)

image

Tabel 2

BEZWAREN TEGEN GEPLANDE OVERBRENGINGEN OF VERWIJDERINGEN (artikel 11, lid 1, onder g))

image

Tabel 3

BEZWAREN TEGEN GEPLANDE OVERBRENGINGEN OF NUTTIGE TOEPASSING (artikel 12, lid 1, onder c))

image

Tabel 4

INFORMATIE OVER BESLUITEN VAN AUTORITEITEN DIE BEVOEGD ZIJN OM VOORAF TOESTEMMING TE VERLENEN (artikel 14)

image

Tabel 5

INFORMATIE OVER ILLEGALE AFVALOVERBRENGINGEN ( *1 ) (artikel 24 en artikel 50, lid 1)

image

►(1) M11  

Tabel 6

INFORMATIE OVER DOOR DE LIDSTATEN AANGEWEZEN SPECIFIEKE DOUANEKANTOREN WAARLANGS DE OVERBRENGING VAN AFVAL NAAR EN UIT DE GEMEENSCHAP PLAATSVINDT (artikel 55)

image



( 1 ) PB L 35 van 12.2.1992, blz. 24.

( 2 ) PB L 140 van 5.6.2009, blz. 114.

( 3 ) Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 330 van 10.12.2013; blz. 1).

( 4 ) PB L 377 van 31.12.1991, blz. 20. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 94/31/EG (PB L 168 van 2.7.1994, blz. 28).

( 5 ) Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3).

( 6 ) PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 648/2005 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 117 van 4.5.2005, blz. 13).

( 7 ) PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 215/2006 (PB L 38 van 9.2.2006, blz. 11).

( 8 ) PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

( 9 ) Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen (PB L 13 van 19.1.2000, blz. 12).

( 10 ) PB L 226 van 6.9.2000, blz. 3. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2001/573/EG van de Raad (PB L 203 van 28.7.2001, blz. 18).

( 11 ) Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38).

( 12 ) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).

( 13 ) PB L 365 van 31.12.1994, blz. 34).

( 14 ) PB L 332 van 28.12.2000, blz. 91.

( 15 ) PB L 309 van 27.11.2001, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij de Toetredingsakte van 2003.

( 16 ) Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, 22 maart 1989. Zie www.basel.int

( 17 ) Besluit C(2001)107/DEF. van de OESO-Raad inzake de herziening van Besluit C(92)39/DEF. betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen bestemd voor handelingen ter nuttige toepassing; middels het eerstgenoemde besluit zijn de teksten die door de Raad zijn aangenomen op 14 juni 2001 en op 28 februari 2002 (met wijzigingen) geconsolideerd.

Zie http://www.oecd.org/department/0,2688,en_2649_34397_1_1_1_1_1,00.html

( 18 ) Buiten de Europese Gemeenschap kan ook de term „importer” („importeur”) worden gebruikt in plaats van „consignee” („ontvanger”).

( 19 ) Buiten de Europese Gemeenschap kan ook de term „exporter” („exporteur”) worden gebruikt in plaats van „notifier” („kennisgever”).

( 20 ) In sommige derde landen die lid zijn van de OESO kan overeenkomstig het OESO-besluit de term „geregistreerde handelaar” worden gebruikt.

( 21 ) Buiten de Europese Gemeenschap kan in Engelse teksten ook de term „generator” worden gebruikt in plaats van „producer”.

( 22 ) In de Europese Gemeenschap wijkt de definitie van handeling R1 in de lijst van afkortingen af van die in het Verdrag van Bazel en het OESO-besluit; daarom worden beide formuleringen gegeven. Er zijn nog andere verschillen tussen de terminologie die wordt gebruikt in de Europese Gemeenschap en die welke wordt gebruikt in het Verdrag van Bazel en het OESO-besluit, die niet in de lijst van afkortingen zijn opgenomen.

( 23 ) Verordening (EG) nr. 1418/2007 van de Commissie van 29 november 2007 betreffende de uitvoer, met het oog op terugwinning, van bepaalde in bijlage III of IIIA bij Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad genoemde afvalstoffen naar bepaalde landen waarop het OESO-besluit betreffende het toezicht op de grensoverschrijdende overbrenging van afvalstoffen niet van toepassing is, PB L 316 van 4.12.2007, blz. 6.

( 24 ) Zie http://europa.eu.int/eur-lex/en/consleg/main/2000/en_2000D0532_index.html

( 25 ) Zie http://www.unece.org/trans/danger/danger.htm

( 26 ) In het Verdrag van Bazel wordt de term „staat” gebruikt in plaats van „land”.

( 27 ) Buiten de Europese Gemeenschap kunnen de termen „uitvoer” en „invoer” worden gebruikt in plaats van „verzending” en „bestemming”.

( 28 ) Zie de vakken 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 20 of 21 en, indien de bevoegde autoriteiten aanvullende informatie en documentatie verlangen, de punten in deel 3 van bijlage II van deze verordening die onder geen van de vakken vallen.

( 29 ) In sommige derde landen mogen in plaats daarvan de gegevens betreffende de bevoegde autoriteit van verzending worden medegedeeld.

( 30 ) Deze lijst is afkomstig uit het OESO-besluit, aanhangsel 3.

( 31 ) Bijlage IX van het Verdrag van Bazel is in deze verordening opgenomen als bijlage V, deel 1, lijst B.

( 32 ) Afvalstoffen in de vorm van poeder, slurrie, stof of vaste voorwerpen die houders met gevaarlijke vloeibare afvalstoffen bevatten, worden niet als „niet-verspreidbaar” aangemerkt.

( 33 ) PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.

( 34 ) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

( 35 ) Deze lijst is afkomstig uit het OESO-besluit, aanhangsel 4.

( 36 ) Bijlage VIII van het Verdrag van Bazel is in deze verordening opgenomen als bijlage V, deel 1, lijst A. Bijlage II van het Verdrag van Bazel bevat de volgende codes:

Y46 huishoudelijk afval tenzij ondergebracht onder een enkele code van bijlage III;

Y47 residuen afkomstig van de verbranding van huishoudelijk afval.

( 37 ) De verwijzingen in de lijsten A en B van bijlagen I, III en IV verwijzen naar de bijlagen bij het Verdrag van Bazel.

( 38 NB: Bij het vergelijkbare punt van lijst B (B1160) worden geen uitzonderingen genoemd.

( 39 ) Bij dit punt behoren geen afgedankte eenheden afkomstig van elektriciteitscentrales.

( 40 ) PCB's in een concentratie van 50 mg/kg of meer.

( 41 ) Met een PCB-concentratie van 50 mg/kg of meer.

( 42 ) Het niveau van 50 mg/kg wordt als internationaal praktisch hanteerbaar beschouwd voor alle afvalstoffen. Veel landen hebben echter lagere wettelijke grenswaarden voor specifieke afvalstoffen vastgesteld (bv. 20 mg/kg).

( 43 ) „Te oud” betekent: niet gebruikt vóór de door de fabrikant aangegeven uiterste datum van gebruik.

( 44 ) Met houtconserveringsmiddelen behandeld hout valt hier niet onder.

( 45 NB: Zelfs indien er aanvankelijk sprake is van een geringe verontreiniging met een in bijlage I genoemd materiaal, kunnen latere processen, waaronder terugwinningsprocessen, tot gevolg hebben dat de gescheiden fracties significant grotere concentraties van de in bijlage I genoemde stoffen bevatten.

( 46 ) De status van zinkas wordt momenteel onderzocht, maar de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (UNCTAD) heeft aanbevolen zinkas niet als gevaarlijke stof te beschouwen.

( 47 ) Dit punt heeft geen betrekking op schroot uit elektriciteitscentrales.

( 48 ) Hergebruik kan reparatie, renovatie of modernisering omvatten, maar geen ingrijpende herbouw.

( 49 ) In een aantal landen worden deze materialen die bestemd zijn voor onmiddellijk hergebruik niet beschouwd als afvalstoffen.

( 50 ) Het concentratieniveau van benzo[a]pyreen mag niet meer bedragen dan 50 mg/kg.

( 51 ) Er wordt vanuit gegaan dat dergelijk schroot volledig gepolymeriseerd is.

( 52

( 53 ) Deze lijst komt uit aanhangsel 4, deel I, van het OESO-besluit.

( 54 ) Tenzij passend opgenomen onder één enkele code in bijlage III.

( 55 ) De afvalstoffen met de nummers AB 130, AC 250, AC 260 en AC 270 zijn weggelaten, omdat zij overeenkomstig de procedure van artikel 18 van Richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PB L 194 van 25.7.1975, blz. 39; richtlijn ingetrokken bij Richtlijn 2006/12/EG) als ongevaarlijk zijn aangemerkt en dus niet onder het uitvoerverbod van artikel 35 van deze verordening vallen.

( 56 ) Vastgesteld door de zesde vergadering van de Conferentie der Partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, 9-13 december 2002.

( 57 ) Vastgesteld door de zevende vergadering van de Conferentie der Partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, 25-29 oktober 2004.

( 58 ) Vastgesteld door de achtste vergadering van de Conferentie der Partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, 27 november- 1 december 2006.

( 59 ) Vastgesteld door de tiende vergadering van de Conferentie der Partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, 17-21 oktober 2011.

( 60 ) Vastgesteld door de elfde vergadering van de Conferentie van de partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, 28 april tot 10 mei 2013.

( 61 ) Vastgesteld door de OESO-commissie voor milieubeleid in februari 2003 (document ENV/EPOC/WGWPR(2001)3/FINAL).

( 62 ) Resolutie A.962, aangenomen door de Algemene Vergadering van de IMO tijdens haar 23e gewone zitting, 24 november-5 december 2003.

( 63 ) Goedgekeurd voor publicatie door de Raad van Bestuur van de IAO tijdens zijn 289e vergadering van 11-26 maart 2004.

( *1 ) Informatie over zaken die gedurende de door het verslag bestreken periode zijn afgesloten.

Top