EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 02014R0283-20171104

Consolidated text: Verordening (EU) n r. 283/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG (Voor de EER relevante tekst)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/283/2017-11-04

02014R0283 — NL — 04.11.2017 — 001.001


Onderstaande tekst dient louter ter informatie en is juridisch niet bindend. De EU-instellingen zijn niet aansprakelijk voor de inhoud. Alleen de besluiten die zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (te raadplegen in EUR-Lex) zijn authentiek. Deze officiële versies zijn rechtstreeks toegankelijk via de links in dit document

►B

VERORDENING (EU) Nr. 283/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 maart 2014

betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG

(Voor de EER relevante tekst)

(PB L 086 van 21.3.2014, blz. 14)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  nr.

blz.

datum

►M1

VERORDENING (EU) 2017/1953 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 25 oktober 2017

  L 286

1

1.11.2017




▼B

VERORDENING (EU) Nr. 283/2014 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 maart 2014

betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1336/97/EG

(Voor de EER relevante tekst)



Artikel 1

Onderwerp

1.  In deze verordening worden richtsnoeren vastgesteld betreffende de tijdige introductie en de interoperabiliteit van projecten van gemeenschappelijk belang inzake trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur.

2.  Deze verordening voorziet in het bijzonder in:

a) de doelstellingen en operationele prioriteiten van projecten van gemeenschappelijk belang;

b) de vaststelling van projecten van gemeenschappelijk belang;

c) de criteria op grond waarvan acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang in aanmerking komen voor financiële bijstand van de Unie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1316/2013 met betrekking tot de ontwikkeling, uitvoering, introductie, koppeling en interoperabiliteit ervan;

d) prioriteiten bij de financiering van projecten van gemeenschappelijk belang.

Artikel 2

Definities

1.  Voor de toepassing van onderhavige verordening gelden de definities van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1316/2013.

2.  Voor de toepassing van deze verordening en van Verordening (EU) nr. 1316/2013 gelden ook de volgende definities:

a)

"telecommunicatie-infrastructuur" : breedbandnetwerken en digitale-diensteninfrastructuur;

b)

"digitale-diensteninfrastructuren" : infrastructuren waarmee netwerkdiensten op elektronische wijze, meestal via het internet, worden geleverd, en die trans-Europese interoperabele dienstverlening in het gezamenlijk belang aanbiedt aan burgers, bedrijven en/of overheidsdiensten, en die bestaan uit centrale dienstenplatforms en generieke diensten;

c)

"bouwstenen" : basisinfrastructuren voor digitale diensten die opnieuw kunnen worden gebruikt in complexere digitale-diensteninfrastructuur;

d)

"centraal dienstenplatform" : centraal element van digitale-diensteninfrastructuren dat gericht is op het waarborgen van trans-Europese connectiviteit, toegang en interoperabiliteit, en dat open staat voor de lidstaten en ook voor andere entiteiten kan openstaan;

e)

"generieke diensten" : gatewaydiensten die een of meer nationale infrastructuren verbinden met centrale dienstenplatforms;

f)

"breedbandnetwerken" : bekabelde en draadloze toegangsnetwerken, aanvullende infrastructuur en kernnetwerken die connectiviteit met zeer hoge snelheden kunnen leveren;

g)

"horizontale acties" : acties ter ondersteuning van studies en programma's in de zin van artikel 2, punt 6 en 7, van Verordening (EU) nr. 1316/2013;

▼M1

h)

"lokaal draadloos toegangspunt" : kleine uitrusting met laag vermogen en beperkt bereik, die op niet-exclusieve basis radiospectrum gebruikt waarvan de voorwaarden voor de beschikbaarheid en het efficiënt gebruik ervan op Unieniveau zijn geharmoniseerd, en die gebruikers draadloze toegang geeft tot een elektronisch communicatienetwerk.

▼B

Artikel 3

Doelstellingen

1.  De projecten van gemeenschappelijk belang dragen bij tot het verwezenlijken van de algemene doelstellingen van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1316/2013.

2.  Behalve dat de projecten van gemeenschappelijk belang bijdragen tot het verwezenlijken van de algemene doelstellingen, helpen zij een of meer van de volgende specifieke doelstellingen te verwezenlijken:

a) economische groei en het ondersteunen van de voltooiing en het functioneren van de interne markt ter verbetering van het concurrentievermogen van de Europese economie, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's);

b) verbeteringen in het dagelijks leven voor burgers, bedrijven en overheidsdiensten, op elk niveau, door bevordering van breedbandnetwerken, interconnectie en interoperabiliteit van plaatselijke, regionale en nationale breedbandnetwerken, evenals niet-discriminerende toegang tot deze netwerken en digitale integratie.

3.  De volgende operationele prioriteiten dragen bij tot het verwezenlijken van de doelstellingen bedoeld in de leden 1 en 2:

a) interoperabiliteit, connectiviteit, duurzame introductie, exploitatie en opwaardering van trans-Europese digitale-diensteninfrastructuren, alsmede coördinatie op Europees niveau;

b) een efficiënte stroom van particuliere en publieke investeringen die de introductie en modernisering van breedbandnetwerken bevordert en er aldus toe bijdraagt dat de breedbanddoelstellingen van de Digitale Agenda voor Europa worden gehaald.

Artikel 4

Projecten van gemeenschappelijk belang

1.  Projecten van gemeenschappelijk belang hebben de volgende kenmerken:

a) zij zijn gericht op het creëren en/of verbeteren van interoperabele en voor zover mogelijk internationaal compatibele centrale dienstenplatforms, in combinatie met generieke diensten voor digitale-diensteninfrastructuren;

b) zij bieden efficiënte investeringsinstrumenten voor breedbandnetwerken, trekken nieuwe categorieën investeerders en projectontwikkelaars aan, en bevorderen de reproduceerbaarheid van innovatieve projecten en bedrijfsmodellen;

▼M1

c) zij ondersteunen het gratis en zonder discriminerende voorwaarden verstrekken van hoogwaardige lokale draadloze connectiviteit in lokale gemeenschappen.

▼B

2.  Projecten van gemeenschappelijk belang kunnen de volledige cyclus daarvan omvatten, waaronder haalbaarheidsstudies, uitvoering, permanente exploitatie en vernieuwing, coördinatie en evaluatie.

3.  Projecten van gemeenschappelijk belang kunnen door middel van horizontale acties worden ondersteund.

4.  Projecten van gemeenschappelijk belang en acties die daaraan bijdragen zijn nader omschreven in de bijlage.

Artikel 5

Interventiemethoden

1.  Op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren worden centrale dienstenplatforms hoofdzakelijk door de Unie uitgevoerd; generieke diensten worden uitgevoerd door partijen die verbindingen met het desbetreffende centrale dienstenplatform tot stand brengen. De investeringen in breedbandnetwerken gaan voornamelijk uit van de private sector, ondersteund door een concurrerend en investeringsvriendelijk regelgevingskader. Publieke steun voor breedbandnetwerken wordt alleen verleend in geval van tekortkomingen van de markt of in een suboptimale investeringssituatie.

2.  Lidstaten en andere instanties die belast zijn met de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang of die tot de uitvoering daarvan bijdragen, worden aangemoedigd om de maatregelen te nemen die de uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang faciliteren. De definitieve beslissing over de uitvoering van een project van gemeenschappelijk belang dat betrekking heeft op het grondgebied van een lidstaat, wordt genomen nadat die lidstaat zijn goedkeuring heeft verleend.

3.  Acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang en die voldoen aan de criteria van artikel 6 van deze verordening, komen in aanmerking voor financiële bijstand van de Unie overeenkomstig de voorwaarden en de instrumenten die krachtens Verordening (EU) nr. 1316/2013 van toepassing zijn. Financiële bijstand wordt verleend overeenkomstig de door de Unie vastgestelde toepasselijke regels en procedures, de in artikel 6 van deze verordening bedoelde financieringsprioriteiten en de beschikbaarheid van middelen, rekening houdend met de specifieke behoeften van de begunstigden.

4.  Acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren worden ondersteund met:

a) aanbesteding en/of

b) subsidies.

5.  Acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van breedbandnetwerken worden ondersteund met:

a) financiële instrumenten in de zin van Verordening (EU) nr. 1316/2013, die openstaan voor aanvullende bijdragen uit andere sectoren van de CEF, andere instrumenten, programma's en begrotingslijnen van de Uniebegroting, lidstaten, met inbegrip van regionale en lokale overheden en alle andere investeerders, met inbegrip van particuliere investeerders overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1316/2013; en/of

b) een combinatie van financiële instrumenten en subsidies uit andere publieke bronnen dan de CEF, ongeacht of het om publieke bronnen van de Unie of van die op nationaal vlak gaat.

▼M1

5 bis.  Acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van de verstrekking in lokale gemeenschappen van lokale draadloze connectiviteit die gratis is en zonder discriminerende voorwaarden, worden ondersteund met:

a) subsidies, en/of

b) andere vormen van financiële bijstand, met uitsluiting van financieringsinstrumenten.

▼B

6.  Horizontale acties worden ondersteund met

a) aanbesteding; en/of

b) subsidies.

7.  Het totale bedrag van de begrotingsmiddelen die worden toegewezen aan financiële instrumenten voor breedbandnetwerken, is niet hoger dan het minimumbedrag dat nodig is met het oog op kostenefficiënte interventies, op basis van de in artikel 14, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1316/2013 bedoelde voorafgaande beoordelingen.

▼M1

Dat bedrag vertegenwoordigt tot 15 % van de financiële middelen voor de telecommunicatiesector, bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 1316/2013.

▼B

8.  In ten minste één derde van de breedbandprojecten die krachtens deze verordening financiële bijstand ontvangen, moeten breedbandsnelheden van meer dan 100 Mbps beoogd worden.

9.  In vervolg op het in artikel 8, lid 6, bedoelde verslag, kunnen het Europees Parlement en de Raad op voorstel van de Commissie het overeenkomstig lid 7 van dit artikel vastgestelde bedrag en de in lid 8 van dit artikel bedoelde verhouding van de projecten herzien.

10.  Voor zover de steun uit de CEF de ESI-fondsen en andere rechtstreekse publieke steun aanvult, kan het verwezenlijken van synergie tussen de CEF-acties en de steun uit de ESI- fondsen worden versterkt met behulp van een passend coördinatiemechanisme.

Artikel 6

Subsidiabiliteitscriteria en financieringsprioriteiten

1.  Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren voldoen aan elk van de volgende voorwaarden om voor financiering in aanmerking te komen:

a) zij hebben voldoende wasdom om te kunnen worden geïntroduceerd; dit wordt met name aangetoond door middel van geslaagde proefprojecten in het kader van programma's, zoals programma's van de Unie op het gebied van innovatie en onderzoek;

b) zij dragen bij aan het beleid en de activiteiten van de Unie ter ondersteuning van de interne markt;

c) zij creëren een Europese meerwaarde en omvatten een langetermijnstrategie en -planning voor wat betreft de houdbaarheid ervan, in voorkomend geval door middel van financiering uit andere bronnen dan de CEF, waarvan de kwaliteit moet worden aangetoond door een haalbaarheidsstudie en kosten-batenanalyse. Een dergelijke strategie wordt wanneer nodig geactualiseerd;

d) zij voldoen aan internationale en/of Europese normen of open specificaties en richtsnoeren voor interoperabiliteit, zoals het Europees interoperabiliteitskader voor Europese overheidsdiensten, en worden geënt op bestaande oplossingen.

2.  De selectie van de uit de CEF te financieren acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren, en het niveau van financiering daarvan, worden uitgevoerd in het kader van een jaarlijks werkprogramma in de zin van artikel 17, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1316/2013.

3.  De bouwstenen die essentieel zijn voor, en aantoonbaar zullen worden gebruikt bij, de ontwikkeling, introductie en exploitatie van andere digitale-diensteninfrastructuren, vermeld in afdeling 1.1 van de bijlage, hebben bij de financiering de hoogste prioriteit.

4.  Tweede prioriteit krijgen andere digitale-diensteninfrastructuren die het recht van de Unie, de beleidslijnen en programma's in de zin van afdeling 1.2 en 1.3 van de bijlage ondersteunen, en indien mogelijk op bestaande bouwstenen berusten.

5.  De ondersteuning van centrale dienstenplatforms heeft voorrang boven generieke diensten.

6.  Op basis van de doelstellingen in artikel 3 van deze verordening en de beschrijving van de projecten van gemeenschappelijk belang in de bijlage bij deze verordening, en rekening houdend met het beschikbare budget, kunnen in de jaarlijkse werkprogramma's en in de meerjarenwerkprogramma's, bedoeld in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1316/2013, nadere criteria inzake subsidiabiliteit en prioriteiten op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren worden vastgesteld.

7.  Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van breedbandnetwerken voldoen aan elk van de volgende voorwaarden, om voor financiering in aanmerking te komen:

a) zij leveren een aanzienlijke bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Digitale Agenda voor Europa;

b) zij hebben met betrekking tot de projectontwikkeling en -voorbereiding voldoende wasdom en worden door doeltreffende uitvoeringsmechanismen ondersteund;

c) zij reageren op tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties;

d) zij leiden er niet toe dat de mededinging wordt verstoord of particuliere investeringen worden verdrongen;

e) er wordt gebruik gemaakt van de technologie die het meest geschikt wordt beschouwd om te voorzien in de behoeften van het desbetreffende geografische gebied, rekening houdend met geografische, sociale en economische factoren, op basis van objectieve criteria en technologische neutraliteit;

f) de voor het project meest geschikte technologie wordt ingezet, en de beste balans tussen geavanceerde technologieën in termen van gegevensstroomcapaciteit, transmissieveiligheid, veerkrachtigheid van het netwerk en kostenefficiëntie wordt voorgesteld.

g) zij zijn in grote mate reproduceerbaar en/of zijn gebaseerd op innovatieve bedrijfsmodellen.

8.  De criteria als bedoeld in lid 7, onder g), van dit artikel zijn niet van toepassing op projecten die worden gefinancierd uit aanvullende gereserveerde bijdragen, verleend overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1316/2013.

▼M1

8 bis.  Acties die bijdragen tot projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van het verstrekken in lokale gemeenschappen van hoogwaardige lokale draadloze connectiviteit die gratis is en zonder discriminerende voorwaarden, voldoen aan de voorwaarden die in afdeling 4 van de bijlage zijn opgenomen om voor de financiering in aanmerking te komen.

▼B

9.  Horizontale acties voldoen aan één van de volgende criteria om voor financiering in aanmerking te komen:

a) met betrekking tot de introductie, de governance en de behandeling van bestaande of nieuwe toepassingsproblemen worden uitvoeringsmaatregelen voorbereid of ondersteund;

b) nieuwe vraag naar digitale-diensteninfrastructuren wordt gegenereerd.

Artikel 7

Samenwerking met derde landen en internationale organisaties

1.  De Unie kan contacten leggen, besprekingen aangaan en informatie uitwisselen en samenwerken met overheidsdiensten of andere organisaties in derde landen om een van de doelstellingen te verwezenlijken die met deze verordening worden nagestreefd. Tot de doelstellingen van deze samenwerking behoort onder meer de bevordering van de interoperabiliteit tussen netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur in de Unie en soortgelijke netwerken in derde landen.

2.  Landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), kunnen in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden deelnemen aan de sector van de telecommunicatie-infrastructuur die betrekking heeft op de CEF.

3.  In afwijking van artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) nr. 1316/2013 kunnen de toetredende landen en de kandidaat-lidstaten die in aanmerking komen voor een pretoetredingsstrategie, in overeenstemming met overeenkomsten die met de Unie zijn ondertekend deelnemen aan de sector van de telecommunicatie-infrastructuur die betrekking heeft op de CEF.

4.  Wat de deelname van de EVA-landen betreft, wordt de sector van de CEF die telecommunicatie-infrastructuur omvat, als een afzonderlijk programma beschouwd.

Artikel 8

Informatie-uitwisseling, toezicht en verslaglegging

1.  Op basis van de informatie die zij ontvangen overeenkomstig de derde alinea van artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1316/2013, wisselen de lidstaten en de Commissie informatie en goede praktijken uit over de voortgang in de uitvoering van deze verordening. Waar passend betrekken de lidstaten lokale en regionale overheden bij dit proces. De Commissie publiceert jaarlijks een overzicht van die informatie, en legt ze aan het Europees Parlement en de Raad voor.

2.  De Commissie wordt bijgestaan door een groep van deskundigen, bestaande uit een vertegenwoordiger van elke lidstaat, die door haar worden geraadpleegd. De groep van deskundigen steunt de Commissie met name op de volgende gebieden:

a) toezicht op de tenuitvoerlegging van deze verordening;

b) inachtneming van nationale plannen of nationale strategieën, indien van toepassing;

c) nemen van maatregelen om de uitvoering van de werkprogramma's op financieel en technisch niveau te beoordelen;

d) behandelen van bestaande of nieuwe problemen bij de uitvoering van projecten;

e) vaststellen van strategische richtsnoeren, voorafgaand aan het opstellen van de jaarlijkse werkprogramma's en de meerjarenwerkprogramma's, bedoeld in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1316/2013, in het bijzonder ten aanzien van de selectie en intrekking van acties die bijdragen tot de verwezenlijking van projecten van gemeenschappelijk belang, de verdeling van de middelen alsook de herziening van deze werkprogramma's.

3.  De groep van deskundigen kan zich voorts buigen over ieder ander onderwerp met betrekking tot de ontwikkeling van trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur.

4.  De Commissie informeert de groep van deskundigen over de geboekte vooruitgang met de tenuitvoerlegging van de jaarlijkse werkprogramma's en de meerjarenwerkprogramma's, bedoeld in artikel 17 van Verordening (EU) nr. 1316/2013.

5.  De groep van deskundigen werkt samen met instanties die betrokken zijn bij de planning, de ontwikkeling en het beheer van digitale netwerken en diensten, en met andere belanghebbenden.

De Commissie en andere instanties die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van deze verordening, zoals de Europese Investeringsbank, besteden bijzondere aandacht aan de opmerkingen van de groep van deskundigen.

6.  Samen met de tussentijdse evaluatie en de ex-postevaluatie van Verordening (EU) nr. 1316/2013 als bedoeld in artikel 27 van die verordening publiceert de Commissie met de hulp van de groep van deskundigen een verslag over de voortgang in de toepassing van deze verordening. Dit verslag wordt aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd.

7.  Dat verslag behelst een evaluatie van de voortgang in de ontwikkeling en uitvoering van projecten van gemeenschappelijk belang, met inbegrip van, waar van toepassing, vertragingen in de uitvoering en ondervonden moeilijkheden, alsmede informatie over vastleggingen en betalingen.

8.  In het verslag evalueert de Commissie eveneens of de werkingssfeer van de projecten van gemeenschappelijk belang de technologische ontwikkelingen en innovaties alsmede de ontwikkelingen op het gebied van regelgeving of de markt en de economie blijft weerspiegelen, en of, gezien dergelijke ontwikkelingen en de noodzaak van duurzaamheid op lange termijn, financiering voor een of meer van de ondersteunde projecten van gemeenschappelijk belang moet worden uitgefaseerd dan wel dat deze uit andere bronnen moeten worden gefinancierd. Voor projecten die naar verwachting aanzienlijke effecten op het milieu hebben, bevatten die verslagen een analyse van de milieu-effecten, indien van toepassing rekening houdend met de behoeften inzake aanpassing aan en matiging van de klimaatverandering en inzake rampenbestendigheid. Deze evaluatie kan eveneens op enig ander ogenblik worden verricht wanneer dit passend wordt geacht.

9.  De verwezenlijking van de specifieke doelstellingen van artikel 3 wordt ex-post gemeten, onder meer door te kijken naar:

a) de beschikbaarheid van digitale-diensteninfrastructuren, berekend aan de hand van het aantal lidstaten dat met elke digitale-diensteninfrastructuur is verbonden;

b) het percentage burgers en bedrijven dat gebruik maakt van digitale-diensteninfrastructuren en de beschikbaarheid van dergelijke diensten over de grenzen heen;

c) het investeringsvolume dat is aangetrokken op het gebied van breedband, en het bereikte hefboomeffect, voor projecten die worden gefinancierd met bijdragen uit andere overheidsbronnen, bedoeld in artikel 5, lid 5, onder b);

▼M1

d) het aantal aansluitingen op lokale draadloze toegangspunten tot stand gebracht in het kader van acties ter uitvoering van afdeling 4 van de bijlage.

▼B

Artikel 9

Intrekking

Beschikking nr. 1336/97/EG wordt ingetrokken.

Artikel 10

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.




BIJLAGE

PROJECTEN VAN GEMEENSCHAPPELIJK BELANG

AFDELING 1.   DIGITALE-DIENSTENINFRASTRUCTUREN

Bij interventie op het gebied van digitale-diensteninfrastructuren wordt over het algemeen een tweeledige aanpak gehanteerd, waarbij centrale dienstenplatforms en generieke diensten worden betrokken. Het centrale dienstenplatform is onontbeerlijk voor het opzetten van een digitale-diensteninfrastructuur.

De centrale dienstenplatforms zijn van belang voor de behoeften aan interoperabiliteit en veiligheid binnen projecten van gemeenschappelijk belang. Zij zijn erop gericht digitale interactie tussen enerzijds overheidsdiensten en anderzijds burgers, tussen overheidsdiensten en het bedrijfsleven en organisaties, of tussen overheidsdiensten van verschillende lidstaten onderling mogelijk te maken door middel van gestandaardiseerde, grensoverschrijdende en gebruiksvriendelijke platforms voor interactie.

Digitale-diensteninfrastructuren met bouwstenen zijn onontbeerlijk voor andere digitale-diensteninfrastructuren, waardoor de eerste categorie voorrang krijgt. Generieke diensten zorgen voor de verbinding met de centrale dienstenplatforms en maken het mogelijk dat nationale diensten met meerwaarde gebruik maken van de centrale dienstenplatforms. Zij bieden portalen tussen nationale diensten en centrale dienstenplatforms en geven nationale overheidsdiensten en organisaties, bedrijven en/of burgers toegang tot het centrale dienstenplatform ten behoeve van hun grensoverschrijdende activiteiten. De kwaliteit van de dienstverlening en de steun voor belanghebbenden die betrokken zijn bij grensoverschrijdende activiteiten, moeten worden zekergesteld. Zij moeten het gebruik van centrale dienstenplatforms ondersteunen en bevorderen.

De aandacht moet niet in zijn geheel worden gericht op het creëren van digitale-diensteninfrastructuren en aanverwante diensten maar ook op de governance betreffende de exploitatie van dergelijke platforms.

Nieuwe centrale dienstenplatforms moeten hoofdzakelijk worden gebaseerd op bestaande platforms en hun bouwstenen, en/of moeten, indien mogelijk, nieuwe bouwstenen toevoegen.

1. De bouwstenen die in de werkprogramma's worden opgenomen onder voorbehoud van artikel 6, leden 1 en 3, zijn de volgende:

a) Elektronische identificatie en authenticatie: hiermee worden diensten bedoeld voor grensoverschrijdende erkenning en validering van elektronische identificatie en elektronische handtekeningen.

b) Elektronische levering van documenten: hiermee worden diensten bedoeld voor de beveiligde, traceerbare grensoverschrijdende transmissie van elektronische documenten.

c) Geautomatiseerde vertaling: hiermee worden automatische vertaalsystemen en gespecialiseerde taalhulpmiddelen bedoelde, waaronder de vereiste tools en programmeerinterfaces om pan-Europese digitale diensten in een meertalige omgeving te exploiteren.

d) Steun voor kritieke digitale infrastructuur: hiermee worden communicatiekanalen en -platforms bedoeld om de capaciteit binnen de Unie inzake paraatheid, informatiedeling, coördinatie en respons ten aanzien van bedreigingen van de cyberveiligheid te verbeteren.

e) Elektronisch factureren: hiermee worden diensten bedoeld voor de beveiligde elektronische uitwisseling van facturen.

2. Gevestigde digitale-diensteninfrastructuren die met name voor financiering in aanmerking komen omdat zij bijdragen tot een ononderbroken dienstverlening, onder voorbehoud van artikel 6, lid 1:

a) Toegang tot het digitale materiaal van het Europese erfgoed. Hiermee wordt het centrale dienstenplatform bedoeld dat is gebaseerd op het huidige Europeana-portaal. Het platform biedt toegang tot specifieke items met betrekking tot het Europees cultureel erfgoed, een reeks interfacespecificaties voor communicatie met de infrastructuur (zoeken naar gegevens, downloaden van gegevens), ondersteuning voor de aanpassing van metadata en integratie van nieuwe inhoud, en informatie over de voorwaarden voor hergebruik van de via de infrastructuur toegankelijke inhoud.

b) Veiliger internetdiensteninfrastructuur. Hiermee wordt het platform voor de verwerving, de exploitatie en het beheer van gedeelde computingfaciliteiten, databanken en software alsook voor de uitwisseling van beste praktijken voor de Safer Internet Centres (SIC's) in de lidstaten bedoeld. Dit omvat tevens de back-office voor de verwerking van meldingen van weergaven van seksueel misbruik van kinderen op het internet, met een verbinding naar politieautoriteiten, inclusief internationale organisaties zoals Interpol, en wanneer nodig, de handelingen voor het verwijderen van deze inhoud door de desbetreffende websites. Dit zal worden ondersteund door gemeenschappelijke databanken en gemeenschappelijke softwaresystemen. De SIC's en hun relevante activiteiten zoals hulplijnen, meldpunten, bewustmakingsknooppunten en andere bewustmakingsactiviteiten zijn het belangrijkste element van de infrastructuur voor een veiliger internet.

3. Overige digitale-diensteninfrastructuren die voor financiering in aanmerking komen, behoudens artikel 6, lid 1:

a) Interoperabele grensoverschrijdende elektronische aanbestedingen. Hiermee wordt een reeks diensten bedoeld die door dienstverleners op het gebied van elektronische aanbesteding (e-Procurement) uit de publieke en de private sector kunnen worden gebruikt om grensoverschrijdende platforms voor elektronische aanbesteding op te zetten. Deze infrastructuur zal elke onderneming in de Unie in staat stellen deel te nemen aan openbare aanbestedingsprocedures van elke aanbestedende dienst of entiteit in elke lidstaat, zowel voor de activiteiten vóór als na de elektronische gunning, inclusief functionaliteiten als het elektronisch indienen van aanbiedingen, een virtueel ondernemingsdossier, elektronische catalogi, elektronische bestellingen en elektronische facturen.

b) Interoperabele grensoverschrijdende eHealth-diensten. Hiermee worden diensten bedoeld die de interactie tussen burgers/patiënten en zorgverstrekkers mogelijk maken, alsmede van onderneming-naar-onderneming transmissie van gegevens, of peer-to-peercommunicatie tussen burgers/patiënten en/of medisch personeel en instellingen. De diensten omvatten grensoverschrijdende toegang tot elektronische patiëntendossiers en elektronische voorschriften alsmede telediensten op het gebied van gezondheidszorg/ondersteund wonen enz.

c) Europees platform voor interconnectie van Europese bedrijfsregisters. Hiermee wordt een platform bedoeld dat voorziet in een reeks centrale instrumenten en diensten die bedrijfsregisters in alle lidstaten in staat stellen informatie uit te wisselen over geregistreerde ondernemingen, de dochterondernemingen daarvan, fusies en liquidaties. Ook wordt voorzien in een meertalige en landoverschrijdende zoekfunctie voor gebruikers die een via het e-justitieportaal toegankelijk centraal toegangspunt bezoeken.

d) Toegang tot herbruikbare overheidsinformatie. Hiermee wordt een platform bedoeld dat één toegangspunt biedt tot meertalige gegevensreeksen (in officiële talen van de instellingen van de Unie) die in de Unie in het bezit zijn van overheidsinstanties op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau; instrumenten voor het zoeken en visualiseren van de gegevens; de garantie dat de beschikbare gegevensreeksen naar behoren geanonimiseerd zijn, over een licentie beschikken en indien van toepassing van prijzen zijn voorzien om te worden gepubliceerd, herverspreid en hergebruikt, inclusief een controlespoor voor de herkomst van de gegevens.

Elektronische procedures voor het oprichten en exploiteren van een onderneming in een ander Europees land. Deze dienst moet het mogelijk maken om alle noodzakelijke administratieve procedures grensoverschrijdend via één elektronisch contactpunt (één loket) af te wikkelen. Deze dienst is een vereiste van Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ).

e) Interoperabele grensoverschrijdende onlinediensten. Hiermee worden platforms bedoeld ter bevordering van de interoperabiliteit en samenwerking tussen de lidstaten op gebieden van gemeenschappelijk belang, in het bijzonder om de werking van de interne markt te verbeteren, zoals e-justitie, waardoor grensoverschrijdende onlinetoegang door burgers, bedrijven, organisaties en rechtsbeoefenaars tot juridische bronnen/stukken en rechtsprocedures mogelijk is, onlinegeschillenbeslechting (ODR) voor het online beslechten van grensoverschrijdende geschillen tussen consumenten en handelaren en Electronic Exchange of Social Security Information (elektronische uitwisseling van socialezekerheidsgegevens) (EESSI), waarmee socialezekerheidsinstellingen in de hele Unie op een snellere en veiligere manier informatie kunnen uitwisselen.

AFDELING 2.   BREEDBANDNETWERKEN

1.    De reikwijdte van de acties

De acties moeten in het bijzonder bestaan uit een of meer van de volgende onderdelen:

a) de aanleg van passieve fysieke infrastructuur, actieve fysieke infrastructuur of een combinatie daarvan, en aanvullende infrastructuur, aangevuld met diensten die noodzakelijk zijn om deze infrastructuur te exploiteren;

b) bijbehorende faciliteiten en bijbehorende diensten, zoals bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere dragende constructies, kabelgoten, leidingen, masten, mangaten en kasten;

c) daar waar mogelijk worden potentiële synergieën tussen de uitrol van breedbandnetwerken en andere netwerken van nutsvoorzieningen (energie, vervoer, water, riolering, enz.) benut, in het bijzonder met betrekking tot slimme elektriciteitsdistributie.

2.    Bijdrage aan het behalen van de doelstellingen van de Digitale agenda voor Europa

Alle projecten die op grond van deze afdeling financiële bijstand ontvangen, dienen een wezenlijke bijdrage te leveren aan het behalen van de doelstellingen van de Digitale Agenda voor Europa.

Rechtstreeks door de Unie gefinancierde acties moeten:

a) zijn gebaseerd op al dan niet draadloze technologie die in staat is zeer snelle breedbanddiensten te leveren en zodoende te voldoen aan de vraag naar toepassingen die grote bandbreedte vereisen;

b) zijn gebaseerd op innovatieve zakelijke modellen en/of nieuwe categorieën projectontwikkelaars of investeerders aantrekken; of

c) een hoge mate van dupliceerbaarheid bieden, waardoor er als gevolg van het demonstratie-effect een bredere impact op de markt mogelijk is;

d) waar mogelijk, de digitale kloof helpen verkleinen;

e) in overeenstemming zijn met het toepasselijke recht, in het bijzonder het mededingingsrecht en de verplichtingen inzake toegang als bedoeld in Richtlijn 2002/19/EG.

Acties die worden gefinancierd uit aanvullende gereserveerde bijdragen overeenkomstig artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1316/2013 moeten aanzienlijke nieuwe capaciteiten op de markt brengen wat betreft de beschikbaarheid, snelheden en capaciteiten van breedbanddiensten. Projecten die datatransmissiesnelheden van minder dan 30 Mbps bieden, moeten na verloop van tijd die snelheden verhogen tot ten minste 30 Mbps, en waar mogelijk tot 100 Mbps.

3.    Projectevaluatie om optimale financieringsstructuren te bepalen

De uitvoering van acties moet worden gebaseerd op een alomvattende projectevaluatie. Bij een dergelijke projectevaluatie moeten onder meer de marktsituatie, met inbegrip van informatie over bestaande en/of geplande infrastructuur, wettelijke verplichtingen voor projectontwikkelaars alsmede commerciële en marketingstrategieën worden betrokken. Met de projectevaluatie moet in het bijzonder worden bepaald of het programma:

a) noodzakelijk is om tekortkomingen van de markt of niet-optimale investeringssituaties die niet door middel van regelgeving kunnen worden opgelost, aan te pakken;

b) niet leidt tot verstoring van de mededinging of verdringing van particuliere investeringen.

Deze criteria worden hoofdzakelijk gebaseerd op het vermogen van het project om inkomsten te genereren, het risico dat met een project is verbonden en het type geografisch gebied waar de actie wordt uitgevoerd.

4.    Financieringsbronnen

a) Projecten van gemeenschappelijk belang op het gebied van breedband worden gefinancierd door middel van financiële instrumenten. Het budget dat aan deze instrumenten wordt toegewezen, is afdoende maar ligt niet hoger dan het bedrag dat nodig is om een volledig operationele interventie op te zetten en een minimale efficiënte omvang van het instrument te bereiken.

b) Overeenkomstig de regels van het Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012, Verordening (EU) nr. 1316/2013, en alle relevante verordeningen betreffende ESI-fondsen mogen de onder a) bedoelde financiële instrumenten worden gecombineerd met aanvullende bijdragen uit:

i) andere sectoren van de CEF;

ii) andere instrumenten, programma's en begrotingslijnen van de begroting van de Unie;

iii) lidstaten, met inbegrip van regionale en lokale autoriteiten, die besluiten eigen middelen of middelen uit de ESI-fondsen te benutten. Bijdragen uit de ESI- fondsen moeten geografisch worden ingeperkt om ervoor te zorgen dat deze worden uitgegeven binnen een lidstaat of regio die een bijdrage levert;

iv) alle overige investeerders, met inbegrip van particuliere investeerders.

c) De in de punten a) en b) bedoelde financiële instrumenten mogen ook worden gecombineerd met subsidies van de lidstaten, met inbegrip van regionale en lokale autoriteiten, die besluiten eigen middelen of middelen uit de ESI-fondsen te benutten, op voorwaarde dat:

i) de desbetreffende actie voldoet aan alle in deze verordening genoemde criteria voor financiering; en

ii) goedkeuring inzake staatssteun is verleend.

AFDELING 3.   HORIZONTALE ACTIES

De introductie van trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur waarmee de bestaande knelpunten in de digitale eengemaakte markt kunnen worden weggenomen, gaat samen met studies en programmaondersteunende acties. Deze acties kunnen bestaan uit:

a) technische bijstand ter voorbereiding of ondersteuning van uitvoeringsmaatregelen op het vlak van de introductie, de governance en het aanpakken van bestaande of opkomende problemen bij de uitvoering; of

b) acties om nieuwe vraag naar digitale-diensteninfrastructuren te genereren.

De steun van de Unie uit hoofde van deze verordening wordt gecoördineerd met steun uit alle andere beschikbare bronnen, waarbij dubbele infrastructuur wordt vermeden en de vervanging van private investeringen wordt voorkomen.

▼M1

AFDELING 4.   DRAADLOZE CONNECTIVITEIT IN LOKALE GEMEENSCHAPPEN

Om in aanmerking te komen voor financiële bijstand, moeten acties gericht zijn op de verstrekking van lokale draadloze connectiviteit die gratis is en zonder discriminerende voorwaarden in centra van het lokale openbare leven, met inbegrip van openbare buitenruimten die een belangrijke rol spelen in het openbare leven van lokale gemeenschappen. Omwille van de toegankelijkheid bieden die acties toegang tot diensten die ten minste in de relevante talen van de betrokken lidstaat beschikbaar zijn en, voor zover mogelijk, in de andere officiële talen van de instellingen van de Unie.

Financiële bijstand is beschikbaar voor overheidsinstanties als gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad ( 2 ), die zich ertoe verbinden om, in overeenstemming met het nationaal recht, lokale draadloze connectiviteit die gratis is en zonder discriminerende voorwaarden, te verstrekken door middel van de installatie van lokale draadloze toegangspunten.

Acties voor de verstrekking van lokale draadloze connectiviteit komen in aanmerking voor financiering indien deze:

1) worden uitgevoerd door een overheidsinstantie als bedoeld in de tweede alinea, die de installatie van lokale draadloze toegangspunten in openbare binnen- of buitenruimten kan plannen en controleren, en voor ten minste drie jaar voor de financiering van de exploitatiekosten ervan kan instaan;

2) gebruikmaken van snelle breedbandconnectiviteit die de gebruikers een kwalitatief hoogwaardige internetervaring biedt die

a) gratis en zonder discriminerende voorwaarden, gemakkelijk toegankelijk en beveiligd is en gebruikmaakt van de meest recente en de beste beschikbare uitrusting die de gebruikers ervan zeer snelle connectiviteit kan leveren, en

b) de toegang tot innovatieve digitale diensten ondersteunt, zoals die welke worden aangeboden via infrastructuren voor digitale diensten;

3) gebruikmaken van de door de Commissie te verstrekken gemeenschappelijke visuele identiteit en verwijzen naar de bijbehorende online-instrumenten;

4) voldoen aan de beginselen van technologieneutraliteit op het niveau van de backhaul, van efficiënt gebruik van overheidsfinanciering en van aanpassingsvermogen van de projecten aan het beste technologische aanbod;

5) garanderen de nodige uitrusting te leveren en/of de daaraan gerelateerde installatiediensten te verlenen overeenkomstig de toepasselijke regelgeving om ervoor te zorgen dat projecten de mededinging niet onnodig vervalsen.

Acties die overlappen met een bestaand gratis particulier of publiek aanbod met soortgelijke kenmerken, met inbegrip van kwaliteitskenmerken, in dezelfde openbare ruimte, komen niet voor financiering in aanmerking. Dergelijke overlapping kan worden voorkomen door ervoor te zorgen dat het bereik van de in het kader van deze verordening gefinancierde toegangspunten zodanig is ontworpen dat voornamelijk openbare ruimten worden bestreken en dat er geen overlapping is met dat van een particulier of openbaar aanbod met soortgelijke kenmerken.

Het beschikbare budget wordt, op een geografisch evenwichtige wijze verspreid over de verschillende lidstaten, toegewezen aan acties die aan de in deze afdeling genoemde voorwaarden voldoen, op basis van het aantal ontvangen voorstellen en, in beginsel, volgens het principe „wie het eerst komt, het eerst maalt”. De totale toewijzing van middelen in het kader van elke oproep beslaat alle lidstaten die voorstellen indienen die in aanmerking komen voor financiering.

Acties die in het kader van deze afdeling worden gefinancierd, hebben een looptijd van ten minste drie jaar en worden tijdens deze periode nauwlettend gecontroleerd door de Commissie. Na de looptijd blijft de Commissie inzicht geven in de functionaliteit van deze acties en informatie verzamelen die als input kan dienen voor toekomstige initiatieven.



( 1 ) Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 36).

( 2 ) Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (PB L 327 van 2.12.2016, blz. 1).

Top