Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52017PC0637

Gewijzigd voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad

COM/2017/0637 final - 2015/0288 (COD)

Brussel, 31.10.2017

COM(2017) 637 final

2015/0288(COD)

Gewijzigd voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD


betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

{SWD(2017) 354 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Op 9 december 2015 stelde de Commissie een voorstel vast voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud 1 en een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen 2 . Het is de bedoeling dat deze voorstellen de belangrijkste obstakels voor grensoverschrijdende handel op het gebied van overeenkomstenrecht wegnemen en zo groei helpen bevorderen door een echte eengemaakte digitale markt tot stand brengen, ten gunste van zowel consumenten als ondernemingen.

Met dit gewijzigde voorstel beoogt de Commissie de reikwijdte van het voorstel voor een richtlijn betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop 3 en andere verkoop op afstand van goederen uit te breiden tot de verkoop van hand tot hand.

Tegen de achtergrond van de snelheid waarmee als gevolg van de digitalisering commerciële en technische veranderingen plaatsvinden, streefde de Commissie er in haar oorspronkelijke voorstel naar om zo snel mogelijk de voornaamste hindernissen voor grensoverschrijdende handel te slechten. Zij gaf daarom prioriteit aan de indiening van een voorstel dat alleen op online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen betrekking had. In de mededeling bij het voorstel verklaarde de Commissie: “Gezien het toenemend belang van het meer-kanalen distributiemodel [...] zal de Commissie alle vereiste stappen zetten om de regels voor online- en offline-verkoop van goederen te harmoniseren. Zij zal ervoor zorgen dat consumenten en ondernemingen kunnen afgaan op een samenhangend juridisch kader.” 4 Om deze samenhang te waarborgen, verbond de Commissie zich ertoe de medewetgevers gegevens te verstrekken met betrekking tot de verkoop van hand tot hand die zij bezig was te verzamelen in het kader van de REFIT-geschiktheidscontrole van de voornaamste EU-richtlijnen over consumentenrechten, waaronder ook Richtlijn 1999/44/EG betreffende de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen (hierna: “richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen”) 5 . In de mededeling legde de Commissie er voorts de nadruk op dat met de conclusies van deze exercitie “rekening [zou] kunnen worden gehouden bij de werkzaamheden van de medewetgevers inzake het voorstel voor de online-verkoop van goederen, bijvoorbeeld door de reikwijdte van dat voorstel uit te breiden.” 6  De relevante gegevens die de Commissie verzamelde in het kader van de geschiktheidscontrole werden in de periode augustus-september 2016 aan de medewetgevers doorgegeven en vervolgens in mei 2017 gepubliceerd 7 .

Tijdens de discussies over het voorstel in het Europees Parlement (EP) en in de Raad hebben de medewetgevers onderstreept dat het noodzakelijk is dat de regels voor verkoop op afstand en die voor verkoop van hand tot hand onderling samenhangend zijn. De EP-rapporteurs van zowel de voor het voorstel inzake online-verkoop en andere verkoop op afstand verantwoordelijke commissie interne markt en consumentenbescherming (IMCO) als de voor dat voorstel medeverantwoordelijke commissie juridische zaken (JURI), hebben amendementen ingediend die de reikwijdte van het voorstel uitbreiden tot alle koopovereenkomsten die tussen verkopers en consumenten worden afgesloten. In dat kader heeft IMCO de onderzoeksdienst van het Europees Parlement verzocht om een ex-ante effectbeoordeling uit te voeren om de gevolgen van deze amendementen te beoordelen. Deze EP-effectbeoordeling werd op 14 juli 2017 gepubliceerd en de conclusies ervan onderschrijven de noodzaak van coherente regels voor alle verkopen, van welke coherentie zowel ondernemingen als consumenten zouden profiteren 8 .

Tijdens de informele bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 7 juli 2017 alsook in de werkgroep civiel recht (overeenkomstenrecht) van de Raad, heeft de overgrote meerderheid van de lidstaten zijn bedenkingen uitgesproken over de juridische fragmentatie die het gevolg zou zijn van het bestaan van verschillende regelingen voor enerzijds de verkoop op afstand en anderzijds de verkoop van hand tot hand van goederen, waarbij zij betoogden dat voor de verkoop van goederen steeds dezelfde regels moeten gelden, ongeacht het verkoopkanaal. Een aantal lidstaten heeft zich bijgevolg op het standpunt gesteld dat de Commissie met een gewijzigd voorstel moet komen dat zich ook tot de verkoop van hand tot hand uitstrekt.

Voorts beoogt dit gewijzigd voorstel te bevorderen dat er tijdig vooruitgang wordt geboekt op een terrein dat bij de strategieën voor de eengemaakte markt centraal staat, in overstemming met de conclusies van de Europose Raad: in juni 2016 drong de Europese Raad erop aan dat “de verschillende [...] strategieën [...] voor de eengemaakte markt uiterlijk in 2018 worden voltooid en uitgevoerd.” 9 En in juni 2017 beklemtoonde de Europese Raad dat "verdere inspanningen van de EU en haar lidstaten nodig zijn om het in de conclusies van juni 2016 weergegeven ambitieniveau te halen voor de eengemaakte markt [...] De Raad zal aan de Europese Raad van juni 2018 verslag uitbrengen over de vooruitgang bij het verdiepen, uitvoeren en handhaven van de eengemaakte markt in al haar aspecten." 10  

Met de indiening van dit gewijzigde voorstel, dat de reikwijdte van het oorspronkelijke voorstel uitbreidt tot verkoop van hand tot hand, reageert de Commissie op de bovengenoemde ontwikkelingen in het kader van de inter-institutionele onderhandelingen, waarbij zij rekening houdt met de bevindingen van de geschiktheidscontrole 11 en de door de onderzoekdienst van het Europees Parlement uitgevoerde effectbeoordeling, zoals gedetailleerd weergegeven in het werkdocument van de diensten van de Commissie dat het gewijzigde voorstel vergezelt 12 .

Motivering en doel van het voorstel

De effectbeoordeling bij het oorspronkelijke voorstel gaf een overzicht van de problemen die zowel consumenten als bedrijven ondervinden ten gevolge van de verschillen in nationale regelingen inzake overeenkomstenrecht. De minimumharmonisatie waarvoor in de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen is gekozen, moedigt consumenten niet aan tot het kopen en ondernemingen niet aan tot het verkopen in andere EU-landen 13 . Daardoor kunnen consumenten en bedrijven niet optimaal profiteren van de kansen die de interne markt biedt. De geschiktheidscontrole bevestigde de noodzaak van samenhangende regels op dit terrein die zowel op verkoop op afstand als op verkoop van hand tot hand van toepassing zijn 14 .

Hoewel sinds de vaststelling van het voorstel door de Commissie het vertrouwen van consumenten in grensoverschrijdende online-aankopen – die het merendeel van de grensoverschrijdende handel in consumptiegoederen uitmaken – is toegenomen, is dit vertrouwen nog steeds lager dan hun vertrouwen in binnenlandse aankopen 15 . Een van de voornaamste zorgen van consumenten over grensoverschrijdende elektronische handel is de onzekerheid over hun belangrijkste contractuele rechten 16 . Het toegenomen consumentenvertrouwen heeft zich bovendien niet vertaald in een even sterke toename van de grensoverschrijdende aankopen 17 .

Het vertrouwen van bedrijven in grensoverschrijdende verkopen neemt nog steeds niet toe. Volgens de laatste EU-brede enquête (2016) verklaart 58 % van alle detailhandelaren in de EU vertrouwen in online-verkoop te hebben; slechts 28 % heeft echter vertrouwen in de online-verkoop naar andere EU-landen, en 30 % deelt mee alleen vertrouwen te hebben in de verkoop aan consumenten in zijn eigen land 18 . Deze nieuwe gegevens bevestigen de rol die het verschil in nationaal overeenkomstenrecht speelt als een van de voornaamste belemmeringen voor grensoverschrijdende verkopen en die in de effectbeoordeling bij het oorspronkelijke voorstel naar voren kwam: twee van de vier voornaamste belemmeringen voor grensoverschrijdende handel voor detailhandelaren die thans online verkopen, hebben betrekking op verschillen in nationaal overeenkomstenrecht (38,1 %) en verschillen in nationale voorschriften inzake consumentenbescherming (37,4 %) 19 . Deze bezwaren komen tot uitdrukking in het aanhoudend lage aantal detailhandelaars dat daadwerkelijk tot grensoverschrijdende elektronische handel overgaat 20 .

Verschillen tussen nationale bepalingen inzake consumentenovereenkomsten zijn ook van invloed op bedrijven en consumenten die zich bezighouden met de grensoverschrijdende verkoop van hand tot hand: de in het kader van de geschiktheidscontrole van het EU-consumenten- en marketingrecht uitgevoerde analyse laat zien dat 42 % van de detailhandelaren die van hand tot hand verkopen en 46 % van de detailhandelaren die gebruik maken van kanalen voor verkoop op afstand de kosten van de naleving van de variërende regels op het gebied van consumentenbescherming en overeenkomstenrecht een belangrijke belemmering voor grensoverschrijdende verkoop vindt 21 . Tegelijkertijd laten de gegevens van de recente geschiktheidscontrole zien dat voor 72 % van de consumenten verschillen in de rechten van consumenten in geval van gebrekkige producten een belangrijke tot zeer belangrijke factor zijn bij de beslissing om in een andere EU-land tot een aankoop van hand tot hand over te gaan 22 . 

Het oorspronkelijke voorstel had daarom tot doel de belangrijkste obstakels voor grensoverschrijdende handel op het gebied van overeenkomstenrecht weg te nemen om een einde te maken aan de problemen waarmee bedrijven en consumenten te maken hebben als gevolg van de complexiteit van het juridische kader en de kosten die bedrijven moeten maken als gevolg van de verschillen in overeenkomstenrecht.

Dit gewijzigde voorstel, dat van toepassing is op alle verkoop, streeft dezelfde doelstelling na en is daarvoor zelfs beter geëigend, aangezien handelaren die grensoverschrijdend van hand tot hand verkopen of overwegen om dit te gaan doen, evenzeer de gevolgen ondervinden van de onzekerheden en kosten die het gevolg zijn van verschillen in nationaal overeenkomstenrecht, welke gevolgen op hun beurt weer tot minder grensoverschrijdende verkopen en minder keuze en minder concurrerende prijzen voor de consument leiden. Bovendien voorkomt dit gewijzigde voorstel voor handelaren die nationaal zowel op afstand als van hand tot hand verkopen, de negatieve gevolgen waarvan sprake zou zijn wanneer op de verschillende distributiekanalen verschillende nationale regelingen inzake overeenkomstenrecht van toepassing zouden zijn. Het voorstel houdt dus rekening met de huidige toename van meer-kanalenverkoop en sluit aan bij de marktontwikkelingen, zowel wat consumenten als wat bedrijven betreft.

Samenhang met bestaande beleidsbepalingen op het betrokken beleidsgebied

De belangrijkste materiële bepalingen van het gewijzigde voorstel hebben betrekking op de voornaamste verschillen tussen de nationale dwingende bepalingen van consumentenrecht die voortvloeien uit de uitvoering door de lidstaten van de minimum-harmonisatiebepalingen van de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen. Het zijn immers die voornaamste verschillen tussen nationale regels die van invloed zijn op de beslissing van handelaren of en in welke mate zij grensoverschrijdend goederen gaan verkopen. Het voorstel neemt de voorschriften van de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen, waarvan de intrekking wordt voorgesteld, als uitgangspunt en voorziet in een volledige harmonisatie van de criteria voor de overeenstemming van de goederen, van de hiërarchie van de vormen van genoegdoening die de consument ter beschikking staan en van de voorwaarden voor de toepassing van die vormen van genoegdoening.

Het voorstel vult de bestaande horizontale wetgeving inzake consumentenbescherming aan, met name Richtlijn 2011/83/EU van het Europees en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten 23 . De twee instrumenten zullen elkaar niet overlappen, maar complementair ten opzichte van elkaar zijn, aangezien Richtlijn 2011/83/EU hoofdzakelijk bepalingen inzake precontractuele informatieverplichtingen en het recht om overeenkomsten op afstand of buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten te herroepen en regels inzake levering en de overgang van risico omvat, terwijl het voorstel betreffende overeenkomsten inzake de verkoop van goederen regels bevat over de overeenstemming van de goederen met de overeenkomst, de vormen van genoegdoening waarover consumenten beschikken in geval van een gebrek aan overeenstemming en de wijze waarop die vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast. Het voorstel is ook in overeenstemming met de resultaten van de geschiktheidscontrole van het consumenten- en marketingrecht van de EU 24 .

Het voorstel wordt aangevuld door sectorspecifieke EU-wetgeving, zoals de wetgeving inzake ecologisch ontwerp 25 of energie-etikettering 26 en de uitvoerings- en gedelegeerde handelingen dienaangaande, waarbij productspecifieke duurzaamheidsvoorschriften worden ingevoerd.

Tot slot is het voorstel verenigbaar met Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken 27 en Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) 28 , die regels bevatten om te bepalen welk gerecht bevoegd en welk recht toepasselijk is.

Samenhang met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel heeft betrekking op de maatregelen die door de Commissie zijn voorgesteld in haar mededeling inzake een brede aanpak voor het stimuleren van de grensoverschrijdende elektronische handel voor Europese burgers en bedrijven 29 . Elk van deze maatregelen draagt aanzienlijk bij tot het stimuleren van grensoverschrijdende elektronische handel in Europa en de combinatie ervan vormt een pakket van aanvullende elementen die noodzakelijk zijn om de voordelen van de toegenomen grensoverschrijdende elektronische handel optimaal te realiseren. Met name zou de volledige harmonisatie van de belangrijkste bepalingen van nationaal overeenkomstenrecht de tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening inzake geoblocking moeten vereenvoudigen 30 , aangezien daarmee een van de voornaamste redenen voor het “geoblocken” door ondernemingen wordt weggenomen.

Het gewijzigde voorstel is in overeenstemming met het voorstel voor een richtlijn inzake de levering van digitale inhoud. Beide voorstellen leveren een belangrijke bijdrage aan het aanboren van het potentieel van de digitale eengemaakte markt; het gewijzigde voorstel maakt een bijzonder belangrijk onderdeel van dit pakket uit, aangezien de verkoop van goederen meer dan 80 % van de totale grensoverschrijdende handel uitmaakt 31 . 

In de mededeling over de tussentijdse evaluatie van de uitvoering van de strategie voor de digitale interne markt 32 drong de Commissie er bij het Europees Parlement en de Raad op aan om tijdig alle voorgestelde maatregelen goed te keuren, gelet op de noodzaak de resterende hindernissen snel weg te nemen en een functionele digitale eengemaakte markt te verwezenlijken.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit gewijzigde voorstel is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het voornaamste doel ervan is verbetering van de totstandbrenging en de werking van de interne markt.

Zoals uiteengezet in deel 1 heeft de minimum-harmonisatie waarvoor in de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen is gekozen, geleid tot verschillen in bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht die het gevolg zijn van nationale dwingende voorschriften die verder gaan dan de minimumnormen die in de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen zijn neergelegd 33 . Deze verschillen scheppen belemmeringen voor de grensoverschrijdende handel en hebben derhalve een direct gevolg voor de totstandkoming en de werking van de interne markt en beperken de mededinging. Het voorstel zal de belemmeringen wegnemen voor de uitoefening van de fundamentele vrijheden die het gevolg zijn van deze verschillen en met name van de extra transactiekosten bij het afsluiten van grensoverschrijdende transacties en het gebrek aan vertrouwen op hun rechten dat consumenten ervaren wanneer zij goederen uit een ander EU-land betrekken. Al deze factoren zijn direct van invloed op de totstandkoming en de werking van de interne markt, beperken de mededinging en laten zien dat de minimumharmonisatie waarvoor in de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen is gekozen, onvoldoende is geweest om de interne-marktaspecten van de grensoverschrijdende verkoop van consumentengoederen binnen de Unie aan te pakken.

Intrekking van de bestaande richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen met haar minimum-harmonisatie en de vervanging daarvan door een richtlijn met volledige harmonisatie en een ruimere werkingssfeer, welke zowel verkoop op afstand als verkoop van hand tot hand bestrijkt, zal bijdragen tot een samenhangend juridisch kader dat het functioneren van de interne markt ondersteunt. Het voorstel zal een algemeen hoog niveau van EU-consumentenbescherming waarborgen door te voorzien in een reeks volledig geharmoniseerde dwingende regels die het niveau van bescherming dat consumenten thans uit hoofde van de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen genieten, zal handhaven en in een aantal gevallen zal verbeteren.

Subsidiariteit

Het gewijzigde voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

De doelstelling belemmeringen in verband met het consumentenovereenkomstenrecht uit de weg te ruimen en zodoende de interne markt te bevorderen ten behoeve van bedrijven en consumenten, kan niet in voldoende mate door de lidstaten worden verwezenlijkt. De bepalingen over de verkoop van goederen in de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen houden een minimumharmonisatie in en laten de lidstaten dus ruimte om deze op verschillende wijze te implementeren. Dit heeft geleid tot uiteenlopende nationale regels en bijgevolg tot transactiekosten voor grensoverschrijdende verkopen. Alleen een gecoördineerd optreden op het niveau van de Unie dat gericht is op het opheffen van bestaande uiteenlopende nationale benaderingen van het consumentenrecht binnen de Europese Unie door middel van een volledige harmonisatie, kan dit probleem oplossen en zo bijdragen tot de voltooiing van de interne markt.

Een initiatief op EU-niveau zal ervoor zorgen dat consumentenovereenkomstenrecht zich coherent ontwikkelt en daarbij waarborgen dat alle consumenten in de EU hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming genieten. Het zal zorgen voor rechtszekerheid voor bedrijven die hun goederen in andere lidstaten willen verkopen. Een dergelijk resultaat kan alleen worden bereikt door een optreden op EU-niveau. Het voorstel zal bepaalde belangrijke contractuele vormen van genoegdoening en de voorwaarden voor de toepassing daarvan volledig harmoniseren. Op die manier wordt één stel regels vastgesteld dat ervoor zorgt dat consumenten, ongeacht of ze in eigen land dan wel grensoverschrijdend, op afstand dan wel van hand tot hand kopen, in de hele Europese Unie hetzelfde hoge niveau van consumentenbescherming genieten en dat handelaars in alle lidstaten op basis van dezelfde contractuele voorwaarden aan consumenten kunnen verkopen. Het voorstel zou dus de nalevingskosten voor handelaars aanzienlijk beperken en tegelijkertijd een algemeen hoog EU-niveau van consumentenbescherming in stand houden en de welvaart van consumenten vergroten door een betere keus aan goederen tegen lagere prijzen.

Zoals ook werd benadrukt in de effectbeoordeling waartoe het Europees Parlement opdracht heeft gegeven, zouden maatregelen op EU-niveau, en dan met name maatregelen die ook op de verkoop van hand tot hand van toepassing zijn, effectiever zijn dan maatregelen op nationaal niveau. Alle adviezen die de nationale parlementen ontvingen over het voorstel voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, waren negatief ten aanzien van een eventuele invoering van verschillende regels voor de verkoop op afstand en de verkoop van hand tot hand van goederen 34 .

De aanpak door middel van volledige harmonisatie is al succesvol gebleken op het gebied van de EU-wetgeving inzake consumentenbescherming, met name de aanpak via de bepalingen van Richtlijn 2011/83/EU, doordat deze zorgt voor een reeks uniforme consumentenrechten voor alle consumenten in de Europese Unie, die in alle lidstaten op uniforme wijze worden uitgelegd en gehandhaafd.

Het voorstel zal ook een consistente wettelijke basis bieden voor gecoördineerde handhavingsacties krachtens de verordening 35 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming, en handhavingsacties zouden in belangrijke mate vereenvoudigd worden door de voorgestelde uniforme, volledig geharmoniseerde regels. De handhaving van de EU-wetgeving zal zo ten voordele van de EU-consumenten worden versterkt. Een dergelijk resultaat kan alleen worden bereikt door een optreden op EU-niveau.

Evenredigheid

Het gewijzigde voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, omdat het voorstel niet verder gaat dan wat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen.

Het voorstel zal niet alle aspecten van overeenkomsten voor verkoop van goederen harmoniseren. Het voorstel spitst zich toe op de verdere harmonisatie van alleen die gerichte, cruciale dwingende contractuele consumentenrechten in de EU die essentieel zijn voor grensoverschrijdende transacties en waarvan is vastgesteld dat zij het handelsverkeer van belanghebbenden belemmeren en noodzakelijk zijn om het vertrouwen van de consument te bevorderen. Voorts zal de keuze voor de juridische vorm van een richtlijn in plaats van een verordening tot aanzienlijk minder inmenging in het nationale recht leiden (zie hierna onder "Keuze van het instrument").

Keuze van het instrument

De keuze voor een richtlijn laat de lidstaten de vrijheid om de implementatie aan hun nationale recht aan te passen en daarbij te zorgen voor eenvoudige en moderne regels die belemmeringen in verband met het overeenkomstenrecht uit de weg ruimen en een gelijk speelveld scheppen voor het bedrijfsleven en tegelijkertijd te waarborgen dat consumenten kunnen profiteren van een hoog niveau van consumentenbescherming in de hele EU.

De rechtstreekse werking van een verordening zou een veel gedetailleerdere en bredere regeling vereisen dan een richtlijn. Een veel grotere inmenging in de nationale rechtsstelsels zou daarvan het gevolg zijn.

3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Raadpleging van belanghebbenden

Raadplegingsproces

Het oorspronkelijke voorstel werd voorafgegaan door een uitgebreid raadplegingsproces, dat was gebaseerd op een mix van openbare en specifieke raadplegingen. De Commissie probeerde een brede en evenwichtige reeks van standpunten te vergaren door alle betrokken partijen (bedrijven, consumenten, nationale autoriteiten, advocaten en academici) de gelegenheid te bieden hun mening te geven 36 . De resultaten van deze raadplegingen zijn te vinden in COM(2015)635 final.

Na de vaststelling van het oorspronkelijke voorstel heeft de Commissie de belanghebbenden nader geraadpleegd tijdens de geschiktheidscontrole, die ook op de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen betrekking had, en heeft zij rekening gehouden met de standpunten die naar voren werden gebracht over het voorstel inzake de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen. De betrokkenheid van de belanghebbenden kreeg onder meer vorm via een openbare online-raadpleging van mei tot september 2016, verscheidene specifieke raadplegingsactiviteiten die tussen april 2016 en januari 2017 door externe contractanten werden uitgevoerd in verband met de verrichting van flankerende studies en besprekingen binnen een speciale deskundigengroep van belanghebbenden, waarin de belangrijkste Europese en nationale consumenten- en bedrijfsorganisaties waren vertegenwoordigd. De resultaten van deze raadpleging zijn te vinden in SWD (2017)209 final en in de relevante flankerende studie over de kosten en baten van minimumharmonisatie in het kader van de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen en van een eventuele volledige harmonisatie en onderlinge afstemming van EU-regels voor verschillende verkoopkanalen 37 .

Belanghebbenden hebben herhaaldelijk benadrukt dat het noodzakelijk is de samenhang te bewaren tussen de bepalingen van consumentenovereenkomstenrecht die van toepassing zijn op verkoop op afstand en die welke van toepassing zijn op verkoop van hand tot hand. Tijdens de openbare raadpleging die voorafging aan de vaststelling van de voorstellen inzake digitale overeenkomsten waarschuwden deelnemende lidstaten en bedrijfs- en consumentenorganisaties voor de negatieve gevolgen van een eventuele divergentie tussen de regels die van toepassing zijn op verkoop op afstand en die welke van toepassing zijn op verkoop van hand tot hand. De bovengenoemde studie 38 ter ondersteuning van de geschiktheidscontrole, bevestigde ook dat zowel nationale autoriteiten als bedrijfs- en consumentenorganisaties er sterk de voorkeur aan geven dat er voor de verkoop van consumptiegoederen van hand tot hand en op afstand alleen een enkele reeks bepalingen bestaat. Zij zijn van mening dat dit de transparantie zou vergroten, de ingewikkeldheid zou verminderen en het systeem zowel voor consumenten als voor handelaren begrijpelijker zou maken. Ook zou dit het eenvoudiger maken om grensoverschrijdend te kopen en verkopen, mededinging stimuleren, de nalevingskosten van handelaren verminderen en de prijzen voor de consument reduceren.

Effectbeoordeling

Er is een effectbeoordeling uitgevoerd voor het oorspronkelijke voorstel en tegelijk met het oorspronkelijke voorstel werden een effectbeoordelingsverslag en een samenvatting gepubliceerd 39 . 

In het werkdocument van de diensten van de Commissie bij het gewijzigde voorstel heeft de Commissie deze effectbeoordeling aangevuld met een analyse van de bevindingen en gegevens die de geschiktheidscontrole heeft opgeleverd, waarbij rekening is gehouden met de door de onderzoeksdienst van het Europees Parlement uitgevoerde effectbeoordeling 40 . Bovendien heeft de Commissie ook rekening gehouden met de meest recente gegevens die in de editie 2017 van het Scorebord voor de consumentenvoorwaarden zijn gepubliceerd, dat is gebaseerd op speciale representatieve enquêtes bij consumenten en detailhandelaren in alle EU-landen 41 . Het werkdocument van de diensten van de Commissie biedt een uitgebreid overzicht van de gevolgen van volledig geharmoniseerde regels inzake overeenkomsten voor de verkoop van goederen voor bedrijven, consumenten en, uiteindelijk, de lidstaten en de digitale en interne markt van de EU.

De analyse van de Commissie laat zien dat de problemen die zich als gevolg van het verschil in nationale regels ter implementatie van de richtlijn verkoop en garanties consumptiegoederen voordoen, zowel voor verkoop op afstand als voor verkoop van hand tot hand relevant zijn. De geschiktheidscontrole, waarover de raad voor regelgevingstoetsing op 2 mei 2017 een positief advies uitbracht, 42  bevestigt de beleidskeuzen die de Commissie in het voorstel inzake de verkoop op afstand van goederen heeft gemaakt en benadrukt dat consistentie tussen de wettelijke regelingen voor verkoop op afstand en verkoop van hand tot hand een algemeen positief gevolg zou hebben voor consumenten en bedrijven in de interne markt 43 .

Grondrechten

Het gewijzigd voorstel zal bevorderlijk zijn voor een aantal rechten die beschermd zijn krachtens het EU-Handvest van de grondrechten, met name artikel 38 inzake consumentenbescherming en artikel 16 inzake de vrijheid van ondernemerschap.

Een geheel van volledig geharmoniseerde regels voor verkoop op afstand en verkoop van hand tot hand van goederen zal overeenkomstig artikel 38 van het Handvest van de grondrechten zorgen voor een volledig geharmoniseerd hoog niveau van consumentenbescherming in de hele EU, door consumenten duidelijke en specifieke rechten toe te kennen bij het kopen van goederen in eigen land of in andere lidstaten. Hoewel deze regels de bestaande nationale regels voor goederen zullen vervangen en daardoor het niveau van bescherming dat consumenten in enkele lidstaten genieten op een of twee punten zou kunnen doen dalen, wordt dat gecompenseerd door een toename van de consumentenbescherming ten opzichte van de bestaande nationale wetgeving op andere punten.

Een geheel van volledig geharmoniseerde regels voor de verkoop van goederen op afstand en van hand tot hand zal ook bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 16, omdat bedrijven het eenvoudiger zullen vinden om goederen in de EU te verkopen. Hun vermogen om hun bedrijfsactiviteiten uit te breiden, zal derhalve worden versterkt.

Ten slotte kunnen duidelijke contractuele rechten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstelling van artikel 47 (recht op een doeltreffende voorziening in rechte), aangezien de mogelijkheid om gebruik te maken van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, kan worden vergroot. De nieuwe regels moeten duidelijkheid verschaffen over de beschikbare vormen van genoegdoening in geval van geschillen.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het gewijzigde voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het gewijzigde voorstel

Het gewijzigde voorstel breidt de reikwijdte van het oorspronkelijke voorstel, die was beperkt tot de online-verkoop en andere verkoop op afstand, uit tot verkoop van hand tot hand. De wijzigingen in het oorspronkelijke voorstel bestaan in de technische wijzigingen die nodig zijn voor de uitbreiding van de reikwijdte van het voorstel en de intrekking van Richtlijn 1999/44/EG, te weten het schrappen van de verwijzingen naar “online-verkoop en andere verkoop op afstand”, de toevoeging van een bepaling inzake de intrekking van Richtlijn 1999/44/EG, met inbegrip van een temporele toelichting met betrekking tot overeenkomsten waarop de uitvoeringsmaatregelen van het gewijzigde voorstel van toepassing zullen zijn, en de toevoeging van een aantal bepalingen van Richtlijn 1999/44/EG die als gevolg van de intrekking daarvan noodzakelijk zijn voor de volledigheid van de onderhavige richtlijn, zoals de definitie van “producent”. Tot slot werd ook een aantal technische wijzigingen ingevoerd om de consistentie en duidelijkheid van de wetstekst te verbeteren.

De wijzigingen betreffen de overwegingen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17, 21, 22, 23, 26, 28, 30, 34, 37, 38 en 42. De vorige overweging 4 werd geschrapt en de vorige overwegingen 5, 6 en 7 werden hernummerd tot respectievelijk 4, 5 en 6, en er werd een nieuwe overweging 7 ingevoerd De wijzigingen in de eigenlijke wetstekst betreffen de artikelen 1, 2, 15 en 19 en er werd een nieuw artikel 20 en een nieuw artikel 21 ingevoerd. De vorige artikelen 20, 21 en 22 werden hernummerd tot respectievelijk de artikelen 22, 23 en 24.

 

2015/0288 (COD)

Gewijzigd voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD


betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 44 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

1.Om concurrerend te blijven op de wereldmarkten, moet de Unie het functioneren van de interne markt verbeteren en gepast reageren op de talrijke uitdagingen die een in toenemende mate door technologie gedreven economie vandaag stelt. De strategie voor een digitale eengemaakte markt 45 voorziet in een alomvattend kader dat de integratie van de digitale dimensie in de eengemaakte interne markt vergemakkelijkt. De eerste pijler van de strategie is gericht tegen de versnippering in de handel binnen de EU, door alle grote belemmeringen aan te pakken voor de ontwikkeling van grensoverschrijdende elektronische handel, die het belangrijkste deel van de verkoop van goederen door ondernemingen aan consumenten vormtaan te pakken.

2.Voor het verwezenlijken van een echte digitale eengemaakte de goede werking van de interne markt is het nodig dat bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen worden geharmoniseerd, waarbij moet worden uitgegaan van een hoog niveau van consumentenbescherming.

3.Elektronische handel is een van de voornaamste bronnen van groei binnen de digitale interne markt. Het groeipotentieel is echter nog lang niet volledig benut. Teneinde het concurrentievermogen van de EU te versterken en de groei te stimuleren, moet de Unie snel handelen en economische actoren aanmoedigen om het volledige potentieel van de digitale eengemaakte interne markt aan te boren. Het volledige potentieel van de digitale eengemaakte interne markt kan alleen worden aangeboord als alle marktdeelnemers een soepele toegang hebben tot de online- grensoverschrijdende verkoop van goederen, onder meer in geval van en met vertrouwen elektronische handelstransacties kunnen uitvoeren. De bepalingen van overeenkomstenrecht op basis waarvan marktdeelnemers transacties sluiten, behoren tot de belangrijkste factoren die een rol spelen bij beslissingen van ondernemingen om goederen al dan niet grensoverschrijdend online te verkopen. Deze regels beïnvloeden ook de bereidheid van consumenten om dit type aankopen te doen en daarin vertrouwen te hebben.

(4)Hoewel de online-verkoop van goederen de overgrote meerderheid van de verkoop op afstand in de EU uitmaakt, moet deze richtlijn van toepassing zijn op alle kanalen voor verkoop op afstand, met inbegrip van aankopen per post en per telefoon, om ongerechtvaardigde verstoringen van de concurrentie te vermijden en gelijke concurrentievoorwaarden te scheppen voor alle ondernemingen die op afstand verkopen.

(54)De bepalingen van de Unie die van toepassing zijn op de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, zijn nog steeds versnipperd, hoewel reeds regels betreffende precontractuele informatieverplichtingen, het herroepingsrecht inzake overeenkomsten op afstand en leveringsvoorwaarden volledig werden geharmoniseerd. Andere belangrijke contractuele elementen zoals de criteria voor overeenstemming, de vormen van genoegdoening en de wijze waarop die vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast wanneer goederen niet met de overeenkomst overeenstemmen, zijn thans onderworpen aan minimumharmonisatie in Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad 46 . De lidstaten konden verder gaan dan de EU-normen en bepalingen invoeren die voor een nog betere consumentenbescherming zorgen. In aansluiting daarop hebben zij verschillende elementen in verschillende mate geregeld. Derhalve bestaan er vandaag aanzienlijke verschillen tussen de nationale bepalingen ter omzetting van de EU-wetgeving inzake consumentenovereenkomsten Richtlijn 1999/44/EG, wat essentiële elementen van een koopovereenkomst betreft, zoals het al dan niet bestaan van een hiërarchie in de vormen van genoegdoening, de duur van de wettelijke garantie, de duur van de omkering van de bewijslast of de kennisgeving van het gebrek aan de verkoper.

(65)De bestaande verschillen kunnen nadelig zijn voor bedrijven en consumenten. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad 47 moeten bedrijven die hun activiteiten richten op consumenten in andere lidstaten, rekening houden met de dwingende bepalingen van het consumentenovereenkomstenrecht van het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft. Aangezien deze bepalingen van lidstaat tot lidstaat verschillen, kunnen bedrijven met extra kosten worden geconfronteerd. Bijgevolg kunnen veel bedrijven er de voorkeur aan geven alleen in eigen land handel te blijven drijven of slechts naar één of twee lidstaten uit te voeren. Deze keuze om de blootstelling aan kosten en risico’s in verband met grensoverschrijdende elektronische handel tot een minimum te beperken, leidt tot gemiste kansen wat betreft commerciële expansie en schaalvoordelen. Kleine en middelgrote ondernemingen worden in het bijzonder getroffen.

(76)Hoewel consumenten door de toepassing van Verordening (EG) nr. 593/2008 een hoog niveau van bescherming genieten bij online-aankopen of andere aankopen op afstand vanuit het buitenland, heeft de versnippering ook negatieve gevolgen voor het vertrouwen van consumenten in de elektronische handelgrensoverschrijdende transacties. Hoewel verschillende factoren bijdragen tot dit wantrouwen, neemt de onzekerheid omtrent de cruciale contractuele rechten een prominente plaats in bij de bezwaren van de consumenten. Deze onzekerheid bestaat ongeacht of de consumenten worden beschermd door de dwingende bepalingen van het consumentenovereenkomstenrecht van hun eigen lidstaat wanneer een verkoper zijn grensoverschrijdende activiteiten tot hen richt, en ongeacht of consumenten grensoverschrijdende overeenkomsten sluiten met een verkoper zonder dat de betrokken verkoper commerciële activiteiten uitoefent in de lidstaat van de consument.

(7)Hoewel de online-verkoop van goederen verreweg het grootste deel van de grensoverschrijdende verkoop in de Unie uitmaakt, ondervinden detailhandelaren die gebruik maken van kanalen voor verkoop op afstand net zozeer als detailhandelaren die van hand tot hand verkopen de gevolgen van verschillen in nationaal overeenkomstenrecht en worden zij daardoor ervan weerhouden om grensoverschrijdend te verkopen. Deze richtlijn moet van toepassing zijn op alle verkoopkanalen, zodat er een gelijk speelveld ontstaat voor alle bedrijven die goederen aan consumenten verkopen. Door uniforme regels vast te leggen voor alle verkoopkanalen, moet deze richtlijn elk verschil in regels voorkomen dat onevenredige lasten zou veroorzaken voor het groeiend aantal detailhandelaren in de Unie dat van al die kanalen gebruik maakt. Dat het nodig is vast te houden aan uniforme regels inzake verkoop en garanties voor alle verkoopkanalen, werd bevestigd door de geschiktheidscontrole van het EU-consumenten- en marketingrecht, die ook op Richtlijn 1999/44/EG betrekking had 48 .

(8).Om deze problemen te verhelpen die het gevolg zijn van de fragmentatie van nationale regels, moeten ondernemingen en consumenten kunnen vertrouwen op één stel volledig geharmoniseerde, gerichte regels voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen. Uniforme regels zijn noodzakelijk in verband met een aantal essentiële onderdelen van het consumentenovereenkomstenrecht, die met de huidige minimumharmonisatie hebben geleid tot verschillen en handelsbelemmeringen in de hele Europese Unie. Bij deze richtlijn moet daarom Richtlijn 1999/44/EG met haar minimumharmonisatie worden ingetrokken en moeten volledig geharmoniseerde regels worden ingevoerd voor overeenkomsten voor de verkoop van goederen.

(9).Volledig geharmoniseerde regels van consumentenovereenkomstenrecht zullen het voor handelaars gemakkelijker maken om hun producten in andere lidstaten aan te bieden. Bedrijven zullen minder kosten hebben, aangezien zij niet langer rekening moeten houden met verschillende dwingende bepalingen van consumentenrecht. Zij zullen meer rechtszekerheid hebben bij verkoop op afstand aan klanten in andere lidstaten door een stabiel kader van overeenkomstenrecht.

(10).Een grotere concurrentie tussen detailhandelaren zal waarschijnlijk leiden tot een ruimere keuze tegen meer concurrerende prijzen voor consumenten. De consumenten zullen profiteren van een hoge mate van consumentenbescherming en meer welvaart door middel van gerichte volledig geharmoniseerde bepalingen. Dit zal op zijn beurt hun vertrouwen vergroten in de grensoverschrijdende handel op afstand, en met name online. Consumenten zullen met meer vertrouwen grensoverschrijdend kopen op afstand in de wetenschap dat zij overal in de EU dezelfde rechten hebben.

(11).Deze richtlijn bevat enkel bepalingen die van toepassing zijn op de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen met betrekking tot de belangrijkste elementen van overeenkomsten die moeten worden geregeld om de belemmeringen in verband met het overeenkomstenrecht op de digitale eengemaakte interne markt op te heffen. Daartoe moeten bepalingen over vereisten inzake overeenstemming, vormen van genoegdoening voor consumenten bij een gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst en voorwaarden voor de toepassing daarvan, volledig geharmoniseerd worden en moet het niveau van de consumentenbescherming ten opzichte van Richtlijn 1999/44/EG worden verhoogd.

(12)    Wanneer een overeenkomst betrekking heeft op zowel de verkoop van goederen als de verlening van diensten, mag deze richtlijn alleen van toepassing zijn op het gedeelte dat betrekking heeft op de verkoop van goederen, in overeenstemming met de aanpak van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad 49 . 

(13)Deze richtlijn mag niet van toepassing zijn op goederen als dvd’s en cd’s waarin digitale inhoud zodanig is verwerkt dat deze goederen uitsluitend functioneren als drager van de digitale inhoud. Zij moet echter wel van toepassing zijn op digitale inhoud die is verwerkt in goederen als huishoudelijke apparaten of speelgoed waarin de digitale inhoud zodanig is verwerkt dat de functies ervan ondergeschikt zijn aan de voornaamste functies van de goederen en die digitale inhoud als integrerend deel van de goederen functioneert.

(14)Deze richtlijn dient het overeenkomstenrecht van de lidstaten onverlet te laten op gebieden die niet onder deze richtlijn vallen. Op bepaalde gebieden die door deze richtlijn worden geregeld, Het moet het de lidstaten tevens vrij staan om te voorzien in meer gedetailleerde voorwaarden regels vast te stellen met betrekking tot in deze richtlijn geregelde aspecten voor zover deze die niet volledig door in deze richtlijn worden geharmoniseerd geregeld: daarbij gaat het om verjaringstermijnen voor de uitoefening van consumentenrechten, en commerciële garanties. Tot slot moet het lidstaten met betrekking tot en het recht op verhaal van de verkoper vrij staan om te voorzien in meer gedetailleerde voorwaarden voor de uitoefening van dat recht.

(15)Wanneer naar dezelfde begrippen wordt verwezen, moeten dDe bepalingen van deze richtlijn vullen worden toegepast en uitgelegd op een wijze die in overeenstemming is met de bepalingen van Richtlijn 1999/44/EG en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad aan. Terwijl in Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad in hoofdzaak bepalingen over de vereisten inzake precontractuele informatie en het recht om overeenkomsten op afstand of buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten te herroepen en regels inzake levering en de overgang van risico zijn neergelegd, worden bij deze richtlijn regels ingevoerd over de overeenstemming van goederen, vormen van genoegdoening in geval van gebrek aan overeenstemming en de wijze waarop die vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast,zoals uitgelegd in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie. 

(16)Met het oog op de juridische duidelijkheid dient bevat deze richtlijn een definitie van koopovereenkomst te bevatten. Die Op grond van deze definitie moet inhouden dat is deze richtlijn eveneens van toepassing is op overeenkomsten inzake goederen die, eventueel in het kader van specificaties van de consument, nog moeten worden vervaardigd of geproduceerd.

(17)Om verkopers en consumenten duidelijkheid en zekerheid te verschaffen, moet deze richtlijn het begrip overeenkomst definiëren. Deze Die definitie komt voort uit moet aansluiten bij de gemeenschappelijke tradities van alle lidstaten en houdt in inhouden dat, wil er sprake zijn van een overeenkomst, er een overeenstemming moet zijn die gericht is op de totstandbrenging van verbintenissen of andere rechtsgevolgen.

(18)Om een evenwicht te vinden tussen het vereiste van rechtszekerheid en een passende flexibiliteit van de rechtsregels, moet elke verwijzing naar hetgeen kan worden verwacht van of door een persoon in deze richtlijn worden begrepen als een verwijzing naar hetgeen redelijkerwijs kan worden verwacht. Wat precies redelijk is, moet objectief worden vastgesteld, rekening houdend met de aard en het doel van de overeenkomst, met de omstandigheden van de zaak en met de gewoonten en handelwijzen van de betrokken partijen. Met name de redelijke termijn voor voltooiing van een herstelling of vervanging moet objectief worden vastgesteld, rekening houdend met de aard van de goederen en het gebrek aan overeenstemming.

(19)Om duidelijkheid te scheppen over wat een consument mag verwachten van de goederen en waarvoor de verkoper aansprakelijk zou zijn ingeval dat wat wordt verwacht, niet wordt geleverd, is het van essentieel belang om de regels om de overeenstemming met de overeenkomst te bepalen, volledig te harmoniseren. Door een combinatie van subjectieve en objectieve criteria toe te passen, moeten de legitieme belangen van beide partijen bij een koopovereenkomst worden gewaarborgd. De overeenstemming met de overeenkomst moet worden beoordeeld, niet alleen met inachtneming van de vereisten die feitelijk zijn vastgesteld in de overeenkomst - inclusief in de precontractuele informatie die een integrerend deel uitmaakt van de overeenkomst - maar ook met inachtneming van bepaalde objectieve vereisten, die de normen inhouden waaraan goederen normaliter moeten voldoen, met name wat betreft geschiktheid voor het doel, verpakking, installatiehandleiding en de normale hoedanigheden en prestatievermogens.

(20)Een groot aantal consumptiegoederen moet eerst worden geïnstalleerd voordat zij door de consument op nuttige wijze kunnen worden gebruikt. Daarom moet een door een verkeerde installatie veroorzaakt gebrek aan overeenstemming worden beschouwd als een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst wanneer de installatie door of onder controle van de verkoper is gebeurd en ook wanneer de goederen door de consument zijn geïnstalleerd, maar de verkeerde installatie aan verkeerde installatie-instructies te wijten is.

(21)De overeenstemming moet betrekking hebben op de afwezigheid van zowel materiële als juridische gebreken. Rechten van derden en andere juridische gebreken kunnen beletten dat de consument daadwerkelijk in overeenstemming met de overeenkomst gebruik kan maken van de goederen, wanneer de houder van het recht de consument er rechtmatig toe verplicht om de inbreuk op dat recht te beëindigen. Daarom moet de verkoper ervoor zorgen dat de goederen vrij zijn van enig recht van een derde dat de consument belet om de goederen overeenkomstig de overeenkomst te gebruiken.

(22)De contractuele vrijheid ten aanzien van de criteria van overeenstemming met de overeenkomst moet weliswaar worden gewaarborgd, maar om te voorkomen dat de aansprakelijkheid voor een gebrek aan overeenstemming wordt omzeild en om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, mag elke afwijking van de dwingende regels inzake criteria van overeenstemming en verkeerde installatie die schadelijk is voor de belangen van de consument, alleen geldig zijn indien de consument daarover uitdrukkelijk is geïnformeerd en daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd bij de sluiting van de overeenkomst.

(23)Zorgen voor duurzamere consumptiegoederen is belangrijk om tot meer duurzame consumptiepatronen en een kringloopeconomie te komen. Evenzo is het op de EU-markt weren van niet in overeenstemming zijnde producten via een versterking van het markttoezicht en het geven van de juiste prikkels aan ondernemers, van essentieel belang voor de versterking van het vertrouwen in de werking van eengemaakte interne markt. Met het oog op deze doeleinden is productspecifieke EU-wetgeving de meest geschikte aanpak om duurzaamheid en andere productgerelateerde vereisten in te voeren voor specifieke categorieën of groepen producten, aan de hand van daartoe aangepaste criteria. Deze richtlijn moet derhalve een aanvulling vormen op de doelstellingen van deze dergelijke sectorproductspecifieke EU-wetgeving. Voor zover een precontractuele mededeling die deel uitmaakt van de koopovereenkomst, specifieke informatie over duurzaamheid bevat, moet de consument daarop kunnen vertrouwen als een deel van de criteria voor de conformiteit. 

(24)Ter vergroting van de rechtszekerheid voor zowel consumenten als verkopers is het nodig duidelijk aan te geven op welk moment er sprake van overeenstemming van de goederen met de overeenkomst moet zijn. Om te zorgen voor samenhang tussen de onderhavige richtlijn en Richtlijn 2011/83/EU, is het passend het tijdstip waarop het risico overgaat, aan te duiden als het tijdstip waarop er sprake van overeenstemming van de goederen moet zijn. In gevallen waarin de goederen moeten worden geïnstalleerd, moet dat relevante tijdstip echter worden aangepast.

(25)De facultatieve mogelijkheid voor lidstaten om vast te houden aan kennisgevingsverplichtingen voor consumenten kan ertoe leiden dat zij gemakkelijk goed onderbouwde aanspraken op genoegdoening verliezen in geval van laattijdige kennisgeving of verzuim van kennisgeving, vooral bij een grensoverschrijdende transactie waarop het recht van een andere lidstaat van toepassing is en wanneer de consument niet op de hoogte is van deze kennisgevingsverplichting die voortvloeit uit het recht van een andere lidstaat. Daarom moet niet worden voorzien in een kennisgevingsverplichting voor consumenten. Dienovereenkomstig moet worden voorkomen dat lidstaten een verplichting voor de consument invoeren of handhaven om de verkoper binnen een bepaalde termijn op de hoogte te stellen van het gebrek aan overeenstemming.

(26)Om bedrijven in staat te stellen zich te baseren op een enkel geheel van bepalingen in de hele Unie, is het noodzakelijk om de termijn waarbinnen de bewijslast voor het gebrek aan overeenstemming wordt omgekeerd ten gunste van de consument, volledig te harmoniseren. Tijdens de eerste twee jaar moet de consument, om zich te kunnen beroepen op het vermoeden van gebrek aan overeenstemming, alleen aantonen dat het goed niet in overeenstemming is, en niet ook dat het gebrek aan overeenstemming feitelijk bestond op het voor de vaststelling van overeenstemming relevante tijdstip. Met het oog op een grotere rechtszekerheid inzake de beschikbare vormen van genoegdoening in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst en om een eind te maken aan een van de grootste belemmeringen voor de digitale eengemaakte interne markt, moet worden voorzien in een volledig geharmoniseerde volgorde waarin vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast. Met name moet de consument beschikken over een keuze tussen herstelling of vervanging als eerste vorm van genoegdoening, die moet bijdragen tot de instandhouding van de contractuele relatie en het wederzijds vertrouwen. Het feit dat consumenten om herstelling kunnen verzoeken, moet bovendien een duurzame consumptie stimuleren en kan bijdragen tot duurzamere producten.

(27)De keuze van de consument tussen herstelling en vervanging mag alleen worden beperkt wanneer de gekozen optie onmogelijk, onrechtmatig, of in vergelijking met de andere beschikbare oplossing, onevenredig zou zijn. Het kan bijvoorbeeld onevenredig zijn om om vervanging van een goed te verzoeken wegens een kleine kras, wanneer deze vervanging zou leiden tot aanzienlijke kosten terwijl tegelijkertijd de kras gemakkelijk zou kunnen worden hersteld.

(28)Wanneer de verkoper het gebrek aan overeenstemming niet heeft verholpen door middel van herstelling of vervanging zonder ernstige overlast voor de consument en binnen een redelijke termijn, moet de consument recht hebben op een prijsvermindering of op ontbinding van de overeenkomst. Met name moet elke herstelling of vervanging binnen deze redelijke termijn met goed gevolg worden voltooid. Wat een redelijke termijn is, moet objectief worden vastgesteld, rekening houdend met de aard van de goederen en het gebrek aan overeenstemming. Indien de verkoper er na het verstrijken van de redelijke termijn niet is in geslaagd het gebrek aan overeenstemming te verhelpen, mag de consument er niet toe worden verplicht verdere pogingen van de verkoper met betrekking tot hetzelfde gebrek aan overeenstemming te aanvaarden.

(29)Gelet op het feit dat het recht om de overeenkomst te ontbinden wegens gebrek aan overeenstemming een belangrijke vorm van genoegdoening is, die kan worden toegepast wanneer herstelling of vervanging niet haalbaar is of niet is geslaagd, moet de consument ook het recht hebben om de overeenkomst te ontbinden wanneer het gebrek aan overeenstemming gering is. Dit zou een sterke prikkel geven om alle gevallen van gebrek aan overeenstemming in een vroeg stadium te verhelpen. Om het recht op ontbinding voor consumenten doeltreffend te maken in situaties waarin de consument meerdere goederen verwerft, waarvan sommige bijkomstig zijn ten opzichte van de hoofdzaak en door de consument niet zonder de hoofdzaak zouden zijn gekocht, en waarin het gebrek aan overeenstemming gevolgen heeft voor de hoofdzaak, dient de consument het recht te hebben de overeenkomst ook te ontbinden met betrekking tot de bijkomstige goederen, ook indien die goederen in overeenstemming met de overeenkomst zijn.

(30)Voor het geval dat de consument de overeenkomst ontbindt wegens gebrek aan overeenstemming, bepaalt dient deze richtlijn alleen de belangrijkste gevolgen van en de voorwaarden voor het recht van ontbinding te bepalen, met name de verplichting voor de partijen om terug te geven wat zij hebben ontvangen. De verkoper is moet derhalve worden verplicht de van de consument ontvangen prijs terug te betalen en de consument is verplicht de goederen terug te geven.

(31)Met het oog op de doeltreffendheid van het recht van consumenten op ontbinding en om te vermijden dat de consument zich ongerechtvaardigd verrijkt, moet de verplichting van de consument om te betalen voor de waardevermindering van de goederen, worden beperkt tot de gevallen waarin de waardevermindering groter is dan die welke normaal gebruik veroorzaakt. In ieder geval mag de consument niet worden verplicht meer te betalen dan de prijs die voor de goederen is overeengekomen. In gevallen waarin de goederen niet kunnen worden teruggegeven wegens vernietiging of verlies, moet consument de geldswaarde betalen van de goederen die werden vernietigd. De consument mag echter niet worden verplicht om de geldswaarde te betalen wanneer de vernietiging of het verlies is veroorzaakt door het gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst.

(32)Met het oog op meer rechtszekerheid voor verkopers en meer vertrouwen van de consument in grensoverschrijdende aankopen in het algemeen, is het noodzakelijk de termijn te harmoniseren waarbinnen de verkoper aansprakelijk is voor elk gebrek aan overeenstemming dat bestaat op het moment waarop de consument de goederen fysiek in bezit krijgt. Gelet op het feit dat de grote meerderheid van de lidstaten bij de tenuitvoerlegging van Richtlijn 1999/44 heeft voorzien in een termijn van twee jaar en dit in de praktijk door marktdeelnemers wordt beschouwd als een redelijke termijn, moet deze termijn worden gehandhaafd.

(33)Om te zorgen voor een grotere bewustwording van de consument en een gemakkelijker handhaving van de EU-voorschriften inzake de rechten van consumenten op het gebied van niet in overeenstemming zijnde goederen, moet in deze richtlijn de termijn waarbinnen de bewijslast wordt omgekeerd ten gunste van de consument, worden afgestemd op de termijn waarbinnen de verkoper aansprakelijk is voor een gebrek aan overeenstemming.

(34)Om de transparantie te waarborgen, moet worden voorzien in bepaalde transparantievereisten voor commerciële garanties. Om de rechtszekerheid te vergroten en te voorkomen dat consumenten worden misleid, bepaalt de moet deze richtlijn bovendien bepalen dat wanneer de commerciële garantievoorwaarden in reclame of precontractuele informatie gunstiger zijn voor de consument dan die welke in het garantiebewijs zijn opgenomen, de gunstiger voorwaarden moeten gelden. Tot slot dient deze richtlijn regels te bevatten over de inhoud van het garantiebewijs en de wijze waarop dat aan de consument ter beschikking wordt gesteld. Het moet de lidstaten vrij staan om regels vast te stellen inzake andere aspecten van commerciële garanties die niet onder deze richtlijn vallen, mits deze regels consumenten niet de bescherming ontnemen die de volledig geharmoniseerde bepalingen van deze richtlijn inzake commerciële garanties hun bieden.

(35)Gelet op het feit dat de verkoper jegens de consument aansprakelijk is voor elk gebrek aan overeenstemming van de goederen als gevolg van een handelen of nalaten van de verkoper of een derde, is het gerechtvaardigd dat de verkoper verhaal kan nemen op de verantwoordelijke hogerop in de keten van transacties. Deze richtlijn mag echter geen afbreuk doen aan het beginsel van contractvrijheid tussen verkoper en andere partijen in de keten van transacties. De lidstaten moeten voorzien in de nadere bepalingen voor de uitoefening van dat recht, met name door te bepalen tegen wie en hoe dat verhaal kan worden genomen.

(36)Personen of organisaties die krachtens nationaal recht geacht worden een rechtmatig belang te hebben bij het beschermen van de contractuele rechten van consumenten, dienen het recht te hebben een procedure in te leiden, hetzij voor een rechterlijke instantie, hetzij bij een administratieve instantie die bevoegd is om een uitspraak te doen over een klacht of om een passende gerechtelijke procedure in te leiden.

(37)Niets in deze richtlijn mag afbreuk doen aan de toepassing van de regels van internationaal privaatrecht, in het bijzonder Verordening (EG) nr. 593/2008 en Verordening (EGU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad 50 .

(38)Richtlijn 1999/44/EG moet worden gewijzigd om verkoopovereenkomsten op afstand van het toepassingsgebied ervan uit te sluiten ingetrokken. De datum van intrekking moet worden afgestemd op de datum van omzetting van deze richtlijn. Om ervoor te zorgen dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die de lidstaten nodig hebben om aan deze richtlijn te voldoen, uniform worden toegepast op overeenkomsten die vanaf de omzettingsdatum zijn gesloten, mag deze richtlijn niet van toepassing zijn op overeenkomsten die voor die omzettingsdatum zijn gesloten.

(39)Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad 51 dient te worden gewijzigd om aan de bijlage daarbij een verwijzing naar deze richtlijn toe te voegen ter bevordering van de grensoverschrijdende samenwerking bij de handhaving van deze richtlijn.

(40)Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad 52 dient te worden gewijzigd om aan de bijlage daarbij een verwijzing naar deze richtlijn toe te voegen ter bescherming van de collectieve consumentenbelangen waarin deze richtlijn voorziet.

(41)Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken 53 hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd.

(42)Daar dDe doelstelling van deze richtlijn, namelijk bijdragen tot de goede werking van de interne markt door een consistente aanpak van overeenkomstenrecht-gerelateerde belemmeringen voor de online-verkoop en andere grensoverschrijdende verkoop op afstand van goederen in de Unie, kan niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, aangezien elke lidstaat afzonderlijk niet in een positie is om de bestaande juridische fragmentering aan te pakken door ervoor te zorgen dat zijn wetgeving coherent met die van andere lidstaten is. De doelstelling van deze richtlijn kan maar beter door de Unie kan worden verwezenlijkt door het wegnemen van de vatstgestelde overeenkomstenrecht-gerelateerde belemmeringen via volledige harmonisatie. , Teneinde de doelstelling van deze richtlijn te verwezenlijken kan de Unie daarom overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(43)Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en in het bijzonder de artikelen 16, 38 en 47 daarvan,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.In deze richtlijn worden bepaalde voorschriften vastgesteld voor verkoopovereenkomsten op afstand die worden gesloten tussen de verkoper en de consument, met name voorschriften over de overeenstemming van goederen, de vormen van genoegdoening in geval van gebrek aan overeenstemming en de wijze waarop die vormen van genoegdoening kunnen worden toegepast.

2.Deze richtlijn is niet van toepassing op dienstverleningsovereenkomsten op afstand. Wanneer het echter gaat om verkoopovereenkomsten die zowel de verkoop van goederen als de verlening van diensten betreffen, is deze richtlijn van toepassing op het gedeelte dat betrekking heeft op de verkoop van goederen.

3.Deze richtlijn is niet van toepassing op een duurzame materiële gegevensdrager die digitale inhoud bevat, wanneer de duurzame materiële gegevensdrager uitsluitend wordt gebruikt als drager voor de levering van de digitale inhoud aan de consument.

4.De lidstaten kunnen overeenkomsten over de verkoop van tweedehandsgoederen die worden verkocht op een openbare veiling waarop de consument in eigen persoon aanwezig kan zijn, van het toepassingsgebied van deze richtlijn uitsluiten.

(45)Voor zover bij deze richtlijn algemene aspecten van het nationale overeenkomstenrecht, zoals regels inzake de totstandkoming, de geldigheid of de gevolgen van overeenkomsten, met inbegrip van de gevolgen van de ontbinding van een overeenkomst, niet worden geregeld, laat zij deze onverlet.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

(a)"koopovereenkomst": een overeenkomst waarbij de verkoper de eigendom van goederen, met inbegrip van te vervaardigen of te produceren goederen, aan een consument overdraagt of zich ertoe verbindt deze aan hem over te dragen en de consument de prijs van deze goederen betaalt of zich ertoe verbindt deze te betalen;

(b)"consument": iedere natuurlijke persoon die bij onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt voor doeleinden die buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit vallen;

(c)"verkoper": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht of deze privaat of publiek is, die met betrekking tot onder deze richtlijn vallende overeenkomsten handelt, eventueel via een andere persoon die namens hem of voor zijn rekening optreedt, in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;

(d)"producent": de fabrikant van goederen, de importeur van goederen op het grondgebied van de Unie, of elke andere persoon die zich als producent voordoet door zijn naam, handelsmerk of enig ander onderscheidend teken op de goederen aan te brengen;

(e)"goederen": alle roerende lichamelijke zaken, met uitzondering van:

(a)zaken die executoriaal of anderszins gerechtelijk worden verkocht;

(b)water, gas en elektriciteit die niet marktklaar zijn gemaakt in een bepaald volume of in een bepaalde hoeveelheid;

(f)"verkoopovereenkomst op afstand": een verkoopovereenkomst die wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de verkoper en de consument, en waarbij tot en met het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand, met inbegrip van het internet;

(g)"duurzame gegevensdrager": ieder hulpmiddel dat de consument of de verkoper in staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die is aangepast aan het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt;

(f)"commerciële garantie": iedere verbintenis van de verkoper of een producent (de "garant") om boven hetgeen hij wettelijk verplicht is uit hoofde van het recht op overeenstemming, aan de consument de betaalde prijs terug te betalen of de goederen op enigerlei wijze te vervangen, herstellen of onderhouden, wanneer die niet voldoen aan specificaties of aan enige andere vereisten die geen verband houden met de overeenstemming, die vermeld zijn in het garantiebewijs of in de desbetreffende reclame ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst;

(g)"overeenkomst": de wilsovereenstemming die gericht is op de totstandbrenging van verbintenissen of andere rechtsgevolgen;

(h)"herstelling": de goederen in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst in overeenstemming brengen;

(i)"kosteloos": vrij van de kosten die gemaakt moeten worden om de goederen in overeenstemming te brengen, met name de kosten van verzending, werkuren en materiaal.

Artikel 3

Mate van harmonisatie

De lidstaten mogen geen bepalingen handhaven of invoeren die afwijken van de bepalingen in deze richtlijn, met inbegrip van meer of minder strikte bepalingen die een ander niveau van consumentenbescherming moeten waarborgen.

Artikel 4

Overeenstemming met de overeenkomst

1.Om de goederen in overeenstemming met de overeenkomst te doen zijn, dient de verkoper ervoor te zorgen dat de goederen, voor zover relevant:

(a)van de door de overeenkomst voorgeschreven hoeveelheid, kwaliteit en beschrijving zijn, hetgeen tevens inhoudt dat wanneer de verkoper de consument een monster of model laat zien, de goederen de kwaliteit hebben van dat monster of model en overeenstemmen met de beschrijving ervan;

(b)geschikt zijn voor elk bijzonder door de consument gewenst gebruik dat deze aan de verkoper bij het sluiten van de overeenkomst heeft medegedeeld en dat de verkoper heeft aanvaard, en

(c)de hoedanigheden en prestatievermogens bezitten die zijn aangegeven in voor het sluiten van de overeenkomst gedane mededelingen die een integrerend deel uitmaken van de overeenkomst.

2.Om in overeenstemming met de overeenkomst te zijn, dienen de goederen ook te voldoen aan de voorschriften van de artikelen 5, 6 en 7.

3.Elke overeenkomst waarbij ten nadele van de consument de artikelen 5 en 6 worden uitgesloten of daarvan wordt afgeweken, of de gevolgen ervan worden gewijzigd, is alleen geldig wanneer de consument op het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst van de precieze staat van de goederen op de hoogte was en hij deze precieze staat bij het sluiten van de overeenkomst uitdrukkelijk heeft aanvaard.

Artikel 5

Vereisten inzake de overeenstemming van de goederen

De goederen dienen, voor zover relevant:

(a)geschikt te zijn voor ieder gebruik waarvoor goederen van dezelfde omschrijving gewoonlijk dienen;

(b)te worden geleverd samen met de bijkomstige goederen, waaronder verpakking, installatiehandleiding of andere handleidingen, die de koper mag verwachten; en

(c)de hoedanigheden en prestatievermogens te bezitten die voor dergelijke goederen normaal zijn en die de consument mag verwachten, gelet op de aard van de goederen en rekening houdend met publiekelijk gedane mededelingen van of namens de verkoper of andere personen in eerdere schakels van de keten van transacties, waaronder de producent, tenzij de verkoper aantoont dat:

i)de mededeling in kwestie hem niet bekend was en hem redelijkerwijs niet bekend kon zijn;

ii)de mededeling op het tijdstip van sluiting van de overeenkomst was rechtgezet, of

iii)de beslissing tot aankoop van de goederen niet door de mededeling beïnvloed kon zijn.

Artikel 6

Verkeerde installatie

Wanneer de goederen verkeerd zijn geïnstalleerd, wordt ieder door de verkeerde installatie veroorzaakt gebrek aan overeenstemming beschouwd als een gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst indien:

(a)de goederen zijn geïnstalleerd door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid, of

(b)de goederen die bestemd waren om door de consument te worden geïnstalleerd, door de consument zijn geïnstalleerd en de verkeerde installatie te wijten was aan een tekortkoming in de installatiehandleiding.

Artikel 7

Rechten van derden

Op het voor het vaststellen van de overeenstemming met de overeenkomst relevante tijdstip, als bepaald in artikel 8, zijn de goederen vrij van rechten van derden, met inbegrip van op intellectuele eigendom gebaseerde rechten, zodat de goederen in overeenstemming met de overeenkomst kunnen worden gebruikt.

Artikel 8

Relevante tijdstip voor het vaststellen van overeenstemming met de overeenkomst

1.De verkoper is aansprakelijk voor elk gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat bestaat op het tijdstip waarop:

(a)de consument of een door de consument aangewezen derde die niet de vervoerder is, de goederen fysiek in ontvangst heeft genomen, of

(b)de goederen aan de door de consument gekozen vervoerder worden overhandigd, wanneer die vervoerder niet door de verkoper was voorgesteld of wanneer de verkoper geen wijze van vervoer voorstelt.

2.In gevallen waarin de goederen door de verkoper of onder diens verantwoordelijkheid zijn geïnstalleerd, wordt het tijdstip waarop de installatie is voltooid, beschouwd als het tijdstip waarop de consument de goederen fysiek in bezit heeft gekregen. Ingeval de goederen bestemd waren om door de consument te worden geïnstalleerd, wordt het tijdstip waarop de consument een redelijke termijn voor de installatie heeft gehad, welk tijdstip in elk geval niet later dan 30 dagen na het in lid 1 bedoelde tijdstip kan zijn, beschouwd als het tijdstip waarop de consument de goederen fysiek in bezit heeft gekregen.

3.Elk gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat zich binnen een termijn van twee jaar vanaf het in de leden 1 en 2 bedoelde tijdstip manifesteert, wordt geacht op dat tijdstip al te hebben bestaan, tenzij dit onverenigbaar is met de aard van de goederen of met de aard van het gebrek aan overeenstemming.

Artikel 9

Vormen van genoegdoening voor de consument bij gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst

1.Bij gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst heeft de consument het recht om de goederen door de verkoper kosteloos in overeenstemming te laten brengen door herstelling of vervanging overeenkomstig artikel 11.

2.Herstelling of vervanging moet, rekening houdend met de aard van de goederen en het gebruik van de goederen dat de consument wenste, binnen een redelijke termijn en zonder ernstige overlast voor de consument worden voltooid.

3.De consument heeft recht op een evenredige vermindering van de prijs overeenkomstig artikel 12 of op ontbinding van de overeenkomst overeenkomstig artikel 13, wanneer:

(a)herstelling of vervanging onmogelijk of onrechtmatig is;

(b)de verkoper de herstelling of vervanging niet binnen een redelijke termijn heeft voltooid;

(c)herstelling of vervanging de consument ernstige overlast zou bezorgen, of

(d)de verkoper heeft verklaard of uit de omstandigheden even duidelijk blijkt dat de verkoper de goederen niet binnen een redelijke termijn met de overeenkomst in overeenstemming zal brengen.

4.De consument heeft het recht om de betaling van enig openstaand saldo van de prijs op te schorten, totdat de verkoper de goederen met de overeenkomst in overeenstemming heeft gebracht.

5.De consument heeft geen recht op een vorm van genoegdoening voor zover hij heeft bijgedragen aan het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst of de gevolgen ervan.

Artikel 10

Vervanging van goederen

1.Wanneer de verkoper het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst door middel van vervanging heeft verholpen, neemt de verkoper de vervangen goederen op eigen kosten terug, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen nadat de consument het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst ter kennis van de verkoper heeft gebracht.

2.Wanneer de consument de goederen heeft geïnstalleerd op een wijze die in overeenstemming is met hun aard en gebruiksdoel, voordat het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst aan het licht kwam, houdt de verplichting tot terugname van de vervangen goederen tevens in dat de niet in overeenstemming zijnde goederen worden verwijderd en de vervangende goederen worden geïnstalleerd, of de kosten daarvan worden gedragen.

3.De consument hoeft geen vergoeding te betalen voor enig gebruik dat van de vervangen goederen in de aan de vervanging voorafgaande periode is gemaakt.

Artikel 11

Keuze van de consument tussen herstelling en vervanging

De consument kan kiezen tussen herstelling en vervanging, tenzij de gekozen oplossing onmogelijk of onrechtmatig zou zijn of, in vergelijking met de andere beschikbare oplossing, voor de verkoper onevenredige kosten met zich mee zou brengen, rekening houdend met alle omstandigheden, met inbegrip van:

(a)de waarde die de goederen zonder het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst zouden hebben;

(b)de ernst van het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst;

(c)de vraag, of de alternatieve vorm van genoegdoening concreet mogelijk is zonder ernstige overlast voor de consument.

Artikel 12

Prijsvermindering

De prijsvermindering moet in verhouding staan tot de waardevermindering van de goederen die de consument heeft ontvangen ten opzichte van de waarde die de goederen zouden hebben wanneer deze met de overeenkomst in overeenstemming waren geweest.

Artikel 13

Het recht van de consument om de overeenkomst te ontbinden

1.De consument oefent het recht van ontbinding van de overeenkomst uit door daarvan met om het even welk middel kennis te geven aan de verkoper.

2.Wanneer het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst slechts betrekking heeft op een deel van de krachtens de overeenkomst geleverde goederen en er een grond is voor ontbinding van de overeenkomst ingevolge artikel 9, kan de consument de overeenkomst alleen ontbinden met betrekking tot die goederen en alle andere goederen die de consument heeft verworven als bijkomstige goederen bij de niet in overeenstemming zijnde goederen.

3.Wanneer de consument een overeenkomst in haar geheel of overeenkomstig lid 2 slechts ten aanzien van een deel van de krachtens de overeenkomst geleverde goederen ontbindt:

(a)betaalt de verkoper de consument onverwijld de betaalde prijs terug en in elk geval uiterlijk 14 dagen na de dag waarop hij van de ontbinding in kennis is gesteld, en draagt hij de kosten van de terugbetaling;

(b)zendt de consument de verkoper op diens kosten de goederen onverwijld terug en in elk geval uiterlijk 14 dagen na de dag waarop hij de kennisgeving van de ontbinding heeft verzonden;

(c)betaalt de consument, wanneer de goederen niet kunnen worden teruggezonden vanwege vernietiging of verlies, de verkoper de geldswaarde die de goederen zouden hebben gehad op de dag waarop deze moesten worden teruggezonden, mocht de consument de goederen zonder vernietiging of verlies tot die dag onder zich hebben gehouden, tenzij de vernietiging of het verlies is veroorzaakt door het gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst van de goederen, en

(d)vergoedt de consument een waardevermindering van de goederen slechts voor zover deze uitstijgt boven de waardevermindering ten gevolge van normaal gebruik. De vergoeding voor een waardevermindering mag niet meer bedragen dan de voor de goederen betaalde prijs.

Artikel 14

Termijnen

De consument heeft recht op een vorm van genoegdoening in geval van een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst van de goederen wanneer het gebrek aan overeenstemming aan het licht komt binnen twee jaar na het voor het vaststellen van de overeenstemming relevante tijdstip. Wanneer voor de uitoefening van de in artikel 9 vastgestelde rechten krachtens de nationale wetgeving een verjaringstermijn geldt, mag die termijn niet verstrijken binnen twee jaar na het voor het vaststellen van de overeenstemming van de overeenkomst relevante tijdstip.

Artikel 15

Commerciële garanties

1.Een commerciële garantie is bindend voor de garant onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in:

(a)de door de verkoper verstrekte precontractuele informatie, met inbegrip van elke voor het sluiten van de overeenkomst gedane mededeling die een integrerend deel uitmaakt van de overeenkomst;

(b)ten tijde van of vóór de sluiting van de overeenkomst beschikbare reclame, en

(c)het garantiebewijs.

Wanneer het garantiebewijs voor de consument minder gunstig is dan de voorwaarden in de door de verkoper verstrekte precontractuele informatie of reclame, is de commerciële garantie bindend onder de voorwaarden die in de precontractuele informatie of reclame met betrekking tot de commerciële garantie zijn aangegeven.

2.Het garantiebewijs wordt beschikbaar gesteld op een duurzame gegevensdrager en wordt in duidelijke en begrijpelijke taal opgesteld. Het garantiebewijs bevat:

(a)een duidelijke vermelding van de in deze richtlijn vastgestelde wettelijke rechten van de consument en een duidelijke verklaring dat de commerciële garantie deze rechten onverlet laat, en

(b)de voorwaarden van de commerciële garantie die verder gaan dan de wettelijke rechten van de consument, informatie over de duur, de overdraagbaarheid en het geografische toepassingsgebied van de commerciële garantie en over de eventuele kosten die de consument moet dragen om er gebruik van te kunnen maken, de naam en het adres van de garant, en, indien deze verschilt van de garant, van de persoon jegens wie een vordering moet worden ingesteld en de voor het indienen van een vordering te volgen procedure.

3. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “duurzame gegevensdrager” verstaan: ieder hulpmiddel dat partijen in staat stelt persoonlijk aan hen gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een periode die past bij het doel waarvoor de informatie is bestemd, en die een ongewijzigde weergave van de opgeslagen informatie mogelijk maakt.

(34) Niet-naleving van lid 2 heeft geen invloed op de bindende aard van de commerciële garantie voor de garant.

(45)De lLidstaten kunnen aanvullende bepalingen over andere aspecten inzake commerciële garanties vaststellen die in dit artikel niet worden geregeld, voor zover deze geen afbreuk doen aan de bescherming die door dit artikel wordt geboden.

Artikel 16

Recht op verhaal

Wanneer de verkoper jegens de consument aansprakelijk is uit hoofde van een gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst dat voortvloeit uit een handelen of nalaten van een persoon in een eerdere schakel van de keten van transacties, kan de verkoper verhaal nemen op de aansprakelijke persoon of personen in de keten van transacties. De persoon jegens wie de verkoper verhaal kan nemen alsmede de relevante rechtsvorderingen en de wijze van procederen worden bepaald door het nationale recht.

Artikel 17

Handhaving

1.    De lidstaten zorgen ervoor dat passende en doeltreffende middelen beschikbaar zijn om de naleving van deze richtlijn te waarborgen.

2.    De in lid 1 bedoelde middelen omvatten bepalingen volgens welke een of meer van onderstaande, naar nationaal recht bepaalde instanties, zich overeenkomstig het nationale recht tot de bevoegde rechterlijke of administratieve instanties kunnen wenden om de nationale bepalingen ter omzetting van deze richtlijn te doen toepassen:

a) overheidsinstanties of de vertegenwoordigers ervan;

b) consumentenorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij de bescherming van de consument;

c) beroepsorganisaties die een rechtmatig belang hebben bij een optreden in rechte.

Artikel 18

Dwingend karakter

Elke contractuele overeenkomst die ten nadele van de consument in de weg staat aan de toepassing van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, daarvan afwijkt, of de gevolgen ervan wijzigt voordat het gebrek aan overeenstemming van de goederen met de overeenkomst door de consument ter kennis van de verkoper is gebracht, is niet bindend voor de consument, tenzij de partijen bij de overeenkomst overeenkomstig artikel 4, lid 3, de voorschriften van de artikelen 5 en 6 uitsluiten, daarvan afwijken, of de gevolgen ervan wijzigen.

Artikel 19

Wijzigingen van Richtlijn 1999/44/EG, Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG

1.Artikel 1 van Richtlijn 1999/44/EG wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt vervangen door:

"1. Deze richtlijn beoogt de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten betreffende de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, die geen verkoopovereenkomsten op afstand zijn, teneinde in het kader van de interne markt een eenvormig minimumniveau van consumentenbescherming te verzekeren."

b) lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) onder f) wordt vervangen door:

"f) herstelling: de consumptiegoederen in geval van gebrek aan overeenstemming met de overeenkomst in overeenstemming brengen;"

ii) het volgende punt wordt toegevoegd:

“g) verkoopovereenkomst op afstand": een verkoopovereenkomst die wordt gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop op afstand zonder gelijktijdige fysieke aanwezigheid van de verkoper en de consument, en waarbij tot en met het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van een of meer middelen voor communicatie op afstand, met inbegrip van het internet;

(21)In de bijlage bij Verordening (EG) nr. 2006/2004 wordt het volgende punt 11 toegevoegd als volgt vervangen:

"22. Richtlijn (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/201X betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG (PB...)"

(32)In bijlage I bij Richtlijn 2009/22/EG wordt het volgende punt 7toegevoegd als volgt vervangen:

(167) Richtlijn (EU) nr. XXX van het Europees Parlement en de Raad van XX/XX/201X betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG (PB...)"

Artikel 20

Overgangsbepalingen

1.Deze richtlijn is niet van toepassing op overeenkomsten die zijn gesloten voor [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn].

2.De lidstaten zorgen ervoor dat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, met ingang van [twee jaar na de datum van inwerkingtreding] van toepassing zijn op alle overeenkomsten die vanaf die datum worden gesloten.

Artikel 21

Intrekking van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad

Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen wordt met ingang van [twee jaar na de datum van inwerkingtreding] ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar deze richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage I.

Artikel 202 

Omzetting

1.De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [twee jaar na de datum van inwerkingtreding] aan deze richtlijn te voldoen.

2.Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

3.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 213

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Artikel 19 zal echter van toepassing zijn met ingang van [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn]

Artikel 224

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1) COM(2015) 634 final.
(2) COM(2015) 635 final.
(3) In het kader van deze toelichting moet iedere verwijzing naar ''online-verkoop'' worden gelezen als een verwijzing naar "online-verkoop en andere verkoop op afstand".
(4) COM (2015) 633 final, blz.8.
(5) Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12.
(6) COM (2015) 633 final, blz.8.
(7) COM(2017) 209 final. Het verslag van de geschiktheidscontrole van het consumenten- en marketingrecht en de externe flankerende studies zijn te vinden op: http://ec.europa.eu/newsroom/just/item-detail.cfm?item_id=59332&ticket=ST-25614682-e2tNLEtewXUap6Gbcb0Wzg4NGelXRUC7OXD3BkwlM0NNPzQKuVog4GztcwvMf4lakPH7hLHq5ol9Z1Qp4vLHcpm-Jj71zxYb8yr4dh9M8XMrc8-AOP82AjNmHaQXuUINLKghPW4zVIoMFwYYx6y0wJxqAl
(8) http://www.europarl.europa.eu/thinktank/en/document.html?reference=EPRS_STU%282017%29603258 .
(9) EUCO 26/16, http://www.consilium.europa.eu/press-releases-pdf/2016/6/47244643506_nl.pdf
(10) EUCO 8/17, http://www.consilium.europa.eu/press-releases-pdf/2017/6/47244661590_nl.pdf.
(11) SWD(2017)209 final, Report of the Fitness Check of consumer and marketing law.
(12) SWD (2017)354 final, Impacts of fully harmonised rules on contracts for the sales of goods.
(13) SWD(2017)209 final, Report of the Fitness Check of consumer and marketing law, blz. 78.
(14) SWD(2017)209 final, Report of the Fitness Check of consumer and marketing law, blz. 62.
(15) 72,4 % van de consumenten heeft vertrouwen in binnenlandse aankopen en 57 % van de consumenten heeft vertrouwen in grensoverschrijdende aankopen. Scorebord voor de consumentenvoorwaarden–Editie 2017, beschikbaar op: http://ec.europa.eu/newsroom/just/item-detail.cfm?item_id=117250 .
(16) Europese Commissie, Consumer survey identifying the main cross-border obstacles to the DSM and where they matter most, 2015.
(17) Scorebord voor de consumentenvoorwaarden–Editie 2017.
(18) Survey on retailers' attitudes towards cross-border trade and consumer protection 2016, blz.120.
(19) Survey on retailers' attitudes towards cross-border trade and consumer protection 2016, blz.123. Deze belemmeringen werden aangewezen als het meest belangrijk na het “hoger risico op fraude en betalingsverzuim bij grensoverschrijdende verkopen” (39,7 %) en “verschillen in nationale belastingregelingen” (39,6 %).
(20) Survey on retailers' attitudes towards cross-border trade and consumer protection 2016, blz.105.
(21) SWD(2017)209 final, Report of the Fitness Check of consumer and marketing law, blz. 100.
(22) SWD(2017)209 final, Report of the Fitness Check of consumer and marketing law, blz. 100.
(23) Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad, PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.
(24) SWD(2017)209 final, Report of the Fitness Check of consumer and marketing law.
(25) Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten, PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10.
(26) Richtlijn 2010/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaardproductinformatie van energiegerelateerde producten, PB L 153 van 18.6.2010, blz. 1.
(27) PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
(28) PB L 177 van 4.07.2008, blz. 6.
(29) Mededeling COM(2016)320 final van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’ s - Een brede aanpak voor het stimuleren van de grensoverschrijdende elektronische handel voor Europese burgers en bedrijven.
(30) COM(2016)289 final, voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie van klanten op basis van nationaliteit, verblijfplaats of plaats van vestiging in de interne markt en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG.
(31) Effectbeoordeling bij de voorstellen inzake digitale overeenkomsten, SWD (2015) 274 final, blz.5.
(32) Mededeling COM(2017)228 final van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio´s over de tussentijdse evaluatie van de uitvoering van de strategie voor de digitale interne markt - Een connectieve digitale interne markt.
(33) Deze informatie is voornamelijk gebaseerd op de kennisgevingen van de lidstaten aan de Commissie overeenkomstig de artikelen 32 en 33 van Richtlijn 2011/83/EU betreffende de omzetting van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en Richtlijn 1999/44/EG; voor de volledige kennisgevingen, zie: http://ec.europa.eu/consumers/consumer_rights/rights-contracts/directive/notifications/index_en.htm .
(34) De nationale parlementen van DE, CZ, IE, FR, IT, LU, NL, AT, PT en RO dienden adviezen in. Zie voor de adviezen: http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/relations/relations_other/npo/index_nl.htm .
(35) Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming, PB L 364 van 9.12.2004.
(36) Voor meer informatie over de raadplegingen zie: http://ec.europa.eu/justice/newsroom/contract/opinion/index_en.htm  
(37) http://ec.europa.eu/newsroom/just/item-detail.cfm?item_id=59332  
(38) Study on the costs and benefits of the minimum harmonisation under the Consumer Sales and Guarantees Directive 1999/44/EC and of potential full harmonisation and alignment of EU rules for different sales channels, blz.44.
(39) Het effectbeoordelingsverslag en de samenvatting zijn beschikbaar op: http://ec.europa.eu/justice/contract/digital-contract-rules/index_en.htm
(40) SWD (2017)354 final, Impacts of fully harmonised rules on contracts for the sales of goods.
(41) Scorebord consumentenvoorwaarden, editie 2017.
(42) 2016/JUST/023, beschikbaar op https://ec.europa.eu/info/publications/fitness-check-consumer-and-marketing-law_en.
(43) Executive Summary of the study on the costs and benefits of minimum harmonisation under the CSGD and of potential full harmonisation of selected consumer protection areas.
(44) PB C 264 van 20.7.2016, blz. 57.
(45) COM(2015) 192 final.
(46) Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen, PB L 171 van 7.7.1999, blz. 12.
(47) Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst) (Rome I), PB L177 van 4.7.2008, blz. 6.
(48) Werkdocument van de diensten van de Commissie{SWD(2017) 208 final}, verslag over de geschiktheidscontrole van Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”); Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten; Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten; Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van en de garanties voor consumptiegoederen; Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen; Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame.
(49) Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad, PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.
(50) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), PB L 351 van 20.12.2012, blz. 1.
(51) Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming, PB L 165 van 18.6.2013 PB L364 van 9.12.2004, blz. 1. 
(52) Richtlijn 2009/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende het doen staken van inbreuken in het raam van de bescherming van de consumentenbelangen, PB L 110 van 1.5.2009, blz. 30.
(53) PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.
Top