EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32011D0765

2011/765/EU: Besluit van de Commissie van 22 november 2011 inzake criteria voor de erkenning van opleidingscentra voor treinbestuurders, inzake criteria voor de erkenning van examinatoren van treinbestuurders en inzake criteria voor de organisatie van examens overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 7966) Voor de EER relevante tekst

OJ L 314, 29.11.2011, p. 36–40 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 07 Volume 013 P. 302 - 306

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2011/765/oj

29.11.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 314/36


BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 22 november 2011

inzake criteria voor de erkenning van opleidingscentra voor treinbestuurders, inzake criteria voor de erkenning van examinatoren van treinbestuurders en inzake criteria voor de organisatie van examens overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2011) 7966)

(Voor de EER relevante tekst)

(2011/765/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 inzake de certificering van machinisten die locomotieven en treinen op het spoorwegsysteem van de Gemeenschap besturen (1), en met name artikel 23, lid 3, onder b), en artikel 25, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om te garanderen dat het kwaliteitsniveau van de opleiding en de examens van treinbestuurders en kandidaat-treinbestuurders passend en vergelijkbaar is, zodat ze in alle lidstaten kunnen worden gecertificeerd, moeten op het niveau van de Unie gemeenschappelijke criteria worden vastgesteld met betrekking tot de procedures voor de erkenning van opleidingscentra en voor examinatoren van treinbestuurders.

(2)

Om wederzijdse aanvaarding van de examens mogelijk te maken, moet het kwaliteitsniveau van de opleidingen en examens in alle lidstaten redelijk en vergelijkbaar zijn.

(3)

De opleidingscentra moeten bekwaam zijn op het gebied van de opleidingen die zij verstrekken. De opleidingscentra moeten met name over technische en operationele bekwaamheid beschikken, moeten in staat zijn cursussen te organiseren en moeten over voldoende personeel en apparatuur beschikken.

(4)

Er moeten met name bepalingen worden vastgesteld voor opleidingscentra welke behoren tot spoorwegondernemingen of infrastructuurbeheerders die een aanvraag indienen voor veiligheidscertificaten of veiligheidsvergunningen. Om de administratieve lasten te verlichten, moeten lidstaten de mogelijkheid krijgen om de erkenning van dergelijke opleidingscentra te combineren met het proces voor de toekenning van veiligheidscertificaten of -vergunningen.

(5)

Examinatoren van treinbestuurders moeten ervaren en bekwaam zijn met betrekking tot het onderwerp van de examens die zij wensen af te nemen. De eisen met betrekking tot de bekwaamheid van een examinator moeten betrekking hebben op aspecten als examenmethoden, vaardigheden en pedagogische bekwaamheid. De bevoegde autoriteit moet op individuele basis nagaan of de bekwaamheid van een persoon of entiteit die een erkenning als examinator van treinbestuurders aanvraagt, passend is voor het afnemen van examens op de respectieve bekwaamheidsgebieden.

(6)

Examinatoren van treinbestuurders moeten de examens op onafhankelijke en onpartijdige wijze afnemen. De personen of entiteiten die zich kandidaat stellen voor de erkenningsprocedure moeten aan de bevoegde autoriteit aantonen dat zij deze voorwaarden vervullen.

(7)

De in dit besluit vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het in artikel 32 van Richtlijn 2007/59/EG bedoelde comité,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

In dit besluit worden de criteria vastgesteld voor de erkenning van opleidingscentra die professionele opleiding verstrekken aan treinbestuurders en kandidaat-treinbestuurders, voor de erkenning van examinatoren van treinbestuurders en kandidaat-treinbestuurders en voor de organisatie van examens overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG.

Dit besluit is van toepassing op:

a)

opleidingscentra die cursussen verstrekken aan treinbestuurders en kandidaat-treinbestuurders met betrekking tot de in artikel 23 van Richtlijn 2007/59/EG gespecificeerde opleidingstaken;

b)

de examinatoren van treinbestuurders die bevoegd zijn om de bekwaamheid te controleren van kandidaat-treinbestuurders of treinbestuurders die gecertificeerd wensen te worden overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn 2007/59/EG.

Artikel 2

Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a)   „kandidaat”: een entiteit of afzonderlijke persoon die een onderneming heeft opgericht die een erkenning aanvraagt om cursussen te verstrekken met betrekking tot de in artikel 23, leden 5 en 6, van Richtlijn 2007/59/EG vermelde opleidingstaken, inclusief een afzonderlijke persoon die een aanvraag indient om te worden erkend als examinator, zoals vermeld in artikel 25, leden 1 en 2, van Richtlijn 2007/59/EG;

b)   „opleider”: een persoon met de relevante vaardigheden en bekwaamheid om cursussen voor te bereiden, te organiseren en uit te voeren;

c)   „examinator”: een persoon met de relevante vaardigheden en bekwaamheid, welke erkend is om examens af te nemen en te beoordelen met het oog op de toepassing van Richtlijn 2007/59/EG;

d)   „examen”: het proces waarbij op één of meerdere manieren, zoals schriftelijk, mondeling en praktisch, de bekwaamheid van een treinbestuurder of kandidaat-treinbestuurder wordt geverifieerd overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG;

e)   „examencentrum”: een entiteit die is opgericht om examens af te nemen van treinbestuurders overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn 2007/59/EG;

f)   „erkenning”: een formele verklaring betreffende de bekwaamheid van een persoon of entiteit om opleidingstaken uit te voeren of examens af te nemen, afgegeven door een autoriteit die daartoe door de lidstaat is aangewezen;

g)   „bevoegde autoriteit”: de bevoegde autoriteit zoals gedefinieerd in artikel 3 van Richtlijn 2007/59/EG of een ander orgaan dat door de lidstaat is aangewezen voor de erkenning van opleidingscentra en examinatoren of waaraan deze taak is gedelegeerd.

HOOFDSTUK 2

OPLEIDINGSCENTRA

Artikel 3

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid

Opleidingscentra moeten aan alle deelnemers op onafhankelijke wijze cursussen verstrekken.

Met name in gevallen waarin het opleidingscentrum opleiding verstrekt aan personen die in dienst zijn bij het bedrijf dat eigenaar is van het opleidingscentrum en aan andere personen, met de opleiding onafhankelijk zijn van de belangen van het bedrijf dat eigenaar is van het opleidingscentrum en onpartijdig zijn voor alle deelnemers. Opleidingscentra passen dezelfde regels toe op personen die in dienst zijn bij het bedrijf dat eigenaar is van het opleidingscentrum en op andere personen. De lidstaten zien erop toe dat maatregelen worden genomen om te garanderen dat dit beginsel wordt geëerbiedigd.

Artikel 4

Bekwaamheidseisen

1.   Kandidaten moeten blijk geven van technische en operationele bekwaamheid en geschiktheid om cursussen te organiseren die passend zijn voor de opleidingstaken. Opleidingscentra moeten over voldoende personeel en apparatuur beschikken en actief zijn in een omgeving die geschikt is voor opleidingen die tot doel hebben treinbestuurders voor te bereiden op de examens voor het verkrijgen of behouden van licenties en certificaten overeenkomstig Richtlijn 2007/59/EG.

2.   Kandidaten moeten met name:

a)

beschikken over een efficiënte beheersstructuur die garandeert dat opleiders over voldoende kwalificaties en ervaring beschikken om opleidingen te verstrekken die in overeenstemming zijn met de in Richtlijn 2007/59/EG vastgestelde eisen;

b)

beschikken over de nodige personeelsleden, faciliteiten, apparatuur en accommodatie voor de aangeboden opleiding en het geraamde aantal deelnemers aan de opleiding;

c)

ervoor zorgen dat de praktijkopleiding wordt verstrekt door opleiders die houder zijn van zowel een geldige treinbestuurdersvergunning als een geldig certificaat voor het thema waarop de opleiding betrekking heeft of een vergelijkbaar type lijn/rollend materieel, en die minstens drie jaar professionele rijervaring hebben. Als de opleider niet beschikt over een geldig certificaat voor de desbetreffende infrastructuur/rollend materieel, moet een bestuurder die beschikt over een geldig certificaat voor de desbetreffende infrastructuur/rollend materieel aanwezig zijn tijdens de opleiding, overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder e), van Richtlijn 2007/59/EG;

d)

meedelen welke methode zij voornemens zijn te gebruiken om de inhoud, organisatie en duur van de cursussen, opleidingsplannen en bekwaamhedenprogramma’s vast te stellen;

e)

voorzien in systemen om de opleidingsactiviteiten te registreren, inclusief informatie over de deelnemers, opleiders en het aantal en doel van de cursussen;

f)

beschikken over een systeem voor kwaliteitsbeheer of gelijkwaardige procedures om te garanderen dat de systemen en procedures adequaat zijn en beantwoorden aan de eisen van Richtlijn 2007/59/EG;

g)

voorzien in beheer van de vakbekwaamheid, permanente opleiding en maatregelen om de vakbekwaamheid van opleiders op peil te houden;

h)

aantonen dat zij beschikken over procedures om opleidingsmethoden, hulpmiddelen en apparatuur te actualiseren, inclusief opleidingsliteratuur en -software, en documenten die door de infrastructuurbeheerder worden verstrekt, zoals reglementen met operationele regels, signalen of veiligheidssystemen.

3.   Een lidstaat mag aanvullende eisen vaststellen voor opleidingen met betrekking tot infrastructuur op zijn grondgebied.

4.   Kandidaten voor opleidingen over specifieke communicatie en terminologie voor procedures inzake spoorwegexploitatie en -veiligheid moeten zich kandidaat stellen bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de infrastructuur is gevestigd waarop de communicatie en terminologie betrekking hebben.

Artikel 5

Opleidingscentra die behoren tot een spoorwegonderneming of een infrastructuurbeheerder

1.   Een lidstaat mag toestaan dat een kandidaat die tot een spoorwegonderneming of een infrastructuurbeheerder behoort, exclusief opleiding verstrekt aan personeel van het bedrijf waartoe het behoort, voor zover dat opleidingscentrum voldoet aan alle eisen van artikel 4 van dit besluit; een dergelijk opleidingscentrum kan worden erkend in combinatie met de procedure voor de veiligheidscertificering of -vergunning overeenkomstig Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad (2).

2.   In dat geval mag de erkenningsverklaring worden aangebracht op het desbetreffende veiligheidscertificaat of de desbetreffende veiligheidsvergunning.

3.   De activiteiten en het beheer van de in lid 1 vermelde kandidaten worden zodanig georganiseerd en gestructureerd dat belangenconflicten worden voorkomen.

Artikel 6

Nieuwe of nieuw uitgeruste lijn en nieuw geïntroduceerd rollend materieel

Met betrekking tot nieuwe of nieuw uitgeruste lijnen of nieuw geïntroduceerd rollend materieel mag een lidstaat voorwaarden vaststellen waaronder een erkend opleidingscentrum praktische opleidingen mag organiseren die afwijken van artikel 4, lid 2, onder c).

Deze afwijking is strikt beperkt tot het geval waarin nog geen opleider beschikbaar is die al over een certificaat voor de nieuwe of nieuw uitgeruste lijn of voor het nieuwe rollend materieel beschikt.

De opleider moet voldoen aan alle andere eisen van artikel 4, lid 2, onder c), met betrekking tot de licentie en het certificaat, zoals bepaald in de artikelen 14 en 15 van Richtlijn 2007/59/EG, en met betrekking tot de vereiste beroepservaring.

HOOFDSTUK 3

EXAMINATOREN

Artikel 7

Onafhankelijkheid en onpartijdigheid

Kandidaten moeten bevestigen dat zij examens zullen afnemen op onpartijdige en niet-discriminerende wijze, vrij van alle druk en stimulansen die hun oordeel, het resultaat van de examens of de wijze waarop het examen wordt afgenomen, kunnen beïnvloeden.

Daartoe zal de bevoegde autoriteit een verklaring opstellen die door de kandidaat moet worden ondertekend. Deze verklaring wordt bij het aanvraagformulier gevoegd.

Artikel 8

Bekwaamheidseisen

1.   Kandidaten moeten bekwaam en ervaren zijn met betrekking tot het onderwerp van de examens die zij wensen af te nemen.

De gevraagde ervaring moet worden opgedaan door in de praktijk het beroep uit te oefenen gedurende minstens vier jaar, en dit tijdens een periode van hoogstens vijf jaar vóór de datum waarop de aanvraag wordt ingediend.

De vereiste periode van beroepservaring mag perioden omvatten van ervaring als beheerder van treinbestuurders met een geldige treinbestuurdersvergunning en aanvullend certificaat of als opleider voor opleidingstaken die relevant zijn voor de ingediende aanvraag.

2.   Met betrekking tot praktijkexamens aan boord van treinen moet de kandidaat houder zijn van zowel een geldige treinbestuurderslicentie als een geldig certificaat inzake het onderwerp van het examen of een soortgelijk type lijn/rollend materieel. Als de examinator niet beschikt over een geldig certificaat voor de infrastructuur/het rollend materieel waarop het examen betrekking heeft, moet een bestuurder die beschikt over een certificaat voor die infrastructuur/dat rollend materieel aanwezig zijn tijdens het examen, overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder e), van Richtlijn 2007/59/EG.

De kandidaat moet over minstens vier jaar beroepservaring beschikken, opgedaan binnen een periode van hoogstens vijf jaar vóór de datum waarop de aanvraag wordt ingediend. De kennis van de kandidaat moet up-to-date zijn op het ogenblik van de aanvraag.

3.   Voorts moeten de kandidaten aan de volgende minimumcriteria voldoen:

a)

ze moeten de taal van het examen kunnen verstaan en spreken op minstens niveau B2 van het door de Raad van Europa (3) vastgestelde Europese kader voor taalkennis (European Framework for Language Competence, EFLC);

b)

ze moeten beschikken over de vaardigheden en de pedagogische bekwaamheid die vereist is voor het afnemen van examens, en moeten een grondige kennis hebben van de relevante examenmethodes en examendocumenten;

c)

ze moeten aantonen hoe ze hun professionele bekwaamheid met betrekking tot de onderwerpen waarover zij examens afnemen, up-to-date zullen houden;

d)

ze moeten vertrouwd zijn met de certificeringsregeling voor treinbestuurders.

4.   Een lidstaat mag aanvullende eisen vaststellen voor examinatoren die examens afnemen met betrekking tot infrastructuur op zijn grondgebied.

HOOFDSTUK 4

ORGANISATIE VAN EXAMENS

Artikel 9

Gemeenschappelijke criteria voor de organisatie van examens

Examens die worden georganiseerd om de bekwaamheid van treinbestuurders te beoordelen overeenkomstig artikel 25 van Richtlijn 2007/59/EG moeten beantwoorden aan de volgende criteria:

a)

in het geval van examens die door twee of meer personen worden afgenomen, moet minstens de persoon die het examen leidt een erkend examinator zijn overeenkomstig de bepalingen van dit besluit;

b)

als het examen betrekking heeft op het praktische gedeelte van de bekwaamheid als treinbestuurder, moet de examinator houder zijn van een vergunning van treinbestuurder en van een aanvullend certificaat voor het gebruik van de infrastructuur en het rollend materieel waarop het examen betrekking heeft, of van een soortgelijk type lijn/rollend materieel; als de examinator niet beschikt over een geldig certificaat voor de infrastructuur/het rollend materieel waarop het examen betrekking heeft, moet een bestuurder die beschikt over een certificaat voor die infrastructuur/dat rollend materieel aanwezig zijn tijdens het examen, overeenkomstig artikel 4, lid 2, onder e), van Richtlijn 2007/59/EG;

c)

examens moeten op transparante wijze worden afgenomen en voldoende lang duren om met documenten te kunnen aantonen dat alle relevante onderwerpen van de bijlagen bij Richtlijn 2007/59/EG aan bod zijn gekomen;

d)

in gevallen waarin de examinator aan de treinbestuurder of kandidaat-treinbestuurder de opleiding verstrekt heeft over het onderwerp waarop het examen betrekking heeft, wordt het examen afgenomen door een tweede examinator, die niet betrokken was bij de voorbereidende opleiding;

e)

bij de voorbereiding van het examen wordt bijzondere aandacht besteed aan de vertrouwelijkheid van de examenvragen.

Artikel 10

Nieuwe of nieuw uitgeruste lijn en nieuw geïntroduceerd rollend materieel

Met betrekking tot nieuwe of nieuw uitgeruste lijnen of nieuw geïntroduceerd rollend materieel mag een lidstaat voorwaarden vaststellen waaronder een erkende examinator examens mag afnemen die afwijken van artikel 9.

Deze afwijking is strikt beperkt tot het geval waarin nog geen examinator beschikbaar is die al over een certificaat voor de nieuwe of nieuw uitgeruste lijn of voor het nieuwe rollend materieel beschikt.

De examinator moet voldoen aan alle andere eisen van artikel 4, lid 2, onder c), met betrekking tot de licentie en het certificaat, zoals bepaald in de artikelen 14 en 15 van Richtlijn 2007/59/EG, en met betrekking tot de vereiste beroepservaring.

HOOFDSTUK 5

SLOTBEPALINGEN

Artikel 11

Overgangsperiode

Als een spoorwegonderneming of infrastructuurbeheerder al examinatoren heeft geselecteerd voor het afnemen van examens van zijn eigen personeel, overeenkomstig nationale bepalingen en eisen die van toepassing waren vóór de inwerkingtreding van dit besluit, mag een lidstaat beslissen dat de geselecteerde examinatoren de examens verder mogen afnemen overeenkomstig de volgende voorwaarden:

a)

De spoorwegonderneming of infrastructuurbeheerder heeft de examinator geselecteerd in het kader van een overeenkomstig Richtlijn 2004/49/EG afgegeven veiligheidscertificaat of -vergunning, binnen de grenzen van het toepassingsgebied dat door de bevoegde autoriteit is vastgesteld, en tot het verstrijken van dit veiligheidscertificaat of deze veiligheidsvergunning;

b)

de spoorwegonderneming of infrastructuurbeheerder controleert of voldaan is aan de in dit besluit vastgestelde eisen met betrekking tot de door hen geselecteerde examinatoren; als een examinator niet aan een eis voldoet, neemt de spoorwegonderneming of de infrastructuurbeheerder passende maatregelen om te garanderen dat de eisen voor examinatoren worden nageleefd.

Artikel 12

Aanvraag

Dit besluit is van toepassing met ingang van 15 mei 2012.

Voor opleidingscentra die al opleidingsdiensten verstrekken op de datum waarop dit besluit van toepassing wordt, is dit besluit van toepassing met ingang van 1 juli 2013.

Artikel 13

Addressaten

Dit besluit is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 22 november 2011.

Voor de Commissie

Siim KALLAS

Vicevoorzitter


(1)  PB L 315 van 3.12.2007, blz. 51.

(2)  PB L 164 van 30.4.2004, blz. 44.

(3)  Common European Framework of Reference for Languages: Learning, Teaching, Assessment, 2001 (Cambridge University Press voor de Engelse versie - ISBN 0-521-00531-0). Eveneens beschikbaar op de website van de Raad van Europa: http://www.coe.int/T/DG4/Portfolio/documents/Common%20European%20Framework%20hyperlinked.pdf


Top