Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 01999D0468-20060723

Consolidated text: Besluit ven de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdhedenDe lezer wordt erop geattendeerd dat drie verklaringen voor de Raadsnotulen die betrekking hebben op dit besluit, bekendgemaakt zijn in PB C 203 van 17.7.1999, blz. 1. (1999/468/EG)

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/468/2006-07-23

1999D0468 — NL — 23.07.2006 — 001.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

BESLUIT VEN DE RAAD

van 28 juni 1999

tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 1 )

(1999/468/EG)

(PB L 184, 17.7.1999, p.23)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

►M1

BESLUIT VAN DE RAAD van 17 juli 2006

  L 200

11

22.7.2006




▼B

BESLUIT VEN DE RAAD

van 28 juni 1999

tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 2 )

(1999/468/EG)



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 202, derde streepje,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 3 ),

Gezien het advies van het Europees ParIement ( 4 ),

(1)

Overwegende dat de Raad in de besluiten die hij aanneemt, de Commissie de bevoegdheden verleent ter uitvoering van de regels die hij stelt; dat hij de uitoefening van deze bevoegdheden aan bepaalde voorwaarden kan onderwerpen; dat de Raad zich ook het recht kan voorbehouden in gemotiveerde bijzondere gevallen bepaalde uitvoeringsbevoegdheden rechtstreeks uit te oefenen;

(2)

Overwegende dat de Raad Besluit 87/373/EEG van 13 juli 1987 tot vaststelling van de voorwaarden die gelden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden ( 5 ) heeft aangenomen; dat genoemd besluit het aantal procedures voor de uitoefening van die bevoegdheden heeft beperkt;

(3)

Overwegende dat de Commissie bij verklaring nr. 31, gevoegd bij de slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Amsterdam heeft vastgesteld, is verzocht bij de Raad een voorstel tot wijziging van Besluit 87/373/EEG in te dienen;

(4)

Overwegende dat het ter wille van de duidelijkheid, in plaats van Besluit 87/373/EEG te wijzigen, beter wordt geacht dat besluit te vervangen door een nieuw besluit en Besluit 87/373/EEG dus in te trekken;

(5)

Overwegende dat dit besluit, teneinde meer consistentie en voorspelbaarheid te bereiken wat de keuze van het type comité betreft, in de eerste plaats beoogt criteria vast te stellen voor de keuze van de comitéprocedures, met dien verstande dat deze criteria niet bindend zijn ►M1  behalve wat betreft de regelgevingsprocedure met toetsing ◄ ;

(6)

Overwegende dat in dit opzicht van de beheersprocedure gebruik moet worden gemaakt voor beheersmaatregelen als die welke betrekking hebben op de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid of op de uitvoering van programma's met aanzienlijke gevolgen voor de begroting; dat dergelijke beheersmaatregelen door de Commissie moeten worden genomen volgens een procedure die een besluitvorming binnen passende termijnen waarborgt; dat wanneer aan de Raad maatregelen worden voorgelegd die niet dringend zijn, de Commissie haar discretionaire bevoegdheid moet uitoefenen om de toepassing van de maatregelen uit te stellen;

(7)

Overwegende dat van de regelgevingsprocedure gebruik moet worden gemaakt voor maatregelen met algemene strekking die ten doel hebben essentiële onderdelen van een basisbesluit toe te passen, met inbegrip van maatregelen die de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van mensen, dieren of planten beogen, alsmede voor maatregelen die ten doel hebben sommige niet-essentiële onderdelen van een basisbesluit aan te passen of bij te werken; dat die maatregelen volgens een doeltreffende procedure moeten worden vastgesteld, met volledige inachtneming van het initiatiefrecht van de Commissie op wetgevingsgebied;

▼M1

(7 bis)

Het is noodzakelijk gebruik te maken van de regelgevingsprocedure met toetsing voor maatregelen van algemene strekking tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van een volgens de procedure van artikel 251 van het van het Verdrag aangenomen besluit, ook wanneer de wijziging behelst dat sommige van deze niet-essentiële onderdelen worden geschrapt of dat het besluit wordt aangevuld met nieuwe niet-essentiële onderdelen. Deze procedure moet de twee takken van de wetgevingsautoriteit in staat stellen een toetsing te verrichten voordat de maatregelen in kwestie worden aangenomen. De essentiële onderdelen van een wetgevingsbesluit kunnen alleen door de wetgever worden gewijzigd, op basis van het Verdrag;

▼B

(8)

Overwegende dat van de raadplegingsprocedure gebruik moet worden gemaakt in de gevallen waarin deze het meest geschikt lijkt; dat de raadplegingsprocedure van toepassing zal blijven in de gevallen waarin zij thans van toepassing is;

(9)

Overwegende dat dit besluit in de tweede plaats beoogt de voorwaarden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden in hun geheel te vereenvoudigen en de betrokkenheid van het Europees Parlement te verbeteren in de gevallen waarin het basisbesluit waarbij aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend, is aangenomen volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag; dat daartoe het aantal procedures dient te worden verminderd en dat de procedures moeten worden aangepast in overeenstemming met de respectieve bevoegdheden van de betrokken instellingen, opdat met name door de Commissie, respectievelijk de Raad rekening kan worden gehouden met het advies van het Europees Parlement in de gevallen waarin het Parlement van mening is dat een volgens de regelgevingsprocedure aan een comité voorgelegde ontwerp-maatregel of bij de Raad ingediend voorstel, de uitvoeringsbevoegdheden waarin het basisinstrument voorziet, overschrijdt;

▼M1

(10)

Ten derde moet dit besluit waarborgen dat het Europees Parlement beter wordt geïnformeerd, en daarom wordt in het besluit bepaald dat de Commissie het Europees Parlement regelmatig moet informeren over de werkzaamheden van de comités, dat zij daarmee verband houdende documenten aan het Europees Parlement moet toesturen en het Europees Parlement moet meedelen welke maatregelen of ontwerpen van te nemen maatregelen zij aan de Raad voorlegt; er zal bijzondere aandacht worden besteed aan het informeren van het Europees Parlement over de werkzaamheden van de comités in het kader van de regelgevingsprocedure met toetsing, opdat het Europees Parlement binnen de gestelde termijn een besluit kan nemen;

▼B

(11)

Overwegende dat dit besluit in de vierde plaats beoogt de voorlichting van het publiek over de comitéprocedures te verbeteren door de voor de Commissie geldende beginselen en voorwaarden inzake de toegang van het publiek tot documenten te laten gelden voor documenten van de comités, door te voorzien in een lijst van alle comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden, alsmede in de publicatie van een jaarverslag over de werking van de comités, en door te bepalen dat alle gegevens betreffende de aan het Europees Parlement toegezonden documenten in verband met de comités in een register worden bekendgemaakt;

(12)

Overwegende dat de niet op Besluit 87/373/EEG gebaseerde specifieke comitéprocedures die in het leven zijn geroepen voor de uitvoering van de gemeenschappelijke handelspolitiek en de toepassing van de in de verdragen vervatte mededingingsregels, door dit besluit onverlet worden gelaten,

BESLUIT:



Artikel 1

Met uitzondering van gemotiveerde bijzondere gevallen waarin de Raad zich op grond van het basisbesluit het recht voorbehoudt bepaalde uitvoeringsbevoegdheden rechtstreeks uit te oefenen, worden aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden verleend overeenkomstig de daartoe in het basisbesluit vastgestelde bepalingen. In die bepalingen worden de belangrijkste elementen van de aldus verleende bevoegdheden vastgesteld.

Wanneer het basisbesluit de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen aan specifieke procedurevoorwaarden onderwerpt, zijn deze voorwaarden in overeenstemming met de in de artikelen 3, 4, 5 ►M1  , 5 bis ◄ en 6 omschreven procedures.

Artikel 2

 

1.  Onverminderd lid 2, ◄ de keuze van de procedure voor de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen wordt op het volgende gebaseerd:

a) beheersmaatregelen zoals die welke betrekking hebben op de uitvoering van het gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid of op de uitvoering van programma's met aanzienlijke gevolgen voor de begroting worden volgens de beheersprocedure vastgesteld;

b) maatregelen van algemene strekking die ten doel hebben essentiële onderdelen van een basisbesluit toe te passen, met inbegrip van maatregeIen die de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van mensen, dieren of planten beogen, worden volgens de regelgevingsprocedure vastgesteld.

Wanneer een basisbesluit bepaalt dat sommige niet-essentiëIe onderdelen van dat besluit door middel van uitvoeringsmaatregelen kunnen worden aangepast of bijgewerkt, worden die maatregelen volgens de regelgevingsprocedure vastgesteld;

c) de raadplegingsprocedure wordt gebruikt wanneer zij het meest geschikt wordt geacht, onverminderd het bepaalde onder a) en b).

▼M1

2.  Wanneer in een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit is bepaald dat maatregelen van algemene strekking worden aangenomen tot wijziging van niet-essentiële onderdelen van dat besluit, ook indien de wijziging behelst dat sommige van deze niet-essentiële onderdelen worden geschrapt of dat het besluit wordt aangevuld met nieuwe niet-essentiële onderdelen, worden de maatregelen vastgesteld volgens de regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

Artikel 3

Raadplegingsprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een raadgevend comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2.  De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit, zo nodig door middel van een stemming.

3.  Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere lidstaat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen.

4.  De Commissie houdt zo veel mogelijk rekening met het door het comité uitgebrachte advies. Zij stelt het comité in kennis van de wijze waarop zij met het advies rekening heeft gehouden.

Artikel 4

Beheersprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité van beheer, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2.  De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 205, ►M1  leden 2 en 4 ◄ , van het Verdrag is voorgeschreven voor de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie moet aannemen. De stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten in het comité worden gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

3.  Onverminderd artikel 8 stelt de Commissie maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien de vastgestelde maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In laatstgenoemd geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten, uitstellen voor een termijn die in elk basisbesluit wordt vastgelegd en die in geen geval langer mag zijn dan drie maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving.

4.  De Raad kan binnen de in lid 3 genoemde termijn met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.

Artikel 5

Regelgevingsprocedure

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een regelgevend comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2.  De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 205, ►M1  leden 2 en 4 ◄ , van het Verdrag is voorgeschreven voor de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie moet aannemen. De stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten in het comité worden gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

3.  Onverminderd artikel 8 stelt de Commissie de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.

4.  Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of wanneer geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel betreffende de te nemen maatregelen in en brengt zij het Europees Parlement op de hoogte.

5.  Indien het Europees Parlement van mening is dat een voorstel dat de Commissie op grond van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit heeft ingediend, de uitvoeringsbevoegdheden waarin het basisbesluit voorziet, overschrijdt, brengt het de Raad van zijn standpunt op de hoogte.

6.  Al naargelang van het geval kan de Raad in het licht van dat standpunt binnen een termijn die in elk basisbesluit wordt vastgelegd en die in geen geval langer mag zijn dan drie maanden na de datum van indiening van het voorstel bij de Raad, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit nemen over het voorstel.

Wanneer de Raad binnen die termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen te kennen geeft dat hij zich tegen het voorstel verzet, neemt de Commissie het voorstel opnieuw in behandeling. Zij kan bij de Raad een gewijzigd voorstel indienen, haar voorstel opnieuw indienen of een wetgevingsvoorstel indienen op basis van het Verdrag.

Wanneer de Raad bij afloop van die termijn het voorgestelde uitvoeringsbesluit niet heeft aangenomen of niet te kennen heeft gegeven dat hij zich tegen het voorstel voor uitvoeringsmaatregelen verzet, wordt het voorgestelde uitvoeringsbesluit door de Commissie vastgesteld.

▼M1

Artikel 5 bis

Regelgevingsprocedure met toetsing

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité regelgeving met toetsing, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2.  De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt, binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 205, leden 2 en 4, van het Verdrag is voorgeschreven voor de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie moet aannemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

3.  Wanneer de door de Commissie beoogde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het comité, is de volgende procedure van toepassing:

a) De Commissie legt de ontwerp-maatregelen onverwijld ter toetsing voor aan het Europees Parlement en aan de Raad.

b) Het Europees Parlement of de Raad kunnen, respectievelijk met de meerderheid van zijn leden en met gekwalificeerde meerderheid, bezwaar maken tegen de aanneming door de Commissie van het ontwerp in kwestie, en daarbij als argument naar voren brengen dat het door de Commissie ingediende ontwerp van maatregelen de uitvoeringsbevoegdheden waarin het basisbesluit voorziet, overschrijdt, of niet verenigbaar is met het doel of de inhoud van het basisbesluit of niet strookt met het subsidiariteits- of het evenredigheidsbeginsel.

c) Indien het Europees Parlement of de Raad binnen drie maanden na de datum waarop het voorstel bij hen is ingediend, bezwaar maakt tegen het ontwerp van maatregelen, worden deze maatregelen niet door de Commissie vastgesteld. De Commissie kan dan aan het comité een gewijzigd ontwerp van maatregelen voorleggen of een wetgevingsvoorstel op basis van het Verdrag indienen.

d) Indien noch het Europees Parlement noch de Raad na afloop van deze termijn bezwaar hebben gemaakt tegen het ontwerp van maatregelen, worden deze maatregelen door de Commissie vastgesteld.

4.  Wanneer de door de Commissie beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of wanneer geen advies is uitgebracht, is de volgende procedure van toepassing:

a) de Commissie dient onverwijld bij de Raad een voorstel betreffende de te nemen maatregelen in en zendt het tegelijkertijd toe aan het Europees Parlement;

b) de Raad neemt binnen twee maanden na de datum van verwijzing naar de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit over dat voorstel;

c) indien de Raad binnen deze termijn met gekwalificeerde meerderheid van stemmen bezwaar maakt tegen de voorgestelde maatregelen, worden deze maatregelen niet vastgesteld. De Commissie kan de Raad dan een gewijzigd voorstel of een wetgevingsvoorstel op basis van het Verdrag voorleggen;

d) indien de Raad overweegt de voorgestelde maatregelen aan te nemen, legt hij deze maatregelen onverwijld voor aan het Europees Parlement. Indien de Raad niet binnen de eerder genoemde termijn van twee maanden een besluit neemt, legt de Commissie de maatregelen onverwijld voor aan het Europees Parlement;

e) het Europees Parlement kan met de meerderheid van zijn leden binnen vier maanden vanaf de toezending van het voorstel overeenkomstig punt a) bezwaar maken tegen de aanneming van de maatregelen in kwestie, en daarbij als argument naar voren brengen dat de voorgestelde maatregelen de uitvoeringsbevoegdheden waarin het basisbesluit voorziet, overschrijden, of niet verenigbaar zijn met het doel of de inhoud van het basisbesluit of niet stroken met het subsidiariteits- of het evenredigheidsbeginsel;

f) indien het Europees Parlement binnen deze termijn bezwaar maakt tegen de voorgestelde maatregelen, worden deze maatregelen niet vastgesteld. De Commissie kan dan aan het comité een gewijzigd ontwerp van maatregelen voorleggen of een wetgevingsvoorstel op basis van het Verdrag indienen;

g) indien het Europees Parlement na afloop van de eerder genoemde termijn geen bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgestelde maatregelen, worden deze maatregelen door de Raad of de Commissie, al naar gelang het geval, vastgesteld.

5.  In afwijking van de leden 3 en 4 kan in een basisbesluit in uitzonderlijke gevallen worden bepaald:

a) dat de termijnen in lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), met een maand worden verlengd wanneer het complexe karakter van de maatregelen dat rechtvaardigt; of

b) dat de termijnen in lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), worden ingekort wanneer dat om redenen van doeltreffendheid gerechtvaardigd is.

6.  In een basisbesluit kan worden vastgelegd dat, indien de in de leden 3, 4 en 5 bedoelde termijnen van de regelgevingsprocedure met toetsing om dwingende urgente redenen niet kunnen worden nageleefd, de volgende procedure van toepassing is:

a) wanneer de door de Commissie beoogde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het comité, stelt de Commissie deze maatregelen vast, waarna zij onmiddellijk worden uitgevoerd. De Commissie deelt de maatregelen onverwijld mee aan het Europees Parlement en de Raad;

b) binnen een maand na bovenbedoelde mededeling kunnen het Europees Parlement of de Raad, respectievelijk met de meerderheid van zijn leden en met gekwalificeerde meerderheid, bezwaar maken tegen de door de Commissie vastgestelde maatregelen en daarbij als argument naar voren brengen dat de maatregelen de uitvoeringsbevoegdheden waarin het basisbesluit voorziet, overschrijden, of niet verenigbaar zijn met het doel of de inhoud van het basisbesluit of niet stroken met het subsidiariteits- of het evenredigheidsbeginsel;

c) indien het Europees Parlement of de Raad bezwaar maken, trekt de Commissie de maatregelen in. De Commissie kan de maatregelen evenwel voorlopig handhaven indien zulks gerechtvaardigd is om redenen van volksgezondheid, veiligheid of bescherming van het leefmilieu. In dat geval legt de Commissie het comité onverwijld een gewijzigd ontwerp van maatregelen voor of dient zij onverwijld een wetgevingsvoorstel op basis van het Verdrag in. De voorlopige maatregelen blijven van kracht tot zij door een definitief besluit worden vervangen.

▼B

Artikel 6

Vrijwaringsprocedure

Wanneer het basisbesluit aan de Commissie bevoegdheid inzake vrijwaringsmaatregelen verleent, kan de volgende procedure worden toegepast.

a) Wanneer de Commissie besluit vrijwaringsmaatregelen te nemen, stelt zij de Raad en de lidstaten hiervan in kennis. Er kan worden bepaald, dat de Commissie de lidstaten volgens een per geval te bepalen procedure raadpleegt voordat zij haar besluit vaststelt.

b) Iedere lidstaat kan het besluit van de Commissie binnen een in het betrokken basisbesluit te bepalen termijn aan de Raad voorleggen.

c) De Raad kan binnen een in het betrokken basisbesluit te bepalen termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen. In het basisbesluit kan ook worden bepaald dat de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen het besluit van de Commissie kan bevestigen, wijzigen of intrekken en dat indien de Raad binnen de bovenbedoelde termijn geen besluit heeft genomen, het besluit van de Commissie geacht wordt te zijn ingetrokken.

Artikel 7

1.  Elk comité stelt op voorstel van zijn voorzitter zijn reglement van orde vast op basis van een standaardreglement dat in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt gepubliceerd.

Bestaande comités passen, voorzover nodig, hun reglement van orde aan het standaardreglement aan.

2.  De voor de Commissie geldende beginselen en voorwaarden inzake de toegang van het publiek tot documenten gelden ook voor documenten van de comités.

3.  Het Europees Parlement wordt regelmatig door de Commissie op de hoogte gehouden van de werkzaamheden van de comités ►M1  en wel op een wijze die de transparantie van het systeem van toezending waarborgt, alsook een opgave van de toegezonden gegevens en van de onderscheiden fasen van de procedure mogelijk maakt ◄ . Daartoe ontvangt het de agenda's van de vergaderingen van de comités, de aan de comités voorgelegde ontwerpen van maatregelen ter uitvoering van besluiten die volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag zijn vastgesteld, alsmede de uitslagen van de stemmingen, beknopte verslagen van de vergaderingen en lijsten van de autoriteiten en organisaties waarvan de personen die door de lidstaten zijn aangewezen om hen te vertegenwoordigen deel uitmaken. Het Parlement wordt eveneens op de hoogte gebracht van alle door de Commissie aan de Raad toegezonden maatregelen of voorstellen voor te nemen maatregelen.

4.  Uiterlijk zes maanden na de datum waarop dit besluit van kracht wordt, publiceert de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen een lijst van alle comités die de Commissie bij de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden bijstaan. In deze lijst wordt voor elk comité het basisbesluit vermeld waarbij het is ingesteld. Vanaf het jaar 2000 publiceert de Commissie ook jaarverslagen over de werking van de comités.

5.  De gegevens van alle overeenkomstig lid 3 aan het Europees Parlement toegezonden documenten worden in een in het jaar 2001 door de Commissie in te stellen register openbaar gemaakt.

Artikel 8

Wanneer het Europees Parlement in een met redenen omklede resolutie te kennen geeft dat een ontwerp van uitvoeringsmaatregelen waarvan aanneming wordt overwogen en dat op grond van een volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag aangenomen basisbesluit aan een comité is voorgelegd, de bij het basisbesluit verleende uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt, behandelt de Commissie dat ontwerp opnieuw. Rekening houdend met de resolutie kan de Commissie binnen de termijnen van de lopende procedure het comité een nieuw voorstel van maatregelen voorleggen, de procedure voortzetten of bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel op basis van het Verdrag indienen.

De Commissie brengt het Europees Parlement en het comité op de hoogte van het gevolg dat zij aan de resolutie van het Europees Parlement zal geven, en van de redenen daarvoor.

Artikel 9

Besluit 87/373/EEG wordt ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.



( 1 ) De lezer wordt erop geattendeerd dat drie verklaringen voor de Raadsnotulen die betrekking hebben op dit besluit, bekendgemaakt zijn in PB C 203 van 17.7.1999, blz. 1.

( 2 ) De lezer wordt erop geattendeerd dat drie verklaringen voor de Raadsnotulen die betrekking hebben op dit besluit, bekendgemaakt zijn in PB C 203 van 17.7.1999, blz. 1.

( 3 ) PB C 279 van 8.9.1998, blz. 5.

( 4 ) Resolutie van 6 mei 1999 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

( 5 ) PB L 197 van 18.7.1987, blz. 33.

Top