Accept Refuse

EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32007D0305

2007/305/EG: Beschikking van de Commissie van 25 april 2007 betreffende het uit de handel nemen van hybride Ms1xRf1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4) koolzaad en daarvan afgeleide producten (Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1805)

OJ L 117, 5.5.2007, p. 17–19 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2007/305/oj

5.5.2007   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 117/17


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 25 april 2007

betreffende het uit de handel nemen van hybride Ms1xRf1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4) koolzaad en daarvan afgeleide producten

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2007) 1805)

(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

(2007/305/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (1), en met name op artikel 8, lid 6, en artikel 20, lid 6,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (2) is bij Beschikking 96/158/EG van de Commissie van 6 februari 1996 betreffende het in de handel brengen van een uit een genetisch gemodificeerd organisme bestaand product, te weten hybride herbicideresistente koolzaadzaden (Brassica napus L. oleifera Metzg. MS1Bn x RF1Bn) (3) toestemming verleend voor het in de handel brengen van zaad van hybride Ms1xRf1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4) koolzaad voor gebruik met het doel te kweken voor het verkrijgen van zaad, maar niet voor gebruik voor menselijk voedsel of diervoeder. Richtlijn 90/220/EEG is herzien en ingetrokken bij Richtlijn 2001/18/EG.

(2)

Overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG is bij Beschikking 97/392/EG van de Commissie van 6 juni 1997 betreffende het overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG van de Raad in de handel brengen van genetisch gemodificeerd koolzaad (Brassica napus L. oleifera Metzg. MS1, RF1) (4) toestemming verleend voor het in de handel brengen van zaad van hybride ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ4-4) koolzaad voor de beoogde toepassingen, namelijk de teelt en het hanteren in het milieu vóór en tijdens de verwerking tot niet-levensvatbare fracties.

(3)

In beide gevallen werd de toestemming gegeven op grond van de informatie in het overeenkomstig Richtlijn 90/220/EEG ingediende dossier en alle door de lidstaten verstrekte informatie.

(4)

Verwerkte olie uit ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad is in de handel gebracht overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 258/97 van het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 1997 betreffende nieuwe voedingsmiddelen en nieuwe voedselingrediënten (5).

(5)

ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad zijn vervolgens overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 (hierna „de verordening” genoemd) door Bayer CropScience AG (hierna „de kennisgever” genoemd) als bestaande producten gemeld en in het communautair register van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders opgenomen. De melding betrof levensmiddelen (verwerkte olie) op basis van de mannelijk steriele koolzaadlijn MS1Bn (B91-4) en alle via conventionele kruising verkregen nakomelingschap daarvan, de vruchtbaarheidherstellende koolzaadlijn RF1Bn (B93-101) en alle via conventionele kruising verkregen nakomelingschap daarvan, de hybride combinatie MS1xRF1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4) en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit koolzaad dat is afgeleid van de mannelijk steriele koolzaadlijn MS1 (B91-4) cultivar Drakkar (Brassica napus L. oleifera Metzg.), de vruchtbaarheidherstellende koolzaadlijn RF1 (B93-101) cultivar Drakkar (Brassica napus L. oleifera Metzg.) en de hybride combinatie MS1xRF1 (ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4) (Brassica napus L. oleifera Metzg. MS1Bn x RF1Bn) voor de beoogde toepassingen, namelijk de teelt en het hanteren in het milieu vóór en tijdens de verwerking tot niet-levensvatbare fracties.

(6)

De kennisgever van hybride ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad heeft de Commissie in een brief van 15 november 2005 meegedeeld dat de variëteiten die dit event bevatten, wereldwijd niet langer te koop worden aangeboden en dat alle zaadvoorraden na het verkoopseizoen 2003 waren teruggeroepen en vernietigd.

(7)

Voorts heeft de kennisgever de Commissie meegedeeld dat hij niet voornemens is een aanvraag in te dienen voor een vernieuwing van de toestemming voor ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad overeenkomstig artikel 8, lid 4, eerste alinea, artikel 11, artikel 20, lid 4, en artikel 23 van de verordening. Bijgevolg mogen hybride ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad en daarvan afgeleide producten na 18 april 2007 niet langer in de Gemeenschap worden gekweekt en in de handel gebracht.

(8)

Daarom moeten er maatregelen worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat zaad van hybride ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad daadwerkelijk uit de handel wordt genomen. Aangezien er geen zaad meer beschikbaar is, zullen van ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad afgeleide producten naar verwachting binnen een redelijke termijn uit de voedsel- en voederketen verdwijnen.

(9)

Aangezien de kennisgever na het plantseizoen 2003 is gestopt met het verkopen van hybride ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad, zijn de voorraden van ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad afgeleide producten opgebruikt en zullen zij naar verwachting na 18 april 2007 niet langer in de handel zijn. Wel kunnen er nog enige tijd minieme sporen van genetisch gemodificeerd materiaal van ACS-BNØØ4-7, ACS-BNØØ1-4 en ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad in levensmiddelen en diervoeders aanwezig blijven.

(10)

Met het oog op de rechtszekerheid moet daarom in een overgangstermijn worden voorzien gedurende welke een onvoorziene of technisch niet te voorkomen aanwezigheid van dergelijk materiaal in levensmiddelen en diervoeders niet als een inbreuk op artikel 4, lid 2, of artikel 16, lid 2, van de verordening wordt beschouwd.

(11)

Bij het vaststellen van het te tolereren gehalte en de termijn moet er rekening mee worden gehouden hoelang het duurt voordat het daadwerkelijk uit de handel halen van het zaad effect sorteert in de hele voedsel- en voederketen. In ieder geval moet het te tolereren gehalte lager zijn dan de bij de verordening vastgestelde drempelwaarde voor etikettering en traceerbaarheid van niet meer dan 0,9 % voor de onvoorziene of technisch niet te voorkomen aanwezigheid van genetisch gemodificeerd materiaal in levensmiddelen en diervoeders.

(12)

De gegevens betreffende ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad in het communautair register, zoals bedoeld in artikel 28 van de verordening moeten worden gewijzigd om deze beschikking in aanmerking te nemen.

(13)

De kennisgever is over de in deze beschikking vervatte maatregelen geraadpleegd.

(14)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het standpunt van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Om ervoor te zorgen dat het zaad van hybride ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad voor teeltdoeleinden daadwerkelijk uit de handel wordt gehaald, neemt de kennisgever de in de bijlage vastgestelde maatregelen.

Binnen zes maanden na de datum van kennisgeving van deze beschikking dient de kennisgever een verslag over de uitvoering van de in de bijlage vastgestelde maatregelen in bij de Commissie.

Artikel 2

Tot en met vijf jaar na de kennisgeving van deze beschikking wordt de aanwezigheid van materiaal dat geheel of gedeeltelijk uit ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad bestaat of daarmee is geproduceerd, getolereerd in overeenkomstig artikel 8, lid 1, onder a), en artikel 20, lid 1, van de verordening gemelde levensmiddelen en diervoeders, mits:

a)

die aanwezigheid onvoorzien of technisch niet te voorkomen is; en

b)

het gehalte niet meer dan 0,9 % bedraagt.

Artikel 3

De gegevens betreffende ACS-BNØØ4-7 koolzaad, ACS-BNØØ1-4 koolzaad en de hybride combinatie ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad in het communautair register, zoals bedoeld in artikel 28 van de verordening, worden gewijzigd om met deze beschikking rekening te houden.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot Bayer CropScience AG, Alfred-Nobel-Str. 50, D-40789 Monheim am Rhein.

Gedaan te Brussel, 25 april 2007.

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1981/2006 van de Commissie (PB L 368 van 23.12.2006, blz. 99).

(2)  PB L 117 van 8.5.1990, blz. 15. Richtlijn ingetrokken bij Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).

(3)  PB L 37 van 15.2.1996, blz. 30.

(4)  PB L 164 van 21.6.1997, blz. 38.

(5)  PB L 43 van 14.2.1997, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003).


BIJLAGE

Maatregelen die de kennisgever moet nemen om ervoor te zorgen dat zaad van hybride ACS-BNØØ4-7xACS-BNØØ1-4 koolzaad voor teeltdoeleinden daadwerkelijk uit de handel wordt genomen

a)

De handelaren in de Gemeenschap in kennis stellen van de commerciële en juridische status van het zaad;

b)

de resterende commerciële zaadvoorraden van de handelaren terugroepen;

c)

de resterende commerciële zaadvoorraden vernietigen;

d)

productbeëindigingsovereenkomsten met derde partijen sluiten waarbij zij zich ertoe verplichten het zaad terug te sturen of te controleren en te bevestigen dat het zaad is vernietigd;

e)

alle nodige maatregelen treffen om de geregistreerde variëteiten van het zaad uit de nationale rassenlijsten te laten schrappen;

f)

een intern programma implementeren om de aanwezigheid van het „event” in de teelt en de zaadproductie te voorkomen.


Top