EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 01997R0338-20130810

Consolidated text: Verordening (EG) n r. 338/97 van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/338/2013-08-10

1997R0338 — NL — 10.08.2013 — 017.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

VERORDENING (EG) Nr. 338/97 VAN DE RAAD

van 9 december 1996

inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer

(PB L 061, 3.3.1997, p.1)

Gewijzigd bij:

 

 

Publicatieblad

  No

page

date

 M1

Verordening (EG) nr. 938/97 van de Commissie van 26 mei 1997

  L 140

1

30.5.1997

 M2

Verordening (EG) nr. 2307/97 van de Commissie van 18 november 1997

  L 325

1

27.11.1997

 M3

Verordening (EG) nr. 2214/98 van de Commissie van 15 oktober 1998

  L 279

3

16.10.1998

 M4

Verordening (EG) nr. 1476/1999 van de Commissie van 6 juli 1999

  L 171

5

7.7.1999

 M5

Verordening (EG) nr. 2724/2000 van de Commissie van 30 november 2000

  L 320

1

18.12.2000

 M6

Verordening (EG) nr. 1579/2001 van de Commissie van 1 augustus 2001

  L 209

14

2.8.2001

 M7

Verordening (EG) nr. 2476/2001 van de Commissie van 17 december 2001

  L 334

3

18.12.2001

 M8

Verordening (EG) nr. 1497/2003 van de Commissie van 18 augustus 2003

  L 215

3

27.8.2003

►M9

Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003

  L 284

1

31.10.2003

 M10

Verordening (EG) nr. 834/2004 van de Commissie van 28 april 2004

  L 127

40

29.4.2004

 M11

Verordening (EG) nr. 1332/2005 van de Commissie van 9 augustus 2005

  L 215

1

19.8.2005

 M12

Verordening (EG) nr. 318/2008 van de Commissie van 31 maart 2008

  L 95

3

8.4.2008

 M13

Verordening (EG) nr. 407/2009 van de Commissie van 14 mei 2009

  L 123

3

19.5.2009

►M14

Verordening (EG) nr. 398/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009

  L 126

5

21.5.2009

 M15

Verordening (EU) nr. 709/2010 van de Commissie van 22 juli 2010

  L 212

1

12.8.2010

 M16

Verordening (EU) nr. 101/2012 van de Commissie van 6 februari 2012

  L 39

133

11.2.2012

 M17

Verordening (EU) nr. 1158/2012 van de Commissie van 27 november 2012

  L 339

1

12.12.2012

►M18

Verordening (EU) nr. 750/2013 van de Commissie van 29 juli 2013

  L 212

1

7.8.2013


Gerectificeerd bij:

 C1

Rectificatie, PB L 100, 17.4.1997, blz. 72  (338/1997)

►C2

Rectificatie, PB L 298, 1.11.1997, blz. 70  (338/1997)

 C3

Rectificatie, PB L 139, 5.6.2009, blz. 35  (407/2009)




▼B

VERORDENING (EG) Nr. 338/97 VAN DE RAAD

van 9 december 1996

inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer



DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 130 S, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ),

Volgens de procedure van artikel 189 C van het Verdrag ( 3 ),

(1) Overwegende dat door Verordening (EEG) nr. 3626/82 ( 4 ) de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten sedert 1 januari 1984 in de Gemeenschap ten uitvoer is gelegd; dat die overeenkomst ten doel heeft de bedreigde dier- en plantesoorten te beschermen door middel van de controle op de internationale handel in specimens van deze soorten;

(2)

Overwegende dat het van belang is Verordening (EEG) nr. 3626/82 te vervangen om in het wild levende dier- en plantesoorten die door de handel worden of kunnen worden bedreigd, beter te beschermen door een verordening waarin rekening wordt gehouden met de wetenschappelijke kennis die sinds de aanneming is opgedaan en met de huidige structuur van het handelsverkeer; dat voorts de opheffing van de controles aan de binnengrenzen ingevolge de interne markt noopt tot de aanneming van strengere controlemaatregelen voor de handel aan de buitengrenzen van de Gemeenschap en daartoe een controle van de documenten en goederen door het grensdouanekantoor van binnenkomst voor te schrijven;

(3)

Overwegende dat de bepalingen van deze verordening geen afbreuk doen aan de strengere maatregelen die de Lid-Staten met inachtneming van het Verdrag kunnen nemen of handhaven, met name wat betreft het houden van specimens van soorten die onder deze verordening vallen;

(4)

Overwegende dat het van belang is objectieve criteria vast te stellen voor het opnemen van in het wild levende dier- en plantesoorten in de bijlagen bij deze verordening;

(5)

Overwegende dat de tenuitvoerlegging van deze verordening vergt dat er gemeenschappelijk voorwaarden worden toegepast voor de afgifte, het gebruik en de overlegging van de documenten in verband met de toestemming om specimens van de soorten die onder deze verordening vallen, in de Gemeenschap binnen te brengen of uit de Gemeenschap uit te voeren dan wel weder uit te voeren; dat het van belang is specifieke bepalingen vast te stellen voor de doorvoer van specimens door de Gemeenschap;

(6)

Overwegende dat een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming, bijgestaan door de wetenschappelijke autoriteit van die Lid-Staat, in voorkomende gevallen met inachtneming van een advies van de wetenschappelijke adviesgroep, tot taak heeft een beslissing te nemen over de verzoeken om specimens in de Gemeenschap te mogen binnenbrengen;

(7)

Overwegende dat de bepalingen inzake wederuitvoer moeten worden aangevuld met een raadplegingsprocedure om het risico van overtredingen te beperken;

(8)

Overwegende dat er ten behoeve van een doeltreffende bescherming van in het wild levende dier- en plantesoorten aanvullende beperkingen kunnen worden opgelegd voor het binnenbrengen van specimens in de Gemeenschap en de uitvoer uit de Gemeenschap; dat deze beperkingen voor levende specimens op communautair niveau kunnen worden aangevuld met beperkingen voor het houden en het vervoer binnen de Gemeenschap;

(9)

Overwegende dat het noodzakelijk is specifieke bepalingen vast te stellen voor specimens die in gevangenschap zijn geboren en opgegroeid of kunstmatig zijn voortgebracht, voor specimens die onder persoonlijke bezittingen of huisraad vallen, alsmede voor leningen, schenkingen of uitwisselingen voor niet-commerciële doeleinden tussen bekende wetenschappers en erkende wetenschappelijke instellingen;

(10)

Overwegende dat het ten behoeve van een volledigere bescherming van de onder deze verordening vallende soorten noodzakelijk is bepalingen vast te stellen voor de controle in de Gemeenschap op de handel en het vervoer van de soorten, alsmede op de manier waarop deze worden ondergebracht; dat voor de certificaten die uit hoofde van deze verordening worden afgeleverd en die bijdragen tot de controle op deze activiteiten, gemeenschappelijk regels moeten worden vastgesteld inzake afgifte, geldigheid en gebruik;

(11)

Overwegende dat er maatregelen moeten worden genomen om de negatieve gevolgen voor de levende specimens van het vervoer naar, uit of binnen de Gemeenschap, zo gering mogelijk te houden;

(12)

Overwegende dat het ten behoeve van een doeltreffende controle en ter vergemakkelijking van de douaneprocedure van belang is douanekantoren aan te wijzen die over gekwalificeerd personeel beschikken en die zullen worden belast met het vervullen van de nodige formaliteiten en bijbehorende verificaties bij het binnenbrengen in de Gemeenschap teneinde de specimens een douanebestemming te geven in de zin van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek ( 5 ), of bij uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap; dat men eveneens dient te beschikken over voorzieningen die garanderen dat de levende specimens zorgvuldig worden ondergebracht en behandeld;

(13)

Overwegende dat voor de tenuitvoerlegging van deze verordening door de Lid-Staten ook administratieve instanties en wetenschappelijke autoriteiten moeten worden aangewezen;

(14)

Overwegende dat voorlichting en bewustmaking van het publiek, met name op de grensposten, over de uitvoeringsbepalingen van deze verordening, de naleving van deze bepalingen kunnen vergemakkelijken;

(15)

Overwegende dat de Lid-Staten ten behoeve van een doeltreffende toepassing van deze verordening aandachtig moeten toezien op de naleving van haar bepalingen en daartoe nauw moeten samenwerken met elkaar en met de Commissie; dat dit vereist dat er informatie in verband met de tenuitvoerlegging van deze verordening wordt doorgegeven;

(16)

Overwegende dat het toezicht op de omvang van het handelsverkeer in de in het wild levende dier- en plantesoorten die onder deze verordening vallen, van cruciaal belang is voor de beoordeling van de effecten van de handel op de staat van instandhouding van de soorten, en dat er gedetailleerde jaarverslagen moeten worden opgesteld volgens een gemeenschappelijk model;

(17)

Overwegende dat het voor de naleving van deze verordening van belang is dat de Lid-Staten aan personen die inbreuken plegen, adequate sancties opleggen die in een passende verhouding staan tot de aard en de ernst daarvan;

(18)

Overwegende dat het van essentieel belang is een communautaire procedure in te stellen waardoor de uitvoeringsbepalingen en de wijzigingen in de bijlagen bij deze verordening binnen een aanvaardbare termijn kunnen worden aangenomen; dat er een comité dient te worden opgericht voor een nauwe en doeltreffende samenwerking op dit gebied tussen de Lid-Staten en de Commissie;

(19)

Overwegende dat het gezien de talrijke biologische en ecologische aspecten die bij de tenuitvoerlegging van deze verordening in aanmerking moeten worden genomen, van belang is een wetenschappelijke studiegroep op te richten waarvan de adviezen door de Commissie aan het comité en aan de administratieve instanties van de Lid-Staten zullen worden meegedeeld teneinde deze bij hun besluitvorming te helpen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:



Artikel 1

Doel

Deze verordening heeft ten doel, in het wild levende dier- en plantesoorten te beschermen en in stand te houden door de controle op het desbetreffende handelsverkeer overeenkomstig de in de volgende artikelen vastgestelde bepalingen.

Deze verordening is van toepassing met inachtneming van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van de in artikel 2 omschreven Overeenkomst.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

a) „het comité”: het bij artikel 18 opgerichte comité voor de handel in wilde dier- en plantesoorten;

b) „de Overeenkomst”: de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten (CITES);

c) „land van herkomst”: land waar een specimen is gevangen of aan de natuur is onttrokken, in gevangenschap is gekweekt of door kunstmatige voortplanting is verkregen;

d) „kennisgeving van invoer”: de kennisgeving die op het moment dat een specimen van een in bijlage C of D genoemde soort in de Gemeenschap wordt binnengebracht, door de invoerder, zijn gemachtigde of vertegenwoordiger wordt gedaan op een formulier dat de Commissie volgens de procedure van artikel 18 heeft voorgeschreven;

e) „aanvoer vanuit zee”: het rechtstreeks binnenbrengen in de Gemeenschap van een specimen dat is onttrokken aan het mariene milieu dat niet tot het rechtsgebied van enige staat behoort, met inbegrip van het luchtruim boven de zee en de zeebodem en ondergrond daaronder;

f) „afgifte”: de afhandeling van de gehele procedure van het opstellen en valideren van een vergunning of certificaat, alsmede de overhandiging daarvan aan de aanvrager;

g) „administratieve instantie”: een nationale administratieve instantie die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder a), waar het een Lid-Staat betreft en overeenkomstig artikel IX van de Overeenkomst waar het een derde land betreft dat partij is bij de Overeenkomst;

h) „Lid-Staat van bestemming”: de Lid-Staat van bestemming die wordt vermeld in het document voor de uitvoer of de wederuitvoer van een specimen; in geval van aanvoer vanuit zee de Lid-Staat waaronder de plaats van bestemming van een specimen ressorteert;

i) „tekoopstelling”: het te koop aanbieden alsmede elke handeling die redelijkerwijs als dusdanig uitgelegd kan worden, met inbegrip van rechtstreekse of onrechtstreekse reclame met het oog op verkoop en het uitnodigen tot zaken doen;

j) „persoonlijke bezittingen of huisraad”: dode specimens alsmede delen en produkten daarvan, die een particulier toebehoren en die deel uitmaken van zijn gewone persoonlijke bezittingen of daartoe bestemd zijn;

k) „plaats van bestemming”: de plaats die op het moment van het binnenbrengen van de specimens in de Gemeenschap geldt als hun voorziene gewone bewaarplaats; voor levende specimens is dit de eerste plaats waar zij naar verwachting zullen worden ondergebracht na afloop van een eventuele quarantaine of enige andere vorm van isolatie ten behoeve van sanitaire keuring en controle;

l) „populatie”: een volledige in biologisch of geografisch opzicht onderscheiden groep individuen;

m) „overwegend commerciële doeleinden”: alle doeleinden waarvan de niet-commerciële aspecten niet duidelijk de overhand hebben;

n) „wederuitvoer uit de Gemeenschap”: uitvoer uit de Gemeenschap van een specimen dat daar eerder is binnengebracht;

o) „reïntroductie in de Gemeenschap”: het binnenbrengen van een specimen dat eerder werd uitgevoerd of wederuitgevoerd;

p) „verkoop”: alle vormen van verkoop. Voor de toepassing van deze verordening worden huur, ruil of uitwisseling gelijkgesteld met verkoop; uitdrukkingen van dezelfde strekking worden in dezelfde zin geïnterpreteerd;

q) „wetenschappelijke autoriteit”: een door een Lid-Staat overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b), of door een derde land dat partij is bij de Overeenkomst conform artikel IX van de Overeenkomst, aangewezen wetenschappelijke autoriteit;

r) „wetenschappelijke studiegroep”: het bij artikel 17 ingestelde adviesorgaan;

s) „soort”: een soort, ondersoort of populatie daarvan;

t) „specimen”: elk dier of elke plant, dood of levend, van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten, elk deel daarvan en elk daarvan verkregen produkt, al dan niet in andere goederen vervat, alsmede alle goederen waarvan op grond van een bewijsstuk, verpakking, merkteken of etiket of enige andere omstandigheid moet worden aangenomen dat het gaat om delen of produkten van tot deze soorten behorende dieren of planten, tenzij deze delen of produkten door middel van een aanduiding in die zin in de bijlagen waarin de betrokken soorten genoemd worden, expliciet van het toepassingsgebied van deze verordening of van de bepalingen met betrekking tot de betrokken bijlage zijn uitgesloten.

Een specimen wordt beschouwd als een specimen behorend tot één van de in de bijlagen A tot en met D genoemde soorten indien het een dier of een plant is, dan wel een deel of een afgeleid produkt van een dier of een plant, waarvan ten minste één „ouder” tot een dergelijke soort behoort. Wanneer de „ouders” van een dergelijk dier of een dergelijke plant behoren tot soorten die in verschillende bijlagen worden genoemd, of tot soorten waarvan er slechts één in een bijlage wordt genoemd, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage van toepassing. Voor specimens van hybride planten waarvan slechts een „ouder” behoort tot een in bijlage A genoemde soort, zijn de bepalingen van de meest restrictieve bijlage evenwel slechts van toepassing indien zulks met betrekking tot deze soort in de bijlage is vermeld;

u) „handel”: het binnenbrengen in de Gemeenschap met inbegrip van de aanvoer vanuit zee, de uitvoer en wederuitvoer vanuit de Gemeenschap en het gebruik, het vervoer en de overdracht van eigendom, in de Gemeenschap of in een Lid-Staat, van specimens waarop de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn;

v) „doorvoer”: het vervoeren van specimens tussen twee punten buiten de Gemeenschap via het grondgebied van de Gemeenschap, naar een met name genoemde consignataris en zonder andere onderbrekingen van de reis dan die welke bij deze vorm van vervoer onvermijdelijk zijn;

w) „meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte specimens”: specimens die meer dan 50 jaar vóór de inwerkingtreding van deze verordening ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat en waarvan ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken Lid-Staat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven. Dergelijke specimens gelden enkel als bewerkt indien zij duidelijk passen in een van de genoemde categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig zijn;

x) „controles bij het binnenbrengen, de uitvoer, de wederuitvoer en de doorvoer”: de documentcontrole betreffende de bij deze verordening vereiste certificaten, vergunningen en kennisgevingen en, indien communautaire bepalingen zulks voorschrijven of in de overige gevallen door een representatieve steekproef van de zendingen, het onderzoek van specimens, eventueel vergezeld van een monsterneming voor een grondiger onderzoek of controle.

Artikel 3

Toepassingsgebied

1.  Bijlage A bij deze verordening omvat:

a) de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor de Lid-Staten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b) soorten

i) die voor gebruik in de Gemeenschap afgenomen worden of kunnen worden of die het voorwerp van internationale handel uitmaken of kunnen uitmaken, en die met uitsterven bedreigd worden dan wel zo zeldzaam zijn dat ook het meest beperkte handelsverkeer het voortbestaan van de soort in gevaar zou brengen,

of

ii) die behoren tot een genus waarvan de meeste soorten, of die een soort vormen waarvan de meeste ondersoorten, op basis van de onder a) of onder b), i), vermelde criteria in bijlage A zijn opgenomen en die zelf ook in die bijlage dienen te worden opgenomen, omdat anders een doeltreffende bescherming van de beoogde taxa onmogelijk is.

2.  Bijlage B bij deze verordening omvat:

a) de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in bijlage A zijn opgenomen, en waarvoor de Lid-Staten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b) de in bijlage I bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt;

c) niet in de bijlagen I of II bij de Overeenkomst opgenomen soorten:

i) die het voorwerp uitmaken van zoveel internationale handel dat deze een bedreiging zou kunnen vormen:

 voor het voortbestaan van deze soorten, of het voortbestaan van de populaties daarvan in bepaalde landen, of

 voor de instandhouding van de populatie op een voldoende getalsterkte opdat deze soorten in de ecosystemen waarin ze voorkomen hun rol naar behoren zouden kunnen vervullen;

of

ii) waarvan de opneming in de bijlage, gezien hun uiterlijke gelijkenis met andere in bijlage A of bijlage B opgenomen soorten, onontbeerlijk is om de handel in tot deze soorten behorende specimens daadwerkelijk te kunnen controleren;

d) soorten waarvan vaststaat dat het binnenbrengen van levende specimens in het natuurlijk milieu van de Gemeenschap een ecologische bedreiging vormt voor inheemse, in het wild levende dier- en plantesoorten van de Gemeenschap.

3.  Bijlage C bij deze verordening omvat:

a) de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten die niet in de bijlagen A of B zijn opgenomen en waarvoor de Lid-Staten geen voorbehoud hebben gemaakt;

b) de in bijlage II bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

4.  Bijlage D bij deze verordening omvat:

a) niet in de bijlagen A, B en C vermelde soorten waarvan de omvang van de invoer in de Gemeenschap een controle rechtvaardigt,

en

b) de in bijlage III bij de Overeenkomst opgenomen soorten waarvoor een voorbehoud is gemaakt.

5.  Waar het bestand van de soorten die onder deze verordening vallen, hun opname in één van de bijlagen bij deze Overeenkomst noodzakelijk maakt, zullen de Lid-Staten aan de nodige wijzigingen bijdragen.

Artikel 4

Binnenbrengen in de Gemeenschap

1.  Specimens van in bijlage A bij deze verordening genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming.

Die invoervergunning mag enkel worden afgegeven met inachtneming van de in lid 6 opgelegde beperkingen en indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a) uitgaande van het advies van de wetenschappelijke studiegroep is de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van mening dat het binnenbrengen in de Gemeenschap:

i) geen nadelig effect zal hebben op de instandhouding of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort;

ii) geschiedt:

 voor een van de in artikel 8, lid 3, onder e), f) en g), genoemde doeleinden, dan wel

 voor andere doeleinden die het voortbestaan van de betrokken soort niet nadelig beïnvloeden;

b) 

i) de aanvrager bewijst dat de specimens zijn verkregen overeenkomstig de wetgeving betreffende de bescherming van de betrokken soort, hetgeen, in het geval van de invoer uit derde landen van specimens van een in de bijlagen bij de Overeenkomst opgenomen soort inhoudt dat een conform de Overeenkomst door een bevoegde autoriteit van het land van uitvoer of wederuitvoer afgegeven uitvoervergunning, wederuitvoercertificaat of een kopie daarvan, dient te worden overgelegd;

ii) voor de afgifte van een invoervergunning voor de soorten die in bijlage A zijn opgenomen op grond van artikel 3, lid 1, onder a), is een dergelijk bewijsstuk evenwel niet vereist, maar de originele invoervergunning wordt pas aan de aanvrager overhandigd, nadat hij een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat heeft voorgelegd;

c) de bevoegde wetenschappelijke autoriteit heeft de zekerheid verkregen dat levende specimens op de plaats van bestemming zullen worden ondergebracht in ruimten die beschikken over adequate voorzieningen om de specimens in stand te houden en goed te verzorgen;

d) de administratieve instantie heeft de zekerheid verkregen dat het specimen niet voor overwegend commerciële doeleinden gebruikt zal worden;

e) de administratieve instantie heeft via overleg met de bevoegde wetenschappelijke autoriteit de zekerheid verkregen dat er geen andere argumenten in verband met de instandhouding van de soort pleiten tegen de afgifte van de invoervergunning; en

f) in geval van aanvoer vanuit zee heeft de administratieve instantie de zekerheid verkregen dat levende specimens op een zodanige wijze voor vervoer worden gereedgemaakt en verzonden dat de risico's van verwonding, ziekte of ruwe behandeling worden voorkomen.

2.  Specimens van in bijlage B bij deze verordening genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, een invoervergunning is voorgelegd die werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat van bestemming.

De invoervergunning mag enkel worden afgegeven met inachtneming van de in lid 6 opgelegde beperkingen en wanneer:

a) de bevoegde wetenschappelijke autoriteit, na onderzoek van de beschikbare gegevens en uitgaande van het advies van de wetenschappelijke studiegroep, oordeelt dat het binnenbrengen in de Gemeenschap, rekening houdend met het huidige of te verwachten niveau van de handel, geen nadelig effect zal hebben op de instandhouding of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort. Dit advies blijft geldig voor latere invoer, zolang de bovenvermelde elementen niet ingrijpend zijn gewijzigd;

b) de aanvrager aan de hand van documenten staaft dat levende specimens op de plaats van bestemming zullen worden ondergebracht in ruimten die beschikken over adequate voorzieningen om de specimens in stand te houden en goed te verzorgen;

c) aan de voorwaarden van lid 1, onder b), i), e) en f), is voldaan.

3.  Specimens van de in bijlage C genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan, en:

a) de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, door middel van een overeenkomstig de Overeenkomst door een daartoe bevoegde autoriteit van het betrokken land afgegeven uitvoervergunning staaft dat de specimens zijn verkregen in overeenstemming met de nationale wetgeving inzake de instandhouding van de betrokken soort, of

b) de aanvrager, in geval van uitvoer uit een land dat niet met betrekking tot de betrokken soort in bijlage C is genoemd, of in geval van wederuitvoer uit welk land ook, een overeenkomstig de Overeenkomst door een bevoegde autoriteit van het land van uitvoer of wederuitvoer afgegeven uitvoervergunning, wederuitvoercertificaat of certificaat van oorsprong voorlegt.

4.  Specimens van de in bijlage D bij deze verordening genoemde soorten mogen slechts in de Gemeenschap worden binnengebracht, indien de nodige controles zijn verricht en vooraf in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht kennisgeving van invoer is gedaan.

5.  De in lid 1, onder a) en d), en in lid 2, onder a), b) en c), genoemde voorwaarden voor de afgifte van een invoervergunning zijn niet van toepassing op specimens waarvoor de aanvrager aan de hand van een document bewijst:

a) dat zij voorheen langs legale weg in de Gemeenschap zijn binnengebracht of verworven en dat zij, al dan niet gewijzigd, opnieuw in de Gemeenschap worden binnengebracht, of

b) dat het bewerkte specimens zijn die meer dan 50 jaar geleden werden verkregen.

▼M14

6.  In overleg met de betrokken landen van herkomst kan de Commissie volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure en met inachtneming van de adviezen van de wetenschappelijke studiegroep, algemene — of bepaalde landen van herkomst betreffende — beperkingen opleggen ten aanzien van het binnenbrengen in de Gemeenschap:

▼B

a) van specimens van in bijlage A genoemde soorten, op basis van de in lid 1, onder a), i), of e), genoemde voorwaarden,

b) van specimens van in bijlage B genoemde soorten, op basis van de in lid 1, onder e), of lid 2, onder a), genoemde voorwaarden, en

c) van levende specimens van in bijlage B genoemde soorten die een grote sterfte tijdens het vervoer vertonen of waarvan vaststaat dat zij in gevangenschap een drastisch verlaagde levensverwachting hebben, of

d) van levende specimens van soorten waarvan vaststaat dat introductie in het natuurlijk milieu van de Gemeenschap een ecologische bedreiging vormt voor inheemse in het wild levende dier- en plantesoorten van de Gemeenschap.

De Commissie maakt elk kwartaal een lijst van de eventuele beperkingen in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekend.

▼M14

7.  Indien bepaalde specimens, wanneer zij in de Gemeenschap worden binnengebracht, op schepen worden overgeladen, dan wel per vliegtuig of per spoor worden vervoerd, worden door de Commissie ontheffingen toegestaan op de in de leden 1 tot en met 4 bedoelde controle en voorlegging van invoerdocumenten in het douanekantoor aan de grens waar zij worden binnengebracht, zodat deze controle en voorlegging in een ander, overeenkomstig artikel 12, lid 1, aangewezen douanekantoor kunnen geschieden.

Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

Artikel 5

Uitvoer of wederuitvoer uit de Gemeenschap

1.  Specimens van de in bijlage A van deze verordening genoemde soorten mogen slechts uit de Gemeenschap uitgevoerd of wederuitgevoerd worden indien de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten vervuld worden, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd, dat is afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat waar de specimens zich bevinden.

2.  Voor de in bijlage A genoemde specimens mag enkel een uitvoervergunning worden afgegeven indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

a) de bevoegde wetenschappelijke autoriteit heeft in een schriftelijk advies gesteld dat het vangen of verzamelen van de specimens of de uitvoer daarvan geen nadelig effect heeft op de instandhouding van de soort of op de omvang van het verspreidingsgebied van de populatie van de betrokken soort;

b) de aanvrager staaft aan de hand van documenten dat de specimens verkregen zijn overeenkomstig de vigerende wetgeving betreffende de bescherming van de betrokken soort; indien de aanvraag wordt ingediend bij een andere Lid-Staat dan de Staat van herkomst, kan zulks geschieden door middel van een certificaat waarin wordt verklaard dat het specimen aan zijn natuurlijk milieu is onttrokken overeenkomstig de vigerende wetgeving op zijn grondgebied;

c) de administratieve instantie heeft de zekerheid verkregen dat:

i) levende specimens op een zodanige wijze voor vervoer gereed gemaakt en verzonden zullen worden dat de risico's van verwonding, ziekte of ruwe behandeling tot een minimum beperkt zijn, en

ii) 

 de specimens van soorten die niet in bijlage I bij de Overeenkomst zijn vermeld, niet voor overwegend commerciële doeleinden zullen worden gebruikt, of

 in geval van uitvoer van specimens van de in artikel 3, lid 1, onder a), bedoelde soorten naar een Staat die partij is bij de Overeenkomst, een invoervergunning is afgegeven;

en

d) de administratieve instantie van de Lid-Staat heeft via overleg met de bevoegde wetenschappelijke autoriteit de zekerheid verkregen dat er geen andere argumenten in verband met de instandhouding van de soort pleiten tegen afgifte van de uitvoervergunning.

3.  Een wederuitvoercertificaat mag enkel worden afgegeven indien is voldaan aan de in lid 2, onder c) en d), genoemde voorwaarden en de aanvrager aan de hand van documenten bewijst dat de specimens:

a) overeenkomstig de bepalingen van deze verordening in de Gemeenschap werden binnengebracht, of

b) overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3626/82 in de Gemeenschap werden binnengebracht, indien dit plaatsvond vóór de inwerkingtreding van de onderhavige verordening, of

c) in de internationale handel zijn gebracht overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst, indien het gaat om vóór 1984 in de Gemeenschap binnengebrachte specimens, of

d) langs wettelijke weg op het grondgebied van een Lid-Staat binnengebracht werden voordat de in de onder a) en b) bedoelde verordeningen of de Overeenkomst op die specimens, of in die Lid-Staat, van toepassing werden.

4.  Specimens van de in de bijlagen B en C genoemde soorten mogen slechts uit de Gemeenschap uitgevoerd of wederuitgevoerd worden indien de nodige controles zijn verricht en vooraf bij het douanekantoor waar de uitvoerformaliteiten vervuld worden, een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat is voorgelegd die/dat werd afgegeven door een administratieve instantie van de Lid-Staat waar de specimens zich bevinden.

Een uitvoervergunning mag enkel worden afgegeven indien aan de in lid 2, onder a), b), c), i), en d), genoemde voorwaarden is voldaan.

Een wederuitvoercertificaat mag enkel worden afgegeven indien is voldaan aan de in lid 2, onder c), i) en d), en in lid 3, onder a), b), c), en d), genoemde voorwaarden.

▼M14

5.  Indien een aanvraag voor een wederuitvoercertificaat betrekking heeft op specimens die bij binnenkomst in de Gemeenschap vergezeld gingen van een door een andere lidstaat afgegeven invoervergunning, pleegt de administratieve instantie vooraf overleg met de administratieve instantie die de invoervergunning heeft afgegeven. De overlegprocedures en de gevallen waarin overleg vereist is, worden door de Commissie vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

6.  De in lid 2, onder a) en c), ii), genoemde voorwaarden voor de afgifte van een uitvoervergunning of wederuitvoercertificaat zijn niet van toepassing op:

i) bewerkte specimens die meer dan 50 jaar geleden werden verkregen, of

ii) dode specimens, delen daarvan en van deze specimens verkregen produkten waarvoor de aanvrager aan de hand van documenten kan bewijzen dat zij langs legale weg zijn verkregen voordat de bepalingen van deze verordening, van Verordening (EEG) nr. 3626/82 of van de Overeenkomst daarop van toepassing werden.

7.  

a) De bevoegde wetenschappelijke autoriteit van elke Lid-Staat controleert de door die Lid-Staat afgegeven uitvoervergunningen voor specimens van de in bijlage B opgenomen soorten alsmede de daadwerkelijke uitvoer van deze specimens. Zodra een wetenschappelijke autoriteit van oordeel is dat de uitvoer van specimens behorend tot een dergelijke soort beperkt dient te worden met het oog op de instandhouding van die soort in haar gehele areaal op een niveau waarop zij haar rol in het ecosysteem waarin ze voorkomt naar behoren kan vervullen, en ver boven het niveau waarop zij overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), of onder b), i), voor opneming in bijlage A in aanmerking zou komen, deelt de wetenschappelijke autoriteit de bevoegde administratieve instantie schriftelijk mee welke de gepaste maatregelen zijn die moeten worden genomen om de afgifte van uitvoervergunningen voor de specimens van deze soort te beperken.

▼M14

b) Wanneer een administratieve instantie van dergelijke maatregelen op de hoogte is gebracht, deelt zij die — tezamen met haar opmerkingen — mee aan de Commissie; volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure beveelt de Commissie eventueel uitvoerbeperkingen met betrekking tot de betrokken soort aan.

▼B

Artikel 6

Afwijzing van aanvragen voor in de artikelen 4, 5 en 10 bedoelde vergunningen en certificaten

1.  Wanneer een Lid-Staat een aanvraag voor een vergunning of certificaat afwijst en wanneer het in het licht van de doelstellingen van deze verordening gaat om een significant geval, stelt hij de Commissie daarvan onverwijld in kennis en deelt hij haar de redenen van zijn afwijzing mee.

2.  Met het oog op de eenvormige toepassing van deze verordening deelt de Commissie aan de andere Lid-Staten de informatie mee die zij overeenkomstig lid 1 heeft verkregen.

3.  Wanneer een vergunning of certificaat wordt aangevraagd voor specimens waarvoor eerder een dergelijke aanvraag werd afgewezen, dient de aanvrager de bevoegde instantie waarbij de aanvraag wordt ingediend van deze vroegere afwijzing op de hoogte te brengen.

4.  

a) De Lid-Staten erkennen de afwijzing van aanvragen door de bevoegde instanties van de andere Lid-Staten wanneer deze op bepalingen van de onderhavige verordening gebaseerd zijn.

b) Dit geldt evenwel niet indien de omstandigheden fundamenteel gewijzigd zijn of indien een aanvraag stoelt op nieuwe documenten. Indien een administratieve instantie in dergelijke gevallen een vergunning of certificaat afgeeft, brengt zij de Commissie van deze afgifte en van de redenen daarvoor op de hoogte.

Artikel 7

Afwijkingen

1.  In gevangenschap geboren en gefokte of kunstmatig gekweekte specimens

a) Met uitzondering van de toepassing van artikel 8 zijn op specimens van de in bijlage A genoemde soorten die in gevangenschap zijn geboren en gefokt of kunstmatig zijn gekweekt, de bepalingen van toepassing die gelden voor specimens van in bijlage B genoemde soorten.

b) Voor kunstmatig gekweekte planten kan van het bepaalde in de artikelen 4 en 5 worden afgeweken onder welbepaalde, door de Commissie vast te stellen voorwaarden met betrekking tot:

i) het gebruik van fytosanitaire certificaten,

ii) de transacties van ingeschreven handelaren en van de in lid 4 van dit artikel bedoelde wetenschappelijke instellingen, en

iii) de handel in hybride specimens.

▼M14

c) De Commissie stelt naast de onder b) bedoelde bijzondere voorwaarden, ook de criteria vast aan de hand waarvan moet worden uitgemaakt of een specimen in gevangenschap geboren en gefokt of kunstmatig gekweekt is en of dit al dan niet voor handelsdoeleinden gebeurde. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

2.  Doorvoer

a) In afwijking van artikel 4 zijn, indien een specimen via de Gemeenschap wordt doorgevoerd, de controle en de overlegging van de voorgeschreven vergunningen, certificaten en kennisgevingen in het douanekantoor aan de grens waar de specimens worden binnengebracht, niet vereist.

b) In het geval van soorten die overeenkomstig artikel 3, lid 1 en lid 2, onder a) en b), in de bijlagen zijn opgenomen, is de onder a) bedoelde afwijking alleen van toepassing indien een geldig document voor uitvoer of wederuitvoer zoals in de Overeenkomst is bepaald, dat overeenkomt met de specimens waarvoor het als begeleidend document dient, en waarin de bestemming van het specimen nader wordt vermeld, is afgegeven door de bevoegde autoriteiten van het derde land van uitvoer of wederuitvoer.

▼M14

c) Indien het onder b) bedoelde document niet vóór de uitvoer of wederuitvoer is afgegeven, moet het specimen in beslag worden genomen en kan het in voorkomend geval verbeurd worden verklaard, tenzij het document achteraf toch wordt overgelegd onder de door de Commissie vastgestelde voorwaarden. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.  Persoonlijke bezittingen en huisraad

In afwijking van de artikelen 4 en 5 zijn de daarin vervatte bepalingen niet van toepassing op dode specimens, delen daarvan of daaruit verkregen producten van soorten genoemd in de bijlagen A tot en met D bij deze verordening die vallen onder persoonlijke bezittingen of huisraad die in de Gemeenschap worden binnengebracht dan wel uit de Gemeenschap worden uitgevoerd of wederuitgevoerd, in overeenstemming met de bepalingen die door de Commissie worden vastgesteld. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4.  Wetenschappelijke instellingen

De in de artikelen 4, 5, 8 en 9 bedoelde documenten behoeven niet te worden overgelegd wanneer het gaat om uitlening, schenking of uitwisseling voor niet-commerciële doeleinden tussen wetenschappers en wetenschappelijke instellingen die door een administratieve instantie van de staat waarin ze zijn gevestigd, zijn ingeschreven, van specimens uit herbaria en van andere geconserveerde gedroogde of ingesloten specimens uit musea en van levende planten die voorzien zijn van een etiket waarvan het model wordt vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure of van een gelijksoortig etiket, afgegeven of goedgekeurd door een administratieve instantie van een derde land.

▼B

Artikel 8

Bepalingen betreffende de controle op handelsactiviteiten

1.  De aankoop, het te koop vragen, de verwerving voor commerciële doeleinden, het tentoonstellen voor commerciële doeleinden, het gebruik met winstoogmerk en het verkopen, het in bezit hebben met het oog op verkoop, het ten verkoop aanbieden of het vervoeren met het oog op verkoop van specimens van de in bijlage A genoemde soorten, is verboden.

2.  De Lid-Staten kunnen het in bezit hebben van specimens, met name van tot de in bijlage A genoemde soorten behorende levende dieren, verbieden.

3.  In overeenstemming met de voorschriften van andere Gemeenschapswetgeving betreffende de instandhouding van wilde fauna en flora kan per geval ontheffing van de in lid 1 genoemde verbodsbepalingen worden verleend door afgifte van een daartoe strekkend certificaat door een administratieve instantie van de Lid-Staat waarin de specimens zich bevinden, indien de specimens:

a) werden verkregen of werden binnengebracht voordat de bepalingen betreffende de soorten als genoemd in bijlage I bij de Overeenkomst of in bijlage C 1 bij Verordening (EEG) nr. 3626/82 of in bijlage A bij de onderhavige verordening, van toepassing werden op die specimens; of

b) bewerkte specimens zijn die meer dan 50 jaar geleden zijn verkregen; of

c) in de Gemeenschap werden binnengebracht overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en bestemd zijn om te worden gebruikt voor doeleinden die het voortbestaan van de betrokken soort niet nadelig beïnvloeden; of

d) in gevangenschap geboren en gefokte specimens zijn van een diersoort of kunstmatig gekweekte specimens van een plantesoort of een deel van zo'n dier of zo'n plant zijn of daaruit zijn verkregen; of

e) onder bijzondere omstandigheden en met naleving van Richtlijn 86/609/EEG van de Raad van 24 november 1986 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lid-Staten betreffende de bescherming van dieren die voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt ( 6 ) nodig zijn met het oog op de vooruitgang van de wetenschap of voor belangrijke biomedische doeleinden indien de betrokken soort de enige blijkt te zijn die daarvoor geschikt is, en geen in gevangenschap geboren en gefokte specimens van die soort beschikbaar zijn; of

f) bestemd zijn voor fok- of kweekdoeleinden en dientengevolge zullen bijdragen tot de instandhouding van de betrokken soorten; of

g) bestemd zijn voor onderzoek of onderwijs dat de bescherming of de instandhouding van de soort op het oog heeft; of

h) van oorsprong zijn uit een Lid-Staat en overeenkomstig de in die Lid-Staat geldende wetgeving aan hun natuurlijk milieu werden onttrokken.

▼M14

4.  De Commissie kan, op basis van de voorwaarden van lid 3, algemene afwijkingen van de verbodsbepalingen van lid 1 vaststellen, alsmede algemene ontheffingen met betrekking tot de soorten die overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), ii), in bijlage A zijn opgenomen. Dergelijke afwijkingen moeten in overeenstemming zijn met de voorschriften van andere Gemeenschapswetgeving inzake de instandhouding van wilde fauna en flora. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

5.  De in lid 1 genoemde verbodsbepalingen gelden ook voor specimens van de soorten genoemd in bijlage B, behalve indien ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de betrokken Lid-Staat is aangetoond dat die specimens verkregen werden en, indien zij niet uit de Gemeenschap afkomstig zijn, daarin werden binnengebracht overeenkomstig de geldende wetgeving inzake de instandhouding van de wilde flora en fauna.

6.  De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten kunnen de specimens van de in de bijlagen B tot en met D bij deze verordening genoemde soorten die zij uit hoofde van deze verordening verbeurd hebben verklaard, verkopen op voorwaarde dat zij op deze wijze niet rechtstreeks terugkeren naar de natuurlijke of rechtspersoon waarvan zij in beslag werden genomen of die medeschuldig aan de inbreuk is. Deze specimens kunnen dan voor alle doeleinden worden gebruikt alsof zij legaal waren verworven.

Artikel 9

Vervoer van levende specimens

1.  Voor elk vervoer binnen de Gemeenschap van een levend specimen van een soort opgenomen in bijlage A van de plaats die vermeld wordt op de invoervergunning of op een certificaat dat in overeenstemming met deze verordening is afgegeven, is de voorafgaande toestemming vereist van een administratieve instantie van de Lid-Staat waarin het specimen zich bevindt. In de overige gevallen van vervoer moet de persoon die verantwoordelijk is voor het vervoer in voorkomend geval het bewijs van de wettelijke oorsprong van het specimen kunnen leveren.

2.  Toestemming wordt:

a) alleen verleend wanneer de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van die Lid-Staat of — indien het vervoer naar een andere Lid-Staat plaatsvindt — wanneer de bevoegde wetenschappelijke autoriteit van deze laatste zich ervan heeft vergewist dat de geplande accommodatie op de plaats van bestemming van een levend specimen voldoende is uitgerust om het in stand te houden en goed te verzorgen;

b) bevestigd door afgifte van een certificaat; en

c) indien van toepassing, onmiddellijk meegedeeld aan een administratieve instantie van de Lid-Staat waarnaar het specimen zal worden verzonden.

3.  Deze toestemming is evenwel niet vereist indien een levend dier voor een urgente veterinaire behandeling moet worden vervoerd en daarna rechtstreeks wordt teruggebracht naar de plaats waar het zich mag bevinden.

4.  Indien een levend specimen van een soort genoemd in bijlage B binnen de Gemeenschap wordt vervoerd, mag degene die het specimen in zijn bezit heeft, hiervan uitsluitend afstand doen indien de toekomstige ontvanger voldoende is ingelicht over het onderbrengen, de uitrusting en de handelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het specimen op gepaste wijze zal worden behandeld.

5.  Indien levende specimens vervoerd worden naar, uit of binnen de Gemeenschap, of bij doorvoer of overlading op een bepaalde plaats worden gehouden, dienen zij op een zodanige wijze te worden gereeedgemaakt, vervoerd en verzorgd dat risico's van verwondingen, ziekte en ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt en dit, indien het om dieren gaat, in overeenstemming met de communautaire regelgeving inzake de bescherming van dieren gedurende het vervoer.

▼M14

6.  De Commissie kan beperkingen opleggen ten aanzien van het in het bezit hebben of vervoer van levende specimens van soorten waarvoor overeenkomstig artikel 4, lid 6, beperkingen inzake het binnenbrengen in de Gemeenschap zijn vastgesteld. Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

Artikel 10

Af te geven certificaten

Wanneer zij van de betrokkene een van de nodige bewijsstukken vergezelde aanvraag ontvangt en wanneer is voldaan aan de voorwaarden inzake afgifte, kan een administratieve instantie van een Lid-Staat een certificaat afgeven voor de doeleinden van artikel 5, lid 2, onder b), artikel 5, lid 3, artikel 5, lid 4, artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 2, onder b).

Artikel 11

Geldigheid van en speciale voorwaarden met betrekking tot vergunningen en certificaten

1.  Onverminderd strengere maatregelen die de Lid-Staten kunnen aannemen of handhaven zijn vergunningen en certificaten die overeenkomstig deze verordening door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten zijn verstrekt, in de hele Gemeenschap geldig.

2.  

a) Elke vergunning of elk certificaat evenwel, alsmede elke vergunning of elk certificaat die/dat op basis daarvan werd afgegeven, wordt als nietig beschouwd indien door een bevoegde autoriteit of door de Commissie in overleg met de bevoegde autoriteit die de vergunning of het certificaat heeft afgeleverd, wordt bewezen dat dit is geschied aan de hand van de foute veronderstelling dat aan de voorwaarden voor afgifte was voldaan.

b) Specimens die zich bevinden op het grondgebied van een Lid-Staat en waarvoor dat soort documenten werd opgemaakt, worden in beslag genomen door de bevoegde autoriteiten van die Lid-Staat en kunnen verbeurd worden verklaard.

3.  Aan elke vergunning of elk certificaat dat overeenkomstig deze verordening door een autoriteit werd afgegeven, kunnen voorwaarden en vereisten worden verbonden die door die autoriteit zijn opgelegd om te garanderen dat aan de bepalingen daarvan wordt voldaan. Indien dergelijke voorwaarden als vereisten als standaardformulering in vergunningen of certificaten dienen te worden opgenomen, stellen de Lid-Staten de Commissie daarvan in kennis.

4.  Elke invoervergunning die is afgegeven op basis van een kopie van de overeenkomstige uitvoervergunning, respectievelijk het overeenkomstige wederuitvoercertificaat, is alleen geldig voor het binnenbrengen van specimens in de Gemeenschap indien zij vergezeld gaat van het originele exemplaar van de uitvoervergunning, respectievelijk van het uitvoercertificaat.

▼M14

5.  De Commissie stelt de termijnen voor de afgifte van vergunningen en certificaten vast. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

Artikel 12

Plaats van binnenkomst en uitvoer

1.  De Lid-Staten wijzen de douanekantoren aan waar de controles en formaliteiten worden vervuld voor het binnenbrengen in de Gemeenschap, ten behoeve van het verlenen van een douanebestemming overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 tot vaststelling van het communautaire douanewetboek, en voor de uitvoer uit de Gemeenschap van specimens van onder deze verordening vallende soorten; zij geven tevens aan welke douanekantoren speciaal voor levende specimens zijn bestemd.

2.  Alle krachtens lid 1 aangewezen kantoren worden voorzien van voldoende en deskundig personeel. De Lid-Staten zorgen ervoor dat adequate accommodatievoorzieningen beschikbaar zijn, overeenkomstig de bepalingen van de relevante communautaire wetgeving inzake het vervoer en het onderbrengen van levende dieren en, wanneer zulks nodig is, dat adequate voorzieningen voor levende planten worden getroffen.

3.  Alle overeenkomstig lid 1 aangewezen kantoren worden meegedeeld aan de Commissie, die de lijst ervan publiceert in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

▼M14

4.  In uitzonderlijke gevallen en overeenkomstig de door de Commissie vastgestelde criteria kan een administratieve instantie toestemming geven om de betrokken specimens via een ander douanekantoor dan die welke overeenkomstig lid 1 zijn aangewezen, in de Gemeenschap binnen te brengen, c.q. daaruit uit te voeren of weder uit te voeren. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële elementen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

5.  De Lid-Staten zorgen ervoor dat het publiek bij de grenspost wordt geïnformeerd over de toepassingsbepalingen van deze verordening.

Artikel 13

Administratieve instanties, wetenschappelijke autoriteiten en andere bevoegde instanties

1.  

a) Iedere Lid-Staat wijst een administratieve hoofdinstantie aan die belast wordt met de uitvoering van deze verordening en de contacten met de Commissie.

b) Iedere Lid-Staat kan tevens nog meer administratieve instanties en andere bevoegde instanties aanwijzen die bijstand verlenen bij de uitvoering, in welk geval de administratieve hoofdinstantie ervoor verantwoordelijk is dat de instanties die assistentie verlenen alle informatie krijgen die voor een correcte toepassing van de verordening nodig is.

2.  Iedere Lid-Staat wijst een of meer wetenschappelijke autoriteiten aan die over de nodige kwalificaties beschikken en andere taken hebben dan die van de aangewezen administratieve instanties.

3.  

a) Uiterlijk drie maanden vóór de toepassingsdatum van deze verordening delen de Lid-Staten aan de Commissie de namen en adressen mee van de administratieve instanties, de wetenschappelijke autoriteiten en andere autoriteiten die bevoegd zijn om vergunningen en certificaten af te geven; deze informatie wordt binnen een maand bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

b) Iedere in lid 1, onder a), bedoelde administratieve instantie deelt op verzoek van de Commissie binnen twee maanden de namen en voorbeelden van handtekeningen mee van personen die gemachtigd zijn om vergunningen of certificaten te ondertekenen, alsmede stempelafdrukken, zegels of andere merken die gebruikt worden om vergunningen of certificaten te legaliseren.

c) De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van elke verandering in de reeds verstrekte informatie, en zulks niet later dan twee maanden nadat een wijziging is doorgevoerd.

Artikel 14

Controle op de uitvoering en onderzoek naar inbreuken

1.  

a) De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten zien toe op de naleving van de bepalingen van deze verordening.

b) Indien de bevoegde autoriteiten op een bepaald ogenblik redenen hebben om te geloven dat deze bepalingen niet worden nageleefd, nemen zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden nageleefd of om een rechtsvordering in te stellen.

c) De Lid-Staten delen de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst, wat betreft de in de bijlagen bij de Overeenkomst vermelde soorten, alle maatregelen mee die de bevoegde autoriteiten ten aanzien van significante overtredingen van deze verordening hebben genomen, waaronder inbeslagname en verbeurdverklaring.

2.  De Commissie vestigt de aandacht van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten op de zaken waarvoor zij een onderzoek in het kader van deze verordening noodzakelijk acht. De Lid-Staten delen de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst, wat betreft de in de bijlagen bij de Overeenkomst vermelde soorten, het resultaat van alle daaropvolgende onderzoeken mee.

3.  

a) Er wordt een Toezichtsgroep opgericht, bestaande uit de vertegenwoordigers van de autoriteiten van iedere Lid-Staat, die belast zijn met de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze verordening. De Groep wordt voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

b) De Toezichtsgroep bestudeert ieder technisch vraagstuk betreffende de tenuitvoerlegging van deze verordening dat de voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van de leden van de Groep of het comité aan de orde stelt.

c) De Commissie deelt de in de Toezichtsgroep geuite opvattingen mee aan het comité.

Artikel 15

Verstrekken van informatie

1.  De Lid-Staten en de Commissie verstrekken elkaar de nodige informatie voor de uitvoering van deze verordening.

De Lid-Staten en de Commissie zien erop toe dat de nodige maatregelen worden genomen om het publiek bewust te maken van en te informeren over de toepassingsbepalingen van de Overeenkomst en van deze verordening, en van de uitvoeringsmaatregelen daarvan.

2.  De Commissie onderhoudt contacten met het secretariaat van de Overeenkomst om ervoor te zorgen dat de Overeenkomst doeltreffend ten uitvoer wordt gelegd op het grondgebied waarop deze verordening van toepassing is.

3.  De Commissie deelt adviezen van de wetenschappelijke studiegroep onmiddellijk mee aan de administratieve instanties van de betrokken Lid-Staten.

4.  

a) De administratieve instanties van de Lid-Staten delen de Commissie elk jaar vóór 15 juni alle informatie mee betreffende het voorafgaande jaar die nodig is om de in artikel 8, lid 7, van de Overeenkomst bedoelde rapporten op te stellen, alsmede gelijkwaardige informatie over de internationale handel in alle specimens van de in de bijlagen A, B en C genoemde soorten en over het binnenbrengen in de Gemeenschap van specimens van de in bijlage D genoemde soorten. ►M14  De Commissie bepaalt volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure welke informatie moet worden verstrekt en in welke vorm dat dient te geschieden. ◄

b) Op basis van de onder a) bedoelde informatie publiceert de Commissie jaarlijks vóór 31 oktober een statistisch verslag over het binnenbrengen in de Gemeenschap en de uitvoer en wederuitvoer uit de Gemeenschap van de specimens van de soorten waarop deze verordening van toepassing is, en verstrekt zij het secretariaat van de Overeenkomst de informatie over de onder de Overeenkomst vallende soorten.

c) Onverminderd artikel 20 verstrekken de administratieve instanties van de Lid-Staten de Commissie om het andere jaar vóór 15 juni, en wel voor de eerste maal in 1999, alle informatie betreffende de voorgaande twee jaar die vereist is voor het opstellen van de in artikel VIII, lid 7, onderdeel b), van de overeenkomst bedoelde rapporten benevens gelijkwaardige informatie over de bepalingen van deze verordening die buiten het toepassingsgebied van de overeenkomst vallen. ►M14  De Commissie bepaalt volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure welke informatie moet worden verstrekt en in welke vorm dat dient te geschieden. ◄

d) Op basis van de onder c) bedoelde informatie stelt de Commissie om het andere jaar vóór 31 oktober, en wel voor de eerste maal in 1999, een rapport op over de uitvoering en handhaving van deze verordening.

▼M14

5.  Met het oog op de wijzigingen van de bijlagen delen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten de Commissie alle relevante informatie mee. Volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure bepaalt de Commissie welke informatie vereist is.

▼B

►C2  6.  Onverminderd Richtlijn 90/313/EEG ◄ van de Raad van 7 juni 1990 inzake de vrije toegang tot milieu-informatie ( 7 ) neemt de Commissie de nodige maatregelen om te waarborgen dat de informatie die overeenkomstig de toepassing van deze verordening is verkregen, vertrouwelijk wordt behandeld.

Artikel 16

Sancties

1.  De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om er ten minste voor te zorgen dat sancties worden opgelegd indien op de bepalingen van deze verordening de volgende inbreuken worden gemaakt:

a) binnenbrengen in of uitvoeren dan wel wederuitvoeren uit de Gemeenschap van specimens zonder de passende vergunning of het passende certificaat, of met een niet naar waarheid ingevulde, vervalste of ongeldige vergunning of certificaat dan wel een vergunning of certificaat waarin wijzigingen zijn aangebracht zonder toestemming van de autoriteit die deze heeft afgegeven;

b) niet voldoen aan de bepalingen die op een overeenkomstig deze verordening afgegeven vergunning of certificaat zijn vermeld;

c) afleggen van een valse verklaring of het bewust verstrekken van verkeerde informatie om zodoende een vergunning of een certificaat te kunnen verkrijgen;

d) gebruik van een niet naar waarheid ingevulde, vervalste of ongeldige vergunning of certificaat dan wel van een vergunning of certificaat waarin zonder toestemming wijzigingen zijn aangebracht, met de bedoeling om een communautaire vergunning of een communautair certificaat te verkrijgen dan wel met het oog op een ander officieel doel dat met deze verordening in verband staat;

e) niet of niet naar waarheid kennisgeven van invoer;

f) vervoer van levende specimens die niet op zodanige wijze zijn gereedgemaakt dat risico's van verwondingen, ziekte of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt;

g) ander gebruik van de specimens van soorten genoemd in bijlage A dan dat waarvoor bij afgifte van de invoervergunning of daarna toestemming werd verleend;

h) handel in kunstmatig gekweekte planten in strijd met de overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder b), vastgestelde bepalingen;

i) vervoer van specimens naar of uit de Gemeenschap of doorvoer via de Gemeenschap zonder dat er in overeenstemming met deze verordening of, in het geval van uitvoer of wederuitvoer uit een derde land dat partij is bij de Overeenkomst, in overeenstemming met die Overeenkomst, een passende vergunning of passend certificaat is afgegeven, of een bevredigend bewijs van het bestaan daarvan geleverd is;

j) in strijd met artikel 8 aankopen, te koop vragen, verwerven voor commerciële doeleinden, gebruiken voor commerciële doeleinden, ten toon stellen voor commerciële doeleinden, verkopen, in bezit hebben met het oog op verkoop, ten verkoop aanbieden of vervoeren met het oog op verkoop van specimens;

k) gebruiken van een vergunning of certificaat voor een ander specimen dan dat waarvoor zij werd afgegeven;

l) vervalsen of wijzigen van een overeenkomstig deze verordening afgegeven vergunning of certificaat;

m) verzwijgen van het feit dat een aanvraag voor een vergunning of certificaat overeenkomstig artikel 6, lid 3, werd afgewezen.

2.  De in lid 1 bedoelde maatregelen staan in een passende verhouding tot de aard en de ernst van de inbreuk en bevatten onder meer voorzieningen met betrekking tot de inbeslagname en, in voorkomend geval, verbeurdverklaring van de specimens.

3.  Indien een specimen verbeurd wordt verklaard, wordt het toevertrouwd aan een bevoegde autoriteit van de Lid-Staat die tot verbeurdverklaring is overgegaan, die:

a) na overleg met een wetenschappelijke autoriteit van die Lid-Staat, het specimen ergens onderbrengt of het van de hand doet op een manier die zij geschikt en verenigbaar acht met de doelstellingen en bepalingen van de onderhavige verordening; en

b) in het geval van een levend specimen dat in de Gemeenschap is binnengebracht, na overleg met het land van uitvoer, dat specimen op kosten van degene die veroordeeld is, naar dat land kan terugsturen.

4.  Indien een levend specimen van een soort genoemd in bijlage B of C op een bepaalde plaats wordt binnengebracht zonder de/het passende geldige vergunning of certificaat, moet het specimen in beslag worden genomen en kan het verbeurd worden verklaard of kunnen, indien de geadresseerde het specimen weigert te accepteren, de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten waarin deze plaats van binnenkomst gelegen is, zo nodig de zending weigeren en van de vervoerder eisen dat hij het specimen naar de plaats van vertrek terugzendt.

Artikel 17

De wetenschappelijke studiegroep

1.  Er wordt een wetenschappelijke studiegroep opgericht bestaande uit de vertegenwoordigers van de wetenschappelijke autoriteit(en) van de verschillende Lid-Staten, en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2.  

a) De wetenschappelijke studiegroep onderzoekt alle wetenschappelijke vraagstukken met betrekking tot de uitvoering van deze verordening — met name die inzake artikel 4, leden 1, onder a), 2, onder a), en 6 — die door haar voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de leden van de groep of van het comité, aan de orde worden gesteld.

b) De Commissie deelt de adviezen van de wetenschappelijke studiegroep aan het comité mee.

▼M9

Artikel 18

1.  De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.  Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG ( 8 ) van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden. Voor de taken waarvoor het comité krachtens artikel 19, punten 1 en 2, bevoegd is, worden de voorgestelde maatregelen, indien de Raad na verloop van een termijn van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, door de Commissie vastgesteld.

▼M14

3.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

▼M14

4.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn artikel 5 bis, leden 1 tot en met 4, en artikel 5 ter, en artikel 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5 bis, lid 3, onder c), en lid 4, onder b) en e), van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijnen worden vastgesteld op respectievelijk één maand, één maand en twee maanden.

▼M14

Artikel 19

1.  Volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure neemt de Commissie de maatregelen aan bedoeld in artikel 4, lid 6, artikel 5, lid 7, onder b), artikel 7, lid 4, artikel 15, lid 4, onder a) en c), artikel 15, lid 5, en artikel 21, lid 3.

1.  De Commissie stelt het model vast van de in artikel 4, artikel 5, artikel 7, lid 4, en artikel 10 bedoelde documenten, volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure.

2.  De Commissie neemt de maatregelen aan bedoeld in artikel 4, lid 7, artikel 5, lid 5, artikel 7, lid 1, onder c), lid 2, onder c), en lid 3, artikel 8, lid 4, artikel 9, lid 6, artikel 11, lid 5, en artikel 12, lid 4. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

3.  De Commissie stelt uniforme bepalingen en criteria vast voor:

a) de afgifte, de geldigheid en het gebruik van de documenten bedoeld in artikel 4, artikel 5, artikel 7, lid 4, en artikel 10;

b) het gebruik van de in artikel 7, lid 1, onder b), i), bedoelde fytosanitaire certificaten;

c) het opstellen, wanneer zulks nodig is, van procedures voor het merken van specimens als hulpmiddel bij de identificatie ervan en ter naleving van de verordening.

3.  Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

4.  De Commissie neemt zo nodig aanvullende maatregelen aan om de resoluties van de conferentie van de partijen bij de overeenkomst, besluiten of aanbevelingen van het Permanent Comité van de overeenkomst en aanbevelingen van het secretariaat van de overeenkomst ten uitvoer te leggen. Deze maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen door haar aan te vullen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

5.  De Commissie wijzigt de bijlagen A tot en met D, met uitzondering van de wijzigingen van bijlage A die niet uit de besluiten van de conferentie van de partijen bij de overeenkomst voortvloeien. Die maatregelen, die beogen niet-essentiële onderdelen van deze verordening te wijzigen, worden vastgesteld volgens de in artikel 18, lid 4, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

▼B

Artikel 20

Slotbepalingen

Elke Lid-Staat stelt de Commissie en het secretariaat van de Overeenkomst in kennis van de specifieke bepalingen die hij met het oog op de uitvoering van deze verordening treft, en van alle rechtsinstrumenten die worden aangewend en de maatregelen die zijn genomen om deze ten uitvoer te leggen en toe te passen.

De Commissie stelt de overige Lid-Staten daarvan in kennis.

Artikel 21

1.  Verordening (EEG) nr. 3626/82 wordt ingetrokken.

2.  Zolang de in artikel 19, leden 1 en 2, bedoelde maatregelen niet zijn aangenomen kunnen de Lid-Staten de overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3626/82 en Verordening (EEG) nr. 3418/83 van de Commissie van 28 november 1983 houdende bepalingen voor eenvormige afgifte en gebruik van documenten die vereist zijn voor de toepassing in de Gemeenschap van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten ( 9 ), aangenomen maatregelen handhaven of blijven toepassen.

▼M14

3.  Twee maanden voor de toepassing van deze verordening handelt de Commissie volgens de in artikel 18, lid 2, bedoelde regelgevingsprocedure en in overleg met de wetenschappelijke studiegroep als volgt:

▼B

a) zij onderzoekt of beperkingen op het binnenbrengen in de Gemeenschap van de niet in bijlage A van deze verordening opgenomen soorten van bijlage C1 van Verordening (EEG) nr. 3626/82 op grond van enig element verantwoord zijn;

b) zij stelt een verordening vast waarbij bijlage D wordt gewijzigd in een representatieve lijst van soorten die beantwoorden aan de criteria van artikel 3, lid 4, onder a).

Artikel 22

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

▼C2

Zij is van toepassing met ingang van 1 juni 1997.

▼B

De artikelen 12 en 13, artikel 14, lid 3, de artikelen 16, 17, 18, 19 en 21, lid 3, zijn van toepassing vanaf de dag van inwerkingtreding van deze verordening.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

▼M18




BIJLAGE

Opmerkingen over de interpretatie van de bijlagen A, B, C en D

1. De in de bijlagen A, B, C en D opgenomen soorten worden aangeduid:

a) met de naam van de soort, of

b) met de verzamelnaam der soorten die behoren tot een hoger taxon of een aangegeven deel daarvan.

2. De afkorting „spp.” dient ter aanduiding van alle soorten van een hoger taxon.

3. Andere verwijzingen naar taxa van een hogere categorie dan de soort worden uitsluitend ter informatie of classificatie gegeven.

4. Vetgedrukte soorten in bijlage A zijn daarin opgenomen overeenkomstig hun bescherming uit hoofde van Richtlijn 2009/147/EG van de Raad ( 10 ) of Richtlijn 92/43/EEG van de Raad ( 11 ).

5. De volgende afkortingen worden gebruikt ter aanduiding van subspecifieke plantentaxa:

a) „ssp.” ter aanduiding van een ondersoort (subspecies);

b) „var.” ter aanduiding van een variëteit (varietas), en

c) „fa.” ter aanduiding van een vorm (forma).

6. De tekens „(I)”, „(II)” en „(III)” achter de naam van een soort of hoger taxon verwijzen naar de bijlagen van de overeenkomst waarin de betrokken soorten zijn opgenomen, zoals aangegeven in de opmerkingen 7, 8 en 9. Indien geen van deze tekens is aangebracht, zijn de betrokken soorten niet in de bijlagen bij de overeenkomst opgenomen.

7. (I) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage I bij de overeenkomst.

8. (II) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage II bij de overeenkomst.

9. (III) achter de naam van een soort of hoger taxon betekent dat die soort of dat hogere taxon is opgenomen in bijlage III bij de overeenkomst. In dat geval wordt tevens het land aangegeven met betrekking waartoe de soort of het hogere taxon in bijlage III is opgenomen.

10. Onder „cultivar” wordt, overeenkomstig de definitie in de 8e editie van de International Code of Nomenclature for Cultivated Plants, een verzameling planten verstaan die a) geselecteerd is op een bepaald kenmerk of een bepaalde combinatie van kenmerken,(b) wat deze kenmerken betreft onderscheidbaar, uniform en stabiel is, en c) bij toepassing van passende vermeerderingsmethoden deze kenmerken behoudt. Geen nieuw cultivar-taxon kan als zodanig worden erkend alvorens de categorische naam en omschrijving ervan officieel zijn gepubliceerd in de meest recente editie van de International Code of Nomenclature for Cultivated Plants.

11. Hybriden kunnen uitdrukkelijk in de bijlagen worden opgenomen, doch uitsluitend indien zij in de vrije natuur onderscheidbare, stabiele populaties vormen. Op hybride dieren die in de laatste vier vooroudergeneraties van de lijn één of meer specimens van enige in bijlage A of B opgenomen soort tellen, zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing alsof zij tot die soort zelf behoorden, zelfs indien de betrokken hybride niet uitdrukkelijk in de bijlage(n) is opgenomen.

12. Wanneer een soort in bijlage A, B of C is opgenomen, zijn ook alle delen en producten van die soort in dezelfde bijlage opgenomen, tenzij voor die soort door middel van een annotatie is aangegeven dat alleen specifieke delen en producten daarin zijn opgenomen. Overeenkomstig artikel 2, onder t), dient het teken „#”, gevolgd door een cijfer, achter de naam van een in bijlage B of C opgenomen soort of hoger taxon om delen of producten te omschrijven die in dit verband ter fine van deze verordening zijn vermeld, als volgt:

#1

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:

a) zaden, sporen en pollen (met inbegrip van pollinia);

b) in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;

c) afgesneden bloemen van kunstmatig gekweekte planten, en

d) vruchten en delen en producten daarvan van kunstmatig gekweekte planten van het genus Vanilla.

#2

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:

a) zaden en pollen, en

b) verpakte eindproducten die zijn klaargemaakt voor de detailhandel.

#3

Ter omschrijving van complete en versneden wortels en delen van wortels, maar niet van verwerkte delen of producten zoals poeders, pillen, extracten, tonica, theeën en snoepjes.

#4

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:

a) zaden (met inbegrip van zaadhulsels van „Orchidaceae”), sporen en pollen (met inbegrip van pollinia). De uitzondering is niet van toepassing op uit Mexico uitgevoerde zaden van Cactaceae spp. en op uit Madagaskar uitgevoerde zaden van Beccariophoenix madagascariensis en Neodypsis decaryi;

b) in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;

c) afgesneden bloemen van kunstmatig gekweekte planten;

d) vruchten en delen en producten daarvan van verwilderde of kunstmatig gekweekte planten van het genus Vanilla („Orchidaceae”) en van de familie „Cactaceae”;

e) stengels, bloemen en delen en producten daarvan van verwilderde of kunstmatig gekweekte planten van de geslachten Opuntia subgenus Opuntia en Selenicereus („Cactaceae”) en

f) verpakte eindproducten van Euphorbia antisyphilitica die zijn klaargemaakt voor de detailhandel.

#5

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken en vellen fineer.

#6

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer en gelaagd/geplakt hout.

#7

Ter omschrijving van stammen of blokken, houtspanen, poeders en extracten.

#8

Ter omschrijving van ondergrondse delen (d.w.z. wortels, wortelstokken): compleet, in stukken of in poedervorm.

#9

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van die waarop een etiket is aangebracht met de vermelding „Produced from Hoodia spp. material obtained through controlled harvesting and production under the terms of an agreement with the relevant Cites Management Authority of [Botswana under agreement No. BW/xxxxxx] [Namibia under agreement No. NA/xxxxxx] [South Africa under agreement No. ZA/xxxxxx]”.

#10

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken en vellen fineer, met inbegrip van niet-afgewerkte houten artikelen bestemd voor de fabricage van strijkstokken voor muziekinstrumenten.

#11

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer, gelaagd/geplakt hout, poeders en extracten.

#12

Ter omschrijving van stammen of blokken, planken, vellen fineer, gelaagd/geplakt hout en extracten. Verpakte eindproducten die dergelijke extracten als ingrediënt hebben, met inbegrip van parfums, worden niet geacht onder deze annotatie te vallen.

#13

Ter omschrijving van de zaadkern (ook „endosperm”, „kokosvlees” of „kopra” genoemd) en alle daarvan afgeleide producten.

#14

Ter omschrijving van alle delen en producten, met uitzondering van:

a) zaden en pollen;

b) in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem die in steriele recipiënten worden getransporteerd;

c) vruchten;

d) bladeren;

e) afgewerkt agarhoutpoeder, met inbegrip van alle vormen van compactpoeder;

f) verpakte eindproducten die zijn klaargemaakt voor de detailhandel, deze vrijstelling geldt niet voor kralen, bidsnoerkralen en snijwerk.

13. Aangezien voor geen van de in bijlage A opgenomen plantensoorten of hogere plantentaxa door middel van een annotatie is aangegeven dat op hybriden daarvan de bepalingen van artikel 4, lid 1, van deze verordening van toepassing zijn, betekent dit dat kunstmatig gekweekte hybriden van één of meer van deze soorten of taxa verhandeld mogen worden met een certificaat van kunstmatige kweek, en dat zaden en pollen (met inbegrip van pollinia), afgesneden bloemen en in steriele recipiënten vervoerde in vitro zaailing- en weefselculturen op een vaste of vloeibare voedingsbodem van deze hybriden niet onder de bepalingen van deze verordening vallen.

14. Urine, feces en grijze amber die excretieproducten zijn welke werden verkregen zonder dat het dier in kwestie werd gemanipuleerd, vallen niet onder de bepalingen van deze verordening.

15. Wat de in bijlage D opgenomen diersoorten betreft, zijn de bepalingen van deze verordening alleen van toepassing op levende specimens en complete of in essentie complete dode specimens, behalve voor de taxa die als volgt zijn geannoteerd om aan te geven dat die bepalingen ook gelden voor andere delen en producten:

§ 1

Complete of in essentie complete, al dan niet gelooide huiden.

§ 2

Veren alsmede nog van veren voorziene huiden of andere delen.

16. Wat de in bijlage D opgenomen plantensoorten betreft, zijn de bepalingen van deze verordening alleen van toepassing op levende specimens, behalve voor de taxa die als volgt zijn geannoteerd om aan te geven dat die bepalingen ook gelden voor andere delen en producten:

§ 3

Gedroogde en verse planten, waar passend met inbegrip van bladeren, wortels/wortelstokken, stengels/stammen, zaden/sporen, schors en vruchten.

§ 4

Stammen of blokken, planken en vellen fineer.



 

Bijlage A

Bijlage B

Bijlage C

Gewone naam

FAUNA (DIEREN)

CHORDATA (CHORDADIEREN)

MAMMALIA

 
 
 

Zoogdieren

ARTIODACTYLA

 
 
 

Evenhoevigen

Antilocapridae

 
 
 

Gaffelantilopen

Antilocapra americana (I) (Alleen de populatie in Mexico; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

 
 

Gaffelantiloop (populatie in Mexico)

Bovidae

 
 
 

Holhoornigen

Addax nasomaculatus (I)

 
 

Addax of Mendes-antiloop

 

Ammotragus lervia (II)

 

Manenschaap

 
 

Antilope cervicapra (III Nepal)

Indische antiloop

 

Bison bison athabascae (II)

 

Bosbison

Bos gaurus (I) (Met uitzondering van de gedomesticeerde vorm die Bos frontalis wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

 
 

Gaur

Bos mutus (I) (Met uitzondering van de gedomesticeerde vorm die Bos grunniens wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

 
 

Wilde jak

Bos sauveli (I)

 
 

Kouprey

 
 

Bubalus arnee (III Nepal) (Met uitzondering van de gedomesticeerde vorm die Bubalus bubalis wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

Aziatische buffel

Bubalus depressicornis (I)

 
 

Laaglandbuffel

Bubalus mindorensis (I)

 
 

Tamarou

Bubalus quarlesi (I)

 
 

Berganoa

 

Budorcas taxicolor (II)

 

Takin

Capra falconeri (I)

 
 

Schroefhoorngeit

Capricornis milneedwardsii (I)

 
 

Chinese bosgems

Capricornis rubidus (I)

 
 

Rode bosgems

Capricornis sumatraensis (I)

 
 

Cambodjaanse bosgems

Capricornis thar (I)

 
 

Himalaya-bosgems

 

Cephalophus brookei (II)

 

Brookes duiker

 

Cephalophus dorsalis (II)

 

Zwartrugduiker

Cephalophus jentinki (I)

 
 

Jentinks duiker

 

Cephalophus ogilbyi (II)

 

Ogilby’s duiker

 

Cephalophus silvicultor (II)

 

Geelrugduiker

 

Cephalophus zebra (II)

 

Zebraduiker

 

Damaliscus pygargus pygargus (II)

 

Bontebok

Gazella cuvieri (I)

 
 

Cuviers gazelle

 
 

Gazella dorcas (III Algerije/Tunesië)

Dorcasgazelle

Gazella leptoceros (I)

 
 

Duingazelle

Hippotragus niger variani (I)

 
 

Reuzenpaardantiloop

 

Kobus leche (II)

 

Litschie-waterbok

Naemorhedus baileyi (I)

 
 

Rode goral

Naemorhedus caudatus (I)

 
 

Langstaartgoral

Naemorhedus goral (I)

 
 

Gewone goral

Naemorhedus griseus (I)

 
 

Grijze goral

Nanger dama (I)

 
 

Damagazelle

Oryx dammah (I)

 
 

Algazelle

Oryx leucoryx (I)

 
 

Arabische oryx

 

Ovis ammon (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen subspecies)

 

Argali

Ovis ammon hodgsonii (I)

 
 

Nyan

Ovis ammon nigrimontana (I)

 
 

Argalischaap van de Zwarte Bergen

 

Ovis canadensis (II) (Alleen de populatie in Mexico; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

 

Dikhoornschaap (Mexicaanse populatie)

Ovis orientalis ophion (I)

 
 

Cypriotische moeflon

 

Ovis vignei (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen subspecies)

 

Oerial of steppeschaap

Ovis vignei vignei (I)

 
 

Ladakh-oerial

Pantholops hodgsonii (I)

 
 

Tibetaanse antiloop

 

Philantomba monticola (II)

 

Blauwe duiker

Pseudoryx nghetinhensis (I)

 
 

Vietnamese antiloop

Rupicapra pyrenaica ornata (II)

 
 

Apennijnengems

 

Saiga borealis (II)

 

Mongoolse saiga-antiloop

 

Saiga tatarica (II)

 

Saiga-antiloop

 
 

Tetracerus quadricornis (III Nepal)

Vierhoornantiloop

Camelidae

 
 
 

Kameelachtigen

 

Lama guanicoe (II)

 

Guanaco

Vicugna vicugna (I) (Met uitzondering van de populaties in: Argentinië [de populaties in de provincies Jujuy en Catamarca en de halfwilde populaties in de provincies Jujuy, Salta, Catamarca, La Rioja en San Juan]; Bolivia [de hele populatie]; Chili [populatie in de Primera Región]; Ecuador [de hele populatie] en Peru [de hele populatie]; deze populaties zijn opgenomen in bijlage B)

Vicugna vicugna (II) (Uitsluitend de populaties in: Argentinië (1)[de populaties in de provincies Jujuy en Catamarca en de halfwilde populaties in de provincies Jujuy, Salta, Catamarca, La Rioja en San Juan]; Bolivia (2)[de hele populatie]; Chili (3)[populatie in de Primera Región]; Ecuador (4)[de hele populatie] en Peru (5)[de hele populatie]; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A.)

 

Vicuña

Cervidae

 
 
 

Herten

Axis calamianensis (I)

 
 

Filipijns zwijnshert

Axis kuhlii (I)

 
 

Bawean-zwijnshert

Axis porcinus annamiticus (I)

 
 

Annam-zwijnshert

Blastocerus dichotomus (I)

 
 

Moerashert

 

Cervus elaphus bactrianus (II)

 

Afghaans edelhert

 
 

Cervus elaphus barbarus (III Algerije/Tunesië)

Noord-Afrikaans edelhert

Cervus elaphus hanglu (I)

 
 

Kasjmir-edelhert

Dama dama mesopotamica (I)

 
 

Iraans damhert

Hippocamelus spp. (I)

 
 

Andesherten

 
 

Mazama temama cerasina (III Guatemala)

Midden-Amerikaans spieshert

Muntiacus crinifrons (I)

 
 

Zwarte muntjak

Muntiacus vuquangensis (I)

 
 

Indochinese muntjak

 
 

Odocoileus virginianus mayensis (III Guatemala)

Guatemalteeks waaierstaarthert

Ozotoceros bezoarticus (I)

 
 

Pampahert

 

Pudu mephistophiles (II)

 

Ecuadoraanse poedoe

Pudu puda (I)

 
 

Chileense poedoe

Rucervus duvaucelii (I)

 
 

Barasingha

Rucervus eldii (I)

 
 

Lierhert

Hippopotamidae

 
 
 

Nijlpaarden

 

Hexaprotodon liberiensis (II)

 

Dwergnijlpaard

 

Hippopotamus amphibius (II)

 

Nijlpaard

Moschidae

 
 
 

Muskusherten

Moschus spp. (I) (Alleen de populaties in Afghanistan, Bhutan, India, Myanmar, Nepal en Pakistan; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

Moschus spp. (II) (Met uitzondering van de populaties in Afghanistan, Bhutan, India, Myanmar, Nepal en Pakistan, die in bijlage A zijn opgenomen)

 

Muskusherten

Suidae

 
 
 

Varkens

Babyrousa babyrussa (I)

 
 

Gouden babiroessa of hertzwijn

Babyrousa bolabatuensis (I)

 
 

Bola Batu-babiroessa

Babyrousa celebensis (I)

 
 

Sulawesi-babiroessa

Babyrousa togeanensis (I)

 
 

Malenge- of Togian-babiroessa

Sus salvanius (I)

 
 

Dwergzwijn

Tayassuidae

 
 
 

Pecari’s

 

Tayassuidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van de populaties van Pecari tajacu in Mexico en de Verenigde Staten, die niet in de bijlagen bij deze verordening zijn opgenomen)

 

Pecari’s

Catagonus wagneri (I)

 
 

Chaco-pecari

CARNIVORA

 
 
 

Roofdieren

Ailuridae

 
 
 
 

Ailurus fulgens (I)

 
 

Kleine panda

Canidae

 
 
 

Hondachtigen

 
 

Canis aureus (III India)

Goudjakhals

Canis lupus (I/II)

(Alle populaties behalve die in Spanje ten noorden van de Duero en die in Griekenland ten noorden van de 39e breedtegraad. De populaties in Bhutan, India, Nepal en Pakistan zijn opgenomen in bijlage I; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage II. Uitgesloten zijn de gedomesticeerde vorm en de dingo die respectievelijk Canis lupus familiaris en Canis lupus dingo worden genoemd.)

Canis lupus (II) (Populaties in Spanje ten noorden van de Duero en populaties in Griekenland ten noorden van de 39e breedtegraad. Uitgesloten zijn de gedomesticeerde vorm en de dingo die respectievelijk Canis lupus familiaris en Canis lupus dingo worden genoemd.)

 

Wolf

Canis simensis

 
 

Ethiopische wolf

 

Cerdocyon thous (II)

 

Krabbenetende vos

 

Chrysocyon brachyurus (II)

 

Manenwolf

 

Cuon alpinus (II)

 

Aziatische boshond of dhole

 

Lycalopex culpaeus (II)

 

Andes-jakhalsvos

 

Lycalopex fulvipes (II)

 

Darwinvos

 

Lycalopex griseus (II)

 

Argentijnse jakhalsvos

 

Lycalopex gymnocercus (II)

 

Pampajakhalsvos

Speothos venaticus (I)

 
 

Zuid-Amerikaanse boshond

 
 

Vulpes bengalensis (III India)

Bengaalse vos

 

Vulpes cana (II)

 

Grijze vos

 

Vulpes zerda (II)

 

Fennek

Eupleridae

 
 
 

Madagaskar-civetkatten

 

Cryptoprocta ferox (II)

 

Fretkat of fossa

 

Eupleres goudotii (II)

 

Mierencivetkat of kleine falanoek

 

Fossa fossana (II)

 

Fanaloka of grote falanoek

Felidae

 
 
 

Katachtigen

 

Felidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species. Op specimens van de gedomesticeerde vorm zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing)

 

Katachtigen

Acinonyx jubatus (I) (De volgende jaarlijkse exportquota voor levende specimens en jachttrofeeën zijn vastgesteld: Botswana: 5; Namibië: 150; Zimbabwe: 50. Voor de handel in deze specimens gelden de bepalingen van artikel 4, lid 1, van deze verordening.)

 
 

Jachtluipaard of cheetah

Caracal caracal (I) (Alleen de populatie in Azië; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

 
 

Aziatische caracal

Catopuma temminckii (I)

 
 

Aziatische goudkat

Felis nigripes (I)

 
 

Zwartvoetkat

Felis silvestris (II)

 
 

Wilde kat

Leopardus geoffroyi (I)

 
 

Geoffroys kat

Leopardus jacobitus (I)

 
 

Bergkat

Leopardus pardalis (I)

 
 

Ocelot

Leopardus tigrinus (I)

 
 

Oncilla of Amerikaanse tijgerkat

Leopardus wiedii (I)

 
 

Margay

Lynx lynx (II)

 
 

Euraziatische lynx

Lynx pardinus (I)

 
 

Pardellynx

Neofelis nebulosa (I)

 
 

Nevelpanter

Panthera leo persica (I)

 
 

Aziatische leeuw

Panthera onca (I)

 
 

Jaguar

Panthera pardus (I)

 
 

Luipaard

Panthera tigris (I)

 
 

Tijger

Pardofelis marmorata (I)

 
 

Marmerkat

Prionailurus bengalensis bengalensis (I) (Alleen de populaties in Bangladesh, India en Thailand; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

 
 

Bengaalse kat

Prionailurus iriomotensis (II)

 
 

Iriomote-kat

Prionailurus planiceps (I)

 
 

Platkopkat

Prionailurus rubiginosus (I) (Alleen de populatie in India; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

 
 

Roestkat

Puma concolor coryi (I)

 
 

Florida-poema

Puma concolor costaricensis (I)

 
 

Costa Ricaanse poema

Puma concolor couguar (I)

 
 

Oostelijke poema

Puma yagouaroundi (I) (Alleen de populaties in Midden- en Noord-Amerika; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

 
 

Jaguarundi

Uncia uncia (I)

 
 

Sneeuwpanter

Herpestidae

 
 
 

Mangoesten

 
 

Herpestes edwardsi (III India)

Indische grijze mangoest

 
 

Herpestes fuscus (III India)

Indische bruine mangoest

 
 

Herpestes javanicus auropunctatus (III India)

Indische mangoest

 
 

Herpestes smithii (III India)

Rode mangoest

 
 

Herpestes urva (III India)

Krabbenmangoest

 
 

Herpestes vitticollis (III India)

Gestreepte mangoest

Hyaenidae

 
 
 

Hyena’s

 
 

Proteles cristata (III Botswana)

Aardwolf

Mephitidae

 
 
 

Stinkdieren

 

Conepatus humboldtii (II)

 

Soerilho

Mustelidae

 
 
 

Marterachtigen

Lutrinae

 
 
 

Otters

 

Lutrinae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Otters

Aonyx capensis microdon (I) (Alleen de populaties in Kameroen en Nigeria; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

 
 

Congo-otter

Enhydra lutris nereis (I)

 
 

Zuidelijke zeeotter

Lontra felina (I)

 
 

Chungungo-otter

Lontra longicaudis (I)

 
 

Langstaartotter

Lontra provocax (I)

 
 

Zuidelijke rivierotter

Lutra lutra (I)

 
 

Euraziatische otter

Lutra nippon (I)

 
 

Japanse otter

Pteronura brasiliensis (I)

 
 

Reuzenotter

Mustelinae

 
 
 

Marters en wezels

 
 

Eira barbara (III Honduras)

Tayra

 
 

Galictis vittata (III Costa Rica)

Grison

 
 

Martes flavigula (III India)

Maleise bonte marter

 
 

Martes foina intermedia (III India)

Indiase steenmarter

 
 

Martes gwatkinsii (III India)

Zuid-Indiase marter

 
 

Mellivora capensis (III Botswana)

Honingdas of ratel

Mustela nigripes (I)

 
 

Zwartvoetbunzing

Odobenidae

 
 
 

Walrussen

 

Odobenus rosmarus (III Canada)

 

Walrus

Otariidae

 
 
 

Pelsrobben

 

Arctocephalus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species.)

 

Pelsrobben

Arctocephalus philippii (II)

 
 

Juan Fernandez-pelsrob

Arctocephalus townsendi (I)

 
 

Guadeloupe-pelsrob

Phocidae

 
 
 

Zeehonden, robben

 

Mirounga leonina (II)

 

Zuidelijke zeeolifant

Monachus spp. (I)

 
 

Monniksrobben

Procyonidae

 
 
 

Wasbeerachtigen

 
 

Bassaricyon gabbii (III Costa Rica)

Gabbi’s slankbeer

 
 

Bassariscus sumichrasti (III Costa Rica)

Cacomistle

 
 

Nasua narica (III Honduras)

Neusbeer

 
 

Nasua nasua solitaria (III Uruguay)

Zuid-Braziliaanse neusbeer

 
 

Potos flavus (III Honduras)

Rolstaartbeer

Ursidae

 
 
 

Beren

 

Ursidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Beren

Ailuropoda melanoleuca (I)

 
 

Grote panda

Helarctos malayanus (I)

 
 

Maleise beer

Melursus ursinus (I)

 
 

Lippenbeer

Tremarctos ornatus (I)

 
 

Brilbeer

Ursus arctos (I/II)

(Alleen de populaties in Bhutan, China, Mexico en Mongolië en de ondersoort Ursus arctos isabellinus zijn opgenomen in bijlage I; alle andere populaties en ondersoorten zijn opgenomen in bijlage II.)

 
 

Bruine beer

Ursus thibetanus (I)

 
 

Kraagbeer

Viverridae

 
 
 

Echte civetkatten

 
 

Arctictis binturong (III India)

Binturong

 
 

Civettictis civetta (III Botswana)

Afrikaanse civetkat

 

Cynogale bennettii (II)

 

Ottercivetkat

 

Hemigalus derbyanus (II)

 

Bandcivetkat

 
 

Paguma larvata (III India)

Gemaskerde larvenroller

 
 

Paradoxurus hermaphroditus (III India)

Loeak

 
 

Paradoxurus jerdoni (III India)

Jerdons palmcivetkat

 

Prionodon linsang (II)

 

Gestreepte linsang

Prionodon pardicolor (I)

 
 

Gevlekte linsang

 
 

Viverra civettina (III India)

Grote gevlekte civetkat

 
 

Viverra zibetha (III India)

Aziatische civetkat

 
 

Viverricula indica (III India)

Kleine civetkat

CETACEA

 
 
 

Walvisachtigen

CETACEA spp. (I/II) (6)

 
 

Walvisachtigen

CHIROPTERA

 
 
 

Vleermuizen

Phyllostomidae

 
 
 

Bladneusvleermuizen

 
 

Platyrrhinus lineatus (III Uruguay)

Witstreepvampier

Pteropodidae

 
 
 

Vliegende honden

 

Acerodon spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Schijnkalongs

Acerodon jubatus (I)

 
 

Filipijnse vliegende hond

 

Pteropus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van Pteropus brunneus)

 

Kalongs

Pteropus insularis (I)

 
 

Vliegende hond van Truk

Pteropus livingstonii (II)

 
 

Vliegende hond van de Comoren

Pteropus loochoensis (I)

 
 

Japanse vliegende hond

Pteropus mariannus (I)

 
 

Vliegende hond van de Marianen

Pteropus molossinus (I)

 
 

Vliegende hond van Pohnpei

Pteropus pelewensis (I)

 
 

Vliegende hond van Palau

Pteropus pilosus (I)

 
 

Grote vliegende hond van Palau

Pteropus rodricensis (II)

 
 

Vliegende hond van Rodriguez

Pteropus samoensis (I)

 
 

Vliegende hond van Samoa

Pteropus tonganus (I)

 
 

Pacifische vliegende hond

Pteropus ualanus (I)

 
 

Vliegende hond van Kosrae

Pteropus voeltzkowi (II)

 
 

Vliegende hond van Pemba

Pteropus yapensis (I)

 
 

Vliegende hond van Yap

CINGULATA

 
 
 

Gordeldierachtigen

Dasypodidae

 
 
 

Gordeldieren

 
 

Cabassous centralis (III Costa Rica)

Midden-Amerikaans kaalstaartgordeldier

 
 

Cabassous tatouay (III Uruguay)

Zuid-Amerikaans kaalstaartgordeldier

 

Chaetophractus nationi (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld. Alle specimens worden beschouwd als specimens van een soort van bijlage A en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.)

 

Boliviaans harig gordeldier

Priodontes maximus (I)

 
 

Reuzengordeldier

DASYUROMORPHIA

 
 
 

Roofbuideldieren

Dasyuridae

 
 
 

Echte roofbuideldieren

Sminthopsis longicaudata (I)

 
 

Langstaartsmalvoetbuidelmuis

Sminthopsis psammophila (I)

 
 

Smalvoetbuidelmuis

DIPROTODONTIA

 
 
 

Klimbuideldieren, wombats en kangoeroes

Macropodidae

 
 
 

Kangoeroes en wallaby’s

 

Dendrolagus inustus (II)

 

Bruine boomkangoeroe

 

Dendrolagus ursinus (II)

 

Zwarte boomkangoeroe

Lagorchestes hirsutus (I)

 
 

Westelijke haaskangoeroe

Lagostrophus fasciatus (I)

 
 

Gestreepte haaskangoeroe

Onychogalea fraenata (I)

 
 

Geteugelde spoorstaartkangoeroe

Phalangeridae

 
 
 

Koeskoezen

 

Phalanger intercastellanus (II)

 

Oostelijke koeskoes

 

Phalanger mimicus (II)

 

Zuidelijke koeskoes

 

Phalanger orientalis (II)

 

Grijze koeskoes

 

Spilocuscus kraemeri (II)

 

Krämers koeskoes

 

Spilocuscus maculatus (II)

 

Gevlekte koeskoes

 

Spilocuscus papuensis (II)

 

Papoea-koeskoes

Potoroidae

 
 
 

Ratkangoeroes

Bettongia spp. (I)

 
 

Buidelkonijnen

Vombatidae

 
 
 

Wombats

Lasiorhinus krefftii (I)

 
 

Breedkopwombat

LAGOMORPHA

 
 
 

Haasachtigen

Leporidae

 
 
 

Hazen en konijnen

Caprolagus hispidus (I)

 
 

Borstelige haas of Assam-konijn

Romerolagus diazi (I)

 
 

Vulkaankonijn

MONOTREMATA

 
 
 

Eierleggende zoogdieren

Tachyglossidae

 
 
 

Mierenegels

 

Zaglossus spp. (II)

 

Vachtegels

PERAMELEMORPHIA

Peramelidae

 
 
 

Echte buideldassen

Perameles bougainville (I)

 
 

Gestreepte spitsneusbuideldas

Thylacomyidae

 
 
 

Langoorbuideldassen

Macrotis lagotis (I)

 
 

Grote langoorbuideldas

PERISSODACTYLA

 
 
 

Onevenhoevigen

Equidae

 
 
 

Paardachtigen

Equus africanus (I) (Met uitzondering van de gedomesticeerde vorm die Equus asinus wordt genoemd, waarop de bepalingen van deze verordening niet van toepassing zijn)

 
 

Wilde ezel

Equus grevyi (I)

 
 

Grevyzebra

Equus hemionus (I/II) (De soort is opgenomen in bijlage II maar de ondersoorten Equus hemionus hemionus en Equus hemionus khur zijn opgenomen in bijlage I)

 
 

Koelan

Equus kiang (II)

 
 

Kiang

Equus przewalskii (I)

 
 

Przewalskipaard

 

Equus zebra hartmannae (II)

 

Hartmanns bergzebra

Equus zebra zebra (I)

 
 

Kaapse bergzebra

Rhinocerotidae

 
 
 

Neushoorns

Rhinocerotidae spp. (I) (Met uitzondering van de in bijlage B opgenomen subspecies)

 
 

Neushoorns

 

Ceratotherium simum simum (II) (Alleen de populaties in Zuid-Afrika en Swaziland; alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A. Uitsluitend met het oog op het toestaan van internationaal verkeer van levende dieren, voor zover daaraan een passende en aanvaardbare bestemming is gegeven, alsook handel in jachttrofeeën. Alle andere specimens worden als specimens van een soort van bijlage A beschouwd en op de handel daarin is de desbetreffende regelgeving van toepassing.)

 

Zuidelijke breedlipneushoorn

Tapiridae

 
 
 

Tapirs

Tapiridae spp. (I) (Met uitzondering van de in bijlage B opgenomen species)

 
 

Tapirs

 

Tapirus terrestris (II)

 

Zuid-Amerikaanse tapir

PHOLIDOTA

 
 
 

Schubdierachtigen

Manidae

 
 
 

Schubdieren

 

Manis spp. (II)

(Voor Manis crassicaudata, Manis culionensis, Manis javanica en Manis pentadactyla is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor overwegend commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 

Schubdieren

PILOSA

 
 
 

Luiaarden en miereneters

Bradypodidae

 
 
 

Drievingerluiaards

 

Bradypus variegatus (II)

 

Westelijke drievingerluiaard

Megalonychidae

 
 
 

Tweevingerluiaards

 
 

Choloepus hoffmanni (III Costa Rica)

Costa Ricaanse tweevingerluiaard

Myrmecophagidae

 
 
 

Miereneters

 

Myrmecophaga tridactyla (II)

 

Reuzenmiereneter

 
 

Tamandua mexicana (III Guatemala)

Boommiereneter

PRIMATES

 
 
 

Opperdieren of primaten

 

PRIMATES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Opperdieren of primaten

Atelidae

 
 
 

Grijpstaartapen

Alouatta coibensis (I)

 
 

Coiba-brulaap

Alouatta palliata (I)

 
 

Mantelbrulaap

Alouatta pigra (I)

 
 

Guatemalteekse brulaap

Ateles geoffroyi frontatus (I)

 
 

Zwarthandslingeraap

Ateles geoffroyi panamensis (I)

 
 

Roodbuikslingeraap

Brachyteles arachnoides (I)

 
 

Spinaap

Brachyteles hypoxanthus (I)

 
 

Gele spinaap of gele muriqui

Oreonax flavicauda (I)

 
 

Geelstaartwolaap

Cebidae

 
 
 

Klauwaapjes

Callimico goeldii (I)

 
 

Springtamarin

Callithrix aurita (I)

 
 

Witoorpenseelaapje

Callithrix flaviceps (I)

 
 

Geelkoppenseelaapje

Leontopithecus spp. (I)

 
 

Leeuwaapjes

Saguinus bicolor (I)

 
 

Mantelaapje

Saguinus geoffroyi (I)

 
 

Geoffroys tamarin

Saguinus leucopus (I)

 
 

Witvoettamarin

Saguinus martinsi (I)

 
 

Martins’ mantelaapje

Saguinus oedipus (I)

 
 

Pinché-aapje

Saimiri oerstedii (I)

 
 

Geel doodshoofdaapje

Cercopithecidae

 
 
 

Smalneusapen excl. mensapen

Cercocebus galeritus (I)

 
 

Kuifmangabey

Cercopithecus diana (I)

 
 

Dianameerkat

Cercopithecus roloway (I)

 
 

Roloway-meerkat

Cercopithecus solatus (II)

 
 

Zonstaartmeerkat

Colobus satanas (II)

 
 

Zwarte franjeaap

Macaca silenus (I)

 
 

Baardaap

Mandrillus leucophaeus (I)

 
 

Dril

Mandrillus sphinx (I)

 
 

Mandril

Nasalis larvatus (I)

 
 

Neusaap

Piliocolobus foai (II)

 
 

Centraal-Afrikaanse rode franjeaap

Piliocolobus gordonorum (II)

 
 

Uzungwa-franjeaap

Piliocolobus kirkii (I)

 
 

Zanzibar-franjeaap

Piliocolobus pennantii (II)

 
 

Pennants franjeaap

Piliocolobus preussi (II)

 
 

Preuss’ franjeaap

Piliocolobus rufomitratus (I)

 
 

Tana-franjeaap

Piliocolobus tephrosceles (II)

 
 

Oegandese rode franjeaap

Piliocolobus tholloni (II)

 
 

Thollons franjeaap

Presbytis potenziani (I)

 
 

Mentawai-langoer

Pygathrix spp. (I)

 
 

Doeklangoeren

Rhinopithecus spp. (I)

 
 

Stompneusapen

Semnopithecus ajax (I)

 
 

Kasjmir-hoelman

Semnopithecus dussumieri (I)

 
 

Dussumiers hoelman

Semnopithecus entellus (I)

 
 

Hoelman

Semnopithecus hector (I)

 
 

Tarai-hoelman

Semnopithecus hypoleucos (I)

 
 

Zwartvoethoelman

Semnopithecus priam (I)

 
 

Ceylon-hoelman

Semnopithecus schistaceus (I)

 
 

Berghoelman

Simias concolor (I)

 
 

Simakobou

Trachypithecus delacouri (II)

 
 

Delacours langoer

Trachypithecus francoisi (II)

 
 

Tonkin-langoer

Trachypithecus geei (I)

 
 

Goudlangoer

Trachypithecus hatinhensis (II)

 
 

Ha tinh-langoer

Trachypithecus johnii (II)

 
 

Nilgiri-langoer

Trachypithecus laotum (II)

 
 

Laos-langoer of witbrauwlangoer

Trachypithecus pileatus (I)

 
 

Kuiflangoer

Trachypithecus poliocephalus (II)

 
 

Witkoplangoer

Trachypithecus shortridgei (I)

 
 

Shortridges langoer

Cheirogaleidae

 
 
 

Dwerg- en katmaki’s

Cheirogaleidae spp. (I)

 
 

Dwergmaki’s, katmaki’s

Daubentoniidae

 
 
 

Vingerdieren

Daubentonia madagascariensis (I)

 
 

Vingerdier

Hominidae

 
 
 

Echte mensapen

Gorilla beringei (I)

 
 

Oostelijke gorilla

Gorilla gorilla (I)

 
 

Westelijke gorilla

Pan spp. (I)

 
 

Chimpansee en Bonobo

Pongo abelii (I)

 
 

Sumatraanse orang-oetan

Pongo pygmaeus (I)

 
 

Borneose orang-oetan

Hylobatidae

 
 
 

Gibbons

Hylobatidae spp. (I)

 
 

Gibbons

Indriidae

 
 
 

Indri’s, sifaka’s en wolmaki’s

Indriidae spp. (I)

 
 

Indri’s, sifaka’s en wolmaki’s

Lemuridae

 
 
 

Maki’s

Lemuridae spp. (I)

 
 

Maki’s

Lepilemuridae

 
 
 

Wezelmaki’s

Lepilemuridae spp. (I)

 
 

Wezelmaki’s

Lorisidae

 
 
 

Lori’s

Nycticebus spp. (I)

 
 

Plompe lori’s

Pitheciidae

 
 
 

Sakiachtigen

Cacajao spp. (I)

 
 

Oeakari’s

Callicebus barbarabrownae (II)

 
 

Noord-Bahiaanse blonde springaap

Callicebus melanochir (II)

 
 

Zwarthandspringaap

Callicebus nigrifrons (II)

 
 
 

Callicebus personatus (II)

 
 

Zwartkopspringaap

Chiropotes albinasus (I)

 
 

Witneussaki

Tarsiidae

 
 
 

Spookdiertjes

Tarsius spp. (II)

 
 

Spookdiertjes

PROBOSCIDEA

 
 
 

Slurfdieren

Elephantidae

 
 
 

Olifanten

Elephas maximus (I)

 
 

Aziatische olifant

Loxodonta africana (I) (Met uitzondering van de populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe, die zijn opgenomen in bijlage B)

Loxodonta africana (II)

(Alleen de populaties in Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en Zimbabwe (7); alle andere populaties zijn opgenomen in bijlage A.)

 

Afrikaanse olifant

RODENTIA

 
 
 

Knaagdieren

Chinchillidae

 
 
 

Chinchilla’s

Chinchilla spp. (I) (Op specimens van de gedomesticeerde vorm zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing.)

 
 

Chinchilla’s

Cuniculidae

 
 
 

Paca’s

 
 

Cuniculus paca (III Honduras)

Laaglandpaca

Dasyproctidae

 
 
 

Agoeti’s

 
 

Dasyprocta punctata (III Honduras)

Midden-Amerikaanse agoeti

Erethizontidae

 
 
 

Boomstekelvarkens

 
 

Sphiggurus mexicanus (III Honduras)

Mexicaans boomstekelvarken

 
 

Sphiggurus spinosus (III Uruguay)

Paraguayaans boomstekelvarken

Hystricidae

 
 
 

Stekelvarkens

Hystrix cristata

 
 

Stekelvarken

Muridae

 
 
 

Muizen en ratten

Leporillus conditor (I)

 
 

Langoorhaasrat

Pseudomys fieldi praeconis (I)

 
 

Vale schijnmuis

Xeromys myoides (I)

 
 

Onechte waterrat

Zyzomys pedunculatus (I)

 
 

Macdonnells rotsrat

Sciuridae

 
 
 

Eekhoorns

Cynomys mexicanus (I)

 
 

Mexicaanse prairiehond

 
 

Marmota caudata (III India)

Langstaartmarmot

 
 

Marmota himalayana (III India)

Himalaya-marmot

 

Ratufa spp. (II)

 

Reuzeneekhoorns

 

Callosciurus erythraeus (enkel levende specimens)

 

Pallaseekhoorn

 

Sciurus carolinensis (enkel levende specimens)

 

Grijze eekhoorn

 
 

Sciurus deppei (III Costa Rica)

Deppes eekhoorn

 

Sciurus niger (enkel levende specimens)

 

Amerikaanse voseekhoorn

SCANDENTIA

 
 
 

Boomspitsmuizen

 
 

SCANDENTIA spp. (II)

 

Boomspitsmuizen

SIRENIA

 
 
 

Zeekoeien

Dugongidae

 
 
 

Doejongs

Dugong dugon (I)

 
 

Doejong

Trichechidae

 
 
 

Lamantijnen

Trichechus inunguis (I)

 
 

Amazonelamantijn of -zeekoe

Trichechus manatus (I)

 
 

Caraïbische lamantijn of zeekoe

Trichechus senegalensis (I)

 
 

West-Afrikaans lamantijn of zeekoe

AVES

 
 
 

Vogels

ANSERIFORMES

 
 
 

Eendachtigen

Anatidae

 
 
 

Eenden, ganzen en zwanen

Anas aucklandica (I)

 
 

Auckland-taling

 

Anas bernieri (II)

 

Madagaskar-eend

Anas chlorotis (I)

 
 

Nieuw-Zeelandse bruine taling

 

Anas formosa (II)

 

Baikal-taling

Anas laysanensis (I)

 
 

Laysan-taling

Anas nesiotis (I)

 
 

Campbell Island-taling

Anas querquedula

 
 

Zomertaling

Asarcornis scutulata (I)

 
 

Witvleugelboseend

Aythya innotata

 
 

Madagaskar-witoogeend

Aythya nyroca

 
 

Witoogeend

Branta canadensis leucopareia (I)

 
 

Canadese gans (ondersoort van de Aleoeten)

Branta ruficollis (II)

 
 

Roodhalsgans

Branta sandvicensis (I)

 
 

Hawaii-gans

 
 

Cairina moschata (III Honduras)

Muskuseend

 

Coscoroba coscoroba (II)

 

Coscoroba

 

Cygnus melancoryphus (II)

 

Zwarthalszwaan

 

Dendrocygna arborea (II)

 

West-Indische fluiteend

 
 

Dendrocygna autumnalis (III Honduras)

Zwartbuikfluiteend

 
 

Dendrocygna bicolor (III Honduras)

Rosse fluiteend

Mergus octosetaceus

 
 

Braziliaanse zaagbek

 

Oxyura jamaicensis (enkel levende specimens)

 

Rosse stekelstaarteend

Oxyura leucocephala (II)

 
 

Witkopeend

Rhodonessa caryophyllacea (mogelijk uitgestorven) (I)

 
 

Rozekopeend

 

Sarkidiornis melanotos (II)

 

Knobbeleend

Tadorna cristata

 
 

Kuifcasarca

APODIFORMES

 
 
 

Salanganen, gierzwaluwen en kolobries

Trochilidae

 
 
 

Kolibries

 

Trochilidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Kolibries

Glaucis dohrnii (I)

 
 

Bronsstaartheremietkolibrie

CHARADRIIFORMES

 
 
 

Steltlopers, meeuwen, sterns en alken

Burhinidae

 
 
 

Grielen

 
 

Burhinus bistriatus (III Guatemala)

Caribische griel

Laridae

 
 
 

Meeuwen en sterns

Larus relictus (I)

 
 

Mongoolse zwartkopmeeuw

Scolopacidae

 
 
 

Snippen, wulpen, ruiters en strandlopers

Numenius borealis (I)

 
 

Arctische wulp

Numenius tenuirostris (I)

 
 

Dunbekwulp

Tringa guttifer (I)

 
 

Gevlekte groenpootruiter

CICONIIFORMES

 
 
 

Reigers, ooievaars, ibissen en flamingo’s

Ardeidae

 
 
 

Reigers

Ardea alba

 
 

Grote zilverreiger

Bubulcus ibis

 
 

Koereiger

Egretta garzetta

 
 

Kleine zilverreiger

Balaenicipitidae

 
 
 

Schoenbekooievaars

 

Balaeniceps rex (II)

 

Schoenbekooievaar

Ciconiidae

 
 
 

Ooievaars

Ciconia boyciana (I)

 
 

Zwartsnavelooievaar

Ciconia nigra (II)

 
 

Zwarte ooievaar

Ciconia stormi

 
 

Storms ooievaar

Jabiru mycteria (I)

 
 

Jabiru

Leptoptilos dubius

 
 

Argala-maraboe of Indische maraboe

Mycteria cinerea (I)

 
 

Maleise nimmerzat

Phoenicopteridae

 
 
 

Flamingo’s

 

Phoenicopteridae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Flamingo’s

Phoenicopterus ruber (II)

 
 

Rode flamingo

Threskiornithidae

 
 
 

Ibissen en lepelaars

 

Eudocimus ruber (II)

 

Rode ibis

Geronticus calvus (II)

 
 

Kaapse ibis

Geronticus eremita (I)

 
 

Kaalkopibis of heremietibis

Nipponia nippon (I)

 
 

Japanse kuifibis

Platalea leucorodia (II)

 
 

Lepelaar

Pseudibis gigantea

 
 

Reuzenibis

COLUMBIFORMES

 
 
 

Duifachtigen

Columbidae

 
 
 

Duiven

Caloenas nicobarica (I)

 
 

Manenduif

Claravis godefrida

 
 

Purperbandgrondduif

Columba livia

 
 

Rotsduif

Ducula mindorensis (I)

 
 

Mindoro-muskaatduif

 

Gallicolumba luzonica (II)

 

Luzon-dolksteekduif

 

Goura spp. (II)

 

Kroonduiven

Leptotila wellsi

 
 

Grenada-loopduif

 
 

Nesoenas mayeri (III Mauritius)

Mauritius-duif

Streptopelia turtur

 
 

Tortel

CORACIIFORMES

 
 
 

Scharrelvogels

Bucerotidae

 
 
 

Neushoornvogels

 

Aceros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Jaarvogels

Aceros nipalensis (I)

 
 

Himalaya-jaarvogel

 

Anorrhinus spp. (II)

 

Neushoornvogels

 

Anthracoceros spp. (II)

 

Neushoornvogels

 

Berenicornis spp. (II)

 

Neushoornvogels

 

Buceros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Neushoornvogels

Buceros bicornis (I)

 
 

Dubbelhoornige neushoornvogel

 

Penelopides spp. (II)

 

Neushoornvogels

Rhinoplax vigil (I)

 
 

Gehelmde neushoornvogel

 

Rhyticeros spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species.)

 

Neushoornvogels

Rhyticeros subruficollis (I)

 
 

Kleine jaarvogel

CUCULIFORMES

 
 
 

Koekoekachtigen

Musophagidae

 
 
 

Toerako’s

 

Tauraco spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Helmtoerako’s

Tauraco bannermani (II)

 
 

Bannermans toerako

FALCONIFORMES

 
 
 

Dagroofvogels

 

FALCONIFORMES spp. (II)

(Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species, met uitzondering van één in bijlage C opgenomen soort van de familie Cathartidae; de overige species van die familie zijn niet in de bijlagen bij deze verordening opgenomen; en met uitzondering van Caracara lutosa)

 

Dagroofvogels

Accipitridae

 
 
 

Haviken, arenden en gieren

Accipiter brevipes (II)

 
 

Balkansperwer

Accipiter gentilis (II)

 
 

Havik

Accipiter nisus (II)

 
 

Sperwer

Aegypius monachus (II)

 
 

Monniksgier

Aquila adalberti (I)

 
 

Spaanse keizersarend

Aquila chrysaetos (II)

 
 

Steenarend

Aquila clanga (II)

 
 

Bastaardarend

Aquila heliaca (I)

 
 

Keizersarend

Aquila pomarina (II)

 
 

Schreeuwarend

Buteo buteo (II)

 
 

Buizerd

Buteo lagopus (II)

 
 

Ruigpootbuizerd

Buteo rufinus (II)

 
 

Arendbuizerd

Chondrohierax uncinatus wilsonii (I)

 
 

Cubaanse langsnavelwouw

Circaetus gallicus (II)

 
 

Slangenarend

Circus aeruginosus (II)

 
 

Bruine kiekendief

Circus cyaneus (II)

 
 

Blauwe kiekendief

Circus macrourus (II)

 
 

Steppekiekendief

Circus pygargus (II)

 
 

Grauwe kiekendief

Elanus caeruleus (II)

 
 

Grijze wouw

Eutriorchis astur (II)

 
 

Madagaskar-slangenarend

Gypaetus barbatus (II)

 
 

Lammergier

Gyps fulvus (II)

 
 

Vale gier

Haliaeetus spp. (I/II) (Haliaeetus albicilla is opgenomen in bijlage I; de andere soorten zijn opgenomen in bijlage II)

 
 

Zeearenden

Harpia harpyja (I)

 
 

Harpij

Hieraaetus fasciatus (II)

 
 

Havikarend

Hieraaetus pennatus (II)

 
 

Dwergarend

Leucopternis occidentalis (II)

 
 

Salvins bonte buizerd

Milvus migrans (II) (Met uitzondering van Milvus migrans lineatus die in bijlage B is opgenomen)

 
 

Zwarte wouw

Milvus milvus (II)

 
 

Rode wouw

Neophron percnopterus (II)

 
 

Aasgier

Pernis apivorus (II)

 
 

Wespendief

Pithecophaga jefferyi (I)

 
 

Apenarend

Cathartidae

 
 
 

Gieren van de Nieuwe Wereld

Gymnogyps californianus (I)

 
 

Californische condor

 
 

Sarcoramphus papa (III Honduras)

Koningsgier

Vultur gryphus (I)

 
 

Andes-condor

Falconidae

 
 
 

Valken

Falco araeus (I)

 
 

Seychellen-torenvalk

Falco biarmicus (II)

 
 

Lannervalk

Falco cherrug (II)

 
 

Sakervalk

Falco columbarius (II)

 
 

Smelleken

Falco eleonorae (II)

 
 

Eleonora’s valk

Falco jugger (I)

 
 

Indische lannervalk

Falco naumanni (II)

 
 

Kleine torenvalk

Falco newtoni (I) (Alleen de populatie op de Seychellen)

 
 

Madagaskar-torenvalk

Falco pelegrinoides (I)

 
 

Barbarijse valk

Falco peregrinus (I)

 
 

Slechtvalk

Falco punctatus (I)

 
 

Mauritius-torenvalk

Falco rusticolus (I)

 
 

Giervalk

Falco subbuteo (II)

 
 

Boomvalk

Falco tinnunculus (II)

 
 

Torenvalk

Falco vespertinus (II)

 
 

Roodpootvalk

Pandionidae

 
 
 

Visarenden

Pandion haliaetus (II)

 
 

Visarend

GALLIFORMES

 
 
 

Hoenderachtigen

Cracidae

 
 
 

Hokko’s en sjakohoenders

Crax alberti (III Colombia)

 
 

Blauwknobbelhokko

Crax blumenbachii (I)

 
 

Roodsnavelhokko

 
 

Crax daubentoni (III Colombia)

Geelknobbelhokko

 

Crax fasciolata

 

Maskerhokko

 
 

Crax globulosa (III Colombia)

Knobbelhokko

 
 

Crax rubra (III Colombia, Costa Rica, Guatemala en Honduras)

Bruine hokko

Mitu mitu (I)

 
 

Mesbekpauwies

Oreophasis derbianus (I)

 
 

Gehoornde goean

 
 

Ortalis vetula (III Guatemala/Honduras)

Bruine chachalaca

 
 

Pauxi pauxi (III Colombia)

Helmhokko

Penelope albipennis (I)

 
 

Witvleugelgoean

 
 

Penelope purpurascens (III Honduras)

Kuifsjakohoen

 
 

Penelopina nigra (III Guatemala)

Berggoean

Pipile jacutinga (I)

 
 

Spix’ fluitgoean

Pipile pipile (I)

 
 

Trinidad-blauwkeelgoean

Megapodiidae

 
 
 

Grootpoothoenders

Macrocephalon maleo (I)

 
 

Hamerhoen

Phasianidae

 
 
 

Fazantachtigen

 

Argusianus argus (II)

 

Argusfazant

Catreus wallichii (I)

 
 

Wallichs fazant

Colinus virginianus ridgwayi (I)

 
 

Noordwest-Mexicaanse boomkwartel

Crossoptilon crossoptilon (I)

 
 

Witte oorfazant

Crossoptilon mantchuricum (I)

 
 

Bruine oorfazant

 

Gallus sonneratii (II)

 

Sonnerats hoen

 

Ithaginis cruentus (II)

 

Bloedfazant

Lophophorus impejanus (I)

 
 

Himalaya-glansfazant

Lophophorus lhuysii (I)

 
 

Chinese glansfazant

Lophophorus sclateri (I)

 
 

Sclaters glansfazant

Lophura edwardsi (I)

 
 

Edwards’ fazant

 

Lophura hatinhensis

 

Vietnamese vuurrugfazant

Lophura swinhoii (I)

 
 

Swinhoe’s fazant

 
 

Meleagris ocellata (III Guatemala)

Pauwkalkoen

Odontophorus strophium

 
 

Witkeeltandkwartel

Ophrysia superciliosa

 
 

Himalaya-patrijs

 

Pavo muticus (II)

 

Groene pauw

 

Polyplectron bicalcaratum (II)

 

Spiegelpauw

 

Polyplectron germaini (II)

 

Germains spiegelpauw

 

Polyplectron malacense (II)

 

Maleise spiegelpauw

Polyplectron napoleonis (I)

 
 

Palawan-spiegelpauw

 

Polyplectron schleiermacheri (II)

 

Schleiermachers pauwfazant

Rheinardia ocellata (I)

 
 

Gekuifde argusfazant

Syrmaticus ellioti (I)

 
 

Elliots fazant

Syrmaticus humiae (I)

 
 

Humes fazant

Syrmaticus mikado (I)

 
 

Mikadofazant

Tetraogallus caspius (I)

 
 

Kaspisch berghoen

Tetraogallus tibetanus (I)

 
 

Tibetaans berghoen

Tragopan blythii (I)

 
 

Blyths saterhoen

Tragopan caboti (I)

 
 

Cabots saterhoen

Tragopan melanocephalus (I)

 
 

Westelijk saterhoen

 
 

Tragopan satyra (III Nepal)

Rood saterhoen

 

Tympanuchus cupido attwateri (II)

 

Attwaters prairiehoen

GRUIFORMES

 
 
 

Kraanvogels en rallen

Gruidae

 
 
 

Kraanvogels

 

Gruidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Kraanvogels

Grus americana (I)

 
 

Trompetkraanvogel

Grus canadensis (I/II) (De soort is opgenomen in bijlage II, maar de ondersoorten Grus canadensis nesiotes en Grus canadensis pulla zijn opgenomen in bijlage I)

 
 

Canadese kraanvogel

Grus grus (II)

 
 

Kraanvogel

Grus japonensis (I)

 
 

Chinese kraanvogel

Grus leucogeranus (I)

 
 

Siberische witte kraanvogel

Grus monacha (I)

 
 

Monnikskraanvogel

Grus nigricollis (I)

 
 

Zwarthalskraanvogel

Grus vipio (I)

 
 

Withalskraanvogel

Otididae

 
 
 

Trappen

 

Otididae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Trappen

Ardeotis nigriceps (I)

 
 

Indische trap

Chlamydotis macqueenii (I)

 
 

Macqueens kraagtrap

Chlamydotis undulata (I)

 
 

Kraagtrap

Houbaropsis bengalensis (I)

 
 

Baardtrap

Otis tarda (II)

 
 

Grote trap

Sypheotides indicus (II)

 
 

Kleine Indische trap

Tetrax tetrax (II)

 
 

Kleine trap

Rallidae

 
 
 

Rallen

Gallirallus sylvestris (I)

 
 

Lord Howe-ral

Rhynochetidae

 
 
 

Kagoes

Rhynochetos jubatus (I)

 
 

Kagoe

PASSERIFORMES

 
 
 

Zangvogels

Atrichornithidae

 
 
 

Doornkruipers

Atrichornis clamosus (I)

 
 

West-Australische doornkruiper

Cotingidae

 
 
 

Cotinga’s

 
 

Cephalopterus ornatus (III Colombia)

Amazone-parasolvogel

 
 

Cephalopterus penduliger (III Colombia)

Ecuadoraanse parasolvogel

Cotinga maculata (I)

 
 

Halsbandcotinga

 

Rupicola spp. (II)

 

Rotshanen

Xipholena atropurpurea (I)

 
 

Zwartpurperen cotinga

Emberizidae

 
 
 

Gorzen

 

Gubernatrix cristata (II)

 

Groene kardinaal

 

Paroaria capitata (II)

 

Geelsnavelkardinaal

 

Paroaria coronata (II)

 

Roodkuifkardinaal

 

Tangara fastuosa (II)

 

Veelkleurige tangara

Estrildidae

 
 
 

Astrilden

 

Amandava formosa (II)

 

Olijfastrilde

 

Lonchura fuscata

 

Bruine rijstvogel

 

Lonchura oryzivora (II)

 

Rijstvogel

 

Poephila cincta cincta (II)

 

Gordelamadine

Fringillidae

 
 
 

Vinken

Carduelis cucullata (I)

 
 

Kapoetsensijs

 

Carduelis yarrellii (II)

 

Geelwangsijs

Hirundinidae

 
 
 

Zwaluwen

Pseudochelidon sirintarae (I)

 
 

Siantara-zwaluw

Icteridae

 
 
 

Troepialen

Xanthopsar flavus (I)

 
 

Saffraantroepiaal

Meliphagidae

 
 
 

Honingeters

Lichenostomus melanops cassidix (I)

 
 

Helmhoningeter

Muscicapidae

 
 
 

Vliegenvangers

Acrocephalus rodericanus (III Mauritius)

 
 

Rodriguez-struikzanger

 

Cyornis ruckii (II)

 

Ruecks niltava

Dasyornis broadbenti litoralis (mogelijk uitgestorven) (I)

 
 

Borstelvogel

Dasyornis longirostris (I)

 
 

Westelijke borstelvogel

 

Garrulax canorus (II)

 

Witbrauwlijstergaai

 

Garrulax taewanus (II)

 

Taiwanese lijstergaai

 

Leiothrix argentauris (II)

 

Zilveroortimalia

 

Leiothrix lutea (II)

 

Japanse nachtegaal

 

Liocichla omeiensis (II)

 

Omei-timalia

Picathartes gymnocephalus (I)

 
 

Witnekkaalkopkraai

Picathartes oreas (I)

 
 

Grijsnekkaalkopkraai

 
 

Terpsiphone bourbonnensis (III Mauritius)

Mascarenen-paradijsvliegenvanger

Paradisaeidae

 
 
 

Paradijsvogels

 

Paradisaeidae spp. (II)

 

Paradijsvogels

Pittidae

 
 
 

Pitta’s

 

Pitta guajana (II)

 

Blauwstaartpitta

Pitta gurneyi (I)

 
 

Gurneys pitta

Pitta kochi (I)

 
 

Kochs pitta

 

Pitta nympha (II)

 

Chinese pitta

Pycnonotidae

 
 
 

Buulbuuls

 

Pycnonotus zeylanicus (II)

 

Geelkruinbuulbuul

Sturnidae

 
 
 

Spreeuwen

 

Gracula religiosa (II)

 

Beo

Leucopsar rothschildi (I)

 
 

Bali-spreeuw

Zosteropidae

 
 
 

Brilvogels

Zosterops albogularis (I)

 
 

Witkeelbrilvogel

PELECANIFORMES

 
 
 

Pelikaanachtigen

Fregatidae

 
 
 

Fregatvogels

Fregata andrewsi (I)

 
 

Witbuikfregatvogel

Pelecanidae

 
 
 

Pelikanen

Pelecanus crispus (I)

 
 

Kroeskoppelikaan

Sulidae

 
 
 

Jan-van-genten

Papasula abbotti (I)

 
 

Abbotts gent

PICIFORMES

 
 
 

Spechtachtigen

Capitonidae

 
 
 

Baardvogels

 
 

Semnornis ramphastinus (III Colombia)

Toekanbaardvogel

Picidae

 
 
 

Spechten

Dryocopus javensis richardsi (I)

 
 

Witbuikspecht

Ramphastidae

 
 
 

Toekans

 
 

Baillonius bailloni (III Argentinië)

Goudtoekan

 

Pteroglossus aracari (II)

 

Zwarte toekan

 
 

Pteroglossus castanotis (III Argentinië)

Buinoorarassari

 

Pteroglossus viridis (II)

 

Groene arassari

 
 

Ramphastos dicolorus (III Argentinië)

Roodborsttoekan

 

Ramphastos sulfuratus (II)

 

Zwavelborsttoekan

 

Ramphastos toco (II)

 

Reuzentoekan

 

Ramphastos tucanus (II)

 

Roodsnaveltoekan

 

Ramphastos vitellinus (II)

 

Groefsnaveltoekan

 
 

Selenidera maculirostris (III Argentinië)

Vleksnavelpepervreter

PODICIPEDIFORMES

 
 
 

Fuutachtigen

Podicipedidae

 
 
 

Futen

Podilymbus gigas (I)

 
 

Atitlan-fuut

PROCELLARIIFORMES

 
 
 

Stormvogelachtigen

Diomedeidae

 
 
 

Albatrossen

Phoebastria albatrus (I)

 
 

Stellers albatros

PSITTACIFORMES

 
 
 

Papegaaiachtigen

 

PSITTACIFORMES spp. (II)

(Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van Agapornis roseicollis, Melopsittacus undulatus, Nymphicus hollandicus en Psittacula krameri, die niet in de bijlagen bij deze verordening zijn opgenomen)

 

Papegaaiachtigen

Cacatuidae

 
 
 

Kaketoes

Cacatua goffiniana (I)

 
 

Goffins kaketoe

Cacatua haematuropygia (I)

 
 

Filipijnse kaketoe

Cacatua moluccensis (I)

 
 

Molukken-kaketoe

Cacatua sulphurea (I)

 
 

Kleine geelkuifkaketoe

Probosciger aterrimus (I)

 
 

Palmkaketoe

Loriidae

 
 
 

Lori’s

Eos histrio (I)

 
 

Diadeemlori

Vini spp. (I/II) (Vini ultramarina is opgenomen in bijlage I, de andere soorten zijn opgenomen in bijlage II)

 
 

Vinilori’s

Psittacidae

 
 
 

Papegaaien en parkieten

Amazona arausiaca (I)

 
 

Roodkeelamazone

Amazona auropalliata (I)

 
 

Geelnekamazone

Amazona barbadensis (I)

 
 

Geelvleugelamazone

Amazona brasiliensis (I)

 
 

Roodstaartamazone

Amazona finschi (I)

 
 

Finchs amazone

Amazona guildingii (I)

 
 

Sint Vincent- of koningsamazone

Amazona imperialis (I)

 
 

Keizeramazone

Amazona leucocephala (I)

 
 

Cubaanse amazone

Amazona oratrix (I)

 
 

Geelkopamazone

Amazona pretrei (I)

 
 

Roodbrilamazone

Amazona rhodocorytha (I)

 
 

Roodkruinamazone

Amazona tucumana (I)

 
 

Tucuman-amazone

Amazona versicolor (I)

 
 

Sint Lucia-amazone

Amazona vinacea (I)

 
 

Wijnkleurige amazone

Amazona viridigenalis (I)

 
 

Groenwangamazone

Amazona vittata (I)

 
 

Portoricaanse amazone

Anodorhynchus spp. (I)

 
 

Hyacinthara’s

Ara ambiguus (I)

 
 

Buffons ara

Ara glaucogularis (I)

 
 

Blauwkeelara

Ara macao (I)

 
 

Geelvleugelara

Ara militaris (I)

 
 

Soldatenara

Ara rubrogenys (I)

 
 

Roodwangara

Cyanopsitta spixii (I)

 
 

Spix’ ara

Cyanoramphus cookii (I)

 
 
 

Cyanoramphus forbesi (I)

 
 

Geelvoorhoofdkakariki

Cyanoramphus novaezelandiae (I)

 
 

Roodvoorhoofdkakariki

Cyanoramphus saisseti (I)

 
 
 

Cyclopsitta diophthalma coxeni (I)

 
 

Coxens dubbeloogvijgpapegaai

Eunymphicus cornutus (I)

 
 

Hoornparkiet

Guarouba guarouba (I)

 
 

Goudparkiet

Neophema chrysogaster (I)

 
 

Oranjebuikparkiet

Ognorhynchus icterotis (I)

 
 

Geeloorparkiet

Pezoporus occidentalis (mogelijk uitgestorven) (I)

 
 

Australische nachtpapegaai

Pezoporus wallicus (I)

 
 

Grondpapegaai

Pionopsitta pileata (I)

 
 

Roodkappapegaai

Primolius couloni (I)

 
 

Blauwkopara

Primolius maracana (I)

 
 

Illigers ara

Psephotus chrysopterygius (I)

 
 

Goudschouderparkiet

Psephotus dissimilis (I)

 
 

Kapparkiet

Psephotus pulcherrimus (mogelijk uitgestorven) (I)

 
 

Paradijsparkiet

Psittacula echo (I)

 
 

Mauritius-papegaai

Pyrrhura cruentata (I)

 
 

Blauwkeelconure

Rhynchopsitta spp. (I)

 
 

Dikbekpapegaaien

Strigops habroptilus (I)

 
 

Kakapo of uilpapegaai

RHEIFORMES

 
 
 

Nandoes

Rheidae

 
 
 

Nandoes

Pterocnemia pennata (I) (Met uitzondering van Pterocnemia pennata pennata, die in bijlage B is opgenomen.)

 
 

Darwins nandoe

 

Pterocnemia pennata pennata (II)

 

Darwins nandoe (Patagonische ondersoort)

 

Rhea americana (II)

 

Nandoe

SPHENISCIFORMES

 
 
 

Pinguïns

Spheniscidae

 
 
 

Pinguïns

 

Spheniscus demersus (II)

 

Zwartvoetpinguin

Spheniscus humboldti (I)

 
 

Humboldtpinguin

STRIGIFORMES

 
 
 

Uilen

 

STRIGIFORMES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en met uitzondering van Sceloglaux albifacies)

 

Uilen

Strigidae

 
 
 

Echte uilen

Aegolius funereus (II)

 
 

Ruigpootuil

Asio flammeus (II)

 
 

Velduil

Asio otus (II)

 
 

Ransuil

Athene noctua (II)

 
 

Steenuil

Bubo bubo (II) (Met uitzondering van Bubo bubo bengalensis, die in bijlage B is opgenomen)

 
 

Oehoe

Glaucidium passerinum (II)

 
 

Dwerguil

Heteroglaux blewitti (I)

 
 

Bossteenuil

Mimizuku gurneyi (I)

 
 

Grote dwergooruil

Ninox natalis (I)

 
 

Christmas Island-valkuil

Ninox novaeseelandiae undulata (I)

 
 

Boeboek

Nyctea scandiaca (II)

 
 

Sneeuwuil

Otus ireneae (II)

 
 

Sokoke-dwergooruil

Otus scops (II)

 
 

Dwergooruil

Strix aluco (II)

 
 

Bosuil

Strix nebulosa (II)

 
 

Laplanduil

Strix uralensis (II) (Met uitzondering van Strix uralensis davidi, die in bijlage B is opgenomen)

 
 

Oeraluil

Surnia ulula (II)

 
 

Sperweruil

Tytonidae

 
 
 

Kerkuilen

Tyto alba (II)

 
 

Kerkuil

Tyto soumagnei (I)

 
 

Madagaskar-grasuil

STRUTHIONIFORMES

 
 
 

Struisvogels

Struthionidae

 
 
 

Struisvogels

Struthio camelus (I) (Alleen de populaties in Algerije, Burkina Faso, Kameroen, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Mali, Mauritanië, Marokko, Niger, Nigeria, Senegal en Soedan; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

 
 

Struisvogel

TINAMIFORMES

 
 
 

Tinamoes of stuithoenders

Tinamidae

 
 
 

Tinamoes of stuithoenders

Tinamus solitarius (I)

 
 

Kluizenaarstuithoen

TROGONIFORMES

 
 
 

Trogons

Trogonidae

 
 
 

Trogons

Pharomachrus mocinno (I)

 
 

Quetzal

REPTILIA

 
 
 

Reptielen

CROCODYLIA

 
 
 

Krokodilachtigen

 

CROCODYLIA spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Krokodilachtigen

Alligatoridae

 
 
 

Alligators en kaaimannen

Alligator sinensis (I)

 
 

Chinese alligator

Caiman crocodilus apaporiensis (I)

 
 

Apaporis-brilkaaiman

Caiman latirostris (I) (Met uitzondering van de populatie in Argentinië, die is opgenomen in bijlage B)

 
 

Breedsnuitkaaiman

Melanosuchus niger (I) (Met uitzondering van de populatie in Brazilië, die is opgenomen in bijlage B, en de populatie in Ecuador, die is opgenomen in bijlage B en waarvoor het jaarlijks exportquotum vastgesteld blijft op nul totdat door het Cites-secretariaat en de Crocodile Specialist Group van IUCN/SSC een jaarlijks exportquotum is goedgekeurd)

 
 

Zwarte kaaiman

Crocodylidae

 
 
 

Krokodillen

Crocodylus acutus (I) (Met uitzondering van de populatie in Cuba, die is opgenomen in bijlage B)

 
 

Spitssnuitkrokodil

Crocodylus cataphractus (I)

 
 

Pantserkrokodil

Crocodylus intermedius (I)

 
 

Orinoco-krokodil

Crocodylus mindorensis (I)

 
 

Filipijnse krokodil

Crocodylus moreletii (I) (Met uitzondering van de populatie in Belize en in Mexico die in bijlage B zijn opgenomen, met een nulquotum voor wilde soorten die voor commerciële doeleinden worden verhandeld)

 
 

Bultkrokodil

Crocodylus niloticus (I) (Met uitzondering van de populaties in Botswana, Egypte [met een nulquotum voor wilde specimens die voor commerciële doeleinden worden verhandeld], Ethiopië, Kenia, Madagaskar, Malawi, Mozambique, Namibië, Zuid-Afrika, Uganda, de Verenigde Republiek Tanzania [waarvoor een jaarlijks exportquotum is vastgesteld van ten hoogste 1 600 aan de natuur onttrokken specimens, inclusief jachttrofeeën, naast de van ranching afkomstige specimens], Zambia en Zimbabwe; deze populaties zijn opgenomen in bijlage B.)

 
 

Nijlkrokodil

Crocodylus palustris (I)

 
 

Moeraskrokodil

Crocodylus porosus (I) (Met uitzondering van de populaties in Australië, Indonesië and Papoea-Nieuw-Guinea, die zijn opgenomen in bijlage B)

 
 

Zeekrokodil

Crocodylus rhombifer (I)

 
 

Cubaanse of ruitkrokodil

Crocodylus siamensis (I)

 
 

Siamese krokodil

Osteolaemus tetraspis (I)

 
 

Breedvoorhoofdkrokodil

Tomistoma schlegelii (I)

 
 

Onechte gaviaal

Gavialidae

 
 
 

Gavialen

Gavialis gangeticus (I)

 
 

Ganges-gaviaal

RHYNCHOCEPHALIA

 
 
 

Brughagedisachtigen

Sphenodontidae

 
 
 

Brughagedissen

Sphenodon spp. (I)

 
 

Brughagedissen

SAURIA

 
 
 

Hagedissen

Agamidae

 
 
 

Agamen

 

Saara spp.(II)

 
 
 

Uromastyx spp. (II)

 

Doornstaartagamen

Chamaeleonidae

 
 
 

Kameleons

 

Archaius spp. (II)

 
 
 

Bradypodion spp. (II)

 

Dwergkameleons

 

Brookesia spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Kortstaartdwergkameleons

Brookesia perarmata (I)

 
 

Pantserdwergkameleon

 

Calumma spp. (II)

 

Madagaskar-kameleons

 

Chamaeleo spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Echte kameleons

Chamaeleo chamaeleon (II)

 
 

Gewone kameleon

 

Furcifer spp. (II)

 

Madagaskar-kameleons

 

Kinyongia spp. (II)

 

Dwergkameleons

 

Nadzikambia spp. (II)

 

Dwergkameleons

 

Trioceros spp. (II)

 
 

Cordylidae

 
 
 

Gordelstaarthagedissen

 

Cordylus spp. (II)

 

Echte gordelstaarthagedissen

Gekkonidae

 
 
 

Gekko’s

 
 

Hoplodactylus spp. (III Nieuw-Zeeland)

Nieuw-Zeelandse gekko’s

 

Nactus serpensinsula (II)

 

Slangeneiland-gekko

 

Naultinus spp. (II)

 

Nieuw-Zeelandse boomgekko’s

 

Phelsuma spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Daggekko’s

Phelsuma guentheri (II)

 
 

Round Island-daggekko

 

Uroplatus spp. (II)

 

Platstaartgekko’s

Helodermatidae

 
 
 

Korsthagedissen

 

Heloderma spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen subspecies)

 

Gila-monster en Mexicaanse korsthagedis

Heloderma horridum charlesbogerti (I)

 
 

Guatemalteekse korsthagedis

Iguanidae

 
 
 

Leguanen

 

Amblyrhynchus cristatus (II)

 

Galapagos-zeeleguaan

Brachylophus spp. (I)

 
 

Fiji-leguanen

 

Conolophus spp. (II)

 

Galapagos-landleguanen

 

Ctenosaura bakeri (II)

 

Utila-stekelstaartleguaan

 

Ctenosaura oedirhina (II)

 

Roatán-stekelstaartleguaan

 

Ctenosaura melanosterna (II)

 

Rio Aguan-stekelstaartleguaan

 

Ctenosaura palearis (II)

 

Guatemalteekse stekelstaartleguaan

Cyclura spp. (I)

 
 

Ringstaartleguanen

 

Iguana spp. (II)

 

Echte leguanen

 

Phrynosoma blainvillii (II)

 
 
 

Phrynosoma cerroense (II)

 
 
 

Phrynosoma coronatum (II)

 

Californische padhagedis

 

Phrynosoma wigginsi (II)

 
 

Sauromalus varius (I)

 
 

San Esteban-chuckwalla

Lacertidae

 
 
 

Echte hagedissen

Gallotia simonyi (I)

 
 

Simony’s hagedis

Podarcis lilfordi (II)

 
 

Balearen-hagedis

Podarcis pityusensis (II)

 
 

Pityusen-hagedis

Scincidae

 
 
 

Skinks

 

Corucia zebrata (II)

 

Grijpstaartskink

Teiidae

 
 
 

Krokodilstaarthagedissen en teju’s

 

Crocodilurus amazonicus (II)

 

Krokodilstaarthagedis

 

Dracaena spp. (II)

 

Kaaimanteju’s

 

Tupinambis spp.(II)

 

Reuzenteju’s

Varanidae

 
 
 

Varanen

 

Varanus spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Varanen

Varanus bengalensis (I)

 
 

Bengaalse varaan

Varanus flavescens (I)

 
 

Gele varaan

Varanus griseus (I)

 
 

Woestijnvaraan

Varanus komodoensis (I)

 
 

Komodo-varaan

Varanus nebulosus (I)

 
 

Nevelvaraan

Varanus olivaceus (II)

 
 

Grays varaan

Xenosauridae

 
 
 

Knobbelhagedissen

 

Shinisaurus crocodilurus (II)

 

Chinese krokodilstaarthagedis

SERPENTES

 
 
 

Slangen

Boidae

 
 
 

Boa’s

 

Boidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Boa’s

Acrantophis spp. (I)

 
 

Madagaskar-boa’s

Boa constrictor occidentalis (I)

 
 

Argentijnse boa constrictor

Epicrates inornatus (I)

 
 

Gewone slanke boa

Epicrates monensis (I)

 
 

Mona-boa

Epicrates subflavus (I)

 
 

Gele slanke boa

Eryx jaculus (II)

 
 

Kleine zandboa

Sanzinia madagascariensis (I)

 
 

Madagaskar-hondskopboa

Bolyeriidae

 
 
 

Round Island-boa’s

 

Bolyeriidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Round Island-boa’s

Bolyeria multocarinata (I)

 
 

Round Island-boa

Casarea dussumieri (I)

 
 

Dussumiers boa

Colubridae

 
 
 

Ringslangen

 
 

Atretium schistosum (III India)

Indiase kielrugslang

 
 

Cerberus rynchops (III India)

Hondskopwaterslang

 

Clelia clelia (II)

 

Mussurana

 

Cyclagras gigas (II)

 

Reuzenwaterslang

 

Elachistodon westermanni (II)

 

Indische eierslang

 

Ptyas mucosus (II)

 

Oosterse rattenslang

 
 

Xenochrophis piscator (III India)

Visslang

Elapidae

 
 
 

Cobra’s en koraalslangen

 

Hoplocephalus bungaroides (II)

 

Breedkopslang

 
 

Micrurus diastema (III Honduras)

Atlantische koraalslang

 
 

Micrurus nigrocinctus (III Honduras)

Midden-Amerikaanse koraalslang

 

Naja atra (II)

 

Chinese brilslang

 

Naja kaouthia (II)

 

Indiase brilslang

 

Naja mandalayensis (II)

 

Burmese brilslang

 

Naja naja (II)

 

Brilslang of cobra

 

Naja oxiana (II)

 

Centraal-Aziatische brilslang

 

Naja philippinensis (II)

 

Filipijnse brilslang

 

Naja sagittifera (II)

 

Andamanen-brilslang

 

Naja samarensis (II)

 

Samar-brilslang

 

Naja siamensis (II)

 

Indochinese brilslang

 

Naja sputatrix (II)

 

Spuwende brilslang

 

Naja sumatrana (II)

 

Sumatraanse brilslang

 

Ophiophagus hannah (II)

 

Koningscobra

Loxocemidae

 
 
 

Spitskoppythons

 

Loxocemidae spp. (II)

 

Spitskoppythons

Pythonidae

 
 
 

Pythons

 

Pythonidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Pythons

Python molurus molurus (I)

 
 

Tijgerpython

Tropidophiidae

 
 
 

Bosslangen

 

Tropidophiidae spp. (II)

 

Bosslangen

Viperidae

 
 
 

Adders

 
 

Crotalus durissus (III Honduras)

Zuid-Amerikaanse ratelslang

 

Crotalus durissus unicolor

 

Aruba-ratelslang

 
 

Daboia russelii (III India)

Russells adder

 

Trimeresurus mangshanensis (II)

 

Mangshan groefkopadder

Vipera latifii

 
 

Latifi’s adder

Vipera ursinii (I) (Uitsluitend de populatie in Europa, met uitzondering van het grondgebied van de voormalige USSR; laatstgenoemde populaties zijn niet in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.)

 
 

Spitssnuitadder

 

Vipera wagneri (II)

 

Wagners adder

TESTUDINES

 
 
 

Schildpadden

Carettochelyidae

 
 
 

Nieuw-Guinese tweeklauwschildpadden

 

Carettochelys insculpta (II)

 

Nieuw-Guinese tweeklauwschildpad

Chelidae

 
 
 

Slangenhalsschildpadden

 

Chelodina mccordi (II) (Er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens)

 

Slangenhalsschildpad

Pseudemydura umbrina (I)

 
 

Onechte spitskopschildpad

Cheloniidae

 
 
 

Zeeschildpadden

Cheloniidae spp. (I)

 
 

Zeeschildpadden

Chelydridae

 
 
 

Bijtschildpadden

 
 

Macrochelys temminckii (III Verenigde Staten van Amerika)

Alligatorschildpad of gierschildpad

Dermatemydidae

 
 
 

Tabasco-schildpadden

 

Dermatemys mawii (II)

 

Tabasco-schildpad

Dermochelyidae

 
 
 

Lederschildpadden

Dermochelys coriacea (I)

 
 

Lederschildpad

Emydidae

 
 
 

Doos- en moerasschildpadden

 

Chrysemys picta (enkel levende specimens)

 

Westelijke sierschildpad

 

Clemmys guttata (II)

 

Druppelschildpad

 

Emydoidea blandingii (II)

 

Amerikaanse moerasschildpad

 

Glyptemys insculpta (II)

 

Amerikaanse bosschildpad

Glyptemys muhlenbergii (I)

 
 

Muhlenbergs schildpad

 
 

Graptemys spp. (III Verenigde Staten van Amerika)

Zaagrug- of landkaartschildpadden

 

Malaclemys terrapin (II)

 

Diamantrugschildpad

 

Terrapene spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Doosschildpadden

Terrapene coahuila (I)

 
 

Mexicaanse doosschildpad

 

Trachemys scripta elegans (enkel levende speciments)

 

Roodwangsierschildpad

Geoemydidae

 
 
 

Aardschildpadachtigen

Batagur affinis (I)

 
 

Zuidelijke rivierschildpad

Batagur baska (I)

 
 

Batagur of tuntong

 

Batagur borneoensis (er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 
 
 

Batagur dhongoka

 
 
 

Batagur kachuga

 
 
 

Batagur trivittata (er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 
 
 

Cuora spp. (II) voor Cuora aurocapitata, C. flavomarginata, C. galbinifrons, C. mccordi, C. mouhotii, C. pani, C. trifasciata, C. yunnanensis en C. zhoui er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 

Aziatische doosschildpadden

 

Cyclemys spp. (II)

 

Doornschildpadden

Geoclemys hamiltonii (I)

 
 

Driekielstraalschildpad

 

Geoemyda japonica (II)

 

Japanse aardschildpad

 

Geoemyda spengleri (II)

 

Spenglers aardschildpad

 

Hardella thurjii (II)

 

Diadeemschildpad

 

Heosemys annandalii (II) (er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 

Tempelschildpad

 

Heosemys depressa (II) (er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 

Arakan-aardschildpad

 

Heosemys grandis (II)

 

Reuzenaardschildpad

 

Heosemys spinosa (II)

 

Gestekelde aardschildpad

 

Leucocephalon yuwonoi (II)

 

Sulawesi-aardschildpad

 

Malayemys macrocephala (II)

 

Maleisische slakkeneter

 

Malayemys subtrijuga (II)

 

Rijstveldschildpad

 

Mauremys annamensis (II) (er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 

Annamese schildpad

 
 

Mauremys iversoni (III China)

Iversons moerasschildpad

 

Mauremys japonica (II)

 

Japanse waterschildpad of Japanse beekschildpad

 
 

Mauremys megalocephala (III China)

Grootkopdriekielschildpad

 

Mauremys mutica (II)

 

Gele moerasschildpad

 

Mauremys nigricans (II)

 

Kwantung-moerasschildpad of Chinese roodkeelschildpad

 
 

Mauremys pritchardi (III China)

Pritchards moerasschildpad

 
 

Mauremys reevesii (III China)

Chinese driekielschildpad

 
 

Mauremys sinensis (III China)

Chinese streepnekschildpad

Melanochelys tricarinata (I)

 
 

Driekielaardschildpad

 

Melanochelys trijuga (II)

 

Zwartbuikaardschildpad

Morenia ocellata (I)

 
 

Achterindische pauwoogmoerasschildpad

 

Morenia petersi (II)

 

Voorindische pauwoogschildpad

 

Notochelys platynota (II)

 

Maleise platrugschildpad

 
 

Ocadia glyphistoma (III China)

Gleufbek-streepnekschildpad

 
 

Ocadia philippeni (III China)

Philippens streepnekschildpad

 

Orlitia borneensis (II) (er is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor commerciële doeleinden in de handel worden gebracht)

 

Borneo-rivierschildpad

 

Pangshura spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Dakschildpadden

Pangshura tecta (I)

 
 

Indische dakschildpad

 

Sacalia bealei (II)

 

Beales pauwoogschildpad

 
 

Sacalia pseudocellata (III China)

Chinese schijnoogschildpad

 

Sacalia quadriocellata (II)

 

Vieroogschildpad

 

Siebenrockiella crassicollis (II)

 

Zwarte dikkopschildpad

 

Siebenrockiella leytensis (II)

 

Filipijnse aardschildpad

 

Vijayachelys silvatica (II)

 

Geelkopaardschildpad of roodkopaardschildpad

Platysternidae

 
 
 

Grootkopschildpadden

Platysternidae spp. (I)

 
 

Grootkopschildpad

Podocnemididae

 
 
 

Scheenplaatschildpadden

 

Erymnochelys madagascariensis (II)

 

Madagaskar-scheenplaatschildpad

 

Peltocephalus dumerilianus (II)

 

Zuid-Amerikaanse grootkopschildpad

 

Podocnemis spp. (II)

 

Zuid-Amerikaanse scheenplaatschildpadden

Testudinidae

 
 
 

Landschildpadden

 

Testudinidae spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species; voor Geochelone sulcata is een jaarlijks exportquotum van nul exemplaren vastgesteld voor aan de natuur onttrokken specimens die voor overwegend commerciële doeleinden in de handel worden gebracht.)

 

Landschildpadden

Astrochelys radiata (I)

 
 

Stralenschildpad

Astrochelys yniphora (I)

 
 

Madagaskar-schildpad

Chelonoidis nigra (I)

 
 

Galapagos-landschildpad

Geochelone platynota (I)

 
 

Birmese stralenschildpad

Gopherus flavomarginatus (I)

 
 

Mexicaanse reuzengofferschildpad

Malacochersus tornieri (II)

 
 

Pannenkoekschildpad

Psammobates geometricus (I)

 
 

Geometrische landschildpad

Pyxis arachnoides (I)

 
 

Madagaskar-spinschildpad

Pyxis planicauda (I)

 
 

Madagaskar-platstaartschildpad

Testudo graeca (II)

 
 

Moorse landschildpad

Testudo hermanni (II)

 
 

Griekse landschildpad

Testudo kleinmanni (I)

 
 

Kleinmanns landschildpad

Testudo marginata (II)

 
 

Klokschildpad

Trionychidae

 
 
 

Drieklauw- en weekschildpadden

 

Amyda cartilaginea (II)

 

Zuidoost-Aziatische weekschildpad

Apalone spinifera atra (I)

 
 

Zwarte drieklauwschildpad

Chitra chitra (I)

 
 

Aziatische smalkopweekschildpad

 

Chitra spp. (II) (met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Smalkopweekschildpadden

Chitra vandijki (I)

 
 
 
 

Dogania subplana (II)

 

Maleise weekschildpad

 

Lissemys ceylonensis (II)

 
 
 

Lissemys punctata (II)

 

Indische klepweekschildpad

 

Lissemys scutata (II)

 

Birmese klepweekschildpad

 

Nilssonia formosa (II)

 

Birmese drieklauw

Nilssonia gangeticus (I)

 
 

Ganges-drieklauwschildpad

Nilssonia hurum (I)

 
 

Indiase pauwoogweekschildpad

 

Nilssonia leithii (II)

 

Leiths drieklauwschildpad

Nilssonia nigricans (I)

 
 

Zwarte drieklauwschildpad

 

Palea steindachneri (II)

 

Halskwabweekschildpad

 

Pelochelys spp. (II)

 

Reuzenweekschildpadden

 

Pelodiscus axenaria (II)

 

Hunan-weekschildpad

 

Pelodiscus maackii (II)

 

Amoer-weekschildpad

 

Pelodiscus parviformis (II)

 

Chinese weekschildpad

 

Rafetus swinhoei (II)

 

Yangtze-weekschildpad

AMPHIBIA

 
 
 

Amfibieën

ANURA

 
 
 

Kikkers en padden

Aromobatidae

 
 
 

Aromobatidae

 

Allobates femoralis (II)

 
 
 

Allobates hodli (II)

 
 
 

Allobates myersi (II)

 
 
 

Allobates rufulus (II)

 
 
 

Allobates zaparo (II)

 
 

Bufonidae

 
 
 

Padden

Altiphrynoides spp. (I)

 
 

Malcolms Ethiopische padden

Amietophrynus superciliaris (I)

 
 

Wenkbrauwpad

Atelopus zeteki (I)

 
 

Bonte klompvoetkikker

Incilius periglenes (I)

 
 

Gouden pad

Nectophrynoides spp. (I)

 
 

Levendbarende padden

Nimbaphrynoides spp. (I)

 
 

Nimba-padden

Calyptocephalellidae

 
 
 
 
 
 

Calyptocephalella gayi (III Chili)

Helmkop

Conrauidae

 
 
 

Kikkers

 

Conraua goliath

 

Goliathkikker

Dendrobatidae

 
 
 

Gifkikkers

 

Adelphobates spp. (II)

 
 
 

Ameerega spp. (II)

 
 
 

Andinobates spp. (II)

 
 
 

Dendrobates spp. (II)

 

Boomgifkikkers

 

Epipedobates spp. (II)

 

Bodemgifkikkers

 

Excidobates spp. (II)

 
 
 

Hyloxalus azureiventris (II)

 

Blauwbuikgifkikker

 

Minyobates spp. (II)

 
 
 

Oophaga spp. (II)

 
 
 

Phyllobates spp. (II)

 

Pijlgifkikkers

 

Ranitomeya spp. (II)

 
 

Dicroglossidae

 
 
 

Kikkers

 

Euphlyctis hexadactylus (II)

 

Zesteenkikker

 

Hoplobatrachus tigerinus (II)

 

Tijgerkikker

Hylidae

 
 
 

Boomkikkers

 

Agalychnis spp. (II) (8)

 

Makikikkers

Mantellidae

 
 
 

Gouden prachtkikkers

 

Mantella spp. (II)

 

Gouden prachtkikkers

Microhylidae

 
 
 

Tomaatkikkers

Dyscophus antongilii (I)

 
 

Tomaatkikker

 

Scaphiophryne gottlebei (II)

 

Gottlebes smalbekkikker

Myobatrachidae

 
 
 

Australische fluitkikkers

 

Rheobatrachus spp. (II) (Met uitzondering van Rheobatrachus silus en Rheobatrachus vitellinus)

 

Australische fluitkikker

Ranidae

 
 
 

Kikkers

 

Lithobates catesbeianus (Enkel levende specimens)

 

Amerikaanse brulkikker of rundkikker of stierkikker

CAUDATA

 
 
 

Salamanders

Ambystomatidae

 
 
 

Axolotls

 

Ambystoma dumerilii (II)

 

Achaque

 

Ambystoma mexicanum (II)

 

Axolotl

Cryptobranchidae

 
 
 

Reuzensalamanders

Andrias spp. (I)

 
 

Reuzensalamanders

 
 

Cryptobranchus alleganiensis (III Verenigde Staten van Amerika)

Modderduivel

Hynobiidae

 
 
 

Aziatische salamanders

 
 

Hynobius amjiensis (III China)

 

Salamandridae

 
 
 

Echte salamanders

Neurergus kaiseri (I)

 
 

Luristan-beeksalamander

ELASMOBRANCHII

 
 
 

Kraakbeenvissen

CARCHARHINIFORMES

 
 
 

Grondhaaien

Carcharhinidae

 
 
 

Requiemhaaien of menshaaien of roofhaaien

 

Carcharhinus longimanus (II) (Deze vermelding treedt in werking op 14 september 2014)

 

Oceanische witpunthaai

Sphyrnidae

 
 
 

Hamerhaaien

 

Sphyrna lewini (II) (Deze vermelding treedt in werking op 14 september 2014)

Sphyrna lewini (III Costa Rica) (Deze vermelding blijft van kracht tot en met 13 september 2014)

Geschulpte hamerhaai

 

Sphyrna mokarran (II) (Deze vermelding treedt in werking op 14 september 2014)

 

Grote hamerhaai

 

Sphyrna zygaena (II) (Deze vermelding treedt in werking op 14 september 2014)

 

Gladde hamerhaai

LAMNIFORMES

 
 
 

Haringhaaiachtigen

Cetorhinidae

 
 
 

Reuzenhaaien

 

Cetorhinus maximus (II)

 

Reuzenhaai

Lamnidae

 
 
 

Haringhaai

 

Carcharodon carcharias (II)

 

Mensenhaai

 

Lamna nasus (II) (Deze vermelding treedt in werking op 14 september 2014)

Lamna nasus (III 27 EU-lidstaten) (Deze vermelding blijft van kracht tot en met 13 september 2014)

Haringhaai of neushaai

ORECTOLOBIFORMES

 
 
 

Bakerhaaien

Rhincodontidae

 
 
 

Walvishaaien

 

Rhincodon typus (II)

 

Walvishaai

PRISTIFORMES

Pristidae

 
 
 

Zaagvissen

Pristidae spp. (I)

 
 

Zaagvissen

RAJIFORMES

Mobulidae

 
 
 

Duivelsroggen

 

Manta spp. (II) (Deze vermelding treedt in werking op 14 september 2014)

 

Mantaroggen

ACTINOPTERYGII

 
 
 

Straalvinnige vissen

ACIPENSERIFORMES

 
 
 

Steurachtigen

 
 

ACIPENSERIFORMES spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Steurachtigen

Acipenseridae

 
 
 

Steuren

Acipenser brevirostrum (I)

 
 

Kortsnuitsteur

Acipenser sturio (I)

 
 

Gewone steur

ANGUILLIFORMES

 
 
 

Palingachtigen

Anguillidae

 
 
 

Palingen

 

Anguilla anguilla (II)

 

Europese paling of aal

CYPRINIFORMES

 
 
 

Karperachtigen

Catostomidae

 
 
 

Zuigkarpers

Chasmistes cujus (I)

 
 

Zuigkarper

Cyprinidae

 
 
 

Echte karpers

 

Caecobarbus geertsi (II)

 

Afrikaanse blinde barbeel

Probarbus jullieni (I)

 
 

Julliens barbeel

OSTEOGLOSSIFORMES

 
 
 

Beentongvissen

Arapaimidae

 
 
 

Beentongvissen

 

Arapaima gigas (II)

 

Arapaima

Osteoglossidae

 
 
 

Echte beentongvissen

Scleropages formosus (I) (9)

 
 

Aziatische beentongvis

PERCIFORMES

 
 
 

Baarsachtigen

Labridae

 
 
 

Lipvissen

 

Cheilinus undulatus (II)

 

Napoleonvis

Sciaenidae

 
 
 

Ombervissen

Totoaba macdonaldi (I)

 
 

Macdonalds trommelvis

SILURIFORMES

 
 
 

Meervalachtigen

Pangasiidae

 
 
 

Reuzenmeervallen

Pangasianodon gigas (I)

 
 

Reuzenmeerval

SYNGNATHIFORMES

 
 
 

Zeenaaldachtigen

Syngnathidae

 
 
 

Zeenaalden en zeepaardjes

 

Hippocampus spp. (II)

 

Zeepaardjes

SARCOPTERYGII

 
 
 

Kwastvinnige vissen

CERATODONTIFORMES

 
 
 

Australische longvissen

Ceratodontidae

 
 
 

Australische longvissen

 

Neoceratodus forsteri (II)

 

Australische longvis

COELACANTHIFORMES

 
 
 

Coelacantachtigen

Latimeriidae

 
 
 

Coelacanten

Latimeria spp. (I)

 
 

Coelacanten

ECHINODERMATA (STEKELHUIDIGEN)

HOLOTHUROIDEA

 
 
 

Zeekomkommers

ASPIDOCHIROTIDA

 
 
 

Zeekomkommers

Stichopodidae

 
 
 

Zeekomkommers

 
 

Isostichopus fuscus (III Ecuador)

Bruine zeekomkommer

ARTHROPODA (GELEEDPOTIGEN)

ARACHNIDA

 
 
 

Spinachtigen

ARANEAE

 
 
 

Spinnen

Theraphosidae

 
 
 

Vogelspinnen

 

Aphonopelma albiceps (II)

 

Tarantula

 

Aphonopelma pallidum (II)

 

Mexicaanse grijze tarantula

 

Brachypelma spp. (II)

 

Vogelspinnen

SCORPIONES

 
 
 

Schorpioenen

Scorpionidae

 
 
 

Schorpioenen

 

Pandinus dictator (II)

 

Dictatorschorpioen

 

Pandinus gambiensis (II)

 

Senegalese reuzenschorpioen

 

Pandinus imperator (II)

 

Keizerschorpioen

INSECTA

 
 
 

Insecten

COLEOPTERA

 
 
 

Kevers

Lucanidae

 
 
 

Vliegende herten

 
 

Colophon spp. (III Zuid-Afrika)

Kaapse vliegende herten

Scarabaeidae

 
 
 

Bladsprietkevers

 

Dynastes satanas (II)

 

Satanaskever

LEPIDOPTERA

 
 
 

Vlinders en motten

Nymphalidae

 
 
 

Schoenlappers

 
 

Agrias amydon boliviensis (III Bolivia)

 
 
 

Morpho godartii lachaumei (III Bolivia)

 
 
 

Prepona praeneste buckleyana (III Bolivia)

 

Papilionidae

 
 
 

Pages en pauwogen

 

Atrophaneura jophon (II)

 

Sri Lanka-roospage

 

Atrophaneura palu

 

Palu-roospage

 

Atrophaneura pandiyana (II)

 

Malabar-roospage

 

Bhutanitis spp. (II)

 

Bhutan-koninginnenpages

 

Graphium sandawanum

 

Apo-koninginnenpage

 

Graphium stresemanni

 

Seram-koninginnenpage

 

Ornithoptera spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species)

 

Vogelvleugelvlinders

Ornithoptera alexandrae (I)

 
 

Alexandra’s vogelvleugelvlinder

 

Papilio benguetanus

 

Filipijnse pauwoog

Papilio chikae (I)

 
 

Luzon-pauwoog

 

Papilio esperanza

 

Oaxaca-pauwoog

Papilio homerus (I)

 
 

Homeruspauwoog

Papilio hospiton (II)

 
 

Corsicaanse pauwoog

 

Papilio morondavana

 

Madagaskar-keizerpauwoog

 

Papilio neumoegeni

 

Sumba-pauwoog

 

Parides ascanius

 

Rio de Janeiro-pauwoog

 

Parides hahneli

 

Hahnels Amazone-pauwoog

Parnassius apollo (II)

 
 

Apollovlinder

 

Teinopalpus spp. (II)

 

Kaiser-i-hindvlinders

 

Trogonoptera spp. (II)

 

Vogelvleugelvlinders

 

Troides spp. (II)

 

Gouden vogelvleugelvlinders

ANNELIDA (GELEDE WORMEN)

HIRUDINOIDEA

 
 
 

Bloedzuigers

ARHYNCHOBDELLIDA

Hirudinidae

 
 
 

Bloedzuigers

 

Hirudo medicinalis (II)

 

Noordelijke medicinale bloedzuiger

 

Hirudo verbana (II)

 

Zuidelijke medicinale bloedzuiger

MOLLUSCA (WEEKDIEREN)

BIVALVIA

 
 
 

Tweekleppigen

MYTILOIDA

 
 
 

Zeemossels

Mytilidae

 
 
 

Echte mossels

 

Lithophaga lithophaga (II)

 

Steenboorder

UNIONOIDA

 
 
 

Zoetwatermossels

Unionidae

 
 
 

Echte zoetwatermossels

Conradilla caelata (I)

 
 

Vogelvleugelparelmossel

 

Cyprogenia aberti (II)

 

Westelijke waaierschelp

Dromus dromas (I)

 
 

Dromedarisparelmossel

Epioblasma curtisii (I)

 
 

Curtis’ parelmossel

Epioblasma florentina (I)

 
 

Geelbloesemparelmossel

Epioblasma sampsonii (I)

 
 

Sampsons parelmossel

Epioblasma sulcata perobliqua (I)

 
 

Purperen kattenpootmossel

Epioblasma torulosa gubernaculum (I)

 
 

Groenbloesemparelmossel

 

Epioblasma torulosa rangiana (II)

 

Taanbloesemparelmossel

Epioblasma torulosa torulosa (I)

 
 

Knobbelbloesemparelmossel

Epioblasma turgidula (I)

 
 

Zwelbloesemparelmossel

Epioblasma walkeri (I)

 
 

Bruinbloesemparelmossel

Fusconaia cuneolus (I)

 
 

Fijnstraal-varkensteenparelmossel

Fusconaia edgariana (I)

 
 

Glanzende varkensteenparelmossel

Lampsilis higginsii (I)

 
 

Higgins’ oogparelmossel

Lampsilis orbiculata orbiculata (I)

 
 

Roze slijkmossel

Lampsilis satur (I)

 
 

Gewone boekparelmossel

Lampsilis virescens (I)

 
 

Alabama-lampmossel

Plethobasus cicatricosus (I)

 
 

Witte wrattenrugparelmossel

Plethobasus cooperianus (I)

 
 

Oranjevoetpuistmossel

 

Pleurobema clava (II)

 

Klompschelpparelmossel

Pleurobema plenum (I)

 
 

Ruige varkensteenparelmossel

Potamilus capax (I)

 
 

Dikboekparelmossel

Quadrula intermedia (I)

 
 

Cumberland-apensnoetparelmossel

Quadrula sparsa (I)

 
 

Appalachen-apensnoetparelmossel

Toxolasma cylindrellus (I)

 
 

Bleke lilliputparelmossel

Unio nickliniana (I)

 
 

Nicklins parelmossel

Unio tampicoensis tecomatensis (I)

 
 

Tampico-parelmossel

Villosa trabalis (I)

 
 

Cumberland-boonparelmossel

VENEROIDA

Tridacnidae

 
 
 

Doopvontschelpen

 

Tridacnidae spp. (II)

 

Doopvontschelpen

GASTROPODA

 
 
 

Buikpotigen of slakken

MESOGASTROPODA

Strombidae

 
 
 

Kroonslakken

 

Strombus gigas (II)

 

Karko of roze vleugelhoorn

STYLOMMATOPHORA

Achatinellidae

 
 
 

Hawaï-boomslakken

Achatinella spp. (I)

 
 

Kleine agaatslakken

Camaenidae

 
 
 

Groenslakken

 

Papustyla pulcherrima (II)

 

Groenslak

CNIDARIA (HOLTEDIEREN)

ANTHOZOA

 
 
 

Koralen en zeeanemonen

ANTIPATHARIA

 
 
 

Doornkoralen

 
 

ANTIPATHARIA spp. (II)

 

Doornkoralen

GORGONACEAE

 
 
 

Hoornkoralen

Coralliidae

 
 
 

Bloedkoralen

 
 

Corallium elatius (III China)

Momo-bloedkoraal

 
 

Corallium japonicum (III China)

Japans bloedkoraal

 
 

Corallium konjoi (III China)

Konjoi-bloedkoraal

 
 

Corallium secundum (III China)

Engelhuidbloedkoraal

HELIOPORACEA

Helioporidae

 
 
 

Blauwe koralen

 

Helioporidae spp. (II) (Omvat uitsluitend de soort Heliopora coerulea(10)

 

Blauwe koralen

SCLERACTINIA

 
 
 

Echte koralen

 
 

SCLERACTINIA spp. (II) (10)

 

Echte koralen

STOLONIFERA

 
 
 

Buiskoralen

Tubiporidae

 
 
 

Orgelpijpkoralen

 

Tubiporidae spp. (II) (10)

 

Orgelpijpkoralen

HYDROZOA

 
 
 

Poliepen

MILLEPORINA

Milleporidae

 
 
 

Brandkoralen of vuurkoralen

 

Milleporidae spp. (II) (10)

 

Brandkoralen of vuurkoralen

STYLASTERINA

Stylasteridae

 
 
 

Kantkoralen

 

Stylasteridae spp. (II) (10)

 

Kantkoralen

FLORA (PLANTEN)

AGAVACEAE

 
 
 

Agavefamilie

Agave parviflora (I)

 
 

Santa Cruz-streepagave

 

Agave victoriae-reginae (II) #4

 

Koningin Victoria-agave

 

Nolina interrata (II)

 

San Diego-berengras

 

Yucca queretaroensis (II)

 
 

AMARYLLIDACEAE

 
 
 

Narcisfamilie

 

Galanthus spp. (II) #4

 

Sneeuwklokjes

 

Sternbergia spp. (II) #4

 

Leliën des velds

ANACARDIACEAE

 
 
 

Pruikenboomfamilie

 

Operculicarya decaryi (II)

 

Jabihy

 

Operculicarya hyphaenoides (II)

 

Jabihy

 

Operculicarya pachypus (II)

 

Tabily

APOCYNACEAE

 
 
 
 
 

Hoodia spp. (II) #9

 

Hoodia’s

 

Pachypodium spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4

 

Madagaskar-palmen

Pachypodium ambongense (I)

 
 

Olifantromppalm

Pachypodium baronii (I)

 
 

Sleutelbloempalm

Pachypodium decaryi (I)

 
 

Hanenspoorbloempalm

 

Rauvolfia serpentina (II) #2

 

Slangenwortel-duivelspeper

ARALIACEAE

 
 
 

Klimopfamilie

 

Panax ginseng (II) (Alleen de populatie in de Russische Federatie; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen.) #3

 

Ginseng

 

Panax quinquefolius (II) #3

 

Amerikaanse ginseng

ARAUCARIACEAE

 
 
 

Araucariafamilie

Araucaria araucana (I)

 
 

Apenverdriet

BERBERIDACEAE

 
 
 

Berberisfamilie

 

Podophyllum hexandrum (II) #2

 

Indische alruinwortel

BROMELIACEAE

 
 
 

Bromeliafamilie

 

Tillandsia harrisii (II) #4

 

Harris’ tillandsia

 

Tillandsia kammii (II) #4

 

Kamms tillandsia

 

Tillandsia mauryana (II) #4

 

Maury’s tillandsia

 

Tillandsia xerographica (II) (11) #4

 

Xerografie-tillandsia

CACTACEAE

 
 
 

Cactusfamilie

 

CACTACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species en Pereskia spp., Pereskiopsis spp. en Quiabentia spp.) (12) #4

 

Cactussen

Ariocarpus spp. (I)

 
 

Levendesteencactussen

Astrophytum asterias (I)

 
 

Stercactus

Aztekium ritteri (I)

 
 

Aztekencactus

Coryphantha werdermannii (I)

 
 

Zwijnspeldenkussen

Discocactus spp. (I)

 
 

Schijfcactussen

Echinocereus ferreirianus ssp. lindsayi (I)

 
 

Lindsays egelcactus

Echinocereus schmollii (I)

 
 

Lamsstaartcactus

Escobaria minima (I)

 
 

Nellie Cory’s cactus

Escobaria sneedii (I)

 
 

Sneeds speldenkussen

Mammillaria pectinifera (I)

 
 

Biggencactus

Mammillaria solisioides (I)

 
 

Pitayta

Melocactus conoideus (I)

 
 

Kegelvormige Turksemutscactus

Melocactus deinacanthus (I)

 
 

Prachtborstelige Turksemutscactus

Melocactus glaucescens (I)

 
 

Wollige wassteel-Turksemutscactus

Melocactus paucispinus (I)

 
 

Geringstekelige Turksemutscactus

Obregonia denegrii (I)

 
 

Artisjokcactus

Pachycereus militaris (I)

 
 

Teddybeercactus

Pediocactus bradyi (I)

 
 

Brady’s speldenkussen

Pediocactus knowltonii (I)

 
 

Knowltons cactus

Pediocactus paradinei (I)

 
 

Paradines cactus

Pediocactus peeblesianus (I)

 
 

Peebles’ navajocactus

Pediocactus sileri (I)

 
 

Silers speldenkussen

Pelecyphora spp. (I)

 
 

Bijltjescactussen

Sclerocactus brevihamatus ssp. tobuschii (I)

 
 

Tobuschs vishaakcactus

Sclerocactus erectocentrus (I)

 
 

Acuña-cactus

Sclerocactus glaucus (I)

 
 

Uinta Basin-cactus

Sclerocactus mariposensis (I)

 
 

Lloyds vlindercactus

Sclerocactus mesae-verdae (I)

 
 

Mesa Verde-cactus

Sclerocactus nyensis (I)

 
 

Tonopah-vishaakcactus

Sclerocactus papyracanthus (I)

 
 

Papierstekelvishaakcactus

Sclerocactus pubispinus (I)

 
 

Great Basin-vishaakcactus

Sclerocactus wrightiae (I)

 
 

Wrights vishaakcactus

Strombocactus spp. (I)

 
 

Tolcactussen

Turbinicarpus spp. (I)

 
 

Turbinecactussen

Uebelmannia spp. (I)

 
 

Uebelmanns cactussen

CARYOCARACEAE

 
 
 

Caryocarfamilie

 

Caryocar costaricense (II) #4

 

Knoflookboom

COMPOSITAE

(ASTERACEAE)

 
 
 

Asterfamilie (composieten)

Saussurea costus (I) (Ook S. lappa, Aucklandia lappa of A. costus genoemd.)

 
 

COST, kutki of kuth

CUCURBITACEAE

 
 
 

Komkommerfamilie

 
 

Zygosicyos pubescens (II) (ook bekend onder de naam Xerosicyos pubescens)

 

Tobory

 
 

Zygosicyos tripartitus (II)

 

Betoboky

CUPRESSACEAE

 
 
 

Cipresfamilie

Fitzroya cupressoides (I)

 
 

Alerce

Pilgerodendron uviferum (I)

 
 

Chileense cipres

CYATHEACEAE

 
 
 

Cyatheafamilie

 

Cyathea spp. (II) #4

 

Cyathea’s (boomvarens)

CYCADACEAE

 
 
 

Cycaspalmenfamilie

 

CYCADACEAE spp. (II) (Met uitzondering van de in bijlage A opgenomen species) #4

 

Cycaspalmen

Cycas beddomei (I)

 
 

Beddomes cycaspalm

DICKSONIACEAE

 
 
 

Dicksoniafamilie

 

Cibotium barometz (II) #4

 

Cibota of gou-ji

 

Dicksonia spp. (II) (Alleen de Amerikaanse populaties; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen. Omvat Dicksonia berteriana, D. externa, D. sellowiana en D. stuebelii) #4

 

Dicksonia’s (boomvarens)

DIDIEREACEAE

 
 
 

Didiereafamilie

 

DIDIEREACEAE spp. (II) #4

 

Madagaskar-boomvarens, aluaudia’s

DIOSCOREACEAE

 
 
 

Yamswortelfamilie

 

Dioscorea deltoidea (II) #4

 

Olifantspoot

DROSERACEAE

 
 
 

Zonnedauwfamilie

 

Dionaea muscipula (II) #4

 

Venusvliegenval

EBENACEAE

 
 
 

Ebbenhoutfamilie

 

Diospyros spp. (II) (Allen de populaties van Madagascar; geen enkele andere populatie is in de bijlagen bij deze verordening opgenomen) #5

 
 

EUPHORBIACEAE

 
 
 

Wolfsmelkfamilie

 

Euphorbia spp. (II) #4

(Uitsluitend succulente species, met uitzondering van:

1)  Euphorbia misera;

2)  kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Euphorbia trigona;

3)  kunstmatig gekweekte specimens van Euphorbia lactea die op een kunstmatig gekweekte onderstam van Euphorbia neriifolia zijn geënt, mits zij:

— kamvormig of

— waaiervormig of

— kleurmutanten zijn;

4)  kunstmatig gekweekte specimens van cultivars van Euphorbia„Milii”, mits zij:

— gemakkelijk als kunstmatig gekweekte specimens herkenbaar zijn, en

— in partijen van 100 of meer planten in de Unie worden binnengebracht of uit de Unie worden (her)uitgevoerd;

op bovengenoemde categorieën zijn de bepalingen van deze verordening niet van toepassing; en

5)  de in bijlage A opgenomen species.)

 

Euphorbia’s of wolfsmelken

Euphorbia ambovombensis (I)

 
 

Amovombe-wolfsmelk

Euphorbia capsaintemariensis (I)

 
 

Cap Sainte Marie-wolfsmelk

Euphorbia cremersii (I) (Met inbegrip van de vorm viridifolia en de varieteit rakotozafyi)

 
 

Cremers’ wolfsmelk

Euphorbia cylindrifolia (I) (Met inbegrip van de ssp. tuberifera)

 
 

Rondbladige wolfsmelk

Euphorbia decaryi (I) (Met inbegrip van de varieteiten ampanihyensis, robinsonii en sprirosticha)

 
 

Decary’s wolfsmelk

Euphorbia francoisii (I)

 
 

François’ wolfsmelk

Euphorbia handiensis (II)

 
 
 

Euphorbia lambii (II)

 
 

Gomera-wolfsmelk

Euphorbia moratii (I) (Met inbegrip van de varieteiten antsingiensis, bemarahensis en multiflora)

 
 
 

Euphorbia parvicyathophora (I)

 
 
 

Euphorbia quartziticola (I)

 
 
 

Euphorbia stygiana (II)

 
 

Daphne-vlaswolfsmelk

Euphorbia tulearensis (I)

 
 
 

FOUQUIERIACEAE

 
 
 

Fouquieriafamilie

 

Fouquieria columnaris (II) #4

 

Flesboom, boojumboom of grote waskaars

Fouquieria fasciculata (I)

 
 

Ocotillo

Fouquieria purpusii (I)

 
 
 

GNETACEAE

 
 
 

Gnetumfamilie

 
 

Gnetum montanum (III Nepal) #1

Melindjo, gam nui of sot nui

JUGLANDACEAE

 
 
 

Okkernootfamilie

 

Oreomunnea pterocarpa (II) #4

 

Caribische walnoot

LAURACEAE

 
 
 

Laurierfamilie

 

Aniba rosaeodora (II) (ook A. duckei genoemd) #12

 

Braziliaans rozenhout

LEGUMINOSAE

(FABACEAE)

 
 
 

Vlinderbloemigen

 

Caesalpinia echinata (II) #10

 

Brazielhout of pernambuk

 

Dalbergia cochinchinensis (II) #5

 
 
 
 

Dalbergia darienensis (III Panama) (populatie van Panama) #2

 
 

Dalbergia granadillo (II) #