EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32012R0267

Verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 961/2010

OJ L 88, 24.3.2012, p. 1–112 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Croatian: Chapter 18 Volume 004 P. 194 - 305

In force: This act has been changed. Current consolidated version: 09/07/2019

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/267/oj

24.3.2012   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 88/1


VERORDENING (EU) Nr. 267/2012 VAN DE RAAD

van 23 maart 2012

betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 961/2010

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 215,

Gezien Besluit 2012/35/GBVB van de Raad van 23 januari 2012 houdende wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (1),

Gezien het gezamenlijke voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Raad heeft op 25 oktober 2010 Verordening (EU) nr. 961/2010 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 423/2007 (2) vastgesteld om uitvoering te geven aan Besluit 2010/413/GBVB van de Raad (3).

(2)

Op 23 januari 2012 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan Besluit 2012/35/GBVB waarbij aanvullende beperkende maatregelen tegen de Islamitische Republiek Iran (hierna "Iran" genoemd) werden vastgesteld, zoals was gevraagd door de Europese Raad van 9 december 2011.

(3)

Deze beperkende maatregelen omvatten meer bepaald aanvullende beperkingen op de handel in goederen en technologie voor tweeërlei gebruik, alsook op essentiële uitrusting en technologie die kunnen worden gebruikt in de petrochemische industrie, een verbod op de invoer van aardolie, aardolieproducten en petrochemische producten uit Iran, alsook een verbod op investeringen in de petrochemische industrie. Voorts moet de handel in goud, edelmetaal en diamanten met de regering van Iran, alsook de levering van nieuwe bankbiljetten en munten aan of ten behoeve van de Centrale Bank van Iran worden verboden.

(4)

Ook is een aantal technische aanpassingen van bestaande maatregelen nodig geworden. Meer bepaald dient de definitie van "tussenhandeldiensten" te worden verduidelijkt. In gevallen waarin de aankoop, verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen en technologie of van financiële en technische diensten door een bevoegde autoriteit kan worden vergund, zal er geen aparte vergunning vereist worden voor daarmee verband houdende tussenhandeldiensten.

(5)

De definitie van "geldovermakingen" dient te worden verruimd tot niet-elektronische overmakingen teneinde pogingen tot omzeiling van de beperkende maatregelen tegen te gaan.

(6)

De herziene beperkende maatregelen betreffende goederen voor tweeërlei gebruik moeten alle goederen en technologie bestrijken als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (4), met uitzondering van een aantal items in deel 2 van categorie 5 met het oog op gebruik voor openbare communicatiediensten in Iran. De verbodsbepalingen in artikel 2 van deze verordening gelden echter niet voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen en technologie die nieuw is opgenomen op de lijst in bijlage I of II bij deze verordening en waarvoor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening al toestemming verleend hadden krachtens artikel 3 van Verordening (EU) nr. 961/2010.

(7)

Ter verzekering van de doeltreffende tenuitvoerlegging van het verbod op de verkoop, levering, overdracht of uitvoer naar Iran van bepaalde essentiële uitrusting of technologie die kan worden gebruikt in de sleutelsectoren van de aardolie-, aardgas- en petrochemische industrie, moeten lijsten van deze essentiële uitrusting of technologie worden opgesteld.

(8)

Om dezelfde reden moeten ook lijsten worden opgesteld van producten die onder de beperkingen vallen die gelden voor aardolie en aardolieproducten, petrochemische producten, goud, edelmetaal en diamanten.

(9)

Verder moeten de beperkingen op investeringen in de Iraanse aardolie- en aardgassector, om doeltreffend te zijn, een aantal elementaire activiteiten bestrijken, zoals bulk-gastransportdiensten met het oog op de doorvoer naar of de levering aan rechtstreeks onderling verbonden netten, en om dezelfde reden moeten de beperkingen ook gelden voor joint ventures en andere verbindings- en samenwerkingsvormen met Iran in de aardgastransportsector.

(10)

Voor doeltreffende beperkingen op Iraanse investeringen in de Unie moeten maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen die onder de rechtsmacht van de lidstaten vallen, dergelijke investeringen mogelijk maken of toestaan.

(11)

Bij Besluit 2012/35/GBVB wordt de bevriezing van tegoeden ook uitgebreid tot aanvullende personen, entiteiten of lichamen die steun verlenen aan de regering van Iran, met inbegrip van financiële, logistieke en materiële steun, of er banden mee onderhouden. Het besluit breidt de maatregelen tot bevriezing ook uit tot andere leden van de Iraanse revolutionaire garde (IRGC).

(12)

Bij Besluit 2012/35/GBVB wordt tevens voorzien in de bevriezing van de tegoeden van de Centrale Bank van Iran. Gezien de mogelijke betrokkenheid van de Centrale Bank van Iran bij de financiering van de buitenlandse handel, worden uitzonderingsbepalingen noodzakelijk geacht, omdat de bedoelde financiële maatregel de handel, met inbegrip van transacties met betrekking tot voedsel, gezondheidszorg, medische uitrusting of voor humanitaire doeleinden, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening niet zou mogen belemmeren. De uitzonderingen in de artikelen 12 en 14 van deze verordening betreffende contracten voor de invoer, de aankoop of het vervoer van Iraanse ruwe olie, aardolieproducten en petrochemische producten die werden gesloten vóór 23 januari 2012, gelden ook voor aanvullende contracten, inclusief vervoers-, verzekerings- of inspectiecontracten, die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten. Voorts dienen Iraanse ruwe olie, aardolieproducten en petrochemische producten die op legale wijze in een lidstaat zijn ingevoerd overeenkomstig de uitzonderingen in de artikelen 12 en 14 beschouwd te worden als zijnde in het vrije verkeer in de Unie.

(13)

Krachtens de verplichting tot bevriezing van de tegoeden van de Islamic Republic of Iran Shipping Line (IRISL) en van de entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van de IRISL, is het verboden dat in de havens van de lidstaten vracht geladen wordt in en gelost uit schepen die eigendom zijn van of gehuurd worden door de IRISL of dergelijke entiteiten. Voorts is ook de eigendomsoverdracht aan andere entiteiten van schepen die eigendom zijn van, onder zeggenschap staan van of gecharterd worden door de IRISL, verboden krachtens de bevriezing van de tegoeden van IRISL. De verplichting tot bevriezing van de tegoeden en economische middelen van de IRISL en van entiteiten die in eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van de IRISL, impliceert echter niet dat vaartuigen die eigendom zijn van dergelijke entiteiten of de lading ervan, in zoverre deze lading eigendom is van derde partijen, in beslag moeten worden genomen of opgebracht, noch dat de bemanning op deze vaartuigen in verzekerde bewaring moet worden genomen.

(14)

Gezien de pogingen van Iran om de sancties te omzeilen, moet worden verduidelijkt dat alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de personen, entiteiten of lichamen die in de bijlagen I of II bij Besluit 2010/413/GBVB zijn vermeld, onverwijld dienen te worden bevroren, met inbegrip van de tegoeden en economische middelen van de entiteiten die hen zijn opgevolgd en die zijn opgericht om de maatregelen van deze verordening te omzeilen.

(15)

Er dient ook te worden verduidelijkt dat het voorleggen en toezenden van de noodzakelijke documenten aan een bank met het oog op de definitieve overdracht ervan aan niet in de lijst vermelde personen, entiteiten of lichamen, teneinde krachtens deze verordening toegestane betalingen op gang te brengen, niet betekent dat middelen in de zin van deze verordening ter beschikking worden gesteld.

(16)

Er zij op gewezen dat tegoeden of economische middelen moeten kunnen worden vrijgegeven voor de officiële doelen van diplomatieke of consulaire missies of internationale organisaties die bescherming genieten op grond van het internationaal recht, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

(17)

De toepassing van de bedoelde financiële maatregelen door verstrekkers van gespecialiseerd financieel berichtenverkeer moet verder worden ontwikkeld, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

Er zij op gewezen dat de tegoeden van niet-aangewezen personen, entiteiten of lichamen die in bewaring zijn bij aangewezen kredietinstellingen en financiële instellingen niet bevroren dienen te worden krachtens de bedoelde financiële maatregelen en moeten kunnen worden vrijgegeven op de voorwaarden waarin deze verordening voorziet.

Gezien de pogingen van Iran om zijn financiële stelsel te gebruiken om de sancties te omzeilen, is grotere waakzaamheid noodzakelijk ten aanzien van de activiteiten van de kredietinstellingen en financiële instellingen van Iran, teneinde te vermijden dat deze verordening omzeild wordt, met inbegrip van de bevriezing van de tegoeden van de Centrale Bank van Iran. Deze vereisten van grotere waakzaamheid voor kredietinstellingen en financiële instellingen moeten gelden onverminderd de bestaande verplichtingen voortvloeiende uit Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler (5) en de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (6).

(18)

Bepaalde bepalingen inzake de controle van kapitaalovermakingen moeten worden herzien om een gemakkelijkere toepassing door de bevoegde autoriteiten en operatoren mogelijk te maken en om te vermijden dat de bepalingen van deze verordening omzeild worden, met inbegrip van de bevriezing van de tegoeden van de Centrale Bank van Iran.

(19)

Voorts moeten de beperkingen op verzekeringen worden aangepast, met name om te verduidelijken dat de verzekering van diplomatieke en consulaire missies binnen de Unie geoorloofd is, en om het verstrekken van aansprakelijkheidsverzekeringen jegens derden of een milieuaansprakelijkheidsverzekering mogelijk te maken.

(20)

Bovendien dient de verplichting om voor de aankomst dan wel voor het vertrek informatie te verstrekken, te worden aangepast, aangezien deze verplichting thans algemeen geldt voor alle goederen die het douanegebied van de Unie worden binnengebracht of het verlaten, na de volledige tenuitvoerlegging met ingang van 1 januari 2012 van de douaneveiligheidsmaatregelen als bepaald in de relevante voorschriften inzake summiere aangiften bij binnenkomst of bij uitgang van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (7) en Verordening (EEG) nr. 2454/93 (8).

(21)

Ook de verstrekking van bunker- of leveringsdiensten voor de scheepvaart, de aansprakelijkheid van de operatoren en het verbod op de omzeiling van de relevante beperkende maatregelen dienen te worden aangepast.

(22)

De mechanismen voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie moeten worden herzien om de doeltreffende uitvoering en de uniforme uitlegging van deze verordening te verzekeren.

(23)

Rekening houdend met het doel ervan dient het verbod op uitrusting voor binnenlandse repressie te worden opgenomen in Verordening (EG) nr. 359/2011 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in verband met de situatie in Iran (9), en niet in onderhavige verordening.

(24)

Voor de duidelijkheid moet Verordening (EU) nr. 961/2010 worden ingetrokken en door deze verordening worden vervangen.

(25)

De beperkende maatregelen waarin deze verordening voorziet vallen onder het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en EU-wetgeving is derhalve noodzakelijk voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen, met name om te garanderen dat zij door de marktdeelnemers in alle lidstaten uniform worden toegepast.

(26)

Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die zijn erkend met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, meer bepaald het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het recht op eigendom en het recht op de bescherming van persoonsgegevens. Deze verordening moet worden toegepast overeenkomstig deze rechten en beginselen.

(27)

Voorts eerbiedigt deze verordening de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van het Handvest van de Verenigde Naties en het juridisch bindende karakter van de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

(28)

De procedure tot aanwijzing van personen in verband met de bevriezing van tegoeden in het kader van deze verordening dient in te houden dat de aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen in kennis worden gesteld van de redenen voor plaatsing op de lijst, zodat zij opmerkingen kunnen maken. Indien er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, toetst de Raad zijn besluit in het licht van die opmerkingen en brengt hij de betrokken personen, entiteiten of lichamen daarvan op de hoogte.

(29)

Met het oog op de tenuitvoerlegging van deze verordening en op een zo groot mogelijke rechtszekerheid binnen de Unie dienen de namen en andere relevante gegevens over de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen waarvan de tegoeden en economische middelen krachtens de verordening moeten worden bevroren, openbaar te worden gemaakt. Bij elke verwerking van persoonsgegevens van natuurlijke personen uit hoofde van deze verordening dienen Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (10) en Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (11) in acht te worden genomen.

(30)

Om de effectiviteit van de maatregelen waarin deze verordening voorziet te waarborgen, dient zij in werking te treden op de dag waarop zij wordt bekendgemaakt,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

DEFINITIES

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

a)

   "bijkantoor" van een financiële instelling of kredietinstelling: een onderneming die een juridisch afhankelijk onderdeel is van een financiële instelling of een kredietinstelling en rechtstreeks alle of enkele transacties van de betrokken financiële instelling of kredietinstelling uitvoert;

b)

   "tussenhandeldiensten":

i)

het onderhandelen over of regelen van transacties met het oog op de verwerving, verkoop of levering van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, ook van een derde land aan een ander derde land, of

ii)

het verkopen of aankopen van goederen en technologie, of van financiële en technische diensten, ook als zij zich in derde landen bevinden, met het oog op de overbrenging ervan naar een ander derde land;

c)

   "vordering": elke vóór of na de datum van inwerkingtreding van deze verordening ingediende vordering, ook wanneer deze de vorm van een rechtsvordering heeft, die voortvloeit uit of verband houdt met de uitvoering van een contract of transactie, en met name:

d)

   "contract of transactie": elke verrichting, ongeacht haar vorm en het recht dat erop van toepassing is, die een of meer contracten of soortgelijke verplichtingen tussen al dan niet dezelfde partijen omvat; in dit verband worden onder "contract" tevens begrepen alle - ook de uit juridisch oogpunt op zichzelf staande - met name financiële garanties of contragaranties en kredieten, alsmede alle uit een dergelijke transactie voortkomende of daarmee verband houdende bepalingen;

e)

   "bevoegde autoriteiten": de bevoegde autoriteiten van de lidstaten als aangegeven op de websites die zijn opgesomd in bijlage X;

f)

   "kredietinstelling": een kredietinstelling als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (12), met inbegrip van bijkantoren ervan binnen of buiten de Unie;

g)

   "douanegebied van de Unie": het grondgebied als gedefinieerd in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (13) en in Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (14);

h)

   "economische middelen": activa van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, die geen tegoeden vormen, maar kunnen worden gebruikt om tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen;

i)

   "financiële instelling":

i)

een onderneming, andere dan een kredietinstelling, die een of meer van de operaties verricht als bedoeld in de punten 2 tot en met 12 en 14 en 15 van bijlage I bij Richtlijn 2006/48/EG, met inbegrip van geldwisselactiviteiten (bureaux de change);

ii)

een verzekeringsmaatschappij die over een vergunning beschikt overeenkomstig Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (15), in zoverre zij activiteiten verricht die door die richtlijn worden bestreken;

iii)

een beleggingsonderneming als gedefinieerd in punt 1 van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten (16);

iv)

een collectieve beleggingsonderneming die haar rechten van deelname of aandelen op de markt brengt; of

v)

een verzekeringstussenpersoon als gedefinieerd in artikel 2, lid 5, van Richtlijn 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (17), met uitzondering van de tussenpersonen die zijn bedoeld in artikel 2, lid 7, van genoemde richtlijn, indien zij levensverzekeringsdiensten en andere diensten in verband met beleggingen verrichten;

alsook de bijkantoren ervan binnen en buiten de Unie;

j)

   "bevriezing van economische middelen": het voorkomen van het gebruiken van economische middelen om op enigerlei wijze tegoeden, goederen of diensten te verkrijgen, inclusief, maar niet daartoe beperkt, door deze te verkopen, te verhuren of te verhypothekeren;

k)

   "bevriezing van tegoeden": het voorkomen van het op enigerlei wijze muteren, overmaken, corrigeren en gebruiken van, toegang hebben tot of omgaan met tegoeden, met als gevolg wijzigingen van hun omvang, bedrag, locatie, eigenaar, bezit, onderscheidende kenmerken, bestemming of verdere wijzigingen waardoor het gebruik van bedoelde tegoeden, inclusief het beheer van een beleggingsportefeuille, mogelijk zou worden gemaakt;

l)

   "tegoeden": financiële activa en economische voordelen van enigerlei aard, met inbegrip van, maar niet beperkt tot:

m)

   "goederen": ook artikelen, materieel en uitrusting;

n)

   "verzekering": een overeenkomst waarbij een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen zich tegen betaling ertoe verbinden een of meer andere personen een in de overeenkomst bepaalde vergoeding of uitkering te verstrekken indien een risico intreedt;

o)

   "Iraanse persoon, entiteit of lichaam":

i)

de staat Iran en elke overheidsinstantie van Iran;

ii)

een natuurlijke persoon die in Iran verblijft of woont;

iii)

een rechtspersoon, entiteit of lichaam met zetel in Iran;

iv)

een rechtspersoon, entiteit of lichaam, in of buiten Iran, die of dat direct of indirect onder zeggenschap staat van een of meer van de bovengenoemde personen of lichamen;

p)

   "herverzekering": de activiteit die bestaat in het aanvaarden van risico's die door een verzekeringsonderneming of een herverzekeringsonderneming worden overgedragen, of, voor de assuradeursvereniging die bekend staat als "association of underwriters known as Lloyd's", tevens de activiteit die bestaat in het aanvaarden door een andere verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming dan Lloyd's, van risico's welke door een lid van Lloyd's worden overgedragen;

q)

   "Sanctiecomité": het comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dat is opgericht overeenkomstig punt 18 van Resolutie 1737 (2006) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties;

r)

   "technische bijstand": elke technische steun in verband met reparaties, ontwikkeling, vervaardiging, assemblage, beproeving, onderhoud of enige andere technische dienst; technische bijstand kan de vorm aannemen van bijvoorbeeld instructies, advies, opleiding, overdracht van praktische kennis of vaardigheden of adviesdiensten; met inbegrip van mondelinge vormen van bijstand;

s)

   "grondgebied van de Unie": het grondgebied van alle lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is, onder de in het Verdrag bepaalde voorwaarden, met inbegrip van hun luchtruim;

t)

   "geldovermaking":

i)

transactie die door een betalingsdienstaanbieder langs elektronische weg wordt uitgevoerd voor rekening van een betaler met de bedoeling bij een betalingsdienstaanbieder gelden beschikbaar te stellen voor een begunstigde, ongeacht of de betaler en de begunstigde een en dezelfde persoon zijn. De termen "betaler", "begunstigde" en "betalingsdienstaanbieder" hebben dezelfde betekenis als in Verordening (EG) nr. 64/2007 in Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt (18);

ii)

transactie langs niet-elektronische weg zoals contanten, cheques of betalingsopdrachten met de bedoeling gelden beschikbaar te stellen voor een begunstigde, ongeacht of de betaler en de begunstigde een en dezelfde persoon zijn.

HOOFDSTUK II

BEPERKINGEN OP DE UITVOER EN DE INVOER

Artikel 2

1.   Er geldt een verbod op de directe of indirecte verkoop, levering, overdracht aan of uitvoer naar Iraanse personen, entiteiten of lichamen in of voor gebruik in Iran van de in de bijlagen I of II genoemde goederen en technologieën, ongeacht of die goederen van oorsprong zijn uit de Unie.

2.   Bijlage I omvat goederen en technologie, met inbegrip van programmatuur, die voor tweeërlei gebruik zijn als gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 428/2009 van 5 mei 2009, behalve bepaalde goederen en technologie welke zijn gespecificeerd in deel A van bijlage I bij onderhavige verordening.

3.   Bijlage II omvat bepaalde andere goederen en technologie die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot verrijking of opwerking of met betrekking tot zwaar water, tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, of tot activiteiten in verband met andere punten waarover de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat, met inbegrip van de punten die zijn aangemerkt door de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité.

4.   Goederen en technologie die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen (19), worden niet in de bijlagen I en II opgenomen.

Artikel 3

1.   Een voorafgaande vergunning is vereist voor het direct of indirect verkopen, leveren of overdragen aan en exporteren van de goederen en technologie, bedoeld in bijlage III, al dan niet van oorsprong uit de Unie, ten behoeve van een Iraanse persoon, entiteit of lichaam of bestemd voor gebruik in Iran.

2.   De op grond van dit artikel voor de uitvoer vereiste vergunning wordt overeenkomstig artikel 11 van Verordening (EG) nr. 428/2009 afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de exporteur is gevestigd. De vergunning is in de gehele Unie geldig.

3.   Bijlage III bevat een lijst van alle goederen en technologie, andere dan die bedoeld in de bijlagen I en II, die een bijdrage kunnen leveren tot de activiteiten van Iran met betrekking tot verrijking of opwerking of met betrekking tot zwaar water, of tot de ontwikkeling van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens, dan wel een bijdrage kunnen leveren tot de uitoefening van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.

4.   De exporteurs verstrekken de bevoegde autoriteiten alle voor hun uitvoervergunningaanvraag vereiste gegevens.

5.   De bevoegde autoriteiten verlenen geen toestemming voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van de goederen of technologie bedoeld in bijlage III, indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van de goederen of technologie een van de volgende activiteiten uitmaakt of bestemd is voor gebruik in verband met een van de volgende activiteiten:

a)

activiteiten van Iran met betrekking tot verrijking of opwerking of met betrekking tot zwaar water;

b)

de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens; of

c)

de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.

6.   De bevoegde autoriteiten kunnen, in de in lid 5 genoemde omstandigheden, een verleende uitvoervergunning nietig verklaren, opschorten, wijzigen of intrekken.

7.   Indien een bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 5 of lid 6 een vergunning weigert, nietig verklaart, opschort, substantieel beperkt of intrekt, stelt de betrokken lidstaat de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en deelt zij de relevante informatie met hen, met inachtneming van de bepalingen inzake de vertrouwelijkheid van dergelijke informatie als bedoeld in Verordening (EG) nr. 515/97 van de Raad van 13 maart 1997 betreffende de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften (20).

8.   Alvorens een lidstaat een vergunning verleent overeenkomstig lid 5 voor een transactie die wezenlijk identiek is aan een transactie waarvoor de door een andere lidstaat of andere lidstaten afgegeven weigering als bedoeld in lid 6 en lid 7 nog steeds geldig is, pleegt deze lidstaat eerst overleg met de lidstaat of lidstaten die de weigering heeft of hebben afgegeven. Indien de betrokken lidstaat na dit overleg besluit een vergunning te verlenen, stelt hij de andere lidstaten en de Commissie daarvan in kennis en verstrekt hij daarbij alle relevante informatie om het besluit toe te lichten.

Artikel 4

Het is verboden de in de bijlagen I of II genoemde goederen en technologie, aan te schaffen, in te voeren of te vervoeren uit Iran, direct of indirect, ongeacht of het product van Iraanse oorsprong is.

Artikel 5

1.   Er wordt een verbod ingesteld op:

a)

het direct of indirect verlenen van technische bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in die lijst, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran;

b)

het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie genoemd in de bijlagen I of II, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in de bijlagen I of II, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran; alsmede

c)

het direct of indirect verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of in de bijlagen I of II, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran.

2.   De verstrekking van het volgende is onderworpen aan een vergunning van de bevoegde autoriteit in kwestie:

a)

technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage III, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken ervan, direct of indirect, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran;

b)

financiering of financiële bijstand in verband met goederen en technologie genoemd in bijlage III, met inbegrip van subsidies, leningen en exportkredietverzekering, voor de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van deze goederen, of voor de verlening van daarmee verband houdende technische bijstand, direct of indirect, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran.

3.   De bevoegde autoriteiten verlenen geen toestemming voor de in lid 2 bedoelde transacties, indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat deze transactie een van de volgende activiteiten uitmaakt of bedoeld is om daartoe een bijdrage te leveren:

a)

activiteiten van Iran met betrekking tot verrijking of opwerking of met betrekking tot zwaar water;

b)

de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens; of

c)

de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.

Artikel 6

Artikel 2, lid 1, en artikel 5, lid 1, zijn niet van toepassing op:

a)

de directe of indirecte overdracht, via het grondgebied van de lidstaten, van goederen die vallen onder deel B van bijlage I, indien deze goederen worden verkocht, geleverd, overgebracht of geëxporteerd naar, of bestemd zijn voor gebruik in, Iran voor een lichtwaterreactor in Iran waarvan de bouw vóór december 2006 is aangevat;

b)

transacties waarvoor mandaat is verleend in het kader van het programma voor technische samenwerking van de IAEA; of

c)

goederen die zijn geleverd of overgebracht naar, of bestemd zijn voor gebruik in, Iran door staten die partij zijn bij het Verdrag van Parijs van 13 januari 1993 tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens.

Artikel 7

1.   Onverminderd artikel 1, onder b), van Verordening (EU) nr. 359/2011, kunnen de bevoegde autoriteiten op door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor transacties met betrekking tot de goederen en technologie als bedoeld in artikel 2, lid 1, van onderhavige verordening of bijstand of tussenhandeldiensten, als bedoeld in artikel 5, lid 1, mits:

a)

de goederen en technologie, bijstand of tussenhandeldiensten bestemd zijn voor voedselvoorziening, landbouw, medische zorg of andere humanitaire doeleinden; en

b)

in gevallen waar de transactie betrekking heeft op goederen of technologie die is opgenomen in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden of het Missile Technology Control Regime, het Sanctiecomité op voorhand en per individueel geval heeft vastgesteld dat de bedoelde transactie duidelijk geen bijdrage vormt aan de ontwikkeling van technologieën voor steun aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran, noch aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen vier weken in kennis van uit hoofde van dit artikel verleende toestemmingen.

Artikel 8

1.   Het is verboden de in bijlage VI vermelde essentiële uitrusting of technologie direct of indirect te verkopen, te leveren, over te dragen aan of uit te voeren naar Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran.

2.   Bijlage VI bevat de lijst van essentiële uitrusting en technologie voor de volgende sleutelsectoren van de aardolie- en aardgasindustrie in Iran:

a)

aardolie- en aardgasexploratie;

b)

aardolie- en aardgasproductie;

c)

raffinage;

d)

vloeibaarmaking van aardgas.

3.   Bijlage VI omvat ook essentiële uitrusting en technologie voor de petrochemische industrie in Iran.

4.   Bijlage VI omvat geen producten die zijn opgenomen in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, of in bijlage I, bijlage II of bijlage III.

Artikel 9

Er wordt een verbod ingesteld op:

a)

het direct of indirect verlenen van technische bijstand of tussenhandeldiensten in verband met de essentiële uitrusting en technologie genoemd in bijlage VI, en in verband met het leveren, vervaardigen, onderhouden en gebruiken van goederen genoemd in bijlage VI, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran;

b)

het direct of indirect verlenen van financiering of financiële bijstand in verband met de essentiële uitrusting en technologie genoemd in bijlage VI, aan Iraanse personen, entiteiten of lichamen of bestemd voor gebruik in Iran.

Artikel 10

De verbodsbepalingen van de artikelen 8 en 9 zijn niet van toepassing op:

a)

transacties op grond van handelscontracten inzake essentiële uitrusting en technologie voor de exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, de raffinage en vloeibaarmaking van aardgas, die zijn gesloten vóór 27 oktober 2010, of van aanvullende contracten die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten, of van een contract of overeenkomst, gesloten vóór 26 juli 2010 en verband houdend met een investering in Iran die is gedaan vóór 26 juli 2010, noch verhinderen deze bepalingen het nakomen van een verplichting die krachtens een dergelijke transactie is ontstaan; of

b)

transacties op grond van handelscontracten inzake essentiële uitrusting en technologie voor de petrochemische industrie, die zijn gesloten vóór 24 maart 2012, of van aanvullende contracten die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten, of van een contract of overeenkomst, gesloten vóór 23 januari 2012 en verband houdend met een investering in Iran die is gedaan vóór 23 januari 2012, noch verhinderen deze bepalingen het nakomen van een verplichting die krachtens een dergelijke transactie is ontstaan;

mits de natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat een dergelijke transactie wil verrichten of daartoe bijstand wil gaan verlenen, deze transactie of deze bijstand ten minste 20 werkdagen vooraf heeft aangemeld bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij gevestigd is.

Artikel 11

1.   Er wordt een verbod ingesteld op:

a)

de invoer van aardolie of aardolieproducten naar de Unie indien deze:

i)

van oorsprong zijn uit Iran; of

ii)

werden uitgevoerd uit Iran;

b)

de aankoop van aardolie of aardolieproducten die zich bevinden in Iran of die van oorsprong zijn uit Iran;

c)

het vervoer van aardolie of aardolieproducten die van oorsprong zijn uit Iran of die vanuit Iran naar een ander land worden uitgevoerd; alsmede

d)

de verschaffing van al dan niet rechtstreeks financiering of financiële dienstverlening, waaronder ook financiële derivaten, alsmede verzekeringen of herverzekeringen verband houdend met de invoer, de aankoop of het vervoer van aardolie of aardolieproducten van oorsprong uit Iran of die vanuit Iran zijn ingevoerd.

2.   Aardolie en aardolieproducten zijn de producten die zijn opgesomd in bijlage IV.

Artikel 12

1.   De verbodsbepalingen van artikel 11 zijn niet van toepassing op:

a)

de uitvoering tot 1 juli 2012 van handelscontracten die zijn gesloten vóór 23 januari 2012, of van aanvullende contracten die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten;

b)

de uitvoering van contracten die zijn gesloten vóór 23 januari 2012, of van aanvullende contracten, inclusief vervoers-, verzekerings- of inspectiecontracten, die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten, indien dergelijke contracten specifiek erin voorzien dat de levering van aardolie en aardolieproducten of de opbrengst van de levering ervan bedoeld is als betaling van uitstaande bedragen aan personen, entiteiten of lichamen die onder de rechtsmacht van de lidstaten vallen;

c)

de invoer, aankoop en het vervoer van aardolie of aardolieproducten die uit Iran zijn uitgevoerd vóór 23 januari 2012, of, indien de uitvoer is geschied overeenkomstig het bepaalde in punt a), op of vóór 1 juli 2012; of indien de uitvoer is geschied overeenkomstig het bepaalde in punt b);

mits de persoon, entiteit of lichaam die of dat dit contract wil uitvoeren, de activiteit of transactie ten minste twintig werkdagen vooraf heeft aangemeld bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij gevestigd is.

2.   De verbodsbepaling in artikel 11, lid 1, onder d), geldt niet voor het direct of indirect verschaffen, tot 1 juli 2012, van verzekeringen van aansprakelijkheid jegens derden en milieuaansprakelijkheidsverzekeringen en -herverzekeringen.

Artikel 13

1.   Het is verboden:

a)

petrochemische producten in de Unie in te voeren indien deze:

i)

afkomstig zijn uit Iran; of

ii)

uit Iran zijn uitgevoerd;

b)

petrochemische producten aan te kopen die zich bevinden in of afkomstig zijn uit Iran;

c)

petrochemische producten te vervoeren indien deze afkomstig zijn uit Iran of vanuit Iran uitgevoerd worden naar een ander land; en

d)

direct of indirect, financieringsmiddelen of financiële bijstand, met inbegrip van financiële derivaten, alsmede verzekeringen of herverzekeringen te verstrekken die verband houden met de invoer, de aankoop of het vervoer van petrochemische producten die uit Iran afkomstig zijn of die vanuit Iran zijn ingevoerd.

2.   Petrochemische producten zijn de producten in de lijst in bijlage V.

Artikel 14

1.   De verbodsbepalingen in artikel 13 zijn niet van toepassing op:

a)

de uitvoering tot 1 mei 2012 van handelscontracten die zijn gesloten vóór 23 januari 2012, of van aanvullende contracten die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten;

b)

de uitvoering van contracten die zijn gesloten vóór 23 januari 2012, of van aanvullende contracten, inclusief vervoers- of verzekeringscontracten, die nodig zijn voor de uitvoering van deze contracten, indien een contract specifiek erin voorziet dat de levering van Iraanse petrochemische producten of de opbrengst van de levering ervan bedoeld is als betaling van uitstaande bedragen aan personen, entiteiten of lichamen die onder de rechtsmacht van de lidstaten vallen;

c)

de invoer, de aankoop en het vervoer van petrochemische producten die uit Iran zijn uitgevoerd vóór 23 januari 2012, of, indien de uitvoer is geschied overeenkomstig het bepaalde in punt a), op of vóór 1 mei 2012,

mits de persoon, entiteit of lichaam die of dat dit contract wil uitvoeren, de activiteit of transactie ten minste twintig werkdagen vooraf heeft aangemeld bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar hij gevestigd is.

2.   De verbodsbepaling in artikel 13, lid 1, onder d), geldt niet voor het direct of indirect verschaffen, tot 1 mei 2012, van verzekeringen van aansprakelijkheid jegens derden en milieuaansprakelijkheidsverzekeringen en -herverzekeringen.

Artikel 15

1.   Er wordt een verbod ingesteld op:

a)

de verkoop, levering, overdracht of uitvoer, direct of indirect, van goud, edelmetaal en diamanten, als genoemd in bijlage VII, ongeacht of deze van oorsprong uit de Unie zijn, aan de regering van Iran, aan overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen ervan, en aan enige persoon, entiteit of lichaam die of dat namens hen of op hun aanwijzing handelen, of aan entiteiten of lichamen die in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van hen;

b)

de aankoop, invoer of het vervoer van goud, edelmetaal en diamanten, als genoemd in bijlage VII, ongeacht of deze van oorsprong uit Iran zijn, van de regering van Iran, van overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen ervan, en van enige persoon, entiteit of lichaam die of dat namens hen of op hun aanwijzing handelen, of van entiteiten of lichamen die in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van hen; alsmede

c)

de verstrekking, direct of indirect, van technische bijstand of tussenhandeldiensten, financieringsmiddelen of financiële bijstand, in verband met de goederen als bedoeld onder a) en b), aan de regering van Iran, aan overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen ervan, en aan enige persoon, entiteit of lichaam die of dat namens hen of op hun aanwijzing handelen, of aan entiteiten of lichamen die in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van hen.

2.   Bijlage VII omvat goud, edelmetaal en diamanten die vallen onder de verbodsbepalingen van lid 1.

Artikel 16

Er geldt een verbod op de directe of indirecte verkoop, levering, overdracht aan of uitvoer naar of ten behoeve van de Centrale Bank van Iran van nieuwe gedrukte of onuitgegeven Iraanse bankbiljetten en munten.

HOOFDSTUK III

BEPERKINGEN OP DE FINANCIERING VAN BEPAALDE ONDERNEMINGEN

Artikel 17

1.   Het is verboden:

a)

financiële leningen of kredieten aan de in lid 2 bedoelde Iraanse personen, entiteiten of lichamen toe te kennen;

b)

een deelneming in de in lid 2 bedoelde Iraanse personen, entiteiten of lichamen te verwerven of te vergroten;

c)

een joint venture met de in lid 2 bedoelde Iraanse personen, entiteiten of lichamen op te richten.

2.   Het in lid 1 gestelde verbod geldt voor alle Iraanse personen, entiteiten of lichamen die betrokken zijn bij:

a)

de vervaardiging van goederen of technologie genoemd in de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of in bijlage I of II;

b)

de exploratie of de productie van aardolie en aardgas, de raffinage van brandstoffen of de vloeibaarmaking van aardgas; of

c)

de petrochemische industrie.

3.   Uitsluitend voor de toepassing van lid 2, onder b) en c), wordt verstaan onder:

a)   "exploratie van aardolie en aardgas": onder meer de exploratie, de prospectie en het beheer van aardolie- en aardgasreserves, alsmede het leveren van diensten op het gebied van de geologie in verband met deze reserves;

b)   "de productie van aardolie en aardgas": onder meer de bulk-gastransportdiensten met het oog op de doorvoer naar of de levering aan rechtstreeks onderling verbonden netten;

c)   "raffinage": het verwerken, behandelen of marktklaar maken van brandstoffen met het oog op de verkoop aan de eindverbruiker;

d)   "petrochemische industrie": productieinstallaties voor het vervaardigen van de producten in bijlage V.

4.   Het is verboden samenwerking op te zetten met Iraanse personen, entiteiten of lichamen die betrokken zijn bij het transport van aardgas zoals bedoeld in lid 3, onder b).

5.   Voor de toepassing van lid 4 wordt onder "samenwerking" verstaan:

a)

het delen van de investeringskosten, in een geïntegreerde of beheerde toeleveringsketen voor de ontvangst of de levering van aardgas, rechtstreeks van of naar het grondgebied van Iran; alsmede

b)

rechtstreekse samenwerking met het oog op investeringen in fabrieken voor de vloeibaarmaking van aardgas binnen of direct verbonden met het grondgebied van Iran.

Artikel 18

1.   Voor investeringen door middel van transacties in een Iraanse persoon, entiteit of lichaam in de zin van artikel 17, lid 1, die betrokken is bij de fabricage van goederen of technologie als bedoeld in bijlage III is een vergunning vereist van de betrokken bevoegde autoriteit.

2.   De bevoegde autoriteiten verlenen geen toestemming voor de in lid 1 bedoelde transacties, indien zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat deze transactie een bijdrage kan leveren tot een van de volgende activiteiten:

a)

activiteiten van Iran met betrekking tot verrijking of opwerking of met betrekking tot zwaar water;

b)

de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens; of

c)

de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat.

Artikel 19

1.   In afwijking van artikel 17, lid 2, onder a), kunnen de bevoegde autoriteiten op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor investeringen door middel van transacties in de zin van artikel 17, lid 1, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de investering gebeurt voor oogmerken op het gebied van voedsel, landbouw of geneeskundige zorg of voor andere humanitaire doeleinden; en

b)

in gevallen waar de investering wordt gedaan in een Iraanse persoon, entiteit of lichaam die of dat betrokken is bij de fabricage van goederen of technologie die is opgenomen in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime, heeft het Sanctiecomité op voorhand en per individueel geval vastgesteld dat de bedoelde transactie duidelijk geen bijdrage levert tot de ontwikkeling van technologieën voor steun aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten van Iran, noch aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens.

2.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie binnen vier weken in kennis van uit hoofde van dit artikel verleende toestemmingen.

Artikel 20

Artikel 17, lid 2, onder b), is niet van toepassing op de verlening van een financiële lening of een krediet, noch op het verwerven of vergroten van een participatie indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de transactie is vereist bij een overeenkomt of contract gesloten vóór 26 juli 2010; alsmede

b)

de overeenkomst of het contract is ten minste 20 werkdagen vooraf bij de bevoegde autoriteit gemeld.

Artikel 21

Artikel 17, lid 2, onder c), is niet van toepassing op de verlening van een financiële lening of een krediet, noch op het verwerven of vergroten van een participatie indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de transactie is vereist bij een overeenkomt of contract gesloten vóór 23 januari 2012; alsmede

b)

de overeenkomst of het contract is ten minste 20 werkdagen vooraf bij de bevoegde autoriteit gemeld.

Artikel 22

Er geldt een verbod op het accepteren of goedkeuren, door het sluiten van een overeenkomst of op enigerlei andere wijze, dat een financiële lening of krediet wordt verleend aan, een participatie wordt genomen of vergroot in, of een joint venture wordt opgezet met, een of meer Iraanse personen, entiteiten of lichamen, in een onderneming die betrokken is bij een van de volgende activiteiten:

a)

uraniumontginning;

b)

de verrijking en opwerking van uranium;

c)

de fabricage van alle goederen en technologie in de lijsten van de Groep van Nucleaire Exportlanden en het Missile Technology Control Regime.

HOOFDSTUK IV

BEVRIEZEN VAN TEGOEDEN EN ECONOMISCHE MIDDELEN

Artikel 23

1.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de personen, entiteiten en lichamen die in bijlage VIII zijn vermeld, worden bevroren. Bijlage VIII omvat de personen, entiteiten en lichamen die de VN-Veiligheidsraad of het Sanctiecomité hebben aangewezen overeenkomstig punt 12 van Resolutie 1737 (2006), punt 7 van Resolutie 1803 (2008) of de punten 11, 12 of 19 van Resolutie 1929 (2010).

2.   Alle tegoeden en economische middelen die toebehoren aan, eigendom zijn van, in het bezit zijn of onder zeggenschap staan van de personen, entiteiten en lichamen die in bijlage IX zijn vermeld, worden bevroren. Bijlage IX omvat de natuurlijke personen en rechtspersonen, entiteiten en lichamen van wie uit hoofde van artikel 20, lid 1, onder b) en c), van Besluit 2010/413/GBVB van de Raad is vastgesteld dat zij:

a)

betrokken zijn bij, direct verband houden met of steun bieden aan Iraanse proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of de ontwikkeling door Iran van systemen voor de overbrenging van kernwapens, met inbegrip van betrokkenheid bij het verschaffen van verboden goederen en technologie, of eigendom zijn of onder zeggenschap staan van een dergelijke persoon, entiteit of lichaam, ook op onwettige wijze, of optreden namens hen of handelen op hun aanwijzing;

b)

een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn die of dat steun heeft verleend aan een op de lijst geplaatste persoon, entiteit of lichaam om de bepalingen van deze verordening, van Besluit 2010/413/GBVB van de Raad of van UNSCR 1737 (2006), UNSCR 1747 (2007), UNSCR 1803 (2008) en UNSCR 1929 (2010), te omzeilen of te schenden;

c)

een lid zijn van de Iraanse revolutionaire garde of een rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat eigendom is of onder zeggenschap staat van de Iraanse revolutionaire garde of van een of meer leden daarvan, of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die namens hen optreedt;

d)

andere personen, entiteiten of lichamen zijn die steun verlenen aan de regering van Iran, zoals materiële, logistieke of financiële steun, of er banden mede onderhouden;

e)

een rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn die of dat eigendom is of onder zeggenschap staat van de "Islamic Republic of Iran Shipping Lines" (IRISL), of namens deze optreedt.

Krachtens de verplichting tot bevriezing van de tegoeden en economische middelen van de IRISL en van de aangewezen entiteiten die eigendom zijn of onder zeggenschap staan van de IRISL, is het verboden dat in de havens van de lidstaten vracht geladen wordt in en uit schepen die eigendom zijn van of gehuurd worden door de IRISL of dergelijke entiteiten.

De verplichting tot bevriezing van de tegoeden en economische middelen van de IRISL en van aangewezen entiteiten die in eigendom zijn van of onder zeggenschap staan van IRISL, impliceert niet dat vaartuigen die eigendom zijn van dergelijke entiteiten of de lading ervan, in zoverre deze lading eigendom is van derde partijen, in beslag moeten worden genomen of opgebracht, noch dat de bemanning op deze vaartuigen in verzekerde bewaring moet worden genomen.

3.   Er worden geen tegoeden of economische middelen direct of indirect ter beschikking gesteld aan of ten behoeve van de in de bijlagen VIII en IX genoemde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen.

4.   Onverminderd de afwijkingen die zijn toegestaan bij de artikelen 24, 25, 26, 27, 28 of 29, is het verboden gespecialiseerde diensten inzake financieel berichtenverkeer, dat wordt gebruikt met het oog op de uitwisseling van financiële gegevens, te verstrekken aan de natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen die zijn genoemd in de bijlagen VIII en IX.

5.   In de bijlagen VIII en IX worden de redenen vermeld waarom een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst is opgenomen, zoals vastgesteld door de VN-Veiligheidsraad of door het Sanctiecomité.

6.   De bijlagen VIII en IX bevatten verder, wanneer beschikbaar, informatie die nodig is om de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen te kunnen identificeren zoals deze door de Veiligheidsraad of door het Sanctiecomité is verstrekt. Met betrekking tot natuurlijke personen kan die informatie bestaan uit namen, inclusief aliassen, geboortedatum en geboorteplaats, nationaliteit, paspoort- en identiteitskaartnummers, geslacht, adres (indien bekend) en functie of beroep. Met betrekking tot rechtspersonen, entiteiten en lichamen kan die informatie bestaan uit namen, plaats en datum van registratie, registratienummer en plaats van vestiging. Met betrekking tot luchtvaartmaatschappijen en scheepvaartmaatschappijen dienen de bijlagen VIII en IX ook informatie te omvatten, voor zover beschikbaar, om elk vliegtuig of vaartuig te identificeren als behorend tot een op de lijst opgenomen bedrijf, zoals het originele registratienummer of de naam. De bijlagen VIII en IX bevatten ook de datum van aanwijzing.

Artikel 24

1.   In afwijking van artikel 23 kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de tegoeden of economische middelen zijn het voorwerp van een justitieel, administratief of arbitrair retentierecht dat is vastgesteld voor de datum waarop de in artikel 23 bedoelde persoon, entiteit of groep door het Sanctiecomité, de VN-Veiligheidsraad of de Raad van de Europese Unie is aangewezen, of van een justitieel, administratief of arbitrair vonnis dat van vóór die datum dateert;

b)

de tegoeden of economische middelen worden uitsluitend benut om te voldoen aan vorderingen die door een dergelijk retentierecht zijn gewaarborgd of door een dergelijk vonnis geldig zijn verklaard, overeenkomstig de wet- en regelgeving tot vaststelling van de rechten van de personen die titularis zijn van dergelijke vorderingen;

c)

het retentierecht of het justitiële vonnis is niet ten behoeve van een in bijlage VIII of IX genoemde persoon, entiteit of lichaam;

d)

de erkenning van het retentierecht of van het vonnis is niet in strijd met de openbare orde van de betrokken lidstaat; alsmede

e)

indien artikel 23, lid 1, van toepassing is, het retentierecht of het vonnis is door de lidstaat gemeld aan het Sanctiecomité.

Artikel 25

In afwijking van het bepaalde in artikel 23 kunnen, mits een betaling verschuldigd is door een persoon, entiteit of lichaam genoemd in de bijlagen VIII of IX op grond van een contract of overeenkomst die door de betrokken persoon, entiteit of lichaam is gesloten of een verplichting die voor de betrokken persoon, entiteit of lichaam is ontstaan vóór de datum waarop die persoon of entiteit of dat lichaam door het Sanctiecomité, de VN-Veiligheidsraad of de Raad van de Europese Unie was aangewezen, de bevoegde autoriteiten op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)

de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat:

i)

de tegoeden of economische middelen worden gebruikt voor een betaling door een in de bijlagen VIII en IX genoemde persoon, entiteit of lichaam;

ii)

de betaling niet zal bijdragen aan een activiteit die is verboden krachtens deze verordening; en

iii)

de betaling niet in strijd is met artikel 23, lid 3; en

b)

indien artikel 23, lid 1, van toepassing is: de betrokken lidstaat heeft het Sanctiecomité in kennis gesteld van die vaststelling en van zijn voornemen toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité heeft niet binnen tien werkdagen na die kennisgeving bezwaar geuit.

Artikel 26

1.   In afwijking van het bepaalde in artikel 23 kunnen de bevoegde autoriteiten op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen:

i)

noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlagen VIII en IX genoemde personen en de leden van hun gezin die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

ii)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en de vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of

iii)

uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; alsmede

b)

indien de toestemming een persoon, entiteit of lichaam betreft, genoemd in bijlage VIII: de betrokken lidstaat heeft het Sanctiecomité in kennis gesteld van de onder punt a) genoemde vaststelling en van zijn voornemen toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité heeft niet binnen vijf werkdagen na die kennisgeving bezwaar geuit.

2.   In afwijking van artikel 23 kunnen de bevoegde autoriteiten toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor de betaling van buitengewone kosten of voor de betaling voor of overdracht van goederen bestemd voor een lichtwaterreactor in Iran waarvan de bouw is aangevat vóór december 2006, of voor goederen voor de doeleinden als bedoeld in artikel 6, onder b) en c), indien de toestemming een in bijlage VIII genoemde persoon, entiteit of lichaam betreft, de betrokken lidstaat zijn voornemen bij het Sanctiecomité heeft aangemeld en het Sanctiecomité dat voornemen heeft goedgekeurd.

Artikel 27

In afwijking van artikel 23, leden 2 en 3, kunnen de bevoegde autoriteiten op door hen passend geachte voorwaarden de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen toestaan, nadat is vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de officiële doelen van diplomatieke of consulaire missies of internationale organisaties die bescherming genieten op grond van het internationaal recht.

Artikel 28

In afwijking van artikel 23, leden 2 en 3, kunnen de bevoegde autoriteiten ook op door hen passend geachte voorwaarden toestemming verlenen voor:

a)

de beschikbaarstelling van bepaalde middelen aan de Centrale Bank van Iran, na te hebben vastgesteld dat deze middelen noodzakelijk zijn voor de uitvoering, tot 1 juli 2012, van contracten als bedoeld in artikel 12;

b)

de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen van de Centrale Bank van Iran of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan de Centrale Bank van Iran, na te hebben vastgesteld dat deze tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn voor de verstrekking van liquiditeit voor de financiering van de handel aan kredietinstellingen en financiële instellingen, of het aflossen van handesleningen; of

c)

de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen van de Centrale Bank van Iran of de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen aan de Centrale Bank van Iran, na geval per geval te hebben vastgesteld dat deze tegoeden of economische middelen noodzakelijk zijn in verband met een specifiek handelscontract dat niet een van de onder a) bedoelde is, waarbij de Centrale Bank van Iran bij de uitvoering van dat contract betrokken kan zijn, mits de betaling niet zal bijdragen tot een uit hoofde van deze verordening verboden activiteit,

mits de betrokken lidstaat de andere lidstaten en de Commissie ten minste tien werkdagen voordat de toestemming wordt verleend, in kennis heeft gesteld van het voornemen toestemming te verlenen.

Artikel 29

1.   Artikel 23, lid 3, vormt geen beletsel voor de creditering van bevroren rekeningen door financiële instellingen of kredietinstellingen die tegoeden ontvangen die naar de rekening van een op de lijst voorkomende natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam zijn overgemaakt, op voorwaarde dat de bijgeboekte bedragen eveneens worden bevroren. De financiële instelling of kredietinstelling brengt de bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van dergelijke verrichtingen.

2.   Artikel 23, lid 3, is niet van toepassing op de bijboeking op bevroren rekeningen van:

a)

interesten of andere inkomsten op die rekeningen; of

b)

betalingen die verschuldigd zijn op grond van contracten of overeenkomsten die zijn gesloten of verplichtingen die zijn ontstaan vóór de datum waarop de in artikel 23 bedoelde persoon, entiteit of groep door het Sanctiecomité, de VN-Veiligheidsraad of de Raad van de Europese Unie is aangewezen;

op voorwaarde dat deze rente of andere inkomsten en betalingen overeenkomstig artikel 23, lid 1 of 2, worden bevroren.

3.   Dit artikel moet niet worden geïnterpreteerd als toestemming voor de geldovermaking als bedoeld in artikel 30.

HOOFDSTUK V

BEPERKINGEN OP GELDOVERMAKINGEN EN OP FINANCIËLE DIENSTEN

Artikel 30

1.   Geldovermakingen van en naar een Iraanse persoon, entiteit of lichaam worden verwerkt als volgt:

a)

geldovermakingen die verschuldigd zijn uit hoofde van transacties met betrekking tot voedsel, gezondheidszorg, medische uitrusting of humanitaire doeleinden worden verricht zonder voorafgaande toestemming; de overdracht wordt op voorhand schriftelijk gemeld bij de bevoegde autoriteiten indien het bedrag 10 000 euro of meer bedraagt;

b)

alle overige overmakingen ten bedrage van minder dan 40 000 euro worden zonder voorafgaande toestemming verricht; de overmaking wordt op voorhand schriftelijk gemeld bij de bevoegde autoriteiten indien het bedrag 10 000 euro of meer bedraagt;

c)

voor alle overige overmakingen van 40 000 euro of meer is een voorafgaande toestemming nodig van de bevoegde autoriteiten.

2.   Lid 1 is van kracht ongeacht of de overmaking van kapitaal in één enkele operatie wordt gedaan of in verschillende operaties die aan elkaar gekoppeld lijken te zijn. Voor de toepassing van dit artikel omvatten "operaties die aan elkaar gekoppeld lijken te zijn":

i)

een reeks van opeenvolgende overmakingen van of aan dezelfde Iraanse persoon, entiteit of lichaam die betrekking hebben op één enkele verplichting tot geldovermaking, en waarbij elke individuele overmaking onder een van de in lid 1 genoemde drempels blijft, maar bij elkaar opgeteld deze overmakingen wel onder de criteria voor kennisgeving of vergunning vallen; of

ii)

een reeks overmakingen door verschillende betalingsdienstaanbieders of natuurlijke of rechtspersonen die één enkele verplichting vormt tot geldovermaking.

3.   De meldingen en verzoeken om toestemming voor geldovermakingen worden als volgt behandeld:

a)

In het geval van de elektronische door krediet- of financiële instellingen verwerkte overmaking van tegoeden, worden de meldingen en verzoeken om toestemming voor overmakingen van tegoeden verwerkt als volgt:

i)

De meldingen en verzoeken om toestemming voor overmakingen van tegoeden naar een Iraanse persoon, entiteit of lichaam die zich buiten de Unie bevindt, worden door of namens de betalingsdienstaanbieder van de betaler gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de oorspronkelijke opdracht tot het verrichten van de overmaking is gegeven.

ii)

De meldingen en verzoeken om vergunning voor overmakingen van tegoeden van een Iraanse persoon, entiteit of lichaam die zich buiten de Unie bevindt, worden door of namens de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de begunstigde of de betalingsdienstaanbieder is gevestigd.

iii)

Indien de betalingsdienstaanbieder van de betaler of de begunstigde niet onder artikel 49 valt, worden meldingen en verzoeken om toestemming door de betaler (in het geval van een overmaking naar een persoon, entiteit of lichaam uit Iran) of de begunstigde (in het geval van een overmaking door een persoon, entiteit of lichaam uit Iran) gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de begunstigde of de betaler is gevestigd.

iv)

De meldingen en verzoeken om toestemming voor geldovermakingen naar een Iraanse persoon, entiteit of lichaam binnen de Unie worden door of namens de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de begunstigde woonachtig is of waar de betalingsdienstaanbieder is gevestigd.

v)

De meldingen en verzoeken om toestemming voor geldovermakingen van een Iraanse persoon, entiteit of lichaam binnen de Unie worden door of namens de betalingsdienstaanbieder van degene die betaalt gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar de initiële opdracht tot het uitvoeren van de overdracht gegeven wordt.

vi)

Met betrekking tot een geldovermaking van of naar een Iraanse persoon, entiteit of lichaam, waarbij geen van de betalers, begunstigden of hun respectieve betalingsdienstaanbieders onder artikel 49 vallen, maar waarbij een betalingsdienstaanbieder als tussenpersoon fungeert die wel onder artikel 50 valt, moet deze betalingsdienstaanbieder zich houden aan de verplichting tot kennisgeving of verzoeken om toestemming, naargelang van het geval, indien hij weet of gegronde redenen heeft om aan te nemen dat de overmaking afkomstig is van of bestemd is voor een Iraanse persoon, entiteit of lichaam. Indien meer dan één betalingsdienstaanbieder als tussenpersoon fungeert, is alleen de eerste betalingsdienstaanbieder die de overmaking verricht verplicht tot kennisgeving of verzoek om toestemming, naargelang van het geval. Elke kennisgeving of verzoek om toestemming dient te worden gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de betalingsdienstaanbieder is gevestigd.

vii)

Indien meer dan één betalingsdienstaanbieder betrokken is bij een reeks geldovermakingen die aan elkaar gekoppeld zijn, moeten de overmakingen binnen de Unie een verwijzing bevatten naar de toestemming die is verleend uit hoofde van dit artikel.

b)

In het geval van de overdracht van tegoeden die tot stand worden gebracht langs niet-elektronische weg, worden de meldingen en verzoeken om toestemming voor overmakingen van tegoeden verwerkt als volgt:

i)

De meldingen en verzoeken om toestemming voor geldovermakingen naar een Iraanse persoon, entiteit of lichaam worden door degene die betaalt gericht aan de bevoegde autoriteiten waar degene die betaalt woonachtig is.

ii)

De meldingen en verzoeken om toestemming voor geldovermakingen van een Iraanse persoon, entiteit of lichaam worden door de begunstigde gericht aan de bevoegde autoriteiten waar de begunstigde woonachtig is.

4.   Voor de toepassing van lid 1, onder c), geven de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op door hen passend geachte voorwaarden toestemming voor een overmaking voor een waarde van 40 000 euro of meer, tenzij zij redelijke gronden hebben om vast te stellen dat de overmaking waarvoor deze toestemming wordt aangevraagd, een inbreuk zou kunnen vormen op de verbodsbepalingen of verplichtingen in deze verordening.

Een bevoegde autoriteit kan kosten voor de behandeling van een verzoek om toestemming in rekening brengen.

Een toestemming wordt geacht te zijn verleend indien de bevoegde autoriteit schriftelijk om deze toestemming is verzocht, en zij binnen vier weken geen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt tegen de geldovermaking. Indien het bezwaar wordt gemaakt omdat het onderzoek nog loopt, vermeldt de bevoegde autoriteit deze omstandigheid en deelt zij haar besluit onverwijld mede. De bevoegde autoriteit wordt op tijdelijke basis direct of indirect toegang verleend tot de informatie die voor het onderzoek nodig is op financieel en administratief gebied en inzake rechtshandhaving.

De desbetreffende lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke toestemming die wordt geweigerd.

5.   Dit artikel is niet van toepassing indien de toestemming is verleend overeenkomstig de artikelen 24, 25, 26, 27 of 28.

6.   Personen, entiteiten of lichamen die slechts papieren documenten in elektronische vorm omzetten en op contractbasis werkzaam zijn bij een kredietinstelling of een financiële instelling vallen niet onder de werkingssfeer van dit artikel, evenmin als natuurlijke personen of rechtspersonen, entiteiten of lichamen die kredietinstellingen of financiële instellingen uitsluitend voorzien van een boodschap of andere supportsystemen voor overdracht van fondsen of van clearing- en settlementsystemen.

Artikel 31

1.   De bijkantoren en dochtermaatschappijen van kredietinstellingen en financiële instellingen die in Iran zijn gevestigd en die onder artikel 50 vallen, stellen de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, binnen vijf werkdagen in kennis van elke verrichte of ontvangen geldovermaking, alsook van de naam van de partijen en het bedrag en de datum van de transactie. Indien de informatie voorhanden is, wordt in de aangifte vermeld om welke soort transactie het gaat en, in voorkomend geval, op welke soort goederen de transactie betrekking heeft en, in het bijzonder, of op de goederen de bijlage I, II, III, IV, V, VI of VII bij onderhavige verordening van toepassing is, en voor goederen waarvoor een uitvoervergunning vereist is, het nummer van de vergunning.

2.   Onverminderd de voorgeschreven wijze waarop informatie wordt uitgewisseld, worden de gegevens, om mogelijke transacties te voorkomen die kunnen bijdragen aan proliferatiegevoelige nucleaire activiteiten of aan de ontwikkeling van systemen voor de overbrenging van kernwapens, door de in kennis gestelde bevoegde autoriteiten onverwijld medegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten waar de wederpartijen bij de verrichtingen zijn gevestigd.

Artikel 32

1.   Kredietinstellingen en financiële instellingen dienen bij verrichtingen met de in lid 2 bedoelde entiteiten met het oog op het voorkomen van inbreuken op de bepalingen van deze verordening, grotere waakzaamheid als volgt in acht te nemen:

a)

zij betrachten voortdurende waakzaamheid op boekhoudkundig gebied, onder meer door middel van hun programma's voor klantenonderzoek;

b)

zij eisen dat bij betaalopdrachten alle informatievelden zijn ingevuld die betrekking hebben op de opdrachtgever en de begunstigde van de betrokken transactie; indien deze informatie niet is verstrekt, moet de transactie worden geweigerd;

c)

zij bewaren alle transactiedocumenten gedurende vijf jaar en leggen deze op verzoek aan de nationale autoriteiten over;

d)

indien zij redelijke gronden hebben om te vermoeden dat de activiteiten met kredietinstellingen en financiële instellingen een inbreuk kunnen vormen op de bepalingen van deze verordening, melden zij dit terstond bij de financiële-inlichtingeneenheid (FIE) of een andere door de betrokken lidstaat aangewezen bevoegde instantie, onverminderd de artikelen 5 en 23. De FIE of een andere bevoegde autoriteit fungeert als nationaal centrum voor de ontvangst en analyse van gemelde verdachte transacties met betrekking tot mogelijke inbreuken op deze verordening. De FIE of de andere bevoegde instantie heeft snel, direct of indirect, toegang tot de financiële, administratieve en rechtshandhavingsinformatie die zij nodig heeft om deze taak, met inbegrip van de analyse van gemelde verdachte transacties, naar behoren te vervullen.

2.   De in lid 1 bedoelde maatregelen zijn van toepassing op financiële instellingen die transacties uitvoeren met:

a)

wisselkantoren, kredietinstellingen en financiële instellingen die gevestigd zijn in Iran;

b)

onder artikel 49 vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen en wisselkantoren;

c)

niet onder artikel 49 vallende bijkantoren en dochtermaatschappijen van in Iran gevestigde kredietinstellingen en financiële instellingen en wisselkantoren; alsmede

d)

wisselkantoren, kredietinstellingen en financiële instellingen die niet in Iran gevestigd zijn maar wel onder zeggenschap van in Iran gevestigde personen en entiteiten staan.

Artikel 33

1.   Voor kredietinstellingen en financiële instellingen die vallen onder artikel 49, is het verboden:

a)

een nieuwe bankrekening te openen bij een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, of bij een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 32, lid 2;

b)

een nieuwe correspondentbankrelatie aan te gaan met een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, of met een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 32, lid 2;

c)

een nieuwe vertegenwoordiging in Iran te openen of een bijkantoor of dochtermaatschappij in Iran op te richten;

d)

een nieuwe joint venture op te richten bij een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, of bij een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 32, lid 2.

2.   Er wordt een verbod ingesteld op:

a)

het toestaan van de opening van een vertegenwoordiging of van de oprichting van een bijkantoor of dochtermaatschappij in de Unie van een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, of van een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 32, lid 2;

b)

het sluiten van overeenkomsten voor of namens een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, of voor of namens een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 32, lid 2, die betrekking hebben op het openen van een vertegenwoordiging of de oprichting van een bijkantoor of dochtermaatschappij in de Unie;

c)

het verlenen van een vergunning voor het aanvangen en de uitoefening van werkzaamheden voor een kredietinstelling of van enige andere werkzaamheid waarvoor een voorafgaande toestemming vereist is, door een vertegenwoordiging, bijkantoor of dochtermaatschappij van een kredietinstelling of financiële instelling gevestigd in Iran, of door een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 32, lid 2, indien het vertegenwoordiging, bijkantoor of de dochtermaatschappij niet actief was vóór 26 juli 2010;

d)

het verwerven dan wel vergroten van een deelneming, of het verwerven van enig ander eigendomsrecht in een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 50 door een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 32, lid 2.

Artikel 34

Er wordt een verbod ingesteld op:

a)

de verkoop of aankoop van overheidsobligaties of door de overheid gegarandeerde obligaties die zijn uitgegeven na 26 juli 2010, direct of indirect, aan of van een van de volgende instanties:

i)

Iran of de Iraanse regering, overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen;

ii)

een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, of een kredietinstelling of financiële instelling als bedoeld in artikel 32, lid 2;

iii)

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam handelend namens of op aanwijzing van een rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder i) of ii);

iv)

een rechtspersoon, entiteit of lichaam die of dat eigendom is van of onder zeggenschap staat van een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder i), ii) of iii);

b)

het verlenen van tussenhandeldiensten met betrekking tot overheidsobligaties of door de overheid gegarandeerde obligaties die zijn uitgegeven na 26 juli 2010 aan een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder a);

c)

het verlenen van steun aan een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder a) met het oog op het uitgeven van overheidsobligaties of door de overheid gegarandeerde obligaties, door het verlenen van tussenhandeldiensten, advertering of enige andere dienstverlening met betrekking tot deze obligaties.

Artikel 35

1.   Er geldt een verbod op de verschaffing van verzekeringen of herverzekeringen, met inbegrip van het organiseren of bemiddelen van de verschaffing van verzekeringen of herverzekeringen, aan:

a)

Iran of de Iraanse regering, overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen;

b)

een Iraanse persoon, entiteit of lichaam anders dan een natuurlijke persoon; of

c)

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam handelend namens of op aanwijzing van een rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder a) of b).

2.   Lid 1, onder a) en b), is niet van toepassing op het verstrekken van een verplichte (her)verzekering of een aansprakelijkheids(her)verzekering jegens derden aan in de Unie gevestigde Iraanse personen, entiteiten en lichamen of op het verrichten van tussenhandeldiensten die daarop betrekking hebben, noch op het verstrekken van een verzekering aan in de Unie gevestigde Iraanse diplomatieke of consulaire missies.

3.   Lid 1, onder c), is niet van toepassing op het verstrekken van verzekeringen, waaronder ziektekosten- en reis(her)verzekeringen, aan personen die als particulier handelen, met uitzondering van de op de lijst van de bijlagen VIII en IX opgenomen personen, noch op de daarop betrekking hebbende tussenhandeldiensten.

Lid 1, onder c), laat onverlet dat verzekeringen of herverzekeringen of daarop betrekking hebbende tussenhandeldiensten kunnen worden verstrekt aan de eigenaar van een vaar-, vlieg- of voertuig dat gehuurd wordt door een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld in lid 1, onder a) en b).

Voor de toepassing van lid 1, onder c), wordt een persoon, entiteit of lichaam geacht niet te handelen op aanwijzing van een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld in lid 1, onder a) en b), indien deze aanwijzing bedoeld is voor het aanleggen, het laden en lossen of de veilige doorreis van een vaar- of vliegtuig dat zich tijdelijk in de Iraanse wateren of het Iraanse luchtruim bevindt.

4.   Bij dit artikel wordt de uitbreiding of verlenging verboden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten die zijn gesloten vóór 27 oktober 2010, maar niet de naleving van overeenkomsten die vóór die datum zijn gesloten, mits daarbij het bepaalde in artikel 23, lid 3, onverlet blijft.

HOOFDSTUK VI

BEPERKINGEN OP VERVOER

Artikel 36

1.   Teneinde de overdracht te voorkomen van goederen en technologie die vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen of waarvan de levering, verkoop, overdracht, uitvoer of invoer bij deze verordening is verboden, verstrekt de persoon die de in lid 2 van dit artikel bedoelde informatie overlegt, een verklaring waaruit blijkt dat de goederen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen dan wel onder deze verordening vallen alsmede, indien voor de uitvoer van die goederen een vergunning nodig is, nadere bijzonderheden over de verleende uitvoervergunning, zulks in aanvulling op de verplichting om voor aankomst respectievelijk vertrek aan de bevoegde douaneautoriteiten informatie te verstrekken, zoals vastgesteld in de bepalingen inzake summiere aangiften bij binnenkomst en bij uitgang en inzake douaneaangiften, opgenomen in Verordening (EEG) nr. 2913/92 (21) en in Verordening (EEG) nr. 2454/93 (22).

2.   De vereiste aanvullende gegevens als bedoeld in dit artikel worden al naar het geval schriftelijk dan wel middels een douaneaangifte verstrekt.

Artikel 37

1.   De verlening van bunker- of leveringsdiensten of van andere diensten aan vaartuigen die eigendom zijn van of direct of indirect onder zeggenschap staan van een Iraanse persoon, entiteit of lichaam, is verboden indien de dienstverleners beschikken over informatie, onder meer van de bevoegde douaneautoriteiten op basis van de in artikel 36 bedoelde, voor de aankomst dan wel voor het vertrek verstrekte informatie, op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat deze schepen voorwerpen vervoeren die vallen onder de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, of waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens deze verordening verboden is, tenzij de levering van dergelijke diensten nodig is voor humanitaire en veiligheidsdoeleinden.

2.   De verlening van technische en onderhoudsdiensten aan vrachtvliegtuigen die de eigendom zijn van of direct of indirect onder zeggenschap staan van een Iraanse persoon, entiteit of lichaam, is verboden indien de dienstverleners beschikken over informatie, onder meer van de bevoegde douaneautoriteiten op basis van de in artikel 36 bedoelde, voor de aankomst dan wel voor het vertrek verstrekte informatie, op grond waarvan een redelijk vermoeden bestaat dat deze vliegtuigen voorwerpen vervoeren die voorkomen op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen, of waarvan de levering, verkoop, overbrenging of uitvoer krachtens deze verordening verboden is, tenzij de levering van dergelijke diensten nodig is voor humanitaire en veiligheidsdoeleinden.

3.   De verbodsbepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel zijn van toepassing tot de lading is geïnspecteerd, en, zo nodig, in beslag genomen of vernietigd, naargelang van het geval.

Inbeslagneming of vernietiging kan overeenkomstig de nationale wetgeving of een beslissing van een bevoegde autoriteit worden uitgevoerd voor rekening van de importeur, of worden ingevorderd van iedere persoon of entiteit die aansprakelijk is voor de poging tot illegale levering, verkoop, overdracht of uitvoer.

HOOFDSTUK VII

ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 38

1.   Vorderingen in verband met contracten of andere transacties aan de uitvoering waarvan, direct of indirect, geheel of gedeeltelijk, afbreuk is gedaan door de maatregelen die uit hoofde van onderhavige verordening zijn ingesteld, met inbegrip van vorderingen tot schadeloosstelling of soortgelijke vorderingen, zoals een vordering tot schuldvergelijking of een garantievordering, met name een vordering tot verlenging of uitbetaling van een obligatie, garantie of contragarantie, met name een financiële garantie of contragarantie, ongeacht de vorm hiervan, zullen niet worden toegewezen indien deze vorderingen worden ingesteld door:

a)

aangewezen personen, entiteiten of lichamen die zijn opgesomd in de bijlagen VIII en IX;

b)

een Iraanse persoon, entiteit of lichaam, de Iraanse regering daaronder begrepen;

c)

een persoon, entiteit of lichaam, handelend voor rekening of ten behoeve van een van de onder a) en b) bedoelde personen, entiteiten of lichamen.

2.   De bij deze verordening ingestelde maatregelen worden geacht afbreuk te doen aan de uitvoering van een contract of een transactie, indien het bestaan of de inhoud van de vordering rechtstreeks of zijdelings uit deze maatregelen voorvloeit.

3.   In de procedure waartoe een vordering aanleiding geeft, wordt het bewijs dat de vordering niet op grond van lid 1 hoort te worden afgewezen, door de eiser geleverd.

4.   Dit artikel geldt onverminderd het recht van de personen, entiteiten en lichamen die in lid 1 worden genoemd, op toetsing door de rechter van de rechtmatigheid van de niet-nakoming van de contractuele verplichtingen in overeenstemming met onderhavige verordening.

Artikel 39

Voor de toepassing van de artikelen 8 en 9, artikel 17, lid 2, onder b), en de artikelen 30 en 35 wordt een lichaam, entiteit of rechthebbende dat of die is ontstaan bij een oorspronkelijke gunning, vóór 27 oktober 2010, van een productieverdelingsovereenkomst door een andere soevereine regering dan die van Iran, niet beschouwd als een Iraanse persoon, lichaam of entiteit. Wat artikel 8 betreft kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat in dergelijke gevallen eisen dat een lichaam of entiteit ten aanzien van de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van in bijlage VI genoemde essentiële uitrusting of technologie passende garanties verstrekt ten aanzien van de eindgebruiker.

Artikel 40

1.   Onverminderd de geldende voorschriften inzake rapportage, vertrouwelijkheid en beroepsgeheim zijn natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten en lichamen verplicht:

a)

alle informatie die de naleving van deze verordening vergemakkelijkt, zoals informatie in verband met rekeningen en bedragen die overeenkomstig artikel 23 zijn bevroren, onverwijld te verstrekken aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun woonplaats hebben of gevestigd zijn, en deze informatie, direct of via deze bevoegde autoriteiten, aan de Commissie te doen toekomen;

b)

samen te werken met de bevoegde autoriteiten bij de verificatie van deze informatie.

2.   Alle rechtstreeks door de Commissie ontvangen aanvullende informatie wordt ter beschikking gesteld van de betrokken lidstaat.

3.   Overeenkomstig dit artikel verstrekte en ontvangen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor de informatie is verstrekt of ontvangen.

Artikel 41

Het is verboden bewust en opzettelijk deel te nemen aan activiteiten die ertoe strekken of tot gevolg hebben de in de artikelen 2, 5, 8, 9, 11, 13, 17, 22, 23, 30, 34 of 35 bedoelde maatregelen te omzeilen.

Artikel 42

1.   De bevriezing van tegoeden of economische middelen of de weigering om tegoeden of economische middelen beschikbaar te stellen, die plaatsvindt in het vertrouwen dat die maatregel in overeenstemming met deze verordening is, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon of de entiteit die, dan wel het lichaam dat die maatregel uitvoert, of van de directeuren of werknemers daarvan, tenzij het bewijs wordt geleverd dat de tegoeden en economische middelen als gevolg van nalatigheid zijn bevroren of ingehouden.

2.   De verbodsbepalingen in deze verordening geven geen aanleiding tot aansprakelijkheid van de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen, indien deze niet wisten en geen gegronde reden hadden om te vermoeden dat hun acties een inbreuk zouden vormen op deze verboden.

3.   Het te goeder trouw verstrekken, in de zin van de artikelen 30, 31 en 32, van de in de artikelen 30, 31 en 32 bedoelde inlichtingen, door een persoon, entiteit of lichaam die of dat onder deze verordening valt, dan wel door een werknemer of een lid van de leiding daarvan, geeft geen aanleiding tot enigerlei aansprakelijkheid van de persoon, entiteit of het lichaam, dan wel de werknemers of de leiding.

Artikel 43

1.   De lidstaten mogen alle maatregelen nemen die zij noodzakelijk achten om ervoor te zorgen dat toepasselijke internationale, EU- of nationale wettelijke verplichtingen inzake gezondheid en veiligheid van werknemers en bescherming van het milieu worden nageleefd wanneer de uitvoering van deze verordening van invloed is op de samenwerking met een Iraanse persoon, entiteit of lichaam.

2.   De verbodsbepalingen als bedoeld in de artikelen 8 en 9, artikel 17, lid 2, onder b), artikel 23, lid 2, en de artikelen 30 en 35, zijn niet van toepassing op de krachtens lid 1 genomen maatregelen.

3.   De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie ten minste tien werkdagen voordat de toestemming wordt verleend, in kennis van de in lid 1 genoemde vaststelling en van het voornemen toestemming te verlenen.

Artikel 44

1.   De Commissie en de lidstaten stellen elkaar om de drie maanden in kennis van de maatregelen die uit hoofde van deze verordening worden genomen en verstrekken elkaar alle relevante informatie waarover zij beschikken in verband met deze verordening, met name

a)

met betrekking tot middelen die zijn bevroren krachtens artikel 23 en toestemmingen die zijn verleend krachtens de artikelen 24, 25, 26 en 27;

b)

informatie over schendingen en problemen bij het toezicht op de naleving en vonnissen van nationale rechtbanken.

2.   De lidstaten stellen elkaar en de Commissie onverwijld in kennis van alle andere relevante informatie waarover zij beschikken die de doeltreffende tenuitvoerlegging van deze verordening kan betreffen.

Artikel 45

De Commissie:

a)

wijzigt bijlage II op basis van de vaststellingen van het Sanctiecomité of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties of op basis van door de lidstaten verstrekte informatie;

b)

wijzigt de bijlagen III, IV, V, VI, VII en X op basis van door de lidstaten verstrekte informatie.

Artikel 46

1.   Wanneer de Verenigde Naties of het Sanctiecomité een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam op de lijst plaatst, neemt de Raad die natuurlijke persoon of rechtspersoon, die entiteit of dat lichaam op in bijlage VIII.

2.   Indien de Raad besluit een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam aan de in artikel 23, leden 2 en 3, bedoelde maatregelen te onderwerpen, wijzigt hij bijlage IX dienovereenkomstig.

3.   De Raad stelt de in de leden 1 en 2 bedoelde natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen in kennis van zijn besluit, hetzij rechtstreeks, indien het adres bekend is, hetzij door een kennisgeving te publiceren, zodat de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, entiteiten of lichamen daarover opmerkingen kunnen indienen.

4.   Indien er opmerkingen worden ingediend of belangrijk nieuw bewijsmateriaal wordt overgelegd, heroverweegt de Raad zijn besluit en stelt hij de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de entiteit of het lichaam van het resultaat in kennis.

5.   Indien de Verenigde Naties besluiten een natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam van de lijst te schrappen, of de identificatiegegevens van een op de lijst geplaatste natuurlijke persoon, rechtspersoon, entiteit of lichaam te wijzigen, past de Raad bijlage VIII dienovereenkomstig aan.

6.   De lijst in bijlage IX wordt regelmatig, en ten minste om de 12 maanden, opnieuw bezien.

Artikel 47

1.   De lidstaten stellen de voorschriften vast betreffende de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om te waarborgen dat zij ten uitvoer worden gelegd. De aldus vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2.   De lidstaten delen deze voorschriften na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mee aan de Commissie en melden alle latere wijzigingen ervan.

Artikel 48

1.   De lidstaten wijzen de in deze verordening bedoelde bevoegde autoriteiten aan en identificeren hen op de in bijlage X vermelde websites. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van de in bijlage X genoemde internetsites.

2.   De lidstaten delen de Commissie na de inwerkingtreding van deze verordening onverwijld mede wie hun bevoegde autoriteiten zijn en hoe deze kunnen worden bereikt, en delen haar alle latere wijzigingen mede.

3.   Waar deze verordening een meldingsplicht bepaalt, of van de verplichting de Commissie te informeren of op een andere wijze met haar te communiceren, wordt daartoe gebruik gemaakt van het adres en de andere contactgegevens die zijn vermeld in bijlage X.

Artikel 49

Deze verordening is van toepassing:

a)

op het grondgebied van de Unie, met inbegrip van haar luchtruim;

b)

aan boord van vliegtuigen of vaartuigen die onder de rechtsmacht van een lidstaat vallen;

c)

op alle zich op of buiten het grondgebied van de Unie bevindende personen die onderdaan van een lidstaat zijn;

d)

op alle volgens het recht van een lidstaat erkende of opgerichte rechtspersonen, entiteiten of lichamen, binnen of buiten het grondgebied van de Unie;

e)

op alle rechtspersonen, entiteiten of lichamen ten aanzien van alle geheel of gedeeltelijk binnen de Unie verrichte zakelijke transacties.

Artikel 50

Verordening (EU) nr. 961/2010 wordt ingetrokken. Verwijzingen naar de ingetrokken verordening worden beschouwd als verwijzingen naar deze verordening.

Artikel 51

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 23 maart 2012.

Voor de Raad

De voorzitster

C. ASHTON


(1)  PB L 19 van 24.1.2012, blz. 22.

(2)  PB L 281 van 27.10.2010, blz. 1.

(3)  PB L 195 van 27.7.2010, blz. 39.

(4)  PB L 134 van 29.5.2009, blz. 1.

(5)  PB L 345 van 8.12.2006, blz. 1.

(6)  PB L 309 van 25.11.2005, blz. 15.

(7)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(8)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(9)  PB L 100 van 14.4.2011, blz. 1.

(10)  PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1.

(11)  PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(12)  PB L 177 van 30.6.2006, blz. 1.

(13)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(14)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.

(15)  PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1.

(16)  PB L 145 van 30.4.2004, blz. 1.

(17)  PB L 9 van 15.1.2003, blz. 3.

(18)  PB L 319 van 5.12.2007, blz. 1.

(19)  PB C 69 van 18.3.2010, blz. 19.

(20)  PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1.

(21)  PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1.

(22)  PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1.


BIJLAGE I

DEEL A

Goederen en technologie als bedoeld in artikel 2, leden 1, 2 en 4, artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 1, artikel 6, artikel 8, lid 4, artikel 17, lid 2, en artikel 31, lid 1

Deze bijlage omvat alle goederen en technologie die zijn vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009, als daarin gedefinieerd, behalve het volgende:

Item uit bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

Omschrijving

5A002

"Informatiebeveiligings"-systemen en -apparatuur, en onderdelen daarvoor, als hieronder:

a.

systemen, apparatuur, voor specifieke toepassingen bestemde "samenstellingen", modulen of geïntegreerde schakelingen ten behoeve van "informatiebeveiliging", als hieronder, en andere speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

Aantekening:

Zie 7A005 voor de embargostatus van satellietontvangers voor wereldwijde navigatiesystemen met of gebruikmakend van ontcijfering (GPS of GLONASS).

1.

ontworpen of aangepast voor het hanteren van "cryptografie" met gebruikmaking van digitale technieken ter uitvoering van cryptografische functies, met uitzondering van authentificatie en digitale handtekening, met behulp van:

1.

Onder authentificatie- en digitalehandtekeningfuncties valt ook de daarmee samenhangende sleutelbeheersfunctie.

2.

Onder authentificatie vallen alle aspecten van toegangscontrole waarbij geen encryptie van bestanden of tekst betrokken is, behalve wanneer deze rechtstreeks verband houdt met de bescherming van wachtwoorden, persoonlijke identificatienummers (PIN-codes) of vergelijkbare informatie ter voorkoming van toegang zonder toestemming.

3.

Tot "cryptografie" worden niet gerekend: technieken van "vaste" gegevenscomprimering of -codering.

Aantekening:

5A002.a.1. is ook van toepassing op apparatuur die is ontworpen of aangepast voor het gebruik van "cryptografie" op grond van analoge principes, wanneer deze met behulp van digitale technieken worden toegepast.

a.

een "symmetrisch algoritme" met een sleutellengte van meer dan 56 bits; of

b.

een "asymmetrisch algoritme" waarvan de beveiliging wordt gewaarborgd door:

1.

ontbinding van gehele getallen van meer dan 512 bits (bv. RSA);

2.

berekening van discrete logaritmen in een groep van een eindig veld met een grootte van meer dan 512 bits (bv. Diffie-Hellman over Z/pZ); of

3.

discrete logaritmen in een andere dan de in 5A002.a.1.b.2 genoemde groepen van meer dan 112 bits (bv. Diffie-Hellman over een elliptische curve).

5D002

"Programmatuur" als hieronder:

a.

"programmatuur", speciaal ontworpen of aangepast voor het "gebruik" van apparatuur bedoeld in 5A002.a.1 of van "programmatuur" bedoeld in 5D002.c.1;

specifieke "programmatuur", als hieronder:

1.

"specifieke programmatuur" die de kenmerken heeft of de functies uitoefent of simuleert van de apparatuur, bedoeld in 5A002.a.1.

Aantekening:

De onderstaande "programmatuur" is niet bedoeld in 5D002:

a.

"programmatuur" noodzakelijk voor het "gebruik" van apparatuur die krachtens de noot bij 5A002 niet onder embargo valt;

b.

"programmatuur" die een of meer van de functies verschaft van apparatuur die krachtens de opmerking bij 5A002 niet onder embargo valt.

5E002

"Technologie" overeenkomstig de algemene technologieopmerking voor het "gebruik" van apparatuur bedoeld in 5A002.a.1 of "programmatuur" bedoeld in 5D002.a of 5D002.c.1 van deze lijst.

DEEL B

Artikel 6 is van toepassing op de volgende goederen:

Item uit bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

Omschrijving

0A001

"Kernreactoren" en speciaal ontworpen en gebouwde uitrusting en onderdelen ervan, als hieronder:

a.

"kernreactoren";

b.

metalen vaten, of belangrijke speciaal vervaardigde onderdelen ervan, met inbegrip van het deksel van een reactordrukvat, die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd als omhulsel van de kern van een "kernreactor";

c.

bedieningsapparatuur, speciaal ontworpen of vervaardigd om splijtstof in een "kernreactor" aan- of af te voeren;

d.

regelstaven, d.w.z. staven die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor de beheersing van het splijtingsproces in een "kernreactor", de draag- of ophangconstructies daarvoor, mechanismen voor het besturen van de regelstaven en buizen voor het geleiden van de regelstaven;

e.

drukpijpen, d.w.z. buizen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd om dienst te doen als houder van de splijtstofelementen en het primaire koelmiddel in een "kernreactor" bij een werkdruk van meer dan 5,1 MPa;

f.

zirkoniummetaal en legeringen in de vorm van buizen of samenstellen van buizen waarin de gewichtsverhouding tussen hafnium en zirkonium minder is dan 1:500, speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in een "kernreactor";

g.

koelpompen, d.w.z. pompen die speciaal zijn ontworpen of vervaardigd voor het doen circuleren van het primaire koelmiddel van "kernreactoren";

h.

"inwendige delen van kernreactoren" die speciaal ontworpen of vervaardigd zijn voor gebruik in een "kernreactor", met inbegrip van draagconstructies voor de reactorkern, brandstofkanalen, hitteschilden, keerschotten, roosterplaten van de reactorkern en diffusorplaten;

Aantekening:

In 0A.001.h. wordt onder 'inwendige delen van kernreactoren' verstaan iedere grote structuur binnen een reactorvat die één of meer functies heeft, zoals ondersteuning van de kern, handhaving van de splijtstofafstelling, sturing van het primaire koelmiddel, het verschaffen van stralingsschermen voor het reactorvat, en de besturing van instrumentatie in de kern.

i.

warmtewisselaars (stoomgeneratoren), speciaal ontworpen of vervaardigd voor gebruik in het primaire koelmiddelcircuit van een "kernreactor";

j.

instrumenten voor neutronenwaarneming en -meting, speciaal ontworpen of vervaardigd voor het bepalen van de niveaus van de neutronenflux in de kern van een "kernreactor".

0C002

Lichtverrijkt uranium in de zin van 0C002, verwerkt in geassembleerde splijtstofelementen.


BIJLAGE II

Goederen en technologie als bedoeld in artikel 2, leden 1, 2 en 4, artikel 3, lid 3, artikel 5, lid 1, artikel 8, lid 4, artikel 17, lid 2, artikel 31, lid 1, en artikel 45

INLEIDING

1.

Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom "Beschrijving" naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

2.

Een referentienummer in de kolom "Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009" houdt in dat de kenmerken van het in de kolom "Beschrijving" beschreven artikel buiten de parameters bedoeld in de beschrijving van de desbetreffende post vallen.

3.

De definitie van termen tussen "enkele aanhalingstekens" wordt gegeven in een technische aantekening bij de betrokken post.

4.

De definitie van termen tussen "dubbele aanhalingstekens" kan worden gevonden in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

ALGEMENE AANTEKENINGEN

1.

De doelstelling van het verbod op de in deze bijlage vermelde goederen mag niet worden omzeild door de uitvoer van toegestane goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer verboden onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.

N.B.:

Of de verboden onderdelen als voornaamste element moeten worden aangemerkt, dient te worden beoordeeld aan de hand van factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verboden onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kunnen worden aangemerkt.

2.

Met goederen worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.

ALGEMENE TECHNOLOGIENOOT (ATN)

(Te lezen als onderdeel van sectie II.B.)

1.

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) wordt verboden, is op grond van de bepalingen van sectie II.B verboden.

2.

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling" of de "productie" van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) wordt verboden, is op grond van de bepalingen van sectie II.B verboden.

3.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van verboden goederen is ook verboden als deze technologie wordt toegepast op toegestane goederen.

4.

Het verbod geldt niet voor de minimaal noodzakelijke "technologie" voor installatie, bediening, onderhoud (controle) en reparatie van goederen die niet verboden zijn of waarvan de uitvoer op grond van Verordening (EG) nr. 423/2007 of onderhavige verordening is toegestaan.

5.

Het verbod op de overdracht van "technologie" is niet van toepassing op informatie die "voor iedereen beschikbaar" is, op "fundamenteel wetenschappelijk onderzoek" en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.

II.A.   GOEDEREN

A0.   Nucleaire goederen, installaties en uitrusting

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A0.001

Hollekathodelampen, als volgt:

a.

hollekathodelampen met joodkathode en een venster van zuiver silicium of kwarts;

b.

hollekathodelampen met uraankathode.

II.A0.002

Faraday-isolatoren voor de golflengte 500 nm - 650 nm

II.A0.003

Optische tralies voor de golflengte 500 nm - 650 nm

II.A0.004

Optische vezels voor de golflengte 500 nm - 650 nm, bekleed met een antireflecterende laag voor de golflengte 500 nm - 650 nm en met een kerndiameter van meer dan 0,4 mm doch niet meer dan 2 mm

II.A0.005

Onderdelen van een reactordrukvat en testapparatuur, anders dan in de zin van 0A001, als volgt:

1.

afdichtingen;

2.

interne onderdelen;

3.

afdichtings-, test- en meetapparatuur.

0A001

II.A0.006

Nucleaire detectieapparatuur voor de detectie, identificatie of kwantificatie van radioactieve stoffen en straling van nucleaire oorsprong, alsmede speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, anders dan in de zin van 0A001.j of 1A004.c.

0A001.j

1A004.c

II.A0.007

Balgafsluiters van aluminiumlegering of roestvrij staal, type 304, 304L of 316 L.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op balgafsluiters in de zin van 0B001.c.6 en 2A226.

0B001.c.6

2A226

II.A0.008

Laserspiegels, andere dan bedoeld in 6A005.e, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20°C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide of saffier).

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op optische systemen die speciaal voor astronomische toepassingen zijn ontworpen, tenzij de spiegels gesmolten siliciumdioxide bevatten.

0B001.g.5, 6A005.e

II.A0.009

Laserlenzen, anders dan bedoeld in 6A005.e.2, bevattende een substraat met een warmte-uitzettingscoëfficiënt van 10-6K-1 of minder bij 20 °C (bijvoorbeeld gesmolten siliciumdioxide).

0B001.g, 6A005.e.2

II.A0.010

Pijpen, pijpleidingen, flenzen en hulpstukken, vervaardigd van of gevoerd met nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat, andere dan bedoeld in 2B350.h.1.

2B350

II.A0.011

Vacuümpompen, andere dan bedoeld in 0B002.f.2 of 2B231, als hieronder:

 

turbomoleculaire pompen met een pompsnelheid van 400 l/s of meer;

 

voorvacuümpompen van het Rootstype met een afzuigcapaciteit van meer dan 200 m3/h;

 

droge scrollcompressoren en vacuümpompen met balgafdichting.

0B002.f.2, 2B231

II.A0.012

Afgeschermde ruimten voor het manipuleren, opslaan en behandelen van radioactieve stoffen (hete cellen).

0B006

II.A0.013

‧Natuurlijk uraan‧ of ‧verarmd uraan‧ of thorium in de vorm van metaal, legering, chemische verbinding of concentraat en elk materiaal dat een of meer van de voorgaande stoffen bevat, anders dan bedoeld in 0C001.

0C001

II.A0.014

Ontstekingskamers met een explosieabsorptievermogen van meer dan 2,5 kg TNT-equivalent.


A1.   Materialen, chemicaliën, ‧micro-organismen‧ en ‧toxines‧

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A1.001

Bis(2-ethylhexyl)fosforzuur (HDEHP of D2HPA) CAS 298-07-7 (oplosmiddel) in elke hoeveelheid, met een zuiverheid van meer dan 90 %.

II.A1.002

Fluorgas (Chemical Abstract-nummer (CAS): 7782-41-4), met een zuiverheid van meer dan 95%.

II.A1.005

Elektrolytische cellen voor de productie van fluor met een capaciteit van meer dan 100 g fluor per uur.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op elektrolytische cellen in de zin van 1B225.

1B225

II.A1.006

Katalysatoren, andere dan die waarvoor overeenkomstig 1A225 een verbod geldt, bevattende platina, palladium of rhodium, bruikbaar voor het bevorderen van de waterstofisotoopuitwisseling tussen waterstof en water voor het terugwinnen van tritium uit zwaar water of voor de productie van zwaar water.

1B231, 1A225

II.A1.007

Aluminium en aluminiumlegeringen, andere dan die bedoeld in 1C002.b.4 of 1C202.a, in ruwe vorm of als halffabricaat, met een van de volgende kenmerken:

a.

met een breukspanning van 460 MPa of meer bij 293 K (20°C); of

b.

met een treksterkte van 415 MPa of meer bij 298 K (25 °C).

1C002.b.4, 1C202.a

II.A1.008

Magnetische metalen van alle soorten, ongeacht de vorm, met een relatieve beginpermeabiliteit van 120 000 of meer en dikte van 0,05 tot 0,1 mm.

1C003.a

II.A1.009

‧Stapel- of continuvezelmateriaal‧ of prepregs als hieronder:

N.B.

ZIE OOK II.A1.019.a.

a.

‧stapel- en continuvezelmateriaal‧ van koolstof of aramide met een van de volgende kenmerken:

1.

een ‧specifieke modulus‧ groter dan 10 × 106 m; of

2.

een ‧specifieke treksterkte‧ groter dan 17 × 104 m;

b.

‧stapel- en continuvezelmateriaal‧ van glas met een van de volgende kenmerken:

1.

een ‧specifieke modulus‧ groter dan 3,18 × 106 m, of

2.

een ‧specifieke treksterkte‧ groter dan 76,2 × 103 m;

c.

thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-‧garens‧, -‧rovings‧, -‧linten‧ of -‧banden‧ met een breedte van 15 mm of minder (prepregs), vervaardigd uit ‧stapel- en continuvezelmateriaal‧ van koolstof of glas, anders dan bedoeld in II.A1.010.a. of b.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op ‧stapel- of continuvezelmateriaal‧ in de zin van 1C010.a, 1C010.b, 1C210.a en 1C210.b

1C010.a

1C010.b

1C210.a

1C210.b

II.A1.010

Met hars of asfaltbitumen geïmpregneerde vezels (prepregs), met metaal of koolstof beklede vezels (preforms) of ‧halffabricaten voor koolstofvezels‧, als hieronder:

a.

gemaakt van ‧stapel- of continuvezelmateriaal‧ in de zin van II.A1.009;

b.

met epoxyhars geïmpregneerd koolstof-‧stapel- of continuvezelmateriaal‧ (prepregs), bedoeld in 1C010.a, 1C010.b of 1C010.c, voor de reparatie van casco's of laminaten van vliegtuigen als de afzonderlijke prepreg-vellen niet groter zijn dan 50 cm × 90 cm;

c.

prepregs, bedoeld in 1C010.a, 1C010.b of 1C010.c, geïmpregneerd met fenol- of epoxyharsen met een glastemperatuur (Tg) van minder dan 433 K (160 °C) en een hardingstemperatuur die lager ligt dan de glastemperatuur.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op ‧stapel- of continuvezelmateriaal‧ in de zin van 1C010.e.

1C010.e.

1C210

II.A1.011

Composieten van met siliciumcarbide versterkte keramiek, geschikt voor neuskegels, terugkeervoertuigen, straalpijpen, bruikbaar voor ‧raketten‧, anders dan in de zin van 1C107.

1C107

II.A1.012

Maragingstaal, anders dan in de zin van 1C116 of 1C216, ‧geschikt voor‧ een treksterkte van 2 050 MPa of meer bij 293 K (20°C).

Technische aantekening:

De zinsnede ‧maragingstaal … geschikt voor‧ omvat maragingstaal zowel voor als na warmtebehandeling.

1C216

II.A1.013

Wolfraam, tantaal, wolfraamcarbide, tantaalcarbide en legeringen, met beide volgende kenmerken:

a.

in vormen met holle cilindersymmetrie of sferische symmetrie (daaronder mede begrepen cilindersegmenten) met een binnendiameter tussen 50 mm en 300 mm; alsmede

b.

met een massa groter dan 5 kg.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op wolfraam, wolfraamcarbide en legeringen in de zin van 1C226.

1C226

II.A1.014

Elementaire poeders van kobalt, neodymium of samarium of legeringen of mengsels daarvan bevattende ten minste 20 gewichtspercenten kobalt, neodymium of samarium, met een deeltjesgrootte van minder dan 200 μm.

II.A1.015

Zuiver tributylfosfaat (TBP) [CAS 126-73-8] en mengsels bevattende 5 of meer gewichtspercenten TBP.

II.A1.016

Maragingstaal, ander dan dat waarvoor overeenkomstig 1C116, 1C216 of II.A1.012 een verbod geldt.

Technische aantekening:

Maragingstaal is een ijzerlegering die gewoonlijk door een hoog nikkelgehalte, een zeer laag koolstofgehalte en het gebruik van vervangende elementen of precipitaten voor het versterken en tijdharden van de legering wordt gekenmerkt.

II.A1.017

Metalen, metaalpoeders en materialen, als hieronder:

a.

wolfraam en wolfraamlegeringen, andere dan die waarvoor overeenkomstig 1C117 een verbod geldt, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm of minder, bevattende 97 of meer gewichtspercenten wolfraam;

b.

molybdeen en molybdeenlegeringen, andere dan die waarvoor overeenkomstig 1C117 een verbod geldt, in de vorm van uniform bolvormige of verstoven deeltjes met een diameter van 500 μm of minder, bevattende 97 of meer gewichtspercenten molybdeen;

c.

wolfraamhoudende materialen in vaste vorm, andere dan die waarvoor overeenkomstig I1C226 of II.A1.013 een verbod geldt, met de volgende samenstelling:

1.

wolfraam en wolfraamlegeringen bevattende 97 of meer gewichtspercenten wolfraam;

2.

met koper geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 of meer gewichtspercenten wolfraam; of

3.

met zilver geïnfiltreerd wolfraam bevattende 80 of meer gewichtspercenten wolfraam.

II.A1.018

Zachte magnetische legeringen met een chemische samenstelling als hieronder:

a)

een ijzergehalte tussen 30% en 60%, en

b)

een kobaltgehalte tussen 40% en 60%.

II.A1.019

"Stapel- of continuvezelmateriaal" of prepregs, niet verboden bij bijlage I of bijlage II (onder II.A1.009, II.A1.010) bij deze verordening, noch voorkomend in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009, als hieronder:

a)

"stapel- of continuvezelmateriaal" van koolstof;

Aantekening:

II.A1.019a. is niet van toepassing op weefsels.

b)

thermogeharde met hars geïmpregneerde continu-"garens", -"rovings", -"linten" of -"banden", vervaardigd uit "stapel- en continuvezelmateriaal" van koolstof;

c)

continu-"garens", "rovings", "linten" of "banden" van polyacrylonitryl.


A2.   Materiaalbewerking

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A2.001

Systemen en apparatuur voor het beproeven door middel van trillingen, en desbetreffende onderdelen, anders dan in de zin van 2B116:

a.

systemen voor het beproeven door middel van trillingen, waarbij gebruik wordt gemaakt van terugkoppel- of gesloten-kringtechnieken en welke een digitale besturing bevatten, die geschikt zijn om een systeem te laten trillen met een versnelling gelijk aan of groter dan 0,1 g RMS tussen 0,1 Hz en 2 kHz en die krachten gelijk aan of groter dan 50 kNr, met ‧onbelaste tafel‧ gemeten, kunnen overbrengen;

b.

digitale besturingseenheden, in combinatie met speciaal ontworpen ‧programmatuur‧ voor het testen door middel van trillingen, met een real-time-bandbreedte van meer dan 5 kHz en ontworpen voor gebruik met de systemen bedoeld onder a.;

c.

trillingsopwekkers, met of zonder bijbehorende versterkers, geschikt om een kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met ‧onbelaste tafel‧ gemeten, en geschikt voor de onder a. bedoelde systemen;

d.

beproevingsopstellingen en elektronische eenheden ontworpen om verscheidene trillingsopwekkers in een geheel trillingssysteem te combineren, geschikt om een totale effectieve kracht gelijk aan of groter dan 50 kN uit te oefenen, met ‧onbelaste tafel‧ gemeten, en geschikt voor de onder a. bedoelde systemen.

Technische aantekening:

‧Onbelaste tafel‧ betekent een vlakke tafel of een vlak oppervlak, zonder klemmen of hulpstukken.

2B116

II.A2.002

Werktuigmachines en onderdelen en numerieke besturingen voor werktuigmachines, als hieronder:

a.

werktuigmachines voor slijpen met een instelnauwkeurigheid, "inclusief alle compensaties", die gelijk is aan of kleiner (d.w.z. nauwkeuriger) is dan 15 μm overeenkomstig ISO-norm 230/2 (1988) (1) of nationale equivalenten langs elke lineaire as;

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op werktuigmachines voor slijpen als bedoeld in 2B201.b en 2B001.c

b.

onderdelen en numerieke besturingen, speciaal ontworpen voor de werktuigmachines bedoeld in 2B001, 2B201, of onder a.

2B201.b

2B001.c

II.A2.003

Balanceermachines en aanverwante uitrusting, als hieronder:

a.

balanceermachines die ontworpen of aangepast zijn voor tandheelkundige of andere medische uitrusting, met alle hiernavolgende kenmerken:

1.

niet geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen met een gewicht van meer dan 3 kg;

2.

geschikt voor het uitbalanceren van rotors/samenstellingen bij een omwentelingssnelheid hoger dan 12 500 t.p.m.;

3.

geschikt voor het corrigeren van onbalans in twee of meer vlakken; alsmede

4.

geschikt voor het uitbalanceren tot op een resterende specifieke onbalans van 0,2 g × mm per kg rotorgewicht;

b.

indicatorkoppen die zijn ontworpen of aangepast voor gebruik met de bij a. aangegeven machines.

Technische aantekening:

Indicatorkoppen worden soms ook balanceerinstrumenten genoemd.

2B119

II.A2.004

Op afstand bediende manipulatoren die kunnen worden aangewend voor het doen verrichten van handelingen op afstand bij radiochemische scheidingswerkingen of in hete cellen, anders dan in de zin van 2B225, met een van de volgende kenmerken:

a.

geschikt om te werken bij een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer (opereren door de wand heen); of

b.

geschikt om de afstand over de bovenkant van een hetecelwand met een dikte van 0,3 m of meer te overbruggen (opereren over de wand heen).

2B225

II.A2.006

Ovens geschikt voor werktemperaturen boven 400 °C, als hieronder:

a.

oxidatieovens;

b.

warmtebehandelingsovens, werkend met beheerste atmosfeer.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op tunnelovens met rol- of wagentransport, tunnelovens met transportband, doorschuifovens of pendelovens, speciaal ontworpen voor de vervaardiging van glas, tafelgerei van keramiek of constructieve keramiek.

2B226

2B227

II.A2.007

"Drukomzetters", anders dan in de zin van 2B230, geschikt voor het meten van de absolute druk op elk punt in het traject van 0 tot 200 kPa, met beide hiernavolgende kenmerken:

a.

drukopneemelementen vervaardigd van of beschermd door ‧materiaal dat bestand is tegen corrosie door uraanhexafluoride (UF6)‧; en

b.

met een van de volgende kenmerken:

1.

een volledig bereik van minder dan 200 kPa en een "nauwkeurigheid" beter dan ± 1% van het volledige bereik; of

2.

een volledig bereik van 200 kPa of groter en een "nauwkeurigheid" beter dan ± 2 kPa.

2B230

II.A2.011

Centrifuges, geschikt voor het continu scheiden zonder aerosolvorming, en gemaakt van:

1.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

2.

fluorpolymeren;

3.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding ("lining");

4.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

5.

tantaal of tantaallegeringen;

6.

titaan of titaanlegeringen; of

7.

zirkonium of zirkoniumlegeringen.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op centrifuges in de zin van 2B352.c.

2B352.c

II.A2.012

Filters van gesinterd metaal, gemaakt van nikkel of een nikkellegering die 40 gewichtspercenten of meer nikkel bevat.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op controlefilters in de zin van 2B352.d.

2B352.d

II.A2.013

Forceer-(spin-forming) of vloei-(flow-forming) draaibanken, andere dan die als bedoeld in 2B009, 2B109 of 2B209, met een walskracht van meer dan 60 kN, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

Technische aantekening:

Voor de toepassing van II.A2.013 worden machines die de functies van forceren en vloeidraaien combineren, beschouwd als vloeidraaibanken.

II.A2.014

Apparatuur voor vloeistof-vloeistofuitwisseling (mengersbezinkers, pulskolommen en centrifugale contactors); en vloeistofverdelers, stoomverdelers of systemen voor de opvang van vloeistoffen, ontworpen voor die apparatuur, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van:

N.B.

ZIE OOK IV.A2.008.

a.

een van de volgende materialen:

1.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

2.

fluorpolymeren;

3.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding ("lining");

4.

grafiet of ‧koolstofgrafiet‧;

5.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

6.

tantaal of tantaallegeringen;

7.

titaan of titaanlegeringen; of

8.

zirkonium of zirkoniumlegeringen; of

b.

roestvrij staal en een of meer van de materialen bedoeld in II.A2.014.a.

Technische aantekening:

‧Koolstofgrafiet‧ is een composiet bestaande uit amorf koolstof en grafiet, met 8 of meer gewichtspercenten grafiet.

2B350.e

II.A2.015

Industriële apparatuur en onderdelen, anders dan in de zin van 2B350.d, als volgt:

N.B.

ZIE OOK IV.A2.009.

Warmtewisselaars of condensors met een warmte-uitwisseloppervlak van meer dan 0,05 m2 en minder dan 30 m2; en voor gebruik in dergelijke warmtewisselaars of condensors ontworpen buizen, platen, spoelen of blokken (kernen), waarvan alle oppervlakken welke in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van:

a.

een van de volgende materialen:

1.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

2.

fluorpolymeren;

3.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding ("lining");

4.

grafiet of ‧koolstofgrafiet‧;

5.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

6.

tantaal of tantaallegeringen;

7.

titaan of titaanlegeringen;

8.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

9.

siliciumcarbide; of

10.

titaancarbide; of

b.

roestvrij staal en een of meer van de materialen bedoeld in II.A2.015.a.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op voertuigradiatoren.

Technische aantekening:

De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt.

2B350.d

II.A2.016

Pompen met meervoudige afdichting en pompen zonder afdichting, anders dan bedoeld in 2B350.i, geschikt voor corrosieve vloeistoffen, met door de fabrikant opgegeven maximale pompsnelheid van meer dan 0,6 m3 per uur, of vacuümpompen met door de fabrikant opgegeven maximale pompsnelheid van meer dan 5 m3 per uur [gemeten bij een standaardtemperatuur (273 K (0°C)) en -druk (101,3 kPa)]; en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn:

N.B.

ZIE OOK IV.A2.010.

a.

een van de volgende materialen:

1.

legeringen met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom;

2.

keramische materialen;

3.

ferrosilicium;

4.

fluorpolymeren;

5.

glas, met inbegrip van verglaasde of geëmailleerde lagen of glasbekleding ("lining");

6.

grafiet of ‧koolstofgrafiet‧;

7.

nikkel of legeringen die meer dan 40 gewichtspercenten nikkel bevatten;

8.

tantaal of tantaallegeringen;

9.

titaan of titaanlegeringen;

10.

zirkonium of zirkoniumlegeringen;

11.

niobium (columbium) of niobiumlegeringen; of

12.

aluminiumlegeringen; of

b.

roestvrij staal en een of meer van de materialen bedoeld in II.A2.016.a.

Technische aantekening:

De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de pomp een vergunningsplicht geldt.

2B350.i


A3.   Electronica

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A3.001

Hoogspanningsgelijkstroombronnen met beide onderstaande eigenschappen:

a.

over een periode van acht uur ononderbroken 10 kV of meer kunnen produceren bij een uitgangsvermogen van 5 kW of meer, al dan niet met sweeping; alsmede

b.

met een stroom- of spanningsstabiliteit beter dan 0,1% over een periode van vier uur.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op voedingen en stroombronnen bedoeld in 0B001.j.5 en 3A227.

3A227

II.A3.002

Massaspectrometers, anders dan bedoeld in 3A233 of 0B002.g, die ionen met een massa van 200 atomaire massa eenheden (a.m.e.) of meer kunnen meten en die een oplossend vermogen hebben dat beter is dan 2 a.m.e. op 200 a.m.e., en ionenbronnen hiervoor, als volgt:

a.

inductief gekoppelde plasmamassaspectrometers (ICP/MS);

b.

massaspectrometers werkend door middel van een gloeiontlading (GDMS);

c.

massaspectrometers werkend door middel van thermische ionisatie (TIMS);

d.

massaspectrometers werkend door middel van elektronenbeschieting, met een bronkamer vervaardigd van of bedekt met ‧materiaal dat bestand is tegen corrosie door uraanhexafluoride (UF6)‧;

e.

massaspectrometers werkend met een molecuulbundel, met een van de volgende kenmerken:

1.

een bronkamer vervaardigd van of bedekt met roestvrij staal of molybdeen en uitgerust met een koelval die tot 193 K (–80°C) of lager kan worden afgekoeld; of

2.

een bronkamer vervaardigd van of bedekt met ‧materiaal dat bestand is tegen corrosie door (UF6)‧;

f.

massaspectrometers werkend met een microfluoreer-ionenbron ontworpen voor actiniden of actinidefluoriden.

3A233

II.A3.003

Frequentieomzetters of frequentiegeneratoren, andere dan die waarvoor overeenkomstig 0B001 of 3A225 een verbod geldt, met alle volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen en programmatuur:

a.

een meerfasige uitgang geschikt voor het leveren van een vermogen van 40 W of groter;

b.

geschikt om te werken in het frequentiegebied van 600 tot 2 000 Hz; alsmede

c.

frequentieafwijking beter (kleiner) dan 0,1%.

Technische aantekening:

De in II.3A.003 bedoelde frequentieomzetters zijn ook bekend als converters of inverters.


A6.   Sensoren en lasers

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A6.001

Yttrium-aluminium-granaat (YAG)-staven

II.A6.002

Optische apparatuur en onderdelen daarvoor, andere dan bedoeld in 6A002 en 6A004.b, als hieronder:

Optische apparaten werkend in het infrarode spectrum, voor de golflengte 9 000 nm - 17 000 nm, en onderdelen daarvoor, met inbegrip van onderdelen van cadmiumtelluride (CdTe).

6A002

6A004.b

II.A6.003

Golffrontcorrectoren voor gebruik met een laserbundel met een diameter van meer dan 4 mm, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met inbegrip van stuursystemen, golffrontsensoren en vervormbare spiegels, waaronder bimorfe spiegels.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op spiegels in de zin van 6A004.a, 6A005.e en 6A005.f.

6A003

II.A6.004

Argon-ion-"lasers" met een gemiddeld uitgangsvermogen van 5 W of meer.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op argon-ion-‧lasers‧ in de zin van 0B001.g.5, 6A005 en 6A205.a.

6A005.a.6

6A205.a

II.A6.005

Halfgeleider-"lasers" en onderdelen daarvoor, als volgt:

a.

afzonderlijke halfgeleider-"lasers" met een uitgangsvermogen van meer dan 200 mW elk, in hoeveelheden groter dan 100;

b.

arrays van halfgeleider-"lasers" met een uitgangsvermogen van meer dan 20 W.

1.

Halfgeleider-"lasers" worden gewoonlijk "laser"-dioden genoemd.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op "lasers" in de zin van 0B001.g.5, 0B001.h.6 en 6A005.b.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op "laser"-dioden met een golflengte van 1 200 nm - 2 000 nm.

6A005.b

II.A6.006

Afstembare halfgeleider-"lasers" en afstembare halfgeleider-‧lasers‧ in series ("arrays"), met een golflengte van 9 μm–17 μm, alsmede stacks van arrays van halfgeleider-‧lasers‧ die ten minste één array van afstembare halfgeleider-‧lasers‧ met een dergelijke golflengte bevatten.

1.

Halfgeleider-"lasers" worden gewoonlijk "laser"-dioden genoemd.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op halfgeleider-"lasers" in de zin van 0B001.h.6 en 6A005.b.

6A005.b

II.A6.007

"Afstembare" vastestof-"lasers", als hieronder, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

a.

titaan-saffier-lasers;

b.

alexandriet-lasers.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op titaan-saffier- en alexandriet-lasers in de zin van 0B001.g.5, 0B001.h.. en 6A005.c.1.

6A005.c.1

II.A6.008

Neodymium-gedoopte (anders dan glas) "lasers" met een golflengte aan de uitgang langer dan 1 000 nm doch niet langer dan 1 100 nm, en een uitgangsenergie van meer dan 10 J per impuls.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op neodymium-gedoopte (anders dan glas) ‧lasers‧ in de zin van 6A005.c.2.b.

6A005.c.2

II.A6.009

Onderdelen van akoestisch-optische apparatuur, als hieronder:

a.

beeld(framing)-buizen en halfgeleiderelementen voor beeldvorming, met een herhalingsfrequentie van 1kHz of meer;

b.

materiaal voor deze herhalingsfrequentie;

c.

pockels-cellen.

6A203.b.4.c

II.A6.010

Stralingsbestendige camera's of lenzen daarvoor, anders dan in de zin van 6A203.c, speciaal ontworpen of gekwalificeerd als bestand zijnde tegen een stralingsniveau hoger dan 50 × 103 Gy (silicium) (5 × 106 rad (silicium)) zonder verslechtering van de werking.

Technische aantekening:

De term Gy(silicium) verwijst naar de energie in Joule per kilogram die wordt geabsorbeerd door een onbeschermde hoeveelheid silicium bij blootstelling aan ioniserende straling.

6A203.c

II.A6.011

Afstembare gepulseerde kleurstoflaserversterkers en oscillatoren met alle volgende kenmerken:

1.

een golflengte van 300 nm tot 800 nm;

2.

een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 10 W, doch niet groter dan 30 W;

3.

een herhalingssnelheid groter dan 1 kHz; alsmede

4.

een pulsduur korter dan 100 ns.

1.

Dit artikel is niet van toepassing op monomodus oscillatoren.

2.

Dit artikel is niet van toepassing op afstembare gepulseerde kleurstoflaserversterkers en oscillatoren in de zin van 6A205.c, 0B001.g.5 en 6A005.

6A205.c

II.A6.012

Gepulseerde koolstofdioxide "lasers" met alle volgende kenmerken:

1.

een golflengte van 9 000 nm tot 11 000 nm;

2.

een herhalingssnelheid groter dan 250 Hz;

3.

een gemiddeld uitgangsvermogen groter dan 100 W, doch niet groter dan 500 W; alsmede

4.

een pulsduur korter dan 200 ns.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op gepulseerde kleurstoflaserversterkers en oscillatoren in de zin van 6A205.d, 0B001.h.6 en 6A005.d.

6A205.d

II.A6.013

Koperdamp-‧lasers‧ met beide volgende kenmerken:

1.

een golflengte van 500 nm tot 600 nm; alsmede

2.

een gemiddeld uitgangsvermogen van 15 W of meer.

6A005.b

II.A6.014

Gepulseerde koolstofmonoxide-‧lasers‧ met alle volgende kenmerken:

1.

een golflengte van 5 000 nm tot 6 000 nm;

2.

een herhalingssnelheid groter dan 250 Hz;

3.

een gemiddeld uitgangsvermogen van meer dan 100 W; alsmede

4.

een pulsduur korter dan 200 ns.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op industriële koolstofmonoxidelasers met meer vermogen (doorgaans tussen 1 en 5 kW) voor toepassingen als snijden en lassen, aangezien deze werken in continugolf of met een pulsduur langer dan 200 ns.

 


A7.   Navigatie en vliegtuigelektronica

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A7.001

Traagheidssystemen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als hieronder:

I.

traagheidsnavigatiesystemen die gecertificeerd zijn voor gebruik in "civiele vliegtuigen" door de civiele autoriteiten van een staat die deelneemt aan het Wassenaar Arrangement, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, als volgt:

a.

traagheidsnavigatiesystemen (INS) (zowel met cardanische ophanging als vast) en traagheidsapparatuur ontworpen voor "vliegtuigen", voor voertuigen voor gebruik aan land, voor vaartuigen (zowel oppervlakteschepen als onderzeeboten) of voor ‧ruimtevaartuigen‧, voor standregeling, geleiding of besturing met een of meer van de volgende kenmerken, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

1.

(vrije traagheids)navigatiefout van 0,8 zeemijl per uur (nm/hr) ‧Circular Error Probable‧ (CEP) of minder (beter) na normale uitrichting; of

2.

gespecificeerd om te werken bij lineaire versnellingsniveaus van meer dan 10 g;

b.

hybride traagheidsnavigatiesystemen met ingebouwd wereldwijd satellietnavigatiesysteem (GNSS) of "navigatiesysteem met alsreferentie een gegevensbestand (DBRN)" voor standregeling, geleiding of besturing, na normale uitrichting, met na uitval van GNSS of DBRN gedurende een periode tot 4 minuten een INS-precisie van minder (beter) dan tien meter ‧Circular Error Probable‧ (CEP) (50%-trefkanscirkel);

c.

traagheidsapparatuur voor azimutpeilingen, koersbepaling en bepalen van het noorden met een of meerdere van de volgende kenmerken, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

1.

ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten RMS op een geografische breedte van 45 graden; of

2.

ontworpen om niet-operationeel bestand te zijn tegen schokken van 900 g of meer met een duur van 1 ms of meer.

Aantekening:

De parameters van I.a en I.b zijn van toepassing onder alle hierna vermelde omgevingsomstandigheden:

1.

invoer van willekeurige trillingen met een totale magnitude van 7,7 g rms tijdens het eerste half uur en een totale testduur van anderhalf uur per as voor elk van de drie loodrechte assen, wanneer de willekeurige trillingen aan de volgende voorwaarden voldoen:

a.

een constante spectrale vermogensdichtheid (PSD) van 0,04 g2/Hz bij een frequentie-interval van 15 tot 1 000 Hz; alsmede

b.

de PSD verkleint naar gelang van de frequentie van 0,04 g2/Hz tot 0,01 g2/Hz bij een frequentie-interval van 1 000 tot 2 000 Hz;

2.

een slinger- en giersnelheid van +2,62 rad/s (150 o/s) of meer; of

3.

overeenkomstig nationale normen die gelijkwaardig zijn aan de bovenstaande punten 1 en 2.

1.

1.b. betreft systemen waarin INS of andere onafhankelijke navigatiehulpmiddelen in een afzonderlijke entiteit zijn ingebouwd met het oog op betere prestaties.

2.

‧Circular Error Probable‧ (CEP – 50% trefkanscirkel): bij normale cirkelvormige spreiding de straal van de cirkel die 50 procent bestrijkt van de afzonderlijke metingen die worden verricht, of de straal van de cirkel waarbinnen er 50 procent kans is om te worden gelokaliseerd.

II.

Met traagheidsnavigatie werkende theodolietsystemen die speciaal ontworpen zijn voor civiele opmetingen en ontworpen voor een azimutpeiling, koersbepaling of bepaling van het noorden met een nauwkeurigheid die gelijk is aan of minder (beter) dan 6 boogminuten RMS op een geografische breedte van 45 graden, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

III.

Apparatuur voor traagheidsnavigatie of andere apparatuur die gebruik maakt van versnellingsmeters als bedoeld in 7A001 of 7A101, indien die versnellingsmeters speciaal ontworpen en ontwikkeld zijn voor gebruik in boorputten als sensoren voor gebruik tijdens het boren (Measurement While Drilling- of MWD-sensoren).

7A003

7A103


A9.   Ruimtevaart en voortstuwing

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.A9.001

Explosieve bouten

II.B.   TECHNOLOGIE

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

II.B.001

Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen die onder deel II.A. (Goederen) vallen.

II.B.002

Technologie die noodzakelijk is voor de ontwikkeling, de productie of het gebruik van goederen die onder deel IV.A. (Goederen) van bijlage IV vallen.

Technische aantekening:

De term ‧technologie‧ omvat ook programmatuur.


BIJLAGE III

Goederen en technologie als bedoeld in artikel 3, leden 1, 3 en 5, artikel 5, lid 2, artikel 8, lid 4, artikel 18, lid 1, artikel 31, lid 1, en artikel 45

INLEIDING

1.

Tenzij anders is aangegeven, verwijzen de referentienummers in de kolom "Beschrijving" naar de beschrijvingen van producten en technologie voor tweeërlei gebruik in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

2.

Een referentienummer in de kolom "Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009" houdt in dat de kenmerken van het in de kolom "Beschrijving" beschreven artikel buiten de parameters in de zin van de beschrijving van de desbetreffende post vallen.

3.

De definitie van termen tussen "enkele aanhalingstekens" wordt gegeven in een technische aantekening bij de betrokken post.

4.

De definitie van termen tussen "dubbele aanhalingstekens" kan worden gevonden in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

ALGEMENE AANTEKENINGEN

1.

De doelstelling van de controle op de uitvoer van de goederen, vermeld in deze bijlage, mag niet worden omzeild door de uitvoer van niet aan vergunningsplicht onderworpen goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer aan vergunningsplicht onderworpen onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.

N.B.:

Bij de beoordeling van de vraag of het aan vergunningsplicht onderworpen onderdeel/de aan vergunningsplicht onderworpen onderdelen als voornaamste element dient/dienen te worden aangemerkt, dienen factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan het aan vergunningsplicht onderworpen onderdeel/de aan vergunningsplicht onderworpen onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kan/kunnen worden aangemerkt, een rol te spelen.

2.

Met goederen worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.

ALGEMENE TECHNOLOGIENOOT (ATN)

(Te lezen als onderdeel van sectie II.B)

1.

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van technologie die "noodzakelijk" is voor het "gebruik" van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) aan een vergunningsplicht is onderworpen, is op grond van de bepalingen van sectie III.B aan een vergunningsplicht onderworpen.

2.

De verkoop, levering, overdracht of uitvoer van "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling" of de "productie" van goederen waarvan de verkoop, levering, overdracht of uitvoer in deel A (Goederen) aan een vergunningsplicht is onderworpen, is op grond van de bepalingen van sectie II.B van bijlage II verboden.

3.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor het "gebruik" van aan een vergunningsplicht onderworpen goederen is ook aan een vergunningsplicht onderworpen als deze technologie wordt toegepast op niet aan een vergunningsplicht onderworpen goederen.

4.

De vergunningsplicht geldt niet voor de minimaal noodzakelijke "technologie" voor installatie, bediening, onderhoud en reparatie van goederen die niet aan een vergunningsplicht onderworpen zijn of waarvan de uitvoer op grond van Verordening (EG) nr. 423/2007 of deze verordening is toegestaan.

5.

De vergunningsplicht voor de overdracht van "technologie" is niet van toepassing op informatie die "voor iedereen beschikbaar" is, op "fundamenteel wetenschappelijk onderzoek" en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.

III.A.   GOEDEREN

A0.   Nucleaire goederen, installaties en uitrusting

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A0.015

‧Handschoenkasten‧, speciaal ontworpen voor radioactieve isotopen, radioactieve bronnen of radionucliden.

Technische aantekening:

Met ‧handschoenkasten‧ wordt uitrusting bedoeld ter bescherming van de gebruiker tegen gevaarlijke damp, deeltjes of straling van materialen binnen de uitrusting die worden gehanteerd of bewerkt door een persoon daarbuiten, door middel van manipulatoren of handschoenen die in de uitrusting zijn verwerkt.

0B006

III.A0.016

Controleapparatuur voor giftige gassen, geschikt om in continubedrijf waterstofsulfide op te sporen, en speciaal daarvoor ontworpen detectoren.

0A001

0B001.c

III.A0.017

Heliumlekdetectoren.

0A001

0B001.c


A1.   Materialen, chemicaliën, ‧micro-organismen‧ en ‧toxines‧

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A1.003

Ringvormige afdichtingen en pakkingen met een binnendiameter van 400 mm of minder, vervaardigd van een of meer van de volgende materialen:

a.

copolymeren van vinylideenfluoride met 75% of meer bèta-kristallijnstructuur zonder strekken;

b.

gefluoreerde polyimiden die 10 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten;

c.

gefluoreerde fosfazeenelastomeren die 30 of meer gewichtspercenten gebonden fluor bevatten;

d.

polychloortrifluorethyleen (PCTFE, bijvoorbeeld Kel-F ®);

e.

fluorelastomeren (bijvoorbeeld Viton ®, Tecnoflon ®);

f.

polytetrafluorethyleen (PTFE).

 

III.A1.004

Persoonlijke uitrusting voor het detecteren van straling van nucleaire oorsprong, met inbegrip van persoonlijke dosismeters.

Aantekening:

Dit artikel is niet van toepassing op nucleaire detectieapparatuur als bedoeld in 1A004.c.

1A004.c

III.A1.020

Staallegeringen in de vorm van platen, met een van de volgende kenmerken:

a)

staallegeringen ‧geschikt voor‧ een treksterkte van 1 200 MPa of meer bij 293 K (20°C); of

b)

met stikstof gestabiliseerd duplex roestvrij staal.

Aantekening:

De zinsnede legeringen ‧geschikt voor‧ omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

Technische aantekening:

‧Met stikstof gestabiliseerd duplex roestvrij staal‧ heeft een tweefasenmicrostructuur met korrels ferriet- en austenietstaal waaraan stikstof is toegevoegd om de microstructuur te stabiliseren.

1C116

1C216

III.A1.021

Koolstof-koolstofcomposietmateriaal.

1A002.b.1

III.A1.022

Nikkellegeringen in onbewerkte vorm of als halffabricaat die 60 gewichtspercenten of meer nikkel bevatten.

1C002.c.1.a

III.A1.023

Titaanlegeringen in de vorm van platen, ‧geschikt voor‧ een treksterkte van 900 MPa of meer bij 293 K (20°C).

Aantekening:

De zinsnede legeringen ‧geschikt voor‧ omvat legeringen zowel voor als na warmtebehandeling.

1C002.b.3

III.A1.024

Stuwstoffen en chemicaliën voor de vervaardiging van stuwstoffen als hieronder:

a)

tolueendiisocyanaat (TDI);

b)

methyleendifenyldiisocyanaat (MDI);

c)

isoforondiiscocyanaat (IPDI);

d)

natriumperchloraat;

e)

xylidine;

f)

hydroxyl eindstandig polyether (HTPE);

g)

hydroxyl eindstandig caprolactonether (HTCE).

Technische aantekening:

Dit artikel is van toepassing op zuivere stoffen en mengsels die ten minste voor 50% uit een van de hierboven genoemde stoffen bestaan.

1C111

III.A1.025

‧Smeermiddelen‧ met als voornaamste bestanddeel een of meer van de volgende stoffen:

a)

perfluoralkylether (CAS 60164-51-4);

b)

perfluorpolyalkylether, PFPE, (CAS 6991-67-9).

Onder ‧smeermiddelen‧ vallen zowel oliën als vloeistoffen.

1C006

III.A1.026

Berylliumkoper of berylliumkoperlegeringen in de vorm van platen, vellen, strips of gewalste staven, waarvan koper het voornaamste bestanddeel is naar gewicht en waarvan de andere elementen minder dan 2 gewichtsprocenten beryllium bevatten.

1C002.b


A2.   Materiaalbewerking

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A2.008

Apparatuur voor vloeistof-vloeistofuitwisseling (mengersbezinkers, pulskolommen en centrifugale contactors); en vloeistofverdelers, stoomverdelers of systemen voor de opvang van vloeistoffen, ontworpen voor die apparatuur, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van:

N.B.

ZIE OOK II.A2.014.

1.

roestvrij staal.

Aantekening:

Zie voor roestvrij staal met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom ook II.A2.014.a.

2B350.e

III.A2.009

Industriële apparatuur en onderdelen, anders dan in de zin van 2B350.d, als volgt:

N.B.

ZIE OOK II.A2.015.

Warmtewisselaars of condensors met een warmte-uitwisseloppervlak van meer dan 0,05 m2 en minder dan 30 m2; en voor gebruik in dergelijke warmtewisselaars of condensors ontworpen buizen, platen, spoelen of blokken (kernen), waarvan alle oppervlakken welke in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van:

1.

roestvrij staal.

Aantekening 1:

Zie voor roestvrij staal met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom ook II.A2.015a.

Aantekening 2:

Dit artikel is niet van toepassing op voertuigradiatoren.

Technische aantekening:

De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de warmtewisselaar een vergunningsplicht geldt.

2B350.d

III.A2.010

Pompen met meervoudige afdichting en pompen zonder afdichting, andere dan bedoeld in 2B350.i, geschikt voor corrosieve vloeistoffen,met door de fabrikant opgegeven maximale pompsnelheid van meer dan 0,6 m3 per uur, of vacuümpompen met door de fabrikant opgegeven maximale pompsnelheid van meer dan 5 m3 per uur [gemeten bij een standaardtemperatuur (273 K (0°C)) en -druk (101,3 kPa)]; en voor gebruik in dergelijke pompen ontworpen omhulsels (pomphuizen), voorgevormde binnenbekledingen, schoepen, vleugelraderen of straalpompverdeelstukken, waarvan alle oppervlakken die in direct contact komen met de chemicaliën die worden verwerkt, gemaakt zijn van:

N.B.

ZIE OOK II.A2.016.

1.

roestvrij staal.

Aantekening:

Zie voor roestvrij staal met meer dan 25 gewichtspercenten nikkel en meer dan 20 gewichtspercenten chroom ook II.A2.016a.

Technische aantekening:

De voor pakkingen, afsluitringen en andere afdichtingen gebruikte materialen zijn niet bepalend voor de vraag of voor de pomp een vergunningsplicht geldt.

2B350.i

III.A2.017

Gereedschap voor vonkmachines (EDM) voor het verspanen of snijden van metalen, keramische materialen of "composieten" als hieronder, en speciaal daarvoor ontworpen ram-, zinklood- of draadelektroden:

a)

zinkvonkmachines;

b)

draadvonkmachines.

Aantekening:

Vonkmachines worden ook wel vonkerosiemachines of draaderosiemachines genoemd.

2B001.d

III.A2.018

Computergestuurde of "numeriek bestuurde" coördinatenmeetmachines (CMM), of meetmachines, met een driedimensionale (volumetrische) maximaal toelaatbare indicatiefout (maximum permissible error of indication, MPEF) op enig punt in het werkbereik van de machine (d.w.z. binnen de aslengte) gelijk aan of minder (d.w.z. nauwkeuriger) dan (3 + L/1 000) micrometer (L is de gemeten lengte in mm), getest overeenkomstig ISO 10360-2 (2001), en daarvoor ontworpen meetsondes.

2B006.a

2B206.a

III.A2.019

Computergestuurde of "numeriek bestuurde" elektronenbundellasmachines en speciaal daarvoor ontworpen componenten.

2B001.e.1.b

III.A2.020

Computergestuurde of "numeriek bestuurde" laserlas- en -snijmachines, en speciaal daarvoor ontworpen componenten.

2B001.e.1.c

III.A2.021

Computergestuurde of "numeriek bestuurde" plasmasnijmachines en speciaal daarvoor ontworpen componenten.

2B001.e.1

III.A2.022

Vibratiemonitors speciaal ontworpen voor rotoren of roterende uitrusting en machines, geschikt om frequenties van 600 tot 2 000 Hz te meten.

2B116

III.A2.023

Vloeibarestofvacuümpompen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

2B231

2B350.i

III.A2.024

Schottenpompen en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

Aantekening 1:

II.A2.024 is niet van toepassing op schottenpompen die speciaal zijn ontworpen voor bepaalde andere uitrusting.

Aantekening 2:

De embargostatus van schottenpompen die speciaal zijn ontworpen voor bepaalde andere uitrusting, wordt bepaald door de embargostatus van die andere uitrusting.

2B231

2B235.i

0B002.f

III.A2.025

Luchtfilters, als hieronder, met een of meer diameters met een fysieke afmeting van meer dan 1 000 mm:

a)

High Efficiency Particulate Air (HEPA) filters;

b)

Ultra-Low Penetration Air (ULPA) filters.

Aantekening:

III.A2.025 is niet van toepassing op luchtfilters die speciaal ontworpen zijn voor medische uitrusting.

2B352.d


A3.   Electronica

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A3.004

Spectrometers en diffractometers die ontworpen zijn voor indicatieve tests of kwantitatieve analyse van de elementaire samenstelling van metalen of legeringen zonder dat chemische ontleding van het materiaal plaatsvindt.

 

III.A3.005

‧Frequentieomzetters‧, ‧frequentiegeneratoren‧ en frequentieregelaars met variabele snelheid (VSD), met alle navolgende kenmerken:

a)

een meerfasige uitgang voor het leveren van een vermogen van 10 W of groter;

b)

een werkfrequentie van 600 Hz of meer; alsmede

c)

frequentieafwijking beter (kleiner) dan 0,2%.

Technische aantekening:

‧Frequentieomzetters‧ zijn ook bekend als converters of inverters.

1.

Artikel III.A3.005 is niet van toepassing op frequentieomzetters die communicatieprotocollen of interfaces omvatten die zijn ontworpen voor specifieke industriële machines (zoals werktuigmachines, spinmachines, printplaatmachines), zodat frequentieomzetters met de hierboven beschreven kenmerken niet voor andere doeleinden kunnen worden gebruikt.

2.

Artikel III.A3.005 is niet van toepassing op frequentieomzetters die speciaal zijn ontworpen voor voertuigen en die werken met een regelsequentie die wordt uitgewisseld tussen de frequentieomzetter en de regeleenheid van het voertuig.

3A225

0B001.b.13


A6.   Sensoren en lasers

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A6.012

‧Vacuümmanometers‧, elektrisch aangedreven en met een meetnauwkeurigheid van 5% of minder (beter)

Onder ‧vacuümmanometers‧ vallen ook Piranimanometers, Penningmanometers en condensatormanometers.

0B001.b

III.A6.013

Microscopen en aanverwante uitrusting en detectoren, als hieronder:

a)

rasterelektronenmicroscopen;

b)

rasterelektronenmicroscopen voor Auger-elektronspectroscopie;

c)

transmissie-elektronenmicroscopen;

d)

atoomkrachtmicroscopen;

e)

rasterkrachtmicroscopen (Scanning Force Microscopen);

f)

uitrusting en detectoren, speciaal ontworpen voor gebruik met de in III.A6.013 a) tot en met e) bedoelde microscopen, die een van de volgende materiaalanalysetechnieken gebruiken:

1.

röntgenfotospectroscopie (XPS);

2.

energiedispersieve röntgenspectroscopie (EDX, EDS); of

3.

elektronspectroscopie voor chemische analyse (ESCA).

6B


A7.   Navigatie en vliegtuigelektronica

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A7.002

Versnellingsmeters met een keramisch piëzo-elektrisch transducer-element, met een gevoeligheid van 1 000 mV/g of beter (hoger).

7A001


A9.   Ruimtevaart en voortstuwing

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.A9.002

‧Weegcellen‧ geschikt voor het meten van de stuwkracht van raketmotoren, met een capaciteit van meer dan 30 kN.

Technische aantekening:

Onder ‧weegcellen‧ vallen instrumenten en transducers voor het meten van de kracht van zowel trekkracht als compressiekracht.

Aantekening:

III.A9.002 is niet van toepassing op uitrusting, instrumenten of transducers die speciaal zijn ontworpen voor het meten van het gewicht van voertuigen, zoals weegbruggen.

9B117

III.A9.003

Gasturbines voor het opwekken van elektriciteit, onderdelen en aanverwante uitrusting, als volgt:

a)

gasturbines speciaal ontworpen voor het opwekken van elektriciteit, met een uitgangsvermogen van meer dan 200 MW;

b)

schoepen, statoren, verbrandingskamers en brandstofinspuitstukken, speciaal ontworpen voor gasturbines voor het opwekken van elektriciteit als bedoeld in III.A9.003.a;

c)

uitrusting speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling" en "productie" van gasturbines voor het opwekken van elektriciteit als bedoeld in III.A9.003.a.

9A001

9A002

9A003

9B001

9B003

9B004

III.B.   TECHNOLOGIE

Nr.

Omschrijving

Verwant item in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009

III.B.001

‧Technologie‧ die noodzakelijk is voor het gebruik van goederen die onder deel III.A (Goederen) vallen.

Technische aantekening:

De term ‧technologie‧ omvat ook programmatuur.

 


BIJLAGE IV

Lijst van "aardolie en aardolieproducten" als bedoeld in artikel 11 en artikel 31, lid 1

GS-code

Omschrijving

2709 00

Aardolie en ruwe olie uit bitumineuze mineralen

2710

Aardolie en olie uit bitumineuze mineralen, andere dan ruwe; preparaten bevattende als basisbestanddeel 70 of meer gewichtspercenten aardolie of olie uit bitumineuze mineralen, elders genoemd noch elders onder begrepen; afvalolie (de aankoop in Iran van kerosine/reactiemotorbrandstof (GN-code 2710 19 21) is niet verboden, mits die brandstof alleen is bedoeld en wordt gebruikt voor de voortzetting van de vlucht van het vliegtuig waarin de brandstof wordt getankt)

2712

Vaseline; paraffine, microkristallijne was uit aardolie, "slack wax", ozokeriet, montaanwas, turfwas, andere minerale was en dergelijke door synthese of op andere wijze verkregen producten, ook indien gekleurd

2713

Petroleumcokes, petroleumbitumen en andere residuen van aardolie of van olie uit bitumineuze mineralen

2714

Natuurlijk bitumen en natuurlijk asfalt; bitumineuze leisteen en bitumineus zand; asfaltiet en asfaltsteen

2715 00 00

Bitumineuze mengsels van natuurlijk asfalt, van natuurlijk bitumen, van petroleumbitumen, van minerale teer of van minerale teerpek (bijvoorbeeld bitumineuze mastiek, vloeibitumen of koudasfalt ("cut-back"))


BIJLAGE V

Lijst van "petrochemische producten" als bedoeld in artikel 13 en artikel 31, lid 1

GS-code

Omschrijving

2812 10 94

Fosgeen (carbonylchloride)

2814

Ammoniak

3102 30

Ammoniumnitraat

2901 21 00

Ethyleen

2901 22 00

Propeen (propyleen)

2902 20 00

Benzeen

2902 30 00

Tolueen

2902 41 00

o-Xyleen

2902 42 00

m-Xyleen

2902 43 00

p-Xyleen

2902 44 00

Mengsels van xyleenisomeren

2902 50 00

Styreen

2902 60 00

Ethylbenzeen

2902 70 00

Cumeen

2903 11 00

Chloormethaan

2903 29 00

Onverzadigde chloorderivaten van acrylische koolwaterstoffen: andere

2903 81 00

Hexachloorcyclohexaan [HCH (ISO)], lindaan (ISO, INN) daaronder begrepen

2903 82 00

Aldrine (ISO), chloordaan (ISO) en heptachloor (ISO)

2903 89 90

Halogeenderivaten van aromatische koolwaterstoffen

2903 91 00

Chloorbenzeen, o-dichloorbenzeen en p-dichloorbenzeen

2903 92 00

Hexachloorbenzeen (ISO) en DDT (ISO) [clofenotaan (INN), 1,1,1-trichloor-2,2-bis(p-chloorfenyl)ethaan]

2903 99 90

Andere halogeenderivaten van aromatische koolwaterstoffen

2909

Etheralcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan

2909 41

Oxidiëthanol (diëthyleenglycol)

2909 43

Monobutylethers van ethyleenglycol of van diëthyleenglycol

2909 44

Andere monoalkylethers van ethyleenglycol of van diëthyleenglycol

2909 49

Andere etheralcoholen, alsmede halogeen-, sulfo-, nitro- en nitrosoderivaten daarvan

2905 11 00

Methanol (methylalcohol)

2905 12 00

Propaan-1-ol (propylalcohol) en propaan-2-ol (isopropylalcohol)

2905 13 00

Butaan-1-ol (n-butylalcohol)

2905 31 00

Ethyleenglycol

2907 11 – 2907 19

Fenolen

2910 10 00

Oxiraan (ethyleenoxide)

2910 20 00

Methyloxiraan (propyleenoxide)

2914 11 00

Aceton

2917 14 00

Maleïnezuuranhydride (MA)

2917 35 00

Ftaalzuuranhydride (PA)

2917 36 00

Tereftaalzuur en zouten daarvan

2917 37 00

Dimethyltereftalaat (DMT)

2926 10 00

Acrylonitril

Ex 2929 10 00

Methyleendifenyldiisocyanaat (MDI)

Ex 2929 10 00

Hexamethyleendiisocyanaat (HDI)

Ex 2929 10 00

Tolueendiisocyanaat (TDI)

3901

Polymeren van ethyleen, in primaire vormen


GS-code

Omschrijving

 

2707 10

Benzol (benzeen)

Alle codes

2707 20

Toluol (tolueen)

Alle codes

2707 30

Xylol (xylenen)

Alle codes

2707 40

Naftaleen

Alle codes

2707 99 80

Fenolen

 

2711 14 00

Ethyleen, propyleen, butadieen

 


BIJLAGE VI

Lijst van sleuteluitrusting en sleuteltechnologie als bedoeld in artikel 8 en artikel 31, lid 1

ALGEMENE AANTEKENINGEN

1.

De doelstelling van het verbod op de in deze bijlage vermelde goederen mag niet worden omzeild door de uitvoer van toegestane goederen (met inbegrip van fabrieken) die een of meer verboden onderdelen bevatten, als deze onderdelen het voornaamste element van de goederen vormen en gemakkelijk kunnen worden verwijderd of voor andere doeleinden worden aangewend.

N.B.:

Of de verboden onderdelen als voornaamste element moeten worden aangemerkt, dient te worden beoordeeld aan de hand van factoren als hoeveelheid, waarde en technologische knowhow alsmede andere bijzondere omstandigheden op grond waarvan de verboden onderdelen als voornaamste element van de geleverde goederen kunnen worden aangemerkt.

2.

Met goederen worden in deze bijlage zowel nieuwe als gebruikte goederen bedoeld.

3.

De definitie van termen tussen ‧enkele aanhalingstekens‧ wordt gegeven in een technische aantekening bij de betrokken post.

4.

De definitie van termen tussen "dubbele aanhalingstekens" kan worden gevonden in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 428/2009.

ALGEMENE TECHNOLOGIENOOT (ATN)

1.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van verboden goederen is ook verboden als deze technologie wordt toegepast op toegestane goederen.

2.

Het verbod geldt niet voor de minimaal noodzakelijke "technologie" voor installatie, bediening, onderhoud en (controle) reparatie van goederen die niet verboden zijn of waarvan de uitvoer op grond van Verordening (EG) nr. 423/2007 of onderhavige verordening is toegestaan.

3.

Het verbod op de overdracht van "technologie" is niet van toepassing op informatie die "voor iedereen beschikbaar" is, op "fundamenteel wetenschappelijk onderzoek" en op de voor octrooiaanvragen noodzakelijke minimuminformatie.

EXPLORATIE EN PRODUCTIE VAN RUWE AARDOLIE EN AARDGAS

1.A   Uitrusting

1.

Uitrusting voor geologische bestandsopnamen, voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen speciaal ontworpen en aangepast om gegevens voor de exploratie van aardolie en aardgas te vergaren, en de speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

2.

Uitrusting voor geologische bestandsopnamen, voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen speciaal aangepast om gegevens voor de exploratie van aardolie en aardgas te vergaren, tezamen met de speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

3.

Booruitrusting ontworpen voor het boren in rotsformaties, specifiek voor de exploratie of de productie van aardolie, aardgas en andere natuurlijke koolwaterstofmaterialen.

4.

Boorijzers, boorpijpen, boorkragen, centreeruitrusting, en andere uitrusting die speciaal is ontworpen voor gebruik in boorputten van aardolie en aardgas.

5.

Boorputkoppen, veiligheidsafsluiters en kerstboom- of productiekleppen, alsook speciaal ontworpen onderdelen daarvan, die beantwoorden aan de API- en ISO-specificaties voor gebruik in aardolie- en aardgasbronnen.

Technische aantekeningen:

a.

Een "veiligheids- of eruptieafsluiter" wordt tijdens het boorproces gewoonlijk op grondniveau gebruikt (of bij onderwaterboren, op de zeebodem) om ongecontroleerd ontsnappen van olie en/of gas uit de bron te voorkomen.

b.

Een "kerstboomklep of productieklep" wordt gewoonlijk gebruikt om de uitstroom te controleren van vloeistoffen uit het gemaakte boorgat, en wanneer de olie- en/of gasproductie is gestart.

c.

In deze rubriek verwijst de term "API- en ISO-specificatie" naar de specificaties 6A, 16A, 17D en 11IW van het American Petroleum Institute en/of de specificaties 10423 en 13533 van de International Standards Organisation (Internationale Organisatie voor Normalisatie) voor veiligheidsafsluiters, boorputkoppen en kerstboomkleppen voor gebruik in aardolie- en aardgasbronnen.

6.

Boor- en productieplatforms voor ruwe aardolie en aardgas.

7.

Vaartuigen en schepen voorzien van boor- en/of aardolieverwerkingsuitrusting die worden gebruikt voor de productie van aardolie, aardgas en andere natuurlijke ontvlambare materialen.

8.

Vloeistof/gasafscheiders (overeenkomstig API-specificatie 12J), speciaal ontworpen voor de productie uit een aardolie- of aardgasbron, om de vloeibare olie te scheiden van water, en gas te scheiden van vloeistoffen.

9.

Gascompressoren met een ontwerpdruk van 40 bar (PN 40 en/of ANSI 300) of meer en een aanzuigcapaciteit van 300 000 Nm3/u of meer, voor de eerste verwerking en het transport van aardgas, met uitzondering van gascompressoren voor CNG (samengedrukt aardgas)-stations, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

10.

Uitrusting voor de productiecontrole onder water en de onderdelen daarvan, die beantwoorden aan de "API- en ISO-specificaties" voor gebruik in aardolie- en aardgasbronnen.

Technische aantekening:

In deze rubriek verwijst de term "API- en ISO-specificaties" naar specificatie 17 F van het American Petroleum Institute en/of specificatie 13268 van de International Standards Organisation (Internationale Organisatie voor Normalisatie) voor productiecontrolesystemen onder water.

11.

Pompen, gewoonlijk van hoge capaciteit en hoge druk (meer dan 0,3 m3 per minuut en/of 40 bar), die speciaal zijn ontworpen om boorgruis en/of cement in aardolie- en aardgasbronnen te pompen.

1.B   Test- en inspectie-uitrusting

1.

Uitrusting speciaal ontworpen voor monstername, testen en analyse van de eigenschappen van boorsuspensie, oliebroncement en andere materialen speciaal ontworpen en/of bereid voor gebruik in aardolie- en aardgasbronnen.

2.

Uitrusting speciaal ontworpen voor monstername, testen en analyse van de eigenschappen van steenmonsters, vloeistof- en gasmonsters en andere materialen afkomstig uit een aardolie- en/of aardgasbron hetzij tijdens of na het boren, hetzij van de daarmee verbonden installaties voor eerste verwerking.

3.

Uitrusting speciaal ontworpen voor het vergaren en interpreteren van informatie over de fysische en mechanische toestand van een aardolie- en/of aardgasbron, alsook voor de bepaling van de lokale eigenschappen van de rotsformatie en het reservoir.

1.C   Materialen

1.

Boorsuspensie, additieven daarbij en componenten daarvan, speciaal bereid voor de stabilisatie van aardolie- en aardgasbronnen tijdens het boren, terugwinning van boorsel aan de oppervlakte, en het smeren en koelen van de booruitrusting in de bron.

2.

Cement en andere materialen overeenkomstig de API- en ISO-specificaties voor gebruik in aardolie- en aardgasbronnen.

Technische aantekening:

"API- en ISO-specificatie" verwijst naar de specificatie 10A van het American Petroleum Institute of naar de specificatie 10426 van de International Standards Organisation (Internationale Organisatie voor Normalisatie) voor oliebroncement en andere materialen die speciaal zijn bereid voor gebruik bij het cementeren van aardolie- en aardgasbronnen.

3.

Corrosiewering, emulsiebehandeling, antischuimagentia, en andere chemicaliën die speciaal zijn bereid voor gebruik bij het boren naar en de eerste verwerking van aardolie uit aardolie- en/of aardgasbronnen.

1.D   Programmatuur

1.

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor het vergaren en interpreteren van gegevens van seismische, elektromagnetische, magnetische of gravimetrische bestandsopnamen met het oog op prospectie van aardolie- en aardgasbronnen.

2.

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor het opslaan, analyseren en interpreteren van informatie die is verkregen door het boren en de productie met het oog op evaluatie van de fysische karakteristieken en het gedrag van aardolie- en aardgasvoorraden.

3.

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor het "gebruik" van aardolieproductie- en verwerkingsinstallaties of specifieke ondereenheden van dergelijke installaties.

1.E   Technologie

1.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van apparatuur, bedoeld in 1.A.01 – 1.A11.

RAFFINAGE VAN AARDOLIE EN VLOEIBAARMAKING VAN AARDGAS

2.A   Uitrusting

1.

Warmtewisselaars, als hieronder, en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor:

a.

Lamellen van warmtewisselaars met een oppervlakte/volume-ratio groter dan 500 m2/m3, speciaal ontworpen voor de voorkoeling van aardgas;

b.

Spiraalwarmtewisselaars, speciaal ontworpen voor de vloeibaarmaking of voorkoeling van aardgas.

2.

Cryogene pompen voor het transport van media op een temperatuur van – 120 °C en met een transportcapaciteit van meer dan 500 m3/uur en speciaal hiervoor ontworpen onderdelen.

3.

‧Coldbox‧ en ‧coldbox‧-uitrusting niet gespecificeerd in 2.A.1.

Technische aantekening:

‧Coldbox‧-uitrusting verwijst naar een speciaal ontworpen constructie, die specifiek is voor LNG-installaties en het proces van vloeibaarmaking omvat. De ‧coldbox‧ omvat warmtewisselaars, pijpleidingen, andere instrumenten en thermische isolatoren. De temperatuur binnen de ‧coldbox‧ is lager dan – 120 °C (nodig voor de condensatie van aardgas). De functie van de ‧coldbox‧ is de thermische isolatie van de hierboven beschreven uitrusting.

4.

Uitrusting voor transportterminals van vloeibaar gas met een temperatuur beneden – 120 °C en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

5.

Flexibele en niet-flexibele verbindingsbuizen met een diameter groter dan 50 mm voor het transport van media op een temperatuur – 120 °C.

6.

Zeeschepen speciaal ontworpen voor het transport van LNG.

7.

Elektrostatische ontzilters, speciaal ontworpen voor de verwijdering van contaminanten zoals zout, vaste stoffen en water uit ruwe aardolie, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

8.

Alle kraakinstallaties, met inbegrip van hydrokraakinstallaties en verkooksers, speciaal ontworpen voor de omzetting van vacuüm gasoliën of vacuümresidu, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

9.

Waterstof-ontzwavelaars, speciaal ontworpen voor het ontzwavelen van benzine, dieselfracties en kerosine, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

10.

Katalytische reformatoren, speciaal ontworpen voor de omzetting van ontzwavelde benzine naar superbenzine, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

11.

Raffinaderijeenheden voor C5-C6-isomerisatie, en raffinaderijeenheden voor het alkyleren van lichte olefinen, ter verbetering van de octaanindex van koolwaterstoffracties.

12.

Pompen, speciaal ontworpen voor het transport van ruwe aardolie en brandstoffen, met een capaciteit van 50 m3/uur of meer, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

13.

Buizen met een buitendiameter van 0,2 m of meer en gemaakt uit een van de volgende materialen:

a.

roestvrij staal met 23 of meer gewichtspercenten chroom;

b.

roestvrij staal en nikkellegeringen met een PREN-waarde (weerstand tegen putcorrosie) die hoger is dan 33.

Technische aantekening:

De "PREN"-waarde (PREN - pitting resistance equivalent number) geeft de weerstand aan van roestvrij staal en nikkellegeringen tegen put- of spleetcorrosie. De PREN-waarde van roestvrij staal en nikkellegeringen wordt voornamelijk bepaald door hun samenstelling, voornamelijk: chroom, molybdeen en stikstof. De formule voor de berekening van de PREN is: PRE = Cr + 3,3 % Mo + 30 % N

14.

"Schrapers" (Pigs - Pipeline Inspection Gauge(s)) en speciaal ontworpen onderdelen daarvoor.

15.

Lanceer- en opvanginstallaties voor schrapers voor de integratie of wegname van schrapers.

Technische aantekening:

‧Schrapers‧ worden gewoonlijk gebruikt voor de inwendige schoonmaak of inspectie van een pijplijn (corrosietoestand of barsten) en worden voortgestuwd door de druk van het product in de pijplijn.

16.

Tanks voor de opslag van ruwe aardolie en brandstoffen met een volume dat groter is dan 1 000 m3 (1 000 000 liter), als volgt, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen:

a.

tank met vast dak;

b.

tank met drijvend dak.

17.

Flexibele onderwaterpijpen, speciaal ontworpen voor het transport van koolwaterstoffen en injectievloeistoffen, water of gas, met een diameter van meer dan 50 mm.

18.

Flexibele pijpen gebruikt voor hogedruktoepassing aan de oppervlakte of onder water.

19.

Isomerisatie-uitrusting, speciaal ontworpen voor de productie van superbenzine op basis van toevoer van lichte koolwaterstoffen, alsook speciaal daarvoor ontworpen onderdelen.

2.B   Test- en inspectie-uitrusting

1.

Uitrusting speciaal ontworpen voor het testen en analyseren van de kwaliteit (eigenschappen) van ruwe aardolie en brandstoffen.

2.

Interface-controlesystemen speciaal ontworpen voor de controle en verbetering van het ontziltingsproces.

2.C   Materialen

1.

Diëthyleenglycol (CAS 111-46-6), triethyleenglycol (CAS 112-27-6)

2.

N-Methylpyrrolidon (CAS 872-50-4), Sulfolaan (CAS 126-33-0)

3.

Zeolieten, van natuurlijke of synthetische oorsprong, speciaal ontworpen voor wervelbedkrakers of voor de zuivering en/of dehydratie van gas, waaronder aardgas.

4.

Katalysatoren voor het kraken en het omzetten van koolwaterstoffen, als volgt:

a.

Enkelvoudig metaal (platinagroep) op type aluminiumoxide of op zeoliet, speciaal ontworpen voor katalytisch reformeren;

b.

Gemengd metaal (platinagroep gecombineerd met andere edelmetalen) op type aluminiumoxide of op zeoliet, speciaal ontworpen voor katalytisch reformeren;

c.

Kobalt- en nikkelkatalysatoren met toegevoegd molybdeen op type aluminiumoxide of op zeoliet, speciaal ontworpen voor katalytisch ontzwavelen;

d.

Palladium-, nikkel-, chroom- en wolfraamkatalysatoren op type aluminiumoxide of op zeoliet, speciaal ontworpen voor katalytisch hydrokraken.

5.

Benzineadditieven speciaal bereid voor een groter octaangehalte van de benzine.

Aantekening:

Hieronder zijn begrepen ethyl-tertiair-butylether (ETBE)(CAS 637-92-3) en methyl-tertiair-butylether (MTBE)(CAS 1634-04-4).

2.D   Programmatuur

1.

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor het "gebruik" van LNG-installaties of specifieke ondereenheden van dergelijke installaties.

2.

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van installaties (inclusief ondereenheden ervan) voor olieraffinage.

2.E   Technologie

1.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van uitrusting voor de conditionering en de zuivering van ruw aardgas (dehydratie, verzoeten, verwijdering van verontreiniging).

2.

"Technologie" voor de vloeibaarmaking van aardgas, met inbegrip van "technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van LNG-installaties.

3.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van uitrusting voor het transport van vloeibaargemaakt aardgas.

4.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van zeeschepen die speciaal zijn ontworpen voor het transport van vloeibaar gemaakt aardgas.

5.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van tanks voor de opslag van ruwe aardolie en brandstoffen

6.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van een raffinaderij, zoals:

6.1.

"Technologie" voor de omzetting van lichte olefinen naar benzine;

6.2.

Katalytisch reformerings- en isomerisatietechnologie;

6.3.

Technologie voor katalytisch en thermisch kraken.

PETROCHEMISCHE INDUSTRIE

3.A   Uitrusting

1.

Reactoren

a.

speciaal ontworpen voor de productie van fosgeen (CAS 506-77-4) en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

b.

voor fosgenatie speciaal ontworpen voor de productie van HDI, TDI en MDI, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van secundaire reactoren;

c.

speciaal ontworpen voor polymerisering van ethyleen en propyleen bij lage druk (tot maximaal 40 bar) en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

d.

speciaal ontworpen voor het thermisch kraken van EDC (ethyleendichloride) en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van secundaire reactoren;

e.

speciaal ontworpen voor chlorinatie en oxychlorinatie in de productie van vinylchloride en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, met uitzondering van secundaire reactoren;

2.

Dunnefilmverdampers en vallendefilmverdampers bestaande uit materialen die bestand zijn tegen warm geconcentreerd azijnzuur en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, en de daarvoor ontwikkelde relevante programmatuur;

3.

Installaties voor de scheiding van zoutzuur door middel van elektrolyse en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen, en de daarvoor ontwikkelde relevante programmatuur;

4.

Kolommen met een diameter van meer dan 5 000 mm en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

5.

Kogel- en kegelkleppen met keramische kogels of kegels, met een nominale diameter van 10 mm of meer, en speciaal daarvoor ontworpen onderdelen;

6.

Centrifugaal- en/of zuigercompressors met een geïnstalleerd vermogen van meer dan 2 MW, die voldoen aan de specificatie API610.

3.B   Test- en inspectie-uitrusting

3.C   Materialen

1.

Katalysatoren ten behoeve van productieprocessen voor trinitrotolueen, ammoniumnitraat en andere chemische en petrochemische processen voor de fabricage van explosieven, en de daarvoor ontwikkelde relevante programmatuur;

2.

Katalysatoren ten behoeve van de productie van monomeren zoals ethyleen en propyleen (stoomkraakeenheden en/of eenheden voor de omzetting van gas in petrochemische stoffen), en de daarvoor ontwikkelde relevante programmatuur;

3.D   Programmatuur

1.

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van onder 3.A gespecificeerde uitrusting;

2.

"Programmatuur" speciaal ontworpen voor het "gebruik" in methanolinstallaties;

3.E   Technologie

1.

"Technologie" voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van gas-naar-vloeistof- (GTL) of gas-naar-petrochemie- (GTP) -processen of -installaties;

2.

"Technologie" die "noodzakelijk" is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van uitrusting die ontworpen is voor het vervaardigen van ammoniak- en methanolinstallaties.

3.

"Technologie" voor de "productie" van MEG (monoethyleenglycol), EO (ethyleenoxide)/EG (ethyleenglycol).

Aantekening:

"Technologie" betekent specifieke informatie die noodzakelijk is voor de "ontwikkeling", de "productie" of het "gebruik" van goederen. De informatie is in de vorm van ‧technische gegevens‧ of ‧technische bijstand‧.


BIJLAGE VII

Lijst van goud, edelmetaal en diamant als bedoeld in artikel 15 en artikel 31, lid 1

GS-code

Omschrijving

7102

Diamant, ook indien bewerkt, doch niet gevat noch gezet

7106

Zilver (verguld zilver en geplatineerd zilver daaronder begrepen), onbewerkt, half bewerkt of in poedervorm

7108

Goud (geplatineerd goud daaronder begrepen), onbewerkt, halfbewerkt of in poedervorm

7109

Onedele metalen en zilver, geplateerd met goud, onbewerkt of halfbewerkt

7110

Platina, onbewerkt, half bewerkt of in poedervorm

7111

Onedele metalen, zilver en goud, geplateerd met platina, onbewerkt of halfbewerkt

7112

Resten en afval, van edele metalen of van metalen geplateerd met edele metalen; andere resten en afval, bevattende edele metalen of verbindingen van edele metalen, van de soort hoofdzakelijk gebruikt voor het terugwinnen van edele metalen


BIJLAGE VIII

Lijst van personen en entiteiten als bedoeld in artikel 23, lid 1

A.

Bij nucleaire activiteiten en activiteiten in verband met ballistische raketten betrokken personen en entiteiten

 

Natuurlijke personen

(1)

Fereidoun Abbasi-Davani. Andere informatie: hoofdwetenschapper van het ministerie van Defensie en Logistiek van de Strijdkrachten (MODAFL), met banden met het Institute of Applied Physics. Werkt nauw samen met Mohsen Fakhrizadeh-Mahabadi.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(2)

Dawood Agha-Jani. Functie: hoofd van de PFEP – Natanz. Andere informatie: betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(3)

Ali Akbar Ahmadian. Titel: vice-Admiraal. Functie: hoofd van de gezamenlijke staf van de Iraanse revolutionaire garde (IRGC).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(4)

Amir Moayyed Alai. Andere informatie: betrokken bij het beheer van de assemblage en engineering van centrifuges.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(5)

Behman Asgarpour. Functie: operationeel Manager (Arak). Andere informatie: betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(6)

Mohammad Fedai Ashiani. Andere informatie: betrokken bij de productie van ammoniumuranylcarbonaat en het beheer van het verrijkingscomplex van Natanz.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(7)

Abbas Rezaee Ashtiani. Andere informatie: hoge ambtenaar in het AEIO-bureau voor onderzoek en mijnaangelegenheden.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(8)

Bahmanyar Morteza Bahmanyar. Functie: hoofd van de Afdeling Financiën en Begroting, Aerospace Industries Organisation (AIO). Andere informatie: betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(9)

Haleh Bakhtiar. Andere informatie: betrokken bij de productie van magnesium met een concentratie van 99,9%.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(10)

Morteza Behzad. Andere informatie: betrokken bij het vervaardigen van centrifugeonderdelen.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(11)

Ahmad Vahid Dastjerdi. Functie: hoofd van de Aerospace Industries Organisation (AIO). Andere informatie: betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(12)

Ahmad Derakhshandeh. Functie: president en directeur van Bank Sepah.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(13)

Mohammad Eslami. Titel: Dr. Andere informatie: hoofd van het opleidings- en onderzoeksinstituut voor defensie-industrieën (Defence Industries Training and Research Institute).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(14)

Reza-Gholi Esmaeli. Functie: hoofd van de afdeling Handel en Internationale aangelegenheden, Aerospace Industries Organisation (AIO). Andere informatie: betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(15)

Mohsen Fakhrizadeh-Mahabadi. Andere informatie: hoofdwetenschapper van het MODAFL en voormalig hoofd van het Physics Research Centre (PHRC).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(16)

Mohammad Hejazi. Titel: brigadegeneraal. Functie: bevelhebber van de Bassij-weermacht.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(17)

Mohsen Hojati. Functie: hoofd van de Fajr Industrial Group.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(18)

Seyyed Hussein Hosseini. Andere informatie: AEOI-ambtenaar betrokken bij het project voor een zwaarwaterreactor voor onderzoeksdoeleinden te Arak.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(19)

M. Javad Karimi Sabet. Andere informatie: hoofd van de Novin Energy Company, die is vermeld in Resolutie 1747 (2007).

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(20)

Mehrdada Akhlaghi Ketabachi. Functie: hoofd van de Shahid Bagheri Industrial Group (SBIG).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(21)

Ali Hajinia Leilabadi. Functie: algemeen directeur van de Mesbah Energy Company. Andere informatie: betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(22)

Naser Maleki. Functie: hoofd van Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG). Andere informatie: Naser Maleki is voorts een functionaris van het MODAFL die toezicht houdt op de werkzaamheden in verband met het programma voor de ballistische raket Shahab-3. De Shahab-3 is de huidige ballistische langeafstandsraket van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(23)

Hamid-Reza Mohajerani. Andere informatie: betrokken bij het productiebeheer van de uraniumconversie-installatie te Isfahan.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(24)

Jafar Mohammadi. Functie: technisch adviseur van de Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI) (beheert de productie van kleppen voor centrifuges). Andere informatie: betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(25)

Ehsan Monajemi. Functie: directeur bouwprojecten, Natanz. Andere informatie: betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(26)

Mohammad Reza Naqdi. Titel: brigadegeneraal. Andere informatie: voormalig plaatsvervangend hoofd van de generale staf van de strijdkrachten voor logistiek en industrieel onderzoek / hoofd van het overheidsbureau voor de strijd tegen smokkel, betrokken bij pogingen om de sancties van de Resoluties 1737 (2006) en 1747 (2007) te omzeilen.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(27)

Houshang Nobari. Andere informatie: betrokken bij het beheer van de verrijkingsinstallaties in Natanz.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(28)

Mohammad Mehdi Nejad Nouri. Titel: luitenant-generaal. Functie: rector van Malek Ashtar University of Defence Technology. Andere informatie: de afdeling scheikunde van de Ashtar University of Defence Technology is verbonden met het ministerie van Defensie en Logistiek van de Strijdkrachten en heeft experimenten met beryllium verricht. Betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(29)

Mohammad Qannadi. Functie: AEOI – vicevoorzitter Onderzoek & Ontwikkeling. Andere informatie: betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(30)

Amir Rahimi. Functie: hoofd van het Esfahan Nuclear Fuel Research and Production Center. Andere informatie: het Esfahan Nuclear Fuel Research and Production Center is onderdeel van de Nuclear Fuel Production and Procurement Company (onderdeel van AEOI), die betrokken is bij verrijkingsactiviteiten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(31)

Javad Rahiqi. Functie: hoofd van het Esfahan Nuclear Technology Center van de Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI) (andere informatie: geboortedatum: 24 april 1954; geboorteplaats: Marshad).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010 (EU: 24.4.2007).

(32)

Abbas Rashidi. Andere informatie: betrokken bij verrijkingsactiviteiten te Natanz.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(33)

Morteza Rezaie. Titel: brigadegeneraal. Functie: plaatsvervangend bevelhebber van de IRGC.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(34)

Morteza Safari. Titel: Vice-admiraal. Functie: bevelhebber van de marine van de IRGC.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(35)

Yahya Rahim Safavi. Titel: generaal-majoor. Functie: bevelhebber van de IRGC (Pasdaran). Andere informatie: betrokken bij zowel het nucleaire programma als het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(36)

Seyed Jaber Safdari. Andere informatie: directeur van de verrijkingsinstallaties in Natanz.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(37)

Hosein Salimi. Titel: generaal. Functie: bevelhebber van de luchtmacht, IRGC (Pasdaran). Andere informatie: betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(38)

Qasem Soleimani. Titel: brigadegeneraal. Functie: bevelhebber van de Qods-strijdkrachten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(39)

Ghasem Soleymani. Andere informatie: directeur van de Uranium Mining Operations van de Saghand Uranium Mine.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(40)

Mohammad Reza Zahedi. Titel: brigadegeneraal. Functie: bevelhebber van de landstrijdkrachten van de IRGC.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(41)

General Zolqadr. Functie: onderminister van Binnenlandse Zaken, belast met veiligheid, officier van de IRGC.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

 

Entiteiten

(1)

Abzar Boresh Kaveh Co. (ook bekend als BK Co.). Andere informatie: betrokken bij de productie van centrifugeonderdelen.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(2)

Amin Industrial Complex: Amin Industrial Complex heeft geprobeerd temperatuurregelingen te verwerven die kunnen worden gebruikt voor kernonderzoek en nucleaire faciliteiten voor onderzoek en productie. Amin Industrial Complex is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens de Defense Industries Organization (DIO), die werd aangewezen in Resolutie 1737 (2006).

Locatie: P.O. Box 91735-549, Mashad, Iran; Amin Industrial Estate, Khalage Rd., Seyedi District, Mashad, Iran; Kaveh Complex, Khalaj Rd., Seyedi St., Mashad, Iran

ook bekend als Amin Industrial Compound en Amin Industrial Company.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(3)

Ammunition and Metallurgy Industries Group (ook bekend als a) AMIG, b) Ammunition Industries Group). Andere informatie: a) AMIG controleert 7th of Tir, b) AMIG is eigendom van en wordt gecontroleerd door de Defence Industries Organisation (DIO).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(4)

Armament Industries Group: Armament Industries Group (AIG) produceert en onderhoudt allerlei handvuurwapens en lichte wapens, waaronder vuurwapens van groot en middelgroot kaliber en daarmee samenhangende technologie. AIG koopt veelal aan via Hadid Industries Complex.

Locatie: Sepah Islam Road, Karaj Special Road Km 10, Iran; Pasdaran Ave., P.O. Box 19585/777, Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 9.6.2010).

(5)

Atomic Energy Organization of Iran (AEOI). Andere informatie: betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(6)

Bank Sepah en Bank Sepah International. Andere informatie: Bank Sepah verleent steun aan de Aerospace Industries Organisation (AIO) en de ondergeschikte entiteiten daarvan, onder andere de Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG) en de Shahid Bagheri Industrial Group (SBIG).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(7)

Barzagani Tejarat Tavanmad Saccal companies. Andere informatie: a) dochteronderneming van Saccal System companies; b) dit bedrijf probeerde gevoelige goederen te kopen voor een entiteit die is genoemd in Resolutie 1737 (2006).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(8)

Cruise Missile Industry Group (ook bekend als Naval Defence Missile Industry Group).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(9)

Defence Industries Organisation (DIO). Andere informatie: a) overkoepelende, door het MODAFL gecontroleerde entiteit, waarvan enkele ondergeschikte entiteiten betrokken zijn geweest bij het vervaardigen van onderdelen voor het centrifugeprogramma, en bij het rakettenprogramma; b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(10)

Defense Technology and Science Research Center. Defense Technology and Science Research Center (DTSRC) is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens het Iraanse ministerie van Defensie en Logistiek van de Strijdkrachten (MODAFL), dat toezicht houdt op het Iraanse programma voor onderzoek en ontwikkeling, productie, onderhoud, export en aankoop op het gebied van defensie.

Locatie: Pasdaran Ave, P.O. Box 19585/777, Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 9.6.2010).

(11)

Doostan International Company. Doostan International Company (DICO) levert onderdelen voor het Iraanse programma voor ballistische raketten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(12)

Electro Sanam Company (ook bekend als a) E. S. Co., b) E. X. Co.). Andere informatie: dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(13)

Esfahan Nuclear Fuel Research and Production Centre (NFRPC) en Esfahan Nuclear Technology Centre (ENTC). Andere informatie: deze centra zijn onderdelen van de Nuclear Fuel Production and Procurement Company, die onder de Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI) ressorteert.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(14)

Ettehad Technical Group. Andere informatie: dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(15)

Fajr Industrial Group. Andere informatie: a) voorheen Instrumentation Factory Plant, b) ondergeschikte entiteit van Aerospace Industries Organization (AIO), c) betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(16)

Farasakht Industries. Farasakht Industries is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Iran Aircraft Manufacturing Company, dat op zijn beurt eigendom is van of onder zeggenschap staat van het MODAFL.

Locatie: P.O. Box 83145-311, Kilometer 28, Esfahan-Tehran Freeway, Shahin Shahr, Esfahan, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(17)

Farayand Technique. Andere informatie: a) betrokken bij het nucleaire programma van Iran (centrifugeprogramma), b) genoemd in IAEA-rapporten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(18)

First East Export Bank, P.L.C. First East Export Bank, PLC is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Bank Mellat. De afgelopen zeven jaar heeft Bank Mellat meegewerkt aan transacties van honderden miljoenen dollars voor Iraanse organisaties op het gebied van nucleaire activiteiten, raketten en defensie.

Locatie: Unit Level 10 (B1), Main Office Tower, Financial Park Labuan, Jalan Merdeka, 87000 WP Labuan, Maleisië; Inschrijving in het handelsregister van Maleisië onder nummer LL06889.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(19)

Industrial Factories of Precision (IFP) Machinery (ook bekend als Instrumentation Factories Plant). Andere informatie: gebruikt door AIO voor een aantal aankooppogingen.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(20)

Jabber Ibn Hayan. Andere informatie: AEOI-laboratorium betrokken bij splijtstofcyclusactiviteiten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008 (EU: 24.4.2007).

(21)

Joza Industrial Co. Andere informatie: dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(22)

Kala-Electric (ook bekend als Kalaye Electric). Andere informatie: a) leverancier van de PFEP - Natanz, b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(23)

Karaj Nuclear Research Centre. Andere informatie: onderdeel van de onderzoeksdivisie van AEOI.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(24)

Kaveh Cutting Tools Company. Kaveh Cutting Tools Company is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens DIO.

Locatie: 3rd Km of Khalaj Road, Seyyedi Street, Mashad 91638, Iran; Km 4 of Khalaj Road, End of Seyedi Street, Mashad, Iran; P.O. Box 91735-549, Mashad, Iran; Khalaj Rd., End of Seyyedi Alley, Mashad, Iran; Moqan St., Pasdaran St., Pasdaran Cross Rd., Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(25)

Kavoshyar Company. Andere informatie: dochteronderneming van AEOI.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(26)

Khorasan Metallurgy Industries. Andere informatie: a) dochteronderneming van Ammunition Industries Group (AMIG), die afhangt van DIO, b) betrokken bij de productie van centrifugeonderdelen.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(27)

M. Babaie Industries. M. Babaie Industries valt onder Shahid Ahmad Kazemi Industries Group (voorheen de Air Defense Missile Industries Group) van de Iraanse lucht- en ruimtevaartorganisatie (AIO). AIO heeft zeggenschap over de raketorganisaties Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG) en Shahid Bakeri Industrial Group (SBIG), die beide werden aangewezen in Resolutie 1737 (2006).

Locatie: P.O. Box 16535-76, Tehran, 16548, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(28)

Malek Ashtar University. Valt onder DTRSC binnen het MODAFL. De universiteit heeft onderzoeksgroepen die voorheen onder het Physics Research Center (PHRC) vielen. IAEA-inspecteurs kregen geen toestemming om met medewerkers te spreken of documenten van deze organisatie in te zien om na te gaan of het Iraanse nucleaire programma al dan niet een militaire dimensie heeft.

Locatie: Corner of Imam Ali Highway and Babaei Highway, Tehran, Iran

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.6.2008 (VN: 9.6.2010).

(29)

Mesbah Energy Company. Andere informatie: a) leverancier van de A40-onderzoeksreactor - Arak, b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(30)

Ministry of Defense Logistics Export. Ministry of Defense Logistics Export (MODLEX) verkoopt door Iran geproduceerde wapens aan klanten in de hele wereld en schendt daarmee Resolutie 1747 (2007), op grond waarvan Iran geen wapens of daarmee verband houdend materieel mag verkopen.

Locatie: P.O. Box 16315-189, Tehran, Iran; Gevestigd aan de westkant van Dabestan Street, Abbas Abad District, Teheran, Iran.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.6.2008 (VN: 9.6.2010).

(31)

Mizan Machinery Manufacturing. Mizan Machinery Manufacturing (3M) is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SHIG.

Locatie: P.O. Box 16595-365, Tehran, Iran.

ook bekend als 3MG.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.6.2008 (VN: 9.6.2010).

(32)

Modern Industries Technique Company. Modern Industries Technique Company (MITEC) is verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van de IR-40 zwaarwaterreactor in Arak. MITEC speelde een belangrijke rol bij de aanschaf van materialen voor de bouw van de IR-40 zwaarwaterreactor.

Locatie: Arak, Iran.

ook bekend als Rahkar Company, Rahkar Industries, Rahkar Sanaye Company, Rahkar Sanaye Novin.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(33)

Nuclear Research Center for Agriculture and Medicine. Het Nuclear Research Center for Agriculture and Medicine (NFRPC) is een grote onderzoeksafdeling van de Atomic Energy Organization of Iran (AEOI), die werd aangewezen in Resolutie 1737 (2006). Het NFRPC is het centrum van AEOI voor de ontwikkeling van splijtstof en is betrokken bij opwerkingsactiviteiten.

Locatie: P.O. Box 31585-4395, Karaj, Iran.

ook bekend als Center for Agricultural Research and Nuclear Medicine; Karaji Agricultural and Medical Research Center.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(34)

Niru Battery Manufacturing Company. Andere informatie: a) dochteronderneming van DIO, b) heeft als taak voedingseenheden te maken voor het Iraanse leger, o.a. voor raketsystemen.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(35)

Novin Energy Company (ook bekend als Pars Novin). Andere informatie: opereert binnen AEOI.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(36)

Parchin Chemical Industries. Andere informatie: onderdeel van DIO.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(37)

Pars Aviation Services Company. Andere informatie: verzorgt het onderhoud van vliegtuigen.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(38)

Pars Trash Company. Andere informatie: a) betrokken bij het nucleaire programma van Iran (centrifugeprogramma), b) genoemd in IAEA-rapporten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(39)

Pejman Industrial Services Corporation. Pejman Industrial Services Corporation is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SBIG.

Locatie: P.O. Box 16785-195, Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(40)

Pishgam (Pioneer) Energy Industries. Andere informatie: heeft deelgenomen aan de bouw van de uraniumconversie-installatie te Isfahan.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(41)

Qods Aeronautics Industries. Andere informatie: produceert onbemande luchtvaartuigen (UAV's), parachutes, paragliders, paramotors, enz.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(42)

Sabalan Company. Sabalan is een schuilnaam voor SHIG.

Locatie: Damavand Tehran Highway, Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(43)

Sanam Industrial Group. Andere informatie: ondergeschikte entiteit van AIO.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(44)

Safety Equipment Procurement (SEP). Andere informatie: dekmantelbedrijf voor AIO, betrokken bij het programma voor ballistische raketten.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 3.3.2008.

(45)

7th of Tir. Andere informatie: a) ondergeschikte entiteit van DIO, waarvan algemeen wordt aangenomen dat het rechtstreeks betrokken is bij het nucleaire programma van Iran, b) betrokken bij het nucleaire programma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(46)

Sahand Aluminum Parts Industrial Company (SAPICO). SAPICO is een schuilnaam voor SHIG.

Locatie: Damavand Tehran Highway, Tehran, Iran

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(47)

Shahid Bagheri Industrial Group (SBIG). Andere informatie: a) ondergeschikte entiteit van Aerospace Industries Organization (AIO), b) betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(48)

Shahid Hemmat Industrial Group (SHIG). Andere informatie: a) ondergeschikte entiteit van Aerospace Industries Organization (AIO), b) betrokken bij het ballistische-rakettenprogramma van Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 23.12.2006.

(49)

Shahid Karrazi Industries. Shahid Karrazi Industries is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SBIG.

Locatie: Teheran, Iran

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(50)

Shahid Satarri Industries. Shahid Sattari Industries is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens SBIG.

Locatie: Zuidoost-Teheran, Iran.

ook bekend als Shahid Sattari Group Equipment Industries.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(51)

Shahid Sayyade Shirazi Industries. Shahid Sayyade Shirazi Industries (SSSI) is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens DIO.

Locatie: Next to Nirou Battery Mfg. Co, Shahid Babaii Expressway, Nobonyad Square, Tehran, Iran; Pasdaran St., P.O. Box 16765, Tehran 1835, Iran; Babaei Highway — Next to Niru M.F.G, Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(52)

Sho'a' Aviation. Andere informatie: produceert ultralichte vliegtuigen (microlights).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(53)

Special Industries Group. Special Industries Group (SIG) valt onder DIO.

Locatie: Pasdaran Avenue, P.O. Box 19585/777, Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.7.2007 (VN: 9.6.2010).

(54)

TAMAS Company. Andere informatie: a) betrokken bij verrijkingsactiviteiten, b) TAMAS is een overkoepelend lichaam met vier ondergeschikte entiteiten, waaronder een voor uraniumwinning t/m -concentratie en een ander voor uraniumverwerking, -verrijking en -afval.

Datum plaatsing op de EU-lijst: 24.4.2007 (VN: 3.3.2008).

(55)

Tiz Pars. Tiz Pars is een schuilnaam voor SHIG. Tussen april en juli 2007 probeerde Tiz Pars namens SHIG een vijfassige laserlas- en -snijmachine te kopen, die gebruikt zou kunnen worden voor het Iraanse raketprogramma.

Plaats: Damavand Tehran Highway, Tehran, Iran

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(56)

Ya Mahdi Industries Group. Andere informatie: ondergeschikte entiteit van AIO.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 24.3.2007.

(57)

Yazd Metallurgy Industries. Yazd Metallurgy Industries (YMI) valt onder DIO.

Locatie: Pasdaran Avenue, Next to Telecommunication Industry, Tehran 16588, Iran; Postal Box 89195/878, Yazd, Iran; P.O. Box 89195-678, Yazd, Iran; Km 5 of Taft Road, Yazd, Iran.

ook bekend als Yazd Ammunition Manufacturing and Metallurgy Industries, Directorate of Yazd Ammunition and Metallurgy Industries.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

B.

Entiteiten die eigendom zijn van, onder zeggenschap staan van of optreden namens de Iraanse revolutionaire garde

(1)

Fater (of Faater) Institute. Dochteronderneming van Khatam al-Anbiya (KAA). Fater heeft gebruikgemaakt van buitenlandse leveranciers, waarschijnlijk namens andere KAA-bedrijven of IRGC-projecten in Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(2)

Gharagahe Sazandegi Ghaem. Gharagahe Sazandegi Ghaem is eigendom van of staat onder zeggenschap van KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(3)

Ghorb Karbala. Ghorb Karbala is eigendom van of staat onder zeggenschap van KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(4)

Ghorb Nooh. Ghorb Nooh is eigendom van of staat onder zeggenschap van KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(5)

Hara Company. Is eigendom van of staat onder zeggenschap van Ghorb Nooh.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(6)

Imensazan Consultant Engineers Institute. Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(7)

Khatam al-Anbiya Construction Headquarters. Khatam al-Anbiya Construction Headquarters (KAA) is eigendom van de Iraanse revolutionaire garde (IRGC) en is betrokken bij grootschalige civiele en militaire bouwprojecten en andere ingenieursactiviteiten. Het bedrijf doet veel voor projecten van de Passive Defense Organization. Dochterondernemingen van KAA speelden met name een grote rol bij de bouw van de uraniumverrijkingsfabriek in Qom/Fordow.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(8)

Makin. Makin is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA en is een dochteronderneming van KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(9)

Omran Sahel. Is eigendom van of staat onder zeggenschap van Ghorb Nooh.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(10)

Oriental Oil Kish. Oriental Oil Kish is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(11)

Rah Sahel. Rah Sahel is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(12)

Rahab Engineering Institute. Rahab is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA en is een dochteronderneming van KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(13)

Sahel Consultant Engineers. Is eigendom van of staat onder zeggenschap van Ghorb Nooh.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(14)

Sepanir. Sepanir is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(15)

Sepasad Engineering Company. Sepasad Engineering Company is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens KAA.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

C.

Entiteiten die eigendom zijn van, onder zeggenschap staan van of optreden namens Islamic Republic of Iran Shipping Lines (IRISL)

(1)

Irano Hind Shipping Company.

Locatie: 18 Mehrshad Street, Sadaghat Street, Opposite of Park Mellat, Vali-e-Asr Ave., Tehran, Iran; 265, Next to Mehrshad, Sedaghat St., Opposite of Mellat Park, Vali Asr Ave., Tehran 1A001, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(2)

IRISL Benelux NV.

Locatie: Noorderlaan 139, B-2030, Antwerp, Belgium. V.A.T. Number BE480224531 (Belgium).

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.

(3)

South Shipping Line Iran (SSL).

Locatie: Apt. No. 7, 3rd Floor, No. 2, 4th Alley, Gandi Ave., Tehran, Iran; Qaem Magham Farahani St., Tehran, Iran.

Datum plaatsing op de VN-lijst: 9.6.2010.


BIJLAGE IX

Lijst van personen en entiteiten als bedoeld in artikel 23, lid 2

I.

Bij nucleaire activiteiten en activiteiten in verband met ballistische raketten betrokken personen en entiteiten

A.   Personen

 

Naam

Nadere gegevens

Redenen

Datum plaatsing op de lijst

1.

Reza AGHAZADEH

Geboortedatum: 15.03.1949.

Paspoortnummer: S4409483 geldig 26.4.2000 - 27.4.2010 Afgegeven: Teheran,

Diplomatiek paspoort nummer: D9001950, afgegeven op 22.1.2008, geldig tot 21.1.2013, Geboorteplaats: Khoy

Voormalig hoofd van de Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI). AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.4.2007

2.

Ali DIVANDARI (ook bekend als DAVANDARI)

 

Hoofd van de Bank Mellat (zie Deel B, nr. 4).

26.7.2010

3.

Dr. Hoseyn (Hossein) FAQIHIAN

Adres van NFPC: AEOI-NFPD, P.O.Box: 11365-8486, Tehran, Iran

Plaatsvervangend directeur van AEOI en directeur-generaal van de Nuclear Fuel Production and Procurement Company (NFPC) (zie Deel B, nr. 30), onderdeel van AEOI. AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006). NFPC is betrokken bij verrijkingsgerelateerde activiteiten die Iran op last van de Raad van Beheer IAEA en de Veiligheidsraad moet opschorten.

23.4.2007

4.

Ingenieur Mojtaba HAERI

 

Plaatsvervangend minister van het MODAFL voor industrie. Toezicht op AIO en DIO.

23.6.2008

5.

Mahmood JANNATIAN

Geboortedatum: 21.4.1946

Paspoortnummer: T12838903

Plaatsvervangend Directeur van de Atomic Energy Organisation of Iran.

23.6.2008

6.

Said Esmail KHALILIPOUR (ook bekend als LANGROUDI)

Geboortedatum: 24.11.1945

Geboorteplaats: Langroud

Plaatsvervangend Directeur AEOI. AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.4.2007

7.

Ali Reza KHANCHI

Adres van NRC: AEOI-NRC P.O.Box: 11365-8486 Tehran, Iran;

Fax: (+9821) 8021412

Directeur Tehran Nuclear Research Center van AEOI. IAEA wil opheldering van Iran over de plutoniumscheidingsexperimenten van het TNRC, incl. over de aanwezigheid van deeltjes hoogverrijkt uranium in het milieu, aangetroffen in monsters genomen op de Karaj Waste Storage Facility, waar zich containers bevinden met verarmde uraniumdoelen die gebruikt zijn bij die experimenten. AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.4.2007

8.

Ebrahim MAHMUDZADEH

 

Directeur Iran Electronic Industries (zie Deel B, nr. 20).

23.6.2008

9.

Fereydoun MAHMOUDIAN

Geboren op 7.11.1943 in Iran.

Paspoort nr. 05HK31387 afgegeven op 1.1.2002 in Iran, geldig tot 7.8.2010.

Verkreeg Frans staatsburgerschap op 7.5.2008.

Directeur van Fulmen (zie Deel B, nr. 13).

26.7.2010

10.

Brigadegeneraal Beik MOHAMMADLU

 

Plaatsvervangend minister van het MODAFL voor Bevoorrading en Logistiek (zie Deel B, nr. 29).

23.6.2008

11.

Mohammad MOKHBER

4th Floor, No 39 Ghandi street Tehran, Iran 1517883115

Voorzitter van de Setad Ejraie stichting, een investeringsfonds met banden met Ali Khameneï, de Opperste Leider. Lid van de raad van bestuur van Sina Bank.

26.7.2010

12.

Mohammad Reza MOVASAGHNIA

 

Hoofd van Samen Al A'Emmeh Industries Group (SAIG), ook bekend als Cruise Missile Industry Group. Deze organisatie wordt vermeld in UNSCR 1747 en in bijlage I bij Gemeenschappelijk Standpunt 2007/140/GBVB.

26.7.2010

13.

Anis NACCACHE

 

Bestuurder van Barzagani Tejarat Tavanmad Saccal Companies; Deze onderneming heeft getracht gevoelige goederen te verwerven ten gunste van entiteiten die in Resolutie 1737 (2006) worden vermeld.

23.6.2008

14.

Brigadegeneraal Mohammad NADERI

 

Directeur van Aerospace Industries Organisation (AIO) (zie Deel B, nr. 1). AIO heeft deelgenomen aan gevoelige Iraanse programma's.

23.6.2008

15.

Ali Akbar SALEHI

 

Minister van Buitenlandse Zaken. Voormalig hoofd van de Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI). AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

17.11.2009

16.

Vice-admiraal Mohammad SHAFI'I RUDSARI

 

Voormalig plaatsvervangend minister van het MODAFL voor coördinatie (zie Deel B, nr. 29).

23.6.2008

17.

Abdollah SOLAT SANA

 

Directeur van Uranium Conversion Facility (UCF) in Isfahan. Deze faciliteit produceert het uitgangsmateriaal (UF6) voor de verrijkingsfaciliteiten in Natanz. Op 27 augustus 2006 heeft Solat Sana van president Ahmadinejad een speciale onderscheiding voor zijn rol gekregen.

23.4.2007

18.

Mohammad AHMADIAN

 

Voormalig waarnemend directeur van Atomic Energy Organisation of Iran (AEOI). Tegenwoordig plaatsvervangend directeur van AEOI. AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.5.2011

19.

Ingenieur Naser RASTKHAH

 

Plaatsvervangend directeur van AEOI. AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.5.2011

20.

Behzad SOLTANI

 

Plaatsvervangend directeur van AEOI. AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.5.2011

21.

Massoud AKHAVAN-FARD

 

Plaatsvervangend directeur van AEOI voor planning en internationale en parlementaire zaken. AEOI houdt toezicht op het Iraanse kernprogramma en wordt vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.5.2011

22.

Dr Ahmad AZIZI

 

Vice-voorzitter en directeur van de op de EU-lijst geplaatste Melli Bank PLC.

1.12.2011

23.

Davoud BABAEI

 

Huidig hoofd veiligheid van de Organisation of Defensive Innovation and Research (SPND) (organisatie voor innovatie en onderzoek op defensiegebied), het onderzoeksinstituut van het Ministry Of Defence Armed Forces Logistics; het instituut wordt geleid door de op de VN-lijst geplaatste Mohsen Fakhrizadeh. De IAEA heeft de SPND aangewezen, omdat de IAEA bezorgd is over mogelijke militaire aspecten van het kernprogramma van Iran waarvoor Iran samenwerking weigert. Als hoofd van de veiligheid moet Babaei voorkomen dat informatie bekend raakt, ook bij de IAEA.

1.12.2011

24.

Hassan BAHADORI

 

Algemeen directeur van de op de EU-lijst geplaatste Arian Bank.

1.12.2011

25.

Sayed Shamsuddin BORBORUDI

 

Plaatsvervangend directeur van de door de VN aangewezen Atomic Energy Organisation of Iran, waar hij ondergeschikt is aan de op de VN-lijst geplaatste Feridun Abbasi Davani. Is zeker sedert 2002 betrokken bij het Iraans kernprogramma, onder meer als voormalig hoofd bevoorrading en logistiek bij AMAD, waar hij verantwoordelijk was voor het gebruik van dekmantelbedrijven, zoals Kimia Madan, voor het aankopen van apparatuur en materiaal voor het kernwapenprogramma van Iran.

1.12.2011

26.

Dr Peyman Noori BROJERDI

 

Voorzitter van de raad van bestuur en directeur van de op de EU-lijst geplaatste Bank Refah.

1.12.2011

27.

Kamran DANESHJOO (alias DANESHJOU)

 

Minister van Wetenschap, Onderzoek en Technologie sinds de verkiezingen van 2009. Iran heeft verzuimd de IAEA toelichtingen te verstrekken over zijn rol in de studies ter ontwikkeling van raketkoppen. Dit past in de algehele weigering van Iran om samen te werken met het IAEA-onderzoek naar de "Alleged Studies" (vermeende studies) die doen vermoeden dat het kernprogramma van Iran een militaire dimensie heeft; in dit verband wordt ook geen toegang verleend tot documenten in verband met betrokken personen.

Daneshjoo speelt naast zijn rol als minister ook een rol in "Passive Defence"-activiteiten namens president Ahmadinejad. De Passive Defence Organisation staat reeds op de EU-lijst.

1.12.2011

28.

Dr Abdolnaser HEMMATI

 

Directeur en CEO van op de EU-lijst geplaatse Banque Sina.

1.12.2011

29.

Milad JAFARI

Geboortedatum 20.9.1974

Een Iraans onderdaan die goederen levert (vooral metalen) aan dekmantelbedrijven voor de op de VN-lijst geplaatste entiteit SHIG. Leverde goederen aan SHIG tussen januari en november 2010. Voor sommige goederen werden na november 2010 betalingen gedaan bij het centraal kantoor van de op de EU-lijst geplaatste Export Development Bank of Iran (EDBI) in Teheran.

1.12.2011

30.

Dr Mohammad JAHROMI

 

Voorzitter en directeur van op de EU-lijst geplaatste Bank Saderat.

1.12.2011

31.

Ali KARIMIAN

 

Een Iraans onderdaan die goederen levert (vooral koolstofvezel) aan de op de VN-lijst geplaatste entiteiten SHIG en SBIG.

1.12.2011

32.

Majid KHANSARI

 

Directeur van de op de VN-lijst geplaatste entiteit Kalaye Electric Company.

1.12.2011

33.

Mahmoud Reza KHAVARI

 

Voorzitter van de raad van bestuur en directeur van de op de EU-lijst geplaatste Bank Melli.

1.12.2011

34.

Mohammad Reza MESKARIAN

 

Directeur van het kantoor in London van de op de EU-lijst geplaatste Persia International Bank.

1.12.2011

35.

Mohammad MOHAMMADI

 

Directeur van MATSA.

1.12.2011

36.

Dr M H MOHEBIAN

 

Directeur van de op de EU-lijst geplaatste Post Bank.

1.12.2011

37.

Mohammad Sadegh NASERI

 

Hoofd van het Physics Research Institute (vroeger bekend als Institute of Applied Physics).

1.12.2011

38.

Mohammad Reza REZVANIANZADEH

 

Directeur van de op de EU-lijst geplaatste Nuclear Reactors Fuel Company (SUREH); tevens AEOI-functionaris. Hij oefent toezicht uit op, en schrijft aanbestedingen uit voor toeleveringsbedrijven voor de uitvoering van gevoelige werkzaamheden bij de Fuel Manufacturing Plant (FMP), de Zirconium Powder Plant (ZPP) en de Uranium Conversion Facility (UCF).

1.12.2011

39.

A SEDGHI

 

Voorzitter en niet-uitvoerend directeur van de op de EU-lijst geplaatste Melli Bank PLC.

1.12.2011

40.

Hamid SOLTANI

 

Directeur van de op de EU-lijst geplaatste Management Company for Nuclear Power Plant Construction (MASNA)

1.12.2011

41.

Bahman VALIKI

 

Voorzitter van de raad van bestuur en directeur van de op de EU-lijst geplaatste Export Development Bank of Iran.

1.12.2011

42.

Javad AL YASIN

 

Hoofd van het Research Centre for Explosion and Impact, ook bekend als METFAZ.

1.12.2011

43.

S ZAVVAR

 

Huidig algemeen directeur in Dubai van de op de EU-lijst geplaatste Persia International Bank.

1.12.2011

B.   Entiteiten

 

Naam

Nadere gegevens

Redenen

Datum plaatsing op de lijst

1.

Aerospace Industries Organisation, AIO

AIO, 28 Shian 5, Lavizan, Tehran, Iran

Langare Street, Nobonyad Square, Tehran, Iran

AIO houdt toezicht op de Iraanse productie van raketten, incl. Shahid Hemmat Industrial Group, Shahid Bagheri Industrial Group en Fajr Industrial Group, alle drie vermeld in UNSCR 1737 (2006). De Directeur van AIO en twee andere hoge functionarissen worden ook vermeld in UNSCR 1737 (2006).

23.4.2007

2.

Armed Forces Geographical Organisation

 

Verstrekt vermoedelijk geospatiale gegevens ten behoeve van het programma voor ballistische raketten.

23.6.2008

3.

Azarab Industries

Ferdowsi Ave, PO Box 11365-171, Tehran, Iran

Bedrijf uit de energiesector dat productiesteun biedt aan het nucleaire programma, met inbegrip van aangewezen proliferatiegevoelige activiteiten. Is betrokken bij de bouw van de zwaarwaterreactor van Arak.

26.7.2010

4.

Bank Mellat (waaronder alle dochterondernemingen) en filialen

Head Office Building, 327 Takeghani (Taleghani) Avenue, Tehran 15817, Iran;

P.O. Box 11365-5964, Tehran, 15817, Iran

Bank Mellat steunt en faciliteert het programma voor ballistische raketten en het nucleaire programma van Iran. De bank heeft bankdiensten verleend aan op VN- en EU-lijsten geplaatste entiteiten, of entiteiten die optreden namens of op last van, eigendom zijn van, of onder zeggenschap staan van hen. Het is de moederbank van de First East Export Bank die wordt vermeld in UNSCR 1929.

26.7.2010

a)

Mellat Bank SB CJSC

P.O. Box 24, Yerevan 0010, Republiek Armenië

100 % eigendom van Bank Mellat.

26.7.2010

b)

Persia International Bank Plc

Number 6 Lothbury, Post Code: EC2R 7HH, Verenigd Koninkrijk

60 % eigendom van Bank Mellat

26.7.2010

5.

Bank Melli, Bank Melli Iran (waaronder alle dochterondernemingen) en filialen

Ferdowsi Avenue, P.O. Box 11365-171, Tehran, Iran

Verleent financiële ondersteuning (of tracht die te verlenen) aan ondernemingen die deelnemen aan de nucleaire en raketprogramma's van Iran of daarvoor goederen aankopen (AIO, SHIG, SBIG, AEOI, Novin Energy Company, Mesbah Energy Company, Kalaye Electric Company en DIO) Bank Melli vervult een faciliterende rol bij de gevoelige activiteiten van Iran. Zij heeft tal van aankopen van gevoelige materialen voor de Iraanse nucleaire en raketprogramma's gefaciliteerd. Zij heeft verscheidende financiële diensten verricht namens entiteiten die bij Irans nucleaire en raketindustrieën zijn betrokken, waaronder het openen van kredietbrieven en het aanhouden van rekeningen. Veel van de bovengenoemde ondernemingen worden vermeld in de UNSCR-Resoluties 1737 (2006) en 1747 (2007).

Bank Melli blijft deze activiteiten ontplooien en steunt en faciliteert nog steeds de gevoelige activiteiten van Iran. Via haar bancaire relaties blijft de bank de voor deze activiteiten op VN- en EU-lijsten geplaatste entiteiten steunen en aan hen financiële diensten verlenen. De bank opereert tevens namens en volgens de aanwijzingen van deze entiteiten, zoals de Bank Sepah, vaak via dochter- en partnerondernemingen daarvan.

23.6.2008

a)

Arian Bank (ook bekend als Aryan Bank)

House 2, Street Number 13, Wazir Akbar Khan, Kabul, Afghanistan

Arian Bank is een joint-venture van Bank Melli en Bank Saderat.

26.7.2010

b)

Assa Corporation

ASSA CORP, 650 (or 500) Fifth Avenue, New York, Verenigde Staten; Tax ID nr. 1368932 (Verenigde Staten)

Assa Corporation is een dekmantelbedrijf dat is opgericht en wordt gecontroleerd door Bank Melli. Het werd opgericht door Bank Melli om fondsen uit de Verenigde Staten naar Iran te sluizen.

26.7.2010

c)

Assa Corporation Ltd

6 Britannia Place, Bath Street, St Helier JE2 4SU, Jersey, Kanaaleilanden

Assa Corporation Ltd is het moederbedrijf van Assa Corporation. Is eigendom van of staat onder zggenschap van Bank Melli.

26.7.2010

d)

Bank Kargoshaie (ook bekend als Bank Kargoshaee, ook bekend als Kargosai Bank, ook bekend als Kargosa'i Bank)

587 Mohammadiye Square, Mowlavi St., Tehran 11986, Iran

Bank Kargoshaee is eigendom van Bank Melli.

26.7.2010

e)

Bank Melli Iran Investment Company (BMIIC)

No 1 - Didare Shomali Haghani Highway 1518853115 Tehran Iran;

Andere vestiging:

Plaats: No.2, Nader Alley, Vali-Asr Str., Tehran, Iran, P.O. Box 3898-15875;

Andere vestiging:

Plaats: Bldg 2, Nader Alley after Beheshi Forked Road, P.O. Box 15875-3898, Tehran, Iran 15116

Andere vestiging:

Rafiee Alley, Nader Alley, 2 After Serahi Shahid Beheshti, Vali E Asr Avenue, Tehran, Iran

Bedrijfsregistratienummer: 89584.

Heeft banden met entiteiten aangewezen door de Verenigde Staten, de Europese Unie of de Verenigde Naties sinds 2000. Aangewezen door de Verenigde Staten als eigendom van of onder zeggenschap van Bank Melli.

26.7.2010

f)

Bank Melli Iran

NR. 9/1, Ulitsa Mashkova, Moscow, 130064, Rusland

Ander adres:

Mashkova st. 9/1 Moscow 105062 Rusland

 

23.6.2008

g)

Bank Melli Printing And Publishing Company (BMPPC)

18th Km Karaj Special Road, 1398185611 Tehran, Iran, P.O. Box 37515-183

Andere vestiging:

Plaats: Km 16 Karaj Special Road, Tehran, Iran;

Bedrijfsregistratienummer: 382231

Aangewezen door de Verenigde Staten als eigendom van of onder zeggenschap van Bank Melli.

26.7.2010

h)

Cement Investment and Development Company (CIDCO) (ook bekend als: Cement Industry Investment and Development Company, CIDCO, CIDCO Cement Holding)

No 20, West Nahid Blvd.Vali Asr Ave. Tehran, Iran, 1967757451

No. 241, Mirdamad Street, Tehran, Iran

Volledig eigendom van Bank Melli Investment Co. Holding Company voor het beheer van alle cementbedrijven eigendom van BMIIC.

26.7.2010

i)

First Persian Equity Fund

Walker House, 87 Mary Street, George Town, Grand Cayman, KY1-9002, Kaaimaneilanden;

Andere vestiging:

Plaats: Clifton House, 7z5 Fort Street, P.O. Box 190, Grand Cayman, KY1-1104; Kaaimaneilanden;

Andere vestiging:

Plaats: Rafi Alley, Vali Asr Avenue, Nader Alley, Tehran, 15116, Iran, P.O.Box 15875-3898

Op de Kaaimaneilanden gevestigd fonds, in licentie gegeven door de Iraanse regering voor buitenlandse investeringen op de effectenbeurs van Teheran.

26.7.2010

j)

Mazandaran Cement Company

No 51, sattari st. Afric Ave.Tehran, Iran

Andere vestiging:

Africa Street, Sattari Street No. 40, P.O. Box 121, Tehran, Iran 19688

Andere vestiging:

40 Satari Ave. Afrigha Highway, P.O. Box 19688, Tehran, Iran

Gecontroleerd door Bank Melli Iran.

26.7.2010

k)

Mehr Cayman Ltd.

Kaaimaneilanden; Handelsregisternummer: 188926 (Kaaimaneilanden)

Eigendom van of onder zeggenschap van Bank Melli.

26.7.2010

l)

Melli Agrochemical Company PJS (ook bekend als Melli Shimi Keshavarz)

5th Floor No 2315th Street, Gandi Ave. Vanak Sq., Tehran, Iran

Andere vestiging:

Africa Street, Sattari Street No. Mola Sadra Street, 215 Khordad, Sadr Alley No. 13, Vanak Sq., P.O. Box 15875-1734, Tehran, Iran

Eigendom van of onder zeggenschap van Bank Melli.

26.7.2010

m)

Melli Bank plc

London Wall, 11e floor, Londen EC2Y 5EA, Verenigd Koninkrijk

 

23.6.2008

n)

Melli Investment Holding International

514 Business Avenue Building, Deira, P.O. Box 181878, Dubai, Verenigde Arabische Emiraten

Registratiecertificaatnummer (Dubai): 0107, afgegeven 30.11.2005.

Eigendom van of onder zeggenschap van Bank Melli.

26.7.2010

o)

Shemal Cement Company (ook bekend als Siman Shomal, ook bekend als Shomal Cement Company)

No 269 Dr Beheshti Ave. P.O. Box 15875/4571 Tehran - 15146 Iran

Andere vestiging:

Africa Street, Sattari Street No. Dr Beheshti Ave No. 289, Tehran, Iran 151446

Andere vestiging:

Plaats: 289 Candovan Cooy Enghelab Ave., P.O. Box 15146, Tehran, Iran

Gecontroleerd door Bank Melli Iran.

26.7.2010

6.

Bank Refah

40, North Shiraz Street, Mollasadra Ave., Vanak Sq., Tehran, 19917 Iran

Ingevolge de sancties van de Europese Unie ten aanzien van Bank Melli heeft Bank Refah de lopende verrichtingen van Bank Melli overgenomen.

26.7.2010

7.

Bank Saderat (waaronder alle dochteronder-nemingen) en filialen

Bank Saderat Tower, 43 Somayeh Ave, Tehran, Iran

Bank Saderat is een Iraanse bank die gedeeltelijk eigendom is van de Iraanse regering. Bank Saderat heeft verscheidene financiële diensten verricht voor entiteiten die bij Irans nucleaire en ballistische raketprogramma's zijn betrokken, met inbegrip van entiteiten die zijn vermeld in UNSCR 1737. Bank Saderat verwerkte nog in maart 2009 betalingen en kredietbrieven van DIO (vermeld in UNSCR 1737) en Iran Electronics Industries. In 2003 behandelde Bank Saderat kredietbrieven namens de Iraanse nucleair-gerelateeerde Mesbah Energy Company (vervolgens vermeld in UNSR 1737).

26.7.2010

a)

Bank Saderat PLC (Londen)

5 Lothbury, London, EC2R 7HD, Verenigd Koninkrijk

Filiaal 100 % eigendom van Bank Saderat.

 

8.

Sina Bank

187, Avenue Motahari, Tehran, Iran

Deze bank heeft zeer nauwe banden met de belangen van het "Daftar" (bureau van de Opperste Leider, met een administratie van ongeveer 500 medewerkers). Op die manier draagt zij bij aan de financiering van de strategische belangen van het regime.

26.7.2010

9.

ESNICO (Equipment Supplier for Nuclear Industries Corporation)

No 1, 37th Avenue, Asadabadi Street, Tehran, Iran

Schaft industriegoederen aan, speciaal voor de nucleaire activiteiten van AEOI, Novin Energy en Kalaye Electric Company (alle vermeld in UNSCR 1737). Directeur van ESNICO is Haleh Bakhtiar (vermeld in UNSCR 1803).

26.7.2010

10.

Etemad Amin Invest Co Mobin

Pasadaran Av. Tehran, Iran

Heeft nauwe banden met Naftar en Bonyad-e Mostazafan. Etemad Amin Invest Co Mobin draagt bij aan de financiering van de strategische belangen van het regime en de parallelle Iraanse staat.

26.7.2010

11.

Export Development Bank of Iran (EDBI) (waaronder alle dochteronder-nemingen) en filialen

Export Development Building, 21th floor, Tose'e tower, 15th st, Ahmad Qasir Ave, Tehran - Iran, 15138-35711

Next to the 15th Alley, Bokharest Street, Argentina Square, Tehran, Iran

Tose'e Tower, corner of 15th St, Ahmad Qasir Ave., Argentine Square, Tehran, Iran;

No. 129, 21 's Khaled Eslamboli, No. 1 Building, Tehran, Iran;

Handelsregister nr. 86936

(Iran)

The Export Development Bank of Iran (EDBI) was betrokken bij het verlenen van financiële diensten aan ondernemingen die betrokken zijn bij de Iraanse programma's die zorgen baren qua proliferatie en zij heeft op VN-lijsten geplaatste entiteiten geholpen om sancties te omzeilen en te overtreden. Zij verstrekt financiële diensten aan entiteiten die afhangen van het MODAFL en aan hun dekmantelondernemingen, die het kernprogramma en het programma voor ballistische raketten van Iran ondersteunen.

De EDBI is doorgegaan met het afwikkelen van het betalingsverkeer voor Bank Sepah, nadat deze op de VN-lijst was geplaatst, waaronder betalingen in verband met het kernprogramma en het programma voor ballistische raketten van Iran. De EDBI heeft transacties verricht in verband met Iraanse defensie- en raketentiteiten waarvan er verschillende door de VN-Veiligheidsraad (UNSC) op een lijst zijn geplaatst. De EDBI was een belangrijkeintermediair die instond voor het financiële verkeer van Bank Sepah (die sinds 2007 door de UNSC op een lijst is geplaatst), waaronder MVW-gerelateerde betalingen. De EDBI verleent financiële diensten aan diverse MODAFL-entiteiten en faciliteert aankoopactiviteiten van dekmantelbedrijven die met MODAFL-entiteiten verbonden.

26.7.2010

a)

EDBI Exchange Company (ook bekend als Export Development Exchange Broker Co.)

No 20, 13th St., Vozara Ave., Tehran, Iran 1513753411, P.O. Box: 15875-6353

Andere vestiging:

Africa Street, Sattari Street No. Tose'e Tower, corner of 15th St., Ahmad Qasir Ave.; Argentine Square, Tehran, Iran

De in Teheran gevestigde EDBI Exchange Company is voor 70 % eigendom van de Export Development Bank of Iran (EDBI). Zij is in oktober 2008 door de Verenigde Staten op een lijst geplaatst omdat zij eigendom is van of onder zeggenschap staat van de EDBI.

26.7.2010

b)

EDBI Stock Brokerage Company

Tose'e Tower, corner of 15th St., Ahmad Qasir Ave.; Argentine Square, Tehran, Iran

De in Teheran gevestigde EDBI Stock Brokerage Company is een volledige dochteronderneming van de Export Development Bank of Iran (EDBI). Zij is in oktober 2008 door de Verenigde Staten op een lijst geplaatst omdat zij eigendom is van of onder zeggenschap staat van de EDBI.

26.7.2010

c)

Banco Internacional De Desarrollo CA

Urb. El Rosal, Avenida Francesco de Miranda, Edificio Dozsa, Piso 8, Caracas C.P. 1060, Venezuela

Banco Internacional De Desarrollo CA is eigendom van de Export Development Bank of Iran.

26.7.2010

12.

Fajr Aviation Composite Industries

Mehrabad Airport, P.O. Box 13445-885, Tehran, Iran

Een dochteronderneming van de IAIO binnen het MODAFL (zie nr. 29), die hoofdzakelijk composietmaterialen voor de luchtvaartindustrie produceert, maar ook betrokken is bij de ontwikkeling van koolstofvezelcapaciteiten voor kern- en rakettoepassingen. Verbonden met de Technology Cooperation Office. Iran heeft recentelijk de massaproductie van centrifuges van de nieuwe generatie aangekondigd, waarvoor de productiecapaciteiten van de FACI voor koolstofvezels nodig zullen zijn.

26.7.2010

13.

Fulmen

167 Darya boulevard - Shahrak Ghods, 14669 - 8356 Tehran

Fulmen was betrokken bij de installatie van elektrisch materieel op de site van Qom/Fordow toen het bestaan van deze site nog niet bekend was.

26.7.2010

a)

Arya Niroo Nik

 

Arya Niroo Nik is een dekmantelonderneming die door Fulmen voor bepaalde operaties wordt gebruikt.

26.7.2010

14.

Future Bank BSC

Block 304. City Centre Building. Building 199, Government Avenue, Road 383, Manama, Bahrain. P.O. Box 785;

Bedrijfsregistratienummer: 54514-1 (Bahrein) vervalt op 9 juni 2009; Handelregisternummer 13388 (Bahrein)

De in Bahrein gebaseerde Future Bank is voor tweederde in handen van Iraanse banken. De op de EU-lijst geplaatste Bank Melli en Bank Saderat bezitten elk een derde van de aandelen; het resterende derde is in handen van de Ahli United Bank (AUB) van Bahrein. Hoewel de AUB volgens haar jaarverslag 2007 nog steeds haar aandelen in de Future Bank heeft, oefent zij niet langer een grote invloed uit op deze bank die de facto onder zeggenschap staat van haar Iraanse moederbanken die beide in UNSCR 1803 zijn aangemerkt als banken die bijzondere "waakzaamheid" vereisen. De nauwe banden van de Future Bank met Iran blijken voorts uit het feit dat de voorzitter van de Bank Melli tegelijkertijd ook voorzitter van de Future Bank is geweest.

26.7.2010

15.

Industrial Development & Renovation Organization (IDRO)

 

Overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de versnelde industrialisering van Iran. Deze instantie heeft zeggenschap over verscheidene ondernemingen die betrokken zijn bij werkzaamheden voor de kern- en raketprogramma's en bij de aanschaf in het buitenland van geavanceerde productietechnologie ter ondersteuning daarvan.

26.7.2010

16.

Iran Aircraft Industries (IACI)

 

Dochteronderneming van de IAIO binnen het MODAFL (zie nr. 29). Produceert, herstelt en controleert vliegtuigen en vliegtuigmotoren, en koopt luchtvaartonderdelen (vaak van Amerikaanse origine) via buitenlandse intermediairs. Van IACI en haar dochterondernemingen is ook bekend dat zij gebruik maken van een wereldwijd netwerk van tussenhandelaren die luchtvaartgerelateerde goederen proberen aan te kopen.

26.7.2010

17.

Iran Aircraft Manufacturing Company (ook bekend als HESA, HESA Trade Center, HTC, IAMCO, IAMI, Iran Aircraft Manufacturing Company, Iran Aircraft Manufacturing Industries, Karkhanejate Sanaye Havapaymaie Iran, Hava Peyma Sazi-e Iran, Havapeyma Sazhran, Havapeyma Sazi Iran, Hevapeimasazi)

P.O. Box 83145-311, 28 km Esfahan - Tehran Freeway, Shahin Shahr, Esfahan, Iran

P.O. Box 14155-5568, No. 27 Ahahamat Ave., Vallie Asr Square, Tehran 15946, Iran

P.O. Box 81465-935, Esfahan, Iran

Shahih Shar Industrial Zone, Isfahan, IranP.O. Box 8140, No. 107 Sepahbod Gharany Ave., Tehran, Iran

Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens het MODAFL (zie nr. 29).

26.7.2010

18.

Iran Centrifuge Technology Company (alias TSA of TESA)

156 Golestan Street, Saradr-e Jangal, Teheran

Iran Centrifuge Technology Company heeft de activiteiten van Farayand Technique overgenomen (vermeld in UNSCR 1737). Produceert centrifugeonderdelen voor uraniumverrijking en geeft rechtstreeks steun aan proliferatiegevoelige activiteiten die Iran krachtens resoluties van de VN-Veiligheidsraad moet opschorten. Voert werkzaamheden uit voor de Kalaye Electric Company (vermeld in UNSCR 1737).

26.7.2010

19.

Iran Communications Industries (ICI)

P.O. Box 19295-4731, Pasdaran Avenue, Tehran, Iran

Ander adres:

P.O. Box 19575-131, 34 Apadana Avenue, Tehran, Iran

Ander adres:

Shahid Langary Street, Nobonyad Square Ave, Pasdaran, Tehran

Iran Communications Industries, een dochteronderneming van Iran Electronics Industries (zie nr. 20), produceert diverse goederen waaronder communicatiesystemen, luchtvaartelektronica, optische en elektro-optische apparatuur, micro-elektronica, IT-systemen, test- en meetapparatuur, telecommunicatiebeveiligingssystemen, elektronische oorlogsvoeringssystemen, radarbuizen (productie en renovatie) en raketwerpers. Deze goederen kunnen worden gebruikt in programma's die op grond van UNSCR 1737 niet zijn toegestaan.

26.7.2010

20.

Iran Electronics Industries

(waaronder alle dochterondernemingen) en filialen:

P.O. Box 18575-365, Tehran, Iran

Dochteronderneming, volledig in eigendom van het MODAFL (en bijgevolg zusterorganisatie van AIO, AvIO en DIO). Vervaardigt elektronische componenten voor Iraanse wapensystemen.

23.6.2008

a)

Isfahan Optics

P.O. Box 81465-313 Kaveh Ave. Isfahan, Iran

P.O. Box 81465-117, Isfahan, Iran

Is eigendom van, staat onder zeggenschap van of treedt op namens Iran Electronics Industries.

26.7.2010

21.

Iran Insurance Company (ook bekend als Bimeh Iran)

121 Fatemi Ave., P.O. Box 14155-6363 Tehran, Iran

P.O. Box 14155-6363, 107 Fatemi Ave., Tehran, Iran

Iran Insurance Company heeft de aankoop verzekerd van diverse goederen die kunnen worden gebruikt in programma's die op grond van UNSCR 1737 niet zijn toegestaan. Tot de verzekerde aangekochte goederen behoren helikopteronderdelen, elektronica en computers met toepassingen in de luchtvaart- en raketnavigatie.

26.7.2010

22.

Iranian Aviation Industries Organization (IAIO)

Ave. Sepahbod Gharani P.O. Box 15815/1775 Tehran, Iran

Ave. Sepahbod Gharani P.O. Box 15815/3446 Tehran, Iran

107 Sepahbod Gharani Avenue, Tehran, Iran

Organisatie binnen het MODAFL (zie nr. 29), verantwoordelijk voor de planning en het beheer van de militaire luchtvaartindustrie van Iran.

26.7.2010

23.

Javedan Mehr Toos

 

Ingenieursbedrijf dat werkt voor de Iraanse organisatie voor atoomenergie die op de lijst van UNSCR 1737 is geplaatst.

26.7.2010

24.

Kala Naft

Kala Naft Tehran Co, P.O. Box 15815/1775, Gharani Avenue, Tehran, Iran

No 242 Shahid Kalantri Street - Near Karim Khan Bridge - Sepahbod Gharani Avenue, Teheran

Kish Free Zone, Trade Center, Kish Island, Iran

Kala Ltd., NIOC House, 4 Victoria Street, London Sw1H1

Handelt in materieel voor de aardolie- en aardgasindustrie dat voor het Iraanse kernprogramma kan worden gebruikt. Heeft getracht materiaal (afsluiters van zeer resistente legeringen (alloy gates)) aan te kopen dat enkel in de nucleaire industrie kan worden gebruikt. Heeft banden met ondernemingen die betrokken zijn bij het nucleaire programma van Iran.

26.7.2010

25.

Machine Sazi Arak

4th km Tehran Road, P.O. Box 148, Arak, Iran

Aan IDRO verbonden onderneming uit de energiesector die fabricageondersteuning verleent aan het kernprogramma, daaronder begrepen aangewezen proliferatiegevoelige activiteiten. Is betrokken bij de bouw van de zwaarwaterreactor van Arak. Het Verenigd Koninkrijk heeft in juli 2009 een exportweigering voor een aluminium grafietstopstang ("alumina graphite stopper rod") ten aanzien van Machine Sazi Arak gemeld. In mei 2009 heeft Zweden de uitvoer naar Machine Sazi Arak verboden van "bekleding van gewelfde bodems voor drukvaten" ("cladding of dish ends for pressure vessels").

26.7.2010

26.

Marine Industries

Pasdaran Av., P.O. Box 19585/777, Teheran

Filiaal van DIO.

23.4.2007

27.

MASNA (Moierat Saakht Niroogahye Atomi Iran) Managing Company for the Construction of Nuclear Power Plants

 

Ondergeschikt aan AEOI en Novin Energy (beide op de lijst van UNSCR 1737 geplaatst). Betrokken bij de ontwikkeling van kernreactoren.

26.7.2010

28.

Mechanic Industries Group

 

Heeft deelgenomen aan de productie van onderdelen voor het ballistische programma.

23.6.2008

29.

Ministry Of Defense And Support For Armed Forces Logistics (alias Ministry Of Defense For Armed Forces Logistics; alias MODAFL; alias MODSAF;

Gevestigd aan de westkant van Dabestan Street, Abbas Abad District, Teheran, Iran

Verantwoordelijk voor de Iraanse programma's voor defensieonderzoek, ontwikkeling en productie, inclusief ondersteuning van de raket- en kernprogramma's.

23.6.2008

30.

Nuclear Fuel Production and Procurement Company (NFPC)

AEOI-NFPD, P.O.Box: 11365-8486, Tehran, Iran

P.O. Box 14144-1339, Endof North Karegar Ave., Tehran, Iran

Nuclear Fuel Production Division (NFPD) van AEOI doet aan onderzoek en ontwikkeling i.v.m. de nucleaire brandstofcyclus, incl. uraniumexploratie, winning, fijnmalen, conversie en kernafvalbeheer. NFPC is opvolger van NFPD, dochterbedrijf onder AEOI die de leiding heeft bij onderzoek en ontwikkeling i.v.m. nucleaire brandstofcyclus, waaronder conversie en verrijking.

23.4.2007

31.

Parchin Chemical Industries

 

Heeft voor het ballistische programma van Iran werkzaamheden verricht op het gebied van voortstuwingstechnieken.

23.6.2008

32.

Parto Sanat Co No.

1281 Valiasr Ave., Next to 14th St., Tehran, 15178 Iran

Produceert frequentieomzetters en kan ingevoerde buitenlandse frequentieomzetters ontwikkelen of wijzigen zodat deze kunnen worden gebruikt in gascentrifugeverrijking. Wordt geacht te zijn betrokken bij nucleaire proliferatieactiviteiten.

26.7.2010

33.

Passive Defense Organization

 

Verantwoordelijk voor de selectie en de bouw van strategische faciliteiten, waaronder - volgens Iraanse verklaringen - de site voor uraniumverrijking te Fordow (Qom) die in strijd met Irans verplichtingen gebouwd is zonder hiervan aangifte te doen aan de IAEA (bevestigd in een resolutie van de raad van beheer van het IAEA). Brigadegeneraal Gholam-Reza Jalali, voormalig lid van de IRGC, is voorzitter van de PDO.

26.7.2010

34.

Post Bank

237, Motahari Ave., Tehran, Iran 1587618118

De Post Bank is geëvolueerd van een Iraanse binnenlandse bank naar een bank die de internationale handel van Iran faciliteert. Zij verricht transacties voor Bank Sepah (die op de lijst van UNSCR 1747 is geplaatst) en maskeert de betrokkenheid van deze bank bij bepaalde transacties om zo de sancties te omzeilen. In 2009 faciliteerde de Post Bank het zakendoen, namens Bank Sepah, tussen de Iraanse defensie-industrie en overzeese begunstigden. Zij faciliteerde tevens het zakendoen met het dekmantelbedrijf voor de Tranchon Commercial Bank (Democratische Volksrepubliek Korea), die bekendstaat voor het faciliteren van proliferatiegerelateerde zaken tussen Iran en de DVK.

26.7.2010

35.

Raka

 

Een afdeling van Kalaye Electric Company (die op de lijst van UNSCR 1737 is geplaatst). Deze onderneming, die eind 2006 is opgericht, was verantwoordelijk voor de bouw van de uraniumverrijkingsfabriek te Fordow (Qom).

26.7.2010

36.

Research Institute of Nuclear Science and Technology alias Nuclear Science and Technology Research Institute

AEOI, PO Box 14395-836, Teheran

Ondergeschikt aan de AEOI en zet het werk van haar voormalige onderzoekafdeling voort. De directeur is de vicevoorzitter van de AEOI, Mohammad Ghannadi (vermeld in UNSCR 1737).

26.7.2010

37.

Schiller Novin

Gheytariyeh Avenue - no153 - 3rd Floor - P.O. Box 17665/153 6 19389 Teheran

Treedt op namens de Defense Industries Organisation (DIO).

26.7.2010

38.

Shahid Ahmad Kazemi Industrial Group

 

SAKIG ontwikkelt en produceert grond-luchtraketsystemen voor het Iraanse leger. Werkt aan militaire, raket- en luchtverdedigingsprojecten en koopt goederen aan van Rusland, Wit-Rusland en Noord-Korea.

26.7.2010

39.

Shakhese Behbud Sanat

 

Betrokken bij de productie van materieel en onderdelen voor de splijtstofcyclus.

26.7.2010

40.

State Purchasing Organisation (SPO)

 

SPO lijkt invoer van complete wapens te faciliteren. Lijkt filiaal te zijn van het MODAFL.

23.6.2008

41.

Technology Cooperation Office (TCO) van de Iranian President's Office

Tehran, Iran

Verantwoordelijk voor de technologische vooruitgang van Iran door buitenlandse inkoop en opleiding. Verleent ondersteuning aan de kern- en raketprogramma's.

26.7.2010

42.

Yasa Part, (waaronder alle dochteronder-nemingen) en filialen.

 

Onderneming die zich bezighoudt met aanbestedingsactiviteiten voor de aankoop van materialen en technologieën die noodzakelijk zijn voor nucleaire en ballistische programma's.

26.7.2010

a)

Arfa Paint Company

 

Treedt op namens Yasa Part.

26.7.2010

b)

Arfeh Company

 

Treedt op namens Yasa Part.

26.7.2010

c)

Farasepehr Engineering Company

 

Treedt op namens Yasa Part.

26.7.2010

d)

Hosseini Nejad Trading Co.

 

Treedt op namens Yasa Part.

26.7.2010

e)

Iran Saffron Company of Iransaffron Co.

 

Treedt op namens Yasa Part.

26.7.2010

f)

Shetab G.

 

Treedt op namens Yasa Part.

26.7.2010

g)

Shetab Gaman

 

Treedt op namens Yasa Part.

26.7.2010