EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32014H0193

(2014/193/EU): Aanbeveling van de Commissie van 4 april 2014 inzake de reductie van de aanwezigheid van cadmium in levensmiddelen Voor de EER relevante tekst

OJ L 104, 8.4.2014, p. 80–81 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2014/193/oj

8.4.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 104/80


AANBEVELING VAN DE COMMISSIE

van 4 april 2014

inzake de reductie van de aanwezigheid van cadmium in levensmiddelen

(Voor de EER relevante tekst)

(2014/193/EU)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 292,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Bij Verordening (EG) nr. 1881/2006 van de Commissie van 19 december 2006 tot vaststelling van de maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen (1) zijn maximumgehalten voor cadmium in een aantal levensmiddelen vastgesteld.

(2)

Het Wetenschappelijk Panel voor contaminanten in de voedselketen (Contam-panel) van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft op 30 januari 2009 advies uitgebracht over cadmium in levensmiddelen (2). In dit advies heeft de EFSA een nieuwe toelaatbare wekelijkse inname (TWI) vastgesteld van 2,5 μg/kg lichaamsgewicht. In haar verklaring (3) over de herbeoordeling van de TWI voor cadmium door het Contam-panel in 2009 heeft de EFSA rekening gehouden met de recente risicobeoordeling door het Gezamenlijk Comité van deskundigen voor levensmiddelenadditieven van de FAO/WHO (JECFA) (4), en de TWI van 2,5 μg/kg lichaamsgewicht bevestigd.

(3)

In zijn wetenschappelijk advies heeft het Contam-panel geconcludeerd dat de gemiddelde blootstelling via voedingsmiddelen in Europese landen de TWI van 2,5 μg/kg lichaamsgewicht benadert of nipt overschrijdt. Bij bepaalde bevolkingsgroepen kan de gemiddelde inname tot twee keer zo groot zijn als de TWI. Daarnaast heeft het Contam-panel geconcludeerd dat de blootstelling aan cadmium op het niveau van de bevolking moet worden verlaagd, ook al zijn negatieve effecten op de nierfunctie bij een blootstelling op dit niveau onwaarschijnlijk.

(4)

Granen en graanproducten, groenten, noten en peulvruchten, zetmeelhoudende knollen of aardappelen en vlees en vleesproducten zijn volgens het wetenschappelijk advies van het Contam-panel de groepen levensmiddelen die een groot aandeel hebben in de blootstelling aan cadmium via de voeding, voornamelijk vanwege de hoge mate van consumptie. De hoogste concentraties aan cadmium werden vastgesteld in de levensmiddelenproducten zeewier, vis en schaal- en schelpdieren, chocolade en levensmiddelen voor bijzondere voeding alsook fungi, oliehoudende zaden en eetbare slachtafvallen.

(5)

In 2001 zijn voor cadmium maximumgehalten vastgesteld voor een aantal levensmiddelen, waaronder granen, groenten, vlees, vis, schaal- en schelpdieren, slachtafvallen en voedingssupplementen. Rekening houdend met de recente conclusies van de EFSA zijn nieuwe maximumgehalten vastgesteld voor babyvoeding en chocolade en cacaoproducten en deze zullen naar verwachting binnenkort worden goedgekeurd.

(6)

Voorts heeft de Commissie naar aanleiding van de wetenschappelijke adviezen over cadmium van het Contam-panel ook onderzocht welke mogelijkheden er zijn om een aantal van de bestaande maximumgehalten voor cadmium te verlagen in levensmiddelen die een groot aandeel in de blootstelling hebben (bijvoorbeeld granen, groenten, aardappelen).

(7)

De Commissie is van mening dat een onmiddellijke reductie van de maximumgehalten moeilijk haalbaar zou zijn. De aanwezigheid van cadmium in levensmiddelen is niet uniform, maar vertoont grote verschillen naargelang van bijvoorbeeld de geografische ligging van het productiegebied (verschillende niveaus van natuurlijke aanwezigheid van cadmium in de bodem als gevolg van de ongelijke verspreiding ervan in de aardkorst), de beschikbaarheid van cadmium uit de bodem (verschillende mate van overdracht van de bodem naar planten naargelang van de pH van de bodem en andere bodembestanddelen), de verschillende plantenrassen en de daarmee verbonden variatie inzake cadmiumaccumulatie, maar ook naargelang van antropogene factoren, zoals het gebruik van zuiveringsslib en dierlijke of fosfaat bevattende meststoffen in de landbouw, en andere factoren. Wat betreft de aanwezigheid van cadmium in fosfaat bevattende meststoffen, waarover werkzaamheden gaande zijn, is de Commissie zich bewust van de noodzaak om maatregelen te nemen in overeenstemming met haar in 2008 goedgekeurde strategie ter beperking van de risico's voor cadmium en cadmiumoxide (5).

(8)

Er bestaat echter al een aantal risicobeperkende methoden om de aanwezigheid van cadmium in levensmiddelen te verminderen, maar een volledige tenuitvoerlegging daarvan door de landbouwers en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven zal nog enige tijd in beslag nemen. In sommige gevallen is aanpassing van bestaande methoden nodig voor de toepassing ervan bij specifieke gewassen en in specifieke geografische gebieden, en zouden zij beter kenbaar moeten worden gemaakt en gepromoot bij de landbouwers, met het oog op een reductie van het cadmiumgehalte in levensmiddelen op de middellange/lange termijn. Het is daarom wenselijk dat de lidstaten de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de reeds beschikbare risicobeperkende methoden kenbaar worden gemaakt en gepromoot bij de landbouwers, en dat de tenuitvoerlegging ervan wordt in- of voortgezet om het cadmiumgehalte in levensmiddelen te verlagen. In voorkomend geval is verder onderzoek nodig om eventuele leemten in de kennis over risicobeperkende methoden weg te werken.

(9)

Het is wenselijk dat de verdere gevolgen van de genomen maatregelen regelmatig worden gemonitord en dat hiervan geregeld verslag wordt uitgebracht bij de Commissie. Verdere gegevens over het vóórkomen van cadmium zouden moeten worden verzameld en hiervan zou geregeld verslag moeten worden uitgebracht bij de EFSA, zodat de Commissie uiterlijk op 31 december 2018 de situatie opnieuw kan beoordelen met het oog op een besluit over verdere passende maatregelen,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

1.

De lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat de beschikbare risicobeperkende methoden voor de reductie van het cadmiumgehalte in levensmiddelen, met name in granen, groenten en aardappelen, geleidelijk ten uitvoer worden gelegd door de landbouwers en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven. Hiertoe behoren doeltreffende methoden om de bekende risicobeperkende methoden kenbaar te maken en te promoten bij de landbouwers en de exploitanten van levensmiddelenbedrijven.

2.

Indien verdere kennis vereist is om bijvoorbeeld voor een bepaald gewas of specifiek geografisch gebied passende risicobeperkende maatregelen vast te stellen, zouden de lidstaten ervoor moeten zorgen dat onderzoek wordt verricht om deze leemten in de kennis weg te werken.

3.

De lidstaten zouden de voortgang van de uitgevoerde risicobeperkende maatregelen regelmatig moeten monitoren door gegevens over het vóórkomen van cadmium in levensmiddelen te verzamelen. De lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat:

1)

de analyseresultaten regelmatig aan de EFSA worden verstrekt met het oog op de opneming daarvan in één gegevensbank, en dat

2)

in december 2015 aan de Europese Commissie een verslag over de voortgang bij de tenuitvoerlegging van deze aanbeveling wordt verstrekt, gevolgd door een eindverslag uiterlijk in februari 2018. In deze verslagen zou bijzondere aandacht moeten worden besteed aan die gevallen waarin het cadmiumgehalte de maximumgehalten benadert of nipt overschrijdt.

4.

Het is wenselijk dat de bemonstering en de analyse worden uitgevoerd in overeenstemming met de bepalingen van Verordening (EG) nr. 333/2007 van de Commissie van 28 maart 2007 tot vaststelling van bemonsteringswijzen en analysemethoden voor de officiële controle op de gehalten aan lood, cadmium, kwik, anorganisch tin, 3-MCPD en polycyclische aromatische koolwaterstoffen in levensmiddelen (6).

Gedaan te Brussel, 4 april 2014.

Voor de Commissie

Tonio BORG

Lid van de Commissie


(1)  PB L 364 van 20.12.2006, blz. 5.

(2)  The EFSA Journal (2009) 980, 1-139.

(3)  The EFSA Journal (2011); 9(2):1975.

(4)  WHO Food Additives Series 64, 73e bijeenkomst van het Gezamenlijk Comité van deskundigen voor levensmiddelenadditieven van de FAO/WHO (JECFA), Wereldgezondheidsorganisatie, Genève, 2011.

(5)  Mededeling van de Commissie inzake de resultaten van de risicobeoordeling en de strategieën ter beperking van de risico's voor de stoffen: cadmium en cadmiumoxide (PB C 149 van 14.6.2008, blz. 6).

(6)  PB L 88 van 29.3.2007, blz. 29.


Top