EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62005CJ0287

Samenvatting van het arrest

Trefwoorden
Samenvatting

Trefwoorden

1. Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Bijzondere, niet op premie‑ of bijdragebetaling berustende prestaties

(Verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 4, leden 2 bis, 10 bis en bijlage II bis)

2. Vrij verkeer van personen – Werknemers – Gelijke behandeling – Sociale voordelen

(Art. 39 EG; verordeningen van de Raad nr. 1612/68, art. 7, en nr. 1408/71, art. 4, lid 2 bis, 10 bis en bijlage II bis)

Samenvatting

1. Een uitkering ingevolge de Nederlandse Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, genoemd in bijlage II bis bij verordening nr. 1408/71, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening nr. 118/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1223/98, moet worden beschouwd als een bijzondere, niet op premie‑ of bijdragebetaling berustende prestatie in de zin van artikel 4, lid 2 bis, van verordening nr. 1408/71, zodat uitsluitend de coördinatieregeling van artikel 10 bis van deze verordening moet worden toegepast en de betaling van deze uitkering mag worden voorbehouden aan personen die wonen op het grondgebied van de lidstaat die de uitkering verstrekt. De omstandigheid dat de betrokkene voordien een exporteerbare uitkering voor jonggehandicapten ontving, maakt voor de toepassing van de genoemde bepalingen geen verschil.

(cf. punt 38, dictum 1)

2. De artikelen 39 EG en 7 van verordening nr. 1612/68 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staan aan een nationale wettelijke regeling die uitvoering geeft aan de artikelen 4, lid 2 bis, en 10 bis van verordening nr. 1408/71, zoals gewijzigd en bijgewerkt bij verordening nr. 118/97, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1223/98, en bepaalt dat een bijzondere, niet op premie‑ of bijdragebetaling berustende prestatie die in bijlage II bis bij deze laatste verordening wordt genoemd, slechts kan worden toegekend aan personen die op het nationale grondgebied wonen. De uitvoering van deze wettelijke regeling mag evenwel aan de rechten die iemand ontleent aan het vrij verkeer van personen niet meer afbreuk doen dan nodig is voor de verwezenlijking van het rechtmatige doel dat met de nationale wettelijke regeling wordt nagestreefd. Het is aan de nationale rechter, die aan het nationale recht een uitlegging dient te geven die zoveel mogelijk verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, om er met name rekening mee te houden dat de betrokken werknemer al zijn sociaaleconomische banden met de lidstaat van herkomst heeft behouden.

(cf. punten 56, 58, dictum 2)

Top